CConstaterende datEmmen
Koppel je AI →
Document · PDF

Notulen openbare raadsvergadering 28 mei 2026

Raadsvergadering 25 juni 2026, gemeente EmmenBij agendapunt: Notulen openbare raadsvergadering van 28 mei en 1 juni27.047 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

De eerste draagt bij aan een rustiger en veiliger stadshart voor voetganger en fietser en de tweede pakt de mobiliteitsstromen op een strategische en toekomstbestendige manier aan. Samen vormen ze een krachtig pakket om onze Mobiliteitsvisie te concretiseren en Emmen nu en in de toekomst klaar te maken voor de toekomst. Ik vraag u dan ook om uw steun voor deze voorstellen die een eerste aanzet zijn voor een leefbaar Emmen waar fietsers, voetgangers én auto’s mooi samen een goede harmonie kunnen vormen. Tot zover. Motie ‘Verplaatsing busknooppunt naar station Emmen-Zuid’ (ingediend door de fractie van 50PLUS) ‘De raad van de gemeente Emmen, in vergadering bijeen op 28 mei 2026, Bij de behandeling van agendapunt 5.B, Constaterende dat • in de Mobiliteitsvisie steeds meer wordt uitgegaan van het STOMP-principe (Stappen, Trappen, Openbaar Vervoer, Mobility as a Service en Privéauto); • het centrum van Emmen steeds meer een verblijfs-, winkel- en horecagebied wordt; • het huidige busverkeer in en rond het station zorgt voor extra verkeerdrukte, geluid en onveiligheid; • Station Emmen-centrum bereikbaar blijft per trein; • het centrum per bus bereikbaar blijft via de bushaltes aan de Hondsrugweg; Overwegende dat • Station Emmen-Zuid gunstiger ligt voor doorgaande busverbindingen; • verplaatsing van het busknooppunt kan bijdragen aan een betere doorstroming van het openbaar vervoer;

• minder grote busbewegingen in het centrum bijdragen aan veiligheid door voetgangers en fietsers; • dit aansluit bij het STOMP-principe, waarbij de kwaliteit van lopen, fietsen en openbaar vervoer centraal staat; • een rustiger centrum aantrekkelijker is voor bewoners, bezoekers, ouderen, ondernemers en recreanten; • met de komst van de Nedersaksenlijn het station in het centrum van eindstation naar doorgaand verkeer zal veranderen; • Station Emmen-Zuid meer mogelijkheden biedt voor toekomstige ontwikkeling als modern OVknooppunt; Verzoekt het college op om:

17

•

te onderzoeken hoe op termijn het overgrote deel van het busvervoer kan worden verplaatst van Station Emmen-Centrum naar Station Emmen-Zuid; • daarbij de bereikbaarheid van het centrum via trein en bushaltes aan de Hondsrugweg nadrukkelijk te behouden; • de effecten op bereikbaarheid, leefbaarheid, veiligheid en doorstroming in beeld te brengen; • de raad hierover te informeren en de resultaten mee te nemen in de verdere uitwerking van de Mobiliteitsvisie; En gaat over tot de orde van de dag.’ De heer Kasteleijn (50PLUS): Beide moties vullen elkaar aan. De eerste draagt bij aan een rustiger en veiliger stadshart voor voetganger en fietser en de tweede pakt de mobiliteitsstromen op een strategische en toekomstbestendige manier aan. Samen vormen ze een krachtig pakket om onze Mobiliteitsvisie te concretiseren en Emmen nu en in de toekomst klaar te maken voor de toekomst. Ik vraag u dan ook om uw steun voor deze voorstellen die een eerste aanzet zijn voor een leefbaar Emmen waar fietsers, voetgangers én auto’s mooi samen een goede harmonie kunnen vormen. Tot zover. De heer Koops (D66): Ja, twee vragen. De eerste: ik hoor de heer Kasteleijn net in zijn bijdrage zeggen dat er overlast wordt ervaren door de bussen, ook geluidsoverlast. Ik ben dan toch wel benieuwd hoe die signalen de heer Kasteleijn hebben bereikt en waar die signalen precies uit bestaan.

De heer Kasteleijn (50PLUS): Dat is juist. Als we zien dat bijvoorbeeld de bussen bijna op het terras van Rue de la Gare terechtkomen, maar als je een fietser hebt die naar het centrum toe gaat, dan maar aan de linkerkant van de weg gaat fietsen, omdat het met die bussen en auto’s die daar om de hoek komen zeilen, zo levensgevaarlijk is, dan kunnen we daarmee een behoorlijk stuk veiligheid inbouwen. De heer Koops (D66): Dat geeft inderdaad een stukje context. De tweede is een wat meer algemene vraag. Want er staat natuurlijk wel een wijziging op stapel voor het stationsgebied. Dat heeft te maken met de Nedersaksenlijn, maar ook met een bredere herziening van het hele stationsgebied. Zou het niet een logischer plek met juist met die herziening het dan ook over dit soort voorstellen te hebben? Want u anticipeert nu eigenlijk met dit voorstel op een wijziging van hoe we het stationsgebied gebruiken, zonder dat we weten hoe de rest van het stationsgebied eruit komt te zien. Kunt u daarop reageren? De heer Kasteleijn (50PLUS): Ik begrijp uw vraag en hartelijk dank daarvoor. Ja, het is juist, en dat is onze visie, dat je nu het besluit moet nemen om een deel van die te veel en te zwaar belaste Kolhoopstraat en Stationsstraat door én auto’s én bussen nu in een duidelijke visie te zeggen: nou, mensen, laten we dat eens onderzoeken.

Laten we nou eens kijken of dat een slimmere oplossing is dan dat we het weer vooruitschuiven. En wanneer komt er een keer een plan voor het stationsplein? Nou, daar kunnen we nog even op wachten, denk ik. De heer Van Maanen (FvD): Ik hoorde de heer Kasteleijn praten over het weren van bussen. Het komt mij zo voor dat die bussen vol zitten met mensen die, zodra ze uitstappen, voetgangers zijn. Als die bussen daar niet mogen komen, hoe moeten dan de voetgangers dat gebied, dat voor voetgangers bedoeld is, bereiken? De heer Kasteleijn (50PLUS): Ja, het idee is om het merendeel van de bussen naar Station Zuid te brengen. Natuurlijk hebben we de bushalte dat aan de Hondsrugweg is, waar heel goed bussen kunnen stoppen, want het is een bushalte. Daar kunnen lijnen langslopen en dan zijn de mensen gewoon in het centrum. En de mensen die met de trein komen, stappen daar gewoon op het station uit en dan lopen ze naar het centrum toe. Dus in die zin is het alleen maar beter, omdat die bussen niet meer doorlopend door die Kolhoopstraat en de Stationsstraat rijden.

18

De heer Van Maanen (FvD): In principe is het dus zo dat het gebied ook voor mensen die met de bus willen reizen, volkomen toegankelijk is en dat ze via een kleine omweg dus gewoon in dat gebied terecht kunnen komen? Als ik u goed begrijp? De heer Kasteleijn (50PLUS): Ja, de mensen die nu dan bij het station uitstappen, zullen dan bij de Hondsrugweg uitstappen en dan staan ze naast de Markt. Dat is zelfs nog korter, nog dichterbij. De voorzitter: Ik kijk rond. Nog andere vragen of reacties richting de heer Kasteleijn. Niet? Dan ga ik even weer terug naar de heer Dekker. Die wilde even het woord ten aanzien van het amendement dat is ingediend. De heer Dekker (Wakker Emmen): Ja, naar aanleiding van de scherpte van de heer Pruisscher... De voorzitter: Dank u wel, meneer Kasteleijn. Dit gaat over iets anders. U hebt geen vraag meer richting de heer Kasteleijn, hè? De heer Dekker (Wakker Emmen): Nee, sorry. De voorzitter: Dan mag u weer plaatsnemen. Anders dan... Ja, u mag ook blijven staan, dat vind ik ook niet erg. Maar, ja... Het is woord is aan meneer Dekker. De heer Dekker (Wakker Emmen): Ja, sorry. Dank u wel. Naar aanleiding van de scherpte van de heer Pruisscher zo-even in mijn betoog en het amendement, willen wij graag het amendement aanpassen naar de visie en niet naar de Reactienota zoals aangekondigd in het antwoord. Dank u wel, meneer Pruisscher, voor deze scherpte.

De voorzitter: Dit gaan we straks weer even terug laten komen. Dan beginnen het reguliere rondje met de fractie van het CDA, meneer Beuker. Aan u het woord. De heer Beuker (CDA): We spreken vanavond over de Mobiliteitsvisie 2040. De Mobiliteitsvisie 2040 is niet zomaar een aantal gedachten, maar – om uit het voorwoord van wethouder Bos te citeren – ‘een kompas dat ons de weg wijst richting een Emmen dat klaar is voor de uitdagingen van morgen’. CDA Emmen is van mening dat mobiliteit de sleutel tot een samenleving is waarin iedereen kan meedoen. Of het nu gaat om een gezin dat op tijd op school of werk wil zijn, een oudere die zelfstandig naar de winkel of huisarts wil of een kind dat veilig naar muziekles fietst: mobiliteit is een voorwaarde voor een hechte samenleving waar wij elkaar kunnen bereiken en ons veilig kunnen verplaatsen. Goede verbindingen zijn belangrijk. Niet alleen van en naar Emmen, maar ook binnen onze gemeente. Betere verbindingen betekent ook meer scholieren die naar Emmen willen en blijven gaan. Meer winkelend publiek en meer toeristen. Mobiliteit als voorwaarde voor brede welvaart is waar we als CDA Emmen in geloven. De visie zoals deze voorligt, is voor ons goed te volgen als kompas. Dat dit zeker nog geen bolletje-pijltjeroute is, moge duidelijk. Hier zijn waardevolle route-informatie en mogelijke suggestie voor onderweg van inwoners van groot belang.

We willen meegeven dat de participatieaanpak zoals toegepast bij het opstellen van deze visie, als erg waardevol wordt beschouwd door ons. En we willen benadrukken dat deze aanpak geborgd moet blijven in de vervolgstappen naar de uitvoering van de Mobiliteitsagenda. Voorzitter, we lezen in hoofdstuk 3 over het onderzoeken van mogelijkheden voor een noordelijke rondweg. Om het autoverkeer in het centrum te ontlasten, lijkt dit ons een van de mogelijke opties. We ondersteunen dan ook het initiatief om de mogelijkheden te onderzoeken, mits dit van begin af aan met voldoende uitleg en inbreng van onze inwoners gepaard gaat. Dus hier geldt ook zeker voor ons het borgen van de participatie. Tot zover. De heer Hindriks (PvdA): Voor de PvdA is mobiliteit geen doel op zich. Mobiliteit bepaalt of mensen mee kunnen doen. Of je naar je werk kunt, naar school, naar zorg of voorzieningen. Daarom zijn we positief over de richting van deze Mobiliteitsvisie. Die visie kijkt breder dan alleen asfalt en verkeer:

19

brede welvaart, gezondheid, veiligheid en leefbaarheid krijgen een nadrukkelijke plek. Dat past goed bij hoe wij als PvdA naar mobiliteit kijken. Ook de inzet op goede fietsroutes, openbaar vervoer en veilige verbindingen vinden wij belangrijk. En zeker in een gemeente als Emmen, waarin de afstanden groot zijn en bereikbaarheid directe invloed heeft op kansen voor inwoners. Tegelijkertijd moet mobiliteit voor iedereen blijven werken. Dat betekent dat alternatieven voor de auto niet alleen duurzaam moeten zijn, maar ook betaalbaar, toegankelijk en betrouwbaar. Zeker in onze dorpen en het buitengebied waar de auto voor veel inwoners noodzakelijk blijft. Voor de PvdA ligt daar ook een belangrijke opdracht richting de uitvoering. Hoe zorgen wij ervoor dat het openbaar vervoer, publiek vervoer en andere vormen van vervoer beter op elkaar aansluiten, juist voor ouderen, jongeren en inwoners die afhankelijk zijn van het vervoer om mee te kunnen doen? Daarnaast moet verkeersveiligheid zichtbaar worden in concrete keuzes. Denk aan veilige fietsroutes, goede oversteekplaatsen en verkeerssituaties waarin inwoners zich daadwerkelijk veilig voelen. Voorzitter, mobiliteit moet mensen verbinden en bijdragen aan gelijke kansen en een leefbare gemeente. Daarom dienen wij ook mede het amendement in. Dat is niet om die visie af te zwakken, maar juist om die balans scherp te houden.

In Emmen blijft de auto, zeker in dorpen en in ons buitengebied, belangrijk voor werk, zorg, onderwijs en voorzieningen. Tegelijk willen we dat lopen, fietsen, openbaar vervoer en publiek vervoer volwaardige alternatieven zijn. Ook vinden wij het verstandig dat een eventuele noordelijke rondweg eerst zorgvuldig wordt verkend op nut, noodzaak, maatschappelijke meerwaarde en financiële haalbaarheid, waarbij ook alternatieven worden meegenomen. Voor de PvdA betekent keuzevrijheid dus niet alleen goede autobereikbaarheid, maar ook echte mogelijkheden om veilig, betaalbaar en toegankelijk mee te kunnen in Emmen. En voorzitter, inzake de motie van 50PLUS over de Minister Kanstraat: de PvdA begrijpt de overlast. Die hebben wij hier ook gehoord in de commissievergadering. Maar deze motie is te specifiek en loopt ook vooruit op de uitwerking van die Mobiliteitsvisie. Een straat afsluiten, zoals er wordt gezegd, kan ook verkeer en overlast verplaatsen naar andere plekken. Wij willen eerst een zorgvuldige centrumbrede aanpak samen met bewoners en ondernemers en daarom steunen wij deze motie niet. En inzake de motie van 50PLUS over de bussen naar Emmen-Zuid: de PvdA wil uiteraard betere OVverbindingen met en naar Emmen-Zuid. Dat is belangrijk voor de bereikbaarheid en ook voor de ontwikkeling van dat gebied. Maar wij verschillen met 50PLUS wel van mening over de manier waarop.

Bij zulke ingrijpende wijzigingen moeten we wel goed kijken naar de gevolgen daarvan. En voor ons geldt: een centrum moet niet alleen heel rustig zijn, maar ook vooral goed bereikbaar blijven voor iedereen. Juist ouderen, jongeren, inwoners zonder auto en mensen die afhankelijk zijn van het OV hebben voorzieningen dichtbij nodig. Een busstation verplaats je niet alleen op een kaart, maar ook volledig uit het dagelijks leven van mensen. Daarom vinden wij deze motie te eenzijdig en onvoldoende onderbouwd. Tot zover. De heer Kasteleijn (50PLUS): Dank u wel voor uw inbreng. Ziet u niet het probleem dat daar door de bussen in het gebied waar we het over hebben – Minister Kanstraat en de Kolhoopstraat met name en ook het stationsgebied natuurlijk – grote problemen ontstaan, omdat er zoveel bussen zijn? Ziet u dat probleem niet? De heer Hindriks (PvdA): Zoals ik al aangaf in mijn antwoord, verplaatsen we dat probleem een beetje daarmee. Mensen willen graag naar het centrum en de voorzieningen daar bezoeken. Daarom moeten we dat busstation daar ook op dit moment hebben. Kijkend straks naar de ontwikkelingen van de Nedersaksenlijn, hoe we die gaan inzetten in dat hele gebied – zoals de heer Koops daarstraks ook noemde – kunnen we kijken hoe we dat centrum nou goed veilig verder gaan inrichten.

Is het nog steeds veilig genoeg voor alle inwoners? We zien ook inderdaad in de Minister Kanstraat weleens overlast, zeer zeker. Dat erkennen wij ook. Maar het afsluiten bijvoorbeeld daarvan zien wij niet als dé oplossing daarvan. Auto’s kunnen er dan meer niet door inderdaad en mensen kunnen nog steeds langs de paaltjes lopen. De voorzitter: De vraag ging over de bussen, maar... Ja. Meneer Kasteleijn.

20

De heer Kasteleijn (50PLUS): Ja, even verwarrend voor mij omdat we het over de bussen hebben. Met name dat er zoveel bussen daar zijn. U geeft aan dat de passagiers van die bussen niet meer het centrum zouden kunnen bereiken. Maar dat heb ik aangegeven: dat is heel goed mogelijk. Het is zelfs zo... De voorzitter: Maar wat is uw vraag? Want anders herhaalt u uw betoog. De heer Kasteleijn (50PLUS): Mijn vraag is aan u: ziet u niet dat daardoor er een enorme ontlasting zou kunnen komen en ook de mogelijke kosten voor het nieuwe stationsplein beduidend minder zouden kunnen worden? De heer Hindriks (PvdA): Daarmee gaan we weer andere problemen krijgen, meneer Kasteleijn. Voorzitter, in dat geval vinden we dit niet de oplossing daarvoor. Nee. De heer Koops (D66): Ja, ik wil toch even reageren op een opmerking waar ik een beetje van schrok, namelijk dat ons centrum vooral heel stil moet zijn. Ik hoop dat ik u verkeerd heb verstaan en ik geef u graag de kans om daar wat context aan te geven. De heer Hindriks (PvdA): Meneer Koops, dat het centrum heel stil is, zou ik graag om zondagochtend om vijf uur zien. Dat zou heerlijk zijn. Dat iedereen daar rustig kan slapen. De voorzitter: Dat is een vrij druk moment trouwens, hoor. Dat kan ik u aangeven dan. Ja. De heer Hindriks (PvdA): Het kan soms dan ook heel druk zijn inderdaad.

De voorzitter: Vraag het maar eens aan de politie over zondagochtend om vijf uur. De heer Hindriks (PvdA): Dat weet ik ook uit ervaring, trouwens, moet ik eerlijk bekennen. Maar inderdaad, een centrum moet niet alleen heel erg rustig zijn. Inderdaad. De heer Schrik (FvD): Wij hebben onze zorgen over deze Mobiliteitsvisie al geuit tijdens de commissievergadering, maar ik zal ze hier nog even opsommen. Wij zijn kritisch tegen de onderliggende toon in de Mobiliteitsvisie, die onderschrijft dat auto’s moeten worden verdrongen en moeten worden vervangen door te lopen, fietsen of het openbaar vervoer te gebruiken. Dit zou moeten om op te vangen dat de gemeente gaat groeien in inwoneraantal. Maar deze groei zien wij ook niet per se als noodzakelijk, dus deze verdringing van de auto ook niet. Daarnaast zijn wij kritisch over de onderliggende toon van dit document dat er bepaalde onderdelen zijn opgenomen om subsidie van de EU te kunnen ontvangen, zoals de infrastructuur voor alternatieve brandstoffen aan de N34. Dit document hoort een visie van onze gemeente te zijn en niet een visie vanuit de EU. Ze kunnen natuurlijk wel overenkomen. Ook staat er weinig duidelijkheid in over de financiële gevolgen van deze visie. Maar de Mobiliteitsvisie benoemt ook een aantal positieve conclusies.

Wij vinden de verkenning van de noordelijke rondweg een goede ontwikkeling en de positie van Emmen als logistiek knooppunt richting Duitsland en Scandinavië wordt ook mooi benoemd. Wij zijn, rekening houdend met onze kritiek, blij met het amendement dat bij deze visie is voorgelegd. Dat onderschrijft dat de auto belangrijk blijft en niet belemmerd moet worden en dat aangeeft dat de financiële haalbaarheid van grote investeringen zoals de noordelijke rondweg goed moet worden onderzocht. Met invoering van dit amendement kunnen wij deze visie dan ook steunen. Voorzitter, wij zijn als fractie van FvD meer redenen om doorgaan autoverkeer van een deel van de Hoofdstraat te verwijderen. Het verhaal van de inspreekster tijdens de commissievergadering, bijvoorbeeld. Wij zien hierin de voordelen voor de doorstroming van het verkeer, de winkelveiligheid voor voetgangers en de vermindering van overlast in de late avonduren. Er zitten echter ook haken en ogen aan dit plan, waardoor overlegd moet worden met de omwonenden en de ondernemers in dit gebied. Zo worden door het afsluiten van de Hoofdstraat meerdere huizen aan de Hoofdstraat en de Minister Kanstraat onbereikbaar voor autoverkeer met de huidige verkeersinrichting aan eenrichtingswegen in dit gebied. Hierin vinden wij participatie belangrijk.

21

Voorzitter, onze fractie vindt dat het centrum rondom bereikbaar moet zijn met de bus. Volgens ons zijn er plannen om het verkeer rondom de noordelijke kant van het centrum aan te passen, waardoor de in de motie genoemde verkeersproblemen grotendeels opgelost zouden kunnen worden. Wij kunnen ons er wel in vinden dat het Station Emmen-Zuid en de Delftlanden moeten worden opgenomen in een busroute, maar deze motie kunnen wij niet steunen. Dank u wel. De heer Kasteleijn (50PLUS): Ik hoor u zeggen dat de bewoners aan de Hoofdstraat door deze actie niet meer bereikbaar zouden zijn. Maar dat is niet juist. Ik heb juist verklaard dat wanneer we de Minister Kanstraat afsluiten, die Hoofdstraat gewoon bereikbaar blijft. Alleen, aan het begin moeten we wel aangeven dat het een doodlopende weg is. Ja? Dus alle bedrijven die daar zitten en mensen die er mogelijk boven wonen, kunnen gewoon normaal de Hoofdstraat bereiken en hun huis. De heer Schrik (FvD): Begrijp ik u dan goed dat u de afsluiting wilt pas bij de Minister Kanstraat en niet bij de Hoofdstraat, bij de Van Peer? De heer Kasteleijn (50PLUS): Dat is juist. Dat heb ik ook aangegeven. Waar ik het af wil sluiten, is juist in de Minister Kanstraat, in het begin daarvan: bij Harry’s Lunchroom en Toscana.

En de Hoofdstraat: ja, daar moet wel aan het begin een aanpassing komen om aan te geven dat dit een doodlopende weg is geworden, zodat we met name de mensen die in het begin per ongeluk verkeerd rijden, tegenhouden. De heer Schrik (FvD): Volgens mij is het zo dat de Minister Kanstraat, de huizen daar, bereikbaar is via de Hoofdstraat, door de eenrichtingsweg die achter de Hoofdstraat ligt. Dus als je de Hoofdstraat afsluit, dan kunnen die mensen die in de Minister Kanstraat daar wonen, niet meer naar hun huis toe. Dus daar moeten dan wat veranderingen in de inrichting worden gedaan. De voorzitter: Oké. Laten we niet te micro... Het gaat over de visie op de hele gemeente. We zijn op de 50 meter bezig. De heer Kasteleijn (50PLUS): Ja. Ja. Sorry, mag ik er wel op reageren? De voorzitter: Ja, u mag erop reageren, maar pas op dat we niet te veel in de details treden. De heer Kasteleijn (50PLUS): Nou ja, wat ik aangeef: de HEMA is bereikbaar, dus die huizen zijn ook bereikbaar. De heer Meijer (VVD): In de commissie hebben we een behoorlijke discussie gehad over de Mobiliteitsvisie. Voor de VVD is het inderdaad duidelijk: voor ons gaat de auto op nummer één. En fietsen, lopen, openbaar vervoer is allemaal prima, maar het blijft een vrije keuze voor de mensen. Wij als liberale partij zijn natuurlijk altijd voor een vrije keuze.

Daarom hebben wij samen met Wakker Emmen en andere partijen een amendement opgesteld en daar staat een aantal, in onze ogen, verbeteringen in voor dit stuk. Ik hoop dat andere mensen zich daar ook in kunnen vinden, want daardoor zet je toch het stuk in een ander perspectief. Wij vinden het ook belangrijk dat in het centrum de parkeernorm, die onder druk staat, wordt aangepast, zodat we nog wel woningen kunnen bouwen. Dat is heel belangrijk. Het stuk over de noordelijke rondweg: wij vinden inderdaad dat een verkenning beter en gelijk moet worden geroepen om een onderzoek. Eerst de nut en noodzaak aangeven voordat we daarin verder kunnen. De moties, die in de laatste minuut binnenkwamen wil ik eigenlijk niet te veel in detail gaan op de Hoofdstraat. Die lijkt ons inderdaad ook te detaillistisch. Dat moet inderdaad in een grote perspectief worden opgelost. Want het probleem is er wel, maar of dit dan de oplossing is, is maar de vraag. En Station-Zuid is prima als zich dat ontwikkelt en ook prima als daar meer bussen naartoe gaan voor de toekomst, als daar meer huizen komen. Maar een totale verplaatsing is een dermate groot project dat dat eigenlijk niet zomaar even in een snelle motie zo tussendoor. Dus daar zijn we geen voorstander van. Dus die twee moties niet en het amendement wel.

22

De heer Kasteleijn (50PLUS): Ik heb niet aangegeven dat alle bussen daarnaartoe moeten. Ik heb aangegeven dat op den duur de meeste bussen daarnaartoe zouden kunnen, wat een enorme verlichting zou zijn voor het centrum. De heer Meijer (VVD): Nou ja, wat wij zeiden: het is goed dat Station-Zuid verbetert en mensen gaan ook van Station-Zuid naar het centrum toe, die moeten daar ook ergens uit. Veel mensen willen ook naar het centrum toe. Juist van een stationsplein waar de trein samenkomt, waar de bus samenkomt, zie je in elke grote stad gewoon dat dat eigenlijk het knooppunt van het openbaar vervoer. Zoals het op dit moment gaat: aan de bereikbaarheid van het station wordt hard gewerkt om die beter te maken. Het is nu eigenlijk in zo’n stadium en dan zo’n motie ertussendoor gooien, is te detaillistisch om daar een goede visie op te zetten. Dus daar zijn wij geen voorstander van. De heer Hindriks (PvdA): Meneer Kasteleijn had het over enkele bussen verplaatsen zojuist. Terwijl in de motie staat ‘busstation’. Wat bedoelt u nu precies? De heer Kasteleijn (50PLUS): Ik heb aangegeven heel duidelijk dat niet alle bussen… Dat het verplaatsen van die bussen op termijn zou moeten gebeuren. Dus wat dat betreft ben ik met de VVD dan eens dat het niet vandaag op morgen moet. Kijk, wij hebben het over een visie, dus laten we dan ook groot zijn en groot dromen. De voorzitter: Oké.

Daar kan niemand op tegen zijn. Nee. Dan gaan wij naar de fractie van de PVV, de heer Westera. De heer Westera (PVV): PVV Emmen steunt de vaststelling van deze Mobiliteitsvisie. De zorgen die wij tijdens de commissievergadering hadden, zijn grotendeels weggenomen. Wij zijn vandaag dan ook mede-indiener van het amendement ‘Bereikbaarheid en keuzevrijheid’. Want dit amendement zegt precies wat de PVV al in de commissie zei: de auto blijft voor heel veel inwoners een noodzakelijk vervoermiddel. Bereikbaarheid, leefbaarheid en keuzevrijheid moeten in samenhang worden beoordeeld. Het STOMP-principe dat op pagina 32 van deze visie letterlijk als leidend wordt bestempeld bij gebiedsontwikkelingen, moet gebiedsgericht worden toegepast en niet als uniforme maatstaf over de hele gemeente. Voorzitter, op pagina 75 van deze visie dat de aanwezige raadsleden in juni 2025 aan het college meegaven dat het geen anti-autovisie moest worden. En toch staat STOMP er gewoon als leidend begrip in. Dit amendement corrigeert dat. Het zorgt ervoor dat de auto een volwaardige en misschien nog belangrijker, een gelijkwaardige plek behoudt in de dorpen, in het buitengebied en op de bedrijventerreinen. En niet als sluitpost, maar als onmisbaar onderdeel van de Emmense mobiliteit. Wij kennen onze inwoners.

Een Drent kijkt ’s ochtends naar buiten, ziet de regen en pakt de auto, of het openbaar vervoer indien aanwezig. Niet omdat hij lui is, maar omdat hij geen nat pak wil. Het gaat om de ouder die zijn kind met de auto naar de voetbaltraining brengt. De mantelzorgeer die drie keer per week naar zijn moeder rijdt. De timmerman die met zijn bestelbus naar een klus moet. Voor al deze mensen is de auto geen keuze, het is de enige optie. Weiteveen/Nieuw-Schoonebeek vindt sinds 2021 dat de auto een absolute must is. Voorzitter, dan de Zonneroute. De provincie vroeg tankhubs te koppelen aan de Drentse Zonneroute A37. Tankhubs zijn prima. Schone brandstoffen voor vrachtverkeer: wij zijn er niet per se op tegen. Maar de Zonneroute zelf? 42 kilometer zonnepanelen in bermen en op knooppunten langs de A37, dwars door ons prachtige Drentse landschap: dat is een andere zaak. De PVV wil niet dat het afbreuk doet aan het landelijke aanzicht en het karakter van de omgeving. Immers, toerisme en recreatie zijn economische pijlers van onze regio, die staan of vallen met een landschap dat de moeite waard is om in te recreëren of in te fietsen of in te lopen of te genieten van die prachtige vergezichten en te genieten van de bossen en de natuur die Drenthe zo uniek maken. Wij begrijpen heel goed dat dit een provinciale beslissing is.

Maar de PVV Emmen spreekt zich hier vandaag expliciet tegen uit en vraagt het college om dit signaal mee te nemen naar het provinciaal overleg. Bovendien heeft de Zonneroute, en breder: de discussie over zonneparken in Drenthe, niets te zoeken in de Mobiliteitsvisie. Dit hoort thuis in een apart energiedebat met een volwaardige uitspraak van de raad. Niet stilzwijgend meegenomen via een mobiliteitsvisie.

23

Voorzitter, tot slot. Onze vraag aan het college: onderschrijft u het amendement, zoals dat is ingediend? En bent u bereid de koppeling tussen de Zonneroute en tankhubs uit het nog op te stellen Uitvoeringsprogramma te halen of het gesprek aan te gaan met uw provinciale gesprekspartners? Want zonneparken en zonneroutes horen thuis in het energiedebat, niet in een mobiliteitsvisie en al helemaal niet in Drenthe. En ik kom, voorzitter, in mijn tweede termijn terug op de moties van 50PLUS. De heer Koops (D66): Voorzitter, vrijheid bestaat pas echt als iedereen de kans krijgt om vrij te zijn. Die vrijheid is er niet vanzelf. Mobiliteitsvrijheid is daar een goed voorbeeld van, zoals ook door mijn fractiegenoot tijdens de commissievergadering is betoogd. De vrijheid om te kiezen voor openbaar vervoer bestaat alleen als het aanbod van openbaar vervoer op orde is. De vrijheid om de fiets te pakken, hangt samen met de hoeveelheid en het onderhoudsniveau van de fietspaden. De vrijheid om de dure auto te laten staan, hangt af van de alternatieve vervoersvormen die beschikbaar zijn. De vrijheid om te lopen, hangt af van de bereikbaarheid van voorzieningen en de veiligheid van onze leefomgeving. Naast vrijheid geloven wij ook sterk in optimisme. Het soms koppige geloof dat meer mogelijk is, dat we ons niet hoeven te berusten en dat we liever gisteren dan vandaag aan onze toekomst bouwen.

Dat betekent dat je nu keuzes maakt die wellicht pas over tien, twintig of veertig jaar een uitwerking kennen. Dat betekent dat je nu keuzes maakt om onze kinderen en kleinkinderen er dan pas van laten te profiteren. De keuze bijvoorbeeld om geen vervoer anders dan bestemmingsverkeer meer toe te staan in het centrum, waardoor we nu in de zon kunnen genieten van een veilig en groen centrum met prachtige terrassen. Voorzitter, wij kunnen ons dan ook goed vinden in het stuk dat voorligt en de Emmense mobiliteitsprincipes die het bevat. Ja, Emmen is of wordt de noordelijke poort tot Europa. Ja, de Nedersaksenlijn is ons kaartje naar de toekomst. Ja, ruimte moet slim benut worden, onze leefomgeving moet leefbaar blijven en we moeten onze inwoners en ondernemers de keuze geven over hoe en wanneer zij willen reizen. En ja, we moeten voorrang geven aan lopen, fietsen en OV, maar we moeten daarbij ook zeker de ruimte laten voor de auto waar dat nodig is. Waarbij ik ook meteen op de inbreng van enkele partijen, de indieners van het amendement, wil reageren. De Mobiliteitsvisie laat ook zonder het amendement alle ruimte voor de auto waar dat nodig is en dat onderschrijven wij als D66 Emmen ook van harte. Ook het in de Mobiliteitsvisie genoemde onderzoek naar de noordelijke rondweg is ook zonder het amendement inderdaad meer dan dat: een verkennend onderzoek.

Het enige kritiekpunt voor ons blijft – maar dat is door meerdere partijen onderstreept tijdens de commissievergadering – is dat concrete doelen ontbreken. En natuurlijk hoeft een strategisch document niet elk punt of komma uit te schrijven, maar ook voor strategische doelen is het belangrijk dat je het pad uitstippelt dat bewandeld moet worden om tot dat doel te komen. En dat je bij het bewandelen van het pad af en toe op je kompas kunt kijken en aan het thuisfront kan laten weten dat je nog over de juiste weg gaat. We willen dat meegeven voor toekomstige strategische stukken, maar ook voor de uitwerking van dit stuk in concrete uitvoeringsplannen. We willen in die uitvoeringsplannen ook opnieuw aandacht vragen voor het fijnmazige fietsnetwerk, omdat je op slecht onderhouden, niet-bestaande of zelfs nietaangesloten fietspaden niet vrij kunt fietsen. Op de ingediende moties zullen wij, waar nodig en nog niet gebeurd, in tweede termijn of eventueel bij een stemverklaring terugkomen. Tot zover. De heer Pruisscher (ChristenUnie): Ja, voorzitter, tijdens het commissiedebat heb ik al aangegeven dat wij ons heel goed vinden in deze visie en onze complimenten er ook voor hebben gegeven dat dit – nogmaals – een goede visie is met mooie leidende principes die wat ons betreft heel goed kunnen helpen om de mobiliteit in de toekomst vorm te geven.

Ik sloot ook het commissiedebat af met een soort gevoel dat het een debat was: ja, wat gebeurt er nou als we toch over die heilige metalen koe gaan hebben? Ja, en dan waait er best wel wat stof op en dat zien we vandaag ook als een soort resultaat, dat we tóch eventjes moeten vastleggen dat dat nog steeds in Emmen wel braaf kan. En dat die auto belangrijk blijft. Ik zat ook te denken, nu ik deze zaal zo rondkijk: je hebt van die gemeentezalen waar artikel 1 van de Grondwet ergens staat of hangt. Volgens mij hebt u dat ook weleens voorgesteld. Ik denk dat dat hier toch staat: ‘Auto op één.’ En tweede: ‘Ga fietsen’ of zo. Maar wie weet, dat dat ook wel een suggestie kan zijn ter versiering.

24

Maar voorzitter, wat mij betreft staat ook in het amendement dat is ingediend, niets spannends wat in het debat ook niet is benoemd of ruimte was – zoals de heer Koops zei – die in de visie al zit. Dus wat ons betreft: ook al hebt u met mijn suggestie er toch nog weer wat aan verbeterd, zit daar niets spannends in. Er verandert ook niet zo heel veel van, dus er vloeit er ook geen bloed uit. Wel tekenend dat dit juist de aanzet van de eerste coalitiepartners is om dit nog eventjes vast te leggen met elkaar. Kunnen we het ook maandag nog even over hebben. Voorzitter, ook het belang van mobiliteit hebben wij eerder onderschreven, ook door de PvdA nog genoemd. En dat draagt bij aan hoe we nou goed met elkaar gaan leven in Emmen, ook in de toekomst, en hoe mobiliteit daaraan bijdraagt. Daarin was de wethouder eigenlijk heel duidelijk: met de voorziene groei en schaalsprong moeten we ook naar andere modaliteiten kijken hoe die met elkaar juist een geheel vormen, aanvullend op de auto. Want het verkeer loopt straks vast als we dat niet doen en dan staat het onze ontwikkelingen in de weg. Die realisatie lijkt ons belangrijk om vast te houden in de toekomst. Regeren is immers vooruitzien. Tijdens het commissiedebat hebben we ook even gesproken over het OV en dan specifiek busvervoer.

De raad heeft het daar met regelmaat over, maar we stuiten elke keer op de grens van ‘o ja, maar daar gaan wij niet over’. En dat ben ik eigenlijk wel een keer zat. Die impasse moeten we op de een of andere manier doorbreken. We hebben de wethouder ook horen zeggen dat dat eigenlijk een heel weerbarstig dilemma is hoe we dat in de toekomst willen blijven garanderen. Niemand wil lege bussen laten rijden, maar tegelijk, als er geen bus rijdt, zit er ook niemand in. Hoe doorbreken we dat nou in zo’n uitgestrekte gemeente als Emmen? Daarom het idee om een expertmeeting te organiseren met bijvoorbeeld provinciale medewerkers of het OV-bureau of andere experts, om daar eens met elkaar als gemeenteraad in te duiken. Want je kunt wel zeggen: we gaan daar niet over, maar we kunnen daar wel degelijk wat van vinden. En laten we dan geïnformeerd doen. Als ChristenUnie willen we dat verder in gang zetten, maar horen we ook graag of het college bereid is om daarin mee te denken en of de andere fracties daar heil in zien. Dan de moties van 50PLUS. Nou, bij interruptie bleek al wel dat dat niet heel veel warmte bij ons oproept. Het voelt een beetje alsof u van Emmen-centrum een soort rustig reservaat wil maken. Nou, wat ons betreft blijft Emmen lekker bruisend en het stationsgebied hoort daar ook bruisend bij, met allerlei verschillende modaliteiten die daar samenkomen.

Dank u wel, voorzitter. De heer De Jong (Hart voor Emmen): Voorzitter, mobiliteit gaat uiteindelijk over vrijheid. De vrijheid om naar je werk te gaan, je kinderen naar school te brengen, je ouders te bezoeken, mantelzorg te verlenen, naar de kerk, de huisarts, de sportvereniging of de winkel te gaan. Mobiliteit is niet alleen een verkeerskundig vraagstuk, het is een vraagstuk van dagelijkse bestaanszekerheid. Precies daarom hebben wij juist moeite met de manier waarop deze Mobiliteitsvisie is opgebouwd. Op papier klinkt het redelijk. Want wie is er tegen veilige fietsroutes? Wie is er tegen een goed openbaar vervoer? En wie is er tegen een leefbaar centrum? Niemand. Ook de fractie van Hart voor Emmen niet. Maar onder deze redelijke woorden ligt een denkraam dat ons zorgen baart, het STOMP-principe. Een principe waarin de privéauto standaard achteraan staat. Voorzitter, dat klinkt misschien modern in een beleidsnotitie, maar Emmen is wat ons betreft geen compacte Randstadgemeente. Emmen is een uitgestrekte gemeente met dorpen, linten, buitengebied, grote bedrijventerreinen. En voor heel veel mensen is de auto hier geen luxe, geen statussymbool en geen probleem dat moet worden teruggedrongen. De auto is vaak de voorwaarde om überhaupt mee te kunnen doen. En daarom is het amendement van de formerende partijen met wat toevoegingen veelzeggend.

Het legt de vinger precies op de plek die ook wij in de commissie hebben benoemd: het risico van dogmatisch vasthouden aan een mobiliteitsmodel, in plaats van uitgaan van vrijheid, bereikbaarheid en nuchtere gebiedskennis. Wij waarderen dat het amendement probeert de autobereikbaarheid, betaald parkeren en de keuzevrijheid beter te borgen. Dat is winst. Maar dat bevestigt dat deze zorg breder leeft dan alleen bij onze fractie. Als de drie formerende partijen, waaronder twee zittende partijen, het nodig vinden, deze correctie aan te brengen, dan zegt het iets over de oorspronkelijke visie. Dan is het probleem dus wat onze fractie betreft niet denkbeeldig. Maar voorzitter, ook met dit amendement blijft de kern ongemoeid. Het STOMP-principe blijft het denkraam. Het wordt echter alleen wat zachter geformuleerd. Wat gebiedsgerichter en wat vriendelijker verpakt. Maar het model waarin de auto principieel onder aan de ladder staat, blijft. En dat past wat onze

25

fractie betreft niet bij Emmen, niet bij onze dorpen, niet bij het buitengebied. Niet bij ondernemers en niet bij mensen die afhankelijk van die auto. Hart voor Emmen wil niet dat de inwoners worden opgevoed tot het vervoersgedrag dat beleidsmakers wenselijk vinden. Wij willen dat beleid begint bij de werkelijkheid van onze inwoners. Niet bij een mooi modewoord en niet bij een stedelijk ideaalbeeld dat maar gedeeltelijk op Emmen past. En daarom stemmen wij wel voor het amendement, omdat het een verbetering is. Maar wij stemmen tegen de visie als geheel, omdat nog steeds de onderliggende koers voor ons te dogmatisch blijft. Dan even komende op de moties van 50PLUS. Wij begrijpen de moties en de zorgen achter deze moties: minder overlast, betere veiligheid en een leefbaar centrum zijn legitieme doelen. Maar deze moties gaan over zeer concrete verkeersmaatregelen. Het verplaatsen van busstromen en het beperken of afsluiten van verkeer rond de Hoofdstraat en de Minister Kanstraat: dat zijn geen keuzes op visieniveau. Dat hoort thuis in een mobiliteitsagenda, het Integraal Veiligheidsplan en in de concrete uitwerking. Wij verzoeken 50PLUS daarom ook deze moties niet als losse richtinggevende uitspraken bij deze visie door te drukken, maar ze mee te nemen naar eventueel de inhoudelijke behandeling van de Mobiliteitsagenda.

Daar kunnen wij ze dan beoordelen op feiten, effecten, kosten en alternatieven. Voorzitter, wij zijn voor bereikbaarheid. Wij zijn voor veiligheid, voor leefbaarheid, voor die goede fietsverbindingen, voor goed openbaar vervoer. Maar wij zijn tegen een mobiliteitsbeleid dat vertrekt vanuit een wantrouwen tegenover de auto en vanuit een model dat niet past bij de dagelijkse werkelijkheid. Tot zover. Raadslid Sampimon (GroenLinks): Voorzitter, GroenLinks ziet positieve elementen in deze Mobiliteitsvisie. Zeker het STOMP-principe vinden wij een goede basis: eerst lopen en fietsen, dan openbaar vervoer en pas daarna de auto. Dat past bij een toekomstbestendige en een gezonde gemeente, ook als Emmen aantrekkelijk wil zijn als regiokern voor onderwijs, werk en ontwikkeling. Juist daarom gaan wij het amendement van de coalitiepartijen niet steunen. Want waar deze visie kiest voor duurzame mobiliteit, legt het amendement opnieuw veel te veel nadruk op autobereikbaarheid en parkeren. Daarbij blijft de auto toch weer centraal staan. GroenLinks vindt dat de verkeerde denkrichting. Natuurlijk moet Emmen bereikbaar blijven, zeker als we straks kansen willen benutten rondom de Nedersaksenlijn, is het belangrijk dat wij ons concentreren op beter openbaar vervoer en veilige fietsverbindingen.

Als we inwoners echte keuzevrijheid willen geven, moeten we durven kiezen voor de mobiliteit van de toekomst in plaats van betere busverbindingen, bijvoorbeeld naar de Delftlanden en van Nieuw-Amsterdam/Veenoord naar Zandpol. En om meteen maar even te reageren op collega Pruisscher: het voorstel van de ChristenUnie voor een expertmeeting ondersteunen we van harte. Wij ondersteunen dus de visie op hoofdlijnen, maar niet het amendement van de aanstaande coalitie. Ook de moties steunen wij niet. GroenLinks is absoluut voorstander van meer autoluwe straten in het centrum. We denken alleen dat het voorstel van 50PLUS geen oplossing, maar verplaatsing van problemen is. Het volledig verplaatsen van alle buslijnen naar Emmen-Zuid vinden we te ingrijpend en te ingewikkeld, met gevolgen voor de bereikbaarheid op andere plaatsen. Wel vinden we het belangrijk dat er serieus wordt gekeken naar betere verbindingen met Emmen-Zuid. Wat ons betreft zou de snelbuslijn 127 daarin een logische mogelijkheid kunnen zijn. De route daarvan kan namelijk eenvoudig worden aangepast, waardoor er toch weer bussen gaan stoppen op Emmen-Zuid. Tot zover. Reactie college De heer J. Bos (wethouder): Ik heb een aantal vragen genoteerd en punten waar ik even op in wil gaan en dan even op het amendement en de moties. Even bij de PVV beginnend: de Zonneroute.

U maakt daar wel een stevig punt van, maar de Zonneroute maakt geen deel uit van deze visie. Waar u op duidt, is dat er gezegd wordt dat de lokale energienetwerken gebruikt kunnen worden om de hubs langs de A37 te voorzien van lokale energie. En daar wordt genoemd bijvoorbeeld interessante koppelzones zoals een Zonneroute – als die er mocht komen – zoals GZI Next, zoals GETEC. Dit is slechts een opsomming van als die er komt, je zou kunnen overwegen om te kijken of je daar gebruik van kunt maken. U ziet hier een koppeling in die pertinent niet aan de orde is. Dus wat betreft wou ik dat even heel duidelijk neerzetten.

26

En dat er een EU-verplichting op zit – u richtte daar ook een paar zinnen aan: de enige EU-verplichting is dat er inderdaad langs de doorgaande route op de A37 een hub is. En dat is prima, want ik denk dat wij daar volledig achter staan. Dus in die is dat een win-winsituatie. Dat wou ik toch even benoemen. Dan kom ik al gelijk al bij het amendement. Dat de ene partij de visie linksom leest van ‘tegen de auto’ en de andere leest hem als ‘beslist niet minder, want wij zijn heel erg voor de auto’. Dan kom ik even bij het amendement, want dat gaat er precies op in. Het amendement van Wakker Emmen, VVD en PvdA, ‘Bereikbaarheid en keuzevrijheid Mobiliteitsvisie’. Nou, een raadslid heeft al even aangegeven: ‘De Reactienota kun je lezen, maar dat moet de Mobiliteitsvisie zijn.’ Nou, dat is prima. Ik vind, gehoord hebbende het gesprek dat we daarover gehad hebben, dat dat een behoorlijk debat was, juist over deze punten. Ik vind dit wel een verheldering, in de zin van dat ik hierachter kan staan. Dit is ook ongeveer wat wij in de commissie besproken hadden. En als dat niet helder mocht zijn, dan verheldert dit wel. Dus ik kan dit amendement wel aanraden. Dat betekent dat deze punten dan verwerkt kunnen worden als dit aangenomen wordt. Dan kom ik bij de motie van 50PLUS, ‘Tegengaan van doorgaand verkeer Hoofdstraat en Minister Kanstraat’.

U wijst terecht op een belangrijk punt – laten we daar helder over zijn. Maar het is ook al een aantal keren door andere fracties benoemd: het gaat hier om de visie waar we heen moeten. En dit punt is één geïsoleerd punt, één kruising die eruit gehaald is om daar iets over te zeggen. Ik denk dat dat heel veel vragen gaat oproepen en die niet integraal afgewogen worden door alleen dit punt te pakken. Wij zijn bezig met de ontwikkeling van het Nolskwartier. We hebben de spoorwegovergang bij de Boslaan: wat betekent dat? De doorfietsroute langs het spoor moet er komen. De bereikbaarheid van de winkels, de parkeerplaatsen achter de HEMA: hoe doen we dat? De kruising bij Jan van Peer is op dit moment al kwetsbaar en ook onveilig voor fietsers en voetgangers. Er zijn zoveel vragen dat ik ook denk: het punt dat hier gemaakt wordt om de veiligheid daar te verhogen en de snelheid naar beneden te krijgen, is uitstekend. Maar ik zou dan graag willen voorstellen om dat in een veel integraler punt op te pakken van het hele gebied waar nog goed naar gekeken moet worden. Ik denk dat dit punt zeker meegenomen moet worden, maar als aparte motie zou ik het niet aanraden. Afraden, zelfs. Dan kom ik bij de motie over de verplaatsing van het busknooppunt naar Station-Zuid. Ja, ik denk niet dat het een goede denkrichting is. Ik zal uitleggen waarom.

Want dit betekent in feite, als we dit in gaan zetten, dat het hele busstation van treinstation Emmen weggehaald gaat worden. En dan hebben we geen hub meer, maar dan hebben we een enkel stationnetje waar de NSL stopt en voor de rest niks eigenlijk. Dat gaat echt ten koste van de bereikbaarheid en sociaal-economisch functioneren van het centrum, maar ook de bereikbaarheid van het ziekenhuis. Dan zou je via Zuid moeten als je naar het ziekenhuis wilt. Dan worden de scholen dan minder bereikbaar. De toekomstige Greenwise Campus wordt minder bereikbaar. Dat zal allemaal onder druk komen te staan als je heel veel buslijnen niet meer in het centrum laat landen, maar op Station-Zuid. En dat is één punt. Een tweede punt is: de rijtijden van heel veel bussen zullen toenemen, omdat je buiten het centrum en elke keer weer terug naar de wijken moet. Dit ligt echt buiten het centrum, buiten de stad. En als die rijtijden toenemen, dan nemen de kosten ook toe. Behoorlijk, heel veel. We hebben bij de Delftlanden al eens een keer een discussie en geprobeerd daar een lijn te krijgen: dat kost drie ton per jaar. Nou, ga vier, vijf lijnen verleggen en dan hebben we het over anderhalf, twee miljoen en dan zijn nog niet eens alle lijn verlegd.

En dan komt last but not least: wij gaan daar helemaal niet over! Dus ik denk dat we het echt even goed tussen de oren moeten knopen: wij zijn helemaal niet bevoegd om hier beslissingen in te nemen. Dat doet het OV. Wij hebben heel veel gesprekken met het OV-bureau. Punten als de bereikbaarheid van Station-Zuid, dat daar buslijnen moeten landen: daar zijn we al druk in gesprek over en daar zit ook wel beweging in. Het Rijk heeft nu een soort, zoals het er nu uitziet, extra geld voor de verrijking van het OV. Daar zijn we ook in gesprek over met het OV-bureau om te kijken of we daar wat voor kunnen doen, Maar als het erom gaat, kunnen wij daar niet een besluit in nemen, want daar gaan wij niet over. Dus eigenlijk, als ik het kort samenvat, ontraad ik deze motie heel sterk. Volgens mij, voorzitter, heb ik de vragen zoals ik die genoteerd heb, beantwoord. En anders wacht ik nog even uw reactie af. De voorzitter: Ik kijk even rond. Dat is het geval? Ja? Dank u wel, meneer de wethouder. Voormalig directeur OV-bureau. Ja.

27

Dat gezegd hebbende, het is half tien. Wij hebben een bespreking gehad, er is een geamendeerd amendement, dus dat ligt er ook. Er liggen twee moties, er liggen wat verschillende vragen. Voorstel is om even te schorsen, zodat u op uw gemak eens even kunt kijken hoe we de tweede termijn gaan doen. De tweede termijn, zeg ik nu al even: geen herhaling van zetten, ook even gelet op het feit dat we nog een aantal andere dingen te bespreken hebben. Dan zou ik het al vrij gauw moet trechteren richting de besluitvorming. Als ik voorstel om een kwartier te schorsen, is dat een goed voorstel? Ik zie wat knikken links en rechts. De vergadering is voor een kwartier geschorst, om kwart voor tien gaan we weer verder. De vergadering is geschorst. Schorsing De voorzitter: De vergadering is heropend. We hebben in eerste termijn gesproken over de Mobiliteitsvisie. Er is een aantal opmerkingen gemaakt, er zijn in ieder geval twee moties ingediend en een amendement waar ook nog een wijziging op is gekomen. We beginnen even met de moties. Ik ga even naar de heer Kasteleijn. Tweede termijn De heer Kasteleijn (50PLUS): Ja, gehoord de beraadslagingen van mijn collegae begrijp ik dat ze een goed gevoel hebben bij de twee moties. Alleen, dat het op de verkeerde plaats en het verkeerde moment is.

Ik zal ze dan ook beide intrekken, maar houd ze wel degelijk in de portefeuille en zal er tezijnertijd wel weer mee ga lopen wapperen. De voorzitter: … sprak hij dreigend. Ja. Dat is uw goed recht. De moties zijn bij dezen uit de beraadslagingen. Over het amendement hebben we het gehad, inclusief de wisseling richting de Mobiliteitsvisie, niet in de richting van de Reactienota. Welke fractie wil in tweede termijn nog het woord voeren in dezen? Dat is in ieder geval de fractie van Wakker Emmen. De heer Dekker (Wakker Emmen): Nou, mooi dat de moties zijn ingetrokken. Dan kunnen we het lekker kort houden. Ik wil iedereen danken voor de positieve reacties op het amendement en zie de stemming met vertrouwen tegemoet. Verder wil ik nog wel even benadrukken dat het amendement is ingediend, te weten Wakker Emmen, de VVD, de PvdA, de PVV en 50PLUS Emmen. Er waren wat meldingen hier en daar dat het de coalitiepartijen waren en ook de wethouder had het over drie partijen. Dus bij dezen, dank u wel. De heer Westera (PVV): De wethouder bedankt voor het beantwoorden van de vragen. Wat betreft het amendement ‘Bereikbaarheid en keuzevrijheid’ borgt dit de auto als volwaardige vervoersoptie. Wij steunen dit van harte. En wat betreft de Zonneroute: ik heb een informeel gesprek gehad met iemand die erover gaat en ik ben tevreden. Voorzitter, dan de twee moties van 50PLUS. Allereerst de motie...

De voorzitter: Nee, nee. Ja, daar mag u van alles van vinden, maar ik zei net: die zijn ingetrokken. Ja, het is niet verboden. U wilt daar wat over zeggen, dus dan is het aan u. Maar... De heer Westera (PVV): Daar ben ik klaar, voorzitter. De voorzitter: Oké. Dat is aan u. Prima. Dat waren de bijdragen in tweede... Ja, meneer Beuker? De heer Beuker (CDA): Voor wat betreft het voorliggende amendement: wij sluiten aan bij wat D66 en de ChristenUnie hier al over hebben gezegd. De voorzitter: Dank u wel. Voldoende?

28

Besluitvorming De voorzitter: Dan stel ik voor om over te gaan tot de besluitvorming. Dat betekent dat we eerst het amendement in stemming gaan brengen – niet nadat ik gevraagd heb of er een stemverklaring over is – en daarna het hele besluit ook waar het gaat om de stemverklaring. Er is enige druistigheid. (…) Het gaat over het amendement ‘Bereikbaarheid en keuzevrijheid Mobiliteitsvisie Emmen 2040’ met een vijftal wijzigingsvoorstellen op de Mobiliteitsvisie. Wil iemand daar nog een stemverklaring over afgeven? In ieder geval de heer Pruisscher. De heer Pruisscher (ChristenUnie): Ja, voorzitter, daar zal ik tegen stemmen. Niet omdat er per se... Oei, ik krijg meteen boze blikken... De voorzitter: En daar schrikt u van? De heer Pruisscher (ChristenUnie): Nee, dan gebeurt al niet meer. Nee, zeker niet van de heer Dekker. Maar, voorzitter, De voorzitter: Maar maak nu uw punt. De heer Pruisscher (ChristenUnie): Maar waar het om gaat, is dat het amendement uitgaat van een andere visie dan waar de ChristenUnie uit redeneert wat betreft de Mobiliteitsvisie. De voorzitter: Dank u wel. Anderen een stemverklaring rondom het amendement? Niet? dan breng ik het amendement nu in stemming. (…) Het amendement is aangenomen met 30 stemmen voor en 8 stemmen tegen.

Voor hebben gestemd 50PLUS (1), Forum voor Democratie (4), Hart voor Emmen (1), de Partij voor de Arbeid (4), de PVV (2), Veilig Emmen (2), de VVD (2) en Wakker Emmen (14). Tegen hebben gestemd het CDA (4), de ChristenUnie (1), D66 (2) en GroenLinks (1). Dan gaan we naar het hele besluit en wel geamendeerd. Iemand daarover nog een stemverklaring? In ieder geval meneer Koops. De heer Koops (D66): Ja, het amendement is aangenomen. Zoals eerder terecht is verwoord, verandert het amendement niks aan de Mobiliteitsvisie. Dus het zal voor ons geen reden zijn om nu tegen te stemmen. Die Mobiliteitsvisie, ook geamendeerd, onderschrijven we nog steeds van harte. De voorzitter: Dank u wel. Nog andere stemverklaringen? Niet? Dan breng ik ook deze Mobiliteitsvisie nu in stemming, het hele besluit. (…) Het besluit is aangenomen met 37 stemmen voor en 1 stem tegen. Voor hebben gestemd 50PLUS (1), het CDA (4), de ChristenUnie (1), D66 (2), Forum voor Democratie (4), GroenLinks (1), de Partij van de Arbeid (4), de PVV (2), Veilig Emmen (2), de VVD (2) en Wakker Emmen (14). Tegen heeft gestemd Hart voor Emmen (1). 5.C

Motie vreemd aan de orde van de dag: ‘Crisisnoodopvang’ (GroenLinks)

De voorzitter: Dan is het nu negen voor tien. We hebben nog tijd: dik een uur ongeveer, om drie motioes vreemd aan de orde van de dag te doen. Ik zei het net al even: we kijken even hoe ver we daarin komen. De eerste motie vreemd aan de orde van de dag genoemd ‘Crisisnoodopvang’. Ik denk dat het goed is dat het raadslid Sampimon het zometeen nog even toelicht. En daarna gaan we kijken wie daarover het woord wil voeren. En dan uiteraard ook stemverklaringen respectievelijk stemming. Raadslid Sampimon, zou u de motie vreemd aan de orde van de dag rondom opvang vluchtelingen willen toelichten? Het is handig om dat dan te doen van achter het spreekgestoelte. (…) Aan u het woord. Eerste termijn Raadslid Sampimon (GroenLinks): Dat wil ik, voorzitter. De situatie rond Ter Apel laat zien hoe vreselijk het asielbeleid in Nederland is vastgelopen. Mensen zouden kort moeten verblijven, maar door falend landelijk beleid ontstaan steeds opnieuw crisissituaties. Situaties waarin mensen zittend op een plastic zeil buiten moeten wachten en zelfs buiten dreigen te

29

slapen. Dat is een humanitaire noodsituatie die we in Nederland niet normaal mogen gaan vinden. Ik reed er vanmiddag nog langs en mijn hart brak. Emmen weet wat het betekent om verantwoordelijkheid te nemen. Onze gemeente heeft in het verleden vaak geholpen wanneer de nood hoog was. Daarom begrijpen wij ook goed dat veel inwoners zeggen: ‘Moet Emmen nu alwéér helpen?’ Die gevoelens verdienen het serieus genomen te worden. En tegelijkertijd moeten we de menselijkheid voorop blijven zetten. Want achter deze crisis zitten mensen. Mensen die veiligheid zoeken en nu vastlopen in een systeem dat al jaren niet goed functioneert. Daarom dienen wij deze motie in. Oorspronkelijk zouden we dat samen met de SP doen, maar door de onverwachte afwezigheid van raadslid Kuiper lukt dat vanavond formeel niet gezamenlijk. Inhoudelijk staan we hierin nog altijd naast elkaar.

Met deze motie vragen wij het college het volgende: Motie vreemd aan de orde van de dag: ‘Crisisnoodopvang’ (ingediend door de fractie van GroenLinks) ‘De raad van de gemeente Emmen, in vergadering bijeen op 28 mei 2026, Bij de behandeling van agendapunt 5.C, Constaterende dat • het COA in de week van 17 mei 2026 heeft aangegeven een ernstig tekort aan opvangplaatsen voor asielzoekers te hebben in Ter Apel; • hierdoor opnieuw een situatie dreigt waarin mensen buiten moeten slapen; • de burgemeester van Westerwolde opnieuw heeft opgeroepen tot extra opvangcapaciteit in en spreiding over Nederland; Overwegende dat • gemeenten in Noord-Nederland de afgelopen jaren al veel verantwoordelijkheid hebben gedragen in de opvangcrisis; • de druk op opvanglocaties mede wordt veroorzaakt door doordat opvangplekken landelijk onvoldoende eerlijk worden verdeeld; • een humanitaire noodsituatie ook gevolgen heeft voor veiligheid, leefbaarheid en maatschappelijke rust in de regio; • Emmen als buurgemeente, net als Stadskanaal, een rol kan spelen in het ondersteunen van Westerwolde bij het voorkomen van acute noodsituaties; Van mening zijnde dat • niemand in Nederland buiten zou moeten slapen; • gemeenten onderling solidair moeten zijn bij het oplossen van de asielopvangcrisis; Verzoekt het college op om: • in overleg met het COA, de Veiligheidsregio en omliggende gemeenten voorbereidingen te

treffen voor een tijdelijke crisisnoodopvanglocatie (CNO) binnen de gemeente Emmen; • deze opvang in te zetten wanneer blijkt dat andere gemeenten onvoldoende opvangcapaciteit beschikbaar stellen en als gevolg daarvan een humanitaire noodsituatie dreigt; • daarbij nadrukkelijk aandacht te hebben voor draagvlak, veiligheid, begeleiding en spreiding van eventuele overlast; • de raad zo spoedig mogelijk te informeren over de mogelijkheden, voorwaarden en consequenties van een eventuele tijdelijk crisisnoodopvang; En gaat over tot de orde van de dag.’ Raadslid Sampimon (GroenLinks): Tegelijkertijd zijn wij helder: de echte, structurele oplossing moet vanuit Den Haag komen. Gemeenten kunnen steeds opnieuw bijspringen, maar zolang landelijke keuzes uitblijven, blijven deze crises terugkomen. Voorzitter, juist in Emmen weten we wat naoberschap betekent: naar elkaar omkijken wanneer het moeilijk wordt, omdat menselijke waardigheid altijd voorop moet staan. Daarom vragen wij steun voor deze motie. De heer Kasteleijn (50PLUS): Op de motie van GroenLinks hebben wij de volgende reactie. De motie van GroenLinks over het regelen van opvang voor asielzoekers roept in eerste instantie een positieve reactie op. Onze principes dicteren immers dat niemand buiten zou moeten slapen. Echter, na

30

een diepgaande discussie binnen onze fractie is de twijfel toegeslagen. Twee aspecten zijn hierbij bepalend. Allereerst is ons door twee medewerkers van het COA bevestigd dat de buitenslapers over wie gesproken wordt, uitsluitend uitgeprocedeerde asielzoekers zijn. Dit verandert de aard van het vraagstuk wezenlijk. De heer Koops (D66): Nou, ongeacht wat de heer Kasteleijn gehoord heeft, wil ik dat weerleggen – dan maar even als medewerker van de IND. Er zit een ontzettende grote groep mensen voor de poorten. Over het algemeen zijn dat nieuwe asielaanvragers en zeker geen uitgeprocedeerde asielzoekers. De heer Kasteleijn (50PLUS): Ten tweede zien we in de berichtgeving en bij de opvanglocaties voornamelijk jonge mannen. Wij vrezen dat het organiseren van extra opvang, zoals de motie voorstelt, neerkomt op lapwerk. De heer Koops (D66): Ja, daar wil ik daar ook meteen wat belangrijke context aan meegeven. Het COA heeft inderdaad aangegeven dat zij zijn overgestapt over gecontroleerde toegang. Dat betekent dat zij voorrang hebben voor bijvoorbeeld vrouwen, kwetsbare personen of gezinnen wel toelaten tot de toegang. En wat dan inderdaad achterblijft, zijn vaak alleenstaande mannen. Het is dus niet zo dat die mannen er nou voor kiezen om daar te zijn. Dat is een bewuste keuze geweest, dat is een systeemkeuze.

Het is dus niet zozeer iets waar wij in negatieve zin iets van kunnen vinden wat mij betreft. De heer Kasteleijn (50PLUS): Ja. Affijn, wij hebben deze informatie gekregen dat dit toch allemaal jonge mannen zijn die in ieder geval afgewezen zijn en uitgeprocedeerde asielzoekers zijn. Die informatie is tot ons gekomen. Door voortdurend knelpunten te verleggen, creëren we geen duurzame oplossing voor de asielproblematiek. In plaats daarvan houden we het systeem van doorstromen en onderliggende problemen in stand. Om die reden kunnen wij deze motie niet steunen. Wij kiezen ervoor om duidelijk paal en perk te stellen, in de hoop dat dit de noodzakelijke structurele en humane oplossing uiteindelijk forceert. Tot zover. Raadslid Sampimon (GroenLinks): Ja, ik ben heel erg benieuwd hoe de heer Kasteleijn dat voor zich ziet... De voorzitter: Mag ik een ordevoorstel doen? Want anders doen krijgen we straks allemaal debatjes. Als u nou een aantal opmerkingen even bij elkaar veegt en als we de eerste termijn gehad hebben, geef ik alle gelegenheid even om daarop te reageren. Is dat een goed idee? Raadslid Sampimon (GroenLinks): Ja. De voorzitter: Want anders krijgen we steeds even een afzonderlijk debatje en ik houd ook de tijd even wat in de gaten. Ik ga door naar de fractie van Wakker Emmen, de heer Woltman. De heer M.

Woltman (Wakker Emmen): Wakker Emmen is uiteraard ook van mening dat in Nederland niemand buiten hoeft te slapen. Zeker ook niet asielzoekers of vluchtelingen in Ter Apel. Tegelijkertijd vinden wij ook dat Emmen hierbij niet een deel van de oplossing is, maar juist het slachtoffer van het probleem. De route die een grote stroom asielzoekers richting Ter Apel aflegt, loopt soms ook dwars door onze gemeente en een groot deel van onze inwoners ervaart daar ook veel overlast van en voelt zich zelfs soms onveilig. Hier komt nog bij dat de gemeente Emmen op dit moment reeds ruimschoots aan haar verplichting voldoet om asielzoekers op te vangen en hierbij doelen wij vooral op de opvang van kinderen en hun ouders op de AZC-gezinslocatie De Hesselanden nabij de Delftlanden en de opvang van Oekraïners. Wakker Emmen roept dan ook andere gemeenten in Nederland op, maar vooral ook in Drenthe, om aan die verplichting te voldoen om asielzoekers op te vangen, wat de Spreidingswet heel duidelijk voorschrijft. Deze wet moet er uiteindelijk voor zorgen dat de druk op de opvang in Ter Apel minder wordt en dat niemand meer buiten hoeft te slapen.

31

Ook gaan wij ervan uit dat de overlast in onze gemeente, zoals in het stationsgebied en in NieuwWeerdinge, hiermee eindelijk eens een keer zal afnemen. Het wordt tijd dat iedere gemeente en onze regering nu eindelijk hun verantwoordelijkheid nemen in dit langslepende hoofdpijndossier. Wij hopen dan ook dat GroenLinks, of PRO, deze motie zal indienen in alle gemeenten in Nederland. Maar het zal u duidelijk zijn dat wij de motie hier in Emmen niet zullen steunen. Dank u wel, voorzitter. Mevrouw Louwes (PvdA): Laat één ding helder zijn: de Partij van de Arbeid staat pal voor menselijke waardigheid en solidariteit. Mensen die vluchten voor oorlog, geweld en onderdrukking, laten wij niet in de steek. Dat zit in het hart van de sociaaldemocratie. Maar solidariteit vraagt ook om rechtvaardigheid, waarbij verantwoordelijkheid eerlijk verdeeld moet worden. En Emmen doet al veel. Als voorportaal van Ter Apel vangt onze regio al jarenlang een groot deel van de gevolgen van het falende landelijke asielbeleid op. De inwoners van Nieuw-Weerdinge en van het stationsgebied, en ook de bezoekers van het stationsgebied, kunnen daarover meepraten. In Drenthe verdelen we onze opdracht samen en daar voldoen we aan. Uit recente cijfers door de NOS gepubliceerd werd duidelijk dat Emmen ruimschoots aan zijn plicht voldoet.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Emmen&id=90f98f2c-b1cb-479c-a65b-02241ef9ff9c