CConstaterende datEmmen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage bij RA21.0067 - Bestemmingsplan 'Emmen, aardag- en waterstofleiding GZI - Emmtec' (RIS.10320)

Commissie Wonen en Ruimte 11 oktober 2021, gemeente EmmenBij agendapunt: Bestemmingsplan 'Emmen, aardgas- en waterstofleiding GZI-Emmtec' + bijlagen RIS.10319 en RIS.1032023.444 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

56

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, aardgas- en waterstofleiding GZI - Emmtec (vastgesteld)

7.5.4 Toetsingscriteria Bij de afweging omtrent verlening van de omgevingsvergunning wordt de landschappelijke waarde, als weergegeven in Bijlage 3 bij de regels ('De Gemeente Emmen in het'). 7.5.5 Voorwaarden a. De in sublid 7.5.1 bedoelde omgevingsvergunning wordt niet verleend indien het werk of de werkzaamheid plaatsvindt met het oog op het ontwikkelen of versterken van natuurwaarden in een nieuw natuurgebied en door de uitvoering op directe of indirecte wijze aantoonbare afbreuk wordt of zou worden gedaan aan de agrarische bedrijfsvoering op aangrenzende of nabijgelegen percelen, dan wel aantoonbare schade of nadeel aan nabijgelegen agrarische bedrijven en/of de landbouwfunctie wordt of zou worden gedaan. b. De in sublid 7.5.1 genoemde omgevingsvergunning kan worden verleend indien de betreffende werken en/of werkzaamheden niet strijdig zijn met de belangen en de veiligheid van de leiding. c. De in sublid 7.5.1 genoemde omgevingsvergunning kan niet eerder worden verleend dan nadat de leidingbeheerder schriftelijk advies heeft uitgebracht.

7.5.6 Weigering De in sublid 7.5.1 bedoelde omgevingsvergunning wordt in ieder geval geweigerd wanneer de voorgenomen werken, of werkzaamheden de waarden van een gebied zodanig zullen aantasten of de mogelijkheden tot herstel daarvan zodanig zullen verkleinen, dat dit niet door het stellen van voorwaarden aan de omgevingsvergunning kan worden voorkomen. 7.6

Wijzigingsbevoegdheid

7.6.1 Bevoegdheid Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd op grond van artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening het plan te wijzigen: a. voor de vergroting, verkleining of verwijdering van de dubbelbestemming 'Leiding - Gas', waarbij de volgende regels gelden: 1. de bedrijfseconomische noodzaak is aangetoond; 2. voldaan wordt aan milieu- en externe veiligheidswetgeving; 3. er is geen sprake van onevenredige aantasting van gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; 4. er is schriftelijk advies ingewonnen bij de leidingbeheerder. 7.6.2 Afwegingen a. De wijziging tast het functioneren van omliggende bestemmingen niet aan. b. In de afweging omtrent toepassing van de in sublid 7.6.1 opgenomen wijzigingsbevoegdheden worden in ieder geval de volgende aspecten betrokken: de woonsituatie, de stedenbouwkundige structuur, het landschap, archeologie, cultuurhistorie, verkeersveiligheid, (sociale) veiligheid, brandveiligheid/ externe veiligheid en rampenbestrijding, de milieusituatie, natuur, het functioneren van het watersysteem en de gebruiksmogelijkheden in andere bestemmingen. c. De aspecten stedenbouwkundige structuur, landschap en cultuurhistorie worden beschreven in Bijlage 3 bij de regels ('De Gemeente Emmen in het perspectief van het').

Deze bijlage wordt betrokken bij de onder sub b genoemde afweging wat betreft de aspecten stedenbouw, landschap en cultuurhistorie. d. Voorzover voor meerdere activiteiten een wijziging benodigd is en deze in één plan zijn ondergebracht, worden deze in zijn geheel in de beoordeling betrokken. e. Indien de genoemde waarden en of belangen onevenredig worden geschaad kan de functiewijziging niet plaatsvinden.

57

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, aardgas- en waterstofleiding GZI - Emmtec (vastgesteld)

Artikel 8 8.1

Leiding - Gas 1

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Leiding - Gas 1' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor: a. de aanleg en instandhouding van een ondergrondse hogedruk aardgastransportleiding, met een diameter van niet meer dan 168 mm en een druk van niet meer dan 80 bar, inclusief voorzieningen, en de daarbij behorende belemmeringsstrook. 8.2

Bouwregels

Voor het bouwen gelden de volgende regels: a. op of in de in lid 8.1 bedoelde gronden zijn geen gebouwen toegestaan, met uitzondering van bestaande (vergunde) gebouwen; b. op of in de in lid 8.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bedoelde leiding(en) worden gebouwd; c. ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voorzover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering. 8.3

Nadere eisen

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de gebouwen, wat betreft: a. de woonsituatie; b. het straat- en bebouwingsbeeld; c. cultuurhistorie; d. verkeersveiligheid; e. sociale veiligheid; f. brandveiligheid, externe veiligheid en rampenbestrijding; g. milieusituatie; h. de gebruiksmogelijkheden in andere bestemmingen. 8.4

Afwijken van de bouwregels

8.4.1 Bevoegdheid Het college van burgemeester en wethouders kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 8.2 ten behoeve van bebouwing als toegestaan ingevolge de andere bestemmingen, als blijkt dat de veiligheid van de leiding en leidingstrook niet worden geschaad en het geen omgevingsvergunning voor het realiseren van een kwetsbare object betreft. De beslissing met betrekking tot de omgevingsvergunning, wordt aan de beheersinstantie medegedeeld. 8.4.2 Afweging Voordat een omgevingsvergunning als bedoeld in sublid 8.4.1 kan worden verleend, wordt schriftelijk advies van de beheersinstantie van de bedoelde leiding ingewonnen. In de afweging om omgevingsvergunning te verlenen wordt in ieder geval de veilligheid van de gasleiding, de woonsituatie, het straat- en bebouwingsbeeld, de cultuurhistorie, de verkeersveiligheid, de (sociale) veiligheid, brandveiligheid/ externe veiligheid en rampenbestrijding, de milieusituatie, de gebruiksmogelijkheden in andere bestemmingen in acht genomen. Indien de genoemde waarden en of belangen worden geschaad, wordt de omgevingsvergunning niet verleend. 58

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, aardgas- en waterstofleiding GZI - Emmtec (vastgesteld)

8.5

Specifieke gebruiksregels

Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van de gronden en bouwwerken voor kwetsbare objecten, met uitzondering van het bestaande (vergunde) gebruik; b. het opslaan van goederen, met uitzondering van het opslaan van goederen ten behoeve van de inspectie en het onderhoud van de leiding. 8.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 8.6.1 Verboden werkzaamheden Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen, verbreden, of verharden van wegen, paden, banen of parkeergelegenheden; b. het aanbrengen van overige oppervlakteverhardingen; c. het aanleggen, verbreden, verdiepen, en dempen van sloten, wijken en andere wateren; d. het aanbrengen, vellen en/of rooien van diepwortelende beplantingen en/of bomen; e. het indrijven van voorwerpen in de bodem; f. het permanent opslaan van goederen; g. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, ontginnen en ophogen; h. drainage van de gronden; i. het ophogen, ontgronden, egaliseren, ontginnen van de bodem. 8.6.2 Toegestane werkzaamheden Het verbod als bedoeld in sublid 8.6.1 is niet van toepassing op werken en/of werkzaamheden die: a. werkzaamheden, normale onderhoudswerkzaamheden zijnde, betreffen; b.

het rooien of vellen van bestaand houtgewas in het kader van normale verzorging en onderhoud betreffen; c. graafwerkzaamheden betreffen als bedoeld in de Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken. 8.6.3 Combinaties Voorzover voor verscheidene werken en/of werkzaamheden omgevingsvergunningen worden gevraagd en deze in één (inrichtings)plan zijn ondergebracht, wordt dit plan in zijn geheel in de beoordeling betrokken. 8.6.4 Voorwaarden a. De in sublid 8.6.1 bedoelde omgevingsvergunning wordt niet verleend indien het werk en/of de werkzaamheid schade veroorzaakt of kan veroorzaken aan de bedrijfsveiligheid van de betreffende leiding. b. De in sublid 8.6.1 bedoelde omgevingsvergunning wordt slechts verleend, nadat ter zake advies is ingewonnen van de beheersinstantie van de leiding. De beslissing met betrekking tot de omgevingsvergunning, wordt aan de beheersinstantie medegedeeld. 8.6.5 Weigering De in sublid 8.6.1 bedoelde omgevingsvergunning wordt in ieder geval geweigerd wanneer de voorgenomen werken, en/of werkzaamheden de waarden van een gebied zodanig zullen aantasten of de mogelijkheden tot herstel daarvan zodanig zullen verkleinen, dat dit niet door het stellen van voorwaarden aan de omgevingsvergunning kan worden voorkomen.

59

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, aardgas- en waterstofleiding GZI - Emmtec (vastgesteld)

Artikel 9 9.1

Leiding - Gas 2

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Leiding - Gas 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor: a. de aanleg en instandhouding van ondergrondse hogedruk waterstoftransportleiding, met een diameter van niet meer dan 152 mm en een druk van niet meer dan 80 bar, inclusief voorzieningen, en de daarbij behorende belemmeringsstrook. 9.2

Bouwregels

Voor het bouwen gelden de volgende regels: a. op of in de in lid 9.1 bedoelde gronden zijn geen gebouwen toegestaan, met uitzondering van bestaande (vergunde) gebouwen; b. op of in de in lid 9.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bedoelde leiding(en) worden gebouwd; c. ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voorzover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en wordt gebruikgemaakt van de bestaande fundering. 9.3

Nadere eisen

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de gebouwen, wat betreft: a. de woonsituatie; b. het straat- en bebouwingsbeeld; c. cultuurhistorie; d. verkeersveiligheid; e. sociale veiligheid; f. brandveiligheid, externe veiligheid en rampenbestrijding; g. milieusituatie; h. de gebruiksmogelijkheden in andere bestemmingen. 9.4

Afwijken van de bouwregels

9.4.1 Bevoegdheid Het college van burgemeester en wethouders kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 9.2 ten behoeve van bebouwing als toegestaan ingevolge de andere bestemmingen, als blijkt dat de veiligheid van de leiding en leidingstrook niet worden geschaad en het geen omgevingsvergunning voor het realiseren van een kwetsbare object betreft. De beslissing met betrekking tot de omgevingsvergunning, wordt aan de beheersinstantie medegedeeld. 9.4.2 Afweging Voordat een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 9.4.1 kan worden verleend, wordt schriftelijk advies van de beheersinstantie van de bedoelde leiding ingewonnen. In de afweging om omgevingsvergunning te verlenen wordt in ieder geval de veilligheid van de gasleiding, de woonsituatie, het straat- en bebouwingsbeeld, de cultuurhistorie, de verkeersveiligheid, de (sociale) veiligheid, brandveiligheid/ externe veiligheid en rampenbestrijding, de milieusituatie, de gebruiksmogelijkheden in andere bestemmingen in acht genomen. Indien de genoemde waarden en of belangen worden geschaad, wordt de omgevingsvergunning niet verleend. 60

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, aardgas- en waterstofleiding GZI - Emmtec (vastgesteld)

9.5

Specifieke gebruiksregels

Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van de gronden en bouwwerken voor kwetsbare objecten, met uitzondering van het bestaande (vergunde) gebruik; b. het opslaan van goederen, met uitzondering van het opslaan van goederen ten behoeve van de inspectie en het onderhoud van de leiding. 9.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 9.6.1 Verboden werkzaamheden Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen, verbreden, of verharden van wegen, paden, banen of parkeergelegenheden; b. het aanbrengen van overige oppervlakteverhardingen; c. het aanleggen, verbreden, verdiepen, en dempen van sloten, wijken en andere wateren; d. het aanbrengen, vellen en/of rooien van diepwortelende beplantingen en/of bomen; e. het indrijven van voorwerpen in de bodem; f. het permanent opslaan van goederen; g. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, ontginnen en ophogen; h. drainage van de gronden; i. het ophogen, ontgronden, egaliseren, ontginnen van de bodem. 9.6.2 Toegestane werkzaamheden Het verbod als bedoeld in sublid 9.6.1 is niet van toepassing op werken en/of werkzaamheden die: a. werkzaamheden, normale onderhoudswerkzaamheden zijnde, betreffen; b.

het rooien of vellen van bestaand houtgewas in het kader van normale verzorging en onderhoud betreffen; c. graafwerkzaamheden betreffen als bedoeld in de Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken. 9.6.3 Combinaties Voorzover voor verscheidene werken en/of werkzaamheden omgevingsvergunningen worden gevraagd en deze in één (inrichtings)plan zijn ondergebracht, wordt dit plan in zijn geheel in de beoordeling betrokken. 9.6.4 Voorwaarden a. De in sublid 9.6.1 bedoelde omgevingsvergunning wordt niet verleend indien het werk en/of de werkzaamheid schade veroorzaakt of kan veroorzaken aan de bedrijfsveiligheid van de betreffende leiding. b. De in sublid 9.6.1 bedoelde omgevingsvergunning wordt slechts verleend, nadat ter zake advies is ingewonnen van de beheersinstantie van de leiding. De beslissing met betrekking tot de omgevingsvergunning, wordt aan de beheersinstantie medegedeeld. 9.6.5 Weigering De in sublid 9.6.1 bedoelde omgevingsvergunning wordt in ieder geval geweigerd wanneer de voorgenomen werken, en/of werkzaamheden de waarden van een gebied zodanig zullen aantasten of de mogelijkheden tot herstel daarvan zodanig zullen verkleinen, dat dit niet door het stellen van voorwaarden aan de omgevingsvergunning kan worden voorkomen.

61

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, aardgas- en waterstofleiding GZI - Emmtec (vastgesteld)

Artikel 10 10.1

Leiding - Hoogspanning

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Leiding - Hoogspanning' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor: a. de aanleg, het gebruiken en in stand houden van beheer van ondergrondse hoogspanningsleidingen van 110 kV; met bijbehorende: b. gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde; c. bestaande opstijgpunten. 10.2

Bouwregels

10.2.1 Gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. binnen een op de verbeelding aangegeven afstand van 2,50 m aan weerszijden van de hoogspanningsleiding van 110 kV wordt, in afwijking van het bepaalde elders in deze regels, niet gebouwd, uitgezonderd gebouwen ten dienste van de leiding; b. de oppervlakte van bebouwing ten dienste van de leiding bedraagt niet meer dan 25 m 2 per gebouw; c. de bouwhoogte van bebouwing ten dienste van de leiding bedraagt niet meer dan 3,00 m; d. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden alleen ten dienste van de bestemming gebouwd; e. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt niet meer dan 3,00 m. 10.3

Nadere eisen

10.3.1 Bevoegdheid Het college van burgemeester en wethouders kan nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de gebouwen, wat betreft: a. de woonsituatie; b. het straat- en bebouwingsbeeld; c. cultuurhistorie; d. verkeersveiligheid; e. sociale veiligheid; f. brandveiligheid, externe veiligheid en rampenbestrijding; g. milieusituatie; h. de gebruiksmogelijkheden in andere bestemmingen. 10.4

Afwijken van de bouwregels

10.4.1 Bevoegdheid Het college van burgemeester en wethouders kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a. sublid 10.2.1, sub a, waarbij de volgende regels gelden: 1. de veiligheid van de betrokken leiding wordt niet geschaad; 2. vooraf is schriftelijk advies ingewonnen bij de betrokken leidingexploitant; 3. er worden geen kwetsbare objecten toegelaten.

62

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, aardgas- en waterstofleiding GZI - Emmtec (vastgesteld)

10.4.2 Afweging a. De toepassing van de in sublid 10.4.1 genoemde afwijkingen is beperkt tot incidentele gevallen, waarbij het functioneren van de bestemming begrepen doeleinden en omliggende bestemmingen niet mag worden aangetast; b. In de afweging omtrent verlening van afwijking wordt in ieder geval rekening gehouden met belangen uit agrarisch-, ruimtelijk-, landschappelijk-, cultuurhistorisch, verkeerstechnisch-, milieuhygiënisch, archeologisch- en ecologisch oogpunt, het functioneren van het watersysteem, de woonsituatie, het straat- en bebouwingsbeeld, mogelijke onevenredige aantasting van de leefbaarheid en gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken. c. De aspecten stedenbouwkundige structuur, landschap en cultuurhistorie worden beschreven in Bijlage 3 bij de regels ('De Gemeente Emmen in het perspectief van het'). Deze bijlage wordt betrokken bij de onder sub b genoemde afweging wat betreft de aspecten stedenbouw, landschap en cultuurhistorie; d. Indien de genoemde waarden en of belangen onevenredig worden geschaad wordt de afwijking niet verleend. e. Voorzover voor meerdere activiteiten een afwijking benodigd is en deze in één plan zijn ondergebracht, worden deze in zijn geheel in de beoordeling betrokken.

10.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 10.5.1 Verboden werkzaamheden Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het college van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen, verbreden, of verharden van wegen, paden, banen of parkeergelegenheden; b. het aanbrengen van overige oppervlakteverhardingen; c. het aanleggen, verbreden, verdiepen, en dempen van sloten, wijken en andere wateren; d. het aanbrengen van diep wortelende beplanting en bomen; e. het indrijven van voorwerpen in de bodem; f. het permanent opslaan van goederen; g. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, ontginnen en ophogen. 10.5.2 Toegestane werkzaamheden Het verbod als bedoeld in sublid 10.5.1 is niet van toepassing op werken en/of werkzaamheden die: a. noodzakelijk zijn in verband met het op de bestemming gerichte beheer of gebruik van de grond; b. al in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; c. mogen worden uitgevoerd krachtens een al verleende omgevingsvergunning. d. die verband houden met de aanleg van de betreffende leiding.

10.5.3 Combinaties Voorzover voor meerdere werken en/of werkzaamheden omgevingsvergunningen worden gevraagd en deze in één (inrichtings)plan zijn ondergebracht, wordt dit in zijn geheel in de beoordeling betrokken.

63

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, aardgas- en waterstofleiding GZI - Emmtec (vastgesteld)

10.5.4 Toetsingscriteria Bij de afweging omtrent verlening van de omgevingsvergunningen wordt de landschappelijke waarde, als weergegeven in Bijlage 3 bij de regels ('De Gemeente Emmen in het') betrokken. 10.5.5 Voorwaarden a. De in sublid 10.5.1 bedoelde omgevingsvergunning wordt niet verleend indien het werk of de werkzaamheid plaatsvindt met het oog op het ontwikkelen of versterken van natuurwaarden in een nieuw natuurgebied en door de uitvoering op directe of indirecte wijze aantoonbare afbreuk wordt of zou worden gedaan aan de agrarische bedrijfsvoering op aangrenzende of nabijgelegen percelen, dan wel aantoonbare schade of nadeel aan nabijgelegen agrarische bedrijven en/of de landbouwfunctie wordt of zou worden gedaan. b. De in sublid 10.5.1 genoemde omgevingsvergunning kan worden verleend indien de betreffende werken en/of werkzaamheden niet strijdig zijn met de belangen en de veiligheid van de leiding. c. De in sublid 10.5.1 genoemde omgevingsvergunning kan niet eerder worden verleend dan nadat de leidingbeheerder schriftelijk advies heeft uitgebracht.

10.5.6 Weigering De in sublid 10.5.1 bedoelde omgevingsvergunning wordt in ieder geval geweigerd wanneer de voorgenomen werken, of werkzaamheden de waarden van een gebied zodanig zullen aantasten of de mogelijkheden tot herstel daarvan zodanig zullen verkleinen, dat dit niet door het stellen van voorwaarden aan de omgevingsvergunning kan worden voorkomen. 10.6

Wijzigingsbevoegdheid

10.6.1 Bevoegdheid Het college van burgemeester en wethouder is bevoegd op grond van artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening het plan te wijzigen: a. voor de vergroting, verkleining of verwijdering van de dubbelbestemming 'Leiding -' waarbij de volgende regels gelden: 1. de bedrijfseconomische noodzaak is aangetoond; 2. voldaan wordt aan milieu- en externe veiligheidswetgeving; 3. er is geen sprake van onevenredige aantasting van gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden. 10.6.2 Afwegingen a. De wijziging tast het functioneren van omliggende bestemmingen niet aan. b. In de afweging omtrent toepassing van de in sublid 10.6.1 opgenomen wijzigingsbevoegdheden worden in ieder geval de volgende aspecten betrokken: de woonsituatie, de stedenbouwkundige structuur, het landschap, archeologie, cultuurhistorie, verkeersveiligheid, (sociale) veiligheid, brandveiligheid/ externe veiligheid en rampenbestrijding, de milieusituatie, natuur, het functioneren van het watersysteem en de gebruiksmogelijkheden in andere bestemmingen. c. De aspecten stedenbouwkundige structuur, landschap en cultuurhistorie worden beschreven in Bijlage 3 bij de regels ('De Gemeente Emmen in het perspectief van het'). Deze bijlage wordt betrokken bij de onder sub b genoemde afweging wat betreft de aspecten stedenbouw, landschap en cultuurhistorie. d.

Voorzover voor meerdere activiteiten een wijziging benodigd is en deze in één plan zijn ondergebracht, worden deze in zijn geheel in de beoordeling betrokken. e. Indien de genoemde waarden en of belangen onevenredig worden geschaad kan de functiewijziging niet plaatsvinden.

64

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, aardgas- en waterstofleiding GZI - Emmtec (vastgesteld)

Artikel 11 11.1

Leiding - Hoogspanningsverbinding 2

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Leiding - Hoogspanningsverbinding 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor: a. de aanleg, het gebruiken en in stand houden van beheer van bovengrondse hoogspanningsverbindingen; b. een hoogspanningsverbinding van 110 kV; met bijbehorende: c. gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 11.2

Bouwregels

11.2.1 Gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. binnen een op de verbeelding aangegeven afstand van 25,00 m ter weerszijden van de hoogspanningsverbinding van 110 kV wordt, in afwijking van het bepaalde elders in deze regels, niet gebouwd, uitgezonderd gebouwen ten dienste van de leiding; b. de bouwhoogte van 110 kV-masten bedraagt niet meer dan 33,00 m; c. de oppervlakte van bebouwing ten dienste van de leiding bedraagt niet meer dan 25 m 2 per gebouw; d. de bouwhoogte van bebouwing ten dienste van de leiding bedraagt niet meer dan 3,00 m; e. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden alleen ten dienste van de bestemming gebouwd; f. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt niet meer dan 3,00 m. 11.3

Nadere eisen

11.3.1 Bevoegdheid Het college van burgemeester en wethouders kan nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de gebouwen, wat betreft: a. de woonsituatie; b. het straat- en bebouwingsbeeld; c. cultuurhistorie; d. verkeersveiligheid; e. sociale veiligheid; f. brandveiligheid, externe veiligheid en rampenbestrijding; g. milieusituatie; h. de gebruiksmogelijkheden in andere bestemmingen. 11.4

Afwijken van de bouwregels

11.4.1 Bevoegdheid Het college van burgemeester en wethouders kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a. sublid 11.2.1, sub a, waarbij de volgende regels gelden: 1. de veiligheid van de betrokken leiding wordt niet geschaad; 2. vooraf is schriftelijk advies ingewonnen bij de betrokken leidingexploitant; 3. er worden geen kwetsbare objecten toegelaten.

65

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, aardgas- en waterstofleiding GZI - Emmtec (vastgesteld)

11.4.2 Afweging a. De toepassing van de in sublid 11.4.1 genoemde afwijkingen is beperkt tot incidentele gevallen, waarbij het functioneren van de bestemming begrepen doeleinden en omliggende bestemmingen niet mag worden aangetast; b. In de afweging omtrent verlening van afwijking wordt in ieder geval rekening gehouden met belangen uit agrarisch-, ruimtelijk-, landschappelijk-, cultuurhistorisch, verkeerstechnisch-, milieuhygiënisch, archeologisch- en ecologisch oogpunt, het functioneren van het watersysteem, de woonsituatie, het straat- en bebouwingsbeeld, mogelijke onevenredige aantasting van de leefbaarheid en gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken. c. De aspecten stedenbouwkundige structuur, landschap en cultuurhistorie worden beschreven in Bijlage 3 bij de regels ('De Gemeente Emmen in het perspectief van het'). Deze bijlage wordt betrokken bij de onder sub b genoemde afweging wat betreft de aspecten stedenbouw, landschap en cultuurhistorie; d. Indien de genoemde waarden en of belangen onevenredig worden geschaad wordt de afwijking niet verleend. e. Voorzover voor meerdere activiteiten een afwijking benodigd is en deze in één plan zijn ondergebracht, worden deze in zijn geheel in de beoordeling betrokken.

11.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 11.5.1 Verboden werkzaamheden Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het college van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen, verbreden, of verharden van wegen, paden, banen of parkeergelegenheden; b. het aanbrengen van overige oppervlakteverhardingen; c. het aanleggen, verbreden, verdiepen, en dempen van sloten, wijken en andere wateren; d. het aanbrengen van diep wortelende beplanting en bomen; e. het indrijven van voorwerpen in de bodem; f. het permanent opslaan van goederen; g. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, ontginnen en ophogen. 11.5.2 Toegestane werkzaamheden Het verbod als bedoeld in sublid 11.5.1 is niet van toepassing op werken en/of werkzaamheden die: a. noodzakelijk zijn in verband met het op de bestemming gerichte beheer of gebruik van de grond; b. al in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; c. mogen worden uitgevoerd krachtens een al verleende omgevingsvergunning. d. die verband houden met de aanleg van de betreffende leiding.

11.5.3 Combinaties Voorzover voor meerdere werken en/of werkzaamheden omgevingsvergunningen worden gevraagd en deze in één (inrichtings)plan zijn ondergebracht, wordt dit in zijn geheel in de beoordeling betrokken.

66

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, aardgas- en waterstofleiding GZI - Emmtec (vastgesteld)

11.5.4 Toetsingscriteria Bij de afweging omtrent verlening van de omgevingsvergunning wordt de landschappelijke waarde, als weergegeven in Bijlage 3 bij de regels ('De Gemeente Emmen in het') betrokken. 11.5.5 Voorwaarden a. De in sublid 11.5.1 bedoelde omgevingsvergunning wordt niet verleend indien het werk of de werkzaamheid plaatsvindt met het oog op het ontwikkelen of versterken van natuurwaarden in een nieuw natuurgebied en door de uitvoering op directe of indirecte wijze aantoonbare afbreuk wordt of zou worden gedaan aan de agrarische bedrijfsvoering op aangrenzende of nabijgelegen percelen, dan wel aantoonbare schade of nadeel aan nabijgelegen agrarische bedrijven en/of de landbouwfunctie wordt of zou worden gedaan. b. De in sublid 11.5.1 genoemde omgevingsvergunning kan worden verleend indien de betreffende werken en/of werkzaamheden niet strijdig zijn met de belangen en de veiligheid van de leiding. c. De in sublid 11.5.1 genoemde omgevingsvergunning kan niet eerder worden verleend dan nadat de leidingbeheerder schriftelijk advies heeft uitgebracht.

11.5.6 Weigering De in sublid 11.5.1 bedoelde omgevingsvergunning wordt in ieder geval geweigerd wanneer de voorgenomen werken, of werkzaamheden de waarden van een gebied zodanig zullen aantasten of de mogelijkheden tot herstel daarvan zodanig zullen verkleinen, dat dit niet door het stellen van voorwaarden aan de omgevingsvergunning kan worden voorkomen. 11.6

Wijzigingsbevoegdheid

11.6.1 Bevoegdheid Het college van burgemeester en wethouder is bevoegd op grond van artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening het plan te wijzigen: a. voor de vergroting, verkleining of verwijdering van de dubbelbestemming 'Leiding -' waarbij de volgende regels gelden: 1. de bedrijfseconomische noodzaak is aangetoond; 2. voldaan wordt aan milieu- en externe veiligheidswetgeving; 3. er is geen sprake van onevenredige aantasting van gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden. 11.6.2 Afwegingen a. De wijziging tast het functioneren van omliggende bestemmingen niet aan. b. In de afweging omtrent toepassing van de in sublid 11.6.1 opgenomen wijzigingsbevoegdheden worden in ieder geval de volgende aspecten betrokken: de woonsituatie, de stedenbouwkundige structuur, het landschap, archeologie, cultuurhistorie, verkeersveiligheid, (sociale) veiligheid, brandveiligheid/ externe veiligheid en rampenbestrijding, de milieusituatie, natuur, het functioneren van het watersysteem en de gebruiksmogelijkheden in andere bestemmingen. c. De aspecten stedenbouwkundige structuur, landschap en cultuurhistorie worden beschreven in Bijlage 3 bij de regels ('De Gemeente Emmen in het perspectief van het'). Deze bijlage wordt betrokken bij de onder sub b genoemde afweging wat betreft de aspecten stedenbouw, landschap en cultuurhistorie. d.

Voorzover voor meerdere activiteiten een wijziging benodigd is en deze in één plan zijn ondergebracht, worden deze in zijn geheel in de beoordeling betrokken. e. Indien de genoemde waarden en of belangen onevenredig worden geschaad kan de functiewijziging niet plaatsvinden.

67

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, aardgas- en waterstofleiding GZI - Emmtec (vastgesteld)

Hoofdstuk 3 Artikel 12

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

68

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, aardgas- en waterstofleiding GZI - Emmtec (vastgesteld)

Artikel 13 13.1

Algemene bouwregels

Parkeerregeling

13.1.1 Bouwen a. Een bouwwerk, waarvan een parkeerbehoefte en/of laad- en losplaatsen wordt verwacht, mag niet worden gebouwd of verbouwd wanneer op het bijbehorende bouwperceel of in de directe omgeving niet in voldoende parkeergelenheiden en/of laad- en losplaatsen is voorzien. b. Voorafgaand aan de verlening van een omgevingsvergunning wordt aan de hand van de meeste recente parkeervisie van de gemeente Emmen op het moment van de aanvraag om een omgevingsvergunning bepaald of is voorzien in voldoende parkeergelegenheid en/of laad- en losplaatsen voor hetgeen is aangevraagd. c. Krachtens een voorschrift verbonden aan de omgevingsvergunnng dient in voldoende mate verzekerd te zijn dat voldoende parkeergelegenheiden en/of laad- losplaaten zoals bedoeld in sub b wordt gerealiseerd en instand wordt gehouden. d. Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in sub a en b en worden toegestaan dat in minder parkeergelegenheid en/of laad- losplaatsen wordt voorzien en instandgehouden, mits ter plaatse geen onevenredige afbreuk aan de parkeersituatie plaatsvindt.

69

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, aardgas- en waterstofleiding GZI - Emmtec (vastgesteld)

Artikel 14 14.1

Algemene gebruiksregels

Vormen van verboden gebruik (onbebouwd)

Als een verboden gebruik wordt in ieder geval beschouwd een gebruik van gronden en/of water: a. als opslag-, stort-, lozings- of bergplaats van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijk gebruik onttrokken voorwerpen, stoffen of producten, behoudens voorzover dat noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; b. als terrein voor het al dan niet voor de verkoop opslaan of opstellen van ongebruikte en/of gebruikte, dan wel geheel of gedeeltelijk uit gebruikte onderdelen samengestelde machines, voer-, vaar- of vliegtuigen c.q. onderdelen daarvan, die bruikbaar en niet aan hun oorspronkelijk gebruik onttrokken zijn, behoudens voorzover het betreft parkeren en overigens voorzover dat noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; c. als opslagplaats van materialen en voertuigen, behoudens voorzover dat noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond, of ten behoeve van bouw of andere tijdelijke werkzaamheden; d. het gebruik van gronden en bouwwerken voor een prostitutiebedrijf, seksinrichting en of tippelzone; voor het (doen) uitoefenen van straatprostitutie en of tippelzone. 14.2

Vormen van verboden gebruik (gebouwen)

Als een verboden gebruik wordt in ieder geval beschouwd het gebruik: a. van gebouwen voor het verkopen of ten verkoop aanbieden van goederen als detailhandel, met uitzondering van het verkopen of ten verkoop aanbieden van: 1. goederen, waarvan de verkoop ondergeschikt deel uitmaakt van de normale dienstverlening behorende bij het op hetzelfde perceel uitgeoefende bedrijf; 2. agrarische producten afkomstig van en geteeld op het ter plaatse aanwezige agrarisch bedrijf; b. van niet voor bewoning bestemde gebouwen of ruimten, daaronder begrepen kampeermiddelen, voor permanente bewoning; c. het plaatsen van of geplaatst houden van onderkomens; d. van gebouwen ten behoeve van het (doen) exploiteren van een seksinrichting, een escortbedrijf of (het laten uitoefenen van) (raam)prostitutie. 14.3

Parkeerregeling

14.3.1 Gebruik a. Gronden en bouwwerken mogen niet worden gebruikt ten behoeve van het veranderen en/of wijzigen van het gebruik van bouwwerken waardoor op het bijbehorende bouwperceel of in de directe omgeving niet in voldoende parkeergelegenheid en laad- en losplaatsen kan worden voorzien. b. Deze regeling geldt niet voor het vergunde bestaande gebruik van gronden en bouwwerken op het moment van de inwerkingtreding van het plan. 14.3.2 Afwijken a. Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaald in sublid 14.3.1, sub a, voor het toestaan van het veranderen van het gebruik van gronden en bouwwerken indien op het bijbehorend bouwperceel of in de directe omgeving in voldoende parkeergelegenheid en laad en losplaatsen wordt voorzien. b. Voorafgaand aan de verlening van een omgevingsvergunning wordt aan de hand van de meeste recente parkeervisie van de gemeente Emmen op het moment van de aanvraag om een omgevingsvergunning bepaald of is voorzien in voldoende parkeergelegenheid 70

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, aardgas- en waterstofleiding GZI - Emmtec (vastgesteld)

en/of voldoende laad- en losplaatsen voor hetgeen is aangevraagd. c. krachtens een voorschrift verbonden aan de omgevingsvergunning moet in voldoende mate verzekerd zijn dat voldoende parkeergelegenheid als bedoeld in sub b wordt gerealiseerd en in stand wordt gehouden. d. Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in sub a en b en worden toegestaan dat in minder parkeergelengheid en/of laad- en losplaatsen wordt voorzien en instandgehouden, mits ter plaatse geen oneveredige afbreuk aan de parkeersituatie plaatsvindt.

71

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, aardgas- en waterstofleiding GZI - Emmtec (vastgesteld)

Artikel 15 15.1

Algemene aanduidingsregels

Geluidzone - industrie

15.1.1 Aanduidingsomschrijving Ter plaatse van de aanduiding 'Geluidzone - industrie' zijn de gronden, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het tegengaan van een te hoge geluidsbelasting vanwege het industrieterrein op geluidsgevoelige bestemmingen. 15.1.2 Bouwregels Voor het bouwen geldt dat geen nieuwe bouwwerken mogen worden gebouwd ten behoeve van geluidsgevoelige functies, met uitzondering van: ver-/nieuwbouw van bestaande gebouwen waarbij de bestaande oppervlakte van het gebouw, in generlei opzicht wordt vergroot of veranderd. 15.1.3 Specifieke gebruiksregels Tot een gebruik, strijdig met deze gebiedsaanduiding wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van niet-geluidsgevoelige objecten als geluidsgevoelig object; b. de nieuwvestiging van geluidsgevoelige gebouwen en terreinen. 15.1.4 Wijzigingsbevoegdheid Het college van burgemeester en wethouders kan overeenkomstig artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening het bestemmingsplan wijzigen in die zin dat: a. het bepaalde in sublid 15.1.2, sub a, buiten toepassing blijft, zodat geluidsgevoelige objecten overeenkomstig de daar voorkomende bestemmingen gebouwd en gebruikt kunnen mits: 1.

de geluidsbelasting vanwege het industrieterrein op de gevels van deze woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen niet hoger zal zijn dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde of een verkregen hogere grenswaarde; 2. de geluidsbelasting vanwege het industrieterrein op de gevels van geluidsgevoelige objecten niet hoger mag zijn dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde, dan wel een vastgestelde hogere grenswaarde; b. de aanduiding 'Geluidzone - industrie' wordt aangepast indien daartoe als gevolg van wijziging in regelgeving of vergunningverlening aanleiding toe bestaat; c. de aanduiding 'Geluidzone - industrie' wordt verwijderd indien de bron van de geluidszone is opgehouden te bestaan. d. de wijziging tast het functioneren van omliggende bestemmingen niet aan; e. in de afweging omtrent toepassing van de in sublid 15.1.4, sub a, b en c, opgenomen wijzigingsbevoegdheden worden in ieder geval de volgende aspecten betrokken: de woonsituatie, de stedenbouwkundige structuur, het landschap, archeologie, cultuurhistorie, verkeersveiligheid, (sociale) veiligheid, brandveiligheid/externe veiligheid en rampenbestrijding, de milieusituatie, natuur, het functioneren van het watersysteem en de gebruiksmogelijkheden in andere bestemmingen; f.

de aspecten stedenbouwkundige structuur, landschap en cultuurhistorie worden beschreven in Bijlage 3 bij de regels ('De Gemeente Emmen in het perspectief van het'). Deze bijlage wordt betrokken bij de in sublid 15.1.4, sub e, genoemde afweging voor wat betreft de aspecten stedenbouw, landschap en cultuurhistorie; g. voorzover voor meerdere activiteiten een wijziging benodigd is en deze in één plan zijn ondergebracht, worden deze in zijn geheel in de beoordeling betrokken; h. indien de genoemde waarden en of belangen onevenredig worden geschaad kan de functiewijziging niet plaatsvinden.

72

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, aardgas- en waterstofleiding GZI - Emmtec (vastgesteld)

Hoofdstuk 4 Artikel 16

Overgangs- en slotregels

overgangsrecht

16.1 Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. c. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 16.2 Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b.

Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

73

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, aardgas- en waterstofleiding GZI - Emmtec (vastgesteld)

Artikel 17

slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan Emmen, aardgas- en waterstofleiding GZI - Emmtec .

74

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Emmen&id=61c556bd-2f8f-47da-a499-c1d96c6a8d0d