Notulen openbare raadsvergadering van 10 november 2025
Tekst van het document
In paragraaf 2.1.3 (pagina 109) van de Begroting 2026 het bedrag van het benodigde weerstandsvermogen inzake het risico Wildlands te verlagen van 10,4 miljoen naar 7,4 miljoen euro, door 3 miljoen euro vrij te maken uit de daarvoor aangehouden reserve. • De vrijgekomen 3 miljoen euro beschikbaar te stellen voor de versterking van de lokale handhaving door: o een financiële dekking te creëren voor de door het college geadviseerde capaciteitsuitbreiding van 6 fte boa’s, 396.843 euro per jaar; o inclusief de daarbij horende materiële kosten van twee voertuigen, 11.000 euro per voertuig. ‘En gaat over tot de orde van de dag.’ De heer Hoogenberg (Wakker Emmen): Ik was nog even nieuwsgierig: de vraag aan de heer Bosma of dat inderdaad is getoetst binnen organisatie of dat allemaal past, en of dat mogelijk is? De heer Bosma (Hart voor Emmen): Sorry, wilt u die vraag even herhalen? De heer Hoogenberg (Wakker Emmen): Nou, u hebt een opsomming, een bedrag. U zegt: het kan allemaal wel en zo. Maar hebt u dat ook ambtelijk laten toetsen of via de griffie even laten vragen of dat allemaal past? De heer Bosma (Hart voor Emmen): Nou, de gemeente heeft zelf een ondergrens afgesproken. Ze moeten minimaal 3,6 miljoen achter de hand houden voor Wildlands en dat is 5 procent van de leningen die nu nog openstaan. Dus volgens is dat allemaal mogelijk.
De heer Wittendorp (CDA): Ja, even aanhakend op wat de heer Hoogenberg zegt. Het gaat volgens mij om het inzetten van incidentele middelen voor structurele uitgaven. De heer Bosma (Hart voor Emmen): Ja, zoals u dat zegt: ja... De heer Wittendorp (CDA): Ja, mijn vraag daarbij zou zijn: ik heb altijd begrepen dat dat niet mocht. Maar als de heer Bosma daar anders over denkt, dan hoor ik dat graag. De heer Bosma (Hart voor Emmen): Ja, ik denk er anders over. Anders had ik dit amendement niet ingediend, lijkt mij. Nee, wij hebben dus gekeken wat het volgens de regelgeving minimaal moet zijn. En deze voldoet daar goed aan en dat geld staat stil. Dan blijft er dus nog 7,4 miljoen over en dat is ruim boven de veiligheidsmarge.
45
De voorzitter: Oké, we zullen daar straks het college ook nog over horen. Dan kunt u die vraag ook nog een keer herhalen. Meneer Bosma. De heer Bosma (Hart voor Emmen): Nou, dat was eigenlijk wel het laatste. Laten we nuchter en verstandig besturen met oog voor de portemonnee, met heldere keuzes en met het hart dicht bij de mensen van Emmen. Tot zover. De heer Koops (D66): Ja, dank u wel, voorzitter. Weer even het positivisme hervinden. Bij de bespreking van de Kaderbrief heb ik de inbreng van D66 gevormd rond de overtuigingen van Jan Terlouw. Zijn visie op liberalisme, zijn schrijven en zijn begrip van vrijheid vormen het blijvend fundament onder ons denken en handelen. Ik zal het eerlijk toegeven: ook in al zijn optimisme had Jan Terlouw denk ik niet kunnen voorspellen dat ik hier vandaag zou zijn als gemeenteraadslid namens de grootste partij van het land. Ik had toen graag willen zeggen met meneer Terlouw: ‘Het kan wél’. Het is een prachtige waardering dat juist een campagne gebaseerd op gemeenschapszin, waaraan meneer Terlouw altijd refereerde, bij zoveel mensen heeft geresoneerd. Op ons landelijk congres, vlak voor de verkiezingen, hebben wij dan ook aan elkaar beloofd: wij zullen het werk van Jan voortzetten. Met dat kleine voorwoord wil ik onze financiële beschouwingen aftrappen. Begin dit jaar hebben we voor het eerst een Kaderbrief besproken.
Voor het eerst ging het daar hoofdzakelijk over ideeën en overtuigingen en wat minder over punten en komma’s. Het logische gevolg daarvan is dat vandaag dan ook vooral een financieel debat voorligt, al vinden wij het nog wel wat wennen. Zo hebben bijvoorbeeld alle moties ingediend bij de Kaderbrief, een plekje gekregen in deze Begroting, al had wat ons betreft een wat algemenere beschouwing op de inbreng van alle partijen ook niet misstaan. Volgens mij hoorde ik Wakker Emmen ongeveer hetzelfde zeggen. We zouden in ieder geval moeten willen voorkomen dat het ook in dit huis nog enkel om moties en amendementen gaat. Als het dan vandaag vooral over financiën hoort te gaan, dan moet de basis van de Begroting natuurlijk wel op orde zijn. Zo laten vrijwel alle prestatie- en effectindicatoren geen stijgende lijn zien en wordt op veel plekken samenwerking gezien als dé oplossing voor stijgende kosten of gebrek aan financiering. Maar dan wordt toch echt een te groot beroep gedaan op ons positivisme en ons vertrouwen. Dat gezegd hebbende, zien wij wel degelijk een deel van onze kaderinbreng terug in de Begroting die voorligt. De door ons gewenste herijking van de Strategienota is genoemd. Het kon wel nog iets ambitieuzer, maar wij zijn ook blij met het voornemen van een lokaal volkshuisvestingsprogramma als actualisatie van de Woonvisie.
Verder waarderen wij de inzet voor het Veenpark en hopen wij natuurlijk op een snelle doorstart voor die belangrijke voorziening. Het had wat ons betreft ook nog wel een tandje meer gemogen voor wat betreft de ambitie op het gebied van kunst en cultuur. Vooropgesteld – dat punt hebben wij eerder gemaakt – dat wij het niet juist vinden dat sport en cultuur als hetzelfde programma worden aangevlogen ten aanzien van beide belangrijke onderwerpen. Verder wordt in de Begroting terecht het verband gelegd tussen de gewenste schaalsprong van de gemeente naar 120.000 inwoners en de verwachte toename van wensen rondom kunst en cultuur. Wij begrijpen dan echter niet dat er hierop niet is geanticipeerd door structureel meer middelen beschikbaar te stellen voor bijvoorbeeld subsidies, maar ook voor de integratie van kunst en cultuur in de openbare ruimte. Verder hebben wij dankbaar in het nieuws gelezen dat het Atlas Theater uit zijn jasje begint te groeien. De wens is gedeeld rondom een nieuwe ingang en ruimtelijke aanpassingen binnen. Gelet op het tienjarig bestaan van het Atlas Theater volgend jaar, heeft het college al nagedacht op welk cadeautje men mag rekenen? Verder missen wij ook nog steeds muziekeducatie in de plannen van de gemeente.
Daarbij kijken wij hoopvol naar het initiatief van de Muziekfabriek en willen wij de wethouder alvast vragen om, indien er extra budget nodig is voor de integratie van de Muziekfabriek in de nieuwbouw van Facet, dat niet meteen af te wijzen, maar daarover met een gericht voorstel naar de raad te komen. Nou, een ander onderwerp waarvoor wij, en met ons meerdere partijen, aandacht hebben gevraagd in de beschouwingen en ook vanmiddag, is natuurlijk veiligheid. Ook voor wat betreft dit onderwerp zien wij nogal wat ruimte voor aanvullingen en aanscherpingen. Zo kijken wij met waardering naar de
46
focus die de Begroting legt op onderwerpen als sociale wijken en dorpen, veiligheid op straat, huiselijk geweld en ook zeker femicide. Echter missen wij nog wel concrete voorstellen rond die belangrijke onderwerpen. D66 dient om die reden een amendement en een motie in, waarmee wij in het gat willen springen. Ten eerste ons amendement. Ons beoogde doel is om hierbij een tijdelijk pilotfonds in te stellen, gericht op een veilige en welkome openbare ruimte. Met dat fonds willen wij ruimte bieden voor kleinere maatregelen die bijdragen aan een veiliger gevoel en willen wij het makkelijker maken om van die ingrepen te leren en om flexibeler in te kunnen spelen op de wensen van inwoners en ondernemers. Amendement 3 ‘Pilotfonds veilig en welkom in de openbare ruimte’ (ingediend door de fractie van D66) ‘De gemeenteraad van Emmen, in vergadering bijeen op 10 november 2025, bij de behandeling van agendapunt B2, Begroting 2026 Besluit: Beslispunt 1 uit het voorgestelde raadsbesluit: 1. De Begroting 2026 (inclusief bijlagen) en Meerjarenraming 2026-2029 vast te stellen. Te wijzigen in: 1.
De Begroting 2026 (inclusief bijlagen) en Meerjarenraming 2027-2029 vast te stellen, met dien verstande dat in het jaar 2026 een tijdig pilotfonds ‘Veilig en Welkom in de Openbare Ruimte’ wordt ingesteld, dat wordt voorzien van een budget van 200.000 euro voor het begrotingsjaar 2026 en gedekt wordt door een onttrekking aan de calamiteitenreserve. En gaat over tot de orde van de dag.’ De heer Koops (D66): Met onze motie willen wij opnieuw aandacht voor de belangrijke campagne van Orange the World. Zeker dit jaar heeft Orange the World gekozen voor een campagne gericht op maatregelen die juist lokaal genomen kunnen worden en hebben zij een grote aantal actiepunten beschreven dat direct toepasbaar is. We willen het college dan ook oproepen om weer actief deel te nemen aan de campagne van Orange the World en om die actiepunten aan te grijpen om invulling te geven aan de ambities op het gebied van veiligheid.
Motie 10 ‘Gemeenten aan zet; veilig, overal en altijd’ (ingediend door de fractie van D66) ‘De raad van de gemeente Emmen, in vergadering bijeen op 10 en 13 november 2025, Bij de behandeling van agendapunt B2, Begroting 2026 Constaterende dat • de gemeente zich wil richten op verschillende veiligheidsuitdagingen, waaronder veiligheid op straat en huiselijk geweld (pagina 12); • de gemeente in samenwerking met andere Drentse gemeenten wil onderzoeken welke gecoördineerde maatregelen in Drenthe getroffen kunnen worden om femicide structureel aan te pakken (pagina 42); • de Begroting 2026 weinig concrete voorstellen bevat omtrent deze belangrijke onderwerpen; Overwegende dat • de campagne Orange the World dit jaar als thema ‘Gemeenten aan zet; veilig, overal en altijd’ heeft gekozen, omdat juist op lokaal niveau allerlei maatregelen genomen kunnen worden; • zij daarbij een inventarisatie van actiepunten voor gemeenten hebben opgesteld, die aanbevelingen bevat die direct toepasbaar zijn en die voortkomen uit de kennis en ervaring van professionals en maatschappelijke organisaties;
47
•
het thema en de inventarisatie daardoor goed aansluiten bij de nog uit te werken veiligheidsdoelen en –ambities van de Begroting 2026; Verzoekt het college om: • de gemeente Emmen weer actief te laten deelnemen aan de campagne Orange the World en de bijbehorende actiepunten lokaal uit te voeren; • daarbij structureel aandacht te besteden aan preventie, bewustwording en het verlagen van de drempel tot hulp en melding; En gaat over tot de orde van de dag.’ De heer Koops (D66): Verder willen wij in het kader van veiligheid nogmaals oproepen om zo snel mogelijk prioriteit te geven aan het veiliger maken van onze stationsgebieden en het veiligheidsvraagstuk los aan te vliegen van de komst van de Nedersaksenlijn. Tot slot willen wij aandacht vragen voor het klimaat. Nu Pure Energy namelijk de stekker uit Windpark N34 heeft getrokken en de bouw van het hoogspanningsstation in Veenoord sterk vertraagd lijkt, maken wij ons ernstig zorgen over dat de gemeente de Emmense bijdrage aan de RES niet meer gaat halen, nog los van het doel om in 2050 volledig energieneutraal en circulair te zijn. Het is om die reden dat wij mede-indieners zijn van de motie ‘Net op orde’, waar wij dan ook meer reflectie van verwachten in deze Begroting.
Sterker nog, de Begroting bevat zelfs nog steeds de constatering dat het geannuleerde windproject N34 moet gaan bijdragen aan de opgelegde taakstelling windenergie. Dat is toch best gek. Wij roepen het college dan ook op om uiterlijk bij de Kaderbespreking volgend jaar een actieplan te presenteren dat op hoofdlijnen moet schetsen hoe de gemeente Emmen op de korte termijn aan de RES-doelen gaat voldoen en op de lange termijn aan de klimaatdoelen van 2050, waarbij ook zeker en minstens een jaarlijkse rapportage verwachten. Voorzitter, D66 is de grootste partij van het land geworden met een campagne gericht op alle mensen die het liefst een stap vooruit willen zetten. En geen kleine stapjes, maar grote doorbraken die ook echt het verschil maken. Wij gunnen Emmen diezelfde doorbraken en wij kijken er dan ook naar uit om het komende jaar weer vanuit vertrouwen samen te werken aan de grote opgaven waar Emmen voor staat. D66 in Den Haag en Brussel, maar ook zeker in Emmen is klaar om verantwoordelijkheid te nemen. Dank u wel. De heer Pruisscher (ChristenUnie): Ja, voorzitter, ten eerste over dat amendement. We hebben – inderdaad, dat is ook al eerder ter sprake gekomen – het IBOR aangenomen in september. Daar is dit een van de onderdelen van. Toen hebben we het ook wel even gehad over die financiën en dat dat die er toen niet bij zaten.
Nou ja, je kunt dit zien als de invulling van die omissie of zo, maar waarom moet dan dit specifieke onderdeel daar eigenlijk zo duidelijk uitgelicht worden in relatie tot het hele IBOR? De heer Koops (D66): Ja, we staan hier als politici, maar ook als mens. Als ik dan kijk naar de afgelopen periode, dan is wat ik bijvoorbeeld een heel mooie ingreep vind, de update die de zebrapaden hebben gehad. Alle zebrapaden liggen er inmiddels weer goed bij en dat kwam door een motie van D66, volgens mij raadsbreed aangenomen. Dat is gerealiseerd voor een bedrag van zo’n 35.000 euro. Dat is een heel kleine ingreep, maar die ontzettend tegemoetkomt aan het gevoel van onveiligheid dat nu bij veel inwoners speelt. Ik denk dat dat gevoel van onveiligheid ook iets is wat heel duidelijk terugkomt in die Begroting. Dus ik denk dat juist door nu alvast een potje beschikbaar te stellen, dus echt niet veel geld, we wel al heel belangrijke stappen kunnen zetten om toch wat te doen met al die gevoelens. De heer Bosma (Hart voor Emmen): De heer Koops had het over het Windpark N34 dat dus niet doorgaat. Zou de heer Koops zich ook kunnen voorstellen dat heel veel aanwonenden erg blij zijn dat het niet doorgaat? De heer Koops (D66): Ja, dat kan ik.
De heer Bosma (Hart voor Emmen): Oké, In vervolg hierop: vindt meneer Koops ook dat de grote windparken, en ook de zonneparken, verantwoordelijk zijn voor de overbelasting van het stroomnet?
48
De heer Koops (D66): Nee, dat vind ik niet. De heer Bosma (Hart voor Emmen): Oké. Dus de stroom die daarop geleverd wordt, telt niet mee of zo. Zo ziet u dat? De heer Koops (D66): Nee, zo zie ik dat niet. De voorzitter: U zou ook een open vraag kunnen stellen, meneer Bosma. De heer Bosma (Hart voor Emmen): Dank u wel, voorzitter. Oké. De heer Pruisscher (ChristenUnie): Ja, voorzitter, nog in tweede instantie. Want dat amendement snap ik heel goed, hoor, om dat er nou even uit te lichten. Tegelijk, dat hele IBOR vraagt nog om zoveel toepassing dat ik dat een beetje moeilijk wegen vind. Dat hoor ik dan ook graag van het college. Maar uw motie gaat dan ook weer over veiligheid. Nu gaf u twee weken geleden het advies aan een aantal collega’s om dergelijke moties bij het Veiligheidsplan in december te betrekken. Waarom dan nu toch vandaag? De heer Koops (D66): Ja, ook heel simpel: omdat de campagne van Orange the World binnenkort op stapel staat en wij daar enkele activiteiten van gaan ondernemen. Dus ik heb die mogelijkheid aangegrepen om daar nu dan een voorstel voor te doen. Maar ik ben het ook heel erg met u eens en ik kijk ook heel erg uit naar de bespreking van het integraal Veiligheidsplan.
Mevrouw Van der Woude (GroenLinks): Vandaag bespreken wij de Begroting over 2026, de vertaling van de Kaderbrief van juni, met ambities waar dit college prioriteit aan geeft zoals woningbouw, de Greenwise Campus, Emmen Bereikbaar, de Nedersaksenlijn en natuurlijk het Rensenpark. Belangrijke thema’s: zij bepalen samen in wat voor gemeente wij willen wonen, werken en leven. Voorzitter, het college is blij dat de OZB niet stijgt. Begrijpelijk: niemand betaalt graag meer belasting. Laten we eerlijk zijn: de afvalstoffenheffing moet wél omhoog. De werkelijkheid is dat de kosten stijgen en dat vraagt om keuzes. Juist daar wil GroenLinks het over hebben. Niet alleen wat het kost, maar wat het oplevert voor onze inwoners en voor de toekomst van Emmen. Als je kijkt naar de beleidskaders Erbij Horen, Mee Doen en Bereikbaar Emmen raken de taak waar ons beleid naartoe zou moeten gaan. Dat iedereen in Emmen kan meedoen, zich kan ontwikkelen en zich prettig kan voelen. In Bereikbaar Emmen zien we dan toch vooral veel aandacht voor de auto. De parkeeractie in Emmen in december is succesvol, dat erkennen we. Maar waar blijft de busreiziger? Goed openbaar vervoer lijkt nog altijd het ondergeschoven kindje, terwijl het cruciaal is voor een groeiende gemeente. We willen naar 120.000 inwoners en daar hoort een sterk OV-netwerk bij. Met alleen de Nedersaksenlijn komen we er niet.
Mensen wonen nu eenmaal niet op het station. Een groeiende gemeente vraagt geen extra parkeerplaatsen, maar betrouwbare bussen en treinen. De heer Van der Weide (Wakker Emmen): U loopt hier best wel een tijd rond en volgens mij is het, denk ik al de tiende of elfde keer dat u een algemene beschouwing houdt. En elke keer zit daar een soort repeterend patroon in dat u vindt dat het openbaar vervoer niet goed is en anders moet. Maar ik kan u nog niet echt betrappen op voorstellen daarover. Dus dan ben ik dan wel benieuwd: komt u dan vandaag nog met een voorstel om het openbaar vervoer te verbeteren? Want u weet ook: de provincie is daar verantwoordelijk voor, die bekostigen het ook. Dat u daar aandacht voor vraagt, is prima. Maar ik vind het wel gemakkelijk om hier iedere keer te zeggen: het openbaar vervoer is niet goed, is niet op orde en u komt niet met een voorstel. Mevrouw Van der Woude (GroenLinks): Nou, zoals ik eerder bij de rondvraag al benoemde over de bereikbaarheid van Nieuw-Weerdinge en daarbij het openbaar vervoer dat dan tekortschiet. Dan zien
49
wij voor de gemeente een taak als regiehouder om zaken bij elkaar te brengen: Qbuzz en ambtenaren. En wij hebben al eerder voorstellen gedaan bij de Kaderbrief voor een onderzoek naar de hub bij De Oude Meerdijk, dat inderdaad is aangenomen. Dus hopen wij daar binnenkort in ieder geval ook de resultaten van te zien. Dus ja, in dat opzicht komen wij zeker met voorstellen en zijn wij ons er ook van bewust dat de provincie wellicht de lijnen uitvoert en de dienstregeling. Maar dan kun je als gemeente en als college wel druk uitoefenen en zorgen dat de belangen van Emmen daar vertegenwoordigd zijn. Dus dat is onze oproep aan het college ook elke keer weer. Ja, en niet altijd met succes, want het openbaar vervoer blijft verschralen. Vandoor ook onze aandacht voor het openbaar vervoer. Want iemand moet het doen. De heer Van der Weide (Wakker Emmen): Nou, volgens mij zijn er wel meer mensen, meer partijen die dat hier doen. Kijk, de nuance zit hem er denk ik wel in dat als u zegt dat het verschraalt. Corona heeft een effect gehad op het openbaar vervoer. Dat u daar aandacht voor vraagt, is prima. Maar ik wil u wel vragen om die nuance en die hoor ik u in uw tweede reactie wel geven, dat het niet alleen maar aan de gemeente is of aan het handelen van de gemeenteraad of het handelen van het college als het gaat om het openbaar vervoer.
Het programma Emmen Bereikbaar is volgens mij in de volle breedte goed voor onze bereikbaarheid en daar waar extra asfalt ligt, kan volgens mij de bus ook op een prima manier meeliften op bepaalde investeringen van de gemeente. Mevrouw Van der Woude (GroenLinks): Bouwen is belangrijk. Maar wat we bouwen, is nog belangrijker. GroenLinks is voorstander van sociale woningbouw en dat dat vooropstaat. Wij zijn ook blij dat het Rijk eindelijk de leegstandsbelasting mogelijk maakt, iets waar wij een aantal jaren geleden al voor pleitten. Leegstaande winkelpanden dragen niet bij aan een aantrekkelijke stad voor studenten of voor starters. Dan de programma’s Bargeres en Angelslo: we zien daar minder middelen. Kan het college garanderen dat dit niet ten koste gaat van de broodnodige wijkvernieuwing? Zeker Bargeres wacht daar al veel te lang op. Economisch gaat het wel goed in Emmen. En daar mag wel een compliment voor gegeven worden. Daarbij blijven we wel kritisch. Wij willen geen gemeente die als een puppy achter grote projectontwikkelaars aan loopt. Een goed ondernemersklimaat is belangrijk. Maar niet ten koste van mens, milieu en zeggenschap. De doorontwikkeling van het Bargerveen biedt kansen, ook voor ons plan het Hondsrugmeer. Zeker wanneer daar eventueel samengewerkt zou kunnen worden met partijen die duurzaamheid en natuur serieus nemen.
Als we kijken naar het sociaal domein, onderwijs en jeugd, dan maken we ons wel wat zorgen. We zien een patroon van normaliseren en te vaak is dat een ander woord voor bezuinigen. Bij het speciaal onderwijs wordt gesproken over een reductie van 70 procent van het toegelaten aantal leerlingen. Wat gebeurt met de kinderen die dan niet binnen de norm passen? Wie vangt hen op? Wij vrezen dat zij tussen wal en schip raken en straks zwaardere hulp nodig hebben. Dat is geen toekomstbestendig beleid, het is het verplaatsen van problemen. En daarom vragen wij het college om het voorkomen van het waterbedeffect tussen onderwijs en jeugdhulp. Hoe zorgen we dat kinderen niet eerst uitvallen voor ze hulp krijgen? En hoe wordt dit gemonitord? De term ‘intensivering van beleid’ om bezuinigingen te behalen, klinkt ook wat eng. We begrijpen zeker dat de uitgaven in de jeugdzorg groot zijn en hervorming nodig is. Maar hervorming mag geen bezuinigingsagenda worden. De heer De Jonge (VVD): Ja, ik was al een stukje terug, maar u zag me niet, voorzitter. Maar dat geeft niks. Ik kom toch even terug op dat Hundsrugmeer van u. Want u hebt een tijd geleden daar een motie voor ingediend. Die hebt u toen weer teruggetrokken. U benoemt het nu elke keer, maar komt u nog een keer met die motie? Want anders kunnen we hem ook gelijk wegstrepen, dan zijn we daar ook weer vanaf.
De voorzitter: Dat zouden we hem kunnen bespreken: dat klinkt mooier. Hoe de besluitvorming gaat, dat is aan de raad. Mevrouw Van der Woude.
50
Mevrouw Van der Woude (GroenLinks): Dank u wel, voorzitter. Wij zijn bezig met een voorstel voor het Hondsrugmeer. Natuurlijk kan ik dat Hondsrugmeer wel benoemen. Als ik zie dat er onderwerpen zijn waar het plan uitstekend in zou passen, dan kan ik het natuurlijk benoemen zodat het meegenomen wordt. Maar het onderwerp is in de koelkast, maar zeker niet vergeten. Dat komt zeker terug. Voorzitter, Sharon Stellaard – iemand aan wie het college nog weleens refereert – noemt het beleid ‘boemerangbeleid’, Bij hervormen met dezelfde logica waarin dit eerder mislukte. Zo hebben we recent minder kinderen die in het speciaal onderwijs willen, maar dan zonder robuuste alternatieven. Daar creëren straks meer jeugdhulp mee. Dat is geen transformatie, maar herhaling. Dus laten we kiezen voor lerend beleid. Beleid dat de praktijk serieus neemt en kinderen niet opnieuw laat terugkaatsen in systemen. We vragen ook aandacht voor het rapport van de Jeugdbescherming. Iets waar vanuit Wakker Emmen ook al vragen over zijn gesteld in eerdere commissies.
We nemen de oproep vanuit Stadskanaal serieus en dienen samen met 50PLUS een motie in richting duurzame oplossingen in Emmen om de onderliggende oorzaken van problemen in de jeugdbescherming op te lossen: Motie 11 ‘Jeugdbescherming’ (ingediend door de fracties van GroenLinks en 50PLUS) ‘De raad van de gemeente Emmen, in vergadering bijeen op 10 en 13 november 2025, Bij de behandeling van agendapunt B2, Begroting 2026 Gelezen: • het rapport ‘Als zelfs overheidsingrijpen kinderen geen bescherming biedt’ van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en de Inspectie Justitie en Veiligheid (verder: ‘het rapport’); Constaterende dat • uit het rapport blijkt dat veel jeugdigen niet – of niet tijdig – de noodzakelijke bescherming, begeleiding en hulp krijgen; • volgens het rapport stevig leiderschap van bestuurders, gemeenten en Rijk nodig is om de problemen op te lossen; • er gebrek aan transparantie is over wachtlijsten; • de belangrijkste oorzaken voor de tekortkomingen personeelstekorten en ontbrekende of ontoegankelijke hulp zijn; Overwegende dat • het onacceptabel is dat kwetsbare jongeren en gezinnen niet de juiste hulp geboden wordt; • gemeenten verantwoordelijk zijn voor de beschikbaarheid en kwaliteit van jeugdhulp, maar het in het huidige systeem onmogelijk is om dit te waarborgen; • er gezamenlijk strategische herbezinning nodig is tussen bestuurders, gemeenten en Rijk;
Verzoekt het college om: • het rapport en de problemen die hierin geschetst worden, te onderkennen; • de staatssecretaris voor Rechtsbescherming en de staatssecretaris voor Jeugd, Preventie en Sport, als stelselverantwoordelijken, op te roepen om het voortouw te nemen om samen met gemeenten, gecertificeerde instellingen en het Rijk te komen tot duurzame oplossingen voor de aanpak van de onderliggende oorzaken; • hierin samen op te trekken met de overige gemeenten in Groningen en Drenthe; En gaat over tot de orde van de dag.’ Mevrouw Van der Woude (GroenLinks): Verder zien we een lichte stijging van het aantal uitkeringen. Volgens het CBS daalt de armoede, deels door een andere meetmethode. We zien nog te veel huishoudens die moeite hebben met rondkomen. De herziening van de Participatiewet via drie sporen is positief. We misten één belangrijk woordje: ‘vertrouwen’. Vertrouwen in inwoners, uitvoerders en de menselijke maat. Wij zijn mede-indiener van de motie voor de pilot om het mogelijk te maken dat de kostendelersnorm wordt geschrapt. Dat zou het verschil maken voor de mensen met lage inkomens.
51
De IBOR-aanpak is een goed kader en dat steunen van harte bij de openbare ruimte. Laten we verbindingen richting Emmen, Rheine en misschien ook de busverbinding Emmen-Meppen niet vergeten. Grenzen moeten inderdaad geen barrières zijn. Het Rensenpark blijft een ruwe diamant, een plek waar cultuur en creativiteit samenkomen. We zijn blij dat DIEP in 2026 een nieuwe thuis krijgt. Het ontbreekt nog aan een passende plek voor de muziekbeoefening. Het sluiten van jongerencentrum Blanco en ook Spoorloos was een aderlating voor onze jongere muziekliefhebbers. We hebben al eens eerder voorgesteld om de olifantenstal te gebruiken als poppodium. Misschien dat het nu vorm krijgt. De mogelijkheid is er, want dat hebben we gezien toen we daar voor de expositie waren van street art. Tot slot, voorzitter. Veiligheid is blauw op straat, maar niet alleen blauw op straat. Het gaat ook over veilige verkeerssituaties, lagere snelheden in dorpen en wijken en sociale veiligheid. Wij hebben al schriftelijke vragen gesteld over het beleid voor femicide en dienen ook mede de motie in om lokaal beleid te ontwikkelen. Het Verdrag van Istanbul: we roepen de bestuurders op om hun verantwoordelijkheid te nemen en dat doen we graag. Tot slot. Voorzitter, deze Begroting laat ambities zien en dat waarderen we. Maar dit heeft wel de juiste richting nodig.
Een duurzame sociale gemeente bouw je met visie, vertrouwen en moed om te kiezen. En GroenLinks kiest voor een Emmen waar iedereen kan meedoen en waar de natuur niet de rekening betaalt en waar efficiënt beleid niet alleen efficiënt, maar ook menselijk. De heer Kasteleijn (50PLUS): Ja, wij bespreken nu het begrotingsdruk. Maar mijn belangrijkste punt is eigenlijk de woningnood. De druk op onze dorpen en wijken neemt toe. Maar wat ons bij 50PLUS het meeste zorgen baart, is dat juist senioren vastlopen. Zij willen kleiner, gelijkvloers, energiezuinig wonen en natuurlijk het liefst in hun eigen dorp. Maar dat lukt niet. Er is gewoon te weinig aanbod en als ouderen niet kunnen doorstromen, dan stokt de hele woningmarkt. Starters, gezinnen: iedereen voelt dat. Daarom is versnelling nu echt nodig. Wij hebben in Emmen een Woonvisie 2030 en wij hebben nu net een nieuw beleidskader voor de CPO 2025. Dat is een heel mooie basis, maar de praktijk laat zien dat CPO en andere bouwprojecten nog steeds vijf tot acht jaar duren. Dat is veel te lang, zeker nu de raad eerder unaniem een motie heeft aangenomen die juist om versnelling vraagt. De oorzaken kennen we: te lange vergunningstrajecten, te weinig ambtelijke capaciteit en een gebrek aan informatie over geschikte kavels.
Voorzitter, mijn eerste vraag is: wat gaat het college doen om deze interne vertragingen te verkorten? En wanneer zien we de eerste versnelde projecten daadwerkelijk starten? We zien namelijk duidelijk kansen: gemeentelijke grond, dorpslocaties, bestaande infrastructuur. Ik noem drie extra kansrijke plaatsen: het Kruiwerk, de Kap, Pastoor Middelkoopschool in Klazienaveen, de Boermarke in Angelslo en het dorpslint in Weerdinge. Het zijn plekken waar mensen al samen plannen maken, waar binding met het dorp groot is en waar een project in twee jaar tijd er echt zou kunnen staan. Is de wethouder bereid om deze locaties voorrang te geven aan de Versnellingstafel? De heer Pruisscher (ChristenUnie): Ja, voorzitter, ik hoor ineens plannen voorbijkomen voor de Boermarke. Maar volgens plannen wij daar een Greenwise Campus. Dus ben ik even heel benieuwd wie daar woningen wil gaan bouwen. De heer Kasteleijn (50PLUS): Een heel goede vraag. Ja! Haha! De voorzitter: Ik dacht dat u een vraag ging stellen over het dorpslint in Weerdinge, meneer Pruisscher. Dat ging mij ook door de kop heen. Wat moeten we daar allemaal realiseren? Laten we daar niet al te diep op ingaan, het waren slechts voorbeelden om daar versnellingen te doen. Laten we het zo even formuleren, dan kan de wethouder wellicht nog wat nadere informatie geven. Meneer Kasteleijn.
De heer Kasteleijn (50PLUS): Hartelijk dank voor het redden, haha! Dan de begeleiding. Een CPO-project is voor veel inwoners een nieuw avontuur, zeker voor senioren. Die hebben vaak wel ideeën, maar geen ervaring met procedures en aannemers. Daarom herhaal ik onze oproep: stel één vaste CPO-begeleider aan bij Binnenruimte en Wonen. Iemand die de weg kent en de burger helpt. En laat die persoon elk kwartaal rapporteren aan de raad. Is het college bereid, dit
52
nog in 2026 te realiseren? Daarnaast stellen wij voor, een CPO-stimuleringsfonds voor senioren in te stellen. Een klein budget van 150.000 euro voor procesbegeleiding, planvorming en haalbaarheid, zodat we sneller van idee naar uitvoering gaan. Ziet de wethouder ook mogelijkheden om dit fonds op te nemen in het Uitvoeringsprogramma Wonen 2025-2030? Voorzitter, 50PLUS ziet seniorenhuisvesting als dé grote sleutel voor doorstroming. Een nieuwe seniorenwoning levert vaak een tweede verhuizing op. Ouderen verhuizen, gezinnen schuiven door en starters krijgen een kans. En het past mooi bij onze motie van de seniorenmakelaar, die inmiddels is uitgewerkt in een brief van het college. Wij zien dat als een waardevolle stap richting echte doorstroming op lokaal niveau. Een ander punt is de afvalparagraaf. De vaste kosten gaan met 5 euro omhoog. Tegelijkertijd willen we het restafval per huishouden terugbrengen tot 100 kilo per jaar. Dat voelt tegenstrijdig. Vraag 5: waarom kiest de wethouder voor verhoging van de vaste kosten en niet voor een prikkel juist via het restafval? En nog iets: bij de inzameling van plastic wordt regelmatig een vracht afgekeurd bij te veel vervuiling. Kan de wethouder ook aangeven hoeveel procent jaarlijks wordt afgekeurd.
En hoe zit het met de afvalstromen van de zorginstellingen en ziekenhuizen? Mevrouw Louwes (PvdA): Ja, ik zit naar het betoog van de heer Kasteleijn te luisteren en ik hoor heel veel technische vragen. Hebt u ook overwogen om die technische vragen gewoon schriftelijk te stellen en daar uw verhaal op te bouwen? De heer Kasteleijn (50PLUS): Niet echt. Nee. Haha! Misschien stel ik te veel vragen, dat zou kunnen. Maar ik vind juist dat deze vragen hier horen en dat we daar van de wethouder dan antwoord op krijgen. Mevrouw Louwes (PvdA): Ja nee, natuurlijk, dat staat u vrij. Alleen, volgens mij is deze vergadering vooral bedoeld om onze visie op een begroting te geven en onze visie te geven op hoe je zelf als partij daar volgend jaar tegenaan kijkt en hoe je het zelf als partij zou willen. En nu hoor ik heel van uw zendtijd opgaan aan theoretische vragen, waarvan ik denk dat dat jammer is voor u. Dat is denk ik ook jammer voor de toehoorder, maar het is vooral ook jammer voor de mogelijkheid die u hebt om uw visie hier nu neer te leggen. Het is aan u, uiteraard. Maar ik denk: nou, ik wil toch even de vraag stellen of u dat in overweging hebt nemen. De heer Kasteleijn (50PLUS): Nee, dat heb ik niet gedaan, dus. Nee. Ja, dat is uw mening. Ik had nog een vraag over die zorginstellingen en ziekenhuizen: daar wordt nauwelijks afval gescheiden.
Ik vraag dan ook of dat onder de gemeentelijke verantwoordelijkheid valt, want dat weten we dus niet. Nou, voorzitter, dan nog een onderwerp dat 50PLUS altijd aan het hart gaat en dat is cultuur. We waarderen dat de cultuurbudgetten nu structureel zijn vastgelegd, ook na 2029. Dat geeft rust en laat zien dat dit college serieus omgaat met cultuur. Maar laten we ook goed zorgen voor wat we al hebben. De Muziekkoepel in het centrum verdient beter onderhoud en vrij gebruik. De Nabershof moet behouden blijven, misschien wel samen met Collectie Brands als één sterk cultureel centrum. En dan de Stip: na tien jaar staat dit kunstwerk er echt slecht bij. Het is het visitekaartje van Emmen na het Raadhuisplein. Wil de wethouder samen met de Stichting Living Industry onderzoeken hoe de Stip kan worden hersteld en opnieuw kan stralen als trots van onze stad? Ons laatste onderwerp is zorgfraude. Uit een artikel in het Dagblad van het Noorden– het CDA had daar ook een motie over, ik had daar een mailtje over gestuurd, maar ik heb begrepen dat dat niet aangekomen is – blijkt dat er zorgfraudemiljoenen wegvloeien. In Almelo hebben ze door een aantal strenge maatregelen een miljoen terug kunnen vorderen van malafide ondernemers.
Enerzijds door met een groot aantal Twentse gemeenten gezamenlijk bij een aanbesteding een Bibob-keuring te eisen, anderzijds is, door een gezamenlijk fonds te maken, door in de recherche een effectieve slag te maken. Vraag 1 aan het college is dan ook: is er in Drenthe een vergelijkbare samenwerkingsverband op het gebied van de Wmo en de Jeugdwet? En vraag 2: is het college bereid om te onderzoeken of er vergelijkbare samenwerking is om te komen tot een gezamenlijke Bibob-toets ook in Drenthe? En dat sluit aan bij de motie van het CDA, die we ook zeker zullen steunen.
53
De heer Wittendorp (CDA): De heer Kasteleijn heeft het over een mail, die zou aan mij zijn gericht. Die is inderdaad aangekomen, die zie ik nu. Nou ja, om even toe te voegen: die is uiteindelijk vanmorgen verstuurd. We waren ook laat met onze motie. Maar daarna heeft de heer Kasteleijn gereageerd, dus hij is wél aangekomen. De voorzitter: Gelukkig maar, dan is dat opgelost! Meneer Kasteleijn. De heer Kasteleijn (50PLUS): Helemaal goed! Tot slot, voorzitter. De doorlooptijd van vijf tot acht jaar is niet haalbaar, Met goede begeleiding, duidelijke kavels en een kleine financiële impuls kan Emmen binnen twee jaar de eerste seniorenCPO’s realiseren. Dat is goed voor de doorstroming, goed voor de leefbaarheid van onze dorpen en goed voor de geloofwaardigheid van ons beleid. Voorzitter, als we zo doorgaan, zijn onze senioren eerder klaar met hun levensloop dan met hun levensloopbestendige woningen. Dus, graag wat tempo. Wel wil ik tot slot de wethouder de toezegging doen dat als we die eerste senioren-CPO’s over twee jaar echt zien verrijzen, ik de wethouder een heel mooie gedenktegel beloof – van keramiek, uiteraard. Tot zover. De voorzitter; Dank u wel. Met een waarde onder de 50 euro, alstublieft. Ik kijk even rond. Volgens mij waren dit de bijdragen in eerste termijn? Dat is goed. Nou, de timing was geweldig aan de voorkant.
Zo rond de klok van half zes zouden we afronden, we zijn ook een kwartiertje later begonnen. Ik schat eens even in. Ik denk dat er links en rechts wat beraad plaats zal moeten vinden. In ieder geval zal het college zich even beraden op de vragen, opmerkingen en reacties op de moties en amendementen. Daar is zo gauw even een halfuur voor nodig, dan moeten we nog even een hapje eten met elkaar. Is het een goed voorstel om om zeven uur de vergadering weer te hervatten? Ja? Dan schors ik de vergadering tot zeven uur. Schorsing De voorzitter: Ik heropen de vergadering. Wij hebben in eerste termijn alle raadsfractie gehoord met hun standpunten over de Begroting. Nu hebben we nog een avondprogramma dat erin voorziet dat we in ieder geval in de eerste termijn het college de gelegenheid geven om daarop te reageren. En dan zullen we de vergadering schorsen en dan gaan wij donderdagmiddag weer verder. Ik zei aan het begin van de vergadering al dat we de volgorde iets anders doen allemaal. Dus ik geef eerst het woord aan wethouder Jakobs. Reactie college De heer Jakobs (wethouder): Een aantal vragen dat ik zo goed mogelijk en zo snel mogelijk probeer te beantwoorden. Ja, de woningopgave blijft onverminderd groot. Tot 2030 willen we 4.000 woningen bouwen en ook daar liggen we op schema met een verdere groei van 6.000 woningen tot volgend decennium.
We zetten echt concreet stappen in wijken en dorpen, waar we met diverse uitbreidingslocaties aan de slag gaan. Daarnaast voeren we constructieve gesprekken met de CPO’s, de collectieve particuliere opdrachtgeverschappen. Enkele voorbeelden daarvan zijn CPO Oranjezathe in Oranjedorp en CPO Veld 4 Zwartemeer en we hebben diverse verkennende gesprekken met CPO Klazienaveen-West en CPO De Groene Bevers om gezamenlijk te kijken waar mogelijkheden liggen om binnen het CPO te bouwen. Vanuit de provincie zijn er subsidiemogelijkheden en mogelijkheden voor een renteloze lening voor een CPO. Dan moet je denken aan een 10.000 euro voor het begeleiden en het onderzoeken door een procesbegeleider en een renteloze lening tot maxinaal 50.000 euro. Wij nemen een actieve rol in de gesprekken en begeleiden ze naar de provincie voor verder begeleiding en ondersteuning. De Versnellingstafel Woningbouw wordt onderdeel van de programmatische aanpak van de woningbouw en wordt verder uitgewerkt in een nota waar uw raad om heeft gevraagd. Ik kan toezeggen dat we op schema liggen en vóór maart de nota wordt gepresenteerd – maart 2026 hebben we het dan over. Dit geldt ook voor de motie ‘Versnelling woningbouw’ met parallel plannen als
54
standaard, ingebracht door het CDA destijds. Er wordt hierbij een link gelegd met de overige moties en het initiatiefproces van Programma Wonen en ook hier geldt dat we de beantwoording vóór maart 2026 presenteren. Voor het versnellen van het vergunningtraject woningbouw – motie 13 was dat destijds – zijn we in voorbereiding met een procesvoorstel in een raadsbrief voor het initiatiefproces. Dit wordt voor het einde van het jaar aangeleverd. Alle wijken en dorpen tellen mee. Er was nog een vraag van Wakker Emmen: hoe hard en vast is dat nou? We willen gestaag bijbouwen in alle dorpen en wijken. We hebben de ruimte in Emmen om te kiezen. Dit betekent dat we goed kijken naar de mogelijkheden en alle dorpen en wijken tellen mee. We hebben ook al gezegd 10.000 woningen. De Delftlanden is onlangs geweest: daar hadden we het over duizend stuks. Dus als je dat een beetje doortrekt, dan heb je het over 10 procent. Die lijn zou je globaal ook door kunnen trekken naar de dorpen en wijken, waar in de grotere kernen iets meer mogelijk is en het in de kleinere kernen binnen die 10 procent zou kunnen vallen. Dan heb ik enkele cijfers hoe we nu dan op schema zitten met betrekking tot die woningbouw. Nou, vanaf 2022 tot en met deze zomer zijn er 847 woningen gerealiseerd.
Van 2025 tot en met 2030 staan er netto 3.146 woningen in de Woningbouwmonitor en vanaf 2030 tot 2034 staan er al 780 woningen op het programma. Met betrekking tot de woningbouwlocaties voor het Volkshuisvestingsprogramma wordt locatieonderzoek uitgevoerd en wordt daarna passend geprioriteerd. Prioriteren op kansrijkheid en op behoefte van de doelgroep. Woningsplitsing wordt onderdeel van het Volkshuisvestingsprogramma: dat nemen we mee. Dan was er nog een vraag over stikstof en hoe we daarmee omgaan. Er werd net ook specifiek projecten genoemd, onder andere Veld 4 in Weiteveen en De Waide in Nieuw-Schoonebeek. Daar zijn we bestaande en erkende juridische mogelijkheden aan het uitwerken hoe we kavels kunnen uitgeven, zonder dat initiatiefnemers in de problemen komen met de vergunningaanvraag voor de bouw van woningen in combinatie met stikstof. Indien uit onderzoek blijkt dat de bestaande en erkende mogelijkheden niet toereikend zijn, is mogelijk de geplande verlaging van de rekenkundige ondergrens een mogelijkheid – mits juridisch waterdicht. Dan het Rensenpark. We kijken naar de mogelijkheden om te versnellen waar mogelijk: 'de basis op orde’. En wat bedoel ik dan met ‘de basis op orde’? For the time being – en misschien hebt u dat ook wel al gezien – pakken we het groen aan en herstellen we het straatwerk waar mogelijk.
Maar uiteindelijk willen we natuurlijk naar een totaal herinrichtingsplan waarvan we de eerste ontwerpen presenteren in 2026. Verder gaan we kijken waar we kunnen versnellen waar mogelijk. Dan het tweede deel van het Biochron: wanneer en hoe dat een passende invulling zou kunnen krijgen? Nou, we zijn aan het onderzoeken wat daarin mogelijk is. Daarvoor is door de raad in 2023 – zo eventjes uit mijn hoofd – ook een motie aangenomen. Nou, dan met betrekking tot de openbare ruimte. Zoals aangekondigd in de beantwoording van de motie ‘Onderhoud openbare ruimte’, willen wij in 2026 het beheer van ons kapitale groen moderniseren om achterstanden versneld in te lopen. Een integrale aanpak van de openbare ruimte, bijvoorbeeld groen-grijs, vormt de kern om de leefbaarheid te bevorderen. We zien daarbij kansen in de toepassing van een integraal beheerssysteem en het gebruik van technologieën zoals AI, drones en robotica. Ook maken we onze beheerplannen klimaatbestendig door te investeren in waterberging en versteviging van de oeverbestendige groenstructuren en een flexibele inrichting die meebeweegt met het klimaat. De afkeur van PMD-afval werd nog eventjes genoemd door 50PLUS. Nou, het was een vrij technische vraag, maar ik ben er wel achter hoe het precies zit. Het gemiddelde percentage zit op 30 procent. Wel zien we een dalende trend.
In Q1 was het nog 41 procent, in Q2 was dit 46 procent, wat het gemiddelde op dit moment 39 procent maakt. Er was nog een vraag: waarom die 5 euro verhoging? Nou, we hebben bewust gekozen om het vaste tarief te verhogen. Op het moment dat men minder aanbiedt – dat is 7 euro per keer aanbieden – zou men die 5 euro op een gemakkelijke manier terug kunnen verdienen. Dan het amendement van D66 met betrekking tot de veiligheid in de openbare ruimte. Ja, voor de vertaling van het IBOR zijn wij reeds gestart met het ontwikkelen van pilots die bijdragen aan een veilige, uitnodigende en leefbare omgeving. Een voorbeeld hiervan is de pilot Veilig voor School Schoners. Tegelijkertijd ligt bij ons de nadruk op het bredere openbare groen en de inrichting van de openbare ruimte in wijken en dorpen. Daarbij kijken we niet alleen naar verkeersveiligheid, maar ook naar hoe de inrichting van de ruimte bijdraagt aan het gevoel van veiligheid en welkom-zijn.
55
Commentaar [D.P.3]: GRIFFIE, ik denk dat de wethouder zich hier verspreekt. Dit versta ik letterlijk. Ik kan ook de juiste benaming van de pilot niet vinden op internet. Wel de pilot Veilig in en om School, maar dat is heel anders dan hoe de wethouder het hier uitspreekt. Graag laten corrigeren svp.
De doelen van het IBOR zijn verwerkt in de eerste twee doelen van de doelenboom in Programma 7: ‘de leefomgeving is groen, biodivers en klimaatbestendig plus gezond, gelijke toegang voor iedereen en veilig’. Dan staat er een dekking in uw amendement: die past niet binnen het Calamiteitenfonds. De heer Koops (D66): Ja, dan zou ik dan toch graag een stukje context bij willen waarom dat niet zo is. De heer Jakobs (wethouder): Het Calamiteitenfonds is daar niet voor bestemd, dan zou u daar een andere dekking voor moeten kiezen. De heer Koops (D66): Ja, in principe begrijp ik hem. Maar er is eerder vanavond over het Calamiteitenfonds gezegd dat het eigenlijk te vol is en dat een deel van dit geld zou terugvloeien naar de algemene reserve. Dan is dat volgens mij een heel mooie kans om dat geld anders te bestemmen voordat het daar belandt. Bovendien, als ik dan kijk hoe het geld voor de calamiteiten de afgelopen jaren is ingezet, zit daar ook best wel een verscheidenheid in van onderwerpen waar u als college voor hebt gekozen. Dus daarom vraag ik om iets meer context, want ik begrijp niet helemaal waarom onze dekking dan niet geschikt zou zijn. De voorzitter: Misschien is het goed dat de wethouder financiën daar zometeen ook nog even wat over zegt: wat zou de grenzen van het Calamiteitenfonds.
U zegt in feite: u haalt het uit het Calamiteitenfonds, maar je zou dit voorstel beter vanuit de algemene reserve kunnen doen. Laten we dat even bij de wethouder financiën leggen. Want dat gaat over de dekking. De heer Jakobs (wethouder): Oké, dan krijgt u het antwoord van de wethouder financiën. Wellicht is het een tip voor u om een andere dekking te zoeken. De motie van de welstand, ingebracht door Hart voor Emmen. Ja, bij het realiseren van nieuwe woonwijken of uitbreidingen levert de welstandtoetsing geen vertraging, op. We komen binnenkort met een planning voor het evalueren van het welstandsbeleid, zoals aangegeven bij de beantwoording van de motie van 50PLUS bij de Kaderbrief. Eventuele gewenste aanpassingen naar aanleiding van de evaluatie landen tezijnertijd in het omgevingsplan. Tot zover in ieder geval, voorzitter. De heer Koops (D66): Ja, dan toch nog een vraag ter verduidelijking. Want u geeft aan dat u op zoek gaat naar een andere dekking, maar ik wacht toch eerst het antwoord af van de wethouder financiën. Maar als die andere dekking gevonden wordt, zegt u dan: nou, met dat amendement kunnen wij wel uit de voeten? De heer Jakobs (wethouder): Ik heb aangegeven dat ik het een sympathiek amendement vind. Het past ook binnen het IBOR. Het gaat dus om die dekking en dan wil ik er nog even scherp naar kijken.
De heer Kasteleijn (50PLUS): Hartelijk dank voor de beantwoording, wethouder. Mijn vraag is even over die Versnellingstafel: is die inmiddels geïnstalleerd c.q. wanneer wordt die geïnstalleerd? De heer Jakobs (wethouder): Ik heb het gehad over de programmatische aanpak. Daar komen we in het eerste kwartaal van 2026 mee. Die Versnellingstafel en parallel plannen passen allemaal binnen die programmatische aanpak. Dus dat betekent dat we nu niet op onze handen zitten, want het is echt hands-on. Maar wel dat het een plek krijgt binnen die programmatische aanpak. De heer Pruisscher (ChristenUnie): Wellicht richting maart, hoor. Want we horen dat de wethouder inderdaad werkt voor wonen om dat dan op te leveren. Maar het buitelt wel wat over elkaar heen dat er ook een Volkshuisvestingsprogramma komt. We hebben al een Woonvisie. Het zou ons helpen om in ieder geval de doelen daarvan en wat waar hoort, een beetje te kunnen scheiden. Dus dat daar een overzicht van komt: daar zou u ons mee kunnen helpen. En ik was nog benieuwd of de wethouder weet waar die woningen van de Boermarke terecht moeten komen.
56
De heer Jakobs (wethouder): Waar de woningen van de Boermarke terechtkomen, weet ik niet. Dit initiatief is verder ook niet bij mij bekend, ook niet ingediend. Dus daar heb ik voor geen antwoord op. Daarnaast geeft u aan: maart. Daarbij geeft u aan: duurt dat niet te lang of draagt dat dan verder? We doen er alles aan om die programmatische aanpak zo snel mogelijk aan te leveren. De voorzitter: Van Weerdinge weet u ook niks, begrijp ik? Nee, dus. De heer Jakobs (wethouder): Ja, ik heb een locatie gezien, die ligt een beetje tegen de bosrand aan. De voorzitter: Ah, kijk! Nee, ik snap wat u bedoelt. De heer Jakobs (wethouder): Maar dit terzijde. De voorzitter: Vier hoog, hè? Ja. Meneer Van Dijken. De heer Van Dijken (CDA): Eigenlijk was het een vraag van 50PLUS. Dus ik dacht: ik wacht even of u de vraag nog een keer zou herhalen. Dat ging over de tariefstijging van 5 euro op het vaste tarief op de afvalstoffenheffing. En de vraag die meneer Kasteleijn stelde, was waarom we het vaste tarief verhogen met 5 euro. Want we hebben al jaren problemen om die 100 kilogram restafval te realiseren. We zitten nog steeds rond de 135, geloof ik. Even kijken, hoor. Ja, 135 kilo.
Zou het niet veel verstandiger zijn om die 7 euro te verhogen? Want dat is een impuls voor mensen om te denken: wacht eens even, in plaats van die 7 euro moet ik nu 7 euro 50 betalen en dat is een stimulans om wat meer te scheiden. Dus waarom op het vaste tarief en waarom niet op het variabele tarief? De heer Jakobs (wethouder): Ik begrijp uw vraag, want ik heb hier ook mee geworsteld. Wat doe je dan? Doe je het variabele tarief, ga je daaraan sleutelen? Of ga je sleutelen aan het vaste tarief? We hebben bewust gekozen voor het vaste tarief. Je kunt dat ook omkeren: op het moment dat men een container aanbiedt, is die 5 euro heel snel terugverdiend en dat zou ook een stimulans kunnen zijn. De heer Van Dijken (CDA): Ja, het gaat mij er niet om dat de inwoner heel snel die 5 euro terug heeft verdiend. Het gaat er mij om dat je met het variabele tarief juist een prikkel geeft aan de inwoner om nogmaals te denken: als ik meer scheid, hoef ik minder vaak de container aan de straat te zetten en dan proberen we die 135 kilo naar 100 te krijgen. {Geroezemoes in de raadszaal.] Zeg ik iets geks? De voorzitter: Het is een spellingskwestie, laat ik het zo maar formuleren. U zei: ‘als ik meer scheid...’ Het gaat hier over ‘scheiden’ met de korte ‘ei’, ja. Gaat u door, wethouder. De heer Jakobs (wethouder): Het zit hem inderdaad meer in het woord: ‘scheid’, ‘scheiden’.
Maar ik begrijp terdege wat u bedoelt. Het is een bewuste keuze om dit te doen, ook omdat we in 2026 opnieuw gaan evalueren: waar staan we nu met diftar en hoe zitten we met ons restafval? Wat ik net al aangaf: we zien een trend naar beneden, laten we die trend met elkaar vasthouden. De voorzitter: Voldoende? Dank u wel, dan kan wethouder Jakobs nu richting Veenoord. Daar wensen we hem veel succes mee en dan geef ik het woord aan onder anderen de wethouder financiën, wethouder Bos. De heer J. Bos (wethouder): Voor ons hebben we de Begroting liggen voor 2026 en daarmee ook de Meerjarenbegroting voor de jaren daarna. En die Begroting is een vertaling van de Kaderbrief die in de raad is behandeld. Het is daarmee wel de eerste Begroting in de gewijzigde planning- en controlcyclus en tegelijkertijd is het de laatste Begroting van dit college en van deze raad in deze samenstelling. Daarom wil ik niet alleen vooruitkijken naar 2026, maar toch ook aangeven dat we trots zijn op wat er de afgelopen jaren is gerealiseerd met z’n allen. De opgaven en doelen van het Coalitieakkoord zijn grotendeels gerealiseerd, dus dat is dan wat ik even wil benoemen. Binnen de context waarbinnen dit moest gebeuren, is dit geen sinecure. Want de gemeentelijke financiën worden al jaren gekenmerkt door een onzekerheid, namelijk onder andere – misschien is het
57
ook wel een zekerheid – in de dalende bijdragen van het Rijk die voortdurend dalen. Tegelijkertijd taken die overkomen zonder voldoende middelen en door loon- en prijsstijgingen die steeds verder toenemen. En dan telt daarbij de personeelstekorten en de capaciteitskrapte, zowel bij ons als bij onze partners en dan krijgt u een beeld waarom we dit allemaal gebeurd is. De Septembercirculaire is niet in de Begroting verwerkt, maar die is ondertussen wel bekend en ook verdeeld. Die biedt ook geen ruimte, zoals u hebt kunnen zien. Nou, onder dit gesternte zijn de doelen van het Coalitieakkoord grotendeels gerealiseerd en een sluitende Begroting hebben we kunnen overleggen en dat stemt ons wel trots. Dat is een gemeenschappelijke inspanning geweest de afgelopen jaren voor raad, college en ambtelijke organisatie en onze partners: daar willen hen allen voor danken. Dan even de Begroting zelf. De Begroting is in het licht van wat ik net zei, toch ambitieus. Waarom? Omdat het nodig is. Stilstand is geen optie op dit moment. Als we gaan wachten op de dingen die gaan gebeuren, dan gebeuren er dingen waar we niet op zitten te wachten. Is er sprake van grote maatschappelijke vraagstukken en willen we een mooie gemeente waarin het goed is om te leven, te wonen en te werken, dan moet daarvoor bestuurlijke daadkracht getoond worden en lef om te investeren.
En dan zul je als gemeente zelf het heft in handen moeten nemen. Dat doen we dan niet als een kip zonder kop, maar we hebben de financiële positie daarbij goed in de gaten en die houden we in de gaten. We hebben een uitstekende reservepositie, maar laten we wel opletten. Want de kans dat er extra middelen van het Rijk bijkomen, die schat ik nogal somber in. Ik denk dat het eerder omgekeerd zal zijn. De Begroting is daarmee en daarom met realisme opgesteld: tegenvallers nemen we als we ze zien aankomen en inkomsten als er een grote mate van zekerheid is. We hebben zo veel mogelijk gekeken naar de bestaande budgetten en we kijken waar we er wat op konden bijsturen. En ook vanuit de Kaderbrief ziet u dat daar een 5,5 miljoen stelpost was voor de grote opgaven. Nou, daar hebben we heel kritisch naar gekeken en dat hebben we teruggebracht naar – wat zal het zijn? – 3,5 miljoen, dat ligt eraan naar welk jaar je kijkt. Dus in die zin hebben we gekeken wat haalbaar is en daar hebben we dan op gestuurd. En wat we niet hebben gedaan – dat is ook wel genoemd in een paar bijdragen – is de kortingen van het Rijk afwikkelen op onze inwoners. De woonlasten proberen we zo laag mogelijk te houden. We hebben er net ook al een kleine discussie over gehad hoe dat met de afvalstoffen zit.
Maar ook de OZB hebben we gelijk gehouden en we willen dat eigenlijk toch wel conform de coalitieafspraken gewoon deze Begroting gestand doen. De uitkomst is dus een sluitende Begroting voor 2026 en voor de jaren daarna een tekort. En dat tekort is niet ernstig. Het is slechts 1 procent van onze omzet. Dat heb ik weleens eerder gezegd: dat kunnen we wel wegpoetsen als daar de urgentie voor is. Maar het geeft wel een signaal af. Het geeft het signaal af dat als er nieuwe meevallers komen van het Rijk – stel, het gebeurt structureel dat er niet direct meevallers in zitten –we die als reserve gebruiken, als ruimte voor kapitaallasten die voortvloeien uit de grote investeringen die we nog moeten doen. Daar kom ik zometeen nog wel even op terug. Nou, een aantal vragen dat gesteld is. Daar wil ik even op ingaan. Ten eerste er is een aantal opmerkingen gemaakt over dat de Meerjarenbegroting niet sluitend is. Nou, ik heb daar al iets over gezegd. Dat is in de Kaderbrief al toegelicht: daarin hebben we al aangegeven dat als we nu kiezen voor een meerjarig sluitende Begroting, je toch nu zult moeten bezuinigen op onderwerpen waarvan je denkt: is dat wel nodig? Misschien komt het helemaal niet zo ver. En dat terwijl er zoveel onduidelijkheid is, hebben wij ervoor gekozen om 2026 sluitend te maken, zoals conform de opdracht, en de jaren daarna gewoon met een tekort af te sluiten.
Want dat mag. Door alleen 2026 sluitend te maken, krijg je ook ruimte voor het uitwerken van de grote opgaven, waardoor dan helder wordt wat er dan nodig is in 2027 om tot een sluitende begroting te komen, maar ook welke investeringen er nodig zijn en welk kapitaal we nodig hebben. En daar werd al even de suggestie gedaan: kijk eens naar de investeringsagenda. Nou, dat zou misschien daar een goed onderdeel in kunnen zijn. Uiteindelijk komt het dus toch terecht, hoe je het wendt of keert, op kiezen en prioriteiten stellen. In de Kaderbrief hebben we daarop ingezet, hebben we al aangegeven wat van de twintig grote opgaven volgens ons de acht belangrijkste prioriteiten zijn. Daar heeft de raad in feite mee ingestemd. Ik weet niet of dat een te groot woord is, maar daar is in elk geval niet echt veel tegengas op gegeven in mijn herinnering. In elk geval, de overgrote meerderheid was het daarmee eens, want ik zag een paar
58
mensen al het hoofd schudden. Nou, dat is eventjes als het gaat om die keuzes die gemaakt zijn. En dan hebben we dus een aantal opgaven dat we prioritair achten en een twintigtal grote opgaven. Beperkte capaciteit betekent kiezen en dan is de vraag niet: wel of niet doen. Maar bij prioriteren de volgorde eerst: wat kan later en eventueel kiezen binnen de opgaven om daar wat binnen te budgetteren. Een belangrijk voertuig bij de keuze is geweest de capaciteit. We hebben met name bij planologen, stedenbouwkundigen en projectleiders een behoorlijke krapte: daar zit met name de bottleneck. En dat speelt, zoals u uit mijn woorden al hoort, voornamelijk bij het fysieke domein: daar zitten de knelpunten. Dus hebben we bij de prioritaire opgaven waarvan het beeld was dat dat de belangrijkste om bij te dragen aan onze ambities, gekeken in hoeverre we de capaciteit daarover kunnen verdelen. En dan de opgaven die daar niet bij kwamen, maar die ook geen kritische capaciteit vragen, kunnen gewoon doorgaan en voor de andere opgaven hebben we gekeken wat er aan procesmiddelen nodig is om daar toch een stap in te zetten. Dat is in de tabel verwerkt met de opgaven en de procesmiddelen. En het is inderdaad wel een terechte vraag: RBM? Ja, ik moest het de eerste keer ook even goed lezen toen ik het concept zag. Maar we hebben geprobeerd om dat zo overzichtelijk mogelijk weer te geven.
Dus er is een aantal zaken al verwerkt in de Begroting en dat hebben we er niet uitgehaald om op geld te zetten, maar alleen wat er extra toegevoegd is. De heer Pruisscher (ChristenUnie): Ja, voorzitter, wat daar ook bij komt, is – zodat het voor ons overzichtelijker wordt – wat die grote opgaven dan in die Begroting financieel doen. Als we zeggen: dat zijn reeds beschikbare middelen, ja, waarom wordt het dan nu anders of zo? Daar zit voor ons dan de zoektocht hoe we dat uit het grote boekwerk moeten halen. Terwijl we met elkaar zeggen: ja, maar dat heeft wel prioriteit. Ja, hoe moeten we dat dan weten? De heer J. Bos (wethouder): Ik begrijp het. Wij hebben gezegd: de prioritaire middelen zijn in de Begroting verwerkt, dat zijn die RBM, de reeds beschikbare middelen. En daarnaast hebben we dus nog gekeken wat er nog extra nodig zou zijn. Nou, op dit moment is dit qua capaciteit en procesmiddelen om onderzoeken te doen. Wij hebben het daarbij niet over de investeringen: dat moeten we de komende twee jaar op papier zetten, zo gauw we dat weten, om te kijken wat daar nog nodig is aan investeringen. En dat beperkt zich niet alleen tot de procesmiddelenopgaven, maar voor alle opgaven. Dus in die zin is het niet zo dat prioriteit betekent dat we extra geld ernaartoe doen, maar geld dat nodig is om het uit te voeren op dit moment.
En dat is wat we voor de kritische processen aan de middelen die er daarvoor zijn, al hebben ingezet voor de opgaven die al prioritair wachten. De heer Pruisscher (ChristenUnie): Ja, voorzitter, ik denk dat het ook te maken heeft met überhaupt hoe we het document nu hebben opgesteld en de wens om daar verder naar te kijken in relatie tot de Kaderbrief. Omdat we dus wel een lijstje met prioriteiten hebben, maar dat alsnog over al die tien programma’s hebben weggewerkt zeg maar. Dus dat vraagt gewoon een soort andere indelingsmethodiek misschien om daar als raad meer grip op te krijgen. Maar daar denken we over na. De heer Van Dijken (CDA): Ja, ik zie dezelfde worsteling als bij meneer Pruisscher. Want aan de ene kant zegt het college: wij prioriteren wel, we kijken met name naar die negen opgaven. Maar als je dan op bladzijde 10 kijkt waar we allemaal middelen op inzetten, dan zie je eigenlijk al die twintig nog een keer voorbijkomen. Moet ik het dan zo zien dat dit eigenlijk het prioriteitenlijstje is van één tot en met twintig en dat we eerst inzetten op die negen? En als we nog zeg maar qua capaciteit, qua personeel overhebben, dan zetten we in op veiligheid, uitvoering Kadernota Economie et cetera? Moet ik het zo lezen? De heer J. Bos (wethouder): Ja, aan de reacties merk je dat we inderdaad de volgende keer een iets andere systematiek moeten hanteren.
Want het is als volgt. We hebben gezegd: voor verschillende opgaven – we hebben er twintig, waarvan we er acht prioritair achten – hebben we een bepaalde capaciteit – planologen, stedenbouwkundigen hebben we – die heel beperkt is. We hebben eerst gezegd: die gaan we toewijzen aan die opgaven die het meest prioritair zijn. Nou, dat is gebeurd. Dan blijkt vervolgens dat er nog een aantal opgaven is dat capaciteit vraagt die totaal niet schaars is. Dat kan ook wel. En dan blijft er nog een gat zitten waarvan we gezegd hebben dat we daar wel een stap