Bijlage bij RA21.0016 - Best.plan Emmermeer Valtherlaan (uitbreiding woonwagenlocatie) (RIS.10083)
Tekst van het document
Overeenkomstig het voorzorgbeginsel is bij de invulling van de wettelijke zorgplichten in dit tijdelijk handelingskader uitgangspunt dat de kwaliteit van de bodem, het grondwater en het oppervlaktewater door de toepassing van PFAS-houdende grond en baggerspecie niet mag verslechteren (stand still), dat verspreiding van deze stoffen via het grondwater moet worden tegengegaan en dat rekening moet worden gehouden me bijzondere risicosituaties die zich kunnen voordoen en met belangen die extra bescherming rechtvaardigen, zoals het belang van de drinkwatervoorziening. Ten behoeve van de verwerking van vrijkomende grond buiten de onderzoekslocatie wordt verwezen naar de uitgangspunten van het Besluit Bodemkwaliteit (Bbk) en het 'Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie'. Er zijn geen belemmeringen voor de aanvraag van een omgevingsvergunning – onderdeel bouw.
bestemmingsplan "Emmen, Emmermeer Valtherlaan (uitbreiding woonwagenlocatie)" (vastgesteld) 23
4.4.4
Geluid
4.4.4.1 Algemeen Regels ten aanzien van geluidhinder zijn vastgelegd in de Wet geluidhinder (Wgh). Het doel van de Wet geluidhinder is tweeledig. Enerzijds de bescherming van het milieu en anderzijds de bescherming van de volksgezondheid. Bepalend is steeds de situering van geluidsbronnen ten opzichte van geluidsgevoelige bestemmingen zoals woningen en scholen. De Wgh gaat uit van zones langs wegen, spoorwegen en industrieterreinen. Binnen dergelijke zones zijn nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen alleen toegestaan indien de geluidsbelasting op de buitengevel onder of hoogstens gelijk is aan de voorkeursgrens- waarde. Voor het plangebied Emmen, Emmermeer Valtherlaan (uitbreiding woonwagenlocatie) zijn conform de Wet geluidhinder de geluidsbelastingen berekend op de grenzen van de nieuwe woonwagen/woning standplaatsen. Ter beoordeling van het geluid op de gevels is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Uitgangspunt voor het toetsingskader is de realisatie van standplaatsen binnen de bebouwde kom van Emmen. 4.4.4.2 Conclusie akoestisch onderzoek Econsultancy heeft een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd in het kader van de voorgenomen realisatie van de drie standplaatsen aan de Valtherlaan te Emmen. Bij de projectie van een nieuwe geluidgevoelige bestemming binnen de zone van een weg is een akoestisch onderzoek verkeerslawaai noodzakelijk.
De geluidgevoelige bestemmingen zijn gelegen in de geluidszone van de Odoornerweg. In het kader van een goede ruimtelijke ordening worden tevens de nabijgelegen 30km/uur wegen (Valtherzandweg en Valtherlaan) in het onderzoek betrokken. In het onderzoek wordt de geluidbelasting op de geluidgevoelige bestemmingen inzichtelijk gemaakt en beoordeeld op basis van het toetsingskader. Voor het plangebied is reeds een inrichting voor de standplaatsen opgesteld. Op de rand van het perceel waar de standplaatsen komen zijn toetspunten op 1,50 meter hoog gemodelleerd. De berekeningen zijn verricht aan de hand van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 en met behulp van het programma Geomilieu, versie 5.10. De geluidsbelasting op de nieuw te bouwen standplaatsen bedraagt maximaal 38 dB. Er vindt geen overschrijding van de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van 48 dB plaats. Er gelden vanuit akoestisch oogpunt geen belemmeringen voor de realisatie van het plan. Het akoestisch rapport is opgenomen als bijlage 6 van de toelichting. 4.4.5
Lucht
De Wet luchtkwaliteit is bedoeld om de negatieve effecten op de volksgezondheid aan te pakken, als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging. Anderzijds heeft de wet tot doel mogelijkheden te creëren voor ruimtelijke ontwikkelingen. Volgens de nieuwe regeling vormt luchtkwaliteit in beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van een ruimtelijk project als aan minimaal één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; een project leidt, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; een project draagt 'niet in betekenende mate' (NIMB) bij aan de luchtverontreiniging; een project past binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of binnen een regionaal programma van maatregelen. 4.4.5.1 Algemeen beeld luchtkwaliteit plangebied Omdat er geen significante ontwikkelingen in het plangebied of rondom het plangebied gepland zijn, zal de concentratie van de NOX en fijnstof niet veranderen. Dit betekent dat de luchtkwaliteit geen belemmering is voor het vaststellen van het bestemmingsplan.
24 ing woonwagenlocatie)" (vastgesteld)
bestemmingsplan "Emmen, Emmermeer Valtherlaan (uitbreid
4.5
Waterparagraaf
Uitgangspunt bij een watertoets is dat bij een bouwplan moet worden voorkomen dat grond- of oppervlaktewateroverlast ontstaat en de kwaliteit van het ontvangende oppervlaktewater niet negatief wordt beïnvloed. In deze waterparagraaf wordt beschreven hoe het waterhuishoudkundig systeem ten behoeve van de nieuwe ontwikkelingen op de woonwagenlocaties is ingericht en/of fysieke omstandigheden voor het gebied gelden en/of speciale functies voor het plangebied gelden. Naast een beschrijving van de waterhuishoudkundige consequenties van het plan en de stedelijke wateropgave heeft het wateradvies van het waterschap een duidelijke plaats gekregen. 4.5.1
Lokaal bestuursakkoordWater
De uitgangspunten van het Nationaal bestuursakkoord Water zijn door het Waterschap Vechtstromen en de gemeente Emmen bekrachtigd in het Lokaal bestuursakkoord Water. In dit akkoord is vastgelegd op welke wijze de wateropgave van het Waterschap Vechtstromen zal worden opgelost en worden verdeeld over de gemeenten. 4.5.2
Gebiedsspecifieke kenmerken
De woonwagenlocatie ligt in het stroomgebied Rijn- Oost en valt onder het beheersgebied van het waterschap Vechtstromen. Het waterbeleid voor dit gebied is vastgelegd in het Waterbeheerplan van waterschap Vechtstromen en in het waterplan van de gemeente Emmen. Het verharde oppervlak neemt beperkt toe door de realisatie van het plan. Deze extra verharding wordt veroorzaakt doordat het aantal bebouwde standplaatsen toeneemt. 4.5.2.1 Grondgebruik De woonwagenlocatie is gelegen in de wijk Emmermeer van Emmen binnen bebouwd gebied. De bestaande standplaatsen zijn sterk versteend. De woonwagenlocatie heeft een woonfunctie. 4.5.3
Waterhuishouding
Het beleid van de gemeente Emmen en het waterschap is gericht op afkoppelen van hemelwater van de riolering en te lozen op oppervlaktewater of zo mogelijk te laten infiltreren in de bodem. Bij woonwagenlocaties is dit echter niet mogelijk doordat het water zorgt voor uitspoeling van de ondergrond, met als gevolg verzakkingen van de woonwagens. Om die reden wordt het hemelwater van de woonwagenlocatie afgevoerd via de HWA-riolering op het oppervlaktewater. Naast het inzamelen en afvoeren van afvalwater heeft het rioolstelsel een belangrijke functie in de afwatering van de verharde oppervlakken in het plangebied. In een gemengd rioolstelsel worden afvalwater en regenwater 'gemengd' en vervolgens gezamenlijk afgevoerd naar de rioolwaterzuivering. Tijdens perioden met meer neerslag kan het voorkomen dat de rioolberging geheel gevuld raakt en zal rioolwater via de riooloverstorten naar het oppervlaktewater stromen. Een gescheiden rioolstelsel houdt afvalwater en regenwater gescheiden. Afvalwater wordt afgevoerd naar de rioolwaterzuivering, regenwater wordt rechtstreeks op het oppervlaktewater geloosd. 4.5.4
Wateradvies waterschap
De gemeente Emmen heeft het waterschap tijdig ingelicht over de planvorming. Hierdoor heeft het waterschap de gemeente goed op de hoogte kunnen stellen van de waterhuishoudkundige aspecten binnen het plan. Er wordt rekening gehouden met bestaande wetten en regels op het gebied van de waterhuishouding. Het voorontwerpbestemmingsplan is voor overleg aan het waterschap voorgelegd. Het waterschap kan zich vinden in het bestemmingsplan. Gelet op het advies van het waterschap, worden gebieden die kansrijk zijn voor infiltratie van hemelwater, zoals parkeerplaatsen en groenvoorzieningen, mede bestemd voor waterhuishoudkundige voorzieningen. De watertoets en de samenvatting wateertoets zijn opgenomen als bijlage 10 en 11 van de toelichting.
bestemmingsplan "Emmen, Emmermeer Valtherlaan (uitbreiding woonwagenlocatie)" (vastgesteld) 25
Hoofdstuk 5 5.1
Toelichting op de planregels en verbeelding
Algemeen
Het bestemmingsplan bestaat uit de plantoelichting, regels en verbeelding. De regels en de verbeelding vormen het juridisch bindende gedeelte van een bestemmingsplan. De verbeelding en de regels moeten altijd in samenhang worden gebruikt. De plantoelichting is bedoeld om de verbeelding en de regels te verduidelijken en om gemaakte keuzes te verantwoorden aan de hand van ruimtelijk beleid. Het bestemmingsplan Emmen, Emmermeer Valtherlaan (uitbreiding woonwagenlocatie) is een bestemmingsplan waarmee de herinrichting en een torevoeging met drie woonagenplaatsen mogelijk wordt gemaakt. Tevens dient het nieuwe bestemmingsplan rechtszeker, eenvoudig te begrijpen, goed toepasbaar en handhaafbaar te zijn voor de gebruiker. Met de indeling van het bestemmingsplan zoals de naamgeving van de bestemmingen, opbouw van de regels en de weergave van op de verbeelding wordt aangesloten op landelijk geldende standaarden, onder meer Informatiemodel Ruimtelijke Ordening (IMRO2012) en de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP2012).
5.2
Toelichting op de regels
De regels zijn een juridische vertaling van het planologische -en ruimtelijk beleid van de gemeente, provincie en het rijk. De regels zijn een juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden en bebouwing, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing en regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bebouwing. Bij het opstellen van de regels is geprobeerd om de regels zo beperkt mogelijk te houden door alleen te regelen wat nodig is. Gebruiksregels Per bestemming is aangegeven voor welk gebruik de gronden zijn bedoeld. Indien daar aanleiding voor aanleiding voor bestaat, wordt via de specifieke gebruiksregels expliciet aangegeven waarvoor de gronden niet zijn bedoeld en of waarvoor en op welke wijze de gronden wel gebruikt kunnen worden. Bouwregels In een groot aantal bestemmingen zijn bouwregels opgenomen. Met deze bouwregels worden de bouwmogelijkheden gereguleerd. Uitgangspunt bij het bouwen van hoofdgebouwen is dat hoofdgebouwen altijd binnen een bouwvlak worden gebouwd en voorgevels van deze hoofdgebouwen in de gevellijn. Dit betekend dat indien er vervangende bebouwing wordt geprojecteerd, deze in de gevellijn moet worden teruggebouwd. Verder worden in de bouwregels onder anderen regels ten aanzien maximale bebouwing , bouwhoogtes, dakhelling opgenomen. Flexibiliteit Soms is het gewenst om af te wijken van de gestelde regels.
Hiervoor zijn in het bestemmingsplan flexibiliteitbepalingen opgenomen om op specifieke situaties in te kunnen spelen. De uitvoering van de flexibiliteitregelingen ligt bij het college van burgemeester en wethouders. Het toepassen van deze regelingen is geen automatisme. Voordat wordt besloten dat van de geldende regels in het bestemmingsplan kan worden afgeweken zal eerst bekeken worden wat de consequenties zijn van de afwijking op de leefomgeving. In het bestemmingsplan diverse flexibiliteitregelingen opgenomen, deze zijn: Afwijken van de bouwregels; Afwijken van de gebruiksregels; Nadere eisen; Algemene afwijkingsregels; Wijzigingsbevoegdheden artikel 3.6 Wro; De afwijkingen van de bouw- of gebruiksregels maken afwijkingen van geringe aard mogelijk, waarbij de aan de grond toegekende bestemming gehandhaafd dient te blijven. Door het inwerkingtreden van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) worden verschillende vergunningen en besluiten, 26 ing woonwagenlocatie)" (vastgesteld)
bestemmingsplan "Emmen, Emmermeer Valtherlaan (uitbreid
zoals de milieuvergunning, de omgevingsvergunning, afwijkingen van het bestemmingsplan en de kapvergunning gebundeld in een integrale omgevingsvergunning. Toestemming van burgemeester en wethouders voor een afwijking van de bouw- of gebruiksregels kan zodoende worden verkregen door het aanvragen van een omgevingsvergunning Met de nadere eisen kunnen ondergeschikte zaken aan gebouwen worden aangepast. Het gaat hierbij om zaken zoals het aanpassen van de vorm of de situering van een bouwwerk of de inrichting van een terrein. Met 'nadere eisen' kunnen geen ingrijpende veranderingen plaatsvinden in de bestemmingen. Bij toepassing van een afwijking en / of nadere eisen wordt het beoordelingskader gehanteerd zoals in de onderstaande tabel is weergegeven. Deze lijst geeft de afwegingscriteria aan die meegewogen moeten worden bij de afweging of een omgevingsvergunning wordt verleend en/ of het toepassen van de nadere eisen. Op deze wijze kunnen interpretatieproblemen worden vermeden en wordt aan gebruikers van de in het plangebied gelegen gronden zoveel mogelijk rechtszekerheid geboden. Het bestemmingsplan biedt mogelijkheden voor het afwijken van de nadere eisen, de uitvoering van deze flexibiliteitsbepalingen zal plaatsvinden via de omgevingsvergunning. Bij toepassing van een afwijking en/ of nadere eis mag geen onevenredige afbreuk worden gedaan aan de volgende criteria: 1.
Woonsituatie: Ten aanzien van de woonsituatie dient rekening gehouden te worden met het in stand houden en/ of garanderen van een goede woonsituatie, hierbij dient gelet te worden op: i. de verkeersaantrekkende werking en de parkeerbehoefte; ii. overlast door lawaai, stank en/of trillingen; iii. de lichttoetreding/bezonning ten opzichte van (bebouwing op) aangrenzende gronden; iv. het uitzicht; v. de aanwezigheid van voldoende privacy. 2. Straat- en bebouwingsbeeld: In het belang van een verantwoorde, evenwichtige en samenhangende stedenbouwkundige en architectonische inpassing dient aandacht gegeven te worden aan: i. een goede verhouding tussen bouwmassa's en open ruimte, (landschappelijke inpassing); ii. de verhouding tussen de hoogte breedte van gebouwen; iii. gevelbeelden; iv. de samenhang van de bouwvorm met nabij gelegen bebouwing; v. de hoogtedifferentiatie; vi. de situering van gebouwen op het perceel; vii. de geleding van de gebouwen indien de oppervlakte meer dan 1000 meter² bedraagt. 3. Cultuurhistorie i.
cultuurhistorische waarden en archeologische waarden;
4. Verkeersveiligheid Ten waarborging van verkeersveiligheid dient rekening gehouden te worden met: i. verkeersaantrekkende werking, toename van de verkeersintensiteit en de parkeerbehoefte; ii. overlast door lawaai, stank en/of trillingen; iii. benodigde uitzichthoeken van wegen; iv. de aansluiting van in- en uitritten op de openbare weg; v. de gevolgen voor het zicht op de openbare weg en of fiets- en voetpaden; vi. de aanwezigheid van voldoende laad- en losruimte. 5. Sociale veiligheid
bestemmingsplan "Emmen, Emmermeer Valtherlaan (uitbreiding woonwagenlocatie)" (vastgesteld) 27
Ter waarborging en ter voorkoming van een ruimtelijke situatie die onoverzichtelijk, onherkenbaar en niet-sociaal controleerbaar is dient rekening gehouden te worden: i. de mogelijkheden voor de verbetering van toezicht op en de overzichtelijkheid en toegankelijkheid van een sociaal onveilige plek; ii. de mate waarin de toezicht op en de overzichtelijkheid en toegankelijkheid van een openbare ruimte wordt ingeperkt. 6. Brandveiligheid, externe veiligheid en rampenbestrijding Ten aanzien van de brandveiligheid, externe veiligheid en rampenbestrijding dient rekening gehouden te worden met de volgende aspecten: i. aanwezigheid van kwetsbare objecten; ii. de aanwezigheid en routering van vluchtwegen; iii. de bereikbaarheid van de bouwwerken; de beschikbaarheid en bereikbaarheid van adequate blusmiddelen. 7. Milieusituatie: Ter waarborging en ter voorkoming van een milieukundig ongewenste situatie als gevolg van een ruimtelijke ingreep dient rekening gehouden te worden met: i. de mate van hinder voor de omliggende functies; ii. de gevolgen voor de externe veiligheid; iii. de gevolgen van de aanwezigheid van gevoelige functies voor de hinderlijke functies; iv. de gevolgen voor flora en fauna in relatie met de omgeving; v. de gevolgen voor de bodemkwaliteit; vi. de gevolgen voor de (grond)waterkwaliteit; vii. de situering van gebouwen ten opzichte van het water. 8.
Gebruiksmogelijkheden in andere bestemmingen Ter voorkoming van een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en de zich daarop bevindende bouwwerken is het niet toegestaan op enig terrein zodanig te bouwen, dat daardoor op een aangrenzend terrein, waarvan de toestand op dat moment overeenkomt met het plan, een situatie zou ontstaan die niet meer overeenkomt met het plan of waardoor een reeds bestaande afwijking van het plan zou worden vergroot. Figuur 6.1: Beoordelingscriteria afwijkingen en nader eisen Bescherming van archeologische waarden Om de archeologische waarden te beschermen is in de regels een dubbelbestemming 'Waarde-Archeologie 4' met een omgevingsvergunningenstelsel opgenomen. Daardoor wordt de uitvoering van bepaalde activiteiten - die niet altijd en overal in strijd met de onderkende waarden behoeven te zijn - aan bepaalde voorwaarden gebonden. Het stelsel biedt het college de mogelijkheid om de toelaatbaarheid van bepaalde activiteiten en gebruiksvormen per geval na te gaan en eventueel aan de uitvoering bepaalde eisen te stellen. Het moet daarbij gaan om activiteiten die op basis van de doeleindenomschrijving van het betreffende artikel mogelijk zijn, maar waarvoor een nadere afweging omtrent de toelaatbaarheid is gewenst. Normale onderhoudswerkzaamheden kunnen zonder vergunning uitgevoerd worden.
Daarom is bij het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden aangegeven dat normale onderhoudswerkzaamheden niet onder de vergunningsplicht vallen. In de praktijk kan het lastig zijn om te bepalen of een bepaalde activiteit als "normaal onderhoud" kan worden aangemerkt. In ieder geval zal het bij "normale onderhouds- c.q. exploitatiewerkzaamheden" moeten gaan om werkzaamheden die ter plaatse regelmatig terugkeren, teneinde tot een goed beheer van de gronden te komen. Incidentele ingrepen zoals bijvoorbeeld de cultuurtechnische situatie kunnen niet onder normale onderhoudswerkzaamheden begrepen worden. Ook werkzaamheden die een onherstelbare aantasting betekenen van de aan een gebied toegekende waarde zullen niet als "normaal" beschouwd kunnen worden. Opzet regels De planregels van dit bestemmingsplan zijn opgedeeld in vier hoofdstukken:
28 ing woonwagenlocatie)" (vastgesteld)
bestemmingsplan "Emmen, Emmermeer Valtherlaan (uitbreid
Hoofdstuk 1. Inleidende regels; Hoofdstuk 2. Bestemmingsregels; Hoofdstuk 3. Algemene regels; Hoofdstuk 4. Overgangs - en slotregels. De inhoud van de verschillende hoofdstukken wordt als volgt toegelicht: 5.2.1
Hoofdstuk1 Inleidende regels
In hoofdstuk 1 worden diverse begrippen welke in de planregels worden gehanteerd nader verklaard. Dit om mogelijke interpretatieproblemen te voorkomen. Daarnaast wordt aangegeven op welke wijze bepaalde afmetingen dienen te worden gemeten. Artikel 1 Begrippen De begripsbepalingen in artikel 1 zijn noodzakelijk bij de interpretatie van de regels. In dit artikel worden de begrippen gedefinieerd, die in de regels worden gehanteerd. De begrippen die hierin zijn opgenomen zijn terug te vinden in de bestemmingsbepalingen. Bij de toetsing aan het bestemmingsplan wordt uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis. Voor zover geen begrippen zijn gedefinieerd wordt aangesloten bij het normaal spraakgebruik. Met uitzondering van de eerste twee begrippen (plan en bestemmingsplan) zijn de begrippen alfabetisch gerangschikt. De begrippen zijn zoveel mogelijk gebaseerd op vaste jurisprudentie. In de loop der tijd hebben de meeste begrippen zich ontwikkeld tot een standaard, waarvan ook in dit bestemmingsplan gebruik is gemaakt. Artikel 2 Wijze van meten De bepalingen over de wijze van meten zijn in artikel 2 opgenomen. Dit artikel geeft aan hoe de hoogteen andere maten die bij het bouwen in acht genomen dienen te worden, gemeten moeten worden. 5.2.2
Hoofdstuk2 bestemmingsregels
In hoofdstuk 2 worden artikelsgewijs de op de verbeelding aangegeven bestemmingen omschreven en wordt toegelicht op welke wijze de gronden en opstallen gebruikt mogen worden. Behalve bestemmingen en dubbelbestemmingen zijn binnen het bestemmingsplan aanduidingen te onderscheiden. Deze aanduidingen bevatten specificaties van bestemmingen en dubbelbestemmingen met betrekking tot gebruik of bouwen. 5.2.2.1 Groen Artikel 3 Groen De op de verbeelding voor "Groen" aangewezen gronden zijn bestemd voor openbare groenvoorziening, bos, (erf)toegangswegen, fietsstroken, voetpaden, voorziening ten behoeve van de waterhuishouding en nutsvoorzieningen. Voorzieningen ten behoeve van sport- en speelgelegenheden en andere bouwwerken mogen binnen deze bestemming opgericht worden. Binnen de bestemming groen is geen bouwmogelijkheid opgenomen, het is dus niet mogelijk om gebouwen binnen de bestemming groen te realiseren. 5.2.2.2 Verkeer Artikel 4 Verkeer - Verblijfsgebied De voor Verkeer - Verblijfsgebied aangewezen gronden zijn bestemd voor woonstraten en wegen ten behoeve van de ontsluiting van de aanliggende erven en percelen. Binnen deze bestemming is het aanleggen van voet- en fietspaden, straten, erven en pleinen, groenvoorzieningen, sport en speelgelegenheden, nutsvoorzieningen en waterhuishoudkundige voorzieningen eveneens mogelijk.
Parkeervoorzieningen kunnen uitsluitend ter plaatse van de specifieke functieaanduiding Verkeer-parkeren (sv-p) worden gerealiseerd. Gebouwen mogen niet worden opgericht binnen deze bestemmingen, wel zijn andere bouwwerken ten dienste van de bestemming mogelijk. 5.2.2.3 Wonen Artikel 5 Wonen - Woonwagenstandplaats
bestemmingsplan "Emmen, Emmermeer Valtherlaan (uitbreiding woonwagenlocatie)" (vastgesteld) 29
De bestemming Wonen- Woonwagenstandplaats is bedoeld voor standplaatsen. Op deze standplaatsen mogen woonwagens gerealiseerd worden met bijbehorende bouwwerken. Voor iedere standplaats is een apart bouwvlak opgenomen. Uitsluitend binnen het bouwvlak mag een hoofdgebouw in de vorm van een woonwagen worden opgericht. Het aantal standplaatsen zoals aangegeven op de verbeelding mag niet worden vermeerderd. Bijbehorende bouwwerken dienen ondergeschikt te zijn aan het hoofdgebouw en mogen uitsluitend gerealiseerd worden binnen het op de verbeelding aangegeven bouwaanduiding bijbehorende bouwwerken. Bijbehorende bouwwerken mogen niet aan het hoofdgebouw vast gebouwd te worden. Wonen binnen een bijbehorende bouwwerk is niet toegestaan. Naast bijbehorende bouwwerken kunnen tevens andere bouwwerken zoals bijvoorbeeld een dierenverblijf of een overkapping worden gerealiseerd. Ook voor deze andere bouwwerken geldt dat deze binnen de bouwaanduiding bijbehorende bouwwerken moeten worden opgericht. De afstand van de woonwagen tot de overige woonwagens bedraagt minimaal vijf meter. De brandveiligheidsruimte die hiermee gepaard gaat mag niet bebouwd worden of als parkeerplaats dienen voor voertuigen, caravans, en dergelijke.
Op de verbeelding zijn de bouwvlakken van de standplaatsen zodanig opgenomen dat hiermee voldaan wordt aan de 'Handreiking brandveiligheid van woonwagens en woonwagenlocaties' van de VROM-inspectie. Tevens zijn de regels van het bestemmingsplan hierop aangepast. 5.2.3
Dubbelbestemmingen
DUBBELBESTEMMINGEN Dubbelbestemmingen worden opgenomen als meerdere functies onafhankelijk van elkaar op dezelfde plaats voorkomen. In feite betreft het hier twee (of meer) afzonderlijke bestemmingen voor één (deel van een) gebied. Daar waar een dubbelbestemming is gelegen, geldt zowel de bepaling van de betreffende (hoofd)bestemming als de bepaling zoals gesteld in de dubbelbestemming. Aan een dubbelbestemming bestaat behoefte, wanneer een bestemming onvoldoende recht doet aan de functies/gebruiksdoelen die op de betrokken gronden toelaatbaar (moeten) zijn of wanneer ruimtelijk relevante belangen veilig moeten worden gesteld die niet of onvoldoende met een bestemming kunnen worden gewaarborgd. Dubbelbestemmingen hebben voorrang op de hoofdbestemmingen. Dit betekent dat bepalingen van bestemmingen alleen van toepassing zijn als deze niet strijdig zijn met bepalingen die horen bij dubbelbestemmingen. Door deze dubbelbestemmingen worden Afwegingen opgelegd aan onderliggende (hoofd) bestemmingen. In de bestemmingsomschrijving van de dubbelbestemming worden niet alle doeleinden opnieuw genoemd maar alleen die waarvoor de dubbelbestemming is opgenomen. Het plangebied Emmen, Emmermeer Valtherlaan (uitbreiding woonwagenlocatie) kent één dubbelbestemming te weten:Waarde-Archeologie 4.
Artikel 6 Waarde- Archeologie 4 Om de archeologische waarden in het plangebied te beschermen is de dubbelbestemming Waarde-Archeologie 4 op de verbeelding opgenomen. Waarde- Archeologie 4 Voor gronden binnen categorie 4 geldt dat archeologisch onderzoek nodig is om vast te stellen of er waarden aanwezig zijn en of deze behoudenswaardig zijn. Om de archeologische waarden te beschermen is in de regels een omgevingsvergunningenstelsel opgenomen. Daardoor wordt de uitvoering van bepaalde activiteiten aan bepaalde voorwaarden gebonden. Het stelsel biedt het college de mogelijkheid om de toelaatbaarheid van bepaalde activiteiten en gebruiksvormen per geval na te gaan en eventueel aan de uitvoering bepaalde eisen te stellen. Het moet daarbij gaan om activiteiten die op basis van de doeleindenomschrijving van het betreffende artikel mogelijk zijn, maar waarvoor een nadere afweging omtrent de toelaatbaarheid is gewenst. Voor terreinen binnen Waarde - Archeologie 4 is algemeen aanvaard dat een minimumoppervlak voor bodemverstoringen geldt van 1000 m2 en een bouwvoordiepte van 30 cm (30 cm +10 cm principe). De Waarde - Archeologie 4 is apart opgenomen omdat dit terreinen zijn waar naast bovenstaande bepalingen geen drainageverbod geldt. Voor de dubbelbestemming Waarde-Archeologie geldt dat bestemmingen een wijzigingsbevoegdheid
30 ing woonwagenlocatie)" (vastgesteld)
bestemmingsplan "Emmen, Emmermeer Valtherlaan (uitbreid
kennen, waarin overeenkomstig artikel 3.6 van de Wro Burgemeester en Wethouders de dubbelbestemming kunnen laten vervallen of alsnog aan de gronden de dubbelbestemming kunnen toekennen. 5.2.4
Hoofdstuk3 Algemene regels
Hoofdstuk 3 van de regels bevat bepalingen die van toepassing zijn op meerdere bestemmingen, zodat het uit praktische overwegingen de voorkeur verdient deze in afzonderlijke artikelen onder te brengen. Artikel 7 Anti-dubbeltelregel Met dit artikel wordt voorkomen dat meer wordt gebouwd dan het bestemmingsplan beoogt. Dit is bijvoorbeeld mogelijk als (onderdelen van) bouwpercelen van eigenaars in maatvoering verschillen en wisselen. Door verwerving van een extra (bouw)perceel of een gedeelte daarvan, kunnen de gronden niet meegenomen worden met de berekening van de bouwmogelijkheden van het nieuwe perceel als de nieuw verworven gronden reeds meegenomen zijn bij de berekening van een eerdere bouwplannen. Het is dus niet toegestaan gronden twee keer in te zetten om een omgevingsvergunning te verkrijgen. Artikel 8 Algemene bouwregels In artikel 8 zijn regels opgenomen voor het bouwen van ondergeschikte bouwonderdelen. De genoemde onderdelen mogen de in de regels bepaalde maximale bouwhoogte overschrijden met de in artikel genoemde maten. Hiervoor is bewust gekozen omdat dit duidelijkheid en enige vrijheid aan ontwerpers biedt. Tevens wordt in dit artikel, artikel 9 lid 2 van de Woningwet buiten toepassing verklaard met uitzondering van een zestal onderwerpen dit o.a in verband met de bereikbaarheid, beheer en gebruik van het openbaar gebied.
Artikel 10 Algemene afwijkingsregels Afwijkingsregels zijn regels waardoor aan de bestemmingsbepalingen de nodige extra flexibiliteit wordt meegegeven. Toestemming voor afwijking gebeurt door het verlenen van een omgevingsvergunning. Het college van burgemeester en wethouders kan bijvoorbeeld een omgevingsvergunning verlenen voor het 10 % vergroten van de bouwmogelijkheden voor goot- en nokhoogte, het bouwen van bijgebouwen in de voorgevel van het hoofdgebouw, het bouwen van het hoofdgebouw maximaal 5 meter achter de gevellijn en het bouwen met een minder steile dakhelling. Daarnaast zijn ten aanzien van het gebruik afwijkingsmogelijkheden opgenomen voor de uitoefening van een aan huis gebonden kleinschalige beroeps- of bedrijfsactiviteiten voor alle woningen of het uitoefenen van bed en breakfast. De omgevingsvergunningen mogen alleen gebruikt worden indien niet op grond van een andere bepaling in deze regels omgevingsvergunning kan worden verleend. Dit betekent dat niet 2 keer omgevingsvergunning kan worden verleend van eenzelfde bepalingen of dat bepalingen die extra bouwmogelijkheden geven niet cumulatief gebruikt mogen worden. 5.2.5
Hoofdstuk4 overgangs- en slotregels
Het laatste hoofdstuk "Overgangs en slotregels" bevat in artikel 12 het overgangsrecht , zoals beschreven in het besluit Ruimtelijke Ordening. Artikel 13 is de slotregel. In dit artikel wordt aangegeven op welke wijze de regels van het bestemmingsplan kunnen worden aangehaald. In dit geval kunnen de regels van het bestemmingsplan aangehaald worden als regels van het bestemmingsplan Emmen, Emmermeer Valtherlaan (uitbreiding woonwagenlocatie)".
bestemmingsplan "Emmen, Emmermeer Valtherlaan (uitbreiding woonwagenlocatie)" (vastgesteld) 31
5.3
Handhaving
In dit bestemmingsplan heeft actueel beleid zijn doorwerking in de regels gekregen. Hierdoor is het juridisch kader van het bestemmingsplan voor gemeente als publiek beter toepasbaar geworden. Van de gemeente mag verwacht worden dat opgetreden wordt als de regels van het bestemmingsplan niet worden nageleefd. Bestemmingsplannen zijn immers bindend voor overheid en publiek ter bescherming van een goede ruimtelijke kwaliteit en een veilige leefomgeving. Het college van de gemeente Emmen heeft het beleidsplan Vergunningverlening Toezicht en Handhaving (VTH) vastgesteld. Dit beleidsplan VTH beschrijft de visie en ambitie op het terrein van de gemeentelijke VTH-taken, waaronder ook valt het toepassen en naleven van de regels in het bestemmingsplan. Daarnaast geeft het beleidsplan VTH invulling aan de wettelijke plicht om vastgesteld VTH-beleid te hebben. Voor wat betreft handhaving kan de gemeente onmogelijk continu alles controleren. De gemeente vertrouwt erop dat inwoners en bedrijven de regels naleven en zij er alles aan doen om risico's en nadelige effecten voor de maatschappij te voorkomen. Risico's bepalen de inzet van de beschikbare capaciteit. Op basis van kennis en ervaring is vastgesteld welke bedrijfscategorieën en activiteiten het grootste risico vormen voor fysieke veiligheid, leefbaarheid, volksgezondheid, milieu en imago.
Deze uitgangspunten zijn gebruikt bij het opstellen van dit bestemmingsplan en worden ook toegepast bij de naleving van de regels van het bestemmingsplan.
32 ing woonwagenlocatie)" (vastgesteld)
bestemmingsplan "Emmen, Emmermeer Valtherlaan (uitbreid
Hoofdstuk 6
Maatschappelijke betrokkenheid
6.1
Overleg ex. artikel 3.1.1 Bro en zienswijzen
6.1.1
Overleg
Het college heeft het bestemmingsplan Emmen, Emmermeer Valtherlaan (uitbreiding woonwagenlocatie) vrijgegeven voor overleg artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro), Het conceptontwerpbestemmingsplan is voor overleg verzonden naar verschillende overlegpartners. De ontvangen adviezen en reacties zijn gebundeld in de Nota van Beantwoording behorende bij het bestemmingsplan Emmen, Emmermeer Valtherlaan (uitbreiding woonwagenlocatie). In deze nota is tevens het standpunt van het college van burgemeester en wethouders ten aanzien van de verschillende overlegreacties opgenomen. Waar de adviezen en reacties leidden tot aanpassingen van het bestemmingsplan, zijn de aanpassingen in het ontwerpbestemmingsplan verwerkt. Voor de inhoud van de overlegreacties en het standpunt van het college wordt verwezen naar voornoemde nota. De Nota van Beantwoording maakt deel uit van het bestemmingsplan Emmen, Emmermeer Valtherlaan (uitbreiding woonwagenlocatie).
6.2
Zienswijzen op het ontwerpbestemmingsplan
Tegen het bestemmingsplan Emmen, Emmermeer Valtherlaan (uitbreiding woonwagenlocatie) zijn geen zienswijzen ingediend.
bestemmingsplan "Emmen, Emmermeer Valtherlaan (uitbreiding woonwagenlocatie)" (vastgesteld) 33
Hoofdstuk 7
Economische uitvoerbaarheid
Per 1 juli 2008 is de Wet ruimtelijke ordening in werking getreden. Afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening verplicht de gemeente tot het verhalen van kosten bij grondexploitatie via een exploitatieplan, tenzij kostenverhaal anderszins is verzekerd. De planontwikkelingskosten en van voorliggende bestemmingsplan Emmen, Emmermeer uitbreiding woonwagenlocatie aan de Valtherlaan komen geheel voor rekening van de Gemeente Emmen, waarbij de afdeling Dorpen en Wijken de coördinatie heeft. Daarmee is de economische uitvoerbaarheid voldoende geborgd. Er kunnen nog zogeheten MJOP's (meerjarenonderhoudsplannen) worden opgesteld voor het woonwagencentrum na herinrichting. Zo worden de structurele jaarlijkse beheerkosten goed in beeld gebracht en kunnen die jaarlijks worden begroot. Dit valt buiten het project 'herinrichting kleine woonwagencentra'. Gestreefd wordt om een bedrag à 700 euro jaarlijks per huurstandplaats te reserveren voor planmatig onderhoud en dagelijks onderhoud. Dit bedrag is in den lande een representatief bedrag gebleken om te reserveren voor dagelijks en planmatig onderhoud. Op dit moment betalen de bestaande huurders voor minder ruimte dan men in de loop der tijd in gebruik heeft genomen. De standplaatsen zullen opnieuw ingemeten moeten worden en er zal een nieuwe huurprijs moeten worden vastgesteld op basis van de werkelijke aantal m2 van de standplaats.
Mocht de huurder het hier niet mee eens zijn, dan zal de extra ingenomen ruimte door de huurder moeten worden ingeleverd. Eventuele extra opbrengsten zijn nu niet meegenomen. Deze behoren bij de reguliere exploitatie.
34 ing woonwagenlocatie)" (vastgesteld)
bestemmingsplan "Emmen, Emmermeer Valtherlaan (uitbreid
Bijlagen bij de toelichting
bestemmingsplan "Emmen, Emmermeer Valtherlaan (uitbreiding woonwagenlocatie)" (vastgesteld) 35
Bijlage 1 Nota van Beantwoording
36 ing woonwagenlocatie)" (vastgesteld)
bestemmingsplan "Emmen, Emmermeer Valtherlaan (uitbreid
(NL.IMRO.0114.2020010-B501)
Inhoudsopgave
Inhoudsopgave .......................................................................................................................................... 2
1 2 3 4 5 6
Overleg ex. artikel 3.1.1 Bro. .......................................................................................................... 3 Provincie Drenthe ............................................................................................................................................................. 3 N.V. Nederlandse Gasunie ............................................................................................................................................... 3 Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V. ....................................................................................................................... 3 Tennet TSO B.V. ................................................................................................................................................................ 4 Brandweer Drenthe. ......................................................................................................................................................... 4 Regionale Uitvoeringsdienst (RUD) ............................................................................................................................... 4
2
In het kader van het artikel 3.1.1. Bro overleg is het bestemmingsplan “Emmen, Emmermeer Valtherlaan (uitbreiding woonwagenlocatie)” naar de wettelijk verplichte en andere door de gemeente erkende overlegpartners verzonden. In het kader van het overleg hebben wij reacties terug ontvangen van de volgende overlegpartners:
1.
Provincie Drenthe
Postbus 122, 9400 AC Assen
Mw. K. Blanke
2.
N.V. Nederlandse Gasunie
Postbus 162, 7400 AD Deventer
Dhr. E. Freriks
3.
Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V.
Postbus 28000, 9400 AA Assen
Dhr. P.J. de Bos
4.
Tennet TSO B.V.
Postbus 718, 6800 AS Arnhem
Mw. M.J. ter Maat
5.
Brandweer Drenthe (VRD)
Postbus 402, 9400 AK Assen
Dhr. G. van den Hengel
6.
Regionale Uitvoeringsdienst (RUD)
Postbus 1017, 9400 BA Assen
Dhr. H. Zwiers
Bij de beantwoording wordt onder A een samenvatting van de reactie gegeven. Onder B staat het gemeentelijke antwoord hierop en- indien van toepassing - onder C de eventuele doorvertaling ervan in het bestemmingsplan. Met A1, B2 etc. wordt gewerkt wanneer er meerdere aspecten worden genoemd in de vooroverlegreactie.
1 Provincie Drenthe 1A1 De provincie adviseert de provinciale archeologische hoofdstructuur te benoemen ondanks dat deze prehistorische route net buiten het plangebied ligt. 1B1 In de archeologische paragraaf wordt een alinea toegevoegd waarin het bovenstaande advies wordt overgenomen. 1C1 Deze reactie heeft geen verdere consequenties voor het bestemmingsplan. 1A2 1B2 1C2
Indien het plan overeenkomstig het voorontwerp in procedure wordt gebracht ziet Gedeputeerde Staten geen reden om vanuit provinciaal belang in te grijpen in de verdere procedure. De reactie wordt voor kennisgeving aangenomen. Deze reactie heeft geen consequenties voor het bestemmingsplan.
2 N.V. Nederlandse Gasunie 2A Het voorontwerp geeft de Gasunie geen aanleiding tot het maken van op- of aanmerkingen. 2B De reactie wordt voor kennisgeving aangenomen. 2C Deze reactie heeft geen consequenties voor het bestemmingsplan.
3 Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V. 3A Het voorontwerp geeft de NAM geen aanleiding tot het maken van op- of aanmerkingen. 3B De reactie wordt voor kennisgeving aangenomen. 3C Deze reactie heeft geen consequenties voor het bestemmingsplan.
3
4 Tennet TSO B.V. 4A Tennet TSO B.V. geeft aan dat binnen de grenzen van het plan noch bovengrondse-, noch ondergrondse hoogspanningsverbindingen in beheer heeft. Tennet heeft geen opmerkingen op genoemd plan. 4B De reactie wordt voor kennisgeving aangenomen. 4C Deze reactie heeft geen consequenties voor het bestemmingsplan.
5 Brandweer Drenthe (VRD) 5A De Brandweer heeft ten aanzien van paragraaf 4.3 Fysieke Veiligheid geen opmerkingen. 5B De reactie wordt voor kennisgeving aangenomen. 5C Deze reactie heeft geen consequenties voor het bestemmingsplan. 6 Regionale Uitvoeringsdienst (RUD) Team Advies 6A De RUD geeft aan dat externe veiligheid voor dit ruimtelijk plan geen belangrijke rol speelt. Binnen het invloedsgebied van de in noordelijke richting liggende hoge druk aardgastransportleiding worden namelijk geen verblijfsobjecten geprojecteerd. Het plaatsgebonden risico en de belemmeringenstrook van de hoge druk aardgastransportleiding leveren geen beperkingen op voor dit plan. In de omgeving zijn verder geen risicobronnen aanwezig. Externe veiligheid levert geen belemmeringen op voor deze ruimtelijke ontwikkeling 6B De reactie wordt voor kennisgeving aangenomen. 6C Deze reactie heeft geen consequenties voor het bestemmingsplan.
4
Bijlage 2 Verkennend archeologisch onderzoek
bestemmingsplan "Emmen, Emmermeer Valtherlaan (uitbreiding woonwagenlocatie)" (vastgesteld) 41
Archeologisch onderzoek woonwagenlocatie Valtherlaan te Emmen
Bureauonderzoek (BO) en Inventariserend veldonderzoek (IVO-O)
GRA-rapport 2019.34
Archeologisch onderzoek woonwagenlocatie Valtherlaan te Emmen Bureauonderzoek (BO) en Inventariserend veldonderzoek (IVO-O)
Colofon Titel
Archeologisch onderzoek woonwagenlocatie Valtherlaan te Emmen Bureauonderzoek (BO) en Inventariserend veldonderzoek (IVO-O)
Projectcode Versie Datum Auteur
INP04519 Concept, 0.2 18-10-2019 M. Osinga (senior KNA Prospector)
Opdrachtgever
Nijbod Consultancy BV Postbus 7904 5605 SH Eindhoven
Uitvoerder
Telefoon Email Website Projectgegevens ISSN Zaak-ID Bevoegd gezag
Rapport beoordeeld door BG Beheer en plaats documentatie (gedurende onderzoek) Transito-depot Onderzoekslocatie Toponiem Plaats Gemeente Kadastrale aanduiding Centrumcoördinaten Oppervlakte Controle Paraaf goedkeuring
Greenhouse Advies bv Huismanstraat 6 6851 GT Huissen 026 2020606 archeologie@greenhouse-advies.nl www.greenhouse-advies.nl 2468-8258 4734234100 Gemeente Emmen C. Verschoor T: 140591 M: c.verschoor@emmen.nl nog niet Greenhouse Advies bv Huismanstraat 6 6851 GT Huissen Wanraaij 31B 6673 DM Andelst Valtherlaan Emmen Emmen EMN00 C 9144 (ged.) X = 256.120 / Y = 536.150 Ca. 3.000 m² P. Fijma (senior KNA Prospector)
BRL-protocol 4003 Proefsleuvenonderzoek (IVO-P) 4003 Proefsleuvenonderzoek (IVO-P) - variant archeologische begeleiding 4003 Verkennend booronderzoek (IVO-O) 4004 Opgraven landbodems 4004 Opgraven landbodems - variant archeologische begeleiding
☐ ☐ ☒ ☐ ☐
Projectcode: INP04519 Versie: Concept, 0.2
Pagina 2 van 22
Archeologisch onderzoek woonwagenlocatie Valtherlaan te Emmen Bureauonderzoek (BO) en Inventariserend veldonderzoek (IVO-O)
Inhoudsopgave 1
Inleiding.............................................................................................................................................. 4
1.1
Aanleiding .......................................................................................................................................... 4
1.2
Doelstelling en onderzoeksvragen .................................................................................................... 4
1.3
Werkwijze en leeswijzer..................................................................................................................... 5
2
Beschrijving plangebied ..................................................................................................................... 6
2.1
Huidige situatie .................................................................................................................................. 6
2.1.1
Kabels en Leidingen .......................................................................................................................... 7
2.2
Toekomstig gebruik ........................................................................................................................... 7
3
Bureauonderzoek .............................................................................................................................. 9
3.1
Landschap ......................................................................................................................................... 9
3.1.1
Geologie............................................................................................................................................. 9
3.1.2
Geomorfologie ................................................................................................................................... 9
3.1.3
Bodem.............................................................................................................................................. 11
3.2
Archeologie en historie .................................................................................................................... 12
3.2.1
Bekende archeologische gegevens ................................................................................................. 12
3.2.2
Cultuurhistorische en historisch-geografische elementen ............................................................... 15
3.3
Archeologische verwachting ............................................................................................................ 15
4
Inventariserend veldonderzoek........................................................................................................ 17
4.1
Werkwijze......................................................................................................................................... 17
4.2
Bodemopbouw ................................................................................................................................. 17
4.3
Reliëf ................................................................................................................................................ 18
4.4
Archeologie ...................................................................................................................................... 18
5
Evaluatie en advies .......................................................................................................................... 19
5.1
Samenvatting en conclusie .............................................................................................................. 19
5.2
Beantwoording onderzoeksvragen .................................................................................................. 19
5.3
Advies .............................................................................................................................................. 20
Literatuur en bronnen ...................................................................................................................................... 22 Literatuur .......................................................................................................................................................... 22 Databases/kaartmateriaal ................................................................................................................................ 22 Websites .......................................................................................................................................................... 22
Bijlagen Bijlage 1: Overzicht archeologische perioden Bijlage 2: Locatie boringen Bijlage 3: Boorstaten
Projectcode: INP04519 Versie: Concept, 0.2
Pagina 3 van 22
Archeologisch onderzoek woonwagenlocatie Valtherlaan te Emmen Bureauonderzoek (BO) en Inventariserend veldonderzoek (IVO-O)
1 Inleiding 1.1
Aanleiding
In opdracht van Nijbod Consultancy BV is door Greenhouse Advies B.V. voorliggend archeologisch onderzoek opgesteld voor het plangebied woonwagenlocatie Valtherlaan te Emmen. Het onderzoek heeft bestaan uit een bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek. Aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen herinrichting van het terrein, waarbij 3 standplaatsen voor woonwagens gerealiseerd worden. Bij de voorgenomen bodemingrepen voor funderingen en ondergrondse infrastructuur kunnen eventueel aanwezige archeologische waarden worden verstoord of vernietigd. Conform het beleid van de gemeente Emmen dient hier archeologisch onderzoek plaats te vinden (zie § 3.2.1). Het plangebied is weergegeven op Afbeelding 1.1. Onderhavig archeologisch onderzoek heeft betrekking op dit gebied (plangebied) en de directe omgeving (onderzoeksgebied). Het veldonderzoek is uitgevoerd conform het opgestelde Plan van Aanpak (PvA) d.d. 1909-2019.1
Afbeelding 1.1: Luchtfoto van het plangebied te Emmen (bron: PDOK).
1.2
Doelstelling en onderzoeksvragen
Het doel van het onderzoek is het verwerven van informatie, aan de hand van bestaande bronnen, over de bekende of verwachte archeologische resten, binnen een omschreven gebied, om daarmee tot een gespecificeerde archeologische verwachting te komen. Deze verwachting is vervolgens in het veld getoetst aan de hand van een booronderzoek. Het resultaat is een standaardrapport op basis waarvan een beslissing genomen kan worden ten aanzien van (eventueel) vervolgonderzoek en de vorm daarvan.
1 Osinga 2019
Projectcode: INP04519 Versie: Concept, 0.2
Pagina 4 van 22
Archeologisch onderzoek woonwagenlocatie Valtherlaan te Emmen Bureauonderzoek (BO) en Inventariserend veldonderzoek (IVO-O)
Om deze doelstelling te kunnen realiseren, dienen de volgende vragen te worden beantwoord: Bureauonderzoek 1 Welke natuurlijke formatieprocessen hebben een rol gespeeld in het plangebied? 2 Welke culturele formatieprocessen hebben een rol gespeeld in het plangebied? 3 Wat is het historisch landgebruik van het plangebied geweest? 4 Welke gegevens met betrekking tot archeologische waarden zijn binnen het plangebied bekend? 5 Wat is de archeologische verwachting voor het plangebied? Booronderzoek 6 Wat is de (natuurlijke) bodemopbouw van het plangebied? 7 In hoeverre is er sprake van antropogene lagen in het plangebied? 8 Is binnen het plangebied sprake van verstoringen? Zo ja, wat is de aard en omvang hiervan? 9 Wat is de aard en omvang van archeologische resten die tijdens het veldonderzoek zijn aangetroffen?
1.3
Werkwijze en leeswijzer
Het archeologisch bureauonderzoek is uitgevoerd conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), versie 4.1 en het Plan van Aanpak (PvA)1. Er is informatie verzameld over het onderzoeksgebied en het specifieke plangebied met betrekking tot geologie, bodem, bodemverstoringen, archeologie, cultuur- en bouwhistorie. Op basis hiervan is een archeologisch verwachting opgesteld die vervolgens in het veld getoetst is. Het rapport is opgebouwd uit de hieronder genoemde hoofdstukken: Hoofdstuk 2: Beschrijving plangebied Hoofdstuk 3: Bureauonderzoek Hoofdstuk 4: Inventariserend veldonderzoek Hoofdstuk 5: Evaluatie en advies Voor de in dit rapport gebruikte archeologische tijdsaanduidingen wordt verwezen naar Bijlage 1. Alle kaarten in de rapportage zijn noordgericht tenzij anders aangegeven.
Projectcode: INP04519 Versie: Concept, 0.2
Pagina 5 van 22
Archeologisch onderzoek woonwagenlocatie Valtherlaan te Emmen Bureauonderzoek (BO) en Inventariserend veldonderzoek (IVO-O)
2 Beschrijving plangebied 2.1
Huidige situatie
Plangebied en Onderzoeksgebied Het plangebied ligt aan de noordzijde van de bebouwde kom van Emmen. Het betreft een perceel grasland ten zuidwesten van het Valtherbospad. Direct ten zuiden grenst het plangebied aan een reeds bestaande woonwagenlocatie. Ten noordoosten van het plangebied ligt het bos van het Valtherzand. Het onderzoeksgebied betreft het plangebied met een zone van 500 meter hieromheen (zie Afbeelding 2.1).
Afbeelding 2.1: Topografische kaart van het plan- en onderzoeksgebied te Emmen (bron: opentopo).
Afbeelding 2.2: Huidige situatie gezien richting het oosten.
Projectcode: INP04519 Versie: Concept, 0.2
Pagina 6 van 22
Archeologisch onderzoek woonwagenlocatie Valtherlaan te Emmen Bureauonderzoek (BO) en Inventariserend veldonderzoek (IVO-O)
2.1.1
Kabels en Leidingen
Binnen het plangebied bevinden zich conform de KLIC-melding d.d. 12-09-2019 kabels en leidingen van de volgende netbeheerders (zie Afbeelding 2.3): Bedrijf Gemeente Emmen KPN WMD Drinkwater B.V. Enexis Netbeheer B.V
Soorten kabels en leidingen Riool onder over- of onderdruk Datatransport Water Gas lage druk, laagspanning
Ligging noordoosten noordoosten eis voorzorgsmaatregel gehele plangebied noordoosten
De kabels en leidingen bevinden zich in de regel op een diepte van 0,6-1,4 m –mv. Riolering ligt doorgaans dieper dan dat, tot ca. 3 m –mv. De exacte diepte van de kabels en leidingen in het plangebied is niet bekend maar verwacht mag worden dat dit binnen genoemde diepten zal zijn.
Afbeelding 2.3: Kabels en leidingen in het plangebied. (Bron: mijn.kadaster.nl)
2.2
Toekomstig gebruik
Op het terrein zal een inrichting plaatsvinden. Daarbij worden 3 standplaatsen voor woonwagens gerealiseerd. Deze zullen gefundeerd worden. De fundering zal afhankelijk van de draagkracht bepaald worden en is op moment van opstellen van onderhavige rapportage nog onbekend. Tevens zullen er riolering en kabels en leidingen aangelegd worden. Deze zullen ongeveer op 1,20 m beneden maaiveld worden aangebracht. De ligging van het riool is afhankelijk van het aansluitpunt. De voorgenomen plannen zullen na de uitvoering van diverse onderzoeken, waaronder dit archeologische onderzoek, nader worden uitgewerkt.
Projectcode: INP04519 Versie: Concept, 0.2
Pagina 7 van 22
Archeologisch onderzoek woonwagenlocatie Valtherlaan te Emmen Bureauonderzoek (BO) en Inventariserend veldonderzoek (IVO-O)
Afbeelding 2.4: Beoogde toekomstige inrichting voor 3 standplaatsen (bron: Nijbod Consultancy bv).
Projectcode: INP04519 Versie: Concept, 0.2
Pagina 8 van 22
Archeologisch onderzoek woonwagenlocatie Valtherlaan te Emmen Bureauonderzoek (BO) en Inventariserend veldonderzoek (IVO-O)
3 Bureauonderzoek 3.1
Landschap
Het landschap heeft in het verleden een sterke rol gespeeld in het nederzettingspatroon en de mogelijkheden tot bepaalde activiteiten van de mens. Bij onderzoek naar de mogelijkheid van archeologische sporen in een bepaald gebied is het van belang om te achterhalen hoe het landschap er in het verleden kan hebben uit gezien.
3.1.1
Geologie
Het plangebied ligt op de oostelijke flank van de Hondsrug. De basis van de afzettingen in het plangebied wordt gevormd door materiaal dat is afgezet in het Pleistoceen. In de voorlaatste ijstijd, het Saalien, was het noorden van Nederland bedekt met een pakket landijs. Door de druk van het ijs werd het reeds aanwezige materiaal opgedrukt en ontstond een langgerekte rug, die tegenwoordig bekend is als de Hondsrug. Aan de onderzijde van het ijs werd van elders meegevoerd materiaal afgezet. Dit sterk samengepakte pakket van zand, leem, keien en stenen wordt doorgaans aangeduid als keileem. Het wordt gerekend tot het Laagpakket van Gieten binnen de Formatie van Drenthe. In de laatste ijstijd, het Weichselien, kwam het landijs niet tot aan Nederland. In deze omgeving heerste een periglaciaal klimaat. De aanwezige toendra kende een schaarse begroeiing. Onder deze omstandigheden had de wind vrij spel, waardoor dekzand is afgezet. Deze eolische afzettingen worden gerekend tot het Laagpakket van Wierden binnen de Formatie van Boxtel. Op basis van drie nabijgelegen boringen2, die beschikbaar zijn via het dinoloket, bedraagt de dikte van dit pakket circa 1 m. In twee van deze boringen komt in de top van de keileem een grindlaag voor. Vanaf het begin van het Holoceen, omstreeks 10.000 jaar geleden, warmde de aarde op en steeg de zeewaterspiegel.
Het dekzand werd vastgelegd door vegetatie. Door activiteiten van de mens, zoals afplaggen en afbranden van de heide, ging de vegetatie sterk achteruit. Er konden opnieuw verstuivingen optreden op plekken waar de vegetatie ontbrak. Deze verstuivingen waren echter meer lokaal dan in de ijstijd. In hoeverre er ter plaatse van het plangebied dergelijke verstuivingen hebben plaatsgevonden is vooralsnog onbekend. In de directe omgeving zijn wel stuifzanden bekend.
3.1.2
Geomorfologie
De Geomorfologische kaart3 geeft de mate van reliëf en de vormen aan die in het landschap te onderscheiden zijn (zie Afbeelding 3.1). Het plangebied ligt volgens deze kaart ter plaatse van een grondmorenerug gevormd door landijsstromen (eenheid G1). Het algehele reliëf van deze terreinvorm is grootschaliger dan voor onderhavig onderzoek van belang is. Ten zuidoosten van het plangebied ligt een vlakte van smeltwaterafzettingen, al dan niet bedekt met dekzand (eenheid P7). Detailinformatie met betrekking tot reliëf binnen het plangebied komt in deze kaart niet tot uitdrukking. Dit kan op basis van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) beoordeeld worden. Het AHN is een landsdekkend digitaal bestand in de vorm van een driedimensionaal grid met een hoge nauwkeurigheid, waarmee de maaiveldhoogte van Nederland in kaart is gebracht.4 Door het combineren van de X, Y- en Z-waarden (t.o.v. NAP) van elk punt is een digitaal model ontstaan dat de gemiddelde hoogte van het maaiveld weergeeft met een nauwkeurigheid van 50 bij 50 cm per gridcel in horizontale zin en een afwijking van maximaal 10 cm in verticale zin (+/- 5 cm standaardafwijking en +/- 5 cm systematische afwijking). Op basis van het AHN2 (zie Afbeelding 3.2) is te zien dat in het oostelijke deel van het plangebied ophoging heeft plaatsgevonden. Het overige deel van het terrein is zo goed als vlak.
In de lengterichting loopt midden door het perceel een geringe laagte, die in zuidwestelijke richting buiten het perceel doorloopt. Mogelijk betreft het een voormalige begreppeling. Aan de westzijde van het terrein is een smalle dubbele baan zichtbaar. Mogelijk hangt deze samen met de prehistorische weg die in deze zone verwacht wordt (zie § 3.2.1)
2 boringen B17H1550, B17H1551 en B17H1553 3 Provincie Drenthe 2010 4 Geraadpleegd via https://ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer/.
Projectcode: INP04519 Versie: Concept, 0.2
Pagina 9 van 22
Archeologisch onderzoek woonwagenlocatie Valtherlaan te Emmen Bureauonderzoek (BO) en Inventariserend veldonderzoek (IVO-O)
Afbeelding 3.1: Uitsnede Geomorfologische kaart (bron: Provincie Drenthe 2010).
Afbeelding 3.2: Uitsnede AHN2 van het plangebied en de omgeving (bron: AHN-viewer) .
Projectcode: INP04519 Versie: Concept, 0.2
Pagina 10 van 22
Archeologisch onderzoek woonwagenlocatie Valtherlaan te Emmen Bureauonderzoek (BO) en Inventariserend veldonderzoek (IVO-O)
3.1.3
Bodem
De bodems in het plangebied worden op de Bodemkaart5 getypeerd als haarpodzolgronden in vrijwel leemarm, fijn zand (type gHd21)(zie Afbeelding 3.3). Dergelijke dunne podzols zijn ontstaan in gronden met een diepe grondwaterstand. Door een neerwaartse waterbeweging zijn een uitspoelingslaag (E-horizont) en een inspoelingslaag (B-horizont) gevormd. De horizonten vertonen veelal een scherpe overgang. Op een diepte beginnend vanaf 40 cm beneden maaiveld komt grind voor. Dit hangt samen met de aanwezigheid van keileem in de ondergrond. In de directe nabijheid van het plangebied komen duinvaaggronden voor (type gZd21). Deze zijn gerelateerd aan de stuifzanden. Mogelijk is ook in een plangebied een dunne afdekkende laag stuifzand aanwezig.
Afbeelding 3.3: Uitsnede Bodemkaart (bron: Alterra 2014).
Grondwatertrap Grondwatertrappen zijn een indicatie voor de diepte van de grondwaterstand en de seizoensfluctuatie daarvan. De grondwatertrappenindeling is gebaseerd op de gemiddeld hoogste (GHG) en de gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG). Hiermee worden de winter- en zomergrondwaterstanden gekarakteriseerd in een jaar met een gemiddelde neerslag en verdamping. De diepte en fluctuatie van de grondwaterstand zijn van invloed op de conserveringscondities van eventuele archeologische resten. Het plangebied bevindt zich in een zone met grondwatertrap VIII (GHG > 140 cm).6 De conserveringscondities voor organische resten in de relatief droge gronden zijn matig tot slecht. Anorganische resten kunnen wel goed bewaard gebleven zijn.
5 Alterra 2014 6 Geraadpleegd via http://maps.bodemdata.nl/bodemdatanl/index.jsp
Projectcode: INP04519 Versie: Concept, 0.2
Pagina 11 van 22
Archeologisch onderzoek woonwagenlocatie Valtherlaan te Emmen Bureauonderzoek (BO) en Inventariserend veldonderzoek (IVO-O)
3.2
Archeologie en historie
3.2.1
Bekende archeologische gegevens
Op basis van onder andere de ontstaansgeschiedenis van het landschap, de huidige bodemopbouw en bekende archeologische waarden kan voor gebieden een lage, middelhoge, hoge of zeer hoge archeologische verwachting worden bepaald, of, indien waarden zijn vastgesteld, een toekenning van een lage, hoge of zeer hoge archeologische waarde. Voor het onderzoeksgebied zijn landelijke, provinciale en gemeentelijke kennisen beleidskaarten geraadpleegd. Archeologische waarden Het plangebied ligt conform de gemeentelijke beleidskaart in een zone met een (middel)hoge verwachting (waarde 4) (zie Afbeelding 3.4). In deze zone is archeologisch vooronderzoek verplicht bij ingrepen dieper dan 30 cm en met een oppervlakte groter dan 1.000 m2. Het uiterste westen van het plangebied ligt in een zone met de aanduiding Archeologisch monument (waarde 2). In deze zone is archeologisch vooronderzoek verplicht bij ingrepen dieper dan 30 cm en met een oppervlakte groter dan 500 m2. Het betreft de loop van een prehistorische weg die vanaf hunebed D41 (Archeologisch monument 9684) in noordelijke richting over de Hondsrug liep (zie ook paragraaf Provinciaal belang). Het plangebied kent conform het vigerende bestemmingsplan "Emmen, Emmermeer" (vastgesteld d.d.
27-092012) een dubbelbestemming archeologie (zie Afbeelding 3.5).7 Deze is vastgesteld op basis van de middelhoge of hoge archeologische verwachtingswaarde. Archeologisch onderzoek is verplicht bij ingrepen dieper dan 30 cm en groter dan 500 m2. Provinciaal belang Direct ten westen van het plangebied loopt het vermoedelijke traject van de prehistorische weg over de Hondsrug (zie Afbeelding 3.6). Hoewel deze weg als lijn op de kaart staat, heeft deze natuurlijk enige breedte gekend. Het precieze verloop en de breedte van de weg zijn vooralsnog onbekend. De provincie Drenthe hanteert beleid met betrekking tot deze prehistorische weg (conform de Omgevingsvisie 2018 en de Provinciale Omgevingsverordening 2018; kernkwaliteit Archeologie).8 Archeologische waarden die hier worden aangetroffen, zullen naar verwachting door hun ruimtelijke spreiding, samenhang, zeldzaamheid, tijdsdiepte en/of goede fysieke kwaliteit van provinciaal belang kunnen zijn. De provincie Drenthe wil middels deze sturing vroegtijdig in het planvormingsproces met de gemeente het Programma van Eisen voor archeologisch onderzoek afstemmen.