CConstaterende datEmmen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Facetbestemmingsplan Geluidzonering Bedrijventerrein Emmen, Bargermeer

Raadsvergadering 30 oktober 2025, gemeente EmmenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplannen voor Geluidzonering en Geluidverdeelplan Bedrijventerrein Emmen, Bargermeer34.051 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Facetbestemmingsplan Geluidzonering Bedrijventerrein Emmen, Bargermeer (vastgesteld)

Figuur: Overzicht bestaande 50 dB(A)-contour (oranje lijn), nieuwe 50 dB(A)-contour (groene lijn) en uitbreiding geluidzone (gele lijn).

Voor de huidige geluidzone (zie figuur 1.3 en Bijlage 1 Onderzoek industrielawaai Wet geluidhinder Bargermeer geldt dat er bestaande woningen aanwezig zijn binnen de geluidzone van het bedrijventerrein. Voor enkele woningen in de omgeving van het bedrijventerrein geldt dat zij, na herziening van de geluidzone, ook binnen de nieuw vast te stellen geluidzone komen te liggen. Voor de bestaande woningen binnen de huidige geluidzone en de woningen die binnen de nieuwe zone vallen is het onderzoek uitgevoerd naar de daadwerkelijke geluidbelasting. 3.3.1.1 Conclusie zonegrens Bijlage 9 van het onderzoek geeft de berekende 50 dB(A) geluidbelastingcontouren op 5 m hoogte. Ook is op deze kaart de geldende 50 dB(A) zonegrens weergegeven en het voorstel voor de nieuwe zone. De berekende 50 dB(A) geluidbelastingcontour is: is aan de noordzijde van de Rondweg kleiner dan de geldende zonegrens; overschrijdt in Oranjedorp en richting het bedrijvenpark A37 (nu zonnepark) de geldende zonegrens en ligt in de kom van Nieuw-Dordrecht op de geldende zonegrens en overschrijdt deze beperkt langs de Oranjedorpstraat. In het voorstel voor een gewijzigde zonegrens geldt het volgende: De zone wordt ten noorden van de Rondweg enigszins verkleind: in en rond Noordbarge, Emmen-centrum en Angelslo.

De zone wordt vanaf Oranjedorp in oostelijke richting via het bedrijvenpark A37 tot en met de Oranjedorpstraat vergroot (in § 6.4 van de bijlage wordt aangegeven welke woningen binnen de zone komen te liggen). Huidige geluidsbelasting binnen zone "Alles behalve Oranjedorp en Nieuw-Dordrecht" Op de zonegrens is de geluidbelasting niet hoger dan 50 dB(A). De zone kan worden

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Facetbestemmingsplan Geluidzonering Bedrijventerrein Emmen, Bargermeer (vastgesteld)

verkleind. Voorstel: in eerste instantie is het voorstel de buitenste zonegrens te kiezen globaal op de 49.5 dB(A) contour, en bovendien langs de kadastrale grenzen. Oranjedorp en Nieuw-Dordrecht Aan de zuidzijde moet de zone worden vergroot. Voorgesteld wordt om hier de zone op /rond de 49.5 dB(A) contour te leggen.

3.4

Vaststelling hogere waarden industrielawaai

De Wgh biedt de mogelijkheden om de zone te wijzigen en grenswaarden op woningen te verhogen en stelt daaraan voorwaarden. Op grond van art. 110a lid 1 en 2 Wgh is het college van Burgemeester en wethouders bevoegd tot het vaststellen van hogere waarden. De berekende equivalente geluidsniveaus en geluidbelastingen op de beoordelingspunten op woningen en op de zonegrens zijn weergegeven in de bijlagen van Bijlage 1 Onderzoek industrielawaai Wet geluidhinder Bargermeer. De betreffende woningen zijn genoemd in tabel 3, tabel 4 en tabel 5 in hoofdstuk 6. Aanvullende gegevens per woning, vermeld in hoofdstuk 7, zijn gegeven in bijlage 15. De hogere grenswaarden worden vastgesteld door middel van een hogere grenswaardeprocedure, in een apart besluit. Hogere waarde Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat 68 woningen binnen de aangepaste geluidzone een geluidbelasting kunnen gaan ondervinden boven de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A) dan wel de geldende hogere waarde. Voor de 68 woningen wordendoor B&W hogere waarden vastgesteld, het ontwerpbesluit is toegevoegd als Bijlage 3 Ontwerpbesluit Hogere Grenswaarde en het definitieve besluit als Bijlage .... Besluit Hogere Grenswaarde. Van de 68 woningen liggen 20 al in de zone en 48 komen in zone te liggen. Van 46 woningen wordt een geluidsbelasting van 55 dB(A) niet overschreden.

Van 22 woningen bedraagt de hogere waarde meer dan 55 dB(A) en zal dus een gevelweringsonderzoek nodig zijn. Er zijn geen zienswijzen ingediend over het Besluit Hogere Grenswaarden op zichzelf, wel over de ontwerpversie van dit bestemmingsplan. Verwezen wordt naar bijlage ... Nota beantwoording zienswijzen. Het besluit Hogere Grenswaarden kan ongewijzigd worden verleend. Concluderend Als gevolg van de actualisatie van de geluidzone is sprake van toename van de toegestane geluidbelasting vanwege industrielawaai ter plaatse van 68 woningen. Een hogere geluidsbelasting is alleen toelaatbaar na een afweging, zoals beschreven in artikel 110 a, lid 5, Wgh. Deze afweging houdt in, dat het vaststellen van een hogere geluidsbelasting alleen mogelijk is, indien toepassing van maatregelen, gericht op het terugbrengen van de geluidsbelasting vanwege het industrieterrein van de gevel van de betrokken woningen onvoldoende doeltreffend zal zijn dan wel overwegende bezwaren ontmoet van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. Voorwaarde grenswaarde geluidbelasting in gevoelige ruimten Art.

111b lid 1 Wgh bepaalt dat, als een hogere grenswaarde is vastgesteld, B&W voor de geluidwering van de woninggevels maatregelen treffen, om te bevorderen dat de geluidbelasting die het industriegeluid veroorzaakt in de geluidsgevoelige ruimten binnen de woning voldoet aan de daarvoor geldende grenswaarde. De grenswaarde bedraagt voor deze woningen 35 dB(A) (art. 111b lid 1 aanhef en onder b Wgh). De gemeente moet op grond van artikel 111b, lid 1 Wgh er voor zorg dragen dat de woningen voldoende geluidwering hebben. De kosten hiervan worden gedragen door de gemeente. Hiertoe zijn afspraken gemaakt. Na het onherroepelijk worden van onderhavig

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Facetbestemmingsplan Geluidzonering Bedrijventerrein Emmen, Bargermeer (vastgesteld)

besluit zal onderzoek naar de geluidwering van de woningen worden uitgevoerd. Als blijkt dat de geluidwering onvoldoende is, zal een aanbod tot het aanbrengen van geluidsisolatie worden gedaan. Hierop is de procedure als beschreven in het Besluit geluidhinder hoofdstuk 6 van toepassing. Op het moment van vaststelling van de hogere waarde moeten hiervoor de financiële middelen beschikbaar worden gesteld. Op grond van de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening 1998 mag voor goed onderhouden woningen worden uitgegaan van een aanwezige geluidwering van 20 dB(A). Daarmee zijn een akoestisch onderzoek naar de gevelwering en eventuele gevelmaatregelen slechts nodig voor zover een hogere waarde wordt vastgesteld die hoger is dan 55 dB(A). Volgens het onderzoek dienen voor in totaal 22 woningen hogere waarden worden vastgesteld hoger dan 55 dB(A). Er wordt van uitgegaan dat de woningen vervolgens worden geïsoleerd op basis van de cumulatieve geluidbelasting LILcum tot de binnengrenswaarde van 35 dB(A). De benodigde isolatiewaarde varieert voor 14 woningen tussen de 21 en 25 dB en voor 8 woningen tussen de 26 en 30 dB. Hiermee wordt rekening gehouden met de cumulatie van geluid door het (spoor)wegverkeerlawaai. Daarbij wordt geanticipeerd op vernieuwing van het wegtracé Emmen-Klazienaveen.

Hierdoor kunnen eventuele noodzakelijke geluidisolatiemaatregelen in één keer worden uitgevoerd op een voor de bewoners van de woningen passend moment. 3.4.1

Voorwaarde geluidreductie niet mogelijk

De gemeente weegt de belangen van de bedrijven (benodigde geluidruimte terrein) en van de omliggende woningen (mogelijkheden reductie geluidbelasting) tegen elkaar af en beschouwt daarmee de mogelijkheden van maatregelen. De primaire voorwaarde voor het kunnen vaststellen van hogere waarden is genoemd in art. 110a lid 5 Wgh. Hierin is bepaald dat maatregelen tot het reduceren van de geluidbelasting tot de ten hoogste toelaatbare waarde (te weten: de voorkeurswaarde, afhankelijk van de situatie 50 of 55 dB(A)) onvoldoende doeltreffend zijn of overwegende bezwaren ontmoet van stedenbouwkundige, verkeerskundige, landschappelijke of financiële aard. Overwegingen 1. Bargermeer is een belangrijk, bestaand industrieterrein. Dit geldt niet alleen voor het GETEC Park, maar ook voor het overige deel van het terrein. De gemeente acht het daarom noodzakelijk om voor het Bargermeer geluidruimte beschikbaar te hebben voor bedrijfsuitbreidingen en nieuwvestigingen . Op het GETEC Park is in het geldende bestemmingsplan (Bargermeer 1997) zware industrie toegestaan. Deze industrie is al sinds ca. 1950 aanwezig en gemeente en provincie willen deze industrie hier behouden. Op het overige deel van Bargermeer is industrie toegestaan, waarvan de zwaarte via het principe van inwaartse zonering in het verleden is afgestemd op de omliggende woningen.

Belangrijke installaties (zoals het NAM GZI terrein) zijn eveneens al tientallen jaren aanwezig en deze mogelijkheden willen gemeente en provincie blijven behouden. Het terrein is al voor een groot deel ingevuld met bedrijven. Deze bedrijven moeten ontwikkelingsmogelijkheden houden. En op nog lege kavels moet nieuwe industrie mogelijk zijn. Via toekomst- en reserveringsgeluidsbronnen moet deze ruimte worden geborgd en dat gebeurt in dit plan ook. 2. Bij het (opnieuw) vaststellen van het bestemmingsplan Bargermeer in 1997 is tussen de Oosterwijk WZ en de Bladderswijk OZ een strook recyclingbedrijven opgenomen. Autodemontage- en metaalverwerkende bedrijven in het noordwestelijk deel daarvan waren hier grotendeels al aanwezig, de rest van deze strook is inmiddels ook voor een belangrijk deel ingevuld. Enerzijds is de milieucategorie van dergelijke bedrijven hoger dan op basis van de afstand tot woningen gewenst is. Daar staat tegenover dat langs de Bladderswijk slechts een beperkt aantal woningen aanwezig is. Reeds in 1987 bij de

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Facetbestemmingsplan Geluidzonering Bedrijventerrein Emmen, Bargermeer (vastgesteld)

zonering bleek dat bij een deel van deze woningen niet voldaan werd aan de voorkeurswaarde van 55 dB(A). In 1997 bij de sanering bleek dat de geluidbelasting bij een deel van de woningen niet verder teruggedrongen kon worden dan 58 dB(A). In de afgelopen jaren is bij vergunningverlening (inclusief acceptatie van Abm meldingen) gebleken dat, hoewel nadrukkelijk is ingezet op geluidreducerende maatregelen bij bedrijven het niet mogelijk was om de geluidbelasting van het terrein binnen deze grenzen te houden. Om de recyclingbedrijven niet op slot te zetten, dan wel de bestaande recyclingbedrijven het mogelijk te maken het bedrijf te continueren, blijkt een grotere geluidruimte noodzakelijk. Deze geluidsruimte wordt toebedeeld en begrensd. Voor omwonenden houdt dit in dat de geluidsbelasting niet verder kan toenemen. 3. De voor het terrein Bargermeer beschikbare geluidsruimte in en rond Oranjedorp is bij de zonevaststelling in 1987 feitelijk te klein vastgesteld. Er is destijds, ten onrechte, alleen rekening gehouden met de aanwezige vergunde bedrijven, waaronder met name het NAM GZI terrein. Deze ruimte past dus niet bij de toegelaten bedrijfsbestemmingen die het bestemmingsplan Bargermeer in 1997 mogelijk maakte.

Hoewel bij dat bestemmingsplan nadrukkelijk het principe van inwaartse zonering is toegepast, veroorzaken de bedrijven op korte afstand toch een relevante geluidsbijdrage op omliggende woningen. Met de actualisatie van de geluidzone wordt de geluidsbelasting vastgelegd en onder controle gesteld. Deze geluidsruimte wordt nu toebedeeld en begrensd. Voor omwonenden houdt dit in dat de geluidsbelasting niet verder kan toenemen en dat er middelen beschikbaar komen om indien nodig de woningen te isoleren en geluidsoverlast zo veel als mogelijk te beperken. Dit in lijn met de wettelijke normen die hiervoor gelden. Mogelijkheden geluidreductie De belangrijkste manier om de geluidbelasting te beperken is: afstand houden. Daarom is al bij de vaststelling van het bestemmingsplan Bargermeer 1997 het principe van inwaartse zonering toegepast: hoe kleiner de afstand tot woningen, hoe minder zware (en lawaaiige) bedrijvigheid is toegestaan. Sinds ca. 2010 is hieraan nog meer invulling gegeven, door aanvullend (ambtelijk) een inwaartse geluidzonering op te stellen en aanvragen hiermee te vergelijken. Datzelfde principe wordt via de toekenning van kavelruimte opnieuw toegepast. De tweede manier om de geluidbelasting te beperken is niet onnodig, meer nog: zuinig uitgeven van geluidruimte is noodzakelijk om alle bedrijven en nieuwkomers voldoende geluidruimte te geven.

Hieraan wordt in dit bestemmingsplan op drie manieren invulling gegeven: Op het GETEC Park zijn hoofdzakelijk continubedrijven gesitueerd. Het geluidsniveau in de dag- en avondperiode van deze bedrijven is dan ook nauwelijks hoger dan in de nachtperiode. De toegekende toekomstruimte is op deze kavels in de avondperiode dan ook gelijk gesteld aan die in de nacht en in de dagperiode 3 dB hoger (vergelijk: in de toegestane normering via de etmaalwaarde is het geluidsniveau in de dag- en avondperiode 10 respectievelijk 5 dB hoger dan de nachtperiode). Op deze manier wordt het onnodig uitgeven van geluidruimte in dag- en avondperiode voorkomen. Zoals boven uiteengezet is voor de activiteiten van de recyclingbedrijven in de dagperiode een grotere geluidruimte noodzakelijk. In de avond- en nachtperiode is een grotere geluidruimte echter niet noodzakelijk. Bij het vaststellen van de toekomstruimte van de betreffende kavels wordt hiermee nadrukkelijk rekening gehouden door de beschikbare ruimte op deze kavels in de avond- en nachtperiode met 5 dB te beperken. De totale geluidbelasting op de hoogst belaste woningen aan de Bladderswijk in de avond- en nachtperiode zal dan ook niet toenemen ten opzichte van wat er nu al is toegestaan. Bij vergunningverlening en het accepteren van Abm-meldingen hebben provincie en gemeente telkens nadrukkelijk de mogelijkheden van redelijkerwijs haalbare

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Facetbestemmingsplan Geluidzonering Bedrijventerrein Emmen, Bargermeer (vastgesteld)

geluidsbeperkende maatregelen bezien, met de bedrijven besproken en waar nodig en mogelijk ook bij besluit afgedwongen. Sinds ca. 2010 fungeerde hierbij als hulpmiddel de (ambtelijk) opgestelde inwaartse geluidzonering. Aangevraagde geluidruimte werd hiermee vergeleken. Via het vooroverleg met de bedrijven werd zo mogelijk via maatregelen volgens het principe van beste beschikbare technieken de aangevraagde ruimte tot deze kavelruimte beperkt. In het vast te stellen geluidverdeelplan is de voor elke kavel beschikbare geluidruimte verdeeld in een bij recht beschikbare ruimte (het kavelbudget) en een reserve. Wanneer een bedrijf meer geluidruimte nodig heeft dan het kavelbudget, moet eerst worden aangetoond dat dat noodzakelijk is en niet voorkomen kan worden door het treffen van redelijkerwijs te treffen geluidbeperkende maatregelen volgens de beste beschikbare technieken. Op deze manier krijgt het bevoegd gezag de mogelijkheid te sturen in en zuinig om te gaan met de uitgifte van geluidruimte. 3.4.2

Cumulatie

Op grond van artikel 110a, zesde lid, van de Wet geluidhinder, stellen burgemeester en wethouders alleen hogere waarden vast voor zover de gecumuleerde geluidbelastingen niet leiden tot een naar hun oordeel onaanvaardbare geluidbelasting. Met dit artikellid is beoogd een onaanvaardbare cumulatie als gevolg van bijvoorbeeld industrielawaai en weg- of railverkeerslawaai te voorkomen. De Wet geluidhinder spreekt zich echter niet uit wanneer er sprake zou zijn van een onaanvaardbare geluidbelasting. De cumulatieve geluidbelasting wordt bepaald door het geluid van het industrieterrein, het wegverkeersgeluid en het railverkeersgeluid. Wegverkeersgeluid Er zijn berekeningen uitgevoerd van het wegverkeersgeluid. Hierbij is gebruik gemaakt van het via de RUD Drenthe op 16 februari 2022 ontvangen akoestisch rekenmodel. Daarin zijn naar het lijkt alle gemeentelijke, provinciale en rijkswegen opgenomen. Dit geluidmodel is door gemeente en/of RUD opgesteld op basis van een verkeersmodel en wordt door de gemeente en de RUD normaliter gebruikt voor het berekenen van het wegverkeersgeluid binnen de gemeentegrenzen. Uitgegaan is van het model voor de situatie 2030. De verkeerscijfers zijn conform opgave van de RUD Drenthe verhoogd met twee maal 2% per jaar tot het jaar 2032 (verhoging 0,17 dB).

De berekeningen van het wegverkeerslawaai zijn uitgevoerd conform het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. Er is gebruik gemaakt van het wegverkeersgeluidrekenprogramma Geomilieu versie 2021. Railverkeersgeluid De verkeersgegevens van de spoorlijn Emmen-Zwolle zijn afkomstig uit het geluidregister van het ministerie van Infrastructuur en Milieu. De gegevens zijn opgehaald op 1 maart 2022. Voor de berekeningen van het railverkeerslawaai zijn de gegevens ongewijzigd overgenomen uit het geluidregister. De berekeningen zijn uitgevoerd conform het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. Er is gebruik gemaakt van het railverkeersgeluidrekenprogramma Geomilieu versie 2021. Berekening cumulatieve geluidbelasting De rekenmethode cumulatieve geluidbelasting uit het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 geeft aan dat voor een eerste indruk van de aanvaardbaarheid de cumulatieve belasting (in dit geval dus LILcum) kan worden vergeleken met de voor die bronsoort van toepassing zijnde normering. Ook is het volgens de methode goed om aandacht te schenken aan het aantal woningen dat met een hoge cumulatieve belasting worden geconfronteerd, de vraag of één dan wel meer gevels hoog belast zijn en de mogelijkheid om de cumulatieve geluidbelasting

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Facetbestemmingsplan Geluidzonering Bedrijventerrein Emmen, Bargermeer (vastgesteld)

te verlagen door de geluidbelasting vanwege de bron waarvoor het onderzoek is ingesteld (verder) te verlagen, in dit geval dus het industriegeluid. Voor 62 woningen is de gecumuleerde belasting lager of gelijk aan de op grond van artikel 45 en artikel 55 van de Wet geluidhinder maximaal toelaatbare geluidbelasting van 60 dB(A) voor industrieterreinen en de op grond van artikel 83 maximaal toegelaten geluidbelasting van 63 dB voor wegverkeerslawaai. Er is in deze situaties daarom naar oordeel van burgemeester en wethouders sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en een goede ruimtelijke ordening. Voor zes van de woningen is de gecumuleerde belasting hoger dan 60 dB(A). Verlaging van de industriegeluidbelasting is redelijkerwijs niet mogelijk. De hoogste belastingen van weg en industrie vallen in op de voorgevel, de achtergevel is geluidluw, dat wil zeggen niet hoger dan de voorkeurswaarde. De cumulatieve geluidbelasting is niet onaanvaardbaar. In deze situaties is er daarom naar oordeel van burgemeester en wethouders evenmin sprake van een onaanvaardbaar woonklimaat. 3.4.3

Conclusie hogere waarden

Hierboven zijn de mogelijke maatregelen beschreven om de geluidsemissie te beperken. Per maatregel is aangegeven in hoeverre die in deze situatie wel of niet toepasbaar is. De mogelijke maatregelen zijn onvoldoende doeltreffend om de geluidsbelasting te reduceren tot de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A), een aantal woningen gaat dan ook een hogere geluidsbelasting ondervinden. Voor het college is dat de aanleiding om voor die woningen hogere waarden vast te stellen, overeenkomstig Bijlage 3 Ontwerpbesluit Hogere Grenswaarde en het definitieve besluit als Bijlag .... Besluit Hogere Grenswaarde. Van de 68 woningen liggen 20 al in de geluidzone en 48 komen in de zone te liggen. Van 46 woningen wordt een geluidsbelasting van 55 dB(A) niet overschreden. Van 22 woningen bedraagt de hogere waarde meer dan 55 dB(A) en zal dus een gevelweringsonderzoek nodig zijn. Er zijn geen zienswijzen ingediend over het Besluit Hogere Grenswaarden op zichzelf, wel over de ontwerpversie van dit bestemminsplan. Verwezen wordt naar bijlage ... Nota beantwoording zienswijzen. Het besluit Hogere Grenswaarden kan ongewijzigd worden verleend. Gelet op bovenstaande wordt geconcludeerd dat, na gebruikmaking van de wettelijke mogelijkheid tot het vaststellen van hogere waarden voor industrielawaai, ter plaatse van de woningen binnen de geluidzone sprake is van een aanvaardbare geluidsituatie.

Er is geen sprake van strijdigheid met de uitgangspunten voor een goede ruimtelijke ordening. Uit het onderzoek kunnen de volgende conclusies worden getrokken. 1. In het grootste deel van de zone wordt voldaan aan de geldende grenswaarden. 2. Voor wat betreft het gebied noordelijk van de Rondweg: De geluidzone kan worden verkleind. Op 7 woningen aan de noordzijde van het terrein moet de geldende grenswaarde marginaal (met 1 dB) worden verhoogd. Hierop is in de loop van de tijd een kleine toename van de geluidbelasting ontstaan. Het aantal woningen waarvoor de grenswaarde moet worden verhoogd, is marginaal ten opzichte van het grote aantal woningen dat in de zone ligt. 3. Voor wat betreft het gebied zuidelijk van de Rondweg: Aan de oost- en westzijde kan de zone in grote lijnen ongewijzigd blijven. Op in totaal 13 woningen moet de geldende grenswaarde worden verhoogd. Dit geldt voor 1 woning aan de Oevermansweg. Dit geldt voor 5 woningen aan of nabij het Oranjekanaal ZZ. Hier is in de loop van de tijd een kleine toename van de geluidbelasting ontstaan, de ruimte bij deze op zeer korte afstand van het industrieterrein gelegen woningen blijkt eerder te krap te zijn vastgesteld. Dit geldt voor 7 woningen aan de Bladderswijk WZ. Dit wordt vooral veroorzaakt door de

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Facetbestemmingsplan Geluidzonering Bedrijventerrein Emmen, Bargermeer (vastgesteld)

hier gevestigde recyclingbedrijven. Aan de zuidzijde moet de zone worden vergroot. Er komen hierdoor nog 37 woningen in Oranjedorp en 11 in Nieuw-Dordrecht binnen de zone te liggen en voor deze 48 woningen moet een hogere waarde worden vastgesteld. Dit alles heeft te maken met het feit dat bij de vaststelling van de geluidzone in 1987 het industrieterrein aan de zuidzijde nog grotendeels leeg was en er destijds geen of onvoldoende rekening is gehouden met de nog te vestigen bedrijven. In totaal moet dus voor 68 woningen een hogere waarde worden vastgesteld. De betreffende woningen zijn in het onderzoeksrapport Bijlage 1 Onderzoek industrielawaai Wet geluidhinder Bargermeer aangeduid. De vast te stellen hogere waarden voldoen aan de voorwaarden die de Wet geluidhinder hiervoor stelt. Een van de voorwaarden is dat er gezorgd moet worden dat de geluidbelasting in de geluidgevoelige ruimten van deze woningen voldoet aan de wettelijke binnengrenswaarde van 35 dB(A). Aangezien er van uitgegaan mag worden dat goed onderhouden woningen een gevelwering hebben van ten minste 20 dB(A), moet bij 22 woningen waarvoor een grenswaarde van méér dan 55 dB(A) zal worden vastgesteld, worden onderzocht of aan deze eis wordt voldaan en moeten daartoe zo nodig maatregelen aan de gevel worden getroffen.

Voor dit onderzoek en de te treffen maatregelen moeten financiële middelen worden gegarandeerd op het moment van vaststellen van het bestemmingsplan. Het benodigde budget voor onderzoek, begeleiding en uitvoering van deze maatregelen wordt hiervoor door de gemeente gereserveerd.

3.5

Conclusie geluid

Door de aanpassing en verruiming van de geluidzone rond het bedrijventerrein Bargermeer zit het terrein niet meer op slot, is vergunningverlening weer mogelijk. Bij het verlenen van een milieuvergunning en verwerken van meldingen Activiteitenbesluit voor bedrijven die zich op het bedrijventerrein wensen te vestigen, wordt aan de geluidzone getoetst zodat de maximale belasting niet wordt overschreden. Op deze manier wordt overlast bij de omliggende woningen voorkomen. Daarmee wordt gebruikt gemaakt van het systeem van zonebeheer (verdeling van geluidsruimte). Het systeem zorg voor goed beheer van geluidsruimte, waardoor de bestaande rechten en ontwikkelingsmogelijkheden van bestaande en nieuwe bedrijven worden veilig gesteld. In totaal moet voor 68 woningen een hogere waarde worden vastgesteld. De betreffende woningen zijn in het onderzoeksrapport Bijlage 1 Onderzoek industrielawaai Wet geluidhinder Bargermeer aangeduid en opgenomen in Bijlage 3 Ontwerpbesluit Hogere Grenswaarde dat gelijktijdig met dit bestemmingsplan in procedure is gebracht en het definitieve besluit als Bijlage .... Besluit Hogere Grenswaarde.

3.6

Ecologie

Bij elk ruimtelijk plan dient, met het oog op de natuurbescherming, rekening te worden gehouden met de Wet natuurbescherming. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in gebiedsbescherming en soortenbescherming. Een ruimtelijk plan mag geen significante gevolgen hebben voor een beschermd gebied of een beschermde soort. Omdat in het plangebied alleen de gebiedsaanduiding "Geluidzone-Industrie" wordt opgenomen en in het plangebied geen werkzaamheden plaatsvinden, is uitsluitend ingegaan op gebiedsbescherming en daarmee, indirect, op de bescherming van de in het beschermde gebied voorkomende of in potentie voorkomende soorten. De Wet natuurbescherming (Wnb) is in werking getreden op 1 januari 2017. Deze wet vervangt de volgende drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998 (gebiedsbescherming), de Flora- en faunawet (soortenbescherming) en de Boswet (houtopstanden). De provincie is bij de Wnb het bevoegd gezag voor de toetsing van werkzaamheden en handelingen bij

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Facetbestemmingsplan Geluidzonering Bedrijventerrein Emmen, Bargermeer (vastgesteld)

Natura 2000-gebieden en dier- en plantensoorten. Het Rijk blijft bevoegd gezag bij ruimtelijke ingrepen met grote nationale belangen. Voor gemeenten geldt dat zij het bevoegd gezag zijn voor omgevingsvergunningen. Gebiedsbescherming In de Wnb is de bescherming van specifieke natuurgebieden geregeld. Het betreft de Natura 2000-gebieden, die een internationale bescherming genieten. Plannen en projecten met negatieve effecten op deze gebieden zijn vergunningplichtig. Relevant daarbij is dat de Wnb een externe werking kent. Van externe werking is sprake als activiteiten buiten een Natura 2000-gebied van invloed zijn op de natuurwaarden in een Natura 2000-gebied. Per Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelen voor soorten en vegetatietypen opgesteld. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) -voorheen Ecologische Hoofdstructuur- is een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen belangrijke natuurgebieden in Nederland en vormt de basis voor het natuurbeleid. Ten aanzien van ontwikkelingen binnen het NNN geldt het 'nee, tenzij-principe'. Het NNN is als beleidsdoel opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing, ontwikkeling en bescherming van het NNN.

De begrenzing en ruimtelijke bescherming van het NNN is voor de provincie Drenthe uitgewerkt in de Provinciale Omgevingsvisie en de bijbehorende Provinciale Omgevingsverordening. 3.6.1

Conclusie

Omdat dit bestemmingsplan een beheersplan is dat uitsluitend een geluidzone verandert en geen regels geeft over activiteiten en waarin bovendien geen activiteiten voorkomen die nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt, is er bij de totstandkoming van dit plan geen Ecologisch onderzoek of Quickscan Flora en Fauna of een Aeriusberekening uitgevoerd. Op basis van het akoestisch onderzoek kan gesteld worden dat de maximale geluidbelasting 60 dB(A) bedraagt. Het is met deze geluidbelasting niet te verwachten dat dit geluid op een minimale afstand van 6 kilometer in beschermde Natura 2000-gebieden voor geluid gevoelige soorten verstoord. Er bestaat geen aanleiding voor verder onderzoek en afweging voor het aspect ecologie.

3.7

Milieu

3.7.1

Vormvrije m.e.r.

In het Besluit m.e.r. zijn drempelwaarden opgenomen voor wanneer er een m.e.r. of m.e.r.-beoordeling moet worden uitgevoerd. Sinds de wijziging van het Besluit op 1 april 2011 is een beoordeling van een activiteit die op de D-lijst van het Besluit m.e.r. voorkomt noodzakelijk, ook al ligt de omvang van de activiteit (ver) onder de drempelwaarde. In voorliggend bestemmingsplan Facetbestemmingsplan Geluidzonering Bedrijventerrein Emmen, Bargermeer komen geen activiteiten voor die voorkomen op de D-lijst van het Besluit m.e.r.. Vanwege de afwezigheid van die activiteit(en) hoeft geen vormvrije m.e.r. -beoordeling plaats te vinden. 3.7.2

Bedrijven en milieuzonering

Vanuit milieuhygiënisch oogpunt vergt de bedrijvigheid in het plangebied een goede afstemming met de andere, in de omgeving aanwezige functies. Verwezen wordt naar de Beheersverordening Bargermeer die de toegestane bedrijven regelt. Dit facetbestemmingsplan brengt hier geen wijzigingen in aan en behoudt daarmee zijn rechtskracht. Voor het bepalen welke categorieën bedrijfsactiviteiten toelaatbaar zijn is in het kader van de beheersverordening "Emmen, Bargermeer industrie- en bedrijventerrein" gebruik gemaakt van de VNG-uitgave "Bedrijven en milieuzonering" (van maart 2009).

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Facetbestemmingsplan Geluidzonering Bedrijventerrein Emmen, Bargermeer (vastgesteld)

3.8

Overige haalbaarheidsaspecten

Dit bestemmingsplan voorziet niet in de realisatie van functies die gevoelig zijn vanuit verkeerslawaai, geur, luchtkwaliteit, externe veiligheid of andere milieuaspecten. Ook voorziet dit bestemmingsplan niet in functies die hinder met zich mee kunnen brengen voor gevoelige functies. Verder spelen de aspecten bodem, water, cultuurhistorie, archeologie en verkeer/parkeren geen rol bij deze thematische herziening. De thematische herziening is dan ook niet aan voornoemde haalbaarheidsaspecten getoetst.

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Facetbestemmingsplan Geluidzonering Bedrijventerrein Emmen, Bargermeer (vastgesteld)

Hoofdstuk 4 4.1

Toelichting op de planregels en verbeelding

Algemeen

Het bestemmingsplan bestaat uit de plantoelichting, regels en verbeelding. De regels en de verbeelding vormen het juridisch bindende gedeelte van een bestemmingsplan. De verbeelding en de regels moeten altijd in samenhang worden gebruikt. De plantoelichting is bedoeld om de verbeelding en de regels te verduidelijken en om gemaakte keuzes te verantwoorden aan de hand van ruimtelijk beleid. Tevens dient het nieuwe bestemmingsplan rechtszeker, eenvoudig te begrijpen, goed toepasbaar en handhaafbaar te zijn voor de gebruiker. Met de indeling van het bestemmingsplan zoals de naamgeving van de bestemmingen, opbouw van de regels en de weergave van op de verbeelding wordt aangesloten op landelijk geldende standaarden, onder meer Informatiemodel Ruimtelijke Ordening (IMRO2012) en de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP2012). Thematische herziening Dit bestemmingsplan is een thematische herziening van de in Bijlage 2 Overzicht bestemmingsplannen zonewijziging genoemde bestemmingsplannen. De thematische herziening heeft uitsluitend betrekking op de geluidzone van in verband met de uitbreiding van het gezoneerde industrieterrein. De herziening is thematisch, omdat er voor een specifiek onderwerp een regeling wordt vervangen dan wel wordt aangevuld en voor het overige alle in de bijlage genoemde plannen in stand blijven.

De herziening is dus niet rechtstreeks verwerkt in de onderliggende bestemmingsplannen. Ten aanzien van het onderwerp dat een thematisch bestemmingsplan regelt, komen de regels ten aanzien van dat onderwerp in de onderliggende bestemmingsplannen te vervallen. Dit op grond van de algemene rechtsregel, dat een latere wet boven een eerdere wet gaat. Op de verbeelding van het bestemmingsplan is naast de grens van het plangebied alleen een geluidzone industrie opgenomen. De regeling beperkt zich tot de wijziging van de bestaande geluidzone Voor zover het de gronden betreft waarvoor de geluidzone blijft gelden, verandert er niets of worden de geluidsregels geactualiseerd. Verder zijn op de planregels van dit bestemmingsplan de verbeeldingen van de vigerende bestemmingsplannen van toepassing. Vanwege het feit dat de nieuwe geluidzone zijn eigen loop kent en niet de grenzen volgt van vigerende bestemmingsplannen bestaat de mogelijkheid dat vigerende bestemmingsplannen zowel deels binnen de geluidzone industrie als deels buiten de geluidzone industrie vallen. Om deze reden is er vanaf gezien de lijst met bestemmingsplannen te splitsen. Gevolgen verbeelding en bestemmingsregeling Deze parapluherziening bestaat uit een verbeelding en regels. De regels wijzigen de bepalingen van de betreffende vigerende bestemmingsplannen of vullen de bepalingen op onderdelen aan.

De parapluherziening gaat vergezeld van een plantoelichting. Het conserverende karakter van het bestemmingsplan brengt met zich mee dat nieuwe ontwikkelingen niet in het plan zijn meegenomen. Geluidzone - industrie De gewijzigde en uitgebreide geluidzone heeft voor de betrokken bestemmingsplannen, afhankelijk van de ligging van de plangebieden, de volgende consequenties: de nieuwe zone industrielawaai wordt op de verbeelding, behorende bij deze parapluherziening, opgenomen;

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Facetbestemmingsplan Geluidzonering Bedrijventerrein Emmen, Bargermeer (vastgesteld)

aan de begripsbepalingen van de vigerende bestemmingsplannen wordt het begrip 'geluidzone - industrie' toegevoegd (via deze begripsbepaling wordt de bij deze parapluherziening behorende verbeelding onderdeel van de betrokken bestemmingsplannen); daar waar nodig wordt het volgende toegevoegd: " ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone - industrie' zijn nieuwe geluidgevoelige objecten – als bedoeld in de Wet geluidhinder – toegestaan als de geluidbelasting vanwege het bedrijventerrein 'Bargermeer' op de gevels van deze objecten niet hoger is dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde of een verkregen hogere grenswaarde." Hiermee wordt voorkomen dat nieuwe geluidgevoelige objecten worden opgericht met een geluidbelasting hoger dan 50 dB(A) waarvoor in het verleden geen hogere grenswaarde is vastgesteld; vanwege de wettelijke bepalingen in de Wro en bijbehorende besluiten is tevens overgangsrecht binnen de geluidzone opgenomen.

4.2

Inventarisatie

Voor nieuwe en bestaande percelen is de bronsterkte bepaald. In het navolgende wordt beschreven op welke wijze de bronsterkte van bestaande percelen is bepaald. De onbebouwde gedeelten van het industrieterrein zijn ingevuld met toekomst (geluids)bronnen om geluidsruimte te reserveren voor nieuwe inrichtingen die daar gevestigd kunnen worden conform de bestaande bestemming. Toekomstbronnen hebben steeds betrekking op vrijstralende geluidsbronnen op een hoogte van 5 m met het standaard industrielawaaispectrum. De beheersverordening "Emmen, Bargermeer industrie- en bedrijventerrein" voorziet in een indeling in bedrijfscategorieën volgens de VNG uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’ uit 1999. Hierin worden bedrijven beoordeeld op basis van de aspecten geur, stof, geluid en gevaar. Voor ieder aspect wordt per type bedrijf een minimale afstand tot woonbebouwing aangegeven. De hoogste vereiste afstand is bepalend voor de bedrijfscategorie. De volgende akoestische invulling is gehanteerd: Categorie 1: 50 dB(A) (etmaalwaarde) per m 2 ; Categorie 2: 55 dB(A) (etmaalwaarde) per m 2 ; Categorie 3: 60 dB(A) (etmaalwaarde) per m 2 ; Categorie 4: 65 dB(A) (etmaalwaarde) per m 2 . Per kavel is aan de hand van het oppervlak de bronsterkte van de bijbehorende toekomstbron bepaald. De geluidsuitstraling van de bestaande inrichtingen is gemodelleerd op basis van de vergunde situatie.

Waar mogelijk is gebruikgemaakt van onderliggende vergunningsonderzoeken. Een aantal inrichtingen is relevant geacht voor de geluidsuitstraling van het industrieterrein terwijl geen vergunningsonderzoek beschikbaar is. Van deze inrichtingen zijn de bekende bedrijfsactiviteiten bij de bedrijven geverifieerd en geactualiseerd. Hiertoe zijn geen geluidsmetingen verricht. Geluidsvermogensniveaus voor nieuwe of gewijzigde geluidsbronnen zijn afkomstig uit de geluidsbibliotheek van het NAA. Inrichtingen waarvan geen passend rekenmodel beschikbaar is, worden gemodelleerd op basis van vigerende vergunningen. Voor dergelijke bedrijven is een vervangend geluidsniveauvermogen vastgesteld op basis van de vergunde geluidsniveaus en de bijbehorende plaatsbepaling. Hiervoor is het standaard industrielawaaispectrum aangehouden. Voor inrichtingen die buiten bedrijf zijn en inrichtingen die meldingsplichtig zijn, zijn

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Facetbestemmingsplan Geluidzonering Bedrijventerrein Emmen, Bargermeer (vastgesteld)

vervangende geluidsvermogensniveaus vastgesteld op basis van de onderliggende milieucategorisering volgens de beheersverordening "Emmen, Bargermeer industrie- en bedrijventerrein". Indien voor vervangende geluidsbronnen geen bronhoogte uit de situatie kan worden afgeleid, is deze bepaald op twee derde van de bebouwingshoogte. Met de vastgestelde bronsterkten en de terreingegevens is een rekenmodel opgesteld. Met dit rekenmodel is de geluidsoverdracht van het industrieterrein naar de omgeving berekend.

4.3

Toelichting op de verbeelding

Voor de verbeelding wordt als ondergrond de basiskaart BGT gehanteerd. De ondergrond zal nooit een volledige weergave van de werkelijkheid zijn. De op de verbeelding aangegeven bebouwing moet dan ook als illustratief worden beschouwd. Alle gronden die binnen het plangebied vallen hebben een bestemming en/of aanduiding gekregen op de verbeelding. Deze bestemmingen en aanduidingen hebben slechts juridische betekenis indien in de regels hieraan een betekenis wordt gegeven. De begrenzingen van de bestemmingen volgen zoveel mogelijk geografische, topografische en/of kadastrale grenzen. Daar waar dat niet mogelijk bleek, is gekozen voor een meer praktische benadering. De schaal van de verbeelding kan met behulp van de computer door de gebruiker naar keuze worden ingesteld.

4.4

Toelichting op de regels

De regels zijn een juridische vertaling van het planologische -en ruimtelijk beleid van de gemeente, provincie en het rijk. De regels zijn een juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden en bebouwing, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing en regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bebouwing. Bij het opstellen van de regels is geprobeerd om de regels zo beperkt mogelijk te houden door alleen te regelen wat nodig is. Flexibiliteit Soms is het gewenst om af te wijken van de gestelde regels. Hiervoor zijn in het bestemmingsplan flexibiliteitbepalingen opgenomen om op specifieke situaties in te kunnen spelen. De uitvoering van de flexibiliteitregelingen ligt bij het college van burgemeester en wethouders. Het toepassen van deze regelingen is geen automatisme. Voordat wordt besloten dat van de geldende regels in het bestemmingsplan kan worden afgeweken zal eerst bekeken worden wat de consequenties zijn van de afwijking op de leefomgeving. In het bestemmingsplan zijn diverse flexibiliteitregelingen opgenomen zoals algemene afwijkingsregels. Bij toepassing van een afwijking en / of nadere eisen wordt het beoordelingskader gehanteerd zoals in de onderstaande tabel is weergegeven.

Deze lijst geeft de afwegingscriteria aan die meegewogen moeten worden bij de afweging of een omgevingsvergunning wordt verleend en/ of het toepassen van de nadere eisen. Op deze wijze kunnen interpretatieproblemen worden vermeden en wordt aan gebruikers van de in het plangebied gelegen gronden zoveel mogelijk rechtszekerheid geboden. Het bestemmingsplan biedt mogelijkheden voor het afwijken van de nadere eisen, de uitvoering van deze flexibiliteitsbepalingen zal plaatsvinden via de omgevingsvergunning.

Bij toepassing van een afwijking en/ of nadere eis mag geen onevenredige afbreuk worden gedaan aan de volgende criteria: 1. Woonsituatie:

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Facetbestemmingsplan Geluidzonering Bedrijventerrein Emmen, Bargermeer (vastgesteld)

Ten aanzien van de woonsituatie dient rekening gehouden te worden met het in stand houden en/ of garanderen van een goede woonsituatie, hierbij dient gelet te worden op: i. de verkeersaantrekkende werking en de parkeerbehoefte; ii. overlast door lawaai, stank en/of trillingen; iii. de lichttoetreding/bezonning ten opzichte van (bebouwing op) aangrenzende gronden; iv. het uitzicht; v. de aanwezigheid van voldoende privacy. 2. Straat- en bebouwingsbeeld: In het belang van een verantwoorde, evenwichtige en samenhangende stedenbouwkundige en architectonische inpassing dient aandacht gegeven te worden aan: i. een goede verhouding tussen bouwmassa's en open ruimte, (landschappelijke inpassing); ii. de verhouding tussen de hoogte breedte van gebouwen; iii. gevelbeelden; iv. de samenhang van de bouwvorm met nabij gelegen bebouwing; v. de hoogtedifferentiatie; vi. de situering van gebouwen op het perceel; vii. de geleding van de gebouwen indien de oppervlakte meer dan 1000 meter² bedraagt. 3. Cultuurhistorie i.

cultuurhistorische waarden en archeologische waarden;

4. Verkeersveiligheid Ten waarborging van verkeersveiligheid dient rekening gehouden te worden met: i. verkeersaantrekkende werking, toename van de verkeersintensiteit en de parkeerbehoefte; ii. overlast door lawaai, stank en/of trillingen; iii. benodigde uitzichthoeken van wegen; iv. de aansluiting van in- en uitritten op de openbare weg; v. de gevolgen voor het zicht op de openbare weg en of fiets- en voetpaden; vi. de aanwezigheid van voldoende laad- en losruimte. 5. Sociale veiligheid Ter waarborging en ter voorkoming van een ruimtelijke situatie die onoverzichtelijk, onherkenbaar en niet-sociaal controleerbaar is dient rekening gehouden te worden: i. de mogelijkheden voor de verbetering van toezicht op en de overzichtelijkheid en toegankelijkheid van een sociaal onveilige plek; ii. de mate waarin de toezicht op en de overzichtelijkheid en toegankelijkheid van een openbare ruimte wordt ingeperkt. 6. Brandveiligheid, externe veiligheid en rampenbestrijding Ten aanzien van de brandveiligheid, externe veiligheid en rampenbestrijding dient rekening gehouden te worden met de volgende aspecten: i. aanwezigheid van kwetsbare objecten; ii. de aanwezigheid en routering van vluchtwegen; iii. de bereikbaarheid van de bouwwerken; de beschikbaarheid en bereikbaarheid van adequate blusmiddelen. 7. Milieusituatie:

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Facetbestemmingsplan Geluidzonering Bedrijventerrein Emmen, Bargermeer (vastgesteld)

Ter waarborging en ter voorkoming van een milieukundig ongewenste situatie als gevolg van een ruimtelijke ingreep dient rekening gehouden te worden met: i. de mate van hinder voor de omliggende functies; ii. de gevolgen voor de externe veiligheid; iii. de gevolgen van de aanwezigheid van gevoelige functies voor de hinderlijke functies; iv. de gevolgen voor flora en fauna in relatie met de omgeving; v. de gevolgen voor de bodemkwaliteit; vi. de gevolgen voor de (grond)waterkwaliteit; vii. de situering van gebouwen ten opzichte van het water. 8. Gebruiksmogelijkheden in andere bestemmingen Ter voorkoming van een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en de zich daarop bevindende bouwwerken is het niet toegestaan op enig terrein zodanig te bouwen, dat daardoor op een aangrenzend terrein, waarvan de toestand op dat moment overeenkomt met het plan, een situatie zou ontstaan die niet meer overeenkomt met het plan of waardoor een reeds bestaande afwijking van het plan zou worden vergroot. Figuur 6.1: Beoordelingscriteria afwijkingen en nader eisen

Opzet regels De planregels van dit bestemmingsplan zijn opgedeeld in vier hoofdstukken: Hoofdstuk 1. Inleidende regels; Hoofdstuk 2. Bestemmingsregels; Hoofdstuk 3. Algemene regels; Hoofdstuk 4. Overgangs - en slotregels. De inhoud van de verschillende hoofdstukken wordt als volgt toegelicht: 4.4.1

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

In Hoofdstuk 1 Inleidende regels worden diverse begrippen welke in de planregels worden gehanteerd nader verklaard. Dit om mogelijke interpretatieproblemen te voorkomen. Daarnaast wordt aangegeven op welke wijze bepaalde afmetingen dienen te worden gemeten.

Artikel 1 Begrippen De begripsbepalingen in artikel 1 zijn noodzakelijk bij de interpretatie van de regels. In dit artikel worden de begrippen gedefinieerd, die in de regels worden gehanteerd. De begrippen die hierin zijn opgenomen zijn terug te vinden in de bestemmingsbepalingen. Bij de toetsing aan het bestemmingsplan wordt uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis. Voor zover geen begrippen zijn gedefinieerd wordt aangesloten bij het normaal spraakgebruik. Met uitzondering van de eerste twee begrippen (plan en bestemmingsplan) zijn de begrippen alfabetisch gerangschikt. De begrippen zijn zoveel mogelijk gebaseerd op vaste jurisprudentie. In de loop der tijd hebben de meeste begrippen zich ontwikkeld tot een standaard, waarvan ook in dit bestemmingsplan gebruik is gemaakt.

Artikel 2 Wijze van meten

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Facetbestemmingsplan Geluidzonering Bedrijventerrein Emmen, Bargermeer (vastgesteld)

De bepalingen over de wijze van meten zijn in artikel 2 opgenomen. Dit artikel geeft aan hoe de hoogte- en andere maten die bij het bouwen in acht genomen dienen te worden, gemeten moeten worden. 4.4.2

Hoofdstuk 2 bestemmingsregels

In Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels worden artikelsgewijs de op de verbeelding aangegeven bestemmingen omschreven en wordt toegelicht op welke wijze de gronden en opstallen gebruikt mogen worden. Behalve bestemmingen en dubbelbestemmingen zijn binnen het bestemmingsplan aanduidingen te onderscheiden. Deze aanduidingen bevatten specificaties van bestemmingen en dubbelbestemmingen met betrekking tot gebruik of bouwen. De regels van de bestemmingsplannen worden op de volgende wijze aangevuld, dan wel gewijzigd. a. De op de plankaart aangegeven gronden met de aanduiding geluidzone industrie zijn, naast het bepaalde in de andere voor deze gronden aangewezen bestemmingen (basisbestemmingen), bestemd voor het tegengaan van een te hoge geluidsbelasting van geluidsgevoelige bebouwing vanwege het bedrijventerrein Bargermeer. b. Voorzover de gronden zijn gelegen binnen de op de verbeelding aangegeven aanduiding geluidzone industrie is het realiseren van geluidsgevoelige objecten niet toegestaan. c. Voorzover de gronden zijn gelegen binnen de op de verbeelding aangegeven verbeelding geluidzone industrie opgeheven, vervallen eventuele beperkingen ten aanzien van het bouwen en het gebruik die met het oog op de geluidzone in de genoemde bestemmingsplannen zijn gesteld. d.

Burgemeester en wethouders kunnen, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: de aanwezige geluidsruimte voor de bedrijventerreinen; de geluidsbelasting vanwege de bedrijventerreinen op de geluidgevoelige objecten niet hoger zal zijn dan de daarvoor op grond van de Wet geluidhinder geldende voorkeursgrenswaarde, dan wel een verkregen hogere grenswaarde; vrijstelling verlenen van het bepaalde in lid b ten einde ingevolge de basisbestemming toegelaten geluidsgevoelige objecten te kunnen bouwen of gebruiken. e. Burgemeester en wethouders kunnen, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; de milieusituatie; de woonsituatie; het plan wijzigen in die zin dat de ‘geluidzone - industrie’ wordt verkleind. Op de voorbereiding van het besluit tot wijziging is de in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht geregelde procedure van toepassing. 4.4.3

Hoofdstuk 3 Algemene regels

Hoofdstuk 3 van de regels bevat bepalingen die van toepassing zijn op meerdere bestemmingen, zodat het uit praktische overwegingen de voorkeur verdient deze in afzonderlijke artikelen onder te brengen.

Artikel 3 Algemene aanduidingsregels

3.1 Geluidzone - industrie In dit artikel wordt de relatie met de geldende bestemmingsplannen vastgelegd als ook dat de

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Facetbestemmingsplan Geluidzonering Bedrijventerrein Emmen, Bargermeer (vastgesteld)

geluidscontour die op de verbeelding van dit bestemmingsplan is opgenomen wordt toegevoegd aan de genoemde bestemmingsplannen en daarbij behorende en van toepassing zijnde planregels. Voor het overige blijven de planregels en de verbeelding(en) voor de gronden gelegen in de genoemde geldende bestemmingsplannen van toepassing met uitzondering van het overgangsrecht. De aanduiding Geluidzone - industrie is een geluidzone afkomstig van het bedrijventerrein Bargermeer. De aanduiding is bedoeld om te voorkomen dat binnen de geluidzone van het terrein nieuwe geluidgevoelige bebouwing wordt gerealiseerd of dat bestaande geluidgevoelige bebouwing wordt uitgebreid en daardoor een te hoge geluidbelasting optreedt. Voor eventuele realisatie van nieuwe geluidgevoelige bebouwing en of uitbreidingen van bestaande geluidgevoelige bebouwing zal vooraf eerst bekeken moeten worden of realisatie of uitbreiding mogelijk is binnen de gestelde geluidswaarden dan wel of het mogelijk is om een hogere grenswaarde geluid vast te stellen. Indien om een of andere reden het industrieterrein niet meer zoneplichtig is, kan deze aanduiding van de verbeelding worden verwijderd middels een hiertoe opgenomen wijzigingsbevoegdheid.

3.2 Milieuzone - geluidsgevoelige functie In dit artikel wordt de afstemming met de geldende onderliggende bestemmingsplannen zoals benoemd in Bijlage 2 Overzicht bestemmingsplannen zonewijziging geregeld. 4.4.4

Hoofdstuk 4 overgangs- en slotregels

Het laatste hoofdstuk Overgangs- en slotregels bevat in artikel 4 het overgangsrecht, zoals beschreven in het besluit Ruimtelijke Ordening. Artikel 5 is de slotregel. In dit artikel wordt aangegeven op welke wijze de regels van het bestemmingsplan kunnen worden aangehaald. In dit geval kunnen de regels van het bestemmingsplan aangehaald worden als regels van het bestemmingsplan Facetbestemmingsplan Geluidzonering Bedrijventerrein Emmen, Bargermeer".

4.5

Handhaving

In dit bestemmingsplan heeft actueel beleid zijn doorwerking in de regels gekregen. Hierdoor is het juridisch kader van het bestemmingsplan voor gemeente als publiek beter toepasbaar geworden. Van de gemeente mag verwacht worden dat opgetreden wordt als de regels van het bestemmingsplan niet worden nageleefd. Bestemmingsplannen zijn immers bindend voor overheid en publiek ter bescherming van een goede ruimtelijke kwaliteit en een veilige leefomgeving. Het college van de gemeente Emmen heeft het beleidsplan Vergunningverlening Toezicht en Handhaving (VTH) vastgesteld. Dit beleidsplan VTH beschrijft de visie en ambitie op het terrein van de gemeentelijke VTH-taken, waaronder ook valt het toepassen en naleven van de regels in het bestemmingsplan. Daarnaast geeft het beleidsplan VTH invulling aan de wettelijke plicht om vastgesteld VTH-beleid te hebben. Voor wat betreft handhaving kan de gemeente onmogelijk continu alles controleren. De gemeente vertrouwt erop dat inwoners en bedrijven de regels naleven en zij er alles aan doen om risico's en nadelige effecten voor de maatschappij te voorkomen. Risico's bepalen de inzet van de beschikbare capaciteit. Op basis van kennis en ervaring is vastgesteld welke bedrijfscategorieën en activiteiten het grootste risico vormen voor fysieke veiligheid, leefbaarheid, volksgezondheid, milieu en imago.

Deze uitgangspunten zijn gebruikt bij het opstellen van dit bestemmingsplan en worden ook toegepast bij de naleving van de regels van het bestemmingsplan.

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Facetbestemmingsplan Geluidzonering Bedrijventerrein Emmen, Bargermeer (vastgesteld)

Hoofdstuk 5

Maatschappelijke betrokkenheid

5.1

Overleg ex. artikel 3.1.1 Bro en zienswijzen

5.1.1

Informatiebijeenkomst

Voor een goed verloop van de communicatie tussen de bewoners van rondom industrieterrein Bargermeer gelegen dorpen en wijken over het Facetbestemmingsplan Geluidzonering Bedrijventerrein Emmen, Bargermeer is contact gezocht met het bestuur van de erkende overleg partners rondom industrieterrein Bargermeer en is op 23 november 2023 voor hen een informatieavond georganiseerd om tekst en uitleg te geven bij dit facetbestemmingsplan en bij de gelijktijdig in procedure gebrachte Facetbestemmingsplan Geluidverdeelplan Bedrijventerrein Emmen, Bargermeer met identificatienummer NL.IMRO.0114.2023035-B501. 5.1.2

Overleg

Het college heeft het bestemmingsplan Facetbestemmingsplan Geluidzonering Bedrijventerrein Emmen, Bargermeer vrijgegeven voor overleg artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het plan is in vooroverleg voorgelegd aan de RUD, VRD, Provincie Drenthe, de omliggende EOP's (Angelslo, Bargeres, Bargermeer/Meerveld, Centrum Emmen, Nieuw-Dordrecht, Oranjedorp, Zuidbarge, Barger-Oosterveld en Noordbarge)en Ondernemend Emmen. Zowel de provincie als de VRD gaven aan geen opmerkingen te hebben over het concept-ontwerp. De RUD Drenthe onderschrijft dat in het geluidzoneringsonderzoek is nagegaan waar de (vergunde) geluidruimte van bedrijven en kavels kan worden beperkt. De RUD onderkent ook dat uit het onderzoek blijkt dat hiermee niet alle knelpunten worden opgelost; dit zou de aanwezige en gewenste bedrijvigheid op Bargermeer onmogelijk maken. Voor een aantal woningen zal daarom een hogere waarde voor de geluidbelasting van het industrieterrein moeten worden vastgesteld en moet de zone aan de zuidzijde worden vergroot. Daarentegen kan de zone aan de noordzijde enigszins worden verkleind. De RUD adviseert in de toelichting alleen de aanleiding, het doel en de conclusie te vermelden, en voor de inhoud (uitgangspunten en uitkomsten) naar de betreffende onderzoeken te verwijzen. Hiermee wordt voorkomen dat er door andere bewoording verschillen in interpretatie ontstaan.

5.2

Zienswijzen op het ontwerpbestemmingsplan

Vanaf 15 december 2023 heeft het ontwerp van het Facetbestemmingsplan voor eenieder ter inzage gelegen. Tegen het Facetbestemmingsplan Geluidzonering Bedrijventerrein Emmen, Bargermeer zijn zienswijzen ingediend. De zienswijzen hebben geen aanleiding gegeven tot het aanpassen van het ontwerpbestemmingsplan.Er zijn geen zienswijzen ingediend over het Besluit Hogere Grenswaarden, wel over de ontwerpversie van dit bestemmingsplan. Verwezen wordt naar bijlage ... Nota beantwoording zienswijzen. Het besluit Hogere Grenswaarden kan ongewijzigd worden verleend. Het bestemmingsplan is ongewijzigd vastgesteld op ....

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Facetbestemmingsplan Geluidzonering Bedrijventerrein Emmen, Bargermeer (vastgesteld)

Hoofdstuk 6

Economische uitvoerbaarheid

Per 1 juli 2008 is de Wet ruimtelijke ordening in werking getreden. Afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening verplicht de gemeente tot het verhalen van kosten bij grondexploitatie via een exploitatieplan, tenzij kostenverhaal anderszins is verzekerd. De toepassing voor het afdwingbare kostenverhaal richt zich op bouwplannen. De definitie van wat onder een bouwplan wordt verstaan, is opgenomen in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het opstellen van een exploitatieplan voor de ontwikkeling van het onderhavige bestemmingsplan is niet nodig, nu geen bouwplan wordt mogelijk gemaakt waarvoor exploitatiekosten moeten worden verhaald. De kosten die met dit bestemmingspan zijn gemoeid komen voor rekening van de gemeente. Naast de kosten voor het opstellen van het bestemmingsplan betreffen dit de kosten voor het treffen van maatregelen in verband met de vast te stellen hogere waarden. De gemeente reserveert hiervoor bij (of voorafgaand aan) vaststelling van het facetbestemmingsplan voldoende middelen, in lijn met wettelijke verplichtingen. De kosten van het maken van het voorliggend bestemmingsplan worden in dit geval in zijn geheel gedekt uit het door de gemeenteraad beschikbaar gestelde gelden voor het actualisering van bestemmingsplannen. Het kostenverhaal is dus anderszins verzekerd, waardoor vaststelling van een exploitatieplan niet nodig is.

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Facetbestemmingsplan Geluidzonering Bedrijventerrein Emmen, Bargermeer (vastgesteld)

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Facetbestemmingsplan Geluidzonering Bedrijventerrein Emmen, Bargermeer (vastgesteld)

Bijlagen bij de toelichting

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Facetbestemmingsplan Geluidzonering Bedrijventerrein Emmen, Bargermeer (vastgesteld)

Bijlage 1 Onderzoek industrielawaai Wet geluidhinder Bargermeer

FACETBESTEMMINGSPLAN GELUIDZONE INDUSTRIETERREIN BARGERMEER EMMEN Onderzoek industrielawaai Wet geluidhinder

FACETBESTEMMINGSPLAN GELUIDZONE INDUSTRIETERREIN BARGERMEER EMMEN Onderzoek industrielawaai Wet geluidhinder

Noorderstaete 26 9402 XB Assen

Opdrachtgever

Gemeente Emmen Raadhuisplein 1 7811 AP Emmen

Contactpersoon

de heer B. Derksen

Via

RUD Drenthe Westerbrink 1 9405 BJ Assen

Contactpersoon

de heer C.N. de Boer

Uitgevoerd door

Noordelijk Akoestisch Adviesburo BV

Behandeld door

J.P. Dwarshuis

Datum

17 april 2023

Kenmerk

6365-BP/NAA/jd/ft/8

(0592) Postbus 340339 630 naa@naa.nl 9400 AH Assen www.naa.nl

(0592) 340 630 naa@naa.nl www.naa.nl

iban btw kvk

NL41 RABO 0382 8383 35 NL006719028B01 04029676

INHOUDSOPGAVE 1

Inleiding ..................................................................................................................................................................... 5

2

Situatie industrieterrein............................................................................................................................................ 6 2.1 Ligging 6 2.2 Het terrein 7

3

Wettelijke kaders beoordeling geluidsniveaus ........................................................................................................ 8

4

Geldende wettelijke geluidruimte .......................................................................................................................... 10 4.1 Zonevaststelling 10 4.2 Ontwikkelingen na de zonevaststelling 11 4.3 Geldend regime industrieterrein 11

5

Uitgangspunten geluidberekeningen..................................................................................................................... 12 5.1 Uitgangspunten geluidsemissie 12 5.2 Overige uitgangspunten en invoergegevens geluidrekenmodel 15

6

Resultaten ............................................................................................................................................................... 17 6.1 Inleiding 17 6.2 Zonegrens 17 6.3 Woningen noordzijde Rondweg 18 6.4 Woningen zuidzijde Rondweg 19

7

Beoordeling voorgestelde hogere waarden ........................................................................................................... 21 7.1 Inleiding 21 7.2 Wettelijke voorwaarden 21 7.2.1 Geluidreductie niet mogelijk 21 7.2.2 Ten hoogste vast te stellen grenswaarde 23 7.2.3 Aanvaardbaarheid cumulatieve geluidbelasting 24 7.2.4 Grenswaarde geluidbelasting in gevoelige ruimten 26 7.3 Voorwaarden beleidsregel Emmen 27

8

Conclusies ............................................................................................................................................................... 28

17 april 2023 | 6365-BP/NAA/jd/8

.

Blad 3 van 28

BIJLAGEN 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15

Situatie Tekst relevante artikelen Wet geluidhinder Besluiten zonevaststelling MTG-besluit Administratieve gegevens bedrijven Kaart basisgeluidruimte per kavel Invoergegevens beoordelingspunten bestemmingsplanmodel Invoergegevens contourrekenpunten bestemmingsplanmodel Berekende 50 dB(A) geluidbelastingcontour op 5 m hoogte en zonevoorstel Berekende geluidbelasting op de beoordelingspunten Grafische weergaven wegverkeerslawaaimodel Berekende geluidbelasting wegverkeer Grafische weergaven railverkeerslawaaimodel Berekende geluidbelasting railverkeer Gegevens woningen waarvoor hogere waarden worden vastgesteld of verhoogd

17 april 2023 | 6365-BP/NAA/jd/8

.

Blad 4 van 28

BIJLAGE 12 - BEREKENDE GELUIDBELASTING WEGVERKEER 12

1

INLEIDING

BEREKENDE GELUIDBELASTING WEGVERKEER

In opdracht van de gemeente Emmen is met het oog op de vaststelling van het “Facetbestemmingsplan Geluidzone Bargermeer” (hierna: het FBG Bargermeer) een akoestisch onderzoek industriegeluid uitgevoerd. Rond het industrieterrein Bargermeer is op grond van hoofdstuk V van de Wet geluidhinder (Wgh) een zone vastgesteld waarbuiten de geluidbelasting vanwege de terreinen niet meer mag bedragen dan 50 dB(A). Voor woningen binnen de zone zijn daarbij hogere grenswaarden vastgesteld. Deze grenswaarden moeten in acht genomen worden bij het verlenen van omgevingsvergunningen voor milieuinrichtingen op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en bij het vaststellen van maatwerkvoorschriften voor inrichtingen die vallen onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit milieubeheer (Abm). Bij het toetsen van omgevingsvergunningen in de afgelopen jaren is gebleken dat op een aantal woningen binnen de zone deze grenswaarden niet in acht genomen kunnen worden. Daarnaast is aan de zuidzijde de geluidzone te klein. Om het industrieterrein niet “op slot” te zetten heeft de gemeente Emmen op 26 juni 2012 een Geluidreductieplan (GRP) opgesteld. Daarin heeft de gemeente aangegeven op welke manier de gemeente deze knelpunten wil oplossen. Het GRP is in 2017 opnieuw voor vijf jaar verlengd. De gemeente wil nu de knelpunten aanpakken met het vaststellen van het FBG Bargermeer.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Emmen&id=2e8eaa2c-c495-4160-af6d-8361dae2c295