CConstaterende datEmmen
Koppel je AI →
Document · PDF

Enexis Netbeheer - Investeringsplan 2024

Commissie Wonen en Ruimte 12 maart 2024, gemeente EmmenBij agendapunt: Brief wethouder Schrik inzake toezegging toezenden Investeringsplan 2024 Enexis Netbeheer39.382 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

Vanwege de langere doorlooptijden van netuitbreidingen in de hoogspanningsnetten, is de planning van TenneT voor het oplossen van de transportschaarste vaak maatgevend. Het bepaalt namelijk wanneer er daadwerkelijk transportcapaciteit aan klanten vrijgegegeven kan worden. Het is voor Enexis Netbeheer niet altijd zinvol om haar eigen capaciteitsknelpunten in die gebieden al veel eerder op te lossen. Enexis Netbeheer kiest er dan ook voor om haar investeringen in gebieden met transportschaarste in het bovenliggende hoogspanningsnet zo goed mogelijk af te stemmen op de planning van TenneT. Dit betekent dat Enexis Netbeheer, indien de eigen uitvoeringscapaciteit beperkend is, een deel van haar investeringen naar achter kan schuiven ten faveure van investeringen in andere gebieden waar geen sprake is van transportschaarste in de hoogspanningsnetten of waar de limieten van Tennet nog hoger liggen dan die van Enexis Netbeheer. Ook hierdoor kunnen lager geprioriteerde projecten soms eerder uitgevoerd worden. 3.4.4 Optimalisatie werkpakket Zoals hierboven beschreven kunnen externe beperkingen ervoor zorgen dat de planning van de uitvoering van projecten verandert ten opzichte van de eerdere prioritering. Op het moment dat de start van een project nadert en de projecten concreter worden vindt nog een optimalisatie van het werkpakket voor de komende paar jaar plaats.

Hierbij speelt een aantal praktische uitvoeringsaspecten een rol die ervoor kan zorgen dat er geschoven wordt met de planning van de projecten. Het gaat hierbij veelal niet meer om grote verschuivingen in tijd. Redenen voor verschuiven kunnen zijn:

Methodiek

25

Inhoud

▪

Inleiding

Profiel en strategie Methodiek

Ontwikkeling en scenario’s

Capaciteit Kwaliteit

Netgerelateerd

Totaal

Bijlagen

Wanneer er voor een bepaalde netuitbreiding een beroep moet worden gedaan op schaars specialistisch personeel dat op dat moment niet beschikbaar is, dan kan ervoor gekozen worden om een andere netuitbreiding voorrang te geven.

▪

De inzet van uitvoeringscapaciteit wordt efficiënter door losstaande projecten op dezelfde stationslocatie gelijktijdig uit te voeren. De planning van deze werkzaamheden moet hiervoor op elkaar worden afgestemd.

▪

Enexis Netbeheer is regionaal georganiseerd waarbij de regionale uitvoeringscapaciteit primair wordt ingezet voor projecten in de eigen regio. In geval van eventuele verschillen in werklast tussen regio's, kan de ene regio de andere wel te hulp schieten, voor zover dat mogelijk is vanwege regiospecifieke kennis.

Nadat al deze stappen doorlopen zijn, is het totale werkpakket in de tijd ingepland. Als gevolg van de grote investeringen die ten behoeve van de energietransitie nodig zijn in de netten van Enexis Netbeheer, lukt het momenteel helaas niet om alle investeringen tijdig uit te voeren. Een deel van de werkzaamheden zal daarom doorgeschoven moeten worden. Dit betreft vooral klantgedreven werk. De investeringen die in dit investeringsplan benoemd worden, zijn de investeringen die wel mogelijk zijn. Dit is dus het zogenaamde ‘maakbare werkpakket’. Dit maakbare pakket aan capaciteitsinvesteringen is te vinden in hoofdstuk 5 van dit IP en het pakket voor kwaliteitsinvesteringen in hoofdstuk 6.

Methodiek

26

Inhoud

Inleiding

Profiel en strategie Methodiek

Ontwikkeling en scenario’s

Capaciteit Kwaliteit

Netgerelateerd

Totaal

Bijlagen

Maakbaarheid Met maakbaarheid bedoelen we de mate waarin werkzaamheden ten behoeve van het energiesysteem kunnen worden uitgevoerd. Daarbij spelen meerdere factoren een rol, zoals: ▪

De beschikbaarheid van voldoende (technisch) personeel. Ondanks wervingscampagnes en de eigen opleidingsvoorzieningen, kampen de netbeheerders – net als de gehele technische sector – met een personeelstekort.

▪

De beschikbaarheid van de ruimte en de doorlooptijd van vergunningsprocedures kan ertoe leiden dat de totale duur van aanleg van kabels, leidingen en netcomponenten als transformatorstations gemiddeld ruim tweemaal zo lang is als de feitelijke constructietijd. De realisatie van een hoogspanningsstation duurt bijvoorbeeld gemiddeld 6 jaar.

▪

De beschikbaarheid van kabels en andere materialen; de praktijk wijst uit dat er in Europa regelmatig een leveringsprobleem is dat slechts gedeeltelijk te ondervangen is door voorraadbeheer.

Omgang met maakbaarheidsbeperkingen Beperkingen in voorspellingsnauwkeurigheid, vertragingen in uitvoering en maakbaarheidsbeperkingen kunnen leiden tot netcongestie of file-op-het-net: De vraag naar transportcapaciteit groeit op dit moment sneller dan dat de transportcapaciteit van het net kan worden uitgebreid. De groeiende Europese en landelijke ambities om de energietransitie te versnellen en de crisis in Oekraïne versterken dit effect. Om deze ontwikkeling te beheersen, werken overheden, stakeholders en netbeheerders samen in het Landelijk Actieprogramma Netcongestie (LAN). Daarnaast werken de Nederlandse netbeheerders aan een Nationale Uitvoeringsagenda die vanuit netbeheerders-perspectief schetst wat er nodig is om de Nederlands klimaatambities te realiseren. Landelijk Actieprogramma Netcongestie De onderwerpen waaraan in het LAN wordt gewerkt zijn: ▪

Het versnellen van het tempo waarmee investeringen kunnen worden gerealiseerd (Spoor 1: Sneller bouwen);

▪

Het verhogen van de benuttingsgraad van de aanwezige infrastructuur en het beïnvloeden van het gebruik van de infrastructuur zodat deze efficiënter wordt benut (Spoor 2: Sterker sturen & Beter benutten),

▪

Het stimuleren van het aanbieden en benutten van flexibiliteit bij aangeslotenen in het gebruik van netcapaciteit (Spoor 3: Vergroten flexcapaciteit).

Uitvoeringsagenda Als we onze nationale economische en maatschappelijke ambities willen behalen én de klimaatdoelen willen waarmaken, mogen de elektriciteitssector, de industrie en een groot deel van de andere sectoren in de periode 2035-2040 al (bijna) geen CO2 meer uitstoten. De netbeheerders zijn ervan overtuigd dat de klimaatambities en de verbouwing die hiervoor nodig is, haalbaar zijn. Samen kunnen we de klimaatambities halen en de economie openhouden en zelfs stimuleren. Op veel plaatsen hebben overheden, markt, klanten en netbeheerders deze opgave al opgepakt. Netbeheerders zijn sterk aan het opschalen en bouwen zoveel mogelijk infrastructuur bij. Maar er is meer nodig. We moeten de uitvoering versnellen. Dat kan alleen door samen - netbeheerders, aannemers, opdrachtgevers en (mede)overheden, bedrijven en burgers - anders met energie om te gaan en anders samen te werken in de uitvoering. In de Nationale Uitvoeringsagenda die eind 2023 door de gezamenlijke netbeheerders wordt uitgebracht, doen de netbeheerders een aanzet hoe deze versnelling van nu tot 2035-2040 te realiseren en wordt perspectief geboden aan alle energiegebruikers, van industrie tot consument. Deze uitvoeringsagenda is een vertrekpunt. Na de publicatie gaan wij met onze stakeholders in gesprek om de uitvoeringsagenda gezamenlijk nog beter en scherper te maken.

Methodiek

27

Inhoud

Inleiding

Profiel en strategie Methodiek

Ontwikkeling en scenario’s

Capaciteit Kwaliteit

Netgerelateerd

Totaal

Bijlagen

3.5 pMIEK Om aan de snel toenemende vraag naar – en aanbod van – elektriciteit te kunnen voorzien, werken netbeheerders hard aan het energiesysteem van de toekomst. Dat vraagt grote spoed en grote investeringen. Echter, niet alles kan tegelijkertijd. Daarom heeft het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) een prioriteringskader voor de investeringsplannen opgesteld. Dit kader is erop gericht om meer prioriteit te geven aan energie-infrastructuurprojecten uit het Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie & Klimaat (MIEK). Dat betekent dat energie-infrastructuurprojecten die belangrijk zijn voor de energietransitie, zoals de aansluiting van windparken op zee en grote netuitbreidingen voor de verduurzaming van de industrie en van woningen, prioriteit kunnen krijgen. Het kader richt zich nadrukkelijk op uitbreidingen van het net, niet op individuele klantaansluitingen.

Nationale en provinciale Meerjarenprogramma’s Infrastructuur Energie & Klimaat (MIEK) Nationaal MIEK (nMIEK): In een zorgvuldige afwegings- en besluitvormingsproces worden alle potentiële MIEK-projecten beoordeeld op toekomstbestendigheid, urgentie, nationaal schaalniveau en maatschappelijk belang. De nationale MIEK-projecten zijn op dit moment onder andere de netten op zee voor aansluiting van windparken en de verduurzaming van de vijf grootste industrieclusters. Provinciaal MIEK (pMIEK): De provincies, gemeenten en netbeheerders identificeren de benodigde toekomstige energie- en grondstoffen infrastructuur van regionaal schaalniveau. Op basis van regionale ontwikkelingen en ruimtelijke plannen voor o.a. woningbouw, de lokale warmtetransitie, duurzame opwek, elektrisch vervoer, de (verduurzaming van) de agrarische sector en de verduurzamingsplannen van regionale industrie worden de belangrijkste projecten op regionaal schaalniveau geïdentificeerd.

Met dit kader krijgen uitbreidingen met grote maatschappelijke impact meer prioriteit in het investeringsplan en in de realisatie van projecten door overheden. Door in een gezamenlijk programmeringsproces keuzes vast te leggen in nationale en provinciale MIEK's is het mogelijk om bij uitbreidingsinvesteringen naast klant-, plan- en scenario-gedreven inzichten rekening te houden met provinciale en landelijke prioriteiten. Hier kunnen in voorkomende gevallen ook nieuwe investeringen uit voortkomen. Publieke belangen krijgen zo een grotere rol in de afweging waar en wanneer (nieuwe) energie-infrastructuur wordt gerealiseerd. Andersom spannen provincies zich in om pMIEK-projecten versneld in te passen in ruimtelijke plannen en vergunningsprocedures te versnellen. Onderlinge prioritering van individuele klantaansluiting geen onderdeel prioriteringskader Het door het ministerie van EZK opgestelde kader heeft betrekking op uitbreidingen van het net en niet op de aansluitvolgorde van individuele klantaansluitingen (een bedrijf, school, kantoorgebouw) en de toegang van klanten op het netwerk. Het aansluiten van individuele klanten dient op basis van Europees recht nondiscriminatoir te gebeuren door de netbeheerders, op volgorde van aanvraag (first come, first served). De ACM houdt hier toezicht op.

Eind februari 2023 heeft de ACM aangegeven ruimte te willen bieden aan netbeheerders om in congestiegebieden voorrang te verlenen aan individuele projecten die helpen congestie te verminderen of aan projecten met een maatschappelijke functie. Ten tijde van het opstellen van het investeringsplan 2024 is dit nog onvoldoende concreet voor de netbeheerders om dit mee te kunnen nemen in de prioritering voor netuibreidingen. Algemene bevindingen pMIEK 1.0 Alle provincies binnen het verzorgingsgebied van Enexis hebben een pMIEK document opgeleverd. De eerste versies zijn eind maart 2023 opgeleverd. Een aantal provincies heeft eind juni 2023 nog een nieuwe versie gepubliceerd. Van deze pMIEK documenten waren uiteindelijk alleen die van de provincies Overijssel en

Methodiek

28

Inhoud

Inleiding

Profiel en strategie Methodiek

Ontwikkeling en scenario’s

Capaciteit Kwaliteit

Netgerelateerd

Totaal

Bijlagen

Noord-Brabant concreet genoeg om meegenomen te kunnen worden in de planning van de projecten voor dit IP. Beide provincies hebben een aantal projecten op HS/MS stations benoemd welke met een hogere prioriteit uitgevoerd moeten worden. Andere provincies presenteerden slechts een afwegingskader om pMIEK projecten te selecteren of waren nog dermate algemeen dat er geen specifiek projecten aan gekoppeld konden worden. In dit IP zijn dus alleen voor de provincies Overijssel en Noord-Brabant pMIEK projecten meegewogen in de prioritering. In de tabel met investeringsprojecten in Bijlage 9.2 zijn deze projecten met een * gemarkeerd. Voor de overige provincies was de pMIEK helaas nog niet dermate concreet dat er aan specifieke projecten een pMIEK status toegekend kon worden. In 2024 worden er per provincie energievisies opgesteld waaruit begin 2025 pMIEK 2.0 projecten opgeleverd zullen worden. Hiermee kunnen hopelijk in het volgende IP voor alle provincies de pMIEK projecten meegewogen worden.

Methodiek

29

Inhoud

Methodiek

Inleiding

Profiel en strategie Methodiek

Ontwikkeling en scenario’s

Capaciteit Kwaliteit

Netgerelateerd

Totaal

Bijlagen

30

Inhoud

Inleiding

Profiel en strategie Methodiek

Ontwikkeling en scenario’s

Capaciteit Kwaliteit

Netgerelateerd

Totaal

Bijlagen

4 Ontwikkelingen en scenario’s voor IP2024 4.1 Inleiding Alle netten van de landelijke en regionale netbeheerders samen vormen de transportinfrastructuur van het energiesysteem. Daarom zijn de scenario’s voor de investeringsplannen, editie 2024 (IP2024), door de landelijke en regionale netbeheerders gezamenlijk opgesteld. De kwalitatieve verhaallijnen van de scenario’s zijn vergelijkbaar met die voor de investeringsplannen 2022, met een uitgebreide update op basis van de meest recente inzichten op het vlak van energie- en klimaatbeleid en verder geconcretiseerde sectorale plannen. Voor het actualiseren van deze scenario’s is sterker dan bij voorgaande investeringsplannen samenwerking gezocht met externe stakeholders. Stakeholders hebben op vele onderwerpen die terugkomen in de scenario’s meegedacht en input geleverd. De uitwerking van de gezamenlijke scenario’s onder de vlag van Netbeheer Nederland heeft geleid tot een uitgebreid document, dat is gedeeld met de stakeholders en op 20 februari 2023 is gepubliceerd op de website van Netbeheer Nederland. “Scenario’s investeringsplannen 2024”, met de ondertitel “Scenario’s voor de ontwikkeling van het energiesysteem in de jaren 2025-2030-2035, ten behoeve van de investeringsplannen van de Nederlandse netbeheerders elektriciteit en gas”, versie 1.01, 20 februari 2023.

Hieronder volgt een samenvatting op hoofdlijnen van het bovengenoemde document. 4.2 Samenvatting van het scenariodocument Netbeheerders dragen zorg voor goede en betrouwbaar functionerende netwerken voor transport en distributie van elektriciteit en gas en investeren continu in de kwaliteit van de netten en de uitbreiding ervan. Voor een goede voorbereiding op wat de energietransitie en andere ontwikkelingen in het energiesysteem betekenen, wordt onder andere gebruik gemaakt van toekomstscenario’s. Deze scenario’s helpen om een beeld te vormen van de energievraag en -aanbod in de toekomst. De inzichten die de scenario’s bieden in de verwachte toekomstige vraag en aanbod worden gebruikt voor het bepalen van de te verwachten transport- en distributiebehoefte en daarmee de benodigde energie-infrastructuur om in die behoefte te kunnen voorzien. De netbeheerders bepalen op basis hiervan welke investeringen noodzakelijk zijn en wanneer deze gerealiseerd moeten zijn. De scenario’s zijn een zo goed mogelijke beschrijving van verschillende realistische toekomstbeelden, met elk een verschillende verwachte impact op de energie-infrastructuur. De scenario’s zijn dus niet ‘de voorspelling’ van ‘de toekomst’ maar voorspellingen van mogelijke toekomstige ontwikkelingen.

Eisen aan de scenario’s Voor het doel van investeringsplanning moeten de scenario’s actueel, relevant en realistisch voorstelbaar zijn. Voor de ontwikkeling van realistische en relevante toekomstscenario’s worden de relatief zekere ontwikkelingen meegenomen in alle scenario’s en de minder zekere ontwikkelingen in minimaal één van de scenario’s, voor zover ze relevant, realistisch en voorstelbaar zijn voor de planning van infrastructuurontwikkeling. Voor het tijdsvenster dat in de scenario’s wordt uitgewerkt is het van belang om zowel te kijken naar de infrastructuurmaatregelen die in IP2024 worden opgenomen (tien jaar vooruit), als naar de verdere ontwikkeling van het energiesysteem in de periode daarna. In de scenario’s voor het IP2024 kijken we naar de periode tot en met 2035. De scenario’s van de Integrale Infrastructuurverkenning 2030-2050 (II3050-2) die betrekking hebben op de ontwikkeling richting een volledig klimaatneutraal energiesysteem in 2050, zijn ook een bron geweest bij de scenario-ontwikkeling tot en met 2035 en voor aansluiting hiervan op de 2050 beelden.

Ontwikkelingen en scenario’s voor IP2024

31

Inhoud

Inleiding

Profiel en strategie Methodiek

Ontwikkeling en scenario’s

Capaciteit Kwaliteit

Netgerelateerd

Totaal

Bijlagen

Klimaatbeleid als input voor de verhaallijnen Op 30 juni 2021 werd de Europese Klimaatwet van kracht. Deze wet verplicht Europa/lidstaten om in 2030: 1.

de gemiddelde broeikasgasuitstoot met ten minste 55% te reduceren ten opzichte van 1990;

2.

het aandeel duurzame opwek te laten groeien naar ten minste 32%;

3.

de energie-efficiëntie te verbeteren, de doelstelling is verhoogd naar 32,5%;

4.

de inspanning te vergroten ten aanzien van energiebesparing (een jaarlijkse doelstelling van 0,8%).

Navenant aan de Europese Klimaatwet is in het Coalitieakkoord 2021 het Nederlandse ambitieniveau voor de uitstoot van broeikasgassen opgehoogd van 49% naar ten minste 55% in 2030. Om een zo groot mogelijke kans te creëren dat deze 55% daadwerkelijk gehaald wordt, worden beleidsmaatregelen ontwikkeld die in totaliteit moeten leiden tot 60% reductie. Deze ruimte is nodig omdat het anders in de praktijk bijna niet te vermijden is dat tegenvallers ertoe leiden dat het streefdoel van 55% niet gehaald wordt. Het ambitieniveau van de scenario’s voor het IP2024 sluit aan bij deze bijgestelde nationale doelen van tenminste 55% reductie in 2030. Verhaallijnen Omdat de toekomst onzeker is, zijn voor het afdekken van deze onzekerheid drie scenarioverhaallijnen uitgewerkt. De geschetste scenario’s zijn qua opzet vergelijkbaar met die van het IP2022, maar zijn inhoudelijk geactualiseerd en aangescherpt. Gezamenlijk schetsen ze de bandbreedte waarbinnen de energievraag en het aanbod van elke sector en bron zich in het volgend decennium naar alle waarschijnlijkheid gaat bevinden. De drie scenarioverhaallijnen zijn: ▪

Scenario “Klimaatambitie” (KA) - centraal scenario: dit scenario is ontwikkeld op basis van al het bestaande en het voorgenomen energie- en klimaatbeleid (Klimaat- en energieverkenning 2022), aangevuld met de kabinetsambitie voor aanvullend geagendeerd beleid uit het coalitieakkoord (N.B. Bij het vaststellen van de scenario’s was het kabinet nog niet gevallen). Het scenario gaat uit van een voortvarende uitvoering van het klimaatprogramma uit het Coalitieakkoord waarbij het Rijk krachtig stuurt, maar ook regionale en sectorale ontwikkelingen –zoals de RES (Regionale Energie Strategie), NAL (Nationale Agenda Laadinfrastructuur) en CES (Cluster Energie Strategie) – bepalend zijn. De plannen en ambities hebben hun uitwerking in alle sectoren in Nederland: alle sectoren doen mee en er wordt veelal ingezet op een mix van technologieën.

▪

Scenario “Nationale drijfveren” (ND) - flankerend scenario: dit scenario kent ook een krachtige sturing door het Rijk. Nederland streeft in dit scenario naar een hoge mate van zelfvoorziening door onder andere meer eigen duurzame opwek en een transitie naar een circulaire economie. Burgers, bedrijven en ook andere collectieven gaan zelf actief lokaal aan de slag met duurzame opwek. De grote rol van elektriciteit in het energiesysteem zorgt voor een sterk toenemend belang van flexibiliteit in vraag en aanbod. Dit scenario zet ten opzichte van scenario Klimaatambitie nog sterker in op elektrificatie van de vraag en op nog meer duurzame opwek op land.

▪

Scenario “Internationale ambitie”(IA) - flankerend scenario: dit scenario wordt gekenmerkt door sterke mondiale samenwerking, vrije marktwerking en een hogere energie-import door Nederland. Nederland blijft een handel-georiënteerde en industriële economie en fungeert als doorvoerland voor biobrandstoffen, CO 2 en waterstof. Dit scenario zet in aanvulling op scenario Klimaatambitie sterker in op duurzame gassen (moleculen), dus naast directe elektrificatie wordt ook sterk ingezet op waterstof en groen gas.

Er is voor deze differentiatie gekozen omdat ze elk tot een andere energie-infrastructuur leiden. Inzicht in alle drie de paden is wenselijk. Deze bandbreedte in oplossingen is waardevol voor de investeringsplannen, omdat in regio A mogelijk meer ingezet wordt op elektronen en regio B meer ingezet wordt op moleculen. Het is aan elke (regionale) netbeheerder om voor de eigen regio een investeringsstrategie te kiezen die het beste aansluit bij de bandbreedte die door de scenario’s geschetst wordt.

Ontwikkelingen en scenario’s voor IP2024

32

Inhoud

Inleiding

Profiel en strategie Methodiek

Ontwikkeling en scenario’s

Capaciteit Kwaliteit

Netgerelateerd

Totaal

Bijlagen

Werkproces Het opstellen van de IP2024 scenarioverhaallijnen en scenario’s was een iteratief proces. Dit proces is doorlopen door het scenarioteam van Netbeheer Nederland. In dit team werken scenario- en sectordeskundigen van de Nederlandse netbeheerders samen, ondersteund door externe scenario- en sectordeskundigen. Toelichting van de gevolgde stappen ▪

Uitgangspunten voor scenario’s en verhaallijnen: De eerste stap van de scenario-ontwikkeling is het opstellen van de kaders (eisen, uitgangspunten) voor de scenario’s en het opstellen van de verhaallijnen, zoals toegelicht in de voorgaande paragraaf.

▪

Transitiepaden per sector: Vervolgens is door het team per sector een inventarisatie gemaakt en nagegaan wat de voornaamste ontwikkelingen (zekerheden en onzekerheden), verwachtingen en beleidsambities zijn die de komende jaren voor een transitie van die sector moeten zorgen. Hierbij is ook gebruik gemaakt van input van stakeholders. De verschillende transities van verschillende sectoren zijn logisch samengevoegd in scenario-verhaallijnen.

▪

Kwantificatie van scenario’s via bottom-up, regionale en sectorplannen: Vervolgens zijn de verschillende sectorplannen en verwachtingen voor elk scenario kwantitatief uitgewerkt. Dit is in het Energietransitiemodel (ETM) ingevoerd, om het transitiepad in de periode 2019-2035 voor elk scenario in kaart te brengen. Voor elke sector is berekend hoeveel CO2-reductie wordt gerealiseerd bij de scenariokeuzes; deze resultaten zijn vergeleken met de indicatieve sectorale rest-emissies uit het Ontwerp Beleidsprogramma Klimaat d.d. juni 2022. Deze toetsing is bedoeld als een validatie of de transitie van een sector, zoals uitgewerkt in de scenario’s door de netbeheerders, voldoende overeenkomt met het ambitieniveau van de rijksoverheid.

▪

Stakeholdersessie(s): Daarna is tijdens de eerste stakeholdersessie met een groot aantal branches gesproken over belangrijke uitgangspunten, de verhaallijnen en de concept beelden van de verschillende scenario’s, met focus op steekjaar 2030. De feedback van de aanwezige branches is verwerkt in een verslag en gebruikt voor de herijking van de ETM-scenarioparameters en/of bijstelling van de scenariobeelden per sector.

▪

Drie iteraties: Na de eerste stakeholder bijeenkomst medio september 2022 is door de verschillende experts verder gewerkt aan de bepaling en onderbouwing van de ETM-scenarioparameters. In een tweede stakeholderbijeenkomst medio oktober 2022 is een ‘80 procent’-versie bediscussieerd. Input uit deze stakeholderbijeenkomst is wederom verwerkt om tot een ‘95 procent’-versie te komen. Deze versie bevatte ook de 2035 beelden en is in een derde stakeholderbijeenkomst eind november 2022 besproken.

▪

Afronding en regionalisatie: Na de derde stakeholdersessie zijn de laatste aanpassingen doorgevoerd en is een finale analyse gedaan om de hoeveelheden flexibele middelen (opslag, conversie, aanbod-/vraagsturing) die passen bij de verwachte aanbod- en vraagontwikkeling vast te leggen. De ETM-analyse, de daaruit volgende kwantitatieve uitwerking van de scenario’s en de regionalisatie van de scenario’s zijn begin december 2022 bevroren, opdat TenneT, GTS en de regionale netbeheerders aan de slag konden gaan met hun analyses en doorrekeningen.

Tabel 4.1 bevat de voor het IP2024 meest relevante kengetallen en uitkomsten van de scenario’s.

Ontwikkelingen en scenario’s voor IP2024

33

Inhoud

Vraag

Productie

Centrales

Flexibiliteit

Totalen

Emissies

Inleiding

Profiel en strategie Methodiek

Elektriciteitsvraag w.v. Gebouwde omgeving w.v. Transport w.v. Industrie w.v. Landbouw, ICT, energie w.v. Flex: p2x en opslag Methaanvraag w.v. Gebouwde omgeving w.v. Transport w.v. Industrie w.v. Landbouw w.v. Flex: centrales en piekketels Waterstofvraag w.v. Gebouwde omgeving w.v. Transport w.v. Industrie w.v. Landbouw w.v. Flex: centrales en piekketels Windenergie w.v. op land w.v. op zee (elektrisch) w.v. op zee (waterstof) Zon PV w.v. op land en water w.v. gebouwen en woningen Overig hernieuwbaar Groen gas Aardgaswinning Waterstof groen Waterstof blauw Nucleair Kolen (incl. meestook) Gas (aard-/groen) Waterstof Power-to-gas Power-to-heat Batterijen incl. EV Vraagsturing (industrie) Interconnectie (E) Totaal hernieuwbaar vermogen Totaal conventioneel vermogen Totaal flex vermogen Indicatie restemissies Indicatie reductie t.o.v. 1990

Ontwikkeling en scenario’s

Capaciteit Kwaliteit

Netgerelateerd

Totaal

Bijlagen

TWh TWh TWh TWh TWh TWh

2019 Referentie 119 56,0 2,4 41,3 19,0 0,0

KA 136 48,6 8,2 49,3 21,3 8,8

2025 ND 153 48,5 9,4 57,2 24,5 12,9

IA 129 47,8 7,0 45,9 21,1 7,5

KA 184 52,1 18,5 54,1 25,8 33,2

2030 ND 233 52,3 25,6 63,5 30,6 61,4

IA 170 52,5 12,8 47,5 24,4 32,7

KA 234 57,6 33,4 64,9 29,9 48,3

2035 ND 314 57,2 42,5 78,9 34,5 101,1

IA 209 58,4 21,2 55,3 26,5 47,8

TWh TWh TWh TWh TWh TWh TWh TWh TWh TWh TWh TWh GW GW GW GW GW GW GW GW TWh TWh TWh TWh GW GW GW GW GW GW GW GW GW GW GW GW Mt CO₂eq %

374 109 1 104 10,5 150,5 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 4 3,5 1,0 0,0 6,2 0,7 5,5 1,0 1,7 278 0,0 0,0 0,5 4,0 20,1 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 5,9 15,2 24,6 5,9 183 20%

284 96,9 0,8 94,5 8,0 83,4 25,8 0,0 0,7 25,1 0,0 0,0 13 7,3 6,1 0,0 38,7 12,7 26,0 1,4 7,4 92,2 1,6 28,4 0,5 4,0 17,5 0,0 0,5 1,5 2,7 0,8 9,2 60,8 22,0 14,7 140 38%

267 93,0 0,7 82,6 5,2 85,1 27,7 0,0 0,6 27,0 0,0 0,0 14 7,8 6,1 0,0 47,0 15,1 31,9 1,4 4,9 92,2 3,1 28,5 0,5 4,0 17,5 0,0 1,0 2,1 6,1 0,9 9,2 70,1 22,0 19,3 137 40%

284 102,8 0,8 90,8 8,1 81,8 29,0 0,0 1,5 27,5 0,0 0,0 13 6,8 6,1 0,1 30,5 10,1 20,4 1,3 9,8 92,2 1,9 28,2 0,5 4,0 17,4 0,0 0,5 1,1 2,1 0,7 9,2 51,8 21,9 13,6 140 38%

239 73,5 0,0 88,5 4,5 72,2 47,8 0,0 3,7 44,1 0,0 0,0 31 9,1 21,5 0,6 59,3 19,6 39,7 1,2 19,7 40,6 12,5 50,5 0,5 0,0 16,3 0,0 3,0 3,3 12,3 1,7 12,8 101,4 16,8 33,0 96 58%

209 67,7 0,0 73,8 2,2 65,3 47,7 0,0 2,1 43,3 0,0 2,3 32 10,3 21,5 0,0 76,1 24,6 51,5 0,9 9,7 40,6 25,8 49,3 0,5 1,6 14,7 1,4 7,6 5,1 19,3 2,0 12,8 119 18,2 46,7 91 60%

236 82,0 0,3 82,0 4,6 66,7 60,8 0,0 7,9 48,0 1,2 3,6 31 7,5 21,5 2,0 42,1 14,3 27,8 0,8 24,4 40,6 18,8 50,1 0,5 0,0 14,5 1,9 3,6 2,5 8,3 1,5 12,8 83,4 16,9 28,6 96 58%

155 46,8 0,0 50,7 2,1 55,2 69,0 0,0 6,6 54,9 0,0 7,6 41 10,6 27,5 3,0 75,9 26,3 49,6 1,1 26,4 16,7 23,3 41,9 0,5 0,0 12,3 3,5 4,0 5,3 22,7 2,0 12,8 131,7 16,3 47,8 71 69%

126,4 40,8 0,0 46,9 0,0 38,6 65,8 0,0 4,3 47,4 0,0 14,0 44,2 12,7 29,5 2,0 98,2 33,9 64,3 1,2 14,5 16,7 51,3 39,8 0,5 0,0 9,6 6,0 13,6 8,5 31,5 2,5 13,8 158 16,1 69,9 60 74%

138 61,1 0,0 44,7 2,2 30,0 107,9 0,0 17,6 63,9 2,3 24,1 40 8,1 25,5 6,0 52,6 19,5 33,1 1,1 41,0 16,7 37,6 38,1 0,5 0,0 8,2 8,5 5,6 3,7 13,7 1,7 13,8 107,4 17,2 38,4 65 71%

Tabel 4.1 Relevante scenario-kentallen voor het IP2024 (op nationale schaal)

4.3 Voornaamste trends ten opzichte van scenario’s IP2022 De scenario’s bevatten ten opzichte van de scenario’s van het IP2022 voornamelijk een sterke versnelling van de energietransitie; de scenario’s voor het IP2024 zijn gebouwd op de best beschikbare kennis d.d. najaar 2022. De volgende onderwerpen vallen op: ▪

Elektriciteitsvraag: een veel sterkere elektrificatie

▪

Aardgasvraag: daalt sneller dan in IP2022

▪

Waterstofvraag: een robuuster (concreter) beeld; focus op de industrie

▪

Duurzame opwek: sterker doorgezette groei van wind op zee en snelle toename zon-PV

▪

Flexibiliteit: groot belang van onder andere batterij-opslag/CO2-neutrale flexibiliteitsvoorziening ten behoeve van balanshandhaving

N.B. het Nationaal Plan Energiesysteem (2023) was nog niet verschenen ten tijde van het publiceren van de scenario’s, dus eventuele wijzigingen daarin zijn nog niet meegenomen.

Ontwikkelingen en scenario’s voor IP2024

34

Inhoud

Inleiding

Profiel en strategie Methodiek

Ontwikkeling en scenario’s

Capaciteit Kwaliteit

Netgerelateerd

Totaal

Bijlagen

4.4 Regionalisatie van de scenario’s De scenario’s zoals die in het voorgaande deel van dit hoofdstuk zijn gepresenteerd bevatten de kwantificering voor het totaal van Nederland. Om de doorwerking hiervan op het net te kennen is het nodig om de scenario’s te regionaliseren. De regionalisatie die is uitgevoerd bestaat uit twee stappen. Beide stappen worden toegelicht. De eerste stap is de regionalisatie van het landelijke niveau tot en met de verzorgingsgebieden van de verschillende regionale netbeheerders. Hiermee wordt duidelijk met welke informatie de verschillende netbeheerders rekening dienen te houden over het totaal van het werkpakket voor hun verzorgingsgebied. De tweede stap is de regionalisatie binnen het verzorgingsgebied van de regionale netbeheerder tot en met het voor de netimpact modellering relevante niveau. Dit is een fijnmaziger niveau; waarbij het detailniveau afhangt van het stuk net dat moet worden geanalyseerd. Dit kan gaan tot en met het wijk- en buurtniveau. De eerste stap is gezamenlijk uitgevoerd in de taakgroepen die zich ook met de bewuste onderdelen van de scenario-ontwikkeling hebben bezig gehouden en gebaseerd op databronnen die ook in dat werkproces zijn gebruikt, op sommige onderwerpen aangevuld met de actuele (klant-/markt-)ontwikkelingen bij de verschillende netbeheerders.

Zo zien we bijvoorbeeld relatief veel datacenters in het Liander verzorgingsgebied; relatief veel zon projecten in het Enexis verzorgingsgebied; en veel industrie in het Stedin verzorgingsgebied. De tweede stap is door Enexis Netbeheer uitgevoerd voor haar eigen voorzieningsgebied. Dit is gedaan op basis van beschikbare klant- en marktinformatie en bekende sectorale plannen (RES, CES, NAL en TVW). In het geval van ontbrekende sectorale plannen of ambities op het benodigde detailniveau wordt gebruik gemaakt van rekenen voorspellingsmodellen voor de verwachtte groei en adoptie van technieken binnen het Enexis verzorgingsgebied. De belangrijkste bronnen per techniek (drivers) zijn weergegeven in Tabel 4.2. Deze bronnen zijn input geweest voor het bepalen van het toekomstige ontwikkelpad als ook de regionalisering van de groei binnen het Enexis verzorgingsgebied.

Vraag

Duurzaam op Land

Aanbod

Techniek

Belangrijkste bron(nen) voor de prognose (ontwikkelpad, regionalisering)

Wind op land Zon op land Zon op dak grootschalig

Invulformulieren ingevuld door de RES-regio’s, pijplijn o.b.v. beschikbare markt- en klantinformatie

Zon op dak kleinschalig

Prognose o.b.v. gerealiseerde data en een intern Enexis voorspellingsmodel

Groen gas invoeding

Prognose o.b.v. overheidsambities en bijmengverplichting

Mobiliteit – elektrisch vervoer (personenauto’s, OV-bussen, trucks, logistiek, binnenvaart)

NAL invulformulieren, ingevuld door de NAL-regio’s, gebaseerd op ElaadNL Outlook

Warmtetransitie - bestaande bouw (hybride- en all-electric warmtepompen, warmtenetten)

Voor het ontwikkelpad en de regionalisering is gebruik gemaakt van verschillende bronnen, waaronder: Transitievisie Warmte, PBL Startanalyse en CBS buurtkarakteristieken

Industrie – verduurzaming/ proceselektrificatie

Uitgebreidere klant-uitvraag (grootzakelijk), gecombineerd met gegevens vanuit de Cluster Energie Strategie (CES)

Nieuwbouwwoningen

Primos-prognose (opgesteld door Abf Research o.a. in opdracht van BZK)

Nieuwe bedrijventerreinen

IBIS (Integraal Bedrijventerreinen Informatie Systeem) (beheerd door het Interprovinciaal Overleg (IPO))

Tabel 4.2 Belangrijkste bronnen voor de regionalisering voor de scenario-input Enexis Netbeheer

Ontwikkelingen en scenario’s voor IP2024

35

Inhoud

Inleiding

Ontwikkeling en scenario’s

Profiel en strategie Methodiek

Capaciteit Kwaliteit

Netgerelateerd

Totaal

Bijlagen

Tabel 4.3 toont de scenariogetallen voor het verzorgingsgebied van Enexis Netbeheer. Deze tabel is wat korter dan Tabel 4.1 omdat een aantal drivers zijn gecombineerd (bijv. laadpalen en elektrische voertuigen) of omdat er nog niet voldoende betrouwbare data beschikbaar is om het goed te kunnen voorspellen en regionaliseren (bijvoorbeeld datacenters). 2025 Sector

Gebouwde omgeving

Techniek

Eenheid

KA

ND

IA

KA

ND

IA

KA

ND

IA

Bestaande bouw

Hybride WP

aantal x 1000

98

80

127

326

267

424

549

409

845

All-electric WP

aantal x 1000

69

69

36

237

293

124

570

678

232

Warmtenet

aansluitingen x 1000

214

256

207

260

353

226

306

451

254

All-electric WP

aantal x 1000

56

62

51

134

147

120

185

204

167

Warmtenet

aansluitingen x 1000

15

17

14

36

39

32

49

54

45

Woningen

aantal x 1000

75

83

68

178

196

161

247

272

223

EV auto’s

aantal x 1000

328

487

275

790

1.085

493

1.377

1.670

739

EV bestelvoertuigen

aantal x 1000

14

27

10

84

130

55

198

250

139

EV bussen

aantal x 1000

1,16

1,16

1,16

1,38

1,38

1,38

1,39

1,39

1,39

EV trucks

aantal x 1000

2

2

1

10

16

6

26

38

16

EV binnenvaart

aantal

6

6

6

14

14

14

53

53

53

Industrie

Industrie en nieuwe bedrijventerreinen

GW

1,8

2,4

1,2

3,5

4,7

2,4

4,5

5,9

3,1

Zon

Zon op dak kleinschalig

GW

6,2

6,6

5,3

10,4

13,1

7,1

12,1

16,7

7,5

Zon op dak grootschalig

GW

6,3

7,6

5,0

9,1

12,0

6,4

11,8

15,6

7,1

Zon op land / water

GW

6,7

8,0

5,0

9,5

11,8

7,1

12,3

16,0

9,2

Wind

Wind op land

GW

2,0

2,3

1,8

2,9

3,2

2,5

3,7

4,3

2,8

Duurzame gassen

Groen gas invoeding

mln m3

219

289

433

361

343

541

433

503

760

Nieuwbouw

Mobiliteit

Hernieuwbare opwek

2035

Subsector

Duurzame mobiliteit

Industrie

2030

Tabel 4.3 Scenario-kentallen verzorgingsgebied Enexis Netbeheer

Op basis van de gegevens in Tabel 4.3 wordt in Figuur 4.1 een prognose gegeven voor de ontwikkeling van de totale vraag naar transportcapaciteit voor opwek en afname van elektriciteit. Dit is gedaan voor de jaren 2025, 2030 en 2035, met als referentie 2022. Zoals te zien is, zorgt het scenario Nationale Drijfveer voor een enorme groei in opwek, en ook een forse stijging in afname. De effecten van de andere scenario’s zijn beperkter maar nog steeds zeer significant.

Prognose afname

25 20 15 10 5 0

GW

GW

Prognose opwek

2022

2025 KA

ND

2030 IA

2035

25 20 15 10 5 0 2022

2025 KA

ND

2030

2035

IA

Figuur 4.1 Totale piekvraag voor opwek en afname in Enexis voorzieningsgebied voor de drie scenario’s

Ontwikkelingen en scenario’s voor IP2024

36

Inhoud

Inleiding

Profiel en strategie Methodiek

Ontwikkeling en scenario’s

Capaciteit Kwaliteit

Netgerelateerd

Totaal

Bijlagen

Door de CO2-reductie doelstellingen uit het Klimaatakkoord neemt in Nederland het aardgasverbruik en het gebruik van het gasnet in de toekomst af. Een deel van de vraag wordt overgenomen door andere energiedragers zoals elektriciteit en warmte. Hierdoor komen gasaansluitingen te vervallen. Nieuwe woningen worden in principe niet aangesloten op het gasnetwerk. Op termijn wordt ook een afname van de omvang van de hoofdnetten merkbaar. Dit gaat gepaard met werkzaamheden en kosten voor verwijderingen. Hiervoor wordt momenteel landelijk beleid ontwikkeld. De energietransitie is een forse operatie. De realisatie van aardgasvrije wijken verloopt momenteel nog langzaam. Enexis Netbeheer voorziet een hybride periode waarin het huidige aardgasnet nog een belangrijke rol blijft spelen. Dit is zelfs wenselijk als overbrugging voor de transportschaarste problematiek op het elektriciteitsnet. Deze duurzame gassen spelen een rol in het toekomstig energiesysteem. Daarom wordt breed ingezet op de ontwikkeling van groen gas en waterstof als volwaardig alternatief voor aardgas. Onderzoek heeft aangetoond dat het gasdistributienetwerk zonder significante aanpassingen al geschikt 1 is voor het transport van waterstof en groen gas, maar de marktvraag hiernaar is momenteel nog beperkt. Voor groen gas wordt in alle scenario's een forse stijging van invoeding verwacht.

Figuur 4.2 geeft de prognose voor de ontwikkeling van de totale transportcapaciteit voor de invoeding van groen gas in het verzorgingsgebied van Enexis Netbeheer. Er vindt onderzoek plaats naar de mogelijkheden om ‘groen gas tussenboosters’ en netkoppelingen te realiseren in de eigen gasdistributienetten van Enexis Netbeheer om zo de invoeding van groen gas te kunnen faciliteren.

Figuur 4.2 Prognose voor de invoeding van groen gas in Enexis voorzieningsgebied voor de drie scenario’s

Het doel is om vanaf 2028 ook qua beleid en procedures klaar te zijn om waterstof te distribueren, klanten op waterstof aan te sluiten en de waterstofmarkt te faciliteren als netbeheerder. Op de langere termijn ziet Enexis groene waterstof als essentieel voor de energietransitie. Maar waterstof is en blijft de komende jaren schaars. Daarmee is er momenteel niet voldoende betrouwbare data beschikbaar om waterstof in dit IP al concreet mee te nemen en te regionaliseren. Wel doet Enexis Netbeheer in pilots ervaringen op met de aanleg en het beheer van waterstofnetten in de gebouwde omgeving. In de pilot ‘WaterstofWijk Wagenborgen’ (2020-2030) zijn 33 bestaande woningen verduurzaamd middels een hybride warmtepomp op waterstof. In de Waterstofpilot The Green Village in Delft (2019-2025) wordt ervaring opgedaan met het beheren van een 100% waterstofnet. Enexis Netbeheer neemt deel aan het onderzoeksprogramma Hydelta.

1

Zie website Netbeheer Nederland: artikel Huidige gasnet geschikt te maken voor waterstof d.d. 11 juli 2018 en rapport Toekomstbestendige

Gasdistributienetten, KIWA Technology, rapportnummer GT-170272 d.d. 5 juli 2018.

Ontwikkelingen en scenario’s voor IP2024

37

Inhoud

Inleiding

Profiel en strategie Methodiek

Ontwikkelingen en scenario’s voor IP2024

Ontwikkeling en scenario’s

Capaciteit Kwaliteit

Netgerelateerd

Totaal

Bijlagen

38

Inhoud

Inleiding

Profiel en strategie Methodiek

Ontwikkeling en scenario’s

Capaciteit Kwaliteit

Netgerelateerd

Totaal

Bijlagen

5 Capaciteitsknelpunten en uitbreidingsinvesteringen In dit hoofdstuk beschrijven we de capaciteitsknelpunten en uitbreidingsinvesteringen. Het oplossen van de capaciteitsknelpunten behoort tot de wettelijke taken van een netbeheerder. Capaciteitsknelpunten betreffen de delen van het net waarvan wordt verwacht dat ze een aanzienlijk risico vormen voor de wettelijke taak van een netbeheerder om voor voldoende netcapaciteit te zorgen om de gevraagde energietransporten te kunnen faciliteren. De netbeheerder zorgt voor voldoende capaciteit middels uitbreidingsinvesteringen. Er is sprake van een uitbreidingsinvestering in geval van aanleg van een nieuw net (ter ontsluiting van een woonwijk, industrieterrein, zonnepark, etc.) of bij vergroting van de capaciteit of functionaliteit van het bestaande net. Vergroting van de capaciteit van het net kan gebeuren door extra netcomponenten aan te leggen of door een bestaande netcomponent door een zwaarder gedimensioneerd exemplaar te vervangen. Het laatste geval wordt wel met “netverzwaring” aangeduid en wordt dus ook als uitbreiding gezien. De ontwikkeling van het aantal knelpunten en de uitbreiding van de netten wordt de komende 10 jaar sterk gedreven door de energietransitie.

In de elektriciteitsnetten verwacht Enexis Netbeheer een sterke toename van het aantal knelpunten en een aanhoudend hoog investeringsniveau om alle nieuwe transportverzoeken en de autonome groei (groei door kleinverbruik klanten en groei in bestaande aansluitingen) te kunnen honoreren. Dit betreft zowel uitbreiding van bestaande netten om kleinschalige opwek uit zon in te passen, als de bouw van nieuwe netten om grootschalige zonneweides en windmolens aan te sluiten. Daarnaast nemen de investeringen toe om de netten geschikt te maken voor een toename van het elektriciteitsverbruik door toepassing van warmtepompen, elektrische laadpunten en proceselektrificatie in de industrie. De uitbreidingen van de gasnetten zullen beperkt zijn, omdat nieuwbouwwoningen tegenwoordig gebruikmaken van andere energiebronnen voor verwarming. Afhankelijk van de verdere ontwikkeling van de invoeding van groen gas in het gasnet, kunnen de uitbreidingsinvesteringen om nieuwe invoeders aan te sluiten in de toekomst wel toe nemen. 5.1 Capaciteitsknelpunten Elektriciteit 5.1.1 Algemeen De wijze waarop capaciteitsknelpunten in het elektriciteitsnet bepaald worden is beschreven in hoofdstuk 3 ‘Methodiek’. Uit de scenario’s wordt een prognose voor de vraag naar transportcapaciteit afgeleid. Deze wordt voor ieder scenario getoetst aan de beschikbare transportcapaciteit.

Hiermee kunnen de knelpunten in beeld gebracht worden. Er wordt in dit investeringsplan onderscheid gemaakt in reguliere en majeure knelpunten. Knelpunten in de elektriciteitsnetten met een spanning vanaf 25 kV worden beschouwd als majeure knelpunten en worden hier individueel benoemd. Alle overige knelpunten in de lagere netvlakken betreffen reguliere knelpunten en worden op geaggregeerd niveau beschreven. 5.1.2 Reguliere capaciteitsknelpunten Elektriciteit Knelpunten in het elektriciteitsnet met een spanning kleiner dan 25 kV worden aangemerkt als reguliere knelpunten. Deze kunnen - gezien de grote aantallen die het betreft - niet individueel benoemd worden. Daarnaast ontstaan de reguliere knelpunten vaak pas gedurende een jaar, bijvoorbeeld wanneer klanten zich melden voor een aansluiting. Hierdoor kunnen deze knelpunten niet altijd op voorhand al concreet aangeduid worden. Wel kan op basis van de scenariostudie en de daaruit voortvloeiende prognoses voor vraag en aanbod van elektriciteit een prognose gemaakt worden van het aantal knelpunten dat per jaar optreedt. Het aantal netcomponenten dat betrokken is bij de op deze wijze bepaalde reguliere capaciteitsknelpunten elektriciteit is voor de jaren 2024 t/m 2026 benoemd in Tabel 5.1.

Het aantal capaciteitsknelpunten en spanningsklachten zal de komende jaren fors groeien door de toename in het aantal zonnepanelen op daken van woonhuizen en bedrijven, maar ook door de toenemende elektrificatie van de warmtevraag en het transport.

Capaciteitsknelpunten en uitbreidingsinvesteringen

39

Inhoud

Inleiding

Profiel en strategie Methodiek

Ontwikkeling en scenario’s

Capaciteit Kwaliteit

Netgerelateerd

Totaal

Bijlagen

5.1.3 Majeure capaciteitsknelpunten Elektriciteit De majeure knelpunten in de elektriciteitsnetten betreffen netten met een spanningsniveau vanaf 25 kV. Dit betreft bij Enexis Netbeheer enkele 50 kV netten en verder alle hoogspanningsstations die de midden- en laagspanningsnetten voeden (kortweg HS/MS-stations). Deze stations vormen de koppelpunten tussen de netten van Enexis Netbeheer en die van de landelijke netbeheerder TenneT. Een deel van de elektrische componenten op een dergelijk station is in beheer bij Enexis Netbeheer. De belangrijkste daarvan zijn de transformator tussen het hoog- en middenspannings-net (HS/MS-transformator), de middenspanningsschakelinstallatie (MSschakelinstallatie) en de secundaire systemen voor monitoring en bediening van de stations. De knelpuntenanalyse in dit document heeft betrekking op deze componenten en alle knelpunten bevinden zich dus op het koppelpunt met de landelijke netbeheerder TenneT. Bijlage 9.2 toont voor de elektriciteitsnetten de majeure capaciteitsknelpunten in de komende 10 jaar voor het KA en het ND scenario. De knelpuntenvoor het IA scenario zijn niet weergegeven om ruimte te besparen in de tabel en omdat in alle gevallen het knelpunt in het IA scenario later in de tijd optreedt en kleiner in omvang is dan in de andere scenario’s.

De tabel geeft voor beide scenario weer in welk jaar het knelpunt optreedt, hoe groot het capaciteitstekort in dat jaar is en wat het hoogste capaciteitstekort is gedurende de zichttermijn van dit IP (2033). Meestal zal dat hoogste capaciteitstekort zich voordoen in het jaar voordat er een investering op het betreffende station gedaan wordt. Aangezien de gehanteerde scenarios een zichttermijn tot en met 2035 hebben, zijn ook de knelpunten die in de laatste twee jaar verwacht worden meegenomen in dit IP. De tabel laat duidelijk de gevolgen van de energietransitie zien. Op vrijwel alle stations doet zich binnen de zichperiode van dit IP een knelpunt voor. En waar het in het IP2022 nog vooral om knelpunten ten gevolge van teruglevering ging wordt nu ook op een groot deel van de stations een afname knelpunt verwacht. Door het grote aantal knelpunten, en met name het feit dat veel van deze knelpunten zich gelijktijdig voordoen, is het voor Enexis Netbeheer helaas niet mogelijk om die allemaal tijdig op te lossen. 5.1.4 Tijdigheid oplossen capaciteitsknelpunten Elektriciteit Oorzaken van niet tijdig oplossen De vraag naar nieuwe aansluitingen en daarmee de vraag naar transportcapaciteit in de elektriciteitsnetten stijgt de komende jaren enorm. Hierdoor is het niet mogelijk om alle gesignaleerde capaciteitsknelpunten tijdig op te lossen.

Er is dan ook in een groot deel van het voorzieningsgebied van Enexis Netbeheer sprake van congestie (zie hier voor een actueel overzicht). Op basis van de scenario’s in dit IP is in Bijlage 9.2 per capaciteitsknelpunt aangegeven of het tijdig opgelost wordt en zo niet, wat daar de oorzaak van is. De belangrijkste oorzaken zijn: ▪

Beperkte uitvoeringscapaciteit

▪

Congestie / Transportschaarste in (E)HS-net in de betreffende regio

▪

Schaarste aan materialen en grondstoffen

▪

Schaarste aan fysieke ruimte

▪

Beperkingen door stikstof emissie

Beperkte uitvoeringscapaciteit: Enexis Netbeheer, maar ook haar aannemers, hebben te maken met een tekort aan uitvoeringscapaciteit door een krappe arbeidsmarkt voor technisch personeel. Enexis Netbeheer heeft dit probleem al jaren geleden onderkend en er zijn diverse acties in gang gezet om dit probleem te verhelpen. Door gerichte campagnes lukt het Enexis Netbeheer, in een steeds krapper wordende arbeidsmarkt, jaarlijks zo’n 400500 nieuwe medewerkers in dienst te nemen en een vergelijkbaar aantal tijdelijk in te huren. Er vindt hierbij ook werving plaats onder specifieke groepen, zoals statushouders, maar ook onder oud-collega’s die na het bereiken van hun pensioengerechtigde leeftijd nog voor een aantal dagen per week blijven doorwerken. Het gaat echter om specialistisch technisch werk, waardoor nieuwe medewerkers nog vaak een intern opleidingstraject nodig hebben wat tot wel 4 jaar kan duren. Omdat ervaren medewerkers betrokken zijn bij het inwerken van nieuwe medewerkers gaat dit op korte termijn zelfs ten koste van de arbeidsproductiviteit. Daarom heeft Enexis

Capaciteitsknelpunten en uitbreidingsinvesteringen

40

Inhoud

Inleiding

Profiel en strategie Methodiek

Ontwikkeling en scenario’s

Capaciteit Kwaliteit

Netgerelateerd

Totaal

Bijlagen

Netbeheer speciale hallen ingericht voor Beroepspraktijkvorming, waar één ervaren medewerker meerdere nieuwe medewerkers tegelijk kan begeleiden, in plaats van 1-op-1 begeleiding. Deze aanpak werpt uiteindelijk zijn vruchten af en resulteert dan in het sneller kunnen realiseren van uitbreidingen. Daarnaast zet Enexis Netbeheer in op het grootschalig arbeidsextensief uitbesteden van werkzaamheden. Dit gebeurt onder andere door het oprichten van aparte afdelingen die helemaal gericht zijn op het uitbesteden van nieuwbouw werkzaamheden. Er worden grote werkpakketten in de markt gezet voor het bouwen en leggen van nieuwe stations en verbindingen. Het gaat daarbij om werk dat seriematig opgepakt kan worden, wat het plannen en uitvoeren veel eenvoudiger maakt en het aantal afhankelijkheden (en daarmee kans op vertraging of leegloop) minimaliseert. Naast deze nieuwe afdelingen blijft de bestaande organisatie zich richten op de reguliere werkzaamheden. Het uitvoeren van deze reguliere werkzaamheden kent vaak veel afhankelijkheden waardoor opschaling en uitbesteding moeilijk is. In de laagspanningsnetten resulteert deze aanpak in een wijkgerichte werkwijze waarbij wijk voor wijk het laagspanningsnet een upgrade krijgt om het toekomstbestendig te maken.

Voor de middenspanningsnetten betekent deze aanpak dat de zogenaamde transportnetten, die de hoofdinfrastructuur van het middenspanningsnet vormen, stuk voor stuk aangepakt worden. In de hoogspanningsstations wordt vooral gekeken naar werkzaamheden waarbij zo min mogelijk in het bestaande station aangepast hoeft te worden, zoals bijvoorbeeld nieuwbouw stations en daarnaast op het meer parallel uitvoeren van werkzaamheden om bij vertraging bij het ene project de resources direct in te kunnen zetten op een ander project. Congestie / Transportschaarste in (E)HS-net in de betreffende regio: in veel gevallen waar Enexis Netbeheer een investering moet doen in haar eigen net, is er tevens sprake van een capaciteitsknelpunt in het bovenliggende (E)HS-net van de landelijke netbeheerder TenneT, waarop de netten van Enexis Netbeheer zijn aangesloten. Wanneer dit bovenliggende knelpunt de beperkende factor vormt voor de beschikbare transportcapaciteit, kan dit leiden tot structurele congestie. Het oplossen van capaciteitsknelpunten in de (E)HS-netten kent namelijk lange doorlooptijden. Gedurende de periode van structurele congestie in het (E)HS-net is het voor Enexis Netbeheer niet altijd zinvol om haar eigen knelpunten in het betreffende gebied alvast op te lossen.

Dit zou immers niet leiden tot extra benutbare transportcapaciteit voor marktpartijen, omdat er ‘upstream’ dan nog steeds sprake is van congestie. Het uitgangspunt van Enexis Netbeheer is daarom om de eigen investeringen in ieder geval iets eerder gereed te hebben dan het oplevertijdstip van de investeringen in het (E)HS-net. Daar waar de eigen uitvoeringscapaciteit, en die van de aannemers, al eerder ruimte biedt, worden investeringen al eerder uitgevoerd, om zo de werklast in de tijd te spreiden. Op deze manier wordt voorkomen dat er te veel werk vooruit wordt geschoven en dit op een later moment tot uitvoeringsproblemen zou kunnen leiden. Schaarste aan materialen en grondstoffen: De energietransitie zorgt wereldwijd voor enorme investeringen van netbeheerders in hun elektriciteitsnetten. Er is dan ook een snel stijgende, wereldwijde vraag naar kabels, transformatoren en andere elektriciteitsnetcomponenten bij leveranciers. Alle leveranciers schalen hun productie op om te kunnen voldoen aan deze sterk gestegen vraag. Het opschalen van productiecapaciteit heeft een lange doorlooptijd, vanwege vergunningen, het opleiden van personeel en de bouw van nieuwe fabrieken, waarbij soms het verkrijgen van een aansluiting ook weer een uitdaging kan zijn.

Het verkrijgen van voldoende componenten voor de gewenste groei van de omvang van het elektriciteitsnet is dan ook een uitdaging voor Enexis Netbeheer. De maatregelen die Enexis Netbeheer treft om materiaalschaarste te voorkomen zijn: ▪

Uitbreiding van het aantal gecontracteerde leveranciers voor strategische componenten. Enexis Netbeheer heeft in het verleden een ‘dual sourcing’ beleid gevoerd. Op dit moment streven we naar een ‘multi sourcing’, waarbij voor strategische componenten drie tot twaalf leveranciers gecontracteerd worden, zodat uitval bij één van de leveranciers of extra vraag die hoger is dan de geprognosticeerde aantallen gemakkelijker opgevangen kunnen worden.

▪

Verbeterde voorspelling van de behoefte aan materialen (‘forecasting’), waarbij de forecast van de komende 6 maanden gezien mag worden als een ‘harde’ opdracht voor de leverancier.

Capaciteitsknelpunten en uitbreidingsinvesteringen

41

Inhoud

Inleiding

Profiel en strategie Methodiek

Ontwikkeling en scenario’s

Capaciteit Kwaliteit

Netgerelateerd

Totaal

▪

Aanhouden van grotere voorraden, om fluctuaties in de vraag beter op te vangen.

▪

Internationale diversiteit van strategische leveranciers, zodat een boycot/oorlog niet direct leidt tot een

Bijlagen

verstoring in de aanvoer van componenten. Schaarste aan fysieke ruimte: In ons dichtbevolkte land is de ruimte schaars. Dit geldt niet alleen bovengronds, maar ook steeds meer onder de grond. Het is moeilijk om in stedelijke gebieden ruimte te vinden voor het plaatsen van nieuwe stations en voor tracés waarin kabels gelegd kunnen worden. Omdat de energietransitie een verdere elektrificering met zich meebrengt, moet juist in de bestaande bebouwde omgeving veel nieuwe of zwaardere elektrische infrastructuur aangelegd worden. De ervaring is dat het steeds lastiger wordt om hier ruimte voor te vinden en dat dit steeds meer gepaard zal gaan met langlopende vergunningstrajecten. De gewenste snelle uitbreiding van de netten ten behoeve van de energietransitie kan hierdoor in gevaar komen. Enexis Netbeheer heeft veelvuldig contact met gemeentes om samen te zoeken naar geschikte tracés en om vergunningsprocedures zo snel mogelijk op te starten. Er wordt daarbij gezocht naar strategische tracés waarin kabels gelegd kunnen worden. Op voorhand kan dit tracé dan al bestemd worden voor het leggen van kabels. Wanneer voor een specifiek project een of meerdere kabels gelegd moeten worden, wordt steeds gekeken of het zinvol is om in een deel van het tracé alvast extra kabels te leggen.

Hiermee hoeft de vergunningsprocedure maar eenmaal doorlopen te worden en wordt ook de overlast voor de omgeving beperkt. Stikstof: Ook het stikstofbeleid heeft steeds meer impact op Enexis Netbeheer. Om natuurgebieden te beschermen gelden strenge regels voor de hoeveelheid stikstof die vrij mag komen bij projecten zoals woningbouw en wegaanleg, maar ook voor projecten van de netbeheerders. Een aanzienlijk deel van de projecten (~25% op basis van eerste analyses) komt dusdanig dicht in de buurt van een Natura 2000 gebied dat aanvullend onderzoek nodig is. Dit leidt direct tot vertraging van de betreffende projecten en het vraagt ook weer tijd van medewerkers die niet aan andere projecten besteed kan worden waardoor ook die projecten vertraging oplopen. Wanneer uit aanvullend onderzoek blijkt dat aanvullende maatregelen of alternatieve werkwijzen nodig zijn dan leidt dat tot nog veel meer vertraging. Op basis van huidige schattingen zal dat bij zo’n 5 - 10% van de projecten het geval zijn. Deze impact is nog onzeker en daarom niet meegenomen in dit IP. Om vertraging ten gevolge van stikstof te voorkomen onderzoekt wordt in een zo vroeg mogelijk stadium onderzocht of er mogelijk aanvullende maatregelen nodig zijn. Verder onderzoekt Enexis Netbeheer werkwijzen waarbij de stikstofdepositie zoveel mogelijk geminimaliseerd wordt.

Gevolgen van niet tijdig oplossen Het niet tijdig oplossen van capaciteitsknelpunten betekent dat het langer duurt voordat er transportcapaciteit beschikbaar is voor marktpartijen die om een nieuwe aansluiting vragen of hun bestaande aansluiting verder uit willen nutten. Deze klanten worden hierover geïnformeerd. Voor bestaande klanten die geen extra transportcapaciteit wensen, heeft de schaarste aan transportcapaciteit (voorlopig) nog geen directe gevolgen. Zodra er extra transportcapaciteit beschikbaar komt, kunnen klanten die op de wachtlijst staan worden aangesloten in volgorde van het 'first come, first served' principe2. Ook voor particulieren en andere kleinverbruikers is er (voorlopig) nog transportcapaciteit beschikbaar. In geval van transportschaarste onderzoekt Enexis Netbeheer tevens, conform hoofdstuk 9 van de Netcode Elektriciteit, of congestiemanagement een oplossing biedt om toch al eerder extra transportcapaciteit ter beschikking te stellen. In paragraaf 5.2.4 wordt dit systeem van congestiemanagement nader toegelicht. Zowel nieuwe als bestaande klanten kunnen via dit systeem een bijdrage leveren aan het oplossen van de congestie. In Bijlage 9.4 is een overzicht opgenomen dat een relatie legt tussen de knelpunten in dit IP en de op de website van Enexis Netbeheer gepubliceerde congestie onderzoeken.

2

Eind februari 2023 heeft de ACM aangegeven ruimte te willen bieden aan netbeheerders om in congestiegebieden voorrang te verlenen aan

individuele projecten die helpen congestie te verminderen of aan projecten met een maatschappelijke functie. Ten tijde van het opstellen van het investeringsplan 2024 is dit nog onvoldoende concreet voor de netbeheerders om dit mee te kunnen nemen in de prioritering.

Capaciteitsknelpunten en uitbreidingsinvesteringen

42

Inhoud

Inleiding

Profiel en strategie Methodiek

Ontwikkeling en scenario’s

Capaciteit Kwaliteit

Netgerelateerd

Totaal

Bijlagen

Gebieden met transportschaarste versus knelpunten/investeringen in IP Zoals hierboven aangegeven kondigt Enexis Netbeheer transportschaarste af in gebieden waar knelpunten niet tijdig opgelost kunnen worden, gevolgd door een onderzoek naar de mogelijkheid van het toepassen van congestiemanagement. De gebieden waar dit speelt worden gepubliceerd op de website van Enexis Netbeheer. Wanneer deze lijst gelegd wordt naast de lijst met knelpunten / investeringen in het IP kunnen er verschillen geconstateerd worden. Deze zijn te verklaren uit het feit dat in het IP gerapporteerd wordt over de capaciteitsknelpunten in de netten van Enexis Netbeheer terwijl de transportschaarste waar momenteel sprake van is, in veel gevallen zijn oorsprong vindt in capaciteitsknelpunten in het bovenliggende (E)HS-net. Aangezien deze transportschaarste directe gevolgen heeft voor klanten van Enexis Netbeheer heeft Enexis Netbeheer samen met de beheerder van het (E)HS-net een aankondiging gedaan van transportschaarste. Aangezien Enexis Netbeheer in haar IP alleen rapporteert over haar eigen netten is er vaak geen directe relatie tussen de daar vermelde knelpunten en maatregelen en de huidige structurele congestie die zijn oorzaak vindt in de (E)HSnetten, maar om voornoemde reden ook door Enexis Netbeheer wordt gecommuniceerd.

Ook op plekken waar er wel sprake is van congestie in het net van Enexis Netbeheer kunnen er verschillen zijn. Deze vloeien voort uit het verschil in doel en methodiek van congestieonderzoek en IP. In de congestieonderzoeken worden knelpunten bepaald op basis van concrete aanvragen en van autonome groei (groei door kleinverbruik klanten en groei in bestaande aansluitingen) van bestaande klanten. Nieuwe ontwikkelingen op basis van scenario’s worden in deze analyse niet meegenomen. Het IP daarentegen werkt met toekomstscenario’s om te bepalen of een netuitbreiding nodig is waardoor ook minder concrete aanvragen meegenomen worden. 5.2 Uitbreidingsinvesteringen Elektriciteit 5.2.1 Algemeen De uitbreidingsinvesteringen zijn bedoeld om de in de vorige paragraaf gesignaleerde knelpunten op te lossen. Deze knelpunten zijn gerelateerd aan de uitgevoerde scenariostudie. De drie scenario’s beschrijven samen het speelveld waarbinnen de toekomstige ontwikkelingen zich waarschijnlijk afspelen. Het aantal capaciteitsknelpunten en het moment van optreden verschilt uiteraard per scenario. Daarbij is het op voorhand onzeker hoe de toekomst eruitziet. Daarom houdt Enexis Netbeheer rekening met alle drie de scenario’s. De investeringen worden in beginsel zodanig vormgegeven en gepland dat hiermee alle capaciteitsknelpunten worden opgelost, ongeacht welk scenario werkelijkheid wordt.

Dit betekent bijvoorbeeld dat wanneer een knelpunt in één van de scenario’s eerder in de tijd optreedt dan in de andere scenario’s, dat dit eerste moment van optreden dan maatgevend is voor wanneer de investering gereed moet zijn. Ondanks het streven om alle capaciteitsknelpunten tijdig op te lossen, spelen in de praktijk de eerdergenoemde beperkingen in de uitvoeringscapaciteit, waardoor soms de initieel gewenste investeringsplanning aangepast moet worden. In de vorige paragraaf was er sprake van reguliere en majeure knelpunten. Op eenzelfde wijze is in deze paragraaf sprake van reguliere en majeure investeringen. Hierbij ligt de grens weer bij elektriciteitsnetten met een spanning vanaf 25 kV. 5.2.2 Reguliere uitbreidingsinvesteringen Elektriciteit Deze paragraaf geeft een overzicht van de reguliere investeringen in de laagspannings- en middenspanningsnetten. Vooruitblik De met de reguliere investeringen gemoeide aantallen componenten voor de jaren 2024, 2025 en 2026 zijn per componentgroep weergegeven in Tabel 5.1. Voor de volledigheid zijn ook de in het IP2022 opgenomen aantallen voor 2023 weergegeven. De met deze aantallen gemoeide investeringskosten zijn opgenomen in een vertrouwelijke bijlage die alleen beschikbaar wordt gesteld aan de ACM in verband met koersgevoelige

Capaciteitsknelpunten en uitbreidingsinvesteringen

43

Inhoud

Inleiding

Profiel en strategie Methodiek

Ontwikkeling en scenario’s

Capaciteit Kwaliteit

Netgerelateerd

Totaal

Bijlagen

informatie. Voor de verschillende soorten netcomponenten die vermeld staan in de tabel, is aansluiting gezocht bij de definities uit het jaarlijkse CODATA-informatieverzoek en het Kader Informatiebehoefte van toezichthouder ACM. De gevolgen van de energietransitie zijn duidelijk zichtbaar in de sterk toenemende investeringen in kabels, schakelvelden, transformatoren, etc. Wanneer de aantallen echter vergeleken worden met de aantallen knelpunten dan wordt ook duidelijk dat niet alle knelpunten tijdig opgelost kunnen worden. De beperkte uitvoeringscapaciteit is hiervoor de belangrijkste reden. Dit betekent dat er de komende jaren helaas nog sprake zal zijn van congestie en ook dat er nog veelvuldig spanningsklachten zullen optreden in met name de laagspanningsnetten. Verder is te zien dat het aantal nieuwe MS-aansluitingen de komende jaren naar verwachting sterk zal dalen. Dit wordt veroorzaakt door de aanhoudende congestie in zowel de MS- als de (E)HSnetten. Omschrijving Componentsoort

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Emmen&id=26bc46a8-cf6e-4862-a625-75b3f8c7bd46