Notulen openbare raadsvergadering van 10 november 2025
Tekst van het document
En ja, er worden ook regelmatig bijvoorbeeld drugsnaalden gevonden: die kun je ook als wapen gebruiken om iemand mee te steken. Kijk, ik snap dat u het moet onderbouwen, maar we kunnen allemaal afgaan op of er daadwerkelijk wapens zijn, maar het is nou eenmaal een gebied waar niemand het bijna fijn vindt om te zijn. Dat heeft met de veiligheid te maken, de buschauffeurs geven dat aan, er is zoveel trammelant in dat gebied als het ware. En daarom zeggen wij ook: laten we dan wel een veiligheidsrisicogebied ervan maken, dan kunnen we in ieder geval preventief zijn. Kijk, straks gebeurt er iets met een wapen en dan zijn we te laat en dan slaan we ons allemaal op de kop met: ‘Ja, hadden we dit maar eerder gedaan.’ Daar gaat het ons met name ook om. De heer Van Oosterhout (burgemeester): Nee, ik snap wat u bedoelt. En nogmaals, ik wil graag kijken naar allerlei aanvullende maatregelen in het kader van het stationsgebied. Alleen, u kiest nu even één juridisch instrument en nogmaals, dat moet ik ook voorleggen aan het Openbaar Ministerie. Waarbij ik al op voorhand maar even een winstwaarschuwing geef: als het criterium het aantal wapenincidenten is – en niet wat er in de toekomst gaat gebeuren, maar bijvoorbeeld in het afgelopen jaar – dan is dat criterium relatief zwak onderbouwd in dezen en komen we daar niet zo heel veel mee verder.
Dus ik wil ook voorkomen dat we een straatje inlopen waarbij we zeggen: nou, dat gaan we eens aanvragen met elkaar en dat doen we, om uiteindelijk bij u terug te komen met het verhaal dat het niet gelukt is. Dus volgens mij helpt het veel meer om het te zien als een gebied waar de onveiligheid op dit moment groot is. Dat is inderdaad een van meest onveilige gebieden in de gemeente Emmen. Ik ben graag bereid te kijken naar een samenhangend pakket maatregelen. Maar het instrument dat u kiest, is volgens mij op dit moment een doodlopende weg en dat zal ook in de driehoek wel het antwoord zijn in dezen. Nogmaals, dat is een heel nauw omschreven criterium dat daarbij speelt. De heer De Jonge (VVD): Ja nou, u trekt nu zelf eigenlijk al die conclusie zonder dat er overleg is geweest. Dus daarbij zou ik sowieso willen zeggen... De heer Van Oosterhout (burgemeester): Nee, dat is niet zo. Want we hadden vanochtend de driehoek, meneer De Jonge. Ja, goed... De wnd. voorzitter: Burgemeester, ik zou graag wel even willen dat ik u het woord geef. De heer De Jonge, gaat u verder en dan kunt u reageren, burgemeester. De heer De Jonge (VVD): Ja, ik ga verder. Ja, dat had ik dus niet kunnen weten. Dus goed, prima dat er vanmorgen dan een overleg erover is geweest.
Wij vragen om maatregelen, maar wat ziet u dan wél als oplossing daar in dat stationsgebied? Want we kibbelen eigenlijk maar wat aan, we doen een beetje handhaving, we doen dit. Maar ik hoor eigenlijk nooit eens een concrete oplossing voor het probleem van het stationsgebied. De heer Van Oosterhout (burgemeester): Nog excuus, voorzitter.
73
Het betekent ten eerste inderdaad dat we het daar vanmorgen over hebben gehad. We bereiden dit soort dingen gewoon voor. Ik zag de motie voorbijkomen en vanochtend hadden we een lokale driehoek. Dat was relatief toeval, anders had ik het wel op een andere manier naar me toe gehaald, omdat ik vind dat we het daar in de driehoek over moeten hebben. Dus dat is inderdaad het antwoord dat u vanuit de driehoek kunt verwachten. Daar kunnen we rustig een formeel traject bij af gaan lopen, maar dan geef ik later het antwoord dat ik u nu ook had kunnen geven. Ten tweede: doe niet voorkomen alsof we maar een beetje aan het aanrommelen zijn. Als je kijkt naar de optelsom aan maatregelen die we daar aan het doen zijn, dan is die volstrekt helder. Die zit heel veel aan de kant van de repressie. Dat moet ook, het gaat om politie – daar kom ik zometeen nog op terug waar het gaat om boa-capaciteit, daar kom ik zometeen op terug bij wat bijvoorbeeld Qbuzz allemaal kan doen – maar de échte oplossing, als u mij vraagt, kan ik u ook wel geven in dezen. Maar dan kom ik veel meer bij de aanpak veiligelanders. Dan kom ik veel meer aan waar het gaat om de aanpak van bepaalde zorggroepen in dezen. Als het gaat om waar die onveiligheid door ontstaat? Neem alleen maar even het verhaal van alles wat te maken heeft met de veiligelanders.
Het is werkelijk een schande dat we al twee, drie jaar lang lopen te ‘klooien’ – even in uw woorden – in dat gebied, alleen maar omdat we een doorgangsstation zijn in de richting van Ter Apel. Het is werkelijk een schande dat we week in, week uit meer dan 2.000 mensen daar moeten worden opgevangen, van wie 10 procent daar niet thuishoort. Het is werkelijk een schande dat daar waar alle burgemeesters in Nederland zeggen ‘zullen we die Spreidingswet eens met elkaar gaan uitvoeren?’ en dat het kabinet weigert om dat te doen. Dáár ligt voor mij de oplossing en dat is wat anders dan een ingewikkelde discussie voeren over veiligheidsrisicogebieden of het opvoeren van het aantal boa’s. Ik voel me een soort wielrenner die aan het fietsen is op een weg vol punaises en achter elkaar blijft men die punaises daar maar op gooien. Dáár ligt volgens mij de oplossing. En daar ligt ook de oplossing waar die moet komen. Niet bij burgemeesters die alleen maar aan het bandenplakken zijn met alle steun die ze van hun raden daarbij krijgen, maar bij een kabinet dat nu eindelijk eens een keer écht werk maakt van de aanpak van veiligelanders in de asielstroom. De wnd. voorzitter: Voor de laatste keer de heer De Jonge. De heer De Jonge (VVD): Ja, prima. Dat is inderdaad landelijk beleid, daar kan ik hier zelf weinig aan veranderen. Ik heb in ieder geval wel de minister uitgenodigd voor van alles.
Ik denk: ja, als u hem niet te pakken krijgt, dan probeer ik zelf via onze lijnen. Dus ik hoop dat hij in ieder geval gaat komen om de problematiek hier nogmaals duidelijk te maken. Want dat heeft ook met die budgetten en dergelijke te maken – daar hebben we het laatst nog over gehad. Maar goed, ik kan daarover nog veel meer woorden aan u voorleggen, maar de motie ligt er in ieder geval. En wat mij betreft gaat die gewoon door. De heer Van Oosterhout (burgemeester): Nou ja, dat is aan u. Als u die minister uitnodigt, dan ken ik die goed. Daar sluit ik graag bij aan. De andere minister nodigen we al zo’n beetje maart-april uit en ik begrijp niet dat de verantwoordelijk minister van Asiel en Migratie bereid is pas half december deze kant op te komen. Dan de motie over de uitbreiding van de boa-capaciteit. Ook dat is een verhaal. Kijk, ik had u een toezegging gedaan om voor de begrotingsraad inzicht te geven in het aantal boa’s. Dat hebben we gedaan. Die brief sluit ook met een voorstel vanuit het college om daarover op een later moment met een voorstel te komen. Dat kan ook in het verlengde van de vaststelling van het meerjarige Veiligheidsplan. U zegt: daar wil ik nu achteraan. Het voorstel is om dat niet te doen. Dat heeft ook iets te maken met in de volle breedte kijken hoe we dit soort dingen doen.
Het college heeft wat dat betreft meer pijlen op de boog, heeft meer wensen die hier ingevuld moeten worden. U hebt gelijk als u zegt: qua benchmark zitten we wat aan de voorkant. Dus ik kan me heel goed voorstellen dat we ermee aankomen. Maar mijn voorstel zou zijn – daarom ontraad ik ook deze motie – om daar nog even mee te wachten. We hebben op dit moment een heel aantal boa’s daar lopen. We willen in die zin wel op weg naar die uitbreiding van de boa-capaciteit en we willen daar gewoon een goed onderbouwd voorstel voor vanuit het college. Maar we vonden het wel zo netjes dat als ik een toezegging doe voor de begrotingsraad, we in ieder geval een aantal woorden hebben gegeven op die vraag. Dus het voorstel is om deze motie niet over te nemen, even te wachten op een antwoord van het college. We
74
zullen daar ook niet al te lang mee wachten om met een voorstel te komen waar het gaat om de uitbreiding van de boa-capaciteit en daar ook een fatsoenlijk dekkingsvoorstel bij te doen. De heer De Jonge (VVD): Dus u komt in december met het voorstel vanuit het college met de onderbouwing van de financiën om dit te bewerkstelligen? De heer Van Oosterhout (burgemeester): Wij komen daar op niet al te lange termijn op terug. Dat zal uiterlijk begin 2026 zijn. De heer De Jonge (VVD): Maar goed, ja, ik zit er een beetje mee te worstelen. Want wij vragen elke keer acuut om dingen daarbij et cetera en dan hoor ik weer ‘voorjaar 2026’. Nou, wanneer is dat dan weer ingeregeld en voor je het weet, zijn we weer een jaar verder. Wat ons betreft moet er gewoon eens een keer actie komen. Dat zal wel weer verkeerd overkomen, maar we wachten maar en we wachten maar en uiteindelijk duurt het veel te lang. De heer Van Oosterhout (burgemeester): Nou, even voor u: u vroeg aan mij inzicht in de boa-capaciteit ten opzichte van een aantal landelijke kenmerken. Volgens mij heb ik u netjes voor de begrotingsraad dat verantwoord. Ik zeg; we komen op korte termijn terug met een antwoord op uw vraag.
Ik zei niet ‘het eerste kwartaal van 2026’, ik zei: we komen begin 2026 erop terug, omdat we als college ook even fatsoenlijk moeten kijken naar meer wensen die er op dit moment liggen en we zullen even fatsoenlijk moeten kijken naar een dekkingsvoorstel. De heer Hoogenberg (Wakker Emmen): Ja, ik begrijp inderdaad dat er dan een goed voorstel waarschijnlijk komt. Maar ik zit even te zoeken naar hoe we dat dan met de financiële ruimte gaan doen. Ik weet niet... Want we hebben nu de Begroting voorliggen, dus we zijn op zoek naar ruimte in de Begroting en het is allemaal krap. En dan komt er in januari of februari een voorstel. Kan er dan een financiële onderbouwing komen?, is dan de vraag. De heer Van Oosterhout (burgemeester): Ik denk dat dat wel kan. Ja. Dat suggereert dat als je een begroting vaststelt, je nooit met een voorstel kunt komen dat financiële ruimte vraagt. Alleen, we komen netjes naar de raad met dat voorstel. Ja. De wnd. voorzitter: Ik constateer in ieder geval dat er een toezegging is gedaan dat begin 2026 er een voorstel ligt. Goed. Gaat u verder. De heer Van Oosterhout (burgemeester): Dan de motie over – ik zeg maar even – zorg en Bibob. Daar waren we al wat langer mee bezig, met dat thema. Ook ik keek naar de resultaten zoals die in Twente zijn geboekt.
Dat wisten we een beetje, ook omdat ik al eens eerder had gezegd, waar het gaat om de resultaten vanuit RIEC Limburg, dat Limburg ook al een heel stuk verder is met die lijn. Dus in die zin een motie vanuit het CDA om daar op korte termijn wat meer werk van te maken: dat ondersteun ik van harte. Wij zijn daar zeker mee bezig, omdat we ons ernstig zorgen maken over de relatie tussen ondermijning en zorg. Ik zei dat ook afgelopen maandag op de informatieavond over het thema ondermijning. Dus in die zin ondersteun ik dat. Dat betekent tegelijkertijd dat we er wel wat keuzes in moeten maken. Als je dan kijkt naar – dat is in algemene zin een punt – de hoeveelheid zorgaanbieders die we in Nederland hebben, en dus ook die we in de gemeente Emmen hebben, dan moet je je daar zorgen over maken. Met name de zorgen over alle onderaanbesteders moeten we daarbij benoemen: hebben we wel voldoende zicht op wie nou in feite die zorg levert? Dus waar het gaat om die Bibob-procedures, zullen we daar wel wat keuzes in moeten maken. De hoeveelheid zorgaanbieders is aanmerkelijk groter dan bijvoorbeeld het aantal horeca-aanbieders: dat is een wat minder overzichtelijk geheel. Dus daar gaan we hard mee aan de slag. Dat doen we niet alleen, dat doen we in het kader van de Drentse Aanpak Ondermijning.
Dus in die zin beschouw ik deze motie echt als ondersteuning om Bibob in toenemende mate in te zetten in het zorglandschap. Dan nog twee thema’s die wat los daarvan zijn. De vraag was: hoe staat het nou met het politiebureau in Klazienaveen? Ik zal het eerlijk zeggen: dat weet ik ook niet, anders dan dat dat wordt meegenomen
75
in een landelijk onderzoek waar het gaat om de huisvesting van de politie. Ik zei toentertijd dat het sec helemaal niet om het politiebureau in Klazienaveen ging, maar om de Nationale Politie en het vastgoed. De Nationale Politie constateert dat men te veel vastgoed heeft en men is links en rechts wat aan het afstoten. Daar dook inderdaad op gegeven moment ook het pand op van het politiebureau in Klazienaveen. Dat hebben we even wat on hold gezet. Dus in die zin, het functioneert nog gewoon en die zin moeten we gewoon afwachten hoe dat gaat lopen. Ik heb de afspraak gemaakt: zo gauw dat pand weer in beeld is om daar wat anders mee te doen, gaan we op weg naar andersoortige huisvesting in de buurt van Klazienaveen. Dus in die zin wacht ik maar even af wat daarin gaat gebeuren. Mevrouw Velzing (Wakker Emmen): Ik hoor de burgemeester zeggen dat het gebouw in gebruik is. Dat klopt wel, maar alleen voor politiemensen. Je kunt daar niet gewoon aanbellen en je vraag neerleggen of voor een aangifte langskomen. Dus het is voor inwoners niet in gebruik en ja, ik merk in mijn dorp in ieder geval dat er wel grote behoefte aan is, zeker voor het veiligheidsgevoel, om daar wel terecht te kunnen als de gelegenheid zich daarvoor aandient. De heer Van Oosterhout (burgemeester): Ja. Maar dat is toch een iets ander verhaal. Dat zit meer in de interne organisatie zoals de politie die organiseert.
Voor de goede orde: ook het gemeentehuis van de gemeente Emmen is alleen in Emmen. Ook daarbij hebben we de dienstverlening in Klazienaveen teruggedraaid. Dus daar kan ik even op dit moment niks aan doen. Het ging me nu met name even om de aanwezigheid van het politiebureau in Klazienaveen. En wat ze daarbinnen doen, ik kan dat rustig vragen, maar ik weet wel hoe dat intern georganiseerd is in dezen. Daar zullen ze denk ik ook nog wel even op wijzen. Even voor de goede orde: ook de paspoortverlenging kan niet in Klazienaveen, ook daarvoor moet je naar Emmen toe. Mevrouw Velzing (Wakker Emmen): Ik vind de vergelijking een beetje bijzonder. Ik zoek een beetje naar wat ik hier nou eigenlijk van moet vinden, van deze beantwoording. Want het behoud van het politiebureau was niet om een kantoor te behouden voor mensen die bij de politie werken. Het behoud van het politiebureau in mijn dorp is dat mensen daar terechtkunnen als de situatie zich daarvoor aandient. We hebben onlangs contact gehad met mensen die te maken hadden met fraude in het digitale domein en daardoor helemaal geen beschikking meer hadden over financiële middelen en dan de wanhoop nabij zijn en graag ergens iemand willen spreken. Dat kan dan niet. Daar gaat het om, dat is het punt waarom wij graag dat bureau daar willen houden. En daar wil ik graag een antwoord op.
De heer Van Oosterhout (burgemeester): Ik snap wat u bedoelt. Wij hadden over deze casus ook samen even overlegd. Maar dat los je niet op met de openstelling van het politiebureau waar mensen zo terechtkunnen. Als je digitale fraude hebt in Emmen, ga je ook niet naar het politiebureau in Emmen. Daar kon je ook niet terecht. Want er zit een loket boven. Waar het toen om ging is – daar hebt u helemaal gelijk in – dat we zo snel mogelijk de politie ter plaatse hebben, dat je zo snel mogelijk in contact komt met de politie, dat je in dit geval zo snel mogelijk ook iemand thuis kan krijgen. Dus dat zit niet zozeer daarin. Want op het politiebureau in Emmen gebeurt ook niet zo veel in dezen, dat gaat ook allemaal op afspraak waar het gaat om aangifte doen et cetera, et cetera. Dus dit is niet een soort loket waar je aan de lopende band kunt binnenlopen. Dus als het gaat om de nabijheid en de zichtbaarheid van de politie, helpt het als daar een politiebureau is. Het helpt dat daar politie aanwezig is, zodat die snel kunnen uitrijden naar de plekken. Maar veel politiewerk gebeurt niet op dit bureau, dat gebeurt ook gewoon in het veld en ze komen ook wel bij mensen thuis. Neem nu dat voorbeeld dat u ook net zelf aangaf. Ten slotte de aanpak van de veiligelanders. Daar zei ik al wat over in relatie tot de discussie over het veiligheidsrisicogebied.
Ik zei ook even dat ik me ook weleens wat zorgen maak over het falende landelijke beleid op dit moment. Want dat blijft maar doorgaan, we zijn daar eigenlijk al wel twee, drie jaar mee bezig. Ik ben ook teleurgesteld over een minister die dan uiteindelijk zegt: ‘Ik heb half december pas tijd om naar Ter Apel en naar Nieuw-Weerdinge te komen.’ In de tussentijd maken we ons tegelijkertijd zorgen over het vangnet dat we daarvoor hebben. U hebt kunnen zien dat we daar in de afgelopen tijd veel aanvullende middelen voor nodig hadden om in ieder geval een 24-uursbeveiliging in Nieuw-Weerdinge te hebben. Om u ook in deze raadsvergadering ook maar een nieuwtje te geven: dat is uiteindelijk gelukt. Daar hebben we wat druk op gezet, want ook dat
76
zou eerst ergens doorschuiven naar het overleg van half december. Dat betekent dat we een vangnet hadden moeten creëren van tonnen om de 24-uursbeveiliging in Nieuw-Weerdinge te continueren. We hebben nu net eind vorige week de beschikking gekregen van het ministerie dat we een aanvraag kunnen doen voor vijf ton in 2026, voor de continuering van de beveiliging op de lijn Emmen-Ter Apel. Dus zeg maar alles wat er in het gebied Nieuw-Weerdinge speelt in feite. De 24-uursbeveiliging die we hebben, kunnen we daarmee doen. Daar zijn we blij mee, met die toezegging. Daar hadden we eigenlijk niet op gerekend. Ik dacht: dat wordt nog vrij ingewikkeld. Maar dat is gelukt. Het betekent dat we een aanvraag kunnen doen en we hebben al een toezegging dat die aanvraag ook wordt gehonoreerd. Tegelijkertijd, net als men in Ter Apel niet zit te wachten om het extra geld te ontvangen omdat er meer dan 2.000 asielzoekers zitten, zitten wij in Emmen niet te wachten op geld voor beveiliging. We zitten te wachten op fatsoenlijk beleid in dezen. Dus ik hoop dat dit het laatste jaar is dat we een 24-uursbeveikliging nodig hebben in Nieuw-Weerdinge en dat we eindelijk nu eens beleid krijgen waardoor de inwoners van Nieuw-Weerdinge zich weer oprecht veilig kunnen voelen. Dat is met fatsoenlijk asielbeleid, inclusief de aanpak van veiligelanders. De wnd. voorzitter: U bent aan de afronding gekomen.
Bedankt. En dan draag ik graag het voorzitterschap weer aan u over. De voorzitter: Dank u wel. Het is kwart voor negen geweest. Volgens mij hebben we een mooi eerste deel gehad in deze raadsvergadering. We gaan donderdag verder. De bedoeling is in tweede termijn.. Ja, alles mag, maar geen nieuwe zaken, geen nieuwe thema’s of wat dan ook, omdat het thema is: de Begroting 2026. Dan zullen we doorgaan in de tweede termijn voor de raad, eventueel nog de beantwoording door het college en dan gaan we over tot de besluitvorming inclusief de moties en amendementen. En we hopen dat we dat dan in één middag met elkaar kunnen afronden. Ik schors de vergadering tot donderdagmiddag. Succes! B3.
Schorsing
De voorzitter: Vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van 18 december 2025, De voorzitter, De griffier,
77