CConstaterende datEmmen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3: Bijlagen bij Toelichting Bestemmingsplan Schoonebeek, Camping Bultweg

Commissie Wonen en Ruimte 12 september 2022, gemeente EmmenBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Schoonebeek, Camping Bultweg (198336-2022)20.895 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Verontreiniging en/of hinder Geluid De veroorzaakte geluidbelasting betreft met name geluid door verkeersbewegingen en stemgeluid. De verwachting is dat dit niet leidt tot aanzienlijke milieugevolgen. Gezondheid Het betreft een ontwikkeling die valt in de categorie Niet in betekende mate (Nibm). Met betrekking tot het aspect gezondheid is er geen sprake van aanzienlijke milieugevolgen.

- Risico van ongevallen met name gelet op de gebruikte stoffen of technologieën Risico’s op ongevallen als gevolg van gebruikte stoffen of technologieën zijn bij een uitbreiding van een camping niet te verwachten. 2.2 Plaats van het project Bij de mate van kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop de projecten van invloed kunnen zijn is in het bijzonder in overweging genomen: het bestaande grondgebruik, de relatieve rijkdom aan en de kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied, het opnamevermogen van het natuurlijke milieu met in het bijzonder aandacht voor de volgende type gebieden: - wetlands;

-

kustgebieden; berg- en bosgebieden; reservaten en natuurparken; gebieden die in de wetgeving van de lidstaten zijn aangeduid of door die wetgeving worden beschermd; speciale beschermingszones door de lidstaten aangewezen krachtens richtlijn 79/409/EEG en richtlijn 92/43/EEG gebieden waarin de bij communautaire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden; gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid; landschappen van historische, cultureel of archeologisch belang.

- Gebiedsomschrijving Het plangebied ligt aan de Bultweg, ten noordoosten van de kern Schoonebeek. Het terrein bestaat uit twee percelen die zich vanaf de Bultweg in noordelijke richting uitstrekken.

Figuur 4.1: Luchtfoto omgeving plangebied

Aan de Bultweg liggen verder een aantal vrijstaande woningen en een agrarisch bedrijf (melkveehouderij). De percelen grenzen ook aan de noordzijde aan een weg. Ten noordoosten van het plangebied bevindt zich een NAM locatie. - Natura 2000 In het kader van Natura 2000 zijn twee richtlijnen van de Europese Unie opgesteld, de Habitatrichtlijn en de Vogelrichtlijn. Nederland is aangemeld met 160 gebieden waar de biodiversiteit behouden blijft of wordt hersteld. De inrichting ligt op een afstand van circa 6 kilometer van het Natura 2000 gebied Bargerveen. - Risicokaart /risicocontouren omgeving Het noordelijk gedeelte van de camping heeft te maken met de ligging van twee ondergrondse buisleidingen voor het transport van gevaarlijke stoffen, namelijk voor aardgas en K1 vloeistoffen. Deze hogedruk aardgasleiding en K1 vloeistofleiding vallen onder het Besluit externe veiligheid buisleidingen. Het gaat om de ligging van de volgende leidingen: Leidingnaam exploitant diameter 000357 NAM 101,6 mm 000356 NAM 203,2 mm

product K1 vloeistof aardgas

druk 80 bar 80 bar

In noordoostelijke richting ligt een mijnbouwinrichting van de NAM. Het betreft hier de mijnbouwlocatie "Schoonebeek 447".Deze locatie valt onder de mijnbouwwetgeving. Het Bevi is hierop nog niet van toepassing. Verder zijn er geen risicobronnen in de omgeving die invloed hebben op deze planlocatie. Overige buisleidingen liggen daarvoor op een te grote afstand van de locatie. - Stilte- of waterwingebied Het project is niet gelegen in een gebied dat door de provincie is aangewezen als stiltegebied of grondwaterbeschermingsgebied. Er gelden derhalve geen extra beschermende maatregelen en/of beperkingen in dit gebied. - Bestemmingsplan Het project is gelegen in het huidige bestemmingsplan Buitengebied 2011, met de bestemmingen Recreatie – Verlijfsrecreatie, Wonen – Vrijstaand, en Agrarisch met waarden – Kleinschalige Veenontginningen. - Landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang. De voorgenomen activiteiten vinden niet plaats in een landschap van historisch, cultureel of archeologisch belang.

2.3 Kenmerken van het potentiële effect Bij de omschrijving van de effecten voor het milieu moet gekeken worden naar de gevolgen voor het fysieke milieu gezien vanuit het belang van de bescherming van:  de bevolking en de menselijke gezondheid;  de biodiversiteit, met bijzondere aandacht voor op grond van de Wet natuurbescherming beschermde habitats en soorten;  land, bodem, water, lucht en klimaat;  materiële goederen, het cultureel erfgoed en het landschap;  de samenhang tussen de onder a tot en met d genoemde factoren Hierbij dient het volgende met betrekking tot milieueffecten worden aangegeven: - de omvang en bereik van het effect - het grensoverschrijdende karakter van het effect; - cumulatie met de gevolgen van andere projecten; - de waarschijnlijkheid van het effect; - de duur, frequentie en onomkeerbaarheid van het effect. -

de bevolking en de menselijke gezondheid Geluid Wegverkeer Een recreatieterrein is op grond van vaste jurisprudentie geen geluidsgevoelig gebouw/terrein in de zin van de Wet geluidshinder. De Bultweg is bovendien een 30 km weg, waardoor deze op grond van artikel 74 lid 2 sub b Wgh is uitgezonderd.

Industrie Het plangebied ligt gedeeltelijk binnen de geluidscontour van de NAM locatie S-447. Dit levert geen gebruiksbeperkingen op ten opzichte van het gewenste recreatieve gebruik, aangezien een recreatief terrein niet geluidsgevoelig is, en er binnen de geluidscontour bovendien geen recreatieve verblijven worden gerealiseerd. Inpassing vergroting bedrijf binnen omgeving Om de akoestische effecten van de bedrijfsvergroting binnen de omgeving in kaart te brengen, is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Hierin is onderzoek gedaan naar de geluidbelasting op de omgeving ten gevolge van een uitbreiding van de camping. Doel van het onderzoek is het bepalen van de geluidbelasting van de inrichting op de omgeving (ter plaatse van dichtstbij gelegen woningen van derden en overige geluidgevoelige bestemmingen). Uit de berekeningen blijkt dat zowel vanwege directe hinder (langtijdgemiddeld en maximaal) als vanwege indirecte hinder (equivalente geluidniveaus) aan de gestelde grenswaarden wordt voldaan. De gewenste ontwikkeling van de camping stuit niet op belemmeringen voor de reeds aanwezige woningen. Tevens kan worden vastgesteld dat de gewenste ontwikkeling geen onevenredige aantasting meebrengt van het woon- en leefklimaat.

Maatwerkvoorschriften Naar aanleiding van de melding Activiteitenbesluit van 9 september 2019 zijn reeds maatwerkvoorschriften opgelegd aan de camping, te weten: 1. De camping is tussen 20.00 uur en 08.30 uur niet toegankelijk (slagboom) voor gemotoriseerd verkeer (met uitzondering van calamiteiten). 2. Zang en/of muziekgeluid vanuit de kantine mag voor de dichtbijgelegen woningen niet waarneembaar zijn. 3. Voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) en het maximaal geluidsniveau LAmax, veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige installaties en toestellen, alsmede door de in de inrichting verrichte werkzaamheden en activiteiten en laad- en losactiviteiten ten behoeve van en in de onmiddellijke nabijheid van de inrichting, geldt dat de niveaus op de in onderstaande tabel genoemde plaatsen en tijdstippen niet meer bedragen dan de in die tabel aangegeven waarden:

07:00–19:00 uur 19:00–23:00 uur

23:00–07:00 uur

LAr,LT op de gevel van gevoelige gebouwen

45 dB(A)

40 dB(A)

35 dB(A)

LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen

65 dB(A)

60 dB(A)

55 dB(A)

Fysieke en externe veiligheid Binnen het plangebied zijn geen BEVI bedrijven gesitueerd. Direct buiten het plangebied zijn ook geen BEVI bedrijven gesitueerd. In de nabijheid van het plangebied vindt geen noemenswaardige vervoer gevaarlijke stoffen plaats over weg, spoor of water welke van invloed zou zijn op de ontwikkeling van de camping. Binnen- en in de directe nabijheid van het plangebied zijn geen hoogspanningslijnen gesitueerd. Binnen de veiligheidszone van de buisleidingen en de mijnbouwlocatie mogen geen objecten worden gerealiseerd. In die zone zijn uitsluitend parkeerplaatsen gesitueerd. Het plangebied is zowel vanaf de noord- als zuidzijde bereikbaar. De Brandweer heeft aangegeven dat dit voldoende is. -

de biodiversiteit, met bijzondere aandacht voor op grond van de Wet natuurbescherming beschermde habitats en soorten Ecologie Gebiedsbescherming In de Wnb is de bescherming van specifieke natuurgebieden geregeld. Het betreft de Natura 2000-gebieden, die een internationale bescherming genieten. Plannen en projecten met negatieve effecten op deze gebieden zijn vergunningplichtig. Relevant daarbij is dat de Wnb een externe werking kent. Van externe werking is sprake als activiteiten buiten een Natura 2000gebied van invloed zijn op de natuurwaarden in een Natura 2000-gebied. Per Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelen voor soorten en vegetatietypen opgesteld. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen belangrijke natuurgebieden in Nederland en vormt de basis voor het natuurbeleid. Ten aanzien van ontwikkelingen binnen het NNN geldt het 'nee, tenzij-principe'. Het NNN is als beleidsdoel opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing, ontwikkeling en bescherming van het NNN. De begrenzing en ruimtelijke bescherming van het NNN is voor de provincie Drenthe uitgewerkt in de Provinciale Omgevingsvisie en de bijbehorende Provinciale Omgevingsverordening.

Voor wat betreft gebiedsbescherming wordt in het uitgevoerde bureau- en veldonderzoek het volgende geconcludeerd als het gaat om nietstikstofgerelateerde effecten: "Op ongeveer 6 km afstand ligt het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Bargerveen. De aard van de voorgenomen werkzaamheden en ontwikkeling maakt dat de effecten uitsluitend tot het plangebied of in de zeer directe zone eromheen beperkt blijven. Gezien de afstand tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied en de voorgenomen werkzaamheden wordt niet verwacht dat de werkzaamheden een invloed hebben op de aangewezen habitattypen en -soorten. Met de voorgenomen realisatie wordt ook niet verwacht dat de kernopgaven van de natuurgebieden belemmerd worden in een mogelijke uitbreiding of kwaliteitsverbetering. Er wordt geen externe werking of cumulatie verwacht. Een toetsing op grond van de Wet natuurbescherming wordt daarom niet noodzakelijk geacht." Verder wordt in het onderzoeksrapport aangegeven dat het plangebied en de directe omgeving geen onderdeel uitmaken van het NNN. "Het plangebied ligt op ruim 2 kilometer van begrensd NNN-gebied. Met de voorgenomen ontwikkelingen worden geen negatieve effecten verwacht op de wezenlijke waarden en kenmerken van het NNN. Van afname van areaal is geen sprake, tevens worden geen effecten verwacht die de wezenlijke waarden en kenmerken van het NNN significant aantasten.

Een toetsing aan het NNN-beleid wordt daarom niet noodzakelijk geacht." Soortenbescherming Het uitgangspunt van de Wnb is dat er geen (opzettelijke) schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan. De soortenbescherming binnen de Wnb is daarbij opgedeeld in drie beschermingsregimes: Vogelrichtlijnsoorten, Habitatrichtlijnsoorten en andere soorten. Bij beoordeling van de toelaatbaarheid van bouwwerken en/of andere activiteiten moet rekening worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid van te beschermen dier- en plantensoorten. Er dient een ontheffing op grond van artikel 3.3, 3.8 en/of 3.10 Wnb te worden aangevraagd voor een (bouw)werkzaamheid of activiteit indien het volgende van toepassing is:  uit gegevens of onderzoek blijkt dat er sprake is van verstoring of doden van (een) beschermde soort(en);  het bouwwerk en/of de activiteit veroorzaakt beschadiging of vernieling van voortplanting- of rustplaatsen van dieren, dan wel ontworteling of vernieling van plantensoorten;  er kan geen gebruik gemaakt worden van een vrijstelling op grond van de Wet natuurbescherming;  er kan niet gewerkt worden volgens een goedgekeurde gedragscode.

Planten Tijdens het veldbezoek zijn algemeen voorkomende planten waargenomen; er zijn geen beschermde soorten aangetroffen. Er heeft een biotoopanalyse plaatsgevonden, ten behoeve van de potentiële aanwezigheid van beschermde planten in het plangebied. Gelet op het terreintype, het beheer en de functie van het plangebied is de aanwezigheid van beschermde plantensoorten niet waarschijnlijk. Beschermde soorten komen nagenoeg uitsluitend voor in natuurgebieden. Derhalve is geconcludeerd dat nader onderzoek of het aanvragen van een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming voor beschermde flora niet noodzakelijk is. Zoogdieren - Vleermuizen Tijdens het veldbezoek is beoordeeld of de locatie geschikt is voor vleermuizen. Hierbij is onderscheid gemaakt in verblijfplaats, vliegroute en fourageergebied. In het onderzoeksrapport is geconstateerd dat er geen sprake is van voor vleermuizen geschikte verblijfplaatsen. Wel is het plangebied geschikt als foerageergebied, ondermeer door de aanwezigheid van een poel, luwe plekken en voldoende voedselaanbod. Naar verwachting zal het voedselaanbod toenemen doordat de camping is/wordt ontwikkeld met inheems groen. Dit heeft een positief effect op andere vleermuizen. De lijnvormige beplanting maakt het plangebied tevens geschikt als vliegroute. Als de beplanting in en rondom gehandhaafd blijven, zijn negatieve effecten uitgesloten.

Van belang is wel dat de verlichting niet toeneemt. Simpele maatregelen als niet uitstralende armaturen en het voorkomen van verlichting van boomkronen zijn daarbij belangrijk. Nader onderzoek of het aanvragen van een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming wordt niet noodzakelijk geacht. Overige zoogdieren De ontwikkeling zal naar verwachting niet leiden tot een verlies van leefgebied van de voorkomende zoogdieren met het Wnb beschermingsregime "andere soorten" (o.a. haas, konijn, egel, (spits)muizen). Door de aanplant van inheems groen is de verwachting dat de biodiversiteit toeneemt waarvan algemeen voorkomende zoogdieren kunnen profiteren (toenemend voedsel in vorm van insecten/ planten). Voor deze beschermde soorten is bij een ruimtelijke inrichting door de provincie Drenthe een vrijstelling van de ontheffingsplicht opgesteld. Voor steenmarter geldt dat negatieve effecten zijn uit te sluiten. Verblijfplaatsen en essentieel leefgebied zijn niet aangetroffen in het plangebied en worden ook niet verwacht. Mogelijk maakt het plangebied wel onderdeel uit van het leefgebied, maar het plangebied blijft geschikt als

leefgebied. Huidige beplanting en waterelementen blijven behouden. Een negatief effect op beschermde grondgebonden zoogdieren is daarom uitgesloten. Conclusie uit het onderzoeksrapport: "nader onderzoek of het aanvragen van een ontheffing is in het kader van de Wet natuurbescherming voor grondgebonden zoogdieren niet noodzakelijk." Vogels De Wet natuurbescherming beschermt alle vogelsoorten. Wel wordt onderscheid gemaakt tussen broedvogels en vogels met jaarrond beschermde nesten. In het onderzoeksrapport wordt over broedvogels het volgende aangegeven: "Binnen het plangebied zijn verschillende nesten aangetroffen van algemeen voorkomende broedvogels." De Wnb beschermt uitslutiend bewoonde nesten. Het broedseizoen is globaal tussen 15 maart en 15 juli. Werkzaamheden binnen het broedseizoen zijn mogelijk indien is vastgesteld dat er met deze werkzaamheden geen nesten van broedvogels worden verstoord. Voor wat betreft vogels met jaarrond beschermde nesten heeft veldonderzoek het volgende uitgewezen: "Verblijfplaatsen van vogelsoorten, of aanwijzingen (braakballen of uitwerpselen) hiertoe, die jaarrond van vaste rust- en verblijfplaatsen gebruik maken zijn niet aangetroffen binnen het plangebied en worden op basis van de aanwezige terreintypen ook niet verwacht. Verderop gelegen buiten het plangebied is een roekenkolonie aanwezig.

Mogelijk dat enkele andere soorten met jaarrond beschermde nesten het plangebied gebruiken als onderdeel van hun leefgebied, zoals buizerd en kerkuil. Aan de voorzijde van de camping, rond het kleine boerderijtje met kippen en varkens zijn zingende huismussen waargenomen." Als het gaat om de effecten van de uitbreiding van de camping, stelt het onderzoeksrapport het volgende: "Van een aantal vogelsoorten zijn de nesten het hele jaar door beschermd. Ook de functionele leefomgeving is daarbij beschermd. Bij de aantasting van de nestlocatie en/of de functionele leefomgeving is een ontheffing Wet natuurbescherming noodzakelijk. Van de jaarrondsoorten is alleen huismus aangetroffen rondom het kleine boerderij tijdens het veldbezoek. Het kleine boerderijtje en het receptiegebouw behoud zijn huidige staat. Negatieve effecten op huismus worden uitgesloten. De overige jaarrondsoorten als buizerd, kerkuil en roek kunnen het plangebied gebruiken om te jagen of te foerageren. De genoemde jaarrondsoorten kunnen ook na de ontwikkeling van het plangebied gebruik blijven maken. Negatieve effecten op de bovengenoemde jaarrondsoorten worden hiermee uitgesloten. Conclusie: bij de werkzaamheden dient rekening gehouden te worden met (in gebruik zijnde) nesten van vogels."

Amfibieën, Reptielen, Vissen Strikt beschermde amfibieën worden niet verwacht in het plangebied vanwege het ongeschikte habitat voor deze soorten. In het plangebied ontbreekt een voor reptielen geschikt biotoop zoals heideterreinen en venranden. Binnen het plangebied zijn waterelementen aanwezig, maar beperkt watervoerend welke (deels) droogvallen. (Beschermde) vissen worden dan ook niet verwacht in het plangebied. Nader onderzoek of het aanvragen van een ontheffing voor bovengenoemde soorten is in het kader van de Wnb niet noodzakelijk. Ongewervelden Uit het veldonderzoek is gebleken dat er geen beschermde ongewervelden aanwezig zijn, in verband met het ontbreken van geschikt habitat. Een Wnb ontheffing is derhalve niet aan de orde. Houtopstanden Het omhakken of rooien van bossen is niet zomaar toegestaan in de Wet natuurbescherming. Onder bos wordt verstaan: • alleen bossen die buiten de 'bebouwde kom Boswet' liggen. Deze grenzen zijn door de gemeente vastgesteld; • alle beplantingen van bomen die groter zijn dan 10 are (1.000 m2); • bomen in een rijbeplanting, als de rij uit meer dan 20 bomen bestaat. De bescherming van houtopstanden kent twee belangrijke instrumenten: meldingsplicht en herplantplicht. Bij de kap van bomen in één van bovengenoemde categorieën is een kapmelding verplicht. Vaak is er dan tevens sprake van herplantplicht.

Op de meldingsplicht zijn enkele uitzonderingen geformuleerd, zoals houtopstanden in erven en tuinen, kweekgoed etc.Ook op de herplantplicht is er een uitzondering, namelijk indien er wordt gekapt in verband met een Natura 2000 doelstelling. Voor houtopstanden binnen de bebouwde kom geldt de Bomenverordening gemeente Emmen 2011. In het bijbehorende bomenregister zijn de monumentale en waardevolle bomen en waardevolle houtopstanden vastgelegd. Zonder ontheffing is het verboden deze te kappen. Er worden binnen het plangebied geen bomen gekapt. Een nadere toetsing van houtopstanden is daarom niet noodzakelijk Natura 2000-gebieden Op ongeveer 6 km afstand ligt het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Bargerveen. De aard van de voorgenomen werkzaamheden en ontwikkeling maakt dat de effecten uitsluitend tot het plangebied of in de zeer directe zone eromheen beperkt blijven. Gezien de afstand tot het dichtstbijzijnde

Natura 2000-gebied en de voorgenomen werkzaamheden wordt niet verwacht dat de werkzaamheden een invloed hebben op de aangewezen habitattypen en -soorten. Met de voorgenomen realisatie wordt ook niet verwacht dat de kernopgaven van de natuurgebieden belemmerd worden in een mogelijke uitbreiding of kwaliteitsverbetering. Er wordt geen externe werking of cumulatie verwacht. NNN Het plangebied ligt op ruim 2 kilometer van begrensd NNN-gebied. Met de voorgenomen ontwikkelingen worden geen negatieve effecten verwacht op de wezenlijke waarden en kenmerken van het NNN. Van afname van areaal is geen sprake, tevens worden geen effecten verwacht die de wezenlijke waarden en kenmerken van het NNN significant aantasten. -

land, bodem, water, lucht en klimaat Bodem Het terrein voor de uitbreiding van de camping is bodemkundig onverdacht, zie de witte percelen op onderstaand kaartje uit het Bodemloket.

Er is derhalve geen bodemonderzoek benodigd in het kader van de bestemmingsplanwijziging voor de vergroting van de camping.

Water Hemelwater Hemelwater dient te infiltreren in de bodem en/of af te stromen richting open water. Op de planontwikkeling is de 10% regeling van toepassing; 10% van de aan te brengen oppervlakte aan verharding (extra t.o.v. de bestaande situatie) dient ingericht te worden voor tijdelijke waterbuffering. Deze eis wordt gesteld om te voorkomen dat het waterschap versneld meer water te verwerken krijgt op het stelsel. Tevens houdt men hiermee de eigen capaciteit onder controle. De waterbuffering wordt in het plan gevonden in de bestaande sloten en binnen de op het terrein aangelegde waterbuffer. Door de grootte van het terrein kan de benodigde oppervlakte

(10% x 3.500 m2) = 350 m2 gerealiseerd worden. Overigens is er aanvullend hierop recent een grote watterbuffer aangelegd op het terrein. Riolering Het is de bedoeling dat alle stacaravans een eigen aansluiting krijgen op het riool. Ten behoeve van de planontwikkeling zal er een (gescheiden) intern rioleringsstelsel aangelegd worden. Deze zal aansluiten op de gemeentelijke riolering. Onderzocht is of de gemeentelijke riolering voldoende capaciteit heeft. Dit blijkt het geval te zijn. Alleen huishoudelijk afvalwater mag worden geloosd, regenwater niet. Luchtkwaliteit Projecten die 'niet in betekenende mate' (nibm) van invloed zijn op de luchtkwaliteit hoeven niet meer getoetst te worden aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. In de AMvB-nibm zijn de criteria vastgelegd om te kunnen beoordelen of voor een project sprake is van nibm. Zo is een project waarbij in totaal 1.500 woningen aan één ontsluitingsweg worden gebouwd nog aangemerkt als een Nibm-project. Van een uitbreiding met (vele malen) minder recreatieve verblijdsobjecten kan derhalve ook worden gesteld dat die 'niet in betekenende mate' van invloed zijn op de luchtkwaliteit. Stikstofdepositie Het plangebied ligt op meer dan 2 kilometer van begrensd Natura 2000 gebied.

Op grond van de Handreiking Woningbouw en Aerius van de rijksoverheid is er op die afstand in de gebruiksfase geen sprake van stikstofdepositie tot in elk geval 100 woningen. Recreatieverblijven als stacaravans en glampingtenten hebben minder impact dan een reguliere woning, in elk geval omdat ze minder (intensief) gebruikt worden, minder worden verwarmd etc. Van een aanlegfase waarin uitstoot plaatsvindt is in dit geval ook geen sprake. Om die reden achten wij voor dit plan een Aeriusberekening niet noodzakelijk.

-

Materiële goederen, het cultureel erfgoed en het landschap Archeologie Binnen dit gebied zijn grenzen gesteld aan het minimaal te verstoren oppervlak als gevolg van het plan. Pas waarna een plan deze grenzen overstijgt, wordt nader onderzoek overwogen. Bodemingrepen dienen een oppervlakte te hebben van meer dan 1000 m2 en dieper dan 30 cm de bodem verstoren. Binnen het betreffende gebied worden geen bodemingrepen van een dergelijke oppervlakte mogelijk gemaakt. Om deze reden is er geen verkennend archeologisch onderzoek uitgevoerd. Cultureel erfgoed en landschap Gezien de ligging van de inrichting zijn effecten op materiele goederen, cultureel erfgoed en het landschap niet te verwachten.

3. CONCLUSIE BEOORDELING De voorgenomen activiteit omvat de uitbreiding van een camping op het plangebied aan de Bultweg 7 en Bultweg 9 te Schoonebeek. Op het perceel kadastraal bekend SNB00 C 362 is verblijfsrecreatie reeds toegestaan. Het plan ziet op een uitbreiding van de verblijfsrecreatieve mogelijkheden op dat perceel, en het toevoegen van een recreatiebestemming aan kadastraal perceel SNB00 C 4776. Middels voorliggende m.e.r.-beoordeling zijn de verwachte milieueffecten van de voorgenomen activiteit overeenkomstig de beoordelingscriteria van bijlage III bij de Europese Richtlijn ‘betreffende de milieubeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten’ in beeld gebracht. Uit deze effectbeoordeling blijkt dat er geen significant negatieve milieueffecten te verwachten zijn bij uitvoering van de voorgenomen activiteit. De algehele conclusie is dan ook dat voor de gekozen bestemmingsplanprocedure er geen m.e.r.-plicht geldt en er dus geen milieueffectrapportage hoeft te worden opgesteld.

Bijlage 3 Notitie verantwoording groepsrisico

bestemmingsplan "Schoonebeek, Camping Bultweg" (vastgesteld) 53

Notitie verantwoording groepsrisico bestemmingsplan Schoonebeek, Camping Bultweg

Inleiding De eigenaren van de camping hebben het recreatieterrein in 2008 aangekocht. Na een aantal jaren de camping te hebben geëxploiteerd op kleinere schaal, wil men nu een schaalvergroting doorvoeren waarna men ook ruimte kan bieden aan stacaravans. De gemeente heeft positief gereageerd op dit verzoek. Om deze reden wordt een bestemmingsplanherziening voorbereid. Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) Het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) regelt de taken en verantwoordelijkheden van leidingexploitanten en de gemeenten. De belangrijkste eisen aan bestemmingsplannen: ruimtelijke reservering voor plaatsgebonden risico en verantwoording van groepsrisico en ruimtelijke reservering voor een belemmeringenstrook met een aanlegvergunningenstelsel. Groepsrisico Het groepsrisico (GR) is een maat voor de kans, dat door een ramp een groep mensen die niet rechtstreeks bij de activiteit betrokken is, tegelijkertijd omkomt. Voor het groepsrisico zijn geen harde juridische normen vastgelegd. Gebleken is dat een deel van het plangebied (het kampeerterrein) is gelegen binnen de 100% letaliteitszone. Het groepsrisico van de aardgasleiding levert voor dit tracé een toename op voor het aantal slachtoffers waarbij de maximale overschrijdingsfactor voor de nieuwe situatie gelijk is aan 9.048E-004.

Het groepsrisico van de K1 vloeistofleiding voor de nieuwe situatie bedraagt een toename op van een persoon. Het groepsrisico van de mijnbouwlocatie Schoonebeek 447 bedraagt een toename van 2 personen in de nieuwe situatie. De berekende toename van het groepsrisico met een toename van drie slachtoffers is beperkt. Juridisch kader Het Bevb verplicht het bevoegd gezag tot het nemen van een verantwoording van het groepsrisico. Doel hiervan is dat het bevoegd gezag zich bewust is van mogelijke risico’s en bekijkt of het mogelijk is om die maatregelen te treffen om risico’s te verkleinen. Het bevoegd gezag stelt voorafgaand aan de vaststelling van een bestemmingsplan de Brandweer Drenthe in de gelegenheid om in verband met het groepsrisico advies uit te brengen over de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding, mogelijkheden tot beperking van de omvang van een ramp of zwaar ongeval en over de mate van zelfredzaamheid van personen in het plangebied. Ten behoeve van een zorgvuldige bestuurlijke afweging hebben gesprekken plaatsgevonden met de eigenaar van het kampeerterrein, de RUD, de Regionale Brandweer. Verantwoording De voorliggende notitie bevat de verantwoording. Bij deze verantwoording zijn de onderzoeksadviezen van de RUD en de Brandweer Drenthe betrokken.

Maatgevend scenario De kans op een leidingbreuk met ontbrandend gas is of een incident met de K1 vloeistofleiding of een incident in de mijnbouwlocatie Schoonebeek 447, ondanks de kleine kans, als relevant scenario beschouwt. Zelfredzaamheid De mogelijkheden voor zelfredzaamheid zijn beperkt. Dit heeft te maken met de korte afstand tot de

buisleidingen en de mijnbouwlocatie Schoonebeek 447 en de snelle ontwikkeltijd van scenario’s bij ernstige incidenten in dit soort inrichtingen/buisleidingen. Vanuit het oogpunt van externe veiligheid is een camping op deze locatie dan ook niet ideaal. Het is daarom van belang dat de ondernemer op voorhand bedenkt op welke wijze hij zijn gasten kan voorbereiden op incidenten en in veiligheid kan brengen bij incidenten. Bereikbaarheid en bluswater Ten aanzien van bereikbaarheid en bluswater zijn er geen te adviseren maatregelen. De camping is in voldoende mate bereikbaar voor brandweervoertuigen. Brandweer Drenthe neemt haar eigen bluswater mee in een waterwagen. Hier hoeve dan ook geen aanvullende voorzieningen voor getroffen worden. Alternatieven De aanvrager beschikt niet over gronden, die buiten de letaliteitszone liggen, waarop ook een recreatieve bestemming gerealiseerd zou kunnen worden. Er zijn dus geen alternatieven aanwezig. Maatregelen aan het leidingentracé Aangezien het groepsrisico ruimschoots onder de oriëntatiewaarde ligt, zijn maatregelen aan het tracé niet reëel. Verlegging van een aardgastransportleiding is een zeer complexe en kostbare ingreep en dan ook geen reële optie. Het betreft een bestaande planologische situatie. Eindconclusie Gelet op het feit dat: -

Het verzoek passend is binnen het gemeentelijke ruimtelijke- en recreatieve beleid; De locatie is gelegen in het buitengebied en daarmee is de kans op een incident zeer gering; Het terrein zal in hoofdzaak gedurende een bepaalde periode van het jaar worden gebruikt (kampeerseizoen maart – oktober); Aanpassingen aan het leidingentracé zijn financieel niet haalbaar; De hoogte van het Groepsrisico blijft ruim onder de oriëntatiewaarde en neemt vrijwel niet toe als gevolg van de gewenste ontwikkeling. Er is sprake van een laag groepsrisico.

Er is sprake van een aanvaardbare situatie, ondanks het feit dat dat het kampeerterrein binnen de 100% letaliteitszone van de buisleiding ligt.

Bijlage 4 Advies externe veiligheid

bestemmingsplan "Schoonebeek, Camping Bultweg" (vastgesteld) 57

Onderzoek Externe Veiligheid Bultweg Schoonebeek Gemeente Emmen

Datum Organisatie Zaaknummer

: : :

15 februari 2022 RUD Drenthe, team advies Z2022-001236

1.

Inleiding ...................................................................................................................... 6

1.1

Plangebied ............................................................................................................... 6

2.

Wettelijk kader ........................................................................................................... 7

2.1

Plaatsgebonden risico ............................................................................................ 7

2.2

Groepsrisico ............................................................................................................ 7

2.3

Verantwoordingsplicht groepsrisico .................................................................... 7

2.4

Beleid ....................................................................................................................... 8

3.

Beleidskader ............................................................................................................... 9

3.1

Risicovolle inrichtingen.......................................................................................... 9

3.2

Buisleidingen........................................................................................................... 9

3.3

Transport gevaarlijke stoffen ................................................................................ 9

3.4

Overige risicobronnen ............................................................................................ 9

4.

Ruimtelijke inventarisatie ....................................................................................... 10

4.1

Kwetsbaar of beperkt kwetsbaar ........................................................................ 10

4.2

Risicovolle activiteiten ......................................................................................... 10

4.3

NAM-locatie Schoonebeek 447 ............................................................................ 10

4.4

Hoge druk aardgastransportleiding .................................................................... 11

4.4.1

Belemmeringenstrook ...................................................................................... 11

5.

Risicoanalyse (QRA) ................................................................................................. 13

5.1

NAM locatie Schoonebeek 447 ............................................................................ 13

5.1.1

Invoergegevens ................................................................................................. 13

5.1.2

Bevolkingsgegevens .......................................................................................... 13

5.1.3

Plaatsgebonden risico 10-6 Bevi....................................................................... 13

5.1.4

Invloedsgebied Bevi .......................................................................................... 14

5.1.5

Analyseresultaat................................................................................................ 14

5.2

Hoge druk aardgastransportleiding .................................................................... 15

5.2.1

Rekenmethodiek ............................................................................................... 15

5.2.2

Plaatsgebonden risico ....................................................................................... 15

5.2.3

Groepsrisico....................................................................................................... 16

6.

Verantwoording groepsrisico ................................................................................. 19

6.1

NAM-locatie Schoonebeek 447 ............................................................................ 19

6.2

Hoge druk aardgasleidingen ................................................................................ 19

6.3

Voorgestelde maatregelen voor het nieuwe bestemmingsplan ....................... 20

6.4

Verantwoording groepsrisico [door gemeente Emmen] .................................. 20

6.4.1

Aanvaardbaarheid groepsrisico en restrisico ................................................ 20

6.5

Conclusie onderzoek externe veiligheid ............................................................. 20

1. Ten behoeve van de beoordeling van het aspect Externe Veiligheid in het kader van een bestemmingsplan voor de uitbreiding van Camping De Bult nabij Schoonebeek in de gemeente Emmen, heeft het team advies Externe Veiligheid van de RUD hiervoor in 2016 een risicoanalyse uitgevoerd. Het destijds nooit in procedure gebrachte bestemmingsplan, wordt nu opnieuw opgepakt om alsnog in procedure te gaan brengen. Voorliggend advies externe veiligheid betreft een actualisatie van het advies van 2016.. Ten behoeve van de beoordeling van het aspect Externe Veiligheid heeft de RUD Drenthe een externe veiligheidsonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek bestaat uit de volgende onderdelen: inventarisatie van de risicobronnen in en de nabijheid van het plangebied; analyse van de invloed van de risicobronnen op de veiligheid; toetsing van de veiligheidssituatie aan de geldende veiligheidsnormen; uitvoering van een kwantitatieve risicoanalyse; beoordeling van de noodzaak voor een verantwoording van het groepsrisico. Voor dit bestemmingsplan is om een integraal milieuadvies gevraagd, waarvan dit advies externe veiligheid een onderdeel is.

1.1

Plangebied

De ligging van het terrein en de uitbreiding van de Camping De Bult is hieronder weergegeven.

Figuur 1.

Plangebied Camping Emmen

De reden voor het opstellen van het bestemmingsplan is de uitbreiding van Camping Emmen, grotendeels conform huidig gebruik. Op grond van het vigerende bestemmingsplan "Buitengebied 2011" is verblijfsrecreatie uitsluitend toegestaan op het perceel kadastraal bekend SNB00 C 362, waarbij trekkershutten uitsluitend op de zuidelijke helft van dat perceel geplaatst mogen worden en stacaravans in zijn geheel niet zijn toegestaan. Gewenst is dat ook stacaravans op het terrein zijn toegestaan. Het perceel kadastraal bekend SNB00 C 4776 heeft nu nog gedeeltelijk, aan de zuidkant, een woonbestemming (Bultweg 9). De noordelijke gronden hebben de bestemming "Agrarisch met waarden - Kleinschalige Veenontginningen". Gewenst is dat ook op deze gronden verblijfsrecreatie is toegestaan. De bedrijfswoning aan de Bultweg 7 wordt een reguliere woning, en de bouwkavel voor een reguliere woning aan de Bultweg 9 wordt onderdeel van het campingterrein en wordt bestemd als bedrijfswoning.

2. Externe veiligheid beschrijft de risico's die ontstaan als gevolg van opslag of handelingen met gevaarlijke stoffen. Dit kan betrekking hebben op inrichtingen (bedrijven) of transportroutes. Op beide categorieën is verschillende wet- en regelgeving van toepassing. Binnen het beleidskader voor externe veiligheid staan twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Hoewel beide begrippen onderlinge samenhang vertonen zijn er belangrijke verschillen. Hieronder worden beide begrippen verder uitgelegd.

2.1

Plaatsgebonden risico

Het plaatsgebonden risico geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. De kans heeft betrekking op een fictief persoon die de hele tijd op die plaats (onbeschermd) aanwezig is. Het plaatsgebonden risico kan op de kaart van het gebied worden weergeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde plaatsgebonden risico. Voor het PR10-6 per jaar geldt een grenswaarde. Deze grenswaarde geldt voor kwetsbare objecten en als richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten. Het afwijken van de richtwaarde moet worden gemotiveerd.

2.2

Groepsrisico

Het groepsrisico is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang. Het groepsrisico is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting bij een calamiteit. Het groepsrisico wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Dit invloedsgebied wordt begrensd door de 1%-letaliteitsgrens, de afstand waarop nog 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico wordt weergegeven in een grafiek waar de kans (f) afgezet wordt tegen het aantal slachtoffers (N): de fN-curve.

2.3

Verantwoordingsplicht groepsrisico

In de wet- en regelgeving is een verplichting tot verantwoording van het groepsrisico opgenomen. Aandacht aan de verantwoording moet worden gegeven wanneer het groepsrisico binnen het invloedsgebied wijzigt of wanneer het groepsrisico (significant) toeneemt. Bij de verantwoordingsplicht dient het bevoegd gezag op een juiste wijze de toename en ligging van het groepsrisico te onderbouwen en te verantwoorden. Het bevoegd gezag heeft hierbij aan of het groepsrisico in de betreffende situatie aanvaardbaar wordt geacht. De verantwoordingsplicht van het groepsrisico dient naast de rekenkundige hoogte van het groepsrisico bepaald door middel van een kwantitatieve risicoanalyse (QRA) tevens rekening te houden met een aantal kwalitatieve aspecten zoals mogelijke bronmaatregelen, bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. Onderstaand figuur geeft de onderdelen van de verantwoordingsplicht weer.

Figuur 2.

Verplichte onderdelen verantwoordingsplicht

De Veiligheidsregio Drenthe (VRD) dient in verband met het groepsrisico in de gelegenheid te worden gesteld om advies uit te brengen over de bereikbaarheid, bestrijdbaarheid van een ramp en over de

zelfredzaamheid van personen in het invloedsgebied van de relevante risicobronnen. Het advies dient onderdeel uit te maken van de verantwoording van het groepsrisico. Het bevoegd gezag moet zich uitspreken over de aanvaardbaarheid van het restrisico.

2.4

Beleid

besluiten opgesteld die leidend zijn voor externe veiligheidstaken van de provincie en gemeenten. Het gaat daarbij om wet- en regelgeving waarin risiconormen zijn gesteld voor inrichtingen, transport van gevaarlijke stoffen en buisleidingen. De gemeente Emmen heeft in 2013 beleid vastgesteld voor het beleidsveld externe veiligheid.

3. regelingen opgesteld die leidend zijn voor externe veiligheidstaken van gemeenten. Het gaat daarbij om wet- en regelgeving, waarin risiconormen zijn gesteld voor inrichtingen, transport van gevaarlijke stoffen en voor het transport van gevaarlijke stoffen via buisleidingen.

3.1

Risicovolle inrichtingen

Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) bevat veiligheidsnormen voor bedrijven die een risico vormen voor personen die zich buiten het bedrijfsterrein bevinden. Het Bevi verplicht gemeenten rekening te houden met externe veiligheid als ze een aanvraag voor een omgevingsvergunning verlenen of een bestemmingsplan opstellen.

3.2

Buisleidingen

Voor het transport van gevaarlijke stoffen via buisleidingen zijn de normen voor externe veiligheid in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) vastgelegd. Het Bevb hanteert dezelfde definities en normen voor externe veiligheid als het Bevi. Het Bevb verplicht om bij onder andere het vaststellen van een bestemmingsplan rekening te houden met de externe veiligheidsaspecten. Tevens geldt een belemmeringenstrook van 4 of 5 meter aan weerszijde van de leiding die vrij moet blijven van bebouwing. De uitwerking van de normen zijn uitgewerkt in de Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb).

3.3

Transport gevaarlijke stoffen

Voor het transport van gevaarlijke stoffen via weg, water en spoor zijn de normen voor externe veiligheid in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) vastgelegd. Ook het Bevt is hanteert dezelfde normen als het Bevi. Voor de risicobeoordeling moeten de in de Regeling Basisnet opgenomen transportaantallen worden gehanteerd. Het Bevt verplicht om bij onder andere het vaststellen van een bestemmingsplan rekening te houden met de externe veiligheidsaspecten. De uitwerking van de normen zijn uitgewerkt in de Regeling externe veiligheid transportroutes (Revt).

3.4

Overige risicobronnen

Onder overige risicobronnen worden bedrijven verstaan waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn die niet onder het Bevi vallen. Dit zijn bijvoorbeeld propaantanks, Gasdrukmeet- en regelstations en CNGinstallaties etc. Deze risicobronnen worden over het algemeen getoetst aan het Activiteitenbesluit.

4. Binnen het plangebied en rondom het plangebied is een inventarisatie van de aanwezige risicobronnen uitgevoerd die voor het bestemmingsplan relevant kunnen zijn. Voor de inventarisatie is de Signaleringskaart EV (d.d. 10-02-2022) geraadpleegd.

4.1

Kwetsbaar of beperkt kwetsbaar

Binnen het plangebied worden met de wijziging van het bestemmingsplan, de realisatie van een camping mogelijk gemaakt. In artikel 1, eerste lid onder L letter d van het Bevi, zijn als kwetsbare objecten aangewezen: kampeer- en andere recreatieterreinen bestemd voor het verblijf van meer dan 50 personen gedurende meerdere aaneengesloten dagen. Conclusie is dat deze camping als een kwetsbaar object wordt aangemerkt. In het kader van externe veiligheid geldt voor kwetsbare objecten een grenswaarde van het plaatsgebonden risico 10-6 per jaar.

4.2

Risicovolle activiteiten

Binnen en nabij het plangebied zijn de volgende risicobronnen die invloed kunnen hebben op het plangebied geïnventariseerd. Risicobron NAM-locatie Schoonebeek 447 Mijnbouwinrichting Hoge druk aardgastransportleiding NAM Tabel 1.

Wet- en regelgeving Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi)

Ligging risicobron buiten plangebied

Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb)

Binnen plangebied

Relevante stationaire risicobronnen

Verder zijn in de omgeving geen relevante risicobronnen aanwezig. In de afbeelding hierna is de ligging van het plangebied ten opzichte van de risicobronnen weergegeven.

Mijnbouwinrichting Aardgastransportleiding

Figuur 3. Uitsnede EV-Signaleringskaart

4.3

NAM-locatie Schoonebeek 447

Ten noordoosten van het plangebied ligt de mijnbouwinrichting Schoonebeek 447. De NAM-locatie wordt aangemerkt als een risicobron die onder het Bevi valt. Op grond van het Bevi moet de ruimtelijke

ontwikkeling worden getoetst aan het plaatsgebonden risico 10-6 per jaar en moet het groepsrisico worden beoordeeld. Het bedrijf is in werking onder een omgevingsvergunning (milieu) die verleend is door het Ministerie van EZ. Middels een QRA is de PR10-6 van de mijnbouwinrichting berekend. De PR10-6 contour van de mijnbouwinrichting ligt over het noordoostelijk puntje van de planlocatie en valt nagenoeg samen met de belemmeringenstrook van de buisleiding en met het gebied dat boven de buisleidingen ligt, zoals deze in het huidige concept bestemmingsplan is vastgelegd. De ligging van de PR-contour is zodanig dat hier geen kampeermiddelen of andere recreatieobjecten zullen worden geplaatst.

4.4

Hoge druk aardgastransportleiding

Ten aanzien van de ruimtelijke ontwikkeling zijn de volgende buisleidingen geïnventariseerd die invloed (kunnen) hebben op het plangebied. Soort en exploitant Aardgastransportleiding NAM K1 vloeistofleiding NAM Watervoerende leiding NAM Tabel 2.

Naam leiding NM-000356 NM-000357 n.b.

Ligging Binnen plangebied Buitengebruik gesteld Binnen Plangebied EV-niet relevant

Relevante buisleidingen

Hoge druk aardgastransportleidingen vallen onder het Bevb en op grond hiervan moet de ruimtelijke ontwikkeling worden getoetst aan het plaatsgebonden risico 10-6 per jaar, de belemmeringenstrook en het groepsrisico moet worden beoordeeld. Van de hoge druk aardgastransportleidingen is een QRA opgesteld, waarvan de resultaten in hoofdstuk 5 van dit rapport zijn vermeld. 4.4.1

Belemmeringenstrook

De hoge druk aardgastransportleiding heeft een belemmeringenstrook die, gemeten uit het hart van de leiding aan weerszijden van de buisleidingen, 5 meter bedraagt. De belemmeringenstrook van de hoge druk aardgastransportleiding ligt binnen het plangebied en dient op de verbeelding te worden weergegeven. Binnen het plangebied liggen drie leidingen van de NAM, waarvan één een hoge druk aardgastransportleiding, een buitengebruik gestelde K1-vloeistofleiding en een watervoerende leiding. Langs deze leidingen hanteert de NAM een zakelijk recht-strook van 5 meter aan weerszijden van de leidingen. De strook langs de hoge druk aardgastransportleiding is de belemmeringenstrook en is voor externe veiligheid van belang. De buiten gebruik gestelde K1-vloeistofleiding wordt nog wel op de risicokaart getoond. Binnen de belemmeringenstrook mogen zich geen kwetsbare objecten bevinden. In de regels van het bestemmingsplan zal dit moeten worden geborgd. Omdat de camping als een kwetsbaarobject wordt aangemerkt, mogen binnen de belemmeringenstrook geen recreatieve objecten worden geplaatst. In de huidige situatie is volgens de luchtfoto een stacaravan boven op de buisleiding geplaatst. Hieronder is de luchtfoto getoond van de boven op de buisleiding geplaatste stacaravan. De stacaravan is in de gele cirkel aangegeven.

De buisleiding is met de rode onderbroken lijn weergegeven en de bijbehorende belemmeringenstrook is met de zwarte onderbroken lijn weergegeven. Na overleg met de NAM heeft een medewerker van de NAM geconstateerd dat deze stacaravan niet meer boven op de aardgastransportleiding is geplaatst.

Figuur 4. Locatie stacaravan boven op de buisleiding

5. Voor de NAM-locatie en de hoge druk aardgastransportleidingen zijn kwantitatieve risicoanalyses (QRA) opgesteld maar zijn voor deze ontwikkeling nog steeds goed toepasbaar, omdat in de omgeving en bij de risicobronnen geen wijzigingen zijn doorgevoerd.

5.1

NAM locatie Schoonebeek 447

Ten noordwesten van het plangebied is de NAM-locatie Schoonebeek 447 gevestigd. Het plaatsgebonden risico en het groepsrisico zijn berekend met het rekenprogramma Safeti-NL versie 6.54 en is uitgevoerd conform de rekenmethodiek Bevi, versie 3.3. In de QRA is het plaatsgebonden risico en de hoogte van het groepsrisico berekend. 5.1.1

Invoergegevens

Het groepsrisico is voor zowel de bestaande als voor de situatie met de uitbreiding van de camping berekend. Het weerstation voor deze locatie is Eelde. 5.1.2

Bevolkingsgegevens

Voor de berekening van het groepsrisico is binnen de 1% letaliteitszone de bebouwing met het aantal personen met behulp van de BAG populatieservice in de dag- en nachtperiode geïnventariseerd. 5.1.3

Plaatsgebonden risico 10-6 Bevi

In de afbeelding hierna is de geldende PR10-6 contour van de NAM-locatie weergegeven. Hieruit blijkt dat de grenswaarde 10-6 niet wordt overschreden. Binnen de contour is geen plaatsing van een kampeermiddel te verwachten. In de regels van het bestemmingsplan dient dit te worden geborgd.

Figuur 5.

PR 10-6 contour Schoonebeek 447

Wanneer in de regels van het bestemmingsplan het verbod tot plaatsing van een recreatief verblijf binnen de PR10-6 wordt vastgelegd, voldoet het plan aan de grenswaarde van het PR10 -6 per jaar.

5.1.4

Invloedsgebied Bevi

Wanneer een ruimtelijke ontwikkeling binnen het invloedsgebied van een risicobron plaatsvindt, moet het groepsrisico worden beoordeeld en worden verantwoord. De planlocatie Camping Emmen ligt voor slechts een klein gedeelte van het plan binnen het invloedsgebied (1% letaliteit) van de NAM-locatie. In de afbeelding hieronder is de ligging van het invloedsgebied, zijnde de berekende PR10 -30 contour weergegeven.

Figuur 6.

5.1.5

Invloedsgebied Schoonebeek 447

Analyseresultaat

Het berekende groepsrisico voor de bestaande situatie wordt met de grafiek in figuur 7 weergegeven. Hieruit blijkt dat het groepsrisico voor de nieuwe situatie maximaal 3 personen bedraagt. De ruimtelijke ontwikkeling levert een toename van het groepsrisico op ter grootte van 1 persoon. Het groepsrisico voor de nieuwe situatie wordt hieronder in weergegeven

Figuur 7.

Grafiek fN-curve NAM-locatie (nieuwe situatie)

Conclusie NAM-locatie Schoonebeek 447 De ruimtelijke ontwikkeling waarbij de Camping Emmen wordt uitgebreid en een klein gedeelte daarvan binnen het invloedsgebied van de NAM-locatie is geprojecteerd heeft een zodanig geringe invloed op het berekende groepsrisico, dat het groepsrisico niet hoeft te worden verantwoord. Het berekende groepsrisico neemt met 2 slachtoffers toe tot 3 slachtoffers. Op grond van het Bevi is hier geen sprake van een groepsrisico. In de regels van het ruimtelijk plan moet worden geborgd dat binnen de contour van het plaatsgebonden risico 10-6 geen (recreatieve) verblijven en kampeermiddelen mogen worden geplaatst. Voor dit plan houdt dit in dat een bestaande stacaravan zal moeten worden verplaatst. Er staat namelijk één stacaravan boven op de hoge druk aardgastransportleiding binnen de belemmeringenstrook. De ruimtelijke ontwikkeling voldoet aan de grenswaarde van het plaatsgebonden risico 10-6 per jaar als de borging in de regels is vastgelegd. Omdat de veiligheidszone van de mijnbouwinrichting binnen het plangebied ligt wordt dringend geadviseerd om de veiligheidszone wel op de verbeelding weer te geven. Hierdoor wordt het duidelijk waar de beperkingen binnen de camping liggen. Realisatie van parkeerplaatsen binnen de veiligheidszone van de mijnbouwinrichting zijn sowieso wel toegestaan.

5.2

Hoge druk aardgastransportleiding

De hogedruk aardgasleiding van de NAM heeft een maximale werkdruk van 80 bar en een leidingdiameter van 203 mm. Zoals al eerder in deze rapportage is genoemd zijn de twee andere leidingen (K1-vloeistof buitenwerking en een watervoerende leiding) niet relevant voor externe veiligheid. 5.2.1

Rekenmethodiek

Het plaatsgebonden risico en het groepsrisico worden berekend met het rekenprogramma CAROLA versie 1.0.0.52 parameterbestand 1.3 en wordt uitgevoerd conform de rekenmethodiek Bevb. In de QRA is het plaatsgebonden risico en de hoogte van het groepsrisico berekend. 5.2.2

Plaatsgebonden risico

Ter hoogte van het plangebied bedraagt het plaatsgebonden risico op 5 meter vanaf de hoge druk aardgastransportleidingen minder dan 10-6 per jaar. In de figuur hierna geeft aan dat binnen de Camping Emmen geen veiligheidszone PR10-6 aanwezig is. De groene zone geeft de PR10-7 en de PR10-8 wordt met de blauwe buffer weergegeven. Voor het bestemmingsplan zijn deze contouren niet van belang.

Figuur 8. Risicocontour PR10E-7 en PR10E-8 Gasleiding356

5.2.3

Groepsrisico

Het groepsrisico wordt beoordeeld binnen het invloedsgebied van de buisleiding. Zie voor de ligging van het invloedsgebied de figuur hierna. In deze figuur is tevens de 100% letaliteitzone weergegeven. Het invloedsgebied ligt op circa 125 meter en de 100% letaliteitzone ligt op circa 60 meter vanaf de buisleiding.

Figuur 9. Ligging invloedsgebied en 100% letaliteitszone

Van de buisleiding NM-000356 is het groepsrisico met Carola berekend. Daarbij is gebruik gemaakt van de BAG populatieservice. Voor de camping zelf is de populatiepolygoon handmatig in het programma toegevoegd. De risicoberekening is uitgevoerd voor zowel de huidige als voor de nieuwe situatie. De berekening van het groepsrisico levert de volgende resultaten op. Bestaande situatie Voor de bestaande situatie is met de volgende populatie binnen het invloedsgebied gerekend. Populatiepolygonen Label

Type

Populatiegrootte

Agr. Woonbestemming

Wonen

12.0

Agrarisch bedrijf

Werken

3.0

Nieuw Amsterdamse weg

Wonen

22.0

Nieuw Amsterdamse weg westzijde

Werken

10.0

Stacaravans bestaande camping

Evenement

40.0

Percentage Personen

westzijde

Tabel 3.

100/ 100/ 50/ 10/ 33/ 33

Populatie bestaand

Hiermee rekening houdend levert dit een groepsrisico met een maximale overschrijdingsfactor van 10 slachtoffers en een frequentie van 7.03E-009. De maximale overschrijdingsfactor voor dit tracé bedraagt 0,007% van de oriëntatiewaarde van het groepsrisico.

Figuur 10. fN-curve groepsrisico bestaande situatie

Nieuwe situatie De nieuwe situatie, rekening houdend met de uitbreiding van de camping, waarbij 51 stacaravans in het plan worden voorzien levert een toename van het groepsrisico op. Voor de nieuwe situatie is gerekend met de volgende populatie. Populatiepolygonen Label Agr. Woonbestemming Agrarisch bedrijf Nieuw Amsterdamse weg westzijde Nieuw Amsterdamse weg westzijde Kampeerplaatsen tourplaatsen

Type Wonen Werken Wonen

populatiegrootte 12.0 3.0 22.0

Werken

10.0

Stacaravans 1-51 Stacaravans bestaande camping

Evenement Evenement

Evenement 70.0 40.0

Dichtheid

Percentage Personen

130/ha

100/ 100/ 100/ 100/ 33/ 33 100/ 100/ 50/ 10/ 33/ 33 100/ 100/ 50/ 10/ 33/ 33

Hiermee rekening houdend levert dit een groepsrisico met een maximale overschrijdingsfactor van 10 slachtoffers en een frequentie van 9.05E-008. De maximale overschrijdingsfactor voor dit tracé voor de nieuwe situatie 0,09% van de oriëntatiewaarde van het groepsrisico.

Figuur 11. fN-curve groepsrisico nieuwe situatie

De camping is voor zowel de bestaande als voor de nieuwe situatie als een evenement gemodelleerd. De camping is namelijk niet het gehele jaar volledig bezet. Conclusie hoge druk aardgastransportleidingen Binnen de belemmeringenstrook van de buisleidingen mogen geen (recreatieve) verblijfsobjecten worden gerealiseerd. Voor dit plan houdt dit in dat een bestaande stacaravan zal moeten worden verplaatst. Er staat namelijk één stacaravan boven op de hoge druk aardgastransportleiding binnen de belemmeringenstrook. De in eerste instantie, via de luchtfoto, geconstateerde stacaravan boven op een aardgastransportleiding staat daar inmiddels niet meer. De initiatiefnemer zal in zijn of haar bedrijfsvoering een en ander zodanig dienen te borgen dat binnen de belemmeringenstrook in de toekomst geen (recreatieve) objecten worden gerealiseerd en geen kampeermiddelen kunnen worden geplaatst. De ligging van de belemmeringenstrook dient op de verbeelding van het bestemmingsplan te worden geplaatst.

Het realiseren van parkeerplaatsen binnen de belemmeringenstrook is veelal wel toegestaan, maar dit dient vooraf te worden afgestemd met de leidingbeheerder. De uitbreiding van de camping levert een toename op van het berekende groepsrisico. Echter de toename levert een groepsrisico op dat minder dan 10% van de oriëntatiewaarde van het groepsrisico bedraagt. Ook de toename is kleiner dan 10%. Hierdoor kan worden volstaan met een beperkte verantwoording van het groepsrisico.

6. In de toelichting van het bestemmingsplan dient het groepsrisico te worden verantwoord. Ten behoeve van de verantwoording van het groepsrisico dient de gemeente Emmen de VRD in staat te stellen om te kunnen adviseren over de mogelijkheden voor rampenbestrijding en te adviseren over de mate van zelfredzaamheid van de bevolking binnen het plangebied.

6.1

NAM-locatie Schoonebeek 447

Plaatsgebonden risico Ten noordoosten van het plangebied bevindt zich een risicovolle inrichting, namelijk de NAM-locatie Schoonebeek 447. Deze inrichting valt onder het Bevi. De PR10 -6-contour valt voor een klein gedeelte binnen het plangebied van de camping en wordt dringend geadviseerd om deze PR-contour op de verbeelding te plaatsen. Binnen de PR10-6-contour mogen geen (recreatieve) verblijfsobjecten worden geprojecteerd en mogen geen kampeermiddelen worden geplaatst. Groepsrisico Op grond van artikel 13 van het Bevi moet het groepsrisico worden verantwoord. Het invloedsgebied van de NAM-locatie bedraagt in de richting van de camping circa 90 meter vanaf de grens van de inrichting. Binnen het invloedsgebied worden slechts enkele recreatieve verblijfsobjecten geprojecteerd. Inclusief de nieuwe situatie neemt het berekende groepsrisico met 2 personen toe tot in totaal 3 slachtoffers. Op grond van het Bevi is er pas sprake van een groepsrisico vanaf 10 personen. Ten aanzien van de mijnbouwinrichting is er geen verplichting om het groepsrisico verder te verantwoorden.

6.2

Hoge druk aardgasleidingen

Plaatsgebonden risico In het noorden van het plangebied ligt een hoge druk aardgastransportleiding van de NAM binnen het plangebied. De hoge druk aardgastransportleiding heeft een plaatsgebonden risico dat op 5 meter vanaf de leiding kleiner is dan 10-6 per jaar. Het ruimtelijk plan voldoet aan de grenswaarde van het plaatsgebonden risico 10-6 per jaar. Belemmeringenstrook Binnen de belemmeringenstrook van de buisleidingen mogen geen (recreatieve) verblijfsobjecten worden gerealiseerd. De in eerste instantie, via de luchtfoto, geconstateerde stacaravan boven op een aardgastransportleiding staat daar inmiddels niet meer. De initiatiefnemer zal in zijn of haar bedrijfsvoering een en ander zodanig dienen te borgen dat binnen de belemmeringenstrook in de toekomst geen (recreatieve) objecten worden gerealiseerd en geen kampeermiddelen kunnen worden geplaatst. De ligging van de belemmeringenstrook dient op de verbeelding van het bestemmingsplan te worden geplaatst. Het realiseren van parkeerplaatsen binnen de belemmeringenstrook is veelal wel toegestaan, maar dit dient vooraf te worden afgestemd met de leidingbeheerder. Groepsrisico Het invloedsgebied van de hoge druk aardgastransportleiding ligt binnen het plangebied. Op grond van artikel 12 van het Bevb moet het groepsrisico worden verantwoord.

Voor onderhavig plan kan worden volstaan met een beperkte verantwoording omdat het groepsrisico minder dan 10% toeneemt en dat de maximale overschrijdingsfactor minder dan 0,1 van de oriëntatiewaarde bedraagt. De beperkte verantwoording van het groepsrisico houdt in dat alleen hoeft te worden ingegaan op de zelfredzaamheid en de hulpverlening. Ten aanzien van de aspecten bereikbaarheid en bestrijdbaarheid en het aspect zelfredzaamheid dient de VRD nog om advies te worden gevraagd. Het door de VRD gegeven advies dient in de verantwoording van het groepsrisico door de gemeente zelf te worden bijgevoegd en te worden verantwoord.

6.3

Voorgestelde maatregelen voor het nieuwe bestemmingsplan

Geadviseerd wordt om vluchtwegen in zuidelijke richting te positioneren. De mogelijkheid om te kunnen vluchten bij een calamiteit bij een risicobron dient van de risicobron af gericht te zijn. Het opnemen van de belemmeringenstrook en de veiligheidszone op de verbeelding van het bestemmingsplan. In de regels dient te worden geborgd dat binnen deze belemmeringenstrook en de veiligheidszone geen kampeermiddelen kunnen worden geplaatst en geen (recreatieve) verblijfsobjecten kunnen worden geprojecteerd.

6.4

Verantwoording groepsrisico [door gemeente Emmen]

Het bevoegd gezag moet hier aangeven hoe met de in het advies van de VRD voorgestelde maatregelen in het plan wordt omgegaan. Als specifiek wordt afgeweken van het advies van de VRD, moet dit worden gemotiveerd. 6.4.1

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Emmen&id=c70fabe8-4d80-45c2-bf2e-32a7f5ce1e7e