CConstaterende datEmmen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage bij RA21.0067 - Bestemmingsplan 'Emmen, aardag- en waterstofleiding GZI - Emmtec' (RIS.10320)

Commissie Wonen en Ruimte 11 oktober 2021, gemeente EmmenBij agendapunt: Bestemmingsplan 'Emmen, aardgas- en waterstofleiding GZI-Emmtec' + bijlagen RIS.10319 en RIS.1032023.444 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

28

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, aardgas- en waterstofleiding GZI - Emmtec (vastgesteld)

4.5.1

Waterbeleid

De Europese Kaderrichtlijn Water is richtinggevend voor de bescherming van de oppervlaktewaterkwaliteit in de landen in de Europese Unie. Aan alle oppervlaktewateren in een stroomgebied worden kwaliteitsdoelen gesteld die in 2015 moeten worden bereikt. Ruimtelijk relevant rijksbeleid is verwoord in de Nota Ruimte en het Nationaal Waterplan (inclusief de stroomgebiedbeheerplannen). Op provinciaal niveau zijn de Omgevingsvisie en de bijbehorende Omgevingsverordening richtinggevend voor ruimtelijke plannen. Het Waterschap Vechtstromen heeft de beleidskaders van rijk en provincie nader uitgewerkt in het Waterbeheerplan 2016-2021. De belangrijkste ruimtelijk relevante thema's zijn waterveiligheid, klimaatbestendigheid omgeving en ruimte voor waterberging. Daarnaast is de Keur van Waterschap Vechtstromen een belangrijk regelstellend instrument waarmee in ruimtelijke plannen rekening moet worden gehouden. Op gemeentelijk niveau zijn het in overleg met Waterschap Vechtstromen opgestelde gemeentelijk Waterplan en het gemeentelijk Rioleringsplan van belang bij het afwegen van waterbelangen in ruimtelijke plannen. 4.5.1.1 Watersysteem In het waterbeheer van de 21ste eeuw worden duurzame, veerkrachtige watersystemen nagestreefd.

Dit betekent concreet dat droge perioden worden doorstaan zonder droogteschade, vissterfte en stank, en dat in natte perioden geen overlast optreedt door hoge grondwaterstanden of inundaties vanuit oppervlaktewateren. Problemen worden niet afgewenteld op andere gebieden of latere generaties. Het principe "eerst vasthouden, dan bergen, dan pas afvoeren" is hierbij leidend. Rijk, provincies en gemeenten hebben in het Nationaal Bestuursakkoord Water doelen vastgelegd voor het op orde brengen van het watersysteem. 4.5.1.2 Afvalwaterketen Het zoveel mogelijk scheiden van vuil en schoon water is belangrijk voor het bereiken van een goede waterkwaliteit. Door te voorkomen dat grote hoeveelheden relatief schoon hemelwater door rioolstelsels worden afgevoerd, neemt het aantal overstorten van verontreinigd rioolwater op oppervlaktewater af en neemt de doelmatigheid van de rioolwaterzuivering toe. Hierdoor verbetert zowel de kwaliteit van oppervlaktewateren waarop overstorten plaatsvinden als de kwaliteit van het effluent ontvangende oppervlaktewater. Indien het schone hemelwater door middel van infiltratie in het gebied wordt vastgehouden alvorens het wordt afgevoerd naar oppervlaktewater, draagt dit bovendien bij aan de duurzaamheid van het watersysteem.

Vandaar dat het principe "eerst schoonhouden, dan scheiden, dan pas zuiveren" een belangrijk uitgangspunt is bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Als het hemelwater niet wordt aangekoppeld of wordt afgekoppeld van het bestaande rioolstelsel is oppervlakkige afvoer en infiltreren in de bodem uitgangspunt. Als infiltratie in de bodem niet mogelijk is, is lozing op het oppervlaktewater via een bodempassage gewenst. 4.5.2

Wateraspecten plangebied

Bestemmingsplan Emmen, aardgas- en waterstofleiding GZI - Emmtec ligt in het stroomgebied Rijn-Oost en valt onder het beheersgebied van het waterschap Vechtstromen. Het waterbeleid voor dit gebied is vastgelegd in het Waterbeheerplan van waterschap Vechtstromen en in het waterplan van de gemeente Emmen.

29

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, aardgas- en waterstofleiding GZI - Emmtec (vastgesteld)

4.5.2.1 Grondgebruik Het gebied waar het nieuwe tracé voor de aardgastransportleiding en waterstofleiding komt te liggen, is voor een deel in gebruik als industrieterrein, voor een deel als grasland en voor een deel voor infrastructuur (de N862 en op- en afritten naar de Rondweg). Omdat de leidingen ondergronds komen te liggen, verandert dit grondgebruik niet. Er is enkel sprake van tijdelijke inrichting van werkplaatsen om de leidingen aan te leggen. 4.5.2.2 Bodemopbouw en hoogteligging Voor dit plan is een geohydrologische bureaustudie uitgevoerd, waarin ook onderzoek is gedaan naar de bodemopbouw in het plangebied en de hoogteligging. De rapportage van het onderzoek is als Bijlage 11 (Geohydrologisch bureauonderzoek) bij deze toelichting gevoegd. De bodemopbouw in het plangebied is in het rapport in twee clusters opgedeeld. Cluster 1 bevat alle werklocaties ten noorden van de Rondweg. Cluster 2 bevat de werklocaties ten zuiden van de Rondweg. De bodem in cluster 1 bestaat enkel uit zandgrond. De bodem in cluster 2 bestaat uit zandgrond met een laag leem van 3 meter dikte vanaf 1 meter onder het maaiveld. Wat betreft de hoogteligging varieert de hoogte van het maaiveld in het plangebied grofweg tussen 23 meter +NAP en 19,5 meter +NAP.

4.5.2.3 Grondwater In de geohydrologische bureaustudie is de gemiddeld hoogte grondwaterstand (GHG) en gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG) bepaald ten behoeve van het berekenen van de verwachte debieten. In cluster 1 wordt een GHG gehanteerd van 15,4 meter +NAP en een GLG van 13,7 meter +NAP (freatisch). In cluster 2 wordt een GHG gehanteerd van 18,3 meter +NAP en een GLG van 17,3 meter +NAP (freatisch), en een GHG van 15,0 meter +NAP en GLG van 14,0 meter +NAP (stijghoogte eerste WVP). Op basis van de peilenkaart van het waterschap Vechtstromen wordt voor het grondwater ter plaatse van cluster 1 een streefpeil van 17,7 meter +NAP aangehouden, en ter plaatse van cluster 2 een streefpeil van 18,3 meter +NAP. 4.5.3

Waterhuishouding

4.5.3.1 Riolering Naast het inzamelen en afvoeren van afvalwater heeft het rioolstelsel een belangrijke functie in de afwatering van de verharde oppervlakken in het plangebied. In een gemengd rioolstelsel worden afvalwater en regenwater 'gemengd' en vervolgens gezamenlijk afgevoerd naar de rioolwaterzuivering. Tijdens perioden met meer neerslag kan het voorkomen dat de rioolberging geheel gevuld raakt en zal rioolwater via de riooloverstorten naar het oppervlaktewater stromen. Een gescheiden rioolstelsel houdt afvalwater en regenwater gescheiden. Afvalwater wordt afgevoerd naar de rioolwaterzuivering, regenwater wordt rechtstreeks op het oppervlaktewater geloosd. Omdat het plan geen betrekking heeft op het aanleggen of wijzigen van het rioolstelsel, is dit thema niet relevant.

30

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, aardgas- en waterstofleiding GZI - Emmtec (vastgesteld)

4.5.3.2 Waterbeheer, (grond) waterkwantiteit - en kwaliteit Het plangebied maakt geen deel uit van een door de provincie aangewezen grondwaterbeschermingsgebied. Er zijn daarom geen beperkende eisen aan het grondgebruik gesteld. Zoals in paragraaf 3.1.4 is beschreven, is het plangebied wel onderdeel van het wingebied van Emmtec alsmede ook door de zone van verontreinigd gebied Bargermeer Noord loopt, waarvoor een gebiedsplan is opgesteld. Voor de aanleg van de leidingen is het noodzakelijk om werkputten te graven tot onder de grondwaterstand, van waaruit de gestuurde boringen kunnen plaatsvinden. Om de werkzaamheden droog uit te voeren moet bemaling toegepast te worden. De geohydrologisch rapportage is opgesteld om het te verwachten waterbezwaar, de benodigde debieten en de reikwijdte van de plande bemaling te bepalen. Ook is het opbarstrisico beschouwd, is een indicatie van de risico's op zettingen gegeven en is het risico op andere nadelige effecten in de omgeving in beeld gebracht. Voor de uitkomsten van dit onderzoek wordt verwezen naar Bijlage 11 (Geohydrologisch bureauonderzoek) van deze toelichting. Voor de grondwateronttrekking en de lozing van het onttrokken grondwater op oppervlaktewater is een melding nodig op grond van de Waterwet.

Met uitzondering van de aanlegfase, heeft de ontwikkeling die dit bestemmingsplan mogelijk maakt geen invloed op het waterbeheer en/of de (grond)waterkwantiteit- en kwaliteit. Het thema water vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan. 4.5.4

Wateradvies waterschap

Het waterschap is op 17 september 2020 geïnformeerd over het bestemmingsplan via de Digitale Watertoets. De uitkomsten van de watertoets zijn als Bijlage 12 bij deze toelichting gevoegd. Op 19 februari 2021 heeft een afstemmingsoverleg plaatsgevonden met het waterschap naar aanleiding van het voorontwerp bestemmingsplan. Naar aanleiding van het overleg is in deze toelichting het Gebiedsplan gebiedsgericht grondwaterbeheer Emmen opgenomen (zie paragraaf 3.1.4). Het overleg heeft verder niet geleid tot inhoudelijke consequenties voor het bestemmingsplan.

31

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, aardgas- en waterstofleiding GZI - Emmtec (vastgesteld)

Hoofdstuk 5 5.1

Toelichting op de planregels en verbeelding

Algemeen

Het bestemmingsplan bestaat uit de plantoelichting, regels en verbeelding. De regels en de verbeelding vormen het juridisch bindende gedeelte van een bestemmingsplan. De verbeelding en de regels moeten altijd in samenhang worden gebruikt. De plantoelichting is bedoeld om de verbeelding en de regels te verduidelijken en om gemaakte keuzes te verantwoorden aan de hand van ruimtelijk beleid. Het bestemmingsplan Emmen, aardgas- en waterstofleiding GZI - Emmtec is precies genomen een partiële herziening. Dat houdt in dat dit bestemmingsplan de onderliggende bestemmingsplannen slechts ten dele wijzigt. Die wijziging houdt in het mogelijk maken van twee buisleidingen door middel van twee dubbelbestemmingen. Eén buisleiding is bestemd voor de transport van aardgas, de andere buiseiding is bestemd voor de transport van waterstofgas. Echter omdat ter plaatse van het bestemmingsplan Buitengebied gemeente Emmen niet wordt voldaan aan de digitale verplichtingen (op de website ruimtelijkeplannen.nl is ter plaatse geen bestemmingsplan gepubliceerd) is voor dit deel ook een verkeersbestemming opgenomen. Tevens moet het nieuwe bestemmingsplan rechtszeker, eenvoudig te begrijpen, goed toepasbaar en handhaafbaar zijn voor de gebruiker.

Met de indeling van het bestemmingsplan zoals de naamgeving van de bestemmingen, opbouw van de regels en de weergave van op de verbeelding wordt aangesloten op landelijk geldende standaarden, onder meer Informatiemodel Ruimtelijke Ordening (IMRO2012) en de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP2012). 5.2

Toelichting op de verbeelding

6.2 Toelichting op de verbeelding Voor de verbeelding wordt als ondergrond de basiskaart BGT gehanteerd. De ondergrond zal nooit een volledige weergave van de werkelijkheid zijn. De op de verbeelding aangegeven bebouwing moet dan ook als illustratief worden beschouwd. Alle gronden die binnen het plangebied vallen hebben een bestemming en/of aanduiding gekregen op de verbeelding. Deze bestemmingen en aanduidingen hebben slechts juridische betekenis indien in de regels hieraan een betekenis wordt gegeven. De begrenzingen van de bestemmingen volgen zoveel mogelijk geografische, topografische en/of kadastrale grenzen. Daar waar dat niet mogelijk bleek, is gekozen voor een meer praktische benadering. De schaal van de verbeelding kan met behulp van de computer door de gebruiker naar keuze worden ingesteld. 5.3

Toelichting op de regels

De regels zijn een juridische vertaling van het planologische -en ruimtelijk beleid van de gemeente, provincie en het Rijk. De regels zijn een juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden en bebouwing, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing en regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bebouwing. Bij het opstellen van de regels is geprobeerd om de regels zo beperkt mogelijk te houden door alleen te regelen wat nodig is.

Gebruiksregels Per bestemming is aangegeven voor welk gebruik de gronden zijn bedoeld. Indien daar 32

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, aardgas- en waterstofleiding GZI - Emmtec (vastgesteld)

aanleiding voor bestaat, wordt via de specifieke gebruiksregels expliciet aangegeven waarvoor de gronden niet zijn bedoeld en of waarvoor en op welke wijze de gronden wel gebruikt kunnen worden.

Bouwregels In een groot aantal bestemmingen zijn bouwregels opgenomen. Met deze bouwregels worden de bouwmogelijkheden gereguleerd. Uitgangspunt bij het bouwen van hoofdgebouwen is dat hoofdgebouwen altijd binnen een bouwvlak worden gebouwd en voorgevels van deze hoofdgebouwen in de gevellijn. Dit betekent dat indien er vervangende bebouwing wordt geprojecteerd, deze in de gevellijn moet worden teruggebouwd. Verder worden in de bouwregels onder anderen regels ten aanzien maximale bebouwing , bouwhoogtes, dakhelling opgenomen.

Opzet regels De planregels van dit bestemmingsplan zijn opgedeeld in de volgende hoofdstukken: Hoofdstuk 1 Inleidende regels; Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels; Hoofdstuk 3 Algemene regels; Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels. De inhoud van de verschillende hoofdstukken wordt als volgt toegelicht: 5.3.1

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

In hoofdstuk 1 worden diverse begrippen die in de planregels worden gehanteerd nader verklaard. Dit om mogelijke interpretatieproblemen te voorkomen. Daarnaast wordt aangegeven op welke wijze bepaalde afmetingen moeten worden gemeten.

Artikel 1 Begrippen De begripsbepalingen in artikel 1 zijn noodzakelijk bij de interpretatie van de regels. In dit artikel worden de begrippen gedefinieerd, die in de regels worden gehanteerd. De begrippen die hierin zijn opgenomen zijn terug te vinden in de bestemmingsbepalingen. Bij de toetsing aan het bestemmingsplan wordt uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis. Voor zover geen begrippen zijn gedefinieerd wordt aangesloten bij het normaal spraakgebruik. Met uitzondering van de eerste twee begrippen (plan en bestemmingsplan) zijn de begrippen alfabetisch gerangschikt. De begrippen zijn zoveel mogelijk gebaseerd op vaste jurisprudentie. In de loop der tijd hebben de meeste begrippen zich ontwikkeld tot een standaard, waarvan ook in dit bestemmingsplan gebruik is gemaakt.

Artikel 2 Wijze van meten De bepalingen over de wijze van meten zijn in artikel 2 opgenomen. Dit artikel geeft aan hoe de hoogte- en andere maten die bij het bouwen in acht genomen moeten worden, gemeten moeten worden. 5.3.2

Hoofdstuk 2 bestemmingsregels

In Hoofdstuk 2 worden artikelsgewijs de op de verbeelding aangegeven bestemmingen omschreven en wordt toegelicht op welke wijze de gronden en opstallen gebruikt mogen worden. De enkelbestemmingen in dit plan betreffen:

33

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, aardgas- en waterstofleiding GZI - Emmtec (vastgesteld)

'Agrarisch met waarden - Esdorpenlandschap'; 'Agrarisch met waarden - Kleinschalige Veenontginningen'; 'Bedrijventerrein'; 'Verkeer - Weg'. Voor de bestemmingen 'Agrarisch met waarden - Esdorpenlandschap', 'Agrarisch met' en 'Verkeer - Weg' geldt dat deze zijn overgenomen uit het bestemmingsplan 'Buitengebied 2011'. Inhoudelijk zijn er geen wijzigen aangebracht behalve dat delen die niet relevant zijn voor het plangebied zijn verwijderd. De bestemming 'Bedrijventerrein' is nieuw toegevoegd. Deze bestemming bepaalt dat gronden met deze bestemming kunnen worden gebruikt voor "bestaand gebruik van de gronden en bouwwerken, dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan plaatsvindt op basis van een rechtsgeldig planologisch besluit". Hiermee worden de bepalingen die onderdeel waren van de daar geldende beheersverordening omgezet naar het bestemmingsplan. De planologische situatie blijft echter vrijwel hetzelfde: bestaand gebruik met daarbij inachtneming van de aanleg van de gasleiding. 5.3.3

Dubbelbestemmingen

Dubbelbestemmingen worden opgenomen als meerdere functies onafhankelijk van elkaar op dezelfde plaats voorkomen. In feite betreft het hier twee (of meer) afzonderlijke bestemmingen voor één (deel van een) gebied. Daar waar een dubbelbestemming is gelegen, geldt zowel de bepaling van de betreffende (hoofd)bestemming als de bepaling zoals gesteld in de dubbelbestemming. Aan een dubbelbestemming bestaat behoefte, wanneer een bestemming onvoldoende recht doet aan de functies/gebruiksdoelen die op de betrokken gronden toelaatbaar (moeten) zijn of wanneer ruimtelijk relevante belangen veilig moeten worden gesteld die niet of onvoldoende met een bestemming kunnen worden gewaarborgd. Dubbelbestemmingen hebben voorrang op de hoofdbestemmingen. Dit betekent dat bepalingen van bestemmingen alleen van toepassing zijn als deze niet strijdig zijn met bepalingen die horen bij dubbelbestemmingen. Door deze dubbelbestemmingen worden afwegingen opgelegd aan onderliggende (hoofd) bestemmingen. In de bestemmingsomschrijving van de dubbelbestemming worden niet alle doeleinden opnieuw genoemd maar alleen die waarvoor de dubbelbestemming is opgenomen. Het plangebied Emmen, aardgas- en waterstofleiding GZI - Emmtec kent vijf dubbelbestemmingen te weten: 1. 'Leiding - Gas'; 2. 'Leiding - Gas 1'; 3. 'Leiding - Gas 2'; 4. 'Leiding - Hoogspanning'; 5. 'Leiding - Hoogspanningsverbinding 2'.

Voor vrijwel alle dubbelbestemmningen geldt dat deze zijn overgenomen uit het bestemmingsplan 'Buitengebied 2011'. Reden hiervoor is dat de betreffende leidingen ongewijzigd blijven. Wel zijn dus twee leidingen voor aard- en waterstofgas toegevoegd: 'Leiding - Gas 1' en 'Leiding - Gas 2'. Deze twee dubbelbestemmingen maken het mogelijk om de gewenste leidingen aan te leggen. Tot slot: de bestemmingsomschrijving van deze dubbelbestemmingen 'Leiding - Gas 1' en 'Leiding - Gas 2' schrijven voor om wat voor type leidingen het moet gaan: 1. een aardgastransportleiding met een diameter van niet meer dan 168,30 mm en een druk van niet meer dan 80 bar; 2. een waterstoftransportleiding met een diameter van niet meer dan 152,40 mm en een

34

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, aardgas- en waterstofleiding GZI - Emmtec (vastgesteld)

druk van niet meer dan 80 bar. 5.3.4

Hoofdstuk 3 Algemene regels

Hoofdstuk 3 van de regels bevat bepalingen die van toepassing zijn op meerdere bestemmingen, zodat het uit praktische overwegingen de voorkeur verdient deze in afzonderlijke artikelen onder te brengen. Artikel 12 Anti-dubbeltelregel Met dit artikel wordt voorkomen dat meer wordt gebouwd dan het bestemmingsplan beoogt. Dit is bijvoorbeeld mogelijk als (onderdelen van) bouwpercelen van eigenaars in maatvoering verschillen en wisselen. Door verwerving van een extra (bouw)perceel of een gedeelte daarvan, kunnen de gronden niet meegenomen worden met de berekening van de bouwmogelijkheden van het nieuwe perceel als de nieuw verworven gronden reeds meegenomen zijn bij de berekening van een eerdere bouwplannen. Het is dus niet toegestaan gronden twee keer in te zetten om een omgevingsvergunning te verkrijgen. Verder bevat het bestemmingsplan ook 'Algemene bouwregels', 'Algemene gebruiksregels' en 'Algemene aanduidingsregels'. 5.3.5

Hoofdstuk 4 overgangs- en slotregels

Het laatste hoofdstuk 'Overgangs- en slotregels' bevat in Artikel 16 het overgangsrecht, als beschreven in het Besluit ruimtelijke ordening. Artikel 17 is de slotregel. In dit artikel wordt aangegeven op welke wijze de regels van het bestemmingsplan kunnen worden aangehaald. In dit geval kunnen de regels van het bestemmingsplan aangehaald worden als regels van het bestemmingsplan 'Emmen, aardgas- en waterstofleiding GZI - Emmtec'. 5.4

Handhaving

In dit bestemmingsplan heeft actueel beleid zijn doorwerking in de regels gekregen. Hierdoor is het juridisch kader van het bestemmingsplan voor gemeente als publiek beter toepasbaar geworden. Van de gemeente mag verwacht worden dat opgetreden wordt als de regels van het bestemmingsplan niet worden nageleefd. Bestemmingsplannen zijn immers bindend voor overheid en publiek ter bescherming van een goede ruimtelijke kwaliteit en een veilige leefomgeving. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Emmen heeft het beleidsplan Vergunningverlening Toezicht en Handhaving (VTH) vastgesteld. Dit beleidsplan VTH beschrijft de visie en ambitie op het terrein van de gemeentelijke VTH-taken, waaronder ook valt het toepassen en naleven van de regels in het bestemmingsplan. Daarnaast geeft het beleidsplan VTH invulling aan de wettelijke plicht om vastgesteld VTH-beleid te hebben. Wat betreft handhaving kan de gemeente onmogelijk continu alles controleren. De gemeente vertrouwt erop dat inwoners en bedrijven de regels naleven en zij er alles aan doen om risico's en nadelige effecten voor de maatschappij te voorkomen. Risico's bepalen de inzet van de beschikbare capaciteit. Op basis van kennis en ervaring is vastgesteld welke bedrijfscategorieën en activiteiten het grootste risico vormen voor fysieke veiligheid, leefbaarheid, volksgezondheid, milieu en imago.

Deze uitgangspunten zijn gebruikt bij het opstellen van dit bestemmingsplan en worden ook toegepast bij de naleving van de regels van het bestemmingsplan.

35

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, aardgas- en waterstofleiding GZI - Emmtec (vastgesteld)

Hoofdstuk 6 6.1

Maatschappelijke betrokkenheid

Vooroverleg

De resultaten van het overleg ex artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) zijn in voorliggend bestemmingsplan verwerkt. Voor de inhoudelijke vooroverlegreacties en de manier waarop die hebben geleid tot wijzigingen is weergegeven in Bijlage 15 (Reactienota) bij deze toelichting. 6.2

Zienswijzen op het ontwerpbestemmingsplan

Met ingang van 19 mei tot en met 29 juni 2021 heeft het ontwerpbestemmingsplan Emmen, aardgas- en waterstofleiding GZI - Emmtec voor een ieder ter inzage gelegen. Tegen het ontwerp wijzigingsplan zijn zienswijzen ingediend. Naar aanleiding van de zienswijzen is de toelichting van het bestemmingsplan aangevuld en zijn de regels gewijzigd. De zienswijzen leiden tot een gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan. De wijziging is beschreven in de Nota van beantwoording zienswijzen die als bijlage opgenomen in de toelichting. (Bijlage 16 PM)

36

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, aardgas- en waterstofleiding GZI - Emmtec (vastgesteld)

Hoofdstuk 7

Economische uitvoerbaarheid

Hoofdstuk 7 Economische uitvoerbaarheid Per 1 juli 2008 is de Wet ruimtelijke ordening in werking getreden. Afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening verplicht de gemeente tot het verhalen van kosten bij grondexploitatie via een exploitatieplan, tenzij kostenverhaal anderszins is verzekerd. De toepassing voor het afdwingbare kostenverhaal richt zich op bouwplannen. De definitie van wat onder een bouwplan wordt verstaan, is opgenomen in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Uit dit artikel blijkt dat onder een bouwplan o.a. wordt verstaan de bouw van een woning of de uitbreiding van een gebouw van 1.000 m 2 of meer. De kosten van het maken van het voorliggend bestemmingsplan worden in dit geval gedekt op grond van de Verordening op de heffing en invordering van leges 2020, als vastgesteld door de raad op 19 december 2019. Voor dit plan zijn (vooralsnog) door de gemeente geen aanvullende kosten voor onderzoek begroot en gemaakt. De vaststelling van een exploitatieplan is zodoende niet nodig, aangezien het kostenverhaal nu anderszins verzekerd is.

37

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, aardgas- en waterstofleiding GZI - Emmtec (vastgesteld)

38

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, aardgas- en waterstofleiding GZI - Emmtec (vastgesteld)

Regels

39

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, aardgas- en waterstofleiding GZI - Emmtec (vastgesteld)

Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1

Inleidende regels

Begrippen

plan:

het bestemmingsplan Emmen, aardgas- en waterstofleiding GZI - Emmtec met identificatienummer NL.IMRO.0114.2019012-B701 van de gemeente Emmen; 1.2

bestemmingsplan:

de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3

aanduiding:

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4

aanduidingsgrens:

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5

bestaand:

bestaand ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan; 1.6

bestemmingsgrens:

de grens van een bestemmingsvlak; 1.7

bestemmingsvlak:

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.8

bouwen:

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.9

bouwgrens:

de grens van een bouwvlak; 1.10

bouwvlak:

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.11

bouwwerk:

een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde verbonden is; 1.12

escortbedrijf:

het bedrijfsmatig aanbieden van prostitutiediensten die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte van het escortbedrijf worden uitgeoefend;

40

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, aardgas- en waterstofleiding GZI - Emmtec (vastgesteld)

1.13

gebouw:

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.14

groenvoorziening:

een (openbaar)gebied, dat is ingericht als berm, park, groenstrook, beplantingsstrook, grasveld, plantsoen, sport- en speelveldjes en dergelijke, welke voor het gehele jaar of een groot deel van het jaar voor het publiek algemeen toegankelijk moet zijn; 1.15

waterhuishoudkundige voorzieningen:

voorzieningen ten dienste van de waterhuishouding waaronder wadi's, waterlopen, waterpartijen, watergangen, dammen, sluizen, duikers, retentiebekkens, vijvers.

41

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, aardgas- en waterstofleiding GZI - Emmtec (vastgesteld)

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1

de bouwhoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.2

de goothoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.3

de inhoud van een bouwwerk:

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.4

de oppervlakte van een bouwwerk:

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.5

het peil:

het peil overeenkomstig de bouwverordening, danwel indien geen peil overeenkomstig de bouwverordening is vast te stellen, de hoogte van het afgewerkte bouwterrein, indien in of op het water wordt gebouwd, dan het Normaal Amsterdams Peil of een ander plaatselijk waterpeil aan te houden.

42

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, aardgas- en waterstofleiding GZI - Emmtec (vastgesteld)

Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1

Bestemmingsregels

Agrarisch met waarden - Esdorpenlandschap

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Agrarisch met waarden - Esdorpenlandschap' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. behoud en herstel van de landschappelijke en natuurlijke waarden; b. agrarische doeleinden; c. extensief recreatief medegebruik; d. behoud en herstel van watergangen; met bijbehorende: e. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; f. fiets- en voetpaden; g. toegangswegen in- en uitritten; h. groenvoorzieningen; i. nutsvoorzieningen en waterhuishoudkundige voorzieningen. 3.2

Bouwregels

3.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. op deze gronden mogen geen gebouwen of overkappingen worden opgericht. 3.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. mestopslagen en sleufsilo's zijn niet toegestaan; b. spoel- en wasinstallaties ten behoeve van bollenteelt zijn niet toegestaan; c. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt niet meer dan 1,00 m; d. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt niet meer dan 3,00 m. 3.3

Afwijken van de bouwregels

3.3.1 Bevoegdheid Het college van burgemeester en wethouders kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a. sublid 3.2.1, sub a, en toestaan dat stallen en schuilgelegenheden ten behoeve van het hobbymatig houden van dieren worden gerealiseerd, waarbij de volgende regels gelden: 1. essen en beekdalen zijn uitgesloten (zie Bijlage 2 bij deze regels: Kaart essen en, fragment uit Bijlage 3 bij de regels: 'De Gemeente Emmen in het'); 2. er is niet minder dan één hectare aaneengesloten grond in gebruik ten behoeve van de activiteiten; 3. de oppervlakte van de bebouwing bedraagt niet meer dan 50 m 2 ; 4. de hoogte van de bebouwing bedraagt niet meer dan 3,50 m; b. sublid 3.2.2, sub a, en toestaan dat een mestopslag ten behoeve van agrarische bedrijfsvoering worden gerealiseerd, waarbij de volgende regels gelden: 1. essen en beekdalen zijn uitgesloten (zie Bijlage 2 bij deze regels: Kaart essen en, fragment uit Bijlage 3 bij de regels: 'De Gemeente Emmen in het'); 2. de bedrijfseconomische noodzaak is aangetoond; 3. de inhoud bedraagt niet meer dan 2.500 m 3 ;

43

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, aardgas- en waterstofleiding GZI - Emmtec (vastgesteld)

4. voorzover aangemerkt als bouwwerk (silo) bedraagt de bouwhoogte niet meer dan 6,00 m; 5. voorzover niet aangemerkt als bouwwerk (foliebassin) bedraagt de bouwhoogte van de grondwal en bijbehorend hekwerk niet meer dan 2,00 m; c. sublid 3.2.2, sub a, en toestaan dat sleufsilo's ten behoeve van de agrarische bedrijfsvoering worden gerealiseerd, waarbij de volgende regels gelden: 1. de bedrijfseconomische noodzaak is aangetoond; 2. de bouwhoogte bedraagt niet meer dan 2,00 m. d. sublid 3.2.2, sub b, en toestaan dat een spoel- en wasinstallatie ten behoeve van bollenteelt wordt gerealiseerd, waarbij de volgende regels gelden: 1. essen en beekdalen zijn uitgesloten (zie Bijlage 2 bij deze regels: Kaart essen en, fragment uit Bijlage 3 bij de regels: 'De Gemeente Emmen in het'); 2. de bedrijfseconomische noodzaak is aangetoond; 3. de bouwhoogte van de aan te leggen grondwal en bijbehorend hekwerk bedraagt niet meer dan 2,00 m. 3.3.2 Afweging a. De toepassing van de in sublid 3.3.1 genoemde afwijkingen is beperkt tot incidentele gevallen, waarbij het functioneren van de bestemming begrepen doeleinden en omliggende bestemmingen niet mag worden aangetast. b.

In de afweging omtrent verlening van afwijking dient in ieder geval rekening worden gehouden met belangen uit agrarisch-, ruimtelijk-, landschappelijk-, cultuurhistorisch, verkeerstechnisch-, milieuhygiënisch, archeologisch- en ecologisch oogpunt, het functioneren van het watersysteem, de woonsituatie, het straat- en bebouwingsbeeld, mogelijke onevenredige aantasting van de leefbaarheid en gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken. c. De aspecten stedenbouwkundige structuur, landschap en cultuurhistorie worden beschreven in Bijlage 3 bij de regels ('De Gemeente Emmen in het perspectief van het'). Deze bijlage wordt betrokken bij de onder sub b genoemde afweging voor wat betreft de aspecten stedenbouw, landschap en cultuurhistorie. d. Indien de genoemde waarden en of belangen onevenredig worden geschaad wordt de afwijking niet verleend. e. Voorzover voor meerdere activiteiten een afwijking benodigd is en deze in één plan zijn ondergebracht, worden deze in zijn geheel in de beoordeling betrokken. 3.4

Specifieke gebruiksregels

Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: a. het realiseren van teeltondersteunende voorzieningen; b. het aanleggen van paardenbakken; c. het bebossen van gronden, met een oppervlakte van meer dan één hectare; d. het realiseren van een terrein voor boomteelt, fruitteelt op verhoogde stellingen of fruit op laagstam of hoogstam, met een oppervlakte van meer dan één hectare. 3.5

Afwijken van de gebruiksregels

3.5.1 Bevoegdheid Het college van burgemeester en wethouders kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a. lid 3.4, sub b, en toestaan dat gronden gebruikt worden ten behoeve van een paardenbak, waarbij de volgende bepalingen gelden; 1. de afmeting bedraagt niet meer dan 20 m bij 40 m; 2. de paardenbak niet minder dan 50 m verwijderd is van woningen van derden; 3. lichtmasten mogen worden opgericht tot een bouwhoogte van 6,00 m;

44

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, aardgas- en waterstofleiding GZI - Emmtec (vastgesteld)

4. essen en beekdalen zijn uitgesloten (zie Bijlage 2 bij deze regels: Kaart essen en, fragment uit Bijlage 3 bij de regels: 'De Gemeente Emmen in het'). 3.5.2 Afweging a. De toepassing van de in sublid 3.5.1 genoemde afwijkingen is beperkt tot incidentele gevallen, waarbij het functioneren van de bestemming begrepen doeleinden en omliggende bestemmingen niet mag worden aangetast. b. In de afweging omtrent verlening van afwijking dient in ieder geval rekening worden gehouden met belangen uit agrarisch-, ruimtelijk-, landschappelijk-, cultuurhistorisch, verkeerstechnisch-, milieuhygiënisch, archeologisch- en ecologisch oogpunt, het functioneren van het watersysteem, de woonsituatie, het straat- en bebouwingsbeeld, mogelijke onevenredige aantasting van de leefbaarheid en gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken. c. De aspecten stedenbouwkundige structuur, landschap en cultuurhistorie worden beschreven in Bijlage 3 bij de regels ('De Gemeente Emmen in het perspectief van het'). Deze bijlage wordt betrokken bij de onder sub b genoemde afweging voor wat betreft de aspecten stedenbouw, landschap en cultuurhistorie. d. Indien de genoemde waarden en of belangen onevenredig worden geschaad wordt de afwijking niet verleend. e.

Voorzover voor meerdere activiteiten een afwijking benodigd is en deze in één plan zijn ondergebracht, worden deze in zijn geheel in de beoordeling betrokken. 3.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 3.6.1 Verboden werkzaamheden Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het college van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het ophogen, ontgronden, egaliseren, ontginnen van de bodem; b. het aanleggen, verbreden, of verharden van wegen, paden, banen of parkeergelegenheden; c. het aanbrengen van overige oppervlakteverhardingen, met een oppervlakte van meer dan 100 m 2 ; d. het aanleggen, verbreden, verdiepen, en dempen van sloten, wijken en andere wateren; e. het aanbrengen of verwijderen van ondergrondse leidingen en daarmee verband houdende constructies; f. het bebossen van gronden, met een oppervlakte van meer dan één hectare; g. het realiseren van een terrein voor boomteelt, fruitteelt op verhoogde stellingen of fruit op laagstam of hoogstam, met een oppervlakte van meer dan één hectare; h. het rooien van bos, bomen, boomgaard, houtwal of singel. 3.6.2 Toegestane werkzaamheden Het verbod als bedoeld in sublid 3.6.1 is niet van toepassing op werken en/of werkzaamheden die: a.

noodzakelijk zijn in verband met het op de bestemming gerichte beheer of gebruik van de grond; b. al in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; c. mogen worden uitgevoerd krachtens een al verleende omgevingsvergunning.

45

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, aardgas- en waterstofleiding GZI - Emmtec (vastgesteld)

3.6.3 Combinaties Voorzover voor meerdere werken en/of werkzaamheden omgevingsvergunning worden gevraagd en deze in één (inrichtings)plan zijn ondergebracht, wordt dit in zijn geheel in de beoordeling betrokken. 3.6.4 Toetsingscriteria Bij de afweging omtrent verlening van de omgevingsvergunning wordt de landschappelijke waarde, als weergegeven in Bijlage 3 bij de regels ('De Gemeente Emmen in het') betrokken. 3.6.5 Voorwaarden De sublid 3.6.1 bedoelde omgevingsvergunning wordt niet verleend indien het werk of de werkzaamheid plaatsvindt met het oog op het ontwikkelen of versterken van natuurwaarden in een nieuw natuurgebied en door de uitvoering op directe of indirecte wijze aantoonbare afbreuk wordt of zou worden gedaan aan de agrarische bedrijfsvoering op aangrenzende of nabijgelegen percelen, dan wel aantoonbare schade of nadeel aan nabijgelegen agrarische bedrijven en/of de landbouwfunctie wordt of zou worden gedaan. 3.6.6 Weigering De in sublid 3.6.1 bedoelde omgevingsvergunning wordt in ieder geval geweigerd wanneer de voorgenomen werken, of werkzaamheden de waarden van een gebied zodanig zullen aantasten of de mogelijkheden tot herstel daarvan zodanig zullen verkleinen, dat dit niet door het stellen van voorwaarden aan de omgevingsvergunning kan worden voorkomen. 3.7

Wijzigingsbevoegdheid

3.7.1 Bevoegdheid Het college van burgemeester en wethouder is bevoegd op grond van artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening het plan te wijzigen: a. voor het wijzigen van de bestemming naar de bestemming 'Natuur - Bos', 'Natuur Veengebieden en Beekdalen' of' Water' van het bestemmingsplan 'Buitengebied 2011' (met identificatienummer NL.IMRO.0114.2009072-0710), waarbij de volgende regels gelden: 1. de ontwikkeling bijdraagt aan de verdere ontwikkeling van de Natuurnetwerk Nederland (NNN); 2. de uitbreiding is passend binnen de landschappelijke structuur; 3. er is geen sprake van onevenredige aantasting van gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; b. voor de nieuwvestiging van gas- of oliewinlocaties met de bestemming 'Bedrijf Mijnbouw 2' van het bestemmingsplan 'Buitengebied 2011' (met identificatienummer NL.IMRO.0114.2009072-0710), waarbij de volgende regels gelden: 1. de bedrijfseconomische noodzaak is aangetoond; 2. de uitbreiding is passend binnen de landschappelijke structuur; 3. voldaan wordt aan milieu- en externe veiligheidswetgeving; 4. er is geen sprake van onevenredige aantasting van gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; c. voor de realisatie van leidingen met de bestemming 'Leiding - Gas', waarbij de volgende regels gelden: 1. de bedrijfseconomische noodzaak is aangetoond; 2. voldaan wordt aan milieu- en externe veiligheidswetgeving; 3.

er is geen sprake van onevenredige aantasting van gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden.

46

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, aardgas- en waterstofleiding GZI - Emmtec (vastgesteld)

3.7.2 Afwegingen a. De wijziging tast het functioneren van omliggende bestemmingen niet aan. b. In de afweging omtrent toepassing van de in sublid 3.7.2 opgenomen wijzigingsbevoegdheden worden in ieder geval de volgende aspecten betrokken: de woonsituatie, de stedenbouwkundige structuur, het landschap, archeologie, cultuurhistorie, verkeersveiligheid, (sociale) veiligheid, brandveiligheid/ externe veiligheid en rampenbestrijding, de milieusituatie, natuur, het functioneren van het watersysteem en de gebruiksmogelijkheden in andere bestemmingen. c. De aspecten stedenbouwkundige structuur, landschap en cultuurhistorie worden beschreven in Bijlage 3 bij de regels ('De Gemeente Emmen in het perspectief van het'). Deze bijlage wordt betrokken bij de onder sub b genoemde afweging wat betreft de aspecten stedenbouw, landschap en cultuurhistorie. d. Voorzover voor meerdere activiteiten een wijziging benodigd is en deze in één plan zijn ondergebracht, worden deze in zijn geheel in de beoordeling betrokken. e. Indien de genoemde waarden en of belangen onevenredig worden geschaad kan de functiewijziging niet plaatsvinden.

47

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, aardgas- en waterstofleiding GZI - Emmtec (vastgesteld)

Artikel 4 4.1

Agrarisch met waarden - Kleinschalige Veenontginningen

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Agrarisch met waarden - Kleinschalige Veenontginningen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. behoud en herstel van de landschappelijke en natuurlijke waarden; b. agrarische doeleinden; c. extensief recreatief medegebruik; d. behoud en herstel van watergangen; met bijbehorende: e. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; f. fiets- en voetpaden; g. toegangswegen in- en uitritten; h. groenvoorzieningen; i. nutsvoorzieningen en waterhuishoudkundige voorzieningen. 4.2

Bouwregels

4.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. op deze gronden worden geen gebouwen of overkappingen opgericht. 4.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. mestopslagen en sleufsilo's zijn niet toegestaan; b. spoel- en wasinstallaties ten behoeve van bollenteelt zijn niet toegestaan; c. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt niet meer dan 1,00 m; d. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt niet meer dan 3,00 m. 4.3

Afwijken van de bouwregels

4.3.1 Bevoegdheid Het college van burgemeester en wethouders kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a. sublid 4.2.1, sub a, en toestaan dat stallen en schuilgelegenheden ten behoeve van het hobbymatig houden van dieren worden gerealiseerd, waarbij de volgende regels gelden: 1. essen en beekdalen zijn uitgesloten (zie Bijlage 2 bij deze regels: Kaart essen en, fragment uit Bijlage 3 bij de regels: 'De Gemeente Emmen in het'); 2. er is niet minder dan één hectare aaneengesloten grond in gebruik ten behoeve van de activiteiten; 3. de oppervlakte van de bebouwing bedraagt niet meer dan 50 m 2 ; 4. de bouwhoogte van de bebouwing bedraagt niet meer dan 3,50 m. b. sublid 4.2.1, sub a, en toestaan dat niet-permanente teeltondersteunende voorzieningen ten behoeve van de seizoensteelt worden gerealiseerd, waarbij de volgende regels gelden: 1. de voorzieningen worden niet langer gebruikt dan zes maanden per jaar; 2. essen en beekdalen zijn uitgesloten (zie zie Bijlage 2 bij deze regels: Kaart essen en, fragment uit Bijlage 3 bij de regels: 'De Gemeente Emmen in het'); 3. de bedrijfseconomische noodzaak is aangetoond; 4. de bouwhoogte bedraagt niet meer dan 2,00 m; c. sublid 4.2.2, sub a, en toestaan dat een mestopslag ten behoeve van agrarische 48

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, aardgas- en waterstofleiding GZI - Emmtec (vastgesteld)

bedrijfsvoering worden gerealiseerd, waarbij de volgende regels gelden: 1. essen en beekdalen zijn uitgesloten (zie Bijlage 2 bij deze regels: Kaart essen en, fragment uit Bijlage 3 bij de regels: 'De Gemeente Emmen in het'); 2. de bedrijfseconomische noodzaak is aangetoond; 3. de inhoud bedraagt niet meer dan 2.500 m 3 ; 4. voorzover aangemerkt als bouwwerk (silo) bedraagt de bouwhoogte niet meer dan 6,00 m; 5. voorzover niet aangemerkt als bouwwerk (foliebassin) bedraagt de bouwhoogte van de grondwal en bijbehorend hekwerk niet meer dan 2,00 m; d. sublid 4.2.2, sub c, en toestaan dat sleufsilo's ten behoeve van de agrarische bedrijfsvoering worden gerealiseerd, waarbij de volgende regels gelden: 1. de bedrijfseconomische noodzaak is aangetoond; 2. de bouwhoogte bedraagt niet meer dan 2,00 m; e. sublid 4.2.2, sub c, en toestaan dat een spoel- en wasinstallatie ten behoeve van bollenteelt wordt gerealiseerd, waarbij de volgende regels gelden: 1. essen en beekdalen zijn uitgesloten (zie Bijlage 2 bij deze regels: Kaart essen en, fragment uit Bijlage 3 bij de regels: 'De Gemeente Emmen in het'); 2. de bedrijfseconomische noodzaak is aangetoond; 3. de bouwhoogte van de aan te leggen grondwal en bijbehorend hekwerk bedraagt niet meer dan 2,00 m. 4.3.2 Afweging a.

De toepassing van de in sublid 4.3.1 genoemde afwijkingen is beperkt tot incidentele gevallen, waarbij het functioneren van de bestemming begrepen doeleinden en omliggende bestemmingen niet mag worden aangetast. b. In de afweging omtrent verlening van afwijking wordt in ieder geval rekening gehouden met belangen uit agrarisch-, ruimtelijk-, landschappelijk-, cultuurhistorisch, verkeerstechnisch-, milieuhygiënisch, archeologisch- en ecologisch oogpunt, het functioneren van het watersysteem, de woonsituatie, het straat- en bebouwingsbeeld, mogelijke onevenredige aantasting van de leefbaarheid en gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken. c. De aspecten stedenbouwkundige structuur, landschap en cultuurhistorie worden beschreven in Bijlage 3 bij de regels ('De Gemeente Emmen in het perspectief van het'). Deze bijlage wordt betrokken bij de onder sub b genoemde afweging wat betreft de aspecten stedenbouw, landschap en cultuurhistorie. d. Indien de genoemde waarden en of belangen onevenredig worden geschaad wordt de afwijking niet verleend. e. Voorzover voor meerdere activiteiten een afwijking benodigd is en deze in één plan zijn ondergebracht, worden deze in zijn geheel in de beoordeling betrokken. 4.4

Specifieke gebruiksregels

Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: a. het realiseren van permanente teeltondersteunende voorzieningen (gebruik langer dan zes maanden per jaar); b. het aanleggen van paardenbakken; c. de aanleg van bufferzones ten behoeve van natuurontwikkeling; d. het bebossen van gronden, met een oppervlakte van meer dan één hectare; e. het realiseren van een terrein voor boomteelt, fruitteelt op verhoogde stellingen of fruit op laagstam of hoogstam, met een oppervlakte van meer dan één hectare.

49

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, aardgas- en waterstofleiding GZI - Emmtec (vastgesteld)

4.5

Afwijken van de gebruiksregels

4.5.1 Bevoegdheid Het college van burgemeester en wethouders kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a. lid 4.1 en toestaan dat een terrein wordt ingericht voor boomteelt, waarbij de volgende regels gelden: 1. essen en beekdalen zijn uitgesloten (zie Bijlage 2 bij deze regels: Kaart essen en, fragment uit Bijlage 3 bij de regels: 'De Gemeente Emmen in het'); b. lid 4.4, sub b, en toestaan dat gronden gebruikt worden ten behoeve van een paardenbak, waarbij de volgende regels gelden; 1. de afmeting niet meer dan 20 m bij 40 m bedraagt; 2. de paardenbak niet minder dan 50 m verwijderd is van woningen van derden; 3. lichtmasten mogen worden opgericht tot een bouwhoogte van 6,00 m; 4. essen en beekdalen zijn uitgesloten (zie Bijlage 2 bij deze regels: Kaart essen en, fragment uit Bijlage 3 bij de regels: 'De Gemeente Emmen in het'). 4.5.2 Afweging a. De toepassing van de in sublid 4.5.1 genoemde afwijkingen is beperkt tot incidentele gevallen, waarbij het functioneren van de bestemming begrepen doeleinden en omliggende bestemmingen niet mag worden aangetast. b.

In de afweging omtrent verlening van afwijking wordt in ieder geval rekening gehouden met belangen uit agrarisch-, ruimtelijk-, landschappelijk-, cultuurhistorisch, verkeerstechnisch-, milieuhygiënisch, archeologisch- en ecologisch oogpunt, het functioneren van het watersysteem, de woonsituatie, het straat- en bebouwingsbeeld, mogelijke onevenredige aantasting van de leefbaarheid en gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken. c. De aspecten stedenbouwkundige structuur, landschap en cultuurhistorie worden beschreven in Bijlage 3 bij de regels ('De Gemeente Emmen in het perspectief van het'). Deze bijlage wordt betrokken bij de onder sub b genoemde afweging wat betreft de aspecten stedenbouw, landschap en cultuurhistorie. d. Indien de genoemde waarden en of belangen onevenredig worden geschaad wordt de afwijking niet verleend. e. Voorzover voor meerdere activiteiten een afwijking benodigd is en deze in één plan zijn ondergebracht, worden deze in zijn geheel in de beoordeling betrokken. 4.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.6.1 Verboden werkzaamheden Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het college van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a.

het ophogen, ontgronden, egaliseren, ontginnen van de bodem; b. het aanleggen, verbreden, of verharden van wegen, paden, banen of parkeergelegenheden; c. het aanbrengen van overige oppervlakteverhardingen, met een oppervlakte van meer dan 100 m 2 ; d. het aanleggen, verbreden, verdiepen, en dempen van sloten, wijken en andere wateren; e. het aanbrengen of verwijderen van ondergrondse leidingen en daarmee verband houdende constructies; f. het bebossen van gronden, met een oppervlakte van meer dan één hectare; g. het realiseren van een terrein voor boomteelt, fruitteelt op verhoogde stellingen of fruit op

50

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, aardgas- en waterstofleiding GZI - Emmtec (vastgesteld)

laagstam of hoogstam, met een oppervlakte van meer dan één hectare; h. het rooien van bos, bomen, boomgaard, houtwal of singel. 4.6.2 Toegestane werkzaamheden Het verbod als bedoeld in sublid 4.6.1 is niet van toepassing op werken en/of werkzaamheden die: a. noodzakelijk zijn in verband met het op de bestemming gerichte beheer of gebruik van de grond; b. al in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; c. mogen worden uitgevoerd krachtens een al verleende omgevingsvergunning. 4.6.3 Combinaties Voorzover voor meerdere werken en/of werkzaamheden omgevingsvergunning worden gevraagd en deze in één (inrichtings)plan zijn ondergebracht, wordt dit in zijn geheel in de beoordeling betrokken. 4.6.4 Toetsingscriteria Bij de afweging omtrent verlening van de omgevingsvergunning wordt de landschappelijke waarde, als weergegeven in Bijlage 3 bij de regels ('De Gemeente Emmen in het') betrokken.

4.6.5 Voorwaarden De sublid 4.6.1 bedoelde omgevingsvergunning wordt niet verleend indien het werk of de werkzaamheid plaatsvindt met het oog op het ontwikkelen of versterken van natuurwaarden in een nieuw natuurgebied en door de uitvoering op directe of indirecte wijze aantoonbare afbreuk wordt of zou worden gedaan aan de agrarische bedrijfsvoering op aangrenzende of nabijgelegen percelen, dan wel aantoonbare schade of nadeel aan nabijgelegen agrarische bedrijven en/of de landbouwfunctie wordt of zou worden gedaan. 4.6.6 Weigering De in sublid 4.6.1 bedoelde omgevingsvergunning wordt in ieder geval geweigerd wanneer de voorgenomen werken, of werkzaamheden de waarden van een gebied zodanig zullen aantasten of de mogelijkheden tot herstel daarvan zodanig zullen verkleinen, dat dit niet door het stellen van voorwaarden aan de omgevingsvergunning kan worden voorkomen. 4.7

Wijzigingsbevoegdheid

4.7.1 Bevoegdheid Het college van burgemeester en wethouder is bevoegd op grond van artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening het plan te wijzigen: a. voor het wijzigen van de bestemming naar de bestemming 'Natuur - Bos', 'Natuur Veengebieden en Beekdalen' of 'Water' van het bestemmingsplan 'Buitengebied 2011' (met identificatienummer NL.IMRO.0114.2009072-0710), waarbij de volgende regels gelden; 1. de ontwikkeling bijdraagt aan de verdere ontwikkeling van het Natuurnetwerk Nederland (NNN); 2. de uitbreiding is passend binnen de landschappelijke structuur; 3. er is geen sprake van onevenredige aantasting van gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden. b. voor de nieuwvestiging van gas- of oliewinlocaties met de bestemming 'Bedrijf Mijnbouw 2' van het bestemmingsplan 'Buitengebied 2011' (met identificatienummer NL.IMRO.0114.2009072-0710), waarbij de volgende regels gelden; 1. de bedrijfseconomische noodzaak is aangetoond; 2. de uitbreiding is passend binnen de landschappelijke structuur;

51

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, aardgas- en waterstofleiding GZI - Emmtec (vastgesteld)

3. voldaan wordt aan milieu- en externe veiligheidswetgeving; 4. er is geen sprake van onevenredige aantasting van gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden. 4.7.2 Afwegingen a. De wijziging tast het functioneren van omliggende bestemmingen niet aan. b. In de afweging omtrent toepassing van de in sublid 4.7.1 opgenomen wijzigingsbevoegdheden worden in ieder geval de volgende aspecten betrokken: de woonsituatie, de stedenbouwkundige structuur, het landschap, archeologie, cultuurhistorie, verkeersveiligheid, (sociale) veiligheid, brandveiligheid/ externe veiligheid en rampenbestrijding, de milieusituatie, natuur, het functioneren van het watersysteem en de gebruiksmogelijkheden in andere bestemmingen. c. De aspecten stedenbouwkundige structuur, landschap en cultuurhistorie worden beschreven in Bijlage 3 bij de regels ('De Gemeente Emmen in het perspectief van het'). Deze bijlage wordt betrokken bij de onder sub b genoemde afweging wat betreft de aspecten stedenbouw, landschap en cultuurhistorie. d. Voorzover voor meerdere activiteiten een wijziging benodigd is en deze in één plan zijn ondergebracht, worden deze in zijn geheel in de beoordeling betrokken. e. Indien de genoemde waarden en of belangen onevenredig worden geschaad kan de functiewijziging niet plaatsvinden.

52

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, aardgas- en waterstofleiding GZI - Emmtec (vastgesteld)

Artikel 5 5.1

Bedrijventerrein

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Bedrijventerrein' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bestaand gebruik van de gronden en bouwwerken, dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan plaatsvindt op basis van een rechtsgeldig planologisch besluit. 5.2 Bouwregels a. Bestaande bouwwerken, waarvoor op het tijdstip van de inwerkingtreding van dit bestemmingplan een geldend planologisch besluit is genomen, mogen op dezelfde locatie worden vervangen door bouwwerken van dezelfde afmetingen.

53

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, aardgas- en waterstofleiding GZI - Emmtec (vastgesteld)

Artikel 6 6.1

Verkeer - Weg

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Verkeer - Weg' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen, fietspaden, voetpaden en straten met hoofdzakelijk een functie voor het doorgaande verkeer; b. informatiesystemen/signaleringsborden; met bijbehorende: c. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; d. bermen, bermsloten en groenvoorzieningen; e. op- en afritten; f. parkeervoorzieningen; g. overige kunstwerken en waterwerken; h. nutsvoorzieningen en waterhuishoudkundige voorzieningen; met dien verstande dat: i. het aantal rijstroken van wegen niet mag worden vergroot indien dit een verhoging van het aantal gehinderden tot gevolg heeft, dan wel de voorkeurgrenswaarde of een hogere verkregen grenswaarde op grond van de Wet geluidhinder hierdoor wordt overschreden. 6.2

Bouwregels

6.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. op of in deze gronden worden geen gebouwen gebouwd. 6.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt niet meer dan 6,00 m en de vloeroppervlakte bedraagt niet meer dan 15 m 2; b. de bouwhoogte van lichtmasten, en informatiesystemen/signaleringsborden bedraagt niet meer dan 6,00 m; c. de bouwhoogte van terreinafscheidingen bedraagt niet meer dan 1,00 m. 6.3

Specifieke gebruiksregels

6.3.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: a. het realiseren van reclamezuilen; b. het veranderen van het wegprofiel, dan wel het veranderen van bestaande geluidsreducerende maatregelen waardoor de voorkeurgrenswaarde of een hogere verkregen grenswaarde op grond van de Wet geluidhinder wordt overschreden.

54

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, aardgas- en waterstofleiding GZI - Emmtec (vastgesteld)

Artikel 7 7.1

Leiding - Gas

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Leiding - Gas' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor: a. de aanleg, het gebruiken en in stand houden van ondergrondse (hoofd)gastransportleidingen en overige aardgastransportleidingen, met de daarbij behorende belemmeringsstroken; b. leidingen ten behoeve van de aardgaswinning; met bijbehorende: gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 7.2

Bouwregels

7.2.1 Gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. binnen een op de verbeelding aangegeven afstand van de ondergrondse aardgastransportleiding wordt, in afwijking van het bepaalde elders in deze regels, niet gebouwd, uitgezonderd gebouwen ten dienste van de leiding; b. de oppervlakte van de bebouwing ten dienste van de leiding bedraagt niet meer dan 25 m 2 per gebouw; c. de bouwhoogte van de bebouwing ten dienste van de leiding bedraagt niet meer dan 3,00 m; d. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden alleen ten dienste van de bestemming gebouwd; e. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt niet meer dan 3,00 m. 7.3

Nadere eisen

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de gebouwen, wat betreft: a. de woonsituatie; b. het straat- en bebouwingsbeeld; c. cultuurhistorie; d. verkeersveiligheid; e. sociale veiligheid; f. brandveiligheid, externe veiligheid en rampenbestrijding; g. milieusituatie; h. de gebruiksmogelijkheden in andere bestemmingen. 7.4

Afwijken van de bouwregels

7.4.1 Bevoegdheid Het college van burgemeester en wethouders kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a. sublid 7.2.1, sub a, waarbij de volgende regels gelden: 1. de veiligheid van de betrokken leiding wordt niet geschaad; 2. vooraf is schriftelijk advies ingewonnen bij de betrokken leidingexploitant; 3. er worden geen kwetsbare objecten toegelaten.

55

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, aardgas- en waterstofleiding GZI - Emmtec (vastgesteld)

7.4.2 Afweging a. De toepassing van de in sublid 7.4.1 genoemde afwijkingen is beperkt tot incidentele gevallen, waarbij het functioneren van de bestemming begrepen doeleinden en omliggende bestemmingen niet wordt aangetast. b. In de afweging omtrent verlening van afwijking wordt in ieder geval rekening gehouden met belangen uit agrarisch-, ruimtelijk-, landschappelijk-, cultuurhistorisch, verkeerstechnisch-, milieuhygiënisch, archeologisch- en ecologisch oogpunt, het functioneren van het watersysteem, de woonsituatie, het straat- en bebouwingsbeeld, mogelijke onevenredige aantasting van de leefbaarheid en gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken. c. De aspecten stedenbouwkundige structuur, landschap en cultuurhistorie worden beschreven in Bijlage 3 bij de regels ('De Gemeente Emmen in het perspectief van het'). Deze bijlage wordt betrokken bij de onder sub b genoemde afweging wat betreft de aspecten stedenbouw, landschap en cultuurhistorie. d. Indien de genoemde waarden en of belangen onevenredig worden geschaad wordt de afwijking niet verleend. e. Voorzover voor meerdere activiteiten een afwijking benodigd is en deze in één plan zijn ondergebracht, worden deze in zijn geheel in de beoordeling betrokken.

7.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 7.5.1 Verboden werkzaamheden Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het college van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen, verbreden, of verharden van wegen, paden, banen of parkeergelegenheden; b. het aanbrengen van overige oppervlakteverhardingen; c. het aanleggen, verbreden, verdiepen, en dempen van sloten, wijken en andere wateren; d. het aanbrengen, vellen en/of rooien van diepwortelende beplantingen en/of bomen; e. het indrijven van voorwerpen in de bodem; f. het permanent opslaan van goederen; g. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, ontginnen en ophogen; h. drainage van de gronden; i. het ophogen, ontgronden, egaliseren, ontginnen van de bodem. 7.5.2 Toegestane werkzaamheden Het verbod als bedoeld in sublid 7.5.1 is niet van toepassing op werken en/of werkzaamheden die: a. noodzakelijk zijn in verband met het op de bestemming gerichte beheer of gebruik van de grond; b. al in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; c. mogen worden uitgevoerd krachtens een al verleende omgevingsvergunning. d. die verband houden met de aanleg van de betreffende leiding.

7.5.3 Combinaties Voorzover voor meerdere werken en/of werkzaamheden omgevingsvergunningen worden gevraagd en deze in één (inrichtings)plan zijn ondergebracht, wordt dit in zijn geheel in de beoordeling betrokken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Emmen&id=61c556bd-2f8f-47da-a499-c1d96c6a8d0d