CConstaterende datEmmen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Regioplan IZA Drenthe

Commissie Wonen en Ruimte 12 februari 2024, gemeente EmmenBij agendapunt: Besluitvorming Regioplan IZA Drenthe29.713 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

In een tijdperk waarin data en digitalisering als veelbelovende oplossingen worden omarmd in de zorg- en welzijnsbranche, realiseren we ons dat de toenemende inzet van gezondheidsgerelateerde data en digitalisering als oplossingsrichting in de zorg, ook ethische vraagstukken met zich meebrengt. Het is essentieel dat we ons bewust worden van de impact van deze ontwikkelingen op de inwoners van onze regio. Vanuit de aanpak van de Datawerkplaats hebben we geleerd dat deze bewustwording een cruciale rol speelt in onze voortdurende inspanningen om de zorg te verbeteren. In de Datawerkplaats wordt momenteel data uit verschillende bronnen, waaronder Vektis, RIVM, GGD, Lifelines, zorgorganisaties en diverse gemeenten, geïntegreerd en op wijkniveau gevisualiseerd. Dit creëert een gezamenlijke basis waarop beleidsmakers en aangesloten organisaties kunnen samenwerken. Ons doel is gerichtere interventies te initiëren en het effect daarvan te meten, wat resulteert in een waardevolle regionale dialoog. In de huidige fase is privacy, zoals gedefinieerd in de AVG, niet van toepassing vanwege het gebruik van geanonimiseerde data op wijkniveau. Met de middelen van IZA streven we ernaar om tegen 2024 de technologie verder te verduurzamen, zodat we gedetailleerder en privacybestendig kunnen analyseren.

We richten ons hierbij op het succesvolle voorbeeld van de Achterhoek, waar een regionale infrastructuur is opgezet. Tijdens deze technologische transitie zullen AVG en governance nadrukkelijke vraagstukken zijn die integraal worden meegenomen. Innovatie is voor ons de sleutel tot vooruitgang in de zorg. Of het nu gaat om sociale innovatie, het ontwikkelen van nieuwe technologieën, het digitaliseren van processen of het ontlasten van onze zorg- en welzijnprofessionals; elke vorm van innovatie heeft de potentie om de zorg in Drenthe te verbeteren. We verwachten dat specifieke tools en technologieën zoals AI, robotica en telemonitoring een transitie teweeg zullen brengen in de manier waarop we zorg verlenen Tot slot is het belangrijk op te merken dat sommige technologieën over twee jaar mogelijk niet kunnen worden geïmplementeerd vanwege snel evoluerende technologische ontwikkelingen die momenteel nog niet te voorzien zijn. Strategische doelen:

13

Rijksoverheid, 2023

26

Algemene ambitie voor dit thema in 2040 Het echte wenkende perspectief is dat met digitalisering zorg kan worden voorkomen (preventie), kan worden verplaatst (naar elders in de keten of thuis) of kan worden vervangen (‘standaard zorg’ door professionals kan met digitale middelen worden overgenomen). Ambitie moet zijn om de afhankelijkheid van professionals zo ver te verminderen (met wellicht meer dan de helft), dat de professionals zich kunnen toeleggen op de patiënt die dat écht nodig heeft. De zorgkwaliteit gaat omhoog, de werkdruk gaat omlaag en de voldoening neemt toe. Dit raakt ook aan de opgave versterken sociale basis/ versterken eigen regie. In dit proces ook ‘doorstappen’ naar procesmonitoring, denk bijvoorbeeld therapietrouw medicatie, opvolgen van adviezen/instructies, en het bieden van digitale procesondersteuning (onderdeel maken van behandelpaden).

Hieronder presenteren we de strategische doelen die we hebben geformuleerd om in 2040 in Drenthe te bereiken voor deze opgave: 1.4.1. In 2040 wordt optimaal gebruik gemaakt van de digitale & fysieke technologische toepassingen in zorg en welzijn waarmee we met minder tijd en inspanning goede zorg en ondersteuning kunnen blijven leveren en de cliënt verzekerd blijft van passende zorg. 1.4.2. In 2040 draagt het bevorderen van (digitale) zorginnovaties bij aan een wendbaar zorgsysteem. We zorgen voor versnelling en opschaling van bewezen waardevolle innovaties en creëren proeftuinen om te experimenten met nieuwe innovaties. We doen dit voor zorgverlener en patiënt, en altijd op maat. We richten ons binnen deze opgave op (Boven-)regionale samenwerking: Digitalisering en gegevensuitwisseling gaan beide over de grenzen van organisaties heen. Regionale samenwerking tussen organisaties is dan ook noodzakelijk. Dit uit zich in onder andere in een gedragen visie en gezamenlijk plan om op uniforme wijze gebruik te maken van digitale en technologische mogelijkheden, keuze voor preferente digitale oplossingen en koppelmogelijkheden tussen de regionaal gebruikte IT-systemen. We benutten daarbij de kennis, de vernieuwende kracht en schaalvermogen van netwerken als RIVO-Noord, zoals HI!Noord, PGO Netwerk Noord, GERRIT en Altide.

Beschikbaarheid van een solide digitale en regionale ICT-infrastructuur: We erkennen de cruciale rol van een goede infrastructuur, die fungeert als de regionale ruggengraat van alle (digitale) transformaties. Hierdoor krijgen zowel zorg- en welzijnprofessionals als inwoners van Drenthe toegang tot de nieuwste (digitale) zorgoplossingen en hulpmiddelen. Nog lang niet overal in de provincie is goed bereik (4G) glasvezel beschikbaar. Een goede infrastructuur bevordert digitale gegevensuitwisseling tussen organisaties, wat cruciaal is de continuïteit en kwaliteit van zorgverlening in de regio. Hybride zorg: Als er zorg nodig is, wordt deze in principe altijd met behulp van techniek of digitaal gegeven onder het mom van ‘digitaal als het kan, fysiek als het nodig is’. Dankzij hulpmiddelen, ehealthtools en telemonitoring kunnen we zelfregie bevorderen, en tegelijkertijd zorg op afstand of fysieke zorg aanbieden wanneer dat nodig is. Dit vergroot de flexibiliteit en efficiëntie van zorgverlening aanzienlijk. Het stelt zorgverleners in staat om patiënten in de uitgestrekte regio’s van Drenthe te monitoren en te ondersteunen, waarbij fysieke zorg beschikbaar is wanneer nodig. Ook 27

zetten we technologie in om beperkingen weg te nemen en zelfstandigheid van mensen te vergroten zodat zij meer grip ervaren. Digitale vaardigheden voor professionals en inwoners: Om een veilige en betrouwbare digitale omgeving te creëren, beschouwen we het als cruciaal om voortdurend te investeren in de digitale vaardigheden van zorg- en welzijnsprofessionals en inwoners via E-health oplossingen. Het is essentieel dat zij uitgerust worden met de kennis en vaardigheden om technologie niet alleen effectief te gebruiken, maar ook om dag en nacht een beroep te kunnen doen op technische ondersteuning. Deze ondersteuning moet zowel technische als zorginhoudelijke adviezen verstrekken. Het centraliseren of regionaal verzamelen van deze kennis voorkomt versnippering en zorgt ervoor dat niet iedereen afzonderlijk deze expertise hoeft te bezitten, waarmee een expertrol voor digivaardigheid in de zorg wordt versterkt. Op deze manier kunnen we optimaal profiteren van de voordelen van digitale tools. Innovaties: Drie Drentse innovatieve regionale ontwikkelingen passen goed bij de opgave in de regio. Twee zijn gestart vanuit het thema Mentale gezondheid en zullen zich verder uitbreiden naar andere relevante gezondheidsthema’s. Het andere initatief is gestart door VG-aanbieders en Zilveren Kruis. •

•

•

Datawerkplaats: De datawerkplaats is eind 2022 opgericht en betreft een Drents domeinoverstijgend initiatief van inmiddels bijna 20 samenwerkingspartners. Het huidige doel is om beleidsmakers te ondersteunen in het kiezen en monitoren van interventies die passen bij hulpvraag van de lokale populatie. De datawerkplaats werkt vanuit de cyclus ‘data, duiden, dialoog en doen’ en verbindt wetenschap, regionale praktijk en innovatie. Regionaal gezondheidsplatform: Dit platform heeft de ambitie om inwoners van Drenthe laagdrempelig en kosteloos te voorzien en te ondersteunen in hun hulpvraag. Door het aanbod van relevante informatie, zelfhulp en verbinding met het sociaal domein/ welzijn kunnen inwoners, vanuit eigen regie, aan de slag met hun gezondheid. Voorbereidingen voor de realisatie van dit platform zijn in 2023 gestart. G-aan: Regioaanpak gehandicaptenzorg Drenthe-Zwolle 2023-2026 is een initiatief van Zilveren Kruis en zorgaanbieders in de gehandicaptensector. G-aan heeft als missie de zorg en ondersteuning op een vernieuwde manier te blijven aanbieden en te verbeteren voor meer mensen. Dit doen zij door te kijken hoe met digitale technologie de zorg anders en beter georganiseerd kan worden. Eén van de pijlers is het versnellen met zorg en expertise dichtbij door digitale verpleegkundige triage, 24/7 cliëntbegeleiding en consultatie met DigiContact. .

De aanpak kenmerkt zich door te experimenteren en te leren van data en van elkaar. Het is een open netwerk, gericht op sectoroverstijgend samenwerken.

1.5 TOEKOMSTBESTENDIGE ARBEIDSMARKT De professional van morgen In dit hoofdstuk bespreken we de kern van de regio-opgave, ons lange termijndoel voor 2040 en de specifieke thema’s waarop we ons richten. Wat is de opgave en waarom? In de zorgsector staan we voor een reeks ongekende uitdagingen die de toekomst van de zorg bedreigen. Een van de meest dringende problemen is het groeiende tekort aan zorgpersoneel. Hoewel al één op de zes Nederlandse werknemers in de zorg werkt, suggereert de huidige trend dat

28

in 2040 één op de vier zou moeten werken om aan de zorgvraag te voldoen.14 Dit is een onhoudbaar scenario. Ons ideaal is om het huidige aantal van één op de zes werknemers in de zorg te handhaven en tegelijkertijd een efficiëntieslag te maken om aan de stijgende vraag te voldoen.15 Specifiek voor Drenthe wordt de situatie nog nijpender. Tussen 2023 en 2025 wordt een tekort van 1700 medewerkers verwacht en dit cijfer zou in 2032 kunnen oplopen tot een schrikbarend tekort van meer dan 5000 werknemers.16 Dit tekort zal vooral voelbaar zijn in de ouderen, gehandicapten en ziekenhuiszorg. Om dit in perspectief te plaatsen: momenteel werkt al één op de vijf Drentse werknemers in de zorgsector. Tot slot mogen we de immense werkdruk in de zorgsector niet onderschatten. Bijna de helft van de zorgmedewerkers ervaart deze druk, wat kan leiden tot verhoogde stressniveaus, burn-outs en andere gezondheidsproblemen. Als gevolg hiervan is het ziekteverzuim in de Drentse zorgsector met 9,2% al zorgwekkend hoog.17 Deze trend van hoge werkdruk en daaropvolgend ziekteverzuim dreigt de toch al precaire personeelssituatie in de zorgsector verder te verergeren. Strategische doelen: Hieronder presenteren we de geformuleerde strategische doelen om in 2040 in Drenthe te bereiken voor deze opgave: 1.5.1.

In 2040 is de zorg in Drenthe de aantrekkelijkste werkgever voor iedereen die iets wil betekenen voor de zorg. We richten ons binnen deze opgave op: Aantrekkelijk werk(en) en werkgeverschap Ons streven is om de Drentse zorg- en welzijnssector te profileren als een aantrekkelijke werkgever, met als doel het aantrekken en behouden van talent. Met de groeiende druk op de zorgsector is het behoud van medewerkers en het aantrekken van nieuw talent cruciaal. We willen een omgeving creëren waarin medewerkers zich gewaardeerd voelen, waar hun gezondheid en welzijn centraal staan, en waar ze de middelen en ondersteuning krijgen die ze nodig hebben om gezond en vitaal te blijven, hun leven lang. En door anders te werken in de zorg zodat we met de beschikbare capaciteit goede zorg en ondersteuning en een prettige werkomgeving kunnen blijven leveren met elementen als: netwerkzorg, hybride zorg en digitalisering (ter ontlasting van administratieve druk), in aansluiting op wat de inwoners van Drenthe nodig hebben. Zie hiervoor de eerdere hoofdstukken. Van concurreren naar samenwerken

Drents regionaal werkgeverschap: we onderzoeken en geven invullingen aan de mogelijkheden van regionaal werkgeverschap om mensen een doorlopende loopbaan in de zorg te bieden over domeinen en sectoren heen, waarbij het fiscaal regime ondersteunend is. Aantrekken van nieuwe doelgroepen We willen verder kijken dan de traditionele talentenpools en ons richten op het aantrekken en behouden van nieuwe en diverse (niet-)opgeleide groepen mensen naar de zorgsector (voorbeeld: Blijmakers). Bekwaam betekent inzetbaar 14

Programma Toekomstbestendige Arbeidsmarkt Zorg & Welzijn (VWS), 2022 Regiobeeld Drenthe, 2023 16 Regiobeeld Drenthe, 2023 17 Regiobeeld Drenthe, 2023 15

29

We willen bekwaamheid centraal stellen, waardoor een diploma in de toekomst niet langer een voorwaarde is voor de inzetbaarheid van medewerkers. Hiermee willen de boodschap afgeven dat iedereen met een hart voor de zorg welkom is. Investeren in levenslang leren en professioneel ontwikkelen We willen medewerkers de kans geven om nieuwe vaardigheden te leren, zichzelf voortdurend te ontwikkelen en bestaanszekerheid te verwerven. Onder andere door ondersteuning bij sector overstijgende loopbaanpaden. Een beweging van per zorgsector opleiden naar breed opleiden We willen de zorg- en welzijnssector breed opleiden, met aandacht voor community building, netwerkzorg en innovatief vakmanschap (hybride zorg. De professional van de toekomst In een transformatie naar meer netwerkzorg en hybride zorg gaat de professional een andere plek in nemen in het zorgnetwerk. Niet meer zorgen voor maar (samen) zorgen dat. Het vraagt naast de eigen expertise aanvullende competenties op het gebied van innovatief vakmanschap, community building en netwerk samenwerken. We ontwikkelen samen met opleidingsinstituten een passend scholingsaanbod. Perspectief van de inwoner Bij het plannen en leveren van zorgdiensten moeten we altijd het perspectief van de inwoner vooropstellen.

Dit betekent dat we nadenken over wat de inwoners echt nodig hebben en welk type professional het beste aan die behoeften kan voldoen. In plaats van een one-size-fits-all benadering, vereist dit een meer gepersonaliseerde en responsieve benadering van zorgverlening.

1.6 TOEGANKELIJKE ZORG Dichtbij wanneer het kan, verder weg indien nodig In dit hoofdstuk bespreken we de kern van de regio-opgave, onze lange termijndoelen voor 2040 en de specifieke thema’s waarop we ons richten. Wat is de opgave en waarom? Op dit moment bevinden we ons als zorg- en welzijnssector op een kritiek kruispunt als het gaat om de toegankelijkheid van zorg. Dit uit zich momenteel in lange wachtlijsten bij onder meer de GGZ, oplopende wachttijden in ziekenhuizen, wijkverpleging en huisartsen. Daarnaast ontstaan er wachtlijsten voor de langdurige zorg van verstandelijk gehandicapten die complexe en gespecialiseerde zorgverlening nodig hebben. Een afnemende toegankelijkheid resulteert in overbelaste zorg- en welzijnsprofessionals en een tekort aan zorg en ondersteuning voor de patiënten en inwoners. De gevolgen hiervan zijn niet te onderschatten: een verminderde levenskwaliteit, verergering van klachten, beperkt functioneren en deelnemen aan de samenleving en het risico dat essentiële zorg- en hulpverleners binnen onze gemeenschap uitvallen. Bijkomend kan een ontoereikende zorgtoegankelijkheid leiden tot individuele (verergering) van gezondheidsproblemen en onnodige maatschappelijke kosten. Daarom is het voor ons cruciaal om de toegankelijkheid van zorg te versterken en te verzekeren dat inwoners tijdige en adequate zorg en ondersteuning ontvangen.

Dit betekent een breed scala aan zowel digitale als fysieke toeleidingsen ondersteuningsmogelijkheden die beschikbaar zijn voor iedereen. 30

Verder is het versterken van de veerkracht van inwoners voor ons cruciaal bij het bieden van preventieve zorg en ondersteuning ten behoeve van het versterken van de veerkracht. Het gaat hierbij om de nabijheid en de vindplaats waar zorg wordt geleverd of waar potentiële zorgbehoeften worden vastgesteld. Hierbij zijn plekken zoals informele zorgstructuren in dorpen en wijken en eerstelijnszorg van belang als vroege detectiepunten voor gezondheidsproblemen. Het uitgangspunt is dichtbij als het kan en verder weg als het nodig is. Een duidelijk handelingsperspectief op deze locaties kan vroegtijdige interventies bevorderen. Daarnaast is een verschuiving naar een integraal persoonsgerichte benadering noodzakelijk, waarbij de behoeften, wensen en (eigen) mogelijkheden van de inwoner en zijn/haar naasten centraal staan. Een effectieve samenwerking tussen eerstelijnszorg, GGZ en het sociaal domein is essentieel om de juiste hulp en ondersteuning te bieden, met de hulpvraag en mogelijkheden van de inwoner als uitgangspunt. Hiermee beogen we een zorgsysteem waarin de inwoner centraal staat. NB: er is een landelijke nieuwe aanpak in de maak om de eerste lijn te versterken (driehoek huisarts, wijkverpleegkundige,social work als basis).

Strategische doelen: Hieronder presenteren we de strategische doelen die we hebben geformuleerd om in 2040 in Drenthe te bereiken voor deze opgave: 1.6.1. In 2040 ontvangen kwetsbare inwoners die het nodig hebben in de eigen omgeving integrale en passende ondersteuning die laagdrempelig en makkelijk vindbaar is. Van kwetsbaarheid naar veerkracht is hierbij het uitgangspunt. 1.6.2. In 2040 zijn gerichte, laagdrempelige (digitale en/of fysieke) advies- en steunvormen beschikbaar, waar inwoners (o.a. met een mentale of fysieke kwetsbaarheid) terecht kunnen voor het versterken en hervinden van veerkracht. 1.6.3. In 2040 wordt zorg dichtbij georganiseerd als het kan en verder weg als het nodig is om toegankelijke zorg voor iedere inwoner van Drenthe te realiseren. Uitgangspunt is zelf als het kan, digitaal als het kan, thuis als het kan en verder weg als het nodig is. 1.6.4. In 2040 is er tijdig passende zorg en ondersteuning beschikbaar voor inwoners met psychische kwetsbaarheden die dat nodig hebben. Hulp beweegt in goede samenwerking tussen de domeinen mee met de hulpvraag en wordt samen met de inwoner vormgegeven. We richten ons binnen deze opgave op: Proactieve profielkeuzes: We focussen op het maken van proactieve keuzes voor zowel complexe als niet-complexe zorg. Dit helpt in het efficiënt toewijzen van middelen en expertise waar deze het meest nodig zijn.

Ziekenhuiszorg: We streven naar het behoud en de verbetering van de ziekenhuiszorg in brede zin: welke tweedelijns zorg leveren we op welke plek? Geleerde lessen en afspraken zijn te vinden in het

31

plan ‘Zorg voor de regio’ (voor de acute zorg, 2019)18. Dit plan moet worden herijkt en tevens moet een soortgelijk plan voor de niet-acute zorg worden ontwikkeld. Destijds is vastgelegd dat ziekenhuizen WZA en Treant Scheper ten minste nodig zijn om inwoners te voorzien van tweedelijns zorg, en dat de dependance van Isala in Meppel nodig is om te behouden als basisvoorziening voor de Meppelse regio. Bij de uitwerking van dit onderdeel bestaat een afhankelijkheid met het ROAZplan (Regionaal Overleg Acute Zorgketen) waarin afspraken worden gemaakt over continuïteit van acute zorg, en concentratie en spreiding van zorgaanbod. Eerstelijnszorg: We zijn ervan overtuigd dat het versterken van de eerstelijnszorg essentieel is om een stabiele basis te leggen voor alle zorgactiviteiten. Dit begint bij toekomstbestendige huisartsenzorg waarbij door intensieve samenwerking in de keten wordt voorkomen dat nietmedische zorgvragen bij de huisartsen terechtkomen. 19 De rol van versterking van eerstelijnszorgaanbieders reikt verder dan de huisartsenzorg, omvat aspecten zoals regionalisatie en het ontwikkelen van paramedische platformen. We bouwen aan een stevige samenhangende eerste lijn, waarbij de driehoek huisarts – wijkverpleging – social work de basis vormt. (Kernteams ouderen zijn daarin een deel de basis, maar het gaat niet alleen om ouderen).

Ook het inhoudelijk ondersteunen van dagpraktijken door Dokter Drenthe is van wezenlijk belang, bijvoorbeeld door ketenzorg te digitaliseren en regie te geven aan inwoners waar mogelijk. Reablement waarbij ondersteuning wordt geboden aan personen met een beperking om hun zelfredzaamheid te vergroten, hangt hier ook mee samen. Daarnaast is opschaling in de praktijkvoering bijv. op het gebied van ICT, nascholing & digitalisering, een aandachtspunt. Ketenbreed moet ook aandacht zijn voor beddencapaciteit gericht op herstel (tussen ziekenhuis en eerstelijn/thuis) en observatie (voor complexe ouderenzorg). Ook andere eerstelijns zorgaanbieders zoals paramedische platformen hebben een rol in het versterken van de eerstelijn. Eerstelijns geboortezorg: De eerste 1000 dagen zijn cruciaal voor een kind en de eerstelijns verloskundige speelt een grote rol in deze periode. Zij zijn een samenwerkingspartner van de huisarts, GGD, tweedelijns geboortezorg, kraamzorg en ook het sociale domein. Medisch generalistische zorg voor kwetsbare ouderen en mensen met een (licht) verstandelijke beperking: We richten ons op de zorgbehoeften die vaak te maken hebben met meerdere gezondheidsproblemen tegelijk. Het doel is om een geïntegreerd zorgsysteem te creëren waarin verschillende zorgaanbieders samenwerken om een allesomvattende benadering van de patiënt te bieden.

Ouderenzorg: Voor de toegankelijkheid van de zorg voor ouderen is daarnaast nauwe afstemming nodig rondom verblijf, zorg en behandeling (bijv. verpleeghuis of verzorgd wonen), waarbij de aard van de vraag verandert en deze specifieke vormen van zorg en behandeling aanpassing vergt om beschikbaar te zijn voor wanneer het echt niet anders kan. Het draait hierbij vooral om kwaliteit van bestaan. Geestelijke gezondheidszorg: We streven naar het behoud en verbetering van de geestelijke gezondheidszorg. Hierbij wordt specifiek gekeken naar capaciteit die cruciaal is om het systeem van geestelijke gezondheidszorg in de regio te garanderen. De uitwerking van wat cruciale zorg is20, en

18

Zorg voor de regio, 2019 Versterking organisatie eerstelijnszorg (ZonMw), 2023 20 Zie IZA en handreiking Cruciale GGz 19

32

op welke manier dat in contractering tussen aanbieders en zorgverzekeraar wordt geborgd is landelijk nog niet definitief afgesproken. Cruciale zorg: De uitwerking van cruciale zorg hangt samen met de uitwerking van het landelijke traject. Hier wordt onder andere de definitie vastgesteld. In 2024 gaan wij verder hierover met elkaar in gesprek en borgen dat de uitwerking van de cruciale zorg onderdeel wordt van het regioplan Drenthe. Werken ‘in de driehoek’ (zorg, welzijn en zorgzame gemeenschap). Hierbij streven we naar één centraal aanspreekpunt, waar een inwoner met zijn of haar vraag terecht kan en waar deze wordt geholpen om passende zorg en ondersteuning te vinden vanuit de gemeenschap, welzijn of zorg. – Tijdige beschikbaarheid van zorg en ondersteuning: We waarborgen dat inwoners tijdig toegang krijgen tot passende zorg en ondersteuning door hulpvragen op de juiste plek aan te pakken. Het verminderen van wachtlijsten, die een aanzienlijke hindernis vormen voor de toegankelijkheid van zorg, is een cruciaal aandachtspunt. Hierbij richten we ons niet alleen op het verkorten van wachtlijsten, maar ook op het op een slimme manier overbruggen ervan. Deze benadering vereist een gezamenlijke verandering in denken en handelen, met een nadruk op zelfredzaamheid en het voorkomen/vervangen van zorg waar mogelijk.

Lokale werkzame aanpak Mentale gezondheid: We streven naar een regionale vertaling van Mentale Gezondheidscentra. In het dunbevolkte Drenthe geloven we namelijk dat een generiek mentaal gezondheidscentrum als doel op zich niet passend is. Onze uitdaging is om samen met huisartsen, POH's en de sociale structuren en netwerken in dorpen, wijken en steden een lokale werkzame aanpak te ontwikkelen. Hierbij streven we naar een optimale samensmelting van (ervarings-)kennis over psychische problemen, positieve gezondheid en mentaal welzijn. In Drenthe hebben we positieve ervaringen opgedaan met een aanpak vanuit Optimaal Leven waar we veel kennis van kunnen benutten. Huizen van de buurt: Sociale contacten en (weer) mee kunnen doen vormen een belangrijk onderdeel van iemands gezondheid. We creëren lokale en laagdrempelige plekken voor ontmoeting, meedoen en advies, gerund voor en door inwoners. Zo kunnen ´huizen van de buurt´ als fysieke en herkenbare locatie gecombineerd worden met andere gewenste voorzieningen. Bijvoorbeeld herstelacademies of de verbinding met een dorpscoördinator/wijkcoördinator. Waar mogelijk sluiten we aan bij bestaande voorzieningen, zoals een dorps- of buurthuis. Daarnaast wordt de rol van de bibliotheken als laagdrempelige ontmoetingsplaats onderkend.

33

2. REGIO-AFSPRAKEN Dit hoofdstuk beschrijft hoe de regio-opgaven, zoals beschreven in hoofdstuk 1, worden aangepakt met het oog op de strategische doelen voor 2040. We brengen de korte termijn inzichtelijk met doelgerichte operationele afspraken en oplossingsrichtingen. Ook kijken we naar welke bestaande initiatieven en/of projecten hierbij aansluiten en schetsen we de contouren van nieuwe transformatieve projecten om deze kortetermijndoelstellingen te verwezenlijken. Om deze doelen te bereiken, is het essentieel dat we voortdurend leren van elke stap die we zetten. Daarom hebben we ervoor gekozen om de operationele doelen realistisch te formuleren. Ze dienen als bouwstenen van een vliegwiel voor transformatie, waarbij elk doel een bijdrage levert aan de bredere beweging in de richting van onze gezamenlijke ambitie. De structuur van dit hoofdstuk is als volgt: voor elke regio-opgave worden de operationele doelen beschreven in relatie tot de strategische doelen. De operationele doelen zijn in de tijd gepland. Daarna zijn bestaande en/of nieuwe initiatieven en projecten gekoppeld aan de operationele doelen, met als doel bij te dragen aan het behalen ervan. Ten slotte zijn potentiële initiatiefnemers beschreven waarvan wij geloven dat ze betrokken zouden moeten zijn bij de uitvoering van deze operationele doelen.

De recente ontwikkelingen binnen de WLZ VB en GGZ , thuis als het kan en digitaal als het kan, kunnen nog van invloed zijn op de Regio-opgaven. Dit geldt ook voor de opdracht om de instroom in de WLZ-GGZ te verminderen. In Q1 2024 zullen de bij het regioplan betrokken partijen bekijken of en zo ja, welke aanpassingen dit nog vraagt in de strategische en operationele doelen in het regioplan.

34

2.1 NETWERKAANPAK Samenwerken werkt In dit hoofdstuk worden de operationele doelen en initiatieven met betrekking tot de strategische doelen voor de regio-opgave ‘Netwerkaanpak’ gepresenteerd. Strategisch doel 2.1.1. In 2040 leveren we passende ondersteuning en (medische) zorg door een optimaal samenspel van de professional met de gemeenschap rondom de inwoner. Dat betekent dat de rol van de professional verder verandert van ‘zorgen voor…’ naar het samen met de inwoner zoeken naar mogelijkheden om hem/haar weer terug in zijn/haar eigen kracht te zetten. Versterking of ondersteuning vanuit het informele netwerk zal daardoor vaker ingezet kunnen worden en in mindere mate (of kortdurend) de inzet van een (zorg)professional. Dit past ook bij de principes van het behoud van zelfredzaamheid waar o.a. reablement en herstelgericht werken op gebaseerd zijn. Nummer 2.1.1. A

2.1.1. B

2.1.1. C

Operationele doelen In 2024 werken we toe naar een Drentse definitie van het begrip community care en is bekend wat er nodig is om aan de slag te gaan zodat er een gedragen beeld komt. In 2025 zal op basis van deze uitkomsten een lokaal uitvoeringsplan worden vormgegeven. • Met het begrip community care bedoelen we de verbinding tussen de formele, informele zorg, bewonersinitiatieven en de gemeenschap. Hoe willen we dit inrichten in Drenthe? En hoe gaan we dat dan ook daadwerkelijk uitvoeren? • Dit doel hangt samen met de operationele doelen onder strategisch doel 2.2.2 Alle organisaties die zorg- dan wel hulpverlenen hebben in 2026 een vastgesteld community care beleid. Waarbij er aandacht is voor de dubbelrol die vaak wordt vervuld, namelijk werknemer in de zorg en mantelzorger zijn. Met hoog risico op overbelasting en uitval. • Dit gaat specifiek over de verbinding vanuit de organisaties met het sociale domein en dat hier ook beleid op geschreven wordt. Het uitvoeren van de zorg-rol in de organisatie staat niet los van het uitvoeren van de ‘zorg-rol’ in het sociale domein (bijvoorbeeld als mantelzorger of vrijwilliger). In 2025 is er verbinding tussen de Drentse mantelzorgloketten. En zijn deze bekend bij andere sectoren zodat zij optimaal ingezet kunnen worden voor de hulpvraag van de inwoners.

2024

2025 X

2026

2027 >

X

X

35

•

2.1.1. D

2.1.1. E

2.1.1. F

Om op deze manier te voorkomen dat de inwoners in het zorgdomein terecht komen. Inwoners die voor inwoners zorgen is minder belastend en meer met elkaar. We willen vooral werken aan het inzetten van reablement* en professionals hierop toerusten. De samenwerking tussen formele en informele zorg moet worden bevorderd en ondersteund, denk aan een opleidings- en ondersteuningsaanbod. • Reablement is een manier om samen met een oudere te werken aan herstel van zijn leven en zelfredzaamheid. Het heeft als doel om mensen zo onafhankelijk mogelijk te maken van zorg. Met als uitgangspunt: zoveel mogelijk en zo lang mogelijk (weer) zelf blijven doen. Dit gedachtengoed is ook van toepassing op andere mensen met een beperking. Inzetten op een Drentse campagne bewustwording(kennis/voorlichting): iedereen wordt mantelzorger! Werkgevers moeten meer ruimte bieden aan medewerkers om bijvoorbeeld scholingen te volgen aan de mantelzorgacademie. De communicatie krijgt een structureel karakter waarbij de mediavormen passen bij de doelgroep die we willen bereiken. • Door het ‘normaler’ te maken dat inwoners mantelzorgers worden en hier ook ruimte voor krijgen op hun werk. Ongeacht welke branche ze in werken. En op deze manier te voorkomen dat de inwoners in het medische domein terecht komen. In 2027 hebben we in Drenthe een scholingsklimaat waarin er:

X

X

X

a. Een scholingsaanbod voor mantelzorgers is, met bijvoorbeeld een aanbod over ‘Wat is jouw rol als mantelzorger?’ Daarnaast weten zorgaanbieders en mantelzorgers weten elkaar te vinden. b. Een scholingaanbod voor professionals is, waarin staat hoe zij zich verhouden tot de informele zorg en hoe zij deze kunnen betrekken en ondersteunen. De inzet van mantelzorg is voor ziekenhuizen een regulier onderdeel van het beleid. c. In de opleidingsprogramma’s gerelateerd aan zorg en welzijn (mbo/hbo) apart aandacht is voor informele zorg en hoe deze te betrekken en ondersteunen. Het uitgangspunt in alle opleidingen is de beweging van zorg naar gezondheid, zodat dit in het DNA van de professionals komt.

36

Operationeel doel

We richten ons op en halen inspiratie uit initiatieven zoals

Potentiële initiatiefnemers

2.1.1. A

Assen bloeit

Nader te bepalen

2.1.1. B

Toekomst van Mantelzorg in Drenthe Versterken en door ontwikkelen respijtaanbod aan mantelzorgers (lokaal en regionaal), waarbij het inwonersperspectief over de toekomst van mantelzorg centraal staat.

Drents Platform Mantelzorg , Anlliantie Drentse Zorg met Ouderen en Trendbureau Drenthe (mogelijk gemaakt door subsidie van provincie Drenthe)

2.1.1. C

Vaartwelzijn Assen

Nader te bepalen

2.1.1. D

Project maatwerk/sociale activering Project vitaal Smilde Netwerk dorpszorg/dorpskracht Samsam Midden-Drenthe voor elkaar WelWoZO Welzijn op recept Laagdrempelige steunpunten Zorgzame gemeenschappen/buurten Netwerkwijs Sociaal arrangeren Natuurlijk een netwerk Talenten samen benutten Leernetwerk GGZ in de wijk Wachtkracht Werk en mantelzorg Campagne: iedereen wordt mantelzorger Buurtacademie/avondschool

Nader te bepalen

2.1.1. E 2.1.1. F

Nader te bepalen Nader te bepalen

37

Operationeel doel

Initiatief

Potentiële initiatiefnemers

2.1.1. A

Assen Bloeit

Cosis

2.1.1. B 2.1.1. C

Vaartwelzijn Assen

2.1.1. D

Project maatwerk/sociale activering Project vitaal Smilde Netwerk dorpszorg/dorpskracht Samsam Midden-Drenthe voor elkaar WelWoZO Welzijn op recept Laagdrempelige steunpunten Zorgzame gemeenschappen/buurten Netwerkwijs Sociaal arrangeren Natuurlijk een netwerk Talenten samen benutten Leernetwerk GGZ in de wijk Wachtkracht Werk en mantelzorg Campagne: iedereen wordt mantelzorger Buurtacademie/avondschool

2.1.1. E 2.1.1. F

Cosis

Strategisch doel 2.1.2. In 2040 draagt het versterken van netwerkzorg in de regio bij aan het (blijven) bevorderen van de samenwerking tussen zorg en welzijn, en tussen gemeente en sociaal domein, als basis voor de benodigde transitie in de zorg. We organiseren benodigde denkkracht, streven naar formele en informele netwerken, gaan uit van netwerkleiderschap, en kijken kritische met wie, voor welk doel en op welke schaal netwerkzorg nodig is.

38

Nummer

Operationele doelen

2.1.2. A

Netwerkorganisatie als vliegwiel voor samenwerking, innovatie & transformatie in de regio: • Focus op sub-regionale netwerken volgens de HEMA (Hoogeveen – Emmen – Meppel – Assen) indeling. • Netwerken werken met doelen en KPI's gerelateerd aan IZA, een business case en solide governance. Doelen zijn gericht op wat er nodig is om de verschuiving op gang te krijgen. • Werkende netwerkorganisaties zoals Samenzorg Assen worden en Coöperatie Zorg na Zorg benut om van te leren. Streven is om in 2024 netwerken (HEMA) operationeel te hebben. • Ontwikkel een leergang met inwoners en zorg- en welzijnprofessionals om vanuit gelijkgerichtheid bij te dragen aan zorgtransformatie (in 2024, volgen leergang in 2025). Zorgcoördinatie gericht op het regisseren van de zorgvraag • Dit gaat om coördinatie van niet-acute zorgvragen (dus niet aanbod gestuurd, maar vraag gestuurd), na multidisciplinaire triage. Het gaat om de zorgverlener op de juiste plaats, en verkenning op support die zij nodig hebben bijv. AI-ondersteuning. Het betreft doorontwikkeling van de CTV (Coördinatie Tijdelijk Verblijf) en ELV-structuur (Eerstelijns verblijf). Met daarbij oog voor de souplesse (niet bed-gerelateerd) van de capaciteiten in de wijkverpleging. • De verbinding naar het ROAZ-plan, waarin afspraak worden gemaakt over coördinatie van acute zorgvragen is wezenlijk.

Een deel van de acute zorg ontstaat doordat coördinatie van niet-acute zorgvragen ontoereikend is. • Naast sturing op inhoud, gaat het ook over capaciteitsmanagement (zoals bij CTV). Met ondersteuning van medisch service centrum. • De volgende stap gaat over het nog beter inrichten van de multidisciplinaire triage en ondersteuning van inwoners bij (zorg)vragen om hen naar het juiste loket te routeren. Coördinatie van zorg kan als katalysator dienen om de transformatie in de zorg te bewerkstelligen. Door in te zetten op oplossingsrichtingen, niet door nieuwe knelpunten verderop in de keten te genereren. • Dit doel hangt samen met doel 2.1.3A. Er is verbinding tussen de implementatie van de vijf ketenaanpakken, waarbij er sterke netwerken zijn met gedeelde verantwoordelijkheid (voor zowel een deel als ook het geheel) en facilitering.

2.1.2. B

2.1.2. C

2024

2025

2026

2027 >

X

X

X

39

•

Operationeel doel 2.1.2. A

De vijf ketenaanpakken betreffen: kansrijke start, valpreventie bij ouderen, aanpak overgewicht en obesitas bij kinderen, gecombineerde leefstijlinterventie bij overgewicht van volwassenen en welzijn op recept. Potentiële initiatiefnemers We richten ons op en halen inspiratie uit initiatieven zoals Nader te bepalen

Nader te bepalen

2.1.2. B

Benut de structuren van de CTV-punten in Drenthe (Coördinatie Tijdelijk Verblijf).

Dokter Drenthe en Altide, betrokkenen: alle zorgverleners en alle inwoners (= tevens doelgroep), Cooperatie Paramedische Zorggroep Gezond in Drenthe.

2.1.2. C

12 Drentse Gemeenten en Zilveren Kruis gaan in 2024 aan de slag met de implementatie van de 5 ketenaanpakken die zijn afgesproken in het IZA/GALA. In Q1 2024 gaan we de concrete doelen per keten vaststellen

Gemeenten, zorgverzekeraar, inwoner(initiatieven) en regionale en lokale welzijns- en zorgpartijen (o.a. Dokter Drenthe, Drentse apothekers coöperatie, Zorggroep Paramedie GiD, VVT, GGD en Sport Drenthe

Strategisch doel 2.1.3. In 2040 is persoonsgerichte ondersteuning en zorg beschikbaar voor ouderen als dit echt nodig is. Dit wordt geboden vanuit één netwerk rond de inwoner waar informele ondersteuning, (medische)zorg en technologie hand in hand gaan. Het uitgangspunt is: zelf of met naasten als het kan, digitaal als het kan, thuis als het kan, met professionele ondersteuning als het nodig is. Nummer

Operationele doelen

2.1.3. A

In 2030 is er een provincie-dekkend netwerk van virtuele en fysieke coördinatie- en herstelcentra (HEMA-regio), waarbij door middel van triage 20% van de acute zorgsituaties buiten de Spoedeisende Hulp (SEH) en huisartsenpost kan worden opgevangen of wordt omgebogen tot planbare zorg of naar niet-acute zorgvraag. • Dit gaat om coördinatie van acute zorgvragen, na multidisciplinaire triage. • Het streven is dat er per regio één loket komt voor triage en consultatie of behandeling bij complexe zorgsituaties in de thuissituatie (o.a. complexe clienten met een Wlz indicatie

2024

2025

2026

2027 > X

40

2.1.3. B

2.1.3. C

2.1.3. D

gecombineerd met GGZ- of sociale problematiek). Het betreft een doorontwikkeling van de Regionale Coördinatiepunten Tijdelijk Verblijf (CTV)Dit doel hangt samen met doel 2.1.2 B In 2028 heeft elke huisartsenpraktijk in Drenthe een kernteam 2.0*. • Het huidige kernteam (bestaande uit huisarts/POH, welzijn, wijkverpleegkundige, specialist ouderengeneeskunde, casemanager dementie en vertegenwoordiger paramedicus (ft-diëtist) wordt daarvoor aangevuld met personele inzet vanuit wijkverpleging en VVT-instellingen. • De specialist ouderengeneeskunde kan in deze nieuwe aanpak mee behandelen in de huisartspraktijk en de verpleegkundig specialist wordt middels taakherschikking ingezet. Laagdrempelig kan de GZ-psycholoog of geriatrische fysiotherapeut in de thuissituatie worden ingezet. • Het kernteam blijft zich daarnaast richten op proactieve casefinding, vroeg signalering van kwetsbaarheid, een brede domeinoverstijgende anamnese op basis van positieve gezondheid en een gezondheidsplan dat samen met de cliënt en mantelzorger is opgesteld. • Zie ook transformatief plan Medisch generalistische Zorg; Relatie met Subsidieproject Versterking eerstelijnszorg- en welzijn Drenthe In 2025 is er voor elke persoon met dementie een diagnose en behandeling op maat beschikbaar.

• Door vroegtijdige inzet van een casemanager dementie en effectieve samenwerking in taakafstemming en inzet tussen disciplines ontvangen personen met dementie de juiste ondersteuning op de juiste plek en worden crises voorkomen. • Een belangrijke randvoorwaarde is dat ICT-systemen voorzien in de mogelijkheid om informatie te delen. • Lokaal zijn voor personen met dementie passende faciliteiten beschikbaar, zoals passende dagbesteding of logeerzorg. In 2024 is planbaar logeren voor mensen met dementie gerealiseerd in Drenthe op geschikte locaties die passend zijn voor de doelgroep. • Voor inwoners met dementie is reguliere logeerzorg niet altijd passend. Het is belangrijk dat er in Drenthe voldoende, passende plekken beschikbaar zijn om mantelzorgers even adempauze te bieden en inwoners met dementie zo lang mogelijk in hun eigen, vertrouwde omgeving te kunnen laten wonen.

Operationeel doel

We richten ons op en halen inspiratie uit initiatieven zoals

X

X

X

Potentiële initiatiefnemers

41

2.1.3. A

WZA, Treant, Isala, Denktank 60+, Dokter Drenthe, VVT, DAC, Zorggroep Paramedie GiD

2.1.3. D

Transformatief plan Medisch generalistische Zorg. Relatie met ZonMw subsidietraject Versterking eerstelijns zorg en welzijn in Drenthe, Verhogen inzet POH-ggz (opgave IZA) Transformatief plan Medisch generalistische Zorg. Relatie met ZonMw subsidietraject Versterking eerstelijns zorg en welzijn in Drenthe, Kernteam ouderen gebruiken als voorbeeld voor doelgroepen zoals ook mensen met psychische kwetsbaarheden Transformatief plan Medisch generalistische Zorg. Relatie met ZonMw subsidietraject Versterking eerstelijns zorg en welzijn in Drenthe, Gemeenten

2.1.3. E

Training Familiezorg voor casemanagers

2.1.3. F

Convenant Dementie Drenthe

Netwerk Dementie Drenthe (gefinancierd door de provincie Drenthe) 12 Drentse gemeenten, Zilveren Kruis en provincie Drenthe

2.1.3. B

2.1.3. C

WZA, Treant, Isala, Denktank 60+, Dokter Drenthe, VVT, DAC, Zorggroep Paramedie GiD

WZA, Treant, Isala, Denktank 60+, Dokter Drenthe, VVT, DAC, Zorggroep Paramedie GiD Gemeenten, VVT, Altide

2.2 STERKE SOCIALE BASIS Samenleven en meedoen In dit hoofdstuk worden de operationele doelen en initiatieven met betrekking tot de strategische doelen voor de regio-opgave ‘Versterken sociale basis’ gepresenteerd. Strategisch doel 2.2.1. In 2040 zijn inwoners van Drenthe zich bewust van het ouder worden en de eindigheid van het leven. Ze kunnen hun mogelijkheden, talenten en ervaringen om, samen met hun omgeving, regie te nemen om gezond en comfortabel ouder te worden. Nummer

Operationele doelen

2024

2025

2026

2027 > 42

2.2.1. A

2.2.1. B

2.2.1. C

In 2026 heeft iedere gemeente in samenwerking met de inwoners en zorgpartners een plan gericht op vitaal ouder worden en waar mogelijk een wijkgerichte en/of dorpsgerichte aanpak. • Dit gaat om het vitaal zijn en (zo veel als mogelijk) vitaal blijven van ouderen. Daarnaast gaat het over bewustwording van en voorbereiding op de gevolgen van ouder worden, bij zowel ouderen als hun omgeving (bijvoorbeeld mantelzorgers). In 2025 heeft 80% van de ouderen vanaf de pensioengerechtigde leeftijd hun ideeën over kwaliteit van leven en toekomstige wensen met betrekking tot begeleiding, behandeling en sterven vastgelegd door middel van proactieve zorgplanning (ACP). • Inwoners hebben op proactieve wijze hun wensen kenbaar gemaakt over begeleiding, behandeling en sterven, gebaseerd op goede informatie, participatie, gezamenlijke besluitvorming en handelen. • Vastgestelde wensen zijn duidelijk en de zorg- en welzijnsdiensten zijn afgestemd op de behoeften van de inwoner. Dit draagt bij aan verhoogde kwaliteit van leven en kwaliteit van sterven voor ouderen in Drenthe. Alsmede verminderde ad-hoc situaties en regelwerk voor mantelzorgers, huisartsen, en andere betrokkenen. • Bijkomend doel is dat het persoonlijke ACP-plan in 2024 met Zorgviewer door zorg- en welzijnsprofessionals is te raadplegen.

In 2025 worden 20% minder ouderen met een kwetsbare gezondheid onnodig opgenomen op de SEH door een val. • De ketenaanpak valpreventie wordt in Drenthe, in lijn met de GALA-plannen, geïmplementeerd. • Landelijke streefcijfers zijn dat per 2024 jaarlijks 14% van alle ouderen (65+) een val-risico inschatting krijgt en dat jaarlijks 3% van alle ouderen (65+) waarbij een verhoogd valrisico is vastgesteld een effectief valpreventief beweegprogramma volgt.

Operationeel doel 2.2.1. A

We richten ons op en halen inspiratie uit initiatieven zoals

X

X

X

X

Potentiële initiatiefnemers

Bewustwording over 3e en 4e levensfase. Nader te bepalen Preventieve interventies als eenzaamheid, voeding en sarcopenie: • Campagne Laatste levensfase / Dood uit de pot! • Valpreventie • Blue Zone voorlichting 43

2.2.1. B

ACP-programma Drenthe-Steenwijkerland

2.2.1. C

GALA: regionale werkgroep valpreventie en lokale netwerken rond valpreventie.

Verpleging, Verzorging en Thuiszorg (VVT), huisartsen, welzijnsinstellingen, ziekenhuizen Zorgbelang/ Denktank 60+ Gemeente, welzijn, SportDrenthe, kernteams integrale ouderenzorg, fysiotherapeuten, apothekers. Samenwerking wordt gezocht met opticiens, dietisten etc.

Strategisch doel 2.2.2. In 2040 heeft iedere buurt, dorp of wijk sterke communities als katalysator voor naoberschap, samenredzaamheid en inclusiviteit. Nummer 2.2.2. A

2.2.2. B

Operationele doelen In 2027 is er in elke gemeente in Drenthe gekeken naar wat er nodig is om de vraag van het formele en het informele aanbod op elkaar af te stemmen en ervaring opgedaan (passend bij de couleur lokale) met een dorps- /buurtcoördinator/buurtverbinder, die regelruimte heeft om ondersteuning over domeinen en wetten heen te organiseren. • Een dorps-/buurtcoördinator/-verbinder is laagdrempelig benaderbaar voor inwoners met een hulpvraag en is goed op de hoogte van mogelijke oplossingsrichtingen binnen het informele en formele netwerk. Hij/zij heeft als het ware een gidsfunctie. • Uitgangspunt is eerst kijken wat iemand zelf of in het netwerk kan oplossen, welke informele ondersteuning geboden kan worden. • De precieze rol, taken en verantwoordelijkheden van een dorps-/buurtcoördinator/-verbinder worden nader uitgewerkt. Dorpsinitiatieven nemen de regie, waar nodig gefaciliteerd door de gemeente. Als er (nog) geen dorpsinitiatief is, neemt de gemeente de regie. • Dit doel hangt samen met doel 2.1.1 A, 2.6.1 A, 2.6.1 B en 2.6.2 B en de overige doelen benoemd onder strategisch doel 2.2.2. In 2027 wordt 25% van de ondersteunings- of hulpvragen weggenomen door de dorpsgemeenschap of wijk zelf.

• Dit is zichtbaar door een afname/stabilisatie van oneigenlijke zorgvragen bij de huisarts en het ziekenhuis en stabilisatie van het aantal indicaties voor inzet van wijkverpleging. Vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en Wet langdurige zorg (Wlz) per duizend inwoners. • Dit doel hangt samen met doel 2.1.1. A en de overige doelen benoemd onder strategisch doel 2.2.2.

2024

2025

2026

2027 > X

X

44

2.2.2. C

2.2.2. D

2.2.2. E

2.2.2. F

In 2027 zijn in alle gemeenten laagdrempelige plekken voor ontmoeting, meedoen en advies voor en door inwoners. Een voorbeeld hiervan zou een ‘huis van de buurt’ zijn. Idealiter: • Wordt het ‘huis van de buurt’ beheerd voor en door inwoners, waar nodig aangevuld met professionele ondersteuning. • Wordt het ‘huis van de buurt’ als fysieke en herkenbare locatie gecombineerd met andere gewenste voorzieningen, zoals herstelacademies, dagopvang of evt. logeerzorg. • Komt het ‘huis van de buurt’ beschikbaar op een schaal van 500 tot 3000 inwoners. • Denken gemeenten mee, stimuleren en faciliteren zij initiatieven van inwoners/dorpscoöperaties, en voeren regie in gebieden waar (nog) geen dorpsinitiatief is. In 2027 is er in Drenthe een regionaal dekkend netwerk van fysieke, laagdrempelige en makkelijk bereikbare steunpunten gericht op maatschappelijk herstel en groei in zelfregie. • Idealiter zijn deze laagdrempelige locaties fysiek gevestigd in ‘het huis van de buurt’. • Het uitgangspunt hierbij is community based ondersteuning gerund door mensen met ervaringskennis, met name gericht op mensen met ernstige psychiatrische aandoeningen (EPA).

• Deze steunpunten staan in verbinding met sociaal werkers, huisarts en ggz-professionals In 2026 wordt in heel Drenthe de Asset-Based Community Development (ABCD-) methode gebruikt om in elk dorp, buurt of wijk bewoners- en buurtinitiatieven tot bloei te laten komen. • De ABCD-methode is een bottom-up methodiek om te werken aan een in economisch, cultureel en sociaal opzicht leefbare buurt, door sociale relaties tot stand te brengen. • De methodiek gaat uit van het mobiliseren van de (onbenutte) kracht van inwoners en organisaties binnen een lokale gemeenschap. De focus ligt dus op de capaciteiten in plaats van de problemen en tekortkomingen in een buurt, dorp of wijk. In 2028 ervaren alle inwoners dat zij laagdrempelig mee kunnen doen aan bewoners- en buurtinitiatieven. • Juist inwoners die een drempel ervaren om nieuwe sociale contacten te leggen en mee te doen hebben er baat bij als zij worden uitgenodigd om laagdrempelig deel te nemen en bij te dragen aan initiatieven in de eigen buurt, dorp of wijk. • Dit geldt bijvoorbeeld voor inwoners die in een sociaal isolement leven, inwoners met mentale problemen of inwoners die de Nederlandse taal niet goed machtig zijn.

X

X

X

X

45

2.2.2. G

• Dit doel hangt samen met doel 2.2.2 E. In 2026 wordt in Drenthe geëxperimenteerd om laagdrempelig contact tussen inwoners in een dorp, buurt of wijk met digitale mogelijkheden te stimuleren. • Sociale netwerken zijn met de toenemende digitale mogelijkheden steeds minder plaatsgebonden en vinden vaker (gedeeltelijk of geheel) digitaal plaats. • Digitale mogelijkheden kunnen ook bijdragen aan het versterken van het netwerk in de buurt, dorp of wijk.

X

Operationeel doel 2.2.2. A

We richten ons op en halen inspiratie uit initiatieven zoals

Potentiële initiatiefnemers

DOS Hollandscheveld, GrollooZorgt, Drents Collectief, Assen Bloeit (Assen Oost).

2.2.2. B

DOS Hollandscheveld, GrollooZorgt, Assen Bloeit (Assen Oost), Drents Collectief etc.

Welzijnsorganisaties, Verpleging, Verzorging en Thuiszorg (VVT), huisartsen, inwonersinitiatieven, Vrijwilligers Informatie Punten (VIP) Welzijnsorganisaties, Verpleging, Verzorging en Thuiszorg (VVT), huisartsen, inwonersinitiatieven, Vrijwilligers Informatie Punten (VIP)

2.2.2. C

Opleiden van vrijwilligers voor begeleiding in de stervensfase thuis, in een ziekenhuis of zorginstelling (Interzorg), Markehuis in Grolloo, Open Hof in Assen Oost. Nader te bepalen

Cosis

Welzijnsorganisaties, Gemeenten

2.2.2. F

De ABCD-methode wordt al op diverse plekken in Drenthe toegepast. Bijv. Assen Bloeit (Assen Oost). Bijv. Drents Collectief, Assen Bloeit

2.2.2. G

Nader te bepalen

Welzijnsorganisaties, Gemeenten

2.2.2 D 2.2.2. E

Nader te bepalen

Inwonerinitiatieven, Welzijnsorganisaties

Strategisch doel 2.2.3.

46

In 2040 worden inwoners voldoende gestimuleerd om zelfredzaam te zijn in hun gezondheidsbevordering door een faciliterend netwerk en voldoende mogelijkheden, kennis en vaardigheden. Nummer 2.2.3. A

2.2.3. B

2.2.3. C

Operationele doelen In 2040 maakt de sociale norm gezond leven makkelijker. Een gezond voedselaanbod is de norm en in de openbare ruimte wordt geen reclame gemaakt voor ongezonde voeding. Jongeren zijn weerbaarder m.b.t. groepsdruk leidend tot ongezond gedrag. • Iedere wijk zou iets aan gezondheidsbevordering promotie moeten doen. In 2040 is het voor mensen met minder gezondheidsvaardigheden makkelijker om laagdrempelig begrijpelijke kennis over gezondheid op te doen. Hierin spelen o.a. huisartsen, welzijnswerk, de jeugdgezondheidszorg, buurtsportcoaches en cultuurcoaches een belangrijke rol (in signalering) en kan er verbinding in wijken worden gezocht, bijvoorbeeld in bibliotheken. Kennis over gezonde leefstijl en ontwikkeling wordt daarnaast met onderwijs bevorderd. • Inwoners zijn op de hoogte waar: o Kennis opgedaan kan worden over onder andere gezond eten, bewegen, plekken waar betrouwbare informatie te vinden is; o Wanneer deze kennis beschikbaar is, waar kan ik dan aan de slag in de wijk, waar kan ik gezond eten, waar kan ik wandelen etc.; • Daarnaast moet het de norm worden dat je iets met elkaar bespreekt. En niet alleen met een professional. Er wordt gebruik gemaakt van betaalbare, begrijpelijk, beschikbare en passende (online) voorzieningen om gezondheid te bevorderen.

• Inwoners kunnen op een laagdrempelige manier terecht met gezondheidsvragen/ondersteuningsvragen bij iemand die bekend is in de wijk en met de mogelijke oplossingsrichtingen (een ervaringsdeskundige bijvoorbeeld). Dit kan via onderstaande manieren: o Inwonersloket o Digitaal o Telefoon o Iemand die het dorp in gaat

2024

2025

2026

2027 > X

X

X

47

Operationeel doel 2.2.3. A

We richten ons op en halen inspiratie uit initiatieven zoals

Potentiële initiatiefnemers

Nader te bepalen

Nader te bepalen

2.2.3. B

DOS Hollandscheveld, GrollooZorgt, Assen Bloeit (Assen Oost), Drents Collectief etc. Gezonde school aanpak Inzet van centrale zorgverleners vanuit de Jeugd Gezondheidszorg Hertalers en schrijfwijzer

Nader te bepalen

2.2.3. C

cosis

Strategisch doel 2.2.4. In 2040 is iedere inwoner binnen zijn of haar mogelijkheden zelf in staat om regie te nemen, door het stimuleren van toegang tot passende economische (bijv. inkomen, opleiding) en persoonlijke (bijv. constructief netwerk, veerkracht) hulpbronnen. Nummer

Operationele doelen

2.2.4. A

In 2026 ervaren meer inwoners in Drenthe een kansrijk toekomstperspectief, doordat zij vroegtijdig essentiële levensvaardigheden aanleren (bijv. gezonde relatie met jezelf en anderen, sociale vaardigheden, omgaan met geld).

2024

2025

2026

2027 >

X

•

2.2.4. B

Een belangrijke rode draad bij inwoners in een kwetsbare situatie is dat zij bepaalde essentiële levensvaardigheden niet of onvoldoende hebben ontwikkeld. • Zet vroegtijdig in op het leren van dergelijke vaardigheden, bijvoorbeeld via scholen, kinderdagverblijven en/of het ondersteunen van (jonge) ouders in een kwetsbare positie door dergelijke vaardigheden te leren en hen te ondersteunen bij het positief opgroeien van de kinderen. • Ervaringsdeskundigen kunnen daarbij een belangrijke brug- en voorbeeldfunctie hebben. In 2025 staat bij de zorgverlening in alle Drentse gemeenten voor inwoners in (complexe) kwetsbare situaties de leefwereld en de hulpvraag van de inwoners, met maatwerk vanuit de gemeente, centraal in plaats van het systeem.

X

48

•

2.2.4. C

2.2.4. D

Het doorbreken van complexe kwetsbare situaties vraagt een aanpak die aansluit bij de leefwereld van inwoners. De oplossingsrichtingen uit de systeemwereld (beleid, wet- en regelgeving) sluiten nu vaak onvoldoende aan op de leefwereld van deze inwoners. Een effectieve aanpak vraagt om maatwerk. • Dit vraagt om een herinrichting van het werkveld van deze professionals, waarin zij het vertrouwen, de richtlijnen en de autonomie krijgen om de mens centraal te zetten en daadwerkelijk maatwerk te bieden. In 2026 wordt in alle Drentse gemeenten ervaring opgedaan met laagdrempelige ondersteuning voor en door inwoners die te maken hebben met potentieel ontwrichtende life events. • Life events kunnen een belangrijk sleutelmoment zijn voor het ontstaan van acute problemen, die kunnen uitmonden in een langdurig kwetsbare situatie. • Het vroegtijdig signaleren en bieden van laagdrempelige ondersteuning bij potentieel ontwrichtende life events en eenvoudige problematiek, kan bijdragen aan het voorkomen van problematiek op lange termijn. Eind 2024 vindt alle communicatie vanuit overheidsinstellingen en zorg- en welzijnsorganisaties in Drenthe plaats op B1-niveau. • Als we willen dat inwoners meer eigen regie nemen is het allereerst belangrijk dat zij de informatie die we voor hen beschikbaar stellen (zowel digitaal, in brieven, folders, etc.) kunnen begrijpen.

Uitgangspunt is daarom dat communicatie plaatsvindt op B1 niveau.

Operationeel doel 2.2.4. A

X

X

We richten ons op en halen inspiratie uit initiatieven zoals

Potentiële initiatiefnemers

2.2.4. B

Vrouwen Supportgroep Meppel Kansrijke start Bijv. doorbraakmethode

Gemeente, welzijn i.s.m. ervaringsdeskundigen en Alliantie van Kracht Gemeenten i.s.m. Alliantie van Kracht

2.2.4. C

Erwelzijn (voorbeeld andere regio)

Gemeenten, Welzijn i.s.m. ervaringsdeskundigen

2.2.4. D

Vertalers, schrijfwijzer

Cosis

49

2.3 GEZONDE LEEFOMGEVING Een goed leven voor jezelf en de ander In dit hoofdstuk worden de operationele doelen en initiatieven met betrekking tot de strategische doelen voor de regio-opgave ‘Gezonde leefomgeving’ gepresenteerd. Strategisch doel 2.3.1. In 2040 is er gezamenlijke verantwoordelijkheid vanuit het gezin, de wijk, school, werk, bewegen, sport & cultuur, zorg, de commerciële sector en koepelorganisaties, gericht op preventie en gezond leven. Nummer 2.3.1. A

2.3.1. B

Operationele doelen Vanaf 2025 is iedere (toekomstige) ouder op de hoogte van het belang van de eerste 1000 dagen en ze worden hierbij ondersteund door de verloskundige praktijk. • Om de transitie van zorg naar gezondheid te maken, is het van belang om de beweging naar de voorkant te maken. Dit kan bijvoorbeeld door een integrale implementatie van Kansrijke start. • Bij de implementatie van de ketenaanpak Kansrijke Start verkennen we met regionale samenwerkingspartners hoe dit zo effectief mogelijk kan plaatsvinden. In 2040 (is) in Drenthe: • Voldoet >46% van de volwassenen aan de Nederlandse Norm Gezond Bewegen. o Is het percentage wat hieraan voldoet onder jongeren verhoogd. • De groep inwoners die wel wil maar niet kan of gaat bewegen ≤35%. • Het overgewicht in Drenthe gelijk aan 38% of minder. • Rookt 0% van de jongeren onder de 18 jaar, rookt 0% van de zwangere vrouwen, rookt < 5% van de volwassenen boven de 18 jaar. • Drinkt 0% van de jongeren <18 jaar alcohol, drinkt 0% van de zwangere vrouwen alcohol, drinkt <5% van de volwassen/ ouderen overmatig, drinkt <5% van de volwassen/ ouderen zwaar.

2024

2025 X

2026

2027 >

X

Hierbij zetten we in op de vier pijlers van effectieve integrale preventie: educatie, signalering en ondersteuning, omgeving en regelgeving en handhaving.21 21

Loket Gezond Leven, 2023

50

•

2.3.1. C

2.3.1. D

2.3.1. E

Voor een goede, duurzame aanpak is het van belang dat de inwoner betrokken is, structurele financiering, monitoring, samenwerking met partners en digitale ondersteuning. Waarbij de eindgebruiker bij het begin in beeld is en betrokken is. • In 2025 hebben alle omgevingen hieronder in Drenthe een integrale aanpak (plan + evaluatie) om bij te dragen aan een gezonde omgeving. Dit houdt in: een gezonde leefomgeving, werkomgeving, kinderopvang, school, sportkantine, wijkcentrum, supermarkt etc. Hierbij richten we ons zoveel mogelijk op koepelorganisaties.Alleen als we het samen doen, integraal, dan maken we de grootste impact. • Voor partijen niet verbonden bij de tot stand koming van het IZA Drenthe Regioplan worden in 2025 separate afspraken gemaakt. In 2025 hebben alle 12 Drentse gemeenten meer rookvrije (kind)omgevingen gerealiseerd ten opzichte van 2022 door het inperken van verkoop nicotine houdende producten, stimuleren van een rookvrije ruimte en het stimuleren en ondersteunen van stoppen met roken en vapen. Uiterlijk 1 januari 2025 hebben zorgverzekeraars en gemeenten niet-vrijblijvende regionale samenwerkingsafspraken gemaakt over gezondheidsbevordering (preventie-infrastructuur) van de populatie als geheel en specifiek voor risicogroepen.

• Voor een goede, duurzame aanpak is het van belang dat de inwoner betrokken is, structurele financiering, monitoring, samenwerking met partners en digitale ondersteuning. Waarbij de eindgebruiker bij het begin in beeld is en betrokken is.

X

X

X

Deze doelen hangen samen met 2.2.1.C Operationeel doel 2.3.1. A 2.3.1. B 2.3.1. C 2.3.1. D

We richten ons op en halen inspiratie uit initiatieven zoals

Potentiële initiatiefnemers

Kansrijke Start Inzet op de eerste 1000 dagen van het bestaan Drenthe samen gezond in beweging GALA Aanpak overgewicht en obesitas bij kinderen, de gecombineerde leefstijlinterventie (GLI) Nader te bepalen

Gemeenten, GGD Cooperatie Paramedische Zorggroep Gezond in Drenthe Gemeenten Gemeenten

51

2.3.1. E

Welzijn op recept

Gemeenten, zorgverzekeraars

Strategisch doel 2.3.2. In 2040 helpt de omgeving inwoners om gezond en veerkrachtig te zijn en draagt bij aan de acceptatie van mentale en fysieke kwetsbaarheid. Nummer 2.3.2. A

2.3.2. B

2.3.2. C

Operationele doelen In 2028 zijn zowel inwoners als professionals in Drenthe zich bewust dat (tijdelijk) mentaal ongemak bij het leven hoort en dat daarbij wordt gekeken naar levens- in plaats van zorgoplossingen. • Iedereen heeft te maken met moeilijke periodes in het leven. Geluk is niet maakbaar, hoewel o.a. sociale media soms anders doen vermoeden. • Tijdelijk mentaal ongemak zouden we moeten accepteren en normaliseren. Gesprekken daarover zouden weer meer ‘aan de keukentafel’ moeten plaatsvinden in plaats van binnen de zorg. In 2028 zijn psychiatrische aandoeningen uit de taboesfeer gehaald. • Mensen met (ernstige) psychiatrische aandoeningen krijgen nog vaak te maken met stigma en zelfstigma. • Dit vormt een drempel voor o.a. sociale contacten, meedoen en laagdrempelig hulp zoeken, terwijl dat omgekeerd juist kan bijdragen in het herstelproces. Er worden uiterlijk 2025 afspraken gemaakt met scholen / onderwijs over (mentale) gezondheid binnen onderwijs. Uitgangspunten daarbij zijn:

2024

2025

2026

2027 > X

X

X

In 2028 is (mentale) gezondheid binnen alle Drentse scholen in het basisonderwijs, voortgezet onderwijs en MBO een niet-vrijblijvend onderdeel van het onderwijs via educatie, een stimulerende omgeving, schoolbeleid en de signalerende functie van school. • Preventie van mentale kwetsbaarheid begint al bij de jeugd. Door van kinds af aan mentale gezondheid bespreekbaar te maken en op scholen oog te hebben voor mentale kwetsbaarheid (o.a. informeren, vroeg signalering), voorkomen en/of verminderen we problematiek op latere leeftijd. • Het verminderen van de prestatiedruk is hierbij een belangrijk thema.

52

2.3.2. D

In 2028 zijn er in alle sectoren niet-vrijblijvende afspraken gemaakt ter bevordering van een mentaal gezonde werkomgeving. In deze afspraken wordt ten minste invulling gegeven aan: preventie van burnout (klachten), het vergroten van de vitaliteit van medewerkers, en betekenisvol werk voor iedereen. • Een bevorderende werkomgeving draagt bij aan het vergroten van de mentale gezondheid en verkleint de kans op uitval door bijvoorbeeld burn-out klachten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Emmen&id=ba3dcee1-b0ae-4f9a-a993-ea59880621f0