Bijlage bij RA21.0067 - Bestemmingsplan 'Emmen, aardag- en waterstofleiding GZI - Emmtec' (RIS.10320)
Tekst van het document
Emmen, aardgas- en waterstofleiding GZI - Emmtec
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, aardgas- en waterstofleiding GZI - Emmtec (vastgesteld)
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding
6
Hoofdstuk 2 Planbeschrijving
9
Hoofdstuk 3 Beleid
12
Hoofdstuk 4 Onderzoeken
19
Hoofdstuk 5 Toelichting op de planregels en verbeelding
32
Hoofdstuk 6 Maatschappelijke betrokkenheid
36
Hoofdstuk 7 Economische uitvoerbaarheid
37
Regels
39
Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen Artikel 2 Wijze van meten
40 40 42
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11
Bestemmingsregels Agrarisch met waarden - Esdorpenlandschap Agrarisch met waarden - Kleinschalige Veenontginningen Bedrijventerrein Verkeer - Weg Leiding - Gas Leiding - Gas 1 Leiding - Gas 2 Leiding - Hoogspanning Leiding - Hoogspanningsverbinding 2
43 43 48 53 54 55 58 60 62 65
Hoofdstuk 3 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels
68 68 69 70 72
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 16 overgangsrecht Artikel 17 slotregel
73 73 74
Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1
Archeologische bureaustudie
Bijlage 2
Archeologisch booronderzoek
Bijlage 3
Natuurtoets
Bijlage 4
Memo stikstofdepositie
Bijlage 5
QRA aardgastransportleiding
2
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, aardgas- en waterstofleiding GZI - Emmtec (vastgesteld)
Bijlage 6
Verantwoording groepsrisico
Bijlage 7
QRA waterstofleiding
Bijlage 8
Historisch bodemonderzoek
Bijlage 9
Verkennend bodem- en asbestonderzoek
Bijlage 10
Historisch vooronderzoek explosieven
Bijlage 11
Geohydrologisch bureauonderzoek
Bijlage 12
Toetsresultaat watertoets
Bijlage 13
M.e.r.-beoordeling
Bijlage 14
Collegebesluit aanmeldnotitie
Bijlage 15
Reactienota
Bijlage bij de regels Bijlage 1
Bedrijvenlijst
Bijlage 2
Kaart essen en beekdalen
Bijlage 3
De Gemeente Emmen in het perspectief van het landschap
3
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, aardgas- en waterstofleiding GZI - Emmtec (vastgesteld)
4
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, aardgas- en waterstofleiding GZI - Emmtec (vastgesteld)
Toelichting
5
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, aardgas- en waterstofleiding GZI - Emmtec (vastgesteld)
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding tot nieuw bestemmingsplan
De reden voor het opstellen van het bestemmingsplan Emmen, aardgas- en waterstofleiding GZI - Emmtec is het voornemen van Gasunie om een aardgastransportleiding en een waterstofleiding aan te leggen tussen het terrein GZI Next aan de Phileas Foggstraat in Emmen en het terrein van Emmtec services aan de Eerste Bokslootweg 17 in Emmen. Aanleiding voor de aanleg van het nieuwe buisleidingtracé is de omschakeling van G-gas (Groningen kwaliteit) naar H-gas (hoog calorisch gas) door het bedrijf Emmtec services. Dit bedrijf is één van de grote industriële verbruikers van G-gas, die door een recente wetswijziging vanaf 31 oktober 2022 overgeschakeld moeten zijn naar gebruik van H-gas of een ander duurzaam alternatief. Om H-gas te kunnen leveren bij Emmtec, moet een nieuw buisleidingtracé worden aangelegd tot aan het gasontvangststation bij het bedrijf. Er wordt een nieuw hoofdtransportleiding (HTL) aangelegd. Naast de gasleiding wordt, op een afstand van circa vijf meter, een waterstofleiding aangelegd. Meer hierover in paragraaf 2.2 (Onderbouwing). De huidige planologische regelingen die gelden voor op het toekomstige tracé, staan de aanleg van deze twee leidingen niet toe. Voorliggend bestemmingsplan maakt de aanleg van beide leidingen daarom planologisch mogelijk. 1.2
Ligging plangebied
Het plangebied van het bestemmingsplan Emmen, aardgas- en waterstofleiding GZI Emmtec is enkel het tracé van beide leidingen. Het plangebied is een strook van een aantal meter breed waarbinnen beide leidingen worden aangelegd. De leidingen lopen vanaf het GZI Next aan de Phileas Foggstraat in Emmen eerst richting het noordoosten en kruizen hier de N862. Vervolgens lopen de leidingen een aantal kilometers richting het noordwesten en kruizen opnieuw de N862. Het tracé gaat ter hoogte van de Jules Verneweg het bedrijventerrein op, richting het terrein van Emmtec services. Op onderstaande figuur is de ligging van het tracé weergegeven.
6
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, aardgas- en waterstofleiding GZI - Emmtec (vastgesteld)
Figuur 1-1: De ligging van het plangebied Emmen, aardgas- en waterstofleiding GZI Emmtec in de gemeente Emmen 1.3
Huidige planologische regelingen
Het plangebied van het voorliggende bestemmingsplan Emmen, aardgas- en waterstofleiding GZI - Emmtec is gelegen binnen een het plangebied van de volgende planologische regelingen: Beheersverordening Emmen, Bargermeer industrie- en bedrijventerrein (vastgesteld 4 juli 2013); Bestemmingsplan Buitengebied 2011 (vastgesteld 30 oktober 2014); Bestemmingsplan Buitengebied gemeente Emmen (vastgesteld 16 juli 1987). Dit bestemmingsplan betreft een partiële herziening, waarbij de huidige bestemmingen zoveel mogelijk integraal zijn overgenomen. Meer hierover in paragraaf 5.1.
7
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, aardgas- en waterstofleiding GZI - Emmtec (vastgesteld)
1.4
Opzet bestemmingsplan
Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. Op de verbeelding worden de percelen in het gebied aangegeven met bestemming dan wel een aanduiding. In de regels worden de bouw- en gebruiksmogelijkheden van het plangebied geregeld. Tot slot wordt in de toelichting een verantwoording gegeven van de in het plan gemaakte keuzes. 1.5
Overzicht verricht onderzoek
Ter voorbereiding van het bestemmingsplan Emmen, aardgas- en waterstofleiding GZI Emmtec zijn diverse onderzoeken verricht en adviezen gegeven. De conclusies uit de onderzoeken en adviezen zijn verwerkt in de toelichting. Ter voorbereiding van het bestemmingsplan zijn de volgende onderzoeken verricht: Archeologische bureaustudie; Archeologisch booronderzoek; Natuurtoets; Berekening stikstofdepositie, Kwantitatieve risicoanalyse aardgastransportleiding; Kwantitatieve risicoanalyse waterstofleiding; Historisch bodemonderzoek; Verkennend bodem- en asbestonderzoek; Geohydrologisch bureauonderzoek.
8
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, aardgas- en waterstofleiding GZI - Emmtec (vastgesteld)
Hoofdstuk 2 2.1
Planbeschrijving
Algemene planbeschrijving
Zoals in de inleiding van deze toelichting is vermeld, voorziet het plan in de aanleg van een aardgastransportleiding en een waterstofleiding tussen het terrein GZI Next aan de Phileas Foggstraat in Emmen en het terrein van Emmtec services.
Aanleg De leidingen worden voor het grootste deel aangelegd door middel van een gestuurde boring (HDD). Op die trajecten vindt geen grondverzet plaats, maar kan wel sprake zijn van tijdelijke rijbanen of uitlegstroken. Rond de in- en uittredepunten van de HDD worden werkterreinen ingericht waar wel grondverzet plaatsvindt. Leidingaanleg in open ontgraving vindt slechts op enkele korte trajecten plaats.
Figuur 2-1: Ligging nieuwe leidingen (in blauw: HDD-boringen, in rood: grondverzet) (bron: Lievense Milieu B.V., m.e.r.-beoordeling)
Leidingen De aardgastransportleiding heeft een diameter van 168,3 mm en een druk van 80 bar. De waterstofleiding heeft een diameter van 152,4 mm en een druk van 80 bar. Zoals eerder vermeld komt de waterstofleiding op een afstand van 5 meter van de aardgastransportleiding te liggen.
9
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, aardgas- en waterstofleiding GZI - Emmtec (vastgesteld)
2.2
Onderbouwing
Aanleiding H-gasleiding (hoogcalorisch aardgas) In navolging van de verschillende forse aardbevingen in Groningen in 2018 en 2019 werkt de Rijksoverheid aan een zo snel mogelijke afbouw van de gaswinning uit het Groningenveld. Eén van de maatregelen om dit te realiseren, is de omschakeling van de grootste afnemers van laagcalorisch gas. Op maandag 3 december 2018 heeft de minister van Economische Zaken en Klimaat (EZK) een verplichting tot omschakeling aangekondigd. Deze verplichting houdt in dat bedrijven met een verbruik van meer dan honderd miljoen Nm3 laagcalorisch gas per jaar om moeten schakelen naar hoogcalorisch gas of een duurzaam alternatief (kamerstuk 33.529, nummer 536). Op 20 mei 2020 is de verplichting vastgelegd in de Gaswet, die op 20 juni 2020 in werking is getreden. Hiermee heeft Gasunie de wettelijke taak om de afnemers voor 1 oktober 2022 van het G-Gas af te schakelen. Het bovenstaande betekent concreet dat een groep van negen bedrijven in Nederland verplicht moet omschakelen naar hoogcalorisch gas of een duurzaam alternatief voor oktober 2022. Voor de omschakeling van één van deze bedrijven (in dit geval: Emmtec) moet een aantal werkzaamheden worden uitgevoerd, waaronder de aanleg van (gedeelten van) gasleidingen om bedrijven aan te kunnen sluiten op het hoogcalorisch gasnet. Om dit te realiseren zijn ook werkzaamheden noodzakelijk in de gemeente Emmen.
Op het bedrijventerrein Bargermeer Noord bevindt het bedrijf Emmtec dat van het gas af moet. Om dat te realiseren zijn ter plaatse van het bedrijventerrein en de aanvoerroute ernaar toe werkzaamheden noodzakelijk. De aan te leggen gasleidingen gaan deel uitmaken van het landelijke H-gasnetwerk. Met die gasleidingen schakelt Emmtec, thans gevoed via RTL G-gas, dus over naar H-gas.
Aanleiding waterstofleiding Aanleiding voor dit project is de ontwikkeling van een waterstoftransportsysteem in de regio Emmen. In het kader van de energietransitie heeft Hynetwork Services (een nieuw bedrijfsonderdeel van Gasunie) als doel het transport van waterstof maximaal te faciliteren en hiermee het gebruik van waterstof in Nederland te ontwikkelen. In Emmen is sprake van plannen met betrekking tot productie en gebruik van waterstof. Op het terrein van GZI Next zal door middel van een elektrolyser groene waterstof worden geproduceerd met stroom die lokaal en duurzaam is opgewekt. Emmtec Services, een bedrijf in Emmen, is van plan waterstof te gaan gebruiken om zodoende haar vraag naar aardgas te verminderen en haar productieproces te verduurzamen. Hynetwork Services wil het transport verzorgen door de aanleg van een nieuwe circa 3,70 kilometer lange DN150-leiding. Omdat de kans zich voordoet om samenwerkingsvoordeel te behalen door de waterstofleiding gelijktijdig voor te bereiden en aan te leggen met leiding A-605-02 (nodig voor G-H ombouw), is besloten om de leiding al aan te leggen voordat GZI en Emmtec zullen starten met de levering en afname van waterstof. Het aansluiten en in bedrijf nemen van deze waterstofleiding zal in drie fasen uitgevoerd worden: Fase 1: aanleg waterstofleiding van GZI naar Emmtec Emmen, Fase 2: het aansluiten van invoeder en afnemer.
Aansluitfaciliteit (beginschema) op GZI-terrein en eindfaciliteit (reduceerstation) op terrein van Emmtec, Fase 3: koppeling met waterstofbackbone. Dit bestemmingsplan omvat alleen de eerste fase.
10
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, aardgas- en waterstofleiding GZI - Emmtec (vastgesteld)
Concluderend Dit bestemmingplan is noodzakelijk voor een duurzaam Emmtec-terrein, waarbij het voorwaarden schept voor de verdere ontwikkeling van GZI Next tot gewenste energyhub.
11
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, aardgas- en waterstofleiding GZI - Emmtec (vastgesteld)
Hoofdstuk 3
Beleid
3.1
Gemeentelijk beleid
3.1.1
Structuurvisie gemeente Emmen 2020, veelzijdigheid troef
Structuurvisie Emmen 2020, Veelzijdigheid Troef, is 24 september 2009 vastgesteld door de raad. Het document is opgesteld als ruimtelijke vertaling van de ambities gesteld in de Strategienota Emmen 2020, vastgesteld in de raadsvergadering van september 2001. De structuurvisie geeft de hoofdlijnen van de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente Emmen weer. In de structuurvisie wordt de ruimtelijke structuur van 2020 geschetst aan de hand van een aantal thema's, te weten landschap, duurzaamheid, verkeer, werken, wonen, voorzieningen en veiligheid. Voor ieder thema is een hoofdkoers bepaald. Voor het bestemmingsplan Emmen, aardgas- en waterstofleiding GZI - Emmtec is alleen het thema veiligheid van belang. Het plan heeft geen betrekking op de andere thema's. De hoofdkoers voor het thema veiligheid is dat de gemeente Emmen een gemeente wenst te zijn waarin een ieder veilig woont. Hier tegenover staat dat Emmen dé industriestad van het Noorden is en in de toekomst een gemeente wil blijven waarin economie, bedrijvigheid en werkgelegenheid hoog in het vaandel staan. Voor risicovolle activiteiten is ruimte op onder andere het bedrijventerrein Bargermeer. Aardgastransportleidingen en waterstofleidingen zijn risicobronnen in het kader van externe veiligheid. Daarom is het plan getoetst aan de normen die zijn gesteld in externe veiligheid wetgeving.
Deze toetsing is terug te vinden in paragraaf 4.3 van deze toelichting. Uit de toetsing blijkt dat voldaan wordt aan de normen en dat voor beide leidingen het groepsrisico onder de oriëntatiewaarde blijft. Hiermee wordt de ontwikkeling als acceptabel beschouwd en is nader onderzoek niet nodig. Het plan is ook niet strijdig met het gemeentelijk beleid over veiligheid, de veiligheid van de inwoners komt niet in het geding door deze ontwikkeling. 3.1.2
Structuurvisie Werklocaties Emmen 2020
De Raad van de gemeente Emmen heeft de Structuurvisie Werklocaties Emmen 2020 op 26 mei 2011 vastgesteld. In deze structuurvisie staat hoe de gemeente Emmen tot 2020 om wil gaan met de bedrijventerreinen en winkelcentra. Het vormt de sectorale/facetmatige uitwerking van de structuurvisie gemeente Emmen 2020 “Veelzijdigheid troef”. De doelen van de Structuurvisie Werklocaties Emmen 2020 zijn onder meer het vergroten van de werkgelegenheid en het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit. De locaties worden aantrekkelijker gemaakt, waardoor nieuwe ondernemers aangetrokken. Ook wordt hiermee de regiofunctie van Emmen als winkelstad verder versterkt. De uitgangspunten uit deze visie komen terug in bestemmingsplannen. Daarnaast krijgen deze uitgangspunten verder vorm in projecten voor het herstructureren en aanleggen van bedrijventerreinen en het verbeteren van winkelcentra en andere winkellocaties.
Bedrijventerreinen De gemeente Emmen versterkt de al ingezette segmentering van bedrijventerreinen. Bedrijven kunnen zo een heldere locatiekeuze maken die het beste aansluit bij hun activiteiten. Economische activiteiten komen daar terecht waar deze het minste hinder opleveren (indien dit het geval is) en zich daardoor het best kunnen ontplooien. Deze segmentering vindt naast de traditionele segmentering op functie vooral plaats op basis van de verschijningsvorm. Juist de verschijningsvorm geeft goede aangrijpingspunten bij de (her)inrichting.
12
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, aardgas- en waterstofleiding GZI - Emmtec (vastgesteld)
Voor Emmen betekent segmentering in hoofdlijnen: 1. De terreinen gericht op de productie-industrie, dus de segmenten zware industrie, logistiek en modern gemengde industrie: in de werkas Emmen-Klazienaveen (Bargermeer, Emmtec, Bargerpoort, Bedrijvenpark A37, en deels Pollux) en daarnaast op De Vierslagen en De Tweeling. 2. De terreinen gericht op hoogwaardige werklocaties (o.a. kantoren en woon-werkcombinaties): in de Westflank van de gemeente de terreinen Waanderveld, Eigenhaard, en de Kantorenparken Hooggoorns/Bukakkers en Westenesch en daarnaast het Business Park Meerdijk. 3. Overige gemengde terreinen (o.a. bij de dorpen). De aanleg van een aardgastransportleiding en een waterstofleiding naar het terrein Emmtec past bij de functies waarvoor dit terrein in de Structuurvisie Werklocaties Emmen 2020 is aangewezen. Het plan is daarmee niet strijdig met het gemeentelijk beleid op het gebied van werklocaties. 3.1.3
Strategienota Energy Hub GZI Next
Door het uit gebruik nemen van de gasontzwavelingsinstallatie (hierna GZI) en een groot deel van de aan GZI verbonden gaswinningslocaties in de regio komt er een groot gebied vrij ten zuidoosten van Emmen. Het voornemen van een aantal partijen zoals de NAM, gemeente Emmen, provincie Drenthe en Gasunie is om dit gebied te ontwikkelingen tot 'Energy Hub GZI Next'. In 2019 is voor dit gebied de Strategienota Energy Hub GZI Next vastgesteld. De nota beschrijft de Energy Hub GZI Next en de context waarbinnen de energietransitie in de regio Emmen zich voordoet. Daarnaast worden in deze strategienota de raakvlakken verduidelijkt met de beleidsdoelen van rijk en provincie, maar vooral met de gemeentelijke beleidsdoelen op het gebied van economie en onderwijs. Met het concept Energy Hub GZI Next wordt ingezet op behoud en groei van de werkgelegenheid en een versnelling van de energietransitie en een CO2-reductie. Het concept sluit naadloos aan bij de beleidsdoelen zoals omschreven in de Strategienota 2017, de Kadernota Economie en de Energienota. De uitdaging voor grootverbruiker Emmtec om van laagcalorisch gas los te komen is een belangrijke reden geweest om met een aantal partijen het initiatief te nemen voor Energy Hub GZI Next.
De aanleg van een aardgastransportleiding voor hoogcalorisch gas en een waterstofleiding tussen de Energy Hub en het terrein van Emmtec is onderdeel van de ontwikkeling van de Energy Hub. Het plan past daarmee in het gemeentelijk gebiedsgerichte beleid voor dit gebied dat in de Strategienota Energy Hub GZI Next is beschreven, en in het gemeentelijk beleid voor de energietransitie in het algemeen. 3.1.4
Gebiedsplan gebiedsgericht grondwaterbeheer Emmen
Het plangebied ligt in het beheergebied waarvoor een gebiedsplan is opgesteld, het 'Gebiedsplan gebiedsgericht grondwaterbeheer Emmen'. Aanleiding van het gebiedsplan is de complexe grondwatersituatie in Bargermeer-Noord en Emmen-Centrum, met meerdere grootschalige grondwaterverontreinigingen en twee grote grondwaterwinningen, waaronder de drinkwaterwinning Noordbargeres. De bodemsaneringsopgave en bescherming van objecten (zoals een drinkwaterwinning) zijn belangrijke maatschappelijke opgaves.
13
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, aardgas- en waterstofleiding GZI - Emmtec (vastgesteld)
Figuur 4.2. Gebiedsgrens beheergebied
Om de drinkwaterwinning Noordbargeres te beschermen en de grondwaterkwaliteit te verbeteren worden de bestaande beheers- en monitoringsmaatregelen in Emmen-Centrum voortgezet. Voor Bargermeer-Noord zijn een maatregel voor monitoring en een terugvalscenario opgenomen voor de situatie dat de proceswaterwinning van Emmtec Services (zie ook bovenstaande figuur) sterk in omvang afneemt of stopt, met als gevolg dat grondwaterverontreinigingen van Bargermeer-Noord de drinkwaterwinning (en mogelijk ook het oppervlaktewater) kunnen bedreigen. Als gevolg van de bedrijfsactiviteiten op het Emmtec-terrein zijn, voornamelijk aan de zuidoostkant van het terrein, verontreinigingen met gechloreerde oplosmiddelen, aromaten, cresolen, glycolen, bifenylether, tetrahydrofuraan, ftalaten en 1,4-dioxaan in het grondwater aanwezig. In 1996 is door de provincie Drenthe een beschikking op grond van de Wet bodembescherming afgegeven voor de beheersing van deze verontreinigingen met behulp van een grondwateronttrekking. De primaire doelstelling van het gebiedsgerichte beheer is om de drinkwaterwinning Noordbargeres te beschermen, ook op lange termijn. Dit biedt de mogelijkheid om ook kaders te stellen voor de uitstroom van verontreinigingen vanuit industrieterrein Bargermeer-Noord naar de consumptieve winning van Emmtec en het oppervlaktewater van het Bargermeerkanaal.
Ten aanzien van het plangebied van dit bestemmingsplan geldt dat dit onderdeel is van het wingebied van Emmtec alsmede ook door de zone van verontreinigd gebied Bargermeer Noord loopt. Voor dit plan is een geohydrologische bureaustudie uitgevoerd, waarin ook onderzoek is gedaan naar de invloed van het planvoornemen op de aanwezige verontreinigingen. In paragraaf 4.5 wordt hier nader op ingegaan.
14
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, aardgas- en waterstofleiding GZI - Emmtec (vastgesteld)
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Omgevingsvisie Drenthe 2018
De Omgevingsvisie is hét strategische kader voor de ruimtelijk-economische ontwikkeling van Drenthe. De visie formuleert de belangen, ambities, rollen, verantwoordelijkheden en sturing van de provincie in het ruimtelijke domein. De Omgevingsvisie beschrijft de ruimtelijk-economische ontwikkeling van Drenthe in de periode tot 2030, met in sommige gevallen een doorkijk naar de periode daarna. In de periode van 2018 tot 2030 ziet de provincie twee grote integrale opgaven: a. De adaptatie: aan de gevolgen van klimaatverandering, aan de transitie naar een duurzame energievoorziening en voor het behoud van biodiversiteit; b. De economische structuur: het versterken van een uitnodigend en aantrekkelijk vestigingsklimaat. Energietransitie De provincie wil dat Drenthe in 2050 volledig energieneutraal is. Daarmee conformeert de provincie zich aan het klimaatakkoord van Parijs. Dat betekent dat Drenthe in 2050 100% van het energiegebruik hernieuwbaar produceert. Daarmee streeft de provincie in 2050 naar een reductie van de CO2-uitstoot van 80 tot 95% ten opzichten van 1990. Er wordt in stappen naar dit doel toegewerkt, waarbij het aandeel hernieuwbare energie in 2030 op 40% moet liggen. De ambities zijn tevens verwoord in Energieagenda 2016-2020 Op weg naar een duurzame Drentse energiehuishouding.
Wat betreft de hernieuwbare energie wordt gestreefd naar een mix van energie uit wind, zon, biomassa, en bodemenergie. De provincie wil de energie-opgave integraal aanpakken, zodat technologische, financiële en maatschappelijke innovaties en ontwikkelingen, ruimtelijke inpassing en de sociaal maatschappelijke impact daarvan in samenhang worden beschouwd. Men wil de energieopgave realiseren, passend bij de kernkwaliteiten die de provincie rijk is. De provincie kiest ervoor om de energieopgave in eerste instantie te realiseren op logische locaties, waar verschillende functies gecombineerd kunnen worden of waar een meerwaarde gerealiseerd kan worden. Bijvoorbeeld industrieterreinen, langs infrastructuur en op vuilstortplaatsen.
Missie De missie van de provincie is het waarderen van de Drentse kernkwaliteiten en het ontwikkelen van een bruisend Drenthe, passend bij de kernkwaliteiten. Deze missie is ingegeven door wat inwoners, medeoverheden en maatschappelijke partners belangrijk vinden voor de toekomst van Drenthe. De kernkwaliteiten zijn samen met partners en de inwoners van Drenthe benoemd, te weten landschap, cultuurhistorie, aardkundige waarden, archeologie, rust en natuur.
Kernkwaliteiten De kernkwaliteiten zijn de kwaliteiten die bijdragen aan de identiteit en aantrekkelijkheid van Drenthe. Samen met vertegenwoordigers van overheden, belangengroepen, marktpartijen en inwoners heeft de provincie de volgende kernkwaliteiten van Drenthe benoemd : rust, ruimte, natuur en landschap; oorspronkelijkheid (authenticiteit, Drents eigen);
15
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, aardgas- en waterstofleiding GZI - Emmtec (vastgesteld)
noaberschap; kleinschaligheid (Drentse schaal); menselijke maat; veiligheid. Het provinciaal belang ligt in het behouden en, waar mogelijk, ontwikkelen van de kernkwaliteiten. In hoofdstuk 4 van de Omgevingsvisie is voor alle kernkwaliteiten een uitwerking naar meer concrete indicatoren gemaakt, namelijk landschap, cultuurhistorie, aardkundige waarden, archeologie, rust en natuur.
Milieu- en leefomgevingskwaliteit De provincie streeft naar een gezonde en veilige leefomgeving voor mens, plant en dier. Het beschermen van de kwaliteit van milieu en leefomgeving is veelal op Europees en nationaal niveau geregeld. Daarbij zijn diverse taken en verantwoordelijkheden bij de provincies neergelegd. Deze taken, gericht op het beschermen van de kwaliteit van lucht, water en bodem en het verbeteren van de verkeersveiligheid, waterveiligheid en externe veiligheid, zijn daarmee van provinciaal belang.
Kaarten en doelstellingen Op kaarten behorende bij de Omgevingsvisie Drenthe zijn de kernkwaliteiten nader weergegeven. Omdat de ontwikkeling enkel ondergronds plaatsvindt (de aanlegfase buiten beschouwing latend omdat dit tijdelijk is), zijn alleen de kernkwaliteiten archeologie en aardkundige waarden voor deze ontwikkeling relevant. Het plangebied is voor deze kernkwaliteiten als volgt op de kaarten aangeduid:
Archeologie De inhoudelijke kaart Archeologie geeft een overzicht van de archeologische waarden en verwachtingen die de provincie van provinciaal belang achten. In gebieden of terreinen met een archeologische verwachting op de archeologiekaarten, wordt gestuurd op een goede uitvoering van archeologisch onderzoek. Niet voor alle bodemingrepen is archeologisch onderzoek vereist. Dit hangt af van de omvang en aard van de ingreep, de waarde/verwachting van de locatie en het vrijstellingenbeleid zoals dat is uitgewerkt in de gemeentelijke archeologiekaarten. Het plangebied is gelegen binnen een gebied met een generiek beschermingsniveau voor archeologische waarden. Het algemene uitgangspunt is dat alle behoudenswaardige archeologische vindplaatsen die op de Archeologische Monumentenkaart (AMK) van Drenthe staan en de nieuw ontdekte behoudenswaardige vindplaatsen niet ongezien kunnen verdwijnen. Voor de ontwikkeling is een archeologische bureaustudie en booronderzoek uitgevoerd. In paragraaf 4.1 zijn de uitkomsten opgenomen en is verder beschreven hoe rekening wordt gehouden met de bescherming van archeologische waarden. Het booronderzoek is als Bijlage 1 bij deze toelichting gevoegd.
Aardkundige waarden Aardkundige waarden die bijdragen aan het specifieke Drentse karakter wil de provincie behouden en, waar mogelijk, herstellen. Het provinciaal belang ligt in het behouden en, waar mogelijk, ontwikkelen van de kernkwaliteit aardkundige waarden. De provincie wil inhoud geven aan ruimtelijke kwaliteit, om de identiteit en aantrekkelijkheid van Drenthe te behouden en te versterken. Het doel is de archiefwaarde van de bodem te behouden en de
16
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, aardgas- en waterstofleiding GZI - Emmtec (vastgesteld)
landvormen, die karakteristiek zijn voor het Drentse landschap, te behouden en te versterken, als onderdeel van de kernkwaliteit oorspronkelijkheid. Het grootste deel van het plangebied dat op het bedrijventerrein is gelegen, heeft een generiek beschermingsniveau voor aardkundige waarden. In deze gebieden wil de provincie de lokale, aardkundige kenmerken voor de toekomst bewaren. De provincie verwacht dat gemeenten deze waarden beschermen in bestemmingsplannen en initiatieven hierop beoordelen. Het deel van het plangebied aan de oostzijde van de N862 heeft een hoog beschermingsniveau voor aardkundige waarden. In gebieden met een hoog beschermingsniveau is de provinciale ambitie om de context en het referentiebeeld van de aardkundige eenheid te behouden of te herstellen. In deze gebieden zijn ontwikkelingen alleen toegestaan als aardkundige kwaliteiten en kenmerken worden behouden. Omdat het tracé aan de oostzijde van de N862 bijna volledig overeenkomt met het tracé van de al aanwezige buisleiding, omdat blijkt dat de grond al behoorlijk verstoord is (zie ook paragraaf 4.1 van deze toelichting en de uitgevoerde archeologische onderzoeken) en omdat de buisleidingen een beperkte diameter hebben, is de verstoring van aardkundige waarden nihil. 3.2.2
Provinciale omgevingsverordening
Provinciale Staten van Drenthe hebben de Provinciale omgevingsverordening Drenthe vastgesteld. In de omgevingsverordening zijn onder andere voorschriften opgenomen ten aanzien van bescherming van kernkwaliteiten (zie bovenstaande paragraaf). Andere specifieke bepalingen voor het plangebied zijn niet in de verordening opgenomen. 3.3
Rijksbeleid
3.3.1
Ruimtelijk beleid
De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is op 13 maart 2012 van kracht geworden. Onderdeel van deze structuurvisie is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Met de structuurvisie kiest het rijk voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 13 nationale belangen. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Voor Emmen zijn in de SVIR geen onderwerpen opgenomen die aangemerkt worden als nationaal belang. In de Barro zijn alleen de zaken betreffende defensie en kernkwaliteiten van toepassing. Echter deze zaken hebben geen directe invloed op de inrichting van het plangebied. Ten aanzien van (duurzame) energievoorziening en energietransitie heeft het Rijk uiteraard ook beleid. Het ruimtelijk rijksbeleid voor (duurzame) energie beperkt zich echter enkel tot grootschalige windenergie op land en op zee. Voor andere energiefuncties is geen nationaal ruimtelijk beleid nodig naast het faciliteren van ontwikkelingen door het aanpassen van weten regelgeving en het delen en ontwikkelen van kennis. Het is primair de taak van provincies en gemeenten om voldoende ruimte te bieden voor duurzame energievoorziening. Het rijksbeleid is daarmee niet van invloed op de ontwikkeling waar dit bestemmingsplan betrekking op heeft.
17
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, aardgas- en waterstofleiding GZI - Emmtec (vastgesteld)
3.4
Conclusie
De conclusie van de in dit bestemmingsplan Emmen, aardgas- en waterstofleiding GZI Emmtec beschreven beleidsuitgangspunten is dat het rijksbeleid niet direct door werkt in het plangebied. Hierdoor is het bestemmingsplan in niet in strijd met het rijksbeleid. Het rijksbeleid werkt indirect door via het provinciaal beleid. Het provinciaal beleid vormt op zijn beurt weer de input voor het gemeentelijk beleid. Voor het voorliggende bestemmingsplan kan eveneens geconcludeerd worden dat het plan passend is in het provinciale beleid en het gemeentelijk beleid.
18
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, aardgas- en waterstofleiding GZI - Emmtec (vastgesteld)
Hoofdstuk 4
Onderzoeken
4.1
Archeologie en monumenten
4.1.1
Algemeen
De gemeente Emmen heeft archeologie beleid vastgesteld, d.d. 30 mei 2013. Hiervoor is een archeologische beleidsadvieskaart gemaakt met daarbij een rapport, dit rapport dient als toelichting op de kaart. Het doel van deze documenten is om aan te geven wat de kern vormt van het archeologie beleid en waar de beleidskeuzen zijn gemaakt. De verschillende archeologische waarden en verwachtingen en de maatregelen die daaraan zijn gekoppeld zijn in gemeentelijk archeologische beleidsadvieskaart vertaald naar diverse categorieën "Waarde - Archeologie" in het bestemmingsplan. Met de vertaling is op eenvoudige wijze voor het gehele gebied van de gemeente Emmen in beeld gebracht of archeologische waarden in het geding zijn of kunnen zijn en zo ja, op welke manier daarmee dient te worden omgegaan, tabel 1 geeft de onderverdeling van de vier gemaakte categorieën weer.
Categorie
Archeologische Oppervlakte waarden
Diepte
Drainage
Rijksmonument
Beschermd
-
-
Verbod
Waarde Archeologie 1
Zeer hoge archeologische waarde
0 m2
30 cm + 10 c m
Verbod
Waarde Archeologie 2
(zeer) (hoge) archeologische waarde
100 m 2
30 cm + 10 c m
Verbod
Waarde Archeologie 3
Middelhoge of 1.000 m 2 hoge verwachting
30 cm + 10 c m
Verbod
Waarde Archeologie 4
Middelhoge of 1.000 m 2 hoge verwachting
30 cm + 10 cm
Toegestaan
Tabel 1: Onderverdeling van archeologische waarden
Deze beleidskeuzen zijn vertaald in dubbelbestemmingen. Per archeologische kwaliteit zijn planregels opgenomen voor de te bebouwen oppervlakte en een omgevingsvergunningsstelsel voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden. De maatvoering voor afwijking is afhankelijk van de te verwachten waarden of verwachtingen en de uitkomsten van archeologisch onderzoek. 4.1.2
Archeologische waarden in het plangebied
Het plangebied Emmen, aardgas- en waterstofleiding GZI - Emmtec doorkruist volgens de beleidskaart zones met lage archeologische verwachting en zones die zijn aangemerkt met waarde 2, 3 en 4. Figuur 3.1 is een uitsnede uit de beleidskaart met daarop weergegeven de globale ligging van het plangebied.
19
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, aardgas- en waterstofleiding GZI - Emmtec (vastgesteld)
Figuur 4.1: Uitsnede archeologische beleidskaart
Deze waarden houden het volgende in: Gebieden gecategoriseerd als waarde-2 zijn gebieden met een hoge archeologische verwachting omdat van deze gebieden bekend is dat er historische kernen aanwezig waren of omdat deze gebieden een bufferzone vormen voor AMK-terreinen. Voor terreinen binnen Waarde - archeologie 2 is algemeen aanvaard dat een minimumoppervlak voor bodemverstoringen geldt van 100 m2 en een bouwvoordiepte van 30 cm (30 cm +10 cm principe). Gebieden gecategoriseerd als waarde - 3 en waarde - 4 zijn gebieden waar op basis van de geologische en bodemkundige opbouw, landschappelijke kenmerken en reeds aangetroffen archeologische resten een (middel)hoge kans op het aantreffen van (intacte) archeologische vindplaatsen bestaat. Deze zones worden gekenmerkt door een - al dan niet verscholen onder het huidige maaiveld - redelijk gaaf landschap met dekzandruggen en dekzandkoppen. Delen van dit landschap kunnen bovendien zijn afgedekt door esdekken. Van concrete vindplaatsen is hier echter vooralsnog geen sprake. In hoofdzaak geldt een grote trefkans op nederzettingen, grafvelden, losse boerderijen, wegen, dijken, linies, kleine jachtkampen en losse vondsten uit alle
20
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, aardgas- en waterstofleiding GZI - Emmtec (vastgesteld)
perioden. Waarde - Archeologie 3 heeft specifiek betrekking op essen. Voor terreinen binnen Waarde - archeologie 3 is algemeen aanvaard dat een minimumoppervlak voor bodemverstoringen geldt van 1000 m 2 en een bouwvoordiepte van 30 cm (30 cm +10 cm principe). De diepte van deze vrijstelling volgt de lijn van de overeenkomst tussen LTO en de provincie. De Waarde - Archeologie 3 is apart opgenomen omdat dit terreinen zijn waar naast genoemde bepalingen een drainageverbod geldt. Hiervoor is gekozen vanwege de aanwezigheid van essen/plaggendekken, zoals aangegeven op de bodemkaart. Voor gebieden aangeduid met Waarde - archeologie 4 is algemeen aanvaard dat een minimumoppervlak voor bodemverstoringen geldt van 1000 m 2 en een bouwvoordiepte van 30 cm (30 cm +10 cm principe). De Waarde - Archeologie 4 is apart opgenomen omdat dit terreinen zijn waar naast bovenstaande bepalingen geen drainageverbod geldt. Gebieden met lage archeologische waarde/verwachting zijn gebieden waar de kans op het aantreffen van archeologische sporen klein wordt geacht. Dit kan zijn vanwege de bodemkundige opbouw, een lage dichtheid van archeologische resten/sporen of vanwege bodemverstorende activiteiten naderhand zoals ontginningen. Het betreft met name de ontgonnen veengebieden die in het verleden laag waren gelegen en een hoge grondwaterstand kenden.
Er is hier geen sprake van concreet aanwijsbare vindplaatsen en de kans op het aantreffen van sporen en vondsten is klein. Deze gebieden zijn vrijgesteld voor archeologisch onderzoek. Voor de ontwikkeling is een archeologische vooronzoek (een bureauonderzoek) uitgevoerd door RAAP. De rapportage van dit onderzoek is als Bijlage 1 bij deze toelichting gevoegd. Uit het onderzoek is gebleken dat de kans op het aantreffen van vindplaatsen met name hoog is in de twee hoogst gelegen delen van het landschap: een zone in het noordelijk deel van het plangebied en direct ten zuiden van kruispunt N862/N391. Vanwege de bestaande bebouwing, infrastructuur en bestaande kabels en leidingen is de bodem noordwestelijk van kruispunt N862/N391 vermoedelijk lokaal verstoord, maar zijn delen van de ondergrond hier waarschijnlijk nog intact. Om de gespecificeerde verwachting aan te vullen en te verfijnen is voor de delen van het plangebied die in open ontgraving worden ontgraven en de in- en uittredepunten van de H-gasleiding een vervolgonderzoek uitgevoerd in de vorm van een inventariserend veldonderzoek door middel van verkennende boringen. De rapportage van dit onderzoek is als Bijlage 2 bij deze toelichting gevoegd. Uit dit booronderzoek is gebleken dat in de meeste onderzochte delen van het tracé de bodem ernstig is verstoord.
Alleen in het meest zuidelijke deel van het tracé is de bodem nog in tact. Uit aanvullende boringen blijkt dat de bodem in de omgeving van deze punten ook ernstig is verstoord. Er zijn evenmin archeologische indicatoren gevonden die kunnen wijzen op de aanwezigheid van een archeologische vindplaats. Dat heeft tot gevolg dat ter hoogte van de onderzochte delen van het tracé de archeologische verwachting kan worden bijgesteld naar laag. In de onderzochte delen van het tracé wordt archeologisch vervolgonderzoek niet noodzakelijk geacht. 4.1.2.1 Archeologische monumenten Binnen het plangebied liggen geen (beschermde) archeologisch monumenten. Ook ligt vijftig meter buiten het plangebied geen archeologisch monument. 4.1.2.2 Cultuurhistorie Omdat de ontwikkeling enkel ondergronds plaatsvindt (de aanlegfase buiten beschouwing latend omdat dit tijdelijk is), wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling geen invloed heeft op eventueel aanwezige cultuurhistorische waarden in of in de omgeving van het plangebied.
21
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, aardgas- en waterstofleiding GZI - Emmtec (vastgesteld)
4.1.3
Conclusie
Op grond van de resultaten van de onderzoeken wordt een archeologisch vervolgonderzoek niet noodzakelijk. De archeologische verwachting in het plangebied kan worden bijgesteld naar laag. Hierdoor is het ook niet nodig om in dit bestemmingsplan een dubbelbestemming Waarde-archeologie op te nemen. De thema's archeologie en cultuurhistorie vormen geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van de ontwikkeling. 4.2
Ecologie
De Wet natuurbescherming (Wnb) is in werking getreden op 1 januari 2017. Deze wet vervangt de volgende drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998 (gebiedsbescherming), de Flora- en faunawet (soortenbescherming) en de Boswet (houtopstanden). De provincie is bij de Wnb het bevoegd gezag voor de toetsing van werkzaamheden en handelingen bij Natura 2000-gebieden en dier- en plantensoorten. Het Rijk blijft bevoegd gezag bij ruimtelijke ingrepen met grote nationale belangen. Voor gemeenten geldt dat zij het bevoegd gezag zijn voor omgevingsvergunningen.
Gebiedsbescherming In de Wnb is de bescherming van specifieke natuurgebieden geregeld. Het betreft de Natura 2000-gebieden, die een internationale bescherming genieten. Plannen en projecten met negatieve effecten op deze gebieden zijn vergunningplichtig. Relevant daarbij is dat de Wnb een externe werking kent. Van externe werking is sprake als activiteiten buiten een Natura 2000-gebied van invloed zijn op de natuurwaarden in een Natura 2000-gebied. Per Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelen voor soorten en vegetatietypen opgesteld. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) -voorheen Ecologische Hoofdstructuur- is een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen belangrijke natuurgebieden in Nederland en vormt de basis voor het natuurbeleid. Ten aanzien van ontwikkelingen binnen het NNN geldt het 'nee, tenzij-principe'. Het NNN is als beleidsdoel opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing, ontwikkeling en bescherming van het NNN. De begrenzing en ruimtelijke bescherming van het NNN is voor de provincie Drenthe uitgewerkt in de Provinciale Omgevingsvisie en de bijbehorende Provinciale Omgevingsverordening.
Soortenbescherming Het uitgangspunt van de Wnb is dat er geen (opzettelijke) schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan. De soortenbescherming binnen de Wnb is daarbij opgedeeld in drie beschermingsregimes: Vogelrichtlijnsoorten, Habitatrichtlijnsoorten en andere soorten. Bij beoordeling van de toelaatbaarheid van bouwwerken en/of andere activiteiten moet rekening worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid van te beschermen dier- en plantensoorten. Er dient een ontheffing op grond van artikel 3.3, 3.8 en/of 3.10 Wnb te worden aangevraagd voor een (bouw)werkzaamheid of activiteit indien het volgende van toepassing is: uit gegevens of onderzoek blijkt dat er sprake is van verstoring of doden van (een) beschermde soort(en); het bouwwerk en/of de activiteit veroorzaakt beschadiging of vernieling van voortplantingof rustplaatsen van dieren, dan wel ontworteling of vernieling van plantensoorten; er kan geen gebruik gemaakt worden van een vrijstelling op grond van de Wet natuurbescherming; er kan niet gewerkt worden volgens een goedgekeurde gedragscode.
22
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, aardgas- en waterstofleiding GZI - Emmtec (vastgesteld)
Houtopstanden In de Wnb is de bescherming van houtopstanden buiten de, door de gemeenteraad vastgestelde, bebouwde kom geregeld. Doel is de instandhouding van het bosareaal. In de Provinciale Omgevingsverordening van de provincie Drenthe is geregeld hoe een kapmelding moet worden ingediend, waaraan herbeplanting moet voldoen en wanneer ontheffing van de herbeplantingsplicht kan worden verleend. Voor houtopstanden binnen de bebouwde kom geldt de Bomenverordening gemeente Emmen 2011. In het bijbehorende bomenregister zijn de monumentale en waardevolle bomen en waardevolle houtopstanden vastgelegd. Zonder ontheffing is het verboden deze te kappen. 4.2.1
Natuurwaarden in het plangebied
Voor de ontwikkeling is een natuurtoets uitgevoerd waarin getoetst is aan soortenbescherming en gebiedsbescherming. De rapportage van deze natuurtoets is als Bijlage 3 bij deze toelichting gevoegd.
Beschermde soorten Binnen de invloedssfeer van de voorgenomen ingreep kunnen vleermuizen voorkomen. Verder moet gedurende het broedseizoen rekening worden gehouden met broedende vogels. Daarbij gaat het zowel om algemene soorten als soorten met een jaarrond beschermd nest. Negatieve effecten op vleermuizen of broedende vogels kunnen grotendeels worden voorkomen door het treffen van mitigerende maatregelen (zie paragraaf 7.3 van het onderzoek) voorafgaand of tijdens de werkzaamheden, waarmee overtreding van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming wordt voorkomen. De mitigerende maatregelen worden in een werkplan verwerkt.
Beschermde gebieden Natuurnetwerk Nederland De ingreeplocaties liggen ruim buiten de begrenzing van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De minimale onderlinge afstand bedraagt minstens 1 kilometer. Uitgaande van de aard en omvang van de ingreep, in combinatie met de ruime afstand tot de begrenzing van het NNN, zijn significante effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden op voorhand uitgesloten. Er zijn geen maatregelen nodig om negatieve effecten op het NNN te voorkomen.
Natura 2000-gebieden Ten aanzien van gebiedsbescherming wordt geconcludeerd dat er geen Natura 2000-gebied ligt binnen de grenzen van de ontwikkeling. Significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van het Natura 2000-gebied Bargerveen, door verstoring als gevolg van bijvoorbeeld geluid of licht, zijn uitgesloten. De afstand is hiervoor te groot. Stikstofdepositie kan ook op grotere afstand een rol spelen. Daarom is een AERIUS-berekening uitgevoerd. De rapportage van deze berekening is als Bijlage 4 bij deze toelichting gevoegd. Uit de berekening blijkt dat de aanleg van de nieuwe gasleidingen geen toename van stikstofdepositie veroorzaakt, als de emissie wordt beperkt door zo veel mogelijk gebruik te maken van materieel in STAGE klasse IV of elektrisch materieel. Het plan zal in dat geval de natuurlijke kenmerken van nabij gelegen Natura 2000-gebieden niet aantasten. In het geval gebruik wordt gemaakt van een combinatie van machines van STAGE klasse III en IV
23
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, aardgas- en waterstofleiding GZI - Emmtec (vastgesteld)
ontstaat een beperkte en tijdelijk toename van de stikstofdepositie van maximaal 0,02 mol/ha/jaar in Natura 20000-gebied Bargerveen en 0,01 mol/ha/jaar in gebieden Lieftinghsbroek, Mantingerzand, Mantingerbos, Elperstroomgebied en Drouwenerzand. Deze toename van de depositie is niet meetbaar en verwaarloosbaar bij de jaarlijkse variatie in de achtergrondconcentratie. Dergelijk lage deposities hebben daarnaast geen meetbare gevolgen voor de groeisnelheid van planten en leiden niet tot verschuivingen in de aanwezige habitattypen. De conclusie is dat het plan zo uitgevoerd kan worden dat het geen significant negatieve gevolgen heeft voor Natura 2000-gebieden. 4.2.2
Conclusie
Tijdens de werkzaamheden moet voldaan worden aan een aantal mitigerende maatregelen om overtreding van de Wnb te voorkomen. Verder moet stikstofemissie tijdens de werkzaamheden worden beperkt door zo veel mogelijk gebruik te maken van materieel in STAGE klasse IV of elektrisch materieel. Op deze manier vormt de Wnb en het thema ecologie geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het voornemen. Op basis van de Wnb is overigens altijd de algemene zorgplicht van toepassing, die inhoudt dat een ieder voldoende zorg in acht neemt voor alle inheemse dieren en planten en hun directe leefomgeving. Concreet betekent dit dat bij (ruimtelijke) ingrepen gezorgd moet worden dat dieren niet verstoord of gedood worden en dat planten niet zomaar verplant worden. Ook dient gelet te worden op bijvoorbeeld broedende vogels, de voortplantingsperiode van amfibieën en de zoogperiode van zoogdieren.
Daarbij geldt voor alle bouwactiviteiten dat er voorzorgsmaatregelen genomen dienen te worden, waardoor: de aanvang van de werkzaamheden buiten het broedseizoen (globaal van half maart tot begin augustus) dient plaats te vinden; een week voor de werkzaamheden beginnen, het plangebied kort gemaaid dient te worden, zodat het plangebied ongeschikt wordt voor kleine zoogdieren en ze de kans krijgen om te vluchten; (wortel)schade aan de (oude) bomen wordt voorkomen en geen graafwerkzaamheden binnen de kroonprojectie van deze oude bomen kan plaatsvinden. 4.3
Fysieke veiligheid
Rijksoverheid stelt risiconormen op het gebied van veiligheid aan inrichtingen, ter bescherming van de omgeving. Naast de wet- en regelgeving mogen gemeenten invulling geven aan een eigen veiligheidsvisie. In de Beleidsnota externe veiligheid gemeente Emmen (april 2013) geeft de gemeente Emmen invulling aan deze beleidsruimte. In de gemeentelijke beleidsnota Externe Veiligheid zijn de ruimtelijke uitgangspunten van de structuurvisie verder uitgewerkt. In de Beleidsnota externe veiligheid heeft de gemeente Emmen gekozen voor een gebiedsgerichte benadering voor de vestiging van risicovolle activiteiten. Tevens is in het beleid een afwegingskader bij concrete ruimtelijke beslissingen en voor de inzet van bestuurlijke uitvoeringsinstrumenten om de kwetsbaarheid van een object of activiteit die niet rechtstreeks onder de begripsbepaling van het Bevi valt bepaald te beoordelen. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan is rekening gehouden met deze nota externe veiligheid. 4.3.1
Fysieke veiligheidssituatie
Het plan voorziet in de realisatie van twee buisleidingen. Dit zijn geen (beperkt) kwetsbare objecten, waardoor inventarisatie van de fysieke veiligheidssituatie - de ligging van risicobronnen en risicocontouren ten opzichte van het plangebied - niet nodig is. Andersom geldt dat een aardgastransportleiding en een waterstofleiding wel risicobronnen vormen voor de omgeving. Daarom is onderzoek gedaan naar de gevolgen van het voornemen op de omgeving door middel van twee kwantitatieve risicoanalyses.
24
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, aardgas- en waterstofleiding GZI - Emmtec (vastgesteld)
4.3.2
Aardgastransportleiding
De rapportage van de kwantitatieve risicoanalyse die is uitgevoerd voor de aardgastransportleiding is als Bijlage 5 bij deze toelichting gevoegd. Hieronder volgt kort de conclusie van de analyse.
Plaatsgebonden risico De aardgastransportleiding heeft geen plaatsgebonden risicocontour 10-6. Er kunnen hierdoor geen kwetsbare en/of beperkt kwetsbare objecten binnen de PR 10-6-contour van de leiding liggen. De leiding voldoet aan het Besluit externe veiligheid buisleidingen. Het plaatsgebonden risico op een afstand van vijf meter, gemeten vanuit het hart van de leiding, is niet hoger dan 10-6 per jaar.
Groepsrisico De maximale overschrijdingsfactor voor leiding A-605-02 is kleiner dan 1. De fN-curve voor de leiding blijft onder de oriëntatiewaarde. Op grond van artikel 12 van het Bevb, dient het groepsrisico, bij het vaststellen van een bestemmingsplan op grond waarvan de aanleg van een buisleiding wordt toegelaten, te worden verantwoord. Op grond van het derde lid kan in dit geval worden volstaand met een beperkte verantwoording, omdat uit de uitgevoerde QRA blijkt dat het groepsrisico bij de aardgastransportleiding lager is dan 10% van de oriëntatiewaarde. Dit houdt in dat voor de aardgastransportleiding alleen de zelfredzaamheid en hulpverlening nog moet worden verantwoord. Deze verantwooring is opgenomen als Bijlage 6 (Verantwoording groepsrisico) bij deze toelichting. Geconcludeerd wordt dat de beoogde aanleg van de nieuwe aardgasleiding en waterstofleiding verantwoord is. De leiding wordt voor toekomstige ontwikkelingen beschermd doordat deze een dubbelbestemming heeft inclusief een belemmeringenstrook van vijf meter aan weerszijden van de leiding. Daarmee wordt voldaan aan het Bevb.Ter plaatse van de Jules Verneweg liggen leidingen en de belemmeringenstrook deels boven elkaar om de relatief krappe bocht te kunnen maken zonder de omliggende bebouwing te belemmeren.
4.3.3
Waterstofleiding
De rapportage van de kwantitatieve risicoanalyse die is uitgevoerd voor de waterstofleiding is als Bijlage 7 bij deze toelichting gevoegd. Hieronder volgt kort de conclusie van de analyse.
Plaatsgebonden risico De waterstofleiding heeft geen plaatsgebonden risicocontour 10-6. Er kunnen hierdoor geen kwetsbare en/of beperkt kwetsbare objecten binnen de PR 10-6-contour van de leiding liggen. De leiding voldoet aan het Besluit externe veiligheid buisleidingen. Het plaatsgebonden risico op een afstand van vijf meter, gemeten vanuit het hart van de leiding, is niet hoger dan 10-6 per jaar.
Groepsrisico Het berekende groepsrisico is hoger dan een factor 0,1 van de oriëntatiewaarde (zie de grafiek in de QRA). Dit houdt in dat het groepsrisico volledig moet worden verantwoord. Deze verantwooring is opgenomen als Bijlage 6 (Verantwoording groepsrisico) bij deze
25
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, aardgas- en waterstofleiding GZI - Emmtec (vastgesteld)
toelichting. Geconcludeerd wordt dat de beoogde aanleg van de nieuwe aardgasleiding en waterstofleiding verantwoord is. De leiding wordt voor toekomstige ontwikkelingen beschermd doordat deze een dubbelbestemming heeft inclusief een belemmeringenstrook van vijf meter aan weerszijden van de leiding. Daarmee wordt voldaan aan het Bevb.Ter plaatse van de Jules Verneweg liggen leidingen en de belemmeringenstrook deels boven elkaar om de relatief krappe bocht te kunnen maken zonder de omliggende bebouwing te belemmeren. 4.3.4
Conclusie
Het thema externe veiligheid vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan. 4.4
Milieu
4.4.1
Vormvrije m.e.r.
In het Besluit m.e.r. zijn drempelwaarden opgenomen voor wanneer er een m.e.r. of m.e.r.-beoordeling moet worden uitgevoerd. Sinds de wijziging van het Besluit op 1 april 2011 is een beoordeling van een activiteit die op de D-lijst van het Besluit m.e.r. voorkomt noodzakelijk, ook al ligt de omvang van de activiteit (ver) onder de drempelwaarde. De activiteiten die door dit bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt, vallen onder categorie D 8.1 van bijlage II bij het Besluit m.e.r.: de aanleg, wijziging of uitbreiding van een buisleiding voor (onder meer) het transport van gas, olie of CO2 -stromen ten behoeve van geologische opslag of de wijziging of uitbreiding van een buisleiding voor het transport van chemicaliën. De activiteit blijft onder de drempelwaarde. De drempelwaarde betreft: "In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een buisleiding die is gelegen of geprojecteerd in een gevoelig gebied als bedoeld onder a, b of d, van punt 1 van onderdeel A van deze bijlage, over een lengte van: 1. 1 kilometer of meer, in geval van het transport van olie, CO2 -stromen of gas, niet zijnde aardgas; 2. 5 kilometer of meer, in geval van het transport van aardgas." Daarbij wordt opgemerkt dat de drempelwaarde uitgaat van een 'gevoelig gebied'. Artikel 1, van onderdeel A van bijlage bij het Besluit m.e.r. licht toe wat onder een 'gevoelig gebied' gerekend wordt.
In het onderhavige geval is daarvan geen sprake. Conform het gewijzigde Besluit m.e.r. dient een toets aan 'Bijlage III van de Europese richtlijn milieubeoordeling projecten' te worden uitgevoerd, een zogenaamde vormvrije m.e.r.-beoordeling. Aard, omvang en ligging zijn begrippen die bij deze beoordeling centraal staan. Een vormvrije m.e.r.-beoordeling moet in de meeste gevallen worden aangevraagd door middel van een aanmeldnotitie (artikel 2, vijfde lid, van het Besluit m.e.r.). Voor het voornemen is een vormvrije m.e.r.-beoordeling in de vorm van een aanmeldnotitie opgesteld. De aanmeldnotitie is als Bijlage 13 bij deze toelichting gevoegd. Conclusie van de aanmeldnotitie is dat de aanleg van de H-gasleiding en waterstofleiding, gelet op de kenmerken en plaats van het project en de kenmerken van het potentiële effect, niet zorgt voor zodanige belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu dat een milieueffectrapportage moet worden doorlopen. Het college heeft vervolgens op basis van de aanmeldnotitie een besluit genomen inhoudende dat geen milieueffectrapport hoeft te worden opgesteld voor het bestemmingsplan 'Emmen, aardgas- en waterstofleiding GZI Emmtec'.
26
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, aardgas- en waterstofleiding GZI - Emmtec (vastgesteld)
4.4.2
Bedrijven en milieuzonering
Vanuit milieuhygiënisch oogpunt moet bij ruimtelijke ontwikkelingen er goede afstemming zijn met andere, in de omgeving aanwezige functies. In dit geval is er geen sprake van de realisatie van milieugevoelige objecten zoals woningen. Andersom is er ook geen sprake van realisatie van een functie die hinder kan veroorzaken op milieugevoelige objecten in de omgeving. Toetsing aan dit thema is daarom in dit geval niet relevant. Het thema bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan. 4.4.3
Bodem
Het college van burgemeester en wethouders heeft op 5 maart 2013 de Beleidsregel Bodemkwaliteit vastgesteld. Om de kwaliteit te waarborgen, moet grondverzet worden gemeld bij het landelijke meldpunt. Om het verplaatsen van grond te vereenvoudigen, heeft de gemeente Emmen een aantal kaarten ontwikkeld. Deze bodemkwaliteitskaarten zijn als bijlage in de Nota Bodembeheer opgenomen. Aan de hand van deze kaarten is het mogelijk om zonder voorgaand onderzoek grond te ontgraven en toe te passen. Partijen grond en baggerspecie die niet voldoen aan de bodemkwaliteitskaart en de Nota Bodembeheer van de gemeente Emmen mogen alleen worden toegepast als er sprake is van een nuttige toepassing. Is het werk niet 'nuttig', dan is er sprake van het zich ontdoen van afvalstoffen. Tijdelijke opslag en grootschalige toepassingen van grond en bagger zijn vormen van 'nuttig' gebruik. Tijdelijke uitname zijn werkzaamheden waarbij de grond na korte tijd weer teruggebracht wordt. Een voorbeeld is het graven van een sleuf voor kabels en leidingen. In dat geval hoeft de kwaliteit van de te ontgraven bodem niet onderzocht te worden, tenzij er sprake is van (een verdenking van) bodemverontreiniging. 4.4.3.1 Bodemonderzoek Voor dit bestemmingsplan is een historisch bodemonderzoek uitgevoerd. De rapportage van dit onderzoek is als Bijlage 8 bij deze toelichting gevoegd.
In het onderzoek is de beschikbare bodeminformatie op het tracé beoordeeld. Op verschillende locaties bleek verder bodemonderzoek nodig. Vervolgens is een verkennend asbest- en bodemonderzoek uitgevoerd op de in het vooronderzoek aangegeven locaties, om te kunnen beoordelen of sprake is van een verontreiniging van grond en/of grondwater en of mogelijk asbest aanwezig is. De rapportage van dit verkennend onderzoek is opgenomen als Bijlage 9 bij deze toelichting. Uit dit onderzoek blijkt het volgende: zintuiglijk is alleen in de bovengrond bij de Jules Verneweg sprake van het voorkomen van sporen puin in de bovengrond. Bij de afsluitersschema’s S-628 en S-1048 en deellocatie Dordsestraat zijn zintuiglijk geen afwijkingen waargenomen die kunnen duiden op het voorkomen van een bodemverontreiniging; in de boven- en ondergrond ter hoogte van afsluiterschema S-1048 zijn licht verhoogde gehalten aan kwik, PCB en/of minerale olie aangetoond. In de boven- en ondergrond ter hoogte van de afsluiterschema S-628 en de deellocaties Jules Verneweg en Dordsestraat zijn in de grond geen overschrijdingen van de achtergrondwaarde aangetoond; ter hoogte van de Jules Verneweg en Dordsestraat is zowel zintuiglijk als ook analytisch geen asbest aangetroffen; in het grondwater ter hoogte van afsluiterschema S-628 zijn licht verhoogde concentraties xylenen en naftaleen gemeten.
Ter hoogte van de Dordsestraat zijn van nature aanwezige licht (barium, kobalt en zink) tot matig (nikkel) verhoogde concentraties
27
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, aardgas- en waterstofleiding GZI - Emmtec (vastgesteld)
metalen gemeten. zijn licht verhoogde concentraties barium (van nature verhoogd) en xylenen gemeten. Op grond van het uitgevoerde onderzoek kan worden geconcludeerd dat bij geen van de onderzochte deellocaties sprake is van een bodemverontreiniging van betekenis en de onderzoeksresultaten geven geen aanleiding tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek en/of sanerende maatregelen. Verder zijn er geen wettelijke beperkingen voor het verplaatsen en elders toepassen van grond. Het thema bodem vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het voornemen. 4.4.4
Geluid
Regels ten aanzien van geluidhinder zijn vastgelegd in de Wet geluidhinder (Wgh). Het doel van de Wet geluidhinder is tweeledig. Enerzijds de bescherming van het milieu en anderzijds de bescherming van de volksgezondheid. Bepalend is steeds de situering van geluidsbronnen ten opzichte van geluidsgevoelige bestemmingen zoals woningen en scholen. Omdat dit bestemmingsplan enkel de aanleg van twee ondergrondse leidingen mogelijk maakt, is het thema geluid niet relevant. Dit zijn immers geen geluidgevoelige objecten of geluidsbronnen. Het thema geluid vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het voornemen. 4.4.5
Explosieven
Door gevechtshandelingen in het verleden kunnen conventionele explosieven (CE) in de bodem zijn achtergebleven, die zorgen voor een veiligheidsrisico. Voor het plangebied is een historisch vooronderzoek naar de mogelijke aanwezigheid van niet gesprongen explosieven uitgevoerd. De rapportage van dit vooronderzoek is als Bijlage 10 bij deze toelichting gevoegd. Het onderzoek heeft uitgewezen dat er onvoldoende en te globale indicaties zijn voor de mogelijke aanwezigheid van CE in het onderzoeksgebied. Daarom wordt het onderzoeksgebied niet verdacht op de mogelijke aanwezigheid van CE. Het thema explosieven leidt niet tot een belemmering voor de uitvoerbaarheid van het voornemen. 4.5
Waterparagraaf
Belangrijk instrument om waterbelangen in ruimtelijke plannen te waarborgen is de watertoets, die sinds 1 november 2003 wettelijk is verankerd. Initiatiefnemers zijn verplicht in ruimtelijke plannen een beschrijving op te nemen van de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Het doel van de wettelijk verplichte watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). In deze waterparagraaf wordt beschreven hoe het huidige waterhuishoudkundig systeem voor het plangebied van het bestemmingsplan is ingericht, welke fysieke omstandigheden voor het gebied gelden en of speciale functies voor het plangebied gelden. Naast een beschrijving van de waterhuishoudkundige consequenties van het plan en de stedelijke wateropgave heeft het het wateradvies van het waterschap een duidelijke plaats gekregen.