Bijlage bij RA21.0053 - Best.plan Schoonebeek Flintenpad 38 en Kooikerlaan 50 - toelichting + regels (RIS.10298)
Tekst van het document
Schoonebeek, Flintenpad 38 en Kooikerlaan 50
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding tot nieuw bestemmingsplan 1.2 Ligging plangebied 1.3 Huidige planologische regelingen 1.4 Opzet bestemmingsplan 1.5 Overzicht verricht onderzoek
5 5 5 7 9 10
Hoofdstuk2 Beleid 2.1 Gemeentelijk beleid 2.2 Provinciaal beleid 2.3 Rijksbeleid 2.4 Conclusie
11 11 15 16 16
Hoofdstuk3 Planbeschrijving 3.1 Ontstaansgeschiedenis 3.2 Huidige situatie 3.3 Planbeschrijving
17 17 18 19
Hoofdstuk4 Onderzoeken en milieubeoordeling 4.1 Archeologie en monumenten 4.2 Ecologie 4.3 Fysieke veiligheid 4.4 Milieu 4.5 Waterparagraaf
23 23 25 27 28 30
Hoofdstuk5 Toelichting op de planregels en verbeelding 5.1 Algemeen 5.2 Toelichting op de verbeelding 5.3 Toelichting op de regels 5.4 Handhaving
33 33 33 33 39
Hoofdstuk6 Maatschappelijke betrokkenheid 6.1 Overleg ex. artikel 3.1.1 Bro 6.2 Zienswijzen op het ontwerpbestemmingsplan
40 40 40
Hoofdstuk7
41
Economische uitvoerbaarheid
Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1 Nota van beantwoording Bijlage 2 Ingediend bouwplan Bijlage 3 Archeologisch onderzoek Bijlage 4 Verkennend bodemonderzoek Bijlage 5 Watertoets Bijlage 6 Publicatie ontwerpbestemmingsplan Bijlage 7 Reactie provincie Drenthe op ontwerpbestemmingsplan Bijlage 8 Reactie Veiligheidsregio Drenthe op ontwerpbestemmingsplan Bijlage 9 Reactie Regionale Uitvoeringsdienst Drenthe op ontwerpbestemmingsplan
43 44 58 67 103 104 109 111 113 115
Regels
117
Hoofdstuk1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
2 an 50" (vastgesteld)
118 118 122 bestemmingsplan "Schoonebeek, Flintenpad 38 en Kooikerla
Hoofdstuk2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7
Bestemmingsregels Tuin Wonen - Aaneengebouwd Wonen - Geschakeld Wonen - Vrijstaand Waarde - Archeologie 2
123 123 124 126 128 130
Hoofdstuk3 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels
132 132 133 134 135 137
Bijlagen bij de regels Bijlage 1 Bijlage bij voorwaardelijke verplichting
139 140
Hoofdstuk5 Artikel 13 Artikel 14
142 142 143
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
bestemmingsplan "Schoonebeek, Flintenpad 38 en Kooikerlaan 50" (vastgesteld) 3
4 an 50" (vastgesteld)
bestemmingsplan "Schoonebeek, Flintenpad 38 en Kooikerla
Toelichting Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding tot nieuw bestemmingsplan
Aan Kooikerlaan 50 te Schoonebeek staat het voormalige gebouw voor kinderopvang 't Porkenhoes. Daar schuin tegenover, aan Flintenpad 38, staat het voormalige schoolgebouw Nicolaasschool. In 2018 is voor de Kooikerlaan 50 een reguliere vergunning verleend om het gebouw te transformeren naar twee woningen. In 2020 is voor Flintenpad 38 een reguliere vergunning verleend voor de transformatie van het gebouw naar vier woningen. Op het voormalige schoolplein van de Nicolaasschool is het voornemen om twee grondgebonden vrijstaande woningen te realiseren. Zowel 't Porkenhoes als de Nicolaasschool zijn medio 2016 gesloten en vervolgens door de gemeente te koop aangeboden. De twee schoolgebouwen zijn verkocht onder voorbehoud van een onherroepelijk bestemmingsplan en, voor de voormalige Nicolaasschool, een verleende omgevingsvergunning voor de bouw van de twee vrijstaande woningen. Koper heeft een aanvraag ingediend om het bestemmingsplan aan te passen om de herontwikkeling van de locaties naar twee wooneenheden (Kooikerlaan) en vier wooneenheden en twee vrijstaande woningen (Flintenpad) planologisch mogelijk te maken.
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied omvat twee voormalige schoolgebouwen en bijbehorende gronden. Het gedeelte van het plangebied aan Flintenpad 38 is gelegen tussen de straten Flintenpad, Kosterijweg, Kooikerlaan en De Gloep en wordt geheel door deze straten omsloten. Het gedeelte van het plangebied aan Kooikerlaan 50 is gelegen op de hoek van de Kooikerlaan en de Kosterijweg. Beide locaties zijn gelegen in het dorp Schoonebeek. Het plangebied van het bestemmingsplan 'Schoonebeek, Flintenpad 38 en Kooikerlaan 50' met planidentificatienummer NL.IMRO.0114.2020029-B501 ligt op de percelen kadastraal bekend als gemeente Schoonebeek, sectie A, nummers 9952, 9953, 9985, 9997, 9999, 10001, 10002 en 10003.
bestemmingsplan "Schoonebeek, Flintenpad 38 en Kooikerlaan 50" (vastgesteld) 5
Figuur 1.1: Ligging plangebied in omgeving (rood omcirkeld indicatief de twee voormalige schoolgebouwen in het plangebied).
6 an 50" (vastgesteld)
bestemmingsplan "Schoonebeek, Flintenpad 38 en Kooikerla
Figuur 1.2: Begrenzing van de twee voormalige schoolgebouwen in het plangebied.
1.3
Huidige planologische regelingen
Het voorliggende bestemmingsplan 'Schoonebeek, Flintenpad 38 en Kooikerlaan 50' vervangt gedeeltelijk het vigerende bestemmingsplan 'Schoonebeek'. Het plangebied heeft de bestemming 'Maatschappelijk, onderwijs'. Volgens het vigerende bestemmingsplan kan het plangebied gebruikt worden voor basisonderwijs, voortgezet onderwijs, peuterspeelzaal, kinderdagopvang, buitenschoolse opvang en brede school. De bestaande bouwvlakken kunnen voor maximaal 50% bebouwd worden.
bestemmingsplan "Schoonebeek, Flintenpad 38 en Kooikerlaan 50" (vastgesteld) 7
8 an 50" (vastgesteld)
bestemmingsplan "Schoonebeek, Flintenpad 38 en Kooikerla
Figuren 1.3 en 1.4: Uitsnedes plankaarten vigerend bestemmingsplan 'Schoonebeek' (rood omlijnd is het plangebied aangegeven). Het vigerende bestemmingsplan biedt niet de mogelijkheid voor bewoning van de twee voormalige schoolgebouwen en het realiseren van twee grondgebonden woningen. Voorliggend bestemmingsplan biedt planologisch deze mogelijkheid. Bij het van kracht worden van het bestemmingsplan 'Schoonebeek, Flintenpad 38 en Kooikerlaan 50' verliest het bestemmingsplan 'Schoonebeek' voor zover het valt binnen het plangebied zijn rechtskracht. Het bestemmingsplan 'Schoonebeek, Flintenpad 38 en Kooikerlaan 50' vervangt dit gebied.
1.4
Opzet bestemmingsplan
Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. Op de verbeelding worden de percelen in het gebied aangegeven met bestemming dan wel een aanduiding. In de regels worden de bouw- en gebruiksmogelijkheden van het plangebied geregeld. Tot slot wordt in de toelichting een verantwoording gegeven van de in het plan gemaakte keuzes.
bestemmingsplan "Schoonebeek, Flintenpad 38 en Kooikerlaan 50" (vastgesteld) 9
1.5
Overzicht verricht onderzoek
Ter voorbereiding van het bestemmingsplan 'Schoonebeek, Flintenpad 38 en Kooikerlaan 50' zijn onderzoeken verricht en adviezen gegeven. De conclusies uit de onderzoeken en adviezen zijn verwerkt in de toelichting. Ter voorbereiding van het bestemmingsplan zijn de volgende onderzoeken verricht: Verkennend bodemonderzoek; Archeologisch onderzoek; Watertoets. In Hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de resultaten uit de onderzoeken en adviezen.
10 an 50" (vastgesteld)
bestemmingsplan "Schoonebeek, Flintenpad 38 en Kooikerla
Hoofdstuk 2
Beleid
2.1
Gemeentelijk beleid
2.1.1
Structuurvisie gemeente Emmen 2020, Veelzijdigheid troef
De Structuurvisie Emmen 2020, Veelzijdigheid Troef, is 24 september 2009 vastgesteld door de raad. Het document is opgesteld als ruimtelijke vertaling van de ambities gesteld in de Strategienota Emmen 2020, vastgesteld in de raadsvergadering van september 2001. De structuurvisie geeft de hoofdlijnen van de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente Emmen weer. In de structuurvisie wordt de ruimtelijke structuur van 2020 geschetst aan de hand van een aantal thema's, te weten landschap, duurzaamheid, verkeer, werken, wonen, voorzieningen en veiligheid. Voor ieder thema is een hoofdkoers bepaald. Voor het bestemmingsplan 'Schoonebeek, Flintenpad 38 en Kooikerlaan 50' is vooral het thema wonen van belang. De Structuurvisie gemeente Emmen 2020, Veelzijdigheid troef richt zich op een accentverschuiving van kwantiteit naar kwaliteit en differentiatie van woonmilieus: De opgave ligt er om de woningvoorraad in lijn te brengen en te houden met de woonwensen van huidige én toekomstige inwoners. Dit betekent meer levensloopbestendige woningen en meer ruimte voor bouwkavels. Om ervoor te zorgen dat de woningmarkt op orde blijft, is een continue aanpassing aan de veranderende vraag geboden. Dit geldt niet alleen voor de kern van Emmen, maar ook voor de dorpen. Zo ontstaat op termijn een cyclische vernieuwing van de bestaande woongebieden. 2.1.2
Woonvisie 2018-2023
De Woonvisie 2018-2023 richt zich op een nieuwbouwopgave passend bij de kwalitatieve behoefte en aanvullend op de bestaande voorraad. Daarbij moet de bestaande woningvoorraad beter benut worden. In de Woonvisie is een strategie opgenomen voor woningbouw: 1. Woningbouwinitiatieven worden niet individueel, maar in samenhang bekeken. 2. Prioriteit wordt gegeven aan plannen voor herstructurering en transformatie. 3. Bij het maken van de woon- en leefbaarheidsvisies voor dorpen en wijken komen plekken naar voren waar inbreiding (verdichting) mogelijk en gewenst is. 4. Bestaande uitbreidingslocaties worden afgerond. 5. Woningbouwplannen dragen bij aan een gevarieerd woonmilieu (ruimte bieden aan plannen die een nichemarkt bedienen en aan kleinschalige experimentele, innovatieve en duurzame woonvormen). 6. Woningbouwplannen dragen bij aan ruimtelijke kwaliteit. Met het woningbouwprogramma uit de woonvisie wordt ruimte geboden voor goede woningbouwinitiatieven van particulieren, ontwikkelaars en corporaties. De Woonvisie geeft voor het deelgebied De Velden (waar Schoonebeek toe behoort) tussen 2016 en 2021 een nette groei met 55-95 woningen op de woningvoorraad. In Schoonebeek zijn geen gemeentelijke woningbouwkavels uitgeefbaar. Daarnaast zijn deze gemeentelijke bouwkavels voornamelijk bedoeld voor de bouw van eensgezinswoningen. De doelgroep van onderhavig plan betreft senioren.
Het voorliggend plan betreft een particulier initiatief dat zich richt op de herstructurering van twee voormalige schoollocaties. De twee voormalige schoolgebouwen worden getransformeerd naar in totaal zes wooneenheden . Deze transformatie is passend binnen de Woonvisie. 2.1.3
Cultuurhistorischewaardenkaart
De cultuurhistorische waardenkaart heeft de volgende systematiek gebaseerd op beleidskeuzes. Er is op basis van analyse gekozen voor een drietal beleidskeuzen met bijbehorend maatregelenpakket, welke afloopt naar zwaarte: Beschermen Herkenbaar houden Respecteren De maatregel: Beschermen van de cultuurhistorische waarden heeft betrekking op erfgoed met een zeer hoge cultuurhistorische waarde, zoals monumenten (Rijk, provincie, gemeente), monumentale en waardevolle bomen en beschermde dorpsgezichten (Rijk). bestemmingsplan "Schoonebeek, Flintenpad 38 en Kooikerlaan 50" (vastgesteld) 11
Herkenbaar houden van de historische en ruimtelijke structuur en samenhang is de volgende maatregel. De soorten erfgoed waarvoor deze maatregel geldt zijn ensembles en structuren met een hoge cultuurhistorische waarde, te weten: Landschappelijke gebieden en structuren van hoge cultuurhistorische waarde Stedenbouwkundige gebieden en structuren van hoge cultuurhistorische waarde Groenstructuren van hoge cultuurhistorische waarde Infrastructuur en waterwegen van hoge cultuurhistorische waarde Ten slotte is "Respecteren en rekening mee houden" geformuleerd. Bij ontwikkelingen (bouw, verbouw, aanleg, inrichting, sloop, kap) de cultuurhistorische waarde van het object waar mogelijk behouden en versterken. De soorten erfgoed waarvoor deze maatregel geldt zijn objecten en plekken met een hoge cultuurhistorische waarde, zoals beeldbepalende bouwwerken , Canon van Emmen, inventarisatie ErfgoedNetwerk, tradities en de top vijf bewonersavonden.
Figuur 4-2: Uitsnede concept cultuurhistorische beleidskaart. Rode rechthoeken geven locatie plangebied aan
Het plangebied zelf heeft geen kleur, Er zijn dan ook geen speciale ambities voor het plangebied.
12 an 50" (vastgesteld)
bestemmingsplan "Schoonebeek, Flintenpad 38 en Kooikerla
2.1.4
Welstandsbeleid
Bouwwerken moeten voldoen aan 'redelijke eisen van welstand'. Een welstandscommissie beoordeelt bouwplannen aan de vooraf vastgestelde welstandscriteria opgenomen in de Welstandsnota. Op 30 juni 2016 heeft de gemeenteraad de Welstandsnota vastgesteld. In deze nota wordt vooraf bepaald wat de redelijke eisen van welstand zijn. Dit betekent dat gekeken wordt of een bouwplan qua uitstraling past bij de omgeving. Het bestemmingsplan en de welstandsnota zorgen samen voor behoud en ontwikkeling van ruimtelijke kwaliteit. Het plangebied is gelegen in een gebied waarvoor het welstandsniveau 'luw' geldt. Het bouwplan voor de woningen zal door de welstandscommissie beoordeeld worden op redelijke eisen van welstand. 2.1.5
Integrale parkeervisie
In oktober 2017 heeft de gemeenteraad van Emmen de "Integrale parkeervisie gemeente Emmen" vastgesteld. Deze visie vervangt de parkeernota van 2010. De visie is het kader voor het bepalen van de parkeeropgave bij fysieke ontwikkelingen op alle niveaus. Het is een leidraad voor het beoordelen van de parkeeropgave van stedenbouwkundige visies & plannen voor (her-)ontwikkeling van de fysieke leefomgeving en is ook het kader dat invulling geeft aan het begrip “voldoende parkeer- of stallingsruimte dan wel voldoende laad- of losruimte in bestaande en op ontwikkeling gerichte nieuwe bestemmingsplannen. De visie bevat ten aanzien van de hoeveelheid parkvoorzieningen en het aantal los- en laadplaatsen het beoordelingskader voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen en- of wijzigen gebruik. Voor toekomstige (nieuwbouw)ontwikkelingen is in de parkeervisie de landelijke richtlijnen van het CROW leidraad. Uitgangspunt blijft in beginsel voldoende parkeerruimte op eigen terrein. Als dit niet kan, kan eventueel teruggevallen worden op parkeren in de openbare ruimte, waarvoor aan de gemeente een afkoopsom wordt betaald. In het plangebied worden twee vrijstaande woningen gebouwd waarbij parkeerruimte aanwezig is op het eigen terrein. Van de vier woningen in het voormalige schoolgebouw aan het Flintenpad krijgen de linkeren rechterwoning parkeerruimte op het eigen terrein.
Voor de overige twee woningen in dit gebouw zijn langsparkeerplaatsen beschikbaar. Drie hiervan liggen aan de Kosterijweg, ten westen van het schoolgebouw, de overige vier liggen ten zuiden van het schoolgebouw aan het Flintenpad. De twee woningen in het voormalige schoolgebouw aan de Kooikerlaan hebben beiden parkeerruimte op eigen terrein. In de nieuwe situatie is hierom voldoende parkeerruimte aanwezig.
bestemmingsplan "Schoonebeek, Flintenpad 38 en Kooikerlaan 50" (vastgesteld) 13
Figuur 1.5: In het rood omkaderd de langsparkeerplaatsen bij het schoolgebouw aan het Flintenpad.
14 an 50" (vastgesteld)
bestemmingsplan "Schoonebeek, Flintenpad 38 en Kooikerla
2.2
Provinciaal beleid
2.2.1
Omgevingsvisie Drenthe
De Omgevingsvisie is hét kader voor de ruimtelijk-economische ontwikkeling van Drenthe. De Omgevingsvisie beschrijft de ruimtelijk-economische ontwikkeling van Drenthe in de periode tot 2020. De Omgevingsvisie heeft voor de provincie een interne binding. Dit betekent dat de provincie bij de uitoefening van haar taken aan de Omgevingsvisie gebonden is. De missie van de provincie is het ontwikkelen van een bruisend Drenthe, passend bij de kernkwaliteiten die de provincie rijk is. De kernkwaliteiten zijn de kwaliteiten die bijdragen aan de identiteit en aantrekkelijkheid van Drenthe. Het provinciaal belang ligt in het behouden en waar mogelijk ontwikkelen van de kernkwaliteiten.Omdat niet alle kernkwaliteiten goed te duiden zijn in het fysiek-ruimtelijk domein zijn deze vertaald naar indicatoren. Kernkwaliteiten
Indicatoren
Rust Stilte
Duisternis
Ruimte
Openheid van het landschap
Natuur
Biodiversiteit
Landschap
Diversiteit Gaafheid van landschappen
Oorspronkelijkheid
Cultuurhistorische waarden Archeologische waarden Aardkundige waarden
Veiligheid
Sociale veiligheid Externe veiligheid Verkeersveiligheid
Noaberschap, Menselijke maat, Kleinschaligheid (Drentse schaal)
Leefbaarheid Passend bij Drenthe
Met een deel van de kernkwaliteiten heeft de provincie speciale ambities. Inzet is de kernkwaliteiten te behouden en waar mogelijk te ontwikkelen. Naast de kernkwaliteiten van Drenthe is er de dynamiek van de bedrijvigheid. In het bijzonder wanneer sprake is van ontwikkelingen met positieve aspecten voor de werkgelegenheid en de vestiging van bedrijven. Deze aspecten vormen daarom de kernwaarde bedrijvigheid. Aspecten van de kernwaarde bedrijvigheid zijn vooral terug te vinden in het sociaaleconomische systeem en in het landbouwsysteem, maar ook bij natuur als het om de vrijetijdseconomie gaat. Kernkwaliteiten en kernwaarde wegen als uitgangspunt even zwaar. 2.2.2
Provinciale omgevingsverordening Drenthe
Provinciale Staten van Drenthe hebben de Provinciale Omgevingsverordening (POV) vastgesteld. Het plangebied is volgens kaart D1 van de POV gelegen binnen een gebied aangeduid als 'Bestaand Stedelijk Gebied'. Binnen Bestaand Stedelijk Gebied ligt de verantwoordelijkheid ten aanzien van woningbouw primair bij de gemeente. De verordening geeft verder geen specifieke bepalingen voor percelen met deze aanduiding.
bestemmingsplan "Schoonebeek, Flintenpad 38 en Kooikerlaan 50" (vastgesteld) 15
2.3
Rijksbeleid
2.3.1
Ruimtelijk beleid
De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is op 13 maart 2012 van kracht geworden. Onderdeel van deze structuurvisie is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Met de structuurvisie kiest het rijk voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 13 nationale belangen. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Voor Emmen zijn in de SVIR geen onderwerpen opgenomen die aangemerkt worden als nationaal belang. In de Barro zijn alleen de zaken betreffende defensie en kernkwaliteiten van toepassing. Echter deze zaken hebben geen directe invloed op de inrichting van het plangebied.
2.4
Conclusie
Het rijksbeleid werkt niet rechtstreeks door in het plangebied. Voor het voorliggende bestemmingsplan wordt geconcludeerd dat het plan niet in strijd is met het geldende gemeentelijke- en provinciale beleid, wanneer rekening wordt gehouden met de stedenbouwkundige en milieutechnische inpassing. Hierop wordt nader ingegaan in de volgende hoofdstukken.
16 an 50" (vastgesteld)
bestemmingsplan "Schoonebeek, Flintenpad 38 en Kooikerla
Hoofdstuk 3
Planbeschrijving
3.1
Ontstaansgeschiedenis
3.1.1
Dorpsontwikkeling
Het dorpsgebied rond Schoonebeek kan opgedeeld worden in drie typen landschappen die bepalend zijn geweest voor het ontstaan van het dorp. Het noorden van het dorp bestond uit hoogveenmoeras dat de zuidelijke rand vormde van het Boertangerveen. Tussen het veen en het beekdal van het Schoonebeekerdiep in het zuiden lag een overgangszone met dekzandruggen. Vanaf de 13e eeuw gingen kolonisten zich vestigen op de smalle dekzandruggen. Op deze manier ontstonden zogenaamde randveennederzettingen zoals Oosterse Bos, Westerse Bos, de Bult, Hankenhof, Middendorp en Koelveen. Van oudsher was er een wegverbinding met Coevorden die langs verschillende van de kleine nederzettingen voerde. Omstreeks 1930 kwamen er verbindingen tot stand met de noordelijker gelegen kernen Nieuw-Amsterdam (Nieuw-Amsterdamseweg) en Amsterdamscheveld – Erica (Beekweg). Vanaf de jaren ‘50 werden verschillende wegen aangelegd of verbeterd. De Hoofdweg tussen CoevordenSchoonebeek- Nieuw-Schoonebeek en de Duitse grens werd vernieuwd. Na deze reconstructie kreeg het de naam “Europaweg”. Met de verlenging van de Nieuw-Amsterdamseweg in zuidelijke richting ontstond er in de jaren ‘60 een lang gewenste wegverbinding met Emlichheim. De overige woonstraten binnen het dorp Schoonebeek werden aangelegd bij dorpsuitbreidingen in de periode tussen 1945 en nu. 3.1.2
Stedenbouwkundige structuur
De eerste bewoners vestigden zich vanaf de 13e eeuw op de smalle dekzandruggen tussen het hoogveengebied en het beekdal van het Schoonebeekerdiep. Op deze manier ontstonden meerdere randveennederzettingen. In de directe omgeving van het huidige dorp zijn Oosterse Bos, Westerse Bos en Middendorp nu nog herkenbaar als nederzettingen uit deze periode. Vervolgens vestigden zich steeds meer agrariërs in de nabijheid van de dekzandrug die gelegen was aan de wegverbinding tussen verschillende kleine nederzettingen en Coevorden. De bebouwing concentreerde zich steeds meer langs deze weg. Uiteindelijk ontstond er een lintstructuur van voornamelijk agrarische bebouwing aan beide zijden van de weg. Ook vestigden zich de eerste voorzieningen zoals kerken en scholen. Door de industrialisatie, met name de komst van de olie-industrie naar de gemeente Schoonebeek, groeide de bevolking sterk. Er moesten nieuwe woningen komen. De bebouwing uit deze periode werd gebouwd in gebogen vormen rondom het historisch centrum. Uiteindelijk ontstond er een bebouwingsschil met een soort ringweg rondom de Hoofdweg (later Europaweg). Ook langs de verbindingswegen tussen de Hoofdweg en de ringweg werden woningen gebouwd. Na voltooiing van de bebouwing in de eerste bebouwingsschil rondom de Europaweg werden er in de periode tussen 1960 en 1990 woningen gebouwd in nieuwe buurten rondom de eerste schil.
De eerste buurten werden gebouwd aan de zuidzijde van het dorp. Een voorbeeld hiervan is “De Mente Zuid”. De in de jaren 80 gebouwde buurt “Beeklanden” werd gefaseerd gebouwd aan de noordwestzijde van het dorp. Elke woonbuurt is door zijn bebouwingssamenstelling en verschijningsvorm representatief voor de periode waarin het gebouwd werd. Aan het eind van de jaren ‘80 was er door de bouw van de verschillende buurten een volwaardige tweede bebouwingsschil ontstaan. De twee voormalige schoolgebouwen zijn gelegen in deze tweede bebouwingsschil aan de zuidzijde van het dorp. De buurt waar de twee voormalige schoolgebouwen zijn gelegen wordt gekenmerkt door een aantal lusvormige uitbreidingen. Het gebied bestaat voornamelijk uit woningen uit de sociale sector. Ook bevinden zich er diverse seniorenwoningen. De sociale woningbouw bestaat uit dubbele woningen die qua vorm aansluiten bij de woningen langs de ringweg. Door de lusvormige uitbreidingen kent deze hoek wat meer variatie in de richtingen van de voorgevels in vergelijking tot wat er voorheen gebouwd was. Deze buurt heeft ook de groene opzet die de bebouwing langs de ringweg kenmerkt. Naast woningen bevinden zich in de buurt een tweetal scholen en een begraafplaats.
bestemmingsplan "Schoonebeek, Flintenpad 38 en Kooikerlaan 50" (vastgesteld) 17
De laatste twee dorpsuitbreidingen van Schoonebeek bevinden zich buiten de tweede bebouwingsschil: de “Sandberglanden” aan de noordzijde en het in aanbouw zijnde “Stroomdal” aan de zuidzijde.
3.2
Huidige situatie
Het voorliggende bestemmingsplan 'Schoonebeek, Flintenpad 38 en Kooikerlaan 50' vervangt gedeeltelijk het vigerende bestemmingsplan 'Schoonebeek'. Het plangebied kan volgens het vigerende bestemmingsplan gebruikt worden voor maatschappelijke voorzieningen (bestemming 'Maatschappelijk onderwijs'), te weten basisonderwijs, voortgezet onderwijs, peuterspeelzaal, kinderdagopvang, buitenschoolse opvang en brede school. De bestaande bouwvlakken kunnen voor maximaal 50% bebouwd worden. Binnen het plangebied zijn de voormalige schoolgebouwen 't Porkenhoes en de Nicolaasschool aanwezig. De scholen zijn medio 2016 gesloten en vervolgens door de gemeente te koop aangeboden. De school is verkocht onder voorbehoud van een onherroepelijk bestemmingsplan. Het voormalige schoolgebouw van 't Porkenhoes is georiënteerd op de Kooikerlaan en de Kosterijweg. Het voormalige schoolgebouw van de Nicolaasschool is georiënteerd op het Flintenpad, de Kosterijweg en De Gloep. Op het voormalig schoolplein van de Nicolaasschool worden twee vrijstaande woningen gerealiseerd, deze zijn georiënteerd op de Kooikerlaan. Beide terreinen zijn grotendeels verhard.
Figuur 3.1: Beeld huidige situatie voormalige Nicolaasschool.
18 an 50" (vastgesteld)
bestemmingsplan "Schoonebeek, Flintenpad 38 en Kooikerla
Figuur 3.2: Beeld huidige situatie voormalig Porkenhoes.
3.3
Planbeschrijving
De school is verkocht onder voorbehoud van een onherroepelijk bestemmingsplan. Koper heeft een aanvraag ingediend om het bestemmingsplan aan te passen voor de herontwikkeling van de voormalige schoollocaties. In het voormalige schoolgebouw aan de Kooikerlaan zijn twee wooneenheden gerealiseerd. In het voormalige schoolgebouw aan het Flintenpad zijn vier wooneenheden gerealiseerd en op het voormalige schoolplein worden twee vrijstaande woningen gerealiseerd. Door aanvrager is een kavelschets gemaakt.
bestemmingsplan "Schoonebeek, Flintenpad 38 en Kooikerlaan 50" (vastgesteld) 19
Figuur 3.2: Kavelschets woningen voormalige Nicolaasschool.
20 an 50" (vastgesteld)
bestemmingsplan "Schoonebeek, Flintenpad 38 en Kooikerla
Figuur 3.3: Kavelschets woningen voormalige Porkenhoes. De twee nieuw te bouwen vrijstaande woningen sluiten qua situering en bouwvolume aan op de bestaande voormalige schoolgebouwen aan het Flintenpad en de Kooikerlaan. Met de bouw van deze woningen wordt een achterkantsituatie gezien vanaf de Kooikerlaan afgerond. De twee nieuw te bouwen woningen worden georiënteerd op de Kooikerlaan. Alle bebouwing in het plangebouwd zal bestaan uit één bouwlaag welke plat is afgedekt. Door de transformatie van de twee voormalige schoolgebouwen en de realisatie van twee vrijstaande woningen wordt ingespeeld op de behoeftevraag naar woningen die geschikt zijn voor senioren. De bestaande bomen aan de Kooikerlaan bij het voormalige Porkenhoes blijven in het plan gehandhaafd. Van de bestaande bomen aan de Kooikerlaan ter hoogte van de twee te realiseren vrijstaande woningen worden twee bomen gekapt. Dit gebeurt om de aanleg van de inrit en de bouw van één van de twee woningen mogelijk te maken. Er worden in het betreffende gedeelte van de Kooikerlaan twee bomen terug geplant. Voor de transformatie van het voormalige schoolgebouw van de Nicolaasschool worden geen bomen gekapt. Op het voormalige schoolplein van het schoolgebouw aan Kooikerlaan 50 staat een fietsenberging, welke grotendeels is afgebroken.
Het restant van deze berging staat voor de voorgevel van het gebouw aan Kooikerlaan 50, wat afbreuk doet aan het straat- en bebouwingsbeeld. Deze berging zal daarom moeten worden verwijderd. Met het plan wordt aangesloten bij de bestaande stedenbouwkundige structuren van het plangebied. Het ingediende bouwplan is opgenomen als Bijlage 2. Het bouwplan voor de woningen wordt door de welstandscommissie beoordeeld op redelijke eisen van welstand. bestemmingsplan "Schoonebeek, Flintenpad 38 en Kooikerlaan 50" (vastgesteld) 21
22 an 50" (vastgesteld)
bestemmingsplan "Schoonebeek, Flintenpad 38 en Kooikerla
Hoofdstuk 4
Onderzoeken en milieubeoordeling
4.1
Archeologie en monumenten
4.1.1
Algemeen
Op 30 mei 2013 is het gemeentelijk archeologisch beleid vastgesteld. Hiervoor is een archeologische beleidsadvieskaart gemaakt met daarbij een rapport. Dit rapport dient als toelichting op de kaart. Het doel van deze documenten is om aan te geven wat de kern vormt van het archeologiebeleid en waarop de beleidskeuzes zijn gebaseerd. De verschillende archeologische waarden en verwachtingen en de maatregelen die daaraan zijn gekoppeld zijn in de gemeentelijke archeologische beleidsadvieskaart vertaald naar diverse categorieën 'Waarde - Archeologie'. Met de vertaling is op eenvoudige wijze voor het gehele gebied van de gemeente Emmen in beeld gebracht of archeologische waarden in het geding zijn of kunnen zijn en zo ja, op welke manier daarmee dient te worden omgegaan. Onderstaande tabel geeft de onderverdeling van de vier gemaakte categorieën weer.
4.1.2
Archeologische waarden in het plangebied
Het plangebied Schoonebeek, Flintenpad 38 en Kooikerlaan 50 is volgens de beleidskaart voor het grootste deel gelegen in een gebied met een hoge archeologische waarde (Waarde-Archeologie 2). Een klein gedeelte van het plangebied is geleging in een gebied met een lage verwachting op het aantreffen van archeologische waarden.
bestemmingsplan "Schoonebeek, Flintenpad 38 en Kooikerlaan 50" (vastgesteld) 23
figuur 3.1: Uitsnede archeologische beleidskaart, plangebied is grotendeels gelegen in een gebied met hoge verwachting (oranje gedeelte)
Gebieden met een hoge archeologische waarde zijn terreinen met als behoudenswaardig gekwalificeerde archeologische resten. Deze terreinen zijn door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en de provincies samengesteld en op de Archeologische Monumentenkaart (AMK) opgenomen. Emmen heeft in totaal 96 AMK terreinen (waaronder de 37 beschermde monumenten), overwegend gelegen op de Hondsrug. Het uitgangspunt is om de aanwezige archeologische resten zoveel mogelijk in de bodem te behouden. De gebieden met een hoge verwachting op het aantreffen van archeologische waarden bestrijken veelal een groot oppervlak. Te denken valt aan grafvelden, nederzettingsterreinen, celtic fields, bundels karrensporen, schansen,de historische kernen van Emmen, Noordbarge, Zuidbarge, Westenesch, Schoonebeek, Weerdinge en Roswinkel, de buffers van 50 meter rondom de AMK-terreinen,etc. Gelet op de omvang van deze sporen en structuren, hebben beperkte bodemingrepen een aanvaardbare invloed op het bodemarchief. Voor gebieden met een hoge archeologische waarde is een minimumoppervlak voor bodemverstoringen opgenomen van 100 m² en een diepte van 30 cm onder maaiveld. De werkzaamheden die gaan plaatsvinden in het plangebied betekenen dat er twee vrijstaande woningen worden gebouwd van meer dan 100 m2 per woning. Om die reden is een nader archeologisch onderzoek van de omgeving noodzakelijk geacht.
Het gedeelte van het plangebied aan Flintenpad, waar het bestaand voormalig schoolgebouw is 24 an 50" (vastgesteld)
bestemmingsplan "Schoonebeek, Flintenpad 38 en Kooikerla
gesitueerd, is gelegen in een gebied met een lage archeologische verwachting. Het bestaand voormalig schoolgebouw aan de Kooikerlaan is gelegen in een gebied met een hoge archeologische waarde. Omdat het hier een bestaand gebouw betreft hoeft er geen archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. Het gedeelte van het plangebied waar de twee vrijstaande woningen gerealiseerd worden ligt grotendeels in het gebied met een hoge archeologische waarde. Omdat het hier gaat om nieuwbouw van woningen is een verkennend archeologisch onderzoek noodzakelijk. In december 2020 is door Laagland Archeologie bureauonderzoek en een verkennend veldonderzoek ter plaatse uitgevoerd. Op basis van dit onderzoek kan geconcludeerd worden dat nader archeologisch onderzoek niet noodzakelijk is. Het archeologisch onderzoek is toegevoegd als Bijlage 3. Het gebied met een hoge archeologische waarde wordt in het bestemmingsplan weergegeven met een dubbelbestemming Waarde - Archeologie 2. Gebieden zonder archeologische verwachting zijn gebieden waar de kans op het aantreffen van archeologische sporen zeer klein wordt geacht. Dit kan zijn vanwege de bodemkundige opbouw of vanwege bodemverstorende activiteiten naderhand zoals ontgrondingen, saneringen, zware funderingen etc. Hierdoor wordt in het bestemmingsplan voor dat gedeelte van het plangebied geen dubbelbestemming Waarde - Archeologie opgenomen.
4.2
Ecologie
4.2.1
Algemeen
De Wet natuurbescherming (Wnb) is in werking getreden op 1 januari 2017. Deze wet vervangt de volgende drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998 (gebiedsbescherming), de Flora- en faunawet (soortenbescherming) en de Boswet (houtopstanden). Gebiedsbescherming In de Wnb is de bescherming van specifieke natuurgebieden geregeld. Het betreft de Natura 2000-gebieden, die een internationale bescherming genieten. Plannen en projecten met negatieve effecten op deze gebieden zijn vergunningplichtig. Relevant daarbij is dat de Wnb een externe werking kent. Van externe werking is sprake als activiteiten buiten een Natura 2000-gebied van invloed zijn op de natuurwaarden in een Natura 2000-gebied. Per Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelen voor soorten en vegetatietypen opgesteld. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) -voorheen Ecologische Hoofdstructuur- is een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen belangrijke natuurgebieden in Nederland en vormt de basis voor het natuurbeleid. Het NNN is als beleidsdoel opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte van het Rijk. De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing, ontwikkeling en bescherming van het NNN. De begrenzing en ruimtelijke bescherming van het NNN is voor de provincie Drenthe uitgewerkt in de Provinciale Omgevingsvisie en de bijbehorende Provinciale Omgevingsverordening.
Het plangebied is niet gelegen in een gebied waarop gebiedsbeschermingsregels van toepassing zijn. In paragraaf 4.2.2 is de toetsing aan de Wet natuurbescherming nader beschreven. Soortenbescherming Het uitgangspunt van de Wnb is dat er geen (opzettelijke) schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan. De soortenbescherming binnen de Wnb is daarbij opgedeeld in drie beschermingsregimes: Vogelrichtlijnsoorten, Habitatrichtlijnsoorten en andere soorten. Bij beoordeling van de toelaatbaarheid van bouwwerken en/of andere activiteiten moet rekening worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid van te beschermen dier- en plantensoorten. Er dient een ontheffing op grond van artikel 3.3, 3.8 en/of 3.10 Wnb te worden aangevraagd voor een (bouw)werkzaamheid of activiteit indien het volgende van toepassing is: uit gegevens of onderzoek blijkt dat er sprake is van verstoring of doden van (een) beschermde soort(en); het bouwwerk en/of de activiteit veroorzaakt beschadiging of vernieling van voortplanting- of rustplaatsen van dieren, danwel ontworteling of vernieling van plantensoorten; er kan geen gebruik gemaakt worden van een vrijstelling op grond van de Wet natuurbescherming;
bestemmingsplan "Schoonebeek, Flintenpad 38 en Kooikerlaan 50" (vastgesteld) 25
er kan niet gewerkt worden volgens een goedgekeurde gedragscode. Houtopstanden In de Wnb is de bescherming van houtopstanden buiten de bebouwde kom geregeld. Doel is de instandhouding van het bosareaal. In de Provinciale Omgevingsverordening van de provincie Drenthe is geregeld hoe een kapmelding moet worden ingediend, waaraan herbeplanting moet voldoen en wanneer ontheffing van de herbeplantingsplicht kan worden verleend. Voor houtopstanden binnen de bebouwde kom geldt de Bomenverordening gemeente Emmen 2011. In het bijbehorende bomenregister zijn de monumentale en waardevolle bomen en waardevolle houtopstanden vastgelegd. Zonder vergunning is het verboden deze te kappen. 4.2.2
Toetsing Wet natuurbescherming
Bij de planologische inpassing van twee geprojecteerde woningen en het transformeren van twee voormalige schoolgebouwen naar in totaal zes wooneenheden hoeft niet te worden onderbouwd of deze activiteiten leiden tot een ontoelaatbare toename van de stikstofdepositie in een kwetsbaar Natura 2000-gebied of dat de stikstofdepositie tot een onacceptabele aantasting van de natuur in dit gebied zal leiden. De afstand van het plangebied tot het Natura 2000-gebied Bargerveen en de omvang van het project zijn zodanig dat deze geen invloed hebben op dit gebied. De afstand van het plangebied tot het Natura 2000-gebied Bargerveen is circa 6 km. Deze afstand is zodanig dat het project geen invloed zal hebben op het Natura 2000-gebied Bargerveen. Het toetsingskader van de Wet natuurbescherming staat de realisatie van het voorgenomen bouwproject niet in de weg. Een vergunningprocedure Wet natuurbescherming wordt niet noodzakelijk geacht. 4.2.3
Natuurwaarden in het plangebied
De locatie kan volgens het vigerende bestemmingsplan gebruikt worden voor maatschappelijke voorzieningen ten behoeve van onderwijs. Dit zijn voorzieningen voor het uitoefenen van basisonderwijs, voortgezet onderwijs, peuterspeelzaal, kinderdagopvang, buitenschoolse opvang en brede school. De locatie is voorheen in gebruik geweest als school en het terrein is grotendeels verhard. Gelet op het mogelijke gebruik van de locatie volgens het vigerende bestemmingsplan en de huidige inrichting van het plangebied, is het uitvoeren van nader flora- en fauna onderzoek binnen het plangebied niet noodzakelijk geacht. 4.2.4
Conclusie
Op basis van de Wet natuurbescherming is de algemene zorgplicht van toepassing, die inhoudt dat een ieder voldoende zorg in acht neemt voor alle inheemse dieren en planten en hun directe leefomgeving. Concreet betekent dit dat bij (ruimtelijke) ingrepen gezorgd moet worden dat dieren niet verstoord of gedood worden en dat planten niet zomaar verplant worden. Ook dient gelet te worden op bijvoorbeeld broedende vogels, de voortplantingsperiode van amfibieën en de zoogperiode van zoogdieren. Daarbij geldt voor alle bouwactiviteiten dat er voorzorgsmaatregelen genomen dienen te worden, waardoor: de aanvang van de werkzaamheden buiten het broedseizoen (globaal van half maart tot begin augustus) dient plaats te vinden; een week voor de werkzaamheden beginnen, het plangebied kort gemaaid dient te worden, zodat het plangebied ongeschikt wordt voor kleine zoogdieren en ze de kans krijgen om te vluchten; (wortel)schade aan de (oude) bomen wordt voorkomen en geen graafwerkzaamheden binnen de kroonprojectie van deze oude bomen kan plaatsvinden.
26 an 50" (vastgesteld)
bestemmingsplan "Schoonebeek, Flintenpad 38 en Kooikerla
4.3
Fysieke veiligheid
Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), dat in oktober 2004 van kracht werd, verplicht het bevoegd gezag de externe veiligheid mee te wegen in het beleid. Het Bevi stelt grenzen aan het risico dat bedrijven mogen veroorzaken voor hun omgeving (het 'plaatsgebonden risico'). Zo moet er tussen risicovolle bedrijven en risicogevoelige objecten (bijvoorbeeld woningen, scholen) een bepaalde afstand blijven, om mensen in de omgeving te beschermen. Daarnaast gaat het besluit in op de kans op een ramp waarbij een groep mensen betrokken is (het 'groepsrisico'). Voor het groepsrisico geldt dat onderbouwing van het risico plaats dient te vinden als er besluiten genomen moeten worden die vermeld zijn in de artikelen 4 en 5 van het Bevi. Voor het vaststellen van het besluit dient het bestuur van Veiligheidsregio Drenthe in de gelegenheid gesteld te worden advies uit te brengen over het groepsrisico en de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp of zwaar ongeval. Het Bevi dient te worden toegepast voorafgaande aan de vaststelling van een bestemmingsplan. 4.3.1
Fysieke veiligheidssituatie
4.3.1.1 Bevi-inrichtingen binnen en buiten het plangebied Het plangebied en de omgeving is geïnventariseerd op de aanwezigheid van zogenoemde Bevi-bedrijven. Er zijn binnen en in de nabijheid van het plangebied geen Bevi-bedrijven gelegen. 4.3.1.2 Buisleidingen Het plangebied en de omgeving is geïnventariseerd op de aanwezigheid van buisleidingen. Er zijn binnen en in de nabijheid van het plangebied geen buisleidingen gelegen die van invloed kunnen zijn op de realisatie van woningen binnen het plangebied. 4.3.1.3 Route gevaarlijke stoffen Er bevinden zich binnen of in de nabijheid van het plangebied geen transportroutes van gevaarlijke stoffen. 4.3.1.4 Hoogspanningslijnen Binnen en in de directe nabijheid van het plangebied zijn geen hoogspanningslijnen gesitueerd die nadelig op het plangebied kunnen werken. 4.3.1.5 Conclusie Binnen en nabij het plangebied zijn geen bedrijven, transportroutes en buisleidingen gelegen waarbij rekening moet worden gehouden met het aspect externe veiligheid. 4.3.2
Gegevens ten behoeve van nadere inrichting en ontwikkeling in het plangebied
Zodra plannen ontwikkeld worden dient de brandweer in een vroeg stadium bij de plannen betrokken te worden om op basis van het beoogde veiligheidsniveau een advies te kunnen uitbrengen op de inrichting en ontwikkeling van het gebied. Hiervoor zijn de volgende zaken van belang: 1. Voor het bestrijden van een brand is de brandweer afhankelijk van een goede bluswatervoorziening. Conform de Wet op de Veiligheidsregio's moet een gemeente zorgen voor een openbare bluswatervoorziening. Bij locaties waar geen toereikende openbare bluswatervoorziening kan worden aangelegd, zal de eigenaar moeten zorgen voor een doeltreffende niet-openbare bluswatervoorziening in overleg met de brandweer. Vanaf 1 januari 2014 maakt de brandweer gebruik van tankautospuiten en tankwagens, aangevuld met vulpunten voor de tankwagens als primaire bluswatervoorziening. Er hoeven ten behoeve van deze ontwikkeling geen vulpunten bijgeplaatst te worden. 2. Het plangebied valt binnen de dekking van het Waarschuwingsalarmeringstelsel. Dit is conform de handleiding voor het WAS systeem (HAVOS) dat het buiten de dekking valt. Op grond van de Wet op de veiligheidsregio's (okt. 2010) is de Veiligheidsregio Drenthe, in geval van calamiteit, verantwoordelijk voor het waarschuwen en alarmeren van de bevolking door middel van het bestemmingsplan "Schoonebeek, Flintenpad 38 en Kooikerlaan 50" (vastgesteld) 27
Waarschuwings- en alarmeringssysteem. Als gevolg van deze taak zijn binnen de gemeente sirenes geplaatst op een zodanige wijze dat een optimale dekking gerealiseerd is binnen de gemeente. Met betrekking tot het Waarschuwings- en Alarmeringssysteem (WAS) is het voornemen van de minister van Veiligheid en Justitie dat deze per 2020 komen te vervallen. In de toekomst wordt bij grote rampen alarm geslagen via onder meer calamiteitenzenders, geluidswagens, NL-Alert en sociale media. Het voordeel van deze communicatiemiddelen is dat ze veel gerichter kunnen worden ingezet. 3. Het is belangrijk dat in geval van calamiteiten hulpverleningsdiensten direct ter plaatse kunnen komen en zonder beperkingen hulp kunnen verlenen. Om die reden dienen alle objecten in het plangebied via twee onafhankelijke wegen bereikbaar te zijn voor de hulpverleningsdiensten. Het gebied voldoet aan deze vereisten. 4. Het dekkingsplan van Veiligheidsregio Drenthe is vastgesteld in december 2013. Hierin staat beschreven dat het brandverloop tegenwoordig zo snel verloopt, dat drie zaken zeer belangrijk zijn om slachtoffers te voorkomen: het voorkomen van brand, het ontdekken van brand en het vluchten bij brand. Bij het vluchten bij brand heeft men een eigen verantwoordelijkheid of is men aangewezen op de BHV-organisatie.
De brandweer heeft in beginsel als taak het houden van een brandscheiding ter voorkoming van branduitbreiding en het beschermen van (niet-zelfredzame) personen achter die scheiding. Desondanks dat een woning bij een brand als verloren kan worden beschouwd, wordt geadviseerd de brandveiligheidsmaatregelen op elkaar af te stemmen. bouwkundige voorzieningen, bijv. een extra brandwerende scheiding tussen woning en garage; installatietechnische voorzieningen, bijv. woningrookmelders - woningsprinklers; organisatorische voorzieningen, bijv. vluchtplan voor de bewoners; brandweeropkomsttijd, vrij houden van wegen / zo min mogelijk verkeersbelemmerende maatregelen; inventaris, toepassen van moeilijk brandbaar materiaal; zelfredzaamheid van de aanwezigen, toepassen veilige vluchtroutes. Bij het verlenen van de omgevingsvergunning voor de twee te bouwen woningen wordt de nodige aandacht aan besteed aan de hierboven benoemde brandveiligheid.
4.4
Milieu
4.4.1
Vormvrije m.e.r.
In het Besluit m.e.r. zijn drempelwaarden opgenomen voor wanneer er een m.e.r. of m.e.r.-beoordeling moet worden uitgevoerd. Sinds de wijziging van het Besluit op 1 april 2011 is een beoordeling van een activiteit die op de D-lijst van het Besluit m.e.r. voorkomt noodzakelijk, ook al ligt de omvang van de activiteit (ver) onder de drempelwaarde. In voorliggend bestemmingsplan Schoonebeek, Flintenpad 38 en Kooikerlaan 50 komen geen activiteiten voor die voorkomen op de D-lijst van het Besluit m.e.r.. Vanwege de afwezigheid van die activiteit(en) hoeft geen vormvrije m.e.r. -beoordeling plaats te vinden. 4.4.2
Bedrijven en milieuzonering
Vanuit milieuhygiënisch oogpunt vergt het inpassen van nieuwe functies in het plangebied een goede afstemming met de andere, in de omgeving aanwezige functies. Binnen het plangebied is sprake van de realisatie van twee vrijstaande woningen en het transformeren van twee voormalige schoolgebouwen in zes woningen. In de directe omgeving zijn geen bedrijven gelegen die door de realisatie van een woning in de bedrijfsexploitatie zouden kunnen worden beperkt. Er zijn ook geen bedrijven in de directe omgeving gelegen die deze voorgenomen ontwikkeling zal beperken. Hieronder worden de gevolgen van het onderhavig plan beschreven voor de milieuaspecten.
28 an 50" (vastgesteld)
bestemmingsplan "Schoonebeek, Flintenpad 38 en Kooikerla
4.4.3
Bodem
Het college van burgemeester en wethouders heeft op 5 maart 2013 de Beleidsregel Bodemkwaliteit vastgesteld. Om de kwaliteit te waarborgen, moet grondverzet worden gemeld bij het landelijk meldpunt. Om het verplaatsen van grond te vereenvoudigen, heeft de gemeente Emmen een aantal kaarten ontwikkeld. Deze bodemkwaliteitskaarten zijn als bijlage in de Nota Bodembeheer opgenomen. Aan de hand van deze kaarten is het mogelijk om zonder voorgaand onderzoek grond te ontgraven en toe te passen. Partijen grond en baggerspecie die niet voldoen aan de bodemkwaliteitskaart en de Nota Bodembeheer van de gemeente Emmen mogen alleen worden toegepast als er sprake is van een nuttige toepassing. Is het werk niet 'nuttig', dan is er sprake van het zich ontdoen van afvalstoffen. Tijdelijke opslag en grootschalige toepassingen van grond en bagger zijn vormen van 'nuttig' gebruik. Tijdelijke uitname zijn werkzaamheden waarbij de grond na korte tijd weer teruggebracht wordt. Een voorbeeld is het graven van een sleuf voor kabels en leidingen. In dat geval hoeft de kwaliteit van de te ontgraven bodem niet onderzocht te worden, tenzij er sprake is van (een verdenking van) bodemverontreiniging. 4.4.3.1 Bodemonderzoek Er is door ORTAGEO Noordoost B.V. een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Het bodemonderzoek is toegevoegd als Bijlage 4.
De conclusie uit het onderzoek is dat de aangetoonde lichte verhogingen in de grond en het grondwater geen directe aanleiding geven tot het uitvoeren van nader bodemonderzoek. De bodemkwaliteit is voldoende vastgelegd. De resultaten vormen geen belemmering voor de geplande transactie. Uit bovengenoemd onderzoek blijkt dat de bovengrond deels voldoet aan de kwaliteitsklasse 'industrie' en deels altijd toepasbaar is. De ondergrond is altijd toepasbaar. Indien de grond vanaf de locatie word afgevoerd, is bij hergebruik elders het Besluit bodemkwaliteit van toepassing. Indien de grond elders wordt toegepast, dient toestemming te worden verkregen van het bevoegd gezag en kan onderzoek conform het Besluit bodemkwaliteit gevraagd worden. Tot slot dient opgemerkt te worden dat de conclusie is gebaseerd op het vooronderzoek en de onderzoeksresultaten van dit onderzoek. Dit verkennend bodemonderzoek schetst een algemeen beeld van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. Bij eventueel grondverzet dient men rekening te houden met mogelijk plaatselijke voorkomende afwijkingen. 4.4.4
Geluid
Regels ten aanzien van geluidhinder zijn vastgelegd in de Wet geluidhinder (Wgh). Het doel van de Wet geluidhinder is tweeledig. Enerzijds de bescherming van het milieu en anderzijds de bescherming van de volksgezondheid. Bepalend is steeds de situering van geluidsbronnen ten opzichte van geluidsgevoelige bestemmingen zoals woningen en scholen. De Wgh gaat uit van zones langs wegen, spoorwegen en industrieterreinen. Binnen dergelijke zones zijn nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen alleen toegestaan indien de geluidsbelasting op de buitengevel onder of hoogstens gelijk is aan de voorkeursgrenswaarde. Ontheffing van de voorkeursgrenswaarde is toegestaan indien maatregelen om de geluidsbelasting op de buitengevels te beperken niet mogelijk zijn of onvoldoende helpen en indien aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. Voor het plangebied is mogelijk alleen wegverkeerslawaai relevant. Het plangebied is niet gelegen binnen zones van spoorwegen of industrieterreinen. 4.4.4.1 Wegverkeerslawaai De Wet geluidhinder is alleen van toepassing binnen de van rechtswege aanwezige zone van een weg. Conform de Wet geluidhinder heeft elke weg een zone. Conform art. 74 lid 2 Wgh zijn de onderstaande wegen hiervan uitgezonderd: 1. Wegen die gelegen zijn binnen een als woonerf aangeduid gebied; 2. Wegen waarvoor een maximum snelheid van 30 km per uur geldt.
De breedte is afhankelijk van het aantal rijstroken en de ligging in stedelijk of buitenstedelijk gebied. Onderstaand zijn deze zonebreedtes (conform art. 74 Wgh) aangegeven:
bestemmingsplan "Schoonebeek, Flintenpad 38 en Kooikerlaan 50" (vastgesteld) 29
in stedelijk gebied: voor een weg, bestaande uit drie of meer rijstroken: 350 meter; voor een weg, bestaande uit één of twee rijstroken: 200 meter. De afstanden zoals weergegeven worden aan weerszijden van de weg gemeten vanaf de buitenste begrenzing van de buitenste rijstrook. De Kooikerlaan, Flintenpad en de omliggende wegen betreffen wegen waarvoor een maximum snelheid van 30 km per uur geldt. Dit betekent dat deze weg geen zone heeft. Ook rijdt er weinig verkeer over deze wegen. Er hoeft dus niet getoetst te worden aan de Wet geluidhinder. 4.4.5
Lucht
De Wet luchtkwaliteit is bedoeld om de negatieve effecten op de volksgezondheid aan te pakken, als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging. Anderzijds heeft de wet tot doel mogelijkheden te creëren voor ruimtelijke ontwikkeling. Volgens de nieuwe regeling vormt luchtkwaliteit in beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van een ruimtelijk project als aan minimaal één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; een project leidt, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; een project draagt 'niet in betekenende mate' (NIMB) bij aan de luchtverontreiniging; een project past binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of binnen een regionaal programma van maatregelen. 4.4.5.1 Algemeen beeld luchtkwaliteit plangebied De realisatie van twee vrijstaande woningen en het transformeren van twee voormalige schoolgebouwen in zes woningen is een project dat 'niet in betekende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Omdat er verder geen significante ontwikkelingen in het plangebied of rondom het plangebied gepland zijn, zal de concentratie van de NOX en fijnstof niet veranderen. Hierdoor betekent de luchtkwaliteit geen belemmering voor het vaststellen van het bestemmingsplan.
4.5
Waterparagraaf
Belangrijk instrument om waterbelangen in ruimtelijke plannen te waarborgen is de watertoets, die sinds 1 november 2003 wettelijk is verankerd. Initiatiefnemers zijn verplicht in ruimtelijke plannen een beschrijving op te nemen van de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Het doel van de wettelijk verplichte watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). Deze standaard waterparagraaf heeft betrekking op het plan Schoonebeek, Flintenpad 38 en Kooikerlaan 50. 4.5.1
Waterbeleid
De Europese Kaderrichtlijn Water is richtinggevend voor de bescherming van de oppervlaktewaterkwaliteit in de landen in de Europese Unie. Aan alle oppervlaktewateren in een stroomgebied worden kwaliteitsdoelen gesteld die in 2015 moeten worden bereikt. Ruimtelijk relevant rijksbeleid is verwoord in de Nota Ruimte en het Nationaal Waterplan (inclusief de stroomgebiedbeheerplannen). Op provinciaal niveau zijn de Omgevingsvisie en de bijbehorende Omgevingsverordening richtinggevend voor ruimtelijke plannen. Het Waterschap Vechtstromen heeft de beleidskaders van rijk en provincie nader uitgewerkt in het Waterbeheerplan 2016-2021. De belangrijkste ruimtelijk relevante thema's zijn waterveiligheid, klimaatbestendigheid omgeving en ruimte voor waterberging. Daarnaast is de Keur van Waterschap Vechtstromen een belangrijk regelstellend instrument waarmee in ruimtelijke plannen rekening moet 30 an 50" (vastgesteld)
bestemmingsplan "Schoonebeek, Flintenpad 38 en Kooikerla
worden gehouden. Op gemeentelijk niveau zijn het in overleg met Waterschap Vechtstromen opgestelde gemeentelijk Waterplan en het gemeentelijk Rioleringsplan van belang bij het afwegen van waterbelangen in ruimtelijke plannen. 4.5.1.1 Watersysteem In het waterbeheer van de 21e eeuw worden duurzame, veerkrachtige watersystemen nagestreefd. Dit betekent concreet dat droge perioden worden doorstaan zonder droogteschade, vissterfte en stank, en dat in natte perioden geen overlast optreedt door hoge grondwaterstanden of inundaties vanuit oppervlaktewateren. Problemen worden niet afgewenteld op andere gebieden of latere generaties. Het principe "eerst vasthouden, dan bergen, dan pas afvoeren" is hierbij leidend. Rijk, provincies en gemeenten hebben in het Nationaal Bestuursakkoord Water doelen vastgelegd voor het op orde brengen van het watersysteem. 4.5.1.2 Afvalwaterketen Het zoveel mogelijk scheiden van vuil en schoon water is belangrijk voor het bereiken van een goede waterkwaliteit. Door te voorkomen dat grote hoeveelheden relatief schoon hemelwater door rioolstelsels worden afgevoerd, neemt het aantal overstorten van verontreinigd rioolwater op oppervlaktewater af en neemt de doelmatigheid van de rioolwaterzuivering toe. Hierdoor verbetert zowel de kwaliteit van oppervlaktewateren waarop overstorten plaatsvinden als de kwaliteit van het effluent ontvangende oppervlaktewater.
Indien het schone hemelwater door middel van infiltratie in het gebied wordt vastgehouden alvorens het wordt afgevoerd naar oppervlaktewater, draagt dit bovendien bij aan de duurzaamheid van het watersysteem. Vandaar dat het principe "eerst schoonhouden, dan scheiden, dan pas zuiveren" een belangrijk uitgangspunt is bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Als het hemelwater niet wordt aangekoppeld of wordt afgekoppeld van het bestaande rioolstelsel is oppervlakkige afvoer en infiltreren in de bodem uitgangspunt. Als infiltratie in de bodem niet mogelijk is, is lozing op het oppervlaktewater via een bodempassage gewenst. 4.5.2
Wateraspecten plangebied
4.5.2.1 Waterhuishouding Het plan loopt geen verhoogd risico op wateroverlast als gevolg van overstromingen. Het plan heeft geen schadelijke gevolgen voor de waterkwaliteit en ecologie. In het verleden is er in of rondom het plangebied geen wateroverlast of grondwateroverlast geconstateerd. De toename van het verharde oppervlak is minder dan 1500 m2. Het plangebied bevindt zich niet binnen een beschermingszone of herinrichtingszone langs een waterloop, primair watergebied, invloedszone zuiveringstechnisch werk of een retentiecompensatiegebied. 4.5.2.2 Voorkeursbeleid hemelwaterafvoer In het plan wordt het afvalwater en het hemelwater behandeld via een gescheiden stelsel: hemelwater wordt afgevoerd naar een hemelwaterriool van een verbeterd gescheiden stelsel. 4.5.2.3 Aanleghoogte van de bebouwing Voor de aanleghoogte van de gebouwen (onderkant vloer begane grond) wordt een ontwateringsdiepte geadviseerd van minimaal 80 centimeter ten opzichte van de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG). Bij een afwijkende maatvoering is de kans op structurele grondwateroverlast groot. Bij het bouwen zonder kruipruimte kan worden volstaan met een geringere ontwateringsdiepte. Kelders dienen waterdicht te zijn. Om wateroverlast en schade in woningen en bedrijven te voorkomen wordt geadviseerd om een drempelhoogte van 30 centimeter boven het straatpeil te hanteren.
Ook voor lager, beneden het maaiveld, gelegen ruimtes (kelders, parkeergarages) moet aandacht worden besteed aan het voorkomen van wateroverlast. In het plan wordt er naar gestreefd het voorkeursbeleid van het waterschap op te volgen.
bestemmingsplan "Schoonebeek, Flintenpad 38 en Kooikerlaan 50" (vastgesteld) 31
4.5.2.4 Riolering Naast het inzamelen en afvoeren van afvalwater heeft het rioolstelsel een belangrijke functie in de afwatering van de verharde oppervlakken in het plangebied. In een gemengd rioolstelsel worden afvalwater en regenwater 'gemengd' en vervolgens gezamenlijk afgevoerd naar de rioolwaterzuivering. Tijdens perioden met meer neerslag kan het voorkomen dat de rioolberging geheel gevuld raakt en zal rioolwater via de riooloverstorten naar het oppervlaktewater stromen. Een gescheiden rioolstelsel houdt afvalwater en regenwater gescheiden. Afvalwater wordt afgevoerd naar de rioolwaterzuivering, regenwater wordt rechtstreeks op het oppervlaktewater geloosd. De woningen kunnen worden aangesloten op het bestaande rioolstelsel. 4.5.3
Watertoetsproces
De initiatiefnemer heeft het waterschap Vechtstromen geinformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets. De beantwoording van de vragen heeft er toe geleid dat de normale procedure van de watertoets is toegepast. De bestemming en de grootte van het plan hebben een geringe invloed op de waterhuishouding. De procedure in het kader van de watertoets is goed doorlopen. Het waterschap Vechtstromen geeft een positief wateradvies. De watertoets is toegevoegd als Bijlage 5.
32 an 50" (vastgesteld)
bestemmingsplan "Schoonebeek, Flintenpad 38 en Kooikerla
Hoofdstuk 5 5.1
Toelichting op de planregels en verbeelding
Algemeen
Het bestemmingsplan bestaat uit de plantoelichting, regels en verbeelding. De regels en de verbeelding vormen het juridisch bindende gedeelte van een bestemmingsplan. De verbeelding en de regels moeten altijd in samenhang worden gebruikt. De plantoelichting is bedoeld om de verbeelding en de regels te verduidelijken en om gemaakte keuzes te verantwoorden aan de hand van ruimtelijk beleid. Met de indeling van het bestemmingsplan zoals de naamgeving van de bestemmingen, opbouw van de regels en de weergave van op de verbeelding wordt aangesloten op landelijk geldende standaarden, onder meer Informatiemodel Ruimtelijke Ordening (IMRO2012) en de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP2012). Het bestemmingsplan dient rechtszeker, eenvoudig te begrijpen, goed toepasbaar en handhaafbaar te zijn voor de gebruiker.
5.2
Toelichting op de verbeelding
Voor de verbeelding wordt als ondergrond de basiskaart BGT gehanteerd. De ondergrond zal nooit een volledige weergave van de werkelijkheid zijn. De op de verbeelding aangegeven bebouwing moet dan ook als illustratief worden beschouwd. Alle gronden die binnen het plangebied vallen hebben een bestemming en / of aanduiding gekregen op de verbeelding. Deze bestemmingen en aanduidingen hebben slechts juridische betekenis indien in de regels hieraan een betekenis wordt gegeven. De begrenzingen van de bestemmingen volgen zoveel mogelijk geografische, topografische en/of kadastrale grenzen. Daar waar dat niet mogelijk bleek, is gekozen voor een meer praktische benadering. De schaal van de verbeelding kan met behulp van de computer door de gebruiker naar keuze worden ingesteld.
5.3
Toelichting op de regels
De regels zijn een juridische vertaling van het planologische -en ruimtelijk beleid van de gemeente, provincie en het rijk. De regels zijn een juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden en bebouwing, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing en regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bebouwing. Bij het opstellen van de regels is geprobeerd om de regels zo beperkt mogelijk te houden door alleen te regelen wat nodig is. Gebruiksregels Per bestemming is aangegeven voor welk gebruik de gronden zijn bedoeld. Indien daar aanleiding voor bestaat, wordt via de specifieke gebruiksregels expliciet aangegeven waarvoor de gronden niet zijn bedoeld en of waarvoor en op welke wijze de gronden wel gebruikt kunnen worden. Bouwregels In een groot aantal bestemmingen zijn bouwregels opgenomen. Met deze bouwregels worden de bouwmogelijkheden gereguleerd. Uitgangspunt bij het bouwen van hoofdgebouwen is dat hoofdgebouwen altijd binnen een bouwvlak worden gebouwd en voorgevels van deze hoofdgebouwen in de gevellijn. Dit betekent dat indien er bebouwing wordt geprojecteerd, deze in de gevellijn moet worden teruggebouwd. Verder worden in de bouwregels onder andere regels ten aanzien van maximale bebouwing, bouwhoogtes en dakhelling opgenomen. Flexibiliteit Soms is het gewenst om af te wijken van de gestelde regels.