Bijlage bij RA21.0016 - Best.plan Emmermeer Valtherlaan (uitbreiding woonwagenlocatie) (RIS.10083)
Tekst van het document
Emmen, Emmermeer Valtherlaan (uitbreiding woonwagenlocatie)
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding tot nieuw bestemmingsplan 1.2 Ligging plangebied 1.3 Huidige planologische regelingen 1.4 Opzet bestemmingsplan 1.5 Overzicht verricht onderzoek
5 5 5 6 7 7
Hoofdstuk2 Beleid 2.1 Gemeentelijk beleid 2.2 Provinciaal beleid 2.3 Rijksbeleid 2.4 Conclusie
8 8 9 10 11
Hoofdstuk3 Planbeschrijving en Stedenbouwkundige structuur 3.1 Algemene planbeschrijving 3.2 Ontwikkeling van de woonwagenlocatie 3.3 Inrichting standplaatsen
12 12 12 14
Hoofdstuk4 Onderzoeken 4.1 Archeologie en monumenten 4.2 Ecologie 4.3 Fysieke veiligheid 4.4 Milieu 4.5 Waterparagraaf
15 15 17 20 22 25
Hoofdstuk5 Toelichting op de planregels en verbeelding 5.1 Algemeen 5.2 Toelichting op de regels 5.3 Handhaving
26 26 26 32
Hoofdstuk6 Maatschappelijke betrokkenheid 6.1 Overleg ex. artikel 3.1.1 Bro en zienswijzen 6.2 Zienswijzen op het ontwerpbestemmingsplan
33 33 33
Hoofdstuk7
34
Economische uitvoerbaarheid
Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1 Nota van Beantwoording Bijlage 2 Verkennend archeologisch onderzoek Bijlage 3 Proefsleuvenonderzoek archeologie Bijlage 4 Verkennend ecologisch onderzoek Bijlage 5 Verkennend bodemonderzoek Bijlage 6 Verkennend akoestisch onderzoek Bijlage 7 Aanmeldnotitie M.e.r. Bijlage 8 Aeriusberekeningen Bijlage 9 M.e.r. beoordelingsbesluit Bijlage 10 Watertoets Bijlage 11 Samenvatting watertoets
35 36 41 68 94 121 165 224 243 266 268 276
Regels
281
Hoofdstuk1 Artikel 1
Inleidende regels Begrippen
2 ing woonwagenlocatie)" (vastgesteld)
282 282 bestemmingsplan "Emmen, Emmermeer Valtherlaan (uitbreid
Artikel 2
Wijze van meten
286
Hoofdstuk2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6
Bestemmingsregels Groen Verkeer - Verblijfgebied Wonen - Woonwagenstandplaats Waarde - Archeologie 4
287 287 288 289 291
Hoofdstuk3 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Overige regels
293 293 294 295 296 297
Hoofdstuk4 Artikel 12 Artikel 13
Overgangs- en slotregels overgangsrecht slotregel
298 298 299
bestemmingsplan "Emmen, Emmermeer Valtherlaan (uitbreiding woonwagenlocatie)" (vastgesteld) 3
4 ing woonwagenlocatie)" (vastgesteld)
bestemmingsplan "Emmen, Emmermeer Valtherlaan (uitbreid
Toelichting Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding tot nieuw bestemmingsplan
Op 12 juli 2018 heeft het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties het Beleidskader gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid vastgesteld. In dit Beleidskader wordt aangegeven dat gemeenten primair verantwoordelijk zijn voor de huisvesting van woonwagenbewoners waarbij beleidsvrijheid bestaat om in te spelen op de lokale behoefte. Gemeentelijk beleid dat in strijd is met de Grondwet of met mensenrechten is ongeoorloofd. Een gemeente dient in haar woonwagenbeleid rekening te houden met de specifieke woonbehoefte van woonwagenbewoners en te voorzien in voldoende standplaatsen, zodat woonwagenbewoners binnen een redelijke termijn een standplaats kunnen krijgen. In het Woonbehoefteonderzoek Woonwagenstandplaatsen in Emmen najaar 2019 werd geconcludeerd dat in de gemeente Emmen behoefte is aan extra standplaatsen. De gemeente Emmen heeft samen met de woonwagengemeenschap het initiatief genomen om drie extra standplaatsen te realiseren op de locatie Valtherlaan. Hiermee is ruimtelijk gezien het maximaal te realiseren standplaatsen op de woonwagenlocatie Valtherlaan bereikt. Door de uitbreiding van de woonwagenlocatie met een drietal standplaatsen wordt de brandonveilige situatie van de woonwagens op de adressen Valtherlaan nummer 9 en nummer 9a opgelost en daarmee wordt voldaan aan wet- en regelgeving.
Om deze herstructurering en herinrichting mogelijk te maken is voorliggend bestemmingsplan Emmen, Emmermeer Valtherlaan (uitbreiding woonwagenlocatie) opgesteld. Door het opstellen van dit bestemmingsplan worden de regels waarbinnen de herstructurering moet plaatsvinden vastgelegd.
Afbeelding 1.1: Globale situering van de te herstructureren woonwagenlocatie
1.2
Ligging plangebied
Voorliggend bestemmingsplan Emmen, Emmermeer Valtherlaan (uitbreiding woonwagenlocatie) heeft betrekking op de woonwagenlocatie aan de Valtherlaan in de wijk Emmermeer (afbeeldingen 1.2 en 1.3). De locatie is als volgt kadastraal bekend: Emmen, sectie C, nummer 9144. De woonwagenlocatie is gelegen aan de rand van het bebouwde deel van de wijk Emmermeer op de grens met het buitengebied van Emmen.
bestemmingsplan "Emmen, Emmermeer Valtherlaan (uitbreiding woonwagenlocatie)" (vastgesteld) 5
Afbeelding 1.2: Situering van de te herstructureren woonwagenlocatie
Afbeelding 1.3: Verkaveling woonwagenlocatie
1.3
Huidige planologische regelingen
De uit te breiden woonwagenlocatie aan de Valtherlaan is gelegen in het bestemmingsplan Emmen, Emmermeer. De gronden waarop de uitbreiding van de woonwagenlocatie plaatsvindt hebben in het geldende bestemmingsplan de bestemming 'Agrarisch'. Het realiseren/uitbreiden van een woonwagenlocatie is binnen deze bestemming niet toegestaan. Om de realisatie/uitbreiding mogelijk te maken is dit bestemmingsplan opgesteld en in procedure gebracht. Het voorliggende bestemmingsplan Emmen, Emmermeer Valtherlaan (uitbreiding woonwagenlocatie) vervangt gedeeltelijk het bestemmingsplan Emmen, Emmermeer (onherroepelijk 05-12-2012). Bij het van kracht worden van het bestemmingsplan Emmen, Emmermeer Valtherlaan (uitbreiding woonwagenlocatie) zal eerder genoemd bestemmingsplan Emmen, Emmermeer voor zover de gronden vallen binnen het plangebied, rechtskracht verliezen en door het bestemmingsplan Emmen, Emmermeer Valtherlaan (uitbreiding woonwagenlocatie) worden vervangen.
6 ing woonwagenlocatie)" (vastgesteld)
bestemmingsplan "Emmen, Emmermeer Valtherlaan (uitbreid
1.4
Opzet bestemmingsplan
Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. Op de verbeelding worden de percelen in het gebied aangegeven met bestemming dan wel een aanduiding. In de regels worden de bouw- en gebruiksmogelijkheden van het plangebied geregeld. Tot slot wordt in de toelichting een verantwoording gegeven van de in het plan gemaakte keuzes.
1.5
Overzicht verricht onderzoek
Ter voorbereiding van het bestemmingsplan Emmen, Emmermeer Valtherlaan (uitbreiding woonwagenlocatie) zijn diverse onderzoeken verricht en adviezen gegeven. Daarnaast is er informatie gebruikt uit onderzoeken en adviezen die in een ander kader zijn uitgevoerd. De conclusies uit de onderzoeken en adviezen zijn verwerkt in de toelichting. Ter voorbereiding van het bestemmingsplan zijn de volgende onderzoeken verricht: Akoestisch onderzoek rapport 10414.001, Econsultancy; Archeologisch historisch onderzoek ISSN 2468-8258, Greenhouse Advies; Archeologisch vervolgonderzoek (proefsleuvenonderzoek); Quickscan Wabo Flora en fauna Wet natuurbescherming Valtherlaan Emmen, Grasadvies; Verkennend bodemonderzoek, projectcode NBC00419, Greenhouse Advies; Verhardingsadvies, referentie 1912-05763-v 0.2, Schagen Infra; M.e.r.-aanmeldnotitie, RB10.511 A-M.e.r. RooBeekAdvies; Advies externe veiligheid, RUD- Drenthe; Stikstofdepositie Aerius, BJZ (nog toevoegen); Watertoets.
bestemmingsplan "Emmen, Emmermeer Valtherlaan (uitbreiding woonwagenlocatie)" (vastgesteld) 7
Hoofdstuk 2
Beleid
2.1
Gemeentelijk beleid
2.1.1
Structuurvisie gemeente Emmen 2020, veelzijdigheid troef
Structuurvisie Emmen 2020, Veelzijdigheid Troef, is 24 september 2009 vastgesteld door de raad. Het document is opgesteld als ruimtelijke vertaling van de ambities gesteld in de Strategienota Emmen 2020, vastgesteld in de raadsvergadering van september 2001. De structuurvisie geeft de hoofdlijnen van de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente Emmen weer. In de structuurvisie wordt de ruimtelijke structuur van 2020 geschetst aan de hand van een aantal thema's, te weten landschap, duurzaamheid, verkeer, werken, wonen, voorzieningen en veiligheid. Voor ieder thema is een hoofdkoers bepaald. Voor het bestemmingsplan Emmen, Emmermeer Valtherlaan (uitbreiding woonwagenlocatie) is vooral het thema wonen van belang. 2.1.2
Woonbeleid
2.1.2.1 Algemeen De Woonvisie 2018-2023 richt zich op een nieuwbouwopgave passend bij de kwalitatieve behoefte en aanvullend op de bestaande voorraad. Daarbij moet de bestaande woningvoorraad beter benut worden. In de Woonvisie is een strategie opgenomen voor woningbouw: 1. Woningbouwinitiatieven worden niet individueel, maar in samenhang bekeken. 2. Prioriteit wordt gegeven aan plannen voor herstructurering en transformatie. 3. Bij het maken van de woon- en leefbaarheidsvisies voor dorpen en wijken komen plekken naar voren waar inbreiding (verdichting) mogelijk en gewenst is. 4. Bestaande uitbreidingslocaties worden afgerond. 5. Woningbouwplannen dragen bij aan een gevarieerd woonmilieu (ruimte bieden aan plannen die een nichemarkt bedienen en aan kleinschalige experimentele, innovatieve en duurzame woonvormen). 6. Woningbouwplannen dragen bij aan ruimtelijke kwaliteit. 2.1.2.2 Woonwagenbeleid Het door de gemeenteraad vastgestelde beleidsplan 'Woonwagenbeleid 2014' vormt het kader voor de herstructurering van de kleine woonwagencentra in Emmen. In het separate 'Sociaal Plan herstructurering kleine woonwagencentra 2014' zijn de elementen die in elk herstructureringsproject terugkomen, opgenomen.
Er is beschreven wat huurders/bewoners, die met een ingrijpende aanpak van hun woonwagen te maken krijgen, van de gemeente, de corporatie(s) en eventuele andere instanties kunnen verwachten en wat er van de huurders/bewoners wordt verwacht. In het separate 'Verhuur- en verkoopbeleid standplaatsen voor woonwagens, huurwoonwagens, woonwagenwoningen en ligplaatsen voor woonschepen' is op dit moment nog de verhuur en - selectieve - verkoop van standplaatsen, woonwagens en woonwagenwoningen alsmede de verhuur van ligplaatsen voor woonschepen geregeld.Dit beleid zal in 2020 worden geactualiseerd. Met de inwerkingtreding van de nieuwe Huisvestingswet 2014 is de huisvestingsverordening voor standplaatsen, woonwagen en woonwagenwoningen 2014 van rechtswege op 1 juli 2015 van rechtswege vervallen. In 2020 zullen in overleg met de bewonerscommissie van woonwagenbewoners nieuwe toewijzingsregels worden vastgesteld. 2.1.3
Integrale parkeervisie
In oktober 2017 heeft de gemeenteraad van Emmen de "Integrale parkeervisie gemeente Emmen" vastgesteld. Deze visie vervangt de parkeernota van 2010. De visie is het kader voor het bepalen van de parkeeropgave bij fysieke ontwikkelingen op alle niveaus. Het is een leidraad voor het beoordelen van de parkeeropgave van stedenbouwkundige visies & plannen voor (her-)ontwikkeling van de fysieke leefomgeving en is ook het kader dat invulling geeft aan het begrip “voldoende parkeer- of stallingsruimte dan wel voldoende laad- of losruimte in bestaande en op ontwikkeling gerichte nieuwe bestemmingsplannen. De visie bevat ten aanzien van de hoeveelheid 8 ing woonwagenlocatie)" (vastgesteld)
bestemmingsplan "Emmen, Emmermeer Valtherlaan (uitbreid
parkvoorzieningen en het aantal los- en laadplaatsen het beoordelingskader voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen en/of wijzigen gebruik. Voor toekomstige (nieuwbouw)ontwikkelingen is de integrale parkeervisie en de landelijke richtlijnen van het CROW leidraad. Uitgangspunt blijft in beginsel voldoende parkeerruimte op eigen terrein. Als dit niet kan, kan eventueel teruggevallen worden op parkeren in de openbare ruimte, waarvoor aan de gemeente een afkoopsom wordt betaald. 2.1.4
Welstandsbeleid
De welstandsnota 2016, gemeente Emmen is opgesteld uitgaande van het motto: “Loslaten van kan, regelen wat ertoe doet”. De gemeente hecht waarde aan de omgevingskwaliteit, en ziet daarbij onderscheid tussen de verschillende gebieden die de gemeente rijk is. Niet ieder gebied vraagt om dezelfde benadering. De welstandsnota 2016 kent drie welstandsniveaus: welstandsvrij, welstandsluw en welstandsniveau hoog. Voor een aantal gebieden is de ambitie naar beneden bijgesteld ,waardoor welstandsvrije gebieden zijn toegenomen. Het niveau welstandsluw is geïntroduceerd. In de luwe gebieden wordt op een aantal basale aspecten van welstand gestuurd en wordt afstand genomen van gedetailleerde beoordelingen. Daarnaast moeten gebieden die van meer waarde zijn - niveau hoog – goed beschermd blijven. Deze gebieden leveren een belangrijke bijdrage aan de identiteit van Emmen. Voornamelijk zijn dit de centra van dorpen, wijken en de beschermde dorpsgezichten. Voor deze gebieden geldt een hoog ambitieniveau. Het gemeentebestuur beoogt met deze nota een dynamische welstand in Emmen, waarbinnen ruimte is voor dialoog en “kwalitatief herstel” met de samenleving. Het bestemmingsplan en de welstandsnota zorgen samen voor het behoud van de ruimtelijke kwaliteit. Het bestemmingsplan geeft aan wat, hoeveel, in welke vorm en waar er gebouwd mag worden.
Het welstandsbeleid geeft aan hoe het gebouw er uit mag komen te zien. Dit wil zeggen dat het welstandsbeleid moet voorkomen dat er gebouwen gebouwd worden die afbreuk doen aan de omgeving. Voor de woonwagencentra geldt dat geen specifieke welstandcriteria zijn opgenomen.
2.2
Provinciaal beleid
2.2.1
Omgevingsvisie Drenthe 2018
De Omgevingsvisie is hét strategische kader voor de ruimtelijk-economische ontwikkeling van Drenthe. De visie formuleert de belangen, ambities, rollen, verantwoordelijkheden en sturing van de provincie in het ruimtelijke domein. De Omgevingsvisie beschrijft de ruimtelijk-economische ontwikkeling van Drenthe in de periode tot 2030, met in sommige gevallen een doorkijk naar de periode daarna. Als in de tekst wordt gesproken over ‘lange termijn’, betreft het de periode na 2030. De Omgevingsvisie heeft voor de provincie vooral een interne binding. Dit betekent dat de provincie bij de uitoefening van haar taken aan de Omgevingsvisie gebonden is. Missie De missie van de provincie is het waarderen van de Drentse kernkwaliteiten en het ontwikkelen van een bruisend Drenthe, passend bij de kernkwaliteiten. Deze missie is ingegeven door wat inwoners, medeoverheden en maatschappelijke partners belangrijk vinden voor de toekomst van Drenthe. De kernkwaliteiten zijn samen met partners en de inwoners van Drenthe benoemd, te weten landschap, cultuurhistorie, aardkundige waarden, archeologie, rust en natuur. Kernkwaliteiten De kernkwaliteiten zijn de kwaliteiten die bijdragen aan de identiteit en aantrekkelijkheid van Drenthe.
Samen met vertegenwoordigers van overheden, belangengroepen, marktpartijen en inwoners heeft de provincie de volgende kernkwaliteiten van Drenthe benoemd: rust, ruimte, natuur en landschap; oorspronkelijkheid (authenticiteit, Drents eigen); bestemmingsplan "Emmen, Emmermeer Valtherlaan (uitbreiding woonwagenlocatie)" (vastgesteld) 9
noaberschap; kleinschaligheid (Drentse schaal); menselijke maat; veiligheid. Het provinciaal belang ligt in het behouden en, waar mogelijk, ontwikkelen van de kernkwaliteiten. In hoofdstuk 4 van de Omgevingsvisie is voor alle kernkwaliteiten een uitwerking naar meer concrete indicatoren gemaakt, namelijk landschap, cultuurhistorie, aardkundige waarden, archeologie, rust en natuur. Zorgvuldig Ruimtegebruik In Drenthe kunnen mensen nog ruimte beleven. Dat wil de provincie bewaken, ook wanneer er nieuwe ontwikkelingen zijn. Zorgvuldig ruimtegebruik is van provinciaal belang. Milieu- en leefomgevingskwaliteit De provincie streeft naar een gezonde en veilige leefomgeving voor mens, plant en dier. Het beschermen van de kwaliteit van milieu en leefomgeving is veelal op Europees en nationaal niveau geregeld. Daarbij zijn diverse taken en verantwoordelijkheden bij de provincies neergelegd. Deze taken, gericht op het beschermen van de kwaliteit van lucht, water en bodem en het verbeteren van de verkeersveiligheid, waterveiligheid en externe veiligheid, zijn daarmee van provinciaal belang. 2.2.2
Provinciale omgevingsverordening
Provinciale Staten van Drenthe hebben de Provinciale omgevingsverordening Drenthe vastgesteld. In de omgevingsverordening is het perceel gelegen binnen een gebied aangeduid als 'Bestaand Stedelijk Gebied'. Binnen Bestaand Stedelijk Gebied ligt de verantwoordelijkheid ten aanzien van woningbouw primair bij de gemeente. De verordening geeft verder geen specifieke bepalingen voor percelen met deze aanduiding.
2.3
Rijksbeleid
2.3.1
Ruimtelijk beleid
De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is op 13 maart 2012 van kracht geworden. Onderdeel van deze structuurvisie is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Met de structuurvisie kiest het rijk voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 13 nationale belangen. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Voor Emmen zijn in de SVIR geen onderwerpen opgenomen die aangemerkt worden als nationaal belang. In de Barro zijn alleen de zaken betreffende defensie en kernkwaliteiten van toepassing. Echter deze zaken hebben geen directe invloed op de inrichting van het plangebied. 2.3.2
Kiezen voor Karakter, Visie erfgoed en ruimte - Wederopbouwgebieden
De Visie erfgoed en ruimte geeft aan hoe het rijk het onroerend cultureel erfgoed borgt in de ruimtelijke ordening, welke prioriteiten het kabinet daarbij stelt en hoe het wil samenwerken met publieke en private partijen. Vanuit een brede erfgoedvisie wordt ingezoomd op de meest actuele en urgente opgaven van nationaal belang. De visie is complementair aan de Structuurvisie infrastructuur en ruimte. De heersende opvatting in de visie is dat verankering van cultureel erfgoed in de ruimtelijke ordening vraagt om twee zaken. In de eerste plaats dient het belang van het cultureel erfgoed volwaardig mee te worden genomen in de integrale afweging van belangen die plaatsvindt ten behoeve van het goed functioneren van de ruimte. In de tweede plaats dient cultureel erfgoed dat van bijzondere betekenis is, te worden benoemd. Zo kan er op voorhand rekening mee worden gehouden in ruimtelijke plannen en ontwikkelingsprocessen Op basis van onderzoek van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed zijn 30 gebieden geselecteerd uit de periode 1940-1965 die van nationaal cultuurhistorisch belang zijn. De gebieden zijn beoordeeld op o.a. de kwaliteit van het oorspronkelijke plan c.q. ontwerp, de toenmalige ontwerpprincipes, de huidige stedenbouwkundige gaafheid en zeldzaamheid, de voorbeeldfunctie van ontwerp en uitvoering, het
10 ing woonwagenlocatie)" (vastgesteld)
bestemmingsplan "Emmen, Emmermeer Valtherlaan (uitbreid
(inter)nationale belang en hun huidige cultuurhistorische waarde. Hierbij is onderscheid gemaakt naar drie typen gebieden: 1) de daadwerkelijk wederopgebouwde kernen / gebieden (herstel oorlogsschade), 2) naoorlogse woonwijken en 3) landelijk gebied (reconstructie na oorlogsschade, ruilverkavelingen en nieuw land) . De woonwijken Emmermeer, Angelslo en Emmerhout zijn o.a. op basis van de volgende fysieke kwaliteiten geselecteerd: compositie van 3 wijken rond bos in voormalig veengebied; hiërarchisch stratenpatroon met centraal gelegen voorzieningenstroken; experimentele woningbouw en ruime groenvoorziening van nationale betekenis. De aanwijzing als wederopbouwgebied voor Emmermeer heeft geen betekenis voor onderhavige uitbreiding van de woonwagenlocatie.
2.4
Conclusie
De conclusie van de in dit bestemmingsplan Emmen, Emmermeer Valtherlaan (uitbreiding woonwagenlocatie) opgenomen beleidsuitgangspunten is dat het rijksbeleid niet direct doorwerkt in het plangebied. Hierdoor is het bestemmingsplan niet in strijd met het rijksbeleid. Het rijksbeleid werkt indirect door via het provinciaal beleid. Het provinciaal beleid werkt indirect door via het gemeentelijk beleid. Voor het voorliggende bestemmingsplan kan geconcludeerd worden dat het plan passend is in het provinciale beleid. Wat betreft het gemeentelijk beleid kan gesteld worden dat het herstructureren en inrichten van de woonwagenlocatie, met als doel het bieden van kwalitatief goede huisvestingsmogelijkheden voor de doelgroep die op het woonwagencentrum woont en wil wonen en de bestaande (huur)huisvesting opwaarderen naar geldende wet- en regelgeving en in goede staat van onderhoud brengen, passend is binnen het beleid van de gemeente. Door het plan zal het woonmilieu binnen zowel de huidige- als de uitbreidingswoonwagenlocatie aan de Valtherlaan verbeteren.
bestemmingsplan "Emmen, Emmermeer Valtherlaan (uitbreiding woonwagenlocatie)" (vastgesteld) 11
Hoofdstuk 3 structuur 3.1
Planbeschrijving en Stedenbouwkundige
Algemene planbeschrijving
Voorliggend bestemmingsplan regelt de uitbreiding van de woonwagenlocatie aan de Valtherlaan te Emmen met drie woonwagenstandplaatsen. De nieuwe standplaatsen worden gecreëerd omdat op grond van het landelijk Beleidskader gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid is gebleken dat behoefte bestaat aan uitbreiding van woonwagenlocaties binnen de gemeente Emmen. Het bestemmingsplan heeft tevens als doel een brandveiliger omgeving te creëren. Daarnaast liggen sociaal maatschappelijke overwegingen ten grondslag aan het opstellen van voorliggend bestemmingsplan. De herstructurering is een uitwerking van het 'Woonwagenbeleid 2014' en het hieraan gekoppelde Sociaal Plan. Het doel van deze herinrichting is het bieden van kwalitatief goede huisvestingsmogelijkheden voor de doelgroep die op een woonwagencentrum wil wonen. De gemeente streeft met de inrichting en herstructurering van de woonwagenlocatie naar een duurzame situatie op de woonwagenlocatie Valtherlaan en met de uitbreiding Valtherlaan met kwalitatief goede woonwagens in een duurzaam kwalitatief goede woonomgeving waarbij de leefbaarheid voorop staat. Een oude woonwagen past hier niet in. Daarnaast wil de gemeente goed geïsoleerde woonwagens die bijdragen aan de verlaging van de CO2 uitstoot.
De gemeente ziet duurzaamheid breed; niet alleen energie maar ook aandacht voor onder anderen levensloopbestendigheid, gezondheid binnen klimaat, materiaal gebruik en onderhoud. De standplaatsen liggen binnen de sociale sector: huur/koop. De standplaatsen zullen zo goed mogelijk betaalbaar moeten zijn voor de toekomstige bewoners. De standplaatsen met berging bevinden zich in 'huur-eigendom'. Er wordt naar gestreefd standplaatsen aan te bieden voor een huurbedrag waarbij rekening wordt gehouden met het door het door de huurcommissie vastgestelde puntensysteem voor 80% van de maximale huurberekening voor de huurstandplaatsen.
3.2
Ontwikkeling van de woonwagenlocatie
Voor woonwagens is in 1995 de wettelijke verplichting ontstaan om ook een 'bouwvergunning' aan te vragen voor bouwactiviteiten. De nieuwe woonwagens c.q. de aan te brengen aanpassingen dienen geheel te voldoen aan de vereisten van Bouwbesluit 2012 en passend te zijn binnen de mogelijkheden van de woonwagenlocatie. De bewoners hebben sanitaire gelegenheid in hun woonwagen. De brandveilige afstand tussen woonwagens bedraagt vijf meter. De brandveiligheidsruimte mag niet bebouwd worden of als parkeerplaats dienen voor voertuigen, caravans, en dergelijke. Daarnaast is parkeren op de standplaats vanuit het oogpunt van brandveiligheid, beheersbaarheid en handhaafbaarheid ook niet wenselijk. Om die reden hebben of krijgen de standplaatsen rondom een spijlen hekwerk c.q. stenen muur met een maximale doorgang van 1,00 meter en worden daar waar nodig extra parkeerplaatsen in de openbare ruimte aangelegd. In de volgende paragrafen wordt voor de uitbreiding woonwagenlocatie aan de Valtherlaan de bestaande situatie en de nieuwe ontwikkeling beschreven. De uitbreiding woonwagenlocatie Valtherlaan is gelegen in de woonwijk Emmermeer. De woonwagenlocatie is gelegen aan de rand van het bebouwde deel van de wijk Emmermeer op de grens met het buitengebied van Emmen.
Volgens het geldende bestemmingsplan Emmen, Emmermeer heeft de uitbreidingslocatie voor drie woonwagens aan de Valtherlaan de bestemming 'Agrarisch' en de dubbelbestemming 'Waarde-Archeologie verwachtingswaarden'. Het plangebied van de woonwagenlocatie heeft volgens het bestemmingsplan Emmen, Emmermeer uitbreiding woonwagenlocatie aan de Valtherlaan de volgende bestemmingen: Groen, Verkeer-Verblijfgebied, Wonen-Woonwagenstandplaats en de dubbelbestemming Waarde-Archeologie 4'. De gronden bestemd voor Wonen- Woonwagenstandplaats zijn bedoeld voor maximaal 3 woonwagenstandplaatsen. De standplaatsen mogen alleen binnen de bouwvlakken worden bebouwd 12 ing woonwagenlocatie)" (vastgesteld)
bestemmingsplan "Emmen, Emmermeer Valtherlaan (uitbreid
waarbij gebouwen in de gevellijn geplaatst dienen te worden. Maximaal 60% van de standplaats mag worden bebouwd, waarbij de afstand van het hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelsgrens aan één zijde minimaal 1 meter mag bedragen, mits aan de andere zijde de afstand tussen twee hoofdgebouwen minimaal 5 meter bedraagt. Voor de hoofdgebouwen geldt de bestaande goot- en bouwhoogte (in overeenstemming met de bestaande woonwagens). Per standplaats mag achter de voorgevel van het hoofdgebouw een bijbehorend bouwwerk worden gerealiseerd van maximaal 35 m2 met een bouwhoogte van 3 meter mits niet meer dan 50% van de standplaats wordt bebouwd. Het huidige woonwagencentrum 'Valtherlaan' heeft nog geen volwaardige woon-, verblijfs- en gebruikskwaliteit. Het woonwagencentrum is wel aangesloten op de omgeving, heeft een open structuur en is van buitenaf zichtbaar en herkenbaar. Het woonwagencentrum 'Valtherlaan' heeft weliswaar een eigen karakter en uitstraling waarin de bewoners zich kunnen herkennen, maar wordt door de gemeente als onwenselijk ervaren. De uitbreiding woonwagencentrum 'Valtherlaan' ligt in het zicht vanaf de Odoornerweg en is daardoor een kwetsbare locatie. Er zal rondom de nieuwe standplaatsen groene fysieke bescherming aangebracht worden door middel van een bosplantsoen met een solitaire bomenrij.
Deze groene fysieke bescherming zal ook aan de noord- en oostzijde geplaatst worden. De bestemming van het bosplantsoen krijgt de bestemming 'Groen'.
Afbeelding 4.1: Bestaande situatie met uitbreiding Vatherlaan
De uitbreidingslocatie met woonwagens voldoet, ongeacht de bebouwingsvorm, aan alle eisen van brandveiligheid en andere relevante wetgeving.
bestemmingsplan "Emmen, Emmermeer Valtherlaan (uitbreiding woonwagenlocatie)" (vastgesteld) 13
Afbeelding 4.2: Woonwagenlocatie Valtherlaan voorgenomen nieuwe situatie
De standplaatsen zijn voldoende groot en daardoor flexibel in te richten, zodat er nieuwe en bestaande woonwagens geplaatst kunnen worden, nu of in de verdere toekomst. De weg naar standplaats nummer 9 wordt iets verlegd maar blijft behouden voor nummer 9. Tussen het pad van nummer 9 en de nieuwe weg naar de nieuwe plaatsen is een groenstrook met bomenrij aangegeven. Ter voorkoming dat het groen platgereden wordt of gebruikt gaat worden voor opslag wordt het groen fysiek afgeschermd. Elke standplaats bevat een vastgesteld maximaal bouwvlak met een maximale bouwhoogte. Daarmee wordt de brandveiligheid gewaarborgd en een grens gesteld aan het bouwvolume. Buiten dit bouwvlak mag niet worden gebouwd, behoudens de bijgebouwenzone.
3.3
Inrichting standplaatsen
De woonwagenstandplaatsen worden bestraat en omsloten door een hekwerk. De bergingen zijn reguliere houten bergingen. De rest van de kavels wordt bestraat en omsloten door een hekwerk. 3.3.1
Parkeren
Voor alle nieuwe standplaatsen op de woonwagenlocaties geldt een parkeernorm van twee parkeerplaatsen per standplaats. Voor bestaande standplaatsen geldt een parkeernorm van 1,5 parkeerplaats. Alle parkeerplaatsen zijn openbaar. Vanuit het oogpunt van brandveiligheid, beheersbaarheid en handhaafbaarheid is het parkeren op de standplaats niet toegestaan. De standplaatsen zijn daarom omgeven met een spijlen hekwerk c.q. stenen muur met een maximale doorgang van 1,00 meter, daar waar nodig worden extra parkeerplaatsen in de openbare ruimte aangelegd.
14 ing woonwagenlocatie)" (vastgesteld)
bestemmingsplan "Emmen, Emmermeer Valtherlaan (uitbreid
Hoofdstuk 4
Onderzoeken
4.1
Archeologie en monumenten
4.1.1
Algemeen
De gemeente Emmen heeft archeologiebeleid vastgesteld, d.d. 30 mei 2013. Hiervoor is een archeologische beleidsadvieskaart gemaakt met daarbij een rapport, dit rapport dient als toelichting op de kaart. Het doel van deze documenten is om aan te geven wat de kern vormt van het archeologie beleid en waar de beleidskeuzen zijn gemaakt. De verschillende archeologische waarden en verwachtingen en de maatregelen die daaraan zijn gekoppeld zijn in gemeentelijk archeologische beleidsadvieskaart vertaald naar diverse categorieën "Waarde - Archeologie" in het bestemmingsplan. Met de vertaling is op eenvoudige wijze voor het gehele gebied van de gemeente Emmen in beeld gebracht of archeologische waarden in het geding zijn of kunnen zijn en zo ja, op welke manier daarmee dient te worden omgegaan, tabel 1 geeft de onderverdeling van de vier gemaakte categorieën weer. Categorie
Archeologische waarden
Oppervlakte
Diepte
Drainage
Rijksmonument
Beschermd
-
-
Verbod
Waarde Archeologie 1
Zeer hoge archeologische waarde
0 m2
30 cm + 10 cm
Verbod
Waarde Archeologie 2
(zeer) (hoge) archeologische waarde
100 m2
30 cm + 10 cm
Verbod
Waarde Archeologie 3
Middelhoge of hoge verwachting
1000 m2
30 cm + 10 cm
Verbod
Waarde Archeologie 4
Middelhoge of hoge verwachting
1000 m2
30 cm + 10 cm
Toegestaan
Tabel 1: Onderverdeling van archeologische waarden.
Deze beleidskeuzen zijn vertaald in dubbelbestemmingen. Per archeologische kwaliteit zijn planregels opgenomen voor de te bebouwen oppervlakte en een omgevingsvergunningsstelsel voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden. De maatvoering voor afwijking is afhankelijk van de te verwachten waarden of verwachtingen en de uitkomsten van archeologisch onderzoek. 4.1.2
Archeologische waarden in het plangebied
Het plangebied Emmen, Emmermeer Valtherlaan (uitbreiding woonwagenlocatie) is volgens de beleidskaart gelegen in een gebied met Waarde-Archeologie 4, figuur 4.1 is een uitsnede uit de beleidskaart. De woonwagenlocatie aan de Vatherlaan ligt in de bebouwde kom op de rand van de wijk Emmermeer. Het plangebied ligt net naast een prehistorische route van de provinciale archeologische hoofdstructuur. Volgens de gemeentelijke archeologische beleidskaart heeft de locatie aan de Valterhlaan een archeologische waarde 4. Dit zijn gebieden waar op basis van de geologische en bodemkundige opbouw en reeds aangetroffen archeologische resten een (middel)hoge kans op het aantreffen van (intacte) archeologische vindplaatsen bestaat. Deze zones worden gekenmerkt door een - al dan niet verscholen onder het huidige maaiveld - redelijk gaaf landschap met dekzandruggen en dekzandkoppen. Van concrete vindplaatsen is hier echter vooralsnog geen sprake. Gelet op de beleidskaart van de gemeente Emmen heeft ten behoeve van de herstructuering van de woonwagenlocatie een bureauonderzoek en archeologisch inventariserend veldonderzoek plaatsgevonden (Bijlage 2 Archeologisch onderzoek ISSN 2468-8258, Greenhouse Advies). Dit onderzoek is uitgevoerd conform de Wet op de archeologische monumentenzorg. Het plangebied ligt in een dekzandlandschap met haarpodzolgronden op de oostelijke flank van de Hondsrug.
Op basis van het bureauonderzoek kan worden gesteld dat voor het plangebied een hoge bestemmingsplan "Emmen, Emmermeer Valtherlaan (uitbreiding woonwagenlocatie)" (vastgesteld) 15
verwachting geldt voor alle archeologische perioden. Er kunnen archeologische resten verwacht worden in de vorm van verspreide begraving, (periodieke) bewoning en landgebruik. Archeologische resten kunnen bestaan uit (nederzettings) resten in de vorm van grondsporen en voor de betreffende periode kenmerkend vondstmateriaal, zoals aardewerk, bouwkeramiek en glas. In het westelijke deel van het plangebied kan het tracé van de prehistorische weg over de Hondsrug verwacht worden. Het veldonderzoek heeft uitgewezen dat de bodem in het plangebied bestaat uit dekzand op fluvioperiglaciale afzettingen. In de top van het dekzand was van oorsprong een dunne podzol aanwezig. In twee boringen zijn hiervan intacte restanten aangetroffen. Er zijn tijdens het veldonderzoek geen archeologische indicatoren en/of vondsten waargenomen. De archeologische verwachting voor de locatie aan de Valtherlaan is op grond van de uitgevoerde onderzoeken hoog. In het uiterste westen van het plangebied loopt het vermoedelijke tracé van de prehistorische weg over de Hondsrug. Op basis van de resultaten van het uitgevoerde onderzoek wordt geadviseerd de zone waar de prehistorische weg verwacht kan worden in de uitwerking van de plannen te ontzien, zodat behoud in situ kan plaatsvinden. Dit omvat tevens de beplanting die hier in de beoogde toekomstige inrichting voorzien is.
Aanplant en beworteling kunnen eventuele archeologische resten aantasten. Indien het niet mogelijk is de plannen aan te passen en hier toch grondroerende werkzaamheden gaan plaatsvinden, is vervolgonderzoek noodzakelijk. Om te bepalen of de weg daadwerkelijk in het plangebied ligt en om deze te documenteren indien dat het geval is, is geadviseerd een proefsleuvenonderzoek (IVO-P) uit te voeren. Voor aanvang van het onderzoek is een Programma van Eisen opgesteld, waarin onder meer de onderzoeksvragen en randvoorwaarden van het onderzoek verwoord zijn. Het bevoegd gezag heeft het Programma van Eisen goedgekeurd. Het proefsleuvenonderzoek is op 6 augutus 2020 uitgevoerd door middel van het graven van 3 proefsleuven. In putten 1 en 3 was de bodem tot in de C-horizont verstoord. In put 2 was nog een intact podzolprofiel aanwezig. In geen van de proefsleuven zijn archeologische waarden aangetroffen. In het op te stellen rapport zal dan ook geen archeologisch vervolgonderzoek worden geadviseerd. Voor het overige deel van het plangebied geldt dat de kans op het aantreffen van (onverstoorde) archeologische resten klein geacht wordt, gezien de bodemopbouw en waargenomen verstoringen. Volgens Greenhouse Advies kan de archeologische verwachting hier naar beneden worden bijgesteld tot laag.
De voorgenomen ingrepen kunnen volgens Greenhouse advies zonder archeologisch voorbehoud worden uitgevoerd. Indien tijdens de uitvoering alsnog onverwachte archeologische resten worden aangetroffen, dient hiervan direct melding gemaakt te worden bij het bevoegd gezag in het kader van de wettelijke meldingsplicht conform de Erfgoedwet.
16 ing woonwagenlocatie)" (vastgesteld)
bestemmingsplan "Emmen, Emmermeer Valtherlaan (uitbreid
figuur 4.1: Uitsnede archeologische beleidskaart, plangebied gelegen in waarde - archeologie 4
Gebieden gecategoriseerd als waarde- 4 zijn gebieden waar op basis van de geologische en bodemkundige opbouw, landschappelijke kenmerken en reeds aangetroffen archeologische resten een (middel)hoge kans op het aantreffen van (intacte) archeologische vindplaatsen bestaat. Deze zones worden gekenmerkt door een - al dan niet verscholen onder het huidige maaiveld - redelijk gaaf landschap met dekzandruggen en dekzandkoppen. Delen van dit landschap kunnen bovendien zijn afgedekt door esdekken. Van concrete vindplaatsen is hier echter vooralsnog geen sprake. In hoofdzaak geldt een grote trefkans op nederzettingen, grafvelden, losse boerderijen, wegen, dijken, linies, kleine jachtkampen en losse vondsten uit alle perioden Voor gebieden aangeduid met Waarde - Archeologie 4 is algemeen aanvaard dat een minimumoppervlak voor bodemverstoringen geldt van 1000 m2 en een bouwvoordiepte van 30 cm (30 cm +10 cm principe). De Waarde - Archeologie 4 is apart opgenomen omdat dit terreinen zijn waar naast bovenstaande bepalingen geen drainageverbod geldt. 4.1.3
Conclusie
Op grond van de resultaten van het verkennend archeologisch onderzoek en het proefsleuvenonderzoek is een archeologisch vervolgonderzoek niet noodzakelijk. In het bestemmingsplan is de dubbelbestemming Waarde-Archeologie 4 opgenomen.
4.2
Ecologie
De Wet natuurbescherming (Wnb) is in werking getreden op 1 januari 2017. Deze wet vervangt de volgende drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998 (gebiedsbescherming), de Flora- en faunawet (soortenbescherming) en de Boswet (houtopstanden). De provincie is bij de Wnb het bevoegd gezag voor de toetsing van werkzaamheden en handelingen bij Natura 2000-gebieden en dier- en plantensoorten. Het Rijk blijft bevoegd gezag bij ruimtelijke ingrepen met grote nationale belangen. Voor gemeenten geldt dat zij het bevoegd gezag zijn voor omgevingsvergunningen. Gebiedsbescherming In de Wnb is de bescherming van specifieke natuurgebieden geregeld. Het betreft de Natura 2000-gebieden, die een internationale bescherming genieten. Plannen en projecten met negatieve effecten op deze gebieden zijn vergunningplichtig. Relevant daarbij is dat de Wnb een externe werking kent. Van externe werking is sprake als activiteiten buiten een Natura 2000-gebied van invloed zijn op bestemmingsplan "Emmen, Emmermeer Valtherlaan (uitbreiding woonwagenlocatie)" (vastgesteld) 17
de natuurwaarden in een Natura 2000-gebied. Per Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelen voor soorten en vegetatietypen opgesteld. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) -voorheen Ecologische Hoofdstructuur- is een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen belangrijke natuurgebieden in Nederland en vormt de basis voor het natuurbeleid. Ten aanzien van ontwikkelingen binnen het NNN geldt het 'nee, tenzij-principe'. Het NNN is als beleidsdoel opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing, ontwikkeling en bescherming van het NNN. De begrenzing en ruimtelijke bescherming van het NNN is voor de provincie Drenthe uitgewerkt in de Provinciale Omgevingsvisie en de bijbehorende Provinciale Omgevingsverordening. Soortenbescherming Het uitgangspunt van de Wnb is dat er geen (opzettelijke) schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan. De soortenbescherming binnen de Wnb is daarbij opgedeeld in drie beschermingsregimes: Vogelrichtlijnsoorten, Habitatrichtlijnsoorten en andere soorten. Bij beoordeling van de toelaatbaarheid van bouwwerken en/of andere activiteiten moet rekening worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid van te beschermen dier- en plantensoorten.
Er dient een ontheffing op grond van artikel 3.3, 3.8 en/of 3.10 Wnb te worden aangevraagd voor een (bouw)werkzaamheid of activiteit indien het volgende van toepassing is: uit gegevens of onderzoek blijkt dat er sprake is van verstoring of doden van (een) beschermde soort(en); het bouwwerk en/of de activiteit veroorzaakt beschadiging of vernieling van voortplanting- of rustplaatsen van dieren, dan wel ontworteling of vernieling van plantensoorten; er kan geen gebruik gemaakt worden van een vrijstelling op grond van de Wet natuurbescherming; er kan niet gewerkt worden volgens een goedgekeurde gedragscode. Houtopstanden In de Wnb is de bescherming van houtopstanden buiten de, door de gemeenteraad vastgestelde, bebouwde kom geregeld. Doel is de instandhouding van het bosareaal. In de Provinciale Omgevingsverordening van de provincie Drenthe is geregeld hoe een kapmelding moet worden ingediend, waaraan herbeplanting moet voldoen en wanneer ontheffing van de herbeplantingsplicht kan worden verleend. Voor houtopstanden binnen de bebouwde kom geldt de Bomenverordening gemeente Emmen 2011. In het bijbehorende bomenregister zijn de monumentale en waardevolle bomen en waardevolle houtopstanden vastgelegd. Zonder ontheffing is het verboden deze te kappen. 4.2.1
Natuurwaarden in het plangebied
Het projectgebied voor de realisering van drie woonwagenstandplaatsen is momenteel in gebruik als weiland. Het projectgebied maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is Bargerveen op ca. 14 km afstand van het projectgebied en wordt hiervan gescheiden door agrarisch gebied en de bebouwde kom van Emmen. Andere Natura 2000-gebieden liggen op grotere afstand (> 16 km) van het projectgebied. Gelet op de afstand van het projectgebied tot natura 2000-gebieden en de beperkte impact van de ingreep, kan een negatief effect op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden door verstoringen op voorhand worden uitgesloten. Een substantieel, negatief effect van de voorgenomen ontwikkeling op de stikstofemissie en daarmee op Natura 2000-gebieden is niet aannemelijk. Het projectgebied maakt geen onderdeel uit van het Natuurnetwerk Nederland. Het dichtstbijzijnde gebied behorende tot het Natuurnetwerk Nederland (hierna: NNN) ligt op ca. 5 m afstand van het projectgebied. Het projectgebied wordt van dit NNN gebied gescheiden door het Valtherbospad. Aangezien het projectgebied buiten de begrenzing van het NNN ligt en de provinciale ruimtelijke verordening van de provincie Drenthe geen bepalingen ten aanzien van externe werking kent, is nadere toetsing ten aanzien van NNN niet noodzakelijk.
Daarnaast kan gelet op de beperkte omvang van de ontwikkeling een significant negatief effect op de wezenlijke kenmerken en natuurwaarden van het natuurnetwerk op voorhand uitgesloten worden. Het projectgebied bevindt zich binnen de bebouwde kom. Daarmee is het onderdeel Houtopstanden van de Wet natuurbescherming niet van toepassing op het projectgebied. 18 ing woonwagenlocatie)" (vastgesteld)
bestemmingsplan "Emmen, Emmermeer Valtherlaan (uitbreid
Uit het veldonderzoek zijn de volgende restricties naar voren gekomen: Het projectgebied is geschikt als foerageergebied voor vleermuizen, maar van een functie als essentieel foerageergebied is geen sprake. De aanwezige bomen ten oosten van het projectgebied vormen een robuuste, lijnvormige structuur die voor vleermuizen belangrijke landschapselementen verbindt. Een eventuele functie als vliegroute voor vleermuizen is aannemelijk. Indien de werkzaamheden overdag of in de winter (1 november – 1 april) worden uitgevoerd of indien lichtverstoring richting het bosperceel ten oosten van het projectgebied voorkomen wordt, is nader onderzoek naar beschermde vleermuizen en/of een ontheffingsaanvraag niet benodigd. Het bosperceel ten oosten van het projectgebied en de houtsingel ten noorden zijn dan ook onderdeel van het leefgebied van o.a. zangvogels. Het is aannemelijk dat zangvogels de bomen en bosschages gebruiken als broedlocatie. Dit houdt in dat gedurende het broedseizoen geen werkzaamheden mogen worden uitgevoerd die leiden tot een verstoring of vernietiging van de exemplaren en/of nesten van deze soortgroep. Het broedseizoen ligt globaal tussen 15 maart en 15 juli, afhankelijk van de weersomstandigheden. Eerdere, maar ook latere broedgevallen zijn mogelijk. Deze 'broedgevallen buiten het broedseizoen om' zijn ook beschermd conform de Wet natuurbescherming.
De aannemer behoudt te allen tijde zijn of haar zorgplicht: ''De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende planten en dieren, alsmede voor hun directe leefomgeving. In praktijk betekent dit het a. voorkomen, b. beperken en c. ongedaan maken van schadelijke handelingen voor de natuur.” Door GrasAdvies is een verkennend flora & fauna onderzoek uitgevoerd. Het verkennende onderzoek is als bijlage 4 opgenomen in de toelichting. In de paragrafen 6.1 tot en met 6.9 van dit onderzoek worden de (mogelijke) aanwezigheid van zwaar en matig zwaar beschermde flora en fauna per terrein besproken. De mogelijke aanwezigheid van deze soorten kan leiden tot de aanbeveling voor vervolgonderzoek of tot een mitigatieopgave. Tevens worden de effecten beoordeeld die de voorgenomen ontwikkeling heeft op beschermde flora en fauna. 4.2.2
Conclusie
Een negatief effect op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden kan door de voorgenomen ontwikkeling worden uitgesloten. Er is geen sprake van een substantieel, negatief effect van de voorgenomen ontwikkeling op de stikstofemissie en daarmee op Natura 2000-gebieden ( zie bijlage 8 Stikstofdepositie Aerius, BJZ). Het projectgebied maakt geen onderdeel uit van het Natuurnetwerk Nederland. Aangezien het projectgebied buiten de begrenzing van het Natuurnetwerk Nederland ligt en de provinciale ruimtelijke verordening van de provincie Drenthe geen bepalingen ten aanzien van externe werking kent, is nadere toetsing ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland niet noodzakelijk. Gelet op de beperkte omvang van de ontwikkeling kan een significant negatief effect op de wezenlijke kenmerken en natuurwaarden van het natuurnetwerk op voorhand uitgesloten worden. Het onderdeel Houtopstanden van de Wet natuurbescherming is niet van toepassing op het projectgebied. Een eventuele functie als vliegroute voor vleermuizen is aannemelijk. Indien de werkzaamheden overdag of in de winter (1 november – 1 april) worden uitgevoerd of indien lichtverstoring richting het bosperceel ten oosten van het projectgebied voorkomen wordt, is nader onderzoek naar beschermde vleermuizen en/of een ontheffingsaanvraag niet benodigd.
Gedurende het broedseizoen mogen geen werkzaamheden worden uitgevoerd die leiden tot een verstoring of vernietiging van de exemplaren en/of nesten van zangvogels. Het broedseizoen ligt globaal tussen 15 maart en 15 juli, afhankelijk van de weersomstandigheden. Actieve nesten mogen niet verstoord worden. Ten slotte is op basis van de Wnb altijd de algemene zorgplicht van toepassing, die inhoudt dat een ieder voldoende zorg in acht neemt voor alle inheemse dieren en planten en hun directe leefomgeving. Concreet betekent dit dat bij (ruimtelijke) ingrepen gezorgd moet worden dat dieren niet verstoord of gedood worden en dat planten niet zomaar verplant worden. Ook dient gelet te worden op bijvoorbeeld bestemmingsplan "Emmen, Emmermeer Valtherlaan (uitbreiding woonwagenlocatie)" (vastgesteld) 19
broedende vogels, de voortplantingsperiode van amfibieën en de zoogperiode van zoogdieren. Daarbij geldt voor alle bouwactiviteiten dat er voorzorgsmaatregelen genomen dienen te worden, waardoor: de aanvang van de werkzaamheden buiten het broedseizoen (globaal van half maart tot begin augustus) dient plaats te vinden; een week voor de werkzaamheden beginnen, het plangebied kort gemaaid dient te worden, zodat het plangebied ongeschikt wordt voor kleine zoogdieren en ze de kans krijgen om te vluchten; (wortel)schade aan de (oude) bomen wordt voorkomen en geen graafwerkzaamheden binnen de kroonprojectie van deze oude bomen kan plaatsvinden.
4.3
Fysieke veiligheid
De rijksoverheid stelt risiconormen op het gebied van veiligheid aan inrichtingen, ter bescherming van de omgeving. Naast de wet- en regelgeving mogen gemeenten invulling geven aan een eigen veiligheidsvisie. In de Beleidsnota externe veiligheid gemeente Emmen (april 2013) geeft de gemeente Emmen invulling aan deze beleidsruimte. In de gemeentelijke beleidsnota Externe Veiligheid zijn de ruimtelijke uitgangspunten van de structuurvisie verder uitgewerkt. In de Beleidsnota externe veiligheid heeft de gemeente Emmen gekozen voor een gebiedsgerichte benadering voor de vestiging van risicovolle activiteiten. Tevens is in het beleid een afwegingskader bij concrete ruimtelijke beslissingen en voor de inzet van bestuurlijke uitvoeringsinstrumenten om de kwetsbaarheid van een object of activiteit die niet rechtstreeks onder de begripsbepaling van het Bevi valt bepaald te beoordelen. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan is rekening gehouden met deze nota externe veiligheid. Vanuit de Veiligheidsregio Drenthe en RUD Drenthe is richting gegeven aan het beoogde veiligheidsniveau van de gebouwen in en rondom het plangebied van het bestemmingsplan Emmen, Emmermeer Valtherlaan (uitbreiding woonwagenlocatie).
Hierbij is getoetst aan bestaande regelgeving en normen voor (externe) veiligheid, bereikbaarheid, bluswatervoorziening, repressieve dekking en alarmsystemen welke onderdeel zijn van de veiligheidsketen. 4.3.1
Fysieke veiligheidssituatie
In het kader van regelgeving in relatie tot Externe Veiligheid gelden voor dit bestemmingsplan geen belemmeringen. 4.3.1.1 Risicobronnen binnen het plangebied Het plangebied is geïnventariseerd op de aanwezigheid van zogenoemde Bevi-bedrijven (vergunde situatie en feitelijke situatie). Binnen het plangebied Emmen, Emmermeer uitbreiding woonwagenlocatie aan de Valtherlaan zijn geen risicobronnen geïnventariseerd. 4.3.1.2 Risicobronnen buiten het plangebied Ten noorden van het plangebied ligt op ca. 60 - 70 meter een hogedrukaardgastransportleiding van de Gasunie met een diameter van 4" en een druk van 40bar. Het invloedsgebied ligt op ca 45 meter van de buisleiding. Hiermee heeft het niet direct gevolgen voor het plangebied in de zin van een (beperkte) verantwoording van het Groepsrisico. Behalve genoemde leiding zijn verder buiten het plangebied van het bestemmingsplan geen bronnen aanwezig die invloed kunnen hebben op het plangebied. Het invloedsgebied van eventuele bedrijven is, zover bekend, volgens de professionele risicokaart en afstanden genoemd in het REVI, niet gelegen over het plangebied.
20 ing woonwagenlocatie)" (vastgesteld)
bestemmingsplan "Emmen, Emmermeer Valtherlaan (uitbreid
4.3.2
Brandveiligheid en standplaatsen
In relatie tot regelgeving ten aanzien van Externe Veiligheid zijn er geen belemmeringen voor de inrichting van de woonwagenlocatie. Het aspect brandveiligheid speelt wel een rol. Voor de woonwagenlocatie geldt dat wat betreft de brandveiligheid, het realiseren van een afstand van vijf meter tussen elke woonwagen het meest ideaal is. Uitgaande van de geprojecteerde bouwwerken en gebouwen op de standplaatsen is een dergelijke afstand tussen de woonwagens haalbaar en kan worden voldaan aan dit ideale uitgangspunt. Voor deze woonwagenlocatie hoeft niet te worden gekozen voor een clustering van de standplaatsen, zoals bedoeld in de 'Handreiking brandveiligheid van woonwagens en woonwagenlocaties' van de VROM-inspectie. De brandveiligheidsruimte mag niet bebouwd worden of als parkeerplaats dienen voor voertuigen, caravans, en dergelijke of als opslagruimte van materialen. De projectie van de woonwagens komt op de verbeelding tot uiting in de situering van de bouwvlakken. De bouwvlakken van de standplaatsen zijn zodanig opgenomen dat hiermee voldaan wordt aan de 'Handreiking brandveiligheid van woonwagens en woonwagenlocaties' van de VROM-inspectie. Tevens zijn de regels van het bestemmingsplan hierop aangepast. 4.3.3
Gegevens ten behoeve van nadere inrichting en ontwikkeling in het plangebied
Zodra plannen ontwikkeld worden dient de Veiligheidsregio Drenthe, brandweer, in een vroeg stadium bij de plannen betrokken te worden om op basis van het beoogde veiligheidsniveau een advies te kunnen uitbrengen. Voor de inrichting van het gebied zijn de volgende zaken van belang: 1. Voor het plangebied Emmen, Emmermeer Valtherlaan (uitbreiding woonwagenlocatie) geldt dat het openhouden van de brandveiligheidsruimte van belang is voor de veiligheid van de bewoners op de woonwagenlocaties en de brandbestrijding; 2. Voor het bestrijden van een brand is de brandweer afhankelijk van een goede bluswatervoorziening. Conform de Wet op de Veiligheidsregio moet een gemeente zorgen voor een openbare bluswatervoorziening. Bij locaties waar geen toereikende openbare bluswatervoorziening kan worden aangelegd, zal de eigenaar moeten zorgen voor een doeltreffende niet-openbare bluswatervoorziening in overleg met de brandweer. Vanaf 1 januari 2014 maakt de brandweer gebruik van tankautospuiten en tankwagens, aangevuld met vulpunten voor de tankwagens als primaire bluswatervoorziening. Ten aanzien van deze woonwagenlocatie zijn er geen aanvullende voorzieningen nodig. 3. Op grond van de Wet op de Veiligheidsregio (okt.
2010) is de Veiligheidsregio Drenthe, in geval van calamiteit, verantwoordelijk voor het waarschuwen en alarmeren van de bevolking door middel van het Waarschuwings- en alarmeringssysteem. Als gevolg van deze taak zijn binnen de gemeente sirenes geplaatst op een zodanige wijze dat een optimale dekking gerealiseerd is binnen de gemeente. Er kan gesteld worden dat de locatie Valtherlaan op de grens van de dekking van het WAS-stelsel gelegen is. Gezien de locatie en omgeving valt dit binnen de kaders van de handleiding voor het WAS systeem (HAVOS). 4. Het is belangrijk dat in geval van calamiteiten hulpverleningsdiensten direct ter plaatse kunnen komen en zonder beperkingen hulp kunnen verlenen. Om die reden dienen alle objecten in het plangebied via twee onafhankelijke wegen bereikbaar te zijn voor de hulpverleningsdiensten. De locatie is bereikbaar voor de hulpdiensten. 5. Het dekkingsplan van de Veiligheidsregio Drenthe, vastgesteld in december 2013, geeft in het kort het volgende weer: Het brandverloop verloopt tegenwoordig zo snel dat 3 zaken zeer belangrijk zijn om slachtoffers te voorkomen: het voorkomen van brand, het ontdekken van brand en het vluchten bij brand. Bij het vluchten bij brand heeft men een eigen verantwoordelijkheid of is men aangewezen op de BHV organisatie.
De brandweer heeft onder andere als taak het houden van een brandscheiding ter voorkoming van branduitbreidlng en het beschermen van (niet)zelfredzame personen achter die scheiding. De opkomsttijd van de woonwagenlocatie van de Valtherlaan is ca. 10:30 minuten. Dit is minder dan 15 minuten en een inzettijd van 5 minuten. De brandweer is in principe in staat een brandscheiding van 30 minuten te houden en hoogstwaarschijnlijk ook een brandscheiding van 20 minuten. Binnen een cluster van woonwagens zal er rekening gehouden moeten worden met een "uitbrandscenario" van de binnen dat cluster gelegen woonwagens. Ter voorkoming van brandoverslag bestemmingsplan "Emmen, Emmermeer Valtherlaan (uitbreiding woonwagenlocatie)" (vastgesteld) 21
naar een ander cluster zal de voorgeschreven afstand van 5 meter in beginsel voldoende zijn om deze inzet in stand te houden. Geadviseerd wordt de brandveiligheidsmaatregelen op elkaar af te stemmen. Denk hierbij aan de BlObiz factoren. Bouwkundige voorzieningen, installatietechnische voorzieningen, organisatorische voorzieningen, brandweeropkomsttijd, inventaris en de zelfredzaamheid van de aanwezigen. Denk hierbij onder andere aan het plaatsen van rookmelders (NEN2555) voor een tijdige ontdekking van een beginnende brand en het tijdig kunnen vluchten. Het plaatsen van draagbare blusmiddelen wordt aanbevolen.
4.4
Milieu
4.4.1
Aanmeldnotitie M.e.r.
Op 7 juli 2017 is het gewijzigde Besluit milieueffectrapportage (hierna: Besluit m.e.r.) in werking getreden. Het Besluit m.e.r. zorgt ervoor dat de effecten van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen middels een m.e.r.-beoordeling in beeld moeten worden gebracht. Hiervoor dient een aanmeldnotitie te worden aangeleverd wat de basis vormt voor een m.e.r.-beoordelingsbesluit. De gemeente beoordeelt of volstaan kan worden met een (informele) m.e.r.-beoordeling of dat een milieueffectrapport (MER) moet worden opgesteld. Gelet op de onderzoeksresultaten uit de M.e.r.-aanmeldnotitie (bijlage 7 bureau RooBeek RB10.511) blijkt dat er geen belemmeringen zijn in het kader van archeologie, bodem, ecologie, geluid, luchtkwaliteit en water om medewerking te verlenen aan de voorgenomen ontwikkeling. Er is derhalve geen nader onderzoek noodzakelijk. Uit de aanmeldnotitie blijkt dat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden ten aanzien van de kenmerken en locatie van onderhavig plan, die zouden kunnen leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu ter plaatse. Voor de meeste milieuaspecten geldt dat er geen nadelige effecten optreden, zodat wordt voldaan aan de geldende wet- en regelgeving. Geconcludeerd kan worden dat er geen milieueffectrapportage noodzakelijk is. 4.4.2
Bedrijven en milieuzonering
Vanuit milieuhygiënisch oogpunt vergt de bedrijvigheid in het plangebied een goede afstemming met de andere, in de omgeving aanwezige functies. Gelet op de woonfunctie van de woonwagenlocatie en de ligging van de woonwagenlocatie binnen de wijken van Emmen is het niet gewenst om bedrijven op woonwagenlocatie in werking te hebben. Op deze manier wordt gezorgd dat de leefbaarheid van het plangebied ook in de toekomst behouden blijft. 4.4.3
Bodem
Het college van burgemeester en wethouders heeft op 5 maart 2013 de Beleidsregel Bodemkwaliteit vastgesteld. Om de kwaliteit te waarborgen, moet grondverzet worden gemeld.bij het landelijke meldpunt:. Om het verplaatsen van grond te vereenvoudigen, heeft de gemeente Emmen een aantal kaarten ontwikkeld. Deze bodemkwaliteitskaarten zijn als bijlage in de Nota Bodembeheer opgenomen. Aan de hand van deze kaarten is het mogelijk om zonder voorgaand onderzoek grond te ontgraven en toe te passen. Partijen grond en baggerspecie die niet voldoen aan de bodemkwaliteitskaart en de Nota Bodembeheer van de gemeente Emmen mogen alleen worden toegepast als er sprake is van een nuttige toepassing. Is het werk niet 'nuttig', dan is er sprake van het zich ontdoen van afvalstoffen. Tijdelijke opslag en grootschalige toepassingen van grond en bagger zijn vormen van 'nuttig' gebruik. Tijdelijke uitname zijn werkzaamheden waarbij de grond na korte tijd weer teruggebracht wordt. Een voorbeeld is het graven van een sleuf voor kabels en leidingen. In dat geval hoeft de kwaliteit van de te ontgraven bodem niet onderzocht te worden, tenzij er sprake is van (een verdenking van) bodemverontreiniging.
22 ing woonwagenlocatie)" (vastgesteld)
bestemmingsplan "Emmen, Emmermeer Valtherlaan (uitbreid
4.4.3.1 Historisch bodemonderzoek en grondgebruik Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling is door Greenhouse advies (Verkennend bodemonderzoek, Valtherbospad te Emmen, 21-10-2019) een bodemonderzoek uitgevoerd. Door middel van het uitgevoerde bodemonderzoek is inzicht verkregen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie. Dit onderzoek is als bijlage 5 bij dit bestemmingsplan gevoegd. De onderzoekslocatie heeft altijd braak gelegen. Op basis van informatie van het bodemloket en de RUD Drenthe zijn ter plaatse van de onderzoekslocatie geen bodemonderzoeken bekend. Op de locatie zijn op basis van het historisch bodembestand geen verdachte bedrijfsactiviteiten bekend. Er is op de locatie geen geval van ernstige bodemverontreiniging bekend. 4.4.3.2 Algemeen beeld bodemkwaliteit plangebied In het kader van het landsdekkend Beeld van de bodemkwaliteit zijn potentieel verdachte locaties in beeld gebracht. Dit zijn locaties waar op grond van de activiteit uit het verleden wordt vermoed dat mogelijk sprake is van bodemverontreiniging. Voor actuele informatie over bodemverontreiniging dient altijd contact te worden opgenomen met de gemeente Emmen. De aanwezigheid van bodemverontreiniging kan gevolgen hebben voor het gebruik van de locatie. Niet alleen kan dit betekenen dat op het perceel gebruiksbeperkingen liggen.
Ook kan het zo zijn dat de bodemverontreiniging de bestemming van de locatie in de weg staat. Het nemen van saneringsmaatregelen of het verwijderen van de bodemverontreiniging kan deze belemmering weer opheffen. 4.4.3.3 Uitkomsten onderzoek en conclusie Het vooronderzoek is uitgevoerd conform NEN 5725 (Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek, oktober 2017). De uitkomsten van het onderzoek zijn opgenomen in bijlage 5. Uit de analyseresultaten van het standaardpakket kan geconcludeerd worden dat in zowel de boven- en ondergrond van de mengmonsters geen van de onderzochte componenten aangetroffen zijn in een gehalte boven de achtergrondwaarde. Tijdens de monsterneming is de grondwaterstand niet aangetroffen binnen een diepte van 5,0 m-mv. indien de grondwaterspiegel zich dieper dan 5,0 m beneden het maaiveld bevindt, kan volgens het protocol NEN5740 'Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek' het plaatsen van peilbuizen achterwege blijven. Ter plaatse van de bovengrond zijn licht verhoogde gehalten PFAS aangetoond ten opzichte van de detectielimiet. Op basis van het 'Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie' kunnen de verhoogde gehalten PFAS worden beoordeeld als klasse wonen/industrie voor het toepassen van grond en baggerspecie op landbodem.