CConstaterende datEmmen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage bij RA21.0018 Bestemmingsplan Buitengebied Emmen, Weiteveen, Dordseweg (RIS.10088)

Commissie Wonen en Ruimte 12 april 2021, gemeente EmmenBij agendapunt: Bestemmingsplan Buitengebied Emmen, Weiteveen, Dordseweg (woningen ruimte-voor-ruimte) + bijlage RIS.1008827.327 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Bodem

Het plangebied bevat locaties die voor wat betreft bodemverontreiniging verdacht zijn. Er is milieuhygiënisch verhardingsonderzoek uitgevoerd op de kadastraal object Schoonebeek F782. Dit is het gedeelte van het plangebied waar de pluimveestallen staan. In het onderzoeksrapport wordt geadviseerd het funderingsmateriaal af te voeren onder asbestcondities. Er zijn geen locaties bekend waar ondergrondse tanks aanwezig zijn dan wel aanwezig zijn geweest. Voor de locatie ter plaatse van de op te richten woningen, perceel F nrs. 910 (ged.) en 1665 (ged.) te Weiteveen, is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd, opgenomen in Bijlage 3. Uit de conclusie van het bodemonderzoek blijkt dat de locatie niet geheel vrij is van bodemveronteiniging, maar de aangetroffen verontreiniging blijft onder de wettelijke normen. Het grondwater ter plaatse van de onderzoekslocaie bevat enkele stoffen verhoogd t.o.v. de streefwaarde. Deze lichte verontreinigingen overschrijden de tussenwaarde/bodemindex-waarde (>0.5) niet en geven daardoor geen formele aanleiding tot het instellen van nader onderzoek. De functiewijziging naar wonen vindt plaats ten zuiden en westen van voor het bestaande bouwperceel met de aanwezige veehouderij bebouwing. Gelet hierop zijn er vanuit oogpunt van bodem geen belemmeringen voor de functiewijziging van de voormalige bedrijfswoning naar wonen.

26

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied Emmen, Weiteveen, Dordseweg (woningen ruimte-voor-ruimte) (vastgesteld)

4.4.3

Geluid

Regels ten aanzien van geluidhinder zijn vastgelegd in de Wet geluidhinder (Wgh). Het doel van de Wet geluidhinder is tweeledig. Enerzijds de bescherming van het milieu en anderzijds de bescherming van de volksgezondheid. Bepalend is steeds de situering van geluidsbronnen ten opzichte van geluidsgevoelige bestemmingen zoals woningen en scholen. De Wgh gaat uit van zones langs wegen, spoorwegen en industrieterreinen. Binnen dergelijke zones zijn nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen alleen toegestaan indien de geluidsbelasting op de buitengevel onder of hoogstens gelijk is aan de voorkeursgrenswaarde. Ontheffing van de voorkeursgrenswaarde is toegestaan indien maatregelen om de geluidsbelasting op de buitengevels te beperken niet mogelijk zijn of onvoldoende helpen en indien aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan.De functiewijziging naar 'Wonen – Voormalige agrarische bebouwing' vindt plaats ten zuiden van het bestaande perceel met de aanwezige veehouderij bebouwing. Er is geen sprake van nieuwbouw van een woning.Aangezien het een bestaande woonsituatie betreft, zijn er vanuit het oogpunt van geluid geen belemmeringen voor de functiewijziging van de voormalige bedrijfswoning naar wonen.Voor de locatie van de te bouwen woningen is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd, opgenomen in Bijlage 4.

Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat de woningen op minimaal 23 meter uit de as van de Dordseweg dienen te worden gebouwd om een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te kunnen garanderen. Uit de berekeningen blijkt dat de geluidsbelasting ter plaatse van een deel van de te bouwen woningen hoger is dan de maximale ontheffingswaarde van 53dB, er dient een hogere grens waarde te worden vastgesteld. Het besluit hogere grenswaarde is opgenomen als Bijlage 5. Het verzoek om een hogere waarde loopt parallel aan de ruimtelijke procedure, ze moeten gelijktijdig ter inzage worden gelegd. De hogere waarde wordt vastgesteld door de gemeente Emmen. 4.4.4

Lucht

De Wet luchtkwaliteit is bedoeld om de negatieve effecten op de volksgezondheid aan te pakken, als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging. Anderzijds heeft de wet tot doel mogelijkheden te creëren voor ruimtelijke ontwikkeling. Volgens de nieuwe regeling vormt luchtkwaliteit in beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van een ruimtelijk project als aan minimaal één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; een project leidt, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; een project draagt 'niet in betekenende mate' (NIMB) bij aan de luchtverontreiniging; een project past binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of binnen een regionaal programma van maatregelen. De locatie wordt niet meer gebruikt als intensieve veehouderij, dit betekent een afname in de concentratie van fijnstof en NOx. Met dit bestemmingsplan wordt voorzien in een passende woonbestemming en daarnaast de bestemming natuur. Er worden in beginsel geen activiteiten mogelijk gemaakt die bijdragen aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Voor wat betreft het aspect luchtkwaliteit is het plan daarom sterk positief van invloed op de omgeving.

Verder zijn er geen bestaande activiteiten in de omgeving van het plangebied die qua luchtkwaliteit van invloed zouden kunnen zijn op de ontwikkelingen binnen het plangebied. Gesteld kan worden dat het plan door de afname van 1.470 kg fijnstof naar 0 kg fijnstof bijdraagt aan de luchtkwaliteit. Derhalve hoeft niet nader op het aspect luchtkwaliteit te worden ingegaan.

27

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied Emmen, Weiteveen, Dordseweg (woningen ruimte-voor-ruimte) (vastgesteld)

4.5

Waterparagraaf

Belangrijk instrument om waterbelangen in ruimtelijke plannen te waarborgen is de watertoets, die sinds 1 november 2003 wettelijk is verankerd. Initiatiefnemers zijn verplicht in ruimtelijke plannen een beschrijving op te nemen van de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Het doel van de wettelijk verplichte watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). 4.5.1

Ligging plangebied

Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van het waterschap Vechtstromen. Het plan voorziet in de beëindiging en sloop (circa 3600 m²) en de bouw van twee nieuwe woningen (circa 300 m²). Het verhard oppervlak neemt af. In het kader van de ontwikkelingen van dit plan is overleg gevoerd met het waterschap. 4.5.2

Waterhuishouding

Uitgangspunt is dat bij een bouwplan moet worden voorkomen dat er grond-of oppervlaktewateroverlast ontstaat en de kwaliteit van het ontvangende oppervlaktewater niet negatief wordt beïnvloed. Het beleid van de gemeente Emmen en het waterschap is gericht op afkoppelen van hemelwater van de riolering en te lozen op oppervlaktewater of zo mogelijk te laten infiltreren in de bodem. Om bodemvervuiling te voorkomen is het wenselijk om geen gebruik te maken van uitlogende materialen. Om wateroverlast in gebouwen te voorkomen wordt voorgeschreven dat een vloerpeil tenminste 30 centimeter boven de weg ligt. Hiermee dient bij de bouw van de woningen rekening gehouden te worden. Naast het inzamelen en afvoeren van afvalwater heeft het rioolstelsel een belangrijke functie in de afwatering van de verharde oppervlakken in het plangebied. In een gemengd rioolstelsel worden afvalwater en regenwater 'gemengd' en vervolgens gezamenlijk afgevoerd naar de rioolwaterzuivering. Tijdens perioden met meer neerslag kan het voorkomen dat de rioolberging geheel gevuld raakt en zal rioolwater via de riool overstorten naar het oppervlaktewater stromen. Een gescheiden rioolstelsel houdt afvalwater en regenwater gescheiden. Afvalwater wordt afgevoerd naar de rioolwaterzuivering, regenwater wordt rechtstreeks op het oppervlaktewater geloosd.

Het rioolstelsel aansluitend op het plangebied is uitgevoerd als een type drukleiding. Het rioolstelsel voldoet aan de eisen. Er zijn geen hydrologische knelpunten bekend. De bestaande woning is aangesloten op het bestaande rioolstelsel. 4.5.3

Watertoets

Het waterschap is op 20 januari 2020 geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets. In het kader van de watertoets heeft het waterschap de volgende opmerkingen gemaakt, zoals ook bijgevoegd in Bijlage 6: Bij het realiseren van bebouwing en het aanleggen van de verharding moet rekening worden gehouden met voldoende drooglegging om bijvoorbeeld opdrijven van verharding en schimmelvorming in kruipruimten te voorkomen. We adviseren voor bebouwing met kruipruimten een drooglegging van 1,00 meter en voor bebouwing zonder kruipruimte een drooglegging van 0,70 meter. De woningen zullen een drooglegging krijgen van 1,00 meter indien de bebouwing wordt voorzien van kruipruimte en van 0,70 meter als er geen kruipruimten worden gerealiseerd. Om het aantal overstortingen van rioolwater en de belasting van 28

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied Emmen, Weiteveen, Dordseweg (woningen ruimte-voor-ruimte) (vastgesteld)

rioolwaterzuiveringsinstallatie te beperken, is een belangrijk uitgangspunt om regenwater (HWA) en afvalwater (DWA) zoveel mogelijk gescheiden af te voeren. Wellicht kunnen de sloten aan de noord en oostzijde het HWA opvangen. Deze vallen niet onder de waterhuishouding van het waterschap. Een bestaande greppel ten zuiden van de bestaande inrit wordt verlegd naar de noordzijde van de nieuwe woningen. Op deze greppel zal het hemelwater worden geloosd. Hiermee wordt het hemelwater vertraagd geloosd op het watersysteem. De woningen worden aangesloten op het riool.

29

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied Emmen, Weiteveen, Dordseweg (woningen ruimte-voor-ruimte) (vastgesteld)

Hoofdstuk 5 5.1

Toelichting op de planregels en verbeelding

Algemeen

Het bestemmingsplan bestaat uit de plantoelichting, regels en verbeelding. De regels en de verbeelding vormen het juridisch bindende gedeelte van een bestemmingsplan. De verbeelding en de regels moeten altijd in samenhang worden gebruikt. De plantoelichting is bedoeld om de verbeelding en de regels te verduidelijken en om gemaakte keuzes te verantwoorden aan de hand van ruimtelijk beleid. Met de indeling van het bestemmingsplan zoals de naamgeving van de bestemmingen, opbouw van de regels en de weergave van op de verbeelding wordt aangesloten op landelijk geldende standaarden, onder meer Informatiemodel Ruimtelijke Ordening (IMRO2012) en de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP2012). Het bestemmingsplan dient rechtszeker, eenvoudig te begrijpen, goed toepasbaar en handhaafbaar te zijn voor de gebruiker 5.2

Toelichting op de verbeelding

Voor de verbeelding wordt als ondergrond de basiskaart Emmen (BKE) gehanteerd. Deze basiskaart bestaat uit de Grootschalige Basiskaart van Nederland (GBKN) met gemeentelijke aanvullingen in de vorm van extra meetgegevens. Met het oog op de volledigheid en nauwkeurigheid van de aanwezige bebouwing wordt de meest recente versie van de BKE gehanteerd. Hiervoor wordt maandelijks de BKE automatisch herzien. Echter, de ondergrond zal nooit een volledige weergave van de werkelijkheid zijn. De op de verbeelding aangegeven bebouwing moet dan ook als illustratief worden beschouwd. De BKE wordt naast de extra meetgegevens aangevuld met kadastrale gegevens van de Digitale Kadastrale Kaart. Alle gronden die binnen het plangebied vallen hebben een bestemming en / of aanduiding gekregen op de verbeelding. Deze bestemmingen en aanduidingen hebben slechts juridische betekenis indien in de regels hieraan een betekenis wordt gegeven. De begrenzingen van de bestemmingen volgen zoveel mogelijk geografische, topografische en/of kadastrale grenzen. Daar waar dat niet mogelijk bleek, is gekozen voor een meer praktische benadering. De schaal van de verbeelding kan met behulp van de computer door de gebruiker naar keuze worden ingesteld. 5.3

Toelichting op de regels

De regels zijn een juridische vertaling van het planologische -en ruimtelijk beleid van de gemeente, provincie en het rijk. De regels zijn een juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden en bebouwing, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing en regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bebouwing. Bij het opstellen van de regels is geprobeerd om de regels zo beperkt mogelijk te houden door alleen te regelen wat nodig is. Gebruiksregels Per bestemming is aangegeven voor welk gebruik de gronden zijn bedoeld. Indien daar aanleiding voor aanleiding voor bestaat, wordt via de specifieke gebruiksregels expliciet aangegeven waarvoor de gronden niet zijn bedoeld en of waarvoor en op welke wijze de gronden wel gebruikt kunnen worden. Bouwregels In een groot aantal bestemmingen zijn bouwregels opgenomen. Met deze bouwregels worden de bouwmogelijkheden gereguleerd. Uitgangspunt bij het bouwen van hoofdgebouwen is dat hoofdgebouwen altijd binnen een bouwvlak worden gebouwd en

30

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied Emmen, Weiteveen, Dordseweg (woningen ruimte-voor-ruimte) (vastgesteld)

voorgevels van deze hoofdgebouwen in de gevellijn. Dit betekent dat indien er bebouwing wordt geprojecteerd, deze in de gevellijn moet worden teruggebouwd. Verder worden in de bouwregels onder andere regels ten aanzien van maximale bebouwing, bouwhoogtes en dakhelling opgenomen. Flexibiliteit Soms is het gewenst om af te wijken van de gestelde regels. Hiervoor zijn in het bestemmingsplan flexibiliteitbepalingen opgenomen om op specifieke situaties in te kunnen spelen. De uitvoering van de flexibiliteitregelingen ligt bij het college van burgemeester en wethouders. Het toepassen van deze regelingen is geen automatisme. Voordat wordt besloten dat van de geldende regels in het bestemmingsplan kan worden afgeweken zal eerst bekeken worden wat de consequenties zijn van de afwijking op de leefomgeving. In het bestemmingsplan diverse flexibiliteitregelingen opgenomen, deze zijn: Afwijken van de bouwregels; Afwijken van de gebruiksregels; Nadere eisen; Algemene afwijkingsregels; Wijzigingsbevoegdheden artikel 3.6 Wro; De afwijkingen van de bouw- of gebruiksregels maken afwijkingen van geringe aard mogelijk, waarbij de aan de grond toegekende bestemming gehandhaafd dient te blijven.

Door het inwerkingtreden van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) worden verschillende vergunningen en besluiten, zoals de milieuvergunning, de bouwvergunning, afwijkingen van het bestemmingsplan en de kapvergunning gebundeld in een integrale omgevingsvergunning. Toestemming van burgemeester en wethouders voor een afwijking van de bouw- of gebruiksregels kan zodoende worden verkregen door het aanvragen van een omgevingsvergunning. Met de nadere eisen kunnen ondergeschikte zaken aan gebouwen worden aangepast. Het gaat hierbij om zaken zoals het aanpassen van de vorm of de situering van een bouwwerk of de inrichting van een terrein. Met 'nadere eisen' kunnen geen ingrijpende veranderingen plaatsvinden in de bestemmingen. Bij toepassing van een afwijking en / of nadere eisen wordt het beoordelingskader gehanteerd zoals in de onderstaande tabel is weergegeven. Deze lijst geeft de afwegingscriteria aan die meegewogen moeten worden bij de afweging of een omgevingsvergunning wordt verleend en/ of het toepassen van de nadere eisen. Op deze wijze kunnen interpretatieproblemen worden vermeden en wordt aan gebruikers van de in het plangebied gelegen gronden zoveel mogelijk rechtszekerheid geboden. Het bestemmingsplan biedt mogelijkheden voor het afwijken van de nadere eisen, de uitvoering van deze flexibiliteitsbepalingen zal plaatsvinden via de omgevingsvergunning.

Bij toepassing van een afwijking en/ of nadere eis mag geen onevenredige afbreuk worden gedaan aan de volgende criteria: 1. Woonsituatie: Ten aanzien van de woonsituatie dient rekening gehouden te worden met het in stand houden en/ of garanderen van een goede woonsituatie, hierbij dient gelet te worden op: i. de verkeersaantrekkende werking en de parkeerbehoefte; ii. overlast door lawaai, stank en/of trillingen; iii. de lichttoetreding/bezonning ten opzichte van (bebouwing op) aangrenzende gronden; iv. het uitzicht; v. de aanwezigheid van voldoende privacy. 2. Straat- en bebouwingsbeeld:

31

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied Emmen, Weiteveen, Dordseweg (woningen ruimte-voor-ruimte) (vastgesteld)

In het belang van een verantwoorde, evenwichtige en samenhangende stedenbouwkundige en architectonische inpassing dient aandacht gegeven te worden aan: i. een goede verhouding tussen bouwmassa's en open ruimte, (landschappelijke inpassing); ii. de verhouding tussen de hoogte breedte van gebouwen; iii. gevelbeelden; iv. de samenhang van de bouwvorm met nabij gelegen bebouwing; v. de hoogtedifferentiatie; vi. de situering van gebouwen op het perceel; vii. de geleding van de gebouwen indien de oppervlakte meer dan 1000 meter² bedraagt. 3. Culthuurhistorie i. cultuurhistorische waarden en archeologische waarden; 4. Verkeersveiligheid Ten waarborging van verkeersveiligheid dient rekening gehouden te worden met: i. verkeersaantrekkende werking, toename van de verkeersintensiteit en de parkeerbehoefte; ii. overlast door lawaai, stank en/of trillingen; iii. benodigde uitzichthoeken van wegen; iv. de aansluiting van in- en uitritten op de openbare weg; v. de gevolgen voor het zicht op de openbare weg en of fiets- en voetpaden; vi. de aanwezigheid van voldoende laad- en losruimte. 5. Sociale veiligheid Ter waarborging en ter voorkoming van een ruimtelijke situatie die onoverzichtelijk, onherkenbaar en niet-sociaal controleerbaar is dient rekening gehouden te worden: i.

de mogelijkheden voor de verbetering van toezicht op en de overzichtelijkheid en toegankelijkheid van een sociaal onveilige plek; ii. de mate waarin de toezicht op en de overzichtelijkheid en toegankelijkheid van een openbare ruimte wordt ingeperkt. 6. Brandveiligheid, externe veiligheid en rampenbestrijding Ten aanzien van de brandveiligheid, externe veiligheid en rampenbestrijding dient rekening gehouden te worden met de volgende aspecten: i. aanwezigheid van kwetsbare objecten; ii. de aanwezigheid en routering van vluchtwegen; iii. de bereikbaarheid van de bouwwerken; iv. de beschikbaarheid en bereikbaarheid van adequate blusmiddelen. 7. Milieusituatie: Ter waarborging en ter voorkoming van een milieukundig ongewenste situatie als gevolg van een ruimtelijke ingreep dient rekening gehouden te worden met: i. de mate van hinder voor de omliggende functies; ii. de gevolgen voor de externe veiligheid; iii. de gevolgen van de aanwezigheid van gevoelige functies voor de hinderlijke functies; iv. de gevolgen voor flora en fauna in relatie met de omgeving; v. de gevolgen voor de bodemkwaliteit; vi. de gevolgen voor de (grond)waterkwaliteit; vii. de situering van gebouwen ten opzichte van het water. 8. Gebruiksmogelijkheden in andere bestemmingen

32

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied Emmen, Weiteveen, Dordseweg (woningen ruimte-voor-ruimte) (vastgesteld)

Ter voorkoming van een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en de zich daarop bevindende bouwwerken is het niet toegestaan op enig terrein zodanig te bouwen, dat daardoor op een aangrenzend terrein, waarvan de toestand op dat moment overeenkomt met het plan, een situatie zou ontstaan die niet meer overeenkomt met het plan of waardoor een reeds bestaande afwijking van het plan zou worden vergroot. De bevoegdheid ex. artikel 3.6 Wro om het bestemmingsplan te wijzigen ligt eveneens bij burgemeester en wethouders. De wijzigingsbevoegdheid maakt een wijziging van een bestemming in een andere bestemming mogelijk. Voor de wijzigingsbevoegdheid geldt dat deze niet kan worden uitgevoerd, voordat onderzoek is uitgevoerd. Dit biedt de mogelijkheid om nader onderzoek zoveel mogelijk op de concrete situatie af te stemmen. Opzet regels De planregels van dit bestemmingsplan zijn opgedeeld in vier hoofdstukken: Hoofdstuk 1. Inleidende regels; Hoofdstuk 2. Bestemmingsregels; Hoofdstuk 3. Algemene regels; Hoofdstuk 4. Overgangs - en slotregels. De inhoud van de verschillende hoofdstukken wordt als volgt toegelicht: 5.3.1

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

In hoofdstuk 1 worden diverse begrippen welke in de planregels worden gehanteerd nader verklaard. Dit om mogelijke interpretatieproblemen te voorkomen. Daarnaast wordt aangegeven op welke wijze bepaalde afmetingen dienen te worden gemeten. Artikel 1 Begrippen De begripsbepalingen in dit artikel zijn noodzakelijk bij de interpretatie van de regels. In dit artikel worden de begrippen gedefinieerd, die in de regels worden gehanteerd. De begrippen die hierin zijn opgenomen zijn terug te vinden in de bestemmingsbepalingen. Bij de toetsing aan het bestemmingsplan wordt uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis. Voor zover geen begrippen zijn gedefinieerd wordt aangesloten bij het normaal spraakgebruik. Met uitzondering van de eerste twee begrippen (plan en bestemmingsplan) zijn de begrippen alfabetisch gerangschikt. De begrippen zijn zoveel mogelijk gebaseerd op vaste jurisprudentie. In de loop der tijd hebben de meeste begrippen zich ontwikkeld tot een standaard, waarvan ook in dit bestemmingsplan gebruik is gemaakt. Artikel 2 Wijze van meten De bepalingen over de wijze van meten zijn in dit artikel opgenomen. Dit artikel geeft aan hoe de hoogte- en andere maten die bij het bouwen in acht genomen dienen te worden, gemeten moeten worden. 5.3.2

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

In hoofdstuk 2 worden artikelsgewijs de op de verbeelding aangegeven bestemmingen omschreven en wordt toegelicht op welke wijze de gronden en opstallen gebruikt mogen worden. Behalve bestemmingen en dubbelbestemmingen zijn binnen het bestemmingsplan aanduidingen te onderscheiden. Deze aanduidingen bevatten specificaties van bestemmingen en dubbelbestemmingen met betrekking tot gebruik of bouwen. Wonen – Vrijstaand Binnen de bestemming Wonen – Vrijstaand is een vrijstaande woning, bijbehorende

33

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied Emmen, Weiteveen, Dordseweg (woningen ruimte-voor-ruimte) (vastgesteld)

bouwwerken en de daarbij behorende voorzieningen toegestaan. Dit laatste is tevens bedoeld om ondergeschikte, aan de woonfunctie grenzende voorzieningen (bijvoorbeeld groenvoorzieningen of toegangswegen), waarvan de feitelijke begrenzing niet exact blijkt samen te vallen met de bestemmingsgrens, onder de woonbestemming te brengen. De gezamenlijke oppervlakte van een woning inclusief bijbehorende bouwwerken bedraagt ten hoogste 250 m 2 . De voorgevel van de woning dient in de gevellijn te worden opgericht. De dakhelling van een woning mag niet minder dan 35 graden bedragen. De bouwhoogte van het hoofdgebouw mag maximaal 9 meter bedragen. De goothoogte van het hoofdgebouw mag maximaal 3,5 meter bedragen. In de bestemming zijn afwijkingen van de bouwregels opgenomen om het bestemmingsplan flexibeler te maken. Wonen – Voormalige Agrarische bebouwing Voormalige boerderijen met een woonbestemming zijn onder de bestemming Wonen-Voormalige agrarische bebouwing gebracht. Voormalige boerderijen hebben veelal een grote oppervlakte aan bebouwing (voormalige stallen, loodsen, kapschuren). Daarom is voorzien in een speciale bouwregeling. Het hoofdgebouw (de woning) heeft een oppervlakte van maximaal 150 m² dan wel de bestaande oppervlakte. Bij het hoofdgebouw is bij recht 100 m2 aan bijbehorende bouwwerken (bijgebouwen) opgenomen. Aan voormalige bedrijfsgebouwen (excl.

bedrijfswoning) is maximaal 500 m² toegestaan. Indien reeds 500 m² of meer aan voormalige bedrijfsgebouwen aanwezig zijn, is per bouwvlak een eenmalige vervangende bouw- of verbouw van voormalige agrarische bedrijfsgebouwen toegestaan. Hierbij geldt als voorwaarde dat er sprake van verbetering van de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse en dat van de oppervlakte aan voormalige bedrijfsgebouwen boven de 500 m² maximaal 20% mag worden herbouwd. Natuur – Veengebieden en Beekdalen Beschermde hoogveengebieden (o.a. het Bargerveen) en beekdalen welke zijn aangewezen als Natuurnetwerk Nederland zijn ondergebracht in de bestemming Natuur – Veengebieden en Beekdalen. Binnen deze bestemmingen is extensief recreatief medegebruik toegestaan. Bestaande recreatieve functies zoals fiets- en voetpaden maken deel uit van de bestemmingen. In de bestemmingen is een regeling opgenomen voor een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde. Hiermee kunnen o.a. nieuwe fietspaden een dergelijke worden aangelegd, en kunnen nieuwe sloten worden gegraven. De voorwaarden waaraan getoetst moet worden zijn in de planregels aangegeven. 5.3.3

Dubbelbestemmingen

Dubbelbestemmingen worden opgenomen als meerdere functies onafhankelijk van elkaar op dezelfde plaats voorkomen. Daar waar een dubbelbestemming is gelegen, geldt zowel de bepaling van de betreffende (hoofd)bestemming als de bepaling zoals gesteld in de dubbelbestemming. Bijna het hele plangebied heeft de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’. Hiermee wordt het gebiedsbeschermingsregime voor archeologie gecontinueerd. 5.3.4

Hoofdstuk 3 Algemene regels

Hoofdstuk 3 van de regels bevat bepalingen die van toepassing zijn op meerdere bestemmingen, zodat het uit praktische overwegingen de voorkeur verdient deze in afzonderlijke artikelen onder te brengen. Artikel 7 Anti-dubbeltelregel Met dit artikel wordt voorkomen dat meer wordt gebouwd dan het bestemmingsplan beoogt. Dit is bijvoorbeeld mogelijk als (onderdelen van) bouwpercelen van eigenaars in maatvoering verschillen en wisselen. Door verwerving van een extra (bouw)perceel of een gedeelte

34

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied Emmen, Weiteveen, Dordseweg (woningen ruimte-voor-ruimte) (vastgesteld)

daarvan, kunnen de gronden niet meegenomen worden met de berekening van de bouwmogelijkheden van het nieuwe perceel als de nieuw verworven gronden reeds meegenomen zijn bij de berekening van een eerdere bouwplannen. Het is dus niet toegestaan gronden twee keer in te zetten om een omgevingsvergunning te verkrijgen. Artikel 8 Algemene bouwregels In dit artikel zijn regels opgenomen voor het bouwen van ondergeschikte bouwonderdelen. De genoemde onderdelen mogen de in de regels bepaalde maximale bouwhoogte overschrijden met de in artikel genoemde maten. Hiervoor is bewust gekozen omdat dit duidelijkheid en enige vrijheid aan ontwerpers biedt. Artikel 9 Algemene aanduidingsregels De gebiedsaanduiding "milieuzone - hydrologisch aandachtsgebied" ligt rondom het natuurgebied Bargerveen. De gronden binnen de milieuzone - hydrologisch aandachtsgebied” zijn mede bestemd voor de bescherming van de waterhuishouding van het natuurgebied Bargerveen. Inrichtingsmaatregelen in dit gebied mogen geen negatief effect hebben op de waterhuishouding van het natuurgebied. Anderzijds mogen inrichtingsmaatregelen ten behoeve van de natuurwaarden ook geen nadelige invloed (vernatting) hebben op het aangrenzende landbouwgebied. Binnen de milieuzone geldt een omgevingsvergunningenstelsel voor het wijzigen van het waterpeil, het aanleggen van drainage en/of het graven en/of dempen van sloten.

Tevens is, met het oog op verdroging, het bebossen van gronden en boomteelt of fruitteelt gekoppeld aan een omgevingsvergunning. In het bestemmingsplan is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor wijzigen of verwijderen van de gebiedsaanduiding van de verbeelding indien daartoe als gevolg van wijziging in gebruik, regelgeving of vergunningverlening aanleiding toe bestaat. De gebiedsaanduiding is overgenomen uit het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied Emmen’. Artikel 10 Algemene afwijkingsregels Afwijkingsregels zijn regels waardoor aan de bestemmingsbepalingen de nodige extra flexibiliteit wordt meegegeven. Toestemming voor afwijking gebeurt door het verlenen van een omgevingsvergunning. Het college van burgemeester en wethouders kan bijvoorbeeld een omgevingsvergunning verlenen voor het 10 % vergroten van de bouwmogelijkheden voor goot- en nokhoogte, het bouwen van bijgebouwen in de voorgevel van het hoofdgebouw, het bouwen van het hoofdgebouw maximaal 5 meter achter de gevellijn en het bouwen met een minder steile dakhelling. Daarnaast kan afgeweken worden van het bestemmingsplan om op medische indicatie te bouwen op- of achter de gevellijn en specifiek voor het oprichten van 30m² bebouwing voor noodzakelijke voorzieningen in het licht van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO).

Daarnaast zijn ten aanzien van het gebruik afwijkingsmogelijkheden opgenomen voor de uitoefening van een aan huis gebonden kleinschalige beroeps- of bedrijfsactiviteiten voor alle woningen of het uitoefenen van bed en breakfast. De omgevingsvergunningen mogen alleen gebruikt worden indien niet op grond van een andere bepaling in deze regels omgevingsvergunning kan worden verleend. Dit betekent dat niet twee keer omgevingsvergunning kan worden verleend van eenzelfde bepalingen of dat bepalingen die extra bouwmogelijkheden geven niet cumulatief gebruikt mogen worden. Artikel 11 Algemene wijzigingsregels Het bestemmingsplan bevat in een aantal gevallen een mogelijkheid tot het wijzigen van het plan op basis van de wijzigingsbevoegdheid op grond van artikel 3.6 Wro. De procedure van de wijzigingsbevoegdheid is geregeld in de Wro.

35

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied Emmen, Weiteveen, Dordseweg (woningen ruimte-voor-ruimte) (vastgesteld)

5.3.5

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels bestaat uit 2 artikelen, de eerste is het overgangsrecht ten aanzien van gebruik en bebouwing en de tweede de slotregel waarin de citeertitel van het bestemmingsplan wordt aangehaald. Artikel 12 Overgangsrecht Regelt het overgangsrecht ten aanzien van legaal bestaand gebruik en legale bestaande bouwwerken die afwijken van de (nieuwe) bestemming. Het overgangsrecht beschermt de gevestigde belangen of rechten bij een nieuwe, van de bestaande situatie afwijkende regeling. Dit betekent dat bestaand gebruik en bestaande bouwwerken welke in strijd zijn met het nieuwe bestemmingsplan, maar reeds aanwezig was ten tijde van de voorgaande plannen, onder voorwaarden, mag worden voortgezet, met als doel het uiteindelijk beëindigen van de afwijkende situatie. Voorheen illegale bebouwing en illegaal gebruik worden met het overgangsrecht niet gelegaliseerd. Artikel 13 Slotregel Is de slotregel van het bestemmingsplan. In dit artikel wordt aangegeven op welke wijze de regels van het bestemmingsplan kunnen worden aangehaald. In dit geval kunnen de regels van het bestemmingsplan aangehaald worden als "Regels van het bestemmingsplan Buitengebied Emmen, Weiteveen, Dordseweg (woningen ruimte-voor-ruimte)". 5.4

Handhaving

In dit bestemmingsplan heeft actueel beleid zijn doorwerking in de regels gekregen. Hierdoor is het juridisch kader van het bestemmingsplan voor gemeente als publiek beter toepasbaar geworden. Van de gemeente mag verwacht worden dat opgetreden wordt als de regels van het bestemmingsplan niet worden nageleefd. Bestemmingsplannen zijn immers bindend voor overheid en publiek ter bescherming van een goede ruimtelijke kwaliteit en een veilige leefomgeving. Het college van de gemeente Emmen heeft het beleidsplan Vergunningverlening Toezicht en Handhaving (VTH) vastgesteld. Dit beleidsplan VTH beschrijft de visie en ambitie op het terrein van de gemeentelijke VTH-taken, waaronder ook valt het toepassen en naleven van de regels in het bestemmingsplan. Daarnaast geeft het beleidsplan VTH invulling aan de wettelijke plicht om vastgesteld VTH-beleid te hebben. Voor wat betreft handhaving kan de gemeente onmogelijk continu alles controleren. De gemeente vertrouwt erop dat inwoners en bedrijven de regels naleven en zij er alles aan doen om risico's en nadelige effecten voor de maatschappij te voorkomen. Risico's bepalen de inzet van de beschikbare capaciteit. Op basis van kennis en ervaring is vastgesteld welke bedrijfscategorieën en activiteiten het grootste risico vormen voor fysieke veiligheid, leefbaarheid, volksgezondheid, milieu en imago.

Deze uitgangspunten zijn gebruikt bij het opstellen van dit bestemmingsplan en worden ook toegepast bij de naleving van de regels van het bestemmingsplan.

36

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied Emmen, Weiteveen, Dordseweg (woningen ruimte-voor-ruimte) (vastgesteld)

Hoofdstuk 6

Maatschappelijke betrokkenheid

6.1

Overleg ex. artikel 3.1.1 Bro

6.1.1

Overleg

Het ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Emmen, Weiteveen, Dordseweg (woningen ruimte-voor-ruimte) is voor overleg ex. artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) verzonden naar verschillende overlegpartners. De ontvangen adviezen en reacties zijn gebundeld in de Nota van beantwoording behorende bij het bestemmingsplan Buitengebied Emmen, Weiteveen, Dordseweg (woningen ruimte-voor-ruimte) (Bijlage 7). Het ontwerpbestemmingsplan is conform de gegeven adviezen aangepast. In bovengenoemde nota is tevens het standpunt van het college van burgemeester en wethouders ten aanzien van de verschillende overlegreacties opgenomen. Waar de adviezen en reacties leidden tot aanpassingen van het bestemmingsplan, zijn de aanpassingen in het ontwerpbestemmingsplan verwerkt. Voor de inhoud van de overlegreacties en het standpunt van het college wordt verwezen naar voornoemde nota. De Nota van Beantwoording maakt deel uit van het bestemmingsplan Buitengebied Emmen, Weiteveen, Dordseweg (woningen ruimte-voor-ruimte). 6.1.2

Zienswijzen op het ontwerpbestemmingsplan

Tegen het bestemminsplan Buitengebied Emmen, Weiteveen, Dordseweg (woningen ruimte-voor-ruimte) zijn geen zienswijzen ingediend.

37

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied Emmen, Weiteveen, Dordseweg (woningen ruimte-voor-ruimte) (vastgesteld)

Hoofdstuk 7

Economische uitvoerbaarheid

Per 1 juli 2008 is de Wet ruimtelijke ordening in werking getreden. Afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening verplicht de gemeente tot het verhalen van kosten bij grondexploitatie via een exploitatieplan, tenzij kostenverhaal anderszins is verzekerd. De toepassing voor het afdwingbare kostenverhaal richt zich op bouwplannen. De definitie van wat onder een bouwplan wordt verstaan, is opgenomen in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Uit dit artikel blijkt dat onder een bouwplan o.a. wordt verstaan de bouw van een woning of de uitbreiding van een gebouw van 1.000 m2 of meer. De kosten van het maken van het voorliggend bestemmingsplan worden in dit geval gedekt op grond van de legesverordening. Voor dit plan zijn door de gemeente geen aanvullende kosten voor onderzoek begroot en gemaakt.

38

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied Emmen, Weiteveen, Dordseweg (woningen ruimte-voor-ruimte) (vastgesteld)

Bijlagen bij toelichting

39

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied Emmen, Weiteveen, Dordseweg (woningen ruimte-voor-ruimte) (vastgesteld)

Bijlage 1 Situatie landschappelijke inpassing

40

SITUATIE kadastrale gemeente:

Schoonebeek

sectie:

F

451, 781, 910, 1071, 1649, 1662, 1663, 1664, 1665

schaal:

1 : 2000

ppe

l

nr:

bouwvlak vastgesteld 2014-10-30 bouwvlak gewenst gebouw bestaand gebouw nieuw bedrijfswoning omliggende bebouwing

egg

aan

en

te l

bos

egg

sin

en

gel

gre

je bos en app te k

perceel

tie

loc a

155 0

2

gev

opv ber ullen ken bo / zw ssing arte el els

elli

m²

jn

eg ew rds

bossingel bestaand berken / zwarte els bestaande solitaire boom bossingel berken / zwarte els lage haag aan te leggen greppel

1

tie

25m

loc a

30

156 5

m²

Do

aan

0m

²

28

310

18

20

TEKENING NIET GESCHIKT VOOR UITVOERING

A

adviseur

gev

getekend

Situatie Landschappelijke inpassing Dordseweg 20 7765 AC te Weiteveen.

elli

jn

datum

J. Bouwman RiH 19 februari 2020 AW

cept Con b wijz. a

22

H. Niers

20A

te l egg en lag e

hag

en

har

tw

eg

aan

te l

erfverharding

Dordseweg 20

c

7765 AC Weiteveen

schaal

1 : 1000

0524 541 371 / 06 50511739

formaat

A3

projectno.

bladnr.

540906

Li-1

Postbus 396 6710 BJ Ede Tel. 0318 - 675 400 E. info@agra-matic.nl 20200115_540906_Niers_Li-01.vwx

© 2020 alle rechten voorbehouden

TEKENING NIET GESCHIKT VOOR UITVOERING adviseur Situatie Landschappelijke inpassing, 3D Dordseweg 20 7765 AC te Weiteveen.

getekend datum

J. Bouwman RiH 19 februari 2020 AW

cept Con b wijz. a

H. Niers Dordseweg 20

c

7765 AC Weiteveen

schaal

0524 541 371 / 06 50511739

formaat

projectno.

bladnr.

540906

A3

Li-2

Postbus 396 6710 BJ Ede Tel. 0318 - 675 400 E. info@agra-matic.nl 20200115_540906_Niers_Li-01.vwx

© 2020 alle rechten voorbehouden

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied Emmen, Weiteveen, Dordseweg (woningen ruimte-voor-ruimte) (vastgesteld)

Bijlage 2 QuickScan en voortoets

43

QuickScan en voortoets voor de locatie Dordseweg 20 te Weiteveen

Rapport: 2019-350 Datum: 2 december 2019 Versie: 1.0

QuickScan en voortoets voor de locatie Dordseweg 20 te Weiteveen

Colofon © 2019

Fopma NatuurAdvies

Tekst, samenstelling:

Albert Fopma, Fopma NatuurAdvies

Opdrachtgever:

Wijze van citeren:

Fopma, A, 2019. QuickScan en voortoets voor de locatie Dordseweg 20 te Weiteveen; Fopma NatuurAdvies, Rapport 2019-350, Wapse.

Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van scanning, internet, druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever hierboven aangegeven en Fopma NatuurAdvies. Ook mag het zonder een dergelijke toestemming niet worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd. Fopma NatuurAdvies is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van Fopma NatuurAdvies. De opdrachtgever vrijwaart Fopma NatuurAdvies voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing.

De informatie in dit rapport is deels afkomstig uit de NDFF en mag niet zonder toestemming van BIJ12 worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden.

2

Inhoudsopgave 1

INLEIDING ......................................................................................................................................................... 5 1.1 ACHTERGROND ..................................................................................................................................................... 5 1.2 AANLEIDING ......................................................................................................................................................... 6 1.2.1 Soortbescherming .................................................................................................................................... 6 1.2.2 NatuurNetwerk Nederland ....................................................................................................................... 7 1.2.3 Gebiedsbescherming ................................................................................................................................ 7 1.3 PROBLEEMSTELLING / DOELSTELLING ......................................................................................................................... 7

2

SOORTBESCHERMING – WET NATUURBESCHERMING ...................................................................................... 8 2.1 2.2 2.3 2.4

3

BESCHERMINGSREGIME SOORTEN VOGELRICHTLIJN ...................................................................................................... 8 BESCHERMINGSREGIME SOORTEN HABITATRICHTLIJN ................................................................................................... 8 BESCHERMINGSREGIME ANDERE SOORTEN ................................................................................................................. 8 ZORGPLICHT ......................................................................................................................................................... 8

LIGGING ONDERZOEKSGEBIED EN ONDERZOEKSOPZET .................................................................................... 9 3.1 LIGGING ONDERZOEKSGEBIED .................................................................................................................................. 9 3.2 ONDERZOEKSMETHODE .......................................................................................................................................... 9 3.2.1 Bronnenonderzoek ................................................................................................................................... 9 3.2.2 Veldbezoek ............................................................................................................................................. 10

4

INVENTARISATIE NATUURWAARDEN ............................................................................................................. 11 4.1 VOGELS (WNB § 3.1) .......................................................................................................................................... 11 4.1.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen ................................................................................................... 11 4.1.2 Gegevens uit veldbezoek (vogels)........................................................................................................... 12 4.2 VLEERMUIZEN (WNB § 3.2) .................................................................................................................................. 12 4.2.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen ................................................................................................... 12 4.2.2 Gegevens uit veldbezoek (vleermuizen) ................................................................................................. 12 4.3 OVERIGE GRONDGEBONDEN ZOOGDIEREN ................................................................................................................ 13 4.3.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen ...................................................................................................

13 4.3.2 Gegevens uit veldbezoeken (overige zoogdieren) .................................................................................. 13 4.4 AMFIBIEËN, VISSEN EN REPTIELEN ........................................................................................................................... 14 4.4.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen ................................................................................................... 14 4.4.2 Gegevens uit veldbezoek (amfibieën, vissen en reptielen) ..................................................................... 14 4.5 VLINDERS, LIBELLEN, JUFFERS EN INSECTEN ............................................................................................................... 14 4.5.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen ................................................................................................... 14 4.5.2 Gegevens uit veldbezoek (vlinders, libellen, juffers en insecten) ............................................................ 15 4.6 VAATPLANTEN .................................................................................................................................................... 15 4.6.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen ...................................................................................................

15 4.6.2 Gegevens uit veldbezoek (vaatplanten) ................................................................................................. 15 4.7 OVERIGE BESCHERMDE SOORTEN............................................................................................................................ 15 4.7.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen ................................................................................................... 16 4.7.2 Gegevens uit veldbezoek ........................................................................................................................ 16

5

BEOORDELING WET NATUURBESCHERMING (SOORTEN) ................................................................................ 17 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8

6 3

VOGELS ............................................................................................................................................................. 17 VLEERMUIZEN .................................................................................................................................................... 17 OVERIGE GRONDGEBONDEN ZOOGDIEREN ................................................................................................................ 17 REPTIELEN, AMFIBIEËN EN VISSEN ........................................................................................................................... 18 VLINDERS, LIBELLEN, JUFFERS EN INSECTEN ............................................................................................................... 18 VAATPLANTEN .................................................................................................................................................... 18 OVERIGE DIERSOORTEN ........................................................................................................................................ 18 AANBEVELINGEN VOOR NATUURINCLUSIEF BOUWEN .................................................................................................. 18

NATUURNETWERK NEDERLAND ..................................................................................................................... 19

6.1 6.2 6.3 7

WET NATUURBESCHERMING - NATURA 2000 GEBIEDEN ................................................................................ 21 7.1 7.2 7.3 7.4

8

METHODE ......................................................................................................................................................... 21 LIGGING ............................................................................................................................................................ 21 EFFECTBESCHRIJVING EN -BEOORDELING .................................................................................................................. 21 CONCLUSIE NATURA 2000-GEBIEDEN ..................................................................................................................... 23

CONCLUSIES ................................................................................................................................................... 24 8.1 8.2 8.3

9

LIGGING ............................................................................................................................................................ 19 EFFECTEN .......................................................................................................................................................... 20 CONCLUSIE........................................................................................................................................................ 20

CONCLUSIE WET NATUURBESCHERMING (SOORTEN) .................................................................................................. 24 CONCLUSIE NATUURNETWERK NEDERLAND ............................................................................................................. 24 CONCLUSIE NATURA 2000-GEBIEDEN (GEBIEDSBESCHERMING) ................................................................................... 24

BRONNEN ....................................................................................................................................................... 25 9.1 9.2

LITERATUUR ....................................................................................................................................................... 25 GERAADPLEEGDE WEBSITES ................................................................................................................................... 25

BIJLAGE 1

ALGEMENE VERBODSBEPALINGEN WNB ......................................................................................... 26

BIJLAGE 2

PROCES BEOORDELING ONTHEFFING WNB ..................................................................................... 28

BIJLAGE 3

JAARROND BESCHERMDE VOGELS................................................................................................... 29

BIJLAGE 4

SAMENVATTING NDFF ..................................................................................................................... 31

BIJLAGE 5

POV DRENTHE ................................................................................................................................. 32

BIJLAGE 6

ADVIEZEN NATUURINCLUSIEF BOUWEN .......................................................................................... 33

4

1

Inleiding

1.1

Achtergrond

De opdrachtgever wil op de locatie Dordseweg 20 te Weiteveen 4 stallen slopen, met als doel om 2 nieuwe bouwkavels langs de Dordseweg te creëren waar 2 woningen op geplaatst kunnen worden. Voor de sloop van de stallen is er door Arcadis in 2018 al wel een QuickScan gemaakt (Arcadis, 2018). In dit rapport beperken we ons tot de bouw van de twee woningen. In deze QuickScan wordt gekeken of er beschermde soorten aanwezig zijn en of ontheffing/vvgb (soorten) of vergunning (gebieden) op grond van de Wet natuurbescherming noodzakelijk is. In hoofdstuk 8 staan de conclusies van de QuickScan. De te toetsen activiteit betreft: • Bouw van 2 woningen langs de Dordseweg (zie figuur 2).

Figuur 1.

5

Luchtfoto met ligging onderzoeksgebied zwarte kader en plangebied rode pijl (Bron: NDFF).

Figuur 2.

Plantekening van de gewenste situatie.

Figuur 3.

Foto’s plangebied

1.2

Aanleiding

De aanleiding voor het maken van een QuickScan is de noodzaak en de wens om vooraf uit te sluiten dat door het project natuurwaarden aangetast kunnen worden.

1.2.1 Soortbescherming Realisatie van de voorgenomen plannen kan invloed hebben op de bepalingen in de Wet natuurbescherming. Deze wet regelt de bescherming van planten- en diersoorten in Nederland. Overtreding van de verbodsbepalingen (bijlage 1) ten aanzien van streng beschermde soorten vereist mogelijk een ontheffing (zie hoofdstukken 2 t/m 5 en 8). 6

1.2.2 NatuurNetwerk Nederland In hoofdstuk 6 en 8 van deze QuickScan wordt gekeken of er door de activiteit negatieve effecten zijn op de realisering van het NatuurNetwerk Nederland (NNN) / NatuurNetwerk Drenthe (NND).

1.2.3 Gebiedsbescherming In deze QuickScan is tevens gekeken of er door de uitvoering van het voorgenomen plan sprake kan zijn van externe werking op nabijgelegen Natura 2000-gebieden. De Natura 2000-gebieden vallen eveneens onder de Wet natuurbescherming. Bij effecten op Natura 2000-instandhoudingsdoelen is mogelijk een vergunning vereist (zie hoofdstuk 7 en 8).

1.3

Probleemstelling / doelstelling

De QuickScan geeft antwoord op onderstaande vragen: 1. Komen er natuurwaarden voor, waarvoor het noodzakelijk is om een soort specifiek onderzoek uit te voeren met eventueel een mitigatieplan om te beoordelen in hoeverre het project handelingen bevat die in strijd zijn met de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming? 2. Past de activiteit binnen het NNN/NND (NatuurNetwerk Drenthe)? 3. Zijn er mogelijke effecten op de Natura 2000-instandhoudingsdoelen waardoor er een passende beoordeling gemaakt moet worden (gebiedsbescherming/ Wet natuurbescherming)?

7

2

Soortbescherming – Wet natuurbescherming

Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Voor het soortenbeleid deelt de Wet natuurbescherming de soorten in drie beschermingsregimes, namelijk vogels (EU-Vogelrichtlijn), soorten beschermd op grond van de Habitatrichtlijn en nationaal beschermde soorten.

2.1

Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn

Dit zijn alle van nature in Nederland in het wild levende vogels (zoals bedoelt in artikel 1 van de Vogelrichtlijn). De lijst met jaarrond beschermde vogels staat in bijlage 3.

2.2

Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn

Dit zijn soorten die genoemd zijn in Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage II van het Verdrag van Bonn. Het Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn is ten aanzien van verstoren strikter dan het Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn.

2.3

Beschermingsregime andere soorten

Dit zijn de in de bijlage van Wet natuurbescherming genoemde soorten. Het gaat hier om de bescherming van niet onder de bovenstaande twee categorieën vallende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland, vermeld in de bijlage van de Wet natuurbescherming (art. 3.10 – 3.11 Wet natuurbescherming). Voor de soorten opgenomen in deze bijlage geldt geen Europese verplichting tot bescherming. Deze soorten worden beschermd vanwege de breed in de maatschappij levende overtuiging dat deze dieren een bescherming behoeven. De andere in de bijlage opgenomen soorten worden om ecologische redenen beschermd. Hiermee geeft Nederland uitvoering aan de algemene verplichting van het Biodiversiteitsverdrag om de staat van instandhouding van dier- en plantsoorten te beschermen. Omdat er ook veel algemene soorten in staan genoemd is de verwachting dat er weer een verdeling komt van meer en minder strikt beschermde soorten. Deze kan echter per provincie verschillen (zie bijlage 5).

2.4

Zorgplicht

Onder de Wet natuurbescherming geldt een zorgplicht voor alle in het wild levende dieren. De zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer werkzaamheden, die nadelig kunnen zijn voor dieren en planten, in redelijkheid zo veel mogelijk nalaat of maatregelen neemt om onnodige schade aan dieren en planten te voorkomen.

2.5

Provinciale Omgevingsverordening Drenthe (POV)

De provincie heeft een Omgevingsverordening (verder POV) opgesteld met daarin opgenomen hoe om te gaan met soortenbescherming. Artikel 4.3 behandeld de soortenvrijstelling bij ruimtelijke inrichting, bestendig beheer en onderhoud. ‘Het wordt niet wenselijk geacht dat voor zeer algemeen voorkomende soorten voor elke ruimtelijke ontwikkeling of ingreep in het kader van beheer en onderhoud een ontheffing moet worden aangevraagd. Om deze reden wordt voor bepaalde soorten vrijstelling verleend. De Wet natuurbescherming geeft aan Provinciale Staten de mogelijkheid om vrijstelling te verlenen van de verboden voor bepaalde soorten voor bepaalde belangen. Over het algemeen gebeurde dit voor soorten waarvan werd aangenomen dat ze veel voorkomen en de soort niet bedreigd was. Vanwege de voormalige vrijstelling was het voor deze soorten niet verboden om bijvoorbeeld hun verblijfplaatsen te vernielen als dit nodig is om een bestemmingsplan uit te voeren, bijvoorbeeld bij de bouw van een huis. Ook mocht een vliegveld, een dijk of een spoorweg worden onderhouden zonder dat daarvoor een ontheffing nodig was als deze soorten daar voorkomen. De reden voor het Rijk om deze vrijstelling in te voeren was dat veel weerstand bestond tegen het steeds moeten aanvragen van ontheffingen voor deze soorten. Dit terwijl van deze soorten werd aangenomen dat ze veel voorkwamen.

Met de invoering van de Wet natuurbescherming is deze bevoegdheid grotendeels gedecentraliseerd naar de provincies. Provinciale Staten hebben besloten deze voormalige vrijstelling voor zover mogelijk voort te zetten. In bijlage 5 van deze QuickScan staan de soorten vermeld welke op grond van de POV vrijgesteld worden.

8

3

Ligging onderzoeksgebied en onderzoeksopzet

3.1

Ligging onderzoeksgebied

Het onderzoeksgebied voor de Wet natuurbescherming beperkt zich tot de percelen waarop de ingreep plaatsvindt en de directe omgeving (zie figuur 1). Voor de effecten op Natura 2000-gebieden is in hoofdstuk 7 ook gekeken naar het aspect externe werking.

3.2

Onderzoeksmethode

Deze QuickScan is gebaseerd op bronnenonderzoek en een bureauanalyse. Aan de hand van expert judgement door een ecoloog (Ir. A. Fopma van Fopma NatuurAdvies) is ingeschat wat de beschermde natuurwaarden zijn en de te verwachten effecten.

3.2.1 Bronnenonderzoek Gekeken is naar de volgende bronnen: • Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF, zie ook bijlage 4). • Literatuur (zie hoofdstuk 8).

Wat zit er in het NDFF? Er is gebruik gemaakt van het NDFF. Hiervoor hebben we de gevalideerde data 2013-2018 gebruikt (laatste 5 jaar). De omvang van het onderzoeksgebied is weergegeven in figuur 1. In het NDFF zit gevalideerde data van verschillende soortbeschermingsorganisaties en partners. Ook de data van Telmee.nl en waarneming.nl zit in het NDFF. Zo ook de eigen data van Fopma NatuurAdvies. Soortenorganisaties De soortenorganisaties zijn elk gespecialiseerd in een groep dieren of planten. Zij beheren databanken met verspreidings- en ecologische gegevens die door duizenden vrijwilligers verzameld zijn. Deze gegevens zijn ook beschikbaar in de Nationale Databank Flora en Fauna. De soortenorganisaties hebben in de loop der jaren een grote expertise opgebouwd met betrekking tot veldbiologisch onderzoek, de ecologie van de Nederlandse flora en fauna en het beheren en interpreteren van monitorings- en verspreidingsgegevens. • • • • • • • • • •

ANEMOON (Flora en fauna van de zee) Bryologische en Lichenologische Werkgroep (BLWG) (Mossen en korstmossen) De Vlinderstichting (Vlinders en libellen) EIS-Nederland (Ongewervelde dieren) FLORON (Planten) Nederlandse Mycologische Vereniging (NMV) (Paddenstoelen) RAVON (Reptielen, amfibieën en vissen) Sovon Vogelonderzoek Nederland (Vogels) TINEA (Micronachtvlinders) Zoogdiervereniging (Zoogdieren)

Partners Verschillende organisaties werken samen met de Nationale Databank Flora en Fauna. Bijvoorbeeld door gegevens beschikbaar te stellen of andere kennis te delen. • • • • • • • • • • 9

Alterra (landelijke vegetatiedatabank) Instituut voor Biodiversiteit en Ecosystem Dynamica (IBED) Naturalis Biodiversity Center Natuurhistorisch Genootschap in Limburg Natuurbank Limburg Natuurnetwerk Netwerk Ecologische Monitoring (NEM) Regelink Ecologie & Landschap Stichting Natuurinformatie (waarneming.nl) Stichting Staring Advies

3.2.2 Veldbezoek Er is 1 veldbezoek op de planlocatie en de naaste omgeving geweest. Datum: Tijdstip: Weerbeeld: Temperatuur:

13 november 2019 ochtend droog, licht bewolkt. 9o Celsius.

Tijdens het veldbezoek is gekeken naar de potenties van hat plangebied voor beschermde diersoorten en de mogelijke functies. Op basis van expert judgement is een inschatting gemaakt wat de mogelijke effecten zijn van de ingreep op beschermde soorten.

10

4

Inventarisatie natuurwaarden

4.1

Vogels (Wnb § 3.1)

4.1.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) In het onderzoeksgebied (figuur 1) zijn 1.764 waarnemingen van vogels geregistreerd, verdeeld over 98 soorten. Hierbij zijn 9 ‘jaarrond’ beschermde vogelsoorten. Zijnde: 1. Buizerd Vijf waarnemingen met broedindicatie in het onderzoeksgebied (2016, 2017 en 2019). Het gaat om 3 territoria. Het dichtst bij gelegen territorium ligt op 350 meter ten ZO van het plangebied. 2. Gierzwaluw Geen waarnemingen met broedindicatie in het onderzoeksgebied. 3. Havik Twee waarnemingen met broedindicatie in het onderzoeksgebied (2016, 2017 en 2019). Het gaat om 2 territoria. Het dichtst bij gelegen territorium ligt op ca. 800 meter ten NO van het plangebied. 4. Huismus Twee waarneming met broedindicatie in het onderzoeksgebied in het jaar 2014. Eén bij de stal (zie onderzoek Arcadis) en 1 in dorp Weiteveen. Geen waarnemingen van territoria na 2014. 5. Kerkuil Geen waarnemingen met broedindicatie in het onderzoeksgebied. 6. Ransuil Geen waarnemingen met broedindicatie in het onderzoeksgebied. 7. Roek Geen waarnemingen met broedindicatie in het onderzoeksgebied. 8. Sperwer Geen waarnemingen met broedindicatie in het onderzoeksgebied. 9. Wespendief Geen waarnemingen met broedindicatie in het onderzoeksgebied. Tabel 1.

Waargenomen vogelsoorten in onderzoeksgebied periode 1-1-2014 tot 3-11-2019. Vet en cursief zijn de jaarrond beschermde soorten (zie bijlage 3) (Bron: NDFF)

Vogelsoorten Appelvink Blauwborst Blauwe Kiekendief Blauwe Reiger Boerenzwaluw Bonte Vliegenvanger Boomklever Boomkruiper Boompieper Bosrietzanger Braamsluiper Bruine Kiekendief Buizerd Dodaars Ekster Fazant Fitis Gaai Geelgors Gekraagde Roodstaart Gele Kwikstaart Gierzwaluw Goudhaan Goudvink Grasmus Graspieper Grauwe Gans 11

Grutto Havik Heggenmus Holenduif Houtduif Houtsnip Huismus Huiszwaluw Kauw Kerkuil Kievit Kleine Bonte Specht Kleine Karekiet Kneu Koekoek Kolgans Koolmees Koperwiek Kraanvogel Kramsvogel Kruisbek Kwartel Matkop Meerkoet Merel Middelste Bonte Specht Nachtzwaluw

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Emmen&id=d2d89246-0f2d-4afd-b7c5-158cc2127da2