CConstaterende datEmmen
Koppel je AI →
Document · PDF

Notulen openbare raadsvergadering van 13 november 2025

Raadsvergadering 18 december 2025, gemeente EmmenBij agendapunt: Notulen openbare raadsvergadering van 10 en 13 november 202528.997 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

De heer Pruisscher (ChristenUnie): Ik zoek dan eigenlijk naar de snelheid die u wilt tussen nu en het voorstel dat het college dan begin volgend jaar inlevert. Daar zit dan twee, drie maanden tussen misschien. Maar verwacht u dat we met het aannemen van zo’n soort motie ineens een blik boa’s opentrekken? Hoe moet ik dat zien? De heer De Jonge (VVD): Nou, als er een blik boa’s was, dan zouden we dat sowieso opentrekken natuurlijk. Maar goed, wat ik heb begrepen, is dat dat voorstel waarschijnlijk in februari onze kant op gaat komen. Nou, dan moeten we het daar met z’n allen over hebben en dan moet het nog uitgewerkt worden. Dus wat u zegt: ‘twee, drie maanden’? Ja, er kan ook wel een halfjaar of jaar overheen gaan. Laten we gewoon dan voor het eerste jaar in ieder geval direct zorgen dat we ermee aan de slag kunnen, dat we kunnen gaan werven en dat we eventueel boa’s aan kunnen nemen. Dat is onze intentie in ieder geval met deze motie. Nog niet overtuigd? Maar goed, dat is aan de heer Pruisscher zelf, natuurlijk. Dan ga ik verder als het mag, voorzitter. Het veiligheidsrisicogebied. Ik kom toch even terug op de PvdA, want die had het over een trein die op het station aankomt en op het perron. Maar goed, dan moet het perron natuurlijk wel veilig zijn en het stationsgebied ook.

De burgemeester gaf in zijn eerste termijn aan, de motie af te raden mede door het overleg dat hij die ochtend had met de Officier van Justitie. Daarnaast, heb ik even goed teruggeluisterd, gaf de burgemeester aan dat hij nog wel andere suggesties had voor het stationsgebied om dit veiliger te maken. We horen daarom ook graag in de tweede termijn van de burgemeester wélke suggesties hij dan nog precies heeft. Want, voorzitter, de VVD heeft de afgelopen jaren meerdere ideeën naar voren gebracht om de veiligheid te vergroten in het stationsgebied. Wij hebben gevraagd om meer toezicht, bijvoorbeeld 24-uurstoezicht, we hebben gevraagd om een permanente boa-post en alle suggesties werden van tafel geveegd. Dus we horen nu graag welke suggesties er nog over zijn. En de incidenten en het trammelant bleven en blijven maar toenemen in het stationsgebied. Voorzitter, niet alleen voor ons, maar ook voor de reizigers en de bewoners van dat gebied is de maat vol. Daarom zijn we ook blij dat FNV Streekvervoer contact met ons heeft opgenomen naar aanleiding van een artikel in het Dagblad van het Noorden en zich volledig kan vinden in datgene wat wij hebben gesteld. En daarom laten we de motie ook gewoon in stemming komen. Als het daadwerkelijk niet kan, dan verwachten wij een heel duidelijke brief, mede ook vanuit de Officier van Justitie, waarom het dan ook niet kan.

Voorzitter, dan citymarketing. Ons amendement om de citymarketing voor minimaal vier jaar vast te leggen, is niet alleen gebaseerd op de nota, nog geen maand geleden vastgesteld met de langetermijnvisie van het college. Maar ook op de noodzaak van continuïteit en duurzame effecten in de uitvoering. Het zwabberende beleid van de afgelopen jaren, het einde van Emmen Maakt Mee, de herontwikkeling van Ontdek Emmen en het falen van Emmen Onder Nul en daarbij de huisvesting en bijkomende kosten, laten zien dat het zo echt niet langer kan. Tijdens Koningsdag ontbrak elke vorm van citymarketing om onze gemeente optimaal op de kaart te zetten en te blijven zetten. Een gemiste kans van formaat en eigenlijk pure kapitaalvernietiging. Als we de komende jaren honderden miljoenen investeren in de Greenwise Campus, de Sportcampus en de Nedersaksenlijn, dan moeten we

16

de citymarketing goed op orde hebben. Daarom wil de VVD dit ook voor de jaren 2028 en 2029 vastgelegd hebben, conform het citymarketingplan van 15 oktober jongstleden. Heb vertrouwen in de toekomst! De heer Koops (D66): Ja, ik kan u heel ver volgen met uw betoog over citymarketing. Ik heb de wethouder afgelopen maandág ook horen zeggen: door je nu niet vast te leggen, geeft het ook ruimte om over twee jaar wellicht meer budget toe te kennen of op een andere manier. Zou u daar ook nog op willen reflecteren? De heer De Jonge (VVD): Daar wil ik zeker op reflecteren. Kijk, als de wethouder dan komt en zegt: wij moeten extra gelden hebben, dan kan hij ons waarschijnlijk wel aan zijn zijde vinden. Alleen, als je nu voor twee jaar iets gaat doen en je gaat dan evalueren en je zegt: misschien moeten we minder doen of we gaan het niet meer doen, dan is het ook allemaal weggegooid geld. Citymarketing is wel iets van de lange termijn. Dus vandaar ook dat we dit hebben voorgesteld. De heer Van der Weide (Wakker Emmen): Ik zat even te denken: zegt u dat wel goed? Maar volgens mij hebt u gezegd: ‘Koningsdag was kapitaalvernietiging omdat er geen citymarketingbeleid was.’ Nou, volgens mij was Koningsdag, als je het hebt over citymarketing en hoe je de regio maar ook de gemeente Emmen promoot, denk ik wel een schoolvoorbeeld van hoe het kan.

Dus zegt u nu écht: Koningsdag is kapitaalvernietiging omdat er geen citymarketing was? Want het komt over als dat u zegt dat het weggegooid geld was. De heer De Jonge (VVD): Nee, ik doelde er niet op dat Koningsdag het weggegooide geld is. Ik doelde meer op de citymarketing, de projecten die we toen nog hadden. En als je daarnaar gaat kijken, dan is het geld dat we daarin hebben geïnvesteerd, in ieder geval weggegooid geld. De heer Van der Weide (Wakker Emmen): Ja, ik vind dat wel een wat vreemde benadering. Kijk, want als je het hebt over evenementen of op het moment dat je de gemeente goed in beeld brengt, dan is ook dat toch een vorm van citymarketing? Het gaat er toch niet alleen maar om dat je een bepaald beeldmerk, dat je een bepaalde boodschap hebt? Het gaat er ook om dat je op andere manieren de gemeente Emmen en de plaats in de regio goed in beeld kunt brengen en wat hier te doen is, wat hier te beleven is, hoe het wonen en het recreëren hier is? Dus ik vind het wat kort door de bocht als u zegt dat, omdat er geen citymarketingbeleid is en daar geen invulling aan wordt gegeven, we dat niet zouden kunnen doen. Want ik denk dat, ondanks dat het er niet is geweest, we best veel hebben kunnen doen om de regio en Emmen op de kaart te zetten. De heer De Jonge (VVD): Dat ben ik ook helemaal met de heer Van der Weide eens.

Alleen, als we een goede citymarketing hadden gehad, hadden we het nog beter weg kunnen zetten. De voorzitter: U hebt nog ongeveer een minuutje. De heer De Jonge (VVD): Ik heb nog ongeveer een minuutje. Nou, dan ga ik nog kort op een paar zaken in. Als eerste het amendement over de femicide van de PvdA. Nou, daar kun je natuurlijk nooit op tegen zijn. Maar los van wat het woord ‘femicide’ betekent: er worden gerust natuurlijk genoeg mannen mishandeld achter de voordeur, dus daar moeten we ook rekening mee houden. Ik zag niet dat bij mij gebeurt, natuurlijk, maar ik wil u nog een suggestie meegeven. Ik heb onze staatssecretaris onlangs hier in Emmen gesproken, Arno Rutte, en die is ook bereid om in het komend voorjaar hiernaartoe komen om daar een avond over femicide over te hebben. Dus als u daarbij zou willen aansluiten, dan kunnen wij ons daar waarschijnlijk wel gezamenlijk in gaan vinden. Mevrouw Louwes (PvdA): Nou, die uitnodiging nemen wij graag aan. De heer De Jonge (VVD): Dan gaan we dat gezellig onder een bakje koffie doen.

17

Dan de Bomenbuurt, de nieuwe motie. We snappen de strekking van de motie ook helemaal. Wij hebben er ook vaker gehamerd op de communicatie en participatie met de bewoners, dat die ook zeer belangrijk is. Alleen, waar we wel wat mee zitten, is de financiële onderbouwing als het ware en met name van de Stichting Woonservice, of we daar dan ook in meegenomen kunnen worden. Ik hoorde natuurlijk wel wat de heer Pruisscher ook zei: misschien kan de gemeente daar ook in meefinancieren. Alleen ja, wij vinden een beetje lastig om te zeggen: hoe zit het nu met de financiële middelen voor Woonservice om dat ook daadwerkelijk aan te passen et cetera. Maar we zullen de motie in ieder geval wel gaan steunen. En het laatste stukje ging over de gasbol, een stukje oud ijzer waar we het niet meer over hoeven te hebben. [Geroezemoes in de raadszaal.] De voorzitter: Nee, meneer Kasteleijn laat zich niet uit de tent lokken. Ik zie het, ja. We gaan naar de fractie van de SP, mevrouw Ester. Mevrouw Ester (SP): Voorzitter, de SP wil een gemeente die kiest voor mensen, niet voor cijfers of marktdenken. En hoewel deze Begroting goede intenties laat zien, merken veel inwoners daar nog weinig van. De woningnood is groot, de wachtlijsten voor sociale huur lopen verder op en betaalbare koopwoningen zijn schaars. We roepen het college op om meer regie te nemen waar het kan.

Bouw waar de behoefte het grootste is, pak leegstand aan en houd projectontwikkelaars aan hun afspraken. Iedereen in Emmen moet betaalbaar kunnen wonen. En ja, als we het toch ook al over investeerders hebben en projectontwikkelaars: de optie gasbol. Ik zie wel Las Vegas en de Sphere al helemaal voor me: dat kan prachtig hier in Emmen! Als gemeente moeten we inwoners ondersteunen die het moeilijk hebben. De SP heeft daarom voorgesteld om een pilot zonder kostendelersnorm te starten. We hebben er al een motie voor klaar. Het college gaf aan dat er nu al maatwerk wordt toegepast, maar we willen graag zien wat dat in de praktijk betekent. Hoe vaak gebeurt het? Worden mensen actief geholpen? Kunnen mensen ons vinden en om een uitzondering vragen? Kan dat? Gaat dat gemakkelijk? We vragen de wethouder om daar even inzicht in te geven. En hoe voorkomen we dat maatwerk een loterij wordt, waar de een net wel binnen de grens valt en de ander niet? We blijven vinden dat de bestaanszekerheid niet mag afhangen van willekeur, maar van goed beleid. Mensen die elkaar willen helpen door samen te wonen, moeten niet worden gestraft met een lagere uitkering. Mevrouw Louwes (PvdA): Ik hoorde net een soort van tegenstelling in wat u zei over maatwerk.

Volgens mij zei u net iets over maatwerk en vervolgens zei u: wanneer vallen mensen buiten de boot omdat ze net buiten de regels vallen? Maar het is mij niet helemaal duidelijk wat u daar precies mee bedoelde. Want volgens mij is maatwerk vooral dat er geen sprake van regels en dat er wordt beoordeeld of iemand in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening, zonder die regels. Misschien kunt u dat nog even toelichten. Mevrouw Ester (SP): Ja, dat klopt. Ik snap u. Wij bedoelden ook te zeggen dat voordat er ook maatwerk toegepast wordt, een goede screening is en dat de mensen niet al van tevoren buiten de boot vallen, maar in het maatwerk wel meegenomen worden. Ja? Top! Voorzitter, over veiligheid nog dit. De burgemeester zei dat het stationsgebied eerst nog onveiliger moet worden, voordat het officieel als risicogebied kan worden aangemerkt. Dat kan toch niet de bedoeling zijn? We zouden juist eerder moeten kunnen handelen om problemen te voorkomen in plaats van achteraf te reageren? Mijzelf verbaasde het heel erg dat alleen bij geweldsincidenten met wapens het dan pas als risicogebied kan worden aangemerkt. We hopen dat dat veranderd kan worden. Zoals het nu lijkt, hebben we een goed sluitende Begroting voor 2026. Al is er bij de SP nog wel grote zorg om jeugdzorg. We zijn er nog niet van overtuigd dat het goed komt. En dat heeft ook vaak te maken met externe factoren.

Graag geven we de wethouder mee dat we mee willen gaan in het proces van het omschakelen binnen de gemeente en daar de wethouder alle steun en ruimte voor te geven die zij nodig heeft. Voorzitter, tot slot. Dit zal mijn laatste Begroting zijn. Ik heb ontzettend veel geleerd en met heel veel plezier met verschillende fracties samengewerkt en samen voor onze inwoners inzet getoond. Tot zover.

18

De voorzitter: Dank u wel. En ook uw laatste woorden komen we op een ander moment nog weleens even terug. Dan gaan we naar de fractie van de PVV... Nee, Hart voor Emmen moet ik zeggen. Ik heb hier nog een oud lijstje. Hart voor Emmen, de heer Bosma. [De heer Bosma loopt terug naar zijn zitplaats voor het inlogpasje.] Dat was de heer Bosma. Dan gaan we naar... Nee. Meneer Bosma. Kort, krachtig. Nee hoor, ook aan u de gelegenheid om in maximaal vijf minuten uw beschouwing te doen vanuit de fractie van Hart voor Emmen. Aan u het woord, meneer Bosma. De heer Bosma (Hart voor Emmen): Dank u wel, voorzitter. Ja, iedere fractie heeft het over die gasbol gehad. Nou, ik ben blij dat er vandaag geen voorstel ligt om die bol in regenboogkleuren te schilderen. [Gelach in de raadszaal.] Dus tot zover ben ik tevreden. Voorzitter, allereerst nog even terug naar afgelopen maandag, toen wij een vraag stelden over woningsplitsing. En eerder is toegezegd dat de raad in dit najaar zou worden geïnformeerd over de uitkomsten van het onderzoek hiernaar. Kan de wethouder aangeven wat de huidige stand van zaken is en wanneer wij de resultaten kunnen verwachten? En voorzitter, we hoorden het al in de eerste termijn: het windmolenpark bij de N34 en de Zwartenbergerweg gaat niet door. Dat is wat ons betreft goed nieuws.

Waar inwoners vroeger werden aangemoedigd om zonnepanelen te plaatsen, krijgen ze nu de rekening gepresenteerd zodra ze stroom terugleveren. Zoals door velen voorspeld, is de energietransitie verworden tot een geldverslindende operatie die aan alle kanten hapert. Emmen investeert in 2026 ruim 10 miljoen in klimaat en duurzaamheid en wel voor de helft uit eigen middelen. Maar het elektriciteitsnet zit vol, met grote gevolgen voor woningbouw en bedrijven. Bedrijven kunnen niet uitbreiden, inwoners verliezen het vertrouwen en voor velen voelt de energietransitie inmiddels als een melkkoe. Met de vertraging van het nieuwe stroomstation Veenoord-Boerdijk lopen we bovendien verder vast. Voorzitter, laten we realistisch zijn: zolang het net vol zit en de uitvoering hapert, lijkt het ons beter, tijdelijk gas terug te nemen in onze klimaatambities. Voorzitter, ik wil even drie moties onder de aandacht die wij steunen, die wij belangrijk vinden. Dan begin ik eerst met de motie ‘Bibob-toets als standaard’ van het CDA. We steunen deze motie. De Bibob-toets voorkomt dat gemeenschapsgeld bij malafide zorgaanbieders terechtkomt en vooral fraude in de zorg tegengaat. In Twente leverde dat miljoenen aan besparingen op en dat verdient volgens ons ook in Emmen een onderzoek. Dan de motie van de VVD, ‘Veiligheidsrisicogebied stationsgebied’.

We steunen deze motie omdat de overlast en onveiligheid rond het station groot zijn. Omwonenden zijn het zat, cameratoezicht en de huidige boa’s blijken onvoldoende om de situatie te verbeteren. Met de aanwijzing als veiligheidsrisicogebied krijgt de politie eindelijk de bevoegdheden om echt op te treden en het gebied veiliger te maken. Dan heb ik de motie over de uitbreiding boa-capaciteit, ook van de VVD. Ook bij deze motie stemmen wij voor, want de overlast door onder anderen veiligelanders neemt toe en steeds vaker horen we signalen van inwoners over intimidatie, diefstal en vernieling. Het gevoel van onveiligheid groeit. Voor veel inwoners is de maat vol. Meer boa-capaciteit is daarom hard nodig om de leefbaarheid en veiligheid in onze wijken te herstellen. Ja, en tot zover onze bijdrage aan de Begroting 2026. Mevrouw Louwes (PvdA): Ja, mag ik nog een vraag stellen over de motie ‘Bouwen zonder welstand’? Wat mij opvalt in uw motie, is dat u hem hebt gewijzigd en ik denk dat die wijziging een heel goede wijziging is. Alleen, collega Wittendorp zei daar net ook al even iets van: de constateringen en de overwegingen rammelen wat. Want in het tweede en derde punt van uw constateringen geeft u eigenlijk al antwoord op de evaluatie. Tenminste, het lijkt erop alsof u al antwoord geeft op de evaluatie.

Dus in hoeverre bent u ook echt bereid om dat te onderzoeken? Of is het alleen maar om de waarheid te krijgen over het standpunt dat u al eerder inneemt in uw motie? De heer Bosma (Hart voor Emmen): Het is iets wat in de praktijk bij mij vaker is gemeld. Dat mensen ontevreden zijn over de welstandtoetsing. En mijn gevoel – dat is een persoonlijk gevoel, ik heb het zelf meegemaakt – is ook dat het leidt tot vertragingen. Ja, dat is eigenlijk hoe ik dan zie.

19

Mevrouw Louwes (PvdA): Ja, maar is het dan niet bijzonder dat u vraagt om een evaluatie, terwijl u eigenlijk zelf al bepaald hebt hoe de uitkomst zou moeten zijn? Ik doe u eigenlijk de suggestie... De heer Bosma (Hart voor Emmen): Ja, ik snap wat u zegt. Ik zou dit eruit kunnen halen als dit tot verwarring leidt. Ja, dat zou ik kunnen doen. Mevrouw Louwes (PvdA): Oké. De heer Bosma (Hart voor Emmen): Ja. Mevrouw Louwes (PvdA): Nou, dank u wel! De heer Bosma (Hart voor Emmen): Oké. Nou, die toezegging hebt u. Tot zover. De heer Pruisscher (ChristenUnie): Ja, voorzitter, tijdens de eerste termijn afgelopen maandag hoorden we dat we verstandig zijn geweest. Door goed met ons geld om te gaan hebben we een mooie buffer opgebouwd. Daarbij heb ik ook aangegeven dat het wat ons betreft ingezet worden in de vorm van een investeringsagenda in de vorige periode. Een mooi cadeau ook aan de volgende gemeenteraad. Tegelijk hoorden we ook een nieuwe opdracht aan de nieuwe gemeenteraad: voor de grote opgaven van Emmen zult u zelf de financiën moeten regelen. En is dát dan verstandig?, is de vraag. In dit geval wensen we de nieuwe gemeenteraad wel veel verstand toe. Want verstandigheid, voorzitter, of wijsheid is wederom een kardinale deugd. Daar hebt u mij nog niet over gehoord, daar zal ik het nu ook verder niet over hebben. Maar dat wordt denk ik een bijdrage voor de nieuwe gemeenteraad.

Dan nog wat ons verder opviel in de Begroting. Ten eerste lijkt economie over alles te gaan en ook alles wat onze gemeente doet, lijkt economisch te zijn. Tenminste, als je Programma 2 leest, lijkt het wel alsof de hele gemeente rust op de schouders van het team Economie. Ook als we kijken naar de enorme hoeveelheid beleidsdocumenten die volgend jaar onze kant op komt – althans, voor de volgende Begroting – dan komen wij op sowieso zestien stuks uit. Programma’s, actieplannen, actieprogramma’s, strategieën, beleidsnota’s, onderzoeken: ja, is dat niet wat te veel van het goede? Is dat niet iets te veel opklopperij in plaats van focus aanbrengen op wat er daadwerkelijk volgend jaar gebeurt? Ook in het sociaal domein zien we ontzettend veel op ons afkomen. Nieuwe gezondheids- en zorgakkoorden: er komen weer leuke afkortingen voorbij als het AZWA en HLO. Maar ook de uitvoering van de Hervormingsagenda Jeugd, sterke lokale teams, de nieuwe Inkoopagenda Jeugd, de Aanpak Dakloosheid, de Participatiewet in Balans, de samenvoeging van de EMCO en Menso: nergens in het sociaal domein blijft het rustig. Dat zou ook moeten betekenen dat deze gemeenteraad, of de volgende, op geen van die thema’s dus ook rustig blijft. Dat moet onze volle aandacht hebben tijdens bijeenkomsten, maar ook in deze zaal tijdens debatten. En daar heeft het de afgelopen periode wel aan geschort.

Voorzitter, ik had ook aangegeven, nog in te gaan op de opzet van de Begroting. We moeten daarvoor het wettelijk kader volgen, de BBV: het Besluit Begroting en Verantwoording. Zo bevat elk programma een doelstelling, in het bijzonder de maatschappelijke effecten. Die zijn toegelicht met beleidsindicatoren, de wijze waarop we dat willen bereiken met activiteiten die een samenhangend geheel moeten vormen en de baten en lasten daarvan. Nou, als je dan door je oogharen naar de Begroting kijkt, dan zie je al die kopjes terug. Maar we weten ook wel dat het formuleren van doelstellingen nou niet ons sterkste punt is. Want als je ergens open deuren zoekt: kijk in de Begroting, zou ik zeggen, of in andere beleidsdocumenten. De indicatoren zouden moeten helpen om die beweging te kunnen waarnemen. Maar die volgen eigenlijk alleen de verplichte indicatoren van de ministeriële regeling. Ja, pak dan in ieder geval nog relevante cijfers. Of bijvoorbeeld brede welvaartsindicatoren, waar we het al wat vaker over gehad hebben. En de activiteiten bestaan eigenlijk alleen maar uit het opleveren van beleidsdocumenten, vrijwel nooit wat we nou daadwerkelijk aanjagen of in de samenleving op gang brengen. Wat het dan mag kosten, is dan vervolgens ingedeeld naar taakvelden die het college moet volgen.

Ja, het punt is dus: al die verschillende onderdelen staan netjes in de Begroting, maar houden geen verband met elkaar. Wij kunnen niet zien of de activiteiten bijdragen aan het behalen van het doel. We

20

weten ook niet welke activiteiten op welke manier gefinancierd worden. Kortom, we volgen heel braaf de BBV, maar we hebben er als raad helemaal niets aan. Voorzitter, daar begon ik maandag mee: zijn wij in staat om op financiën te sturen? Nee, dat lukt ons nog niet. Dat zien we ook wel met de moties en de amendementen: die zijn relatief beperkt, in aantal maar ook in geld. Het gaat om enkele tonnen soms, terwijl het om ruim een half miljard gaat wat we volgend jaar uitgeven. Voorzitter, al met al des te meer reden om voortvarend aan de gang te gaan met de p&c-cyclus, om die te herijken. Zoals ik maandag ook heb gezegd: u vindt ons aan uw zijde om daar goed in te duiken en ook in control te zijn. Tot slot, voorzitter, bidden wij u om Gods wijsheid voor het college en de raad – in welke samenstelling dan ook – om deze Begroting uit te voeren met verstand en, speciaal voor de heer Bosma, ook met liefde. De voorzitter: Dank u wel. Het wordt in dank aanvaard, zie ik. Dan gaan we naar D66 en dan geef ik het woord aan de heer Koops. De heer Koops (D66): Voordat ik de inhoud van ons eigen verhaal weer induik, wil ik eerst kort stilstaan bij de inbreng in de eerste termijn van de andere partijen en die van het college. Wij hebben daar deze periode een goed gebruik van gemaakt en daarom opnieuw enkele welgemeende complimenten.

Wat ik heb gewaardeerd aan de inbreng van zowel Wakker Emmen als de PvdA als van de meeste collegeleden, was de wat algemenere reflectie op de afgelopen periode. Want het was er ook in mijn bijdrage bij ingeschoten om te benoemen dat dit inderdaad weer de laatste Begroting van deze raadsperiode is. Wij hebben mooie stappen met elkaar gezet. Daarbij kijk ik dankbaar terug op D66successen zoals de 30-procentsnorm sociale huur, het gezamenlijke fonds voor het Veenpark, het onderzoek naar schoolzwemmen, de eikenboom aan de Veenkampenweg, de betere regels rond de jaarwisseling en het omarmen van Steenbreek en Maai Me Niet – om maar een aantal zaken te noemen. [De heer Van der Weide steekt zijn hand op voor een interruptie.] Ik kom zo aan uw vraag toe. Dat zijn stuk voor stuk successen die door samenwerking met velen van u tot stand zijn gekomen. Dus daarvoor onze complimenten, maar ook onze dank. De voorzitter: Een antwoord voordat er een vraag gesteld wordt... De heer Van der Weide (Wakker Emmen): Dat was niet mijn vraag, voorzitter. De voorzitter: Nee, dat zou kunnen. Ik geef u het woord, meneer Van der Weide. De heer Van der Weide (Wakker Emmen): U noemt even de 30-procentsnorm van D66. Dan ben ik even benieuwd welke norm en hoe hard die norm is.

Want volgens mij refereert u aan een motie en ik heb al een aantal keren gemerkt, ook in de commissie Wonen & Ruimte, dat die 30 procent wel een heel eigen leven gaat leiden. Want volgens mij stond er in die motie ‘te streven naar 30 procent sociale huur’. Ik denk ook wel dat we even bij de feiten moeten blijven van hoe die motie destijds is ingediend en hoe we hier daarmee omgaan. De heer Koops (D66): Nou, volgens mij klopt het precies wat u zegt. Wij hebben inderdaad een motie ingediend die de gemeente vraagt om te streven naar minimaal 30 procent sociale huur. Die motie is met enkele tegenstemmen – volgens mij ook die van u – aangenomen en daar ben ik ontzettend dankbaar voor. En dat is het punt dat ik heb proberen te maken. Dus we kunnen die discussie nog een keer herhalen, maar wellicht kunt u uw vraag dan wat specifieker stellen. De heer Van der Weide (Wakker Emmen): Nou, u hebt de stemmingen goed in het hoofd. Ik heb de tekst van de motie dan goed in het hoofd. Kijk, waar het mij om gaat – dat heb ik al een aantal keren gemerkt in de discussie als het over woningbouw gaat – is dat die motie wel een heel andere vertaling krijgt: ‘Het zal en moet 30 procent zijn.’ Terwijl de opdracht is om te streven naar 30 procent. Dat geeft juist die bandbreedte. Want in sommige wijken of dorpen heb je misschien wel meer nodig dan 30 procent, op andere plekken wel minder.

Dus ik vind het wel belangrijk dat we genuanceerd blijven

21

praten over die 30 procent en dat het niet zijn eigen leven gaat leiden. Dat was even de vraag, maar ook mijn opmerking richting u. De heer Koops (D66): Ja, voorzitter, in D66 vindt u altijd een genuanceerde tegenstander, dus bedankt voor uw woorden. De voorzitter: Ja, nee, haha! Dat gaan we nou maar niet doen, denk ik. De heer Koops (D66): Ja, ik snap de verleiding. De voorzitter: Het zou maar kunnen zijn dat dit een heel eigen debat wordt. Meneer Koops, gaat u door. De heer Koops (D66): Ja, daar waar het gemakkelijk is om successen te vieren, is het vaak een stuk lastiger om te benoemen wat geschuurd heeft of wat beter kan. Zowel het CDA als de VVD heeft dat afgelopen maandag desondanks wel aangedurfd. Moeilijke momenten die er voor ons uitspringen, zijn natuurlijk dossiers als oliewinning en Oranjedorp, bijvoorbeeld ook het op één stem niet-halen van ons pleidooi voor @@@ kinderen. Desondanks hebben wij ook bij die onderwerpen wel dankbaar onze stem kunnen laten horen, in sommige gevallen zelfs op nationaal of op Europees niveau. Natuurlijk wil ik benoemen dat ik de samenwerking met en de inbreng van de SP, de ChristenUnie en GroenLinks ontzettend waardeer, maar ook erken.

Juist in tijden waarin het vooral gaat over grootsheid, profilering en de luidste stemmen, is het niet gemakkelijk om vast te houden aan je eigen idealen, veranderingen teweeg te brengen zonder daarvoor altijd een podium te krijgen of de ruimte te blijven vinden voor ‘de zachte stem’. Voorzitter, wat dan resteert, is ruimte om stil te staan bij de ingediende voorstellen. Allereerst zijn wij dankbaar voor de uitgesproken steun van het college voor ons pleidooi voor Orange the World, waarbij wij de inzet van het college in de afgelopen jaren natuurlijk ook erg op prijs stellen. Daarnaast hopen wij zogezegd op een duidelijke toezegging voor wat betreft ons amendement. Naast de door ons ingediende voorstellen zullen wij in ieder geval ook de moties van het CDA, GroenLinks en Wakker Emmen steunen. Over de overige moties hebben wij nog twijfel, waarbij de tweede termijnen van u en van het college vandaag zullen laten meewegen. Voorzitter, ik zal afsluiten door nog één keer terug te komen op mijn pleidooi van afgelopen maandag. D66 is er voor alle positieve krachten in Emmen. En laat het nogmaals duidelijk zijn: wij zijn met meer. Laten we daarom ook vooral samen een punt zetten achter de negatieve krachten en de taal van uitsluiting en verdeeldheid. Want we kunnen samen met elkaar laten zien: het kan wél.

Mevrouw Van der Woude (GroenLinks): Ja, ook wij zullen in de tweede termijn niet de hele eerste termijn overdoen. Wat voor GroenLinks nog restte en waar ik volgens mij nog niet echt een duidelijk antwoord op heb gekregen, waren de minder middelen voor de programma’s Bargeres en Angelslo en of dit ten koste gaat van de uitvoering van de vernieuwing in deze wijken. Verder wilde ik toch nog eventjes ingaan – en verexcuseer mijn stokpaardje – op het openbaar vervoer. Het wordt mij weleens verweten dat ik klaag en GroenLinks komt misschien niet met voorstellen. Wij stippen wel zaken aan, zoals bij de rondvraag afgelopen maandag. Maar we hebben zeker ook wel voorstellen gedaan, zoals rondom Emmen-Zuid het verbreden van dat station als busknooppunt – check! Ook hebben wij ons eerder ingezet voor de continuering van het gratis openbaar vervoer in de laatste twee weken van december. Er is nu de gratis parkeeractie die succesvol is, maar wij hebben er ook vaker voor gepleit om de laatste twee weken van december het gratis openbaar vervoer voor te stellen. De kiss’n ride bij Emmen-Zuid: dat hebben wij ook wel aangebracht en dat wordt als een onmogelijkheid gezien. Maar onmogelijkheden – zo heb ik altijd geleerd – bestaan niet. Er bestaan alleen oplossingen. Wanneer de wil er is, dan moet je ook tot een oplossing kunnen komen.

Ik ken het gebied: er zijn wat ons betreft wel mogelijkheden om daar in ieder geval een kiss ’n ride aan te leggen.

22

Commentaar [D.P.1]: GRIFFIE, dit woord kon ik niet verstaan. Graag aanvullen. OPNAME 2:01’24”

Kort dan de moties en amendementen, voorzitter. De structurele citymarketing, het amendement vanuit de VVD, steunen wij van harte. In het verleden hebben we gezien wat voor meerwaarde het heeft. En met de ambities die Emmen heeft, is een structurele citymarketing echt wel belangrijk. Bij de pilot voor de veilige ruimte wachten we op een toezegging, maar anders zouden we daar medeindiener van kunnen zijn. De motie ‘Net op orde’ is helder. Van de motie over de aanpak van femicide, in aanvulling op de schriftelijke vragen, zijn wij natuurlijk mede-indiener. En bij dezen weer de oproep: 25 november – zet het in de agenda – is de start van Orange the World dit jaar. En veiligheid, voorzitter, begint niet alleen met het meer boa’s toevoegen op straat. Veiligheid voor vrouwen en meisjes is veel meer dan dat. Het begint op jonge leeftijd jongens bijbrengen wat dat inhoudt. Ook de nieuwe campagne ‘Man, zeg er wat van!’ is hier onderdeel van. De Bibob: ook voorstander. De kwaliteit van zorg voor inwoners is van belang en dus is deze motie ook belangrijk. Bij het stationsgebied en de uitbreiding van de boa’s volgen wij de portefeuillehouder. En dan de welstandscommissie: in de gewijzigde motie kunnen wij ons wel vinden. Want een evaluatie daarvan lijkt ons een prima onderzoek om te kijken hoe het ermee staat en of er dingen anders zouden kunnen. Dan de laatste motie over Bomenbuurt.

Ik denk dat dit ook laat zien dat participatie van inwoners echt begint van onderop. Ook hierbij steunen we de motie. De heer Kasteleijn (50PLUS): Ja, ik hoor zo mijn collega’s hier, die al begonnen zijn met de verkiezingen, heb ik het gevoel. Maar daar is ook helemaal niks mis mee, om je goede resultaten te vermelden. Ik doe dat niet. De mensen hebben dat wel gemerkt en de mensen weten dat 50PLUS... – juist, dat mag u invullen. 50PLUS heeft in de eerste termijn bijna alle moties mede ingediend, op een drietal na. Niet dat we die niet hebben mede ingediend om ze niet te steunen. We willen allemaal tenslotte samen bouwen aan een nog beter en mooier Emmen, letterlijk en figuurlijk. Wel kwamen wij in een spagaat te zitten met die motie van de VVD, toen de burgemeester een negatief advies gaf op de motie om van het stationsgebied een risicogebied te maken. Moeten we hier dan niet gewoon die motie niet meer steunen, omdat de motie het toch niet zal halen? Ons antwoord is: nee. Het gaat om onze inwoners, die daar ’s avonds de deur niet meer uit durven gaan. Om de treinreizigers die daar ’s avonds aankomen. En daarom moet je een duidelijk signaal afgeven. Doe je het niet, dan gaat het van kwaad tot erger. Dus handhaven we ons mede indienen om duidelijk een sterk signaal af te geven. Een enigszins vergelijkbare motie is die van de SP betreffende de kostendelersnorm.

Een motie die we als ouderen van harte ondersteunen. Maar de wethouder geeft aan dat de motie overbodig is. Dat kan wel zijn, maar dan nog zijn we van mening dat daar serieus naar gehandeld moet worden. Voorzitter, ik wil vandaag nog een punt maken. Want ik had twee punten, maar er is een bol uit mijn bol gekomen en die is dus niet meer van toepassing. Vandaar dat ik het wil hebben over de woningbouwversnelling. Eerst het bouwen. Wij hebben het al vaker gezegd: de woningnood raakt iedereen, maar het hardst de senioren. Senioren die kleiner willen wonen, gelijkvloers, energiezuinig, maar dan wel in hun eigen dorp en wijk. Als die groep niet kan doorstromen, dan stokt de hele woningmarkt: starters, gezinnen, allemaal staan ze stil. We horen dan de wethouder over dat de in te stellen Versnellingstafel Bouw pas in het voorjaar van 2025 bijeenkomt of wordt geïnstalleerd? Hoezo ‘Versnellingstafel’? Voorzitter, dit is toch geen versnellingstafel? Het is een vertragingstafel. Wij hebben een motie aangenomen om tempo te maken en wat gebeurt er? De agenda schuift een jaar op. Wat let de wethouder om nu al die Versnellingstafel Bouw bijeen te roepen? We willen toch vaart maken? 50PLUS zegt: trek die tafel naar voren. Mensen wachten op een woning, niet op de notulen van de Versnellingstafel Bouw. Daarnaast herhaal ik onze oproep om een interne vaste CPO-begeleider aan te stellen.

Niet degene van de provincie, op wie de wethouder doelde, maar eentje die de bewoners van Emmen van plan naar project helpt. Daarnaast kan een CPO-stimuleringsfonds onzes inziens voor procesbegeleiding, planvorming en haalbaarheid een enorme steun zijn. Ons motto: omarm de initiatieven van de

23

bewoners, zodat zij kunnen en blijven wonen waar de roots liggen en heel plezierig oud kunnen worden. Wethouder, tot slot. De voorzitter: Burgemeester. En u hebt nog ongeveer 20 seconden. De heer Kasteleijn (50PLUS): O, sorry. Burgemeester, haha! Akkoord. Ja, tot slot. De gasbol zit in ons aller bol. Ik heb al prachtige mooie suggesties gekregen voor de gasbol. Ik denk dat de suggestie van onze broeder – ‘broeder’, zeg ik, haha! De voorzitter: Broeder Bosma! Ja. Of ook wel B.B. De heer Kasteleijn (50PLUS): Van ons raadslid Bosma, dat die weinig gehoor zal vinden. Maar ik heb al een heel mooie Wakker Emmen-gasbol langs zien komen. Maar ik denk niet dat ook dat dat niet door zal gaan. Maar ik ben wel blij – en dat is duidelijk – dat raadsbreed die gasbol wel degelijk leeft en daar komen we op terug. De voorzitter: … sprak hij dreigend. Ja. Ik kijk even rond. Verder geen reacties? Dank u wel, meneer Kasteleijn. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de tweede termijn waar het gaat om de inbreng van de raad. Dat klopt? Ik constateer dat dat het geval is. Ik stel voor dat we even gaan schorsen, dan kunt u zelf even nog uw beraadslagingen doen en dan zal het college ook nog even een antwoord voorbereiden in tweede termijn. Ik schors de vergadering tot vier uur. De vergadering is geschorst.

Schorsing De voorzitter: De vergadering is heropend na een schorsing na de tweede termijn vanuit de raadsfracties. Voordat ik de gelegenheid geef om het college te laten reageren in tweede termijn, zijn er nog wijzigingen ten aanzien van de amendementen respectievelijk de moties? Dan kunnen we dat nu nog inbrengen, dan kunnen we daar nog even naar kijken. Meneer Bosma. De heer Bosma (Hart voor Emmen): We hebben opnieuw een wijziging voor onze motie ‘Bouwen zonder welstand’. Bij ‘Constaterende dat’ staat in de eerste regel ‘dat het woningtekort groot is en snelle woningbouw essentieel voor starters, gezinnen en ouderen is’. Dat laatste wordt ‘inwoners’. Dan gaan die tweede zin en derde zin eruit bij de constateringen. En ‘Draagt het college op’ wordt ‘Verzoekt het college’. De voorzitter: Dat is de gewijzigde motie 8 van Hart voor Emmen, beter gezegd: de tweede wijziging van motie 8. Meneer Wittendorp. De heer Wittendorp (CDA): Wij hadden ook de suggestie gedaan om de titel anders te doen, want deze heeft nu een bepaalde vooringenomenheid. Ik zou de heer Bosma willen suggereren c.q. voor willen stellen om het ‘Onderzoek welstand’ te noemen. De voorzitter: Ik kijk even naar meneer Bosma, of hij wel of niet overweegt? De heer Bosma (Hart voor Emmen): Ja, dat vind ik prima. Ja. De voorzitter: O, ik zei ‘overwegen’. [Gelach in de raadszaal.] Haha, maar dat mag ook.

Daar ga ik niet over. De heer Bosma (Hart voor Emmen): Ja, ik hoef maar met weinig mensen te overleggen. [Gelach in de raadszaal.]

24

De voorzitter: Haha, ja, het heeft voordelen, uw eenmansfractie van vandaag. Dan wordt de titel ‘Onderzoek welstand’? Ja? Oké. De titel wordt niet ‘Bouwen zonder welstand’ maar ‘Onderzoek welstand’, met één nieuwe constatering inclusief ‘inwoners’ en ‘verzoekt het college’. Daar wordt het allemaal iets – hoe zeg je dat? – afgeronder geformuleerd. Zijn er dan nog meer voorstellen of wijzigingen ten aanzien van de amendementen en moties zoals die nu voorliggen? Ik constateer dat dat niet het geval is. Dan kunnen we nu in tweede termijn de gelegenheid geven aan het college, te reageren op de moties en amendementen en dan kijk ik even of er nog een schorsing nodig is vóór de besluitvorming in dezen. Dat is uiteraard aan u. De wethouders reageren en aansluitend de burgemeester. En de wethouder financiën heeft maximaal tien minuten en de overige wethouders maximaal vijf minuten, exclusief interrupties. Ik geef het woord aan wethouder Bos als wethouder financiën. Wethouder. Reactie college De heer J. Bos (wethouder): Ik heb een tweetal zaken. Een is motie 5 over de boa’s. Ik heb bij de moties aangegeven dat ik daar geen structurele dekking zie, alleen een incidentele dekking uit de algemene reserve voor wel een structurele uitgave. Daar zou op teruggekomen worden. Ik heb daar nog niks over gehoord. Het gaat om een groot bedrag, het gaat om 500.000 euro per jaar om en nabij.

Dus vanuit de financieel-technische insteek ontraad ik die motie om het zo aan te nemen. Dat is één. Het tweede punt waar ik even op terug wil komen, is dat de ChristenUnie aangaf dat bij de Begroting nogal wat kanttekeningen te zetten zijn, ‘veel open deuren in de doelen’. En wat zijn nou de indicatoren en wat zijn de verbanden et cetera en is er wel sturing mogelijk in deze manier van begroten? Nou, daar wil ik even op reageren. We hebben te maken met BBV-regels, we hebben te maken met provinciale regels van toezicht en dan zijn toch kaders waarbinnen wij moeten opereren en dan zitten er heel veel paragrafen en hoofdstukken in waarvan ik me in kan denken dat die niet eens gelezen worden – laat staan begrepen worden. Dus dat is inderdaad wel een puntje, maar daar ontkomen we niet aan. Aan de andere kant bestrijd ik wel dat er geen sturing mogelijk is. Er is wel zeker sturing mogelijk, want anders zitten we vanmiddag hier helemaal voor niks. Dus dat we daar helder in zijn. Ook zijn er Beraps waarop gestuurd kan worden en jaarresultaten, dus die sturing is best echt wel mogelijk. Maar ik kan me ook indenken – daar hebben we het in eerste termijn ook al even over gehad – dat met de ontwikkelingen die we nu in de p&c-cyclus hebben, sommige dingen een beetje bevreemden. We hebben grote opgaven: hier is een heel hoofdstuk 3 aan gewijd.

Vervolgens, als je hem even heel plat slaat: vergeet dit en we gaan nu over tot programmasturing. Dus daar zit nog wel een punt in waar we even goed naar moeten kijken. Dat zie ik ook. Verder is ook toen genoemd een investeringsagenda. Nou, als je die grote opgaven beziet, komen daar kosten achter vandaan. Laten we die eens in de komende – nou, weet ik het – tien, twintig jaar globaal gaan begroten waar we het dan over hebben. Dat kan prima. En ik denk wat dat betreft dat we misschien bij de hele systematiek ook moeten kijken: wat is de Strategienota, wat is het Coalitieakkoord, wat betekent dat voor de komende vier jaar? Dit zodat we op die manier meer sturing hebben vanuit de inhoud en dan dat vertalen naar de Begroting. Dus daar is best veel voor te zeggen en dan kan ik me indenken dat die werkgroep p&c-cyclus uit de raad zich daar eens over buigt om eens te kijken wat we met dit soort dingen zouden kunnen. En dat waren voor mij de twee punten, voorzitter. De heer De Jonge (VVD): Even terugkomend op de motie over de boa’s en over de dekking. Ik had geprobeerd dat duidelijk aan te geven. Want we hadden bewust gekozen voor het eerste jaar om die dekking te zoeken, mede omdat we dat ook tegen ons verteld is dat het college al bezig is met dekking te zoeken voor de daaropvolgende jaren. Vandaar dat we dat op deze manier in een motie gezet hebben.

Dat is in lijn eigenlijk met wat in het debat tegen ons is gezegd. De heer J. Bos (wethouder): Nou, daar neem ik kennis van, voorzitter. De voorzitter: Daar kom ik straks nog wel even op terug. Ja? De heer J. Bos (wethouder): Ja, oké.

25

De heer Van der Weide (Wakker Emmen): Misschien even om die vijf ton te duiden. Want dan gaat u ervan uit dat het punt onder ‘Constaterende dat’ dat een benchmarkonderzoek als aanbeveling volledig wordt overgenomen? Want gaat u dan uit van de invulling van zes fte aan boa’s? Want dan zegt u: als we dat doen, betekent dat een structurele last van vijf ton? Want dat veronderstelt wel dat deze motie uitspreekt dat de aanbeveling 100 procent moet worden overgenomen, terwijl er volgens mij ook nog een route denkbaar is dat het college met een invulling van die motie komt en dat we dan bepalen wat de juiste invulling is en capaciteit is als het gaat om boa’s. De voorzitter: Stelt u die vraag aan de wethouder of aan de heer De Jonge? Want... De heer Van der Weide (Wakker Emmen): Ik stel hem aan de wethouder, omdat hij dat aangeeft van die vijf ton. Dat is even de spiegel die de raad voorkrijgt. Alleen, dan is mijn vraag even: is dat dan onder de veronderstelling dat die zes fte in zijn volledigheid wordt ingevuld? De heer J. Bos (wethouder): Ja, voorzitter, de motie gaat daarvan uit. En uitgaande van die motie kom je op een bedrag van vijf ton en dat is waar ik op reageer. Maar het staat de raad vrij om daar met elkaar anders mee om te gaan. Als de motie inhoudelijk verandert, ja, dan zal ook het bedrag veranderen. Dus dat is aan de raad.

Maar zoals die er nu staat, wordt er voorgesteld om die zes fte volledig in te vullen. Nou, en dat betekent vijf ton. De heer Van der Weide (Wakker Emmen): Volgens mij heb ik juist duidelijk aangegeven – maar misschien komt u daar straks zelf op terug, voorzitter – om die ruimte in deze motie te laten aan het college om in te vullen. Ik pin me niet daadwerkelijk vast op het bedrag of het aantal fte. Daarom heb ik ook gezegd: de uitkomst van het onderzoek en de extra boa-capaciteit – of dat nou vijf, zes of zeven fte is – laat ik dus over aan het college. En daarom ben ik ook niet met een amendement gekomen waarmee we ons daadwerkelijk vast zouden pinnen aan een bedrag. Daarom liet ik deze ruimte over aan het college. De heer Wanders (wethouder): Een paar nieuwe vragen en nog een reactie op de motie over de kostendelersnorm. Laat ik daarmee beginnen. Maatwerk en toepasselijk-zijn daarvan, inderdaad. Ja, het geeft al aan – en dan sluit ik maar even aan bij de interrupties die ik kreeg tijdens uw betoog – dat maatwerk niet in regels is te vervatten, hoogstens de regel: doe wat nodig is in een bepaalde situatie. Dat is ook wat we willen uitdragen. Wij hebben dat bijvoorbeeld toegepast toen de Oekraïners onze kant op kwamen en mensen spontaan onderdak gingen bieden. Toen hebben wij ook niet gekeken naar de kostendelersnorm.

Wij hebben ook gekeken naar bijvoorbeeld dat we nu bijvoorbeeld op een ander vlak in de Participatiewet zitten als het gaat over compensatie van mensen met een laag inkomen, de SW en aan de slag. Soms is daar een samenloop met een uitkering. Die mensen worden gecompenseerd: gaan we dat wel of niet verhalen? Collectief als gemeente proberen we daar inderdaad maatwerk toe te passen en daar niet op te gaan verhalen, want dat betekent dat de mensen er alsnog niet op vooruit zijn gegaan, terwijl misschien wettelijk op dat moment een andere stap nodig is. Dus dat doen we niet. Maatwerk passen we echt gewoon toe als maatwerk. Tot 2027 hoeft dat niet, hebben we het geregeld. Ik zie dat u in de motie aanhaalt dat het nog een oplossing zou kunnen zijn in de woningmarkt. Als er ergens een bankslaper is – want daar hebben we het dan over – die ouder is dan 27 jaar, moeten we dat proberen op te lossen. En dan is er heel af en toe iets nodig in een korte tijd, maar we moeten vooral kijken naar de andere problematieken. Dat dan in reactie. Ik zal proberen te achterhalen hoe vaak we iets hebben toegepast, maar dat zal wel zoeken worden. Daar komen wij op terug op het moment dat wij iets voor u vinden.

Dan kreeg ik een vraag, voorzitter, over Menzis en de publicatie van vanochtend als het gaat over het schrappen of compenseren – dat is ons nog wat onduidelijk – van het wettelijk verplichte eigen risico in de zorgverzekering. Daarbij werd ook een aantal regio’s genoemd. Gelukkig hadden wij vanochtend een afspraak waar onder meer diezelfde regio’s ook vertegenwoordigd waren in de Commissie PSI van de VNG. En ook zij hadden het ’s ochtends in de krant gelezen. Dat zegt denk ik iets over wat de

26

status is van deze exercitie van Menzis. We proberen dat nu ook te achterhalen. Op dit moment hebben wij in ieder geval gezien dat het zal gaan over een polis die mensen compenseert op het moment dat ze het eigen risico moeten aanspreken. Dat is een gratis polis. Maar wie dan die kosten wel vergoedt, dat weten wij niet, dat moet worden uitgezocht. Gemeenten kennen de mensen, werd er gezegd. Voorzitter, wij zullen dat actief blijven volgen en als het bedoeld is – dat was onze algemene indruk – om de discussie te gaan starten of we ook categoriaal iets kunnen doen aan het eigen risico. Als we dat niet voor iedereen voor doen, dan snappen wij de discussie heel goed. Tegelijkertijd moeten we het nu wel gaan volgen, want de volgende maand is de overstapmaand van zorgverzekeraars en ik zou toch ook willen voorkomen dat mensen op verkeerde gronden een overstap gaan maken en dan uiteindelijk in januari wat bedrogen uitkomen. Dus daar moet wel snel helderheid over komen wat ons betreft. Dan, voorzitter, ten slotte de opmerking van het CDA die een heel andere kant in mijn portefeuille raakt als het gaat over de Greenwise Campus. Volgend maand hebt u als het goed is het ontwikkelperspectief staan. Zo komen er wel meerdere elementen bij elkaar. Wij zijn er in ieder geval voor om het ontwikkelperspectief te gaan proberen te vertalen naar een masterplan.

Dat zal denk ik in de tweede helft van 2026 komen. Tegelijkertijd hebben we een samenwerkingsovereenkomst met de kennisinstellingen afgesloten. We zien het Innovatiecentrum: dat is in planning gezet. En we zijn nu ook druk doende om daar wat meer planning in ieder geval qua data et cetera neer te zetten of alle bedragen – want daar bent u natuurlijk ook in geïnteresseerd. Hoewel ik daarnet ook al honderden miljoenen heb gehoord. Nou, dat was ook een mooi amendement geweest, maar dat hebben we ook nog niet gezien. Maar die data en bedragen, daar zult u in geïnteresseerd zijn. We proberen dat zo goed mogelijk in te vullen, maar het is echt wel een ontwikkeling die gaande is. Maar daar komen we in het eerste halfjaar bij u op terug. Tot zover, voorzitter. Mevrouw Keen (wethouder): Zowel in de eerste termijn als in de tweede termijn was er ook een aantal partijen dat nog even hun zorgen benadrukte als het gaat over jeugdzorg. Nou, daar hebben we natuurlijk maandag ook al uitgebreid bij stilgestaan, dat ik die zorgen ook met u deel. Tegelijkertijd erkennen we ook dat het een spannende tijd is de komende tijd en tegelijkertijd hoor ik ook vanuit een aantal partijen ook het vertrouwen dat u uitspreekt in de ingeslagen weg. Het vertrouwen in mij daarin ook als wethouder, dus dat waardeer ik zeer en daar dank ik u ook voor.

Mevrouw Louwes vroeg nog even: wethouder, kent u ook het voorbeeld vanuit Veendam? En uiteraard heb ik daar ook kennis van genomen en ik vind ook dat we moeten leren van goede voorbeelden. Tegelijkertijd, ook maar even de opmerking dat de inwoners ook daar nog niet over de groene velden dansen en ‘The hills are alive’ zingen uit ‘The sound of music’ – om het maar even zo te zeggen. Dus aan ieder goed voorbeeld zitten ook andere kanten en ik vind dat we het moeten bekijken vanuit de nuchtere Emmense context. Maar leren van goede voorbeelden: absoluut. Dank u wel. De heer Jakobs (wethouder): Veel vragen nog omtrent woningbouw, en de Versnellingstafel onder andere door 50PLUS. Ik heb maandag al aangegeven dat we behoorlijk op schema liggen wat dat betreft: 4.000 woningen tot 2030 en onze ambitie van die 10.000 woningen tot 2040. Wat ik vooral daarin wil benadrukken, is dat het bouwen in dorpen en wijken voor ons echt belangrijk is en dat we daar ook volop inzetten. Procentueel, zoals ik afgelopen maandag ook heb aangegeven, dus echt kijken: waar kunnen we bijbouwen om juist in die tijd het mooie Emmen – ‘een stad van dorpen’, zoals ik dat weleens heb genoemd – te bewaren. Dus wat dat betreft zitten we niet op onze handen. Want er wordt gevraagd: nou, zet die Versnellingstafel voor woningbouw snel in, meneer Jakobs! Nou, ik ben hier dagelijks aanwezig.

Voor mij is het hoogste prioriteit om die woningen van de grond te krijgen en uit de grond te stampen – om dat maar even letterlijk te nemen. Dan was er een vraag van Hart voor Emmen over woningsplitsing. Wellicht is het aan uw aandacht ontsnapt, maar er is een raadsbrief uitgegaan over woningsplitsing en flexwonen. Wellicht kunt u daar ook nog eventjes naar kijken. Dan met betrekking tot de motie ‘Bouwen welstandsvrij’. Nou, ik wil u bedanken voor het aanpassen van uw motie over welstand. De motie komt in de buurt van wat ik er maandag al over heb opgemerkt. Dat maakt hem gelijk overbodig in mijn ogen. Ik heb namelijk bij de behandeling van de Kaderbrief afgelopen zomer al toegezegd dat ik eind 2025 met een planning van de evaluatie voor welstand naar

27

uw raad kom. Dat is nog steeds de bedoeling. De planning is mede afhankelijk van de onderzoeksopzet en de te plegen ambtelijke inzet. Daar houd ik graag grip op en met uw motie met daarin een harde termijn past dat daarom iets minder goed. Het is overigens zeker niet zo dat ik de evaluatie op de lange termijn wil schuiven, maar een onderzoeksplanning moet wel op basis van een goede onderzoeksopzet zijn. Kortom, ik ontraad de motie en blijf graag bij de door mij gedane toezegging. De heer De Jonge (VVD): Ik reageer even op de toezegging die de wethouder heeft gedaan. Die staat niet in het overzicht toezeggingen, dus dan denk ik daar ook iets mis in is. Want als die daarin had gestaan, was misschien de motie wel niet ingediend. Maar hij staat er niet in, dus ik denk dat daar ook wat verwarring over is. De heer Jakobs (wethouder): Voor zover ik weet, heb ik de toezegging gedaan dat ik daar einde van dit jaar op terug zou komen met betrekking tot die welstand. Of bedoelt u dan afgelopen maandag? De voorzitter: Wethouder. Of nee, de heer De Jonge. De heer De Jonge (VVD): Iets voorbarig…! [Gelach in de raadszaal.] De voorzitter: Ho! Ho! Ho! De heer De Jonge (VVD): Grapje! Grapje! De voorzitter: Haha, even geduld! Ik geef het woord aan raadslid De Jonge. De heer De Jonge (VVD): Dank u wel, je mag altijd blijven dromen, natuurlijk. Nee, ik doelde meer op de Kaderbrief bij wat u zegt.

Kijk, als dat een toezegging was geweest en die daar gedaan is, dan had die ook in het overzicht toezeggingen moeten staan. Daarom staat die er niet in. Dus ik twijfel niet aan dat u dat misschien hebt gezegd, maar dan is er iets niet goed in de verslaglegging. De voorzitter: Oké, dus even een administratief verhaal, dit. De heer Koops (D66): Ja, ik heb toch nog ook wel een vraag over het advies van de wethouder. Want kijk, die motie is maandag ingediend, die is nu tot twee keer aangepast naar aanleiding van uw inbreng als college en ook na inbreng van de raad. En in principe zegt u: ‘Wij kunnen ons goed vinden in de inhoud van de motie. Ik heb wat moeite met die datum.’ Maar dan kunt u die motie toch ook zien als ondersteuning voor die inbreng, anders dan dat u zegt dat u hem afraadt? Ik mis daarin een beetje de samenwerking met de raad, eerlijk gezegd. De heer Jakobs (wethouder): Ik begrijp wat u bedoelt. Die inhoud van de motie is eigenlijk gelijk aan mijn toezegging. Die evaluatie volgt. Ik wil de samenwerking met de raad hier zeker niet ontkrachten, dus die inhoud van de motie begrijp ik. Die evaluatie volgt en op basis daarvan zeg ik dat ik hem overbodig vind. De heer Koops (D66): Kijk, maar dan is die alsnog overbodig. Dat vind ik wel wat anders dan ontraden.

Dus eigenlijk zegt u: dat raakt het aan het oordeel van de raad en dan vat ik hem in ieder geval op als steun voor de door mij ingezette weg. Want dat vind ik wel echt een ander advies. De heer Jakobs (wethouder): Dat is correct. De heer Van der Weide (Wakker Emmen): Nou, misschien wel een beetje in het verlengde. Want ik dacht ook: ‘ontraden’ terwijl we het over de inhoud wel eens zijn, dat klinkt wat vreemd. Terwijl u ook zegt waar volgens mij het argument zit om hem te ontraden: dat zit op planning en op tijd. Dus dan constateer ik maar even dat we het over de inhoud eens zijn. Aan de andere kant willen we ook

28

graag een motie die goed uitvoerbaar is, dus dan helpt het denk ik ook wel om een indicatie te krijgen hoe de motie moet worden aangepast dat het een goed uitvoerbare termijn is en dat die qua planning goed te doen is. Dus misschien even goed om de motie op dat punt toe te spitsen en dat we elkaar daar gaan vinden, want volgens mij zijn we het namelijk over de inhoud eens. De heer Jakobs (wethouder): Dan de motie van de Bomenbuurt. Nou, zoals ik al heb gezegd, past het traject dat uitgestippeld is, binnen de Woonvisie en de prestatieafspraken. Echter, van het participatietraject vind ik dat Woonservice dat niet goed heeft gedaan. Dus wat dat betreft kan ik achter deze motie staan en geef ik daar graag uitvoering aan. Mevrouw Kuipers (Wakker Emmen): Dank u wel, wethouder, voor de beantwoording en fijn dat u achter de motie staat. U geeft aan dat u zich inderdaad niet achter Woonservice kan scharen over hoe zij in het participatietraject te werk zijn gegaan. Als we kijken naar het communicatietraject dat ook in Schoonoord loopt – waar ze dezelfde werkwijze hebben toegepast als hier – dan zijn ze ook na een informatiebijeenkomst weer teruggestuurd in principe door de raad om nog eens in gesprek te gaan. Ik wil u dan ook wel vragen om u toch in te zetten om niet terug te komen straks met hetzelfde plan als dat er nu ligt.

Want dat is in Schoonoord ook gebeurd en dat wil ik toch echt wel voorkomen. Ja, en toch goed die mogelijkheid te bekijken hoe het met die twee-onder-één-kapwoningen. Dan nog heel even kort. Ik wil u allereerst de complimenten geven, want ik kreeg zojuist een berichtje van de mensen met wie vanochtend gesproken hebt. Die voelen zich ontzettend gehoord en voelen zich nu ook serieus genomen. Ze volgen ook de raadsuitzending en ze vinden het fijn dat er zoveel aandacht aan besteed wordt. De heer Jakobs (wethouder): Mevrouw Kuipers, bedankt voor het compliment. Het was een vruchtbaar gesprek vanochtend en uiteraard gaan we ernaartoe werken dat we een zo breed mogelijk gedragen plan krijgen dat een zo breed mogelijk draagvlak kan vinden bij de inwoners van de Bomenbuurt. De heer Wittendorp (CDA): Wij snappen dat verhaal met die logo’s en die rioolvernieuwing en die herinrichting van de openbare ruimte. Maar wij vroegen ons wel af: welk signaal geef je hiermee af? Moet je dan niet tijdig aan de bel trekken in de participatie? Daar hoor ik de wethouder niet over. Dat was een vraag van ons. De heer Jakobs (wethouder): In mijn ogen hebben we dat prima gescheiden door ook twee shifts te houden op maandag. Enerzijds het plan met betrekking tot de Bomenbuurt en daarachteraan de herinrichting van de openbare ruimte en herstructurering van het rioolplan.

De heer Wittendorp (CDA): Ja, dank u wel voor dit antwoord. Wij konden er helaas niet bij zijn, want ik had een raadsvergadering. De voorzitter: Dat gold voor de meesten van ons. Ja. Ik kijk nog even rond. Wethouder. De heer Jakobs (wethouder): Dan het amendement van D66. Ja, inhoudelijk een prima voorstel. Collega Bos gaf al aan dat we het kunnen inpassen in de reguliere middelen. Mocht het zo zijn dat we daar tekortkomen, komen we terug bij uw raad. Tot zover, voorzitter. De heer Koops (D66): Nou, bedankt in ieder geval voor die toezegging – zo vat ik hem maar op. Dan alleen nog: wat we met ons amendement natuurlijk ook beoogd hebben, is om wat overzicht te creëren in die interventies, om daarvan te leren, om daar wat slimmer in te worden. Dus ziet u ergens een mogelijkheid wellicht om die interventies bijvoorbeeld gebundeld aan het einde van het jaar naar ons toe te sturen of daar wellicht een overzicht van te maken, zodat we daar ook echt wat meer integraal naar kunnen kijken? De heer Jakobs (wethouder): Ja, dat is zeker mogelijk. Ik heb maandag ook aangegeven dat het past binnen het IBOR, waar dit amendement grotendeels ook over gaat, en daar een plek kan vinden.

29

De voorzitter: Oké? Voldoende in de richting van wethouder Jakobs? Oké. Dan geef ik de leiding over aan de vicevoorzitter van deze gemeenteraad. De vicevoorzitter: Bedankt, we gaan naar de beantwoording in tweede termijn door de burgemeester. Gaat uw gang. De heer Van Oosterhout (burgemeester): Ik zal inderdaad even ingaan op het vraagstuk van de besluitvorming rondom de boa-capaciteit. Ik zal wat zeggen over het politiebureau in Klazienaveen en in algemene zin wat over veiligheid, zeker in relatie tot het stationsgebied. Even ten aanzien van het vraagstuk van de boa’s. Volgens mij moeten we even twee zaken uit elkaar houden. Dat is het financiële verhaal zoals dat geschetst is door de wethouder. Die heeft volgens mij netjes aangegeven wat de regels in dit huis zijn: incidenteel en structureel en wat je inderdaad uit de algemene reserve doet en wat je uit de [structurele] middelen doet. De suggestie was ook – en die gaf ik afgelopen maandag mee, die zat ook wel wat in het voorstel – dat we bezig zijn met een benchmark waar het gaat om de boa-capaciteit. Daar heeft meneer De Jonge volstrekt gelijk in, in de richting van uitbreiding van het aantal boa’s. Ik geef u even één winstwaarschuwing, dat is in algemene zin wel een punt. Ik maak me wat zorgen over het communicerend vat boa’s en politie.

We zijn als gemeente heel hard aan het inlopen daar waar de politie wat achteruit gaat. Dat heeft iets te maken met de taken, maar heeft ook iets te maken met omvang en geld. Dus als ik weleens een wat terughoudende beweging maak waar het gaat om de uitbreiding van de boa-capaciteit, zeg ik helemaal niks over nut en noodzaak van extra boa’s. Zeg ik helemaal niks over het feit dat u iets zei, meneer De Jonge, over het onveiligheidsgevoel dat kan optreden. Maar ik vind dat we daar als gemeenten in algemene zin wat voorzichtig moeten zijn en ook maar eens de oproep: het echte vraagstuk ligt wel wat eens op andere tafels. Ik zei dat waar het gaat om onveiligheid in relatie tot beleid veiligelanders maar ook waar het gaat over – en daar zijn we als burgemeesters nauw bij betrokken – het vraagstuk van de politiesterkte in Nederland. Terug even naar het punt. Even los van de financiële dekking: dat was ook de reden waarom we even iets meer tijd zouden willen vragen als college. Inhoudelijk zijn we het denk ik wel eens. Ik denk inderdaad, in de reactie op de vraag van de heer Van der Weide, dat door de oogharen heen – het onderzoek is nog niet afgerond – we nog wat aan de onderkant zitten van de benchmark. Nou is het niet zo dat als er een benchmark is, je per se de sterkte ophoogt, want dan kan ik u nog een aantal leuke onderzoeken voorrijden.

Dan blijkt dat we op veel terreinen in dit huis weleens aan de andere kant zitten. Ik gaf weleens een voorbeeld dat we volgens de benchmark te weinig leerplichtambtenaren hebben. Dan ligt hier ook niet meteen een voorstel om dat op een soort landelijk benchmarkniveau te brengen. Maar als die richting al klopt, dan hebben we het hele onderzoek ook compleet en dan kom ik bij u als het gaat om de dekking van het verhaal. Ik heb gezegd dat we dan begin 2026 met een verhaal komen om te kijken in hoeverre we dat kunnen dekken uit bestaande middelen, de hele veiligheidsparagraaf. Zo helpt het bijvoorbeeld in incidentele zin wel degelijk dat het Rijk nu over de brug komt met vijf ton voor extra middelen in relatie tot beveiliging in Nieuw-Weerdinge en omstreken. Maar zo wat in de volle breedte, zodat we een goed onderbouwd financieel voorstel kunnen leggen. Dus concreet zeg ik u toe: begin 2026 komen we met een voorstel vanuit het college. Dat zal ongetwijfeld in de richting gaan van uitbreiding van boa’s, maar de mate waarin – daar heeft meneer Van der Weide echt een punt – daar moeten we nog naar kijken. En het grote vraagstuk zal met name zijn hoe we dat financieel onderbouwen, meer dan incidenteel uit de algemene reserve en structureel waar u het over hebt. Dat is de richting die ik in ieder geval zou willen meegeven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Emmen&id=77183703-9e2c-4f3c-aa70-ee030f6ad319