Bijlage bij RA21.0016 - Best.plan Emmermeer Valtherlaan (uitbreiding woonwagenlocatie) (RIS.10083)
Tekst van het document
Afbeelding 3.4: Uitsnede archeologische beleidskaart gemeente Emmen (bron: gemeente Emmen).
7 Geraadpleegd via www.ruimtelijkeplannen.nl 8 Provincie Drenthe 2018; geraadpleegd via https://geo.drenthe.nl/geoportaal/src
Projectcode: INP04519 Versie: Concept, 0.2
Pagina 12 van 22
Archeologisch onderzoek woonwagenlocatie Valtherlaan te Emmen Bureauonderzoek (BO) en Inventariserend veldonderzoek (IVO-O)
Afbeelding 3.5: Uitsnede bestemmingsplankaart (bron: ruimtelijkeplannen.nl).
Archeologische terreinen Binnen het onderzoeksgebied zijn 3 terreinen van archeologische waarde aanwezig (zie Afbeelding 3.6). Het betreft twee naast elkaar gelegen terreinen met een hunebed en een grafheuvel (AMK-nummers respectievelijk 9684 en 16667) op circa 350 m ten zuiden van het plangebied en een terrein waar grafheuvels gelegen hebben (AMK-nummer 9686) op circa 450 m ten westen van het plangebied. Archeologisch monument 9684 betreft het terrein met hunebed D41 uit het Neolithicum (Trechterbekercultuur). Het terrein is aangemerkt als rijksmonument onder nummer 10525. Het hunebed bevindt zich op een keileemplateau; op een hoger gelegen (deels overstoven) terreindeel nabij een laagte die waarschijnlijk is ontstaan door uitstuiving en zandwinning. Naast het hunebed ligt een grafheuvel (zie mon.nr. 16667). Twee andere verhogingen op het terrein bleken bij verkennend onderzoek in 1983 een natuurlijke oorsprong te hebben. Het hunebed is in het verleden onderzocht. Archeologisch monument 16667 betreft een terrein met een grafheuvel uit het Neolithicum en/of de Bronstijd. Het terrein is aangemerkt als rijksmonument onder nummer 45373. De grafheuvel is gesitueerd op een hoger (deels overstoven) terreindeel nabij een laagte die waarschijnlijk is ontstaan door uitstuiving en zandwinning.
Ten zuiden van de heuvel ligt een zandrug met op het oosteinde een verhoging waarvan, aan de hand van onderzoek, is bepaald dat het om een natuurlijke verhoging gaat. Daarbij is vastgesteld dat het heuveltje dat gesitueerd is aan de westzijde van het aangrenzende monument, een stuifheuveltje betreft. In 2005 is opnieuw geconcludeerd dat het een natuurlijk reliëf betreft. Terrein 9686 met een hoge archeologische waarde betreft een vindplaats met daarin onder andere sporen van de Hamburg- en Tjongercultuur, Trechterbeker- en Klokbekercultuur. Op dit terrein hebben enkele grafheuvels gelegen. Er is hier vuursteen en aardewerk uit diverse perioden gevonden. In 1977 heeft een amateur-
Projectcode: INP04519 Versie: Concept, 0.2
Pagina 13 van 22
Archeologisch onderzoek woonwagenlocatie Valtherlaan te Emmen Bureauonderzoek (BO) en Inventariserend veldonderzoek (IVO-O)
archeoloog op dit terrein een grote hoeveelheid vuursteen gevonden, van laat-Paleolithicum tot midden-bronstijd. In 1995 werden weg- en werkcunetten aangelegd, waarbij waarnemingen werden gedaan. Op vier locaties werden bewoningssporen en/of artefacten gevonden. De betreffende archeologische terreinen worden vanwege de relatief grote afstand niet bedreigd door de voorgenomen ingrepen. In het plangebied kunnen echter wel aan deze terreinen gerelateerde vindplaatsen en/of vondsten verwacht worden, mogelijk in de vorm van bewoningssporen.
Afbeelding 3.6: Monumenten, waarnemingen en onderzoeksmeldingen (bron: Archis3).
Vondstlocaties Er liggen geen vondstlocaties binnen het plangebied zelf. In de directe omgeving van het plangebied, is sprake van 6 vondstlocaties. De vondstlocaties staan in navolgende tabel opgesomd en worden nader toegelicht. Het in de omgeving van het plangebied aangetroffen vondstmateriaal betreft uitsluitend prehistorische resten. Deze hangen samen met de rijkdom aan hunebedden en grafheuvels in de regio. Vondstlocatie 3029013100
Datering Mesolithicum-Neolithicum
Categorie Vuursteen
Complextype onbekend
2931125100
Neolithicum-Bronstijd
Megalietgraf
2787198100
Neolithicum
Keramiek, vuursteen Keramiek, vuursteen
3164308100
Neolithicum-Bronstijd
Grafheuvel
3028593100
Neolithicum
3030025100
Neolithicum-Bronstijd
Ophogingslaag Keramiek (Trechterbekerkom) Stenen bijl
Projectcode: INP04519 Versie: Concept, 0.2
Megalietgraf
onbekend
onbekend
Pagina 14 van 22
Opmerkingen Aangetroffen tijdens archeologisch: (veld)kartering in 1977. Graf, ontdekt in 1809, hoog 10 voet, en 60 in omtrek, bestaande uit14 stenen. Men groef in 1960 een proefsleufje, en ontdekte zo de ingang van hunebed D41, die na de laatste bijzetting was dichtgestopt. Inspectie na graafwerkzaamheden. Gevonden na het omwaaien van een boom, bij het langgraf op de Emmeresch. Uit een afvalkuil? "E.Goutbeek Bij S.". Een amateurkaart voor Goutbeek (of een variant daarop)ontbreekt. Geen verdere gegevens.
Archeologisch onderzoek woonwagenlocatie Valtherlaan te Emmen Bureauonderzoek (BO) en Inventariserend veldonderzoek (IVO-O)
Onderzoeksmeldingen De volgende 4 onderzoeksmeldingen bevinden zich in het plan - en onderzoeksgebied (vet=binnen plangebied9): zaak-ID 2318271100 2368995100
Jaar 2011 2012
Afstand 300 m N 300 m W
Uitvoerder RAAP RAAP
Soort onderzoek Bureauonderzoek Booronderzoek
2438143100
2014
-
MUG
Booronderzoek
2102640100
2005
100 m ZO
Oranjewoud
Booronderzoek
Resultaat en advies onbekend De oorspronkelijke top van het dekzand is verstoord of verdwenen. Er zijn geen aanwijzingen voor een archeologische vindplaats aangetroffen. In slechts één van de boringen is een (deels) intacte podzolbodem aangetroffen. In het gebied is sprake van een pakket opgebrachte of omgewerkte grond. Er zijn geen archeologische indicatoren gevonden. Uit de resultaten van het booronderzoek wordt geconcludeerd dat de bodem van het onderzoeksterrein volledig is verstoord door grondbewerking.
Uit rapportages van eerder uitgevoerde onderzoeken in de omgeving van het plangebied is gebleken dat de bodem veelal verstoord is. In de directe nabijheid van het plangebied is in één boring een intacte podzolbodem aangetroffen. De archeologische onderzoeken hebben geen van alle archeologische resten opgeleverd.
3.2.2
Cultuurhistorische en historisch-geografische elementen
Het plangebied maakte eeuwenlang deel uit van de uitgestrekte Drentse heidevelden. Vanwege de nabijheid van Emmen zijn in het begin van de 20e eeuw heidegronden in de omgeving van het plangebied reeds in cultuur gebracht (zie Afbeelding 3.7, links). Het plangebied zelf werd omstreeks 1930 ontgonnen (zie Afbeelding 3.7, midden). Hoewel de omgeving van het plangebied in de loop der tijd veranderde, door onder meer de aanleg van een woonwijk en bosaanplant, bleef het landgebruik van het plangebied zelf vervolgens ongewijzigd. Aan de zuidzijde van het plangebied heeft tussen circa 1960 en 2000 een hoogspanningsleiding gelopen (zie Afbeelding 3.7, rechts). Deze zal geen invloed gehad hebben op het landgebruik en eventuele grondroerende activiteiten. Het plangebied is op basis van het beschikbare kaartmateriaal altijd onbebouwd geweest.
Afbeelding 3.7: Uitsnede historische kaart 1902 (links), 1931 (midden) en 1962 (rechts) (bron:topotijdreis.nl).
3.3
Archeologische verwachting
Het uitgevoerde bureauonderzoek heeft geresulteerd in de volgende gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Op basis van de geomorfologische en bodemkundige gegevens en vondstmeldingen en onderzoek in vergelijkbare geologische condities in de omgeving kan worden gesteld dat voor het gehele plangebied een hoge verwachting geldt voor alle archeologische perioden. Er kunnen archeologische resten verwacht worden in de vorm van verspreide begraving, (periodieke) bewoning en landgebruik. Archeologische 9 N.B. Het betreft in feite het perceel ten zuidoosten van onderhavig plangebied waar reeds een woonwagenlocatie is ingericht.
Projectcode: INP04519 Versie: Concept, 0.2
Pagina 15 van 22
Archeologisch onderzoek woonwagenlocatie Valtherlaan te Emmen Bureauonderzoek (BO) en Inventariserend veldonderzoek (IVO-O)
resten kunnen bestaan uit (nederzettings)resten in de vorm van grondsporen en voor de betreffende periode kenmerkend vondstmateriaal, zoals aardewerk, bouwkeramiek en glas. In het westelijke deel van het plangebied kan het tracé van de prehistorische weg over de Hondsrug verwacht worden. Een booronderzoek is niet de geëigende methode om hier nader onderzoek naar te doen. Eventuele archeologische resten kunnen direct vanaf maaiveld verwacht worden. Gezien de hydrologische condities in het plangebied is de verwachting dat de conservering van organische archeologische resten matig tot slecht is. Anorganische resten kunnen wel goed bewaard gebleven zijn.
Projectcode: INP04519 Versie: Concept, 0.2
Pagina 16 van 22
Archeologisch onderzoek woonwagenlocatie Valtherlaan te Emmen Bureauonderzoek (BO) en Inventariserend veldonderzoek (IVO-O)
4 Inventariserend veldonderzoek Het inventariserend veldonderzoek heeft bestaan uit een verkennend booronderzoek.10 De toegepaste onderzoeksmethode voor het veldwerk is gebaseerd op de resultaten van het bureauonderzoek, KNA protocol 4003 Inventariserend veldonderzoek (landbodems) en de KNA-Leidraad IVO Karterend Booronderzoek versie 2.0. Greenhouse Advies beschikt over een certificaat voor het uitvoeren van deze werkzaamheden. Voor aanvang van het veldonderzoek is een Plan van Aanpak opgesteld waarin onderzoeksopzet en veiligheidsaspecten aan de orde komen.1
4.1
Werkwijze
Voor aanvang van de veldwerkzaamheden is een boorplan opgesteld. De boringen zijn daarbij regelmatig verdeeld over het terrein in een verspringend grid. In totaal zijn 6 boringen uitgevoerd, hetgeen in dit geval neerkomt op een dichtheid van circa 18 boringen per hectare. Het booronderzoek is uitgevoerd op 23 september 2019 door een senior KNA prospector, geassisteerd door een bodemkundig karteerder. Het onderzoek is in combinatie met het milieuhygiënisch onderzoek uitgevoerd.11 Er is geboord met een Edelmanboor met een diameter van 10 cm. De boringen zijn uitgevoerd tot minimaal 25 cm in de C-horizont.12 De locaties van de uitgevoerde boringen zijn ingemeten met behulp van GPS. Van alle boorlocaties is de hoogte van het maaiveld bepaald aan de hand van het AHN2.13 De opgeboorde grond is beoordeeld op bodemopbouw en mate van eventuele bodemverstoring om daarmee de archeologische potentie van de ondergrond van het plangebied in kaart te brengen. Verder is het opgeboorde materiaal onderzocht op de aanwezigheid van archeologische indicatoren en is gekeken naar bodemverkleuringen die zouden kunnen wijzen op mogelijke vegetatie- en/of cultuurlagen. Relevante lagen zijn gezeefd op een 4 mm zeef. De boringen zijn lithologisch beschreven conform de Archeologische Standaard Boorbeschrijving (ASB) versie 5.2.
Een kaart met de locaties van de uitgevoerde boringen is opgenomen in Bijlage 2: Locatie boringen. De bijbehorende boorstaten zijn weergegeven in Bijlage 3: Boorstaten.
4.2
Bodemopbouw
De uitgevoerde boringen laten veelal een verstoorde bodemopbouw zien. Er komen verstoorde podzolresten voor in de bouwvoor of in de laag direct daaronder. In twee boringen is het min of meer intacte restant van een podzol aangetroffen in de vorm van een B-rest in boring 09 en een BC-rest in boring 03. In beide gevallen is de top van de podzol aangetast. De C-horizont komt voor vanaf een diepte beginnend van 25 tot 70 cm beneden maaiveld. De in deze omgeving van nature dunne podzolhorizonten lagen binnen het bereik van grondroerende werkzaamheden ten behoeve van landbouwactiviteiten op het terrein. Er is sprake van dekzand op fluvioperiglaciale afzettingen. Deze laatste waren op het beschikbare kaartmateriaal niet naar voren gekomen, maar zijn op basis van de landschappelijke positie wel te verklaren. Het betreft zanden die op de flank van de Hondsrug afgezet zijn door afstromend smeltwater. Het betreffende zand komt in boring 01 voor vanaf een diepte van 1,45 m beneden maaiveld. De zone met een vlakte van smeltwaterafzettingen die op de geomorfologische kaart ten zuidoosten van het plangebied wordt aangeduid, loopt blijkbaar noordelijker door dan op basis van het kaartmateriaal verwacht werd. Binnen 40 cm is geen grind aangetroffen, hoewel dit wel verwacht werd op basis van de Bodemkaart. Ook keileem ontbreekt. Mogelijk is dit geërodeerd door de smeltwaterstroom.
Het fluvioperiglaciale zand in boring 01 bevat wel enkele fragmenten grind, hetgeen overeenkomt met de genese van deze afzettingen. Er is geen sprake van afdekking met stuifzand. 10 Onderzoek naar de prehistorische weg wordt hierbij buiten beschouwing gelaten aangezien een booronderzoek hiertoe niet de geëigende methode is. 11 Boringen 01, 02, 03, 04, 07 en 09 zijn in het veld archeologisch beoordeeld. 12 N.B. Ten behoeve van het milieuhygiënisch onderzoek zijn enkele boringen dieper doorgezet dan voor het archeologisch onderzoek noodzakelijk was. 13 Gezien de geringe hoogteverschillen zoals zichtbaar op het AHN2 en het open karakter van het terrein (geringe kans op afwijkingen op het AHN2) werd een inmeting in het veld niet noodzakelijk geacht.
Projectcode: INP04519 Versie: Concept, 0.2
Pagina 17 van 22
Archeologisch onderzoek woonwagenlocatie Valtherlaan te Emmen Bureauonderzoek (BO) en Inventariserend veldonderzoek (IVO-O)
4.3
Reliëf
Er is geen sprake van zichtbaar reliëf binnen het plangebied, met uitzondering van de opgehoogde gronden in het oostelijke deel. Dit betreft een zone met recente stort van (tuin)afval. De dubbele baan aan de westzijde die op het AHN zichtbaar is, is aangelegd ten behoeve van de afrastering van een paardenweide. Er is op basis van de veldwaarnemingen geen relatie met de prehistorische weg.
4.4
Archeologie
Er zijn tijdens het veldonderzoek geen archeologische indicatoren en/of vondsten waargenomen.
Projectcode: INP04519 Versie: Concept, 0.2
Pagina 18 van 22
Archeologisch onderzoek woonwagenlocatie Valtherlaan te Emmen Bureauonderzoek (BO) en Inventariserend veldonderzoek (IVO-O)
5 Evaluatie en advies 5.1
Samenvatting en conclusie
Het plangebied ligt in een dekzandlandschap met haarpodzolgronden op de oostelijke flank van de Hondsrug. Op basis van het bureauonderzoek kan worden gesteld dat voor het plangebied een hoge verwachting geldt voor alle archeologische perioden. Er kunnen archeologische resten verwacht worden in de vorm van verspreide begraving, (periodieke) bewoning en landgebruik. Archeologische resten kunnen bestaan uit (nederzettings)resten in de vorm van grondsporen en voor de betreffende periode kenmerkend vondstmateriaal, zoals aardewerk, bouwkeramiek en glas. In het westelijke deel van het plangebied kan het tracé van de prehistorische weg over de Hondsrug verwacht worden. Het veldonderzoek heeft uitgewezen dat de bodem in het plangebied bestaat uit dekzand op fluvioperiglaciale afzettingen. In de top van het dekzand was van oorsprong een dunne podzol aanwezig. In twee boringen zijn hiervan intacte restanten aangetroffen. Er zijn tijdens het veldonderzoek geen archeologische indicatoren en/of vondsten waargenomen.
5.2
Beantwoording onderzoeksvragen
Op basis van de resultaten van het onderzoek kunnen de onderzoeksvragen als volgt beantwoord worden: 1 Welke natuurlijke formatieprocessen hebben een rol gespeeld in het plangebied? De afzettingen in het plangebied dateren uit het Pleistoceen. De toplaag bestaat uit dekzand. Deze heeft gedurende alle archeologische perioden aan de oppervlakte gelegen. In de ondergrond komt op basis van het bureauonderzoek keileem voor. Mogelijk heeft in het Holoceen verstuiving plaatsgevonden. De aard en omvang daarvan is onbekend. 2
Welke culturele formatieprocessen hebben een rol gespeeld in het plangebied? n.v.t.
3
Wat is het historisch landgebruik van het plangebied geweest? Het plangebied maakte tot circa 1930 deel uit van de heidevelden ten noorden van Emmen. Na de ontginning is het plangebied tot op heden in gebruik geweest als landbouwgrond/grasland. Voor zover bekend is het plangebied niet bebouwd geweest. Op basis van het AHN is te zien dat het oostelijke deel van het plangebied deels is opgehoogd. In de westelijke zone is een langgerekte baan zichtbaar die mogelijk samenhangt met de prehistorische weg.
4
Welke gegevens met betrekking tot archeologische waarden zijn binnen het plangebied bekend? Er zijn op basis van het bureauonderzoek geen vastgestelde archeologisch waarden naar voren gekomen. In het uiterste westen raakt het plangebied aan het vermoede tracé van de prehistorische weg over de Hondsrug.
5
Wat is de archeologische verwachting voor het plangebied? Het plangebied kent op basis van het bureauonderzoek een hoge verwachting voor alle archeologische perioden. In het uiterste westen van het plangebied loopt het vermoedelijke tracé van de prehistorische weg over de Hondsrug.
6
Wat is de (natuurlijke) bodemopbouw van het plangebied? De bodem in het plangebied bestaat op basis van het veldonderzoek uit dekzand op fluvioperiglaciaal zand. Keileem in de ondergrond ontbreekt. Er zijn geen aanwijzingen voor verstuiving waargenomen. In de top van het dekzand was van oorsprong een podzolprofiel aanwezig. Bodembewerkingen hebben deze horizonten grotendeels verstoord. In slechts 2 boringen is een intact restant van een podzol waargenomen.
7
In hoeverre is er sprake van antropogene lagen in het plangebied? Er zijn tijdens het veldonderzoek geen antropogene lagen aangetroffen.
8
Is binnen het plangebied sprake van verstoringen? Zo ja, wat is de aard en omvang hiervan? De vastgestelde verstoringen zijn beperkt (maximaal 70 cm, maar veelal niet dieper dan 40 cm). In verticale zin hebben deze echter wel de voordien aanwezige podzolen aangetast.
Projectcode: INP04519 Versie: Concept, 0.2
Pagina 19 van 22
Archeologisch onderzoek woonwagenlocatie Valtherlaan te Emmen Bureauonderzoek (BO) en Inventariserend veldonderzoek (IVO-O)
9
5.3
Wat is de aard en omvang van archeologische resten die tijdens het veldonderzoek zijn aangetroffen? Er zijn tijdens het veldonderzoek geen archeologische indicatoren en/of vondsten waargenomen.
Advies
Op basis van de resultaten van het uitgevoerde onderzoek wordt geadviseerd de zone waar de prehistorische weg verwacht kan worden (zie Afbeelding 5.1) in de uitwerking van de plannen te ontzien, zodat behoud in situ kan plaatsvinden. Dit omvat tevens de beplanting die hier in de beoogde toekomstige inrichting voorzien is. Aanplant en beworteling kunnen eventuele archeologische resten aantasten. Indien het niet mogelijk is de plannen aan te passen en hier toch grondroerende werkzaamheden gaan plaatsvinden, is vervolgonderzoek ons inziens noodzakelijk. Om te bepalen of de weg daadwerkelijk in het plangebied ligt en om deze te documenteren indien dat het geval is, wordt geadviseerd een proefsleuvenonderzoek (IVO-P) uit te voeren. Voor aanvang van het onderzoek dient een Programma van Eisen opgesteld te worden, waarin onder meer de onderzoeksvragen en randvoorwaarden van het onderzoek verwoord worden. Dit dient door het bevoegd gezag goedgekeurd te worden.
Afbeelding 5.1: Zone westelijk deel van het plangebied ter plaatse van vermoedelijk tracé prehistorische weg (bron: gemeente Emmen, Nijbod Consultancy bv).
Hoewel dieper ingegraven sporen (nog) aanwezig kunnen zijn, wordt de kans op het aantreffen van (onverstoorde) archeologische resten in het overige deel van het plangebied klein geacht, gezien de bodemopbouw en waargenomen verstoringen. Ons inziens kan de archeologische verwachting hier naar beneden worden bijgesteld tot laag. De voorgenomen ingrepen kunnen ons inziens zonder archeologisch voorbehoud worden uitgevoerd. Indien tijdens de uitvoering alsnog onverwachte archeologische resten worden aangetroffen, dient hiervan direct melding gemaakt te worden bij het bevoegd gezag in het kader van de wettelijke meldingsplicht conform de Erfgoedwet.
Projectcode: INP04519 Versie: Concept, 0.2
Pagina 20 van 22
Archeologisch onderzoek woonwagenlocatie Valtherlaan te Emmen Bureauonderzoek (BO) en Inventariserend veldonderzoek (IVO-O)
Procedure Bovenstaand advies dient ter beoordeling voorgelegd te worden aan het bevoegd gezag, de gemeente Emmen. Het bevoegd gezag beslist over de aard en invulling van eventueel vervolgonderzoek. In afwachting van dat selectiebesluit kan men nog niet starten met de bodemverstorende activiteiten.
Projectcode: INP04519 Versie: Concept, 0.2
Pagina 21 van 22
Archeologisch onderzoek woonwagenlocatie Valtherlaan te Emmen Bureauonderzoek (BO) en Inventariserend veldonderzoek (IVO-O)
Literatuur en bronnen Literatuur Centraal College van Deskundigen, 2018. BRL SIKB 4000 Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, versie 4.1. SIKB, Gouda. Osinga, M., 2019. Archeologisch onderzoek woonwagenlocatie Valtherlaan te Emmen. Plan van Aanpak ten behoeve van Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O). Greenhouse Advies bv, Huissen Provincie Drenthe, 2018. Omgevingsvisie 2018; Versie 3 oktober 2018, vastgesteld door Provinciale Staten. Provincie Drenthe, Assen.
Databases/kaartmateriaal Alterra, 2014. BRO Bodemkaart van Nederland 1:50.000 (Atom). Wageningen Environmental Research (Alterra), Wageningen. • • • •
Archeologische beleidskaart gemeente Emmen (https://geo.emmen.nl/archeologischebeleidskaart/) Archis3 (AMK, onderzoeksmeldingen en vondstlocaties) Geomorfologische kaart provincie Drenthe 2010 Kadaster - KLIC
Websites www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl14 www.dinoloket.nl www.ruimtelijkeplannen.nl www.topotijdreis.nl
14 De Kadastrale Minuutplan 1811-1832 van het betreffende gebied is niet online beschikbaar.
Projectcode: INP04519 Versie: Concept, 0.2
Pagina 22 van 22
Archeologisch onderzoek woonwagenlocatie Valtherlaan te Emmen Bureauonderzoek (BO) en Inventariserend veldonderzoek (IVO-O)
Bijlage 1: Overzicht archeologische perioden (deel-/sub)Periode Nieuwe Tijd
Afkorting
Alternatieve naam
Begin
Eind
Nieuwe Tijd C Nieuwe Tijd B
NTC NTB
Late Nieuwe Tijd Midden-Nieuwe Tijd
1850 n.Chr. 1650 n.Chr.
heden 1850 n.Chr.
Nieuwe Tijd A Middeleeuwen
NTA
Vroege Nieuwe Tijd
1500 n.Chr.
1650 n.Chr.
Late Middeleeuwen B Late Middeleeuwen A
LMEB LMEA
Late Middeleeuwen Volle Middeleeuwen
1250 n.Chr. 1050 n.Chr.
1500 n.Chr. 1250 n.Chr.
Vroege Middeleeuwen D VMED Vroege Middeleeuwen C VMEC
Ottoonse Tijd Karolingische Tijd
900 n.Chr. 725 n.Chr.
1050 n.Chr. 900 n.Chr.
Vroege Middeleeuwen B VMEB Vroege Middeleeuwen A VMEA Romeinse Tijd
Merovingische Tijd Merovingische Tijd
525 n.Chr. 450 n.Chr.
725 n.Chr. 525 n.Chr.
Laat-Romeinse Tijd B
ROMLB
350 n.Chr.
450 n.Chr.
Laat-Romeinse Tijd A ROMLA Midden-Romeinse Tijd B ROMMB
270 n.Chr. 150 n.Chr.
350 n.Chr. 270 n.Chr.
Midden-Romeinse Tijd A ROMMA Vroeg-Romeinse Tijd B ROMVB
70 n.Chr. 25 n.Chr.
150 n.Chr. 70 n.Chr.
Vroeg-Romeinse Tijd A IJzertijd
ROMVA
12 v.Chr.
25 n.Chr.
Late IJzertijd Midden-IJzertijd
IJZL IJZM
250 v.Chr. 500 v.Chr.
12 v.Chr. 250 v.Chr.
Vroege IJzertijd Bronstijd
IJZV
800 v.Chr.
500 v.Chr.
Late Bronstijd Midden-Bronstijd B
BRONSL BRONSMB
1100 v.Chr. 1500 v.Chr.
800 v.Chr. 1100 v.Chr.
Midden-Bronstijd A Vroege Bronstijd Neolithicum
BRONSMA BRONSV
1800 v.Chr. 2000 v.Chr.
1500 v.Chr. 1800 v.Chr.
Laat-Neolithicum B
NEOLB
2450 v.Chr.
2000 v.Chr.
Laat-Neolithicum A Midden-Neolithicum B
NEOLA NEOMB
2850 v.Chr. 3400 v.Chr.
2450 v.Chr. 2850 v.Chr.
Midden-Neolithicum A Vroeg-Neolithicum B
NEOMA NEOVB
4200 v.Chr. 4900 v.Chr.
3400 v.Chr. 4200 v.Chr.
Vroeg-Neolithicum A Mesolithicum
NEOVA
5300 v.Chr.
4900 v.Chr.
Laat-Mesolithicum Midden-Mesolithicum
MESOL MESOM
6450 v.Chr. 7100 v.Chr.
4900 v.Chr. 6450 v.Chr.
Vroeg-Mesolithicum Paleolithicum
MESOV
8800 v.Chr.
7100 v.Chr.
Laat-Paleolithicum B Laat-Paleolithicum A
PALEOLB PALEOLA
18.000 BP 35.000 BP
8.800 v.Chr. 18.000 BP
Midden-Paleolithicum Vroeg-Paleolithicum
PALEOM PALEOV
300.000 BP -
35.000 BP 300.000 BP
Projectcode: INP04519 Versie: Concept, 0.2
Archeologisch onderzoek woonwagenlocatie Valtherlaan te Emmen Bureauonderzoek (BO) en Inventariserend veldonderzoek (IVO-O)
Bijlage 2: Locatie boringen
Projectcode: INP04519 Versie: Concept, 0.2
Archeologisch onderzoek woonwagenlocatie Valtherlaan te Emmen Bureauonderzoek (BO) en Inventariserend veldonderzoek (IVO-O)
Bijlage 3: Boorstaten
Projectcode: INP04519 Versie: Concept, 0.2
Projectnaam: IVO-O Valtherlaan te Emmen Projectcode: INP04519
Boring 01 0
Boring 02
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, bouwvoor
0
Boring 03
0
Zand, zeer fijn, zwak siltig, sterk humeus, bouwvoor, onderin B-resten
0
0
Zand, zeer fijn, zwak siltig, sterk humeus, donkerbruin, bouwvoor, abrupte overgang
-25 -35
50
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, neutraalbruin, verwerkt, C-resten Zand, zeer fijn, zwak siltig, neutraalbeige, C-horizont
-40
Zand, zeer fijn, zwak siltig, lichtbruin, C-horizont
50
-45
50
Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, neutraalbruin, BC-rest -70
Zand, zeer fijn, zwak siltig, neutraalbeige, C-horizont -90
Zand, zeer fijn, zwak siltig, resten roest, neutraalbeige
100
100
100
-145
150
Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen grind, witbeige
200
150
200
-150
Zand, zeer fijn, zwak siltig, sporen roest, neutraal bruinbeige
-200
150
200
-200
-220
Zand, zeer fijn, zwak siltig, sporen roest, sporen grind, witbeige
250
300
350
400
450
500
-500
Boring 04 0
Boring 07
0
Zand, zeer fijn, zwak siltig, sterk humeus, resten wortels, donkerbruin, bouwvoor
0
-15 -25
-30 -40
50 -60
Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, lichtbruin, B-resten, verwerkt Zand, zeer fijn, zwak siltig, neutraalbeige, C-horizont
50
Boring 09
0
-50
Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, bouwvoor
0
0
Zand, zeer fijn, zwak siltig, sterk humeus, bouwvoor, onderin E-resten
Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, neutraalbruin, verwerkt -35 -40
Zand, zeer fijn, zwak siltig, lichtbruin, C-horizont 50
Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, neutraalbruin, B-rest Zand, zeer fijn, zwak siltig, lichtbruin, C-horizont
-70
Schaal 1: 30 Pagina 1 van 1
Bijlage 3 Proefsleuvenonderzoek archeologie
68 ing woonwagenlocatie)" (vastgesteld)
bestemmingsplan "Emmen, Emmermeer Valtherlaan (uitbreid
Emmen, Valtherlaan Gemeente Emmen (Dr.) Proefsleuvenonderzoek IVO-P Definitief Steekproefrapport 2020-07/07
Emmen, Valtherlaan Gemeente Emmen (Dr.) Proefsleuvenonderzoek IVO-P Definitief Steekproefrapport 2020-07/07
Emmen, Valtherlaan Gemeente Emmen (Dr.) Proefsleuvenonderzoek IVO-P Een onderzoek in opdracht van Gemeente Emmen Steekproefrapport 2020-07/07 ISSN 1871-269X Status: definitief Auteurs: R. Rap MA (KNA-archeoloog/prospector, registratienr. 97236416) Autorisatie: dr. J. Jelsma (senior KNA-archeoloog/-prospector, registratienr. 35453178) Goedgekeurd door de bevoegde overheid gemeente Emmen, mevr. G.C.W. Verschoor d.d. 15 september 2020 De Steekproef bv werkt volgens de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) 4.1/ SIKB-BRL 4000, voor dit onderzoek protocol 4003 Foto’s en tekeningen zijn gemaakt door De Steekproef, tenzij anders vermeld. © De Steekproef bv, september 2020 Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt zonder bronvermelding. De Steekproef bv aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek. De Steekproef bv Archeologisch Onderzoeks- en Adviesbureau Hogeweg 3 9801 TG Zuidhorn telefoon internet e-mail kvk
050 – 5779784 www.desteekproef.nl info@desteekproef.nl 02067214
Inhoud Samenvatting Administratieve gegevens van het plangebied 1. Inleiding (KNA 4.1: LS01)..........................................................................................1 1.1 Locatie (KNA 4: LS01, LS02)...............................................................................4 2. Vooronderzoek (KNA 4.1: LS06)................................................................................5 2.1 Fysische geografie (KNA 4.1: LS04).....................................................................5 2.2 Archeologie (KNA 4.1 LS04)...............................................................................5 2.3 Historische geografie (KNA 4.1: LS03).................................................................8 2.4 Archeologische verwachting (KNA 4.1: LS05)........................................................8 3. Methode (KNA 4.1: VS01 en VS08) .........................................................................10 4. Resultaten (KNA 4.1: VS05, OS11, OS14, OS15, OS16, SP02).................................11 4.1 Bodemopbouw................................................................................................ 11 4.2 Sporen en vondsten..........................................................................................11 5. Waardestelling (KNA 4.1: VS06)..............................................................................13 6.
Conclusie (KNA 4.1: VS05; VS06 en VS07)...............................................................14 6.1 Beantwoording onderzoeksvragen......................................................................14 6.2 Advies (KNA 4.1: VS07)....................................................................................15 Literatuur Lijst van figuren en tabellen Appendix I: Archeologische periodes Appendix II: Maaiveldhoogtes, vlakhoogtes en profielen
Samenvatting In opdracht van de gemeente Emmen is voor het plangebied aan de Valtherlaan te Emmen, gemeente Emmen, provincie Drenthe een inventariserend veldonderzoek proefsleuven (IVO-P) uitgevoerd (Figuur 1). De aanleiding voor het onderzoek is de geplande herinrichting van het terrein, waarbij drie standplaatsen voor woonwagens gerealiseerd worden. De voorgenomen bodemingrepen voor funderingen en ondergrondse infrastructuur kunnen leiden tot aantasting van eventueel aanwezige archeologische waarden. Het vooronderzoek voor het proefsleuvenonderzoek bestond uit een verkennend booronderzoek (Osinga 2019) en het Programma van Eisen dat is opgesteld voorafgaand aan het onderzoek (Rap 2020). Hieruit bleek dat de bodem in het gebied nog deels intact was en dat voor het westelijk deel een hoge verwachting was voor de aanwezigheid van een prehistorische weg. Daarom werd besloten alleen op een westelijk deel een proefsleuvenonderzoek uit te voeren (het onderzoeksgebied). In grote delen van het onderzoeksgebied was de bodem verstoord tot in de BChorizont. In het midden was echter nog een intact podzolprofiel aanwezig. Er zijn geen archeologische waarden aangetroffen en er is geen vindplaats aanwezig. Dit wil niet zeggen dat het gebied in het verleden niet is gebruikt, maar dat het geen archeologisch vindbare sporen heeft achtergelaten. Selectieadvies R.
Rap MA (KNA-archeoloog/-prospector): In het onderzoeksgebied is geen archeologische vindplaats aangetroffen. Met de uitvoering van de voorgenomen ontwikkelingen zullen dan ook geen archeologische waarden geschaad worden. Wij adviseren het plangebied vrij te geven wat betreft de archeologie. Het is aan de gemeente Emmen dit advies al dan niet te volgen. In alle gevallen geldt dat als er toch archeologische vondsten worden gedaan of archeologische grondsporen worden aangetroffen, dan dient daarvan direct melding te worden gemaakt bij de minister conform de Erfgoedwet 2015, artikel 5.10 & 5.11. Wij adviseren dit te doen bij de gemeente Emmen. Selectiebesluit bevoegde overheid, mevrouw G.C.W. Verschoor Op grond van de resultaten van het proefsleuvenonderzoek adviseert De Steekproef om het plangebied vrij te geven voor planontwikkeling. Wij kunnen ons vinden in deze aanbeveling. Ten aanzien van het bovenstaande advies kan contact opgenomen worden met de gemeentelijk archeoloog van de gemeente Emmen, mw. G.C.W. Verschoor (tel: 140591, e-mail: c.verschoor@emmen.nl).
Administratieve gegevens van het plangebied Soort Onderzoek
Proefsleuvenonderzoek IVO-P
Provincie
Drenthe
Gemeente
Emmen
Plaats
Emmen
Toponiem
Valtherlaan
Kaartblad
17H
Centrumcoördinaten plangebied
256.103 / 536.148
Oppervlakte van het onderzoeksgebied Oppervlakte proefsleuven
670 m2 100 m2
Bevoegde overheid
Gemeente Emmen Postbus 30.001, 7800 RA Emmen 140591 / c.verschoor@emmen.nl G.C.W. Verschoor
Opdrachtgever
Gemeente Emmen Postbus 30.001, 7800 RA Emmen 06-15027223 . gemeente@emmen.nl W. Timmer
OM-nummer
4881858100
AMK-terrein
n.v.t.
Waarnemingsnummers
n.v.t.
Bestemmingsplan:
Emmen, Emmermeer
Archeoregio:
1. Drents-zandgebied
ISSNnr.
1871 - 269X
Uitvoerder
De Steekproef bv
Steekproef projectcode
2020-07/07
NAP-hoogte maaiveld
21,5 meter NAP
Huidig grondgebruik
grasland
Uitvoering veldwerk
6 augustus 2020
Beheer en plaats van documentatie
De Steekproef bv / Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) / DANS / DINO-loket (boorgegevens) Beheer en plaats van documentatie: Noordelijk Archeologisch Depot te Nuis
1.
Inleiding (KNA 4.1: LS01) In opdracht van de gemeente Emmen is voor het plangebied aan de Valtherlaan te Emmen, gemeente Emmen, provincie Drenthe een inventariserend veldonderzoek proefsleuven (IVO-P) uitgevoerd (Figuur 1). De aanleiding voor het onderzoek is de geplande herinrichting van het terrein, waarbij drie standplaatsen voor woonwagens gerealiseerd worden. De voorgenomen bodemingrepen voor funderingen en ondergrondse infrastructuur kunnen leiden tot aantasting van eventueel aanwezige archeologische waarden. Op de archeologische beleidskaart van de gemeente Emmen heeft het oostelijk deel van het plangebied een (middel)hoge verwachting (waarde 4). Het westelijk deel van het plangebied heeft op deze beleidskaart een hoge archeologische waarde (waarde 2). Het gaat hier om een traject van een vermoedelijke prehistorische weg die vanaf hunebed D41 in noordelijke richting over de Hondsrug liep. Dit traject is van provinciaal belang vanwege de ruimtelijke spreiding, samenhang, zeldzaamheid tijdsdiepte en/of goede fysieke kwaliteit (Provincie Drenthe 2018; geraadpleegd via https://geo.drenthe.nl/geoportaal/src). Het plangebied valt onder het bestemmingsplan Emmen, Emmermeer en heeft een dubbelbestemming Waarde Archeologie verwachtingswaarden.
Dit houdt voor de waarde 4 in dat bij bodemingrepen groter dan 1000 vierkante meter en dieper dan 30 centimeter onder maaiveld archeologisch onderzoek uitgevoerd dient te worden. Voor de waarde 2 geldt dat archeologisch onderzoek uitgevoerd dient te worden bij verstoringen groter dan 100 vierkante meter en dieper dan 30 centimeter onder maaiveld. In 2019 is door Greenhouse Advies een bureau- en booronderzoek uitgevoerd in het plangebied (Osinga 2019). Er werden hierbij zes boringen gezet. In twee boringen was een restant van een podzolbodem aanwezig (in de vorm van een B- of BC-horizont). In de overige boringen was onder een verrommelde bouwvoor direct de C-horizont aanwezig. Voor de zone waar de prehistorische weg verwacht kan worden werd (wanneer behoud in situ niet mogelijk was) vervolgonderzoek in de vorm van een proefsleuvenonderzoek geadviseerd. Voor het overige deel werd de kans op archeologische resten klein geacht (Osinga 2019, 20). Het doel van het archeologische proefsleuvenonderzoek is om te bepalen of er een archeologische vindplaats aanwezig is en of deze behoudenswaardig is. Indien een vindplaats aanwezig is dan wordt de behoudenswaardigheid hiervan bepaald door middel van een scoretabel. In de scoretabel wordt de vindplaats gewaardeerd op belevingswaarde, fysieke kwaliteit en inhoudelijke kwaliteit. Hiervoor werd een oppervlakte van 15 procent onderzocht.
Het onderzoeksgebied heeft een totale oppervlakte van crica 670 vierkante meter, hiervan is circa 100 vierkante meter onderzocht door middel van drie proefsleuven. Het veldwerk is door J.B. Veenstra MA (senior KNA-archeoloog) en R. Rap MA (KNAarcheoloog/-prospector) uitgevoerd conform het PvE en de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), versie 4.1.
1
Figuur 1:
Emmen, Valtherlaan: Uitsnede van de topografische kaart met de locate van het plangebied en het onderzoeksgebied (opentopo.nl).
2
Figuur 2:
Emmen, Valtherlaan: Plangebied en onderzoeksgebied met de opgegraven proefsleuven.
In het PvE (Rap 2020) zijn de volgende onderzoeksvragen voor dit onderzoek opgesteld: ● ● ● ● ● ● ● ● ●
Wat is de stratigrafie en graad van gaafheid van de bodem? Wat is de aard en ouderdom van de sporen; zijn er structuren te herkennen? Zijn er resten van een prehistorische weg aanwezig, zo ja welke zijn dit? Wat is de gaafheid van de sporen? Wat is de datering van de archeologische vondsten en tot welke vondsttypen of vondstcategorieën behoren zij? Is er sprake van verschillende gebruiks- en bewoningsfasen? Wat is de relatie van aangetroffen sporen, structuren en vondstmateriaal tot de omgeving? Indien er een vindplaats wordt aangetroffen, wat is de behoudenswaardigheid hiervan en wat is het aangewezen vervolgtraject? Indien er geen vindplaats wordt aangetroffen, hoe kan dit worden verklaard?
3
1.1
Locatie (KNA 4: LS01, LS02) Het onderzoeksgebied grenst aan de noordzijde van de bebouwde kom van Emmen. Het betreft een perceel grasland ten zuidwesten van het Valtherbospad. Direct ten zuiden ligt een reeds bestaande woonwagenlocatie. Ten noordoosten van het onderzoeksgebied ligt het bos van het Valtherzand. Ten tijde van het onderzoek was het gebied in gebruik als paardenwei. Tevens stonden er kleine bossages op het veld. De ligging van put 3 is licht aangepast om beplanting te sparen.
Figuur 3:
Emmen, Valtherlaan: Foto van het onderzoeksgebied vanaf put 3 in zuidwestelijke richting (links put 1; rechts put 2).
4
2.
Vooronderzoek (KNA 4.1: LS06) Het vooronderzoek voor het proefsleuvenonderzoek in plangebied Emmen Valtherlaan bestond uit een verkennend booronderzoek (Osinga 2019) en het Programma van Eisen dat is opgesteld voorafgaand aan het onderzoek (Rap 2020). De overgenomen gegevens uit deze voorgaande onderzoeken zijn cursief weergegeven en zo nodig aangevuld. De gebruikte bronnen voor het bureauonderzoek zijn opgenomen in de literatuurlijst aan het einde van het rapport. Voor de archeologische periode-indeling wordt verwezen naar Appendix I.
2.1
Fysische geografie (KNA 4.1: LS04) "Het onderzoeksgebied ligt op de oostelijke flank van de Hondsrug. Door stuwing en afzettingen van meegevoerd materiaal tijdens de voorlaatste ijstijd, het Saalien, is deze langgerekte rug ontstaan. Het afgezette materiaal van elders bestond uit zand, leem en stenen en wordt doorgaans aangeduid als keileem. Tijdens de laatste ijstijd, het Weichselien, kwam het landijs niet tot aan Nederland. In deze omgeving heerste een toendraklimaat waardoor door de wind dekzand is afgezet. In het Holoceen werd dit dekzand vastgelegd door vegetatie. Door menselijke activiteiten (zoals afplaggen en heidebranden) ging de vegetatie weer sterk achteruit waardoor opnieuw zandverstuivingen ontstonden. Deze veroorzaakten echter een meer lokaal reliëf. Op de geomorfologische kaart ligt het onderzoeksgebied op een ijsstroomrug (de Hondsrug; code 10B14). Ten zuidoosten ligt een vlakte van smeltwaterafzettingen (2M12) en ten noordoosten een zone met landduinen met bijbehorende vlakten en laagten (3L54D). Op de bodemkaart ligt het onderzoeksgebied in een zone met haarpodzolgronden (gHd21)." (Rap 2020, 5) Tijdens het booronderzoek werd in twee boringen een restant van een podzolbodem waargenomen (Osinga 2019, 17). Één van deze boringen (boring 9) ligt binnen het onderzoeksgebied. In de overige boringen was onder een dunne bouwvoor direct de Chorizont aanwezig.
2.2
Archeologie (KNA 4.1 LS04) "In een straal van circa 500 meter rondom het onderzoeksgebied zijn zes archeologische onderzoeksmeldingen bekend in ARCHIS 3. Verder liggen er nog drie AMK-terreinen en zeven vondstmeldingen (zie 4; Tabel 1). Uit de booronderzoeken die rondom het onderzoeksgebied zijn gedaan blijkt dat de bodem veelal tot op de C-horizont verstoord is. Er zijn echter enkele boringen waarbij een restant van de podzol aanwezig was. De archeologische onderzoeken hebben geen van alle archeologische waarden opgeleverd. De AMK-terreinen ten zuiden van het onderzoeksgebied (monumentnummers 9684 en 16667) betreffen het hunebed D41 uit het neolithicum en een terrein met een grafheuvel uit het neolithicum of de bronstijd. Bij het hunebed is in het verleden een kleine proefsleuf gegraven waarbij de ingang is ontdekt. De grafheuvel is in 1983 illegaal geëgaliseerd en later dat jaar weer hersteld. De onderste lagen van de grafheuvel zijn nog intact. Het derde AMK-terrein ligt ten westen van het onderzoeksgebied (monumentnummer 9686). Het gaat om een groot terrein met archeologische resten van de Hamburg- en Tjongercultuur en de trechterbeker- en klokbekercultuur. Op het terrein hebben verder enkele grafheuvels gelegen. Er zijn zowel sporen van bewoning als artefacten gevonden. 5
De vondstmeldingen liggen allemaal ten zuiden van het onderzoeksgebied. Het gaat uitsluitend om vondsten uit de prehistorie (mesolithicum tot en met bronstijd). Het gaat voornamelijk om losse vondsten." (Rap 2020, 5-6)
Figuur 4:
Emmen, Valtherlaan: Kaart met archeologische onderzoeken, vondstmeldingen en AMK-terreinen volgens Archis 3.
6
Tabel 1:
Emmen, Valtherlaan: Archeologische waarden in de omgeving volgens Archis 3 (voor de ligging zie Figuur 4).
Zaaknummer
Omschrijving
Referentie
9684
Hunebed D41 uit het neolithicum (trechterbekercultuur).
Archis 3
9686
Terrein met onder andere sporen van de Hamburg- en Tjongercultuur, trechterbeker- en klokbekercultuur. Op het terrein hebben enkele grafheuvels gelegen. Verder is vuursteen en aardewerk uit diverse perioden gevonden. In 1977 heeft een amateur op dit terrein een grote hoeveelheid vuursteen gevonden, van laat paleolithicum tot midden bronstijd. In 1995 werden wegcunetten aangelegd, waarbij tevens waarnemingen zijn gedaan. Op vier locaties werden bewoningssporen en/of artefacten gevonden.
Archis 3
16667
Terrein met een grafheuvel uit het neolithicum of de bronstijd. Rond 1983 is de heuvel geëgaliseerd, later dat jaar werd deze weer hersteld.
Archis 3
2102640100
Booronderzoek: uit de resultaten van het booronderzoek wordt geconcludeerd dat de bodem van het onderzoeksterrein volledig is verstoord door grondbewerking.
Visser 2006
2137852100
Booronderzoek: In het zuidwestelijk deel was de bodem nog intact, hier werd behoud geadviseerd vanaf een halve meter onder maaiveld. De rest van het gebied werd vrijgegeven.
Bongers 2006
2318271100
Geen rapport beschikbaar
2368995100
Booronderzoek: De oorspronkelijke top van het dekzand is verstoord of verdwenen. Er zijn geen aanwijzingen voor een archeologische vindplaats aangetroffen.
Veenstra 2012
2438143100
Booronderzoek: In één van de boringen een (deels) intacte podzolbodem aangetroffen. In het gebied is sprake van een pakket opgebrachte of omgewerkte grond. Er zijn geen archeologische indicatoren gevonden.
Krol 2014
4734234100
Booronderzoek: vooronderzoek voor het dit PvE.
Osinga 2019
2787198100
Aardewerk en vuursteen uit het neolithicum uit hunebed D41. Gevonden tijdens de aanleg van een proefsleuf om de ingang te vinden.
Archis 3
2931125100
Aardewerk en vuursteen uit een graf uit het neolithicum/bronstijd
Archis 3
3028593100
Aardewerk, trechterbekerkom gevonden na het omwaaien van een boom.
Archis 3
3029013100
Vuursteen uit het mesolithicum/neolithicum, aangetroffen tijdens een veldkartering in 1977.
Archis 3
3029865100
Vuursteen met onbekende datering, gevonden tijdens een veldkartering. Verder geen gegevens bekend.
Archis 3
3030025100
Stenen bijl uit het neolithicum/bronstijd, gevonden door een amateur.
Archis 3
3164308100
Ophogingslaag van een grafheuvel uit het neolithicum/bronstijd. Geconstateerd tijdens een inspectie na graafwerkzaamheden.
Archis 3
AMK
onderzoeksmelding
vondstmeldingen
7
2.3
Historische geografie (KNA 4.1: LS03) “Het plangebied maakte eeuwenlang deel uit van de uitgestrekte Drentse heidevelden. Vanwege de nabijheid van Emmen zijn in het begin van de 20e eeuw heidegronden in de omgeving van het plangebied reeds in cultuur gebracht (...). Het plangebied zelf werd omstreeks 1930 ontgonnen (...). Hoewel de omgeving van het plangebied in de loop der tijd veranderde, door onder meer de aanleg van een woonwijk en bosaanplant, bleef het landgebruik van het plangebied zelf vervolgens ongewijzigd. Aan de zuidzijde van het plangebied heeft tussen circa 1960 en 2000 een hoogspanningsleiding gelopen (...). Deze zal geen invloed gehad hebben op het landgebruik en eventuele grondroerende activiteiten. Het plangebied is op basis van het beschikbare kaartmateriaal altijd onbebouwd geweest.” (Osinga 2019, 15)
2.4
Archeologische verwachting (KNA 4.1: LS05; Rap 2020, 7-8) Aard en ouderdom van de vindplaats(en) Op basis van de bekende archeologische waarden in de omgeving en de bodemopbouw kan worden gesteld dat er een middelhoge verwachting geldt voor alle archeologische perioden. De verwachting is hoog voor resten van een prehistorische weg over de Hondsrug. Archeologische indicatoren kunnen bestaan uit scherven aardewerk en vuursteen alsmede grondsporen zoals paalgaten en greppels. Begrenzing en oppervlakte van de vindplaats(en) Het is niet bekend of er een vindplaats aanwezig is. Het onderzoeksgebied komt overeen met de vermoedelijke ligging van een prehistorische weg. Deze zou echter ook buiten het onderzoeksgebied kunnen liggen. Eveneens kunnen eventuele nederzettings- of grafresten zich in het hele onderzoeksgebied bevinden. Structuren en sporen Archeologische grondsporen zullen vooral bestaan uit greppels, paalgaten, (afval)kuilen, haardkuilen en waterputten. Structuren die verwacht worden zijn een prehistorische weg, gebouwplattegronden en spiekers. Artefacten: anorganisch Verwachte anorganische artefacten zijn voornamelijk vuursteen en scherven aardewerk. Artefacten: organisch Organische artefacten kunnen bestaan uit hout(skool), (verbrand) menselijk en dierlijk bot. De verwachting voor niet verbrand organisch materiaal is laag vanwege de grondsoort (zand).
Archeozoölogische, botanische en fysisch-antropologische resten Dierenbotten en macroresten (bv. verkoolde zaden en granen) of dierenbotten/macroresten/ pollen kunnen worden gevonden in grondsporen zoals haardkuilen, waterputten, afvalkuilen en (gedempte) sloten. Motivatie Hoewel tijdens het booronderzoek geen archeologische vondsten zijn gedaan en de bodem matig intact was, geven archeologische waarden in de omgeving en de mogelijke aanwezigheid van een prehistorische weg, voldoende aanleiding tot een hoge 8
archeologische verwachting. Daarom is besloten voor het deel van het plangebied waar de prehistorische weg wordt verwacht (het onderzoeksgebied) een proefsleuvenonderzoek uit te voeren. Archeologische stratigrafie en diepte van de vondstlagen Archeologische waarden worden verwacht onder de bouwvoor. Eventuele sporen tekenen zich voornamelijk af in de top van de C-horizont. Gaafheid en conservering Tijdens het booronderzoek is vastgesteld dat in het onderzoeksgebied de bodem veelal verstoord is tot in de C-horizont, met uitzondering van het uiterste zuiden. Het is echter onduidelijk hoeveel van het oorspronkelijke maaiveld al verstoord is. In de diepere ondergrond kunnen ook nog sporen aanwezig zijn. De kans op organische conservering is klein vanwege de grondsoort (zand).
9
3.
Methode (KNA 4.1: VS01 en VS08) Het onderzoek is uitgevoerd conform KNA 4.1 (Leidraad Inventariserend Veldonderzoek BRL 4000 protocol 4003) en het Programma van Eisen (Rap 2020). Tijdens het onderzoek is circa 15 procent (100 m2) van het totale oppervlak van het plangebied (circa 670 m 2) door middel van proefsleuven onderzocht (SIKB-BRL 4000 protocol 4003: IVOP; Figuur 2). Er zijn drie proefsleuven gegraven. De proefsleuven zijn aangelegd met behulp van een graafmachine met een gladde bak. De graafwerkzaamheden zijn uitgevoerd op aanwijzing van een senior KNAarcheoloog. De bovengrond is in lagen van vijf tot tien centimeter afgegraven waarbij gelet is op vondstconcentraties en (doorschemerende) grondsporen. Er is één goed leesbaar vlak aangelegd in de top van de C-horizont. Het vlak is ingemeten een RTK-GPS en gefotografeerd. Vlakhoogtes en maaiveld hoogtes zijn iedere vijf meter gemeten met een RTK-GPS. In putten 2 en 3 is één profielkolom afgestoken en gedocumenteerd.
10
4.
Resultaten (KNA 4.1: VS05, OS11, OS14, OS15, OS16, SP02) De maaiveldhoogte in het gebied varieert van 21,37 meter boven NAP in het zuiden tot 21,56 meter boven NAP in het noorden. Dit komt redelijk overeen met het maaiveld in 1925 (topotijdreis.nl). Het vlak is aangelegd op circa 21 meter boven NAP. Voor een overzicht van de maaiveld- en vlakhoogtes, alsmede de locatie van de profielkolommen (zie paragraaf 4.1) wordt verwezen naar Appendix II.
4.1
Bodemopbouw Er zijn twee profielkolommen aangelegd. In putten 1 en 3 bestond de bodem van boven naar beneden uit een donkerbruingrijze bouwvoor van zwak siltig zand (Figuur 5). Daaronder was nog een klein restant van een BC-horizont aanwezig. Deze was geelbruin van kleur, tevens bestaande uit zwak stiltig zand. Deze werd gevolgd door een gele Chorizont met veel bruine bioturbatievlekken. In put 2 was een intact podzolprofiel aanwezig (Figuur 6). Van boven naar beneden bestond dit uit een donkerbruingrijze bouwvoor. Daaronder was lichtgrijze E-horizont aanwezig, gevolgd door een donkerbruine humeuze B-horizont. De BC-horizont daaronder was bruingeel van kleur en de C-horizont geel, gelijk als in profiel 1. Alle lagen bestonden uit licht siltig zand.
4.2
Sporen en vondsten In het plangebied zijn geen archeologische sporen aangetroffen of vondsten gedaan.
Figuur 5:
Emmen, Valtherlaan: Profielkolom 1 in put 3.
11
Figuur 6:
Emmen, Valtherlaan: Profielkolom 2 in put 2 (richting het noorden).
12
5.
Waardestelling (KNA 4.1: VS06) Het doel van het archeologisch proefsleuvenonderzoek is om te bepalen of er in het plangebied Emmen, Valtherlaan een archeologische vindplaats aanwezig is en of deze behoudenswaardig is. Uit het onderzoek bleek dat in het hele plangebied geen archeologische waarden aanwezig zijn. Er is dan ook geen waardestelling uitgevoerd. In het plangebied was een verwachting voor archeologische waarden uit alle periodes en specifiek voor resten van een prehistorische weg. De afwezigheid van een vindplaats is niet te wijden aan een verstoorde bodem, deze was deels tot volledig intact. Dit gebied zal niet dusdanig in gebruik zijn geweest dat het archeologische sporen heeft achtergelaten.
13
6.
Conclusie (KNA 4.1: VS05; VS06 en VS07) In opdracht van de gemeente Emmen is voor het plangebied aan de Valtherlaan te Emmen, gemeente Emmen, provincie Drenthe een inventariserend veldonderzoek proefsleuven (IVO-P) uitgevoerd. De aanleiding voor het onderzoek is de geplande herinrichting van het terrein, waarbij drie standplaatsen voor woonwagens gerealiseerd worden. De voorgenomen bodemingrepen voor funderingen en ondergrondse infrastructuur kunnen leiden tot aantasting van eventueel aanwezige archeologische waarden. Doel van het onderzoek was vaststellen of er een archeologische vindplaats aanwezig is en of deze behoudenswaardig is. In grote delen van het onderzoeksgebied was de bodem verstoord tot in de BChorizont. In het midden was echter nog een intact podzolprofiel aanwezig. Er zijn geen archeologische waarden aangetroffen en er is geen vindplaats aanwezig. Dit wil niet zeggen dat het gebied in het verleden niet is gebruikt, maar dat het geen archeologisch vindbare sporen heeft achtergelaten.
6.1
Beantwoording onderzoeksvragen ● Wat is de stratigrafie en graad van gaafheid van de bodem? In het noorden en zuiden van het onderzoeksgebied bestond de bodem van boven naar beneden uit een donkerbruingrijze bouwvoor van zwak siltig zand. Daaronder was nog een klein restant van een BC-horizont aanwezig. Deze was geelbruin van kleur, tevens bestaande uit zwak stiltig zand. Deze werd gevolgd door een gele C-horizont met veel bruine bioturbatievlekken. In het midden van het onderzoeksgebied was een intact podzolprofiel aanwezig. Van boven naar beneden bestond dit uit een donkerbruingrijze bouwvoor. Daaronder was lichtgrijze E-horizont aanwezig, gevolgd door een donkerbruine humeuze B-horizont. De BC-horizont daaronder was bruingeel van kleur en de C-horizont geel. Alle lagen bestonden uit licht siltig zand. De bodem is deels tot volledig intact in het onderzoeksgebied. ● Wat is de aard en ouderdom van de sporen; zijn er structuren te herkennen? In het plangebied zijn geen archeologische sporen aangetroffen. ● Zijn er resten van een prehistorische weg aanwezig, zo ja welke zijn dit? Er zijn geen restsen van een prehistorische weg aangetroffen. ● Wat is de gaafheid van de sporen? In het plangebied zijn geen archeologische sporen aangetroffen.
● Wat is de datering van de archeologische vondsten en tot welke vondsttypen of vondstcategorieën behoren zij? Er zijn geen archeologische vondsten gedaan. ● Is er sprake van verschillende gebruiks- en bewoningsfasen? Er is geen archeologische vindplaats aanwezig in het plangebied, daarom kan hier geen uitspraak over worden gedaan. ● Wat is de relatie van aangetroffen sporen, structuren en vondstmateriaal tot de omgeving? 14
Er zijn geen sporen aangetroffen of vondsten gedaan. In de omgeving van het plangebied zijn echter veel archeologische waarden bekend. Het plangebied zal waarschijnlijk dus wel in gebruik zijn geweest, maar niet op een manier die archeologische sporen heeft achtergelaten. Denk aan kleinschalige akkerbouw/veeteelt of het verzamelen van voedsel en grondstoffen. ● Indien er een vindplaats wordt aangetroffen, wat is de behoudenswaardigheid hiervan en wat is het aangewezen vervolgtraject? Er is geen vindplaats aangetroffen. ● Indien er geen vindplaats wordt aangetroffen, hoe kan dit worden verklaard? In de omgeving van het plangebied zijn veel archeologische waarden bekend. Het plangebied zal waarschijnlijk dus wel in gebruik zijn geweest, maar niet op een manier die archeologische sporen heeft achtergelaten. Denk aan kleinschalige akkerbouw/veeteelt of het verzamelen van voedsel en grondstoffen. 6.2
Advies (KNA 4.1: VS07) Selectie advies R. Rap MA (KNA-archeoloog/-prospector): In het onderzoeksgebied is geen archeologische vindplaats aangetroffen. Met de uitvoering van de voorgenomen ontwikkelingen zullen dan ook geen archeologische waarden geschaad worden. Wij adviseren het plangebied vrij te geven wat betreft de archeologie. Het is aan de gemeente Emmen dit advies al dan niet te volgen. In alle gevallen geldt dat als er toch archeologische vondsten worden gedaan of archeologische grondsporen worden aangetroffen, dan dient daarvan direct melding te worden gemaakt bij de minister conform de Erfgoedwet 2015, artikel 5.10 & 5.11. Wij adviseren dit te doen bij de gemeente Emmen.
15
Literatuur AHN-Viewer. www.AHN.nl. Actueel Hoogtebestand Nederland. Rijkswaterstaat, Adviesdienst Geoinformatie en ICT. Archeologische Beleidskaart gemeente Emmen. emmen.maps.arcgis.com/apps/webappviewer/ index.html?id=d49fbececbdb4093a437c20e61f4db03/ ARCHIS 3. www.zoeken.cultureelerfgoed.nl Bongers, J.M.G. 2006. Emmen Valtherbos (Dr.). Een Inventariserend Archeologisch Veldonderzoek. Steekproefrapport 2016-12/08. Zuidhorn: De Steekproef bv. Geoportaal Provincie Drenthe. geo.drente.nl/geoportaal/src Krol, T.N. 2014. Archeologische bureau- en booronderzoek woonwagenlocaties Gierzwaluw en Valtherlaan te Emmen, gemeente Emmen (DR). MUG-publicatie 2014-35. Leek: MUG Ingenieursbureau bv. Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie 4.1. www.SIKB.nl. 2018. Centraal College van Deskundigen Archeologie. Publieke Dienstverlening op de Kaart (PDoK). www.pdok.nl Osinga, M. 2019. Archeologisch onderzoek woonwagenlocatie Valtherlaan te Emmen. Bureauonderzoek (BO) en Inventariserend veldonderzoek (IVO-O). Huissen: Greenhouse Advies bv. Rap, R. 2020. Emmen, Valtherlaan. Gemeente Emmen (Gr.) Programma van Eisen Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. Proefsleuven (IVO-P). Steekproefrapport 2020-06/16. Zuidhorn: De Steekproef bv. Ruimtelijke Plannen. www.ruimtelijkeplannen.nl Topotijdreis. www.topotijdreis.nl Veenstra, H.W. 2012.
Plangebied De Ark te Emmen, gemeente Emmen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en verkennend veldonderzoek. RAAP-notitie 4221. Weesp: RAAP Archeologisch Adviesbureau bv. Visser, P. 2006. Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek aan de Valtherlaan te Emmen. Archeologisch rapport 2005/93. Oranjewoud.
Lijst van figuren en tabellen Figuren 1
Topografische kaart
2
Onderzoeksgebied en proefsleuven
3
Foto van het onderzoeksgebied
4
Archeologische waarden in de omgeving van het plangebied
5
Profielkolom 1 in put 3
6
Profielkolom 2 in put 2
Tabellen 1
Archeologische waarden in de omgeving van het plangebied
Appendix I: Archeologische periodes paleolithicum: paleolithicum vroeg: tot 300.000 BP paleolithicum midden: 300.000 - 35.000 BP paleolithicum laat: 35.000 BP - 8.800 vC paleolithicum laat A: 35.000 - 18.000 BP paleolithicum laat B: 18.000 BP - 8.800 vC mesolithicum: mesolithicum vroeg: mesolithicum midden: mesolithicum laat:
8.800 - 7.100 vC 7.100 - 6.450 vC 6.450 - 4.900 vC
neolithicum: neolithicum vroeg: neolithicum vroeg A: neolithicum vroeg B: neolithicum midden: neolithicum midden A: neolithicum midden B: neolithicum laat: neolithicum laat A: neolithicum laat B:
5.300 - 4.200 vC 5.300 - 4.900 vC 4.900 - 4.200 vC 4.200 - 2.850 vC 4.200 - 3.400 vC 3.400 - 2.850 vC 2.850 - 2.000 vC 2.850 - 2.450 vC 2.450 - 2.000 vC
bronstijd: bronstijd vroeg: bronstijd midden: bronstijd midden A: bronstijd midden B: bronstijd laat:
2.000 - 1.800 vC 1.800 - 1.100 vC 1.800 - 1.500 vC 1.500 - 1.100 vC 1.100 - 800 vC
pleistoceen: elsterien saalien weichselien holoceen:
2,5 miljoen - 10.000 BP 475.000 - 410.000 BP 200.000 - 130.000 BP 116.000 - 10.000 BP 10.000 - heden
vC nC BP
= = =
voor Christus na Christus before present; present = 1950
ijzertijd: ijzertijd vroeg: ijzertijd midden: ijzertijd laat:
800 - 500 vC 500 - 250 vC 250 - 12 vC
romeinse tijd: romeinse tijd vroeg: romeinse tijd vroeg A: romeinse tijd vroeg B: romeinse tijd midden: romeinse tijd midden A: romeinse tijd midden B: romeinse tijd laat: romeinse tijd laat A: romeinse tijd laat B:
12 vC - 70 nC 12 vC - 25 nC 25 - 70 nC 70 - 270 nC 70 - 150 nC 150 - 270 nC 270 - 450 nC 270 - 350 nC 350 - 450 nC
middeleeuwen: middeleeuwen vroeg: middeleeuwen vroeg A: middeleeuwen vroeg B: middeleeuwen vroeg C: middeleeuwen vroeg D: middeleeuwen laat: middeleeuwen laat A: middeleeuwen laat B:
450 - 1.050 nC 450 - 525 nC 525 - 725 nC 725 - 900 nC 900 - 1.050 nC 1.050 - 1.500 nC 1.050 - 1.250 nC 1.250 - 1.500 nC
nieuwe tijd: nieuwe tijd vroeg: nieuwe tijd midden: nieuwe tijd laat:
1.500 - 1.650 nC 1.650 - 1.850 nC 1.850 – heden
Algemeen Steentijd (tot 2000 vC) De steentijd is opgedeeld in het paleolithicum, mesolithicum en neolithicum. Het paleolithicum (oude steentijd) wordt vooral gekenmerkt door de ijstijden. Na het laatpaleolithicum verbetert het klimaat. Vindplaatsen uit het late paleolithicum zijn vooral te herkennen aan concentraties vondstmateriaal (bewerkt en/of verbrand vuursteen, houtskool) met weinig en moeilijk te herkennen grondsporen zoals kuilen, paalgaten en houtskoolconcentraties die mogelijk wijzen op haardplaatsen. Vondsten uit het mesolithicum of midden steentijd, gekenmerkt door sporen en vondsten van rondtrekkende jagers en verzamelaars, bestaan voornamelijk uit bewerkt vuursteen, verbrande hazelnootdoppen en houtskoolfragmenten. Mesolithische grondsporen zijn vooral oppervlakte-haarden en haardkuilen. In een natte omgeving kunnen ook werktuigen van gewei of hout bewaard zijn gebleven. Voorbeelden hiervan zijn geweibijlen, bogen, visfuiken, etc. In het neolithicum (nieuwe steentijd) werden dieren gehouden en in het neolithicum werd eveneens akkerbouw bedreven. Grondsporen uit deze periode kunnen bestaan uit paalgaten van bijvoorbeeld boerderijen, resten van beschoeiingen, greppels, (afval)kuilen en haardplaatsen. Aardewerk komt in deze tijd voor, evenals bewerkt (vuur)steen en geslepen bijlen.
Metaaltijden (2000-12 vC) In de bronstijd en ijzertijd kwam bemesting en wisselbouw binnen de akkerbouw voor. Sporen uit de bronstijd en ijzertijd kunnen bestaan uit kuilen, paalgaten van boerderijplattegronden, bijgebouwen of spiekers, waterkuilen of -putten, erf- ofakkerafscheidingen en sporen van akkerbewerking zoals de kruiselings getrokken voren van een eergetouw. Houtskool kan duiden op de aanwezigheid van haarden voor voedselbereiding of het bakken van aardewerk. Ook kunnen er restanten gevonden worden die duiden op metaalbewerking, zoals stukken ovenwand, brons- of ijzerslakken, sintels, mallen, smeltkroezen, metaal bedoeld voor omsmelten, etc. Vondsten kunnen verder bestaan uit bijvoorbeeld metalen voorwerpen of voorwerpen van aardewerk zoals vaatwerk, maar ook slingerkogels, rammelaars, spinklosjes en weefgewichten. Romeinse tijd (12 vC-450 nC) In de romeinse tijd vormde de Rijn de noordelijke grens van het romeinse rijk. Langs deze grens, de limes, werden grensposten, nederzettingen en wegen gebouwd. In het noorden van Nederland zijn ook romeinse vondsten gedaan, maar dit zijn voornamelijk losse vondsten als romeinse munten, mantelspelden en scherven romeins aardewerk. Middeleeuwen en nieuwe tijd (450 nC-heden) Na een afname in de bevolkingsdichtheid aan het einde van de romeinse tijd en de periode erna, steeg deze weer in het begin van de middeleeuwen.