Bijlage 2 - Bestemmingplan Klazienaveen, Kruiwerk (woningbouw) - Toelichting - Bijlagen
Tekst van het document
2
1.2 Beleidskader (KNA 4.1: LS01) Op de archeologische beleidskaart van de gemeente Emmen (niet afgebeeld) ligt het onderzoeksgebied binnen de categorie 'waarde archeologie 4'. Hiervoor geldt dat archeologisch onderzoek nodig is voor plannen met een oppervlak groter dan duizend vierkante meter waarbij bodemingrepen dieper reiken dan dertig centimeter. In Facetbestemmingsplan Emmen Archeologie 2022 heeft het onderzoeksgebied een dubbelbestemming waarde archeologie 4. Hierbij wordt ook als grens voor archeologisch onderzoek een oppervlak van duizend vierkante meter aangehouden. 1.3 Locatie (KNA 4.1: LS01, LS02) In dit rapport wordt onderscheid gemaakt tussen plangebied en onderzoeksgebied. Het plangebied bestaat uit een groter terrein van ongeveer twee hectare waar een nieuwe weg, zestien woningen, een trapveld en enig openbaar groen komen (zie Figuur 2). Het onderzoeksgebied bestaat uit het westelijke eenderde deel. De rest van het plangebied is twee jaar geleden al archeologisch onderzoek (Bongers 2020). Onderzoeksgebied Kruiwerk ligt langs de zuidelijke rand van de bebouwde kom van Klazienaveen (zie Figuur 1). Tijdens het onderzoek bestond het terrein nog uit verwilderd grasland (zie Figuur 3). Volgens informatie van het Kabels en Leidingen InformatieCentrum (KLIC) lopen er kabels door het noordwestelijke deel van het terrein van elektriciteit en dataverkeer.
Figuur 3: Klazienaveen, Kruiwerk: foto genomen in westelijke richting. Rechts op de foto de bomen en struiken van de voormalige boerderijplaats in het noordwesten van het onderzoeksgebied.
3
2. Bureauonderzoek (KNA 4.1: LS06) 2.1 Bronnen Tijdens het bureauonderzoek is de bestaande relevante kennis van het onderzoeksgebied verzameld. De gebruikte bronnen voor het onderzoek staan aan het eind van dit rapport. Eén van de bronnen is ARCHIS 3, het archeologisch registratie- en informatiesysteem van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). Deze databank is toegankelijk voor organisaties die werkzaam zijn in de archeologie. Het bevat een GIS-systeem waarin onder meer een archeologische kaart en aardkundige kaarten geraadpleegd kunnen worden. 2.2 Fysische geografie (KNA 4.1: LS04)
Figuur 4: Klazienaveen, Kruiwerk: hoogtekaart gemaakt met behulp van het Actueel Hoogtebestand Nederland 3 uit 2019. Het onderzoeksgebied is rood omlijnd.
4
Klazienaveen is ontstaan als turfwinningsdorp tijdens de tweede helft van de negentiende eeuw. Door de vervening kwam het onderliggende pleistocene reliëf terug van het zuidelijke uiteinde van de Hondsrug. Het onderzoeksgebied ligt op de oostelijke flank van deze rug (zie Figuur 4). De rug raakte overwoekerd door veenmoeras tussen ongeveer 3850 vC en 2750 vC (zie Figuur 5). Op de geomorfologische kaart (niet afgebeeld) staat het onderzoeksgebied als 'plateau-achtige veenrest'. Op de bodemkaart (niet afgebeeld) staat de noordwestelijke helft van het onderzoeksgebied als 'Veengronden met een veenkoloniaal dek op zand met humuspodzol, beginnend ondieper dan 120 cm' en de zuidoostelijke helft als 'Veengronden met een veenkoloniaal dek op veenmosveen'. Bij het eerdere archeologisch onderzoek oostelijk aansluitend op het huidige onderzoeksgebied bleek de bodem sterk verstoord, waarschijnlijk als gevolg van diepploegen (Bongers 2020).
Figuur 5:
Klazienaveen, Kruiwerk: paleogeografische reconstructies van het zuidwesten van Drenthe omstreeks 3850 vC en 2750 vC. Het onderzoeksgebied ligt in het midden van de cirkel. Oranje is glaciale rug, geel is dekzandgebied, bruin is veenmoeras.
2.3 Archeologie (KNA 4.1: LS04) Binnen een straal van vijfhonderd meter rondom het onderzoeksgebied zijn in ARCHIS twee vondstmeldingen geregistreerd (zie Figuur 6 en Tabel 2). De eerste betreft een hamerbijl uit de periode late bronstijd – midden ijzertijd waarvan de precieze vindplaats niet bekend is (2685080100). De tweede is een stukje houtskool dat bij een archeologisch booronderzoek is aangetroffen maar dat een natuurlijke herkomst kan hebben (2247145100). Vondsten van grotere afstanden rondom het onderzoeksgebied dateren vooral uit de steentijd (zie Tabel 2).
5
Figuur 6: Klazienaveen, Kruiwerk: archeologische waarden rondom het onderzoeksgebied. Gele terreinen zijn in het verleden archeologisch onderzocht, groene stippen zijn vondstlocaties. Binnen het weergegeven kaartbeeld zijn er geen terreinen van de Archeologische MonumentenKaart. Het onderzoeksgebied is rood omlijnd. Bron: Archis3. Tabel 2: Klazienaveen, Kruiwerk: vondsten zoals weergegeven in Figuur 6 zaaknummer
omschrijving
datering
2247145100
houtskool
onbekend
2685080100
hamerbijl, administratief geplaatst
late bronstijd – midden ijzertijd
3027507100
vuursteen: kernsteker en kling
laat paleolithicum
3169963100
twee vuursteenafslagen
paleolithicum – ijzertijd
3028171100
veenlijk
neolithicum – middeleeuwen
4553256100
vuursteenkern
waarschijnlijk mesolithicum
4655162100
geen eenduidig archeologische indicatoren
n.v.t.
2.4 Historische geografie (KNA 4.1: LS03) Klazienaveen is gesticht aan het eind van de negentiende eeuw door de industrieel W.A. Scholten. Hij vernoemde het dorp naar zijn moeder (Berkel en Samposius 1995). Op een topografische kaart uit 1906 is het gebied van het tegenwoordige Klazienaveen nog grotendeels in vervening (zie Figuur 7). Op een kaart uit 1954 staat het onderzoeksgebied als akker met in de noordwestelijke hoek een boerderij. Op een kaart uit 1959 heeft die boerderij plaats gemaakt voor een nieuwe, iets oostelijker gelegen. Op latere kaarten wordt een schuur toegevoegd en verandert de verkaveling, mogelijk als gevolg van vervening 6
gezien de steilranden die op kavelgrenzen worden weergegeven. Op kaarten na 1985 (niet afgebeeld) is de bebouwing verdwenen.
Figuur 7: Klazienaveen, Kruiwerk: topografische kaarten uit de twintigste eeuw. Het onderzoeksgebied is rood omlijnd. 7
2.5 Archeologisch verwachtingsmodel (KNA 4.1: LS05) In het gebied kunnen archeologische waarden aanwezig zijn uit de steentijd. Tijdens latere archeologische periodes lijkt het onderzoeksgebied door overwoekering met veenmoeras niet meer geschikt te zijn geweest voor bewoning. Eventuele archeologische resten kunnen zijn opgenomen in de geroerde bovengrond. Waar een laag restveen ligt zullen eventuele resten onder het veen in de top van het zand liggen. Van een eventuele vindplaats kan onder meer bewerkt vuursteen gevonden. Eventuele archeologische waarden zullen zijn aangetast door onder meer het gebruik als landbouwgrond en voor bebouwing in de tijd dat in de noordelijke helft van het terrein een boerderij stond. Tabel 3: Klazienaveen, Kruiwerk: specificatie archeologische verwachting. datering:
steentijd, maar latere periodes niet uitgesloten
diepteligging:
in top zand, onder eventueel veendek
locatie:
op zandkoppen
complextype:
nederzetting, begraving
omvang:
vanaf enkele meters diameter
gaafheid en conservering:
waarschijnlijk geen organische conservering
uiterlijke kenmerken:
bewerkt vuursteen, scherven aardewerk, houtskool
mogelijke verstoringen:
gebruik als akker, voormalige boerderij
8
3. Veldonderzoek (KNA 4.1: VS05) 3.1 Methoden en technieken (KNA 4.1: VS01) Het veldwerk is uitgevoerd op 30 augustus en 8 september 2022. Op de eerste dag zijn zes verkennende boringen (101-106) gedaan om de opbouw en gaafheid van de bodem vast te stellen (verkennende fase). Op de tweede dag zijn zeven aanvullende boringen (107-113) gedaan en zijn de eerste zes boringen ook nageboord om te zoeken naar archeologische materialen (karterende fase). In totaal zijn dertien boringen gedaan waarmee de gemiddelde boordichtheid twintig boringen per hectare is. De onderlinge afstanden tussen de boringen is ongeveer vijfentwintig meter. De boringen zijn uitgevoerd met een edelmanboor van twaalf centimeter diameter, met uitzondering van boringen 102, 110 en 111 waar de bodem diep geroerd bleek te zijn. Het opgeboorde zand is nat gezeefd op een zeef met mazen van vier millimeter om te zoeken naar archeologische materialen. De boordieptes variëren tussen 100 en 180 centimeter. De opgeboorde monsters zijn laagsgewijs afgesneden in de boorkop om de bodemopbouw te beschrijven. De boringen zijn beschreven volgens de Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode (ASB). De locaties en hoogtes van de boringen zijn bepaald met behulp van een RTK-GPS. De resultaten van de boringen zijn opgenomen in de Appendix in de vorm van boorstaten en laagbeschrijvingen.
Er is geen veldkartering uitgevoerd aangezien de vondstzichtbaarheid slecht was (zie Figuur 3).
Figuur 8: Klazienaveen, Kruiwerk: boorpuntenkaart. Het onderzoeksgebied is zwart omlijnd. Boringen 101 tot en met 113 zijn bij het huidige onderzoek gedaan, de boringen oostelijk van het onderzoeksgebied bij het voorgaande onderzoek (Bongers 2020). De gekleurde lijnen zijn gereconstrueerde hoogtelijnen van de top van het pleistocene zand (hoogtes in cm +NAP). 9
3.2 Resultaten veldwerk (KNA 4.1: VS02, VS03) Alle dertien boringen eindigen in een laag matig fijn, grindarm zand dat is afgezet door de wind tijdens de laatste ijstijd. Het wordt ook wel dekzand genoemd, omdat dit zand het hele landschap bedekte. In Figuur 8 zijn met drie gekleurde lijnen gereconstrueerde hoogtes van de top van dit dekzand weergegeven. Bij boring 109 ligt een dekzandkop met een hoogte die ruim boven 21 meter NAP uitsteekt. In het midden en zuidoosten van het onderzoeksgebied ligt de top van het dekzand meer dan een meter lager. In het noordwesten bij boringen 102, 110 en 111 is geen reconstructie te maken van de top van het dekzand doordat de bodem daar diep is verstoord. In het zand is een podzolbodem gevormd wat erop wijst dat de grond voorafgaand aan de vernatting en veenvorming langdurig droog geweest is. Alleen bij boring 107, waar het zand van alle boringen het laagst ligt, is geen podzolbodem ontstaan. Van het voormalige veenpakket zijn bij zeven van de dertien boringen nog ongeroerde restanten aanwezig (zie Appendix Boorstaten). Bij deze boringen is de top van het onderliggende dekzand dus ook nog gaaf. Bij drie boringen is de bodem geroerd tot in het dekzand, maar is nog wel een restant van de podzolbodem bewaard gebleven. Bij de overige drie boringen (102, 110 en 111) is de bodem zoals gezegd diep verstoord.
Deze verstoring is hoogstwaarschijnlijk geassocieerd met de voormalige bebouwing in het noordwesten van het onderzoeksgebied. Vermoedelijk heeft men daar ontgraven tot in het gele zand om een stevige basis te krijgen voor de bebouwing. Afgezien van de noordwestelijke hoek is de bodem in het onderzoeksgebied in het algemeen goed bewaard gebleven. In het hele gebied is enig zand opgebracht. Vermoedelijk betreft het zand dat afkomstig is van het graven van sloten en is het na de turfwinning over het restveen verspreid waarna het met de top van het restveen is omgeploegd tot een bouwvoor. Bij het voorgaande onderzoek oostelijk van het huidige onderzoeksgebied (zie Figuur 8, boringen 9 tot en met 14) bleek de bodem diep verstoord door diepploegen of iets dergelijks. Daarvan is in het huidige onderzoeksgebied geen sprake. Doordat het zand in het onderzoeksgebied voorafgaand aan de vernatting en veenvorming langdurig droog geweest is, lijkt het een geschikte vestigingsplek te zijn geweest voor mensen tijdens de prehistorie en de steentijd in het bijzonder. Binnen het onderzoeksgebied lijkt de dekzandkop bij boring 109 de droogste plek te zijn geweest, ook toen de lagere delen al aan het vernatten waren en veranderden in veenmoeras.
Doordat de bodem goed bewaard gebleven is kunnen eventueel aanwezige archeologische resten zoals sporen van haardkuilen of paalgaten van boerderijen ook in goede staat verkeren. Het onderzoek heeft twee vondsten opgeleverd (zie Paragraaf 3.3). In het zeefresidu van boring 104 zat een stuk dierlijk bot dat vermoedelijk van een middelgroot dier is zoals een schaap, een geit of een hert. Het bot vertoont een mogelijk snijspoor. Een datering van het bot is niet te geven zonder nader onderzoek. In het zeefresidu van boring 109 zat een scherf handgevormd aardewerk met een magering van grof zand. Een preciezere datering dan neolithicum – middeleeuwen is niet mogelijk door de geringe afmeting en de verweerde staat. Mogelijk is de scherf afkomstig van bewoning op de zandkop voorafgaand aan de vernatting en veenvorming. In dat geval betreft het waarschijnlijk een prehistorische scherf. Mogelijk is de scherf met grond van elders aangevoerd en is de scherf jonger, bijvoorbeeld middeleeuws. Voor beide vondsten is niet duidelijk uit welke laag ze afkomstig zijn, doordat bij het boren voortdurend zand van de opgebracht laag aan het maaiveld het boorgat inzakt. Als het bot of de scherf afkomstig zijn van onder het veen dan zijn waarschijnlijk hiermee geassocieerde archeologische materialen aanwezig in de bodem.
10
3.3 Vondsten (KNA 4.1: VS02, VS03) Tabel 4 laat de vondsten zien die in het veld verzameld zijn. Het stuk dierlijk bot lijkt gezien de afmetingen het langbeen (poot) van een schaap, geit of hert te zijn. Het bot vertoont een mogelijk snijspoor. Het selectievoorstel van J.B. Veenstra MA (senior KNA-archeoloog en -materiaalspecialist, actorregistratienummer 41859613) is om beide vondsten te deponeren bij het Noordelijk Archeologisch Depot te Nuis. De eigenaar van de vondsten, de provincie Drenthe, heeft op 26 september 2022 laten weten dit selectievoorstel over te nemen (P. Verplanke, per e-mail). Tabel 4: Klazienaveen, Kruiwerk: vondsten. nr herkomst
coördinaten
betreft
datering
1
boring 104
263,160 / 526,750
stuk dierlijk bot
onbekend
2
boring 109
263,146 / 526,767
scherf handgevormd aardewerk
neolithicum - middeleeuwen
Figuur 9:
Klazienaveen, Kruiwerk: vondsten. Links vondst 1, rechts vondst 2.
11
4. Conclusies en advies (KNA 4.1: VS07) belangrijkste resultaten Klazienaveen is een turfwinningsdorp dat is gesticht tijdens de tweede helft van de negentiende eeuw. Door de vervening kwam het pleistocene reliëf van het zuidelijke uiteinde van de Hondsrug weer terug. Deze had vanaf het neolithicum onder het veen gelegen. Binnen een halve kilometer omtrek zijn twee archeologische vondsten geregistreerd. Het gaat om een prehistorische hamerbijl waarvan de exacte vindplaats niet bekend is en om een stuk houtskool dat ook natuurlijk kan zijn. Tijdens de twintigste eeuw heeft in het noorden van het plangebied een boerderij gestaan. In het noorden van het plangebied ligt een dekzandkop. Het zand in het onderzoeksgebied is langdurig droog geweest voorafgaand aan de vernatting en veenvorming. De bodem is goed bewaard gebleven met uitzondering van de noordwestelijke hoek. Het onderzoek heeft twee vondsten opgeleverd: een stuk dierlijk bot waarvan de datering onbekend is en een scherf handgevormd aardewerk dat niet preciezer te dateren is dan neolithicum – middeleeuwen. archeologisch verwachtingsmodel Het plangebied en de dekzandkop in het noorden in het bijzonder, lijkt een geschikte vestigingsplek te zijn geweest voor mensen tijdens de steentijd. Eventueel aanwezige archeologische resten kunnen met uitzondering van de noordwestelijke hoek in goede staat verkeren.
De vondsten vormen mogelijke aanwijzingen voor de aanwezigheid van een archeologische vindplaats. Daarom blijft de archeologische verwachting zoals opgesteld in Paragraaf 2.5 van kracht. selectie-advies door senior KNA-prospector drs. J.M.G. Bongers Aangezien het onderzoek aanwijzingen heeft opgeleverd voor de aanwezigheid van een archeologische vindplaats in het noorden van het plangebied, adviseren wij daar geen graafwerk te ondernemen zonder nader archeologisch onderzoek. In Figuur 10 op Pagina 14 is dit weer gegeven als rood gearceerd terrein dat doorloopt tot aan boring 9 van het voorgaande onderzoek waar een diep verstoorde bodem werd vastgesteld. Niet gearceerd is de noordwestelijke hoek waar de bodem bij drie boringen diep verstoord werd aangetroffen. Omdat binnen het rood gearceerde deel woningbouw gepland is, adviseren wij nader archeologisch onderzoek in twee stappen: waarderende boringen en proefsleuven. Het belangrijkste doel van de waarderende boringen is preciezer vaststellen wat de begrenzing is van de diepe bodemverstoringen. In Figuur 10 staat een voorstel voor de locatie van dertien waarderende boringen. Op basis van de resultaten hiervan kan een plan worden gemaakt voor een proefsleuvenonderzoek waarvan de belangrijkste doelen zijn om te bepalen of inderdaad een archeologische vindplaats aanwezig is en wat de datering begrenzing en gaafheid ervan zijn.
Voor de noordwestelijke hoek en het zuidelijke deel van het onderzoeksgebied adviseren wij geen nader archeologisch onderzoek of beperkingen op archeologische gronden. Wel geldt voor die delen dat als bij graafwerk onverhoopt toch archeologische waarden worden aangetroffen en/of vondsten worden gedaan, dat daarvan direct melding dient te worden gemaakt conform de Erfgoedwet 2015, artikel 5.10. Wij adviseren dit te doen bij de gemeente Emmen. selectiebesluit bevoegde overheid De bevoegde overheid, de gemeente Emmen, heeft dit rapport laten beoordelen door zijn 12
archeologisch adviseur, Het Oversticht, dhr. O. Satijn. Namens de gemeente heeft deze op 1 november 2022 laten weten bovengenoemd selectie-advies over te nemen.
13
Figuur 10: Klazienaveen, Kruiwerk: advieskaart met als achtergrond Opentopo (boven) en de plankaart (onder). Geadviseerd wordt om geen graafwerk te doen in het rood gearceerde gebied. Als daar toch graafwerk nodig is dan adviseren wij een waarderend booronderzoek uit te laten voeren (boorplan in roze ruiten). Legenda overig, zie Figuur 8. 14
Gebruikte bronnen
AHN-Viewer. www.AHN.nl. Actueel Hoogtebestand Nederland. Rijkswaterstaat, Adviesdienst Geo-informatie en ICT. ARCHIS 3. www.test.zoeken.cultureelerfgoed.nl Berkel, G. van & K. Samplonius. Nederlandse plaatsnamen. De herkomst en betekenis van onze plaatsnamen. Prisma Informatief. Uitgeverij Het Spectrum bv, Utrecht 1995. Bongers, J.M.G. 2020. Klazienaveen, De Doole & Kruiwerk (Gemeente Emmen, Dr.). Een Archeologisch Bureauonderzoek & Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O), Verkennende en Karterende Fase. Steekproefrapport 202-07/03. Zuidhorn, 3 september 2020. Bosch, J.H.A. 2008. Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode versie 1.1. Deltares-rapport 2008-UR0881/A. Hisgis, Historisch Geografisch Informatiesysteem. www.hisgis.nl Fryske Akademy Kadata via kadaster.nl, 2019. Topografische Kaart 1:25.000 van Topografische Dienst Kadaster, Emmen. Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie 4.1. www.SIKB.nl. 2018. Centraal College van Deskundigen Archeologie. www.ruimtelijkeplannen.nl www.topotijdreis.nl Vos, P. & S. de Vries 2013. Tweede generatie paleogeografische kaarten van Nederland (versie 2.0). Deltares, Utrecht. Vos, P., M. van der Meulen, H. Weerts en J. Bazelmans 2018: Atlas van Nederland in het Holoceen. Landschap en bewoning vanaf de laatste ijstijd tot nu, Amsterdam (Prometheus). Wee, M.W. 1979. Geologische Kaart van Nederland 1:50.000 blad Emmen Oost.
Rijks Geologische Dienst, Haarlem
15
Lijst van figuren en tabellen Figuren 1 Topografische kaart 2 Plankaart 3 Foto plangebied 4 Hoogtekaart 5 Paleogeografische reconstructies 6 Archeologische waarden in de omgeving 7 Historische kaarten 8 Boorpuntenkaart 9 Foto vondsten 10 Advieskaart
Tabellen 1 Administratieve gegevens 2 Archeologische waarden in de omgeving 3 Specificatie archeologische verwachting 4 Vondsten
Archeologische periodes
paleolithicum: paleolithicum vroeg: paleolithicum midden: paleolithicum laat: paleolithicum laat A: paleolithicum laat B:
ijzertijd: tot 300.000 BP 300.000 - 35.000 BP 35.000 BP - 8.800 vC 35.000 - 18.000 BP 18.000 BP - 8.800 vC
mesolithicum: mesolithicum vroeg: mesolithicum midden: mesolithicum laat:
8.800 - 7.100 vC 7.100 - 6.450 vC 6.450 - 4.900 vC
neolithicum: neolithicum vroeg: neolithicum vroeg A: neolithicum vroeg B: neolithicum midden: neolithicum midden A: neolithicum midden B: neolithicum laat: neolithicum laat A: neolithicum laat B:
5.300 - 4.200 vC 5.300 - 4.900 vC 4.900 - 4.200 vC 4.200 - 2.850 vC 4.200 - 3.400 vC 3.400 - 2.850 vC 2.850 - 2.000 vC 2.850 - 2.450 vC 2.450 - 2.000 vC
bronstijd: bronstijd vroeg: bronstijd midden: bronstijd midden A: bronstijd midden B: bronstijd laat:
2.000 - 1.800 vC 1.800 - 1.100 vC 1.800 - 1.500 vC 1.500 - 1.100 vC 1.100 - 800 vC
pleistoceen: elsterien saalien weichselien holoceen:
2,5 miljoen - 10.000 BP 475.000 - 410.000 BP 200.000 - 130.000 BP 116.000 - 10.000 BP 10.000 - heden
vC nC BP
= = =
voor Christus na Christus before present; present = 1950
ijzertijd vroeg: ijzertijd midden: ijzertijd laat:
800 - 500 vC 500 - 250 vC 250 - 12 vC
romeinse tijd: romeinse tijd vroeg: romeinse tijd vroeg A: romeinse tijd vroeg B: romeinse tijd midden: romeinse tijd midden A: romeinse tijd midden B: romeinse tijd laat: romeinse tijd laat A: romeinse tijd laat B:
12 vC - 70 nC 12 vC - 25 nC 25 - 70 nC 70 - 270 nC 70 - 150 nC 150 - 270 nC 270 - 450 nC 270 - 350 nC 350 - 450 nC
middeleeuwen: middeleeuwen vroeg: middeleeuwen vroeg A: middeleeuwen vroeg B: middeleeuwen vroeg C: middeleeuwen vroeg D: middeleeuwen laat: middeleeuwen laat A: middeleeuwen laat B:
450 - 1.050 nC 450 - 525 nC 525 - 725 nC 725 - 900 nC 900 - 1.050 nC 1.050 - 1.500 nC 1.050 - 1.250 nC 1.250 - 1.500 nC
nieuwe tijd: nieuwe tijd vroeg: nieuwe tijd midden: nieuwe tijd laat:
1.500 - 1.650 nC 1.650 - 1.850 nC 1.850 – heden
Algemeen Steentijd (tot 2000 vC) De steentijd is opgedeeld in het paleolithicum, mesolithicum en neolithicum. Het paleolithicum (oude steentijd) wordt vooral gekenmerkt door de ijstijden. Na het laatpaleolithicum verbetert het klimaat. Vindplaatsen uit het late paleolithicum zijn vooral te herkennen aan concentraties vondstmateriaal (bewerkt en/of verbrand vuursteen, houtskool) met weinig en moeilijk te herkennen grondsporen zoals kuilen, paalgaten en houtskoolconcentraties die mogelijk wijzen op haardplaatsen. Vondsten uit het mesolithicum of midden steentijd, gekenmerkt door sporen en vondsten van rondtrekkende jagers en verzamelaars, bestaan voornamelijk uit bewerkt vuursteen, verbrande hazelnootdoppen en houtskoolfragmenten. Mesolithische grondsporen zijn vooral oppervlaktehaarden en haardkuilen. In een natte omgeving kunnen ook werktuigen van gewei of hout bewaard zijn gebleven. Voorbeelden hiervan zijn geweibijlen, bogen, visfuiken, etc. In het neolithicum (nieuwe steentijd) werden dieren gehouden en in het neolithicum werd eveneens akkerbouw bedreven. Grondsporen uit deze periode kunnen bestaan uit paalgaten van bijvoorbeeld boerderijen, resten van beschoeiingen, greppels, (afval)kuilen en haardplaatsen. Aardewerk komt in deze tijd voor, evenals bewerkt (vuur)steen en geslepen bijlen.
Metaaltijden (2000-12 vC) In de bronstijd en ijzertijd kwam bemesting en wisselbouw binnen de akkerbouw voor. Sporen uit de bronstijd en ijzertijd kunnen bestaan uit kuilen, paalgaten van boerderijplattegronden, bijgebouwen of spiekers, waterkuilen of -putten, erf- ofakkerafscheidingen en sporen van akkerbewerking zoals de kruiselings getrokken voren van een eergetouw. Houtskool kan duiden op de aanwezigheid van haarden voor voedselbereiding of het bakken van aardewerk. Ook kunnen er restanten gevonden worden die duiden op metaalbewerking, zoals stukken ovenwand, brons- of ijzerslakken, sintels, mallen, smeltkroezen, metaal bedoeld voor omsmelten, etc. Vondsten kunnen verder bestaan uit bijvoorbeeld metalen voorwerpen of voorwerpen van aardewerk zoals vaatwerk, maar ook slingerkogels, rammelaars, spinklosjes en weefgewichten. Romeinse tijd (12 vC-450 nC) In de romeinse tijd vormde de Rijn de noordelijke grens van het romeinse rijk. Langs deze grens, de limes, werden grensposten, nederzettingen en wegen gebouwd. In het noorden van Nederland zijn ook romeinse vondsten gedaan, maar dit zijn voornamelijk losse vondsten als romeinse munten, mantelspelden en scherven romeins aardewerk. Middeleeuwen en nieuwe tijd (450 nC-heden) Na een afname in de bevolkingsdichtheid aan het einde van de romeinse tijd en de periode erna, steeg deze weer in het begin van de middeleeuwen.
Vondsten uit de middeleeuwen en later bestaan voornamelijk uit scherven aardewerk, waaronder importaardewerk, munten en metalen voorwerpen (zoals mantelspelden, spijkers), resten van aardewerkproductie, metaalbewerking, wolbewerking etc. Belangrijke gebouwen (bijvoorbeeld kerken en borgen) werden van baksteen / kloostermoppen gebouwd.
Appendix Klazienaveen, Kruiwerk: Boorstaten
(cm)
(cm)
110
2200
2200
109 101
102
2150
2150
106 2100
103
2050
BC C E B
E B BC
111
AE E B
112
C 113
107
E B
BC
104
2100
2050
BC
C C
C
108
105
C
2000
2000
E BC C 1950
E B BC
AE EB
E B
C BC C
BC C
BC
C
BC
1950
C
C basis geroerde bovengrond
1900
1900
Appendix, Klazienaveen, Kruiwerk: Laagbeschrijvingen 101 X-coordinaat (m) Y-coordinaat (m) Maaiveld (cm)
: 263140 : 526785 : 2162
Diepte (cm)
Omschrijving Grondsoort 0 - 35 zand zwak siltig, 7,5yr4/1 35 - 85 veen zwak zandig, 10yr2/2, Veen: matig amorf 85 - 105 veen zwak zandig, 10yr3/3, Veen: zwak amorf 105 - 115 zand zwak siltig, 7,5yr4/1, E-horizont 115 - 125 zand zwak siltig, 7,5yr2/2, B-horizont 125 - 140 zand zwak siltig, 10yr4/4, BC-horizont 140 - 160 zand zwak siltig, 10yr5/4, C-horizont 102
X-coordinaat (m) Y-coordinaat (m) Maaiveld (cm)
: 263103 : 526783 : 2155
Diepte (cm)
Omschrijving Grondsoort 0 - 90 zand zwak siltig, mix, opgebrachte grond, Opm.: Brokken bouwvoor en BC-horizont 90 - 115 veen zwak zandig, 10yr3/3, basis scherp, vergraven 115 - 175 zand zwak siltig, 2,5y6/6, Zand: matig fijn, C-horizont, dekzand 103
X-coordinaat (m) Y-coordinaat (m) Maaiveld (cm)
: 263120 : 526750 : 2085
Diepte (cm)
Omschrijving Grondsoort 0 - 35 zand zwak siltig, bouwvoor, opgebrachte grond 35 - 90 veen zwak zandig 90 - 95 zand zwak siltig, 7,5yr4/1, E-horizont 95 - 105 zand zwak siltig, 10yr4/4, BC-horizont 105 - 130 zand zwak siltig, 10yr6/4, C-horizont 104
X-coordinaat (m) Y-coordinaat (m) Maaiveld (cm)
: 263160 : 526750 : 2028
Diepte (cm)
Omschrijving Grondsoort 0 - 35 zand zwak siltig, 7,5yr4/1, bouwvoor, opgebrachte grond, Opm.: Veenbrokken onderin 35 - 40 zand zwak siltig, 7,5YR4/1, E-horizont 40 - 50 zand zwak siltig, 7,5yr3/2, B-horizont 50 - 65 zand zwak siltig, 10yr4/4, BC-horizont 65 - 100 zand zwak siltig, 10yr6/4, Zand: matig fijn, C-horizont 105
X-coordinaat (m) Y-coordinaat (m) Maaiveld (cm)
: 263140 : 526715 : 2002
1/3
Appendix, Klazienaveen, Kruiwerk: Laagbeschrijvingen Diepte (cm)
Omschrijving Grondsoort 0 - 20 zand zwak siltig, 7,5yr4/1, bouwvoor
20 - 50 zand zwak siltig, mix, vergraven, Opm.: Veenbrokken 50 - 65 zand zwak siltig, 10yr4/4, BC-horizont 65 - 100 zand zwak siltig, 10yr6/4, C-horizont 106 X-coordinaat (m) Y-coordinaat (m) Maaiveld (cm)
: 263100 : 526715 : 2105
Diepte (cm)
Omschrijving Grondsoort 0 - 20 zand zwak siltig, 7,5yr4/1, bouwvoor, opgebrachte grond 20 - 40 veen zwak zandig 40 - 45 zand zwak siltig, 7,5yr4/1, E-horizont 45 - 55 zand zwak siltig, 7,5yr3/2, B-horizont 55 - 80 zand zwak siltig, 10yr4/4, BC-horizont 80 - 100 zand zwak siltig, 10yr6/4, C-horizont 107
X-coordinaat (m) Y-coordinaat (m) Maaiveld (cm)
: 263121 : 526728 : 2049
Diepte (cm)
Omschrijving Grondsoort 0 - 25 zand zwak siltig, opgebrachte grond 25 - 95 veen zwak zandig, Veen: matig amorf, Opm.: Gaaf 95 - 105 zand matig siltig, sterk humeus, 10yr2/1, homogeen, basis scherp 105 - 110 zand matig siltig, 109yr3/4, basis geleidelijk, BC-horizont 110 - 125 zand matig siltig, 10yr6/4, C-horizont 108
X-coordinaat (m) Y-coordinaat (m) Maaiveld (cm)
: 263143 : 526740 : 2009
Omschrijving Diepte (cm) Grondsoort 0 - 20 zand zwak siltig, opgebrachte grond 20 - 35 veen zwak zandig, Veen: matig amorf, Opm.: Gaaf 35 - 42 zand zwak siltig, 7,5YR4/1, E-horizont 42 - 55 zand zwak siltig, 7,5yr2/3, B-horizont 55 - 65 zand zwak siltig, 7,5yr3/4, BC-horizont 65 - 90 zand zwak siltig, 10yr6/4, C-horizont 109 X-coordinaat (m) Y-coordinaat (m) Maaiveld (cm)
: 263146 : 526767 : 2180
Diepte (cm)
Omschrijving Grondsoort 0 - 20 zand zwak siltig, opgebrachte grond 20 - 55 veen zwak zandig, Opm.: Gaaf 55 - 62 zand zwak siltig, AE-horizont 2/3
Appendix, Klazienaveen, Kruiwerk: Laagbeschrijvingen Diepte (cm)
Omschrijving Grondsoort 62 - 75 zand zwak siltig, E-horizont 75 - 85 zand zwak siltig, B-horizont 85 - 100 zand zwak siltig, BC-horizont 100 - 110 zand zwak siltig, C-horizont 110
X-coordinaat (m) Y-coordinaat (m) Maaiveld (cm)
: 263123 : 526776 : 2207
Diepte (cm)
Omschrijving Grondsoort 0 - 115 zand zwak siltig, mix, vergraven, Opm.: Resten baksteen en cement 115 - 150 zand zwak siltig, 2,5y6/4, C-horizont, dekzand 111
X-coordinaat (m) Y-coordinaat (m) Maaiveld (cm)
: 263100 : 526760 : 2116
Omschrijving Grondsoort 0 - 160 zand zwak siltig, mix, vergraven 160 - 180 zand zwak siltig, 2,5y7/4, Zand: matig fijn, C-horizont, dekzand
Diepte (cm)
112 X-coordinaat (m) Y-coordinaat (m) Maaiveld (cm)
: 263101 : 526738 : 2099
Diepte (cm)
Omschrijving Grondsoort 0 - 45 zand zwak siltig, bouwvoor 45 - 50 zand zwak siltig, E-horizont 50 - 65 zand zwak siltig, B-horizont 65 - 85 zand zwak siltig, BC-horizont 85 - 100 zand zwak siltig, C-horizont 113
X-coordinaat (m) Y-coordinaat (m) Maaiveld (cm)
: 263123 : 526706 : 2052
Diepte (cm)
Omschrijving Grondsoort 0 - 20 zand zwak siltig, bouwvoor, opgebrachte grond 20 - 74 veen zwak zandig, Veen: matig amorf, Opm.: Gaaf 74 - 75 veen zwak zandig, Veen: sterk amorf, Opm.: Smeerlaag 75 - 80 zand zwak siltig, AE-horizont 80 - 95 zand zwak siltig, EB-horizont 95 - 110 zand zwak siltig, BC-horizont 110 - 120 zand zwak siltig, C-horizont
3/3
Klazienaveen, Kruiwerk (Gemeente Emmen, Dr.)
Een Inventariserend Archeologisch Veldonderzoek (IVO-O), Waarderende Fase, Boringen Definitief Steekproefrapport 2022-12/10
Klazienaveen, Kruiwerk (Gemeente Emmen, Dr.)
Een Inventariserend Archeologisch Veldonderzoek (IVO-O), Waarderende Fase, Boringen Definitief Steekproefrapport 2022-12/10
Klazienaveen, Kruiwerk (Gemeente Emmen, Dr.) Een Inventariserend Archeologisch Veldonderzoek (IVO-O) Waarderende Fase, Boringen Een onderzoek in opdracht van Gemeente Emmen Steekproefrapport 2022-12/10 ISSN 1871-269X Status: Definitief Auteur: drs. J.M.G. Bongers, fysisch geograaf / senior KNA-prospector. Autorisatie dr. J. Jelsma, senior KNA-archeoloog/prospector. Actorregistraties respectievelijk: 92394548 en 35453178 Goedgekeurd door de bevoegde overheid gemeente Emmen Dhr. L. van der Weijden d.d. 1 januari 2023 De Steekproef bv werkt volgens de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie 4.1 en SIKB-BRL 4000. Voor dit onderzoek gelden protocollen 4002 & 4003. Foto’s en tekeningen zijn gemaakt door De Steekproef, tenzij anders vermeld. © De Steekproef bv, 16 december 2022 Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt zonder bronvermelding. De Steekproef bv aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek. De Steekproef bv Archeologisch Onderzoeks- en Adviesbureau adres Hogeweg 3, 9801 TG Zuidhorn telefoon 050 – 5779784 internet www.desteekproef.nl e-mail info@desteekproef.nl kvk 02067214
Inhoud
Samenvatting Administratieve gegevens van het plangebied 1. Inleiding........................................................................................................................... 1 1.1 Aanleiding en doel (KNA 4.1: LS01).............................................................................1 1.2 Beleidskader (KNA 4.1: LS01)......................................................................................2 1.3 Locatie (KNA 4.1: LS01, LS02).....................................................................................2 2. Eerder onderzoek (KNA 4.1: LS06)......................................................................................4 2.1 Onderzoek Bongers 2020...........................................................................................4 2.2 Onderzoek Bongers 2022...........................................................................................5 3. Veldonderzoek (KNA 4.1: VS05).........................................................................................7 3.1 Methoden en technieken (KNA 4.1: VS01).....................................................................7 3.2 Resultaten veldwerk (KNA 4.1: VS02, VS03)..................................................................8 4. Conclusies en advies (KNA 4.1: VS07)................................................................................9
Gebruikte bronnen Lijst van figuren en tabellen Archeologische periodes Appendix: Boorstaten en Laagbeschrijvingen boringen volgens Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode
Samenvatting In verband met geplande woningbouw is een inventariserend archeologisch onderzoek uitgevoerd aan het Kruiwerk te Klazienaveen, gemeente Emmen, provincie Drenthe. Voor de nieuwbouw is graafwerk nodig zoals voor de aanleg van funderingen die doorgaans tot een diepte van ongeveer 0,8 meter beneden maaiveld reiken. Het doel van het onderzoek is om vast te stellen wat de kans is op de aanwezigheid van archeologische resten. Het onderzoek bestaat uit een veldonderzoek waarderende fase door middel van boringen (IVO-O). Eerder zijn al een bureauonderzoek, een veldonderzoek verkennende fase en een veldonderzoek karterende fase gedaan (Bongers 2022). Ook overlapt het huidige onderzoeksgebied voor een klein deel met een gebied waar een veldonderzoek verkennende fase is uitgevoerd (Bongers 2020). Het doel van een waarderend onderzoek is om van een vermoedelijke archeologische vindplaats te bepalen wat de aard, ouderdom, omvang en gaafheid zijn. Het huidige booronderzoek vormt de aanzet tot een waarderend onderzoek dat gedaan dient te worden met behulp van proefsleuven. Het belangrijkste doel van het huidige onderzoek is om nader te bepalen tot hoever diepe bodemverstoringen rondom de vermoedelijke vindplaats reiken. De resultaten van de waarderende boringen bevestigen de eerdere bevindingen van de verkennende en karterende boringen.
Het archeologisch verwachtingsmodel zoals opgesteld na de karterende boringen blijft daarmee van kracht (zie Paragraaf 2.2). De waarderende boringen hebben een beter inzicht opgeleverd tot waar de diepe verstoringen in het gebied doorlopen waarmee aan één aspect van een waarderend onderzoek is voldaan. Omdat met de boringen niet is vastgesteld of werkelijk sprake is van een archeologische vindplaats en wat de aard, omvang, datering en dergelijke ervan zijn, wordt geen waarderingstabel opgesteld. Dit dient wel te worden gedaan nadat in een volgende fase proefsleuven zijn aangelegd. Figuren 7 en 8 tonen een opzet voor het uit te voeren proefsleuvenonderzoek. Hierbij is er vanuit gegaan dat ook in het bosje ingrepen zullen plaatsvinden en dus eventuele archeologische resten bedreigd worden. Als niet of nauwelijks graafwerk nodig blijkt of alleen graafwerk ter plaatse van de diep verstoorde delen, dan kan de daar geprojecteerde proefsleuf A komen te vervallen. Verder geldt dat de twee noordelijkste sleuven A en B pas kunnen worden aangelegd als de bomen er zijn omgezaagd en de struiken zijn verwijderd. Als enkele bomen gehandhaafd worden, zoals de beuk van Figuur 3, dan kan daar omheen gewerkt worden bij het proefsleuvenonderzoek.
selectie-advies door senior KNA-prospector drs. J.M.G. Bongers Aangezien het waarderend booronderzoek geen afwijkingen heeft opgeleverd van de voorgaande onderzoeken blijft het selectie-advies staan om op de delen van het plangebied waar de bodem goed bewaard gebleven is geen bodemingrepen uit te voeren zonder nader archeologisch onderzoek. Wij adviseren een waarderend onderzoek in de vorm van proefsleuven om te bepalen of inderdaad sprake is van een archeologische vindplaats en wat de aard, datering, begrenzing en gaafheid ervan zijn. Een dergelijk onderzoek dient te worden uitgevoerd door een daartoe gecertificeerd bureau volgens een vooraf door de gemeente goedgekeurd Programma van Eisen (PvE). Tenslotte attenderen wij erop dat voor al het graafwerk geldt dat als archeologische waarden worden aangetroffen en/of vondsten worden gedaan, dat daarvan direct melding dient te worden gemaakt conform de Erfgoedwet 2015, artikel 5.10. Wij adviseren dit te doen bij de gemeente Emmen. Selectiebesluit bevoegde overheid Op 1 januari 2023 heeft de bevoegde overheid, de gemeente Emmen, in de persoon van de heer L. van der Weijden, het rapport getoetst en kennis gegeven dit goed te keuren en het selectie-advies voor een proefsleuvenonderzoek over te nemen.
5
Administratieve gegevens van het plangebied Tabel 1: Klazienaveen, Kruiwerk: administratieve gegevens. Provincie
Drenthe
Gemeente
Emmen
Plaats
Klazienaveen
Toponiem
Kruiwerk
Kaartblad
18C
Hoekcoördinaten plangebied
noordwest: noordoost: zuidwest: zuidoost:
Kadastrale perceelnummer
AF505
Bestemmingsplan Klazienaveen 2013 Facetbestemmingsplan Archeologie 2022
enkelbestemming: groen dubbelbestemming: waarde archeologie 4
Oppervlakte
0,40 hectare
NAP-hoogte maaiveld
20-22 meter boven NAP
Huidig grondgebruik
openbaar groen
Soort onderzoek
veldonderzoek waarderende fase boringen
Opdrachtgever
gemeente Emmen
Uitvoerder
De Steekproef drs. J.M.G. Bongers (senior KNA-prospector)
Bevoegde overheid
gemeente Emmen
Steekproef projectcode
2022-12/10
Onderzoeksmeldingsnummer
5316665100
Datum veldwerk
2 december 2022
Maximale diepte onderzoek
200 centimeter onder maaiveld
Beheer en plaats documentatie
De Steekproef bv / Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed / DANS / Noordelijk Archeologisch Depot / DINO-loket (boorgegevens)
263,214 / 526,800 263,182 / 526,797 263,096 / 526,743 263,178 / 526,738
1. Inleiding 1.1 Aanleiding en doel (KNA 4.1: LS01) In opdracht van Gemeente Emmen is een inventariserend archeologisch onderzoek uitgevoerd aan het Kruiwerk te Klazienaveen, gemeente Emmen, provincie Drenthe (zie Figuur 1). Aanleiding voor het onderzoek is geplande woningbouw. Voor de nieuwbouw is graafwerk nodig zoals voor de aanleg van funderingen die doorgaans tot een diepte van ongeveer 0,8 meter beneden maaiveld reiken. Het doel van het onderzoek is om vast te stellen wat de kans is op de aanwezigheid van archeologische resten. Het onderzoek bestaat uit een veldonderzoek waarderende fase door middel van boringen (IVO-O). Eerder zijn al een bureauonderzoek, een veldonderzoek verkennende fase en een veldonderzoek karterende fase gedaan (Bongers 2022). Ook overlapt het huidige onderzoeksgebied voor een klein deel met een gebied waar een veldonderzoek verkennende fase is uitgevoerd (Bongers 2020). Van beide onderzoeken zijn samenvattingen opgenomen in Hoofdstuk 2. Het doel van een waarderend onderzoek is om van een vermoedelijke archeologische vindplaats te bepalen wat de aard, ouderdom, omvang en gaafheid zijn. Het huidige booronderzoek vormt de aanzet voor een waarderend onderzoek dat gedaan dient te worden met behulp van proefsleuven.
Het belangrijkste doel van het huidige onderzoek is om nader te bepalen tot hoever diepe bodemverstoringen rondom de vermoedelijke vindplaats reiken.
Figuur 1: Klazienaveen, Kruiwerk: uitsnede van de topografische kaart 1:25.000. Het plangebied is rood omlijnd. Bron: Topografische Dienst Kadaster 2022.
1
Figuur 2: Klazienaveen, Kruiwerk: plankaart. De kaart toont een aan te leggen weg met daaraan zestien te bouwen woningen. Het noordwestelijke deel krijgt een groene bestemming. Het vormt binnen het plangebied een hoger deel waarvan de gestreepte rode lijn de voet weergeeft. Het plangebied is eerder al verkennend en deels karterend onderzocht. Het huidige waarderend onderzoek is uitgevoerd binnen het geel omlijnde deel. In het noordwesten van de plankaart staat de volgende opsomming: 'heuvel: opnieuw inrichten; mogelijkheid extensief natuurlijk speelbos; grote bomen en ondergroei behouden; stam en kroon (grote) bomen inmeten; talud rekening houden met hoogteverschil; deel heuvel/talud onder kavels/weg bodemonderzoek doen.'
1.2 Beleidskader (KNA 4.1: LS01) Op de archeologische beleidskaart van de gemeente Emmen (niet afgebeeld) ligt het onderzoeksgebied binnen de categorie 'waarde archeologie 4'. Hiervoor geldt dat archeologisch onderzoek nodig is voor plannen met een oppervlak groter dan duizend vierkante meter waarbij bodemingrepen dieper reiken dan dertig centimeter. In Facetbestemmingsplan Emmen Archeologie 2022 heeft het onderzoeksgebied een dubbelbestemming waarde archeologie 4. Hierbij wordt ook als grens voor archeologisch onderzoek een oppervlak van duizend vierkante meter aangehouden. 1.3 Locatie (KNA 4.1: LS01, LS02) In dit rapport wordt onderscheid gemaakt tussen plangebied en onderzoeksgebied. Het plangebied bestaat uit een groter terrein van ongeveer twee hectare waar een nieuwe weg, zestien woningen, een trapveld en enig openbaar groen komen (zie Figuur 2). Het onderzoeksgebied van het huidige waarderend booronderzoek bestaat uit een deel in het westen van 0,4 hectare. 2
Onderzoeksgebied Kruiwerk ligt langs de zuidelijke rand van de bebouwde kom van Klazienaveen (zie Figuur 1). Het is toegankelijk via een onverhard pad vanaf de Dordsedijk bij huisnummer 56. Tijdens het onderzoek bestond het terrein nog uit een verwilderd boerenerf met bomen en struiken (zie Figuur 3) en oostelijk en zuidelijk daarvan grasland. Volgens informatie van het Kabels en Leidingen InformatieCentrum (KLIC) lopen er kabels door het noordwestelijke deel van het terrein van elektriciteit en dataverkeer.
Figuur 3: Klazienaveen, Kruiwerk: foto's van boringen 116 en 120 genomen in respectievelijk noordelijke en westelijke richting. De grote beuk op de bovenste foto stond bij het voorhuis van de boerderij die op topografische kaarten van 1959 tot en met 1985 staat (Bongers 2022).
3
2. Eerder onderzoek (KNA 4.1: LS06) 2.1 Onderzoek Bongers 2020 Het huidige onderzoeksgebied overlapt in het oosten met een eerder uitgevoerd archeologisch booronderzoek (Bongers 2020). Destijds zijn zes boringen (9 tot en met 14) gedaan op een grasveld en vijf boringen in een bosje (15-18 en 34). Op het grasveld bleek de bodem diep te zijn verstoord, hoogstwaarschijnlijk als gevolg van diepploegen aangezien de geroerde bovenlaag er bestaat uit grote brokken zand en veen.
Figuur 4: Klazienaveen, Kruiwerk: boorpuntenkaart eerder uitgevoerd onderzoek aan het Kruiwerk (Bongers 2020). Het onderzoeksgebied van toen wordt weergegeven door de gestreepte zwarte lijn. De genummerde punten 9 tot en met 18 en 34 zijn destijds uitgevoerde boringen. Bij rode stippen is een podzolbodem aangetroffen, bij groene stippen bleek de bodem te zijn verstoord tot in het gele zand van de C-horizont. Het huidige onderzoeksgebied is rood omlijnd.
4
2.2 Onderzoek Bongers 2022 Eerder dit jaar is een archeologisch bureau- en booronderzoek gedaan westelijk aansluitend op het onderzoek uit 2020, omdat het plangebied van de woningbouw in die richting was uitgebreid (zie Figuur 5). De belangrijkste resultaten, het verwachtingsmodel en het advies van dat onderzoek luiden: belangrijkste resultaten Klazienaveen is een turfwinningsdorp dat is gesticht tijdens de tweede helft van de negentiende eeuw. Door de vervening kwam het pleistocene reliëf van het zuidelijke uiteinde van de Hondsrug weer terug. Deze had vanaf het neolithicum onder het veen gelegen. Binnen een halve kilometer omtrek zijn twee archeologische vondsten geregistreerd. Het gaat om een prehistorische hamerbijl waarvan de exacte vindplaats niet bekend is en om een stuk houtskool dat ook natuurlijk kan zijn. Tijdens de twintigste eeuw heeft in het noorden van het plangebied een boerderij gestaan. In het noorden van het plangebied ligt een dekzandkop. Het zand in het onderzoeksgebied is langdurig droog geweest voorafgaand aan de vernatting en veenvorming. De bodem is goed bewaard gebleven met uitzondering van de noordwestelijke hoek. Het onderzoek heeft twee vondsten opgeleverd: een stuk dierlijk bot waarvan de datering onbekend is en een scherf handgevormd aardewerk dat niet preciezer te dateren is dan neolithicum – middeleeuwen.
archeologisch verwachtingsmodel Het plangebied en de dekzandkop in het noorden in het bijzonder, lijkt een geschikte vestigingsplek te zijn geweest voor mensen tijdens de steentijd. Eventueel aanwezige archeologische resten kunnen met uitzondering van de noordwestelijke hoek in goede staat verkeren. De vondsten vormen mogelijke aanwijzingen voor de aanwezigheid van een archeologische vindplaats. Daarom blijft de archeologische verwachting zoals opgesteld in Paragraaf 2.5 van kracht. selectie-advies door senior KNA-prospector drs. J.M.G. Bongers Aangezien het onderzoek aanwijzingen heeft opgeleverd voor de aanwezigheid van een archeologische vindplaats in het noorden van het plangebied, adviseren wij daar geen graafwerk te ondernemen zonder nader archeologisch onderzoek. In Figuur 10 op Pagina 14 [zie vorige rapport, JB] is dit weergegeven als rood gearceerd terrein dat doorloopt tot aan boring 9 van het voorgaande onderzoek waar een diep verstoorde bodem werd vastgesteld. Niet gearceerd is de noordwestelijke hoek waar de bodem bij drie boringen diep verstoord werd aangetroffen. Omdat binnen het rood gearceerde deel woningbouw gepland is, adviseren wij nader archeologisch onderzoek in twee stappen: waarderende boringen en proefsleuven. Het belangrijkste doel van de waarderende boringen is preciezer vaststellen wat de begrenzing is van de diepe bodemverstoringen.
In Figuur 10 [vorige rapport, JB] staat een voorstel voor de locatie van dertien waarderende boringen. Op basis van de resultaten hiervan kan een plan worden gemaakt voor een proefsleuvenonderzoek waarvan de belangrijkste doelen zijn om te bepalen of inderdaad een archeologische vindplaats aanwezig is en wat de datering, begrenzing en gaafheid ervan zijn. Voor de noordwestelijke hoek en het zuidelijke deel van het onderzoeksgebied adviseren wij geen nader archeologisch onderzoek of beperkingen op archeologische gronden. Wel geldt voor die delen dat als bij graafwerk onverhoopt toch archeologische waarden worden aangetroffen 5
en/of vondsten worden gedaan, dat daarvan direct melding dient te worden gemaakt conform de Erfgoedwet 2015, artikel 5.10. Wij adviseren dit te doen bij de gemeente Emmen. Bongers 2022
Figuur 5: Klazienaveen, Kruiwerk: boorpuntenkaart eerder uitgevoerd onderzoek aan het Kruiwerk (Bongers 2022). Het onderzoeksgebied van toen wordt weergegeven door de gestreepte zwarte lijn. De genummerde punten 101 tot en met 113 zijn destijds uitgevoerde boringen. Bij rode stippen is een podzolbodem aangetroffen, bij gele stippen was de bodem verstoord tot in de ingepoelingshorizont (B / BC), bij groene stippen bleek de bodem te zijn verstoord tot in het gele zand van de C-horizont, bij de blauwe stip is het zand onvoldoende (lang) droog geweest voor vorming van een podzolbodem.
6
3. Veldonderzoek (KNA 4.1: VS05) 3.1 Methoden en technieken (KNA 4.1: VS01) Het veldwerk is uitgevoerd op 2 december 2022. De boringen zijn aanvullend gezet op het boorgrid van de voorgaande verkennende en karterende fases. De afstanden tussen de boringen zijn ongeveer vijftien meter als de boringen van de voorgaande onderzoeksfases worden meegerekend. Hiermee is de boordichtheid ongeveer veertig boringen per hectare (zie Figuur 6). Boren in een vast grid met gelijke afstanden was niet mogelijk door bomen en struiken.
Figuur 6: Klazienaveen, Kruiwerk: boorpuntenkaart. Het onderzoeksgebied is rood omlijnd. Boringen 9 tot en met 12 zijn gedaan bij een verkennend onderzoek in 2020. Boringen 101 tot en met 113 zijn gedaan bij een verkennend en karterend booronderzoek in 2022 (zie Paragraaf 2.2). Boringen 114 tot en met 126 zijn bij het huidige waarderende onderzoek gedaan. De gekleurde lijnen zijn gereconstrueerde hoogtelijnen van de top van het pleistocene zand (hoogtes in centimeters +NAP).
De boringen zijn uitgevoerd met een edelmanboor van zeven centimeter diameter. Een grotere boordiameter was niet nodig aangezien het voorgaande onderzoek al twee vondsten had opgeleverd die voldoende aanleiding zijn voor een waarderend proefsleuvenonderzoek. Wel is het opgeboorde zand nat gezeefd op een zeef met mazen van vier millimeter om te zoeken naar archeologische materialen. De boordieptes variëren tussen 100 en 200 centimeter. De opgeboorde monsters zijn laagsgewijs afgesneden in de boorkop om de bodemopbouw te beschrijven. De boringen zijn beschreven volgens de Archeologische 7
Standaard Boorbeschrijvingsmethode (ASB). De locaties en hoogtes van de boringen zijn bepaald met behulp van een RTK-GPS. De resultaten van de boringen zijn opgenomen in de Appendix in de vorm van boorstaten en laagbeschrijvingen. Er is geen veldkartering uitgevoerd aangezien de vondstzichtbaarheid slecht was (zie Figuur 3). 3.2 Resultaten veldwerk (KNA 4.1: VS02, VS03) In het onderzoeksgebied aan het Kruiwerk ligt een pakket matig fijn zand waar alleen bij de diepste boring 120 volledig doorheen geraakt is op 195 centimeter diepte. Daar ligt onder het zand keileem, een grondmorene uit de voorlaatste ijstijd. Het pakket zand hierop is matig fijn en grindarm tot vlak boven het keileem. Het zand heeft een uitgesproken reliëf gevormd met een maximaal vastgestelde hoogte van 21,4 meter boven NAP bij boringen 109 en 117 en een minimaal vastgestelde hoogte van slechts 18,9 meter boven NAP bij boring 126. Dat is een hoogteverschil van 2,5 meter over een afstand van slechts 25 meter (zie Figuur 6, gestreepte lijnen). Het meeste aangeboorde zand is leemarm en vertoont geen gelaagdheid, hetgeen kenmerkend is voor zogenaamd jong dekzand. Dat zijn afzettingen die lokaal gevormd zijn aan het eind van de laatste ijstijd door lokale verstuivingen. Plaatselijk is op grotere diepte lemiger zand aangeboord dat wel enige gelaagdheid vertoont.
Deze afzettingen zijn kenmerkend voor zogenaamd oud dekzand, gevormd door de wind tijdens het pleniglaciaal oftewel de koudste fase van de laatste ijstijd. In vrijwel het hele onderzochte gebied is in het zand een podzolbodem gevormd. Dat betekent dat het zand in het verleden voorafgaand aan de vernatting en veenvorming langdurig droog geweest is. Alleen op het laagste deel bij boringen 107 en helemaal bij boring 126 was het zand te nat voor vorming van een podzolbodem. Door vernatting ontwikkelde zich omstreeks het neolithicum een veenmoeras dat een laag veen gevormd heeft dat het volledige onderzoeksgebied inclusief dekzandkop heeft bedekt. In ongeveer de helft van het onderzochte gebied is een intacte laag restveen aanwezig (zie Appendix Boorstaten). Het waarderend onderzoek heeft de begrenzing van de diepe verstoringen op het grasveld in het oosten en op het voormalige boerderij-erf in het noordwesten nader vastgesteld. Net als bij de voorgaande boringen zijn er vrijwel geen plekken aan te wijzen waarbij de bodem iets is aangetast, maar nog deels bewaard is gebleven. In het algemeen is de podzolbodem óf nog volledig gaaf inclusief afdekkende veenlaag (Figuur 6 rode stippen) óf diep verstoord (Figuur 6 groene stippen). Op het boerderij-erf lijkt op delen te zijn ontgraven tot in het gele zand om een stevige basis te krijgen voor bebouwing.
Op het oostelijk gelegen grasveld heeft men waarschijnlijk gediepploegd. Het waarderend onderzoek heeft geen archeologische vondsten opgeleverd.
8
4. Conclusies en advies (KNA 4.1: VS07) De resultaten van de waarderende boringen bevestigen de eerdere bevindingen van de verkennende en karterende boringen. Het archeologisch verwachtingsmodel zoals opgesteld na de karterende boringen blijft daarmee van kracht (zie Paragraaf 2.2). De waarderende boringen hebben een beter inzicht opgeleverd tot waar de diepe verstoringen in het gebied doorlopen waarmee aan één aspect van een waarderend onderzoek is voldaan. Omdat met de boringen niet is vastgesteld of werkelijk sprake is van een archeologische vindplaats en wat de aard, omvang, datering en dergelijke ervan zijn, wordt geen waarderingstabel opgesteld. Dit dient wel te worden gedaan nadat in een volgende fase proefsleuven zijn aangelegd. Figuren 7 en 8 tonen een opzet voor het uit te voeren proefsleuvenonderzoek. Hierbij is er vanuit gegaan dat ook in het bosje ingrepen zullen plaatsvinden en dus eventuele archeologische resten bedreigd worden. Als niet of nauwelijks graafwerk nodig blijkt of alleen graafwerk ter plaatse van de diep verstoorde delen, dan kan de daar geprojecteerde proefsleuf A komen te vervallen. Verder geldt dat de twee noordelijkste sleuven A en B pas kunnen worden aangelegd als de bomen er zijn omgezaagd en de struiken zijn verwijderd.
Als enkele bomen gehandhaafd worden, zoals de beuk van Figuur 3, dan kan daar omheen gewerkt worden bij het proefsleuvenonderzoek. selectie-advies door senior KNA-prospector drs. J.M.G. Bongers Aangezien het waarderend booronderzoek geen afwijkingen heeft opgeleverd van de voorgaande onderzoeken blijft het selectie-advies staan om op de delen van het plangebied waar de bodem goed bewaard gebleven is geen bodemingrepen uit te voeren zonder nader archeologisch onderzoek. Wij adviseren een waarderend onderzoek in de vorm van proefsleuven om te bepalen of inderdaad sprake is van een archeologische vindplaats en wat de aard, datering, begrenzing en gaafheid ervan zijn. Een dergelijk onderzoek dient te worden uitgevoerd door een daartoe gecertificeerd bureau volgens een vooraf door de gemeente goedgekeurd Programma van Eisen (PvE). Tenslotte attenderen wij erop dat voor al het graafwerk geldt dat als archeologische waarden worden aangetroffen en/of vondsten worden gedaan, dat daarvan direct melding dient te worden gemaakt conform de Erfgoedwet 2015, artikel 5.10. Wij adviseren dit te doen bij de gemeente Emmen. Selectiebesluit bevoegde overheid Op 1 januari 2023 heeft de bevoegde overheid, de gemeente Emmen, in de persoon van de heer L. van der Weijden, het rapport getoetst en kennis gegeven dit goed te keuren en het selectie-advies voor een proefsleuvenonderzoek over te nemen.
9
Figuur 7: Klazienaveen, Kruiwerk: advieskaart met als achtergrond een kaart van Opentopo. De vier rood omlijnde delen zijn de locaties van mogelijke proefsleuven (A, B, C en D), hetgeen mede afhangt van waar werkelijk bodemingrepen zullen plaatsvinden.
10
Figuur 8: Klazienaveen, Kruiwerk: dezelfde advieskaart als in Figuur 7 maar dan met de plankaart van de opdrachtgever als achtergrond.
11
Gebruikte bronnen
AHN-Viewer. www.AHN.nl. Actueel Hoogtebestand Nederland. Rijkswaterstaat, Adviesdienst Geo-informatie en ICT. ARCHIS 3. www.test.zoeken.cultureelerfgoed.nl Bongers, J.M.G. 2020. Klazienaveen, De Doole & Kruiwerk (Gemeente Emmen, Dr.). Een Archeologisch Bureauonderzoek & Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O), Verkennende en Karterende Fase. Steekproefrapport 2020-07/03. Zuidhorn, 3 september 2020. Bongers, J.M.G. 2022. Klazienaveen, Kruiwerk (Gemeente Emmen, Dr.). Een Archeologisch Bureauonderzoek & Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O), Verkennende en Karterende Fase. Steekproefrapport 2022-08/15. Zuidhorn, 1 november 2022. Bosch, J.H.A. 2008. Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode versie 1.1. Deltares-rapport 2008-UR0881/A. Hisgis, Historisch Geografisch Informatiesysteem. www.hisgis.nl Fryske Akademy Kadata via kadaster.nl, 2019. Topografische Kaart 1:25.000 van Topografische Dienst Kadaster, Emmen. Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie 4.1. www.SIKB.nl. 2018. Centraal College van Deskundigen Archeologie. www.ruimtelijkeplannen.nl www.topotijdreis.nl
12
Lijst van figuren en tabellen Figuren 1 Topografische kaart 2 Plankaart 3 Foto plangebied 4 Boringen uitgevoerd in 2020 5 Boringen eerder uitgevoerd in 2022 6 Boorpuntenkaart 7 Advieskaart op Opentopo 8 Advies op plankaart
Tabellen 1 Administratieve gegevens
Archeologische periodes
paleolithicum: paleolithicum vroeg: paleolithicum midden: paleolithicum laat: paleolithicum laat A: paleolithicum laat B:
ijzertijd: tot 300.000 BP 300.000 - 35.000 BP 35.000 BP - 8.800 vC 35.000 - 18.000 BP 18.000 BP - 8.800 vC
mesolithicum: mesolithicum vroeg: mesolithicum midden: mesolithicum laat:
8.800 - 7.100 vC 7.100 - 6.450 vC 6.450 - 4.900 vC
neolithicum: neolithicum vroeg: neolithicum vroeg A: neolithicum vroeg B: neolithicum midden: neolithicum midden A: neolithicum midden B: neolithicum laat: neolithicum laat A: neolithicum laat B:
5.300 - 4.200 vC 5.300 - 4.900 vC 4.900 - 4.200 vC 4.200 - 2.850 vC 4.200 - 3.400 vC 3.400 - 2.850 vC 2.850 - 2.000 vC 2.850 - 2.450 vC 2.450 - 2.000 vC
bronstijd: bronstijd vroeg: bronstijd midden: bronstijd midden A: bronstijd midden B: bronstijd laat:
2.000 - 1.800 vC 1.800 - 1.100 vC 1.800 - 1.500 vC 1.500 - 1.100 vC 1.100 - 800 vC
pleistoceen: elsterien saalien weichselien holoceen:
2,5 miljoen - 10.000 BP 475.000 - 410.000 BP 200.000 - 130.000 BP 116.000 - 10.000 BP 10.000 - heden
vC nC BP
= = =
voor Christus na Christus before present; present = 1950
ijzertijd vroeg: ijzertijd midden: ijzertijd laat:
800 - 500 vC 500 - 250 vC 250 - 12 vC
romeinse tijd: romeinse tijd vroeg: romeinse tijd vroeg A: romeinse tijd vroeg B: romeinse tijd midden: romeinse tijd midden A: romeinse tijd midden B: romeinse tijd laat: romeinse tijd laat A: romeinse tijd laat B:
12 vC - 70 nC 12 vC - 25 nC 25 - 70 nC 70 - 270 nC 70 - 150 nC 150 - 270 nC 270 - 450 nC 270 - 350 nC 350 - 450 nC
middeleeuwen: middeleeuwen vroeg: middeleeuwen vroeg A: middeleeuwen vroeg B: middeleeuwen vroeg C: middeleeuwen vroeg D: middeleeuwen laat: middeleeuwen laat A: middeleeuwen laat B:
450 - 1.050 nC 450 - 525 nC 525 - 725 nC 725 - 900 nC 900 - 1.050 nC 1.050 - 1.500 nC 1.050 - 1.250 nC 1.250 - 1.500 nC
nieuwe tijd: nieuwe tijd vroeg: nieuwe tijd midden: nieuwe tijd laat:
1.500 - 1.650 nC 1.650 - 1.850 nC 1.850 – heden
Algemeen Steentijd (tot 2000 vC) De steentijd is opgedeeld in het paleolithicum, mesolithicum en neolithicum. Het paleolithicum (oude steentijd) wordt vooral gekenmerkt door de ijstijden. Na het laatpaleolithicum verbetert het klimaat. Vindplaatsen uit het late paleolithicum zijn vooral te herkennen aan concentraties vondstmateriaal (bewerkt en/of verbrand vuursteen, houtskool) met weinig en moeilijk te herkennen grondsporen zoals kuilen, paalgaten en houtskoolconcentraties die mogelijk wijzen op haardplaatsen. Vondsten uit het mesolithicum of midden steentijd, gekenmerkt door sporen en vondsten van rondtrekkende jagers en verzamelaars, bestaan voornamelijk uit bewerkt vuursteen, verbrande hazelnootdoppen en houtskoolfragmenten. Mesolithische grondsporen zijn vooral oppervlaktehaarden en haardkuilen. In een natte omgeving kunnen ook werktuigen van gewei of hout bewaard zijn gebleven. Voorbeelden hiervan zijn geweibijlen, bogen, visfuiken, etc. In het neolithicum (nieuwe steentijd) werden dieren gehouden en in het neolithicum werd eveneens akkerbouw bedreven. Grondsporen uit deze periode kunnen bestaan uit paalgaten van bijvoorbeeld boerderijen, resten van beschoeiingen, greppels, (afval)kuilen en haardplaatsen. Aardewerk komt in deze tijd voor, evenals bewerkt (vuur)steen en geslepen bijlen.
Metaaltijden (2000-12 vC) In de bronstijd en ijzertijd kwam bemesting en wisselbouw binnen de akkerbouw voor. Sporen uit de bronstijd en ijzertijd kunnen bestaan uit kuilen, paalgaten van boerderijplattegronden, bijgebouwen of spiekers, waterkuilen of -putten, erf- ofakkerafscheidingen en sporen van akkerbewerking zoals de kruiselings getrokken voren van een eergetouw. Houtskool kan duiden op de aanwezigheid van haarden voor voedselbereiding of het bakken van aardewerk. Ook kunnen er restanten gevonden worden die duiden op metaalbewerking, zoals stukken ovenwand, brons- of ijzerslakken, sintels, mallen, smeltkroezen, metaal bedoeld voor omsmelten, etc. Vondsten kunnen verder bestaan uit bijvoorbeeld metalen voorwerpen of voorwerpen van aardewerk zoals vaatwerk, maar ook slingerkogels, rammelaars, spinklosjes en weefgewichten. Romeinse tijd (12 vC-450 nC) In de romeinse tijd vormde de Rijn de noordelijke grens van het romeinse rijk. Langs deze grens, de limes, werden grensposten, nederzettingen en wegen gebouwd. In het noorden van Nederland zijn ook romeinse vondsten gedaan, maar dit zijn voornamelijk losse vondsten als romeinse munten, mantelspelden en scherven romeins aardewerk. Middeleeuwen en nieuwe tijd (450 nC-heden) Na een afname in de bevolkingsdichtheid aan het einde van de romeinse tijd en de periode erna, steeg deze weer in het begin van de middeleeuwen.