CConstaterende datEmmen
Koppel je AI →
Document · PDF

Notulen openbare raadsvergadering van 10 november 2025

Raadsvergadering 18 december 2025, gemeente EmmenBij agendapunt: Notulen openbare raadsvergadering van 10 en 13 november 202554.874 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 6

preventief fouilleren; • in dit gebied tevens een gebiedsverbod in te stellen voor overlastgevende personen om de openbare veiligheid te vergroten; • de benodigde stappen hiertoe zo spoedig mogelijk, bij voorkeur vóór het nieuwe jaar, in gang te zetten en de raad hierover te informeren; En gaat over tot de orde van de dag.’ De heer Koops (D66): Bedankt voor uw motie. U wijst dan specifiek het stationsgebied aan. Hebt u daarbij ook nagedacht over de Hoofdstraat en het Raadhuisplein? Waarom specifiek het stationsgebied? De heer De Jonge (VVD): Ja, wij hebben daar zeker naar gekeken: naar het Marktplein en het Raadhuisplein om die er misschien ook bij te benoemen. Daar hebben we niet voor gekozen, we hebben ons nu echt gefocust op het stationsgebied, omdat daar wat ons betreft meer incidenten plaatsvinden dan in de andere gebieden. Dus daarom hebben we ons eigenlijk gefocust op het

29

stationsgebied. Maar goed, we zijn de moeilijkste niet – behalve als het op formeren aankomt. Maar wie weet kunnen we in de tweede termijn nog iets meenemen. De voorzitter: Gaat u door, want u bent de moeilijkste niet! De heer De Jonge (VVD): Nee! Voorzitter, in de Kaderbrief hebben we middels een motie gevraagd om een onderzoek naar de uitbreiding van de boa-capaciteit. We zijn inmiddels met een brief geïnformeerd over dat onderzoek, maar het daadwerkelijke rapport volgt midden november, waarna het college met een voorstel richting de raad zal komen. We lezen in ieder geval een advies voor de vergroting van de capaciteit van zes boa’s. Met deze extra capaciteit lijkt het dat we voor nu de wijken en dorpen kunnen voorzien van voldoende boa-capaciteit. Omdat we nu spreken over de Begroting, komen we met een motie om de extra capaciteit direct in te regelen. En daarvoor heb ik ook een motie opgesteld; die is gedeeld met iedereen. Alstublieft. Nogmaals en kortom, de VVD wil een krachtigere handhaving met een laag tolerantieniveau. Motie 5 ‘Uitbreiding boa-capaciteit’ (ingediend door de fractie van de VVD) ‘De raad van de gemeente Emmen, in vergadering bijeen op 10 en 13 november 2025, Bij de behandeling van agendapunt B2, Begroting 2026 Constaterende dat • het benchmarktonderzoek (benoemd in de raadsbrief ‘Beantwoording motie inzake uitbreiding boa’s d.d.

29 oktober 2025) en de richtlijnen VNG uitwijzen dat de gemeente Emmen over te weinig boa’s (domein 1) beschikt; • het benchmarktonderzoek als aanbeveling geeft, de boa-capaciteit uit te breiden met zes fte integrale boa’s; Overwegende dat • de gemeente Emmen dient te beschikken over voldoende boa-capaciteit; • boa’s kunnen bijdragen aan het veiligheidsgevoel van onze inwoners; • het college in de raadsbrief van 29 oktober 2025 aangeeft, met een voorstel te komen voor uitbreiding van de boa-capaciteit, maar dit niet nader gespecificeerd wordt; Verzoekt het college om: • Met een voorstel te komen voor dekking van extra boa-capaciteit (domein 1), waarbij: 1. de jaarschijf 2026 gedekt kan worden uit de algemene reserve en dit verwerkt kan worden in de Bestuursrapportage 2026, zodat de uitbreiding op korte termijn kan plaatsvinden; 2. voor de jaarschijven 2027, 2028 en 2029 het budget bij voorkeur wordt gezocht in het sociaal domein en dit verwerkt wordt in de Begroting 2027; En gaat over tot de orde van de dag.’ De heer Pruisscher (ChristenUnie): De VVD schrijft in het tweede deel van het dictum om dat budget bij voorkeur in het sociaal domein te zoeken. Daar zit genoeg in, zou je zeggen: 211 miljoen volgend jaar aan lasten. Noemt u eens een potje waar dat dan uit zou moeten komen. De heer De Jonge (VVD): Ja goed, wij hebben dat getracht om te doen.

We hebben met de griffie ernaar gekeken. Alleen, het valt bijna niet mee om daar daadwerkelijk iets uit te gaan vinden om dat naar boven te brengen waar we een keuze uit kunnen gaan maken. Nou, daarom hebben we ook in de motie gezet: ‘bij voorkeur uit het sociaal domein’. Wij blijven er natuurlijk naar kijken, maar wij zijn niet de mensen die daar het meeste verstand van hebben. Maar zoals u begrijpt, wij willen in ieder geval dat het uit het sociaal domein moet komen. Wij zeggen ook ‘bij voorkeur’. Ik zei het net ook al: wij zijn de moeilijksten niet. Dus als dat een struikelblok is? Nou ja, wie weet. De heer Pruisscher (ChristenUnie): Ja, voorzitter, die bekentenis dat zij dus hier kennelijk ook geen kaas van kunnen maken, is ook binnen. Maar dan nog wel de vraag: wat vindt de VVD dan dat er uit

30

het sociaal domein geschrapt moet worden? Want dat wilt u dus wél duidelijk. Waar moet het dan vandaan komen? De heer De Jonge (VVD): Nou, ik ga zometeen een heel stuk over het sociaal domein hebben. Dus misschien komt daar het antwoord in naar voren. En anders geef ik het u later. De heer Pruisscher (ChristenUnie): Ja, voorzitter, die tactiek is wel heel leuk. Maar ik vraag het nu en los van het hele betoog dat u houdt over het sociaal domein. U wilt die boa’s daaruit betalen en dat legt u nu voor. Dus waar komt dat vandaan? De voorzitter: Ja, dat wil ik wel even onderschrijven. De vraag ligt nú voor, meneer De Jonge, niet verderop in het betoog. Het is aan u om daar antwoord op te geven, hoor. De heer De Jonge (VVD): Nou ja, goed, dat klopt. Ik heb in ieder geval gezegd: voor dit jaar willen we dat uit de algemene reserve halen en voor de opvolgende jaren willen dit uit het sociaal domein. Dan kunt u vragen: ja, waaruit? Dat hebben we geprobeerd te onderzoeken, samen met de griffie ook, maar daar hebben we geen duidelijk antwoord uit kunnen krijgen. Ook voor ons niet. Dus hebben we dit voorgesteld. Als partijen daar anders over denken, dan hoor ik dat graag in tweede termijn. De heer Hoogenberg (Wakker Emmen): Ja, ik mis ook inderdaad de dekking.

Ik heb wel een beetje het gevoel dat de VVD heeft gedacht: gaan we een amendement indienen en gaan we kijken waar we dekking uit kunnen vinden? Dat hebben ze niet gevonden. ‘Dan maken we er maar een motie van.’ Klopt dat? De heer De Jonge (VVD): Nee, dat klopt niet. Wij hebben écht wel getracht om daar inderdaad een dekking voor te vinden. Voor het eerste jaar hebben we inderdaad gezegd dat we die uit de algemene reserve halen. En voor de volgende jaren hebben we daar inderdaad naar gekeken. Maar we moeten keuzes maken. Inderdaad, dat heb ik net ook aangehaald. Maar wij hebben die op dit moment niet paraat kunnen vinden, dus daarom zeiden we ook: als dit een struikelblok is, dan gaan we daar verder naar kijken. Mevrouw Ester (SP): Ja, nog even een vraag hierover. Als je dan zegt: we hebben gekeken in het sociaal domein, ook samen nog met de griffie en als je dan tot de conclusie komt dat u nu nog niks kunt vinden, betekent dat dan dat het ook gewoon niet mogelijk is? Dat je op zoek moet naar een ander potje in plaats van het sociaal domein? De heer De Jonge (VVD): Nee, het is wel mogelijk. Alleen, dat vergt dat je er zo diep in moet. En dat hebben we getracht en daar hebben we dat in die korte tijd niet kunnen bewerkstelligen.

Dus als we misschien meer tijd en ons meer kunnen verdiepen, misschien ook samen met de collega-ambtenaren van het sociaal domein, kunnen we daar goed naar gaan kijken. Dat we echt de diepte in kunnen om dan echt een keuze te kunnen maken. Mevrouw Louwes (PvdA): Ja, wat ik dan wel heel bijzonder vind in zowel het dekkingsvoorstel als ook dat deze motie nu komt, is dat we vorige week of zo – of twee week geleden – een brief hebben gehad van het college met die benchmark en de uitleg daarover. Daarin geeft het college ook duidelijk aan dat zij die kant op willen, maar dat ze nog een plan verder uit gaat werken. En daar komen ze weer mee naar de raad toe en dan nemen we dat ook mee. Dan zou je kunnen veronderstellen dat het college nadenkt over een goede plek waar die dekking dan moet zitten. Dus wat is uw overweging geweest om daar nu mee te komen en niet gewoon even te wachten tot het college met dit voorstel komt? Want dat is inmiddels al toegezegd. De heer De Jonge (VVD): Omdat we de boa-capaciteit direct willen gaan regelen en niet langer willen wachten. Voorzitter, dan een aantal belangrijke opmerkingen over het sociaal domein en inkomensondersteuning. Samen vormen deze programma’s zo’n 55 procent van de Begroting met

31

voor een groot deel een openeindekarakter. Een goede balans tussen ondersteuning van inwoners die het nodig hebben en kostenbeheersing is hier dus essentieel. De uitgaven groeien de laatste jaren buitenproportioneel en moeten hoe dan ook een halt toegeroepen worden. De VVD vindt het dan ook belangrijk dat het geld niet zonder meer wordt uitgegeven zonder er zichtbare resultaten worden behaald. Deze resultaten zouden we graag schematisch in de jaarverslagen terug willen zien. Dat is ook reeds zojuist bij de Berap aangehaald. Want, voorzitter, bij al die inzet van bijvoorbeeld Sedna en de uitgaven op de jeugdzorg, hebben we dan nu ook aantoonbaar minder probleemgezinnen? En één op de zeven kinderen heeft jeugdzorg: daalt dit dan ook? In dat kader de vraag aan het college wat de zichtbare resultaten moeten gaan worden van de voorgestelde ruim 4 miljoen extra voor de Reserve Jeugdhulp. Op voorhand heeft de VVD moeite met deze extra uitgave. Inzet moet juist zijn de uitgaven jeugdhulp te gaan beheersen en de kostengroei te stoppen. Het betoog over het boemerangbeleid, het hardnekkig beleidsfalen, onder andere in de jeugdzorg spreekt ons zeer aan. Meer uitgeven is niet de oplossing, wel hogere drempels voor jeugdzorg en de erkenning dat niet alle opgroeiproblemen jeugdzorg vergen.

We lezen dat steeds minder mensen onder de armoedegrens leven en dat er een dalende trend bij het aantal huishoudens met inkomen onder de 120 procent van het sociaal minimum is. Fantastisch nieuws! Wat wonen we in een gaaf land! De welzijnsindustrie zou moeten kunnen krimpen. Echter, nu worden de pijlen gericht op de kennelijke toename van de armoede-intensiteit. Kan het college toelichten wat hiermee wordt bedoeld en waarom een afname van de armoede niet leidt tot minder uitgaven aan partijen als Sedna? Al jaren wordt er gezegd: we moeten anders werken. Hoe zien we dat terug in termen van meetbare resultaten en meer kostenefficiëntie in de uitgaven van het sociaal domein? Dit is een repeterende vraag vanuit de VVD. Zit er al vooruitgang in, wethouder? Voorzitter, dan de citymarketing en citybranding. Absoluut noodzakelijk volgens de VVD om tot grote ambities te komen en initiatieven te vermarkten en tot een succes te brengen. Wij zijn dan ook onaangenaam verrast dat er in de Begroting maar voor twee jaar geraamd is, terwijl het Citymarketingplan 2026-2030, dat door het college is vastgesteld – refererend aan de brief van 15 oktober 2025 – uitgaat van een langetermijnvisie. Er staat zelfs letterlijk in de visie dat er meerjarige financiële borging noodzakelijk is om de continuïteit en effectiviteit van citymarketing te waarborgen.

De VVD zou willen voorstellen – en dan daarom dienen we een amendement in – om de uitvoering van het citymarketingplan 2026-2030 ook te borgen voor 2028 en 2029. We stellen voor om de uitvoeringskosten van 250.000 euro te dekken uit de stelpost ‘grote opgaven’ en personele lasten, 300.000 euro, te dekken uit het SIOF. Het college zou nog eens kritisch kunnen kijken naar de kosten van beide posten, aangezien de personeelskosten momenteel hoger zijn dan de daadwerkelijke uitvoeringskosten. Iets wat normaal gesproken juist andersom zou moeten zijn. Bij dezen het amendement: Amendement 1 ‘Structurele middelen voor citymarketing’ (ingediend door de fractie van de VVD) Besluit: Aan het voorgestelde beslispunt: 1. De Begroting 2026 (inclusief bijlagen) en Meerjarenraming 2027-2029 vast te stellen. Toe te voegen: ‘Met dien verstande dat de uitvoering van het Citymarketingplan 2026-2030 structureel wordt geborgd door: • de uitvoeringskosten van 250.000 euro te dekken uit de stelpost Grote Opgaven, voor de jaarschijven 2028 en 2029 (zie Begroting, pagina 10); • de personele lasten van 300.000 euro te dekken uit het Sociaal Investerings- en Ontwikkelfonds (SIOF), voor de jaarschijven 2028 en 2029.

32

De heer Wittendorp (CDA): Het gaat over de dekking voor de citymarketing. Er staat een stelpost van 1,65 miljoen voor de opgaven. Die zou verdeeld kunnen worden en u zou kunnen voorstellen om daar het geld uit te halen, uit die stelpost. Hoe kijkt de VVD daartegenaan? De heer De Jonge (VVD): Ja, dat zou volgens mij kunnen. Ja, ik zie een ja-knikken in ieder geval bij mijn fractie. Maar daar kom ik even bij u op terug. Nee, dat bent u niet, meneer Van Dijken. Een nieuwe fractie? Maar daar wil ik anders nog wel even separaat op terugkomen, want wij hebben er wel naar gekeken. Volgens mij kan het wel, maar ik moet het wel even zeker weten. Ik weet het nu echt niet. De heer Hoogenberg (Wakker Emmen): Ja, ik voel me bijna lid van het CDA, want ik wil beginnen over rentmeesterschap, maar daar moet ik even voorzichtig mee zijn. Nee, maar ik zie ook in de Begroting dat er inderdaad gelden zijn gereserveerd voor citymarketing, ook SIOF-gelden en dat is voor de eerste jaren. Dat is fatsoenlijk geld en ik wil ook oppassen dat we niet te veel en te vroeg zeggen dat we daar gelijk te veel geld in investeren. Laten we eerst even afwachten wat voor gelden beschikbaar komen.

Of zegt u gelijk: het maakt niet uit wat eruit komt en wat de nulmeting is, we gaan er gewoon mee aan de gang en er moet geld naartoe? De heer De Jonge (VVD): Nou, volgens haalde ik het net aan: het college heeft een plan opgemaakt van 2026 tot 2030. Dan zou het raar zijn dat je vanuit het college maar voor twee jaar daadwerkelijk budget faciliteert. De heer Hoogenberg (Wakker Emmen): Ja, dan zat ik inderdaad even te denken. Ik hoorde u over jeugdzorg et cetera en ‘meetbaar’. Ik denk dat wij eerst even heel voorzichtig en fatsoenlijk met het geld om moeten gaan en even moeten kijken in hoeverre die zaken meetbaar zijn, voordat we daar een beste hap geld naartoe doen. Meer een opmerking dan een vraag, dat begrijp ik ook. De heer De Jonge (VVD): Ja, heb ik dat ook duidelijk in mijn bijdrage gezegd waarom. De voorzitter: U hebt nog een kleine twee minuten. De heer De Jonge (VVD): O, dat is voldoende tijd. Voorzitter, in de Begroting wordt gesproken over een mogelijk tweede deel van DIEP. Voorzitter, het eerste gedeelte was al een ‘DIEPtepunt’, dus laten we in vredesnaam niet aan het tweede gedeelte beginnen. Nog een vraag met betrekking tot DIEP. Een tijd terug hebben we al de omvorming van een stichting voor DIEP aangehaald. Hoe staat het daarmee? Zijn daar inmiddels al plannen voor? En voorzitter, een van de laatste punten.

De gemeente Emmen heeft inmiddels een forse vastgoedportefeuille. Hoe meer vastgoed, hoe meer onderhoudskosten. Net als met wegen geldt ook hier dat hoe eerder achterstallig onderhoud wordt weggewerkt, hoe minder op termijn de onderhoudskosten zijn. We pleiten, naast het zo veel mogelijk beperken van de vastgoedportefeuille, dan ook voor het zo snel mogelijk wegwerken van het achterstallig onderhoud in het vastgoed in eigendom en voor het nastreven – wat we al eerder hebben gezegd – van niveau B voor wegenonderhoud in plaats van het huidige niveau C. En dan ben ik keurig binnen mijn tijd. Tot zover in mijn eerste termijn. De heer Pruisscher (ChristenUnie): Ja, voorzitter, dat gaat dan wel heel snel om even te zeggen dat we gewoon vastgoed moeten afstoten. Maar wat voor vastgoed hebben we het dan over? Gaat het over onze gemeentelijke gebouwen? Of over onze scholen? Over de sporthallen? Of de woonwagens? Waar wilt u vanaf? De voorzitter: Meneer De Jonge, waar wilt u vanaf? Maar wel in relatie tot vastgoed, neem ik aan? Nee, dan maken we de vraag iets kleiner. Die optelsom is groter, namelijk. Ja. De heer De Jonge (VVD): Ik heb niet daadwerkelijk gezegd dat we vastgoed moeten afstoten op dit moment. Ik heb gezegd: we moeten alleen kijken naar de huidige vastgoedportefeuille. We maken

33

onderhoudskosten, die lopen ook op als we niks aan de gebouwen gaan doen. Daarom vragen wij daar aandacht voor. En wij hebben het gevoel dat die vastgoedportefeuille wel steeds verder aan het uitbreiden is. Dus misschien moeten we ook na gaan denken of er misschien panden in zijn die we wél kunnen gaan verkopen. Ik noem maar als simpel voorbeeld de vier hoekwoningen bij het Rensenpark. Ja, misschien zou je die kunnen overwegen om te verkopen. Het is misschien in het begin strategisch geweest, maar misschien denken we daar inmiddels anders over. Dus zo moet je naar de vastgoedportefeuille wat ons betreft gaan kijken. En wij hebben volgens mij een overzicht gekregen wat er allemaal voor vastgoed is een tijdje geleden. Dus laten we daar dan ook eventueel naar gaan kijken om te kijken wat er mogelijk afgestoten zou kunnen worden. Want het breidt wel steeds verder uit. De heer Pruisscher (ChristenUnie): Ja, voorzitter, dan vindt u ons best aan diezelfde kant, hoor. Want we hebben ook in een eerder debat al gezegd: wij zijn niet de politiek ingegaan – zeker bij de ChristenUnie niet – om vastgoedjongens te worden. Maar daarvoor ontwikkelen we volgens mij nu die Nota Vastgoed om daar als gemeente beleid op te maken. Dan ben ik wel terughoudend om bijvoorbeeld commercieel vastgoed zoals een restaurant aan het begin van het Rensenpark in beheer te houden.

Dus ja, de vraag is: waar koerst u dan op hoe we die portefeuille in beheer moeten houden? De heer De Jonge (VVD): Waar koersen wij op? Nou, wat wij al zeiden: op kosten besparen en inderdaad goed kijken wat we kunnen gaan afstoten eventueel. Want kijk, we doen strategische aankopen en die snappen wij goed. Maar als daarna blijkt dat het niet meer nodig is, laten we dan die ook eventueel weer verkopen. Ik zegt niet dat dat heel veel op gaat leveren, maar inmiddels zou dat best wel kunnen natuurlijk, als we ze al lang in bezit hebben. Maar dat is eigenlijk onze insteek: laten we goed kijken naar die vastgoedportefeuille wat we daar nou daadwerkelijk mee kunnen. En laten we hem niet alleen maar oplopen, zodat die nog groter wordt. Want dat is het idee dat wij daarbij hebben. De heer Kuiper (SP): De Begroting die we vandaag behandelen, is volgens het college sluitend en ambitieus. Een Begroting die alleen sluitend is dankzij de incidentele meevallers en waarin steeds minder structurele ruimte is om te doen wat echt nodig is voor onze inwoners. Het college spreekt van groeiambitie en toekomstkracht, maar voor veel mensen in Emmen voelt het niet alsof het beter gaat. De woningnood blijft groot, de armoede neemt toe en de zorg staat onder druk. Dat zijn cijfers, dat zijn mensen. De Begroting zegt dat Emmen een sterke gemeente is met lage lasten.

Maar lage lasten helpt het weinig als je je energiebetaling niet kunt betalen of als je als jongere geen woning vindt en noodgedwongen bij je ouders moet blijven wonen. Daarom pleiten wij opnieuw voor een pilot zonder de kostendelersnorm. Dat de mensen die samenleven, niet langer financieel worden gestraft omdat ze elkaar willen helpen. Motie 6 ‘Pilot zonder kostendelersnorm’ (ingediend door de fracties van de SP, GroenLinks en D66) ‘De raad van de gemeente Emmen, in vergadering bijeen op 10 en 13 november 2025, Bij de behandeling van agendapunt B2, Begroting 2026 Constaterende dat • de wooncrisis is Emmen nog steeds groot is, met lange wachttijden en te weinig betaalbare woningen; • steeds meer inwoners – jongeren, alleenstaanden en ouderen – noodgedwongen samenwonen of dat graag zouden willen, maar door de kostendelersnorm financieel worden gestraft; • deze norm samenwerking, mantelzorg en samenleven juist ontmoedigt, terwijl we juist meer naar elkaar om moeten kijken; Overwegende dat • gemeenten de mogelijkheid hebben om uitzonderingen te mogen maken op de kostendelersnorm en zelfs door het kabinet daartoe opgeroepen worden; • het schrappen of versoepelen van de kostendelersnorm landelijk veel steun krijgt, maar dat gemeenten lokaal kunnen onderzoeken welke effecten dit heeft;

34

•

een lokale pilot zonder kostendelersnorm kan helpen inzicht te geven in de gevolgen voor inwoners, voor de woningmarkt en voor het sociaal beleid; • zo’n pilot kan bijdragen aan oplossingen voor leegstand, woningnood en mantelzorgondersteuning; Verzoekt het college om: • te onderzoeken of het mogelijk is om binnen de bestaande wettelijke kaders of via maatwerkvoorzieningen (zoals bijzonder bijstand of experimentstatus) een lokale pilot zonder toepassing van de kostendelersnorm te starten; • daarbij samen te werken met sociale partners zoals woningcorporaties, welzijnsorganisaties en de uitvoeringsorganisatie van de Participatiewet; • de resultaten en financiële effecten van deze verkenning uiterlijk bij de Berap-I 2026 aan de raad te rapporteren, inclusief een voorstel voor uitvoering van de pilot als deze haalbaar blijkt; En gaat over tot de orde van de dag.’ De heer Kuiper (SP): Ook bij de jeugdzorg blijven de signalen zorgelijk. Er is opnieuw een miljoenenoverschrijding en ondanks het extra geld dat we nu via het Rijk ontvangen, blijft het systeem piepen en kraken. We moeten niet alleen repareren, maar hervormen met behoud van de menselijke maat. De SP wil dat het geld dat nu wordt gereserveerd in een nieuwe jeugdfonds, ook echt bij de kinderen terechtkomt en niet verdwijnt in structuur of rapportages. Verder vragen we aandacht voor veiligheid in de wijken.

Het aantal boa’s blijft achter bij de toegestane sterkte. En bewoners, onder anderen in Bargeres en Emmermeer, ervaren nog altijd overlast en onveiligheid. Daar is geen citymarketing tegen opgewassen. Investeer eerst in leefbare wijken, dan in campagnes over ruimte, rust en energie. Tot slot, voorzitter. De SP wil een Begroting die niet alleen op papier sluitend is, maar ook rechtdoet aan bestaanszekerheid van inwoners. Een gemeente waar mensen elkaar kunnen helpen zonder gekort te worden. waar jongeren perspectief hebben, waar zorg en wonen niet worden gezien als kostenpost, maar als basisrecht. Emmen kan alleen groeien als iedereen mee kan doen. Dat vraagt niet meer om slopen, maar om keuzes en sociaal beleid. De heer Pruisscher (ChristenUnie): Ja, voorzitter, in de motie wordt een Kamerlid van ons aangehaald en wij hebben dat even nagezocht. Het doel van die motie is in ieder geval om de regering te verzoeken, de gemeenten te informeren over dat zij bevoegdheden hebben om dit te doen. Dus niet per se met het doel dat in de motie staat. Dat maakt het een beetje ingewikkeld, maar dat is de opmerking die ik even meegeef. De voorzitter: Oké, dat even als opmerking over een van de constateringen. Meneer Pruisscher, ik geef u het woord. De heer Pruisscher (ChristenUnie): ‘Kiezen voor wat echt telt’: dat was onze slogan bij de gemeenteraadsverkiezingen, de vorige.

Er komt nu weer wat anders aan. Maar ja, wat ‘telt dan echt’? Mensen, was daarop het korte antwoord. Voor ons staat de menselijke maat voorop. Bij alles wat we als gemeente doen, moeten onze inwoners dat merken. Ook als het gaat om deze Begroting van ruim een half miljard euro, staat dat voorop. Maar hoe kies je dan? Hoe kun je als bestuur nou het goede doen? In de afgelopen periode heb ik u wat meegenomen in een wat oude theorie daarover, namelijk de kardinale deugden. Ze kwamen vanmiddag al een paar keer terug, dus er blijft iets van hangen, voorzitter. Dat was onder andere gematigdheid om de juiste maat te houden. Niet sober of zuinig, maar precies goed in proportie. Dienstbaarheid: niet om je eigen succes of je eigen motie, maar nee, de minste willen zijn en dienstbaar aan de samenleving, aan de bloei van de gemeenschap. Ook moed, het midden tussen roekeloosheid, het bouwen van luchtkastelen, en lafheid waarmee er helemaal niets gebeurt. En al die kardinale deugden moeten een beetje in balans blijven. Zo kunnen we als bestuur het goede proberen te zoeken voor onze samenleving. Maar dat is wel makkelijker gezegd dan gedaan, want het blijft om reflectie vragen, in ieder geval wat je constant blijft doen. De vorige raadsvergadering eigenlijk met zo’n reflectie geëindigd, met de uitvoering op de jeugdhulp, de nieuwe gemeenschappelijke regeling die we instellen.

En met die reflectie gaan we vandaag verder,

35

Commentaar [D.P.1]: GRIFFIE, niet verstaanbaar door slecht hoorbaar articuleren. Graag corrigeren. IN OPNAME OP TIJDSTIP 2:41’35” Commentaar [D.P.2]: Idem OPNAME 2:41’35’

want was ook de conclusie van dat debat. We stellen ook nu voor om meer grip op de uitvoering van gemeenschappelijke regelingen te krijgen. Daarvoor kijken we ook naar het voorbeeld dat in NoordDrenthe wordt gebruikt. We leren van de ervaringen daar. Bij de motie willen we dus de griffier verzoeken om te verkennen hoe een intergemeentelijke werkgroep, naar voorbeeld van en de ervaringen in Noord-Drenthe, eruit zou kunnen zien en de raad daarover in 2026 te informeren. Mede ingediend door de PvdA, D66, GroenLinks en Wakker Emmen. Motie 7 ‘Grip op de gemeenschappelijke regelingen’ (ingediend door de fracties van de ChristenUnie, D66, GroenLinks en Wakker Emmen) ‘De raad van de gemeente Emmen, in vergadering bijeen op 10 en 13 november 2025, Bij de behandeling van agendapunt B2, Begroting 2026 Constaterende dat • blijkens de Begroting de gemeente Emmen in 2026 ruim 25 miljoen euro bijdraagt aan gemeenschappelijke regelingen (pagina 129); • de raad tijdens de vorige raadsvergadering (30 oktober 2025) een positieve zienswijze heeft afgegeven voor de oprichting van een nieuwe gemeenschappelijke regeling Jeugdhulpregio Drenthe; • in de nota ‘Samen werken voor Drenthe’ (2024) (pagina 11) de aanbeveling is gedaan om de intergemeentelijke werkgroep zoals in Noord-Drenthe uit te breiden (of dit te verkennen) naar andere regio’s, met als doel om de betrokkenheid van de raden te versterken

en de gezamenlijke denkkracht te vergroten; Overwegende dat • grip en zicht op de uitvoering van beleid extra aandacht vraagt, aangezien dit met een gemeenschappelijke regeling op afstand is geplaatst van de raad; • naast wettelijke instrumenten, de raad meer grip en zicht op de uitvoering kan krijgen door een intergemeentelijke werkgroep, naar voorbeeld van en de ervaringen in Noord-Drenthe; Spreekt uit dat • de raad meer grip en zicht op de uitvoering van gemeenschappelijke regelingen wil, bij voorkeur door een intergemeentelijke werkgroep; • de uitvoering van de jeugdhulp in de nieuwe gemeenschappelijke regeling prioritaire aandacht krijgt; Verzoekt de griffier om: • te verkennen hoe een intergemeentelijke werkgroep, naar voorbeeld van en de ervaringen in Noord-Drenthe, eruit zou kunnen zien en de raad daarover in 2026 te informeren; En gaat over tot de orde van de dag.’ De heer Pruisscher (ChristenUnie): Bij de behandeling van de Kaderbrief in juni hebben wij extra aandacht gevraagd voor de Nedersaksenlijn – die is al voorbijgekomen vanmiddag. Wat is het ontzettend belangrijk voor onze regio, voorzitter, om zo’n groot infrastructureel project te gaan doen met elkaar en om daarmee ook de brede welvaart te vergroten en de schaalsprong te kunnen maken die we zo met elkaar nodig vinden.

En ja, daar moet dan ook gewoon bij genoemd worden dat wij initiële regio zijn voor de rijksoverheid. Wat was het ook gaaf om een startbesluit te zien nemen door de staatssecretaris hier in Emmen zelf. Tegelijk was er ook een waarschuwing: houd met elkaar zicht op het proces. Dat je gaandeweg de stappen volgt die je op dat moment moet nemen en zo voortgang boekt in het proces om uiteindelijk dat doel ook te kunnen halen. Het is belangrijk dat we daar als raad over in kennis worden gebracht en dat ook gaan doen om die rol te kunnen pakken. Daar zijn we blij mee, voorzitter. We hebben ook aandacht voor de sociale basis. Dat zien we ook terug in deze Begroting. De komende tijd moet duidelijk worden wat we nu daarmee precies bedoelen. Wanneer hebben we het voor onze inwoners goed voor elkaar, goed op orde? En welke inzet van de gemeente is dan ook nodig om die sociale basis te realiseren? Het gaat dan niet alleen om stenen, maar om het bouwen van gemeenschappen. Waar we eerder bij de Begroting van 2025 ook aandacht voor hebben gevraagd, is suïcidepreventiebeleid. Dat komen we in deze Begroting niet meer tegen. Maar op 1 januari gaat de

36

wet van kracht en moeten we daar beleid op voeren. Hoe gaat het college daar volgend jaar mee aan de gang? Voorzitter, daarmee zien we dus een invulling van de Kaderbrief in deze Begroting. Waar het toen ging om beleidsmatige sturing, moet het nu om de financiën gaan. Maar kunnen wij dat? Überhaupt kunnen wij dat, maar lukt ons dat ook met dit document? Wij denken dat het goed is om verder te gaan met de herijking van de p&c-cyclus en daarmee ook naar de opzet van deze Begroting. Ik kom daar donderdag op terug, maar net bij de Bestuursrapportage werd daar ook al wat over gezegd. Moeten we het eerst hebben over geld? Dat er nu een start is gemaakt met die grote opgaven: ja, dat is mooi. Maar we weten eigenlijk helemaal nog niet hoeveel geld dat uiteindelijk gaat vragen, terwijl we dat wel nodig hebben voor het maken van die schaalsprong. Het is wel krap dat het college dat overzicht dan toch weer ingewikkeld weet te maken met RBM – ineens een nieuwe term: ‘reeds beschikbare middelen’ – een aantal posten op p.m. Ja, als we aan de ene kant al geld inzetten dat er al is, wat doen we dan anders? En als we iets op p.m. zetten terwijl het totaalbedrag hetzelfde blijft, waarom vullen we dat dan niet in? Ja, het is mooi om dat zo aan te bieden, maar het had concreter gekund.

Maar waar hebben we het eigenlijk over, voorzitter? Want voor 3 miljoen gaat het om procesgeld, om personeel, om onderzoek, om cofinanciering. En in hoeverre is dat eigenlijk niet structureel om bijvoorbeeld de organisatie ook goed in de toekomst te laten aansluiten op die grote opgaven? Want een groter Emmen zal ook in de toekomst vaker complexe vraagstukken moeten oplossen. Hoe gaat het college dat verwerken in de toekomstige begrotingen? Maar voorzitter, waar hebben wij het eigenlijk over? Want 3 miljoen is 0,5 procent van de Begroting. Dus een echt grote opgave noemen we dat ook nou weer niet. Het venijn zit hem natuurlijk in de staart: de kapitaallasten die daaruit voortkomen. Wanneer kunnen we daar een eerste inschatting van verwachten? Bij de Kaderbrief hebben we 24 miljoen vrijgespeeld en in bestemmingsreserves gestopt en in deze Meerjarenbegroting zien wij eigenlijk niet terug dat die bestemmingsreserves ook ingezet worden. In onze algemene reserve zit bovendien nog een pot van 53 miljoen voor de benodigde capaciteit. Ja, en dat is wat ons betreft veel te veel. Het betekent dat je sowieso 70 miljoen op de plank hebt liggen en dat kunnen we inzetten. Dat móéten we inzetten. Want we zijn geen spaarbank hier met elkaar, we doen het voor onze gemeenschap.

Dus wat ons betreft kunnen we dat gebruiken om investeringen aan te jagen, garanties af te geven en in ieder geval zorgen dat er een beweging op gang komt. Wat ons betreft komt er dus in de nieuwe raadsperiode ruimte voor een investeringsagenda. Tegelijk hebben we structurele ruimte nodig om in de toekomst die grote opgaven te kunnen uitvoeren. Dat begint met de kritische vraag wat we als gemeente allemaal doen. Dat geldt voor elk programma, elk beleidsterrein: wat doen wij eigenlijk? Wat financieren wij eigenlijk? Wat bereiken we daarmee? Dragen alle activiteiten wel bij aan onze beleidsinzet, aan onze strategische ambities, aan onze doelstellingen? Ik hoorde bij de Bestuursrapportage al die vragen terugklinken van de wethouder. Dat is wel wat we nodig hebben om te kijken waar nou de ruimte in zit, überhaupt ook om met elkaar besluiten te kunnen nemen. We moeten kritisch zijn op wat we doen en veel meer focussen. Omdat we iets altijd al zo gedaan hebben? Ja, dat is gewoon geen goed antwoord. Dus veel meer kritisch naar ons beleid kijken: wat past nou nog bij onze ambities? Dat geeft ons ook de vrijheid om als politiek aan het roer te staan en daar ook kritisch het beleid bij te kunnen volgen. ‘In control zijn’, noemen we dat ook wel. Eigenlijk lezen we daar in de Begroting ook wel wat over: de financiële sturing en inrichting vraagt om verder doorontwikkeling.

‘Het financieel management moet versterkt worden.’ Dat is een citaat, voorzitter, en dat vind ik toch al in ieder geval al een soort knipperlichtje dat er wat moet gebeuren. Voorzitter, dan vindt u de ChristenUnie aan uw zijde – de wethouder financiën weet dat ook – om daarmee aan de gang te gaan en de financiële inrichting te versterken. Want onze inwoners – daar doen we het voor – hebben recht op een goed huishoudboekje. Dank u wel. De heer Bosma (Hart voor Emmen): Op het eerste gezicht ligt er een gezonde Begroting en onze fractie kijkt met waardering, maar ook met zorgen naar dit financiële beeld. Emmen sluit 2026 positief af, met stevige reserves en een ruim weerstandsvermogen. Maar wie verder kijkt, ziet dat het fundament vanaf 2028 wankel valt. De structurele tekorten lopen dan op, de schulden stijgen en de financiële weerbaarheid daalt. We investeren fors in woningbouw, de Sportcampus, Greenwise en het centrum van Emmen en dat is belangrijk. Maar dat betekent ook hogere lasten en minder ruimte voor

37

tegenvallers. En Wildlands blijft daarbij de grootste risicopost met een negatief eigen vermogen en een lening waarvan de terugbetaling onzeker is. Financieel staan we er nu goed voor, maar de komende jaren vragen om voorzichtigheid en realisme. Voorzitter, de woningbouw. De ambitie om 10.000 nieuwe woningen te bouwen vóór 2040 is terecht en nodig, maar ambitie alleen bouwt geen huizen. Emmen koopt zelf grondposities in en pakt de regie en dat is goed. Maar dat brengt ook financiële en uitvoeringsrisico’s met zich mee. En voorzitter, vorig jaar diende ik een motie in om het bouwproces te versnellen, door de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit. oftewel de welstandscommissie, te schrappen en te werken met vaste bouwvoorschriften per gebied. Maar die motie kreeg toen geen meerderheid. Voorzitter, vorige week kregen we nog een mail van een inwoner uit Erica, die bijna anderhalf jaar heeft gesteggeld met de welstand. En eerlijk is eerlijk, vanuit die externe commissie snap ik het ook wel, want dit is gevalletje van ‘uurtje-factuurtje’, Maar als we echt sneller willen bouwen en minder bureaucratie willen, moeten we durven vernieuwen.

En daarom dienen we samen met 50PLUS de motie ‘Bouwen zonder welstand’ in en deze motie regelt dat een deel van de nieuwe woonwijken, dus een deel daarvan, wordt gerealiseerd zonder toetsing door de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit en wel op basis van duidelijke en vooraf vastgesteld bouwvoorschriften per gebied. Motie 8 ‘Bouwen zonder welstand’ (ingediend door de fracties van Hart voor Emmen en 50PLUS) ‘De raad van de gemeente Emmen, in vergadering bijeen op 10 en 13 november 2025, Bij de behandeling van agendapunt B2, Begroting 2026 Constaterende dat • het woningtekort groot is en snelle woningbouw essentieel is voor starters, gezinnen en ouderen; • het huidige proces van welstandstoetsing regelmatig leidt tot vertragingen, extra kosten en bureaucratie; • in veel gevallen bouwplannen meerdere keren moeten worden aangepast op esthetische gronden, terwijl veiligheid, duurzaamheid en ruimtelijke inpassing al door andere regels worden geborgd; Overwegende dat • het mogelijk is om vooraf per gebied duidelijke standaard bouwvoorschriften vast te stellen; • daarmee de kwaliteit van nieuwe wijken kan worden geborgd, zonder voor elk individueel plan een welstandstoets door te voeren; • deze aanpak in andere gemeente succesvol is toegepast om bouwprocessen te versnellen; Draagt het college op om: • bij iedere nieuwe woonwijk of uitbreiding te onderzoeken of een deel van de woningen kan

worden gerealiseerd zonder welstandstoetsing, maar met per gebied vastgestelde standaard bouwvoorschriften; • hierbij te streven naar minder bureaucratie en kortere doorlooptijden, zodat woningbouw sneller van start kan gaan; • en de raad hierover vóór de zomer van 2026 te informeren; En gaat over tot de orde van de dag.’ De heer Wittendorp (CDA): Die versnelling waar de heer Bosma het over heeft, daar kunnen wij ons helemaal in vinden. Uw dictum richt zich aan het college. Maar volgens mij hebben wij als raad ook nog de mogelijkheid tot het initiatiefvoorstel. Volgens mij is dat een veel snellere methode. U zou zelf een initiatiefvoorstel kunnen maken, dan kunnen wij daar als raad gewoon direct over beslissen. Ik wil graag weten hoe de heer Bosma daartegenaan kijkt. De heer Bosma (Hart voor Emmen): Mmm ja, ik heb deze weg gekozen. Ik denk dat dit het voor mij was om aan de orde te brengen. Ik heb niet aan uw voorstel gedacht. De voorzitter: Dat mag, maar… Meneer Wittendorp?

38

De heer Wittendorp (CDA): … maar is dat nu dan misschien voor u een optie, is mijn vraag. De voorzitter: Ja, denkt u nu wél aan het voorstel van de heer Wittendorp? De heer Bosma (Hart voor Emmen): Daar denk ik wel aan, maar ik wou het toch laten zoals we het nu doen. De voorzitter; Ja. Dat is ook uw goed recht. Meneer Koops. De heer Koops (D66): Ja, ik voel een beetje een tweestrijd in dit eerste punt van het dictum. Want u zegt eigenlijk: op sommige punten willen wij graag de welstandscommissie wat terugschroeven. Tegelijkertijd stelt u wel voor dat er een soort van bouwvoorschriften komen. Maar als het niet de welstandscommissie is, wie toetst dan wel aan die standaard bouwvoorschriften? Wie zorgt dat woningeigenaren zich daaraan houden? De heer Bosma (Hart voor Emmen): Wij hebben dus nu een externe welstandscommissie, hè? Dat gebeurt dus niet bij de gemeente. Maar je kunt dus ook een ambtenaar laten toetsen hierop, want dat hoeft niet per se door de welstandscommissie te gebeuren. De heer Koops (D66): Dat begrijp ik. Maar u stelt dit voor omdat u een versnelling wilt.

Maar of dit nou door de welstandscommissie of een ambtenaar gebeurt, wat maakt dit dan sneller? De heer Bosma (Hart voor Emmen): Het maakt het sneller wat ik net vertelde van die inwoner uit Erica, die anderhalf jaar lang gesteggeld heeft met die welstandscommissie over kleuren en over goothoogtes en over breedtes. Ik bedoel, dat moeten we zien te voorkomen. Als we dat vastleggen in gewoon duidelijke stramienen, dan is daar geen discussie meer over. De heer Koops (D66): Maar dan begrijp ik dat dit alsnog een soort van verholen voorstel is om de welstand af te schaffen en niet zozeer de welstandscommissie? De heer Bosma (Hart voor Emmen): Nee, het gaat om de commissie: de commissie afschaffen. De heer Van der Weide (Wakker Emmen): Twee vragen. De eerste sluit wel een beetje aan bij wat D66 aangeeft. In hoeverre veronderstelt u door het weg te halen bij de welstandscommissie, dat het er per definitie sneller van gaat? Kijk, want de aanname was 900 vergunningen per jaar. Dat zijn er nog 500, maar die vergunningen hebben een welstandsadvies en we kennen allemaal een paar voorbeelden waar dat niet goed is gegaan. Dus ik ben wel even benieuwd naar de slag dieper waar uw motivering vandaan komt door het weg te halen bij de welstandscommissie en dat in huis te gaan doen en dat dat sneller gaat.

De heer Bosma (Hart voor Emmen): Ik wil dus dat voor gebieden meer in regelgeving vastleggen in bepaalde goothoogtes, schuinte van daken en kleuren. En dan heb je die welstandscommissie niet meer nodig. De heer Van der Weide (Wakker Emmen): Ja, op het moment dat u harde eisen stelt in bestemmingsplannen van goothoogtes, dan is dat redelijk eenvoudig te toetsen. Maar dit gaat vooral om kwaliteit en kwaliteit moet getoetst worden. of u moet zeggen: ik wil helemaal geen welstand meer. Dan gaat het misschien wel snel, maar van wat er gebouwd wordt, moet je je ook afvragen of dat wel kwaliteit is. Dus ik ben wel even op zoek naar uw motivering waar die snelheid dan vandaan moet komen. Of u moet het loslaten. Dat kan ook met een motie zijn: schaf de welstand af. Maar dan hebben we een andere discussie. Maar als u wilt naar versnelling wilt kijken, is het misschien ook wel goed in zijn algemeenheid een evaluatie te gaan doen van het hele proces, voordat we hier conclusies gaan trekken. Ik deel uw oproep als het gaat om versnellen waar je kunt versnellen. Maar ergens moet die kwaliteit wel beoordeeld gaan worden.

39

De heer Bosma (Hart voor Emmen): Ja, ik heb vorig jaar dus een motie ingediend om die welstand compleet af te schaffen. In dit geval blijft die dus wel bestaan, hè? Alleen gebieden in bepaalde woonwijken worden welstandsvrij. Dat was de opzet van deze motie. De heer Van der Weide (Wakker Emmen): Ja, al verdeel je het ook gebieden, uiteindelijk moet het getoetst worden. En hoe meer gebieden je maakt, hoe meer regels en des te meer verschillende smaken je creëert, des te ingewikkelder wordt het ook. Dus ik kan me ook voorstellen dat dat niet de snelheid bevordert. Misschien een suggestie van onze kant: kunt u ook eens nadenken om een evaluatie te laten uitvoeren over het huidige proces en hoe je dat proces kunt gaan versnellen, zodat we een iets gefundeerdere discussie kunnen gaan voeren over de brede wens om dit te kunnen versnellen. De heer Wittendorp (CDA): Ik probeer ook nog even mee te denken. Wat de welstandscommissie doet, is iets toetsen aan de Welstandsnota. En de Welstandsnota hebben wij vastgesteld. Dus volgens mij is het veel makkelijker om te zeggen: we schaffen de Welstandsnota af. Want dan gaat de welstandscommissie toetsen en zeggen: ‘Nou, wat staat er in de Welstandsnota? Niets! Nou, dan voldoet het.’ En dan ben je ineens heel snel klaar. Dat kan een ambtenaar doen, dat kan een externe commissie doen. Dus volgens mij moet daar de nadruk op liggen.

Of je kunt in de Welstandsnota zeggen: daar hebben wij geen eisen aan. Dit is even een suggestie en ik zou graag horen wat de heer Bosma daarvan vindt. De heer Bosma (Hart voor Emmen): Ja, een suggestie is goed. Maar waar het mij dus om gaat, is dat we het over versnelling hebben gehad en daar zijn we het niet allemaal over eens. Ik wil als voorbeeld nog even meegeven dat ik zelf een ervaring heb dat ik dus een hele poos met verschillende stenen naar het gemeentehuis ben gegaan en dat elke keer werd gezegd: ‘De kleur is niet goed.’ En dat het na een halfjaar steggelen de eerste kleur het geworden is. Dus dat soort dingen moeten we zien te voorkomen en daarom zeg ik ook: behandel dit als een soort proef, dat je dit dus op bepaalde plekken doet binnen een bijvoorbeeld uit te breiden plan. Dus niet voor het hele plan, maar gewoon stukken waar je dat doet. De heer De Jonge (VVD): Ja, volgens mij had de heer Bosma ons wel enigszins aan zijn zijde de voorgaande keren. Ik heb in de Kaderbriefbehandeling het ook nog gehad over de welstandscommissie. Ik kreeg nog een mooie vraag van mevrouw Louwes van de PvdA daarover. Maar ik steun wel dat verzoek van Wakker Emmen om daar dan een onderzoek naar te doen. Dus dat zou wel mijn optie zijn om daar inderdaad goed naar te gaan kijken, zodat we daadwerkelijk conclusies aan kunnen ontlenen. De voorzitter: Oké.

Ik denk voldoende even en dat richting wellicht een herformulering van de motie. Maar dat is helemaal aan u. Gaat u door met uw betoog. De heer Bosma (Hart voor Emmen): Ja, dank u wel. Voorzitter, dan de woningsplitsing. Vorig jaar heeft de raad hierover een motie aangenomen met de opdracht om beleid te maken. Maar in mei dit jaar bleek dat er door capaciteitsproblemen nog steeds geen beleid ligt. Er is wel toegezegd dat dit na de zomer zou komen, maar dat is wel erg vaag. Daarom vraag ik de wethouder: wanneer kunnen we hierover concreet beleid verwachten? En hoe moeilijk kan het zijn om een stukje beleid te maken dat buurtgemeenten allang hebben? Voorzitter, dan asiel en opvang. De opvang van Oekraïners kost de gemeente in 2026 ruim 14 miljoen en dit wordt naar alle waarschijnlijkheid volledig vergoed door het Rijk. Dat lijkt geruststellend, maar in de Begroting staat ook dat een langetermijnstrategie vanuit het Rijk ontbreekt. Met andere woorden: voor 2026 is het kostendekkend, maar daarna is het onzeker. Wat als de vergoeding stopt of wordt verlaagd? Ook bij asielopvang en huisvesting van statushouder voert Emmen keurig uit wat Den Haag vraagt, maar zonder inzicht in de gevolgen voor onze eigen inwoners. Onze fractie vindt dat dat anders moet. De opvang is belangrijk, maar mag niet onbeperkt blijven groeien zonder duidelijke kaders of tijdslimieten.

De gemeente is er om tijdelijk bij te springen en niet om een structurele opvangorganisatie te worden. Eerst financiële zekerheid van het Rijk en daarna pas nieuwe verplichtingen.

40

Tot slot over asiel, voorzitter. We praten vaak over opvang, maar te weinig over meedoen. Veel Oekraïners willen wel iets terugdoen voor de gemeenschap die hen opvangt en in gemeenten als Hardenberg en Venray gebeurt dat al – uiteraard vrijwillig. Daarom dienen wij, weer samen met 50PLUS, een motie in: ‘Oekraïners laten bijdragen aan het algemeen belang’. De motie beoogt dat Oekraïense ontheemden niet alleen opvang ontvangen, maar ook actief worden gestimuleerd om bij te dragen aan de samenleving die hun tijdelijk onderdak biedt. Zo kunnen zij zich deel voelen van onze gemeenschap, terwijl Emmen profiteert van hun inzet, betrokkenheid en bereidheid om iets terug te doen voor het algemeen belang: Motie 9 ‘Oekraïners laten bijdragen aan het algemeen belang’ (ingediend door de fracties van Hart voor Emmen en 50PLUS) ‘De raad van de gemeente Emmen, in vergadering bijeen op 10 en 13 november 2025, Bij de behandeling van agendapunt B2, Begroting 2026 Constaterende dat • er volgens het CBS per november 2024 ongeveer 92.000 Oekraïense ontheemden in Nederland verblijven in de leeftijd van 15 tot 65 jaar; • daarvan circa 41 procent niet werkt, veelal vanwege taalbarrières of gebrek aan passend werk; • de opvangkosten grotendeels door gemeenten worden gedragen, terwijl veel gemeenten aangeven dat de vergoedingen vanuit het Rijk onvoldoende zijn en de uitbetalingen vertraagd plaatsvinden;

• Oekraïense ontheemden gerechtigd zijn te werken in Nederland, zonder werkvergunning, op basis van de EU-richtlijn Tijdelijke Bescherming; Overwegende dat • werk of maatschappelijke activiteit bijdraagt aan integratie, dagritme en zelfrespect; • inzet van Oekraïense ontheemden in gemeentelijke werkzaamheden zoals groenonderhoud, schoonmaak, kringloopactiviteiten of wijkondersteuning niet alleen zinvol is, maar ook de gemeente werkdruk kan verlichten; • diverse gemeente, waaronder Hardenberg en Venray, succesvolle voorbeelden hebben waarbij Oekraïners worden ingezet voor dergelijke taken, op basis van vrijwilligheid en onder normale arbeidsvoorwaarden; Draagt het college op om: • te onderzoeken op welke wijze Oekraïense ontheemden in onze gemeente kunnen worden ingezet voor werkzaamheden ten bate van het algemeen belang; • deze groep actief te stimuleren om hieraan deel te nemen, bijvoorbeeld in het onderhoud van openbare ruimten, gemeentelijke tuinen of sociale projecten; • daarbij te waarborgen dat dit vrijwillig, eerlijk en volgens normale arbeidsvoorwaarden gebeurt; • de raad hierover vóór het tweede kwartaal van 2026 te informeren; En gaat over tot de orde van de dag.’ De heer Koops (D66): Ja, voorzitter, een beetje een algemene vraag dan.

Want u doet nu een voorstel voor Oekraïners, maar vindt u dat dat dan ook asielzoekers vanaf dag één zouden moeten werken in Nederland? De heer Bosma (Hart voor Emmen): Nou, dat kan binnen de huidige regelgeving niet. En bij de Oekraïners kan dat wel. De voorzitter: Nou nou, dat waag ik te betwijfelen. Meneer Koops? De heer Koops (D66): Waar ik eigenlijk naar op zoek ben, is uw overtuiging. Dus u vindt dat Oekraïners bij moeten dragen aan de Emmense samenleving. Nou, daar kun je wat van vinden of ze dan wel of niet moeten doen en of dat nodig is en of je dat kunt verwachten van oorlogsslachtoffers. Maar desalniettemin hebt u weleens een andere mening gehad over asielzoekers. Er ligt natuurlijk ook een aantal landelijke voorstellen voor, er komt ook een wetsvoorstel aan dat het mogelijk moet maken

41

voor asielzoekers om vanaf dag één mee te doen en mee te draaien: eigenlijk precies alles wat u hier stelt. Waar ik dus naar op zoek ben, is of u uw mening daarover hebt bijgesteld, of u nu ook daadwerkelijk dat ook asielzoekers de kans moeten hebben om daadwerkelijk mee te doen aan de Emmense samenleving. De heer Bosma (Hart voor Emmen): Nou, ik zou me erin kunnen vinden dat ook gewone asielzoekers meehelpen bij zoiets als wat ik voorstel. Dus eigenlijk maakt het voor mij niet zo veel uit of het Oekraïners zijn of gewone asielzoekers. Mevrouw Louwes (PvdA): Ja, er zit een soort veronderstelling in waarbij u aangeeft dat u er eigenlijk van uitgaat dat Oekraïense mensen die hier nu tijdelijk wonen, niks doen. Hebt u daar ook onderzoek naar gedaan? Hebt u ook gekeken hoeveel mensen er feitelijk werken, hoeveel mensen er feitelijk vrijwilligerswerk doen? Bent u daarvan op de hoogte? De heer Bosma (Hart voor Emmen): Ja, daar ben ik van op de hoogte. Ik heb dat uitgezocht. En het blijkt dat ongeveer 40 procent niet werkt. Dus heel veel Oekraïners werken eigenlijk al, maar een gedeelte dat dus niet werkt, zouden wij kunnen stimuleren om het wel te doen. Mevrouw Louwes (PvdA): Nou, ik ben daar benieuwd naar, want ik heb zelf andere cijfers gezien. De heer Bosma (Hart voor Emmen): Ja, ik kan ze wel doormailen naar u, als u dat wilt.

De heer Pruisscher (ChristenUnie): Ja, voorzitter, ik zoek nu even of het nu gaat om vrijwilligerswerk of werk in betaalde context. Want er wordt ook verwezen naar gemeentelijke opdrachten: ja, daar betalen wij over het algemeen volgens mij gewoon heel netjes voor. Maar er staat hier dat dit vrijwillig moet. Nou ja, ik zoek daar nu een beetje naar: is het vrijwilligerswerk of niet? De heer Bosma (Hart voor Emmen): Het is vrijwillig. En als je dat vrijwilligerswerk wilt noemen? Oké, dat is prima. In principe kan het ook als u het dagbesteding zou noemen, dan valt het ook onder de rijksvergoeding voor opvang van ontheemden. Dus dan hoeft het ook geen geld te kosten. Maar het is vrijwillig, het is niet dat er een plicht is om te moeten werken. Het is voor de mensen zelf misschien ook wel fijn om te doen. De heer Pruisscher (ChristenUnie): Dat de optie vrijwillig is, dat geloof ik wel. Maar gaat het om vrijwilligerswerk of werk dat gewoon een betaalde functie is? De heer Bosma (Hart voor Emmen): Nou, op dit moment ga ik ervan uit dat het dus valt onder die 83 euro die betaald wordt aan de gemeenten. Dan krijgen ze er dus geen extra vergoeding voor. De voorzitter: Ja? In het dictum staat het inderdaad zo – laat ik het zo zeggen – dat het voor meerdere uitleg vatbaar is. Dat is even het punt, denk ik. De heer Bosma (Hart voor Emmen): Ja, je kunt het zo lezen als je wilt.

De voorzitter: Ja. Meneer Hoogenberg? De heer Hoogenberg (Wakker Emmen): Ja, dat is altijd mooi, dat je het kunt lezen zoals je wilt, voorzitter. Ik lees er gewoon in dat het betaald werk is. Het is vrijwillig, net als al het werk dat we doen. Of dat nu hier in de raad is bij wijze van spreken, of het werk dat ik normaal doe: het is allemaal vrijwillig. Maar het is onder normale arbeidsvoorwaarden, dus het is betaald werk, denk ik dan. De heer Bosma (Hart voor Emmen): Dat is de vergissing ook. Je zou er inderdaad toch een vergoeding voor kunnen geven, je kunt ze niet gratis aan het werk zetten. Wat ik alleen wilde aangeven is dat als het onder dagbesteding valt, het eigenlijk ook kan bij gewoon het geld dat ze krijgen als daggeld. Dan hoeft het eigenlijk niet anders.

42

De heer Hoogenberg (Wakker Emmen): Ja, dus niet onder normale arbeidsvoorwaarden? De heer Bosma (Hart voor Emmen): Nou ja, ik denk dat je wel daar terechtkomt. Je kunt niet zeggen: je gaat voor niks aan het werk. Het ligt er misschien ook aan wat voor werkzaamheden het zijn en dat zou nader onderzocht moeten worden. Ja, voorzitter, dan komen we nog op een heikel punt waarschijnlijk voor velen. Maar onze fractie wil een einde aan de subsidies voor regenboogactiviteiten. Want deze activiteiten worden verkocht als acceptatie, maar veel inwoners ervaren ze als provocatie. En de gemeente geeft jaarlijks ongeveer 200.000 euro uit aan inclusie- en bewustwordingsprojecten. Voorzitter, dat is gemeenschapsgeld. Onze fractie zegt: stop met ideologisch gekleurde subsidies en richt dat geld op wat iedereen raakt, bijvoorbeeld veiligheid en zorg. De heer Koops (D66): Ja, voorzitter, dat gaat weer heel snel. U hebt het dan over gelden voor inclusie. Maar inclusie gaat natuurlijk over veel meer dan alleen regenboogbeleid. Dat gaat over mensen met beperkingen, dat gaat over bewegwijzeringslijnen voor slechtzienden, dat gaat over van alles en nog wat. Bent u en is uw partij dan van mening dat dat allemaal afgeschaft moet worden? De heer Bosma (Hart voor Emmen): In elk geval die regenboogactiviteiten: daar willen wij wel graag vanaf, ja.

Ja? De heer Koops (D66): (...) Ja, sorry – haha! Mijn tweede vraag laat even op zich wachten. Want zeg je nou terug op zoiets? Maar wat verwacht u daar dan mee te winnen, met het afschaffen van die activiteiten? De heer Bosma (Hart voor Emmen): Ja, wat ik verwacht daarmee te winnen, is in elk geval 200.000 euro minder die wordt uitgegeven. En wat wij gewoon lastig vinden: kijk, wij leven hier in onze gemeente vaak heel erg van: ‘Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg.’ En dat is een beetje de trend. Dat iemand anders is, dat is allemaal prima en dat wordt door de meesten van ons ook wel geaccepteerd. Maar heel vaak zie je, als die mensen dan in het daglicht worden gezet – zoals laatst bijvoorbeeld gebeurde bij De Grote Kerk, dat ze daar een regenboogviering in hielden – dat dat dan toch bij veel van de mensen kwaad bloed zet. Ja, ik zeg dan: jongens, stop ermee. Ik vind acceptatie prima en we accepteren ze ook allemaal, maar zonder geld van onze gemeente. Mevrouw Louwes (PvdA): Nou ja, ik hoor wel een beetje een tegenstelling in wat u zegt dan. Want u zegt: ja, ik vind alles prima. Nee, dat vindt u niet, want u zegt net dat als u dat zo bij De Grote Kerk ziet, dat tot provocatie leidt. Ja, ik heb daar wel moeite mee als u dat soort terminologie gebruikt, want net in uw betoog geeft u aan dat het voor alle Emmenaren is.

Ja, precies alle Emmenaren, dus ook iedereen hoort binnen het regenboogbeleid. Dus wat u eigenlijk feitelijk doet met uw betoog, is het uitsluiten van een bepaalde groep. En dat vind ik wel een heel kwalijke zaak. De heer Bosma (Hart voor Emmen): Ja, zo zie ik het niet. Want nogmaals, ik accepteer die mensen. Kijk, wat toen bij die kerk gebeurde, werd door heel veel mensen als provocatie gezien. Heel veel mensen denken: moet dit nou in een kerk? En ik begrijp dat. Ik heb daar begrip voor dat dat niet in de kerk zou gebeuren. Alleen, dat moeten ze ook zelf weten. Waar het mij om gaat, is dat ik een einde wil aan de subsidie voor die regenboogactiviteiten. Daar draait het mij om. Ik wil geen gemeenschapsgeld meer daarnaartoe, want dat kunnen we beter gebruiken. De heer Wittendorp (CDA): Ik zou graag van de heer Bosma willen weten waarom dat soort activiteiten niet in de kerk thuishoort. De heer Bosma (Hart voor Emmen): Ja, dan krijgt u een persoonlijke mening. U bent waarschijnlijk ook gelovig. Alleen, ik vind dat een kerk een plek is voor rust en die niet aan speciale duidingen doet. Weet je wel? Dat je zegt: dat ze zich daarmee inmengen. Dat past niet binnen een kerk. Een kerk: daar kom je tot rust, daar bid je, maar daar ga je niet over dit soort dingen spreken. Heel veel mensen

43

ervaren dat zo. Voor mij persoonlijk is het iets waarvan ik denk: als het zo is, is het zo. Ik vind het niet leuk, alleen ik heb er niet moeite verder mee. Alleen, heel veel mensen ervaren het toch anders. De heer Wittendorp (CDA): Ja, ik zie een soort vraag van de heer Bosma wat een kerk is – of ‘gebedshuis’, horen we geloof ik tegenwoordig te zeggen. Dat betekent voor mij een plek waar voor iedereen een plek is, voor iedereen een ruimte is, waar iedereen welkom is. De heer Pruisscher (ChristenUnie): Ja, een persoonlijk feit: De Grote Kerk is mijn kerk. Ik ben daar als homo welkom. En geen enkele politieke partij of raadslid zegt wat wij in die kerk mogen doen. Wij doen dat voor iedereen: voor welk geloof je ook openstaat. En iedereen mag zich daar welkom heten. Als er gezegd wordt ‘mensen vinden dit provocerend’, dan is de gemeenschap van De Grote Kerk een kerk. Een christelijke gemeenschap vindt dat niet. Die zegt: je bent hier welkom. Dank u wel. [Geroffel op de tafeltjes bij enkele fracties.] De heer Koops (D66): Dank u wel en ook bedankt voor dat ontzettend mooie betoog van de heer Pruisscher. Dat wil ik onderstrepen. En daarbij wil ik refereren aan hoe het regenboogbeleid ooit tot stand is gekomen. De Pride was een protest, dat was een beweging die opkwam voor mensen die zich niet erkend zagen in de maatschappij.

Die niet mochten trouwen, die niet mochten meedoen aan het dagelijks leven. Dat had te maken met ziektes zoals HIV. Dat heet een stukje erkenning. En daar moet elk jaar weer aan gerefereerd worden. Want het regenboogbeleid is dat er een heel grote groep mensen – ook mensen in de Emmense samenleving – die heeft moeten knokken voor hun plek. Dus op het moment dat je dat afschaft, dan zeg je tegen al die mensen: u bent hier niet welkom. En dan kunt eromheen praten, dat u zegt dat het wat u betreft ‘allemaal prima’ is, maar dat is onzin. Dus ik wil u heel duidelijk maken dat dat het signaal is dat u daarmee aangeeft. Daar wil ik nog iets aan toevoegen. We hebben het hier vandaag vaak over jeugdzorg en oplopende zorgkosten. Juist onder die groep LHBT’ers zijn er onderwerpen als suïcide, als depressie, als – nou ja, je kunt het zo gek niet verzinnen. En dat is zo verschrikkelijk prevalent, juist vanwege overtuigingen van u die zegt dat zij hier niet welkom zijn. Dus ik wil u écht vragen om hier beter uw woorden te kiezen en wat meer na te denken over voorstellen zoals deze. De voorzitter: Oké. Volgens mij is daar voldoende over gezegd. En vriendelijk verzoek om dat geroffel niet te doen. Of het nu gaat om de ene opvatting of de andere opvatting: bij de Tweede Kamer vind ik dat ook helemaal niks. We zitten hier niet op een voetbaltribune.

Als u het woord wilt voeren, vraagt u maar netjes even het woord en dan krijgt u alle gelegenheid om hier in debat te gaan. Maar ophouden met geroffel op bankjes, linksom of rechtsom. Meneer Bosma, aan u het woord. De heer Bosma (Hart voor Emmen): Ja. Nou, ik vind wat meneer Koops zegt, totale onzin. Dat is mijn persoonlijke mening. Ik ben tegen niemand. Ik heb vrienden die hetzelfde zijn: ik heb daar geen problemen mee. Ik zeg: er zijn mensen die dit wel zo kunnen ervaren. En ik vind het gewoon niet nodig dat er 200.000 euro jaarlijks naartoe gaat. Dat heb ik al aangegeven en dat u het daar niet mee eens bent, vind ik prima. De voorzitter: Meneer Hoogenberg nog het woord? Nee? De heer Hoogenberg (Hart voor Emmen): Nee, dank u wel, voorzitter. Ik was even onder de indruk van de woorden van de heer Pruisscher. De heer Bosma (Hart voor Emmen): Goed, dan ga ik verder. Ja, direct bij mijn laatste onderwerp: dat is Wildlands. Wildlands is belangrijk voor Emmen. Maar financieel blijft het wel een kwetsbaar dossier. En het college zingt in de Begroting de lof over hoe goed Wildlands het doet. De bezoekersaantallen stijgen, de opbrengsten nemen toe en de toekomst ziet er zonnig uit. Prima, dat horen wij graag. Wel houden we daar nu nog steeds 10,4 miljoen euro apart voor risico’s die allang niet meer zo groot zijn. Maar als het echt allemaal zo goed gaat, waarom

44

houden we nog steeds 10 miljoen achter de hand alsof het park morgen omvalt? Terwijl dat geld ligt te slapen, is er in onze wijken juist een tekort aan handhaving. Mensen klagen over overlast, rommel en onveiligheid. We houden miljoenen achter slot en grendel ‘voor het geval dat’. En daarom dienen we het volgende amendement in, ‘Van risico naar rendement’. We halen 3 miljoen euro uit de reserve en zetten dat in voor meer boa’s op straat: zichtbaar, aanspreekbaar en volgens ons ook hard nodig. Na die verlaging blijft er nog steeds 7,4 miljoen euro over, ruim boven de veiligheidsmarge die de gemeente zelf hanteert. Financieel veilig dus en maatschappelijk wel verstandig. Kortom, van geld dat stilstaat naar geld dat werkt: ‘Van risico naar rendement’. Amendement 2 ‘Van risico naar rendement’ (ingediend door de fractie van Hart voor Emmen) ‘De gemeenteraad van Emmen, in vergadering bijeen op 10 november 2025, bij de behandeling van agendapunt B2, Begroting 2026 Wij stellen voor om het voorgestelde besluit aan te passen: Besluit: •

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Emmen&id=9699a659-2e96-4a34-883a-1f449a29b5d7