CConstaterende datEmmen
Koppel je AI →
Document · PDF

Jaarverslag en jaarrekening 2023 Openbaar Onderwijs Emmen

Commissie Samenleving 3 december 2024, gemeente EmmenBij agendapunt: Jaarverslag Stichting Openbaar Onderwijs Emmen 202328.479 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

A K c=

9Id.

I

Balans

rKslIY,=

I

Vaste activa

Immateriële activo - Kosten van onderzoek en ontwikkeling= - Overige immateriële vaste activa=

0 0

0= 0= 0=

Materiële octiva - Gebouwen en terreinen= - Inventaris en apparatuur= - Overige materiële vaste activa=

0

735.909 2.223.666 1.007.419

803.774= 3.070.547= 1.026.803=

3.966.993

4.901.124=

Financiële activo - Effecten= - Vorderingen gemeenten= - Overige vorderingen=

0 0 297.186

0= 0= 297.226=

Totaal vaste activa=

297.226=

297.186

5.198349=

4.264.178

Viottende activa Voorraden - Voorraden=

0

0=

Vorderingen - Debiteuren algemeen= - OCW= - Vorderingen op gemeenten= - Vorderingen op personeel= - Overige vorderingen= - Belastingen en premies SV= - Vooruitbetciolde kosten= - Te onvangen interest= - Overige overlopende octiva=

616.273 297.200 2.520.432 0 132.286 0 161.181 5.092 21 .814

1.829.198= 358.775= 163.279= 0= 0= 0= 172.200= 79.012= 71 .612=

3.754.278

2.674.077=

Effecten - Effecten=

Liauide middelen - Kosmiddelen= - Bank- en girosaldi= - Schatkistbankieren=

0

0=

0=

0 0

0= 0 10.580.737 0

0= 12.853.604= 0=

Totaal viottende activa=

(sVWlIYI

A I'(SrjS

Ik5A

12.853.604=

10.580.737

15.527.680=

14.335.015

Vaste passiva

Eigen vermogen - Algemene reserve= -

2.877.761=

3.932.59 1

Resultaat verslagperlode=

-461.002=

903.151

Bestemnngsreserve publiek= Bestemmingsreserve privacit= Bestemrngsfonds publiek= Bestemmngsfonds priv aat=

2.977.103= 0= 0= 0=

1.019.122 0 0 0 5.393.862=

Voorzieningen - Personele voorzieningen= - Voorziening groot onderhoud= - Overige voorzieningen=

1.680.840= 6.980.745= 0=

5.854.864

1.132.455 6.473.9 10 0 8.661.586=

LangloDende schulden - Schulden aan kredietinstellingen= - Schulden aan OCW= - Overige langlopende schulden=

0= 0= 0=

Totaal vaste passiva=

7.606.366

0 0 0 0=

0

14.055.448=

13.461.230

Vlottende passiva

Kortlooende schulden - Schulden aan kredietinstellingen= - Schulden aan OCW= - Schulden aan gemeenten= - Crediteuren= - Belastingen en premies SV= - Pensioenen= - Overige kortlopende schulden= - Vooruitontvangen subsidies OCW= - Vooruitontvangen bedragen= - Vakantiegeld en -dagen= - Overige overlopende passiva=

0= 0= 0= 1.216.548= 1.671.223= 551.321= 0= 1.428.122= 270.926= 1.307.087= 225.354=

Totaal viottende passlva=

(SfUJ.11k'I..

AKSOS,;.

0 0 0 1.065.057 1.531.648 456.745 136.135 31.007 484.091 1.237.057 196.224 6.670.581=

5.137.964

6.670.581=

5.137.964

Staat van baten en lasten Realisatie 2023=

Realisatie 2022

Begroting=

Baten Rijksbijdragen OCW= Overige overheidsbijdragen=

46.164.649=

42.888.578=

42.957.297

148.494=

91.701=

98.261

0=

255.95 1 0

Overige balen=

457.613=

0= 242.633=

Private baten=

0=

0=

Werk in opdracht van derden=

43.222.912=

46.770.755=

Totaal baten=

0

43.311.509

Lasten Personele lasten=

39.529.950=

36.651.693=

35.978.538

Afschrijvingen=

783.063=

963.255=

Huisv estingslasten=

3.902.227=

3.268.990=

892.182 2.266.949

Overige lasten=

3.092.728=

2.598.084=

3.247.895

Private lasten= Totaal tasten=

0 47.307.969= -537.214=

Saldo financiële baten en tasten=

76.212=

A I'< SoS

-=

43.482.022=

42.385.565

-259.110=

925.944

.4.000=

-22.793

Kasstroomoverzicht Een kasstroomoverzicht is een overzicht van geldmiddelen die in de verslagperiode binnenkomen en uitgaan. Het kasstroomoverzicht bestaat uit de volgende 3 onderdelen: 1. kasstromen uit operationele activiteiten (bedrijfsvoering) 2. kasstromen uit investeringsactiviteiten (activa) 3. kasstromen uit financieringsactiviteiten (passiva) Het kasstroomoverzicht is opgesteld volgens de indirecte methode.

Kautroom uit operationele activiteiten Saldo baten en lasten (exci. interest) Aanpassingen voor: - Afschrijvingen - Waardeveranderingen vaste activa - Mutaties voorzieningen - Mutaties reserves Veranderingen in vioftende middelen: - Vorderingen - Kortlopende schulden Kasstroom uit bedrijf soperaties

-537.2l4=

925.944

783.063= 18.411 1.055.219=

892.182

1.080.201= 1.532.617=

-1.440.432 3.306.351

-94.474

3.932.298= 79.012= 2.800=

Ontvangen interest Betaalde interest

3.589.571 0 22.793

Totale kaufroom uit operationele activiteiten

76.212=

-22.793

4.008.509=

3.566.778

Kassiroom uit investeringsactivltelten Investeringen materiële vaste activa Desinvesteringen in materiële vaste activa Investeringen in financiële vaste activa Desinvesteringen in financiële vaste activa

-1.735.605=

-1.74 1.972

40=

9.532.326 -1.735.644=

Totale kasstroom uit investeringsactivltelten

7.790.354

Kasstroom uit financleringsactivitelten 0 0=

Toename langelopende schulden Aflossing langlopende schulden

-4.483.723 -4.483.723

0=

Totale kassfroom uit flnoncieringsactfvltelten Mutatle liqulde middelen Beginstand liquide rrddelen Eindstand liquide rrddelen

10.580.737= 12.853.604=

Mistatie liqulde middelen

AKSOS....:.....

3.707.329 10.580.737

Toelichting op de balans Vaste activa

Immateriële vaste activa Rekening

Rekening= 2023=

—

2022

o

0

Overige immateriële vaste activa

o

o

Totaalimmateriële vaste activa

0=

0

Kosten van onderzoek en ontwikkeling

De immateriële vaste activa hebben in z'n algemeenheid betrekking op kosten samenhangende met het sluiten van geidleningen en kosten voor onderzoek en ontwikkeling van een bepaald actief. Dit soort activa komt in het primair onderwijs niet vaak voor. Ook bij OOE zijn hier nog nooit kosten voor gemaakt. Materiële vaste actva Rekening

Rekening 2023

2022

Gebouwen en terreinen

803.774

735.909

Inventaris en apparatuur

3.070.547

2.223.666

Overige materiële vaste activa

1.026.803

1.007.419

Totaal materiële vaste activa

4.901.124

3.966.993

Op grond van de verslaggevingsvoorschriften dienen de materiële vaste activa te worden verbijzonderd naar gronden en terreinen, inventaris en appratuur en overige materiële vaste activa. Het verloopschema van de materiële vaste activa kan als volgt worden weergegeven:

flevnpj-1-2023=

Mutates gedurende 2023=

Cymulaheven aer3l•12-2023

Aanschaf. Afschrij. Boekwaarde Investering= Overige Afschdjving= Aanschaf= Afschrij- Boekwaarde waarde= vingen per 31 -12-2023 mutates= waarde= vingen= per 1.1.2023=

Gebouwenenterreinen=

950.828

735.909

104.674=

0

251.727=

803.774

Inventaris en apparatuur=

8.743.193 6.519.527=

2.223.666=

.359.036=

-3.406=

508.749= 10.098.824= 7.028.277=

3.070.547

Overige=

4 30'O'8

7r07.4i9=

271.895=

-l5.5= 237.506= 4.584.768= 3.557.965=

1.026.803

ë!'.=

214.919= 3320459=

36.808

1.055.501

De post materiële vaste activa betreft het totaal van alle investeringen van de scholen en die van het schoolbestuur. De waarde van de materiële vaste activa is met name toegenomen door de investeringen in CT.

A1< sos=

I

De volgende investeringen zijn verricht: Rekening 2023 Gebouwen en terreinen Inventaris, meubilair en apparatuur ICT Onderwijsleerpakket Overige materiële vaste activa

Begroting 2023

104.674 645.677 713.3 59 208.228 63.667

1.275.000

1.735.605=

4.380.000

88 9.000 310.000 1.849.000 5 7.000

De investering die voor 2023 is geraamd voor ICT, heeft voor € 1,2 miljoen betrekking op devices voor personeel. Financiële vaste activa Rekening=

Rekening

2023=

2022

Overige vorderingen=

297.226=

297.186

Totaal financiële vaste activa=

297.226=

297.186

Het verloopschema van de financiële vaste activa kan als volgt worden weergegeven:

Mutatlesaedurende 2023= Cumulatievenper3l-12-2023 CumulpBeven per 1-1-2023= Des- Afschrijving= Aanschaf= Afschrij- Boekwaarde Aanschaf- Alschrij- Boekwaarde Investering= InvesterIng= waarde= vingen per 31-12-2023 waarde= vingen= per 1-1-2023= Wjjborçjsori huJ,=

.= '.=

Overige vorderingen=

2749w=

irr1=

4AI!.=

-

.'.=.= -

•=

AI:'=

,=

,

Waarborgsom huur Het betreft hier de borg voor de huur voor het bestuurskantoor aan het Stadionplein 5 te Emmen. Overige vorderingen Het betreft hier de betaalde borg voor de devices van Snappet. In 2023 is de borg voor 55 devices retour ontvangen en is voor 51 devices borg betaald.

AKSOS

Vlottende activa Vorderingen Rekening

Rekening

2023

2022

Debiteuren algemeen Vorderingen op OCW Vorderingen op gemeenten Overige vorderingen Vooruitbetaalde lasten Te ontvangen interest Overlopende activa overig

1.829. 198 358.775 163.279 0 172.200 79.012 71.61 2

6 16.273 297.200 2.520.432 132.286 161.181 5.092 21 .814

Totaal vorderingen

2.674.077

3.754.278

Debiteuren De debiteuren bestaan voor het grootste deel uit de voorgefinancierde huisvestingslasten voor projecten die uiteindelijk vergoed worden door de gemeente Emmen: € 1.723.552. De afloop van de debiteuren kent een normaal verloop. Vorderingen op OCW De voor het vierde kwartaal 2023 aangevraagde bekostiging voor le en 2 jaar asielzoekers en vreemdelingen is pas in januari 2024 ontvangen. De hiermee samenhangende post van € 358.775 is daarom hier als vordering opgenomen. Vorderingen op gemeenten De vordering op de gemeente Emmen heeft betrekking op nog te ontvangen gelden in verband met de ver- en nieuwbouw van diverse locaties (de huisvesting van primair onderwijs is een verantwoordelijkheid van de gemeente, maar OOE is in de meeste gevallen bouwheer en financiert de kosten voor) en van declaraties in het kader van reguliere schade en vandalismeschade. Vooruitbetaalde lasten Onder de vooruitbetaalde lasten worden de bedragen opgenomen die in deze verslagperiode betaald zijn, maar die betrekking hebben op een volgende periode. In de meeste gevallen betreft het hier vooruitbetaalde lasten voor licenties. Overlopende activa overig Hier worden een aantal ramingen opgenomen voor 'bij te ramen baten'. Het betreft cultuurgelden (CMK) en detacheringsbaten.

A

"t\U

'-

Liguide middelen Rekening= 2023=

Rekening 2022

Banken=

12 853.604=

10.580.737

Totaal liguide middelen=

12.853.604= 10.580.737

Banken De banktegoeden worden volledig aangehouden bij de huisbankier. De tegoeden kunnen als volgt worden gespecificeerd: - Betaalrekening bovenschools= - Bed rijfsspaarrekening= - Betaalrekeningen scholen en bovenschools overig=

2.727.04 1

10.000.000 126.562

12.853.604 - Spaarrekening(en) bovenschools 12.853.604 Alle tegoeden zijn desgewenst direct opneembaar. Vooruitlopend op een mogelijk in 2023 te ontwikkelen beleggingsplan, is in maart 2023 een deel van de tijdelijk overtollige middelen gestort op een bedrijfsspaarrekening bij de huisbankier. Net voor de zomervakantie is een tweede spaarrekening geopend omdat op een spaarrekening door de Rabobank geen rente wordt vergoed over saldi boven de € 5.000.000. In het laatste kwartaal van 2023 is besloten dat vrijwillige deelname aan schatkistbankieren voor OOE een aantrekkelijk alternatief is. Per medio januari 2024 is de aansluiting in het kader van het schatkistbankieren voor OOE geëftectueerd.

Vaste passiva Eigen vermogen

Rekening 2023

Rekening 2022

Algemene reserve Bestemmingsreserve publiek

2.87 7.76 1 2 .97 7. 103

3.932.591 1.019.122

Totaal eigen vermogen

5.854.864

4.951.713

Voor een goed begrip van bovenstaande posten is het van belang te onderkennen dat, indien con deel van het eigen vermogen is afgezonderd omdat daaraan vanuit het bestuur een beperkte(re) bestedingsmogelijkheid is gegeven, dit deel wordt aangemerkt als bestemmingsreserve. Als deze beperking is aangebracht vanuit derden, wordt dit deel aangemerkt als bestemmingsfonds. Tevens is het van belang onderscheid te maken tussen reserves die zijn opgebouwd uit publieke middelen en reserves die zijn opgebouwd uit niet-publieke (private) middelen. Reserves die aantoonbaar zijn opgebouwd uit private middelen, worden niet onder de algemene reserve opgenomen, maar worden als bestemmingsreserve privaat dan wel als bestemmingsfonds privaat gerubriceerd.

A F(S c S

..a4=

t

Stand per= Resultaat Stand per Resultaat Stand per= Mutaties 31-12-2023vó6r= 31-12-2022 over2022 1-1-2023 over2023= over2023 result.verd.=

Algemene reserve= Besten-in-ingsreserve NPO= Besten-rringsreserve huisvesting=

3.932.591 -1.195.902 878.050

2.099.053

41.072=

2.736.689=

141.072=

2.977.103= 141.072=

ir1rri=

2.877.761= -427.351=

2.450 410

2.977.103=

2.943.452

-141.072= I]=

Stand per 31-12-2023nâ result.verd.

-33.651=

0=

1LtI=

0

!1k,T.N=

.*L!.4

Algemene reserve De belangrijkste functie van de algemene reserve is de bufferfunctie. De aanwezigheid van een gezonde buffer leidt er toe dat voorkomen wordt dat elke tegenvaller (ongeacht de omvang) een probleem oplevert. Met de bufferfunctie van de algemene reserve wordt voorkomen dat het onderwijskundig beleid bij een tegenvaller direct onder druk komt te staan. Een buffer in de vorm van weerstandscapaciteit is daarom wenselijk. Met een buffer in de vorm van een algemene reserve van ruim € 2,8 miljoen (voor resultaatverdeling), kent stichting OOE een financiële positie die op basis van landelijke cijfers aan de lage kant is. In 2024 zal nader onderzoek worden gedaan naar de noodzakelijke omvang van het weerstandsvermogen.

De 'bestemmingsreserve publiek' kan als volgt worden gespecificeerd:

Bestemmingsreserve NPO Bestemmingsreserve huisvesting

Rekening= 2023=

Rekening

2.977.103=

878.050

0=

141.072

2.977.103=

1.019.122

2022

Bestemmingsreserve NPO De reserve NPO dient ter dekking van de NPO-kosten in de periode na 31juli2023. De baten en lasten in het kader van de NPO kunnen niet volledig worden gematched. Een tekort of overschot op dit onderdeel wordt in 2021, 2022 en 2023 verrekend met deze bestemmingreserve. Na 2023 zuIlen de dan nog te maken kosten worden onttrokken aan deze reserve. Bestemmingsreserve huisvesting De bestemminsgreserve huisvesting was bedoeld om onvoorziene huisvestingslasten te kunnen financieren. Aangezien deze reserve al jaren niet is gemuteerd en een bestedingsplan ontbreekt, is in 2023 besloten deze bestemmingsreserve ten gunste van de algemene reserve vrij te laten vallen. Perioderesultaat

Rekening= 2023=

Rekening 2022

Saldo van de baten en lasten=

-461.002=

903.151

Totaal perioderesuitaaj=

.461.002=L .

o3.151

AKSOS

Het saldo van de rekening van baten en lasten bedroeg in 2022 € 903.151 voordelig. Dat resultaat werd positief beïnvloed (ruim € 2 miljoen) door de niet bestede middelen in het kader van de NPO. Het jaar 2023 wordt daarentegen licht negatief beïnvloed door NPOmiddelen (€ 33.651). In de begroting van 2023 werd voor het gehele jaar uitgegaan van een negatief exploitatieresultaat van ruim € 263.000 (met daarin een geraamd voordeel van de NPO van € 1 50.000).

I=R20231 I=

'Genormaliseerd' resultaat

I=

B20231

-461.002=

903.151

-263.110

-33.651= -427.351=

2.099.053 -1.195.902

150.000 -413.110

___________= -427.351=

-1.749.467

Resultaat Nadelig/voordelig resultaat NPO Resultaat exclusief NPO Vereenvoudiging van de bekostiging

R20221

-413.110

553.565

-14.241

Resultaat ten opzichte van de begroting

77T

Personele voorzieningen Voorziening groot onderhoud

Rekening 2023

Rekening 2022

1.680.840 6.980.745

1.132.455 6.473.910

8.661.586

7406.365

De jaarverslaggevingsvoorschriften schrijven voor dat een voorziening moet worden getroffen als wordt voldaan aan de voorwaarden daartoe. Er moet sprake zijn van een feitelijke verplichting die in rechte afdwingbaar is en het moet mogelijk zijn om een goede schatting te maken van de noodzakelijke bedragen. Categorieën van voorzieningen zijn onder andere voorzieningen voor personeel (jubilea, langdurige ziekte, uitkering), claims, geschillen en rechtszaken, reorganisatievoorzieningen en voorzieningen voor groot onderhoud. Het verloop van de voorzieningen van OOE kan als volgt worden weergegeven: Stand per= 1januari2023= VooreriingjubiIeo= Voorening langdurig deken= Overigepersonelevooreningen=

403.699= 731.756= 0

Datalie Onttrekking= Vrijval= Stand per= Kortlopend tanglopend= Totaal 31-12-2023ná= <1 jaar= >1 jaar I= 0= 788.013=

5/IC'.)= 0= 0 184.033= 0= 0= 57.100= 184.033=

345.104= 547.723= 788.013=

0 53.846= 114.415

345.104 345.104 493.877= 547.723 673.598 788.013

Personele vootzleningen=

1.132.455=

789.518=

1.680.840=

168.261=

1.512.579= 1.680.840

Voorziening onderhoud=

6.473.910=

674.333=

167.498=

0=

6.9&)745=

372.073=

6.608.672 6.980.745

Onderhoudsnoorzieni,,q=

6.473.910=

674.333=

67498=

0=

6.980.745=

372.073=

6.608672

'''0'A K"

6.980.745

De personele voorzieningen zijn opgebouwd uit drie onderdelen: Rekening=

Rekening

2023=

2022

Voorziening jubilea

345.104=

Voorziening langdurig zieken Voorziening verhaal WGA-lasten

547.723= 788.013=

400.699 731.756 0

1.680.840=

1.132.455

Voorziening jubilea Alle medewerkers in dienst van OOE bouwen rechten op om op basis van bepalingen in de cao na 25 of 40 dienstjaren een jubileumuitkering te kunnen ontvangen. Hiervoor wordt op de balansdatum een voorziening gevormd. De hoogte van de voorziening per balansdatum wordt onder meer bepaald door de tijdsevenredige aanspraak te berekenen per persoon op basis van het aantal dienstjaren, de verwachte jubileumdata en het salaris. Daarnaast wordt rekening gehouden met de verwachte blijfkans. De berekening van de voorziening jubilea-uitkeringen is gebaseerd op een disconteringspercentage van 2,5%, Voorziening langdurig zieken In de jaarverslaggevingsrichtlijnen is geregeld, dat er een voorziening moet worden opgenomen voor verplichtingen op balansdatum als gevolg van ziekte en/of arbeidsongeschiktheid, voor zover deze verplichtingen niet verzekerd zijn. Aangezien OOE al jaren eigen risicodrager is voor het ziekteverzuim (ziektekosten worden daarmee niet meer door het Vervangingsfonds (Vf) vergoed), is dit ook bij OOE aan de orde. Op grond van de richtlijnen moet een voorziening worden getroffen als een werknemer op balansdatum geheel of gedeeltelijk ziek is, het de verwachting is dat de ziekte blijvend is gedurende het dienstverband en de onderwijsinstelling niet is verzekerd voor dit risico.

De hoogte van de voorziening is op persoonsniveau bepaald door de verplichte loondoorbetaling gedurende de resterende periode van ziekte of arbeidsongeschiktheid voor de betreffende medewerker te berekenen Voorziening verhaal WGA OOE is in de periode van januari 2020 tot en met augustus 2020 eigen risicodrager geweest voor de WGA zonder dat dit risico privaat was herverzekerd. Uitkeringslasten van oudmedewerkers die in die periode hun eerste arbeidsongeschiktheidsdag hebben gehad en vervolgens na twee jaar ziekte uit dienst zijn gegaan (en >35% arbeidsongeschikt zijn), worden verhaald op OOE. Hiervoor is een voorziening in de balans getroffen. De voorziening is berekend op basis van het verhaal van uitkeringslasten van 5 personen. Voorziening onderhoud In de sector PO zijn vanaf 2015 de gelden voor het groot onderhoud van de schoolgebouwen overgegaan van de gemeente naar het schoolbestuur. Het onderwijs wordt daardoor geconfronteerd met de vraag of groot-onderhoudskosten moeten worden geactiveerd, of dat hiervoor een voorziening moet worden getroffen. Gelet op het feit dat het economisch eigendom van het gebouw bij de gemeente blijft, geeft OOE er ingaande 2023 de voorkeur aan om een voorziening voor groot onderhoud in de balans op te nemen die uitgaat van de componentenbenadering en die ïs gebaseerd op een actueel meerjarenonderhoudsplan.

AKSOSI

Het verwachte verloop van de onderhoudsvoorziening kan op basis van dat MJOP voor de komende jaren als volgt worden weergegeven: Groot onderhoud c5c0 ccc ccc

02500.040

42040 000

(1.5e0

::

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2030

2032

2033

2034

2035

2036

203'

2038

2039

2240

2041

20

De incidenteel hoge kosten in 2042 worden voor een deel veroorzaakt door de kosten die gepaard gaan met de vervanging van de zonnepanelen bij obs Angelsio en bij obs De Bente.

Vlottende passiva Kort/opende schulden

Rek= 2023=

Rekening 2022

Crediteuren Belastingen en premies SV Pensioenen Overige kortlopende schulden Vooruitontvangen subsidies OGW Vooruitontvangen bedragen vakantiegeld en -dagen, EJU en bindingstoelage Overige overlopende passiva

1.216.548= 1.671.223= 551.321= 0= 1.428.122= 270.926= 1.307.087= 225.354=

1.065.057 1.531.648 456.745 136.135 31.007 484.091 1.237.057 196.224

Totaal kort/opende schulden

6.670.581=

5.137.964

Crediteuren De post crediteuren bevat de facturen die na deze rapportageperiode zijn ontvangen, maar waarvan de prestatie wel in de periode is geleverd. Alle crediteuren zijn inmiddels betaald. Belastingen en premies SV Deze post bevat de te betalen loonheffing en sociale verzekeringspremies van de maand december en van de 13e periode van 2023.

Vt AK 0

Pensioenen Deze post bevat de te betalen pensioenpremie van de maand december en van de 13e maand 2023. Rekening= Pensioenpremie Premie vervangingsfonds Premie participatiefonds

2023=

Rekening 2022

495.307=

457.218

0=

984

56014=

-1.456

551.321=

456.745

De laatste maanden van 2022 werd er door het Participatiefonds geen premie meer berekend. In 2023 wordt maandelijks een premie betaald van 2,4%.

Premies 2023: Vervangingsfonds premie

4,50 %

Financele variant W014

2,75 %

ERD 2x werktijdfactor p1w Financ ere variant (.1042

2,25 %

ERD 6x werktijdfactor p1w Finance). variant S180

0,30 %

ERD stop-loss 80% F,naflc,OIQ variant SL100

ERD stop-toss 100%

0,10%

Participatieforias premie

2,40%

Vooruitontvangen subsidies OCW Het betreft hier met name het vooruitontvangen bedrag in het kader van de subsidie verbetering basisvaardigheden (SVB). Te veel leerlingen verlaten in zn algemeenheid het primair onderwijs (en voortgezet onderwijs) zonder de basisvaardigheden goed te beheersen. Daarom heeft het Rijk een subsidieregeling ontwikkeld, waarmee scholen ondersteuning kunnen aanvragen om de resultaten op de basisvaardigheden taal, rekenen/wiskunde, burgerschap en digitale geletterdheid aantoonbaar te verbeteren. De basissubsidie voor effectieve interventies om de basisvaardigheden te verbeteren bedraagt voor scholen voor primair onderwijs circa € 900 per leerling. De basissubsidie is bedoeld voor bewezen effectieve interventies om de basisvaardigheden te verbeteren en moeten net als de NPO-middelen worden gekozen uit een limitatief aantal interventies. Subsidie is toegekend voor een tweetal schooljaren: Totale subsidie voor twee schooljoren (2023/2024 en 2024/20251

2.154.000

Toerekening aan kolendearen: 2023 2024 2025

€ 448.750 € 1.077.000 € 628.250 2.154.000

De subsidie is voor 50% in 2023 uitbetaald; ruim € 1 miljoen derhalve. Het tweede deel zal in 2024 worden ontvangen.

A I'(S c S

,.e2.M .nncr,ei'l= a .1

Vooruit ontvangen bedragen De vooruit ontvangen bedragen kunnen als volgt worden gespecificeerd: Rekening=

Rekening

2023=

2022

2.477=

37.800

Doelsubsidies

212.432=

390.274

Nog te besteden overige

56.017=

56.017

270.926=

484.091

Vooruit ontvangen bedragen

Het betreft hier met name de nog resterende bedragen in het kader van cultuurgelden van het CMK. In het programma Cultuureducatie met Kwaliteit werken scholen en culturele instellingen n het hele land samen om kunst en cultuur een vast onderdeel van het lesprogramma te maken. Doordat leerlingen in aanraking komen met verschillende vormen zoals muziek, dans, beeldende kunst, theater, hiphop en erfgoed leren ze om hun creatieve en culturele vaardigheden te ontwikkelen en ook persoonlijk en in sociaal opzicht te groeien. Vakantiegeld en -dagen, EJU en bindingstoelage Vakantiegeld Het opgebouwde recht op vakantietoeslag bedraagt eind december € 1.198.667. Bindingstoelage In de cao PO is een incidentele toelage opgenomen in verband met werving en behoud van personeel, de zogenaamde bindingstoelage. De bindingstoelage wordt jaarlijks in augustus vastgesteld en uitbetaald aan personeel dat op 1 augustus in dienst is en voldoet aan de in de cao gestelde voorwaarden. De bindingstoelage kent twee varianten: een bindingstoelage volgens de peildatumsystematiek en een bindingstoelage volgens de opbouwmethode. Bindingstoelage volgens de peildatumsystematiek Om in aanmerking te komen voor de bindingstoelage volgens de peildatum systematiek moet men op 1 augustus in dienst zijn en per die datum op of boven het maximumsalaris van de functie worden betaald.

Bindingstoelage volgens de opbouwmethode Leraren en onderwijskundige team- of afdelingsleiders tot en met schaal 12 die de bindingstoelage eerder volgens de peildatumsystematiek hebben ontvangen, hebben hierna recht op de bindingstoelage op basis van de opbouwmethode. Bij de opbouwmethode wordt maandelijks een bedrag opgebouwd op basis van het feitelijk ontvangen salaris ten opzichte van het salaris bij een volledige betrekking. Ultimo 2023 bedraagt het opgebouwde recht €108.419. Overige overlopende passiva Dit betreft onder andere de 'vaste' raming van nog te betalen accountantskosten in verband met de controle van de jaarrekening: € 17.000. De belangrijkste component heeft echter betrekking op de nog af te dragen BTW in verband met de toegepaste verleggingsregeling op de in 2023 aangeschafte laptops: € 73.800.

A F'( S 0S=

I

Niet in de balans opgenomen verplichtingen De contracten boven een bedrag van € 50.000 zijn opgenomen in onderstaand overzicht. Onderstaande verplichtingen vertegenwoordigen in 2023 een bedrag van ongeveer 3 miljoen euro aan lasten. Hier is rel<ening mee gehouden in de staat van baten en lasten. Daarnaast betreft het relatief veel raamcontracten, waarbij op- of afschaling van de dienstverlening relatief eenvoudig te realiseren is.

Schoonmaak

30 -9.2024

Gemeentelijk contract

637.556

637.656

Aardgas

1-1 -2025

Gemeentelijk contract

351.168

351.168

Elektriciteit

31-12 -2024

Gemeentelijk contract

115,814

115.814

Onderwijsieerpakket

1-10 -2 02 4

OOE contract

715.245

715 245

Netwerk- en systeembeheer OOE Huuronereenkorrist obs de Kubus Gebruik err dienstverlening ERP-systeem

30-6-2027 31.8-2027

OOE contract Gemeentelijk contract OOE contract

41.114= 122.163=

102.785 326.175

226.758= 64.316=

226.758 128.632

Printers

31-12-2025 31-12-2026

OOE contract

143,899 448.338 45 3.5 16 192.948

Overzicht verbonden partijen Per 31-12-2023 is er sprake van de onderstaande verbonden partijen, die vallen onder code 4 overige verbonden partijen. Er is geen sprake van consolidatie vanwege ontbrekende overheersende zeggenschap dan wel van onvoldoende omvang.

Naam=

Statutaire zetel= Juridische vorm

Soort activiteit

Stichting Samenwerkingsverband 22.02 PO=

Enirireri=

Stichting=

Overig

Emmen=

Stichting=

Overig

Prisma Drenthe=

Gieten=

Stichting=

Overig

Stichting Kinderopvang Em men=

Emmen=

Stichting=

Overig

Stichting Samenwerkingsverband Sterk vo ZO-Drenthe=

AKSOS

Gebeurtenissen na balansdatum Of een 'gebeurtenis na balansdatum' moet worden verwerkt in de jaarrekening is afhankelijk van het tijdstip waarop deze gebeurtenis zich voordoet en de impact daarvan. Hierbij wordt onderscheid gemaakt naar gebeurtenissen die: tijdens het opstellen van de jaarrekening plaats hebben gevonden (tot en met de formele opmaakdatum van de jaarrekening worden 'de gebeurtenissen die nadere informatie geven over de feitelijke situatie per balansdatum'in de jaarrekening opgenomen). ontstaan na het opstellen van de jaarrekening tot het moment van goedkeuring door de Raad van Toezicht (na de formele opmaakdatum moet alleen de jaarrekening worden aangepast 'voor zover de gebeurtenissen na balansdatum onontbeerlijk zijn voor het inzicht', ofwel van materieel belang zijn). In 2024 is er ten behoeve van de jaarrekening 2023 geen sprake van 'gebeurtenissen na balansdatum'

AKSOS

Toelichting op de staat van baten en lasten Baten 9Jjksbijdragen OCW

r

Rijksbijdragen OCW Overige subsidies OCW Ontvangen doorbet. rijksbijdrage SWV

Rekening= 2023=

Begroting= 2023=

Rekening 2022

43.675.808= 807,929= 1.680.911=

40.809.636= 299.815= 1.779.126=

37.911.643 3.251.048 1.794.607

42.888.578

42.957.297

L 46

Totaal (Rijks)bijclragen OCW

.164.649

Rijksbijdragen OCW De Rijksbijdragen OCW kunnen als volgt worden gespecificeerd: Rijksbijdrage personeel Bekostiging achterstanden OAB Samenvoegen scholen niet-geoormerkte subs. OCW Bijzondere situaties niet geoormerkte subs. OCW Opvang vreemdelingen niet-geoormerkte subs. OCW Asielz procesopv- en gezinsloc niet-geoorm subs Bijz.bek. Onderw asielsz. ged. het 2e jr in Ned Bijzondere bek. prof. en beg, starters schoolleiders NPO NPO onderwijs achterstanden Overige 'Rijksbijdragen OCW'

36.965.578 2.047.836 415.718 46.364 1.185.629 186.350 243.803 456.337 1.343.854= NPO 779.051= NPO 5.288 43.675.808

Rijksbijdrage personeel Sinds 2006 wordt een lumpsum-vergoeding toegekend. Binnen deze bekostiging wordt het aan OOE overgelaten of de ontvangen middelen worden ingezet ten behoeve van de financiering van personele of materiële kosten. Hierdoor wordt bereikt dat meer beleidsvrijheid wordt verkregen; immers de stichting is vrij om met kosten te schuiven tussen de personele' en de 'materiële' posten. De lumpsum-financiering vond tot en met het schooljaar 2021/2022 plaats per schooljaar. Vanaf 2023 wordt een beschikking ontvangen die is gebaseerd op een kalenderjaar. Afhankelijk van de grootte van de desbetreffende school wordt een vast bedrag van € 89.806 of € 109.339 ontvangen. Daar bovenop wordt een bedrag ontvangen van € 6.093 per leerling. Indexering Met de indexering van de personele lumpsum compenseert de Rijksoverheid de ontwikkeling van de arbeidskosten. Dit gebeurt voor de collectieve sector - en dus ook het primair onderwijs - aan de hand van de 'referentiesystematiek'. Deze systematiek vertaalt de ontwikkeling van arbeidskosten in de marktsector door naar de overheidssector. De marktsector is dus het referentiepunt: stijgen/dalen de arbeidskosten in de marktsector, dan stijgt/daalt in principe de compensatie voor de ontwikkeling van de arbeidskosten.

Het kabinet beslist echter altijd hoe de berekening op grond van de referentiesystematiek wordt door vertaald in de compensatie voor de gestegen kosten.

A I #FI #• ___ '.$A.#v..I'v "•—'

"tVU"

V

Bijzondere bekostiging leerlingen onderwijsachterstand Door het vervallen van de zogenaamde 'gewichtenregeling' is de impuisregeling met ingang van het schooljaar 201 9/2020 vervallen. Sinds 1 augustus 201 9 wordt het beschikbare geld daarom verdeeld volgens een nieuwe regeling; de regeling onderwijsachterstandenbeleid. Deze nieuwe regeling voorkomt fouten van onderwijsinstellingen bij de registratie van gewichten en is minder administratief. Daarbij kan de verdeling van de middelen voor de bestrijding van onderwijsachterstanden gebaseerd worden op meer actuele cijfers. De verdeling is gebaseerd op gegevens die worden geleverd door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). De verdelingsgrondslag vloeit voort uit de volgende vijf factoren: het opleidingsniveau van beide ouders/verzorgers; het herkomstland van de moeder; de verblijfsduur van de moeder in Nederland; het gemiddelde opleidingsniveau van alle moeders op de school; of de ouders in de schuldsanering zitten. Bijzondere bek. prof. en beg. starters schoolleiders De bijzondere bekostiging levert een bijdrage aan de professionalisering van personeel en de begeleiding van startende leraren en schoolleiders. Het bestuur dient gemeenschappelijk met de personeelsgeledïng van de medezeggenschapsraad over de inzet van de middelen te besluiten. Per leerling wordt een bedrag ontvangen van circa € 100.

NPO Vier jaar geleden sloten onderwijsinstellingen de deuren om de verspreiding van het coronavirus in te dammen en schakelden zij over op afstandsonderwijs. De inspanningen die door leraren, schoolleiders, bestuurders, maar ook door leerlingen en ouders/verzorgers zijn gepleegd, hebben niet kunnen voorkomen dat de coronacrisis zijn sporen heeft nagelaten in het onderwijs. Daarom heeft het kabinet in februari 2021 besloten om extra te investeren in het onderwijs met het Nationaal Programma Onderwijs (NPO). Met het NPO was in totaal € 8,5 miljard beschikbaar voor het hele onderwijs, van funderend tot en met hoger onderwijs. Hoofddoel van deze investering was het herstellen van de door corona veroorzaakte vertragingen bij leerlingen op cognitief en sociaal-emotioneel gebied en op het gebied van welbevinden binnen de looptijd van het programma (augustus 2021 tot en met juli 2025). Het negatieve effect van corona op de kansengelijkheid is daarbij een belangrijk aandachtspunt. Daarnaast biedt het programma een uitgelezen kans om te leren en de kwaliteit van het onderwijs duurzaam te verbeteren. Naast een bedrag in 2021/2022 voor specifieke onderwijsachterstanden is voor het schooljaar 202 1/2022 een bedrag van € 701,16 per leerling toegekend. Voor het schooljaar 2022/2023 is een bedrag toegekend van € 500 per leerling.

Ook worden er daarnaast weer specifieke achterstandsmiddelen ontvangen. De NPO-gelder, zijn toegekend tot en met juli 2023. Vanaf augustus zijn dus geen gelden meer ontvangen. De bestedingsperiode is echter uitgebreid met twee schooljaren, waardoor de besteding van de middelen plaats kan vinden tot en met juli 2025. De vanaf augustus 2023 gemaakte NPO-kosten worden gedekt uit de tot en met 31juli 2023 opgebouwde bestemmingsreserve.

A Ii'( S=S=

A..,.wc.t

Overige subsidies OCW De 'Overige subsidies OCW' kunnen als volgt worden gespecificeerd: €= 807.929

Overige subsi.iies OCW=

De 'Overige subsidies OGW' kunnen als volgt worden gespecificeerd: 9.613 102.423 106.824 490.474= NPO 98.596

Zij-instroom geoormerkte subsidie OCW Overige subsidies OGW Overgangsbekostiging NPO arbeidsmarkttoelage Basisvaardigheden

807.929

NPO Ongeveer 15% van de vestigingen met het grootste risico op onderwijsachterstanden kreeg voor de schooljaren 2021 -2022 en 2022-2023 een extra bedrag voor een arbeidsmarkttoelage voor het personeel dat daar werkt. De arbeidsmarkttoelage is bedoeld om tijdens het NP Onderwijs het werk op scholen met het grootste risico op onderwijsachterstanden aantrekkelijker te maken, en zo het herstel van kansengelijkheid te bevorderen. Scholen met een groot risico op onderwijsachterstanden hebben vaker moeite om vacatures te vervullen en hebben een hoger verloop. Terwijl goed personeel juist nu hard nodig is om alle leerlingen een kans op een volwaardige toekomst te geven. Aan OOE is op grond hiervan in 2023 een bedrag toegekend van ruim € 490.000. Ontvangen doorbel. Rijksbijdrage SWV Met passend onderwijs (PO) heeft OOE de verantwoordelijkheid om een leerling die ondersteuning nodig heeft een passende plek te bieden. OOE heeft hierbij een zorgplicht. Om aan die zorgplicht te voldoen werkt OOE samen met andere besturen in een tweetal regionale samenwerkingsverbanden. Het doel van Passend Onderwijs is om de kwaliteit van de leerlingenzorg te verbeteren zodat meer leerlingen met gepaste ondersteuning binnen het regulier onderwijs kunnen blijven. De samenwerkingsverbanden ontvangen vanuit het Rijk geld voor de te bieden (extra) ondersteuning.

Dit geld wordt over de scholen verdeeld op basis van de afspraken die in het samenwerkingsverband zijn gemaakt. Zo is meer maatwerk mogelijk en kan het geld zo veel mogelijk worden gebruikt voor ondersteuning op de reguliere school en in de klas.

Gemeentelijke bijdragen en subsidies Overige overheden Totaal overheidsbijdragen

Rekening=

Begroting=

Rekening

20231=

2023=

2022

148.209=

91.701=

50.000

284=

0=

48.261

148.494=

91.701=

L

98261

Gemeentelijke bijdragen en subsidies De gemeentelijke bijdrage van bijna € 148.000 heeft betrekking op de gemeentelijke subsidie in het kader van schakelklassen (deze baten worden ingezet ten behoeve van de financiering van extra formatie op obs De Barg) en op subsidies in het kader van cultuur (CMK).

A 1< S 0S

Overige baten

Opbrengst verhuur

Rekening=

Begroting=

Rekening

2023=

2023 1=

2022 1

258.536=

I= o=

Detachering personeel Ouderbijdragen Overig Baten (privaat) exploitatie tusserischoolse opvang

Totaal ove gebi

234 1 331= 0=

219.449 1 15.498j

01=

0

19.542=

8.500=

21.005

0=

0=

0

457.613=

242.633=

255.951

Opbrengst verhuur Aan verhuur van ruimte is in 2023 een bedrag ontvangen van bijna € 260.000. Het betreft hier voor het grootste deel de verhuur van ruimten in het kader van voorscholen. De ontvangen huur is aanzienlijk hoger dan in de begroting was geraamd. Dit wordt veroorzaakt doordat aan een kinderopvangorganisatie alsnog over de laatste vijf jaar een huurnota is opgelegd (€33.219). Detachering personeel Aan detacheringsbaten is in 2023 een bedrag gerealiseerd van bijna € 60.000. Het grootste deel daarvan wordt gerealiseerd door detachering van de controller voor 0,3 fte bij stichting openbaar primair onderwijs Borger-Odoorn. Overig De overige baten hebben voor het grootste deel betrekking op de door de gemeente vergoede kosten voor leerlingenvervoer. Een belangrijk deel (€ 60.000) heeft overigens nog betrekking op 2022.

A I'S S

Lasten

[Rekening= 2023=

Begroting= 2023=

Rekening 2022

Lonen, salarissen, sociale lasten en pensioenpremies Overige personele lasten

37.007.745= 3.019.540=

35.624.542= 2.012.151=

34.508.084 1.663.703

Ontvangen vergoedingen

40.027.285= -497.335=

37.636.693= -985.000=

36.171.787 -193.248

frl7Fi.r:i,-r.,rr= '771

39.529.950

36.651.693

35.971538

De totale maandelijkse loonkosten van de stichting bedragen bijna €3,1 miljoen. De totale personele lasten overschrijden de begroting met bijna 8% (€ 2.878.257; 7,85%). De lonen en salarissen c.a. kunnen als volgt worden gespecificeerd:

Lonen en salarissen Sociale lasten Vervangingsfonds Participatiefonds Pensioenpremies

Rekening 2023

Begroting 2023

Rekening 2022

26.349.489 4.064.383 0 593.2 14 6.000.660

25.364.649 3.9 12.472 0 571.042 5.776.379

24.93 7.07 1 3.811.363 11.400 337.291 5.402.356

37.007.745

3L624442

34.499.481

Zowel ten opzichte van de begroting, als ten opzichte van de vergelijkende cijfers van voorgaand jaar, is sprake van een sterke stijging van de lasten. Deze stijging mag feitelijk volledig worden toegerekend aan de hogere lasten voortvloeiende uit de nieuwe cao. Het gemiddeld aantal fte's (dus exclusief externe inhuur) over 2023 (2022: 434,51) kan als volgt worden gespecificeerd: Ete's per functiecategorie

Directie (mcl. locatiedirecteuren)=

30,86

Onderwijzend personeel=

300,12

Onderwijsondersteunend=

106,24

1O%

31; 7%

personeel

-=

437,22

Grafisch kan dit als volgt worden weergegeven: -DIR -OP -COP

AKSOSi..'.,:::..:

Het verloop van de formatie gedurende het kalenderjaar kan als volgt worden gepresenteerd: Verloop tijdelijke forniatie

Verloop vaste formatie 100

370

355

ç' -t.= -t,= -t,= -t,= 't.= -t-= '= "t.= 1= 't.= 't.= 't

ç

c;'t

1= "t,=

't

?' d'

çO

¼=

;,

-t.= -t,= -'t.= 't.= 't.= "t,= -'t,= -= -V

Uit het grafisch getoonde verloop van het aantal tijdelijke fte's blijkt in augustus de afname in de formatie. Dit heeft met name te maken met het beëindigen van tijdelijke contracten aan het einde van het schooljaar. In de maanden daarna ontstaat een lichte stijging van het aantal contracten door frictie en het tijdelijk opvullen van vacatures die ontstaan door natuurlijk verloop. Dit natuurlijk verloop zorgt er ook voor dat het aantal vaste contracten per saldo daalt. Het verloop van de uitgaven in het kader van de lonen en salarissen kan gedurende 2023 grafisch als volgt worden weergegeven: Uitgaven salarissen en premies SV C 3300.000 C 3.200.000 C 3.100.000 C 3.000.000

C 2.800.000 C 2 700 000 C 2.600.000

H

I'll

2023-01 2023-02 2023-03 2023-04 2023-05 2023-06 2023-07 2023-08 2023-09 2023-10 2023-11 2023-12

Er is in 2023 een nieuwe cao overeengekomen. De oude cao liep per 1 mei 2023 af. Onderhandelaars van de PO-Raad en de vakbonden AOb/FNV, CNV Connectief, FvOv en AVS zijn het in het eerste halfjaar van 2023 eens geworden over een onderhandelaarsakkoord voor de cao primair onderwijs. Daarin is een loonstijging afgesproken van 10% per 1juli 2023. Daarnaast kregen medewerkers in november een eenmalige uitkering en er zijn afspraken gemaakt over verschillende onderwerpen, zoals woon-werkverkeer, directeuren en participatiebanen. Na een piek als gevolg van de betaling van de vakantietoeslag in mei, is de uitwerking van de nieuwe cao duidelijk zichtbaar doordat de loonkosten ingaande juli 2023 aanzienlijk hoger liggen. De betaling van de bindingstoelage en de eindejaarsuitkering (EJU) zijn verder in het grafisch verloop van de uitgaven duidelijk zichtbaar.

A I'

s s

Specificatie overige personele lasten

Rekening=

Begroting

Rekening

2023=

2023

2022

Dotaties personele voorzieningen

605.485=

192.500

-53.491

Lasten personeel niet in loondienst

762.884=

455.150

Overige personele lasten

1.651.171=

1.364.501

39 1.462 1.325.732

Totaal overige personele lasten

3.019.540=

2.012.151=

1.663.703

Dotaties personele voorzieningen Op grond van de richtlijnen moet er een voorziening worden gevormd als een werknemer op balansdatum geheel of gedeeltelijk ziek is, het de verwachting is dat de ziekte blijvend is gedurende het dienstverband en de onderwijsinstelling niet is verzekerd voor dit risico. De hoogte van de voorziening wordt op persoonsniveau bepaald door de verplichte loondoorbetaling gedurende de resterende periode van ziekte of arbeidsongeschiktheid voor de betreffende medewerker te berekenen. OOE is in de periode van januari 2020 tot en met augustus 2020 eigen risicodrager geweest voor de WGA zonder dat dit risico privaat was herverzekerd. Uitkeririgslasten van oudmedewerkers die in die periode hun eerste arbeidsongeschiktheidsdag hebben gehad en vervolgens na twee jaar ziekte uit dienst zijn gegaan (en >35% arbeidsongeschikt zijn), worden door het UWV verhaald op OOE. Hiervoor dient een voorziening in de balans te worden getroffen ter grootte van 788.000. Het gaat op dit moment om een vijftal personen. Lasten personeel niet in loondienst Ten opzichte van de begroting, maar ook ten opzichte van het voorgaande verantwoordingsjaar zijn de kosten voor de externe inhuur aanzienlijk toegenomen.

Dit wordt voornamelijk veroorzaakt doordat het de laatste jaren steeds lastiger wordt om ontstane vacatureruimte in te vullen met eigen medewerkers, waardoor er noodgedwongen in eerste instantie extern moet worden ingehuurd. Inhuur van personeel geschiedt bijvoorbeeld voor de functies van directeur bedrijfsvoering, locatiedirecteur en voor adviseur communicatie. Daarnaast wordt sinds het voorjaar van 2023 ook de kwartiermaker voor de kinderopvang ingehuurd. Overige personele lasten De belangrijkste overige personele kosten kunnen als volgt worden gespecificeerd: Rekening= 2023=

Begroting

634.025

650.600

Personeel s activiteiten Personeelskosten (wkr) Personeelskosten (geen wkr) Overblijfkosten

285.456 106.9 10 153.048 160.704 92.2 14 15.173

Schoolmaatschappelijk werk Overig

56.389 147.251

162.000 52.500 172.550 44.000 89.2 30 15.750 48.000 129.87 1

Scholingskosten Kosten arbodienst en BGZ Schoolbegeleiding

1.651.171= Scholingskosten

AKSOS

-

2023

1.364.501

In 'scholing' wordt door OOE intensief geïnvesteerd. Uiteindelijk betekent dit, dat er wordt geïnvesteerd in mensen. De kwaliteit van de medewerkers wordt daarmee verhoogd. Dit heeft naar verwachting - zeker op termijn - een positief effect op de kwaliteit van het onderwijs. De onderschrijding wordt ook veroorzaakt doordat vanuit de NPO nu minder scholing wordt aangeboden. Via de OOE academie kan ingaande 2024 de scholing van alle OOE-personeel beter worden gemonitord. Kosten arbodienst en BGZ Het meest opvallend onder de overige personele lasten is wellicht de overschrijding van de kosten van de arbodienst. Bijzonderheden hierin doen zich eigenlijk niet voor, zodat moet worden vastgesteld dat deze post in de begroting te laag is geraamd. Door het nog beter inrichten van casemanagement kan mogelijk in 2024 hierop worden bespaard. Werkkostenregeling Een overzicht van de werkkostenregeling kan als volgt worden weergegeven: Werkkostenregeling Maand

Heffingsloon=

Januari

1.712.078

Vrije ruimte

Bestedingen PSA

400.000=

3,00%

12.000

1.312.078=

1,18%

15.483

FA

27.483

1.000

672

Februari

1.750.754

20.659

0

449

Maart

1.715.198

20. 239

0

1.786

April

1.724.528

20.349

0

5447

Mei

3.480.729

41.073

12. 116

27.754

Juni

1.775.770

20.954

900

13.517

Juli

1.936.569

22.852

604

15.697

Augustus

2.295.024

27.081

133

3.091

September

1.837.945

21.688

238

11.395

Oktober

1.852.082

21.855

401

14.681

November

2.062.428

24.337

684

12.346

December

3.447.275

40.678

52.591

53.869

25.590.381

309.246=

68.667=

160.704

Recapitulatie 309.24€

Vrije ruimte Uitputting gerealiseerd PSA

68.667

Uitputting gerealiseerd FA

160.704 229.371

Resterende vrije ruimte 2023

AKSOS.

Rekening= 2023=

Begroting= 2023=

Rekening

Ontvangen vergoedingen van het Vervangingsfonds Ontvangen vergoedingen van het UWV

0= 497.335=

0= 985.000=

0 193.248

Totaal ontvangen vergoedingen

497.335=

985.000=

193.24*

2022

De ontvangen vergoedingen worden gevormd door de ontvangsten van het UWV. De UWVuitkeringen hebben betrekking op de vergoedingen in verband met zwangerschappen. Vergoedingen van het Vervangingsfonds komen binnen OOE niet voor, aangezien OOE al een aantal jaren eigen risicodrager (ERD) is voor de ziektewet en daarmee geen vergoedingen ontvangt in verband met de vervanging van ziek personeel (daar staat uiteraard tegenover dat ook geen premies worden betaald).

Rekening= 2023=

Begroting= 2023=

Rekening 2022

0=

0=

0

783.063=

963.255=

892.182

783.063=

963.255=

892.182

Afschrijvingen immateriële vaste activa Afschrijvingen materiële vaste activa

De gerealiseerde afschrijvingslasten verdeeld over de diverse activarubrieken komen als volgt tot stand:

Afschrijving Bedrijfsgebouwen AfscFtrijvingskosten CT Afschrijvingskosten meubilair Afschrijving Verbouwingen Afschrijvingskosten OLP Afschrijving ICT Afschrijving Meubilair Afschrijving Overige MVA Afschrijving Onderwijsleerpakket

Rekening=

Begroting

2023=

2023

36.808 297.594 56.656 0 181.054 0 154.499 56.452 0

0 0 0 171.015 0 470.636 166.694 13.834 141.076

De afschrijvingskosten vloeien voort uit de in het verleden verrichte investeringen. In de verslagperiode zijn de volgende investeringen gedaan: Gebouwen en terreinen= Inventaris, meubilair en apparatuur= CT= Onderwijsleerpakket= Overige materiële vaste activa=

AKSOS'..

104.674

645.677 713.359 208.228 63.667

Ten opzichte van de begroting zijn de gerealiseerde afschrijvïngslasten aanzienlijk lager. Naast het feit dat in werkelijkheid minder is geïnvesteerd dan was voorzien, wordt dit voor een belangrijk deel ook veroorzaakt door de doorgevoerde stelselwijziging in het kader van groot onderhoud. Door deze wijziging in de verslaglegging komen ingaande het jaar 2023 geen afschrijvingskosten op groot onderhoud meer voor. vestins!asten Rekening= 2023=

Begroting= 2023=

Rekening 2022

Huu ria sten Verzekeringsiasten Ond e rh ouds lasten Energie en water Sch oon maak lasten Belastingen en heffingen Dotatie voorziening onderhoud Overige huisvestingslasten

303.640= 23.811= 691.442= 1.086.162= 748.069= 48.798= 674.333= 325.972=

309.750= 0= 632.693= 1.250.563= 734.596= 43,340= 0= 298.048=

221.668 565 617.885 547.631 669.312 129.891 0 79 997

Totaal huisvestingslasten

3.902.227=

3.268.990=

2.266.949

Huurlasten De huurlasten worden met name gevormd door de huur van obs De Kubus en cbs Delftlanden. Beide panden worden 'gehuurd' van de gemeente Emmen. De huur is gelijk aan het gebouwafhankelijke deel van de materiële bekostiging (Ml) zoals die in het verleden van het Rijk werd ontvangen. Daarnaast wordt ook de huur van het bestuurskantoor onder deze post verantwoord. Onderhoudslasten De onderhoudslasten kunnen als volgt worden gespecificeerd:

Klein onderhoud Tuinonderhoud Preventief Onderhoud Planmatig onderhoud Correctief onderhoud

Rekening= 2023=

Begroting 2023

Rekening 2022

93.948= 117.510= 170.478= 0= 309.507=

70.193 107.500 230.000 25.000 200.000

36.728 114.710 225.138 22 .0 16 219.2 93

691.442=

632.693

617.885

Inhoudelijk zijn er over 2023 ten aanzien van het onderhoud geen bijzonderheden te vermelden. Het planmatig onderhoud bedraagt als gevolg van de doorgevoerde stelselwijziging ingaande 2023 € 0. Energie en water Als gevolg van de internationale ontwikkelingen op de energiemarkt, is de prijs voor met name gas sinds september 2021 fors gestegen. Begin 2021 was de gemiddelde gasprijs nog geen € 0,80 per m3 gas. In 2022 is de gasprijs vervolgens flink opgelopen. Op enig moment bedroeg de gasprijs zelfs bijna € 4. Sinds september 2022 dalen de gasprijzen sterk. De huidige gasprijs bevindt zich reeds onder de € 1,50. Door deze aanzienlijke daling zijn de werkelijke kosten voor het gasverbruik ruim binnen het begrote bedrag uitgekomen. Doordat OOE gas en elektriciteit via de gemeente betrekt vanuit een inkoopcollectief waarbij de prijzen van in de toekomst afte nemen volumes periodiek worden 'geclicked', is de stijging

AKsOs

van de tarieven in het verleden relatief beperkt gebleven. De markt van gas, maar ook van elektriciteit, blijft in beweging. De belangenbehartiger van het inkoopcollectief volgt de markten prijsontwikkelingen en clickt' de juiste prijzen jaarlijks op strategische momenten vast. Dat wordt gedaan op basis van het vastgestelde totaalvolume van alle deelnemers. Hiermee worden grote prijsfluctuaties voorkomen en worden marktconforme en scherpe tarieven verzekerd. De Vrije Energie Producent (DVEP), die energie levert aan het collectief Drenthe, is per 1 januari 2024 gestopt met de levering van gas en elektriciteit in Nederland. Het besluit van DVEP om te stoppen met de levering van gas en elektriciteit heeft te maken met de slechte financiële situatie van het bedrijf als gevolg van een aantal moeilijke jaren in combinatie met de onstuimige energiemarkt sinds de oorlog in Oekraïne. Een ander belangrijk punt is dat de Amerikaanse moedermaatschappij UGI van DVEP heeft aangegeven volledig uit de Europese markt te stappen. UGI heeft ruimte gegeven aan DVEP om tot een ordentelijke afwikkeling van de contracten te komen. Het opzeggen van het contract door DVEP heeft geen gevolgen voor het samenwerkingsverband. Ingaande 2024 is de energielevering van DVEP overgenomen door Vattenfall en Eneco. Rekening=

Begroting

Rekening

2023=

2023

2022

Gasverbruik

793.407=

961.691

343.948

Electra

243.265= 49.490=

249.212 39.660

163.852

1.086.162=

1.250.563=

547.631

Water

39.830

'°nnpnr' 70?1 .

,andn

A /\

.,= \. -.---.,= ,..'. S S S S S S S S 555= .-

, ---.-...

5=

rssr

55

. ,—,—...--..

, --o..--'

Schoon ma a kla sten Inmiddels zijn de voorbereidende werkzaamheden voor de nieuwe Europese aanbesteding van het schoonmaken begonnen. In het voorjaar van 2024 zullen deze naar verwachting zijn afgerond. Het huidige schoonmaakbedrijf heeft te maken met krapte op de arbeidsmarkt. Hierdoor wordt het heel lastig om vervanging te krijgen bij ziekte. Dit heeft helaas zijn weerslag op de kwaliteit van de schoonmaak. Dotatie onderhoudsvoorziening Per boekjaar 2023 is overgestapt op het vormen van een onderhoudsvoorziening volgens de componentenmethode. Vanuit het meerjarenonderhoudsplan is hiervoor een jaarlijkse dotatie berekend.

AI" S S

M,iI •

Overige huisvestingsiasten De overige huisvestingsiasten bestaan uit allerlei facilitaire kosten; bijvoorbeeld met betrekking tot controles van speelzalen, kwaliteitsinspecties van speeltoestellen, locatiestudies en energiemonitoring.

Administratie en beheer Inventaris en apparatuur Leer- en hulpmiddelen Dotatie overige voorzieningen Ovenge kosten Lasten (privaat) exploitatie tussenschoolse opvang

Rekening= 2023=

Begroting= 2023=

Rekening 2022

758.84= 183.972= 1.315.797= 0= 834.119= 0=

517.290= 59.862= 1.229.506= 0= 791.426= 0=

778.487 121.341 1.414.838 0 933.228 0

3.092.728=

2.598.084=

3.247.895

Administratie en beheer De lasten inzake 'Administratie en beheer' kunnen als volgt worden gespecificeerd:

Contributie besturenorganisatie Bestuurstoelage/vacatiegelden Accountantskosten Administratiekosten Doorbelasting categorie 11 bedrijf 1 Telefoon/internet kosten Kantoorbenodigdheden Drukwerk/Reproductie kosten Oveng

Rekening= 2023=

Begroting= 2023=

Rekening 2022

72.436= 33.447= 38.911= 216.085= 0= 197.827= 78.802= 103.093= 18.241=

54.000= 35.000= 25.000= 240.000= 0= 0= 32.800= 103.900= 26.590=

65.155 31 .044 51.352 245.689 0 163.665 67.115 93.501 60.966

75L840=

517.290

_______

Contributie besturenorganisatie De lasten die gepaard gaan met het lidmaatschap van de PO-Raad, Vos/abb en Onderwijsgeschillen worden hier verantwoord. Bestuurstoelage vacatiegelden De leden van de Raad van Toezicht ontvangen voor hun werkzaamheden een vergoeding. De hiermee gepaard gaande kosten worden onder deze noemer verantwoord.

AKSOS.

Accou nta ntskosten De accountantskosten bestaan voor een deel uit de in rekening gebrachte (dan wel nog in rekening te brengen) bedragen voor het onderzoek van de jaarrekening (interim- en jaarrekening controle): - Kosten onderzoek van de jaarrekening 2023 - Kosten onderzoek van de jaarrekening 2022 (afrekening) - Lasten ten behoeve van andere controleopdrachten - Fiscale advisering - Overige accountantslasten

25.289 4.017 1.739 7.865

38.911 De overige accountantskosten hebben betrekking op de door Aksos uitgevoerde IT risicoanalyse. Administratiekosten Vanaf 1januari 2022 wordt een belangrijk deel van de financiële en de personeels- en salarisadministratie uitbesteed aan Merces in Eist. De hiermee gepaard gaande kosten hebben over de afgelopen periode ruim €216.000 bedragen. Telefoon-/internetkosten De kosten voor telefoon en internet worden in de begroting op een andere post geraamd (ICT-contracten en -abonnementen; onderdeel overige lasten), waardoor er hier sprake is van een overschrijding. Leer- en hulpmiddelen De lasten inzake 'leer- en hulpmiddelen' kunnen als volgt worden gespecificeerd:

Leermiddelen/verbruiksmateriaal Licenties methoden Bibliotheek Culturele vorming Administratieve software Praktijkopleiding Leerlingen Overig

Rekening=

Begroting=

Rekening

2023=

2023=

2022

550.275 589.807 5.642 93.573 65.663

668.320 438.357 1.600 75.869 36.360

780.680 461.000 254 53.606 111.445

10.83 8 0

9.000 0

7.853 0

1.315.797

1.229.506

1.414.838

Leermiddelen/verbruiksmiddelen De middelen die worden ontvangen van OCW in het kader van verbruiksmateriaal OLP, worden volledig beschikbaar gesteld aan de scholen (in het kader van zelfbeheer). De feitelijke uitgaven op deze post zijn zeker ten opzichte van het voorgaande verslagjaar aanzienlijk lager. Dit wordt veroorzaakt doordat met name 2022 nog aanzienlijk werd beïnvloed door uitgaven in het kader van de NPO. In 2023 is dat veel minder bet geval. Licenties methoden Een belangrijk deel van de gemaakte licentiekosten OLP wordt veroorzaakt door de licentiekosten (chromebookpakket) voor Snappet. Veel methoden worden de laatste jaren in de vorm van licenties afgenomen, waardoor deze post de laatste jaren snel stijgt. Ook in 2023 is weer van een duidelijke stijging sprake.

A1< Sc s

Administratieve software Onder deze post werd in 2022 de migratie van de netwerken van de gemeente naar OOE verantwoord: € 66.400. Met name hierdoor waren deze lasten voorgaand jaar veel hoger. Overige kosten De lasten inzake Overige kosten kunnen als volgt worden gespecificeerd:

PR/Marketing en Communicatie ICT Hardware ICT licenties ICT websites ICT abonnementen/contracten ICT beheer en onderhoud ICT overige lasten CT verhuizing/nieuwbouw Schoolreisjes en excursies Kosten (G)MR/OR Leerlingbegeleid ing Testen en toetsen Werving/advertentiekosten Overige lasten

471.417=

{

Rekening= 2023=

Begroting= 2023=

Rekening 2022

26.790 10.591 131.599 40.806 66.789 105.7 02 7 9.45 1 36.478 106.034 12.164 4.630 560 265 212.2 60

67.650 30.000 48.700 18.000 146.000 100.000 108.500 0 122.200 33.853 40.500 3.000 10.000 63.023

17 .526 9.168 121.533 17.500 88.622 189.222 115.490 0 73.664 10.290 605 0 0 289.608

834.119=

791A26=

933.228

ICT

Door de verzelfstandiging zijn er met name in 2022 extra kosten gemaakt voor ICT (€ 541.536). Daardoor is er ultimo 2023 sprake van een onderuitputting van het budget. Overige lasten Een grote post die in 2022 onder deze noemer werd verantwoord, had betrekking op de kosten van het Atlastheater in het kader van de jaarlijkse onderwijsdag. In 2023 worden deze kosten verantwoord onder de personele kosten. Structureel worden onder deze noemer ook de lasten verantwoord van het leerlingenvervoer voor zwemonderwijs en de lasten van de brede scholen.

AKSOS.::.

Financiële baten en lasten Financiële baten Rekening=

Begroting=

Rekening

2023=

2023=

2022 0

79.012=

0=

Ontvangen dividenden

0=

0=

0

Waardestijging financiële activa en effecten

0=

0=

0

Opbrengsten vorderingen vaste activa en effecten

0=

0=

0

79.012=

0=

0

Rentebaten

Totaal financiële baten

Bij het uitzetten van gelden wordt geconformeerd aan het treasurystatuut. Als gevolg van negatieve rente werden in 2022 geen rentebaten verantwoord. Door de stijgende rente worden er over 2023 wel weer rentebaten gegenereerd. Deze baten worden echter pas per 1 januari 2024 feitelijk ontvangen, maar worden uiteraard in de jaarrekening over 2023 verantwoord. Rabo B.clrijfsSpaarR.k.ning

De rente van de Rabo BedrijfsSpearRekenrng 15 vôrrnbel. Dit betekent dat de rente op elk moment ken wijzigen De rente is afhankelijk van de hoogte van jouw spaartegoed. Wij berekenen de rente op basis van schijven Deze schijven en bijbehorende rentes kunnen wijzigen. Isje spaartegoed bijvoorbeeld € 125.000, den geldt over de eerste € 20.000 de rente van de eerste schijf. Over het deel van je saldo boven de € 20.000 tim € 100 000 geldt de rente die hoort bij de tweede schijf. En voor het deel van je saldo boven € 100 000 tot maximaal €5 miljoen geldt cie rente van de derde schijf In ondei staand schema zie je de actuele rentes op jaarbasis per schijf.

B.drag=

R.nts

€0 tim €20.000=

1,70%

Boven € 20000 tim €100.000=

1,60%

Boven €100.000 tim €5 miljoen

1,50%

Boven €5 miljoen

0,00%

Deze soldoschijven en rentes gelden vonaf 11 september 2023 Wijzigingen voorbehouden.

Financiële lasten Rekening=

Begroting=

Rekening

2023=

2023=

2022

2800=

4.000=

0=

0=

Rentelasten Waardedaling financiële activa en effecten Totaal financiële lasten

2.800=

22

H 22j

Vanaf 1 mei 2020 werd door de Rabobank rente berekend als saldi op bankrekeningen een bedrag van € 1.000.000 overschreden. Vanaf 1 januari 2021 werd die grens verlaagd naar

A F(# 0 _ ' ••t

',% .-

"

€ 250.000 en vanaf 1juli 2021 werd zelfs al rente in rekening gebracht vanaf een saldo van € 100.000. Per saldo is daardoor in 2022 voor een bedrag van € 22.676 aan negatieve rente betaald. Dit kon nog - relatief - worden beperkt doordat de financiële afrekening met de gemeente (hieruit vloeide een te ontvangen bedrag voort van € 4,6 miljoen) pas medio 2022 heeft plaatsgevonden. Vanaf het laatste kwartaal van 2022 wordt door de huisbankier weer rente vergoed. Hierop is geanticipeerd door een bedrijfsspaarrekening te openen waarop sinds begin 2023 tijdelijk overtollige liquide middelen worden belegd. Het verantwoorde bedrag van € 2.800 heeft betrekking op bankkosten die samenhangen met het betalingsverkeer.

AKSOS

Model G

Gi. subsidies waarbij het eventueel niet oongeweode deel van de subsidie, mits de activiteiten volledig zijn uitgevoerd. kan worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt

Omschrirllng=

Toevijzingskenmerk=

Datum=

De actmteiten zijn ultimo verslagjaar conform de subsidiebeschikking geheel uitgevoerd en afgerond Status Ja=

Opleidingsscholen

OS-2022-C-002

01-08-2022

Studieverlof Lisdodde

1278626-1

20-07-2022

V

Studieverlof Catamaran

1278186-1

20-07-2022

VI

Zh-in strO fl1

1382314-1

14-11-2023

Ja=

De subsidie is afgerond conform de subsidieverplichtingen

Nee=

De subsidie is afgerond in strijd met de subsidieverplichtingen

Onderhanden=

De subsidie loopt nog conform de subsidieverplichtingen

Nee=

Onderhanden

V

V

83

AKSOS'

Ondertekening CvB en RvT De jaarrekening is goedgekeurd (RvT) en vastgesteld (CvB) op 18-06-2024

J.P. Wassens (voorzitter Raad van Toezicht)

C. Japenga (lid Raad van Toezicht)

L. Slinkman (lid Raad van Toezicht)

M. Oldenziel (lid Raad van Toezicht)

K. de Groot (lid Raad van Toezicht)

Ondertekening namens het bevoegd gezag: E. Vredeveld (voorzitter College van Bestuur)

AKS S

»

M..-.)

Wet Normering Topinkomens (WNT) De WNT is van toepassing op stichting Openbaar Onderwijs Emmen. Het college van bestuur fungeert als bevoegd gezag. Als toezichthouder fungeert de raad van toezicht. Het voor Openbaar Onderwijs Emmen toepasselijke bezoldigingsmaximum bedraagt in 2023 € 189.000. (Het bezoldigingsmaximum voor het onderwijs, klasse E, totaalscore 13 punten. Hiervan zijn 6 complexiteitspunten voor de totale baten, 3 complexiteitspunten voor het aantal leerlingen en 4 complexiteitspunten voor het aantal onderwijssoorten). 1. Bezoldiging topfunctionarissen la. Leidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking en leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf de 13e maand van de functievervulling alsmede degenen die op grond van hun voormalige functie nog 4 jaar als topfunctionaris worden aangemerkt.

']1= 'A7'fl! Functiegegevens=

Directeur bestuurder

Aanvang en einde functievervulling in= 2023= Omvang dienstverband (als deeltijdfactor= in fte) Dienstbetrekking?=

/= -

/

1 ja

Bezoldiging Beloning plus belastbare= onkostenvergoedingen

156.813

Beloningen betaalbaar op terrrijn=

22. 593

Subtotaal=

179.406

Individueel toepasselijke= bezoldigingsmaxinum

189 000

-I - Onverschuldigd betaald en nog niet= terugontvangen bedrag

Nv t 179.406

Bezoldiging=

Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan= niet is toegestaan

N.v.t.

Toelichting op de vordering wegens= onverschuldigde betaling=

N .

4

Gegevens 2022 , ]ii=

I f°I [1,W=

Functiegegevens=

r.):{1 II

'i=

Directeur bestuurder=

Alg. Directeur

01/02= 31/12=

01/01 - 28/02

Aanvang en einde functievervulling in 2022= Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)=

1=

1

Dienstbetrekking?=

ja=

ja

Bezoldiging

Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen=

133.373=

19.285

20.504=

3.265

Subtotaal=

153.877=

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Emmen&id=bb76f80b-354f-4d41-bb81-236738df271a