CConstaterende datEmmen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - BOPA motivering Veld 4 Zwartemeer

Raadsvergadering 19 februari 2026, gemeente EmmenBij agendapunt: Bindend advies Omgevingsvergunning 19 woningen Veld 4 Zwartemeer23.179 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

4.3.5 Conclusie Omgevingsvisie Drenthe Het plan voorziet in de voorbereiding van de realisatie van 19 woningen aan de rand van het dorp, met als doel het huisvesten van starters uit de kern. Hiermee wordt bijgedragen aan het behoud van de leefbaarheid en de sociale structuur van het dorp. De ontwikkeling past binnen de regionale ambitie om 10.000 woningen te realiseren en vormt een toekomstbestendige uitbreiding binnen zorgvuldig gekozen ruimtelijke kaders. In paragraaf 5.3 wordt het plan getoetst aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. Woonagenda Drenthe Op basis van de Drentse Woonagenda toont het voorgestelde CPO-project van 19 starterswoningen een sterke aansluiting bij meerdere regionale beleidsdoelstellingen. Het project draagt direct bij aan opgave 1 (Woningmarkt in Balans) door het creëren van nieuwbouw welke met name geschikt is voor starters. Tevens sluit het aan bij opgave 3 (Betaalbaar wonen) aangezien CPO-projecten doorgaans een betaalbaar alternatief bieden voor starters die anders uit de reguliere woningmarkt worden geprijsd, wat aansluit bij de provinciale zorg over prijsopdrijvende effecten. Het project wordt niet in voormalig groen gerealiseerd, maar ter plaatse van een voetbalveld. Het geheel van het nieuwe projectgebied wordt zorgvuldig ingepast in het groen, waarbij het groen en de houtwal versterkt worden.

Hiermee wordt tevens voldoende aandacht besteed aan Opgave 5 (Prettige fysieke leefomgeving). Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met de Drentse Woonagenda. Instructieregels POV De voorgenomen ontwikkeling gaat uit van het realiseren van 19 woningen in stedelijk gebied. De woningen worden gebouwd als onderdeel van een CPO project, waarin toekomstige bewoners samen met de gemeente een plan uitwerken. De gemeente verzorgt de stedenbouwkundige en planologische kaders voor het voornemen, de toekomstige bewoners werken aan de realisatiefase. De betrokkenheid van de toekomstige bewoners bij de planvorming toont bovendien de behoefte aan deze woningen aan. Door de woningtypologie en prijsklasse van de woningen zullen de woningen voornamelijk geschikt zijn voor starters op de woningmarkt. De toekomstige bewoners komen met name uit Zwartemeer en de directe omgeving.

4.4

Regionaal beleid

4.4.1 Regionale woondeal Zuidoost Drenthe Algemeen De gemeenten Aa en Hunze, Borger-Odoorn, Coevorden en Emmen hebben op 14 december 2022 een gezamenlijke woondeal ondertekend: de Regionale woondeal Zuidoost Drenthe. De woondeal is geldig tot 2031. De partijen streven naar het bereiken van goed en betaalbaar wonen in Drenthe voor iedereen. De Woondeal is een reactie op de Nationale Woon- en Bouwagenda. Dit is een Rijksprogramma waarin landelijk ingezet wordt op de realisatie van 900.000 woningen tot en met 2030. In de Regionale woondeal worden de inhoudelijke en procedurele afspraken tussen partijen vastgelegd over de wijze van samenwerken en de eigen en gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de versnellingsopgave. De gemeenten uit de regionale woondeal hebben afgesproken om tot 2031 uit te breiden met een netto aantal van 13.000 woningen. Daarbinnen neemt iedere gemeente een deel van de

23

BOPA Stichtingstraat/Veld 4, Zwartemeer |

versnellingsopgave voor haar rekening. Afgesproken is om de bouw van minimaal 4.177 te versnellen. Voor de gemeente Emmen is bepaald dat tot 2030 versneld 2.500 tot 4.000 woningen gebouwd dienen te worden. Dit voornemen is overgenomen in de gemeentelijke woonvisie. Concreet dienen binnen de gemeente Emmen tussen 2022 en 2030 44 koopwoningen tot de NHG grens worden bijgebouwd. Daarnaast werken de partijen uit de regionale woondeal toe naar meer balans in de woningvoorraad. Hierbij streven partijen naar 30% betaalbare woningen in de bestaande voorraad op provinciaal niveau, regionaal niveau en lokaal niveau. Daarbij wordt rekening gehouden met de gemeenten waarbij toegroeien naar 30% evident niet logisch of haalbaar is.

4.4.2

Toetsing aan het regionaal beleid

Het CPO-project van 19 starterswoningen sluit aan bij de doelstellingen van de Regionale Woondeal Zuidoost Drenthe. Het project draagt bij aan de versnellingsopgave van 2.500–4.000 woningen in Emmen tussen 2022 en 2030 en helpt de regionale ambitie van 13.000 extra woningen tot 2031 te realiseren. Door zich te richten op starters, biedt het bovendien een betaalbaar alternatief en draagt het bij aan een evenwichtige woningvoorraad, conform het streven naar 30% betaalbare woningen waar mogelijk. Het project wordt gerealiseerd op de locatie van een bestaand voetbalveld, waarbij het groen en de houtwal behouden en versterkt worden. Hiermee wordt niet alleen voldaan aan de kwantitatieve woningbouwdoelstellingen, maar wordt ook bijgedragen aan een prettige en kwalitatief goede leefomgeving, zoals beoogd in de regionale afspraken.

4.5

Gemeentelijk beleid

In de volgende paragrafen worden de relevante beleidsstukken van de gemeente Emmen uitgewerkt. Het gaat hier met name om de beleidsstukken met een strategische insteek. Daarnaast heeft de gemeente Emmen ook beleidsstukken die van toepassing zijn op specifieke onderwerpen uit de fysieke leefomgeving. Als volgt wordt aangegeven in welke paragrafen de volgende relevante beleidsstukken voor voorliggende ontwikkeling worden behandeld: - Cultuurhistorische waardenkaart (paragraaf 5.14.2) - Integrale Parkeervisie gemeente Emmen (parkeerparagraaf 5.5.2)

4.5.1 Structuurvisie en omgevingsvisie Structuurvisie Emmen 2020, Veelzijdigheid Troef, is 24 september 2009 vastgesteld door de raad. De structuurvisie geeft de hoofdlijnen van de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente Emmen weer. In de structuurvisie wordt de ruimtelijke structuur geschetst aan de hand van een aantal thema's, zoals landschap, duurzaamheid, verkeer, werken, wonen, voorzieningen en veiligheid. Voor ieder thema is een hoofdkoers bepaald. Voor dit initiatief zijn vooral de thema’s duurzaamheid en wonen van belang. Duurzaamheid De keuze voor een duurzame structuur betekent dat locaties en functies veelal multifunctioneel benaderd worden. Daarnaast zijn er onderwerpen waaraan mede vanuit duurzaamheid in de structuurvisie expliciet aandacht wordt besteed, zoals archeologie, waterberging en cultuurhistorie. Wonen De Structuurvisie richt zich op een accentverschuiving van kwantiteit naar kwaliteit en differentiatie van woonmilieus. De opgave ligt er om de woningvoorraad in lijn te brengen en te houden met de woonwensen van huidige én toekomstige inwoners. Dit betekent meer levensloopbestendige woningen en meer ruimte voor bouwkavels. Om ervoor te zorgen dat de woningmarkt op orde blijft, is een continue aanpassing aan de veranderende vraag geboden. Dit geldt niet alleen voor de kern 24

BOPA Stichtingstraat/Veld 4, Zwartemeer |

van Emmen, maar ook voor de dorpen. Zo ontstaat op termijn een cyclische vernieuwing van de bestaande woongebieden. 4.5.2 Toetsing Het projectgebied ligt in het stedelijk gebied van Zwartemeer. Het plan sluit aan op de bestaande structuur van het dorp, en breidt deze uit met 19 nieuwe woningen. Aan de behoefte voor deze woningen wordt met de ladder uitgebreid getoetst. In de structuurvisie is daarbij vastgelegd dat er extra ruimte voor bouwkavels moet komen. Dit voornemen sluit hierbij aan en geeft er concreet invulling aan. In voorliggende onderbouwing wordt daarnaast aandacht besteed aan de aspecten archeologie, waterberging en cultuurhistorie in de betreffende paragrafen.

4.5.3

Strategienota Emmen; Ambities van Emmen voor de middellange termijn in een snel veranderende wereld In december 2021 is de strategienota Emmen vastgesteld. In deze nota heeft de gemeente Emmen haar middellange termijnvisie herijkt. De nota beschrijft ambities en strategische keuzes die bijdragen aan lokale, regionale en landelijke ontwikkelingen en opgaven. De strategienota gaat uit van het volgende toekomstbeeld voor Emmen: Emmen is een veerkrachtige, weerbare gemeente, met een brede welvaart voor iedereen. Dat betekent een duurzame, veilige en schone gemeente. Een sociale gemeente, met een stevige economie, die elke inwoner kansen biedt op werken, meedoen en ontspannen. Een sterke regiokern, met voldoende voorzieningen en werkgelegenheid voor de hele regio. Inwoners en bezoekers zijn graag in Emmen. De gemeente is onderdeel van het Stedelijk Netwerk Nederland en vormt een kruispunt van goede verbindingen van noord naar zuid en van oost naar west. De goede bereikbaarheid zorgt voor een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor huidige en toekomstige inwoners en bedrijven, waardoor het aantal inwoners en bedrijven groeit. Dit perspectief voor de middellange termijn mondt niet uit in een precies omschreven eindresultaat van Emmen over enkele decennia. Er zijn wel zes ambities en daaraan gekoppelde strategische keuzes geformuleerd.

Deze ambities en strategische keuzes vormen de basis voor beleid, samenwerking en lobby. De zes ambities: • De gemeente creëert meer ruimte voor de natuur, is voorbereid op klimaatverandering en verbinden wonen, werken en de natuur met elkaar. De gemeente behoort tot de top 10 van de groenste gemeenten van Nederland. • De gemeente wordt CO2 neutraal en faciliteert duurzame energieproductie. • In Emmen kan iedereen meedoen aan het maatschappelijk leven en heeft daarin gelijke kansen. De gemeente focust hierbij op kinderen, jongeren en hun ouders, zodat de jeugd het beter krijgt dan generaties voor hen. • De ondersteuning die de gemeente inwoners geeft werkt voor hen en is betaalbaar. De gemeente vernieuwt daarom de werking van de sociale infrastructuur. • Emmen groeit economisch, in aantal inwoners en verstevigt haar positie als regiokern met goede verbindingen en voorzieningen. De gemeente zorgt voor een aantrekkelijke, duurzame en veilige woon- en leefomgeving. • De gemeente behoort tot de landelijke top van groene, slimme en innovatieve industriekernen, met zorg, recreatie en toerisme als belangrijke economische pijlers, en een bijpassend onderwijsaanbod. Er is geen rangorde in deze ambities, ze zijn alle zes even belangrijk. Veel van deze ambities kunnen alleen worden gerealiseerd door gemeente overstijgende samenwerking.

Hier zet de gemeente dan ook op in door zowel lokaal, regionaal als landelijk meer gericht en doeltreffend, integraal en efficiënt samenwerken met partners. De inwoners van Emmen zijn de basis van en voor deze ambities. De gemeente richt zicht daarom ook op het verstevigen van de verhouding tussen 25

BOPA Stichtingstraat/Veld 4, Zwartemeer | inwoners en de gemeente, het behouden en vergroten van het wederzijds vertrouwen en de participatie van en samenwerking met inwoners. 4.5.4 Toetsing Ambitie 1: Groene gemeente, klimaatadaptatie en verbinding wonen-werken-natuur Het initiatief draagt bij aan deze ambitie doordat expliciet wordt ingezet op het behoud van zoveel mogelijk bestaand groen. Het voormalige sportveld wordt niet gezien als openbaar groen, waardoor met de ontwikkeling geen bestaand (openbaar)groen wordt verhard. Het plan voorziet in een klimaatadaptieve woningbouwontwikkeling, wat aansluit bij de ambitie om voorbereid te zijn op klimaatverandering. De inpassing van woningbouw in de bestaande groene structuur draagt bij aan de verbinding tussen wonen en natuur. Ambitie 2: CO2-neutraliteit en duurzame energieproductie Nieuwe woningen worden standaard gebouwd zonder aansluiting op het gas. Daarnaast zullen de woningen gebouwd worden volgens de BENG-normen. Ambitie 3: Meedoen en gelijke kansen, focus op jeugd De nabijheid van voorzieningen in de kern Zwartemeer draagt positief bij aan de mogelijkheid voor inwoners om mee te doen aan het maatschappelijk leven. De woningen worden gebouwd als onderdeel van een CPO project waarbij voornamelijk de starters op de woningmarkt gebruik van zullen maken.

Deze doelgroep komt ten goede aan het gebruik van maatschappelijke faciliteiten zoals scholen, sportfaciliteiten, het winkelaanbod en het verenigingsleven binnen Zwartemeer. Ambitie 4: Effectieve en betaalbare ondersteuning, vernieuwing sociale infrastructuur Het initiatief betreft een CPO ontwikkeling waarbij de nieuwe bewoners grotendeels reeds bekend zijn. De woningen worden ontwikkeld door een jonge doelgroep en worden gerealiseerd in het betaalbare segment van de vrije koopmarkt. Ambitie 5: Economische groei, groei inwoneraantal, versterking regiokern Het initiatief sluit goed aan bij deze ambitie. De realisatie van 19 woningen geeft concrete invulling aan de woningbouwbehoefte in Zwartemeer en draagt bij aan groei van het inwoneraantal. De ligging aan de rand van het dorp, nabij voorzieningen, versterkt de aantrekkelijkheid van de kern als woonlocatie. Dit past bij de positie van Emmen als regiokern met goede voorzieningen. Het plan draagt bij aan een duurzame en veilige woon- en leefomgeving door de inpassing in de bestaande structuur en de nabijheid van voorzieningen. Aandachtspunten voor de verdere uitwerking zijn goede bereikbaarheid via fiets en openbaar vervoer, verkeersveilige ontsluiting, en inrichting van de openbare ruimte die sociale veiligheid bevordert.

Ambitie 6: Groene, slimme en innovatieve industriekernen Hoewel dit initiatief een woningbouwproject betreft en niet direct gericht is op industriële ontwikkeling, kan het indirect bijdragen aan deze ambitie door te voorzien in woonruimte voor werknemers in de regio, waaronder sectoren als zorg, recreatie en toerisme. De ligging nabij voorzieningen maakt de kern aantrekkelijk voor mensen die in deze sectoren werkzaam zijn. Conclusie Het initiatief voor 19 woningen in Zwartemeer sluit aan bij meerdere gemeentelijke ambities, met name op het gebied van woningbouwbehoefte, duurzame leefomgeving en versterking van de kernen. De ontwikkeling voorziet in een concrete invulling aan de woningbehoefte doordat de ontwikkeling in het kader van een CPO project mogelijk wordt gemaakt. De woningen liggen aan de rand van het dorp, nabij voorzieningen in de kern. Dit sluit aan bij de ambitie van de gemeente om te zorgen voor een aantrekkelijke, duurzame en veilige woon- en leefomgeving. Hiermee kan het project fungeren als voorbeeld voor toekomstige ontwikkelingen die bijdragen aan de realisatie van de gemeentelijke visie op de middellange termijn.

4.5.5

‘Buitengewoon thuis in Emmen’ Woonvisie 2022-2030 Algemeen In oktober 2022 heeft de gemeenteraad van Emmen de Woonvisie 2022-2030 'BuitengeWoon Thuis in Emmen' vastgesteld. Met de nieuwe woonvisie zet de gemeente Emmen in op een gevarieerde woonomgeving en beschikt over een breed, duurzaam aanbod van woningen in diverse prijsklassen, in alle kernen. Het woningaanbod moet aansluiten bij de behoeften en financiële mogelijkheden van de huidige en toekomstige bewoners. 26

BOPA Stichtingstraat/Veld 4, Zwartemeer |

In de woonvisie staat de volgende missie centraal: De gemeente Emmen werkt samen met inwoners en betrokken partijen aan wonen, en heeft de volgende ambities: 1.

Emmen draagt zorg voor een aantrekkelijke, leefbare woonomgeving waar iedereen zich thuis voelt en zichzelf naar vermogen kan redden; 2. Emmen geeft ruimte aan vernieuwende woonconcepten; 3. Emmen versterkt haar groene omgeving, zet in op een duurzaam woon- en leefklimaat en een toekomstbestendige woningvoorraad. Ambities voor vernieuwing in de woningvoorraad van wijken en dorpen Om de missie in relatie tot de beschikbaarheid van voldoende passende woningen en vernieuwende woonconcepten te behalen, werkt de gemeente de komende jaren voor alle wijken en dorpen vanuit de volgende vier uitgangspunten: 1.

Het aanbieden van een grotere diversiteit aan woningen in de wijken en dorpen

In een aantal wijken en dorpen is er sprake van een grote eenzijdigheid van woningen. Meestal gaat het hierbij om veel van hetzelfde type eengezinswoningen. Deze eenzijdigheid wil de gemeente Emmen doorbreken door andere woningtypen toe te voegen. Het kan gaan om het toevoegen van andere woningen in de traditionele bouw zoals grotere, luxere woningen en kleinere woningen voor bijvoorbeeld starters of senioren. Ook hebben mensen tegenwoordig andere woonwensen zoals extra ruimte voor een thuiskantoor. Dit vraagt om een andere plattegrond van woningen. 2. Herstructurering van oudere woonbuurten Om de grotere diversiteit van het woningaanbod te bereiken en de eenzijdigheid te doorbreken, is op sommige plekken herstructurering nodig. Er zijn in de wijken en dorpen veel woonbuurten die inmiddels 50 jaar of ouder zijn. Een deel van de woningen, en het openbaar gebied, in deze woonbuurten zijn niet meer toekomstbestendig. Daarom is op veel plekken een verbeteringsslag nodig. Gelet op de grote opgaven zal geprioriteerd moeten worden wat betreft locaties. Dit vraagt een nadere uitwerking. 3. Ontwikkelen van diverse seniorgeschikte woningen en starterswoningen Senioren (65-plussers) maken een steeds groter deel uit van de bevolking in Emmen. Uit het woningmarktonderzoek is gebleken dat er een tekort is aan passende woningen voor deze groep.

Ook is het van belang om geen woningen te bouwen die alleen aantrekkelijk zijn voor senioren, omdat op lange termijn het aandeel senioren weer gaat afnemen volgens de bevolkingsprognoses. De seniorenwoningen die gebouwd worden, moeten daarom ook aantrekkelijk zijn voor andere doelgroepen. Levensloopbestendig bouwen is daarom waar de gemeente Emmen op aanstuurt. Senioren hebben verschillende woonwensen en behoeften. Daarom wordt gestimuleerd een diversiteit aan woningtypen, waaronder nieuw woonvormen zoals hofjes waar senioren (mogelijk gemixt met jongeren) bij elkaar wonen met een gemeenschappelijke tuin. Een bijkomend voordeel van bouwen voor senioren is dat de woningen die de senioren achterlaten beschikbaar komen voor gezinnen of starters. Daarmee ontstaat de gewenste doorstroming op de woningmarkt. Dit alleen is niet genoeg om aan de vraag van deze doelgroepen te voldoen, met name voor starters. Vanwege de hoge prijzen hebben zij steeds minder kans op een woning. Daarom wordt ook de bouw van nieuwe, betaalbare starterswoningen gestimuleerd. 4. Een groei van 4.000 woningen tot 2030 Er is op dit moment sprake van een woningtekort. De autonome groei bestaat tot 2030 uit 1.500 woningen. Daarbovenop is er een extra ambitie van vijf procent groei van de woningvoorraad. In totaal komt de gemeente hiermee op een ambitie 4.000 extra woningen te bouwen tot 2030.

Dit bestaat uit zowel koopwoningen als uit huurwoningen. Uit het woningmarktonderzoek is namelijk gebleken dat er een toenemende vraag is naar sociale- en middenhuurwoningen. Daarom stimuleert de gemeente Emmen ook een groei van 5% in sociale- en middenhuurwoningen. Ook landelijk wordt de vraag naar betaalbare woningbouw gestimuleerd, onder andere in het Nationaal Programma Wonen, waarin een aandeel van 30% sociale woningbouw wordt geambieerd.

27

BOPA Stichtingstraat/Veld 4, Zwartemeer |

Kwalitatief afwegingskader In de woonvisie 'BuitengeWoon Thuis in Emmen is een kwalitatief afwegingskader is als volgt opgebouwd: 1. Woningbouwinitiatieven worden niet individueel, maar in samenhang beoordeeld. 2. Prioriteit wordt gegeven aan plannen voor herstructurering, transformatie en inbreiding. 3. Prioriteit wordt gegeven aan woningbouwplannen voor aandachtsgroepen. 4. Woningbouwplannen dragen bij aan een variërend en aantrekkelijk woonmilieu. 5. Woningbouwplannen dragen bij aan ruimtelijke kwaliteit.

Kwantitatief afwegingskader Richting 2030 wil de gemeente Emmen ten minste 4.000 woningen aan de woningvoorraad toevoegen. Deze woningen worden verspreid over de hele gemeente toegevoegd. In onderstaand afwegingskader benoemd de gemeente de globale verdeling van de woningen over de vier gebieden. Gebieden

Beoogde groei huishoudens tot 2030

Stad Emmen De Monden De Blokken De Velden Totaal

900 100 290 210 1.500

Ambitie groei woningvoorraad 5% tot 2030 1.400 260 480 360 2.500

Totaal aantal woningen extra tot 2030 2.300 360 770 570 4.000

De kwantitatieve groei is verdeeld op basis van de hoeveelheid woningen in de verschillende gebieden. Op deze manier groeien de verschillende gebieden in verhouding tot elkaar. De genoemde aantallen worden gezien als een richtlijn voor de gebieden, maar zijn geen harde grens. De grootste huishoudensgroei verwacht de gemeente voor de kern Emmen. In de Monden voorziet de gemeente de kleinste groei. Om te zorgen dat gebouwd wordt waar daadwerkelijk behoefte aan is, wordt voor het totaal aan 4.000 woningen gestreefd naar de volgende doelgroepenverdeling bij de bouw van woningen: • 30% diverse seniorgeschikte woningen; • 30% woningen voor starters en 1- en 2-persoonshuishoudens; • 15% alternatieve woonvormen; • 25% gezinswoningen. 4.5.6 Toetsing Het projectgebied ligt in de kern Zwartemeer. Het project sluit goed aan bij de ambitie voor Zwartemeer in de woonvisie. De kern van de ambitie is dat inwoners een leven lang in het dorp moeten kunnen blijven wonen en dat gebouwd wordt voor aandachtsgroepen. Dat betekent dat er zowel behoefte is aan levensloopbestendige woningen als aan voldoende kavels voor andere doelgroepen. Met de ontwikkeling van 19 woningen wordt in deze behoefte voorzien en wordt bovendien gezorgd voor doorstroming binnen het dorp.

Doordat de woningbouwontwikkeling een jonge groep bewoners toevoegt aan het inwoneraantal, vormt de ontwikkeling een positieve bijdrage op de leefbaarheid van Zwartemeer. De nieuwe inwoners dragen bij aan het op peil houden van de voorzieningen en de doorstroming binnen de gemeente. De ontwikkeling is tevens in stedenbouwopzicht een logische locatie doordat een sportlocatie nieuwe invulling krijgt en wat betreft de (maatschappelijke) voorzieningen en ontsluiting aangesloten kan worden aan de naastgelegen Stichtingstraat. Geconcludeerd wordt dat sprake is van een passende ontwikkeling die aansluit bij de woningbehoefte. 4.5.7 Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het voornemen in lijn is met de Woonvisie.

28

BOPA Stichtingstraat/Veld 4, Zwartemeer |

4.5.8 Ruimtelijke waardenkaart In het uitvoeringsprogramma behorende bij de Structuurvisie gemeente Emmen 2020, Veelzijdigheid troef, is de Ruimtelijke waardenkaart (hierna: RWK) opgenomen. De RWK voorziet in de analyse van het landschap. De Ruimtelijke waardenkaart belicht de cultuurhistorische en de landschappelijke waarden van het grondgebied van de gemeente Emmen. Het geeft een beschrijving van het ontstaan van het landschap en stelt de belangrijkste karakteristieken van het landschap vast, geeft de knelpunten aan met betrekking tot hedendaagse ruimtelijke ontwikkelingen en stelt een strategie op voor behoud, versterking en ontwikkeling van het landschap in relatie tot cultuurhistorie. Het document biedt concrete handvatten voor de ontwikkeling van het landschap in relatie tot cultuurhistorie en geeft aan met welke aspecten in de planvorming rekening dient te worden gehouden. Het projectgebied ligt binnen het landschapstype van de ‘grootschalige veenontginningen. De Ruimtelijke Waardenkaart beschrijft dat de structuur van de veendorpen (zoals Zwartemeer) en de openheid van het landschap zo veel mogelijk behouden dienen te worden. Bij de generieke aandachtspunten worden tevens enkele aandachtspunten gegeven wanneer sprake is van dorpsuitbreiding.

Zo dient bij dorpsuitbreiding uitgegaan te worden van de kwaliteiten en karakteristieken van het specifieke dorp waar de uitbreiding plaatsvindt. Daarnaast dienen de kenmerken van het onderliggende landschap in het (uitbreidings)plan te worden verwerkt. Tevens dienen nieuwe collectieve kwaliteiten toegevoegd te worden aan het dorp en dient een nieuwe en hoogwaardige overgang van dorp naar dorpsomgeving te worden gecreëerd. Dit is belangrijk omdat bij iedere dorpsuitbreiding een nieuwe overgang naar het omliggende landschap wordt gecreëerd. Op de verschillende deelkaarten binnen de Ruimtelijke waardenkaart zijn geen specifieke waarden aangeduid binnen of in de directe omgeving van het projectgebied. 4.5.9 Toetsing Bij voorliggend woningbouwinitiatief vindt de woningbouw plaats op door bomen en struiken omringde gronden. Daarnaast zijn ten zuiden van het projectgebied, langs De Panden, reeds woningen aanwezig. Hierdoor is er vanuit het omliggende landschap geen direct zicht op het projectgebied, waardoor de openheid en het wijdse karakter van het grootschalige veenontginningslandschap behouden blijven. Het is niet noodzakelijk een nieuwe overgang naar het omliggende landschap te creëren. De bestaande groene structuur zorgt er tevens voor dat de achterzijden van woningen aan het zicht worden onttrokken, hetgeen vanuit landschappelijk oogpunt wenselijk is.

Het woningbouwinitiatief heeft geen negatieve invloed op de beleving en de cultuurhistorische waarden van het landschap rondom Zwartemeer. De dorpsuitbreiding sluit qua woningtypering, schaalgrootte, kleurgebruik en korrelgrootte aan bij de bestaande bebouwing van Zwartemeer. De nieuwe toegangsweg zorgt voor een hoogwaardige ruimtelijke en functionele verbinding met het bestaande dorp. Door het behoud van bestaand groen en de inpassing in de bestaande dorpsstructuur ontstaat een ontwikkeling die past bij de karakteristieken van het veendorp Zwartemeer. Geconcludeerd wordt dat het voornemen niet leidt tot aantasting van de landschappelijke en cultuurhistorische waarden van het veenontginningslandschap. De ontwikkeling respecteert de openheid van het omliggende landschap en versterkt de compacte structuur van de dorpskern, conform de uitgangspunten van de Ruimtelijke Waardenkaart. 4.5.10 Erfgoednota 2025 – Het erfgoed van Emmen Algemeen In de nota Het Erfgoed van Emmen worden niet alleen de landschappen, de monumenten en de tradities van Emmen beschreven maar wordt ook de samenhang tussen deze elementen weergegeven. Deze erfgoednota dient als een inspiratiedocument.

Wet- en regelgeving op het gebied van erfgoed zijn vastgelegd in de erfgoedverordening (aanwijzing en instandhouding monumenten) en de Erfgoedkaart laat het beleid zien dat de gemeente voor bepaalde plekken, landschappen en

29

BOPA Stichtingstraat/Veld 4, Zwartemeer | monumenten heeft. De gemeente wenst met deze nieuwe erfgoednota meer rekening te houden bij cultuurhistorische waarden in de wijken bij nieuwe ontwikkelingen.

Grootschalige veenontginningen Een groot gedeelte van de gemeente Emmen bestaat uit veengebied. Dit hoogveenlandschap werd het Bourtanger moeras genoemd. Dit gebied is in een relatief recent verleden ontgonnen. Tegenwoordig liggen hier de dorpen Nieuw-Amsterdam, Veenoord, Klazienaveen, Zwartemeer, Weiteveen, Zandpol, Erica, Oranjedorp, Barger-Compascuum, Emmer-Compascuum en NieuwWeerdinge. Belangrijke aanknopingspunten bij de grootschalige veenontginningen •

Het stelsel van kanalen en wijken is redelijk bewaard gebleven en is bepalend voor de structuur van de grootschalige veenontginningen. Dit stelsel wil de gemeente graag behouden.

•

Zichtlijnen zijn belangrijk. Vanaf de Emmerhoutstraat is er een goed zicht van de Hondsrug naar de grootschalige veenontginningen. Dit soort zichtlijnen wil de gemeente behouden.

4.5.11 Toetsing In de erfgoednota en de online Erfgoedkaart worden binnen het projectgebied geen bijzondere waarden of gebruiken benoemd die van belang of van invloed zijn op de woningbouwontwikkeling uit voorliggende BOPA. 4.5.12 Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het voornemen voldoet aan verschillende wensen uit de gemeentelijke beleidskaders en structuurvisie.

4.6

Waterschap

4.6.1 Waterbeheerplan 2022-2027 Door de invoering van de Kaderrichtlijn Water is Nederland verdeeld in vijf deelstroomgebieden. Het deelstroomgebied Rijn-Oost wordt beheerd door de waterschappen Rijn en IJssel, Vechtstromen, Vallei en Veluwe, Drents Overijsselse Delta en Zuiderzeeland. Om te voldoen aan de eisen van de Kaderrichtlijn Water hebben deze waterschappen een Waterbeheerplan opgesteld. Het waterschap Vechtstromen heeft de beleidskaders van rijk en provincie nader uitgewerkt in het Waterbeheerplan 2022-2027. De belangrijkste ruimtelijk relevante thema's zijn waterveiligheid, klimaatbestendigheid omgeving en ruimte voor waterberging. Daarnaast is de Keur van Waterschap Vechtstromen een belangrijk regel stellend instrument waarmee in ruimtelijke plannen rekening moet worden gehouden. 4.6.2 Conclusie Waterschap Voor de toetsing aan het initiatief aan het beleid van het waterschap Vechtstromen wordt verwezen naar paragraaf 5.15.

30

BOPA Stichtingstraat/Veld 4, Zwartemeer |

5

5.1

Fysieke leefomgeving en milieu Inleiding

In dit hoofdstuk wordt de gewenste ontwikkeling getoetst aan de verschillende aspecten uit de fysieke leefomgeving. Indien noodzakelijk worden deze aspecten nader gemotiveerd met een onderzoek.

5.2

MER beoordeling/ProjectMER/Besluit

5.2.1 Wettelijk kader De wetgeving omtrent de milieueffectrapportage (m.e.r.) is opgenomen in afdeling 16.4 van de Omgevingswet en in hoofdstuk 11 en bijlage V van het Omgevingsbesluit. Of een besluit over een project m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig is, kan worden afgeleid uit bijlage V van het Omgevingsbesluit, in samenhang met de artikelen 11.6 en 11.8 van het Omgevingsbesluit. Bijlage V heeft als ingang (eerste kolom) de omschrijving van het project. In de vierde kolom staan de besluiten genoemd waarvoor m.e.r.-verplichtingen gelden. Het gaat om besluiten waarmee de toestemming voor het project wordt verleend. In dit geval is dat het omgevingsplan. Of er voor het besluit een m.e.r.-plicht of een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt, volgt uit de tweede en derde kolom. Als het project voldoet aan de voorwaarden van de tweede kolom, geldt een m.e.r.plicht. Anders geldt een m.e.r.-beoordelingsplicht, tenzij ook in de derde kolom voorwaarden staan. 5.2.2 Toetsing Onder de Omgevingswet wordt gebruikgemaakt van een gesloten lijstenstelsel voor de beoordeling van project-m.e.r. (milieueffectrapportage). Dit houdt in dat de projecten en besluiten die onder de project-m.e.r.-verplichting vallen, zijn opgenomen in de lijst bijlage V van het Omgevingsbesluit. Hierin is onder andere het stedelijke ontwikkelingsproject opgenomen.

De jurisprudentie met betrekking tot de ondergrens van het begrip 'de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject' blijft onder de Omgevingswet van belang. Zo overweegt de Afdeling bijvoorbeeld dat de ontwikkeling van 12 woningen niet als een stedelijk ontwikkelingsproject wordt beschouwd (ABRS 11 maart 2020, nr. 201901464/1/R1). Als een plan wordt gemaakt voor een klein gebied op lokaal niveau of het plan maakt een kleine wijziging mogelijk, kan worden volstaan met een plan-mer-beoordeling (artikel 16.36 lid 3 Ow) als uit de beoordeling blijkt dat het plan geen aanzienlijke milieueffecten heeft. In voorliggende BOPA is sprake van een kaderstellende afwijking van het omgevingsplan ten behoeve van de bouw van 19 woningen. Aangezien sprake is van een klein gebied op lokaal niveau, kan worden volstaan met een project-mer-beoordeling. De volledige beoordeling is aan deze motivering toegevoegd als Bijlage 1. Geconcludeerd wordt dat het voornemen valt onder kolom 1 van Bijlage V van het Omgevingsbesluit: ‘stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra en parkeerterreinen’. Een mer-beoordelingsplicht geldt bij de aanleg, wijziging of instandhouding van dit project.

Vanwege het kleinschalige karakter, de fysieke kenmerken van het project en de mitigerende maatregelen die getroffen worden op het gebied van flora en fauna concludeert de notitie dat geen sprake is van significant negatieve effecten op het milieu. 5.2.3 Conclusie Gelet op de beoordeling van de bovengenoemde kenmerken van de ontwikkeling en de kenmerken van de potentiële effecten, zijn er geen belangrijke negatieve milieugevolgen te verwachten. Het opstellen van een milieueffectrapport is niet nodig.

5.3

Ladder voor duurzame verstedelijking

5.3.1 Wettelijk kader De ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. Artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de ladder is vereist. Een stedelijke ontwikkeling is gedefinieerd als "de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandel voorziening of een andere stedelijke voorziening en die voldoende substantieel is." 31

BOPA Stichtingstraat/Veld 4, Zwartemeer | Als een omgevingsplan voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling, wordt rekening gehouden met: • •

5.3.2

De behoefte aan die stedelijke ontwikkeling; en Als die stedelijke ontwikkeling is voorzien buiten het stedelijk gebied of buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied: de mogelijkheden om binnen dat stedelijk gebied of binnen dat stedelijk groen in die behoefte te voorzien. Toetsing

De Ladder is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen wordt beoordeeld of er echt behoefte aan is en of er binnen het stedelijk gebied kan worden ontwikkeld. De instructieregel in artikel 5.129g van het Bkl regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de Ladder is vereist. Artikel 8.0b lid 2 van het Bkl regelt dat deze instructieregel ook geldt voor een omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Bij de toetsing aan de ladder worden beide onderdelen van de Ladder meegenomen: • •

de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling; bij een ontwikkeling buiten stedelijk gebied: de mogelijkheden om binnen het bestaande stedelijk gebied in de behoefte te voorzien zijn verkend.

De Ladder wordt toegepast bij een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’ en een ‘stedelijke ontwikkeling’. •

•

bestaand stedelijk gebied betreft het bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur. Een stedelijke ontwikkeling is de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelsvoorziening of een andere stedelijke voorziening die voldoende substantieel is.

Artikel 5.129g Bkl legt geen grens vast wat voldoende substantieel is. In uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn wel lijnen uitgezet. De Afdeling geeft hierin geen harde ondergrenzen, maar stelt wel 'in beginsel' grenzen. De Ladder is alleen van toepassing op een plan dat een “nieuwe stedelijke ontwikkeling” mogelijk maakt. Is dit het geval, dan is er een beschrijving van de behoefte nodig. Voor ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied is er een uitgebreidere motivering vereist waarin wordt ingegaan op de vraag waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in de behoefte kan worden voorzien. Bij het bepalen óf en hoe de Ladder moet worden toegepast zijn de volgende aspecten van belang: 1. Is er sprake van een stedelijke ontwikkeling? 2. Is de stedelijke ontwikkeling nieuw? 3. Wat is het ruimtelijk verzorgingsgebied? 4. Is er behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling? 5. Ligt de ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied? Ad 1. Is er sprake van een stedelijk ontwikkeling? Wanneer een plan voorziet in woningen niet meer dan 11 woningen dan kan dit niet worden gezien als een stedelijke ontwikkeling. Een uitgangspunt hiervoor is de rechtsuitspraak ‘ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921’.

Stedelijke ontwikkeling met een brutovloeroppervlakte van minder dan 500 m² worden niet als stedelijke ontwikkeling gezien (ECLI:NL:RVS:2017:1724). Met de ontwikkeling worden de gebruiksmogelijkheden toegevoegd van 19 nieuw te bouwen woningen. Hiermee wordt voorzien in een nieuwe stedelijke voorziening in de zin van de Ladder.

32

BOPA Stichtingstraat/Veld 4, Zwartemeer |

Ad 2. Is de stedelijke ontwikkeling nieuw? De Ladder is alleen van toepassing als de stedelijke ontwikkeling nieuw is. Het nieuwe plan omvat maximaal 19 woningen en in het projectgebied zijn 0 bestaande woningen aanwezig: dit is een netto toevoeging van maximaal 19 woningen. Er is aldus sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Het nieuwe ruimtelijke besluit maakt meer bebouwing mogelijk dan er op grond van de voorheen geldende planologische regime aanwezig was. De grond ligt in stedelijk gebied, op gronden met de bestemming ‘Sport’. Er is sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De Laddertoets is van toepassing. Ad 3. Wat is het ruimtelijke verzorgingsgebied? Wanneer er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet de behoefte van de ontwikkeling worden gemotiveerd. De behoefte moet bepaald worden binnen het ruimtelijke verzorgingsgebied van de ontwikkeling. De aard en omvang van de ontwikkeling zijn leidend voor het schaalniveau waarop de ruimtebehoefte moet worden afgewogen. Het ruimtelijke verzorgingsgebied is vooral beperkt tot de gemeente Emmen. De 2-onder-1 kappers en rijwoningen zullen voornamelijk worden bewoond door jongeren, gezinnen en starters vanuit de gemeente. Het gros van de verhuisbewegingen vindt binnen de gemeentegrenzen plaats. Uit CBS-cijfers blijkt dat Emmenaren sterk georiënteerd zijn op eigen gemeente.

Een vergelijking tussen de drie gemeenten Emmen, Coevorden en Borger-Odoorn in de regio Zuidoost-Drenthe laat het volgende zien: in 2019 verhuisden binnen de gemeente Emmen 5.310 personen (3.220 personen tussen wijken, 2.090 personen binnen wijken). Daartegenover verhuisden 185 personen van Emmen naar Borger-Odoorn en 305 personen die van Emmen naar Coevorden verhuisden. Vanuit BorgerOdoorn en Coevorden verhuisden respectievelijk 200 en 350 personen naar Emmen. De voorgaande jaren laten een zelfde verhouding zien. Het woningmarktonderzoek 2020 laat zien dat het gemiddeld aantal verhuisde personen in de gemeente Emmen vooral Emmenaren zijn (73%) (zie tabel hieronder). Het aantal verhuisde personen vanuit Coevorden, Borger-Odoorn, rest van Drenthe, rest van Noord-Nederland en de rest van Nederland zijn aanzienlijk lager.

Ad 4. Is er behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling? De behoefte van de nieuwe stedelijke ontwikkeling moet beschreven worden. Er wordt gekeken naar de aantoonbare vraag van de voorgenomen ontwikkeling met het aanbod in planologische besluiten, ook als dit aanbod feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). Het woningmarktonderzoek 2020 laat zien hoe de bevolking van Emmen zich de komende jaren gaat ontwikkelen. Het aantal huishoudens groeit nog tot 2030 met bijna 1500 huishoudens. Op grond van de Woonvisie 2022-2030 (vastgesteld op 27 oktober 2022) wil de gemeente alleen nieuwbouw toestaan die een bijdrage levert aan een gevarieerd en kwalitatief gewenst woningaanbod. De gemeente ambieert om diverse seniorgeschikte woningen en starterswoningen te 33

BOPA Stichtingstraat/Veld 4, Zwartemeer |

ontwikkelen en om herstructurering van oude woonbuurten te stimuleren. Als uitwerking van de Woonvisie 2022-2030 heeft de gemeente de Structuurvisie “Herprogrammering Woningbouw 2018-2028” ingetrokken. Woningmogelijkheden De Blokken De kern Zwartemeer ligt in het deelgebied De Blokken. Uit het onderzoek komt de volgende vraag naar voren voor de regio De Blokken: De Blokken Aantal Woningen Bouwen in de Linten 24 Woningen voor huishoudensgroei 290 Gewenste extra woningen 456 Totaal 770 Waarvan Klazienaveen 400-550

Toevoeging van diversiteit aan de huidige woningvoorraad De Woonvisie 2022-2030 beschrijft Zwartemeer als een dorp met betrokken inwoners. Dit is dan ook het uitgangspunt van het woonbeleid in toekomstige woonprojecten. Er wordt niet alleen gestreefd naar de realisatie van levensloopbestendige woningen, maar ook naar voldoende kavels en een mix van woningtypes. Er is een wens van inwoners van Zwartemeer om in eigen dorp te blijven wonen en om een wooncarrière te maken. De gemeente stimuleert daarom woningbouwontwikkelingen die diversiteit bieden in de huidige woningvoorraad, zodat doorstroom mogelijk is en om starters en startende gezinnen ruimte te geven op de woningmarkt. Senioren kunnen hierdoor naar levensloopbestendige- en kleinere woningen, passend bij de fase in hun wooncarrière. Toetsingskader woningbouw Om ervoor te zorgen dat nieuwe bouwplannen aansluiten bij de (toekomstige) woningbehoefte hanteert de gemeente Emmen een afwegingskader woningbouw. Potentiële woningbouwlocaties worden beoordeeld op kwantitatieve en kwalitatieve afwegingskader. In de woonvisie 2022-2030 is deze strategie geactualiseerd. • De gemeente beoordeelt woningbouwinitiatieven niet individueel maar in samenhang. Het plan speelt in op de aanhoudende vraag naar woningen in Zwartemeer.

In tegenstelling tot andere woningbouwontwikkelingen in Zwartemeer worden in voorliggende ontwikkeling geen appartementen maar rijwoningen en 2-onder-1-kapwoningen gerealiseerd. Hiermee wordt enerzijds bijgedragen aan diversiteit in de typologie van te ontwikkelen woningen en wordt anderzijds bijgedragen aan het voorzien in de behoefte aan dit type woningen. Daarnaast gaat het om een CPO-ontwikkeling waarbij de toekomstige bewoners van de woningen grotendeels bekend zijn. • De gemeente geeft prioriteit aan plannen voor herstructurering, transformatie en inbreiding. Het plan is een woningbouwontwikkeling binnen de bebouwde kom. Het gaat om de bebouwing van een gebied, wat nu bestemd is als ‘Sport’. Door gebrek aan inbreidingslocaties, en het beschikbaar komen van het veld dat niet langer voor de sportfunctie gebruikt wordt, is gekozen voor de onbebouwde locatie. Hier is aansluiting gezocht bij de bestaande structuren van het dorp. • De gemeente geeft prioriteit aan woningbouwplannen voor aandachtsgroepen. In de Woonvisie 2022-2030 worden senioren, jongeren en starters, en kleinere huishoudens benoemd als aandachtsgroepen. Het huidige plan geeft prioriteit aan starters en jongeren, kleinere huishoudens. Doelgroepen die passen bij de rijwoningen en 2-onder-1 kappers. Hiermee wordt gebouwd voor de doelgroep met de grootste behoefte.

• Woningbouwplannen dragen bij aan een variërend en aantrekkelijk woonmilieu. Het plan speelt in op de vraag naar woningbouw in Zwartemeer. De woningen passen bij de ervaren behoefte aan woningen binnen de gemeente. Daarnaast wordt er een mix van woningtypes mogelijk gemaakt, waardoor een eentonig beeld wordt voorkomen. Het plan zorgt bovendien voor variatie in woningtypologieën en woonmilieus, in aanvulling op

34

BOPA Stichtingstraat/Veld 4, Zwartemeer |

•

andere te voorziene woningbouwontwikkelingen in Zwartemeer waarbij appartementen gerealiseerd worden. Woningbouwplannen dragen bij aan ruimtelijke kwaliteit. Het project versterkt de ruimtelijke kwaliteit van het huidige gebied. De gronden maakten deel uit van informeel binnenstedelijk groen, onder een Sport bestemming. De kwaliteitsverbetering van de gronden vindt plaats in het bruikbaar maken van de gronden en het toekennen van een passende vervolgfunctie voor de gronden. Het plan betreft negentien woningen en realisatie hiervan zal niet leiden tot knelpunten elders, in infrastructuur of bouwprojecten.

Ad 5. Ligt de ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied? In het Bkl wordt het stedelijk gebied als volgt omschreven: “Stedelijk gebied is het samenstel van bebouwing voor wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel en horeca, en de daarbij behorende openbare of sociaal-culturele voorzieningen en infrastructuur. Het betreft het samenstel van bebouwing dat in een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is toegelaten..” Het projectgebied ligt tegen een woonwijk in Zwartemeer en was voorheen onderdeel van de naastgelegen sportvereniging. Het projectgebied is tevens onderdeel van bestaand stedelijk gebied zoals beschreven in de Provinciale Omgevingsverordening (POV). Artikel 2.17 lid 1 van de POV stelt dat een ruimtelijk plan kan voorzien in nieuwe woningbouw mits het plan aansluit bij bestaand stedelijk gebied. 5.3.3 Conclusie Geconcludeerd wordt dat het voornemen past binnen de toetsingscriteria van de Ladder voor duurzame verstedelijking.

5.4

Duurzaamheid

5.4.1 Wettelijk kader In bijlage 1 van de Omgevingswet (Ow) is het begrip duurzame ontwikkeling gedefinieerd. Het gaat om "een ontwikkeling die voorziet in de behoeften van de huidige generatie zonder de mogelijkheden voor toekomstige generaties om in hun eigen behoeften te voorzien in gevaar te brengen." Artikel 1.3 en 2.1 Ow borgen het belang van duurzaamheid. In artikel 1.3 zijn de maatschappelijke doelen van de wet verwoord: "Deze wet is, met het oog op duurzame ontwikkeling, de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu, gericht op het in onderlinge samenhang: a.

Bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, en b. Doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften." Artikel 2.1 geeft aan dat een bestuursorgaan zijn taken en bevoegdheden op grond van de wet uitoefent met het oog op de doelen van de wet, tenzij daarover specifieke regels zijn gesteld. Artikel 1.3 geeft ook richting aan de voor burgers en bedrijven opgenomen zorgplicht in artikel 1.6 Ow, namelijk dat men "voldoende zorg draagt voor een goede leefomgeving". Met deze bepalingen wordt een duurzame ontwikkeling voor het gehele domein van de fysieke leefomgeving geborgd. Het vergt een samenhangende benadering vanaf het begin van de planvorming van alle relevante belangen, waaronder: ruimte, water, natuur, gezondheid en wonen. 5.4.2 Toetsing Het voornemen draagt bij aan een doelmatig en zorgvuldig gebruik van de fysieke leefomgeving door woningbouw mogelijk te maken binnen de rand van het bestaande dorp. De woningen worden gasloos en conform de BENG-normen gerealiseerd. Verder zijn er richtlijnen voor het inpassen van warmtepompen en andere installaties opgenomen in onder andere de vergunningverlening 35

BOPA Stichtingstraat/Veld 4, Zwartemeer |

(geluidsbelasting) en de welstandstoets, zodat deze bijdragen aan de verduurzaming zonder afbreuk te doen aan het straatbeeld. 5.4.3 Conclusie De voorliggende ontwikkeling is in lijn met het begrip duurzame ontwikkeling.

5.5

Verkeer & Parkeren

5.5.1 Wettelijk kader Het facetplan Parkeren maakt deel uit van het Omgevingsplan van rechtswege. Beoordeeld moet worden of er wordt voldaan aan deze normen. Zo niet, dan moet gemotiveerd worden dat er sprake is van voldoende parkeerplaatsen om parkeerhinder te voorkomen. 5.5.2 Toetsing Voor het projectgebied aan het verlengde van de Stichtingstraat geldt het ‘Parapluplan Parkeernomen gemeente Emmen’. Het parapluplan verwijst naar de parkeernormen uit de Integrale Parkeervisie Gemeente Emmen. In dit plan zijn de landelijke richtlijnen van het CROW leidraad. In de CROW uitgave ‘Parkeerkencijfers 2024’ zijn de volgende normen opgenomen voor twee-ondereen-kapwoningen en rijtjeswoningen in de ‘rest bebouwde kom’ van een weinig stedelijk gebied (CBS Statline): Functie

Parkeernorm per woning

Aantal woningen

Totaal

Koop, huis, tweeonder-een-kap Koop, huis, tussen/hoek Aandeel bezoekersparkeren Totaal

1,9

12

22,8

1,8

7

12,6

0,2

19

3,8 39,2 (40)

De berekening concludeert dat afgerond 40 parkeerplaatsen benodigd zijn in het projectgebied. Op het terrein van de vrijstaande en twee-onder-een-kapwoningen en hoekwoningen worden eigen opritten gerealiseerd met ruimte voor twee auto’s. Het betreft 16 opritten bij 16 woningen. Hiermee worden 16 parkeerplaatsen gerealiseerd op eigen terrein. Bij de zeven rijtjeswoningen wordt een parkeerterrein van 14 parkeerplekken gerealiseerd. Verder worden 8 parkeerplekken aangelegd aan de straat in het openbaar gebied. In totaal worden 38 parkeerplekken gerealiseerd. De overige 2 bezoekersparkeerplaatsen kunnen op eigen terrein of in het omliggende openbare gebied worden opgevangen. Voor de verkeersgeneratie behorende bij voorliggende ontwikkeling wordt aangesloten bij de CROW-publicatie ‘Parkeerkencijfers 2024’. In deze publicatie wordt per functie de bijbehorende verkeersgeneratie uiteengezet aan de hand van 1) de verstedelijkingsgraad en 2) de stedelijke zone waarin de ontwikkeling plaatsvindt. Zwartemeer heeft een verstedelijkingsgraad van ‘Weinig stedelijk’ en het projectgebied valt binnen de zone ‘Rest bebouwde kom’. Functie

Verkeersgeneratie per woning

Aantal woningen

Totaal

Koop, huis, tweeonder-een-kap Koop, huis, tussen/hoek Totaal

7,8

12

93,6

7,4

7

51,8 145,4 (146)

Gelet op het vorenstaande resulteert het voornemen in een verkeersgeneratie van 146 verkeersbewegingen per dag. Het projectgebied wordt aangelegd in het verlengde van de Stichtingstraat. Daarom wordt er op voorhand aangenomen dat de omliggende wegen de berekende toename van verkeer eenvoudig kunnen afwikkelen.

36

BOPA Stichtingstraat/Veld 4, Zwartemeer |

Een van de voorgenomen ontsluitingswegen naar het projectgebied is een fietspad. Ook voor het fietsverkeer geldt dat het projectgebied goed te bereiken is. 5.5.3 Conclusie Vanuit verkeerskundig aspect is er een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

5.6

Natuur

De Omgevingswet definieert wat een Natura 2000-activiteit is. Zo'n activiteit kan binnen en buiten een Natura 2000-gebied plaatsvinden. Al deze gebieden samen vallen onder het Europese netwerk 'Natura 2000'. Definitie Een Natura 2000-activiteit is een: Activiteit, inhoudende het realiseren van een project dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura 2000-gebied, maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied. Deze definitie staat in bijlage A van de Omgevingswet. Significant Er is geen definitie van 'significant'. Verschillende factoren bepalen samen of sprake is van significant of niet. Factoren zijn bijvoorbeeld: • Afname van de oppervlakte van een habitat in relatie tot de zeldzaamheid van die habitat • Afname van een populatie in relatie tot de zeldzaamheid van planten- of diersoorten in die populatie • Algemene condities van het gebied voor behoud en herstel van de habitat of soorten Het komt neer op de vraag of de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied in gevaar komt door de activiteit. De Leidraad bepaling significantie geeft handvatten om invulling te geven aan de term 'significant'. Binnen en buiten Natura 2000-gebied Een Natura 2000-activiteit kan plaatsvinden in een Natura 2000-gebied.

Maar heel vaak vindt de activiteit juist plaats buiten een Natura 2000-gebied. Ook dan kan een activiteit effect op het Natura 2000-gebied hebben. Dit wordt wel eens de 'externe werking van een Natura 2000-gebied' genoemd. Als het effect significant kan zijn, moet de initiatiefnemer meestal een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit hebben. Indien sprake van een functie De Europese Unie heeft wetgeving vastgesteld gericht op het behoud en herstel van vogels en hun leefgebieden. Twee EU-sleutelwetten zijn de Vogelrichtlijn uit 1979 en de Habitatrichtlijn uit 1992. Daar komt een derde belangrijke wet bij: de EU-natuurherstelverordening. Nederland heeft de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn omgezet in nationale wetgeving via de Omgevingswet. Doel van de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn De Vogelrichtlijn is gericht op de instandhouding van alle natuurlijk in Europa in het wild levende vogelsoorten. De Vogelrichtlijn vereist dat EU-lidstaten alle nodige maatregelen nemen om de populatie van alle vogelsoorten op een niveau te houden of te brengen dat met name beantwoordt aan de ecologische, wetenschappelijke en culturele eisen. Daarnaast moeten de lidstaten alle nodige maatregelen nemen om voor deze vogels een 'voldoende gevarieerdheid van leefgebieden en een voldoende omvang ervan te beschermen, in stand te houden of te herstellen'.

De Habitatrichtlijn is gericht op het waarborgen van de biologische diversiteit in de Europese Unie door de natuurlijke habitatten en wilde dier- en plantensoorten die van Europees belang zijn in een gunstige staat van instandhouding te behouden of te herstellen. Gebiedsbescherming: Natura 2000 De Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn vereisen dat lidstaten speciale beschermingszones aanwijzen ten behoeve van het Europese Natura 2000-netwerk. Voor vogels moeten deze speciale

37

BOPA Stichtingstraat/Veld 4, Zwartemeer |

beschermingszones worden aangewezen voor kwetsbare soorten die op Bijlage I van de Vogelrichtlijn staan en alle andere “geregeld voorkomende trekvogels”. Voor gebieden die deel uitmaken van het Natura 2000-netwerk gelden strikte beschermingsvereisten op grond van artikel 6 van de Habitatrichtlijn. Artikel 6 heeft in de praktijk veel invloed. Daarin staat dat voor alle plannen en projecten, die mogelijk negatieve gevolgen kunnen hebben voor een beschermd gebied, een 'passende beoordeling' moet worden gemaakt. Zijn de plannen schadelijk, dan mogen ze niet doorgaan. Of er moet geen alternatief zijn en sprake zijn van een reden van groot openbaar belang en er moet natuurcompensatie tegenover staan. Soortenbescherming: verboden en uitzonderingen De Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn vereisen dat lidstaten bepaalde handelingen die schadelijk zijn voor vogels en andere aangewezen dier- en plantensoorten verbieden. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om het doden, jagen, houden, verstoren en vangen van vogels. Ook het rapen en in bezit hebben van eieren is verboden. Op deze regel mogen enkele uitzonderingen worden gemaakt. Op een aantal soorten mag een lidstaat onder strikte voorwaarden toestemming verlenen om te jagen. Deze soorten zijn opgenomen in Bijlage II van de richtlijn.

Daarnaast is het mogelijk om uitzonderingen te maken op de verbodsbepalingen ten behoeve van bepaalde zwaarwegende openbare belangen. Voorbeelden hiervan zijn volksgezondheid, openbare veiligheid, onderzoek, onderwijs en belangrijke schade aan gewassen. Deze uitzonderingen mogen echter alleen worden gemaakt als er geen andere bevredigende oplossing mogelijk is, en er geen verslechtering van de staat van instandhouding optreedt. Natuurherstelverordening De nieuwe EU Natuurherstelverordening bouwt voort op de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn, waarin natuurherstel wel is vereist maar niet gekoppeld is aan een concrete deadline. De verordening vereist dat lidstaten doeltreffende en gebiedsgerichte natuurherstelmaatregelen treffen die tegen 2030 samen ten minste 20% van de land- en zeegebieden van de Unie moeten bestrijken en tegen 2050 alle ecosystemen die moeten worden hersteld. Deze algemene hersteldoelstelling is nader uitgewerkt in streefdoelen en verplichtingen voor natuurherstel in zes specifieke ecosystemen: • • • • • •

Terrestrische, kust- en zoetwaterecosystemen; Mariene ecosystemen; Stedelijke ecosystemen; Rivieren en bijbehorende overstromingsgebieden; Landbouwecosystemen; en Bosecosystemen.

Lidstaten moeten ervoor zorgen dat er sprake is van een stijgende trend naar toereikende kwaliteit en kwantiteit. Toereikend is wat er kwalitatief en kwantitatief aan leefgebied nodig is voor het bereiken van de gunstige staat van instandhouding van de betrokken soort. Het is aan de lidstaten om dat te kwantificeren. Kerninstrument voor de uitvoering van de verordening is het nationale herstelplan dat elke lidstaat moet opstellen samen met wetenschappers, belanghebbenden en het publiek. De verordening bevat gedetailleerde eisen voor de inhoud en voorbereiding van deze herstelplannen. Voor Nederland zal het ongeveer gaan om alle gebieden die vallen onder het Natuurnetwerk Nederland. De definitieve tekst van de Europese herstelverordening is nog niet vastgesteld. 5.6.1 Wettelijk kader In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) zijn diverse regels ter bescherming van de natuur opgenomen. Het gaat hierbij in de eerste plaats om regels voor de gebiedsbescherming van aangewezen Natura 2000-gebieden, regels voor de soortenbescherming van plant- en diersoorten (waaronder vogels) en regels ter bescherming van houtopstanden. Als er naar aanleiding van projecten, plannen en activiteiten, afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten, mogelijkerwijs significante effecten optreden, dienen deze bij de 38

BOPA Stichtingstraat/Veld 4, Zwartemeer | voorbereiding van een omgevingsplan in kaart te worden gebracht en beoordeeld. Natura 2000gebieden hebben een externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden en verstoring kunnen veroorzaken, moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitatten. Een omgevingsplan dat significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied kan alleen worden vastgesteld indien uit een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten. Indien deze zekerheid niet is verkregen, kan het plan worden vastgesteld, indien wordt voldaan aan de volgende drie voorwaarden: 1. Alternatieve oplossingen zijn niet voorhanden; 2. Het plan is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard; en 3. De noodzakelijke compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Natura 2000-netwerk bewaard blijft. In afdeling 8.6 Bkl staat het beoordelingskader voor de omgevingsvergunning voor Natura 2000activiteiten. 5.6.2 Stikstof Stikstofdepositie is geregeld in artikel 22.20 van de Omgevingswet (Ow). De regels van artikel 5.5a van de Wet natuurbescherming (Wnb) blijven gelden tot een bij koninklijk besluit te bepalen datum.

Hier vindt, vooralsnog, dus geen verandering plaats ten opzichte van oorspronkelijke wet- en regelgeving. Na de -nog te bepalen- datum dient stikstof te worden gemonitord als omgevingswaarde. 5.6.3 Soortenbescherming Onder de Ow zijn veel dier- en plantsoorten beschermd. De bescherming richt zich op soorten van Europees belang, die onder de reikwijdte van de Vogel- en Habitatrichtlijn vallen, als om bepaalde soorten van nationaal belang. Soortenbescherming vindt plaats binnen en buiten het Natuurnetwerk Nederland. Dit vorm krijgen in wet- en regelgeving, maar in fysieke maatregelen die bescherming, vestiging of uitbreiding van een soortenpopulatie stimuleren. Op grond van artikel 2.18 lid 1 sub f Ow zijn in beginsel de provincies hiervoor verantwoordelijk. Echter, ook decentrale overheden kunnen hiervoor actief beleid voeren. Gedacht kan worden aan het vaststellen van bijvoorbeeld een programma voor soortenbescherming. Door strikte formulering van een flora- en fauna-activiteit moet bij vrijwel alle activiteiten in de fysieke leefomgeving nagegaan worden of: • • •

Er (beschermde) soorten aanwezig zijn; en Welke soorten dat zijn, en; Of sprake is van mogelijke negatieve effecten.

In hoofdstuk 11 van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt bepaald wanneer een vergunning nodig is. 5.6.4 Toetsing Natura 2000-gebieden Het projectgebied bevindt zich op circa 1,3 kilometer van het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebied ‘Bargerveen’. Gelet op de ruime afstand is directe hinder, bijvoorbeeld in de vorm van geluid of lichthinder, uitgesloten. Naast directe hinder kan er ook sprake zijn van indirecte hinder in de vorm van stikstofdepositie. Ten behoeve van het voornemen zijn, in het kader van de stikstofdepositie als gevolg van het project twee AERIUS-berekeningen uitgevoerd. Deze bestaan uit een berekening voor de aanlegfase (realisatie voornemen) en een berekening voor de gebruiksfase (gebruik voornemen). Het volledige rapport is als Bijlage 2 toegevoegd aan deze motivering. Uit de AERIUS-berekening volgt dat zowel in de aanlegfase als gebruiksfase geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Er is daarmee geen sprake van een stikstofdepositie met 39

BOPA Stichtingstraat/Veld 4, Zwartemeer |

significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. Het project betreft, ten aanzien van de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000- gebieden, geen Natura 2000-activiteit en is gezien artikel 5.1 van de Omgevingswet niet vergunningsplichtig. Natuurnetwerk Nederland Het dichtstbijzijnde gebied dat tot het Natuurnetwerk Nederland (NNN) hoort, bevindt zich op circa 110 meter van het projectgebied. Gelet op deze afstand en de aard en omvang van de ontwikkeling is er geen sprake van enige aantasting van de wezenlijke waarden en kenmerken van het NNN. Soortenbescherming Ten behoeve van de soortenbescherming is door bureau Ecofect een onderzoek Natuurwaarden uitgevoerd. De onderzoeksresultaten worden hierna behandeld, het volledige onderzoek is toegevoegd als Bijlage 3 van deze motivering. Het natuurwaardenonderzoek concludeert dat ten aanzien van flora geen schadelijke handelingen worden verwacht zoals bedoeld in de Omgevingswet. Nader onderzoek naar aanwezige flora is niet noodzakelijk. Ten aanzien van de fauna bleek dat het mogelijk is dat een deel van het projectgebied een functie heeft als roestplaats, nestplaats of foerageergebied van de ransuil. Een nader onderzoek is noodzakelijk geacht voor deze soort. Daarnaast bestaat de mogelijkheid dat boombewonende vleermuissoorten gebruik maken van de te behouden bomen in- en rondom het projectgebied.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Emmen&id=255ca501-be75-41ea-bc14-4d71b7d220ac