CConstaterende datEmmen
Koppel je AI →
Document · PDF

Notulen openbare raadsvergadering van 10 november 2025

Raadsvergadering 18 december 2025, gemeente EmmenBij agendapunt: Notulen openbare raadsvergadering van 10 en 13 november 202554.874 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 6

59

willen maken en daar hebben we procesmiddelen voor benoemd. Die procesmiddelen zijn dus bedoeld om capaciteit die nodig is om die opgaven verder uit te werken, te kunnen financieren. En soms horen daar onderzoeken bij en soms, hebben we ook gezegd, is een opgave die reeds in de Begroting verwerkt was, nog niet voldoende. Daar zie je dus dat er soms ook nog een keer extra capaciteit en procesmiddelen toegevoegd zijn. Dus het is veel meer een capacitaire insteek dan die financiële insteek. Die financiën zijn bedoeld om die capaciteit die nodig is voor de uitvoering op orde te brengen. Maar ik begrijp ondertussen van twee reacties dat we inderdaad in de verdere uitrol van de planning- en controlcyclus hier nog eens goed naar moeten kijken. De heer Van Dijken (CDA): Ja, u merkt ook wel aan onze bijdrage dat wij juist zeggen: er wordt niet geprioriteerd omdat alles nog wordt genoemd. Hoe kan het dan dat als je moet prioriteren omdat je weinig personeel hebt en je weinig geld hebt, je dan toch geld vrijmaakt voor de procesgelden? Terwijl je eigenlijk tegelijkertijd zegt: ja, de kapitaallasten hebben we niet en de verwachting is ook niet dat het Rijk over de brug komt met weet-ik-hoeveel miljoenen, zodat we zeggen: ah, daar zijn de kapitaallasten.

Dus het leek erop alsof het college toch kiest voor alles, waarbij wij ook dachten: ja, maar wat helpt het nou om ook al die andere het proces in gang te brengen zonder dat je kapitaallasten hebt? De heer J. Bos (wethouder): Het in gang brengen heeft er ook mee te maken om uit te werken wat nodig is: hoe gaan we deze prioritaire en overige opgaven verder uitwerken? En de komende twee jaar hebben we daar voor sommige ruimte voor gemaakt. Maar niet voor vier jaar, want we zeggen: laten we eerst eens kijken wat er precies uitkomt. Ook de komende twee jaar ontwikkelt zich onze Begroting en onze context waarin we moeten uitvoeren. Dan hebben we de tijd om met elkaar te kijken: oké, we zijn nu twee jaar verder, hoe staat het ervoor? Want zijn de verwachte opbrengsten om dit verder op te pakken? Wat gebeurt er als je temporiseert? Of misschien kun je ook zeggen: wat gebeurt er als we er helemaal mee stoppen? Maar dat is een risico, omdat eigenlijk heel veel van die opgaven met elkaar samenhangen. Je kunt niet zomaar er een uittrekken en dan zeggen: die doen we niet meer. Je kunt wel eentje temporiseren of dat we er minder inzet op plegen of zeggen: nou ja, binnen de budgetten die we daarvoor hebben, moet daarbinnen naar gekeken worden, maar er gaat geen uitzetting van lasten op die opgaven plaatsvinden. Dus daar zijn wij voorzichtig mee geweest.

En dat is ook in de Kadebrief wel aangegeven, dat we gezegd hebben: het is niet zo dat we die wel doen en die niet. Maar deze doen we sowieso, daar zetten we capaciteit op. En de andere temporiseren toch wat en dan kijken we of we op een andere manier toch een stap kunnen zetten. Maar er zit wel een verschil in prioritering op die manier. De voorzitter: Oké, in ieder geval een aandachtspunt in de verbetering in de p&c-cyclus om dit punt nog eens specifiek bij de kop te pakken. Want dat konden we in aanloop naar de Begroting ook niet helemaal repareren. Een ander onderwerp nu, wethouder. De heer J. Bos (wethouder): Ja. Dan was er een vraag, die kwam een keer naar voren, over capaciteit en de werving en selectie van personeel. Die was van Wakker Emmen: hoe zit dat en hoe denkt het college daarover? Nou ja, we hebben – dat heb ik al genoemd – een nieuwe manier van werken gehanteerd, namelijk de Pluktuin. Daar ben ik heel blij mee. Ik denk dat dat best mensen opgeleverd heeft die voldoende potentie hebben om zich links of rechts te ontwikkelen voor welke capaciteit we maar nodig hebben, met enige aanvulling van opleidingen. En we hebben echt gekeken naar competenties in de zin van wat heeft zo iemand in huis aan potentie en aan persoonlijkheid. Dat is een belangrijke geweest.

Daarnaast zetten we AI in om te kijken of we repeterende zaken niet door een gamma gedaan worden, waardoor onze mensen de ruimte hebben om de echte zaken waar evengoed de kop bij gehouden moet worden, op te pakken. We zijn bezig dit met het procesmanagement uit te lijnen. We kijken of we de processen efficiënter kunnen maken. En dan hebben we dan ook nog keuzes gemaakt over wat gaat er nou als eerste en wat gaat later. Maar ondanks al deze inzet blijft het een aandachtspunt. Ik denk dat het eerder zaak is om dit probleem te beheersen dan om het op te lossen. Ik denk dat er echt nog een aantal jaren zo blijven, als we er ooit uit komen, dat we kunnen zeggen: we zitten nu ruim in het jasje

60

qua capaciteit. Dus dat blijft gewoon een aandachtspunt. Dus daar hebben we de komende jaren mee te dealen en we doen ons best om dat zo veel mogelijk onder controle te houden. De heer Pruisscher (ChristenUnie): Ja, voorzitter, dat sluit daar dan wel op aan. Want over die procesgelden die we hier nu extra op inzetten, betoogde ik ook dat het wellicht denkbaar is dat dat juist mensen zijn die we ook in de toekomst nodig blijven hebben. Als Emmen groeit, blijven er complexe vraagstukken misschien eerder hangen dan dat we mensen hebben. Dus in hoeverre is dat dan een structurele noodzaak? De heer J. Bos (wethouder): Nou, dat ligt er even aan hoe je daarmee verdergaat. Op het moment dat je zegt: ‘Wij hebben het uitgewerkt en het is klaar. Deze expertise hebben we hier nodig, we gaan nu een volgende fase in.’ Dan zou je kunnen zeggen: we nemen er afscheid van. Maar als mocht blijken dat je dergelijke expertise nodig hebt, dan heb je een uitdaging om het binnen te houden – laat ik het maar zo formuleren. Want dat is gewoon een situatie waar we mee te maken hebben. Als je zegt: we hebben voor één jaar iemand nodig. Dan kun je zeggen: oké, dan kunnen we een zzp’er inhuren of een bureau inhuren of kijken of iemand voor een contract wil komen.

Maar als je structureel capaciteit nodig hebt, ja, dan val ik toch weer terug op de dingen die ik genoemd net: dan zullen we daar ruimte voor moeten maken. Dat blijft een punt. Goed, voorzitter. Ik ga verder met een punt over vastgoed. Er was een aantal vragen gesteld over vastgoed. Er staan op pagina’s 121 en 122 zinnen opgenomen waar ik even uit ga citeren. ‘De Nota Vastgoed wordt op dit moment opgesteld en die wordt in 2026 afgerond. Daarin staat het beleid van hoe we met vastgoed om willen gaan en dat wordt aan de raad ter vaststelling aangeboden.’ En het onderhoud vindt plaats op basis van het Meerjarenonderhoudsplan en dat zal daarbij ook weer herijkt worden. We hebben wel inderdaad wat onderhoud uitgesteld en daar zit wel een achterstand in, dat is wel correct. Op dit moment vindt er door een externe bureau een herinspectie – dat was het goede woord volgens mij – plaats: hoe staat het met het onderhoud, wat is daar nodig en is het op orde of is daar een achterstand? En dit wordt dit najaar dus verder gedaan en ik denk dat we in het voorjaar van 2026 een nieuwe kijk hebben op hoe het ervoor staat met het onderhoud. Dan hebben we de inkijk hoe het ervoor staat en aan de andere kant hebben we dan de Nota Vastgoedbeleid waarin we ook zeggen hoe we daarin in de toekomst mee verder willen gaan.

Op dit moment zit er iets van 3,5 miljoen structureel in de Begroting voor onderhoud. Dan weet u ook dat even. Dan kom ik wat mij betreft bij de amendementen en moties. Tenzij ik iets overgeslagen heb? De heer Van Dijken (CDA): Voordat u dat doet, kunt u nog iets zeggen over in hoeverre je incidenteel geld – bijvoorbeeld uit de reserve waar we er heel van hebben – kunt gebruiken voor structurele problemen? De heer J. Bos (wethouder): Ja, daar kan ik wel iets over zeggen, voorzitter. Het is toegestaan, ik dacht dat het in de BBV zo geformuleerd was dat je 10 procent van je algemene reserve mag gebruiken voor structurele dekking. mits de solvabiliteit boven de 20 procent is. Dat is wat er in de BBV staat. Ik zou het niet aanraden. Want uiteindelijk eet je je eigen reserve op. Dus wat dat betreft zou het in principe kunnen, in theorie, maar ik denk dat u eerst zeer goed over na zou moeten denken om met zulke voorstellen te komen. De voorzitter: Ik wijs u nog even op de vraag van meneer Koops. Die ging over de dekking vanuit het Calamiteitenfonds, hè? Ik weet niet of u daar bij de amendementen en moties op terugkomt. Maar die wilde ik even aan u doorspelen, want die was wat specifieker. Een financiële vraag. De heer J. Bos (wethouder): Ja. Het Calamiteitenfonds is inderdaad ingesteld naar aanleiding van corona en dat was toentertijd oorspronkelijk de start daarvan.

We hebben toen ook gezegd: daar wordt geld in gestort, onder andere wat overblijft van de huisvesting van de Oekraïne-vluchtelingen. En daar is toen gezegd: 50 procent van wat we jaarlijks nodig hebben voor Oekraïne, moet als buffer, als bovengrens gehanteerd worden. Dat zal op dit moment op 7,5 miljoen uitkomen. Als de stortingen conform de Berap uitgevoerd worden, zit je daarboven en dan is in de raad afgesproken dat dat dan bij de Jaarrekening vrijvalt. Want dan brengen we het terug op het maximum van 7,5 miljoen en dan kunt

61

u als raad daarover besluiten wat u daarmee gaat doen. Gaat u dat alsnog op dat moment in die vergadering ergens voor bestemmen? Of zeg je: dat vervalt in de algemene reserve? Dat is de lijn die we daar gehanteerd hebben. Ik weet niet of dat is een voldoende antwoord is? De heer Koops (D66): Ja, wat ik dan eigenlijk u hoor zeggen, is dat dat geld weliswaar door de raad anders bestemd kan worden. Maar pas bij de Jaarrekening en niet nu al. Klopt dat? De heer J. Bos (wethouder): Ja, maar zoals er wel eerder voorstellen die uit het Calamiteitenfonds gedekt zijn geweest, kunnen er altijd voorstellen komen om het daaruit te dekken. Maar dan moet het daar wel bij passen en de vraag is dan of het een calamiteit is. Nou, dat is eigenlijk de vraag. Er werd ook wel gezegd: ja, daar wordt soms nog weleens rekkelijk mee omgegaan – daar moet ik ook eerlijk in zijn. Dus in die zin ligt ook dat aan de raad hoe u daarmee om wilt gaan. Maar de lijn die wij hanteren, is wat ik net uiteengezet heb. De heer Koops (D66): Nou, ik hoor u het zeggen. Volgens mij zijn we het met elkaar eens over wat ik vooral geprobeerd had: om weg te blijven bij de algemene reserve. Ik vind het wat makkelijk om met een amendement met een greep kosten uit de algemene reserve te halen. Dus daarom dacht ik: ik zie een surplus in het Calamiteitenfonds.

U hebt dat inderdaad nogal vrij bestemd de afgelopen jaren, dus vandaar ons voorstel daarvoor. Zegt u dan toch: doe toch maar die greep uit de algemene reserve? De heer J. Bos (wethouder): Ja, ik zou daarbij gewoon de systematiek vasthouden die bij de Begroting is afgesproken over het omgaan met resultaten en daar houden wij ons aan. Ik zou willen adviseren om daaraan vast te houden. Dus als u dekking zoekt, dan staat het de raad altijd vrij om uit de algemene reserve dekking te zoeken – tenminste, als dat incidenteel is. Ik heb net bepleit om dat niet structureel te doen. De voorzitter: Oké. Ik heb de wethouder financiën nooit horen zeggen: doe maar een greep uit de algemene reserve. Dat wordt altijd iets anders geformuleerd. De heer J. Bos (wethouder): Nou, let u op mijn intentie en niet mijn formulering. De voorzitter: Precies, haha! U zou naar de behandeling naar de amendementen de moties, voor zover die uw portefeuille raken. De heer J. Bos (wethouder): Ja. Maar ik wil even een winstwaarschuwing vooraf geven. We hebben al eens eerder in vergaderingen aangegeven dat de capaciteit heel beperkt is. Want we krijgen af en toe vragen: college, waar doet u daaraan? Het college gaat er zuiver mee om en vervolgens komen er moties naar voren die soms behoorlijk wat capaciteit vragen. Dus ook daar wil ik wel even om clementie vragen.

We hebben gezegd: geen moties zonder financiële dekking. Dat is één kant van het verhaal. Maar aan de andere kant: besef ook dat sommige moties nog wel wat capaciteit vragen. Dus daar wil ik even op wijzen. Ik heb ze niet direct voor ogen, maar dat kan nog wel een bottleneck zijn in de uitvoering. Ik heb één amendement waar ik even wat op zou willen zeggen en dat is het amendement ‘Van risico naar rendement’, waarin voorgesteld wordt om zes boa’s te dekken uit in feite de Reserve Wildlands, zodat die dan naar beneden kan. Daar zit een aantal dingen bij. Die 10,4 miljoen voor Wildlands is geen reserve. Dat is de uitkomst van een berekening die gemaakt wordt om te bepalen wat het risico is dat wij lopen bij Wildlands gezien de lening die we daar hebben uitstaan. En daar is een systematiek achter die de accountant ook heel kritisch volgt of die systematiek goed gevolgd wordt. Daar komt uit dat er 10 miljoen ruimte nodig is in ons weerstandsvermogen om de risico’s van Wildlands af te dekken. Dus wij hebben dan 13 miljoen weerstandsvermogen nodig om allerlei risico’s af te dekken die uit de Monte Carlo-methode naar voren komen en 10,4 miljoen om risico’s te dekken voor Wildlands. En dat is eigenlijk onze algemene reserve: het weerstandsvermogen dat we nodig hebben. Dus dat is geen reserve.

Als we die 10,4 miljoen eigenhandig naar 7 miljoen terugbrengen, dan heb ik een heel lastig gesprek met de accountant, dat zal leiden tot een niet-goedkeurende accountantsverklaring. Dus die weg is niet

62

begaanbaar. Wat ik net al zei: incidentele middelen inzetten om structurele dekking te veroorzaken c.q. te regelen, is niet wat wij aanbevelen. Dus wat dat betreft, vanuit die grond ontraden wij de motie vanuit het college. En de andere zaken worden door de andere wethouder toegelicht. De voorzitter: Oké, ik kijk even rond. Dank u wel, meneer de wethouder. Dan komt nu aan bod wethouder Wanders. Die zal trouwens de vragen aan wethouder Schrik en passant ook meenemen. Wethouder Wanders. De heer Wanders (wethouder): Voorzitter, eerst een algemene opmerking als het gaat over wat ik vanmiddag heb gehoord en dat het fijn is dat de raad onze structurele aanpak en prioriteiten ook erkent als het gaat over, in ieder geval voor mijn portefeuille, het bevorderen van de brede welvaart en – ik noem het maar even – het wapenen voor de toekomst van onze jongeren, onze jongvolwassenen, maar ook onze beroepsbevolking, onder meer door de Greenwise-ontwikkeling. Fijn dat dat herkend wordt. Tegelijkertijd heb je natuurlijk in het hier en nu ook wel te doen als het gaat over armoedebestrijding en in bescherming nemen van mensen of het ondersteunen van en het hulp bieden aan mensen. Dan is er in mijn portefeuille een aantal vragen gesteld en opmerkingen gemaakt dat in ieder geval reflectie behoeft.

De Partij van de Arbeid vraagt naar de stand van zaken als het gaat over het Geldloket en het Financieel Netwerk. Daarin is inmiddels een aantal bijeenkomsten geweest, eerst even over het Geldloket maar ook vanuit het Financieel Netwerk met professionals en partners die in het veld werkzaam zijn – laat ik het zeggen – of in ‘de branche’. En wij hebben daarin met elkaar geprobeerd zo dicht mogelijk te komen bij hoe wij zelf het met elkaar moeten organiseren hoe we zo dicht mogelijk bij die inwoner en zo laagdrempelig voor die inwoner ondersteuning kunnen gaan aanbieden. Dat kan via gebiedsteams, maar ook via bijvoorbeeld een vrij toegankelijke voorziening die makkelijk en laagdrempelig toegankelijk is. Ook vroegsignalering zal hierbij een rol spelen als het gaat over de doorontwikkeling van waar je dat kunt koppelen aan een loket of een vraag of een gebiedsteam. Ten aanzien van de Doe Mee-webshop wordt het, laten we zeggen, wel een beetje tijd om weer eens te kijken hoe die is ingericht en wat je er eigenlijk ooit mee beoogd had en of we er inmiddels op een andere manier vorm aan willen geven. Daarbij zijn wij van plan om dit in het volgende kalenderjaar op te pakken om daarnaar te kijken. Daar zal ongetwijfeld ook worden gekeken of de webshop zoals die nu, nou aan de behoefte voldoet van de inwoner. Want daarvoor hebben we hem.

We hebben hem niet voor onszelf, we hoeven niet winkelier te zijn. Want je wilt inwoners ondersteunen en dan kijken of die daar in een behoefte voorziet. Als daar een betaalde functie bijkomt, wil je het liefst zelfs wel kijken dat je inwoners een soort budget onderweg mee kunt geven, zodat die bij de lokale winkelier of bij de andere aangesloten ketens kunnen winkelen, zonder dat het stigmatiserend is. Daar hebben wij elkaar een aantal jaren geleden ook over gesproken als raad om te kijken of dat een uitgangspunt is. Maar wij zullen dat in het volgende kalenderjaar gaan evalueren en verder ontwikkelen. U maakte een opmerking over beschut werk. Ik denk: ik zal ook even de tussenstand delen met waar we nu zijn met uw amendement van vorig jaar. Wij hebben inmiddels iedereen gesproken die op de wachtlijst stond op 31 december. Dat heeft in ieder geval nu geleid tot 43 arbeidsovereenkomsten, tot dertien proefplaatsingen en dertien mensen ware niet meer direct beschikbaar voor arbeid als gevolg van een ongeval of ziekte et cetera, et cetera. Die zijn – zoals dat heet – op een ‘passieve wachtlijst’ geplaatst. Er zijn nog wat individuele afspraken gemaakt, maar daarmee is met iedereen in ieder geval gemaakt die op de wachtlijst stond, zoals u vorig jaar ook hebt besloten en waarbij het overgrote deel in ieder geval zicht heeft op werk dan wel een arbeidsovereenkomst.

Voorzitter, dan maakte de VVD een opmerking over armoede en armoede-intensiteit. Laat ik het zo uit gaan leggen – maar volgens mij staat het ook zo omschreven: ja, er zijn gelukkig minder mensen in armoede. En je ziet ook in Emmen dat de cijfers van het aantal huishoudens in armoede steeds meer overeenkomen met het landelijk gemiddelde. Dat is ook een compliment voor de keuze die u hebt gemaakt. Het aantal kinderen dat in armoede opgroeit, benadert ook steeds meer het landelijk gemiddelde dat we graag nastreven. Maar als je in de armoede zit, is het probleem wel vele malen groter dan het een aantal jaren geleden was. En dat is de armoede-intensiteit en dat vraagt nog steeds om een inzet om te zorgen dat dat wordt tegengegaan. Want anders wordt het probleem alleen maar

63

groter en ook dan kom je steeds weer bij de overheden terecht en bij de mensen op wie je zou moeten rekenen. U noemde ook ‘de welzijnsindustrie’, want gezien de groep mensen die er gebruik van moest maken, kon de welzijnsindustrie wel wat minder. Maar ik geef u ook in overweging dat wij ook steeds weer andere dingen vragen van het welzijnswerk. Het is huidige demissionaire kabinet dat met IZA, GALA en met het aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord is gekomen, waarbij we weer heel andere vragen gaan stellen aan welzijnsorganisaties, wat zij tot voor kort voor ons deden. En daarbij neemt de omvang van hun takenpakket niet af, maar is er wel een verschuiving binnen het takenpakket. Dus in die zin weet ik niet of we ze met uw wens wat minder hard nodig hebben in de toekomst of juist veel meer nodig hebben in de toekomst, totdat andere professionele tweede- of eerstelijnshulp niet meer beschikbaar is en het juiste welzijnswerk het voor de samenleving voor een deel kan oplossen. GroenLinks maakte een opmerking over het woord ‘vertrouwen’ dat ze misten. Nou, de herziening van de Participatiewet – spoor 1, 2 en 3 – die op ons afkomt, gaat juist uit van dat vertrouwen. Ook ons beleidskader gaat uit van vertrouwen en maatwerk en ik geloof meer in dat je het juist moet nastreven en laten zien dan dat we het op kunnen schrijven.

Ik denk dat de intrinsieke motivatie van hoe wij met onze inwoners om willen gaan, meer is dan het woord dat in de Begroting bestaat. Voorzitter, dat brengt mij even bij de motie van de SP als het gaat over de kostendelersnorm. Wij hanteren, ook toen het was aangekondigd. al die 27-jaarsgrens om te gaan gebruiken. Daarbij overigens – en dat zal ik misschien thuis ook gaan vertellen binnenkort – vind ik ook dat als je 27 bent en nog thuis woont, je best ook nog wel wat kunt bijdragen – laat ze dat inderdaad thuis niet horen. Maar wij passen wel maatwerk toe, ook op het moment dat het nodig is. En als het gaat over mantelzorg: er wordt in de herziening van de Participatiewet geregeld dat daar een uitzondering voor kan komen of een maatwerkvoorziening voor kan komen. Dus in die zin is deze motie overbodig. Want wij het gunstigste beleid altijd willen toepassen, omdat juist dat het vertrouwen wekt. Voorzitter, dan heb ik nog twee onderwerpen. Een is suïcidepreventie: daar is sinds de zomer van 2025 een werkgroep mee aan de gang, vanuit de GGD, de gemeenten in Drenthe, de GGZ en het Suïcidepreventiecentrum 113, dat er zelf is voor preventie en levensvragen. Het zijn nogal wat organisaties, die samen in een werkgroep kijken naar de implementatie van de wetgeving Drenthebreed. Inderdaad op 1 januari 2026 treedt de wet in werking.

Er wordt voorzien dat uiterlijk 31 december 2027 in alle gemeenten de suïcidepreventie moet zijn verankerd in een gezondheidsbeleid. Maar ik maak mij sterk dat wij tussendoor – ik denk dat dat ook in de eerste helft van volgend jaar zal zijn – bij u komen met de stand van zaken. Of dat separaat de gemeente Emmen zal zijn of dat dat in een wat grotere omvang zal zijn – wie weet – of in een raadswerkgroep: dat zien we nog wel. Maar wij gaan dan ook aan u vertellen waar we dan bezig met zijn. Maar daar wordt aan gewerkt. Voorzitter, dan hebben wij nog de motie van Hart voor Emmen over de Oekraïners. Volgens onze gegevens werkt 70 procent van onze Oekraïense huishoudens: die zijn gewoon betaald werk aan het verrichten. Die andere 30 procent heeft een oorzaak dan wel een reden waarom ze nog niet aan het werk zijn. Dat kan natuurlijk zijn omdat ze net gearriveerd zijn, getraumatiseerd et cetera en omdat het kleine kinderen zijn. Het is niet zo dat we ze niet willen stimuleren, maar de mensen zijn op zichzelf al gemotiveerd om een daginvulling te gaan doen. Wat ons betreft is er ook geen enkele behoefte aan deze motie, want wij zijn ook bezig met het Rijk om te kijken naar het langetermijnbeleid voor Oekraïense ontheemden.

Als straks op 1 maart 2027 de Regeling Tijdelijke Bescherming komt te vervallen, moet je misschien ook kijken wat het beleid is dat daarop focust en dan heb je ook nog wat perspectief te bieden voor de toekomst. Maar dat is wat anders dan ‘je bent hier nu en kun je wat vrijwilligerswerk gaan doen?’ Bovendien, ‘normale arbeidsvoorwaarden’: wij als gemeente besteden zaken aan en besteden zaken in, juist voor de taken die u ook noemt. Die gebruiken wij ook om mensen die ook op onze steun rekenen, van een baan te voorzien. Bij die normale arbeidsvoorwaarden horen ook middelen, maar een Oekraïner is vrij te werken als die dat zou willen. Menso is daar ook bij betrokken. Bovendien, als je allerlei projecten aangaat, dan heb je ook nog van alles te organiseren. Want er zijn veel gezinnen, er is kinderopvang te organiseren. Dus als het gaat over het capaciteitsvraagstuk – wat de heer Bos net ook aangaf – dan wel de behoefte versus 70 procent die al aan het werk is: wij ontraden ook deze motie.

64

De voorzitter: Oké. Voldoende? Dat is het geval. Meneer Koops nog? Niet? Dan kan de heer Wanders ook nog naar een andere vergadering. Dat hebben dat ook weer mooi op tijd gered, die vergadering start om acht uur. Dan gaan we nu naar wethouder Rink. De heer Rink (wethouder): Dank allereerst voor de complimenten die her en der ook uitgedeeld worden, maar ook voor de waardige reactie op de geluiden als het gaat om het regenboogbeleid. In Emmen zijn we een gemeente die niemand uitsluit. Ik noem dan maar eens even de theologische deugden: dat zijn geloof, hoop en naastenliefde. En volgens mij moeten we elkaar in staat zijn om dat te bewerkstelligen. Even voor de goede orde: het is niet 200.000 euro wat we daaraan besteden, maar slechts 20.000 euro. En daarmee ondersteunen wij initiatieven vanuit de maatschappij. En met die 20.000 euro hebben wij ook nog eens 20.000 euro bij het Rijk gehaald. Dus laten we vooral kijken naar wat ermee gebeurt en welke wensen daarmee ingewilligd worden. Dat gezegd hebbende, hebben we ook nog iets anders waar we aandacht voor moeten hebben en waar we zeker ook een mannenprobleem bij hebben. U kent misschien wel op dit moment de activiteiten die plaatsvinden op de nationale televisie of radio met de slogan ‘Man, zeg er wat van!’.

Het gaat erom – wij hebben er al vaker over gehad bij Orange the World en de heer Koops zegt in zijn motie om weer actief te worden. Maar ‘weer’ begrijp ik als zijnde nog een keer zoals we het altijd al deden en blijven doen. Want ook dat blijven we gewoon dus. Dus als het daarom gaat, moeten vrouwen zich veilig voelen op straat, moeten zich veilig voelen achter de voordeur en vaak is dat een mannenprobleem. En daar hebben wij als mannen wat aan te doen. ‘Man, zeg er wat van!’ en deel dat ook met elkaar. Het kan dus met die campagne, maar het kan ook door het leren herkennen van rode vlaggen en daar willen we ook graag aandacht aan geven tijdens de tien dagen van Orange the World. En uiteraard blijven we de gelijkheid tussen de seksen bevorderen en wat dat betreft zijn er twee moties ingediend waarbij in ieder geval Orange the World op onze steun kan rekenen. Ook als het gaat om femicide: want op dit moment wordt er gewerkt aan het Regionaal Uitvoeringsplan van het toekomstscenario’s kind- en gezinsbescherming. Dit zal ook overzicht bieden in alle acties en ontwikkelingen als het gaat om geweld in afhankelijkheidsrelaties. Het Uitvoeringsplan wordt opgesteld samen met de netwerkpartners en wordt naar verwachting begin 2026 voorgelegd aan ons bestuur. Dus wat dat betreft steunt de motie ons ook. Dan gaan wij naar het stroomnet, de netcongestie. Daar is al veel over gezegd.

Ik denk ook dat met de beantwoording die wij hebben gegeven, wij die motie in principe kunnen steunen. Dat die ons ook steunt in het proces. Alleen, ik moet daar wel bij zeggen dat er ook een niet-realiseerbare optie tussen staat. Want we kunnen namelijk niet prioriteren: dat heb ik ook duidelijk proberen te maken met de beantwoording van de vragen. Daarbij geldt dat voor heel Noord-Nederland dat wij geen harde afspraken als gemeente individueel kunnen maken, maar dat we wel met hen om tafel zitten en dat we er alles aan doen om die 2031 te halen. Dat we dus een zienswijze gaan indienen en deze motie zal die zienswijze wel steunen. De heer Katerbarg (Wakker Emmen): Ja, voorzitter, ik wou nog wel even naar de motie over femicide, die u noemde. Ik was wat benieuwd of er ook cijfers zijn over het aantal gevallen van femicide in de gemeente Emmen. De heer Rink (wethouder): Dank u wel voor de vraag. U hebt deze technische vraag inderdaad gesteld en daar is het antwoord op dat het niet geregistreerd wordt en dat we dus geen cijfers op dit moment bekend hebben. Dan gaan we naar de citymarketing vanuit de VVD. Daarbij wil ik graag aangeven dat ik blij ben met het feit dat de VVD in ieder geval de inhoud van het plan kan onderstrepen, dat we inhoudelijk goed op weg zijn.

Ik ben ook in die zin het met u eens dat het een investering voor de lange termijn is en zeker niet in twee jaar klaar is. Maar we hebben het wel voor twee jaar op geld gezet en ook verder op p.m. gezet, omdat we van de komende periode echt gebruik willen maken om meters te maken, ervaringen op te doen en ook resultaat te boeken, om vervolgens naar u toe te komen met een goed voorstel voor 2028 en verder. Wie weet hebben we zelfs nog wel meer nodig dan wat u voorstelt op dit moment. Maar goed, dat laat ik aan de volgende wethouders en raad – om het zo maar te zeggen.

65

Dan gaan wij naar de Nedersaksenlijn, ook een aantal keren benoemd dan wel als beeldspraak, dan wel als vraagstukken. Ik ben het met u eens dat het proces zeker degelijk moet zijn. Ik heb u al eerder meegenomen in het feit dat wij een participatieplan aan het opzetten zijn. We hadden voor 5 november jongstleden ook een afspraak staan met het ministerie als het gaat over het BO-MIRT: dat is het bestuurlijk overleg met de bewindspersonen. Dat is door de ministeries afgezegd, omdat ze in de Ministerraad geen overeenstemming konden vinden over de woningbouwoplossingen op korte termijn. Nou, er is net een publicatie de deur uitgedaan. Ik zeg alleen maar: wij mogen weer de landelijke lijnen gaan bewandelen, want ‘Elke regio telt’ is weer van toepassing. Wij hebben ongeveer 10 procent van de mensen in onze regio wonen van Nederland en vervolgens komt er nog weer nul komma zoveel procent van het geld naar ons toe. Dus wij hebben weer wat te doen! Maar dan terug naar de Nedersaksenlijn. Ja, dat is wel een obstakel, want we wilden eigenlijk ook het startdocument voor de gebiedsontwikkeling op 5 november vaststellen. En daar zit ook een participatieplan bij. Neemt niet weg dat wij toch al de gesprekken aangaan. Want u hebt het ook gezien in de verschillende media. En sowieso heb ik komende woensdag een overleg met het Platform De Monden.

Dat doe ik dan ook uit naam van de gebiedswethouder – dus we doen wel dingen als gebiedswethouder om het zo maar te zeggen – maar natuurlijk ook als verantwoordelijke voor de Nedersaksenlijn. Dat is niet het enige, want uiteindelijk zit ik 14 november aanstaande ook met ProRail en het Ministerie IenW en de EOP’s om tafel om ook dit participatieplan weer met hen te bespreken. Dus wat dat betreft zijn we actief. Als het gaat om die Nedersaksenlijn, dan denk ik dat mevrouw Van der Woude daar blij van wordt, want er is gebleken dat op het moment dat er meer treinverkeer plaatsvindt, dat er meer treinreizigers komen en dat die treinreizigers ook gebruik gaan maken van andere OV-moda-liteiten, de bezetting ook zal toenemen. Daardoor zal in ieder geval dat fijnmazige netwerk ook plaatsvinden. Dus wij gaan die spiraal doorbreken. En een goed voorbeeld kunt u bij onze oosterburen zien op het station van Nordhorn. Dan ga ik eens even kijken. U had ook een vraag of een opmerking over de olifantenstal. Nou, ik ben het met u eens dat het een fantastische locatie is. Als het daarom gaat, hebben wij ook een conceptaanvraag liggen voor het Regiostedenfonds 2.0 om te kijken hoe we een goede invulling kunnen geven aan die olifantenstal. Want ja, het is zeker geschikt voor een bepaald soort evenementen en daar moeten wel wat aanpassingen voor plaatsvinden.

Maar we gaan dus kijken – althans, de conceptaanvraag ligt nu bij de provincie – om daar te proberen overeenstemming over te krijgen. Zodra we daar wat meer over weten, ga ik u daarvan op de hoogte stellen. Dan kijk ik even naar 50PLUS als het gaat om de Bibob in het sociaal domein. Daar gaat mijn collega, de burgemeester – ja, dat is ook een collega, haha! – wat meer over vertellen. Maar ik wil in ieder geval al aangeven dat we het ook weleens positief omdraaien. Want als het gaat om de aanbesteding van beschermd wonen, hebben we een keurmerk ingesteld. Als men wil voldoen aan de aanbestedingskwaliteiten, moet men voldoen aan het keurmerk en dus hebben we aan de voorkant al het een en ander geregeld wat niet per se Bibob-proof is, maar wat wel extra handvatten geeft om met elkaar te controleren of wat daar gebeurt, ook volgens de normen en waarden is die wij nastreven in dat domein. Dus ook goed gedrag kun je belonen door te zeggen: als u voldoet aan onze keurmerken, dan kunnen wij makkelijker zaken met u doen. Dan nog even twee vragen die vanuit de portefeuille van mijn collega Schrik komen. En daarom hoop ik ook iets meer tijd te krijgen, voorzitter. D66 had een vraag over de RES en de programmatische aanpak daarvan.

Nou, wij hebben een mooi Programma Duurzaamheid, Energie en Klimaat (DEK) en dat is er juist op gericht om de doelen die we in de RES hebben vastgesteld, ook te behalen. Daar rapporteren we ook jaarlijks over richting de raad. Als het gaat over het inlopen op of het behalen van de doelen, dan is daar wel een bottleneck. Ook die hebben we zojuist al benoemd: dat is congestie op het stroomnet. Want we willen wel, maar we kunnen niet altijd. Maar daar richten we ons wel primair op, vandaar ook dat we eigenlijk TenneT en Enexis wat verrast waren dat wij zo snel door de vergunningprocedures gingen. Dat is wel waar we op inzetten op velerlei plekken. Dus wat dat betreft zou ik niet willen opteren voor een nieuw plan van aanpak, maar misschien nog wel kijken hoe we dat Programma DEK wat beter bij u voor de bühne brengen. De heer Koops (D66): Dat is inderdaad wel oké, dat lijkt me wel een goed voorstel. De reden waarom we dit ook hebben aangebracht, is omdat het Windpark N34 in ieder geval op dit moment natuurlijk

66

niet door lijkt te gaan. Als ik dan kijk naar de RES, dan zit daar best wel een groot aandeel in van wind dat ons aanbod moet gaan vullen. Dus daar zit ook eigenlijk een vraag onder: kunnen we iets bedenken om dat gat te gaan vullen als de N34 inderdaad niet gaat lukken? De heer Rink (wethouder): Ja, u hebt mijn blaadje waarschijnlijk gezien, want de volgende vraag ging inderdaad over het Windmolenpark N34. Ja, u vroeg waarom dat erin stond. De terugtrekking van degene die daar het initiatief had, is in ieder geval geweest nadát wij in het college de Begroting hadden vastgesteld. Maar dat neemt niet weg dat die locatie nog steeds in zicht is als windmolenlocatie. Wat dat betreft kan er morgen bij wijze weer een andere initiatiefnemer komen die het wél gaat doen. ‘Kan’, ‘behoort tot de mogelijkheden’. Daar zijn de kaders in ieder geval voor. Alleen, in die zin hebben we daarin ook wel te maken met of het geleverd kan worden aan het stroomnet. Nou, nogmaals, met de motie die over het ‘stroomnet op orde’ gaat, hopen wij in ieder geval meer te kunnen gaan bereiken. De heer Van Dijken (CDA): Waarschijnlijk dezelfde vraag [als collega Wittendorp, die ook zijn hand opstak]. Maar wij waren wel even benieuwd: komt dat de locatie Zwartenbergerweg dan ook nog weer in beeld? De heer Rink (wethouder): Volgens mij hebben wij een Structuurvisie Wind waar de locaties die in beeld zijn, staan.

Maar volgens mij hebben wij met elkaar uitgesproken dat de voorkeur op de N34 lag. En dat hebt u als raad ook bekrachtigd in mijn beleving. De heer Wittendorp (CDA): Ja, voorzitter, ik had toch een andere vraag [dan collega Van Dijken]. Is er ook een soort deadline wanneer er toch een beslissing moet worden genomen? Want die RES heeft natuurlijk een bepaalde einddatum, dan moet je op een bepaald moment beginnen. De heer Rink (wethouder): Ja, dan gaan we echt in de materie die ik niet kan beantwoorden. Maar ik ga ervan uit dat er een deadline is om de resultaten van de RES te behalen. Want anders hoef je ook niet alweer met een volgende RES bezig te gaan. Dus misschien kunnen we dat nog even navragen en dat dan even schriftelijk beantwoorden. Want in principe is het een soort van technische vraag. De voorzitter: Oké. U was klaar met uw beantwoording? De heer Rink (wethouder): Ja, als u het goed vindt wel, ja. De voorzitter: Daar ga ik niet over. Nee. Dank u wel. Dan gaan we naar wethouder Keen. De heer Keen (wethouder): Nou, ik heb altijd een beetje het gebruik om de vragen wat te beantwoorden aan de hand van mijn portefeuilleonderdelen. Dan wil ik graag starten bij onderdeel jeugd en dan wil ik iets zeggen over de bestemmingsreserve die natuurlijk door u gevraagd in deze Begroting rondom jeugd van 5 miljoen.

Dat is wellicht wat ongebruikelijk, maar die vraag van u is ook niet voor niets. Want we hadden hier tijdens de bespreking van de Bestuursrapportage al het een en ander over besproken. Ik denk we vanuit de raad wel kunnen zeggen dat we met elkaar in ieder geval de financiële urgentie voelen om te gaan hervormen als het gaat om jeugdzorg. En dat is ook de taak die wij hebben gekregen vanuit het Rijk. Maar er is meer. Meneer De Jonge refereerde daar ook al even in zijn bijdrage en dat gaat over het boemerangbeleid van mevrouw Stellaard. Daar wil ik toch even kort bij stilstaan, want legt dat boemerangbeleid nu daadwerkelijk bloot? Een aantal zaken, namelijk het aanhoudende falen toont dat beleid op jeugdzorg en passend onderwijs al decennialang niet dezelfde problemen oplost, maar juist verergert – een repeterend patroon. Elke beleidsronde lijkt te proberen het falen van de vorige te repareren, wat leidt tot een cyclus van hervormingen die weer nieuwe problemen veroorzaakt. Verkeerde aannames, het bericht dat het falen vaak te wijten aan onjuiste aannames over de oorzaken van problemen en de verwachte effecten van beleid. Het gebrek aan langetermijnperspectief stelt dat de focus op een te korte termijn op actuele problemen leidt tot misverstanden over de aard van de problemen, wat effectief beleid ondermijnt. En vervolgens laat dat zien hoe deze aanpak leidt tot

67

complexer en duurder beleid zonder dat de ondersteuning van kinderen en gezinnen wordt verbeterd. Nou, en laat dát nu de plek zijn waar we op dit moment met elkaar staan. En als je dit weet en als we dit als college weten, dan kun je ook niet anders dan daartoe handelen om dan daar iets mee te doen. Ik wil daarom dus ook komen met een hervorming die duurzaam en efficiënt is. Ik wil in de toekomst geen financiële mannen en vrouwen meer aan mijn tafel die weer een tekort op de jeugdzorg komen melden en ik wil al helemaal geen rapporten meer op mijn tafel die heten ‘Niet gezien, niet gehoord’. Maar dat vraagt wel wat van ons met elkaar en ik denk dat we ons daar allemaal van doordrongen zijn. Wij zijn daar ook as we speak keihard al mee aan de slag. We gaan over twee weken met mevrouw Stellaard aan de slag om te kijken hoe wij nu onze eigen aannames doen, wat nou maakt dat we hier in Emmen de problemen hebben die we hebben en op basis daarvan beleid formuleren dat wél effectief is. En ik vraag daarvoor 5 miljoen euro als start. Ik hoop dat de proceskosten niet 5 miljoen gaan kosten, want dat vind ik heel veel geld. Ik hoop ook dat ik daar de eerste stappen mee zou kunnen zetten. En ik verwacht ook in de toekomst dat er nog meer investeringen nodig zijn dan deze 5 miljoen. Ik verwacht dat we het hiermee gaan redden.

En ik verwacht ook niet dat ik u volgend jaar ook al een effect zou kunnen laten zien van deze hervormingen. Dus die winstwaarschuwing wil ik u wel alvast geven. De ambities zijn er, de intenties zijn er, maar ik wil het wel duurzaam en efficiënt gaan doen. Dus ik wil niet over enkele jaren hier weer hetzelfde gesprek met u hoeven te voeren – of wie dan ook die dan wethouder jeugd zal zijn. Dus deze winstwaarschuwing heb ik dan maar bij dezen even afgegeven. Meneer Wittendorp heeft ook gevraagd: laat ons nu halfjaarlijks even een inzicht in de cijfers zien. Nou, ik ben wel van plan om de komende tijd, in ieder geval zolang ik er nog ben, wel wat vaker met u in gesprek te gaan over dit belangrijke onderwerp. Nogmaals, over twee weken gaan wij intern met mevrouw Stellaard aan de slag. Dan gaan ook ontzettend veel mensen aan de slag om te komen tot een soort van uitgangspuntennotitie, die wij zo rond februari ook aan u willen presenteren en ook tot aan februari willen wij u gewoon goed meenemen in dat proces, omdat wij verwachten dat daar belangrijke keuzes in gemaakt moeten worden. Ik wil erg graag dat u daar voortijdig en vroeg bij aangehaakt bent, zodat we daar ook met elkaar goed de grip op hebben van wat we nu eigenlijk kiezen en waarom we nu eigenlijk kiezen en of we dat met elkaar ook kunnen ondersteunen.

Dus u vroeg om halfjaarlijks, ik verwacht de komende tijd daar wel wat vaker contact over. Tot zover jeugdzorg an sich. De heer Pruisscher (ChristenUnie): Wij ondersteunen wat het college ons vraagt om daar 5 miljoen van te maken. Want we hebben al vaker geconstateerd dat we in een soort spagaat zitten: we weten dat het anders moet, maar we zitten gewoon met het andere been ook in het systeem vast. Dus we moeten daarmee doorgaan. Die spagaat hopen we hiermee een beetje financieel op te lossen. Dus ondersteuning daarvoor, maar tegelijk bekruipt ook het gevoel alsof we hier proberen het wiel opnieuw uit te vinden. Terwijl het ook problemen zijn die in het hele land spelen. Dus ik zoek een beetje naar hoe het college daarmee omgaat. De heer Keen (wethouder): Nou, het is ook denk ik wel in een bepaalde mate van het wiel opnieuw móéten uitvinden, aangezien we dus ook kunnen constateren dat we al jarenlang op dezelfde voet proberen problemen op te lossen. Maar daartoe zijn we kennelijk niet goed genoeg in staat. Dus ergens hebben we wel iets opnieuw uit te vinden. Zijn we dan als gemeente de enige die dit fantastische inzicht hebben? Natuurlijk niet. Er zijn ook andere regio’s en gemeenten die vanuit dezelfde ambities kijken, dus is het ook belangrijk dat we daar ook met elkaar de verbinding in te zoeken om elkaar te helpen en te ondersteunen. Ja? Oké.

De heer Van Dijken (CDA): Ik weet niet of u nog over Angelslo Academy specifiek iets gaat zeggen? Anders wacht ik daarop. De heer Keen (wethouder): Nee, dat zat niet in mijn betoog. De heer Van Dijken (CDA): Oké, nou, dan heb ik twee vragen. We hebben een fantastisch boekje gekregen van Angelslo Academy met heel mooie resultaten, dat heel veel jongeren zich hebben

68

verbonden aan die Angelslo Academy. Ziet u ook een negatieve correlatie tussen de deelnemers die daaraan deelnemen en de mensen die in die groep zitten, die niet meer in aanraking komen met jeugdzorg? De heer Keen (wethouder): Ik begrijp deze vraag even niet. De heer Van Dijken (CDA): Nou, er staat een heel mooie zin in de Begroting: ‘Door middel van de positieve verleidingen van de Academy en een team dat een vertrouwensrelatie opbouwt met de jeugd, voorkomen we bijvoorbeeld dat deze jeugd straks jeugdzorg of verslavingszorg nodig heeft.’ Daar zie je dus dat Angelslo Academy gewoon een heel positief effect heeft op die jongeren, dat ze van de straat komen, dat ze een band hebben met andere jongeren. En ik heb daar geen verstand van, maar ik kan mij voorstellen dat daar zoveel positiviteit uit naar voren komt dat dus de weg naar jeugdzorg minder wordt bewandeld. En ziet u dat ook in de praktijk. De heer Keen (wethouder): Heldere vraag op deze manier. Heeft het eigenlijk de preventieve werking die we ook hopen? Nou, dat kunnen we op dit moment nog niet voldoende uit de cijfers terughalen. Naar aanleiding van het eenjarig bestaan is er een magazine uitgebracht en is er ook een mooi artikel over geschreven in het Dagblad, waarin we ook een mooi grafiekje hebben kunnen toevoegen over het aantal meldingen van overlast in de wijk Angelslo.

En je ziet dus op het moment in de tijd dat de Angelslo Academy is gekomen, dat het aantal overlastmeldingen naar beneden is gegaan. Dan zou je kunnen denken: hé, maar dat is mooi! De Angelslo Academy is er en dus is het een-op-een. Maar zo simpel ligt het gewoon niet en dat geldt ook met dit soort cijfers. Kunnen we dan inderdaad zeggen dat door de Academy er voor minder kinderen uit Angelslo indicaties worden afgegeven? Ja, je zou die cijfers wel kunnen presenteren, maar op dan een-op-een het verband te kunnen leggen dat dat dan dus komt door de Academy, is best wel een ingewikkelde. Ik kan me er wel wat bij voorstellen, hoor, want dat gevoel heb ik daar zelf ook wel bij. Op het moment dat je weet dat er zo’n positieve beweging gaande is, dat zoveel kinderen en jongeren aangeven zelf baat te hebben bij deze interventie, zou ik die aanname zeker kunnen ondersteunen. Alleen, als je feitelijk en wetenschappelijk kijkt, is het best wel een lastig verband om te leggen. De heer Van Dijken (CDA): Ja, je zou waarschijnlijk langer door willen gaan met die Angelslo Academy. Is het dan niet vreemd dat we wel geld reserveren voor 2026 en 2027 van 4,5 ton voor de Angelslo Academy, maar dat die daarna op p.m. staat? Zou u niet liever zien dat wij als raad u helpen en daar ook 4,5 ton bijleggen? De voorzitter: Een gewetensvraag, wethouder. Ja.

De heer Keen (wethouder): Dat heeft er inderdaad alles mee te maken dat ik vind dat je ook wat langer iets moet doen om te kijken wat voor effecten wij dan in de cijfers zien. Daarom is het ook tot aan dat jaartal vastgezet in de Begroting. En dan kunnen we bezien of de aannames die we aan de voorkant gemaakt hebben, kloppen en of we dat ook in de cijfers terugzien en of dat vervolgens ons voldoende vertrouwen geeft om te zeggen dat dit de interventie is waar we in geloven en die effectief werkt, waardoor we dit willen bestendigen. Dus dat is de reden waarom die voor een wat kortere tijd in de Begroting staat om ook die scherpte te blijven houden. Want we zien ook dat we heel goed zijn in interventies en stappen en die ook maar door te laten kabbelen, zonder goed scherp genoeg te zijn op of de aannames die we aan de voorkant hadden, nog steeds kloppen, of het doet wat we gewild hadden dat het deed en of dat dan betekent dat het genoeg legitimeert om dit ook door te laten gaan. Dan had ik nog van GroenLinks wat zorgen rondom het inclusievere onderwijs. Maar de scholen hebben de opdracht gekregen voor 2035 te komen tot inclusiever onderwijs. Dus dat is geen gemeentelijk plan, het is een plan vanuit het Rijk vanuit de wet, waarin scholen daartoe worden opgeroepen.

Het doel hierbij is dus om de kinderen die bij die 70 procent – van wie we minder willen dat die naar speciaal onderwijs gaan – horen, naar regulier onderwijs te laten gaan. Volgend jaar gaan we onderzoeken hoe we dat willen gaan doen. Daar zijn we als gemeente heel goed bij betrokken, maar ook allerlei andere samenwerkingspartners. En dat heeft er gewoon eigenlijk van alles mee te maken dat we het ook belangrijk vinden dat de kinderen nabij thuis onderwijs laten volgen. Niets is

69

vervelender voor een kind dat, als enige in de straat, iedere dag met het busje wordt opgehaald naar een school 30 kilometer verderop. We willen graag dat kinderen zo dichtbij mogelijk, net als alle andere kinderen in hun eigen buurt, naar school kunnen. Dat betekent dat we veel meer hebben samen te werken op het gebied van jeugdzorg en onderwijs en dat is ook waartoe we met elkaar bewegen. Dat is ook onderwerp op de agenda van onze LEJA, onze Lokaal Educatie Jeugdagenda, waarbij we met de schoolbesturen, met jeugdhulpaanbieders, Sedna, Facet en allerlei partijen in gesprek zijn om te kijken hoe we dat op een goede manier kunnen borgen. Om ervoor te zorgen dat kinderen niet tussen wal en schip raken. Mevrouw Van der Woude (GroenLinks): Dank aan de wethouder. Maar kan het niet zo zijn dat het doel uiteindelijk is wat u zegt: dat kinderen gelukkig zijn op de school die ze volgen? En het kan ook zijn dat kinderen ongelukkig zijn bij het reguliere onderwijs op de school nabij en heel gelukkig zijn als ze kunnen worden opgehaald met een busje en naar dat speciale onderwijs gaan waar ze alle aandacht krijgen? Dus dat kan toch ook een uitkomst zijn? De heer Keen (wethouder): Zeker, mevrouw Van der Woude, dat ben ik met u eens. Ik denk ook echt dat er altijd een doelgroep zal zijn die absoluut gebaat is bij het speciaal onderwijs.

Maar het feit is denk ik op dit moment ook dat er een enorme groep kinderen die onnodig naar het speciaal onderwijs gaat. Wakker Emmen had nog de vraag over het onderzoek naar de schoolgebouwen. Dat vindt het eerste kwartaal 2026 plaats. Ik kijk automatisch meneer Woltman aan, maar ik verwacht dus vóór 1 april 2026 daar een uitslag op. Cultureel erfgoed: daar had de Partij van de Arbeid nog een vraag over, over initiatieven op het gebied van erfgoed, of we die kunnen inpassen bij de bestaande buurtprojecten. Nou, daar zijn we zeker toe voornemens, we vinden het zelf ook ontzettend van belang, ons cultureel erfgoed. Daarom hebben we ook onze Erfgoednota vastgesteld eerder dit jaar en we hebben daar zeker aandacht voor. En ik zou graag namens mijn collega Schrik nog even de huidige stand van zaken rondom het Veenpark met u willen delen. Na het faillissement van het Veenpark is de curator natuurlijk aan zet geweest. Gegadigden konden tot uiterlijk 22 september hun bieding uitbrengen. Dit heeft geresulteerd in drie biedingen. Er is ook bestuurlijk contact met de betrokken partijen en voor ons is het belangrijk vooral dat het Verhaal van het Veen, het museale deel, behouden blijft. Daarmee geven we natuurlijk ook uitvoering aan de raadsbreed gesteunde motie die u daarover hebt ingediend.

En u weet ook van ons dat, mocht het blijken dat er extra activiteiten nodig zijn om de businesscase voor het Veenpark rendabel te maken, we bereid zijn hierover in gesprek te gaan met de geïnteresseerde partijen. We kunnen helaas nog niet vooruitlopen op het verdere verloop, maar u hebt onlangs denk ik ook het artikel – volgens mij op RTV Drenthe, dacht ik, of het Dagblad van het Noorden, pin me er niet helemaal op vast – kunnen lezen, dat ongeveer eind deze maand wij daar uitsluitsel over krijgen van de curator wie de partij zal zijn met wie verder zaken wordt gedaan. Dus ongetwijfeld zal onze collega u daarvan verder op de hoogte houden. De VVD heeft nog gevraagd naar de positie van DIEP. Ja, daar zijn we dit jaar ook mee aan de slag geweest, meneer De Jonge. Er is een onderzoek gaande naar wat nu een goede plek zou zijn voor DIEP. Om te kunnen functioneren: is dat inderdaad een gemeentelijke afdeling, of is er een betere keuze te maken rondom verzelfstandigingstraject? We verwachten in december daar een conceptuitslag van te ontvangen, dus ik kan me zo voorstellen dat ook wederom in het eerste kwartaal volgend jaar wij uw raad daar ook verder over zouden kunnen informeren. D66 vroeg naar de Muziekfabriek MM en de combinatie met nieuwbouw Facet.

Ze zijn met elkaar in gesprek geweest en hebben met elkaar uitgesproken dat de intentie is dat, mocht het mogelijk zijn, het binnen de huidige kaders mogelijk gemaakt zou moeten kunnen worden. Die aanbesteding is nog niet in gang gezet, dus dat is ook gewoon ons uitgangspunt. Het is binnen de kaders die we gesteld hebben en die u vooral ook als raad hebt gesteld. Dus daar gaan we van uit. Het onderhoud van de Stip, daar heeft meneer Kasteleijn nog naar gevraagd. Nou, we hebben vorig jaar contact gehad met de eigenaar van de stichting en die heeft ook een aanvraag gedaan, maar daarna ook weer teruggetrokken. En sindsdien is het wat dat betreft ook wel wat stil. Dus ja, het is nu ook aan de eigenaar van de stichting dan.

70

De heer Kasteleijn (50PLUS): Wat is de aanvraag geweest die ze gedaan hebben? Is dat een financiële of een ondersteunende? Wat is dat geweest? De heer Keen (wethouder): Ik heb hem niet helemaal in het hoofd, meneer Kasteleijn, maar dat ging inderdaad over het weer oppimpen van ‘de bol’ – om het maar even zo te zeggen. Want de verf is inderdaad wat vervaagd en de bedoeling was om die weer een mooie kleur te geven. De heer Kasteleijn (50PLUS): En is het ook bekend wat de reden is dat ze dat weer teruggetrokken hebben? Vanwege eisen die vanuit de gemeente gesteld zijn? De heer Keen (wethouder): Wij hebben vragen gesteld rondom de aanvraag en daarop heeft de partij zich weer teruggetrokken. Dus dat is wat ik daarvan weet. De heer Kasteleijn (50PLUS): Mijn laatste vraag, sorry hoor. Maar dit is mij vraag: bent u van plan om contact met hen op te nemen om te kijken hoe we de Stip toch weer kunnen laten glanzen? Of zegt u: nee, dat initiatief moet vanuit hen komen? De heer Keen (wethouder): Ja, dat tweede. Dat is mijn stelling. Ik zou nog graag willen reageren op een tweetal moties. De eerste is vanuit GroenLinks over de jeugdbescherming. Nou, ik waardeer dat uw partij aandacht heeft voor dit belangrijke dossier. Nu kan ik zeggen dat we met de punten die u meegeeft in uw motie, al heel hard bezig zijn. Het eerste punt gaat over het erkennen van het probleem.

Volgens mij hebben wij onlangs u een brief gestuurd als reactie op de beide rapporten die zijn uitgebracht, waarin we ook ruimte geven tot reflectie. Maar die reactie heb ik hier ook in de raad al meerdere malen gegeven naar aanleiding van de vragen van mevrouw Velzing van Wakker Emmen hierover. Dus in die zin hebben we volgens mij het in ieder geval vanuit Emmen en vanuit de Jeugdhulpregio al absoluut erkend dat hier dus en heel serieuze problemen zijn waarmee we aan de slag zijn. We werken daarin ook al veelvuldig samen met Drenthe én Groningen. Ook daarvan hebben we u het afgelopen anderhalf jaar veelvuldig op de hoogte gehouden middels brieven en de actieve informatiebijeenkomsten. En wij hebben binnenkort als regio Drenthe-Gronin-gen ook een gesprek met het ministerie rondom dit urgente probleem. Dus ja, we zijn heel hard bezig met die drie punten, maar ik ga natuurlijk niet zeggen dat ik deze motie afraad. Want ik vind hem ontzettend belangrijk en ik waardeer uw oproep. En ik zou nog even willen reageren op de motie van de ChristenUnie over de grip op de GR. Twee weken geleden hadden we natuurlijk de bespreking rondom de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulpregio. Ja, ik had net met het CDA aan het begin van deze vergadering even een gesprekje erover dat jeugdzorg inmiddels al een hoofdpijndossier is.

Ja, en die hoofdpijn kwam bij mij al opzetten bij het bespreken van dit stuk. Maar nee, ik had er wel heel graag wat over willen zeggen, want ik wist natuurlijk dat u tijdens die vergaderingen hier ook iets over vertelde. En ik waardeerde het ook ontzettend dat u op die manier ook uw betrokkenheid laat zien en ook zegt dat u uw positie als raad hier ook veel steviger in wilt neerzetten. En ik denk dat dat elkaar alleen maar kan helpen. Het helpt mij in mijn opdracht ook tot die moeilijke hervorming waar we met elkaar voor staan, maar het helpt u ook om meer het gevoel te hebben dat u hier ook bovenop zit en u ook uw positie als raad hierin pakt. Dus dat waardeer ik hierin. Dank u wel. En volgens mij was dit wel ongeveer mijn bijdrage. De heer Koops (D66): Bedankt voor uw bijdrage. Het enige puntje vanuit ons dat eigenlijk nog is blijven liggen, is het tienjarige bestaan van het Atlas Theater en de wensen die zij hebben omtrent het jasje dat hun wat begint te knellen. Dus misschien kunt u iets zeggen over die gesprekken die u daarover voert en een lichte vooruitblik – als u die al hebt? De heer Keen (wethouder): Ja, dat staat natuurlijk ook al in de Begroting geschreven. Wij zijn er ook met het Atlas Theater over in gesprek. Toen ze begonnen, was er eigenlijk als ambitie gezegd dat de Muzeval een bepaald bezoekersaantal had.

Nu weet ik dat niet helemaal uit het hoofd, maar de ambitie was vanuit het Atlas Theater: kom maar tor 40.000 bezoekers. Nou, we weten inmiddels dat het al bijna verdubbeld is, dus in die zin zeggen ze: ja, we lopen nu echt wel tegen een aantal

71

capaciteitsdingetjes aan. Dus die gesprekken voeren we, maar we zoeken ook wel naar hoe we vanuit het Atlas Theater bijvoorbeeld wat meer inkomsten kunnen laten genereren door de aanpassing die we doen. Dus dat het niet alleen maar is van: ‘nou, Atlas Theater, hier hebt u een zak met geld’, maar we verwachten ook wel iets vanuit het Atlas Theater. Dus zij zijn aan het onderzoeken hoe dat eruit zou kunnen komen te zien. Dank u wel. De voorzitter: Voldoende? Oké, dank u wel, mevrouw de wethouder. Dan geef ik de leiding aan de plaatsvervangend voorzitter, de heer Horstman. De wnd. voorzitter: Bedankt, dan geef ik u graag de gelegenheid om de vragen te beantwoorden en ook even op de moties en de eventuele amendementen in te gaan. Gaat uw gang. De heer Van Oosterhout (burgemeester): Misschien even met name rondom het thema veiligheid in drie blokjes uiteen. Even een aantal algemene opmerkingen,d an zal ik ingaan op een drietal moties en dan nog twee wat losse onderwerpen. In algemene zin is de neiging natuurlijk groot om, in het verlengde van een aantal beschouwingen vandaag, ook eens even in algemene zin stil te staan bij hoe het met de veiligheid in de gemeente Emmen gaat. Dat zal ik niet doen, in de wetenschap dat wij in de volgende raadscyclus in december het meerjarige Veiligheidsplan hebben met allerlei soorten beschouwingen.

Misschien een klein voorafje daarop, het sluit een beetje aan wat meneer Kuiper opmerkte. Dat ging toen nog ook over de Bestuursrapportage – ik kom daar straks nog wel even op terug: dat allerlei dingen op groen staan en daarmee allemaal wel goed gaat, bijvoorbeeld met het thema veiligheid. In algemene zin, die Bestuursrapportage is vaak helemaal ontleed in allerlei verschillende soorten acties en op die verschillende soorten acties wordt gerapporteerd. Dan is niet de optelsom: ‘het gaat alleen maar goed’. Dat is niet zo. Tegelijkertijd, op die verschillende acties lopen heel verschillende dingen, ook waar het in die Bestuursrapportage gaat om veiligheid. Dat loopt wel goed. Vervolgens kun je in de volle breedte denken: hoe gaat het eigenlijk met de veiligheid in Emmen? Daar wordt in het meerjarig Veiligheidsplan wel het nodige over gezegd. Dat heeft ook wel iets te maken met feiten en gevoel. Maar even daarop vooruitlopend – ook even in de aanloop naar het gesprek dat we met elkaar voeren in december: het helpt niet zozeer om daarin te blijven praten in de sfeer van dat het wel veilig of het dat het niet veilig is en in de sfeer van dat er heel veel gebeurt op het gebied van veiligheid of dat er heel weinig gebeurt. Wat in algemene zin zo is: ik loop hier nu in mijn negende jaar rond als de burgemeester van Emmen.

Dat is ook wel een beetje het volledige plaatje: traditionele criminaliteit neemt wat af en andersoortige criminaliteit neemt toe. Dat is wel een lijn die absoluut aan de orde is. Natuurlijk, als het gaat bijvoorbeeld om het uitgaansgeweld om eens wat te noemen, dan zou ik haast zeggen: dat is van alle tijden. Ik was hier nog maar net in dienst en toen dacht ik: tjonge, wat gebeurt hier veel in de uitgaanswereld! Vervolgens gaat het allemaal wel weer wat op en neer in dezen. Dat raakt niet de kern van de onveiligheid. De kern gaat met name over hoe we zicht krijgen op andere fenomenen waar het gaat om de veiligheid en daar wordt een antwoord op gegeven in het meerjarige Veiligheidsplan. Ik ben heel benieuwd hoe u daar de komende tijd tegenaan kijkt. Dus die andere fenomenen zijn minstens zo interessant als allerlei vormen van traditionele criminaliteit. Dat is ook wel de opmaat naar de beantwoording van een drietal moties. Om te beginnen het veiligheidsrisicogebied, de motie van de VVD. Dat lijkt een wat simpel verhaaltje waar het gaat om of we wat meer aandacht kunnen hebben voor de veiligheid in het stationsgebied. Als je het zo formuleert, dan had ik daar nog wel in mee kunnen gaan.

Want u hebt gelijk, als het gaat om een aantal vervelende plekken in Emmen waar de onveiligheid in toenemende mate aan de orde is, dan is het stationsgebied daar absoluut een van en eigenlijk de hele lijn stationsgebied--Nieuw-Weerdinge-Ter Apel. Daar zal ik zometeen nog wat meer over zeggen. Terug naar uw vraag over het veiligheidsrisicogebied: zo eenvoudig gaat dat niet. Er is aardig omschreven wat een veiligheidsrisicogebied is – ik citeer maar even. Dat moet het gaan om ‘een dreigende verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens, gerelateerd aan een groot aantal wapenincidenten’. Dat is de definitie van een veiligheidsrisicogebied. Dat betekent dus dat de burgemeester dat niet aanwijst, dat betekent dat we dat in de driehoek moeten bespreken. Dat er een heel goede motivatie onder moet liggen en dus een criterium dat er een groot aantal

72

wapenincidenten is. En geloof me, er gebeurt het nodige op dit moment in het stationsgebied aan onveilige situaties, daar zijn we het snel over eens. Maar dat is niet gerelateerd aan een heel groot aantal wapenincidenten. Dat type onveiligheid is toch wel weer wat anders. Datzelfde geldt waar het gaat om het gebiedsverbod – om eens wat te noemen. Natuurlijk worden er links en rechts zeker gebiedsverboden uitgedeeld door de burgemeester. Dat doen we met een zekere regelmaat. Maar je kunt ook niet aan de lopende band daar gebiedsverboden neerleggen. Ja, ik ken hetzelfde type juridische onderbouwing dat daarbij noodzakelijk is. Vanuit die optiek ontraad ik u deze motie. Nogmaals, dan wordt het een vrij ingewikkeld gesprek waar het gaat om het criterium van wapenincidenten. Ik ondersteun vooral de betooglijnen om te zeggen dat we er volle aandacht aan moeten besteden om de veiligheid in het stationsgebied te versterken. Daar zijn we al mee bezig en daar zouden we nog wel een aantal stappen in kunnen zetten. Ik ben graag bereid om daar nog met u over in gesprek te gaan. Alleen, dat is wat anders dan de instemming met het veiligheidsrisicogebied. De heer De Jonge (VVD): Ja, ik hoor het betoog van burgemeester aan en er zijn inderdaad misschien nog geen incidenten met wapens. Maar wie zegt dat dat nog niet gaat gebeuren? Je kunt beter voorkomen dan genezen – om het maar zo te zeggen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Emmen&id=9699a659-2e96-4a34-883a-1f449a29b5d7