Bijlage bij RA21.0036 - Jaarrekening en jaarverslag 2020 (RIS.10179)
Tekst van het document
Ook is er minder gereisd, dus zijn er minder reisdocumenten verstrekt. Verstrekkingen uit de Basisregistratie Personen (BRP) worden steeds vaker om niet verstrekt. Overige belastingen In 2020 speelde corona een aanzienlijke rol bij de opbrengsten van de toeristenbelasting. Pas medio 2021 is goed inzichtelijk wat de werkelijke effecten zijn. Dan wordt pas de definitieve aangifte door de ondernemers gedaan. Vooralsnog is uitgegaan van een schatting van 35% daling ten opzichte van 2019.
Jaarrekening 2020 – Paragrafen
75
Kostendekkendheid van heffingen Omdat een belastingplichtige geen keuze heeft om ze te ontgaan, heeft de wetgever bepaald dat de hoogte van de tarieven afvalstoffenheffing en rioolheffing, diverse leges en de lijkbezorgingsrechten maximaal kostendekkend mogen zijn. De gemeente mag er niet aan verdienen. Voor andere heffingen geldt niet dat er verplichte afname bestaat, maar men kan ook niet naar een concurrent. Daarom mogen ze ook maximaal kostendekkend zijn. De toetsing van de maximale kostendekkendheid vindt plaats bij de begroting. Bij de jaarrekening wordt inzichtelijk gemaakt wat de werkelijke kostendekkendheid was. Wanneer er sprake is van overdekking, wordt het restant gestort in een voorziening. B edragen x €1.000
Rioolheffing Afvalstoffen- Begraven
Kosten taakveld(en) Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen Netto kosten taakveld Toe te rekenen kosten Overhead BTW Totale kosten Opbrengst heffingen Dekkingspercentage
6.779 0 6.779 761 661 2.201 10.402 10.013 96%
heffing 11.632 -1.751 9.881 868 134 2.347 13.230 13.804 104%
Leges
1.210 0 1.210 0 407 0 1.617 857 53%
4.830 0 4.830 0 2.529 0 7.359 4.448 60%
Rioolheffing Bij de begroting na Berap II is rekening gehouden met een kostendekkendheid van de rioolheffing van 93%. Volgens bovenstaande tabel is dat in 2020 uiteindelijk 96% geworden. Dit is voornamelijk het gevolg van minder lasten door vertraging van investeringen, planvorming en onderzoeken voor riolering. Afvalstoffenheffing Bij de begroting werd rekening gehouden met een kostendekkendheid van de afvalstoffenheffing van 100%. De werkelijke kostendekkendheid komt uit op 104%. Dit is te verklaren door een lager afkeurpercentage en een nieuwe landelijke systematiek voor afrekenen PMD. Daarnaast waren er extra opbrengsten bij de milieustraat. Er wordt € 574.000 in de voorziening afval gestort. Dit wordt ingezet als buffer voor de invoering van ‘Diftar’, waarbij er meer onzekerheid is over de baten. Begraven Bij begraven is sprake van een hoger dekkingspercentage ten opzichte van de primitieve begroting, omdat het natuurbegraven een vlucht heeft genomen. Leges In onderstaande tabel is gedetailleerder aangegeven wat de baten en lasten zijn van de leges en de kostendekkendheid per titel.
Kostendekkendheid per titel Titel 1: Algemene dienstverlening Lasten Hoofdstuk 1 - Burgerlijke stand € 380 Hoofdstuk 2 - Reisdocumenten € 366 Hoofdstuk 3 - Rijbew ijzen € 536 Hoofdstuk 4 - Verstrekkingen uit de Basisregistratie personen € 133 Hoofdstuk 9 - Overige Publiekszaken € 155 Hoofdstuk 16 - Verkeer en vervoer € 405 Kostendekking Titel 1 € 1.974
B edragen x €1.000
Baten € 250 € 269 € 472 € 29 € 19 € 103 € 1.142
Kostendekking 65,9% 73,6% 88,1% 21,8% 12,3% 25,4% 57,8%
Titel 2: Dienstverlening vallend onder fysieke Hoofdstuk 3 - Omgevingsvergunning Kostendekking Titel 2
Lasten Baten € 5.360 € 3.284 € 5.360 € 3.284
Kostendekking 61,3%
Titel 3: Dienstverlening vallend onder Europese Hoofdstuk 1 - Horeca Kostendekking Titel 3
lasten € €
kostendekking 88,5%
Kostendekking totale tarieventabel
€
baten 25 € 25 €
7.359 €
22 22
4.448
60,4%
De kostendekkendheid van de leges is toegenomen van 52,4% in de begroting naar 60,4% in deze jaarrekening. Dit komt met name door de hogere inkomsten voor omgevingsvergunningen.
Jaarrekening 2020 – Paragrafen
76
Lastendruk 2021 Jarenlang zijn de woonlasten bevroren en is de stijging van prijzen van onze diensten beperkt tot maximaal de landelijke prijsindexering. Vanaf 2019 zijn de belastingen, heffingen en tarieven verhoogd. In de begroting was al rekening gehouden met een stijging van 1% van de OZB. Daarnaast zijn de tarieven voor afvalstoffenheffing en rioolheffing ook licht verhoogd. De uiteindelijke lasten zijn weergegeven in het volgende overzicht, waarbij voor de huurder en de eigenaar uit is gegaan van dezelfde (gemiddelde) WOZwaarde. Eigenaar woning
2019
2020
WOZ-waarde
€ 161.100
€ 171.750
Stijging 6,6%
OZB
€ 310,60
€ 318,42
2,5%
Afvalstoffenheffing
€ 290,28
€ 302,04
4,1%
Rioolheffing
€ 167,71
€ 172,11
2,6%
€ 768,59
€ 795,82
3,5%
Huurder woning
2019
2020
Afvalstoffenheffing
€ 290,28
€ 302,04
4,1%
Rioolheffing
€ 167,71
€ 172,11
2,6%
€ 457,99
€ 474,15
3,5%
Stijging
Door het beleid van de afgelopen jaren om de stijging van de woonlasten te beperken, is de positie van de gemeente Emmen op de COELO ranglijst van gemeenten met de hoogste woonlasten in de afgelopen jaren verbeterd. In onderstaande tabel is de ontwikkeling van de woonlasten weergegeven ten opzichte van andere gemeenten. 2016
2017
2018
2019
2020
Emmen
€ 760,15
€ 751,07
€ 751,98
€ 769,00
€ 796,00
Drenthe
€ 694,50
€ 690,10
€ 690,83
€ 714,00
€ 746,00
Coelo grote gemeentes (37)
€ 679,00
€ 678,00
€ 677,00
€ 700,00
€ 734,00
Alle gemeentes
€ 723,00
€ 723,00
€ 721,00
€ 740,00
€ 777,00
Verschil Emmen - grote gemeentes
€ 81,15
€ 73,07
€ 74,98
€ 69,00
€ 62,00
Kwijtschelding Inwoners met een laag inkomen hebben recht op kwijtschelding van de OZB, riool- en afvalstoffenheffing. Verzoeken om kwijtschelding moeten worden getoetst aan de landelijke normen die zijn vastgesteld in de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990. De raad heeft hierin enige beleidsvrijheid en heeft besloten om een kwijtscheldingsnorm van 100% te hanteren. Dit betekent dat aanvragers met een inkomen op bijstandsniveau voor kwijtschelding in aanmerking kunnen komen indien zij aan de normen voldoen. De gemeente Emmen gaat uit van volledige kwijtschelding en bij de normering wordt gebruik gemaakt van de meest ruime norm. Het valt daarbij op dat het met kwijtschelding gemoeide bedrag, ondanks het economische herstel, niet afneemt. Dit past helaas in het algemene landelijke beeld. Het bedrag voor kwijtschelding is al enkele jaren gelijk gehouden, ongeveer € 1,1 mln. Ondanks de hogere tarieven is het aantal inwoners dat kwijtschelding ontving iets lager geworden, vooral vanwege de aantrekkende economie.
Jaarrekening 2020 – Paragrafen
77
Jaarrekening 2020 – Paragrafen
78
2. Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing In de begroting en in de jaarstukken wordt inzicht gegeven in de risico’s die de financiële positie van de gemeente kunnen beïnvloeden. Bij het opstellen van de begroting en de jaarstukken wordt met de voorzienbare en kwantificeerbare risico’s rekening gehouden. Deze risico’s worden gekwantificeerd en opgeteld tot de ‘benodigde weerstandscapaciteit’ en afgezet tegen de mogelijkheid om deze risico’s op te vangen; de ‘beschikbare weerstandscapaciteit’. Deze paragraaf gaat over de meest in het oog springende risico’s. Het beleid is gericht op een proactief risicomanagement, waarbij voortdurend rekening wordt gehouden met de beschikbare weerstandscapaciteit. In deze paragraaf wordt onder risicomanagement verstaan: het identificeren en kwantificeren van risico’s en het bepalen van activiteiten die de kans van optreden en/of de gevolgen van risico’s beheersbaar houdt. De beschikbare weerstandscapaciteit dient alleen ter dekking van de incidentele resterende risico’s. Er wordt een zekerheidspercentage gehanteerd op basis van 90%. Als blijkt dat het weerstandsvermogen matig, onvoldoende of slecht is, moet worden aangegeven welke concrete maatregelen zijn of worden getroffen om het weerstandsvermogen op peil te brengen. Het beleid op risicomanagement is uitgebreid beschreven in de beleidsnota ‘Risicomanagement en weerstandsvermogen.
Deze nota is op 25 juni 2020 door de gemeenteraad vastgesteld en bevat de volgende kaders: • Als minimale stand van de algemene reserve wordt 3% van de begroting genoemd; • De vrije ruimte in de bestemmingsreserves telt vanaf 2021 niet meer mee; • De post onvoorzien wordt meegenomen als weerstandscapaciteit; • Onbenutte belastingcapaciteit wordt meegenomen als weerstandscapaciteit (dit is nu niet aan de orde); • De stille reserves mogen onder voorwaarden worden meegenomen als weerstandscapaciteit (bijvoorbeeld aandelen Enexis die voor 50% zijn meegenomen); • De norm is dat het aanwezige weerstandsvermogen ruim voldoende moet zijn (de beschikbare weerstandscapaciteit moet minimaal 140%zijn van het benodigde weerstandsvermogen).
2.1 Benodigde weerstandsvermogen De benodigde weerstandscapaciteit wordt onder andere berekend op basis van inschatting van risico’s met behulp van een risicosimulatie in ‘Naris’ (de Monte Carlo berekening). Dit omdat niet alle risico’s zich gelijktijdig en in volle omvang voordoen. Uitzonderlijke en grote risico’s, zoals Wildlands en de gevolgen van corona worden buiten de Monte Carlo simulatie gehouden en afzonderlijk berekend. Gevolgen corona algemeen Het Rijk heeft de intentie uitgesproken dat kosten en wegvallende inkomsten vergoed zullen worden. Het is nog onduidelijk om hoeveel dit uiteindelijk in totaal gaat en hoe dit wordt verdeeld over de gemeenten. Een zeer complex vraagstuk met nog veel onduidelijkheden ook in meerjarenperspectief. Veel hangt onder ander af van factoren als: • De duur van de crisis; • De impact op de economie en werkgelegenheid op de langere termijn (er wordt op Europees niveau rekening gehouden met extreme krimpscenario’s); • Welk begrotingsbeleid gaat het Rijk hanteren? Bezuinigen, of meer geld uitgeven om de economie te stimuleren? Dat kan effect hebben op het gemeentefonds. Omdat nog veel zaken onzeker zijn, nog niet zijn in te schatten of te kwantificeren, kunnen er nog geen reële scenario’s worden gemaakt. Deze moeten er uiteindelijk wel komen. Het plan is om deze voor de kadernota 2022 te ontwikkelen.
Hoewel de compensatie vanuit het Rijk voldoende lijkt om kosten die verband houden met corona en wegvallende inkomsten op te vangen, is er ook een risico dat dit niet volledig zal zijn. Dit ook gelet op eerdere ervaringen met dit soort vraagstukken. Op basis van de huidige stand van zaken wordt geschat dat er rekening moet worden gehouden met een risico van 1% van het begroting saldo aan mogelijke ongedekte lasten. Het gaat dan om € 4,3 mln. Dit is een ruwe inschatting. Voorgesteld wordt om het risicoprofiel gelijk te houden aan de begroting 2021, uitgaande van een kans van optreden van 50%. Er wordt rekening mee gehouden dat corona het beleid en de begroting tenminste nog enkele jaren gaat beïnvloeden. Dit komt uitgebreid terug bij de kadernota 2022.
Jaarrekening 2020 – Paragrafen
79
Risico’s Wildlands Op 28 maart 2019 heeft de raad ingestemd met het Businessplan Wildlands en het hierin voorgestelde scenario, herstructurering. Bij de jaarrekening 2018 is mede om die reden, voor de bepaling van het benodigde gemeentelijk weerstandsvermogen inzake het risico Wildlands, er voor gekozen dit in afwijking van de gangbare gemeentelijke systematiek buiten de zgn. Monte Carlo berekening gehouden. Dit omdat dit risico zich niet verhoudt tot de omvang van de andere risico’s en daarmee afbreuk zou doen aan de bruikbaarheid van de uitkomsten. Het bepalen van het risicoprofiel omtrent de belangen in Wildlands vergt maatwerk. De gemeente heeft hiertoe een berekening gemaakt van de eventuele liquiditeitsbehoefte van Wildlands in een worst-case scenario van 850.000 bezoekers en op basis van 4 jaar overbrugging. Hiervoor is gekozen op basis van een bij het Businessplan Wildlands uitgevoerde gevoeligheidsanalyse. Hierbij is een aantal scenario’s doorgerekend (gelijkblijvende yield, gelijkblijvende horeca en retailbestedingen, een lagere realisatie van voorgenomen bezuinigingen en een gelijkblijvend lager bezoekersaantal van 850.000). Hieruit blijkt dat het lagere bezoekersaantal de belangrijkste variabele is.
De berekening die we hanteren voor de bepaling van het risico is als volgt: • het gemiddelde liquiditeitstekort per jaar bepalen over de looptijd van het Businessplan (in dit geval € 2,03 mln. het gemiddelde over 11 jaar); • uitgaan van een geleidelijke afbouw in 4 jaar nemen we het 1ste jaar 100% - 2e jaar 75% - 3e jaar 50% - en 4e jaar 25% van het jaarrisico mee; • in totaal is dit 250% van het jaarbedrag, oftewel een factor 2,5. • Hiermee komt het benodigde weerstandsvermogen, specifiek voor het risico Wildlands, uit op 2,5 * € 2,03 mln. = € 5,1 mln. Hier tellen we voorzichtigheidshalve het verwachte aanvullende verlies op basis van de vorig jaar uitgevoerde impact analyse corona bij op voor zowel Wildlands € 6,0 mln. en Atlas Theater € 0,2 mln. Als risicobedrag nemen we bij de jaarrekening 2020 dan mee € 8,2 mln. (€ 5,1 + 50% van € 6,2). Om de toegenomen belangen en de financiële positie van de gemeente Emmen in Wildlands zeker te stellen en gezien het economisch en maatschappelijke belang van Wildlands voor de regio, is de governancestructuur aangepast. Hiertoe zijn nadere voorwaarden verbonden aan de verstrekte geldleningen.
De governancestructuur is aangepast op basis van de volgende uitgangspunten: het vereenvoudigen van de bestuurlijke structuur en toezicht; het vergroten van de betrokkenheid en de bevoegdheden van de gemeente ; het werken vanuit een risicomanagementmodel; de huidige observer of the board vervult namens de gemeente een rol in de nieuwe governancestructuur; een nader uitgewerkte en aangescherpte monitoring. De door de raad in 2016 vastgestelde monitoringsystematiek is daarmee in 2019 herzien. De aansturing / monitoring is verbeterd. Tot slot merken wij op dat het inschatten van dit risico, ook bij de nu gekozen maatwerkberekening, erg complex, omvangrijk en gevoelig is en blijft. Risico’s volgens risicoprofiel Om de risico's in kaart te brengen is een risicoprofiel opgesteld. Via inventarisatie zijn alle financiële risico's in kaart gebracht. Daarnaast onderkent de gemeente nog kwaliteits- en imagorisico's die 'niet financieel' van aard zijn, of waarvan de omvang op dit moment niet te bepalen valt. In het onderstaande overzicht worden de risico’s boven de zogenaamde rapportagegrens gepresenteerd (zie figuur hieronder: risicokaart en rapportagegrens).
De risico’s die vallen boven de zogenaamde rapportagegrens worden in onderstaande tabel weergegeven. Bedragen x € 1.000
Risico Fluctuatie Algemene Uitkering Eigen bijdrage WMO voorzieningen Jaarrekening 2020 – Paragrafen
Kans 50% 70%
In € € 2.500 € 1.250
Invloed 11,69% 6,53%
t.o.v. begroting Ongewijzigd Gestegen 80
Fluctuatie Algemene uitkering De hoogte van de algemene uitkering is moeilijk te beïnvloeden en te voorspellen. Uit ervaring van de afgelopen jaren blijkt dat een afwijking van 1% al snel aan de orde is. Daarom is een risico opgenomen van € 2,5 mln. De uitkering kan immers beide kanten op afwijken. Eigen bijdrage WMO voorzieningen De eigen bijdrage in de vorm van een abonnementstarief die vanaf 2019 van kracht is heeft een aanzuigende werking op het gebruik van de WMO Voorzieningen. De kans dat dit risico zich voordoet is gestegen van 50 naar 70%. Gewijzigde risico’s (die nu onder de rapportagegrens vallen): Openeindfinanciering BUIG Door openeindfinanciering en tegenvallende resultaten kan er een tekort op de BUIG-budgetten (uitkeringen) ontstaan. Door corona is de kans van optreden verlaagd van 50% naar 30% omdat Menso goed presteert en het Rijk extra middelen beschikbaar stelt. Het risico blijft wel bestaan, maar de kans van optreden is iets verlaagd waardoor hij niet meer boven de rapportagegrens valt. Overige risico’s Naast de in de tabel 1 genoemde risico’s zijn voor de berekening van het risicoprofiel ook (onder andere) de volgende risico’s meegenomen.
Deze vallen onder de rapportagegrens: • Stadionbedrijf Emmen • Grondexploitaties; • Parkeerexploitatie; • REP regionaal bijdrage • Rente op leningen en leningen zonder zekerheidsgarantie • Gelijkstelling openbaar en bijzonder onderwijs • CQ • Indexatie gemeenschappelijke regelingen Op basis van de ingevoerde risico's is een risicosimulatie uitgevoerd. Hieruit volgt dat bij een zekerheidspercentage van 90% zeker is dat alle ingevoerde risico's kunnen worden afgedekt met een bedrag van € 11,5 mln. (de benodigde weerstandscapaciteit vanuit het risicoprofiel). Dit is een daling ten opzichte van de begroting 2021 (€ 12,8 mln.). Dit wordt met name veroorzaakt doordat de kans dat het risico van BUIG zich voordoet naar beneden is bijgesteld. Onlangs is het 1e concept inspectierapport wegen ontvangen waaruit is gebleken dat er sprake is van achterstallig onderhoud. Komende periode zal nader worden onderzocht wat de omvang is van het achterstallige onderhoud en welke maatregelen hiervoor moeten worden getroffen. Gezien de onzekerheid over de omvang is dit nog niet financieel verwerkt in het weerstandsvermogen. Bij de kadernota 2022 komt dit terug. Samenvattend In totaal bestaat de totale benodigde weerstandscapaciteit uit drie delen, te weten: Benodigde weerstandscapaciteit Risicoprofiel Wildlands Gevolgen Corona Totaal
Jaarrekening 2020 – Paragrafen
Bedragen x € 1.000
11.467 8.200 2.130 21.797
81
2.2 Ratio weerstandsvermogen en stand algemene reserve Bepalen weerstandsvermogen Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, dient de relatie te worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico's en de daarbij gewenste weerstandscapaciteit (op basis van 90%) en de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen. Berekening weerstandscapaciteit
Bedragen x € 1.000
Algemene reserve Jaarrekeningresultaat Stille reserve (aandelen Enexis 50%)
3.9954 2.340 13.724
Beschikbare weerstandcapaciteit (A)
20.059
Benodigde weerstandscapaciteit (B)
21.797
Ratio weerstandsvermogen (A/B)
0,92
Totaal benodigd weerstandsvermogen volgens norm
30.516
Verschil benodigd/beschikbaar weerstandvermogen
-10.457
Minimale algemene reserve (3% van begroting a €428 mln.)
12.831
Verschil algemene reserve/minimum
-6.496
De bovenstaande berekening gaat uit van de stand van zaken per 31 december 2020. De ratio van Emmen voor 2020 is 0,92 en komt daarmee in categorie D. Dit duidt op een matig weerstandsvermogen. Op basis van de beleidsnota ‘Risicomanagement en weerstandsvermogen’ zou de beschikbare weerstandscapaciteit ten minste 140% van de benodigde weerstandscapaciteit moeten zijn om aan de vastgestelde norm ruim voldoende te voldoen. Op basis van een prognose blijkt dat dit het geval is per 1 januari 2025 (naar verwachting wordt de norm binnen het begrotingsjaar 2024 bereikt). Stand algemene reserve Na toevoeging van het jaarrekeningresultaat 2020 komt de stand van de algemene reserve op € 6,3 mln. Dit is € 6,5 mln. lager dan de minimale ondergrens zoals opgenomen in de beleidsnota risicomanagement en weerstandsvermogen. Voor de minimale grens van de algemene reserve geldt dat deze naar verwachting vanaf 2024 aan de norm voldoet.
4 De stand van de algemene reserve wijkt af van de standen elders in de jaarrekening omdat hierin reeds rekening is
gehouden met voorgenomen besluiten. Jaarrekening 2020 – Paragrafen
82
2.3 Financiële kengetallen Kengetallen zijn getallen die de verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen helpen bij de beoordeling van de financiële positie van de gemeente. Voor de beoordeling van de financiële positie is het belangrijk dat zowel naar de balans als naar de exploitatie wordt gekeken. In de kengetallen structurele exploitatieruimte en belastingcapaciteit komt tot uitdrukking of de gemeente over voldoende structurele baten beschikt, en welke mogelijkheid er is om de structurele baten op korte termijn te vergroten. De kengetallen netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen, solvabiliteitsratio en grondexploitatie hebben betrekking op de balans. In onderstaande tabel zijn ook de signaleringswaarden van de provincie opgenomen die gebruikt worden om aan te duiden in hoeverre gemeenten risico’s lopen; hierbij is categorie A het minst risicovol en categorie C het meest risicovol. Kengetallen
Signaleringswaarden provincie A B C
Rekening 2019
Begroting 2020
Rekening 2020
Netto schuldquote
< 90%
90 - 130% > 130%
127,0%
133,5%
121,7%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor < 90% alle verstrekte leningen
90 - 130% > 130%
129,5%
121,0%
104,6%
Solvabiliteitsratio
> 50%
20 - 50%
< 20%
4,2%
2,1%
5,6%
Grondexploitatie
< 20%
20 - 35%
> 35%
8,4%
7,6%
7,5%
Structurele exploitatieruimte
> 0%
0%
< 0%
-0,1%
0,4%
4,9%
Belastingcapaciteit
< 95%
95 - 105% > 105%
104,9%
104,8%
102,0%
Samenvattend: Uit bovenstaand overzicht blijkt in hoeverre de gemeente voldoet aan de gemeentelijke normering. • De netto schuldquote daalt ten opzichte van de rekening 2019 wat een positieve ontwikkeling is, omdat het percentage schulden t.o.v. de totale baten daalt; • De solvabiliteitsratio stijgt ten opzichte van de rekening 2019 door een hoger eigen vermogen, dit komt door een hogere stand van de reserves en een positief rekening resultaat; • De structurele exploitatieruimte is gestegen, dit komt door het positieve jaarrekeningresultaat; • De belastingcapaciteit is (net als vorig jaar) licht gedaald ten opzichte van de jaarrekening 2019.
Jaarrekening 2020 – Paragrafen
83
Jaarrekening 2020 – Paragrafen
84
3. Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen Deze paragraaf geeft een dwarsdoorsnede van het onderhoud van de gemeentelijke kapitaalgoederen (gebouwen, wegen, riolering, etc.). Een groot deel van het gemeentelijk vermogen is geïnvesteerd in kapitaalgoederen. De kapitaalgoederen zijn daarom van groot belang voor het functioneren van onze gemeente, onder andere op het gebied van leefbaarheid, veiligheid, verkeer, vervoer en recreatie. Onderhoud en beheer is noodzakelijk om de kapitaalgoederen in goede staat te houden en om de veiligheid te waarborgen.
3.1 Wegen Voor het op orde houden van de wegen wordt eenmaal per twee jaar de kwaliteit van de wegen onderzocht aan de hand van de globale inspectie-methode van het CROW (nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer en vervoer en openbare ruimte). Hierbij worden drie kwaliteitsniveaus gehanteerd: voldoende, matig en onvoldoende. Het wegenonderhoud in Emmen is erop gericht dat 80% van de wegen voldoet aan de CROW norm ‘voldoende’. Sinds 2015 was er jaarlijks een extra investering van € 3,0 mln. per jaar beschikbaar gesteld, vanaf het jaar 2020 is deze komen te vervallen. Uit een onlangs uitgevoerde scan is gebleken dat de doelstelling om het aantal vierkante meters verharding met het percentage voldoende op minimaal 80% te houden, niet is gehaald en nu uitkomt op circa 65 %. Daarnaast is de achterstand in het onderhoud niet helemaal ingehaald. Bovendien is door extreme droge periodes in de afgelopen drie jaar het grondwaterpeil sterk gedaald, waardoor het veen is geoxideerd en de bodem is gedaald. De kwaliteit van veel wegen is hierdoor extra achteruit gegaan. Zettingen (scheuren en andere calamiteiten) in wegen en fietspaden worden nu zichtbaar en nemen soms ernstige vormen aan. Noodreparaties zijn al uitgevoerd, maar lossen de problemen slechts tijdelijk en plaatselijk op.
Aangezien het (financiële) vraagstuk met betrekking tot het kapitaalgoed wegen substantieel is, zal bij de kadernota 2022 worden bekeken wat dit de komende jaren financieel maar ook inhoudelijk (qua onderhoudsniveaus) moet gaan betekenen. Exploitatiebudget 2020 € 1.315.000
Werkelijke uitgaven 2020 € 1.310.000
Begrote kapitaallasten €3.566.000
Werkelijke kapitaallasten € 3.574.000
3.2 Riolering De basis voor het beheer van de riolering is vastgelegd in het Gemeentelijk Riolerings Plan (GRP) 20172023. In dit plan staan de hoofdlijnen van de aanpak voor het bereiken van een gewenste situatie met betrekking tot de opbouw en werking van het totale rioleringsstelsel. Voor 2020 was een aantal projecten gepland, daarnaast is altijd sprake van het oplossen van calamiteiten die zich gedurende het jaar voordoen. Door de gewijzigde omstandigheden, als gevolg van corona, is de voorbereiding van de projecten en met name de inspraak door inwoners lastig geworden. Inloopavonden en overleg met belanghebbenden zijn door de coronamaatregelen moeilijker te organiseren. Projectgroepen moeten meer op afstand werken, waardoor ook de productiviteit is teruggelopen en is de uitvoering van projecten vertraagd. De volgende rioleringsprojecten zijn opgestart in 2020:
• • • •
Renovatie van rioolgemalen (1 vacuümstation en 1 gemaal vervangen en 6 gemalen gerenoveerd); Er is een tracé uitgewerkt voor de afvoerleiding van de vijver Veldlaan naar Bargermeerkanaal; In Nieuw-Schoonebeek zijn verbeteringen uitgevoerd aan de drainage; Er zijn rioolaanpassingen uitgevoerd aan de Abel Tasmanstraat in samenwerking met wegbeheer. Een ander deel wordt in overleg met waterschap Vechtstromen in 2021 uitgevoerd.
Exploitatiebudget 2020 € 3.433.000
Werkelijke uitgaven 2020 € 3.201.000
Begrote kapitaallasten 2020 € 3.666.000
Werkelijk kapitaallasten € 3.652.000
Stand egalisatie-voorziening (31-12-2020) € 8.956.000
Jaarrekening 2020 – Paragrafen
85
3.3 Water en kunstwerken De onderhoudstoestand van de kunstwerken wordt eenmaal per twee jaar bepaald aan de hand van NENnormeringen. Daarbij wordt een prioritering aangebracht op basis van veiligheid, functionaliteit, duurzaamheid en toonbaarheid. Uit de laatste inspectie (in 2019) kwam naar voren dat er een onderhoudsbudget van € 0,9 mln. per jaar nodig is. Vanaf 2022 worden extra middelen beschikbaar gesteld om achterstallig onderhoud te voorkomen. Op basis van de beschikbare financiële middelen en risico’s wordt steeds de afweging gemaakt aan welke kunstwerken prioriteit wordt gegeven. Hierbij is de veiligheid het leidende principe. Inmiddels zijn vrijwel alle oude knelpunten qua veiligheid opgelost. Voor sommige kunstwerken wordt nog een gericht diepgaand (vervolg) onderzoek ingesteld. Dit met als doel de restlevensduur te bepalen en waar nodig vanuit deze rapportage herstel en vervanging uit te voeren. In 2021 is er een nieuwe inspectie voorzien, waarin wederom wordt gekeken naar het aspect veiligheid. Daarnaast zullen de komende jaren extra middelen nodig zijn om de problematiek die is ontstaan vanwege de droogte van de afgelopen jaren op te lossen. Hierbij moet gedacht worden aan beschoeiingen die droog zijn komen te vallen en aan schade aan bruggen. Exploitatiebudget 2020 € 379.000
Werkelijke uitgaven 2020 € 363.000
Begrote kapitaallasten € 479.000
Werkelijke kapitaallasten € 410.000
3.4 Openbaar groen Voor het onderhouden van stedelijk groen wordt gebruik gemaakt van de beeldkwaliteit systematiek. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt in verschillende kwaliteit van onderhoud. Zo wordt het groen in de centrum-gebieden onderhouden op een intensieve kwaliteit en de wijken op basiskwaliteit. De onderhoudsbestekken zijn in 2020 grotendeels opnieuw aanbesteed. Door indexatie, actualisering van gegevens binnen het beheersysteem, zijn de kosten gestegen. Dit is opgevangen binnen de begroting, maar hierdoor is het niet meer mogelijk om de knelpunten voor 25% op te lossen, zoals dit voorheen het geval was. Op dit moment is er aan het groen geen grens gesteld voor de levensduur en geen afschrijving, zoals dit bij andere kapitaalgoederen wel gebruikelijk is. In veel woonkernen loopt de levensduur van de beplanting op zijn eind en wordt het basisniveau binnen het reguliere onderhoud niet meer gerealiseerd. Door de droogte van de afgelopen jaren zijn er meer bomen dood gegaan en om veiligheidsredenen gekapt. Ook zijn er veel beplantingvakken dood gegaan en (waar dit kon) omgevormd tot gazons. Verder neemt als gevolg van de wegenruil tussen de provincie en gemeente het aantal te onderhouden bomen toe. Het onderhoud hiervan en bijbehorende problematiek zorgt voor kostenverhoging. Bij de kadernota 2022 wordt meegenomen welke extra financiële middelen nodig zijn.
Exploitatiebudget 2020 € 8.060.000
Werkelijke uitgaven 2020 € 8.018.000
Begrote kapitaallasten € 538.000
Werkelijke kapitaallasten € 534.000
3.5 Gebouwen Ten aanzien van het onderhoud van het gemeentelijk vastgoed wordt voor een groot aantal panden gewerkt met Meerjarenonderhoudsplannen (MJOP’s), conform de NEN 2767. Het beleid van de gemeente is om de kernportefeuille van de gemeentelijke gebouwen te onderhouden op onderhoudsniveau III, tenzij er redenen zijn om hiervan af te wijken. Dit onderhoudsniveau is sober en draagt bij aan een doelmatig en duurzaam beheer van het gemeentelijk vastgoed. Gebouwen die op (korte) termijn worden gesloopt of verkocht beschikken niet altijd over een MJOP. Het is de bedoeling dat één keer per vijf jaar de staat van onderhoud wordt geïnspecteerd. In 2015 heeft de laatste integrale conditiemeting plaatsgevonden. Het was de bedoeling in 2020 de volgende conditiemeting uit te voeren, maar deze meting is vertraagd en het proces van herinspectie start nu in 2021. Momenteel is er geen sprake van achterstallig onderhoud. Echter, door de recent doorgevoerde bezuinigingen op de jaarlijkse onderhoudsmiddelen loopt het risico hierop de komende jaren wel toe. Op basis van de resultaten van de inspectie in 2021 zal dit duidelijk worden. Naast het reguliere onderhoud aan de gemeentelijke gebouwen zijn de volgende projecten uitgevoerd:
• •
Investering in dorpshuizen Schoonbeek en Nieuw-Schoonebeek; Vastgoed Rensenpark Emmen; in de bestaande gebouwen van het Rensenpark is niet geïnvesteerd, behoudens uiterst noodzakelijk onderhoud dat gericht is op wind- en waterdicht houden en wettelijke verplichtingen. Het Hosperhuis is wel opgeknapt en
Jaarrekening 2020 – Paragrafen
86
geschikt gemaakt als werkruimte voor ZO!34. Voor de invulling van Villa Lindenhof is inmiddels een tijdelijke invulling gevonden. Exploitatiebudget 2020 € 3.230.000
Werkelijke uitgaven 2020 € 3.055.000
Begrote kapitaallasten € 5.936.000
Werkelijke kapitaallasten € 5.906.000
De onderbesteding op het exploitatiebudget is met name ontstaan omdat de aanbestedingsprocedures van de projecten klimaatverbetering Werkplein en de renovatie Zwembad de Slagen in het laatste kwartaal van 2020 niet zijn geslaagd (o.a. door te hoge inschrijvingen ten opzichte van budget). Naast de jaarlijks beschikbare middelen is er ook een reserve onderhoud gebouwen. Deze heeft eind 2020 een omvang van circa € 1,5 mln. Deze reserve wordt ingezet als in een jaarschijf tegen calamiteiten wordt aangelopen, dan wel dat het reguliere jaarbudget ontoereikend is.
Jaarrekening 2020 – Paragrafen
87
Jaarrekening 2020 – Paragrafen
88
4. Paragraaf financiering In deze paragraaf staan het treasurybeleid en het risicobeheer van de financieringsportefeuille centraal. De kaders hiervoor zijn vastgelegd in de wet Financiering Decentrale Overheden (Fido) en de financiële verordening. Het wettelijk kader is verder uitgewerkt in het treasurystatuut van de gemeente Emmen. Schuldpositie en liquiditeiten In het hoofdstuk over de balans is een specificatie van de vaste schulden opgenomen. In 2020 zijn vijf langlopende leningen aangetrokken met een totale waarde van € 65 miljoen. Deze zijn grotendeels aangetrokken ter herfinanciering van leningen die in 2020 zijn afgelost met een waarde van € 60,7 miljoen. Het totaal van de opgenomen geldleningen stijgt daarmee van € 520,1 miljoen naar € 524,4 miljoen per eind 2020. Er is veel gebruik gemaakt van korte financiering middels kasgeldleningen; de rente op kasgeldleningen was gedurende het hele jaar 2020 negatief. Het totaal aan opgenomen kasgeldleningen is licht gedaald van € 30 miljoen naar € 25 miljoen per eind 2020. In de onderstaande grafiek is het verloop van de geldleningen weergegeven over de afgelopen 10 jaar. Hierin is te zien dat de schuldpositie van de gemeente beduidend is gestegen. Dit is onder andere het gevolg van grote investeringen de afgelopen jaren, zoals centrumvernieuwingen en de verstrekte leningen aan Wildlands. 600 500 400
Langlopende leningen per 31/12
300
Kasgeldleningen per 31/12
200 Totaal leningen per 31/12
100 0 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 Leningen per 31/12 (bedragen *€ 1 mln.)
Verstrekte geldleningen In het hoofdstuk over de balans is een specificatie van de financiële vaste activa opgenomen. In 2020 zijn acht leningen verstrekt ad € 3,9 miljoen (o.a. aan Enexis) en is een krediet verstrekt in rekening courant van € 9,5 miljoen aan Wildlands. Er is € 2,3 miljoen afgelost waarmee het totaal van de verstrekte leningen stijgt van € 82,4 miljoen naar € 89,8 miljoen. Renteverloop De korte rente (maatstaaf is 1-maands Euribor, bron: global-rates.com) is een aantal jaren vrij stabiel geweest, rond de -0,37%. In de tweede helft van 2019 is deze verder gedaald naar -0,44% eind 2019. In het voorjaar van 2020, als gevolg van corona, is de rente gestegen tot -0,38%. Dit was van korte duur, want vervolgens is de korte rente verder gedaald naar -0,55% eind 2020. De lange rente (maatstaf is 10-jaars lineair, bron: BNG) is in 2019 behoorlijk gedaald naar 0,29% eind 2019. Begin 2020 is deze daling doorgezet en zelfs even negatief geweest. Net als de korte rente, schoot in het voorjaar ook de lange rente omhoog naar 0,55%. Vervolgens is de lange rente weer gestaag gedaald, en licht negatief, naar -0,03% eind 2020. In begroting 2020 was rekening gehouden met een korte rente van 0,25% en een lange rente van 1,25%. Gezien de lagere rente is een rentevoordeel ontstaan van in totaal € 1,3 miljoen, wat zowel in Berap-I als Berap-II 2020 is meegenomen.
Daar tegenover stond een nadeel van € 1,2 miljoen doordat er minder rente kon worden doorbelast als gevolg van een lager investeringsniveau dan begroot. Na Berap-II zijn de afwijkingen zeer gering. Het gemiddelde rentepercentage dat in 2020 over de leningenportefeuille van € 522,3 miljoen (gemiddelde stand in 2020) werd betaald, bedroeg 1,79%. Toerekening rente De rentekosten van het eigen vermogen en de leningenportefeuille worden doorberekend via de interne rekenrente. In 2020 is de interne rekenrente 1,5%. De rentekosten worden omgeslagen over de activa die integraal zijn gefinancierd.
Jaarrekening 2020 – Paragrafen
89
Conform BBV wordt in het onderstaand overzicht inzicht gegeven in de rentelasten externe financiering, het renteresultaat en de wijze van rentetoerekening aan investeringen, grondexploitatie en taakvelden. Er wordt meer rente aan de taakvelden toegerekend dan de werkelijke rentelasten, echter de interne rente voldoet aan de BBV-normen (een afwijking van maximaal 25% is toegestaan). 2020
Bedragen x € 1.000
Externe rentelasten over de korte en lange financiering Externe rentebaten Saldo rentelasten en rentebaten Rente aan grondexploitaties
9.161 -1.733 7.428 -765
Totaal toe te rekenen externe rente
6.663
Aan taakvelden toe te rekenen rente Toegerekende rente aan taakvelden Renteresultaat op taakveld treasury
6.663 -7.739 -1.076
Risicobeheer Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet is opgenomen om een grens te stellen aan de korte financiering (met een rentetypische looptijd tot één jaar). Uit onderstaand overzicht blijkt dat de kasgeldlimiet in 2020 niet is overschreden. Omvang begroting 2020 is € 428 mln.
Bedragen x € 1.000 per kwartaal Kw1 Kw2 Kw3 Kw4
1. Toegestane kasgeldlimiet In procenten van de grondslag In bedrag 2. Omvang vlottende schuld
8,50% 36.380
8,50% 36.380
8,50% 36.380
8,50% 36.380
Opgenomen gelden < 1 jaar 3. Vlottende middelen
37.667
43.333
18.333
15.000
Contante gelden in kas Tegoeden in rekening courant Overige uitstaande gelden < 1 jaar Toets kasgeldlimiet Totaal netto vlottende schuld (2-3)
3 1.527 3.500
3 2.042 8.333
3 1.551 19.000
3 1.138 13.500
32.638 36.380 3.743
32.955 36.380 3.425
-2.221 36.380 38.601
359 36.380 36.021
Toegestane kasgeldlimiet (1) Ruimte (+) / Overschrijding (-)
Renterisiconorm De renterisiconorm heeft tot doel het beheersen van de renterisico’s op de vaste schuld (= schuld met een rentetypische looptijd van één jaar of langer) door onder andere het aanbrengen van spreiding in de looptijden in de leningenportefeuille. Uit onderstaand overzicht blijkt dat de renterisiconorm in 2020 niet is overschreden. Renterisiconorm en renterisico’s vaste schuld 2020 1 Renteherzieningen 2 Aflossingen Toets renterisiconorm 3 Renterisico (1+2) 4 Renterisiconorm 20% * € 428 mln 5 = (4>3) Ruimte onder renterisiconorm
Bedragen x € 1.000
0 60.676 60.676 85.600 24.924
Kredietrisicobeheer De kredietrisico’s doen zich voor bij verstrekte geldleningen. In onderstaande tabel laten wij zien aan welke risicogroep leningen zijn verstrekt en welke zekerheden zijn overeengekomen. Risicogroep
Hypothecaire zekerheid
Restschuld x €1.000 per 31-12-2020
% van totaal
Stadionbedrijf met/zonder* 3.300 4% Wildlands met 71.600 80% Woningcorporaties met (WSW) 6.000 7% Overig met/zonder 8.900 10% Totaal 89.800 100% * Betreft 2 leningen, € 1,0 miljoen met hypothecaire zekerheid, € 2,3 miljoen zonder zekerheid.
Jaarrekening 2020 – Paragrafen
90
5. Paragraaf bedrijfsvoering Toekomstbestendige organisatie en bedrijfsvoering De focus in 2020 was gericht op het doorontwikkelen van de organisatie én gelijktijdig het realiseren van forse bezuinigingen. Daarnaast werd de organisatie in maart geconfronteerd met corona, wat een hele grote impact op ons werk heeft gehad. Doorontwikkeling organisatie De samenleving en de wereld om ons heen verandert. En het lijkt wel of dit steeds sneller gaat. Denk bijvoorbeeld aan de steeds verder gaande digitalisering van de maatschappij, de komst van de Omgevingswet, klimaatverandering en smart-cities. Het is belangrijk om te kunnen inspelen op ontwikkelingen en veranderingen in de samenleving, zodat onze inwoners op ons kunnen rekenen. Het vraagt van de organisatie niet alleen in sommige gevallen een andere benadering van vraagstukken, maar vooral ook dat we optimaal samenwerken met elkaar en met maatschappelijke partijen en inwoners s, verbinding leggen en bijvoorbeeld informatie delen. Opgavegericht werken is hierbij een belangrijk hulpmiddel. Het met meerdere disciplines samenwerken aan een opgave in onze gemeente. Afhankelijk van de opgave wordt een (tijdelijk) team samengesteld dat hiermee aan de slag gaat, soms ook samen met andere overheden, (maatschappelijke) organisaties en inwoners. Dit is een manier van werken die we nog moet leren.
Hiermee is het afgelopen jaar een begin gemaakt en dit zal de komende jaren verder worden uitgebouwd. Verder is de verdeling van taken binnen en tussen teams in het sociaal domein aangepast, is in het kader van de omgevingswet gewerkt aan de verandering van diverse processen en is er gewerkt aan de verzelfstandiging van het Openbaar Onderwijs, voor de sportteams is hier verder geen vervolg meer aangegeven omdat de meerwaarde onvoldoende werd aangetoond. Om als organisatie de verder gaande digitalisering goed op te pakken is er in 2020 een nieuwe Ivisie ontwikkeld, met bijbehorende strategie en roadmap. De visie moet tegelijkertijd ook gaan bijdragen aan een efficiëntere bedrijfsvoering. Bereikbare gemeente, ook digitaal We willen een bereikbare gemeente zijn, wat zich niet beperkt tot alleen fysieke bereikbaarheid, maar ook gaat over digitale bereikbaarheid in een verdergaande digitalisering van de maatschappij. In 2020 zijn belangrijke stappen gezet in het programma Informatie gestuurd Emmen (IGMM). Met dit programma zorgen we ervoor dat de organisatie klaargemaakt wordt om in de toekomst datagedreven te werken. Door de aanwezige data binnen de organisatie en daarbuiten in kaart te brengen en te analyseren creëren we overzicht en kan dit in sommige gevallen leiden tot andere inzichten. Dit kunnen we vervolgens gebruiken in het werk.
Allereerst hebben we geïnvesteerd in het formuleren van een visie en een meerjarenplan om onze doelen nader te concretiseren. Parallel hieraan is geïnvesteerd in de kennis, organisatie en technologie voor IGMM. In 2020 heeft het DataLab, de plek waar alle data samenkomt, een werkplekmonitor ontwikkeld en de Emmen Monitor (waar onder andere het thema armoede in Angelslo in opgenomen is). Het Dashboard Bedrijfsvoering en het Jeugddashboard zijn in de afrondende fase. Samen met Sedna, Stichting de Toegang en @homeFirst is gewerkt aan de gezamenlijke opgave rondom het thema kwetsbare inwoners. Naast investeringen in een digitaal bereikbare gemeente zijn in 2020 investeringen gedaan in de bedrijfsvoering om benodigde besparingen op termijn te realiseren, bijvoorbeeld een verdere efficiency verbetering van het applicatielandschap om de beheerkosten te verminderen. Corona pandemie Er is in 2020 heel veel werk verzet om de ontstane crisis naar aanleiding van de corona pandemie te beslechten. Zo is stevig ingezet op handhaving van de rijksmaatregelen en zijn er verschillende steunmaatregelen ingevoerd zoals de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) om de samenleving zo goed mogelijk te helpen in de crisis. Dit heeft veel inzet gevergd van onze medewerkers.
Daarnaast betekende corona ook een verandering in hoe medewerkers hun werk moesten doen, namelijk grotendeels achter de computer, vanuit huis. Een groot compliment aan de medewerkers dat ze daar zo goed mee om zijn gegaan. Deze manier van werken heeft de organisatie veel ervaringen gebracht. Ervaringen waar we ook in de (nabije) toekomst profijt van willen hebben, zodat ook na de coronacrisis zowel op afstand als vanuit kantoor gewerkt kan worden. Bezuinigingen Er is in 2020 hard gewerkt aan de taakstelling en aan vrijspelen van budget voor de doorontwikkeling van de organisatie. Dankzij de inzet van de medewerkers is de de taakstelling op de bedrijfsvoering gerealiseerd. Het proces van vrijmaken van middelen voor de organisatieontwikkeling is nog gaande. De in 2019 ingezette lijn van het tot een minimum beperken van inhuur van extern personeel is in 2020 voortgezet om de bedrijfsvoeringkosten in te perken. Werkdruk De werkdruk is door afname van formatie, door de bezuinigingen maar zeker ook door corona en het lastig kunnen invullen van vacatures, het afgelopen jaar opgelopen. Door het thuiswerken is het verder lastig Jaarrekening 2020 – Paragrafen
91
gebleken om nieuwe collega’s of inhuur goed in te werken. Hierdoor hebben de huidige medewerkers regelmatig een stap extra gedaan. Met alle waardering daarvoor. In 2021 is dit een punt van aandacht voor de doorontwikkeling van de organisatie. Leiderschap In 2020 is ondanks de toenemende druk op de organisatie wel verder ingezet op het ontwikkelen van de organisatie. In het leiderschapsprogramma zijn vijf speerpunten benoemd voor de versterking van de sturing. De speerpunten zijn sturen op ontwikkeling, verantwoordelijk zijn, integraal samen werken, financieel in control en concern belang. Ze zijn vertaald in de A3-jaarplannen voor 2021. In het A3-concernjaarplan 2021 is bijvoorbeeld sturen op ontwikkeling opgenomen als speerpunt. Door op dit onderdeel te sturen zorgen we ervoor dat medewerkers flexibel inzetbaar zijn waardoor de organisatie bijvoorbeeld beter in kan spelen op ontwikkelingen in de samenleving. Met de verbetering van het werken met A3-jaarplannen is eind 2020 is óók bijgedragen aan de versterking van de sturing. Strategisch personeelsbeleid In 2020 heeft herijking plaatsgevonden van de HR strategie.
Belangrijke speerpunten in de strategie zijn de ontwikkeling van medewerkers waarbij proactief ingespeeld en gestuurd wordt op vergrijzing en verjonging, verantwoordelijkheid nemen in de HR-gesprekscyclus, het stimuleren van meer zelforganisatie en een flexibeler inzet van medewerkers met behulp van een intern Mobiliteitsbureau. Ook vitaliteit en duurzame inzetbaarheid van medewerkers zijn als speerpunt benoemd. Daarnaast is in 2020 gewerkt aan het slagvaardiger organiseren van de HR-processen en aan de samenwerking met de buurgemeenten in BOCE verband en met externe partijen zoals het A&O-fonds. Voordelig resultaat bedrijfsvoering In de kadernota 2021 is besloten dat, vanaf het boekjaar 2020, voor de oplossing van knelpunten/flankerend beleid vanuit voordelige resultaten op bedrijfsvoering een reserve bedrijfsvoering wordt gevormd. Deze reserve kent een plafond van € 1 miljoen. Bij Berap-II 2020 is het voordelige resultaat op bedrijfsvoering gestort in de reserve bedrijfsvoering, waarmee het plafond van € 1,0 miljoen is bereikt. Het restant voordeel ad € 215.000 is vrijgevallen ten gunste van de algemene middelen. Bij de jaarrekening is een aanvullend voordeel van afgerond € 2,9 miljoen ontstaan. Dit is onder andere veroorzaakt door vertraging in projecten op ICT en klimaatverbetering Werkplein en daarnaast door vrijval van vacatureruimte.
Er is stevig gestuurd op bedrijfsvoering, om de meerjarige taakstelling op de bedrijfsvoering te realiseren. Deze taakstelling loopt op naar € 2,3 miljoen in 2024. In 2020 was de taakstelling op bedrijfsvoering € 300.000, deze is gerealiseerd. Tevens is indirect corona ook een oorzaak van het voordeel op de bedrijfsvoering. Zo werd bijvoorbeeld minder snel ingehuurd of vacatures ingevuld, omdat het op afstand inwerken van medewerkers niet optimaal is. Corona heeft veel werk met zich meegebracht waardoor bepaald werk zoals de eerder genoemde projecten, minder goed kon doorlopen. Het voordeel is verwerkt in het jaarrekeningresultaat en de grote verschillen worden op de betreffende programma’s verantwoord. Inhuur De inhuur is de afgelopen jaren fors gedaald, mede door de stevige sturing op de bedrijfsvoering. In 2020 is de totale inhuur € 5,2 miljoen. Dit is gelijk aan de inhuur in 2019 waarmee een ondergrens van de inhuur bereikt lijkt te zijn. Daarnaast zijn er inkomsten ontvangen voor detachering van personeel ad € 0,3 miljoen, in 2019 was dit € 0,2 miljoen. Inkoop en facturering In 2020 is vanuit Inkoop vooral ingezet om de onrechtmatigheden met betrekking tot de inkoop terug te brengen. Doordat er nog diverse langlopende contracten zijn die als onrechtmatig worden bestempeld, is de hersteltermijn relatief lang.
De onrechtmatigheid was in eerste instantie teruggebracht van € 4,7 mln. naar € 3,0 mln. Er was over 2020 echter sprake van een drietal subsidies met een zogenaamd inkoopkarakter van in totaal € 1,3 mln, dit is dan uiteindelijk ook als onrechtmatig aangemerkt. De komende periode is met de opdracht ‘professionalisering inkoopfunctie’ de koers uitgezet voor de verdere professionalisering en herijking van het inkoop- & aanbestedingsbeleid in 2021. Verder is in 2020 het financiële systeem met betrekking tot de facturering geoptimaliseerd waaronder centralisatie van werkzaamheden en een verdere digitalisering van de facturering. Control Het afgelopen jaar hebben wij op basis van artikel 212 Gemeentewet diverse rechtmatigheidsaudits uitgevoerd zoals beschreven in het Meerjarenbeleidsplan Interne Controle. Op basis van artikel 213a Gemeentewet, is het onderzoek verbonden partijen en samenwerkingsrelaties uitgevoerd. Daarnaast zijn onder andere de aanbevelingen van de managementletter, eerdere onderzoeken en de implementatie van gewijzigde wet -en regelgeving opgepakt en gemonitord. Voor 2020 was gepland om het risicomanagement weer meer aandacht te geven binnen de organisatie, dit hebben we moeten opschuiven en wordt opgepakt in 2021.
Jaarrekening 2020 – Paragrafen
92
Privacy & informatieveiligheid We willen de bescherming van persoonsgegevens, conform de AVG, en informatieveiligheid op orde hebben en zorgen dat de rechtmatigheid, de beschikbaarheid, de integriteit en de vertrouwelijkheid van onze processen en informatie gegarandeerd is. De Baseline Informatieveiligheid Overheid (BIO) geeft voor de gemeente Emmen per beschermingsniveau de organisatorische en technische basisnormen die hiervoor gerealiseerd moeten worden. Om dit doel te bereiken, is een aanvullende inspanning nodig. De afgelopen jaren zijn diverse maatregelen genomen zoals het vergroten van bewustwording in de organisatie ten aanzien van privacy/informatieveiligheid en het melden van datalekken. In 2020 is nadere invulling gegeven aan het verduidelijken en versterken van de privacy en informatieveiligheid governance binnen de organisatie. Daarnaast is in 2020 een meerjarig verbeterplan voor informatieveiligheid vastgesteld om stapsgewijs en op basis van risicoafweging de Baseline Informatieveiligheid Overheid (BIO) te implementeren om het noodzakelijke beschermingsniveau te realiseren.
Jaarrekening 2020 – Paragrafen
93
Jaarrekening 2020 – Paragrafen
94
6. Paragraaf verbonden partijen In de paragraaf verbonden partijen wordt aandacht besteed aan partijen waarmee de gemeente Emmen een bestuurlijk en/of financieel belang heeft. Verbonden partijen betreffen (participaties in) ondernemingen, gemeenschappelijke regelingen, stichtingen en verenigingen. Definities Volgens het BBV is er sprake van een verbonden partij als er zowel een bestuurlijk als financieel belang is. Van bestuurlijk belang is sprake wanneer de gemeente op enigerlei wijze zeggenschap heeft, door een zetel in het bestuur of door stemrecht. Onder financieel belang wordt verstaan dat de gemeente middelen ter beschikking heeft gesteld die ze kwijt raakt ingeval van faillissement van de verbonden partij of dat de gemeente voor een bepaald bedrag aansprakelijk wordt gesteld als de verbonden partij zijn/ haar verplichtingen niet na komt. Doelstelling Elke verbonden partij draagt direct of indirect bij aan de beleidsdoelen van de gemeente. In april 2008 heeft de raad de Nota verbonden partijen gemeente Emmen vastgesteld. In de Nota wordt ingegaan op de visie en de beleidsuitgangspunten ten aanzien van verbonden partijen en het beheer en toezicht op verbonden partijen. De posities, activiteiten en risico’s van de verbonden partijen zijn verwerkt in de beleidsprogramma’s waarop de samenwerking betrekking heeft.
Deelnemingen De deelnemingen zijn gerubriceerd naar de volgende categorieën: A. Deelname in Gemeenschappelijke regelingen; B. Deelname in stichtingen/ verenigingen/ overige; C. Deelnemingen niet zijnde verbonden partijen; D. Deelname in coöperaties/ vennootschappen. In de onderstaande tabel wordt op hoofdlijnen aangegeven welke verbonden partijen de gemeente heeft en wat de bijdrage hierin is, welk dividend ontvangen wordt en wat de omvang is van de zeggenschap. Het is handig om te weten dat: • Bij de verbonden partijen in categorie B,C en D geen sprake is van een bijdrage; • Bij de verbonden partijen in categorie A, B en C geen sprake is van het ontvangen van dividend. Dit geldt alleen voor enkele partijen in categorie D. Daar waar dat het geval is, is dat opgenomen in de tabel; • Er is geen sprake van zeggenschap bij partijen in categorie B en C. Nadere informatie omtrent de verbonden partijen is opgenomen als bijlage H. Tabel Verbonden partijen (bedragen x € 1.000) Prg. Verbonden partij A. Deelname in gemeenschappelijke regelingen 2 Recreatieschap Drenthe 2 Eems Dollard Regio (EDR) 9 Gemeentelijke Gezondheidsdienst Drenthe 3 Gemeenschappelijke Veiligheidsregio Drenthe 5 Regionale Uitvoeringsdienst Drenthe 9 EMCO Groep 9 Publiek Vervoer Groningen Drenthe
Bijdrage Dividend Zeggenschap 165 10 3.602 6.712 3.179 1.439 93
8,0% 1,0% 8,0% 8,0% 8,0% 81,9% 3,8%
B. Deelname in stichtingen/ verenigingen/ overige 5 Stichting Bodembeheer Schoonebeek 5 PPS Bestemmingsplan Stroomdal 10 Coöperatieve Vereniging DIMPACT C. Deelnemingen niet zijnde verbonden partijen 2 Vereniging Internationaler Naturpark Bourtanger Moor Bargerveen 10 Vereniging VEGANN 10 Stichting Duurzaamheid Essent Het betreft de in 2020 betaalde bijdrage aan de verbonden partij.
Jaarrekening 2020 – Paragrafen
95
Prg. Verbonden partij Bijdrage Dividend Zeggenschap D. Deelname in coöperaties/ vennootschappen 5 Area Reiniging NV 363 54,9% 10 Stadionbedrijf Emmen BV Nvt 10 NV Bank Nederlandse Gemeenten 70 0,1% 10 Enexis Holding 621 0,6% 10 Publiek Belang Elektriciteitsproductie BV 0,9% 10 Verkoop Vennootschap BV (ontbonden per september 2020) 0,9% 10 1e CSV Amsterdam BV 0,9% 10 Vordering op Enexis BV 0,6% 10 C.B.L. Vennootschap BV (ontbonden per september 2020) 0,9% 9 Menso NV 100% 5 NV Waterbedrijf Drenthe 0 12,0% 10 Wildlands Adventure Zoo Emmen (incl. Atlas Theater) * * 100% Het betreft het in 2020 ontvangen dividend over 2019 van de verbonden partij.
* Wildlands Adventure Zoo Emmen (incl. Atlas Theater) Aan Wildlands Adventure Zoo Emmen is, op basis van het raadsbesluit van 28 maart 2019, in totaal voor € 62,4 mln. aan langlopende leningen verstrekt tegen een rente van 2,25%. Daarnaast is € 7,5 mln. aan Rekening Courant krediet verstrekt tegen 2,25%. In de eerste 5 jaar ontvangt Wildlands een korting van een 0,5% op de rente met betrekking tot de langlopende leningen. Daarnaast heeft de gemeente € 10 mln. aandelen in NDP B.V. Hiervoor is in de jaarrekening 2018 een voorziening getroffen van € 10 mln. De raad heeft als gevolg van de corona crisis op 29 april 2021 besloten om: 1. Op basis van artikel 169 lid 4 van de Gemeentewet geen wensen en bedenkingen te hebben tegen het besluit om in te stemmen met het verzoek van Wildlands en: A. Wildlands over het jaar 2020 een bijdrage te verstrekken in de onvoorziene kosten ten gevolge van de getroffen coronamaatregelen (€ 881.000) en de huur gedeeltelijk kwijt te schelden (€ 295.000), in totaal € 1.176.000. B. De tijdelijke maatregel, te weten het verhogen van het bestaande rekening courant krediet ad € 7,5 mln. met € 5,5 mln. naar maximaal € 13 mln. tegen hetzelfde rentepercentage van 2,25% t/m juni 2021, met een jaar te verlengen t/m juni 2022 tegen dezelfde voorwaarden. C.
Het verleende uitstel van de aflossingsverplichtingen t/m juni 2021 met een jaar te verlengen t/m juni 2022 (12 termijnen) ten bedrage van € 1,1 mln.; 2. De onder beslispunt 1A genoemde bijdrage te dekken uit de reserve corona. Het totale financieel belang van de gemeente in NDP B.V. komt hiermee uit op € 85,1 mln. Een nadere toelichting op ons financieel belang is opgenomen in de toelichting op de balans. Risico’s De risico’s die de gemeente loopt met betrekking tot verbonden partijen hebben we betrokken bij de berekening van het benodigde weerstandsvermogen in de paragraaf weerstandsvermogen en risicomanagement. Zo is er een algemeen risico opgenomen voor indexatie van de gemeenschappelijke regelingen (€ 500.000 tegen een percentage van 10% (kans)). Daarnaast is van de volgende verbonden partijen een risico gekwantificeerd en betrokken bij de berekening van het benodigde weerstandsvermogen: • Stadionbedrijf Emmen BV. Dit risico is voor een bedrag van € 3,4 mln. meegenomen. Na aftrek van de genomen maatregelen, getroffen voorziening ad € 1,1 mln. op de lening zonder onderpand, resteert een netto bedrag ad € 2,3 mln. tegen een percentage van 50% (kans). • Wildlands Adventure Zoo Emmen (incl. Atlas Theater). Gezien de aard en omvang van het risico vraagt de bepaling hiervan om maatwerk. Als risicobedrag is bij de jaarrekening 2020 rekening gehouden met een bedrag van € 8,2 mln.
In de paragraaf weerstandsvermogen is dit uitgebreid toegelicht.
Jaarrekening 2020 – Paragrafen
96
7. Paragraaf grondbeleid In de paragraaf grondbeleid van de jaarrekening wordt gerapporteerd over de financiële effecten van het gevoerde grondbeleid. Hiervoor zijn alle grondcomplexen per 1 januari naar de laatste inzichten geactualiseerd en bijgesteld. Voor detailinformatie wordt naar de bijlagen verwezen.
7.1 Grondbeleid De grondexploitaties zijn een financiële vertaling van het geldende grondbeleid. Vooral de daadwerkelijke grondverkoop en de programmering van grondverkoop van woningbouw en bedrijventerreinen zijn belangrijke onderdelen van de grondexploitaties en bepalen in belangrijke mate het financieel resultaat. Uitgangspunt voor de programmering in de grondexploitaties zijn de twee rapporten Bedrijventerreinenanalyse Zuid-Drenthe (Bureau Louter, januari 2020) en Structuurvisie herprogrammering woningbouw 2018-2023. Woningbouw Voor het jaar 2020 was een verkoop geraamd van 60 kavels. In het verslagjaar zijn 92 woningbouwpercelen verkocht. Er zijn 46 kavels voor particuliere bouw en 46 voor projectmatige bouw verkocht. De gemeente Emmen heeft per 1 januari 2021 bouwgrond voor 250 woningen in exploitatie in de harde plancapaciteit (uit te geven kavels ten behoeve van woningbouw in vastgestelde grondexploitaties). Deze capaciteit bestaat vooral uit het luxere woningbouwtype (twee-onder-één-kap en vrijstaand). Bedrijventerreinen In 2020 was er een verkoop geraamd van 4,37 ha. In het verslagjaar is er 2,31 ha verkocht. Het verschil wordt onder andere veroorzaakt doordat een geplande verkoop van een grote kavel vertraging heeft opgelopen. Deze zal naar verwachting in 2021 verkocht worden.
De gemeente Emmen heeft per 1 januari 2021 ca 68 hectare bedrijventerrein financieel in programmering in de grondexploitaties. De totale voorraad beschikbare grond voor uitgifte aan bedrijven is 117 hectare. Om flexibel op de marktvraag in te kunnen springen is de bestemming van de overige hectaren niet gewijzigd. Overige gronden Naast gronden in exploitatie heeft de gemeente ook gronden, waarvan de planvorming nog niet bekend is. De gemeente heeft 190 hectare aan compensatiegronden. Deze worden ingezet als compensatie/ruilmiddel voor het verwezenlijken van plannen. Daarnaast heeft de gemeente 113 hectare aan strategische gronden. Deze gronden zijn aangekocht om toekomstige plannen te kunnen verwezenlijken. In 2020 is de voorraad strategische grond per saldo met 5,7 hectare toegenomen.
7.2 Resultaten van de grondexploitaties Het resultaat van een grondexploitatie wordt bepaald door de gemaakte en verwachte kosten en opbrengsten in de tijd te zetten. De uitkomst van deze grondexploitatiebegroting wordt daarbij uitgedrukt in de contante waarde. Deze contante waarde resultaat (cw-resultaat) is een prognose. Toekomstige ontwikkelingen zijn moeilijk te voorspellen maar beïnvloeden wel het cw-resultaat. Om deze reden worden alle grondexploitaties elk jaar per 1 januari herijkt naar de nieuwste inzichten en verwachtingen. B edragen x €1.000
Resultaatnemingen Herstructurering
Winst /
Afgesloten
Mutatie
Resultaat
Verlies
complexen voorzieningen
2020
0
-1.357
Woningbouw
831
Bedrijventerreinen
756 1.587
subtotaal grondexploitaties Overige gronden Totaal Ten gunste van jaarrekeningresultaat
1.450
93
144
13
988
194
-628
322
-1.019
835
1.403
0
0
-24
-24
1.587
-1.019
811
1.379
V
N
V
V 1.379
Uit de voorgaande tabel komt naar voren dat er in 2020 een voordeel op de grondcomplexen is van € 1.379.000. In de begroting was uitgegaan van een positief saldo van € 180.000. De winst/verliesneming is een tussentijdse winstneming op basis van de POC methode en van toepassing op nog niet afgesloten grexen. De voorzieningen hebben betrekking op de mutaties in de voorziening voor verliesgevende grexen. In 2020 is de omvang van de voorzieningen met € 811.000 afgenomen. De in 2020 afgesloten grexen kennen een nadeel ad € 1.019.000.
Jaarrekening 2020 – Paragrafen
97
7.3 Financiële positie van de grondcomplexen Boekwaarden Per 1 januari 2020 bedroeg de boekwaarde van de grondcomplexen € 84,9 mln. nadelig. Per 31-12-2020 is de boekwaarde bijgesteld naar € 84,5 mln., een afname van € 0,4 mln. In de onderstaande tabel is aangegeven welke kosten er bij de boekwaarde op zijn gekomen en welke opbrengsten in mindering zijn gebracht. Mutaties boekwaarde 2020: B edragen x €1.000
Boekwaarde Resultaat- Boekwaarde per 1-1-2020 Kosten Opbrengst nemingen per 1-1-2021 A. Bouwgrond in exploitatie 1. Stads- en dorpsvernieuwing (herstructurering) 2. Stads- en dorpsvernieuwing (woningbouw) 3. Industrie Totaal A B. Voorraden 1. Compensatiegronden 2. Overige voorraden Totaal B C. Materiele vaste activa 1. Strategische grondvoorraad 2. Voorheen nog niet in exploitatie genomen gronden Totaal C D. Voorbereidingskosten 1. Facilitair grondbeleid 2. Gemeentelijk grondbezit Totaal D Totaal
2.123 8.977 49.083 60.182
449 2.563 1.704 4.716
1.191 5.107 1.015 7.313
-1.357 975 950 567
23 7.408 50.721 58.152
5.043
0
0
0
5.043
0
0
0
5.043 0 5.043
10.608 8.728 19.336
1.501 11 1.512
0
0
0
0
12.109 8.739 20.848
244 179 423 84.984
126 254 380 6.608
341 0 341 7.654
17 0 17 584
45 433 478 84.521
Het zwaartepunt van de boekwaarden ligt vooral bij de categorie Bedrijventerreinen (€ 50,7 mln.).
7.4 Risico’s en weerstandsvermogen De totale boekwaarde van de grondcomplexen is per ultimo 2020 € 84,5 mln. Er zijn voor verliesgevende projecten € 28,7 mln. aan voorzieningen genomen. De resterende € 55,8 mln. moet worden terugverdiend. Daarin zit vooral het financiële risico. Voor het algemene risico met betrekking tot grondexploitaties is geen specifieke reserve verplicht. De afdekking van de risico’s van de grondexploitaties loopt via het algemene weerstandsvermogen. Het is een verplichting om voor het risico van de grondexploitaties die een langere looptijd dan 10 jaar hebben maatregelen te treffen. De totale risicoberekening van deze grondexploitaties bedraagt € 3,4 mln. Dit bedrag is opgenomen in de berekening van het weerstandsvermogen. Daarnaast zijn er nog overige risico’s te benoemen: