CConstaterende datEmmen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage bij RA21.0053 - Best.plan Schoonebeek Flintenpad 38 en Kooikerlaan 50 - toelichting + regels (RIS.10298)

Commissie Wonen en Ruimte 13 september 2021, gemeente EmmenBij agendapunt: Bestemmingsplan 'Schoonebeek, Flintenpad 38 en Kooikerlaan 50' + bijlagen RIS.10298 en RIS.1029918.289 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Hiervoor zijn in het bestemmingsplan flexibiliteitbepalingen opgenomen om op specifieke situaties in te kunnen spelen. De uitvoering van de flexibiliteitregelingen ligt bij het college van burgemeester en wethouders. Het toepassen van deze regelingen is geen automatisme. Voordat wordt besloten dat van de geldende regels in het bestemmingsplan "Schoonebeek, Flintenpad 38 en Kooikerlaan 50" (vastgesteld) 33

bestemmingsplan kan worden afgeweken zal eerst bekeken worden wat de consequenties zijn van de afwijking op de leefomgeving. In het bestemmingsplan diverse flexibiliteitregelingen opgenomen, deze zijn: Afwijken van de bouwregels; Afwijken van de gebruiksregels; Nadere eisen; Algemene afwijkingsregels; Wijzigingsbevoegdheden artikel 3.6 Wro; De afwijkingen van de bouw- of gebruiksregels maken afwijkingen van geringe aard mogelijk, waarbij de aan de grond toegekende bestemming gehandhaafd dient te blijven. Door het inwerkingtreden van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) worden verschillende vergunningen en besluiten, zoals de milieuvergunning, de bouwvergunning, afwijkingen van het bestemmingsplan en de kapvergunning gebundeld in een integrale omgevingsvergunning. Toestemming van burgemeester en wethouders voor een afwijking van de bouw- of gebruiksregels kan zodoende worden verkregen door het aanvragen van een omgevingsvergunning. Met de nadere eisen kunnen ondergeschikte zaken aan gebouwen worden aangepast. Het gaat hierbij om zaken zoals het aanpassen van de vorm of de situering van een bouwwerk of de inrichting van een terrein. Met 'nadere eisen' kunnen geen ingrijpende veranderingen plaatsvinden in de bestemmingen. Bij toepassing van een afwijking en / of nadere eisen wordt het beoordelingskader gehanteerd zoals in de onderstaande tabel is weergegeven.

Deze lijst geeft de afwegingscriteria aan die meegewogen moeten worden bij de afweging of een omgevingsvergunning wordt verleend en/ of het toepassen van de nadere eisen. Op deze wijze kunnen interpretatieproblemen worden vermeden en wordt aan gebruikers van de in het plangebied gelegen gronden zoveel mogelijk rechtszekerheid geboden. Het bestemmingsplan biedt mogelijkheden voor het afwijken van de nadere eisen, de uitvoering van deze flexibiliteitsbepalingen zal plaatsvinden via de omgevingsvergunning. Bij toepassing van een afwijking en/ of nadere eis mag geen onevenredige afbreuk worden gedaan aan de volgende criteria: 1. Woonsituatie: Ten aanzien van de woonsituatie dient rekening gehouden te worden met het in stand houden en/ of garanderen van een goede woonsituatie, hierbij dient gelet te worden op: i. de verkeersaantrekkende werking en de parkeerbehoefte; ii. overlast door lawaai, stank en/of trillingen; iii. de lichttoetreding/bezonning ten opzichte van (bebouwing op) aangrenzende gronden; iv. het uitzicht; v. de aanwezigheid van voldoende privacy. 2. Straat- en bebouwingsbeeld: In het belang van een verantwoorde, evenwichtige en samenhangende stedenbouwkundige en architectonische inpassing dient aandacht gegeven te worden aan: i. een goede verhouding tussen bouwmassa's en open ruimte, (landschappelijke inpassing); ii.

de verhouding tussen de hoogte breedte van gebouwen; iii. gevelbeelden; iv. de samenhang van de bouwvorm met nabij gelegen bebouwing; v. de hoogtedifferentiatie; vi. de situering van gebouwen op het perceel; vii. de geleding van de gebouwen indien de oppervlakte meer dan 1000 meter² bedraagt. 3. Culthuurhistorie i.

cultuurhistorische waarden en archeologische waarden;

4. Verkeersveiligheid

34 an 50" (vastgesteld)

bestemmingsplan "Schoonebeek, Flintenpad 38 en Kooikerla

Ten waarborging van verkeersveiligheid dient rekening gehouden te worden met: i. verkeersaantrekkende werking, toename van de verkeersintensiteit en de parkeerbehoefte; ii. overlast door lawaai, stank en/of trillingen; iii. benodigde uitzichthoeken van wegen; iv. de aansluiting van in- en uitritten op de openbare weg; v. de gevolgen voor het zicht op de openbare weg en of fiets- en voetpaden; vi. de aanwezigheid van voldoende laad- en losruimte. 5. Sociale veiligheid Ter waarborging en ter voorkoming van een ruimtelijke situatie die onoverzichtelijk, onherkenbaar en niet-sociaal controleerbaar is dient rekening gehouden te worden: i. de mogelijkheden voor de verbetering van toezicht op en de overzichtelijkheid en toegankelijkheid van een sociaal onveilige plek; ii. de mate waarin de toezicht op en de overzichtelijkheid en toegankelijkheid van een openbare ruimte wordt ingeperkt. 6. Brandveiligheid, externe veiligheid en rampenbestrijding Ten aanzien van de brandveiligheid, externe veiligheid en rampenbestrijding dient rekening gehouden te worden met de volgende aspecten: i. aanwezigheid van kwetsbare objecten; ii. de aanwezigheid en routering van vluchtwegen; iii. de bereikbaarheid van de bouwwerken; iv. de beschikbaarheid en bereikbaarheid van adequate blusmiddelen. 7.

Milieusituatie: Ter waarborging en ter voorkoming van een milieukundig ongewenste situatie als gevolg van een ruimtelijke ingreep dient rekening gehouden te worden met: i. de mate van hinder voor de omliggende functies; ii. de gevolgen voor de externe veiligheid; iii. de gevolgen van de aanwezigheid van gevoelige functies voor de hinderlijke functies; iv. de gevolgen voor flora en fauna in relatie met de omgeving; v. de gevolgen voor de bodemkwaliteit; vi. de gevolgen voor de (grond)waterkwaliteit; vii. de situering van gebouwen ten opzichte van het water. 8. Gebruiksmogelijkheden in andere bestemmingen Ter voorkoming van een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en de zich daarop bevindende bouwwerken is het niet toegestaan op enig terrein zodanig te bouwen, dat daardoor op een aangrenzend terrein, waarvan de toestand op dat moment overeenkomt met het plan, een situatie zou ontstaan die niet meer overeenkomt met het plan of waardoor een reeds bestaande afwijking van het plan zou worden vergroot. Figuur 5.1: Beoordelingscriteria afwijkingen en nadere eisen.

De bevoegdheid ex. artikel 3.6 Wro om het bestemmingsplan te wijzigen ligt eveneens bij burgemeester en wethouders. De wijzigingsbevoegdheid maakt een wijziging van een bestemming in een andere bestemming mogelijk. Voor de wijzigingsbevoegdheid geldt dat deze niet kan worden uitgevoerd, voordat onderzoek is uitgevoerd. Dit biedt de mogelijkheid om nader onderzoek zoveel mogelijk op de concrete situatie af te stemmen. Opzet regels De planregels van dit bestemmingsplan zijn opgedeeld in vier hoofdstukken: Hoofdstuk 1. Inleidende regels; Hoofdstuk 2. Bestemmingsregels; Hoofdstuk 3. Algemene regels;

bestemmingsplan "Schoonebeek, Flintenpad 38 en Kooikerlaan 50" (vastgesteld) 35

Hoofdstuk 4. Overgangs - en slotregels. De inhoud van de verschillende hoofdstukken wordt als volgt toegelicht: 5.3.1

Hoofdstuk1 Inleidende regels

In hoofdstuk 1 worden diverse begrippen welke in de planregels worden gehanteerd nader verklaard. Dit om mogelijke interpretatieproblemen te voorkomen. Daarnaast wordt aangegeven op welke wijze bepaalde afmetingen dienen te worden gemeten. Artikel 1 Begrippen De begripsbepalingen in dit artikel zijn noodzakelijk bij de interpretatie van de regels. In dit artikel worden de begrippen gedefinieerd, die in de regels worden gehanteerd. De begrippen die hierin zijn opgenomen zijn terug te vinden in de bestemmingsbepalingen. Bij de toetsing aan het bestemmingsplan wordt uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis. Voor zover geen begrippen zijn gedefinieerd wordt aangesloten bij het normaal spraakgebruik. Met uitzondering van de eerste twee begrippen (plan en bestemmingsplan) zijn de begrippen alfabetisch gerangschikt. De begrippen zijn zoveel mogelijk gebaseerd op vaste jurisprudentie. In de loop der tijd hebben de meeste begrippen zich ontwikkeld tot een standaard, waarvan ook in dit bestemmingsplan gebruik is gemaakt. Artikel 2 Wijze van meten De bepalingen over de wijze van meten zijn in dit artikel opgenomen. Dit artikel geeft aan hoe de hoogteen andere maten die bij het bouwen in acht genomen dienen te worden, gemeten moeten worden. 5.3.2

Hoofdstuk2 Bestemmingsregels

In hoofdstuk 2 worden artikelsgewijs de op de verbeelding aangegeven bestemmingen omschreven en wordt toegelicht op welke wijze de gronden en opstallen gebruikt mogen worden. Behalve bestemmingen en dubbelbestemmingen zijn binnen het bestemmingsplan aanduidingen te onderscheiden. Deze aanduidingen bevatten specificaties van bestemmingen en dubbelbestemmingen met betrekking tot gebruik of bouwen. 5.3.2.1 Tuin Artikel 3 Tuin De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen met bijbehorende andere bouwwerken. Op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen worden gebouwd. Voor erfafscheidingen gelden specifieke hoogtematen, andere bouwwerken mogen maximaal 3 meter hoog zijn op basis van het bestemmingsplan. 5.3.2.2 Wonen - Aaneengebouwd Artikel 4 Wonen - Aaneengebouwd Binnen de bestemming Artikel 4 Wonen - Aaneengebouwd is als hoofdgebouw aaneengebouwde rijwoning toegestaan, bijbehorende bouwwerken en de daarbij behorende voorzieningen. Dit laatste is tevens bedoeld om ondergeschikte, aan de woonfunctie grenzende voorzieningen (bijvoorbeeld groenvoorzieningen of toegangswegen), waarvan de feitelijke begrenzing niet exact blijkt samen te vallen met de bestemmingsgrens, onder de woonbestemming te brengen. Het hoofdgebouw dient in het bouwvlak te worden opgericht. De totale oppervlakte van bijbehorende bouwwerken mag maximaal 35 m2 bedragen.

De bouwhoogte en goothoogte van het hoofdgebouw mogen maximaal 1 meter meer bedragen dan bestaand. Het hoofdgebouw dient plat te worden afgedekt. In de bestemming zijn afwijkingen van de bouwregels opgenomen om het bestemmingsplan flexibeler te maken. 5.3.2.3 Wonen - Geschakeld Artikel 5 Wonen - Geschakeld Binnen de bestemming Artikel 5 Wonen - Geschakeld is als hoofdgebouw een geschakelde woning 36 an 50" (vastgesteld)

bestemmingsplan "Schoonebeek, Flintenpad 38 en Kooikerla

toegestaan, bijbehorende bouwwerken en de daarbij behorende voorzieningen. Dit laatste is tevens bedoeld om ondergeschikte, aan de woonfunctie grenzende voorzieningen (bijvoorbeeld groenvoorzieningen of toegangswegen), waarvan de feitelijke begrenzing niet exact blijkt samen te vallen met de bestemmingsgrens, onder de woonbestemming te brengen. Het hoofdgebouw dient in het bouwvlak te worden opgericht. De totale oppervlakte van bijbehorende bouwwerken mag maximaal 35 m2 bedragen. De bouwhoogte en goothoogte van het hoofdgebouw mogen maximaal 1 meter meer bedragen dan bestaand. Het hoofdgebouw dient plat te worden afgedekt. In de bestemming zijn afwijkingen van de bouwregels opgenomen om het bestemmingsplan flexibeler te maken. 5.3.2.4 Wonen - Vrijstaand Artikel 6 Wonen - Vrijstaand Binnen de bestemming Wonen - Vrijstaand is een vrijstaande woning, bijbehorende bouwwerken en de daarbij behorende voorzieningen toegestaan. Dit laatste is tevens bedoeld om ondergeschikte, aan de woonfunctie grenzende voorzieningen (bijvoorbeeld groenvoorzieningen of toegangswegen), waarvan de feitelijke begrenzing niet exact blijkt samen te vallen met de bestemmingsgrens, onder de woonbestemming te brengen. De gezamenlijke oppervlakte van een woning inclusief bijbehorende bouwwerken bedraagt ten hoogste 150 m2. Hiervan mag maximaal 35 m2 mag worden gebruikt voor bijbehorende bouwwerken.

Het hoofdgebouw dient in het bouwvlak te worden opgericht en de voorgevel van de woning dient in de voorgevellijn te worden opgericht. Het hoofdgebouw heeft een verspringende gevellijn, welke middels een voorste en een achterste voorgevellijn is weergegeven op de verbeelding. De voorste voorgevellijn is gericht naar de straatzijde, de achterste gevellijn ligt verder terug op het perceel. De bouwhoogte en goothoogte van het hoofdgebouw mogen maximaal 4 meter bedragen. Het hoofdgebouw dient plat te worden afgedekt. Bijbehorende bouwwerken dienen minimaal 3 meter achter de achterste voorgevellijn te worden opgericht. In de bestemming zijn afwijkingen van de bouwregels opgenomen om het bestemmingsplan flexibeler te maken. 5.3.3

Dubbelbestemmingen

Dubbelbestemmingen worden opgenomen als meerdere functies onafhankelijk van elkaar op dezelfde plaats voorkomen. In feite betreft het hier twee (of meer) afzonderlijke bestemmingen voor één (deel van een) gebied. Daar waar een dubbelbestemming is gelegen, geldt zowel de bepaling van de betreffende (hoofd)bestemming als de bepaling zoals gesteld in de dubbelbestemming. Het plangebied Schoonebeek, Flintenpad 38 en Kooikerlaan 50 kent één dubbelbestemmingen, te weten Artikel 7 Waarde - Archeologie 2. Om de archeologische waarden in het plangebied te beschermen is de dubbelbestemming Artikel 7 Waarde - Archeologie 2 op de verbeelding opgenomen. Voor gronden geldt dat archeologisch onderzoek nodig is om vast te stellen of er waarden aanwezig zijn en of deze behoudenswaardig zijn. Om de archeologische waarden te beschermen is in de regels een omgevingsvergunningenstelsel opgenomen. Daardoor wordt de uitvoering van bepaalde activiteiten aan bepaalde voorwaarden gebonden. Het stelsel biedt het college de mogelijkheid om de toelaatbaarheid van bepaalde activiteiten en gebruiksvormen per geval na te gaan en eventueel aan de uitvoering bepaalde eisen te stellen. Het moet daarbij gaan om activiteiten die op basis van de doeleindenomschrijving van het betreffende artikel mogelijk zijn, maar waarvoor een nadere afweging omtrent de toelaatbaarheid is gewenst.

Voor terreinen binnen Waarde Archeologie 2 is algemeen aanvaard dat een minimumoppervlak voor bodemverstoringen geldt van 100 m2 en een bouwvoordiepte van 30 cm (30 cm +10 cm principe). Voor terreinen met Waarde Archeologie 2 geldt een drainageverbod. Binnen de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 2 is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen, waarin overeenkomstig artikel 3.6 van de Wro burgemeester en wethouders de dubbelbestemming kunnen laten vervallen of alsnog aan gronden de dubbelbestemming kunnen toekennen.

bestemmingsplan "Schoonebeek, Flintenpad 38 en Kooikerlaan 50" (vastgesteld) 37

5.3.4

Hoofdstuk3 Algemene regels

Hoofdstuk 3 van de regels bevat bepalingen die van toepassing zijn op meerdere bestemmingen, zodat het uit praktische overwegingen de voorkeur verdient deze in afzonderlijke artikelen onder te brengen. Artikel 8 Anti-dubbeltelregel Met dit artikel wordt voorkomen dat meer wordt gebouwd dan het bestemmingsplan beoogt. Dit is bijvoorbeeld mogelijk als (onderdelen van) bouwpercelen van eigenaars in maatvoering verschillen en wisselen. Door verwerving van een extra (bouw)perceel of een gedeelte daarvan, kunnen de gronden niet meegenomen worden met de berekening van de bouwmogelijkheden van het nieuwe perceel als de nieuw verworven gronden reeds meegenomen zijn bij de berekening van een eerdere bouwplannen. Het is dus niet toegestaan gronden twee keer in te zetten om een omgevingsvergunning te verkrijgen. Artikel 9 Algemene bouwregels In dit artikel zijn regels opgenomen voor het bouwen van ondergeschikte bouwonderdelen. De genoemde onderdelen mogen de in de regels bepaalde maximale bouwhoogte overschrijden met de in artikel genoemde maten. Hiervoor is bewust gekozen omdat dit duidelijkheid en enige vrijheid aan ontwerpers biedt. Artikel 10 Algemene gebruiksregels In dit artikel zijn regels opgenomen over strijdig gebruik van gronden en bouwwerken. Omdat deze regels gelden voor meerdere bestemmingen is ervoor gekozen dit in een artikel onder te brengen.

Artikel 11 Algemene afwijkingsregels Afwijkingsregels zijn regels waardoor aan de bestemmingsbepalingen de nodige extra flexibiliteit wordt meegegeven. Toestemming voor afwijking gebeurt door het verlenen van een omgevingsvergunning. Het college van burgemeester en wethouders kan bijvoorbeeld een omgevingsvergunning verlenen voor het 10% vergroten van de bouwmogelijkheden voor goot- en nokhoogte en het bouwen van bijbehorende bouwwerken in de voorgevel van het hoofdgebouw. Daarnaast kan afgeweken worden van het bestemmingsplan om op medische indicatie te bouwen op- of achter de gevellijn en specifiek voor het oprichten van 30m² bebouwing voor noodzakelijke voorzieningen in het licht van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO). Daarnaast zijn ten aanzien van het gebruik afwijkingsmogelijkheden opgenomen voor de uitoefening van een aan huis gebonden kleinschalige beroeps- of bedrijfsactiviteiten voor alle woningen of het uitoefenen van bed and breakfast. De omgevingsvergunningen mogen alleen gebruikt worden indien niet op grond van een andere bepaling in deze regels omgevingsvergunning kan worden verleend. Dit betekent dat niet twee keer omgevingsvergunning kan worden verleend van eenzelfde bepaling of dat bepalingen die extra bouwmogelijkheden geven niet cumulatief gebruikt mogen worden.

Artikel 12 Algemene wijzigingsregels Het bestemmingsplan bevat in een aantal gevallen een mogelijkheid tot het wijzigen van het plan op basis van de wijzigingsbevoegdheid op grond van artikel 3.6 Wro. De procedure van de wijzigingsbevoegdheid is geregeld in de Wro. 5.3.5

Hoofdstuk4 Overgangs- en slotregels

Hoofdstuk 5 Overgangs- en slotregels bestaat uit 2 artikelen, de eerste is het overgangsrecht ten aanzien van gebruik en bebouwing en de tweede de slotregel waarin de citeertitel van het bestemmingsplan wordt aangehaald. Artikel 13 Overgangsrecht regelt het overgangsrecht ten aanzien van legaal bestaand gebruik en legale bestaande bouwwerken die afwijken van de (nieuwe) bestemming. Het overgangsrecht beschermt de gevestigde belangen of rechten bij een nieuwe, van de bestaande situatie afwijkende regeling. Dit betekent dat bestaand gebruik en bestaande bouwwerken welke in strijd zijn met het nieuwe bestemmingsplan, maar reeds aanwezig was ten tijde van de voorgaande plannen, onder voorwaarden, mag worden voortgezet, met als doel het uiteindelijk beëindigen van de afwijkende situatie. Voorheen illegale bebouwing en illegaal gebruik worden met het overgangsrecht niet gelegaliseerd. 38 an 50" (vastgesteld)

bestemmingsplan "Schoonebeek, Flintenpad 38 en Kooikerla

Artikel 14 Slotregel is de Slotregel van het bestemmingsplan. In dit artikel wordt aangegeven op welke wijze de regels van het bestemmingsplan kunnen worden aangehaald. In dit geval kunnen de regels van het bestemmingsplan aangehaald worden als "Regels van het bestemmingsplan Schoonebeek, Flintenpad 38 en Kooikerlaan 50".

5.4

Handhaving

In dit bestemmingsplan heeft actueel beleid zijn doorwerking in de regels gekregen. Hierdoor is het juridisch kader van het bestemmingsplan voor gemeente als publiek beter toepasbaar geworden. Van de gemeente mag verwacht worden dat opgetreden wordt als de regels van het bestemmingsplan niet worden nageleefd. Bestemmingsplannen zijn immers bindend voor overheid en publiek ter bescherming van een goede ruimtelijke kwaliteit en een veilige leefomgeving. Het college van de gemeente Emmen heeft het beleidsplan Vergunningverlening Toezicht en Handhaving (VTH) vastgesteld. Dit beleidsplan VTH beschrijft de visie en ambitie op het terrein van de gemeentelijke VTH-taken, waaronder ook valt het toepassen en naleven van de regels in het bestemmingsplan. Daarnaast geeft het beleidsplan VTH invulling aan de wettelijke plicht om vastgesteld VTH-beleid te hebben. Voor wat betreft handhaving kan de gemeente onmogelijk continu alles controleren. De gemeente vertrouwt erop dat inwoners en bedrijven de regels naleven en zij er alles aan doen om risico's en nadelige effecten voor de maatschappij te voorkomen. Risico's bepalen de inzet van de beschikbare capaciteit. Op basis van kennis en ervaring is vastgesteld welke bedrijfscategorieën en activiteiten het grootste risico vormen voor fysieke veiligheid, leefbaarheid, volksgezondheid, milieu en imago.

Deze uitgangspunten zijn gebruikt bij het opstellen van dit bestemmingsplan en worden ook toegepast bij de naleving van de regels van het bestemmingsplan.

bestemmingsplan "Schoonebeek, Flintenpad 38 en Kooikerlaan 50" (vastgesteld) 39

Hoofdstuk 6

Maatschappelijke betrokkenheid

6.1

Overleg ex. artikel 3.1.1 Bro

6.1.1

Overleg

Het bestemmingsplan Schoonebeek, Flintenpad 38 en Kooikerlaan 50 is voor overleg ex. artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) verzonden naar verschillende overlegpartners. De ontvangen adviezen en reacties worden gebundeld in de Nota van beantwoording behorende bij het bestemmingsplan Schoonebeek, Flintenpad 38 en Kooikerlaan 50 (zie bijlage 1). In deze nota is tevens het standpunt van het college van burgemeester en wethouders ten aanzien van de verschillende overlegreacties opgenomen. Waar de adviezen en reacties leidden tot aanpassingen van het bestemmingsplan, zijn de aanpassingen in het ontwerpbestemmingsplan verwerkt. Voor de inhoud van de overlegreacties en het standpunt van het college wordt verwezen naar voornoemde nota. De Nota van Beantwoording reacties overleg maakt deel uit van het bestemmingsplan Schoonebeek, Flintenpad 38 en Kooikerlaan 50.

6.2

Zienswijzen op het ontwerpbestemmingsplan

Tegen het bestemminsplan Schoonebeek, Flintenpad 38 en Kooikerlaan 50 zijn geen zienswijzen ingediend.

40 an 50" (vastgesteld)

bestemmingsplan "Schoonebeek, Flintenpad 38 en Kooikerla

Hoofdstuk 7

Economische uitvoerbaarheid

Per 1 juli 2008 is de Wet ruimtelijke ordening in werking getreden. Afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening verplicht de gemeente tot het verhalen van kosten bij grondexploitatie via een exploitatieplan, tenzij kostenverhaal anderszins is verzekerd. De toepassing voor het afdwingbare kostenverhaal richt zich op bouwplannen. De definitie van wat onder een bouwplan wordt verstaan, is opgenomen in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Uit dit artikel blijkt dat onder een bouwplan o.a. wordt verstaan de bouw van een woning of de uitbreiding van een gebouw van 1000 m2 of meer. De kosten van het maken van het voorliggend bestemmingsplan worden in dit geval gedekt op grond van de legesverordening. Voor dit plan zijn door de gemeente geen aanvullende kosten voor onderzoek begroot en gemaakt. De vaststelling van een exploitatieplan is zodoende niet nodig, aangezien het kostenverhaal nu anderszins verzekerd is.

bestemmingsplan "Schoonebeek, Flintenpad 38 en Kooikerlaan 50" (vastgesteld) 41

42 an 50" (vastgesteld)

bestemmingsplan "Schoonebeek, Flintenpad 38 en Kooikerla

Bijlagen bij de toelichting

bestemmingsplan "Schoonebeek, Flintenpad 38 en Kooikerlaan 50" (vastgesteld) 43

Bijlage 1 Nota van beantwoording

44 an 50" (vastgesteld)

bestemmingsplan "Schoonebeek, Flintenpad 38 en Kooikerla

(NL.IMRO.0114.2020029-B301)

Inhoud 1

Overleg ex. Artikel 3.1.1 Bro.......................................................................... 3

2

Kopie reacties ............................................................................................... 4

1.1 1.2 1.3

Provincie Drenthe ...................................................................................................... 3 VRD (brandweer) ....................................................................................................... 3 RUD Drenthe .............................................................................................................. 3

1

Overleg ex. Artikel 3.1.1 Bro

In het kader van het artikel 3.1.1. Bro overleg is het bestemmingsplan “Schoonebeek, Flintenpad 38 en Kooikerlaan 50” naar de wettelijk verplichte en andere door de gemeente erkende overlegpartners verzonden. In dit geval is op 14 april 2021 provincie Drenthe, Waterschap Hunze en Aa’s , EOP van Schoonebeek, RUD Drenthe en de Veiligheidsregio Drenthe (brandweer) op de hoogte gebracht. In het kader van het overleg hebben wij een reactie terug ontvangen van de RUD Drenthe. De Provincie Drenthe en de Veiligheidsregio Drenthe geven aan geen opmerkingen op het plan te hebben. Het waterschap heeft geen reactie gegeven. Bij de beantwoording wordt onder A een samenvatting van de reactie gegeven. Onder B staat het gemeentelijke antwoord hierop en- indien van toepassing - onder C de eventuele doorvertaling ervan in het bestemmingsplan.

1.1

Provincie Drenthe

1a

De provincie geeft aan dat er geen provinciaal belang is gemoeid omdat sprake is van de herstructurering van woningen in het bestaand stedelijk gebied, waarmee dus een klein herstructureringsproject kan worden uitgevoerd binnen de gemeentelijke woonvisie. Het bestemmingsplan zal verder in procedure worden gebracht. Voor kennisgeving aangenomen.

1b 1c

1.2

VRD (brandweer)

2a 2b 2c

De VRD geeft aan dat er vanuit het oogpunt van fysieke veiligheid geen aanvullingen zijn. Het bestemmingsplan zal verder in procedure worden gebracht. Voor kennisgeving aangenomen.

1.3

RUD Drenthe

3a

De RUD Drenthe geeft aan dat er in het gebied geen risicobronnen aanwezig zijn en dat daarom externe veiligheid niet relevant is. Tevens worden de Bevt en Bevb niet beschreven. Het vragen van advies voor externe veiligheid is in dit bestemmingsplan niet van toepassing, de paragraaf wordt hierop aangepast. De Bevt en Bevb worden beschreven in paragraaf 4.3.1.2 en 4.3.1.3. Paragraaf 4.3 wordt aangepast.

3b 3c

2

Kopie reacties

^^50 00'S - cxJkfo

provinciehuis Westerbrink i. Assen postadres Postbus 122, 9400 ac Assen www.drenthe.nl 059^-3655 55

Aan: Gemeente Emmen t.a.v. mevrouw S. Wegkamp Postbus 30001 7800 RA EMMEN

provin cieJ/renthe 000073 31.05.2021 10.-56

Assen, 27 mei 2021 Ons kenmerk 202101121-00941361 Behandeld door de heer Y.S. Scheringa (0592) 36 5760 Onderwerp: Vooroverlegreactie bestemmingsplan ‘Flintenpad 38 en Kooikerlaan 50'

Geacht college, In het kader van het overleg, zoals bedoeld in artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening, heeft u ons college om een reactie gevraagd over het voorontwerpbestemmingsplan 'Flintenpad 38 en Kooikerlaan 50’.

Provinciaal belang

Op basis van de huidige Omgevingsvisie Drenthe is gebleken dat er geen provinciaal belang in het plan is opgenomen. Indien het plan overeenkomstig dit voorontwerp in procedure wordt gebracht, mag u er vanuit gaan dat Gedeputeerde Staten geen reden zal zien om vanuit provinciaal belang in te grijpen in de verdere procedure. Hiermee is, wat ons betreft, voldaan aan het vooroverleg als bedoeld in het Besluit ruimtelijke ordening.

Hoogachtend, Gedeputeerde Staten van Drenthe, namens dezen.

J. de Boer, Teammanager Ruimte, Energie en Wonen

Gemeente Emmen t.a.v. mevrouw S. Wegkamp Postbus 30001 7800 RA EMMEN

Veiligheidsregio Drenthe Postbus 402 9400 AK ASSEN brandweeradvies@vrd.nl www.vrd.nl

ons kenmerk U210545

uw kenmerk

datum 23 April 2021

inlichten bij Gijs van den Hengel

telefoonnummer 06-52490041

email gijs.vandenhengel@vrd.nl

onderwerp Schoonebeek Voorontwerp bestemmingsplan Schoonebeek, Flintenpad 38 en Kooikerlaan 50

Geachte mevrouw Wegkamp, Op 13 april stuurde u het verzoek om een advies uit te brengen op bovengenoemd bestemmingsplan. In deze brief vindt u mijn advies. De toetsing Het plangebied is getoetst op de volgende onderdelen. In de bijlage vindt u een toelichting op de onderdelen die van toepassing zijn. Externe veiligheid 1.

Bevi-inrichtingen binnen het plangebied

geen Bevi bedrijven

2.

Bevi-inrichtingen buiten het plangebied

geen Bevi bedrijven

3.

Bevt en route gevaarlijke stoffen

Niet van toepassing

4.

Buisleidingen

Niet aanwezig

5.

Plaatsgebonden risico

Niet van toepassing

6.

Groepsrisico

Niet van toepassing

Overig 7.

Hoogspanningslijnen

Niet aanwezig

Inrichting en ontwikkeling 8.

Bluswatervoorziening

voldoende

9.

Waarschuwings- en alarmeringssysteem

Binnen de dekking van het WAS-stelsel

10.

Bereikbaarheid

Voldoet

11.

Opkomsttijd

aandacht brandveiligheidsmaatregelen

Verantwoording Groepsrisico 12.

Advies

niet van toepassing

Wij adviseren de volgende maatregelen Gelezen de paragraaf 4.3 Fysieke Veiligheid zijn er geen aanvullingen vanuit de VRD. Tot slot Heeft u nog vragen over deze brief, dan kunt u contact met mij opnemen. De contactgegevens vindt u bovenaan deze brief.

Met vriendelijke groet, namens het algemeen bestuur van de Veiligheidsregio Drenthe,

Team Risicobeheersing

Bijlage:

-

Algemene tekst t.b.v. het bestemmingsplan

Bijlage – Teksten ten behoeve van bestemmingsplan Vanuit Veiligheidsregio Drenthe (brandweer) is richting gegeven aan het beoogde veiligheidsniveau van (de gebouwen in) het plangebied van het betreffende bestemmingsplan. Hierbij is getoetst aan: bestaande regelgeving en normen voor (externe) veiligheid; bereikbaarheid; bluswatervoorziening; dekkingsplan; alarmsystemen die onderdeel zijn van de veiligheidsketen.

Algemeen Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), dat in oktober 2004 van kracht werd, verplicht het bevoegd gezag de externe veiligheid mee te wegen in het beleid. Het Bevi stelt grenzen aan het risico dat bedrijven mogen veroorzaken voor hun omgeving (het 'plaatsgebonden risico'). Zo moet er tussen risicovolle bedrijven en risicogevoelige objecten (bijvoorbeeld woningen, scholen) een bepaalde afstand blijven, om mensen in de omgeving te beschermen. Daarnaast gaat het besluit in op de kans op een ramp waarbij een groep mensen betrokken is (het 'groepsrisico'). Voor het groepsrisico geldt dat onderbouwing van het risico plaats dient te vinden als er besluiten genomen moeten worden die vermeld zijn in de artikelen 4 en 5 van het Bevi. Voor het vaststellen van het besluit dient het bestuur van Veiligheidsregio Drenthe in de gelegenheid gesteld te worden advies uit te brengen over het groepsrisico en de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp of zwaar ongeval. Het Bevi dient te worden toegepast voorafgaande aan de vaststelling van een bestemmingsplan. Beoordeeld dient te worden of voor burgers het minimum beschermingsniveau gehandhaafd wordt. Een nadere concretisering van het besluit is opgenomen in de (ministeriële) "Regeling externe veiligheid inrichtingen" (Revi).

Hierin zijn onder andere de LPG-afstanden (Plaatsgebonden Risicocontouren) opgenomen. Basisnet Naast Bevi is per 1 april 2015 ook het Basisnet van kracht geworden. De Wet basisnet, het Bevt, de wijziging van het Besluit vervoer gevaarlijke stoffen, de Regeling basisnet en de Beleidsregel voor de beoordeling van externe veiligheid bij tracébesluiten, zijn gelijktijdig in werking getreden. In het Basisnet zijn bepaalde zones langs spoor, weg en water vastgelegd (de zogenaamde basisnetafstand), waarbinnen geen nieuwe kwetsbare objecten meer mogen worden gebouwd, gezien de risico's van het vervoer van gevaarlijke stoffen. Woningen, scholen en zorginstellingen zijn voorbeelden van kwetsbare objecten, maar ook grotere hotels en grotere kantoorgebouwen worden aangemerkt als kwetsbare objecten. Het Basisnet garandeert omwonenden dat het risico niet hoger wordt dan de vastgestelde norm, door grenzen te stellen aan vervoer over en bebouwing langs de infrastructuur. In het Basisnet wordt onder andere gesproken over: veiligheidszones; plasbrandaandachtsgebieden (PAG). Deze begrippen worden hieronder verder toegelicht. Veiligheidszones Een veiligheidszone is de zone – gemeten vanaf het midden van de transportas – waarbinnen het plaatsgebonden risico meer bedraagt dan 10-6. Nieuwbouw van kwetsbare objecten binnen een veiligheidszone is niet toegestaan.

Veiligheidszones Drenthe: rijkswegen A28, A32 en A37: spoorlijn Zwolle–Emmen: spoorlijn Zwolle–Groningen: langs de N33:

geen geen varieert van 1 tot 6 meter varieert van 15 tot 20 meter

In het kader van de vergunningverlening spelen de veiligheidszones langs het spoor Zwolle– Groningen en langs de N33 zelden een rol, omdat binnen die korte afstand niet snel objecten zullen worden gerealiseerd. Voor plasbrandaandachtsgebieden ligt dat anders. Plasbrandaandachtsgebieden Een plasbrandaandachtsgebied is het gebied waarbinnen voor kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten rekening gehouden moet worden met de gevolgen van incidenten met brandbare vloeistoffen. Plasbranden vormen een bedreiging voor objecten die langs de transportas zijn gebouwd. Brandoverslag naar een gebouw als gevolg van een plasbrand is daarbij een aanwezig risico. Een plasbrandaandachtsgebied bedraagt 30 meter vanaf de rand van de weg of de buitenste spoorrails. Plasbrandaandachtsgebieden zijn in Drenthe te vinden langs: - rijksweg A28 - rijksweg N33 - spoorlijn Groningen–Zwolle Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) Het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de bijbehorende Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb) zijn op 1 januari 2011 in werking getreden. Het Bevb regelt o.a. welke veiligheidsafstanden moeten worden aangehouden rond buisleidingen met gevaarlijke stoffen. De normstelling is in lijn met het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi).

Handboek buisleiding in bestemmingsplannen VROM heeft het Handboek buisleidingen in bestemmingsplannen gepubliceerd, waarin praktische informatie en voorbeelden staan hoe buisleidingen in bestemmingsplannen opgenomen kunnen worden. Dit handboek dient als handleiding voor teksten in nieuwe bestemmingsplannen. Hogedrukaardgasleidingen Alle gegevens over hogedrukaardgasleidingen binnen de gemeente kunnen op de provinciale risicokaart worden gevonden. Er worden alleen externe veiligheidsafstanden vastgesteld voor hogedruk aardgasleidingen. Voor leidingen met een ontwerpdruk lager dan 16 bar is geen externe veiligheidsbeleid van kracht. Volgens het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb), van kracht per 1 januari 2011, zijn gemeenten verplicht om bij het opstellen van bestemmingsplannen rekening te houden met het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Daarnaast dient in elk bestemmingsplan ruimte gereserveerd te worden voor onderhoud aan de leiding door een belemmerende strook op te nemen van minimaal 5 meter aan weerszijden van de leiding met een bouwverbod en een aanlegvergunningenstelsel. Conform het Bevb dient in de regels rekening gehouden te worden met de belemmerende strook van minimaal 5 meter aan weerszijden van de leiding waarbinnen tevens de PR 10-6 gelegen moet zijn.

Wet informatie uitwisseling ondergrondse netten (WION) Van belang bij Buisleidingen is ook de Wet informatie uitwisseling ondergrondse netten (WION), ook wel ‘Grondroerdersregeling’ (afspraken over graven), die per 1 juli 2010 officieel in werking is getreden. Plaatsgebonden risico De plaatsgebonden risicocontouren zijn weergegeven op de plankaart of dienen te worden weergegeven. Hieraan dienen planregels te worden verbonden. Met deze regels worden kwetsbare en/of beperkt kwetsbare objecten binnen de op de plankaart aangegeven plaatsgebonden risicocontouren 10-6/ per jaar uitgesloten en voldoet het bestemmingsplan aan de normstelling voor plaatsgebonden risicocontouren zoals die zijn opgenomen in het Bevi. Groepsrisico Is of wordt (door een extern bureau of de RUD) een groepsrisico berekend, dan stuurt de aanvrager van het adviesverzoek deze mee aan de VRD. Dit gebruikt de VRD bij het formuleren van te adviseren maatregelen.

Gegevens ten behoeve van nadere inrichting en ontwikkeling in het plangebied Zodra plannen ontwikkeld worden dient de brandweer in een vroeg stadium bij de plannen betrokken te worden om op basis van het beoogde veiligheidsniveau een advies te kunnen uitbrengen op de inrichting en ontwikkeling van het gebied. Hiervoor zijn de volgende zaken van belang: 1.

Bluswatervoorziening Voor het bestrijden van een brand is de brandweer afhankelijk van een goede bluswatervoorziening. Conform de Wet op de Veiligheidsregio’s moet een gemeente zorgen voor een openbare bluswatervoorziening. Bij locaties waar geen toereikende openbare bluswatervoorziening kan worden aangelegd, zal de eigenaar moeten zorgen voor een doeltreffende niet-openbare bluswatervoorziening in overleg met de brandweer. Vanaf 1 januari 2014 maakt de brandweer in Drenthe gebruik van tankautospuiten en tankwagens, aangevuld met vulpunten voor de tankwagens, als primaire bluswatervoorziening.

2. Waarschuwings- en alarmeringssysteem Op grond van de Wet op de veiligheidsregio’s (okt. 2010) is de Veiligheidsregio Drenthe, in geval van calamiteit, verantwoordelijk voor het waarschuwen en alarmeren van de bevolking door middel van het Waarschuwings- en alarmeringssysteem[1]. Als gevolg van deze taak zijn binnen de gemeente sirenes geplaatst op een zodanige wijze dat een optimale dekking gerealiseerd is binnen de gemeente.

Waarschuwings- en Alarmeringssysteem (WAS) uitfasering De sirenes die elke eerste maandag van de maand precies om 12:00 uur overal in het land loeien als test, is de verwachting dat deze op den duur verdwijnen. Dit vanwege het gegeven dat de minister J&V voornemens is tot uitfasering van dit systeem. Hierover is nog geen definitief besluit genomen maar verwachting was dit najaar 2020 een besluit genomen kon worden of het WAS per 1 januari 2022 wordt uitgefaseerd. Dit was voorheen januari 2020. In de toekomst wordt bij grote rampen alarm geslagen via onder meer calamiteitenzenders, geluidswagens, NL-Alert en sociale media. Het voordeel van deze communicatiemiddelen is dat ze veel gerichter kunnen worden ingezet. “Daardoor weten mensen niet alleen wat er aan de hand is, maar ook wat ze op dat moment het beste kunnen doen'', aldus het ministerie.

3. Bereikbaarheid Het is belangrijk dat in geval van calamiteiten hulpverleningsdiensten direct ter plaatse kunnen komen en zonder beperkingen hulp kunnen verlenen. Om die reden dienen alle objecten in het plangebied via twee onafhankelijke wegen bereikbaar te zijn voor de hulpverleningsdiensten. 4. Opkomsttijd Het dekkingsplan van Veiligheidsregio Drenthe is vastgesteld in december 2013. Hierin staat beschreven dat het brandverloop tegenwoordig zo snel verloopt, dat drie zaken zeer belangrijk zijn om slachtoffers te voorkomen: 1. het voorkomen van brand 2. het ontdekken van brand 3. het vluchten bij brand [1]

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2019/11/12/tk-uitfasering-van-hetwaarschuwings-en-alarmeringssysteem

Bij het vluchten bij brand heeft men een eigen verantwoordelijkheid of is men aangewezen op een BHV–organisatie. De brandweer heeft in beginsel als taak het houden van een brandscheiding ter voorkoming van branduitbreiding en het beschermen van niet-zelfredzame personen achter die scheiding.

Verantwoording groepsrisico Bij een advies van de Veiligheidsregio op de verantwoording van het Groepsrisico, waarover het bevoegd gezag een besluit dient te nemen, neemt de Veiligheidsregio een aantal aspecten in haar beoordeling mee. Voor een extra toelichting op deze aspecten wordt verwezen naar de volgende website: http://www.ontwerpveiligeomgeving.nl/

De aspecten waarop beoordeeld kan worden en waar vervolgens maatregelen, ter beperking van het gevaar/risico of effect, voor voorgesteld worden, richten zich op: -

de Hulpverlening o

bereikbaarheid

o

bestrijdbaarheid

o

bluswatervoorzieningen

-

de Zelfredzaamheid i.c.m. vluchtmogelijkheden en kwetsbare groepen

-

Maatregelen ter beperking van het groepsrisico, bijv. verplaatsen bron – beperken populatiedichtheid

-

Maatregelen aan het gebouw of aan de bron

-

risicocommunicatie

Sharita Wegkamp Van: Verzonden: Aan: Onderwerp:

Henk Zwiers woensdag 14 april 2021 08:50 Sharita Wegkamp RE: Voorontwerp bestemmingsplan Schoonebeek, Flintenpad 38 en Kooikerlaan 50

Dag Sharita, Er zijn geen risicobronnen aanwezig. Externe veiligheid is niet relevant. De tweede alinea van hoofdstuk 4.3 in de toelichting strookt niet met de conclusie. Als er geen risicobronnen zijn is er geen groepsrisicoverantwoording nodig en dus ook geen advies van de VRD. Deze alinea kan er geheel uit. De eerste alinea van 4.3 gaat alleen in op het Bevi. Maar er is ook een Bevt en een Bevb. Ik zou de inleiding meer algemeen insteken en in zijn geheel geen besluiten externe veiligheid noemen. Er zijn immers geen risicobronnen aanwezig en worden ook niet mogelijk gemaakt. Met vriendelijke groet, Henk Zwiers Adviseur externe veiligheid

Regionale Uitvoeringsdienst Drenthe Team Advies (Werkdagen RUD ma t/m do) Postbus 1017 t 0800 - 9102 9400 BA Assen m 06 11617942 bezoekadres www.ruddrenthe.nl adres Raadhuisplein 1 Emmen adres Westerbrink 1 Assen

Van: Sharita Wegkamp Verzonden: dinsdag 13 april 2021 14:04 Aan: 'secretariaat@dorpsbelangenschoonebeek.nl' ; 'post@drenthe.nl' ; 'info@vechtstromen.nl' ; Henk Zwiers ; 'Gijs.vandenhengel@vrd.nl' ; Info RUD CC: 'h.legtenberg@vechtstromen.nl' ; Jantje Kort Onderwerp: Voorontwerp bestemmingsplan Schoonebeek, Flintenpad 38 en Kooikerlaan 50 Geachte heer, mevrouw, In het kader van het overleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening laten wij u weten dat vanaf woensdag 14 april 2021 het conceptontwerpbestemmingsplan “Schoonebeek, Flintenpad 38 en Kooikerlaan 50” te vinden is op www.ruimtelijkeplannen.nl . Uw reactie met betrekking tot het conceptontwerpbestemmingsplan zien wij graag binnen 5 weken met belangstelling tegemoet. Indien u binnen deze termijn niet heeft gereageerd gaan wij er vanuit dat u zich kunt vinden in het conceptontwerpbestemmingsplan. Het conceptontwerpbestemmingsplan Schoonebeek, Flintenpad 38 en Kooikerlaan 50 heeft het nummer “IMRO.0114.2020029-B301”. Met vriendelijke groet, Sharita Wegkamp Juridisch planologisch medewerker 1

Team Ruimtelijke Ontwikkeling tel. 0591-685339

2

Bijlage 2 Ingediend bouwplan

58 an 50" (vastgesteld)

bestemmingsplan "Schoonebeek, Flintenpad 38 en Kooikerla

Bijlage 3 Archeologisch onderzoek

bestemmingsplan "Schoonebeek, Flintenpad 38 en Kooikerlaan 50" (vastgesteld) 67

Laagland Archeologie Rapport 565

Bureauonderzoek en IVO verkennende fase

Kooikerlaan, Schoonebeek, gemeente Emmen (Dr.)

december 2020 Versie 1.1 (concept)

In opdracht van: Artotech

7 Colofon Laagland Archeologie Rapport 565

Bureauonderzoek en IVO verkennende fase Kooikerlaan te Schoonebeek, gemeente Emmen (Dr.) Auteur: L.C. Nijdam

In opdracht van: Artotech

Foto’s en tekeningen: Laagland Archeologie Status rapport: concept

Controle: E.W. Brouwer Autorisatie: E.W. Brouwer

ISSN 2468-4759 Laagland Archeologie BV Virulyweg 21F-G 7602 RG Almelo E-mail: info@laaglandarcheologie.nl KvK-Nummer: 60294418

© Laagland Archeologie BV, Almelo, december 2020 Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Laagland Archeologie BV aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.

v2.3

Samenvatting Laagland Archeologie heeft in december 2020 een bureauonderzoek en verkennend booronderzoek uitgevoerd aan de Kooikerlaan te Schoonebeek. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom het realiseren van twee woningen op het schoolplein van de voormalige RKS Nicolaasschool. Het bureauonderzoek had tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. Centraal staat daarbij de vraag of en zo ja welke archeologische resten (complextype, datering, diepteligging en gaafheid) in het plangebied kunnen worden verwacht. Hiertoe zijn landschappelijke, archeologische en historische bronnen geraadpleegd. Op basis van het bureauonderzoek werd een middelhoge verwachting toegekend voor de periode late middeleeuwen. Het gaat om archeologische resten uit de ontginningsfase van het gebied. In de top van het dekzand kunnen resten uit de steentijd aanwezig zijn. Het uitgevoerde verkennende booronderzoek heeft aangetoond dat in het plangebied een laag opgebrachte grond met een dikte van 70 tot 105 cm ligt. Hieronder bevindt zich een geroerde laag op dekzand. Van de oorspronkelijke veenlaag is in de noordwesthoek (boringen 1 en 3) nog een restant bewaard gebleven. In slechts 1 boring is in de top van het pleistocene zand een Bh-horizont aangetroffen. Het laatmiddeleeuwse niveau is in het plangebied niet meer intact.

De kans op het aantreffen van een vindplaats uit de steentijd is op een dergelijk klein oppervlak erg klein. Op basis van de resultaten van het veldonderzoek wordt geadviseerd geen archeologisch vervolgonderzoek in het plangebied uit te voeren en het plangebied vrij te geven voor het aspect archeologie. De implementatie van dit advies is in handen van de bevoegde overheid, de gemeente Emmen. Mochten tijdens de werkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, of resten waarvan redelijkerwijze kan worden vermoed dat het om archeologische resten gaat, dan geldt op grond van de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE, www.cultureelerfgoed) of bij de gemeente Emmen.

Samenvatting __________________________________________________ 5 1 Inleiding ____________________________________________________ 7 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6

Aanleiding onderzoek________________________________________________7 Afbakening plan- en onderzoeksgebied __________________________________7 Administratieve gegevens ____________________________________________8 Huidige situatie en toekomstig gebruik __________________________________9 Geplande verstoring________________________________________________11 Onderzoeksdoel ___________________________________________________11

2 Inventarisatie________________________________________________ 12 2.1 2.2 2.3

Inleiding _________________________________________________________ 12 Landschappelijke ontwikkeling________________________________________12 Archeologie ______________________________________________________14

2.3.1 2.3.2 2.3.3 2.3.4 2.3.5 2.4

Bekende archeologische waarden ___________________________________14 Waarnemingen _________________________________________________14 AMK-terreinen __________________________________________________15 Gemeentelijke Beleidskaart _______________________________________15 Eerder archeologisch onderzoek ____________________________________15

Historie _________________________________________________________ 16

3 Verwachtingsmodel ___________________________________________ 20 4 Veldonderzoek _______________________________________________ 21 4.1 4.2 4.3

Beschrijving onderzoeksmethodiek ____________________________________21 Resultaten: lithologie, lithogenese en bodemontwikkeling __________________21 Resultaten: archeologie _____________________________________________22

5 Conclusie en verwachting ______________________________________ 23 6 Selectieadvies _______________________________________________ 24 literatuur _____________________________________________________ 25 BIJLAGE 1 AMZ-cyclus _________________________________________ 27 BIJLAGE 2 Archeologische perioden _______________________________ 28 BIJLAGE 3 Geomorfologische kaart ________________________________ 29 BIJLAGE 4 Gemeentelijke archeologische beleidskaart _________________ 30 BIJLAGE 5 Bodemkaart _________________________________________ 31 BIJLAGE 6 Waarnemingen, AMK-terreinen en onderzoeksmeldingen ______ 32 BIJLAGE 7 Boorpuntenkaart veldonderzoek _________________________ 33 BIJLAGE 8 Boorstaten veldonderzoek ______________________________ 34

HOOFDSTUK

Bureauonderzoek en IVO verkennende fase, Kooikerlaan te Schoonebeek, gemeente Emmen (Dr.)

1I

NLEIDING

1.1 AANLEIDING ONDERZOEK De aanleiding voor het onderzoek vormt de geplande nieuwbouw van twee woningen op een perceel van circa 800 m2 op het voormalige schoolplein van RKS Nicolaasschool aan de Kooikerlaan te Schoonebeek. Het bestemmingsplan Schoonebeek (2007-09-27) van de gemeente Emmen geeft geen uitsluitsel over het al dan niet laten uitvoeren van archeologisch onderzoek.1 Uit de erfgoednota van de gemeente Emmen blijkt dat de noordwestzijde van het plangebied ligt in een beleidszone met de dubbelbestemming Waarde – Archeologie 2 (zie bijlage 4).2 Bij bouwwerken met een gezamenlijke oppervlakte groter dan 100 m 2 en dieper dan 0,3 m -mv dient een archeologisch onderzoek deel uit te maken van de ruimtelijke procedure. Met de voorgenomen nieuwbouw wordt deze vrijstellingsgrens overschreden. De opdrachtgever beoogt met het onderzoek de gemeentelijke paraaf te krijgen voor het onderdeel archeologie. Aanvullende wensen zijn niet kenbaar gemaakt.

1.2 AFBAKENING PLAN- EN ONDERZOEKSGEBIED Het plangebied betreft het voormalige schoolplein van de RKS Nicolaasschool met een oppervlakte van 800 m2. Een zone van 500 m rondom het plangebied wordt voldoende geacht om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen. Deze zone wordt aangeduid als ‘onderzoeksgebied’.

1

www.ruimtelijkeplannen.nl

2

Gemeente Emmen 2013 7

Bureauonderzoek en IVO verkennende fase, Kooikerlaan te Schoonebeek, gemeente Emmen (Dr.)

Afbeelding 1. Ligging van het plan- en onderzoeksgebied.

1.3 ADMINISTRATIEVE GEGEVENS ADMINISTRATIEVE GEGEVENS Provincie

Drenthe

Gemeente

Emmen

Plaats

Schoonebeek

Beheerder/eigenaar grond

onbekend

Toponiem

Kooikerlaan

Kadastrale perceelnummer(s) 3

9985 en 10006 (nieuw)

Laagland Archeologie projectnummer

EMKO201

Datum conceptrapportage

20-12-2020

Datum definitief rapport XY-coördinaten

3

256383/520158

Kadaster 2020 8

Bureauonderzoek en IVO verkennende fase, Kooikerlaan te Schoonebeek, gemeente Emmen (Dr.)

256423/520135 256414/520120 256374/520142 Kaartblad

22F

Oppervlakte

800 m2

Datering

Late middeleeuwen (top veen), steentijd (top zand)

Complextype

Nederzettingsresten

Onderzoeksmeldingsnr

4929818100

AMK-terrein

Het plangebied ligt binnen de buffer van AMK-terrein 14523

Vondstmeldingsnr.

n.v.t.

Type onderzoek

Bureauonderzoek IVO verkennende fase

Datum veldonderzoek

16-12-2020

Opdrachtgever

Artotech, vertegenwoordigd door dhr. R. Roelofs

Goedkeuring bevoegde overheid Bevoegde overheid

Gemeente Emmen

Adviseur namens bevoegde overheid

Onbekend

Beheer documentatie

E-depot voor de Nederlandse archeologie Archief Laagland archeologie BV

Uitvoerder

Laagland Archeologie BV Virulyweg 21F-G 7602 RG Almelo telefoonprojectleider

Auteur

L. Nijdam (senior-KNA-prospector)

Projectleider

Erwin Brouwer Erwin.brouwer@laaglandarcheologie.nll

Tabel 1. Objectgegevens.

1.4 HUIDIGE SITUATIE EN TOEKOMSTIG GEBRUIK Het plangebied was in gebruik als schoolplein en lag tijdens het veldwerk braak (zie afbeelding 2). Het terrein bevat voor zover bekend geen kelders of andere ondergrondse kunstwerken en er zijn geen historisch waardevolle bouwwerken in het plangebied aanwezig.4 In het plangebied is de bouw van twee bungalows voorzien met ieder een oppervlakte van 140 m2 (zie afbeeldingen 2 en 3). De milieutechnische condities en het huidige grondwaterpeil zijn niet bekend.

4

bron: gemeentelijke monumentenlijst 9

Bureauonderzoek en IVO verkennende fase, Kooikerlaan te Schoonebeek, gemeente Emmen (Dr.)

Afbeelding 2. Luchtfoto van het voormalige schoolplein met projectie van de twee nieuwe woningen.5

Afbeelding 3. Bouwtekening nieuwe situatie (Bron: Artotech 2020).

5

Kadaster 2018 10

Bureauonderzoek en IVO verkennende fase, Kooikerlaan te Schoonebeek, gemeente Emmen (Dr.)

1.5 GEPLANDE VERSTORING Het is de bedoeling om de beide bungalows door middel van een plaat te funderen. De graafwerkzaamheden gaan vermoedelijk niet dieper dan 50 cm -mv met uitzondering van ondergrondse infrastructuur.

1.6 ONDERZOEKSDOEL Het uitgevoerde onderzoek behoort tot de eerste fasen in het huidige archeologische onderzoeksproces (zie bijlage 1). De initiatiefnemer beoogt met het hier uitgevoerde onderzoek te voldoen aan de gemeentelijke regelgeving omtrent archeologisch onderzoek. Het bureauonderzoek heeft tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen aan de hand van bestaande bronnen, en te bepalen of en zo ja welke delen van het plangebied in aanmerking komen voor vervolgonderzoek. Het verwachtingsmodel wordt getoetst en zo nodig aangevuld door middel van een booronderzoek. Op grond van de resultaten van dit onderzoek kan worden beoordeeld of en zo ja, welke vorm van vervolgonderzoek nodig is om de archeologische waarde van het gebied te kunnen vaststellen.

11

HOOFDSTUK

Bureauonderzoek en IVO verkennende fase, Kooikerlaan te Schoonebeek, gemeente Emmen (Dr.)

2I

NVENTARISATIE

2.1 INLEIDING In dit hoofdstuk worden de relevante landschappelijke ontwikkeling en huidige bodemkundige situatie beschreven. Tevens wordt ingegaan op de bekende archeologische waarden in de omgeving van het plangebied en de historische situatie. Voor wat betreft de in de tekst genoemde archeologische perioden wordt verwezen naar bijlage 2.

2.2 LANDSCHAPPELIJKE ONTWIKKELING Ter plaatse van Schoonebeek is het pleistocene landschap - bestaande uit uitlopers van het Drents keileemplateau - afgedekt met dekzand, al rond 4000 v. Chr. afgedekt met veen (zie afbeelding 4).6 Uit een boring7 uit het dinoloket blijkt dat de bodem in Schoonebeek is opgebouwd uit keileem (Formatie van Gieten, Laagpakket van Drenthe) dat wordt bedekt met dekzand (Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden). De keileem is afgezet in de voorlaatste ijstijd (Saalien). Het dekzand is afgezet in de laatste ijstijd (Weichselien).8 Op de geomorfologische kaart (bijlage 3) ligt het plangebied in een overgangszone van een beekdal in het zuiden en een dekzandrug / vlakte van smeltwaterafzettingen nabij het dorp.9

6

Vos e.a. 2018

7

TNO 2020 boring: B22F0008

8

Berendsen 2008 en De Mulder 2003

9

Alterra 2017 12

Bureauonderzoek en IVO verkennende fase, Kooikerlaan te Schoonebeek, gemeente Emmen (Dr.)

Afbeelding 4. Landschappelijke situatie rond 3.850 v. Chr. Uit de bodemkaart10 blijkt dat in de omgeving verschillende bodemtypen voorkomen (zie bijlage 5): - Vlierveengronden (code Vz) op zand zonder humuspodzol, beginnend ondieper dan 1.2 m. - Moerige podzolgronden (code zWp) met een humushoudend zanddek en een moerige tussenlaag. - Moerige eerdgronden (code zWz) met een zanddek en een moerige tussenlaag op zand. - Veldpodzolgronden (code Hn21); leemarm en zwak lemig fijn zand. - Beekeerdgronden (pZg23); lemig fijn zand Op een meer gedetailleerde hoogtekaart (zie afbeelding 5) op basis van het AHN-2 is te zien dat het maaiveld in de wijk van het plangebied hoger ligt dan een woonwijk in het zuiden en de natuurlijke gronden in het oosten. Het hoogteverschil kan allicht verklaart worden door het opbrengen van grond ter plaatse van de woonwijken. Ten oosten van de woonwijk komt vrij veel kleinschalige reliëf in de pleistocene ondergrond voor. Dit verklaart de sterk wisselende bodemtypen.

10

Bodemkaart 2014 13

Bureauonderzoek en IVO verkennende fase, Kooikerlaan te Schoonebeek, gemeente Emmen (Dr.)

Afbeelding 5. Een hoogtekaart op basis van het AHN-2.11

2.3 ARCHEOLOGIE 2.3.1 BEKENDE ARCHEOLOGISCHE WAARDEN Bijlage 6 toont de locaties van de bekende archeologische waarden en de uitgevoerde archeologische onderzoeken in de omgeving van het plangebied.

2.3.2 WAARNEMINGEN In het onderzoeksgebied zijn geen archeologische waarnemingen bekend:

11

AHN-2 2007-2012 14

Bureauonderzoek en IVO verkennende fase, Kooikerlaan te Schoonebeek, gemeente Emmen (Dr.)

2.3.3 AMK-TERREINEN AMK-terreinen ( = Archeologische Monumentenkaart) zijn terreinen waarvan bekend is dat zich archeologische resten in de grond bevinden. Het archeologisch belang daarvan is bovendien gewaardeerd. Zo zijn er AMK-terreinen van archeologisch belang, hoog, zeer hoog archeologisch belang en wettelijk beschermde AMK-terreinen van zeer hoog archeologisch belang). Het plangebied ligt in de bufferzone van AMK-terrein 14523. Dit is een terrein van hoge archeologische waarde met verwachte bewoningssporen uit de late middeleeuwen van het dorp Oud-Schoonebeek.12

2.3.4 GEMEENTELIJKE BELEIDSKAART Op de gemeentelijke beleidskaart (bijlage 4) ligt het plangebied in de bufferzone van AMK-terrein 14523, de laatmiddeleeuwse dorpskern van Schoonebeek. Deze heeft een hoge verwachting.

2.3.5 EERDER ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK In de omgeving van het plangebied hebben eerder archeologische onderzoeken plaatsgevonden. De onderzochte locaties zijn afgebeeld in bijlage 6. 2129590100(180m NO): Uit een beperkt booronderzoek is gebleken dat de bodem verstoord is. Een vervolgonderzoek werd niet aanbevolen.13 4554958100 (200m N): Eveneens aan de Europaweg is een onderzoek gedaan in het kader van rioleringswerkzaamheden. Uit de 18 boringen is gebleken dat de top van het dekzand vrijwel over is opgenomen in de geroerde toplaag. Een vervolgonderzoek is niet aanbevolen.14 4036938100 (350m NW): Bij de protestantse gemeente is een karterend booronderzoek uitgevoerd. Hierbij werden geen archeologische indicatoren aangetroffen, waarop het plangebied is vrijgegeven.15

12

www.archis.cultureelerfgoed.nl

13

Soetens 2007

14

Boekema 2017

15

Nijdam 2017 15

Bureauonderzoek en IVO verkennende fase, Kooikerlaan te Schoonebeek, gemeente Emmen (Dr.)

2.4 HISTORIE Schoonebeek wordt in historische bronnen genoemd in het jaar 1341. Het is een oude veenkoloniale nederzetting. De naam verwijst naar de beek ten zuiden van Schoonebeek, waar helder water in zou stromen.16 Schoonebeek ontstond op een strook land gelegen tussen een beek in het zuiden en een uitgestrekt hoogveengebied in het noorden. De groei van het dorp vond voornamelijk plaats door in gebruik name van weidegronden langs de beek op grotere afstand van het dorp. Daarnaast werden in het hoogveen nieuwe akkers aangelegd.17 De verwachting is dat de bewoning in eerste instantie plaatsvond op hoger gelegen veenkussens. Als gevolg van ontwatering van het veen, waardoor klink optrad, kwamen hoger gelegen zandruggen weer als hoogten in het landschap te liggen. Bewoning zal zich later weer op deze zandkoppen hebben gericht. De oudste gedetailleerde kaart van de omgeving Schoonebeek is een kaart uit de Hottingeratlas vervaardigd aan het einde van de 18e eeuw voor militaire doeleinden (zie afbeelding 6). Uit de kaart blijkt dat langs de voorganger van wat later de Europaweg werd enkele huizen stonden. De huizen bevonden zich - in een min of meer slingerend lint - op wat grotere afstand van de rechte weg. De bebouwing blijft zich later langs de weg concentreren tot circa 1950, dan komen er wijken op grotere afstand van de weg.

De huidige woonwijk met school is tussen 1970 en 1980 aangelegd (zie afbeeldingen 7 t/m 10).

16

Van Berkel en Samplonius 2006

17

Hendrikx 1999 16

Bureauonderzoek en IVO verkennende fase, Kooikerlaan te Schoonebeek, gemeente Emmen (Dr.)

Afbeelding 6. Plangebied op een kaart uit de Hottinger atlas 1773-1794.18 (niet op schaal, niet noordgericht).

Afbeelding 7. Uitsnede uit de eerste kadastrale kaart, circa 1900.

18

Versfelt 2003 17

Bureauonderzoek en IVO verkennende fase, Kooikerlaan te Schoonebeek, gemeente Emmen (Dr.)

Afbeelding 8. Uitsnede uit de topografische kaart van 1950.

Afbeelding 9. Uitsnede uit de topografische kaart van 1970.

18

Bureauonderzoek en IVO verkennende fase, Kooikerlaan te Schoonebeek, gemeente Emmen (Dr.)

Afbeelding 10. Uitsnede uit de topografische kaart van 1980.

19

HOOFDSTUK

Bureauonderzoek en IVO verkennende fase, Kooikerlaan te Schoonebeek, gemeente Emmen (Dr.)

3V

ERWACHTINGSMODEL

Het plangebied ligt in de bufferzone van AMK-terrein 15423, de historische kern van het dorp. Hier worden resten verwacht die teruggaan tot in de late middeleeuwen. Uit oude kaarten blijkt dat er geen bebouwing gestaan heeft vanaf circa 1800 tot rond 1970. In en in de directe omgeving van het dorp zijn nog geen archeologische vondsten bekend. De lang de Europaweg uitgevoerde archeologische onderzoeken hebben vooral geroerde bodems opgeleverd en vervolgonderzoek is tot op heden achterwege gebleven. Indien in het plangebied een intacte veenlaag aanwezig is, dan kunnen middeleeuwse resten hierop aanwezig zijn. Ook als de top van het zand hoog in het profiel voorkomt kunnen hier bewoningsresten op verwacht worden. De kans op dit laatste wordt klein geacht, anders was de locatie in de loop van de nieuwe tijd wel eerder bebouwd. Nederzettingen uit de late middeleeuwen hebben meestal een omvang tussen 500 – 2000 m2 (huisplaats) of meer dan 8000 m2 (dorp).19 In de top van het dekzand kunnen steentijdvindplaatsen aanwezig zijn uit de periode van voor de veenbedekking (laat-paleolithicum – neolithicum). Steentijd vindplaatsen kunnen een grootte van slechts enkele vierkante meter hebben.

Ter plaatse van een laatmiddeleeuwse vindplaats kan (gefragmenteerd) aardewerk worden verwacht, evenals houtskool, en vanaf ongeveer de 17e eeuw is ook baksteen te verwachten (rurale gebieden; in bewoningskernen al eerder). Steentijdvindplaatsen worden gekenmerkt door een strooiing van bewerkte vuursteenfragmentjes. Deze vondstcategorieën bevinden zich mogelijk in de top van het veen of als het zand hoog in het profiel voorkomen in de top van het zand. Daarnaast kunnen grondsporen worden verwacht. Het gaat daarbij overwegend om paalkuilen, greppels, haardkuilen (steentijd), afvalkuilen en dergelijke. Deze bevinden zich in de top van het veen of in de pleistocene zandige ondergrond en kunnen zich tot op grote diepte uitstrekken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Emmen&id=13efecea-5f86-414a-841a-12eaf7552294