CConstaterende datEmmen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Regioplan IZA Drenthe

Commissie Wonen en Ruimte 12 februari 2024, gemeente EmmenBij agendapunt: Besluitvorming Regioplan IZA Drenthe29.713 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Operationeel doel 2.3.2. A

X

We richten ons op en halen inspiratie uit initiatieven zoals

Potentiële initiatiefnemers Gemeente, GGD, Welzijn, ervaringsdeskundigen, Cosis

2.3.2. C

Maatschappelijk debat Mentale gezondheid (‘Mentale gezondheid van ons allemaal’) Regionale campagne in het verlengde hiervan Maatschappelijk debat Mentale gezondheid (‘Mentale gezondheid van ons allemaal’) Regionale campagne in het verlengde hiervan Gezonde school aanpak

2.3.2. D

Experimenteren met ‘De verrijkte schooldag’ Experimenteren met inzet van peer-groepen op school (evt. Met ervaringskennis) Nader te bepalen

2.3.2. B

GGD, GGZ, gemeente

Gemeente, welzijn, GGD

Nader te bepalen

Strategisch doel 2.3.3. In 2040 is (positieve) gezondheid en gezonde leefstijl vanzelfsprekend en integraal geborgd in de contacten tussen inwoners en ondersteuners/zorgverleners. Nummer 2.3.3. A

Operationele doelen Vanuit geboden zorg bevat vanaf 2025 ieder consult, waar nodig, een leefstijlelement. Patiënten zijn – ook binnen het kader van hun behandeling - goed geïnformeerd over de meerwaarde van een gezonde

2024

2025 X

2026

2027 >

53

2.3.3. B

2.3.3. C

2.3.3. D

leefstijl bij hun klacht, aandoening of ziekte, en de behandelopties die hierbij horen en worden gestimuleerd tot en ondersteund bij de gewenste gedragsverandering. • Ongezond gedrag is verantwoordelijk voor bijna 20% van de ziektelast. Door in te zetten op een leefstijlelement binnen ieder consult, proberen we deze 20% naar beneden te brengen. • Hoewel we allemaal de brede definitie van (positieve) gezondheid omarmen, gaat het hier ook specifiek om het onderwerp leefstijl in enge zin. • We zetten daarbij ondersteuning op afstand (digitaal, bijvoorbeeld e-learning) bij voorkeur in. Is extra ondersteuning of begeleiding nodig, dan wordt gekeken naar passende interventies of ondersteuningsmogelijkheden vanuit het sociaal domein. Bij contacten met inwoners in het sociale domein wordt leefstijl als standaardthema meegenomen en expliciet behandeld. Dit wordt meegenomen in afspraken rondom taakstelling met bijv. welzijnsorganisaties (denk ook aan kredietbank). - Buiten de (medische) zorg kan leefstijlverbetering vaker ingezet worden als middel voor activatie, vergroten van gevoel van eigen waarde of voor het realiseren van een succesbeleving. - Er wordt geconcludeerd dat rondom het onderwerp leefstijl (in enge zin) hierin nog te vaak sprake is van handelingsverlegenheid binnen welzijn.

In 2024 hebben we ambassadeurs vanuit iedere hoek, vanuit het medische domein, het sociale domein en inwoners, die werken vanuit (positieve) gezondheid (sleutelfiguren in de zorg), in beeld. En hebben we verkend waar kansen liggen en hebben we in kaart gebracht wat belemmeringen zijn. In 2026 wordt er bij leefstijl-gerelateerde klachten bij voorkeur leefstijlgeneeskunde ingezet: leefstijl als het kan, medicatie als het moet. • Dat zijn bij voorkeur bestaande mogelijkheden. Het sociaal domein wordt hiervoor waar nodig toegerust met expertise van de zorg om zo de juiste zorg op de juiste plaats te kunnen bepalen. Leefstijlgeneeskunde binnen het kader van de zorg blijft zo beschikbaar voor de situaties waarin het ziektebeeld dat vraagt. • Voor deze gevallen wordt gebruik gemaakt van eigen regie van patiënt, ondersteuning op afstand (digitaal) waar mogelijk. Voor de doelgroep die intensievere begeleiding nodig heeft, worden passende interventies ingezet.

Operationeel doel

We richten ons op en halen inspiratie uit initiatieven zoals

X

X

X

Potentiële initiatiefnemers

54

2.3.3. A

Nader te bepalen

Nader te bepalen

2.3.3. B

Nader te bepalen

Welzijnsorganisaties

2.3.3. C

Nader te bepalen

Nader te bepalen

2.3.3. D

Nader te bepalen

Nader te bepalen

2.4 INNOVATIES EN TRANSFORMATIES Meer grip door inzet van nieuwe technologie In dit hoofdstuk worden de operationele doelen en initiatieven met betrekking tot de strategische doelen voor de regio-opgave ‘Technologische innovaties en transformaties’ gepresenteerd.

Digitalisering Voor het realiseren van alle opgaven in Drenthe zijn innovaties en transformaties op het gebied van digitalisering en technologie van cruciaal belang. Daarom besteden we extra aandacht aan een digitaliseringsagenda. Hieronder volgt een uitwerking van de gemaakte afspraken en aandachtspunten. Procesafspraken digitaliseringsagenda • •

•

Er is een duidelijke behoefte in Drenthe aan coördinatie om de digitaliseringsagenda verder vorm te geven. Richtinggevend idee is dat er in Q1 2024 een werkagenda (Roadmap) wordt opgesteld waarin activiteiten, resultaten en mijlpalen voor de komende 3-5 jaar zijn opgenomen. Voor de activiteiten worden meetbare mijlpalen opgesteld. Het Nictiz-vijflagenmodel wordt als basis gebruikt om te komen tot afspraken in de werkagenda. Aanvullende hierop komen andere agendapunten om bijvoorbeeld op het vlak van de arbeidsmarkt volledig te zijn. De agenda leidt zoveel mogelijk tot regionaal/transmuraal afgestemde uniforme hybride zorgpaden conform kader passende zorg enz. én data ondersteunend werken. Routekaart voor transitie naar doelarchitectuur opstellen en risicoparagraaf. Uitgangspunt is dat Cumuluz wordt gebruikt als landelijk non-concurrentieel data integratie-infrastructuur voor primair en afgeleid datagebruik en Health-RI ten behoeve van secundair (onderzoek) datagebruik. We stellen vast dat we momenteel niet in staat zijn om alle mogelijke gevolgen

55

•

volledig te overzien. Het is essentieel dat bij de verdere ontwikkeling van de digitaliseringsagenda een grondige uitwerking en analyse plaatsvindt. Op basis daarvan dient een weloverwogen keuze te worden gemaakt. Voor de digitaliseringsagenda, vragen de Drentse partijen GERRIT vanuit haar rol als RSO, om te komen tot een voorstel voor dit proces in Q1 2024. Hierbij werkt GERRIT samen met RIVO die ook een overzicht hebben van de wensen vanuit aangesloten instellingen (vanuit zorgprofessionals). In het voorstel worden verder benoemd welke ketenpartijen en overheden (sociaal domein) worden betrokken zodat alle ketens, het sociaal domein en andere stakeholders afdoende vertegenwoordigd worden. Dit voorstel wordt uiterlijk medio januari gedeeld met de programmaraad.

Figuur 2 Nictiz-vijflagenmodel

Om bovenstaande proces afspraken te realiseren zijn onderstaande aandachtspunten op hoofdlijnen geformuleerd: • •

Als we over een aantal jaren terugkijken, dan zal blijken dat digitalisering één van de belangrijkste thema’s is geweest. Aansluiten bij landelijke keuzes is belangrijk; zorg daarnaast voor samenhang in projecten die in de regio Noord Nederland worden uitgevoerd. 56

• •

• • • • • • • •

Leer van bestaande initiatieven (ook buiten de regio) en schaal ze op, bijvoorbeeld Datawerkplaats, GERDA Achterhoek, Welzijnsdata, hybride zorgpaden, CVRM, pilot samenwerking met WZA en CFRM. Maak onderscheid in doelstellingen en overweeg ook het stopzetten van bepaalde initiatieven om energie, mensen, tijd en geld opnieuw te focussen. Er moet gezorgd worden voor goede alignement tussen de plannen/strategie van de eigen organisatie en die van de andere netwerkpartijen. Zorg voor het uitrollen en benutten van landelijke programma's en selecteren van programma's die bijdragen aan doelen. Gebruik input uit het landelijke CIO netwerk voor het bepalen van de initiatieven waarop we ons in de regio gaan richten, zoals bijvoorbeeld Digizorg. (Bestuurlijk) draagvlak is cruciaal evenals initiatieven verbinden en kunnen verbreden naar andere organisaties of sectoren. Ontwikkel duidelijke criteria voor het bepalen van digitaal tenzij (digitaal wanneer het kan, fysiek als het nodig is) binnen verschillende domeinen. De ambities in de operationele doelstellingen zijn goed maar zorg voor goede planvorming in 2024. In het gedragen plan aandacht voor benodigde investering (capaciteit en financiële middelen) (= concreter maken). PGO ontwikkelingen en randvoorwaarden in Drenthe laten aansluiten bij landelijke ontwikkelingen (brief Kuipers/VWS okt. 2023).

Verbreden van focus van persoonsgerichte informatie-uitwisseling naar andere digitaliseringsthema's (Cyber, Digitale vaardigheden HC, Innovaties, user case mentale gezondheid). Espria, WZA, Dokter Drenthe en Altide zijn al samen actief in de regio. Verkennen of andere zorgpartijen als Treant hierop kunnen aansluiten. Inbrengen vraagstukken en ophalen innovaties in bestaande samenwerkingen.

Strategisch doel 2.4.1. In 2040 wordt optimaal gebruik gemaakt van de digitale & fysieke technologische toepassingen in zorg en welzijn waarmee we met minder tijd en inspanning goede zorg en ondersteuning kunnen blijven leveren en de cliënt verzekerd blijft van passende zorg. Nummer

Operationele doelen

2.4.1. A

In 2024 inventariseren we welke samenwerkingsverbanden in Drenthe op gebied van zorgtechnologie er zijn, denk aan TZA, Anders Werken in de Zorg (ouderenzorg), Tech Hub. We gaan deze netwerken versterken en de krachten bundelen waarbij we gebruik maken van de mogelijkheden van het programma Health Noord van de Hanze Hogeschool. Niet een nieuw netwerk er bovenop, maar de bestaande netwerken versterken en slim met elkaar samenwerken is het credo. • Niet het wiel opnieuw uitvinden, maar gebruik maken van bestaande netwerken. Door deze bestaande netwerken als uitgangspunt te nemen, kunnen we hier sneller gebruik van maken en de professional ontlasten.

2024

2025

2026

2027 >

X

57

2.4.1. B

2.4.1. C

2.4.1. D

In Drenthe gaan we vanaf 2025 sector overstijgend op themaniveau kennisdeling en uitwisseling faciliteren waar we ook begeleidend onderzoek vanuit onderwijs op aansluiten. Daarbij leren we steeds meer welke technologieën goed toepasbaar zijn en waar op dit gebied nog vaardigheidsontwikkeling nodig is bij cliënten/patiënten en hun netwerk, inwoners en professionals waar we gezamenlijk programma's voor gaan ontwikkelen. We nemen de leefwereld van de client als vertrekpunt voor de inzet van bestaande implementatie en adoptie. • Op deze manier ontstaat er een goed beeld hoe de technologische innovaties nog beter kunnen aansluiten bij de gebruikers, zodat deze technologieën ook daadwerkelijk het doel dienen waar ze voor gemaakt zijn. Digitaal tenzij: In 2024 wordt hybride zorg in 100% van de gevallen aangeboden. Hybride zorg is de inzet van digitale en technologische persoonsgerichte zorg op afstand (bijv. beeldzorg, telemonitoring, AI, hulpmiddelen), met daarbij oog voor inwoners met onvoldoende basisvaardigheden, waarvoor teruggevallen kan worden op fysieke zorg (Digitaal als het kan, fysiek als het nodig is). Alle organisaties hebben geoperationaliseerd hoe ze alleen face tot face ondersteuning of behandeling aanbieden, als digitaal niet mogelijk is gebleken.

In 2025 hebben alle inwoners van Drenthe toegang tot een PGO (Persoonlijke Gezondheidsomgeving), waar gegevens over (medische) zorg en welzijn gebundeld zijn. • In 2025 is door de gezamenlijke partijen in de regio een keuze gemaakt voor 3 preferente PGO’s, het streven is in aansluiting bij een mogelijke aanbestedingsprocedure vanuit VWS in 2024 • PGO is gekoppeld aan een digitaal gezondheidsplatform met informatie over mogelijkheden van informele en formele ondersteuning en zorg. • Dit doel hangt samen met doel 2.4.2 A In 2025 hebben alle inwoners toegang tot een digitaal gezondheidsplatform waar zij middels informatie en zelfhulp aan de slag kunnen met het bevorderen van hun (mentale) gezondheid en welzijn. • Dit platform heeft de ambitie om inwoners van Drenthe laagdrempelig en kosteloos te ondersteunen in hun hulpvraag. Door het aanbod van relevante informatie, zelfhulp en verbinding met het sociaal domein / welzijn kunnen inwoners, vanuit eigen regie, aan de slag met hun gezondheid. • Het platform start met mentale gezondheid, met het idee dat dit wordt uitgebreid naar alle dimensies van gezondheid.

X

X

X

X

58

•

2.4.1. E

2.4.1. F 2.4.1. G

2.4.1. H

2.4.1. I

Operationeel doel

Dit doel hangt samen met doel 2.4.1.D. Aandachtspunt is hoe dit platform zich verhoudt tot het PGO, en of hier een combinatie gemaakt kan worden. In 2025 wonen ouderen langer zelfstandig thuis omdat ze de mogelijkheden van digitalisering, technologie en hulpmiddelen kennen en hier gebruik van maken waar dat passend is. • Idealiter is er een soort ‘basispakket’ van digitalisering, technologie en hulpmiddelen beschikbaar. • Goede infrastructuur en beschikbaarheid van technologie en (digitale) hulpmiddelen zowel in de wijk als vanuit intramuraal en GRZ en huisarts. • Zowel inwoners als professionals worden gefaciliteerd om digitalisering, technologie en hulpmiddelen te kunnen gebruiken. In 2025 ervaren inwoners meer regie over hun eigen leven door inzet van digitale en technologische hulpmiddelen. In 2025 wordt door alle Drentse gemeenten, zorg- en welzijnsorganisaties data-ondersteund gewerkt. • Dit houdt in dat: (domeinoverstijgend) beleid wordt gestoeld op inzichten tot op wijkniveau en dat het proces en de effecten van interventies worden gemonitord en waar nodig bijgestuurd. In 2028 kunnen zorg- en welzijnsorganisaties vroegtijdig inspelen op- en voldoen aan ondersteunings- en zorgvragen van inwoners door inzet van bijvoorbeeld voorspellende datamodellen, minimaal tot op wijkniveau.

• Op deze manier worden beleidskeuzes en uiteindelijk wellicht ook keuzes in het zorg- of ondersteuningsproces gestoeld op data. Uiterlijk in 2025 hebben zorg- en welzijnsaanbieders in Drenthe een gezamenlijk plan uitgewerkt om op uniforme wijze gebruik te maken van alle digitale en technologische mogelijkheden die er zijn voor preventie, triage, diagnostiek en behandeling van mentale kwetsbaarheid. • Dit heeft betrekking op een regionale visie op digitalisering en technologie. Het hebben van preferente digitale oplossingen zodat apps en digitale oplossingen bekend zijn voor professionals en inwoners maar er ook in samenwerking tussen organisaties voordeel kan ontstaan (inkoop, opleiden, kennisdeling, implementatie, koppelen van systemen). We richten ons op en halen inspiratie uit initiatieven zoals

X

X X

X

X

Potentiële initiatiefnemers

59

2.4.1. A

TZA, Anders werken in de Zorg, Tech-Hub, Samenzorg Assen

2.4.1. B

Living Lab

2.4.1. C

Digitale voordeur, UMCG AI, Mijn WZA, BeterDichtbij-app, Thuismeten-app, Altide, Mijn Treant, DigiContact, Onlinebuurcentrum en Viduet RIVO, Anders Werken in de Zorg, Netwerk Dementie Drenthe, PGO Netwerk Noord Nederland, HiNoord Slimste Huis, Beleefhuis, 100% digitale dagbesteding InteraktContour

2.4.1. D 2.4.1. E

2.4.1. F 2.4.1. G 2.4.1. H

2.4.1. I

Mijn Treant, Mijn WZA, BeterDichtbij-app, Thuismeten-app, DigiContact, Datawerkplaats Datawerkplaats Mentale gezondheid, Datawerkplaats ouderenzorg Drenthe initiëren in Q3 2024 (gebaseerd op data van Vektis, CBS, Lifelines, AHON, GGD, Gemeenten, e.a.). Ward control centers Treant. Zie ook: Transformatief plan: Datawerkplaats Mentale gezondheid Nader te bepalen

Hanze Hogeschool, Huisartsen, Regionale zorginstellingen, gemeenten Nader te bepalen Nader te bepalen

Alle zorg- en welzijnsorganisaties Gemeente en Verpleging, Verzorging en Thuiszorg (VVT) samen met de best passende partners (bibliotheken, Technologische Zorg Academie, onderwijsinstellingen, Anders werken in de zorg). Cosis GGZ, Accare, GGZ Drenthe, Proscoop, Trendbureau Drenthe Nader te bepalen

Dokter Drenthe, GGZ Drenthe, GGZ, Zilveren Kruis, Welzijn en Altide

Strategisch doel 2.4.2 In 2040 draagt het bevorderen van (digitale) zorginnovaties bij aan een wendbaar zorgsysteem. We zorgen voor versnelling en opschaling van bewezen waardevolle innovaties en creëren proeftuinen om te experimenten met nieuwe innovaties. We doen dit voor zorgverlener en patiënt, en altijd op maat. 60

Nummer

Operationele doelen

2.4.2. A

In 2025 beschikken alle inwoners die dat willen over een gebruiksvriendelijke en goed gevulde persoonlijke gezondheidsomgeving (PGO) die van meerwaarde is in het zorgproces. • Het gezamenlijk kiezen en inrichten van enkele preferente PGO's zodat professional en patiënt altijd beschikking hebben tot de meest actuele dossierinformatie en bekend zijn met het systeem • De verschillende PGO's zijn reeds beschikbaar en ook te ontsluiten. Het vraagt nog wel doorontwikkeling op gebruikersgemak en functionaliteiten van een PGO. O.a. door portalen (ziekenhuis, huisarts, apotheek etc.) via één PGO toegankelijk te maken voor de inwoner. • Deze oplossingsrichting draagt bij aan het snel en gericht kunnen handelen als professional, en aan de juiste zorg op de juiste plek. ‘Digital first’ waar het kan en opschalen van dit gedachtegoed. Met daarbij uitvoering door organisaties zelf. • Dit doel hangt samen met doel 2.4.1 D. In [nader te bepalen jaar] wordt AI ingezet ter ondersteuning van de zorg- en welzijnsprofessional • Laat AI-technologie waar dat mogelijk is zorgverleners ondersteunen, om vervolgens zelf een (medisch) oordeel te geven.

Het opzetten van een "transformatiehuis" om tot generieke beweging te komen en de krachten te bundelen • Ontwikkel een innovatie hub waarin krachten en ideeën worden gebundeld en wat bijdraagt aan daadkracht en snelheid en zorgt voor minder bureaucratie en innovatiekosten. Het gaat erom dat transformatiespecialisten (inhoudsdeskundigen uit diverse sectoren en domeinen) van alle organisaties in de regio bij elkaar komen, om het wiel niet opnieuw hoeven uit te vinden. Op basis van inhoud bepalen welke we welke transformatie impactvol en waardevol is. Hiermee voorkomen we monodisciplinaire benadering met dubbele taken en projecten. Daarnaast maken we optimaal gebruik van de kennis en kunde in de regio. • Meetbaar: van 30 naar 10% minder bureaucratie in 2025 (hier indicatoren voor monitoring op formuleren). • Denk bijvoorbeeld aan Robotic Process Automation (RPA) waarbij repetitieve handelingen d.m.v. software worden geautomatiseerd. In [nader te bepalen jaar] is een virtuele zorgketen/verkeerstoren ingericht

2.4.2. B

2.4.2. C

2.4.2. D

2024

2025

2026

2027 >

X

X

61

• •

Operationeel doel 2.4.2. A

2.4.2. B

Van puntoplossing naar integraal beeld voor het monitoren van patiënten, nastreven: zorg dichtbij, zorgverleners op afstand. Aandachtspunt is de samenhang met zorgcoördinatie: virtuele zorgketen is beschikbaar voor het ontvangen van ‘alarmsignalen’ uit (zorg)domotica en vitale waarden. Maar gaat ook over digitale gegevensoverdracht; van ambulance naar huisarts/ SEH en terug, aanmelding van patiënten, capaciteitsinzage op bedden en beschikbare zorg (eerste lijn). We richten ons op en halen inspiratie uit initiatieven zoals

Potentiële initiatiefnemers

‘Drentse digitale voordeur’ (voordeur/tussendeur/achterdeur), benutten aanvraag platform Mentale Ondersteuning (benutten om andere thema’s onder te brengen, verschillende zorgstromen/(digitale) interventies bijeenbrengen. UMCG werkt hier al mee, en kan een leidende rol spelen in verdere uitrol (in combinatie met onderzoek)

RIVO (zorgaanbieders) met Zorgbelang, betrokkenen: alle zorgaanbieders

2.4.2. C

Nader te bepalen

CMIO's en CNIO's, betrokkenen: regionale ziekenhuizen (om te beginnen), het betrekken van de juiste delegatie vooropschaling richting eerstelijns. Opschaling kan vervolgens via het RIVO, waarbij het belangrijk is dat ook de care, inwoner en gemeente zijn aangehaakt. Belangrijk om de inhoud dichtbij te houden Nader te bepalen

2.4.2. D

Nader te bepalen

Nader te bepalen

2.5 TOEKOMSTBESTENDIGE ARBEIDSMARKT De professional van morgen In dit hoofdstuk worden de operationele doelen en initiatieven met betrekking tot de strategische doelen voor de regio-opgave ‘Toekomstbestendige arbeidsmarkt’ gepresenteerd. Strategisch doel 2.5.1.

62

In 2040 is de zorg in Drenthe de aantrekkelijkste werkgever voor iedereen die iets wil betekenen voor de zorg. Nummer 2.5.1. A

2.5.1. B

Operationele doelen Aantrekken van nieuwe doelgroepen: • Om meer instroom van medewerkers in de zorg- en welzijnssector te faciliteren is het ontzettend belangrijk om te weten wat professionals in deze sector drijft. • In 2024 is door onderzoek, bekend welke motiverende factoren van belang zijn om potentiële (zij-)instromers (denk aan gepensioneerden, vrijwilligers, medewerkers uit andere sectoren, mensen met een uitkering, etc.) te bewegen om iets te betekenen in zorg en welzijn. We willen kijken naar al het onderzoek dat al gedaan is, hierop zou eventueel additioneel onderzoek gedaan kunnen worden. • In 2024 zijn de oplossingsrichtingen voorhanden voor de organisatie en de mogelijkheden voor regionaal samenwerken op dit thema In 2025 is er een regionaal plan van aanpak. We sluiten hiervoor aan bij lopende arbeidsmarktinitiatieven, waaronder de Human Capital Agenda Noord-Nederland. • Realisatie van de oplossingsrichting in 2025 Aantrekkelijk werk (behoud van medewerkers)

2024 X

2025 X

X

X

X

X

2026 X

2027 >

Om de huidige professionals in de zorg- en welzijnssector te behouden is het belangrijk om te weten welke motiverende factoren van belang zijn voor het behoud van deze professionals. •

2.5.1. C

In 2024 is door onderzoek, bekend welke motiverende factoren van belang zijn voor het behoud van professionals. We willen kijken naar al het onderzoek dat al gedaan is, hier zou eventueel additioneel onderzoek gedaan kunnen worden. • In 2024 zijn de oplossingsrichtingen voorhanden voor de organisatie en de mogelijkheden voor regionaal samenwerken op dit thema. • Realisatie van de oplossingsrichting in 2025. Aantrekkelijk werk (voor nieuwe medewerkers) Alle studenten die instromen vanuit een opleiding in zorg en welzijn krijgen het eerste arbeidsjaar extra begeleiding op de werkvloer. Op deze manier willen we een ‘zachte’ landing faciliteren zodat deze ‘nieuwe’ professionals goed begeleid worden en zodat de kans op uitstroom verkleind wordt. •

In 2025 is het gesprek hierover met het onderwijs gevoerd en er zijn concrete afspraken over met de opleidingsinstellingen. 63

2.5.1. D

2.5.1. E

• Implementatie is gerealiseerd in 2026 Van concurreren naar samenwerken tussen zorg- en welzijnsorganisaties: • Om de toegankelijkheid van zorg te kunnen borgen beperken we concurrentie tussen organisaties door regionaal werkgeverschap. We gaan aan de slag met ‘het meer-uren werken’ mogelijk en aantrekkelijk maken en het gezamenlijk inrichten van flexibele arbeid, waarbij we kijken naar zowel eigen gezamenlijke poules, uitzendkrachten als ZZP. • In 2024 is vóór de zomer een verkenning van het Drents werkgeverschap afgerond. • In 2024 is een plan van aanpak gereed voor implementatie waarbij we willen starten met uitbreidingsmogelijkheden contracten huidige medewerkers (Het Potentieel Pakken). • Implementatie in 2025 en eerste pilots. • Realisatie uiterlijk 2026. • Deze doelstelling hangt samen met doelstelling 2.5.1. E. Investeren in levenslang leren en professioneel ontwikkelen:

X

X

X

X

X

X

X

X

X

x

X

In 2040 faciliteren we levensloopbestendige loopbanen. Door anders denken en meer vanuit de behoefte van de professional (in alle fasen van het leven qua opleiding, gezin, familie en werk). Hiermee verkleinen we de uitstroom uit de zorg- en welzijnssector door op ieder moment in het leven van een professional de juiste werk-privé balans te faciliteren. • In 2024 is vóór de zomer een verkenning van het Drents werkgeverschap afgerond. • In 2024 is een plan van aanpak gereed voor implementatie. • Implementatie in 2025 en eerste pilots. • Realisatie uiterlijk 2026. • Deze doelstelling hangt samen met doelstelling 2.5.1. D. Bekwaam is inzetbaar: •

2.5.1. F

In 2024 is een verkenning gedaan van lopende initiatieven in de VVT zoals Blijmakers en Zorgversterkers en wat deze kunnen betekenen voor de zorg in volle breedte; • In 2024 zijn twee initiatieven/experimenten bij andere zorgsectoren In 2025 zijn de ervaringen samen met het onderwijs in 2025 omgezet naar een structureel opleidingsaanbod van het onderwijs en een ‘onboarding’ programma in de organisaties voor niet-gediplomeerden. Breed opleiden:

64

•

In 2024 hebben we met het MBO- en HBO-onderwijs een beeld van breed opleiden van de zorgprofessional in de zorg vanuit het Drents IZA-regioplan. En wat dit betekent voor het onderwijscurriculum. Het betreft competenties zoals community care, innovatief vakmanschap en netwerkzorg. • In 2025 heeft het onderwijs het curriculum aangepast op dit gewenste beeld 2.5.1. G Beschikbaarheid en toegankelijkheid van zorg en welzijn verbeteren met de juiste medewerker op het X X juiste moment op de juiste plek. De beschikbare capaciteit van zorg- en welzijnsprofessionals is doelmatig verdeeld op basis de vraag per gemeente. En/of in de regio. • In 2024 starten in minimaal vier gemeenten in Drenthe initiatieven rond coördinatie van dagzorg, in het verlengde van de reeds gestarte samenwerking rond de nachtzorg. • Op (sub)regionaal niveau analyse huidige situatie op instroom-doorstroom – uitstroom in de keten van ziekenhuis-thuis-zorginstellingen. • In 2026 is er in Drenthe voor alle zorgorganisaties één capaciteitsmanagement systeem voor personeel. 2.5.1. H In 2027 heeft elke gemeente een plan voor het reduceren van indicatiestellingen en administratieve X druk. Ondersteuningsvragen van inwoner (cliënt/mantelzorg) kan middels intake en advies sneller en generieke worden beoordeeld en activiteiten worden opgestart. 2.5.1.

I In 2025 zijn er integrale scenario's over arbeidsmarkt en zorgvraagontwikkeling in Drenthe met inzet X van capaciteitsorgaan.nl. De uitvraag en scenario’s worden geschreven vanuit gezamenlijkheid kamer Verpleging, Verzorging en Thuiszorg (VVT), kamer Huisartsenzorg en Kamer VG. 2.5.1. J In Q1 2024 zijn er niet-vrijblijvende afspraken gemaakt ter bevordering van een mentaal gezonde X werkomgeving binnen zorg en welzijn, uitgaande van een gezamenlijke verantwoordelijkheid van aanbieders en financiers. In deze afspraken wordt ten minste invulling gegeven aan: het verminderen van de werkdruk, preventie van burn-out(klachten) en het vergroten van de vitaliteit van medewerkers. • Het ziekteverzuim in de zorg is hoog en heeft een stijgende trend. Eén van de oorzaken ligt bij de hoge werkdruk die zorgprofessionals ervaren. • Het verlagen van de ervaren werkdruk is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de werkgever (zorg- of welzijnsaanbieder) én de financier (zorgverzekeraar of gemeente), omdat ook bijvoorbeeld realistische productie-afsprakenbijdragen aan een gezonde werkdruk. Operationeel We richten ons op en halen inspiratie uit initiatieven zoals Potentiële initiatiefnemers doel 2.5.1. A Preventieplan voor medewerkers in zorg en welzijn Gemeente, Plan statushouders (SWZ), ervaringsdeskundigen, Zorgplein Noord 65

2.5.1. B

2.5.1. C 2.5.1. D

2.5.1. E

2.5.1. F

2.5.1. G

Zorgversterkers Op Stap Het Potentieel Pakken Bestaand landelijke onderzoek ‘sociaal werk/jeugdzorg’ verfijnen voor Drenthe Mogelijkheden arbeidsparticipatie kwetsbare groepen Afgerond project jeugdzorg vertalen/specificeren voor Drenthe Preventieplan voor medewerkers in zorg en welzijn Het Potentieel Pakken Meer Uren Werkt Medewerkersreis inzet Project nieuwkomers E-book traineeschip Regionaal en modern werkgeverschap Fair Brabant Overzicht van initiatieven op het gebied van regionaal werkgeverschap in Nederland Flex4sure – Co Politiek Medewerkersreis LBB en IKB Jeugdzorg: alle kansen benut Baanbrekend Perspectief Duo-banen Vitaliteit in en na het onderwijsprogramma Werkgeverij Medewerkersreis De kracht van mbo-sociaal werker Competentie-atlas Sociaal werk werkt! beroepscompetentieprofiel Samenzorg Assen; Medisch generalistische zorg,; Slimme Nachtzorg, Aanspreekbare en herkenbare wijkverpleging

Zorgplein Noord

Vilans, Zilveren Kruis, Cosis (lees VG transitie aanpak)

Zorgplein Noord

Gemeenten, Zorgplein Noord, Zorginstellingen

66

2.5.1. H

(Samenzorg Assen) – routes verdelen. Dit doel heeft relatie met project io: Versterking eerstelijn Drenthe Regionaal en modern werkgeverschap Coöperatie Zorg na Zorg Nader te bepalen

2.5.1. I

capaciteitsorgaan.nl

2.5.1. J

Nader te bepalen

Nader te bepalen Kamers van Verpleging, Verzorging en Thuiszorg (VVT) Huisartsenzorg, Verstandelijk Gehandicapt (VG) Nader te bepalen

2.6 TOEGANKELIJKE ZORG Dichtbij wanneer het kan, verder weg indien nodig In dit hoofdstuk worden de operationele doelen en initiatieven met betrekking tot de strategische doelen voor de regio-opgave ‘Toegankelijke zorg’ gepresenteerd. Procesafspraken voor inhoudelijke verrijking hoofdstuk Toegankelijke zorg • • •

In de algemene inleiding van het regioplan: toevoegen disclaimer, specifiek benoemen dat er voor zorgtransitie & toegankelijkheid procesafspraken in hoofdstuk 2.6 zijn opgenomen. Korte situatieschets: toegankelijkheid van zorg raakt alle sectoren, zorgtransitie vergt tijd en aandacht, zorgvuldigheid & kwaliteit gaan voor snelheid. Bewuste keuze om niet vluchtig operationele doelstellingen en initiatieven te benoemen, maar om procesafspraken op te stellen die bijdragen aan een inhoudelijk goed en transformatief plan. Om het plan op inhoud te kunnen verrijken per 2024, wensen we een nadere uitwerking van strategische doelstellingen tot operationele doelstellingen (SMART). In het regioplan is hiervoor al wel een voorzet gedaan met oplossingsrichtingen, met trekkers en meetbaar waar mogelijk. Als voorbeeld van een oplossingsrichting: er is gesteld dat er een plan voor MSZ zorg moet komen. Wie initiatiefnemer is, wie betrokken is, uit welke onderdelen het plan moet bestaan, benodigdheden voor het opstellen van het plan, op welk resultaat sturen we: dit is nog ter bespreking, en moet SMART worden gemaakt.

67

•

Het is belangrijk om diverse niveaus van samenhang (verder) aan te brengen in het regioplan: domeinoverstijgend (tussen de hoofdstukken) en sectoroverstijgend (tussen de oplossingsrichtingen). Bijv. een plan voor MSZ zorg / voor versterken eerste lijn / voor inzet wijkverpleging bij voorkomen-vervangen-verplaatsen, zijn niet los te zien van elkaar. • Aandacht voor geboortezorg als belangrijke schakel in de keten, goed om te kijken naar positie voor hen in de netwerkaanpak en ook naar kansen voor transformatie van zorg. Ook aandacht voor o.a. palliatieve zorg is nodig als het over toegankelijkheid en zorgtransitie. • Initiatieven die daadwerkelijk bijdragen aan de benodigde zorgtransitie moeten worden opgenomen in het regioplan. Hier moet vervolgens capaciteit op in worden gezet. Het nagaan van bestaande passende initiatieven én het ontplooien van nieuwe initiatieven kost (denk)tijd van alle partners, hier moeten we ruimte voor maken. • Essentieel is uitwerking van de netwerkaanpak (hoofdstuk 1) als fundament voor het kunnen behalen van de strategische doelstellingen t.b.v. toegankelijkheid van zorg. • Er zijn veel ambities als het gaat over toegankelijkheid van zorg. Het wordt de kunst te prioriteren. Waarmee gaan we als eerste aan de slag in Q1 2024? En hoe zetten we de andere operationele doelstellingen uit in de tijd? (hier zitten raakvlakken met benodigde monitoring).

Deze prioriteringsslag moet spoedig worden gemaakt. • Een slagvaardige groep met eigenaarschap is nodig om invulling te geven aan voorliggende procesafspraken. Deze groep bestaat in ieder geval uit Dokter Drenthe, Treant, WZA en de Drentse Apothekers Coöperatie (overeenkomstig met de bestuurlijk trekkers). Het voorstel is om Espria/Icare aan deze groep toe te voegen. Van belang is om af te stemmen welke partners, waaronder de overige schrijfteamleden en professionals, ook betrokken moeten worden. Dit in nauwe afstemming met Zilveren Kruis. • Met deze partners wordt begin 2024 middels een aantal sessies verdere invulling gegeven aan deze procesafspraken. Deadline voor de gewenste verrijking is Q1 2024. • Randvoorwaarden voor de volgende stap, om goed aan de slag te kunnen, zijn procesbegeleiding/voorbereiding, menskracht, facilitaire support en communicatie. Het is essentieel dat deze randvoorwaarden op korte termijn worden ingevuld. Bij het uitwerken van de procesafspraken, richten we ons op toegankelijke zorg én zorgtransitie. Strategisch doel 2.6.1. In 2040 ontvangen kwetsbare inwoners die het nodig hebben in de eigen omgeving integrale en passende ondersteuning die laagdrempelig en makkelijk vindbaar is. Van kwetsbaarheid naar veerkracht is hierbij het uitgangspunt. Nummer 2.6.1. A

Operationele doelen In 2027 is in elke gemeente in Drenthe onderzocht wat er nodig is om de afstemming tussen de vraag van het formele en informele aanbod te bevorderen. Hierbij wordt ervaring opgedaan die past bij de

2024

2025

2026

2027 > X

68

2.6.1. B

couleur locale, met de inzet van een dorps- of buurtcoördinator/buurtverbinder. Deze coördinator heeft de ruimte om ondersteuning over verschillende domeinen en wetten heen te organiseren. • Overlap met operationeel doel 2.2.2. A In 2028 is het voor een inwoner vanzelfsprekend om voor niet-medische vragen aan te kloppen bij (één van) de dorps- of buurtcoördinatoren/buurtverbinders, in plaats van bij de huisarts. • Voor veel inwoners is de huisarts een vanzelfsprekende en laagdrempelige plek om aan te kloppen met een hulpvraag. De huisarts kan echter niet voor alle vragen een oplossing bieden.

X

•

2.6.1 C

2.6.1. D

We stimuleren mensen om bij niet-medische vragen eerst zelf of samen met hun netwerk naar oplossingen te zoeken. • De inzet van een dorps-/buurtcoördinator/buurtverbinder en wijkverpleging kan helpen om de huisarts bij niet-medische vragen te ontlasten, inwoners sneller de juiste hulp te bieden en daarbij optimaal gebruik te maken van het informele netwerk. • Als het (medische) zorg betreft blijven de huisarts en zorgorganisaties eerste aanspreekpunt. Daarnaast werkt de dorps-/buurtcoördinator/buurtverbinder nauw samen met de zorg om te zorgen dat de inwoners ‘in de driehoek’ van de zorgzame gemeenschap, welzijn en zorg de passende ondersteuning ontvangt. • Dit doel hangt samen met doel 2.2.2 A en doel 2.6.1 A In 2028 ervaren inwoners een vloeiende klantreis, doordat informele en formele ondersteuning naadloos op elkaar aansluiten. • Voor de inwoner is er ‘één voordeur’ waar hij of zij met een hulpvraag terecht kan. Achter de voordeur werken professionals (welzijn, laagdrempelige zorg en ondersteuning, inwonerinitiatieven) intensief samen, waardoor een inwoner zijn of haar verhaal slechts één keer hoeft te vertellen en ondersteuning door verschillende professionals, organisaties en/of domeinen naadloos op elkaar aansluit. Er is zo nodig laagdrempelig contact met een tweede schil van specialistische zorg (consultatie). • Overlap met 2.6.2. A en 2.6.2.

B In 2024 richt ondersteuning vanuit de hulpvraag zich op herstel(-ondersteuning), veerkracht, (perspectief op) meedoen en persoonlijke groei. • De hulpvraag van de inwoner en wat hem of haar verder helpt staat centraal. Dit kan gericht zijn op behandeling, maar even zo goed op leren omgaan met klachten, het vergroten van eigen regie of (perspectief op) participatie.

X

X

69

Operationeel doel 2.6.1. A

We richten ons op en halen inspiratie uit initiatieven zoals

Potentiële initiatiefnemers Welzijn, Verpleging Verzorging en Thuiszorg (VVT), huisartsen, gemeente, inwonersinitiatieven

2.6.1. B

DOS Hollandscheveld, Dorpscoördinator Grolloo, Gasselternijveen, Assen Bloeit (Assen Oost), Drents Collectief, Welzijn op Recept opschalen Dorpscoördinator Grolloo, Gasselternijveen

2.6.1. C

Nader te bepalen

2.6.1 D

Nader te bepalen

Welzijn, Verpleging Verzorging en Thuiszorg (VVT), huisartsen, gemeente, inwonersinitiatieven Welzijn, Verpleging Verzorging en Thuiszorg (VVT), huisartsen, gemeente, inwonersinitiatieven Welzijn, Verpleging Verzorging en Thuiszorg (VVT), huisartsen, gemeente, inwonersinitiatieven

Strategisch doel 2.6.2. In 2040 zijn gerichte, laagdrempelige (digitale en/of fysieke) advies- en steunvormen beschikbaar, waar inwoners (o.a. met een mentale of fysieke kwetsbaarheid) terecht kunnen voor het versterken en hervinden van veerkracht. Nummer 2.6.2. A

2.6.2. B

Operationele doelen In 2027 is er in Drenthe een regionaal dekkend netwerk van fysieke, laagdrempelige en makkelijk bereikbare ontmoetings- en steunpunten gericht op maatschappelijk herstel en groei in zelfregie. • Laagdrempelige steunpunten richten zich op begeleiding en advies bij een hulpvraag. • Hieronder vallen bijvoorbeeld herstelcentra die zich richten op inwoners die te maken hebben (gehad) met enige vorm van psychische ontwrichting. Het doel is daarbij maatschappelijk herstel en ontwikkeling van zelfregie. • Idealiter zijn deze laagdrempelige steunpunten fysiek ondergebracht bij bijvoorbeeld het 'huis van de buurt’. • De ontmoetings- en steunpunten worden 24/7 ondersteunt door middel van een digitale sociale kaart of digitaal gezondheidsplatform (zie 2.6.3). In 2027 is er in elk dorp, buurt of wijk in Drenthe is er (passend bij de couleur locale) één ingang voor inwoners met een hulpvraag, waar een netwerkintake plaatsvindt en de hulpvraag wordt verbonden aan passende informele en/of formele ondersteuning over domeinen en wetten heen. • Dit doel hangt samen met doel 2.2.2.B.

2024 ..

2025

2026

2027 > X

X

70

2.6.2. C

In 2026 is ervaringskennis een vanzelfsprekend onderdeel van behandeling en beleidsvorming rond (mentale) gezondheid. • Het gaat hier om bewustwording bij organisaties en professionals over de waarde van ervaringskennis. Binnen de GGZ is er veel ervaring met inzet van ervaringsdeskundigen, in andere sectoren is deze ervaring nog beperkt. • Een belangrijke randvoorwaarde is het declarabel kunnen maken van inzet van ervaringskennis/-deskundigen.

Operationeel doel 2.6.2. A

We richten ons op en halen inspiratie uit initiatieven zoals

Potentiële initiatiefnemers Gemeente, Welzijn, Cosis

2.6.2. B 2.6.2. C

X

Gemeente, welzijn, Dokter Drenthe, Cosis Opleiding ervaringsdeskundigheid

Welzijn, Gemeente, Hanze Hogeschool, Cosis

Strategisch doel 2.6.3. In 2040 wordt zorg dichtbij georganiseerd als het kan en verder weg als het nodig is om toegankelijke zorg voor iedere inwoner van Drenthe te realiseren. Uitgangspunt is zelf als het kan, digitaal als het kan, thuis als het kan en verder weg als het nodig is. Oplossingsrichtingen (waar mogelijk aanzet operationele doelen) Nummer 2.6.3. A

Het realiseren van een voorkeursscenario over toekomstbestendige Medisch Specialistische Zorg (MSZ) inclusief een plan van aanpak (PvA) en routekaart voor het behoud van ziekenhuiszorg in Drenthe. • Versterk de ziekenhuisorganisaties met profilering in brede zin. Start met het ontwikkelen van een plan van aanpak en routekaart voor de Medisch Specialistische Zorg (MSZ) in Drenthe (in 2024). • Onderdeel van het MSZ-plan is de spreiding van basiszorg, concentratie van complexe zorg, de beschikbaarheid van acute en electieve zorg en taakdifferentiatie

2024

2025

2026

2027 >

X

71

•

2.6.3. B

2.6.3. C

2.6.3. D

2.6.3. E

Het MSZ-plan moet nadrukkelijk in verbinding zijn met het opstellen van een plan van aanpak voor de eerste lijn (zie oplossingsrichting 2.6.3. B) en de inzet van de V&V en wijkverpleging om in-, door- en uitstroom te bevorderen. • Benut de uitwerking van het plan Zorg voor de regio (voor acute zorg). Het opstellen van een plan van aanpak voor het versterken van de eerstelijns, gericht op de benodigde transformatie in de zorg en aansluitend bij de IZA-doelstellingen. • Inclusief het inzetten op de netwerken als versterking van de 1e lijn, VVT, paramedici en huisartsen die nog intensiever samenwerken aan de hand van gemaakte afspraken en KPI’s • Ook voor de geboortezorg moeten afspraken worden gemaakt: in de eerstelijn als dat kan, in de tweedelijn als dat nodig is. Dit gaat om geplande zorg en niet-geplande zorg in al dan niet acute/levensbedreigende situaties. Het versterken van de eerste lijn door de voorschrijfbevoegdheid van de apotheker te verkennen • Voorschrijf mogelijkheden SO/VS/PA bij regionale apotheek (via LSP in Medimo) t.b.v. medebehandeling • Aansluiten bij landelijk traject KNMP over nieuwe rol apotheek. Hierbij: verkenning voorschrijven medicatie door apotheker bij kleine kwalen/herhaalmedicatie om de huisarts te ontlasten. • Inzet Medido (medicijndispenser) altijd, tenzij. • Meetbaar: werkdruk huisartsen verlagen.

Het versterken van de eerste lijn door ondersteuning hele eerste lijn om op een andere manier het gesprek te voeren. • Verder vormgeven aan het project Target van Dokter Drenthe en Zilveren Kruis met als inzet toekomstbestendige huisartsenzorg. Opzet is regie terug te geven aan inwoners, digitaliseren en met niet medische problemen het 'andere gesprek'. Opzet is daarbij ook een groot deel van de niet medische vragen die bij huisarts terecht komt om te buigen. De snelheid waarin dit kan hangt nauw samen met samenwerking in de keten; gemeente, sociaal domein, welzijn en GGZ. • Meetbaar: 40% minder instroom bij de huisarts en wijkverpleging in 2025. Verder lijkt een afname van 5% van de niet medische hulpvragen reëel. Het inzetten van de V&V en (gespecialiseerde/specialistische) wijkverpleging om in-, door- en uitstroom te bevorderen, en om (medische) zorg en opnames te voorkomen.

X

X

X

X

72

•

2.6.3. F

2.6.3. G

Gericht op het voorkomen van (ziekenhuis/medische) zorg (ACP, prehabilitatie, better in & better out), het vervangen van zorg (digitaal, hulpmiddelen, welzijn) en het verplaatsen van zorg naar de eerste lijn (controles, zorgpaden, infusietherapie, geriatrische begeleiding/reablement), aanleren in ziekenhuis (druppelbril). • Het uitgangspunt dat we zorgvragen ombuigen, oplossingen vanuit het gewone leven zoeken om te voorkomen dat mensen vragen oplossen met zorg (bijv. thuisarts laat mensen weten waarvoor ze niet naar de huisarts hoeven omdat dat geen zin heeft/iets vanzelf oplost, wijkverpleging zet welzijn/dagstructuur in om zorgvraag te voorkomen/remmen, of instrueert familie of inwoner met hulpmiddelen te werken om zo weer zelfredzaam te zijn. • Dit sluit aan op het Markehuus en één loketfunctie bij de gemeente. Wijkverpleegkundige/CM dementie heeft een coördinerende rol in de wijk en fungeert als linking pin naar inwoners tussen informele zorg, de gemeente zorg voor de voorzieningen (en geen dubbele procedures bij een aanvraag) en de huisarts/2e lijn. Naast de rol van linking pin, gaat het om het stimuleren van zelf-/samenredzaamheid (zelf als het kan, digitaal als het kan, thuis als het kan).

Stimuleer samenwerking tussen formele en informele zorg op dorp- en wijkniveau en faciliteer inzet door inwoners die een bijdrage aan welzijnswerk en/of zorgorganisaties willen leveren. Dit zou op onderstaande manier kunnen: • Door op dorp- en wijkniveau de lokale vestiging van het verpleeghuis uit te breiden met een ‘Huis van de buurt’/Markehuis waarin de buurt/dorp informele zorg kan worden leveren. Specialistische zorg wordt nog steeds geleverd door het verpleeghuis. Dat vraagt veel van een dorp/wijk en met de inzet van een dorpscoördinator kan die druk voor deel goed opgevangen worden. Richting een T-shaped model (welzijn – Wet Maatschappelijke ondersteuning (Wmo) – wijkverpleging) + huisarts. In 2024 is door relevante partijen een uitwerking gemaakt t.b.v. het borgen van cruciale zorg in de GGZ in Drenthe

X

X

[1] [2]

Rijksuniversiteit Groningen, 2023 Precies de juiste zorg, 2021

Strategisch doel 2.6.4.

73

In 2040 is er tijdig passende zorg en ondersteuning beschikbaar voor inwoners met psychische kwetsbaarheden die dat nodig hebben. Hulp beweegt in goede samenwerking tussen de domeinen mee met de hulpvraag en wordt samen met de inwoner vormgegeven. Nummer 2.6.4. A

2.6.4. B

2.6.4. C

2.6.4. D

Operationele doelen In 2024 is er op (sub-)regioniveau een kwantitatief en kwalitatief wachtlijstoverzicht volgens de criteria uit het IZA. • We werken aan actueel inzicht in wachtenden en wachttijden, inclusief inzicht in personen die op meerdere wachtlijsten staan en inzicht in specifieke zorgvragen of doelgroepen. • Dit doel hangt samen met doel 2.4.1 H. In 2025 wordt de wachttijd voor specialistische hulp voor inwoners met mentale problemen nuttig gebruikt door beschikbaarheid van (hybride) overbruggingshulp. • Overbruggingshulp kan zowel digitale (bijv. E-learnings) als fysieke (individuele/collectieve, formele/informele) ondersteuning betreffen. • Wachtenden ervaren direct al steun en kunnen aan de slag met hun hulpvraag. We voorkomen dat klachten verergeren en zorgen er wellicht zelfs voor dat geen of minder inzet van specialistische hulp nodig is. • Waar dat passend is maken we gebruik van ervaringen die elders in het land al zijn opgedaan. • T.a.v. de wachttijden wordt er aangesloten op de werkkaart ‘Weg van de Wachtlijst’ In 2027 heeft iedere professional in zorg en welzijn de vaardigheden om ‘Samen te Beslissen’ (shared decision making) en past hij of zij dit toe in alle contact met de inwoner. • Samen met de inwoner beslissen klinkt vanzelfsprekend, maar blijkt in de praktijk niet eenvoudig.

• We leren en stimuleren professionals om het individu centraal te stellen en maximaal te faciliteren dat iemand zijn of haar eigen pad kiest, binnen de mogelijkheden die er zijn. Aan het eind van 2024 is in heel Drenthe vanuit de herstelgedachte een integrale intake en levensondersteunende aanpak beschikbaar voor inwoners met een ernstige psychiatrisch aandoening die langdurig op meerdere leefgebieden beperkt zijn. • Mensen met langdurige psychische problemen ontvangen vaak hulp vanuit verschillende organisaties en domeinen. Dit vraagt een integrale, domeinoverstijgende aanpak waarbij de hulpvraag van de inwoner centraal staat • Een voorbeeld van zo’n aanpak is Optimaal Leven, waarbij we samen met de cliënt, vanuit één team en integrale intake, kijken naar wat hij of zij nodig heeft om een betere kwaliteit van

2024 X

2025

2026

2027 >

X

X

X

74

leven te ervaren (vanuit de herstelgedachte). Dat kan bijvoorbeeld over psychische gezondheid, persoonlijke en maatschappelijk gaan, maar ook over lichamelijke gezondheid, werk en inkomen en sociale relaties. 2.6.4. E In 2026 continueert bij inwoners die uitstromen uit de specialistische zorg de herstelgedachte via passende en nabije ondersteuning. • Vanuit de herstelgedachte is herstel ‘een individueel proces gericht op het hervinden van de persoonlijke identiteit en het hernemen van de regie op het leven’. Behandeling en genezing kunnen onderdeel uitmaken van iemands (verdere) herstelproces maar dat hoeft niet. • Dit doel staat in verbinding met de laagdrempelige steunpunten in de regio (doel 2.2.2.D). Operationeel We richten ons op en halen inspiratie uit initiatieven zoals Potentiële initiatiefnemers doel 2.6.4. A Datawerkplaats GGZ, Accare, GGZ Drenthe, Proscoop, Cosis

X

2.6.4. B

Inzet van het Gezondheidsplatform

Taskforce GGZ

2.6.4. C

Nader te bepalen

Zorgbelang

2.6.4. D

Optimaal Leven, in verbinding met welzijn

Betrokken organisaties Optimaal Leven o.a. Cosis

2.6.4. E

Herstelacademies (bijvoorbeeld in Emmen of Assen)

Gemeente, welzijn, ervaringsdeskundigen, Cosis, Interzorg, WZA, Icare, Treant

75

3 BENODIGDE RANDVOORWAARDEN In dit hoofdstuk richten we ons op de essentiële randvoorwaarden die noodzakelijk zijn om de gewenste transformatie binnen de gezondheidszorg te realiseren. ALGEMENE RANDVOORWAARDEN Bewust samen (leren) transformeren: •

•

•

• •

•

Alle inwoners en professionals zijn zich bewust van de noodzaak van de transformatie. Het bewustzijn van de noodzaak tot transformatie is cruciaal, gezien de aanstaande veranderingen in formele zorg. Er wordt een groter beroep gedaan op zelf- en samenredzaamheid van inwoners. Van professionals wordt een andere manier van werken gevraagd, o.a. door samenwerking over de domeinen heen én met inwoners als gelijkwaardige partners en door inzet van technologie. Dit vraagt bewustwording en dialoog. En aandacht voor elkaar. Plannen (beleidsmatig en hulpverleningsgericht) worden in co-creatie tussen inwoners, ervaringsdeskundigen en professionals uitgewerkt en geïmplementeerd, zoals DOS Hollandscheveld, GrollooZorgt, AssenBloeit. Bestuurders en professionals handelen in het belang van de gezondheid van de Drentse inwoner. Dit vraagt lef om over de kaders en belangen van de eigen organisatie heen te kijken en om samen te werken in het belang van de gezondheid van alle inwoners in Drenthe. “Écht samenwerken betekent dat je iets inlevert als organisatie en betekent dat je ook iets terugkrijgt als organisatie.” – Jan Rotmans Iedereen is niet alleen verantwoordelijk voor een deel, maar juist ook voor het geheel. Goede samenwerking in het brede zorg- en ondersteuningsveld vraagt om netwerkleiderschap: leiderschap dat wordt uitgevoerd in een netwerkomgeving.

Dit nieuwe leiderschap is nodig op diverse niveaus: managers, bestuurders, zorgprofessionals én inwoners. In samenwerking binnen netwerken gaat het over transparantie, geven en nemen, het maken van (stevige) keuzes en het nastreven van integraliteit. Van controle naar vertrouwen. Dit begint al met het krijgen van zicht op elkaars kennis, kunde en capaciteit als zorg- en welzijnspartners, zoals SamenzorgAssen. Erken en omarm volledig de complexiteit die inherent is aan de vraagstukken binnen onze regio. Laat ons streven naar een flexibele benadering van deze complexiteit, waarbij besluitvorming wordt beschouwd als een dynamisch landschap van onderling afhankelijke keuzes. Laten we onze betrokkenen aanmoedigen om de tussenruimtes te zien als kansen voor innovatie, dialoog en samenwerking. Een diverse groep belanghebbenden moet worden aangemoedigd om bij te dragen, zodat we tot doeltreffende en kwalitatieve besluitvorming komen. Begrip en acceptatie van complexiteit moeten de kern vormen van onze aanpak voor maatschappelijke vraagstukken binnen de regio.

Health for all policies De gezondheid van de inwoners van Drenthe neemt af en de gezondheidsverschillen nemen toe. Het zorgsysteem kan de toestroom niet meer aan. Dit rechtvaardigt het volop inzetten op vermijdbare ziektelast en zorgvraag d.m.v. preventie en gezondheidsbevordering. Onderzoek wijst uit dat gezondheid en ziekte in grote mate bepaald worden door de maatschappelijke omstandigheden

76

waarin je wordt geboren, waarin je leeft en werkt, en van de sociale en gemeenschapsnetwerken waar je deel van uitmaakt. •

Een transitie van zorg naar meer (positieve) gezondheid en veerkracht zal alleen slagen als de onderliggende oorzaken weggenomen worden, via een integrale samenwerking van verschillende domeinen én sectoren aan gezamenlijke doelen (‘health for all policies’). Daarbij is het belangrijk dat er synergie ontstaat, waarbij het beleid zowel bijdraagt aan gezondheidsdoelen als aan de doelen van die andere domeinen en sectoren (bijv. een gezonde lunch op school draagt bij aan gezondheid én betere schoolprestaties, groen in de wijk draagt bij aan gezondheid én klimaat). De behoeften en hulpvragen van de inwoner staat hierbij centraal. Dat vraagt om een samenwerking die domein overstijgend is en om communicatie in een voor alle partijen begrijpelijke taal. Dit geldt zowel voor de interactie tussen zorg en welzijn als tussen deze sectoren en de inwoners. Het regioplan is geschreven vanuit het gedachtengoed van Health for all Policies. Voor de uitvoering van de regioplannen wordt direct domein-overstijgend samengewerkt door een verscheidenheid aan regionale stakeholders en een gezamenlijke stip op de horizon wordt gedeeld waarbij de gezondheid van de inwoner voorop staat. Deze stakeholders behelzen naast zorg en het sociale domein ook domeinen zoals ruimtelijke ordening, ondernemers, onderwijs en de sport en cultuursector.

Inwonersparticipatie: samenwerken als gelijkwaardige partners Uit verschillende onderzoeken blijkt steeds opnieuw dat ‘de mensen om wie het gaat’ onvoldoende betrokken zijn bij regionale vraagstukken over zorg en welzijn. In het Integraal Zorg Akkoord (IZA) is inwonersparticipatie een voorwaarde voor de noodzakelijke veranderingen in zorg en welzijn. De stem van de inwoner staat centraal. Door de behoeften en wensen van inwoners direct en vanaf het begin in te brengen in regionale overlegtafels, krijgen verfrissende ideeën meer kans. Plannen kunnen op breder draagvlak rekenen als inwoners gelijkwaardig meedoen. Inwoners worden daarmee mede-eigenaar van oplossingen. Ook het burgerpanel van Trendbureau Drenthe kan als instrument gebruikt worden om de brede stem van inwoners op te halen. • • •

Bij alle plannen worden inwoners actief uitgenodigd om mee te denken, te adviseren en samen te werken aan oplossingen die de zorg toekomstbestendig en toegankelijk houden. Daarbij worden inwoners in alle fases actief uitgenodigd: bij het ontwikkelen, vormgeven en het evalueren van zowel beleid als projecten. Om bovenstaande mogelijk te maken wordt 8% van de IZA SPUK-middelen hiervoor gereserveerd.

Zorgbelang Drenthe heeft de opdracht en taak om hierin met onder andere BOKD, CMO STAMM, NLZVE, Drents Collectief Bewonersinitiatieven Zorg & Welzijn, Denktank60+, Platform Pouwer en andere georganiseerde en minder georganiseerde groepen inwoners, patiënten en cliënten samen op te trekken. Bouwen aan zorginnovatie: Van denkkracht tot bovenregionale samenwerking 77

Uitgangspunt: Eén Lerende Beweging. In onze continue lerende beweging bundelen we denkkracht, sturen op zachte waarden, en bevorderen we gecoördineerde regionale en bovenregionale samenwerking. Dit omvat niet alleen gezamenlijke inspanningen om zorg te innoveren, maar ook actief leren van elkaars ervaringen en het integreren van nieuwe inzichten. Zo ontstaat ruimte voor experimentatie, groei, en een veerkrachtige, toekomstgerichte zorgsector. •

•

•

•

Denkkracht Bundelen: Door krachten te bundelen en over grenzen van gemeenten, organisaties, en domeinen heen te werken, organiseren we voldoende denkkracht. Het creëren van benodigde randvoorwaarden is hierbij essentieel. Sturen op zachte waarden: Transformatie is complex. Daarom sturen we actief op zachte waarden zoals vertrouwen, impact, keuzevrijheid, aandacht, en ontwikkeling. Dit geeft ruimte voor gezamenlijk leren, experimenteren, en het omarmen van het onbekende. Geïntegreerde lerende samenwerking: Met regionaal samenwerken waar mogelijk en bovenregionaal waar noodzakelijk, bevorderen we lokale innovaties en benutten we bovenregionale samenwerking. Het delen van kennis, ervaringen, en betrokkenheid van het MKB versnellen innovatie-implementaties en dragen bij aan effectieve lokale transformaties, resulterend in een veerkrachtige zorgsector. Doen en leren: Vanuit de overtuiging dat innovatie niet alleen om denken, maar ook om doen draait, integreren we het leren van (klein) projecten als opstart naar een grote transitie. Dit "zwaan-kleef-aan" transitieproces, ondersteund door een netwerk van projecten en bewegingen rond dezelfde waarden, creëert een nieuwe lerende omgeving waarbij ervaringen worden gedeeld en bijdragen aan een continu verbeterproces.

Concrete Voorbeelden van Bovenregionale Samenwerking •

• • • • • •

Monitoringssysteem: In samenwerking met UMCG en Aletta School of Public Health ontwikkelen we een monitoringssysteem dat naast bestaande KPI's ook een kwalitatieve benadering hanteert, gericht op de beweging naar meer regie bij en voor de inwoners. Doorontwikkeling Datawerkplaats: Gekoppeld aan de monitoring sturen we steeds meer op basis van data. Doorontwikkeling Zorgviewer: Hiermee kunnen professionals in het dossier van andere organisaties kijken, waardoor sneller en beter triageren mogelijk wordt. Inzet Platform/PGO: Voor het versterken van mentale weerbaarheid en andere items. Instandhouding en Uitbreiding Innovatienetwerk: Met eigen opgeleide transitieprofessionals een veranderkundigen in de keten voor behoud van kennis in de eigen organisaties en regio. Versterken Betrokkenheid MKB: Bijdrage aan innovatie en preventie voor effectieve lokale transformaties. Samenredzame gemeenschappen: De beweging omtrent samenredzame gemeenschappen, burgerkrachtinitiatieven en bloei zones door ontwikkelen en toewerken naar verankering ervan in het systeem om zorg en preventie anders met elkaar te organiseren, met behoud van ruimte voor de beweging van onderop.

Deze voorbeelden ondersteunen het bovenregionale innovatie-ecosysteem en worden vormgegeven via Hi!Noord. Hi!Noord faciliteert duurzame verbindingen, waardoor Noord-Nederland zich nationaal en internationaal kan profileren als een regio met innovatiekracht. Inzicht in de Noordelijke context blijft cruciaal voor doelgerichte interventies. Kortom, bovenregionale 78

samenwerking in ons innovatie-ecosysteem is de sleutel tot een veerkrachtige, toekomstgerichte zorgsector. Innovatieve zorg: Strategieën voor impactvolle transformaties •

Stel een regionale innovatiestrategie op. Er is behoefte aan een regionale visie op en strategie voor innovaties in de zorg om impactvolle transformaties te kunnen initiëren en versnellen. Denk als thema bijvoorbeeld aan het uitwisselen van gegevens tussen zorgverleners als randvoorwaarde om veel transformaties te laten slagen. Ook de inzet van slimme zorgtechniek draagt hieraan bij.

Goede gezondheid: Vereenvoudiging en samenwerking in de zorg •

•

•

•

Vereenvoudiging van het systeem. Overstijgend aanbod van zorg en ondersteuning in plaats de versnipperde inrichting binnen en tussen organisaties. Hulpvraag van de inwoner centraal, vraagt om over de domeinen heen te kunnen werken. Om de inwoner optimaal te ondersteunen is ook de informatievoorziening zo eenvoudig als mogelijk opgezet. Om de gezondheid van inwoners te bevorderen is het van belang dat gezondheid op veel domeinen waar rijk en gemeenten beleid voor maken mee wordt genomen (health in all policies). Naast zorg en welzijn, speelt dit met name op de domeinen leef- en woonomgeving, sociale omgeving, werkomgeving, industrie en onderwijs. In Drenthe is een passende structuur voor gegevensuitwisseling ingericht om op het juiste moment over de juiste informatie te beschikken. Over de domeinen heen en met de inwoner in de lead. Dit versterkt de ketensamenwerking en verbetert het zorg- en ondersteuningsaanbod richting de inwoner. Zorg voor een regionale digitale (data)-infrastructuur om vanuit een gedeeld regionaal beeld data-gedreven beleid op te stellen, gerichte interventies te kunnen uitvoeren en de effecten te kunnen monitoren.

Prioritering en gefaseerde implementatie Met het oog op onze ambitie voor een succesvolle gezondheidstransformatie in Drenthe erkennen we volledig de complexiteit en omvang van de geplande activiteiten zoals uiteengezet in het regioplan. Om deze uitdagingen met volledige transparantie aan te gaan, willen we nadrukkelijk wijzen op het essentiële belang van prioritering en gefaseerde implementatie. De betrokkenheid van een breed scala aan zorg- en welzijnsorganisaties, gemeenten en andere stakeholders brengt van nature een aanzienlijke diversiteit aan activiteiten met zich mee. Om de haalbaarheid van het regioplan te waarborgen, benadrukken we het cruciale belang van prioritering. Dit betekent dat we zorgvuldig afwegen welke initiatieven de grootste impact hebben en het meest bijdragen aan de beoogde gezondheidstransformatie in onze regio. We stellen voor te beginnen met het leggen van een solide fundament. Welke initiatieven dragen bij aan het aanpakken van de diepgewortelde oorzaken van de benodigde transitie? We richten ons op het definiëren van "must haves" om zo een stevig fundament te leggen. Pas als dit fundament is gelegd, richten we ons op de volgende laag van "should haves". Op deze manier zorgen we ervoor dat de beperkte capaciteit voor verandering in de regio wordt ingezet voor de juiste verandertrajecten.

79

In Q1 gaan we samen met de bestuurlijke trekkers en hun schrijfteams aan de slag om deze prioritering vorm te geven. Dit proces vereist gedegen oorzaak-gevolg analyses en een gezamenlijke inspanning om een passende regionale veranderstrategie te ontwikkelen die niet alleen effectief is, maar ook duurzame resultaten oplevert. Door deze gefaseerde benadering streven we naar een doelgerichte en impactvolle implementatie van het regioplan, waarbij de beschikbare verandercapaciteit optimaal wordt benut. BUDGET EN FINANCIERING: Gezamenlijk verhaal Het succesvol realiseren van onze regionale gezondheidstransformatie vraagt niet alleen om een doordachte strategie maar ook om passende financiële middelen. In onze aanpak streven we ernaar om regionaal [xx]% van de jaarlijkse zorguitgaven in brede zin van Drenthe beschikbaar te krijgen als transitiegelden. Deze ambitie vormt een cruciale financiële impuls voor ingrijpende veranderingen in de gezondheidszorg. De aanvraag en bespreking van ideeën voor transitiegelden vinden altijd plaats in een vroeg stadium in de programmaraad. Dit initiële overleg biedt ons de mogelijkheid om voorstellen te toetsen op draagvlak en ze te versterken voordat ze verder worden ontwikkeld. De programmaraad speelt hierin een cruciale rol, bevordert de transparantie, en geeft vorm aan onze financiële prioriteiten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Emmen&id=ba3dcee1-b0ae-4f9a-a993-ea59880621f0