CConstaterende datEmmen
Koppel je AI →
Document · PDF

Jaarverslag en jaarrekening 2023 Openbaar Onderwijs Emmen

Commissie Samenleving 3 december 2024, gemeente EmmenBij agendapunt: Jaarverslag Stichting Openbaar Onderwijs Emmen 202328.479 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

De financiële administratie wordt gevoerd met Visma Finance, waarbij de facturenstroom wordt georganiseerd door middel van Pro-active van Spendcloud. Door middel van Capisci van Datapas kunnen we de informatie uit deze pakketten eenvoudig ontsluiten. Investeringsbeleid De investeringen worden opgenomen in de begroting. De locatiedirecteuren - en vanuit het bestuurskantoor de directeur-bedrijfsvoering en de strategisch adviseurs - geven aan welke investeringen plaats dienen te vinden. Hiertoe beschikken zij over een investeringsbudget en inzage in gedane investeringen. Vanuit de verschillende plannen (o.a. schooljaarplan) bepalen genoemde actoren de investeringen. Het totaal aan investeringen wordt beoordeeld door de bestuurder en financieel adviseur met de controller op haalbaarheid en wenselijkheid.

A I'Sc S=

Mi..,r.I

Treasury OOE heeft ingaande 2022 haar eigen treasurystatuut en treasurybeleid. Deze is door de RvT goedgekeurd. In het statuut worden onder andere de volgende doelstellingen benoemd: Liquiditeit op korte en lange termijn (beschikbaarheid en rentemaximalisatie); Lage financieringskosten (kostenminimalisatie); Liquideerbare en risicomijdende beleggingen (risicominimalisatie); Kosteneffectief betalingsverkeer (kostenminimalisatie); '= Inzet rente-instrumenten. OOE heeft geen bijzondere beleggingen en of beleningen uitstaan ultimo 2023. De middelen die OOE gedurende 2023 tot haar beschikking had, zijn gedurende hetjaar, voor zover niet direct noodzakelijk voor de reguliere bedrijfsvoering, aangehouden op een bedrijfsspaarrekening bij de huisbankier. Financiële gevolgen door Covid-1 9 Vanuit het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is voor het Nationaal Programma Onderwijs (NPO) bekostiging beschikbaar gesteld voor de schooljaren 2021-2022 en 20222023. De besteding hiervan mag nog twee schooljaren doorlopen (derhalve tot en met juli 2025). De NPO-middelen die niet zijn besteed, zijn gereserveerd voor de scholen die het budget niet volledig hebben benut. Allocatie van middelen De allocatie van middelen vindt plaats in de begroting, maar ook tijdens het samenstellen van het bestuursformatieptan.

Voor het verslagjaar 2023 is dat op dezelfde wijze uitgevoerd als voorgaande jaren. Jaarlijks worden aan de hand van de door het ministerie van OCW gehanteerde variabelen en de leerlingentelling de baten voor de materiële schoolbegroting toebedeeld. Daarnaast wordt een bedrag voor scholing toegekend op basis van een vast bedrag per fte. Voor het deel waarvoor de locatiedirecteur niet budgetverantwoordelijk is, maar wat wel schoolse uitgaven betreft, worden de middelen op basis van de berekening van de bekostiging toebedeeld. In de begroting wordt rekening gehouden met een groot gedeelte aan personele lasten. Deze middelen worden verdeeld over de scholen tijdens het formatieproces. Evenals voorgaande jaren hanteert OOE in 2023 hierbij het allocatiemodel. Het allocatiemodel is gebaseerd op solidariteit. In het vaststellen van het budget voor de formatie per school, wordt rekening gehouden met de gemiddelde personeelslast op bestuursniveau. Dit wordt doorberekend in het aantal fpe's (fte's LB -schaal) dat voor elke school beschikbaar is. Schoolleiders hoeven bij de inzet van personeel daardoor geen rekening te houden met de leeftijd van het personeel, kosten van duurzame inzetbaarheid, ouderschapsverlof etc. Het bestuursformatieplan geeft bovendien een meerjarig beeld en geeft de verhouding weer tussen leerlingaantallen, bekostiging en bestuursverplichtingen.

Op basis van deze gegevens wordt per schooljaar bepaald of tijdelijke aanstellingen omgezet kunnen worden in vaste aanstellingen. OOE streeft ernaar om zoveel mogelijk fte's voor de klas te houden. De bovenschools directeuren verantwoorden tijdens management rapportage (marap's) gesprekken met het College van Bestuur de percentages "voor de klas" en het percentage "buiten de klas" voor elke school van hun scholengroep. Het resterende deel van de middelen wordt gebruikt om de personele lasten en overige materiële bovenschoolse zaken te bekostigen.

A I( S c S

Bovenschoolse zaken zijn onder andere: overige personele lasten zoals arbodienstverlening lCT-kosten contributies '= kosten bestuurskantoor (administratie, bestuur en beheer) De GMR heeft positief geadviseerd over de begroting. Het schoolbestuur heeft de begroting voor 2023 vastgesteld en de Raad van Toezicht heeft de begroting goedgekeurd. Voor de begroting 2023 s OOE gestart met een zogenaamde 'Kaderbrief'. Een belangrijk onderdeel van het financiële beleid dat hierin is vastgesteld, is de ontwikkeling om verantwoordelijkheden zo mogelijk lager in de Organisatie te beleggen. De bekostiging wordt volledig aan de scholen toegekend, waarbij enerzijds een deel wordt afgeroomd ten behoeve van de formatie en anderzijds afroming plaatsvindt voor dekking van de kosten die gemaakt worden op bestuurlijk en bovenschools niveau. Bij deze laatste valt te denken aan de kosten gepaard gaande met de inzet van het bestuurskantoor en kosten zoals arbodienstverlening, CT kosten en contributies. Onderwijsachterstandenmiddelen De onderwijsachterstandsrniddelen worden verdeeld op basis van de ontvangst van de bekostiging die op haar beurt is gebaseerd op de achterstandsscores van het CBS. De middelen worden volledig ingezet voor formatie. De middelen worden op deze wijze ingezet voor leerkrachten of onderwijsassistenten. De GMR heeft ingestemd met het bestuursformatieplan.

Het bestuursformatieplan past daarbij binnen de financiële kaders van de goedgekeurde begroting.

2.7 Risico's en isicobeheersing Risico's In het kader van bestuurlijke transparantie is het van belang risico's in kaartte brengen. Dit stelt als randvoorwaarde dat OOE in staat moet zijn het proces van identificatie, analyse en beheersing van risico's goed te doorlopen. Door effectief risicomanagement te bedrijven is de stichting zowel in staat om bestuurlijke transparantie te garanderen, als ook om de bedrijfsvoering efficiënter te doen verlopen. Dit maakt dat risicomanagement middelen kan opleveren; middelen die weer ten goede kunnen komen aan de kerntaak van de stichting: het faciliteren van het geven van goed onderwijs. De risico's worden hieronder in zijn algemeenheid benoemd. Het gaat daarbij om risico's waarvoor nog geen maatregelen getroffen zijn, maar die, mochten deze risico's zich daadwerkelijk voordoen, van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie van de stichting (risico's die verzekerd zijn, meestal betreft het hier schaderisico's, worden hier uiteraard niet benoemd). Voor het dekken van deze risico's is een financiële buffer in de vorm van 'weerstandscapaciteit' noodzakelijk. Leerlingenaantal Als meest risicovolle aspect wordt de ontwikkeling van het aantal leerlingen ingeschat. Er is de komende jaren sprake van een beperkte daling van het leerlingenaantal. De lichte krimp is een feit en 7a1 geaccepteerd moeten worden.

Het meerjarenperspectief en het personeelsbeleid worden hierop afgestemd, waardoor feitelijk het risico wordt gemitigeerd.

AKSOS

De krimp van het aantal leerlingen kan ertoe leiden dat een school onder de gemeentelijke opheffingsnorm komt. Op dat moment kan een beroep worden gedaan op één van de uitzonderingsbepalingen om de bekostiging van de desbetreffende school desalniettemin voort te kunnen zetten. Onderhoud Schoolbesturen zijn sinds 2015 ook verantwoordelijk voor het buitenonderhoud van de schoolgebouwen. Een risico dat onder andere bestaat is dat schoolbesturen worden geconfronteerd met een krimpend 'onderhoudsbudget' omdat dat is gebaseerd op een (licht) teruglopend aantal leerlingen. Die krimp doet zich niet voor in de onderhoudsposten van het qua omvang gelijkblijvende gebouw. De gemeente blijft, ook na het overhevelen van de verantwoordelijkheid van het buitenonderhoud, overigens wel verantwoordelijk voor nieuwbouw en 1 inrichting. Complicerende factor is het feit dat het schoolbestuur in het schoolbestuurlijk overleg met de gemeente afspraken moet maken over de wijze waarop invulling zal worden gegeven aan renovatieprojecten. Formatie De formatie moet in omvang aansluiten bij de inkomsten die als gevolg van de kleine afname in het aantal leerlingen licht zullen dalen.

Door strategische personeelsplanning en het optimaal benutten van interne mobiliteit van medewerkers en natuurlijk verloop (zeker in 2026 is dat verloop relatief groot) verwacht OOE hier overigens adequaat op te kunnen anticiperen. Niet alleen de omvang, maar ook de samenstelling van de totale formatie moet toekomstbestendig zijn. Naast het belang van het juiste evenwicht tussen 'handen in de klas' en ondersteuning (inclusief aansturing en bedrijfsvoering), is het ook van belang dat beschikbare functies en competenties binnen de formatie aansluiten bij onderwijskundige en maatschappelijke ontwikkelingen. Door in te zetten op strategisch personeelsbeleid (SHRM), anticipeert OOE op bestuurs-, school- en individueel niveau op duurzame inzetbaarheid. Professionalisering en goed werkgeverschap spelen hierbij een belangrijke rol. Dreigend lerarentekort Er doet zich een tekort aan leerkrachten voor. Inmiddels zijn er regionaal initiatieven genomen om samen met andere schoolbesturen het lerarentekort op te lossen of te verkleinen. Daarnaast is OOE aangesloten bij een initiatief waarbij de samenwerking tussen NHL Stenden Hogeschool en OOE wordt vergroot. Op deze wijze hoopt OOE nieuwe aanstormende talenten aan zich te binden. Daarnaast streeft OOE na om zoveel mogelijk medewerkers in vaste dienst aan te nemen.

Jaarlijks wordt een integrale afweging gemaakt, op basis van te ontvangen middelen en het personeelsbestand, of opnieuw extra medewerkers in vaste dienst aangesteld kunnen worden. Klassenvergroting door wegvallen NPO-middelen Vanaf 2021 zijn NPO-middelen beschikbaar gesteld om eventuele leerachterstanden als gevolg van de coronapandemie weg te kunnen werken of te verminderen. Scholen hebben samen met hun MR afspraken gemaakt over de inzet van deze middelen. Niet ingezette middelen mogen in 2024 en 2025 nog worden ingezet. Vanaf schooljaar 2023-2024 worden geen nieuwe NPOmiddelen meer beschikbaar gesteld. Dit kan effect hebben op de formatie van de scholen en de groepsgrootte. Door inzet van NPO-middelen zijn op enkele scholen de klassen verkleind. Verklaring omtrent gedrag (VOG) Alle personeelsleden in dienst van OOE dienen een geldige VOG te kunnen overhandigen. Voor nieuwe personeelsleden worden deze direct bij indiensttreding aangevraagd. Het verstrekken van deze VOG's duurt een aantal dagen. Hierdoor zijn nieuwe medewerkers niet

A iscs

'

direct inzetbaar en bestaat de mogelijkheid dat klassen naar huis gestuurd moeten worden, omdat er geen leerkracht beschikbaar is. Om bovenstaande risico's te kunnen dragen is de aanwezigheid van voldoende weerstandscapaciteit noodzakelijk. De bestaande risicos kunnen vervolgens aan die weerstandscapaciteit worden gerelateerd. Het weerstandsvermogen is tenslotte de verhouding tussen de weerstandscapaciteit en de risico's die OOE loopt. Het vorenstaande kan modelmatig als volgt worden vormgegeven:

IRelatie

risico's en weerstandscapaciteit=

Risko's

Weerstandscapaciteit

• Demografisch (Ieerhngenkrimp} • Economisch • Politiek • Juridisch

• Reserves • Ruimte op de begroting • Langlopende voorzieningen

I

• Et cetera

Samenloop van risico's

IWeerstandsvermogen

Weerstandscapaciteit De incidentele weerstandscapaciteit betreft het vermogen om tegenvallers eenmalig op te vangen zonder dat dit invloed heeft op de voortzetting van onderwijstaken op het geldende niveau. Inzet van de incidentele middelen is alleen noodzakelijk als het bestuur hiervoor geen budget op de begroting heeft geautoriseerd. Dit vereist daardoor altijd een bestuursbesluit. De incidentele weerstandscapaciteit wordt bepaald door de stand van de algemene reserve en van de bestemmingsreserves. Van de bestemmingsreserves ligt de bestedingsrichting in meer of mindere mate vast. Het bestuur kan echter de bestedingsrichting van de bestemmingsreserves indien noodzakelijk - wijzigen. Ook stille reserves maken onderdeel uit van de incidentele weerstandscapaciteit. Met stille reserves worden activa bedoeld die niet tegen de (hogere) marktwaarde op de balans worden gewaardeerd. Dergelijk reserves komen bij OOE niet voor.

A K' 0 ,

._#

--

In de volgende tabel wordt de incidentele weerstandscapaciteit in de vorm van eigen vermogen op 31 december2023 weergegeven.

Omschrijving=

8edragenxf 1.000

Algemene reserve= Best emmingsreserves - Publiek= -Privoat=

2.878 2.977 0

Be sf emmingsf ondseri - Publiek - Privoot Rekeningresultoot=

-4o

De structurele weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen die permanent ingezet kunnen worden om tegenvallers in de lopende exploitatie op te vangen, zonder dat dit ten koste gaat van de uitvoering van bestaande onderwijstaken over meerdere jaren. De structurele weerstandscapaciteit zou kunnen bestaan uit een in de begroting opgenomen bedrag voor 'onvoorzien'. Bij OOE is een dergelijk post niet aanwezig; binnen het onderwijs is opname van een dergelijke post overigens ook niet gebruikelijk. Weerstandsvermogen Bij het optimaliseren van het weerstandsvermogen spelen naast weerstandscapaciteit en risico's als zodanig ook andere factoren een rol. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om het aanpassingsvermogen of de flexibiliteit van de Organisatie en om de kans op gelijktijdigheid van tegenslagen. Op zichzelf genomen kleine risico's kunnen door toeval gelijktijdig of vlak na elkaar optreden, waardoor toch een groot beroep op de weerstandscapaciteit noodzakelijk is. De kansen op verschillende soorten tegenvallers kunnen afhankelijk zijn. Door de relatie tussen risicomanagement en de weerstandsparagraaf in begroting en de jaarrekening, ligt de nadruk op het inschatten van de financiële gevolgen. Risicomanagement gaat echter ook voor een belangrijk deel om bewustwording.

De kracht van een goed in de stichting verankerd risicomanagement is dat de stichting zich bewust is welke onzekerheden de door het bestuur gestelde doelstellingen in de weg staan en dat maatregelen hiertegen kunnen worden getroffen. Risicobeheersings- en controlesysteem Om nu en in de toekomst de verantwoordelijkheden ten aanzien van de beheersing van zowel dc personele als de materië!e baten en lasten te kunnen dragen en de risico's die daaraan verbonden zijn blijvend te beheersen, is een goed werkende planning- en control cyclus van groot belang. Openbaar Onderwijs Emmen stuurt er actief op om alle processen op alle niveaus in de organisaties op orde te hebben. De sturing en verantwoording daarvan gebeurt onder andere door middel van planning- en control documenten. In 2023 zijn onder andere de volgende documenten opgeleverd: Bestuurlijk jaarverslag en jaarrekening 2022 Schooljaarverslagen 2022 en jaarplannen 2023 Managementrapportages in 2023 Begroting 2024 met bestuurlijke doelstellingen Subsidieverantwoordingen

A1< S JS=

M...a.. I

OOE kent naar verwachting een normaal risicoprofiel. Hiermee rekening houdende moet gesteld worden dat de stichting over een relatief geringe financiële buffer beschikt. In de tweede helft van 2024 zal daarom een organisatie brede risicoanalyse worden uitgevoerd. Hiermee is OOE op termijn nog beter in staat om risicomanagement in de bedrijfsvoering te implementeren en kan er een beter onderbouwde uitspraak worden gedaan omtrent de toereikendheid van het weerstandsvermogen. Gedurende het jaar 2024 zal - conform hetgeen ook in voorgaande jaren reeds gebruikelijk was - de werkelijke ontwikkeling nauwgezet worden gevolgd. De daartoe opgezeffe planning- en control cyclus moet het mogelijk maken om tijdig ontwikkelingen te signaleren en daarop te anticiperen, zodat middelen efficiënt ten behoeve van een optimaal onderwijsproces kunnen worden aangewend. Een volwaardige cyclus vereist een terugkoppeling van de financiële raming met de inhoudelijke doelstellingen. Bij de toetsing en controle achteraf dienen op een soortgelijke wijze de financiële afrekening en de inhoudelijke realisatie met elkaar in verband te worden gebracht.

Meerjaren pectief

B0t1 J

29

A I<r

#=

si-'

3. Verantwoording van de financiën 3.1 Ontwikkelingen in meerjarig perspectief Leerlingenaantal De in de meerjarenbegroting 2024-2027 geprognosticeerde leerlingaantallen zijn afgestemd met de locatiedirecteuren. Deze prognoses worden per school gebaseerd op overzichten van kinderen van 0 tot en met 13 jaar in het verzorgingsgebied van de desbetreffende school en worden gecombineerd met overzichten inzake het marktaandeel van die school en met ontwikkelingen van het leerlingenaantal in de afgelopen jaren. Het marktaandeel is in 2023 wederom iets verder gestegen (van 50,35% naar 50,59%). Voor 2024 wordt een geringe verdere daling van het aantal leerlingen voorzien. Aangezien in de kinderopvang al sprake is van een toename van het totaal aantal kinderen, wordt binnen OOE verwacht dat het aantal leerlingen zich de komende jaren zal gaan stabiliseren. Op termijn wordt verwacht dat dit langzamerhand weer zal gaan stijgen. Het leerlingenaantal wordt tot nog toe behoorlijk beïnvloed door fluctuaties van het leerlingenaantal op obs Hesselanden (asielzoekers). Hierin schuilt derhalve voor de komende jaren een onzekere factor. Ontwikkelingen omtrent vreemdelingenkinderen worden actief gevolgd om het mogelijk te maken om direct hierop te kunnen anticiperen. leerlingen

.jnol

leerlingen=

2022=

V.iIagjaar= 2024= 2023=

2025=

4.557=

4.504=

4.311=

&410=

1

202A

4.2531

In de jaren tot en met 2021 was sprake van een relatief sterke daling van het aantal leerlingen. Die daling werd met name veroorzaakt door demografische ontwikkelingen. OOE heeft hierop onder andere geanticipeerd door een strategisch huisvestingsplan te maken. Hierin worden uitgangspunten en ambities geformuleerd op het gebied van huisvesting. Dit plan zal bijdragen aan een stabilisering van het leerlingenaantal, maar kan wellicht op termijn ook zorgen voor groei van het aantal leerlingen op bepaalde scholen door aantrekkingskracht in verband met kwalitatief goede scholen en nieuwbouw van scholen. Ook door professionalisering van het onderwijs en door een verbeterde zichtbaarheid van OOE in de wijk of het dorp (profilering) wordt een leerlingenstijging nagestreefd. Fte's Het verloop van de formatie is gebaseerd op de gemiddelde personele bezetting gedurende het kalenderjaar met daarin uitsluitend verdisconteerd het natuurlijk verloop. Hierbij is de aanname gedaan dat het natuurlijk verloop altijd plaatsvindt aan het begin van het schooljaar. De bezetting is gebaseerd op alle personeel dat in dienst is geweest gedurende het jaar; naast vaste dienstbetrekkingen zijn dat dus onder andere ook vervanging en inzet voor arrangementen. In 2022 vond in vergelijking met 2021 bij het onderwijsondersteunend personeel een stijging plaats van de formatie.

Deze stijging mocht volledig worden toegerekend aan de NPOmiddelen. In 2023 blijft daardoor de omvang in fte's vrijwel gelijk. Nadat de NPO-periode (er worden gedurende een tweetal schooljaren additionele middelen in het kader van de NPO ontvangen; besteding daarvan dient ultimo juli 2025 te hebben plaats gevonden) is afgelopen, zal de projectformatie die vanuit deze NPO-middelen wordt gefinancierd weer vervallen. Dit is in 2025 dan ook duidelijk zichtbaar.

A F(='=

I

___

Het verwachte verloop van personeel kan uitgedrukt in fte's als volgt worden weergegeven: FTE AaMol PTE ________________________=

V.rsiagjaat 20231= 20241=

20221=

20211=

2O2 30,7

Bestuur/ management=

30,7=

30.86=

31,95=

30.7=

Onderwijzend personeel=

299,81=

300,12i=

287.871=

269.51=

267

Ondersteunend personeel=

104,05=

106,24=

96,22=

81,3=

80,3

De scherpe daling van het aantal fte's OOP, kan met name worden herleid naar het vervallen van de dekking vanuit gereserveerde NPO-middelen. In 2023 was strategische personeelsplanning een actiepunt vanuit het bestuurlijk koersplan. Middels de strategische personeelsplanning kan OOE beter anticiperen op toekomstige ontwikkelingen, zoals fluctuaties in het leerlingaantal, pensioneringen en krapte op de arbeidsmarkt.

3.2 Staat van baten en lasten en balans Exploitatie Staat van baten en lasten Realisatie

Begroting ReaIiatie= 2023= 2023=

Begroting= 2024= 2025=

Verschil 2026 R2023 vs. B2023 R2023 vs. R2023

BATEN Pij sbijdragen=

42 57 297= 42.888.578= 46.164649= 43.920.174= 42019.310= 41.114=

32760fl=

3207.352

Overheidsbijdrogen en -subsidies=

98.261=

91.701=

148.494=

148.373=

142.360=

123360=

56.793=

50.23.

We'k in opdracht van derden=

0= 255.951=

0=

0= 457.613=

0=

3=

0=

0=

280.000=

260.000=

280.000=

214.980=

0 201.662

TOTAAL BATEN=

43.311.509= 43.222.912= 46.770.756= 4-4.348.547= 42.441.670= 41.518.113=

3.647.844=

3.469.246

LASTEN Personeelslasten=

35.978.538

3.551.4V"

Overige baten=

242.633=

37.995.261

36.501.511

963.255=

783.063=

1.087.891=

1.271.924=

3.5.205,352= 1.281.463=

2.878.257=

892.182=

-180.192=

-109.119

Huisvestingslasten=

2.266.949=

3.268.990=

3.902.227=

3.051.4=

3.051.400=

3.051.400=

633.237=

1.635.271

Overige lasten=

3.247.8952.598.0843092.728= 2.606.6072,572.7842,506.942=

494.644J

-155167

TOTAAL LASTEN=

42.386.565= 43.482.022= 47.307.969= 44.741.159= 43.397.619= 42.045.157=

3.825.947=

4.922.404

Afschrijvingen=

36.651.693

SALDO 3a1do boten en lasten=

25 944=

Financiële baten en lasten=

-22.73=

TOTAALRESULTAAT=

903.161-243.110

.'Q

39.529.950

110-537,214=

- C00=

76.212=

-32.612=

-955.949=

-527.044=

-278.104=

-1 .463.151

468.750=

435.000=

390.000=

80.212=

99.005

.461AX)2176.138-520.949.137.0441_

-197.892

Verschil verslagjaar en begroting In 2023 wordt een wat negatiever resultaat behaald dan was begroot. Dit heeft een (grotendeels incidenteel en daarmee bijzonder) aantal oorzaken. De rijksbijdragen over 2023 zijn bijna € 3,3 miljoen hoger dan begroot. De belangrijkste oorzaak hiervan is de ophoging van de rijksbekostiging op grond van de referentiesystematiek (prijsbijstelling op het personele deel van de bekostiging).

A i' S s

-4

.1.364.1L

De overige baten zijn bijna €215.000 hoger dan begroot. Deze hogere baten worden veroorzaakt door niet geraamde detacheringsbaten en ontvangen vergoedingen met betrekking tot 2022 voor leerlingenvervoer. De totale lasten zijn in 2023 circa € 3,8 miljoen hoger dan begroot. Een incidentele en daarmee bijzondere oorzaak is gelegen in de noodzaak tot het treffen van een tweetal voorzieningen. Voorziening verhaal WGA-lasten. Als werknemers van OOE na twee jaar ziekte gedeeltelijk of volledig - maar niet duurzaam - als arbeidsongeschikt zijn beoordeeld, betaalt OOE als werkgever maximaal 10 jaar de WGA-uitkering aan flexwerkers en werknemers in vaste dienst. In een deel van het jaar 2020 is OOE (binnen de gemeente Emmen) eigen risicodrager voor de WGA geweest en is het risico in die periode niet herverzekerd geweest. Voor de oudwerknemers die hun eerste arbeidsongeschiktheidsdag in die periode hadden, worden de WGA-lasten door het UWV op OOE verhaald. De totale toekomstige WGA-last is in 2023 voorzien. Dit heeft geleid tot het treffen van een voorziening WGA-Iasten voor een bedrag van € 788.000. Voorziening onderhoud gebouwen Ingaande 2023 verwerkt OOE het groot cyclisch onderhoud via een voorziening. In de begroting was hiermee nog geen rekening gehouden. De in 2023 verantwoorde, maar niet geraamde dotatie aan de voorziening onderhoud, bedraagt over 2023 bijna € 675.000.

Daartegenover staat dat de geraamde afschrijvingskosten op het groot onderhoud zijn vervallen (€ 103.000). In 2023 is een nieuwe CAO afgesloten die een aanzienlijke prijsstijging tot gevolg heeft gehad. Uiteraard staat hier een stijging van de baten tegenover omdat het Rijk de personele lasten in beginsel vergoedt.

'Genormaliseerd'resultaat Indien rekening wordt gehouden met een aantal bijzondere posten van de jaarrekening, onhtaat meer inzicht in een min of meer 'genormalizeerd resultaat:

Resultaat exploitatie=

-461 002

Dotatie aan de nieuwe voorziening WGA

788 013

Kosten NPO

33 651 144 074

Onderzoekskosten mogelijkheden Kinderoang

965738 'Genormaliseerd' resultaat exploitatie

504.736

De gevolgen van de in 2023 doorgevoerde stelselwijziging met betrekking tot de verwerking van het groot onderhoud, zijn in bovenstaand overzicht niet aangegeven In de begroting was op het werken met een onderhoudsvoorzienung nog niet gerekend Ten opzichte van de begroting wordt de exploitatie daardoor met nog eens ruim € 571 000 nadelig beïn1oed 674 333

Dotatie voorziening groot onderhoud VriaI afschriing groot onderhoud

.102 910 571.423

A I'= 3

"$O M..#w. I

Verschil verslagjaar en voorgaand jaar Ten opzichte van het voorgaande verantwoordingsjaar is het resultaat ruim € 1,6 miljoen lager (een voordeel van € 903.000 in 2022 tegenover een nadeel van € 461.000 in 2023). Per saldo zijn de baten in 2023 bijna € 3,5 miljoen hoger dan over 2022. De hogere baten worden ook hier met name veroorzaakt door hogere rijksbijdragen als gevolg van de toegepaste referentiesystematiek bij de personele bekostiging. Daarnaast spelen de ontvangen detacheringsbaten en nagekomen vergoeding voor leerlingenvervoer ook hier een rol. De totale lasten van 2023 zijn ruim € 4,9 miljoen hoger dan die van voorgaand jaar. De meest opvallende posten hierin worden gevormd door hogere personele lasten en hogere huisvestingslasten. De beschikbaar gestelde (en nog beschikbaar te stellen) rijksbekostiging heeft er toe geleid dat medio 2023 de CAO-lonen aanzienlijk zijn verhoogd (circa 10%). Daarnaast is in 2023 voor het eerst een personele voorziening getroffen voor het verhaal van WGA-lasten. De te treffen voorziening is berekend op € 788.000. De aanzienlijke stijging bij de huisvestingslasten (€ 633.000) wordt volledig veroorzaakt doordat in 2023 voor het eerst een dotatie heeft plaats gevonden aan de voorziening groot onderhoud.

Aangezien OOE pas met ingang van 2023 gebruikt maakt van een dergelijke voorziening, was deze dotatie ter grootte van ruim € 674.000 niet in de begroting geraamd. Toekomstige ontwikkelingen (2024-2026) In het meerjarenperspectief zijn een aantal ontwikkelingen verwerkt. De lichte leerlingendaling heeft een negatief effect op de Rijksbijdragen. Daarnaast brengt de vereenvoudigde bekostiging per saldo een iets lagere rijksbijdrage met zich mee. Tevens worden een aantal subsidies die van tijdelijke aard zijn, dan wel waarvan de toekenning onzeker is, niet in het meerjarenperspectief meegenomen. In de lasten wordt de invloed van het vervallen van de dekking vanuit NPO-baten vanaf medio 2025 zichtbaar bij de personeelslasten. Doordat er geen middelen vanuit gereserveerde NPOmiddelen meer beschikbaar zijn, daalt met ingang van het schooljaar 2025-2026 de formatie en daarmee ook de personele lasten. Vanaf 2024 is in de meerjarenbegroting een daling te zien in de huisvestingslasten, maar deze zal niet in die mate worden gerealiseerd omdat in het huidige meerjarenperspectief nog geen rekening is gehouden met de noodzakelijke dotatie aan de voorziening groot onderhoud.

33

A KI.O%

Balans Balans in meerjarig perspectief

2023=

2024=

Begroting 2025=

2026

3.966.993=

4.901.124=

9.295.579=

5.911.219=

5465.521

297.186=

297.226= 5.198.349=

311.321=

311.321=

311.321

9.606.900=

9.222.540=

8.776.842

Realisatie= 2022= ACTIVA VASTE ACITVA Materiële vaste activo= Financiële vaste activa= Totaal vaste activa= VLOTTENDE ACTIVA Vorderingen=

4.264.178=

3.754.278=

2.674.077=

1.272.049=

1.272.049=

1.272.049

Liquide middelen=

10.580.737=

12.853.604=

10,159.069=

8.726.972=

8903.625

Totaal vlott.nde activa=

14.335.015=

15.527.680=

11.431.118=

9.999.021=

10,175.674

[.)fV_WXiYL=

ILSAAI'L=

'Irn.I][:=

W41.1I=

t:1$'!.1I

PASSIVA VASTE PASSIVA Eigen vermogen Algemene reserve incl. resultaat)=

4.835.742=

2.416.759=

13,333.877=

13.531.610=

13,394,565

1.019.122=

2.977.103=

859.755=

141.072=

141.072

0=

0=

0=

0=

5.854.864=

5.393.862=

14.193.632=

0 13.535.637

Voorzieningen= Langlopende schulden=

7.606.366=

8.661.586=

.777.845=

13.672.682= 1.585.845=

0=

0=

0=

0=

0

Totaal vaite passiva=

13.461.230=

14.055.448=

15.971.477=

16.258.527=

14.989,482

Bestemmingsreserves= Overige reserves en fondsen= Totaal eigen vermogen=

1.453,845

VLOTTENDE PASSIVA ortlopende schulden=

5.137.964=

6.670.581=

5.366.541=

3.963.034=

3.963.034

totaal vlot'tendepossiva=

5.137.964=

6.670.581=

5.066.541=

3.963.034=

3.963.034

Verschil ten opzichte van voorgaand jaar De waarde van de materiële vaste activa neemt toe door de investeringen die hebben plaats gevonden in 2023. De investeringen zijn hoger dan de afschrijvingslasten 2023. De toename wordt met name veroorzaakt door investeringen in ICT. De vorderingen nemen ten opzichte van het voorgaande jaar af doordat de gemeente Em men de vorderingen van 2022 in het kader van huisvestingsprojecten in 2023 heeft betaald. Het eigen vermogen neemt ten opzichte van het voorgaande jaar af als gevolg van het negatieve rekeningresultaat van 2023. De voorzieningen zijn ten opzichte van voorgaand jaar toegenomen. Dit mag voor het grootste deel worden toegerekend aan de noodzaak tot het treffen van een voorziening voor WGAverhaal. De balans in meerjarig perspectief houdt nog geen rekening met de in de jaarrekening 2023 doorgevoerde stelselwijziging inzake het verwerken van groot onderhoud. De doorgevoerde

AKSOS"

stelselwijziging heeft gevolgen voor de materiële vaste activa, de algemene reserve en de voorzieningen.

Toekomstige investeringen en financiering Er zal de komende jaren, met name overigens in 2024, wederom fors worden geïnvesteerd in lCT ('leerlingen devices') en verduurzaming in huisvesting. Als gevolg van de steeds verder gaande digitalisering wordt er in (leer)methoden juist minder geïnvesteerd. De investeringen in meubilair worden uitgevoerd conform het daarvoor opgestelde plan. 3.3 Finandëkpose Kengeta lIen Sinds 2008 berust het financiële toezicht op het onderwijs bij de Inspectie van het Onderwijs. Een van de onderdelen hiervan is het zogenaamde toezicht op de financiële continuIteit: de vraag of een schoolbestuur/instelling financieel gezond is en op korte en langere termijn aan haar financiële verplichtingen kan voldoen. Dit toezicht, dat deel uitmaakt van het geïntegreerd toezicht, vindt risicogericht plaats. Op grond van een analyse van de financiële gegevens uit de jaarrekening, de continulteitsparagraaf uit het jaarverslag of eventueel signalen, bepaalt de inspectie of de positie van de instelling nader moet worden onderzocht. Bij de analyse gebruikt de inspectie ter detectie van de risico's een set kengetallen.

R.alisati.= 23= 22=

I.groling= 4= s

$IgnaI.dng

olvabiliteit 2=

72.38%=

67.82%=

75.92%=

79.38%=

79.09% Ondergrens: <30%

Weerstandsvermogen=

13,52%=

11.53%=

32%=

32.22%=

32,60%

2.79=

2.33=

2,26=

2,52=

2,57

2.09%=

-0,99%=

0,17%=

-1,23%=

-0.33%

Liquiditeit= entobiIiteit=

Ondergrens: <0.5

De genoemde signaleringsgrenzen worden door de inspectie gehanteerd. Solvabiliteit De ratio 'solvabiliteit' geeft de mate aan waarin de stichting in staat is om op lange termijn aan al haar financiële verplichtingen te voldoen. De Inspectie van het Onderwijs hanteert een signaleringswaarde van 30%. Uit onderzoek blijkt dat het overgrote deel van de besturen in het primair onderwijs zich hierboven bevindt. Het gemiddelde hiervan lag binnen het primair onderwijs de afgelopen jaren stabiel op circa 70%. Solvabiliteit 2 (inclusief voorzieningen) is eigen vermogen en voorzieningen gedeeld door totaal vermogen. De solvabiliteit 2 van OOE bedraagt 67,82%. Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen geeft een indicatie van de financiële veerkracht van de stichting. Is OOE voldoende in staat eventuele financiële tegenvallers op te vangen? Het weerstandsvermogen vormt daarmee een buffer voor eventuele calamiteiten. Een te laag weerstandsvermogen brengt de weerbaarheid van de stichting om eventuele risico's op te kunnen vangen in gevaar. Het weerstandsvermogen wordt berekend door het eigen vermogen te delen door de totale baten. Het weerstandsvermogen van OOE is 11,53%. In dit weerstandsvermogen zijn ook bestemmingsreserves zoals de NPO begrepen. Indien de bestemmingsreserves buiten beschouwing worden gelaten (de bestemmingsreserves NPO

AKSOS,

worden in de komende anderhalf jaar immers volledig besteed, zakt het weerstandsvermogen tot 5,24%. Dit is aan de lage kant. Liguiditeit Deze ratio berust op de gedachte dat voor de vlottende activa (voor zover niet in liquide vorm aanwezig) op korte termijn geld wordt ontvangen (debiteuren worden geïnd), terwijl daar tegenover voor het kort vreemd vermogen op korte termijn geld moet worden uitgegeven. Als tegenover de schulden maar voldoende vlottende activa aanwezig zijn, is de liquiditeit 'in orde". In beginsel dient dit verhoudingsgetal minimaal 1 te bedragen. In principe is dit - zeker bij onderwijs waar geen voorraden worden aangehouden - voldoende. Liquiditeit (current ratio) is vlottende activa plus liquide middelen gedeeld door het totaal van de kortlopende schulden. De liquiditeit ratio van OOE bedraagt 2,33. Rentabiliteit Veelal wordt bij dit kengetal gesproken over een "maat voor het begrotingsoverschot". Als norm voor dit kengetal kan worden genoemd een percentage van 0% tot 3%. Bij een negatief jaarrekeningresultaat (er is dan sprake van een exploitatietekort) ontstaat er een negatief percentage. Bij precies '0' is niet langer meer sprake van 'koopkrachthandhaving' van het eigen vermogen. De rentabiliteit van OOE bedraagt -0,99%.

Normatief eigen vermogen (NEV) De inspectie heeft een formule ontwikkeld om te berekenen wat een bestuur redelijkerwijs aan eigen vermogen nodig heeft om bezittingen te financieren en risico's op te vangen. Dit bedrag is het 'normatieve eigen vermogen'(NEV). Hierbij moet nog worden vermeld dat het daarbij gaat om publieke middelen en dat eventuele private middelen buiten beschouwing worden gelaten. De hoogte van het NEV is een signaleringswaarde die de inspectie hanteert ingaande het verslagjaar 2020. Deze nieuw ontwikkelde norm kan echter ook worden gehanteerd als een soort referentiewaarde waaraan de eigen reserves kunnen worden gespiegeld.

36

A=

:lM....IY '-..= .

Het normatief eigen vermogen wordt als volgt berekend: Aanschafwaarde gebouwen

1.055.501

Boekwaarde materiële vaste activa Boekwaarde gebouwen

4.901.123.55 803.774.14

Boekwaarde resterende materiële vaste activa

Omvangafhankelijke rekenfactor=

groter dan kleiner dan daartussen naar rato

vast bedrag voor kleiner dan Rekenfactor bedraagt daardoor Totale baten

4.0,7.34,

12.000.000= 3.000.000=

3.000.000

0,05 0,10

€

300.000 0.050 46.770.755

Berekening van het normafief eigen vermogen: Aanschafwaarde gebouwen Boekwaarde overige materiële vaste activa Rekeningfactor x totale baten

670.243,18 4.097,349,41 2.338.537,76

Normatief eigen vermogen bedraagt Ipublieki

7.106.130

Daadwerkelijk aanwezig publiek eigen vermogen

5.3?3.842

Daadwerkelijk aanwezig publiek eigen vermogen Bestemmingsreserve NPO Publiek eigen vermogen gecorrigeerd met NPO NEV

5.393.662,35 2.943,452,38 2.450.409,97 7.106.130,35

Onderschrijding normatief eigen vermogen

-4.655.720,38

Het werkelijk eigen (publiek) vermogen ligt, ook als dit wordt bekeken inclusief de bestemmingsreserve NPO van bijna € 3 miljoen, dus ruim beneden het normatief eigen vermogen. Maatschappelijk verantwoord ondernemen Als schoolbestuur zijn we ons continu bewust van het maatschappelijk speelveld waarin wij ons bevinden en de noodzaak om op maatschappelijk verantwoorde wijze het onderwijs binnen het schoolbestuur inhoud te geven.

Horizontale verantwoording Op iedere aangesloten school is een medezeggenschapsraad bestaande uit ouders/verzorgers en personeelsleden van de school. Daarnaast heeft elke school een ouderraad, op basis waarvan nauw contact wordt gehouden met de ouders/verzorgers van de leerlingen. Tot slot is er een Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad Openbaar Onderwijs van de gemeente Emmeri, waarin alle scholen zijn vertegenwoordigd. De partijen worden actief betrokken bij beleidsvorming en verantwoording ten aanzien van het gerealiseerde beleid.

AKsos

Treasury Treasury kan worden omschreven als "het sturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico's". Het bestuur heeft zorg gedragen voor een verantwoordelijke en professionele inrichting van de treasuryfunctie. Een bindend kader hiertoe is in de Regeling 'Beleggen en belenen" weergegeven die sinds 2001 van kracht is. In 2010 en 2016 is deze regeling deels herzien en geactualiseerd. OOE beschikt over een actueel treasurystatuut dat voldoet aan de geldende wet- en regelgeving. OOE heeft tot op heden nog nooit leningen afgesloten; investeringen werden tot en met 2021 gefinancierd vanuit de gemeente Emmen. Ingaande 2022 vindt financiering van investeringen plaats vanuit het eigen vermogen van de stichting. Het treasurybeleid is erop gericht een zo hoog mogelijk rendement te combineren met een zo laag mogelijk risico. Deze afweging wordt meegenomen in de productkeuze naar aard, looptijd en beschikbaarheid van middelen. Tot en met 2023 worden gelden volledig 'belegd'bij de huisbankier. Ingaande medio januari 2024 neemt OOE op vrijwillige basis deel aan het zogenaamde schatkistbankieren. Rentebaten kunnen daardoor worden geoptimaliseerd. Kasstroomoverzicht Het kasstroomoverzicht is in de jaarrekening opgenomen.

Uit dit overzicht blijkt dat het saldo aan liquide middelen in 2023 is toegenomen met ruim € 2,2 miljoen. De toename in 2023 kan door middel van een vereenvoudigd kasstroomoverzicht als volgt worden gespecificeerd:

-531 000=

Rekeningresultaat (exci Rente)

926 000

Atschrip,ingen (wel kosten geen uitgaven) Investeringen (wel uitgaven, geen kosten)

783 000= 1 717 000=

892 000 .1 742 000

Desinvesteringen in financiele vaste actr,a Veranderingen in '.lottende middelen (vorderingen en schulden) Mutaties voorzieningen

2613000= 1 055 000=

9 532 000 1 866 000 -94 000

Mulaties langlopende schulden Ontvangen en betaalde rente

-4484000=' .22 000

0= 76 000=

Liqu;de middelen per 1januari Liquide middelen per 31 december

2 810 ('(JO=

5 948 000

2.273.000=

6.874.000

10 581 000= 12 854 000=

3 707 000 10 581 000

2.273.000=

6.874.000

Financiering materuele vaste activa door gemeente Emmen

Momenteel wordt ervan uitgegaan dat het saldo aan liquide middelen in 2024 sterk zal gaan dalen. Dit wordt met name veroorzaakt doordat er naar verwachting meer wordt geïnvesteerd dan dat er wordt afgeschreven. De investeringen in ICT en verduurzaming zijn hier met name debet aan.

AK I

4.= Verslag van de Raad van Toezicht

Inleiding Inmiddels bestaat de stichting Openbaar Onderwijs Emmen (OOE) alweer twee jaar. In 2023 heeft de stichting grote stappen gezet in de verdere professionalisering. Met trots kijkt de Raad van Toezicht op de resultaten van het afgelopen jaar. Een compliment voor de bestuurder en alle medewerkers is dan ook op zijn plaats. Naast de aandacht voor de organisatie heeft de kwaliteit van het onderwijs altijd voorop gestaan. Ook de ontwikkelingen rondom de kinderopvang worden op een voortvarende manier opgepakt. Al met al is het dus een hectisch jaar geweest, waarbij wij als Raad goed zijn betrokken bij de ontwikkelingen.

Verantwoordelijkheden en taken Raad van Toezicht (RvT) De RvT fungeert als werkgever voor het College van Bestuur, geeft gevraagd en ongevraagd advies en functioneert als klankbord. Ze houdt toezicht op de uitvoering van de taken en de uitoefening van de bevoegdheden door het bestuur. In de statuten en het reglement van de RvT zijn de taken en bevoegdheden van de RvT opgenomen. De RvT heeft een aantal wettelijk taken, namelijk: Het goedkeuren van de begroting, het jaarverslag en het strategisch beleidsplan; Het toezien op de naleving door het bestuur van wettelijke verplichtingen; Omgaan met code goed bestuur; Het toezien op de rechtmatige verwerving en de doelmatige en rechtmatige bestemming en aanwending van de middelen van de scholen, die vallen onder het stichtingsbestuur, verkregen op grond van de Wet op het Primair Onderwijs; Het benoemen van de accountant; Optreden als werkgever van het uitvoerend bestuur; Evaluatie van het uitvoerend bestuur. Visie op toezicht Toezicht houden is een vak en behoeft een visie die door de leden wordt gedragen en uitgedragen. In 2022 heeft de RvT de code goed bestuur van de PO Raad van toepassing laten verklaren voor OOE. Naar aanleiding van een zelfevaluatie in 2023 heeft de Raad van Toezicht ook een toezicht visie opgesteld. Deze is in 2024 vastgesteld.

Samenstelling RvT Sinds 1januari 2022 is Openbaar Onderwijs Emmen (OOE) een stichting. Vanaf dat moment is de RvT in functie voor de stichting. De RvT bestaat uit vijf leden. Volgens het door de RvT vastgestelde rooster van aftreden liep de eerste termijn van mevrouw C. Japenga af per 31 december 2023. Haar periode is verlengd met vier jaar.

AKsOs

'''

(Neven)functies CvB en RvT

Noom=

Funce= Neyeoiunce=

[err. Ei VrOevJd= vi. Cab

Ogonhohe=

jv;,r= be,-,,=

J=

Fund.= Neve,duncïe= dhr. i_P. Wcocerc=

vooiitter

Ge

erts

Iezoidgd lngangsdahm

Serwer'Eingsaekand PO 22.02=

fles=

I= 1.9.20221

Oigarthde=

BeioIdgd IngongdaIum

It'cukeSto.1e ieugd=

I=

cetorifalge,neen deeteur

Gerneer,teçecrete'i,Icioerneen directeur

IVoczitterPcad von icezicht=

I=01-04.20181=

mevr. Ci. iopena

mevr. M. Oldenz,el=

id=

rnanaer=

Acre=

Lid werkeuereIedin perieenraod PZW doNede,jandsoGGZ=

I dh,. t' de Gcct=

I dh'. L S. Slinkmcn

ja=

31-03-2023

ree=

2023

20)5

d

Advecoct/ partner=

Dread advocaten te Hoegezond=

ja=

Da=

Breii chujdhuIpvorIeninQ te Zuido'er=

ja=

2022

.d Psd jer, Toezicht=

3- lloau Co'Iee to Airer=

ja=

20)8

Vergaderthema's RvT In 2023 zijn veel onderwerpen aan de orde geweest tijdens de vergaderingen van de RvT. Naast de reguliere onderwerpen zoals begroting, jaarrekening, etc. zijn andere grote thema's aan de orde geweest zoals het oprichten van een nieuwe stichting voor kinderopvang en het goedkeuren van een nieuw strategisch (koers)plan voor de periode 2024-2027. Alle besluiten zijn opgenomen in de besluitenlijst van de RvT (zie bijlage). De RvT heeft in 2023 de volgende documenten goedgekeurd: Jaarrekening en -verslag 2022 Stichting Openbaar Onderwijs Emmen '=Begroting 2024 Stichting Openbaar Onderwijs Emmen Koersplan OOE 2024- 2027 Onderwijs en Opvang Emmen Vastgesteld door de RvT: Het aantal complexiteitspunten in het kader van de WNT voor 2023 en 2024.

Kinderopvang De RvT heeft naast bovenstaande punten instemming verleend aan het CvB om een stichting voor kinderopvang op te richten om daarmee de doorgaande ontwikkellijn voor kinderen van 0 - 14 jaar een stevige impuls te kunnen geven. De leden van de RvT en het CvB hebben besloten om de RvT en het CvB uit dezelfde hoeveelheid personen te laten bestaan als voor het onderwijs en door dezelfde personen te laten invullen. Per 14juli2023 is de Stichting Kinderopvang Emmen opgericht.

A 1< sc s

sr's M,unci 19 '.rc.

I

Gemeenschappelijke zeg genschapsraad (GMR) Er zijn twee vergaderingen geweest met het dagelijks bestuur van de GMR. Oorspronkelijk was het de bedoeling om één vergadering hiervan met de gehele GMR te laten plaatsvinden. Op verzoek van het dagelijks bestuur van de GMR is deze afgezegd en heeft deze plaatsgemaakt voor een vergadering met het dagelijks bestuur van de GMR. Zelfevaluatie In juli 2023 heeft de RvT onder leiding van een extern adviseur een zelfevaluatie laten plaatsvinden. Dit is naar tevredenheid afgerond. De leden van de RvT zijn tevreden over de manier waarop de RvT functioneert. Duidelijk is geworden dat de RvT een brede samenstelling heeft. Dit sluit goed aan bij de opgave van de stichting en alle aandachtsgebieden zijn vertegenwoordigd. Dit geldt ook voor wat betreft de verbreding naar de kinderopvang. De RvT vindt dat de bestuurder de RvT goed meeneemt in de ontwikkelingen en dat het gesprek op een positief opbouwende manier plaatsvindt. Naar aanleiding van deze zelfevaluatie is een toezicht visie opgesteld door de RvT waarnaar men wenst te handelen. Schoolbezoeken In 2023 heeft de RvT negen locaties van OOE bezocht. Dit doet men in twee- of drietallen bij scholen van verschillende grootte en in stedelijk gebied of in dorpen. Commissies De RvT heeft drie commissie, te weten de remuneratiecommissie, de auditcommissie en de commissie kwaliteit.

In deze commissievergaderingen worden agendapunten voor de reguliere RvT voorbereid en thema's worden diepgaander besproken. Een samenvatting van de commissievergadering wordt besproken tijdens de RvT vergadering en leidt indien nodig tot besluitvorming in de RvT.

Doelmatige besteding van middelen Eén van de formele taken van de interne toezichthouder is het toezichthouden op de doelmatige besteding van de middelen door het bestuur. De RvT doet dit door middel van het vaststellen van de officiële documenten, waaronder de begroting en het jaarverslag en door regelmatig in overleg te gaan met de bestuurder en medewerkers via de commissies. Op deze twee manieren krijgt de RvT een accuraat beeld van inhoudelijke beleidsafwegingen die de bestuurder maakt, maar ook de besteding van de middelen en de mate waarin deze als doelmatig te kwalificeren zijn. Op financieel gebied worden de planning- en control documenten (begroting, managementrapportages en jaarrekening) inhoudelijk en in detail door de auditcommissie besproken met de bestuurder en de controller. Bij de jaarrekening is daarbij bovendien ook de accountant aanwezig. De auditcommissie brengt vervolgens verslag uit in de RvT-vergadering. Ten aanzien van de doelmatige en rechtmatige besteding van de ontvangen middelen, concludeert de RvT dat de bestuurder hier op een gepaste wijze mee omgaat. Werkgeversverantwoordelijkheid De RvT vervult de rol van werkgever van het CvB. Jaarlijks voert de RvT een functionerings- en beoordelingsgesprek met het CvB. De remuneratiecommissie voert het beoordelingsgesprek en heeft het mandaat om afspraken te maken over de arbeidsvoorwaarden.

Daarnaast heeft de voorzitter RvT bilaterale contacten met de bestuurder en samen met de vice-voorzitter vooroverleggen voor de vergaderingen met het bestuur.

A I'=S= S,

I

Bijlage 1

Jaarrekening 2023 Openbaar Onderwijs Emmen

A F(S0S

:.i

Inhoudsopgave

Samenvatting

44

Waarderingsgrondslagen

46

Balans

51

Staat van Baten en Lasten

53

Kasstroomoverzicht

54

Toelichting op de balans Niet in de balans opgenomen verplichtingen Overzicht verbonden partijen Gebeurtenissen na balansdatum

55 65 65 66

Toelichting op de staat van baten en lasten Model G

67 83

Ondertekening CvB en RvT

84

Wet Normering Topinkomens (WNT)

85

Resultaatbestemming

87

Controleverklaring

88

Gegevens van de rechtspersoon

89

Samenvatting Balans Een balans is een overzicht van de bezittingen, de schulden en het eigen vermogen op een bepaald moment. In onderstaande balans is de bestemming van het resultaat verwerkt. Voor een verdere toelichting op de balans zie de paragraaf: 'Toelichting op de balans'.

Balans (x 1.000) Debet=

.34l= Credit=

'4'I=

-Z'1

5.855 7.60o 0

Vaste passivo

Vaste activa= Immateriële octiva= Materiële activo= Financiële activa=

0= 4.90 1= 297=

0= Eigen vermogen= 3.967= Voorzieningen= 297= Langlopende schulden=

5.394= 8.662= 0=

Totaal vaste activa=

5.198=

4,264=

14.055

Totaal vaste passiva= Viottende passiva

Vlottertde activa=

ortlopende schulden=

Voorraden= Vorderingen= Effecten=

0= 2.674= 0=

0= 3.754 0

Liquide middelen= Totaal vlottende activa=

12.854= 15.528=

10.581= 14.335=

Totaal activa=

'»4''I=

l!4i= Totaal passiva=

Totaal vlottede passiva=

6.671=

5.138

__________________ o.7= 5.138 'Z.Wb'I=

L.!4aI

De grootste verschillen tussen de balansen van 2022 en 2023 doen zich voor bij de vorderingen (vorderingen dalen doordat verzonden facturen in het kader van huisvesting zijn betaald door de gemeente Emmen), de liquide middelen, eigen vermogen (daling door het negatieve rekeningresultaat), voorzieningen (stijging door het noodzakelijk treffen van een voorziening voor wga-verhaal) en de kortlopende schulden (stijging door vooruit ontvangen OCW-subsidies).

AKsos

__

Staat van Baten en Lasten Een staat van baten en lasten is een overzicht van opbrengsten en kosten over het afgelopen boekjaar, ook wel de exploitatierekening genoemd. Hieronder is de staat van baten en lasten (begroot, realisatie en afwijking) weergegeven. In de paragraaf 'Toelichting op de staat van baten en lasten'wordt een verkiarende toelichting per onderdeel opgenomen.

Exploitatie (x € 1.000)=

Realisatie

Begroting= Afwijking

2023=

2023=

2023

Rijksbijdragen OOW Overige overheidsbijdrogen Werk in opdracht van derden Overige baten

46.165=

42,859=

3.276

148=

92=

57

0= 458=

0i= 243=

C 215

Totaal baten

46.771=

43.223

Personele lasten Afschrijvingen Huisvestingslasen Overige lasten

39.530= 783=

Totaal lasten

47.308=

36.652 X= -2.875 18C 963= 3.269 X= -633 2.598 X= - 495

Baten

'

3.548

Lasten

3.902= 3.093=

43.482

X= -3.826

Financiële baten en lasten

76=

-4=

80

Netto resultaat=

91=

-'I=

-iA;I

De rijksbijdrage is aanzienlijk gestegen. Belangrijkste oorzaak hiervoor is de bijstelling van de personele rijksbekostiging op grond van de referentiesystematiek. De extra toegekende personele rijksbijdragen vormen voor de cao-partijen het kader waarbinnen een nieuwe cao overeen moet worden gekomen. De door het rijk hierdoor ter beschikking gestelde dekking (en in 2024 nog beschikbaar te stellen dekking) heeft medio 2023 tot een aanpassing van de salarissen geleid van afgerond 10%. De personele lasten zijn hierdoor sterk gestegen. De gevolgen van de in 2023 toegepaste stelselwijziging voor het groot onderhoud zijn onder andere te zien bij de hoogte van de afschrijvingen: de geraamde afschrijvingskosten voor groot onderhoud zijn vervallen. Daarnaast is in 2023 voor het eerst gedoteerd aan de nieuw getroffen voorziening groot onderhoud. Deze dotatie was in de begroting riet geraamd. Rekening houdende met de stelselwijziging bij het groot onderhoud en de noodzaak tot het treffen van een extra personele voorziening van bijna € 8 ton, mag geconcludeerd worden dat 2023 onderliggend een prima financieel jaar is geweest.

AKsos

Waarderingsgrondslagen Jaarrekening De jaarrekening omvat de periode 01-01-2023 tot en met 3 1-12-2023 en is opgemaakt in maart 2024. De jaarrekening over 2023 is opgesteld in overeenstemming met de richtlijnen genoemd in boek 2, titel 9 van het Burgerlijk Wetboek en de adviezen van de Raad voor de Jaarverslaggeving, RJ 660. In RJ 660 zijn specifieke bepalingen en modellen voor onderwijsinstellingen opgenomen. De jaarrekening bestaat uit de volgende onderdelen: balans exploitatierekening kasstroomoverzicht toelichting op deze onderdelen De exploitatierekening is een samenvoeging van de bovenschoolse budgetten en de exploitatierekeningen van de scholen die onder het bevoegd gezag vallen. De jaarrekening wordt opgesteld op het niveau van het bevoegd gezag en de in de jaarrekening opgenomen bedragen zijn in hele euro's. De middelen vanuit het Nationaal Programma Onderwijs worden aangewend waarvoor deze verstrekt zijn. De geldstroom en het moment van besteden heeft invloed op de exploitatie. De middelen mogen besteed worden tot en met het schooljaar 2024-2025. Deze jaarrekening is opgesteld uitgaande van de continuiteitsveronderstelling. Stelselwijziging Tot en met 2022 activeerde OOE het groat anderhaud. In het primair onderwijs is het echter gebruikelijker om het groot onderhoud via een voorziening voor groot onderhoud op de balans te laten lopen.

Dit past beter bij het feit dat de gemeente verantwoordelijk is voor huisvesting. De gemeente is economisch eigenaar van de gebouwen; het eigendom van het onderwijs blijft meestal beperkt tot het juridisch eigendom. Ingaande 2023 maakt ook OOE gebruik van een voorziening voor groot onderhoud. Aan deze stelselwijziging liggen drie redenen ten grondslag: Als een nieuwe school wordt gebouwd waarbij hot economisch eigendom bij de gemeente berust (het pand staat dan niet op de balans van OOE en er ontstaan dan ook geen afschrijvingskosten), worden vanaf het eerste moment rijksbijdragen ontvangen waarin ook bedragen zijn opgenomen voor onderhoud. De onderhoudskosten aan een nieuw pand zijn in de eerste jaren echter minimaal, zodat er op die manier een mismatch ontstaat tussen de rijksbijdragen en de lasten. Dit wordt voorkomen door te dateren aan een voorziening. Bij een nieuw gebouw waarbij het economisch eigendom bij de gemeente berust (het pand staat dan niet op de balans van OOE en er ontstaan dan ook geen afschrijvingskosten), worden pas jaren later de eerste onderhoudskosten gemaakt. Bij het activeren van het groot onderhoud worden pas daarna in de vorm van afschrijving kosten verantwoord. Het ontstaan van die kosten vindt echter zijn oorsprong in de jaren daarvoor.

Er ontstaat dus een mismatch tussen het ontstaan van de kosten en de verantwoording van de kosten in de exploitatie. Dit wordt voorkomen door te doteren aan een voorziening. Bij een nieuw gebouw waarbij het economisch eigendom bij de gemeente berust (het pand staat dan dus niet op de balans van OOE en er ontstaan dan ook geen afschrijvingskosten), worden pas in de loop der jaren onderhoudskosten gemaakt die

A

Mi..w,, Iv

ten laste van het resultaat komen. Pas vanaf dat moment leidt dat tot een nadelige beïnvloeding van het eigen vermogen. Aangezien de financiering van het Rijk voor het onderhoud wel vanaf het begin aanwezig is, wordt feitelijk een te hoog eigen vermogen gepresenteerd. Mede hierdoor overschrijdt OOE al jaren de maximale signaleringswaarde van het eigen vermogen. Hierdoor ontstaat de indruk (niet terecht dus) dat het eigen vermogen van OOE te hoog is. Het treffen van een voorziening voor groot onderhoud verschaft daarmee een duidelijk beeld van de financiële positie van OOE. Bovenstaande argumenten zijn alleen relevant indien het economisch eigendom niet bij OOE, maar bij de gemeente berust. Met uitzondering van een tweetal locaties is dat bij OOE het geval. OOE kiest er dan ook voor om vanaf 2023 het onderhoud te verantwoorden via een onderhoudsvoorziening. Aangezien er daardoor sprake is van een stelselwijziging en deze wijziging retrospectief moet worden verwerkt, zijn de vergelijkende cijfers van het voorgaande jaar aangepast. Om een vergelijking te kunnen maken met de jaarverantwoording van 2023 wordt het volgende overzicht gepresenteerd:

Oude saldo per= 31 december 2022=

Wijziging=

Nieuwe saldo per 31 decen,ber 2022

Gebouwen en terreinen=

2.102.428=

-1.366.520=

35.909

Aoschofp'ijs groot ond.r$o,d=

453817=

-l4538 7=

0

groofondrttouri=

-87297=

87297=

0

1.366.520=

-1.366.520=

0

10.577.119=

-7.840.430=

2.736.689

0=

6.473.910=

6.473.910

10.577.119=

1.366.520=

9.210.599

S.Is.lwljzlging=

Acffvapostcn

Ci'r'

ofsct

Tolaal octivaposlen=

Pos.ivapof.n Eigen vermogen= Ondertoudsvoorzienirig= Toaol passivapost.n=

ii

Herschikking materiële vaste activa In 2022 is ten behoeve van de administratie van de vaste activa het activaregister vanuit de gemeente Emmen ingevoerd in het financiële systeem van OOE. In totaal bestond er daarbij aansluiting, maar op onderdelen was er sprake van een mismatch tussen de activasoorten in het activaregister en de desbetreffende grootboekrekeningen in de financiële administratie. In het verantwoordingsjaar 2023 is dit geanalyseerd en zijn afwijkingen vervolgens gecorrigeerd, waardoor er in de materiëe vaste activa een herschikking heeft plaats gevonden. Waardering van de activa en passiva. Materiële vaste activa worden, voor zover niet anders vermeld, gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs inclusief direct toerekenbare kosten, onder aftrek van lineaire afschrijvingen gedurende de verwachte toekomstige gebruiksduur en bijzondere waardeverminderingen met als restwaarde € 0. De eerste afschrijving vindt plaats in de maand na aanschaf. Als ondergrens van de te activeren zaken wordt een drempelbedrag van € 1.500 gehanteerd.

A F S S=

M....w..g

De indeling van de gehanteerde afschrijvingstermijnen is als volgt: Inventaris en apparatuur: lCT=

5jaar

Andere vaste bedrijfsmiddelen: Meubilair= Overige MVA= Onderwijsleerpakket=

15 jaar 10 jaar 8 jaar

Financiële vaste activa (belegde reserves en borgsom) De financiële vaste activa bestaan uit borgsommen. De borgsommen betreffen de borg voor het in gebruik hebben van chromebooks en de borg die betaald is aan de verhuurder van het bestuurskantoor. De financiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde. Vorderingen Onder vorderingen worden verstaan de per balansdatum bestaande rechten om geldmiddelen te ontvangen van andere partijen. De vorderingen bestaan uit: debiteuren nog te ontvangen van OCW nog te ontvangen van personeel overige vorderingen vooruitbetaalde kosten overige overlopende activa Alle bovenstaande vorderingen zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde. Liquide middelen Onder liquide middelen worden verstaan kasmiddelen, tegoeden op bankrekeningen, wissels en cheques. De liquide middelen zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde. Eigen vermogen Onder het eigen vermogen worden de algemene reserves, de bestemmingsreserve en eventueel de herwaarderingsreserve gepresenteerd. De algemene reserve bestaat uit de reserves die ter vrije beschikking staan van het bestuur. Aan de bestemmingsreserves is een specifiek doel verbonden (bijvoorbeeld NPO). Per bestemmingsreserve wordt een bestedingsplan opgesteld. Het eigen vermogen bestaat uit publieke middelen.

Bestem mingsreserves Een bestemmingsreserve is het gedeelte van het eigen vermogen waaraan het bestuur een specifieke bestemming heeft gegeven. Deze reserve bestaat uit de door de scholen en bovenschools gereserveerde gelden vanuit het exploitatiebudget. Voorzieningen Voorzieningen worden gevormd tegen concrete of specifieke risico's en verplichtingen, die op de balansdatum bestaan en waarvan de omvang op betrouwbare wijze is in te schatten.

A K= s=

A,W.C.

Binnen het verslagjaar zijn drie personele voorzieningen getroffen: Voorziening jubilea: deze voorziening is getroffen om de opgebouwde rechten voor jubileumgratificaties te kunnen financieren. De voorziening jubilea wordt gewaardeerd tegen de nominale waarde. Voorziening ziekteverzuim: deze voorziening is getroffen om de kosten van langdurig zieken te kunnen financieren. De voorziening verzuim wordt gewaardeerd tegen de nominale waarde. Voorziening verhaal WGA-lasten. De toekomstige lasten voor oud-werknemers die een WGA-uitkering ontvangen en die verhaald worden op OOE worden volledig voorzien. De voorziening WGA-Iasten wordt gewaardeerd tegen de nominale waarde. Binnen het verslagjaar is één materiële voorzieningen getroffen: Voorziening onderhoud: op basis van de componentenmethode is een voorziening voor groot onderhoud getroffen voor panden waarbij het economisch eigendom bij de gemeente ligt en waarbij OOE het juridisch eigendom heeft, die gebaseerd is op een actueel meerjarenonderhoudsplan en die - voor zover van toepassing - rekening houdt met de resterende gebruiksduur van de desbetreffende panden Kortlopende schulden Onder schulden worden verstaan de per balansdatum bestaande en vaststaande verplichtingen die gewoonlijk door betaling worden afgewikkeld.

De kortlopende schulden bestaan uit: crediteuren schulden aan OCW/EZ belastingen en premies sociale verzekeringen schulden ter zake pensioenen overige kortlopende schulden vooruit ontvangen subsidies OCW/EZ geoormerkt vooruit ontvangen investeringssubsidies vakantiegeld en vakantiedagen overige overlopende passiva Alle bovenstaande schulden zijn schulden < 1 jaar en worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. Pensioenen voor onderwijspersoneel zijn ondergebracht bij het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP). De pensioenverplichting wordt gewaardeerd volgens de "verplichting aan de pensioenuitvoerder benadering". In deze benadering wordt de aan de pensioenuitvoerder te betalen premie als last in de staat van baten en lasten verantwoord. Er is sprake van een toegezegde pensioenregeling. De werkgever heeft in het geval van een tekort geen verplichting tot het voldoen van aanvullende bijdragen anders dan hogere toekomstige premies. Bepaling van het exploitatiesaldo Bij de bepaling van het exploitatiesaldo is het baten- en lastenstelsel van toepassing. Dit betekent dat de baten en lasten van het boekjaar in de jaarrekening worden opgenomen, ongeacht of zij tot ontvangsten of uitgaven in dat boekjaar hebben geleid. Kosten hoeven nog geen uitgaven en opbrengsten nog geen inkomsten te zijn. Dit geldt ook voor de (rijks)vergoeding OCW.

Deze baten zijn in de jaarrekening verantwoord voor zover ze betrekking hebben op het verslagjaar.

A1< S0S=

I

Rijksbijdragen De ontvangen (normatieve) rijksbijdrage worden in het jaar waarop de toekenningen betrekking hebben volledig verwerkt als bate in de staat van baten en lasten. Dit geldt ook voor de niet geoormerkte OCW-subsidies (vrij besteedbare doelsubsidies zonder verrekening clausule), tenzij het schoolbestuur deze subsidies als projectbijdragen aanmerkt. Verwerking van deze niet geoormerkte OCW-subsidies (vrij besteedbare doelsubsidies zonder verrekening clausule) in de staat van baten en lasten vindt dan gelijktijdig met verantwoording van de lasten plaats. Geoormerkte OCW-subsidies met een vrij besteed overschot (doelsubsidies waarbij het overschot geen verrekeningsclausule heeft) worden ten gunste van de staat van de baten en lasten verantwoord naar rato van de voortgang van de gesubsidïeerde activiteiten. Het deel van de subsidies waarvoor nog geen activiteiten zijn verricht per balansdatum worden verantwoord onder de overlopende passiva. Geoormerkte OCW-subsidies (doelsubsidies met verrekening clausule) worden ten gunste van de staat van de baten en lasten verantwoord in het jaar waarvan de gesubsidieerde lasten komen. Niet bestede middelen worden verantwoord onder de overlopende passiva zolang de bestedingstermijn niet is verlopen. Niet bestede middelen worden verantwoord onder de kortlopende schulden zodra de bestedingstermijn is verlopen op balansdatum.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Emmen&id=bb76f80b-354f-4d41-bb81-236738df271a