Bijlage 1: Zwartemeer, Eemslandweg 88 - Toelichting en Regels
Tekst van het document
Conform art. 74 lid 2 Wgh zijn de onderstaande wegen hiervan uitgezonderd: Wegen die gelegen zijn binnen een als woonerf aangeduid gebied; Wegen waarvoor een maximum snelheid van 30 km per uur geldt. De breedte van de zone is afhankelijk van het aantal rijstroken en de ligging in stedelijk of buitenstedelijk gebied.
bestemmingsplan "Zwartemeer, Eemslandweg 88" (ontwerp)
29
De woningen/appartementen betreffen nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen. Omdat de nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen binnen de zones van Kamerlingswijk Westzijde, Eemslandweg en de Verlengde van Echtenskanaal Noordzijde zijn gelegen, dient een akoestisch onderzoek te worden ingesteld naar de geluidsbelasting ten gevolge van deze geluidsbronnen. De Kamerlingswijk Westzijde en de 50 km/h wegvakken van de Eemslandweg en het Van Echtenskanaal NZ betreffen binnenstedelijke wegen met twee rijstroken met een zone van 200 meter. Het bouwplan is binnen de zones van deze wegen gelegen. Op de overige wegvakken van de Eemslandweg en het Van Echtenskanaal NZ geldt een rijsnelheid van 30 km/h. Aangezien deze wegen van rechtswege geen zone hebben hoeven de optredende geluidsbelastingen niet te worden getoetst aan de Wet geluidhinder. Deze wegvakken zijn wel betrokken bij de beoordeling van het de gecumuleerde geluidsbelasting wegverkeerslawaai. Er kan voldaan worden aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB (incl. aftrek art. 110g Wgh) en er hoeven geen hogere waarden te worden vastgesteld. Volgens het Bouwbesluit geldt geen verhoogde eis met betrekking tot de geluidwering van de gevels. Er is echter wel sprake van een gecumuleerde geluidsbelasting ten gevolge van meerdere wegen.
Om te voorkomen dat de optredende binnenniveaus tot onwenselijke situaties kunnen leiden, ter plaatse van de noord- en oostgevels van de appartementen en woningen geadviseerd geen standaard ventilatieroosters toe te passen maar susroosters. 4.4.4.2 Stemgeluid terras koffiehuis In het kader van goede ruimtelijke ordening zijn de optredende geluidsbelastingen ten gevolge van hetstemgeluid inzichtelijk gemaakt. Bij de toetsing is aangesloten bij de systematiek van de VNG publicatie “Bedrijven en milieuzonering”. Wat betreft het stemgeluid op het terras van het koffiehuis kan niet voldaan worden aan de streefwaarde volgens stap 2 van de VNG-publicatie, maar er kan wel voldaan worden aan de streefwaarde van stap 3. Koffiehuis Het koffiehuis is alleen geopend in de dagperiode (07.00-19.00 uur). In het koffiehuis wordt alleen achtergrondmuziek met een muziekgeluidsniveau van ten hoogste 70 dB(A) geproduceerd. De geluidsbelasting ten gevolge van het muziekgeluid is daarmee akoestisch niet relevant. In het kader van goede ruimtelijke ordening is het stemgeluid vanaf het terras voor het koffiehuis onderzocht. Het terras van het koffiehuis is onoverdekt en is gelegen aan een openbare. Het terras is niet omsloten door bebouwing. Het terras is daarom niet aan te merken als een binnenterrein.
De geluidsvoorschriften van het Activiteitenbesluit zijn daarom niet van toepassing op het stemgeluid van personen op dit terras. In het kader van goede ruimtelijke ordening zijn de optredende geluidsbelastingen ten gevolge van het stemgeluid wel inzichtelijk gemaakt. Bij de toetsing is aangesloten bij de systematiek van de VNG-publicatie "Bedrijven en milieuzonering". Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau ten hoogste 55 dB(A) in de dagperiode bedraagt. Hiermee wordt niet voldaan aan de streefwaarden volgens stap 2 van de VNG-publicatie. Gelet op de beperkte ruimte kan de geluidsbelasting redelijkerwijs niet worden gereduceerd tot de streefwaarden conform stap 2 door het verplaatsen en/of laten vervallen van enkele tafels. Het plaatsen van geluidschermen is in deze situatie geen optie. Daarnaast vindt het alleen in de dagperiode plaats en vindt de overschrijding van stap 2 slechts op de noordgevel plaats. Op de oost- en westgevel wordt voldaan aan de streefwaarde van stap 2. Er kan wel voldaan worden aan de streefwaarden conform stap 3 van de VNG-publicatie. Vrijstelling is mogelijk met dien verstande dat het bevoegd gezag motiveert waarom het deze geluidsbelasting in de concrete situatie acceptabel acht. Uit het onderzoek blijkt dat er redelijkerwijs geen doelmatige maatregelen zijn te treffen om de geluidsbelasting te reduceren.
Aangezien wel voldaan kan worden aan de streefwaarde van 55 dB(A) kan deze optredende geluidsbelasting gemotiveerd acceptabel worden geacht. Hierbij is het wel van belang dat het binnenniveau niet meer bedraagt dan 35 dB(A) in de dagperiode. Hieraan kan bij een standaard geluidwering van 20 dB volgens het Bouwbesluit al worden voldaan.Het maximaal
30
bestemmingsplan "Zwartemeer, Eemslandweg 88" (ontwerp)
geluidsniveau ten gevolge van het stemgeluid bedraagt ten hoogste LAmax = 67 dB(A) in de dagperiode. Hiermee kan worden voldaan aan de streefwaarden van LAmax = 70 dB(A) in de dagperiode volgens stap 2 van de VNG-publicatie. 4.4.5
Lucht
De Wet luchtkwaliteit is bedoeld om de negatieve effecten op de volksgezondheid aan te pakken, als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging. Anderzijds heeft de wet tot doel mogelijkheden te creëren voor ruimtelijke ontwikkeling. Volgens de nieuwe regeling vormt luchtkwaliteit in beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van een ruimtelijk project als aan minimaal één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; een project leidt, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; een project draagt 'niet in betekenende mate' (NIMB) bij aan de luchtverontreiniging; een project past binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of binnen een regionaal programma van maatregelen. 4.4.5.1 Algemeen beeld luchtkwaliteit plangebied NIBM-grens voor woningbouwlocaties (voorschrift 3A.2 Regeling NIBM): 3% criterium: = 1.500 woningen (netto) bij minimaal 1 ontsluitingsweg = 3.000 woningen (netto) bij minimaal 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling Hier worden 7 woningen toegevoegd. Omdat er geen significante ontwikkelingen in het plangebied of rondom het plangebied gepland zijn, zal de concentratie van de NOX en fijnstof niet veranderen.
Hierdoor betekent de luchtkwaliteit geen belemmering voor het vaststellen van het bestemmingsplan.
4.5
Waterparagraaf
Belangrijk instrument om waterbelangen in ruimtelijke plannen te waarborgen is de watertoets, die sinds 1 november 2003 wettelijk is verankerd. Initiatiefnemers zijn verplicht in ruimtelijke plannen een beschrijving op te nemen van de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Het doel van de wettelijk verplichte watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). In deze waterparagraaf wordt beschreven hoe het huidige waterhuishoudkundig systeem voor het plangebied is ingericht, welke fysieke omstandigheden voor het gebied gelden en of speciale functies voor het plangebied gelden. 4.5.1
Waterbeleid
De Europese Kaderrichtlijn Water is richtinggevend voor de bescherming van de oppervlaktewaterkwaliteit in de landen in de Europese Unie. Aan alle oppervlaktewateren in een stroomgebied worden kwaliteitsdoelen gesteld die in 2015 moeten worden bereikt. Ruimtelijk relevant rijksbeleid is verwoord in de Nota Ruimte en het Nationaal Waterplan (inclusief de stroomgebiedbeheerplannen). Op provinciaal niveau zijn de Omgevingsvisie en de bijbehorende Omgevingsverordening richtinggevend voor ruimtelijke plannen. Het Waterschap Vechtstromen heeft de beleidskaders van rijk en provincie nader uitgewerkt in het Waterbeheerplan 2016-2021. De belangrijkste ruimtelijk relevante thema's zijn waterveiligheid, klimaatbestendigheid omgeving en ruimte voor waterberging. Daarnaast is de Keur van Waterschap Vechtstromen een belangrijk regelstellend instrument waarmee in ruimtelijke plannen rekening moet worden gehouden. Op gemeentelijk niveau zijn het in overleg met Waterschap Vechtstromen opgestelde gemeentelijk
bestemmingsplan "Zwartemeer, Eemslandweg 88" (ontwerp)
31
Waterplan en het gemeentelijk Rioleringsplan van belang bij het afwegen van waterbelangen in ruimtelijke plannen. 4.5.1.1 Watersysteem In het waterbeheer van de 21e eeuw worden duurzame, veerkrachtige watersystemen nagestreefd. Dit betekent concreet dat droge perioden worden doorstaan zonder droogteschade, vissterfte en stank, en dat in natte perioden geen overlast optreedt door hoge grondwaterstanden of inundaties vanuit oppervlaktewateren. Problemen worden niet afgewenteld op andere gebieden of latere generaties. Het principe "eerst vasthouden, dan bergen, dan pas afvoeren" is hierbij leidend. Rijk, provincies en gemeenten hebben in het Nationaal Bestuursakkoord Water doelen vastgelegd voor het op orde brengen van het watersysteem. 4.5.1.2 Afvalwaterketen Het zoveel mogelijk scheiden van vuil en schoon water is belangrijk voor het bereiken van een goede waterkwaliteit. Door te voorkomen dat grote hoeveelheden relatief schoon hemelwater door rioolstelsels worden afgevoerd, neemt het aantal overstorten van verontreinigd rioolwater op oppervlaktewater af en neemt de doelmatigheid van de rioolwaterzuivering toe. Hierdoor verbetert zowel de kwaliteit van oppervlaktewateren waarop overstorten plaatsvinden als de kwaliteit van het effluent ontvangende oppervlaktewater.
Indien het schone hemelwater door middel van infiltratie in het gebied wordt vastgehouden alvorens het wordt afgevoerd naar oppervlaktewater, draagt dit bovendien bij aan de duurzaamheid van het watersysteem. Vandaar dat het principe "eerst schoonhouden, dan scheiden, dan pas zuiveren" een belangrijk uitgangspunt is bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Als het hemelwater niet wordt aangekoppeld of wordt afgekoppeld van het bestaande rioolstelsel is oppervlakkige afvoer en infiltreren in de bodem uitgangspunt. Als infiltratie in de bodem niet mogelijk is, is lozing op het oppervlaktewater via een bodempassage gewenst. 4.5.2
Wateraspecten plangebied
Bestemmingsplan Zwartemeer, Eemslandweg 88 valt onder het beheersgebied van het waterschap Vechtstromen. Het waterbeleid voor dit gebied is vastgelegd in het Waterbeheerplan van waterschap Vechtstromen en in het waterplan van de gemeente Emmen. 4.5.2.1 Grondgebruik Ingevolge het waterplan van de gemeente Emmen is het plangebied aangemerkt als stedelijk bebouwd gebied. 4.5.2.2 Bodemopbouw en hoogteligging Ingevolge de bodemkaart bij het waterplan van de gemeente Emmen is de bodem van het plangebied veen. Volgens de hoogtekaart (AHN) liggen de gronden op 16-18 meter NAP. 4.5.2.3 Grondwater In de afbeelding hieronder is de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) in het gebied aangegeven.
32
bestemmingsplan "Zwartemeer, Eemslandweg 88" (ontwerp)
Afbeelding 17 Overzicht Gemiddeld hoogste Grondwaterstand (GHG) (bron: Geoportaal provincie Drenthe).
4.5.3
Waterhuishouding
4.5.3.1 Riolering Naast het inzamelen en afvoeren van afvalwater heeft het rioolstelsel een belangrijke functie in de afwatering van de verharde oppervlakken in het plangebied. In een gemengd rioolstelsel worden afvalwater en regenwater 'gemengd' en vervolgens gezamenlijk afgevoerd naar de rioolwaterzuivering. Tijdens perioden met meer neerslag kan het voorkomen dat de rioolberging geheel gevuld raakt en zal rioolwater via de riooloverstorten naar het oppervlaktewater stromen. Een gescheiden rioolstelsel houdt afvalwater en regenwater gescheiden. Afvalwater wordt afgevoerd naar de rioolwaterzuivering, regenwater wordt rechtstreeks op het oppervlaktewater geloosd. Het rioolstelsel in het plangebied is uitgevoerd als een gemengd rioolstelsel. 4.5.3.2 Waterbeheer, (grond) waterkwantiteit - en kwaliteit Het plangebied maakt geen deel uit van een door de provincie aangewezen grondwaterbeschermingsgebied. Er zijn daarom geen beperkende eisen aan het grondgebruik gesteld. Het gebied heeft als hoofdfunctie wonen. Voor deze functie is de drooglegging van belang. Minimaal is het nodig dat 1,20 m drooglegging aanwezig is (de drooglegging is de afstand tussen het oppervlaktewaterpeil en het bouwpeil). Bij deze drooglegging kan een goede grondwaterstand voor de
bestemmingsplan "Zwartemeer, Eemslandweg 88" (ontwerp)
33
functie in het gebied worden bereikt. Het moet voorkomen worden dat er tijdens perioden van neerslag overlast, schade of gevaar ontstaat. Bij nieuwe ontwikkelingen zal dan ook goed moeten worden nagedacht over hoe er moet worden omgegaan met afvoer en berging van regenwater. Afgewogen moet worden of het verstandig is het regenwater in het eigen gebied te bergen of dat het juist beter is het water af te voeren naar een andere locatie. Afhankelijk van de locatie binnen het plangebied of functie van het gebied kan de keuze anders uitvallen. Verder is het van belang om bij de afweging te laten meewegen of het gaat om maatregelen die nodig zijn om water dat vrijkomt tijdens een kortdurende hevige hoosbui te verwerken, of dat het gaat om maatregelen om water dat vrijkomt tijdens een langdurige natte periode te verwerken. 4.5.4
Wateradvies waterschap
De gemeente Emmen heeft het waterschap tijdig ingelicht over de planvorming. Hierdoor heeft het waterschap de gemeente goed op de hoogte kunnen stellen van de waterhuishoudkundige aspecten binnen het plan. Er wordt rekening gehouden met bestaande wetten en regels op het gebied van de waterhuishouding. Via het online instrument www.dewatertoets.nl is de zogeheten watertoets uitgevoerd. Op basis hiervan blijkt dat het plangebied zich bevindt binnen het beheersgebied van het waterschap Vechtstromen en dat er sprake is van de zogeheten ‘normale procedure’.
34
bestemmingsplan "Zwartemeer, Eemslandweg 88" (ontwerp)
Hoofdstuk 5 5.1
Toelichting op de planregels en verbeelding
Algemeen
Het bestemmingsplan bestaat uit de plantoelichting, regels en verbeelding. De regels en de verbeelding vormen het juridisch bindende gedeelte van een bestemmingsplan. De verbeelding en de regels moeten altijd in samenhang worden gebruikt. De plantoelichting is bedoeld om de verbeelding en de regels te verduidelijken en om gemaakte keuzes te verantwoorden aan de hand van ruimtelijk beleid. Met de indeling van het bestemmingsplan zoals de naamgeving van de bestemmingen, opbouw van de regels en de weergave van op de verbeelding wordt aangesloten op landelijk geldende standaarden, onder meer Informatiemodel Ruimtelijke Ordening (IMRO2012) en de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP2012).
5.2
Toelichting op de verbeelding
6.2
Toelichting op de verbeelding
Voor de verbeelding wordt als ondergrond de basiskaart BGT gehanteerd. De ondergrond zal nooit een volledige weergave van de werkelijkheid zijn. De op de verbeelding aangegeven bebouwing moet dan ook als illustratief worden beschouwd. Alle gronden die binnen het plangebied vallen hebben een bestemming en/of aanduiding gekregen op de verbeelding. Deze bestemmingen en aanduidingen hebben slechts juridische betekenis indien in de regels hieraan een betekenis wordt gegeven. De begrenzingen van de bestemmingen volgen zoveel mogelijk geografische, topografische en/of kadastrale grenzen. Daar waar dat niet mogelijk bleek, is gekozen voor een meer praktische benadering. De schaal van de verbeelding kan met behulp van de computer door de gebruiker naar keuze worden ingesteld.
5.3
Toelichting op de regels
De regels zijn een juridische vertaling van het planologische -en ruimtelijk beleid van de gemeente, provincie en het rijk. De regels zijn een juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden en bebouwing, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing en regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bebouwing. Bij het opstellen van de regels is geprobeerd om de regels zo beperkt mogelijk te houden door alleen te regelen wat nodig is. Gebruiksregels Per bestemming is aangegeven voor welk gebruik de gronden zijn bedoeld. Indien daar aanleiding voor aanleiding voor bestaat, wordt via de specifieke gebruiksregels expliciet aangegeven waarvoor de gronden niet zijn bedoeld en of waarvoor en op welke wijze de gronden wel gebruikt kunnen worden. Bouwregels In een groot aantal bestemmingen zijn bouwregels opgenomen. Met deze bouwregels worden de bouwmogelijkheden gereguleerd. Uitgangspunt bij het bouwen van hoofdgebouwen is dat hoofdgebouwen altijd binnen een bouwvlak worden gebouwd en voorgevels van deze hoofdgebouwen in de gevellijn. Dit betekend dat indien er vervangende bebouwing wordt geprojecteerd, deze in de gevellijn moet worden teruggebouwd. Verder worden in de bouwregels onder anderen regels ten aanzien maximale bebouwing , bouwhoogtes, dakhelling opgenomen. Flexibiliteit Soms is het gewenst om af te wijken van de gestelde regels.
Hiervoor zijn in het bestemmingsplan flexibiliteitbepalingen opgenomen om op specifieke situaties in te kunnen spelen. De uitvoering van de flexibiliteitregelingen ligt bij het college van burgemeester en wethouders. Het toepassen van deze
bestemmingsplan "Zwartemeer, Eemslandweg 88" (ontwerp)
35
regelingen is geen automatisme. Voordat wordt besloten dat van de geldende regels in het bestemmingsplan kan worden afgeweken zal eerst bekeken worden wat de consequenties zijn van de afwijking op de leefomgeving. In het bestemmingsplan zijn diverse flexibiliteitregelingen opgenomen, deze zijn: Afwijken van de bouwregels; Afwijken van de gebruiksregels; Nadere eisen; Algemene afwijkingsregels; Wijzigingsbevoegdheden artikel 3.6 Wro; De afwijkingen van de bouw- of gebruiksregels maken afwijkingen van geringe aard mogelijk, waarbij de aan de grond toegekende bestemming gehandhaafd dient te blijven. Door het inwerkingtreden van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) worden verschillende vergunningen en besluiten, zoals de milieuvergunning, de omgevingsvergunning, afwijkingen van het bestemmingsplan en de kapvergunning gebundeld in een integrale omgevingsvergunning. Toestemming van burgemeester en wethouders voor een afwijking van de bouw- of gebruiksregels kan zodoende worden verkregen door het aanvragen van een omgevingsvergunning Met de nadere eisen kunnen ondergeschikte zaken aan gebouwen worden aangepast. Het gaat hierbij om zaken zoals het aanpassen van de vorm of de situering van een bouwwerk of de inrichting van een terrein. Met 'nadere eisen' kunnen geen ingrijpende veranderingen plaatsvinden in de bestemmingen.
Bij toepassing van een afwijking en / of nadere eisen wordt het beoordelingskader gehanteerd zoals in de onderstaande tabel is weergegeven. Deze lijst geeft de afwegingscriteria aan die meegewogen moeten worden bij de afweging of een omgevingsvergunning wordt verleend en/ of het toepassen van de nadere eisen. Op deze wijze kunnen interpretatieproblemen worden vermeden en wordt aan gebruikers van de in het plangebied gelegen gronden zoveel mogelijk rechtszekerheid geboden. Het bestemmingsplan biedt mogelijkheden voor het afwijken van de nadere eisen, de uitvoering van deze flexibiliteitsbepalingen zal plaatsvinden via de omgevingsvergunning. Bij toepassing van een afwijking en/ of nadere eis mag geen onevenredige afbreuk worden gedaan aan de volgende criteria: 1. Woonsituatie: Ten aanzien van de woonsituatie dient rekening gehouden te worden met het in stand houden en/ of garanderen van een goede woonsituatie, hierbij dient gelet te worden op: i. de verkeersaantrekkende werking en de parkeerbehoefte; ii. overlast door lawaai, stank en/of trillingen; iii. de lichttoetreding/bezonning ten opzichte van (bebouwing op) aangrenzende gronden; iv. het uitzicht; v. de aanwezigheid van voldoende privacy. 2. Straat- en bebouwingsbeeld: In het belang van een verantwoorde, evenwichtige en samenhangende stedenbouwkundige en architectonische inpassing dient aandacht gegeven te worden aan: i.
een goede verhouding tussen bouwmassa's en open ruimte, (landschappelijke inpassing); ii. de verhouding tussen de hoogte breedte van gebouwen; iii. gevelbeelden; iv. de samenhang van de bouwvorm met nabij gelegen bebouwing; v. de hoogtedifferentiatie; vi. de situering van gebouwen op het perceel; vii. de geleding van de gebouwen indien de oppervlakte meer dan 1000 meter² bedraagt. 3. Cultuurhistorie i.
cultuurhistorische waarden en archeologische waarden;
4. Verkeersveiligheid
36
bestemmingsplan "Zwartemeer, Eemslandweg 88" (ontwerp)
Ten waarborging van verkeersveiligheid dient rekening gehouden te worden met: i. verkeersaantrekkende werking, toename van de verkeersintensiteit en de parkeerbehoefte; ii. overlast door lawaai, stank en/of trillingen; iii. benodigde uitzichthoeken van wegen; iv. de aansluiting van in- en uitritten op de openbare weg; v. de gevolgen voor het zicht op de openbare weg en of fiets- en voetpaden; vi. de aanwezigheid van voldoende laad- en losruimte. 5. Sociale veiligheid Ter waarborging en ter voorkoming van een ruimtelijke situatie die onoverzichtelijk, onherkenbaar en niet-sociaal controleerbaar is dient rekening gehouden te worden: i. de mogelijkheden voor de verbetering van toezicht op en de overzichtelijkheid en toegankelijkheid van een sociaal onveilige plek; ii. de mate waarin de toezicht op en de overzichtelijkheid en toegankelijkheid van een openbare ruimte wordt ingeperkt. 6. Brandveiligheid, externe veiligheid en rampenbestrijding Ten aanzien van de brandveiligheid, externe veiligheid en rampenbestrijding dient rekening gehouden te worden met de volgende aspecten: i. aanwezigheid van kwetsbare objecten; ii. de aanwezigheid en routering van vluchtwegen; iii. de bereikbaarheid van de bouwwerken; de beschikbaarheid en bereikbaarheid van adequate blusmiddelen. 7.
Milieusituatie: Ter waarborging en ter voorkoming van een milieukundig ongewenste situatie als gevolg van een ruimtelijke ingreep dient rekening gehouden te worden met: i. de mate van hinder voor de omliggende functies; ii. de gevolgen voor de externe veiligheid; iii. de gevolgen van de aanwezigheid van gevoelige functies voor de hinderlijke functies; iv. de gevolgen voor flora en fauna in relatie met de omgeving; v. de gevolgen voor de bodemkwaliteit; vi. de gevolgen voor de (grond)waterkwaliteit; vii. de situering van gebouwen ten opzichte van het water. 8. Gebruiksmogelijkheden in andere bestemmingen Ter voorkoming van een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en de zich daarop bevindende bouwwerken is het niet toegestaan op enig terrein zodanig te bouwen, dat daardoor op een aangrenzend terrein, waarvan de toestand op dat moment overeenkomt met het plan, een situatie zou ontstaan die niet meer overeenkomt met het plan of waardoor een reeds bestaande afwijking van het plan zou worden vergroot. Figuur 6.1: Beoordelingscriteria afwijkingen en nader eisen De bevoegdheid ex. artikel 3.6 Wro om het bestemmingsplan te wijzigen ligt eveneens bij burgemeester en wethouders. De wijzigingsbevoegdheid maakt een wijziging van een bestemming in een andere bestemming mogelijk.
Voor de wijzigingsbevoegdheid geldt dat deze niet kan worden uitgevoerd, voordat onderzoek is uitgevoerd. Dit biedt de mogelijkheid om nader onderzoek zoveel mogelijk op de concrete situatie af te stemmen. Opzet regels De planregels van dit bestemmingsplan zijn opgedeeld in vier hoofdstukken: Hoofdstuk 1. Inleidende regels; Hoofdstuk 2. Bestemmingsregels; Hoofdstuk 3. Algemene regels; Hoofdstuk 4. Overgangs - en slotregels. De inhoud van de verschillende hoofdstukken wordt als volgt toegelicht:
bestemmingsplan "Zwartemeer, Eemslandweg 88" (ontwerp)
37
5.3.1
Hoofdstuk1 Inleidende regels
In hoofdstuk 1 worden diverse begrippen welke in de planregels worden gehanteerd nader verklaard. Dit om mogelijke interpretatieproblemen te voorkomen. Daarnaast wordt aangegeven op welke wijze bepaalde afmetingen dienen te worden gemeten. De begripsbepalingen in artikel 1 zijn noodzakelijk bij de interpretatie van de regels. In dit artikel worden de begrippen gedefinieerd, die in de regels worden gehanteerd. De begrippen die hierin zijn opgenomen zijn terug te vinden in de bestemmingsbepalingen. Bij de toetsing aan het bestemmingsplan wordt uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis. Voor zover geen begrippen zijn gedefinieerd wordt aangesloten bij het normaal spraakgebruik. Met uitzondering van de eerste twee begrippen (plan en bestemmingsplan) zijn de begrippen alfabetisch gerangschikt. De begrippen zijn zoveel mogelijk gebaseerd op vaste jurisprudentie. In de loop der tijd hebben de meeste begrippen zich ontwikkeld tot een standaard, waarvan ook in dit bestemmingsplan gebruik is gemaakt. De bepalingen over de wijze van meten zijn in artikel 2 opgenomen. Dit artikel geeft aan hoe de hoogteen andere maten die bij het bouwen in acht genomen dienen te worden, gemeten moeten worden. 5.3.2
Hoofdstuk2 bestemmingsregels
In hoofdstuk 2 worden artikelsgewijs de op de verbeelding aangegeven bestemmingen omschreven en wordt toegelicht op welke wijze de gronden en opstallen gebruikt mogen worden. Behalve bestemmingen en dubbelbestemmingen zijn binnen het bestemmingsplan aanduidingen te onderscheiden. Deze aanduidingen bevatten specificaties van bestemmingen en dubbelbestemmingen met betrekking tot gebruik of bouwen. 5.3.2.1 Gemengd Artikel 3: Gemengd De voor Gemengd aangewezen gronden dienen minimaal te bestaan uit een combinatie van twee gelijkwaardige functies van de in de SVBP 2012 opgesomd hoofdgroepen van bestemmingen. 5.3.2.2 Tuin Artikel 4: Tuin De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen. zie bestemmingsomschrijving in de regels. Op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen worden gebouwd. Voor erfafscheidingen gelden specifieke hoogtematen, andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde mogen maximaal 1m hoog zijn op basis van het bestemmingsplan. 5.3.2.3 Verkeer Artikel 5: Verkeer - Verblijfsgebied De voor Verkeer - Verblijfsgebied aangewezen gronden zijn bestemd voor woonstraten, parkeervoorzieningen en wegen ten behoeve van de ontsluiting van de aanliggende erven en percelen. 5.3.2.4 Wonen Artikel 6: Wonen - Aaneengebouwd Bij Wonen - Aaneengebouwd gaat het om regels die gelden voor grondgebonden aaneengesloten woningen.
Aaneengesloten woningen zijn woningen waarvan meer dan twee woningen onder één kap zijn geplaatst (rijwoningen). In enkele gevallen vallen dubbele woningen onder de bestemming Wonen, aaneengesloten gelet op de overeenkomsten met nabijgelegen aaneengesloten woningen. Voor Wonen - Aaneengebouwd aaneen geldt dat maximaal 50 m² bijbehorende bouwwerken gerealiseerd mogen worden mits niet meer dan 50% van het bouwperceel wordt bebouwd (inclusief de ruimte die gebruikt wordt voor de woning).
38
bestemmingsplan "Zwartemeer, Eemslandweg 88" (ontwerp)
5.3.3
Hoofdstuk3 Algemene regels
Hoofdstuk 3 van de regels bevat bepalingen die van toepassing zijn op meerdere bestemmingen, zodat het uit praktische overwegingen de voorkeur verdient deze in afzonderlijke artikelen onder te brengen. Artikel 7: Anti-dubbeltelregel Met dit artikel wordt voorkomen dat meer wordt gebouwd dan het bestemmingsplan beoogt. Dit is bijvoorbeeld mogelijk als (onderdelen van) bouwpercelen van eigenaars in maatvoering verschillen en wisselen. Door verwerving van een extra (bouw)perceel of een gedeelte daarvan, kunnen de gronden niet meegenomen worden met de berekening van de bouwmogelijkheden van het nieuwe perceel als de nieuw verworven gronden reeds meegenomen zijn bij de berekening van een eerdere bouwplannen. Het is dus niet toegestaan gronden twee keer in te zetten om een omgevingsvergunning te verkrijgen. Artikel 8: Algemene bouwregels In artikel zijn regels opgenomen voor het bouwen van ondergeschikte bouwonderdelen. De genoemde onderdelen mogen de in de regels bepaalde maximale bouwhoogte overschrijden met de in artikel genoemde maten. Hiervoor is bewust gekozen omdat dit duidelijkheid en enige vrijheid aan ontwerpers biedt. Artikel 9: Algemene gebruiksregels Bij de formulering van de gebruiksbepalingen is een algemene formulering aangehouden. Deze gaat uit van de gedachte dat het gebruik uitsluitend mag plaatsvinden in overeenstemming met de bestemming.
Dit maakt het noodzakelijk dat de bestemmingsomschrijving voldoende duidelijk is. Artikel 10: Algemene afwijkingsregels De afwijkingsregels zijn regels waardoor aan de bestemmingsbepalingen de nodige extra flexibiliteit wordt meegegeven. De afwijkingen mogen alleen gebruikt worden indien niet op grond van een andere bepaling in deze regels afwijking kan worden verleend. Dit betekent dat niet twee keer afwijking kan worden verleend van eenzelfde bepalingen of dat bepalingen die extra bouwmogelijkheden geven niet cumulatief gebruikt mogen worden.
5.4
Handhaving
In dit bestemmingsplan heeft actueel beleid zijn doorwerking in de regels gekregen. Hierdoor is het juridisch kader van het bestemmingsplan voor gemeente als publiek beter toepasbaar geworden. Van de gemeente mag verwacht worden dat opgetreden wordt als de regels van het bestemmingsplan niet worden nageleefd. Bestemmingsplannen zijn immers bindend voor overheid en publiek ter bescherming van een goede ruimtelijke kwaliteit en een veilige leefomgeving. Het college van de gemeente Emmen heeft het beleidsplan Vergunningverlening Toezicht en Handhaving (VTH) vastgesteld. Dit beleidsplan VTH beschrijft de visie en ambitie op het terrein van de gemeentelijke VTH-taken, waaronder ook valt het toepassen en naleven van de regels in het bestemmingsplan. Daarnaast geeft het beleidsplan VTH invulling aan de wettelijke plicht om vastgesteld VTH-beleid te hebben. Voor wat betreft handhaving kan de gemeente onmogelijk continu alles controleren. De gemeente vertrouwt erop dat inwoners en bedrijven de regels naleven en zij er alles aan doen om risico's en nadelige effecten voor de maatschappij te voorkomen. Risico's bepalen de inzet van de beschikbare capaciteit. Op basis van kennis en ervaring is vastgesteld welke bedrijfscategorieën en activiteiten het grootste risico vormen voor fysieke veiligheid, leefbaarheid, volksgezondheid, milieu en imago.
Deze uitgangspunten zijn gebruikt bij het opstellen van dit bestemmingsplan en worden ook toegepast bij de naleving van de regels van het bestemmingsplan.
bestemmingsplan "Zwartemeer, Eemslandweg 88" (ontwerp)
39
Hoofdstuk 6
Maatschappelijke betrokkenheid
6.1
Overleg ex. artikel 3.1.1 Bro en zienswijzen
6.1.1
Overleg
In het vooroverleg is aan de orde geweest dat het pand in de huidige situatie aan het verpauperen is. Het pand heeft geen monumentale status, maar heeft wel betekenis voor de kern Zwartemeer. De initiatiefnemer wil iets van de oude luister terugbrengen. Daarnaast wil men een deel van de horeca behouden, hetgeen belangrijk wordt geacht voor Zwartemeer. De appartementen en grondgebonden woningen worden gebouwd voor de doelgroepen jongeren/starters en senioren. Dit is passend binnen het beleid van de gemeente. Bovenstaande heeft geleid tot medewerking aan het plan. Het college heeft het bestemmingsplan Zwartemeer, Eemslandweg 88 vrijgegeven voor overleg artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het concept- ontwerpbestemmingsplan is voor overleg verzonden naar verschillende overlegpartners. Het plan is verzonden aan de Provincie Drenthe, waterschap Vechtstromen, de Gasunie, de RUD, de VRD en EOP Dorpsraad Zwartemeer. De reacties zijn verwerkt in het ontwerpbestemmingsplan.
6.2
Zienswijzen op het ontwerpbestemmingsplan
In het ontwerpbestemmingsplan zijn de reacties uit het vooroverleg verwerkt (zie hier boven bij 6.1.1.). Van 4 mei tot en met 14 juni 2022 heeft het ontwerpbestemmingsplan 'Bestemmingsplan Zwartemeer, Eemslandweg 88' met bijbehorende stukken terinzage gelegen. Het ontwerpbestemmingsplan kon digitaal bekeken worden via www.ruimtelijkeplannen.nl. Ook konden op afspraak de stukken bekeken worden bij het Klant Contact Centrum op het gemeentehuis, Raadhuisplein 1 te Emmen. De Provincie Drenthe, waterschap Vechtstromen en EOP Dorpsraad Zwartemeer, hebben een afschrift van de publicatie van de ter inzage legging ontvangen. Tegen het bestemmingsplan Zwartemeer, Eemslandweg 88 zijn geen zienswijzen ingediend.
40
bestemmingsplan "Zwartemeer, Eemslandweg 88" (ontwerp)
Hoofdstuk 7
Economische uitvoerbaarheid
Per 1 juli 2008 is de Wet ruimtelijke ordening in werking getreden. Afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening verplicht de gemeente tot het verhalen van kosten bij grondexploitatie via een exploitatieplan, tenzij kostenverhaal anderszins is verzekerd. De toepassing voor het afdwingbare kostenverhaal richt zich op bouwplannen. De definitie van wat onder een bouwplan wordt verstaan, is opgenomen in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Uit dit artikel blijkt dat onder een bouwplan o.a. wordt verstaan de bouw van een woning of de uitbreiding van een gebouw van 1000 m2 of meer. De kosten van het maken van het voorliggend bestemmingsplan worden in dit geval gedekt op grond van de legesverordening. Voor dit plan zijn door de gemeente geen aanvullende kosten voor onderzoek begroot en gemaakt. De vaststelling van een exploitatieplan is zodoende niet nodig, aangezien het kostenverhaal nu anderszins verzekerd is.
bestemmingsplan "Zwartemeer, Eemslandweg 88" (ontwerp)
41
42
bestemmingsplan "Zwartemeer, Eemslandweg 88" (ontwerp)
Bijlagen bij de toelichting
bestemmingsplan "Zwartemeer, Eemslandweg 88" (ontwerp)
43
Bijlage 1 Verkennend milieukundig bodemonderzoek
44
bestemmingsplan "Zwartemeer, Eemslandweg 88" (ontwerp)
januari ’22
Onderwerp:
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN 5740+A1 Eemslandweg nr. 88 te Zwartemeer
Projectnummer:
21-M10157
Opdrachtgever:
Bouwkundig Adviesbureau Walda
Datum:
24 januari 2022
0
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Eemslandweg nr. 88 te Zwartemeer
onderwerp
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN 5740+A1 Eemslandweg nr. 88 te Zwartemeer
datum
24 januari 2022
projectnummer
21-M10157
in opdracht van
uitgevoerd door
Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens de norm NEN-EN-ISO 9001:2015, het uitvoeren van milieukundige bodemonderzoeken en geotechnische onderzoeken Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Monsterneming Bouwstoffenbesluit SIKB 1000 protocol 1001: Monsterneming grond voor partijkeuringen”
Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek SIKB 2000 protocollen 2001, 2002 en 2018”
(het onderhavige onderzoek heeft uitsluitend betrekking op de beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 2000, protocol 2001 en 2002)
Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar worden gemaakt door middels van druk, fotokopie, microfilm of anderszins zonder voorafgaande, schriftelijke toestemming van de opdrachtgever of Sigma Bouw & Milieu.
januari ’22
1
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Eemslandweg nr. 88 te Zwartemeer
Inhoudsopgave 1
2
INLEIDING ...................................................................................................................................3 1.1
Algemeen ............................................................................................................................3
1.2
Aanleiding van het bodemonderzoek ...................................................................................3
1.3
Doel van het onderzoek .......................................................................................................3
1.4
Referentiekader van het onderzoek .....................................................................................4
1.5
Opbouw van het rapport ......................................................................................................4
VOORONDERZOEK ....................................................................................................................5 2.1
3
4
Hypothese en onderzoeksstrategie .................................................................................... 13
VELDONDERZOEK ................................................................................................................... 15 3.1
Uitvoering van het veldonderzoek ...................................................................................... 15
3.2
Resultaten van het veldonderzoek ..................................................................................... 16
CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK.................................................................................. 18 4.1
Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek .................................................... 18
4.2
Toetsingscriteria ................................................................................................................ 19
4.3
Analyseresultaten en interpretatie ...................................................................................... 20
4.3.1
Milieuhygiënische kwaliteit grond ................................................................................... 20
4.3.2
Milieuhygiënische kwaliteit grondwater ........................................................................... 23
5
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ....................................................................................... 25
6
LITERTUURLIJST ..................................................................................................................... 29
7
COLOFON ................................................................................................................................. 30
Bijlagen 1. Topografisch overzicht 1A.Historisch topografisch overzicht 2. Onderzoekslocatie met boorplan (1:500) 3. Beschrijvingen inspectiegaten/boringen/foto’s 4. Analysecertificaten 5. Onafhankelijkheidsverklaring
januari ’22
2
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Eemslandweg nr. 88 te Zwartemeer
1
INLEIDING
1.1
Algemeen
In opdracht van Bouwkundig Adviesbureau Walda is in december 2021 / januari 2022 door Sigma Bouw & Milieu een verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 uitgevoerd op een deel van de locatie gelegen aan de Eemslandweg te Zwartemeer (gemeente Emmen). De plaats en situering van de onderzoekslocatie is weergegeven in bijlage 1 en 2. In dit onderzoek worden allereerst de locatiegegevens, de historische gegevens ofwel het bodemgebruik in het verleden evenals de resultaten van eventuele voorgaande bodemonderzoeken besproken. Vervolgens wordt de bodemopbouw, geologie en geohydrologie besproken. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek is een onderzoekshypothese opgesteld. Het verdere onderzoek is op basis van deze hypothese uitgevoerd. De onderzoeksresultaten worden geïnterpreteerd. Aan de hand van de interpretatie van de onderzoeksresultaten wordt een eindconclusie geformuleerd. kwaliteitsborging: Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens de norm NEN-EN-ISO 9001:2015. Het verkennend milieukundig bodemonderzoek is uitgevoerd volgens de richtlijnen uit het besluit uitvoeringskwaliteit Bodembeheer (KWALIBO). Zo is de gehanteerde onderzoeksstrategie opgesteld volgens de normen NEN-5725 en NEN-5740 en zijn de veld- en laboratoriumwerkzaamheden uitgevoerd volgens geldende beoordelingsrichtlijnen en accreditatieschema’s.
De veldwerkzaamheden van Sigma Bouw & Milieu zijn verricht onder het procescertificaat BRL SIKB 2000 (Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek) waarvoor Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd en erkend door het ministerie van I&W. In het kader van het onderhavige onderzoek zijn de protocollen 2001 (plaatsen van handboringen en peilbuizen t.b.v. het nemen van grond- en grondwatermonsters) en 2002 (het nemen van grondwatermonsters) van toepassing. Sigma Bouw & Milieu verklaart bij deze volledig onafhankelijk te zijn in de uitvoering van het onderzoek en op geen enkele wijze gerelateerd te zijn aan de eigenaar van het te onderzoeken terrein.
1.2
Aanleiding van het bodemonderzoek
Aanleiding tot de uitvoering van dit verkennend milieukundig bodemonderzoek vormt de geplande nieuwbouw van een appartementencomplex op de onderzoekslocatie.
1.3
Doel van het onderzoek
Het verkennend bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 heeft tot doel inzicht te verkrijgen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en vast te stellen of er sprake is van bodemverontreiniging. Aan de hand van dit onderzoek wordt inzicht verkregen in hoeverre het bodemgebruik van de locatie heeft geleid tot verontreiniging. Op basis van de onderzoeksresultaten kan een milieuhygiënische beoordeling worden gegeven ten aanzien van de beoogde c.q. de toekomstige gebruiksmogelijkheden van de locatie. Indien uit de onderzoeksresultaten blijkt dat er sprake is van bodemverontreiniging zal worden beoordeeld of vervolgonderzoek noodzakelijk geacht wordt.
januari ’22
3
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Eemslandweg nr. 88 te Zwartemeer
1.4
Referentiekader van het onderzoek
Teneinde de kwaliteit van de grond op de onderhavige locatie juist in te schatten is de onderzoeksopzet van het bodemonderzoek gebaseerd op de onderzoeksstrategie voor verkennend bodemonderzoek, onderzoeksnorm NEN 5740+A1 (literatuur 1). 1.5
Opbouw van het rapport
In het voorliggende rapport komen de volgende aspecten aan de orde: vooronderzoek, (hoofdstuk 2) veldonderzoek, (hoofdstuk 3) chemisch-analytisch onderzoek, (hoofdstuk 4) conclusies en aanbevelingen, (hoofdstuk 5).
januari ’22
4
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Eemslandweg nr. 88 te Zwartemeer
2
VOORONDERZOEK
Het vooronderzoek wordt voorafgaand aan het feitelijke onderzoek (veld- en chemisch-analytisch onderzoek) uitgevoerd. Het vooronderzoek omvat het verzamelen van informatie over het vroegere en huidige gebruik van de onderzoekslocatie en de omgeving, onder meer gericht op het vinden van mogelijke bronnen van bodembelasting. De uitwerking van het vooronderzoek is gebaseerd op de onderzoeksnorm NEN 5725, strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek (literatuur 9). In de NEN-5725 (2017) zijn zeven aanleidingen tot vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. Voor elke afzonderlijke aanleiding tot vooronderzoek dienen verschillende onderzoeksvragen te worden beantwoord. De verplicht te onderzoeken aspecten zijn per aanleiding omschreven in tabel 1. tabel 1: onderzoeksaspecten milieuhygiënisch vooronderzoek
Onderzoeksaspecten 1. Locatiegegevens
Aanleiding tot vooronderzoek Eigendomssituatie
A 0
B 0
C
D
3. Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit
F
G
✓
Hoogteligging 2. Bodemopbouw en geohydrologie
E
Bodemopbouw
✓
✓
✓
✓
✓
✓
Antropogene lagen in de bodem
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
Geohydrologie
✓
✓
Geval van ernstige bodemverontreiniging?
✓
✓
✓
✓
✓
✓
Kwaliteit o.b.v. BKK
✓
0
✓
✓
✓
✓
✓
O.b.v. uitgevoerde bodemonderzoeken
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
0
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
0
✓
✓
4. Gebruik en beïnvloeding van de locatie, verdachte situatie, activiteiten, ongewoon voorval
Voormalig Huidig Toekomstig Asbestverdacht?
✓
✓
✓
✓
✓
5. Terreinverkenning ✓ Verplicht onderzoeksaspect. Indien dit onderzoeksaspect niet van toepassing is, behoort dit in het rapport te worden vermeld en gemotiveerd
0 Optioneel
januari ’22
5
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Eemslandweg nr. 88 te Zwartemeer
aanleiding vooronderzoek Het onderhavige bodemonderzoek betreft een verkennend bodemonderzoek in het kader van de geplande nieuwbouw van een appartementencomplex op de onderzoekslocatie. Het vooronderzoek is uitgevoerd op basis van aanleiding A, conform paragraaf 6.2.1 “opstellen hypothese bodemkwaliteit ten behoeve van een bodemonderzoek” uit de NEN-5725 (2017). geraadpleegde bronnen in het kader van het vooronderzoek Voor het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • informatie verstrekt door de opdrachtgever/eigenaar; • informatie verstrekt door de gemeente Emmen via RUD-Drenthe (email d.d. 01-11-2021); • informatie uit voorgaande bodemonderzoeken; • Geoportaal Drenthe • Bodemloket.nl; • Topotijdreis.nl; • Kadaster/BAG Viewer; • grondwaterkaart van Nederland; • AHN.nl; • Dinoloket.nl; • handelsbestand van de Kamer van Koophandel; • terreininspectie voorafgaand aan de veldwerkzaamheden. Het uitgevoerde vooronderzoek heeft betrekking tot de onderhavige onderzoekslocatie alsmede de aangrenzende percelen binnen een straal van 25 meter. De onderzoeksvragen voor het opstellen van de onderzoekshypothese en de gekozen onderzoeksstrategie zijn, voor zover relevant, in de onderstaande paragrafen nader uitgewerkt. locatiegegevens In tabel 2 is een overzicht van de basisinformatie/locatiegegevens weergegeven. tabel 2: overzicht basisinformatie
Adres Plaats Gemeente Topografisch overzicht Coördinaten Kadastrale aanduiding Eigendomssituatie Oppervlakte onderzoekslocatie (plangebied) Algemene omschrijving
januari ’22
Eemslandweg nr. 88 Zwartemeer Emmen Zie bijlage 1 X = 267,127 Y= 527,351 Gemeente Emmen, perceel sectie M nr. 560 Niet nagegaan. Ca. 1.264 m2 De onderzoekslocatie betreft (een gedeelte van) de locatie gelegen aan de Eemslandweg nr. 88 te Zwartemeer. Op de locatie bevindt zich een bestaand gebouw met bijeenkomstfunctie en een aangrenzende schuur. In het gebouw bevinden zich o.a. een café en feestzaal (zie figuur 1). In de bebouwing bevindt zich een betonvloer en deels een houten vloer. Rondom de bebouwing is diverse bestrating aanwezig (o.a. voetpaden). De opdrachtgever is voornemens een deel van de bestaande bebouwing af te breken en te vervangen voor een appartementencomplex. Het onderhavige onderzoek heeft betrekking op het terreindeel zoals opgenomen in bijlage 2.
6
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Eemslandweg nr. 88 te Zwartemeer
Figuur 1: globale ligging onderzoeksgebied (plangebied) Bebouwing en bouwjaar (Kadaster BAG) Terreinverharding Ondergrondse infrastructuur
Op de onderzoekslocatie bevindt zich een gebouw uit 1900 (o.a. café en feestzaal) en een schuur uit 2011 (zie figuur 1). De grond rondom de bestaande bebouwing is verhard met tegels/klinkers. Geen informatie, bij grondwerk dient een KLIC-melding gedaan te worden.
Archeologische waarden
De locatie heeft op basis van de archeologische waardenkaart (IKAW) de vermelding "lage trefkans". Verbouw/nieuwbouw naar appartementencomplex.
Geplande herinrichting bijzonderheden: -
afbakening onderzoekslocatie Het onderhavige onderzoek, het geografisch besluitvormingsgebied, betreft het onderzochte deel van de locatie zoals weergegeven in bijlage 2.
januari ’22
7
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Eemslandweg nr. 88 te Zwartemeer
bodemgebruik op basis van topografische kaarten In de onderstaande tabel 3 is de beschikbare informatie weergegeven over het historisch, huidig en toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en de directe omgeving. tabel 3: beschrijving bodemgebruik
Omschrijving
Gebruik
Potentieel bodembedreigende activiteiten en situaties
Onderzoekslocatie Historisch (op basis van topografische kaarten, Topotijdreis) Huidig
Op topografische kaarten van voor 1906 is op de locatie nog Geen. geen bebouwing zichtbaar. Vanaf 1906 is enige bebouwing te herkennen t.p.v. de onderzoekslocatie. Deze bebouwing is in de loop der jaren verder uitgebreid / gewijzigd.
De onderzoekslocatie betreft (een gedeelte van) de locatie gelegen aan de Eemslandweg nr. 88 te Zwartemeer. Op de locatie bevindt zich een bestaand gebouw met bijeenkomstfunctie en een aangrenzende schuur. In de bestaande bebouwing bevindt zich een betonvloer en deels een houten vloer. Rondom de bebouwing is diverse bestrating aanwezig (o.a. voetpaden). Toekomstig De opdrachtgever is voornemens een deel van de bestaande bebouwing af te breken en te vervangen voor een appartementencomplex. Het onderhavige onderzoek heeft betrekking op het terreindeel zoals opgenomen in bijlage 2. Directe omgeving (<25 m) Historisch (op Op basis van de topografische kaarten vanaf 1906 is nabij basis van de locatie reeds enige bebouwing te herkennen. topografische Deze bebouwing is in de loop der jaren verder uitgebreid/ kaarten, gewijzigd. Topotijdreis) In de directe omgeving van de onderzoekslocatie bevinden Huidig en toekomstig zich voornamelijk woningen in lintbebouwing. Noordzijde: Eemslandweg; Oostzijde: Kamerlingswijk WZ (weg); Zuid- en westzijde: naastgelegen woningen.
januari ’22
Geen.
Geen.
Geen.
Het is op voorhand onbekend of activiteiten in de directe omgeving negatieve invloed hebben (gehad) op de bodemkwaliteit t.p.v. de onderhavige onderzoekslocatie.
8
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Eemslandweg nr. 88 te Zwartemeer
bedrijfsmatige activiteiten, bodembedreigende activiteiten en calamiteiten In tabel 4 staat een overzicht weergegeven van de potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten op basis van de beschikbare informatie. tabel 4: overzicht potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten
Gebruik
De onderzoekslocatie betreft (een gedeelte van) de locatie gelegen aan de Eemslandweg nr. 88 te Zwartemeer. Op de locatie bevindt zich een bestaand gebouw met bijeenkomstfunctie en een aangrenzende schuur (zie figuur 1). In het gebouw bevinden zich o.a. een café en feestzaal. In de bestaande bebouwing bevindt zich een betonvloer en deels een houten vloer. Rondom de bebouwing is diverse bestrating aanwezig (o.a. voetpaden). De opdrachtgever is voornemens een deel van de bestaande bebouwing af te breken en te vervangen voor een appartementencomplex. Het onderhavige onderzoek heeft betrekking op het terreindeel zoals opgenomen in bijlage 2. Voor zover bekend is er sinds 1906 bebouwing aanwezig op de onderzoekslocatie. Voor 1906 is de locatie waarschijnlijk alleen in gebruik geweest als agrarisch perceel.
Bouwvergunning
Er is geen informatie beschikbaar omtrent evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende activiteiten/calamiteiten (verbranding afval, opslag van gevaarlijke stoffen etc.) op de onderzoekslocatie. De onderzoekslocatie is onbebouwd.
Milieuvergunning
Niet bekend.
Handelsregister
De locatie wordt in het handelsregister van de Kamer van Koophandel als volgt vermeld: • CAFE WELLING (opgeheven of verplaatst) • Café De Nachdwacht • Nijlandoos Nachdwacht (opgeheven of verplaatst) Op de locatie wordt melding gemaakt van een gesaneerde ondergrondse huisbrandolietank. De tank met een inhoud van 6.000 liter is volgens bekende informatie in 1992 gesaneerd onder toezicht van de provincie. De tank stond op naam van Welling. De situering van de vm. ondergrondse HBO-tank is zowel bij de eigenaar en de gemeente niet bekend. In het gemeentelijk archief is hierover geen informatie te vinden.
Aanwezigheid brandstoftanks
Aanwezigheid asbest
januari ’22
Er is geen andere informatie omtrent de eventuele aanwezigheid of voormalige aanwezigheid van boven- of ondergrondse brandstoftanks op het te bebouwen deel. Er bestaat altijd de mogelijkheid dat boven- en ondergrondse brandstoftanks in het verleden geplaatst zijn zonder melding, de aanwezigheid van dergelijke tanks blijkt niet uit de verkregen informatie. Volgens de asbestdakenkaart van de provincie Drenthe is het dak van de bebouwing op nr. 88 waarschijnlijk asbestvrij (zie figuur 2).
9
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Eemslandweg nr. 88 te Zwartemeer
Figuur 2: asbestdakenkaart provincie Drenthe
Ophogingen/dempingen/stortingen
Niet gesprongen explosieven
PFAS-verdachtheid
januari ’22
Er is geen informatie bekend omtrent de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem t.p.v. het plangebied. Er bestaat altijd de mogelijkheid dat asbest (afval/puin) ed. is begraven. Op voorhand is hiervan geen informatie bekend. Er is geen informatie omtrent evt. met bodemvreemd materiaal gedempte watergangen/ sloten t.p.v. de onderzoekslocatie (binnen het onderzochte terreindeel). Er is geen informatie omtrent evt. opgebrachte gebiedsvreemde grond (ophogingen), verhardingsmateriaal, puinmateriaal en/of afval op de onderzoekslocatie. Geen informatie, in Nederland zijn er niet gesprongen explosieven (NGE) uit de Tweede Wereldoorlog in de grond achtergebleven. De (potentiële) aanwezigheid van niet gesprongen explosieven kan een bedreiging inhouden bij grondroerende werkzaamheden en kan tot vertraging leiden bij planvorming en uitvoering van werkzaamheden. NGE's worden met name aangetroffen ter plaatse van 'strategische doelen' zoals binnensteden, verbindingswegen, spoorwegen, bruggen en havens. De gemeente is op basis van regelgeving verantwoordelijk voor het opsporen en ruimen va niet gesprongen explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. Voor aanvullende informatie wordt verwezen naar de gemeente. Op of nabij de onderzoekslocatie bevinden zich geen locaties die de bodem verdacht maken voor PFAS en GenX verbindingen als gevolg van puntbronnen.
De kans op verontreiniging met PFAS in de grond t.p.v. de onderzoekslocatie t.g.v. puntbronnen wordt gering geacht. De bovengrond, diepere geroerde bodemlagen en de waterbodem zijn op basis van het Tijdelijk Handelingskader PFAS in heel Nederland verdacht op het diffuus voorkomen van PFAS als gevolg van atmosferische depositie. Verwacht wordt dat de bodem van de onderzoekslocatie diffuus onverdacht is voor PFAS en onverdacht is op GenX. Hoewel PFAS diffuus verspreid in de bodem in Nederland voorkomt, en op veel plaatsen in gehalten boven de detectielimiet wordt aangetroffen, is op basis van het vooronderzoek geen informatie verkregen over de eventuele aanwezigheid van PFAS en GenX op de locatie. Ter plaatse zijn geen bronlocaties bekend. Bij evt. toekomstig grondverzet wordt geadviseerd alsnog onderzoek naar deze parameters uit te voeren.
10
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Eemslandweg nr. 88 te Zwartemeer
Calamiteiten
Verdachte activiteiten < 25 m
Voor zover bekend is er geen informatie over evt. calamiteiten die hebben plaatsgevonden waarbij de bodem verontreinigd kan zijn geraakt. In de directe omgeving van de locatie bevinden zich voornamelijk woningen. Het is op voorhand onbekend of activiteiten in de directe omgeving negatieve invloed hebben (gehad) op de bodemkwaliteit t.p.v. de onderhavige onderzoekslocatie.
voorgaande bodemonderzoeken In tabel 5 is een overzicht van voorgaande bodemonderzoeken en informatie van de bodemkwaliteitskaart weergegeven. tabel 5: overzicht voorgaande bodemonderzoeken en bodemkwaliteitskaart voorgaande bodemonderzoeken Onderzoekslocatie
► Historisch onderzoek d.d. 31-05-2005, ReGister, ref. nr. HO-tank/3902 (tekening ontbreekt, precieze ligging tank onbekend). Conclusie: Uit het historisch onderzoek is gebleken dat, voor zover bekend, op de locatie als enige verdachte activiteit een ondergrondse tank aanwezig is geweest. Deze tank is verwijderd onder toezicht van de provincie (categorie E) en de Gemeente Emmen beschouwt deze verwijdering als voldoende uitgevoerd. Er hoeft in het kader van het bodemsaneringstraject geen vervolgactie op de locatie te worden uitgevoerd. De verontreinigingsstatus van de locatie is potentieel verontreinigd. Bij bouwactiviteiten of grondverzet moet rekening worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid van bodemverontreiniging op de locatie. Vervolg: voldoende onderzocht en/of gesaneerd en geen vervolgactie noodzakelijk.
Omgeving <25 m Vermoeden van (een geval van ernstige) bodemverontreiniging op de locatie of een deel daarvan informatie bodemkwaliteitskaart
► Niet bekend. ►Niet bekend.
januari ’22
►De locatie bevindt zich in de zone wonen.
11
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Eemslandweg nr. 88 te Zwartemeer
bodemopbouw, geohydrologie en antropogene beïnvloeding De ondiepe geologie in het onderzoeksgebied is afgeleid van de Grondwaterkaart van Nederland (Dienst grondwaterverkenning TNO/DGGV) en ontleend aan het dinoloket (www.dinoloket.nl). De bovenste laag, de deklaag, heeft een hoogte van ca. 17-20 m+NAP. In tabel 6 staat de geohydrologische opbouw weergegeven. tabel 6: geohydrologische opbouw
diepte m-mv 0-20
20-46
46-56
beschrijving
formatie
zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn Boxtel zand, weinig zandige klei en grof zand en een spoor klei, veen en grind zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en grof Urk zand, weinig fijn zand en grind en een spoor klei, zandige klei en veen zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en grof Appelscha zand, weinig zandige klei, fijn zand en grind en een spoor klei
De stromingsrichting van het ondiepe grondwater van het eerste watervoerend is in het kader van dit onderzoek niet vastgesteld. Opgemerkt dient te worden dat de stromingsrichting van het grondwater beïnvloed kan worden door drainagepatroon, ligging van sloten, riolering, kabels, leidingen en funderingen. (financieel-) juridische situatie In tabel 7 zijn de financieel- juridische aspecten weergegeven. tabel 7: financieel/juridische aspecten
kadastrale gegevens opdrachtgever/ belanghebbende rechtspersonen
Gemeente Emmen, perceel sectie M nr. 560 Niet nagegaan.
In het kader van onderhavig bodemonderzoek is behoudens de opgenomen kadastrale gegevens geen nadere financieel juridische informatie verzameld. Het uitvoeren van een daadwerkelijke juridische toets maakt geen deel uit van onderhavig bodemonderzoek.
januari ’22
12
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Eemslandweg nr. 88 te Zwartemeer
2.1
Hypothese en onderzoeksstrategie
Volgens de onderzoeksnorm NEN 5740 dient, m.b.t. de aanwezigheid van eventuele bodemverontreiniging, vooraf een onderzoekshypothese te worden opgesteld. De hypothese kan worden opgesteld op basis van bekende (historische) gegevens, uit de betrokken informatie kan blijken dat de onderzoekslocatie, vooraf, als “verdacht” of “onverdacht” wordt aangemerkt. Op basis van de historische informatie uit het vooronderzoek blijkt dat de onderzoekslocatie waarschijnlijk vanaf 1906 bebouwd is geweest. De onderzoekslocatie is voor zover bekend tot 1906 alleen in gebruik geweest als grasland. De opdrachtgever is voornemens om de nieuwbouw van een appartementencomplex te realiseren. Het onderhavige onderzoek heeft betrekking op het terreindeel zoals opgenomen in bijlage 2. Op de locatie wordt melding gemaakt van een gesaneerde ondergrondse huisbrandolietank. De tank met een inhoud van 6.000 liter is volgens bekende informatie 1992 gesaneerd onder toezicht van de provincie. De tank stond op naam van Welling. De situering van de vm. ondergrondse HBO-tank is zowel bij de eigenaar en de gemeente niet bekend. In het gemeentelijk archief is hierover geen informatie te vinden. Aangezien de situering van de vm. ondergrondse HBO-tank op de locatie niet bekend is, was het niet mogelijk om in dit bodemonderzoek gericht onderzoek te doen naar de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem t.p.v. de vm.
ondergrondse HBO-tank (wat gezien moet worden als een potentieel voor bodemverontreiniging verdachte deellocatie). Er is geen andere informatie omtrent evt. (voormalige) (bedrijfs)matige activiteiten op de onderzoekslocatie (t.p.v. het onderzoeksgebied). Er is geen andere informatie over (voormalige) potentieel verdachte deellocaties (bronnen), (voormalige) bodembedreigende activiteiten of evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende calamiteiten t.p.v. de onderzoekslocatie (t.p.v. het onderzoeksgebied). De onderzoekslocatie, het beoogde plangebied, is in eerste aanleg als milieuhygiënisch "onverdacht" aangemerkt. Op basis van deze hypothese is het bodemonderzoek t.p.v. de onderzoekslocatie uitgevoerd conform de bijbehorende onderzoeksstrategie, volgens NEN 5740+A1, paragraaf 5.1, strategie voor onverdachte locaties (ONV-NL) (literatuur 1). In tabel 8 is de gehanteerde onderzoeksstrategie weergegeven. tabel 8: gehanteerde onderzoeksstrategie
(deel)locatie NEN-5740+A1 onderzoeksgebied (plangebied) (ca. 1.264 m2)
mogelijke verontreiniging grond
grondwater
onderzoeksstrategie
-
-
ONV-NL
Op basis van bekende informatie zijn geen gegevens bekend dat op de locatie sprake zou kunnen zijn van een bodemverontreiniging met asbest. Op voorhand is geen concrete informatie bekend waaruit blijkt dat t.p.v. de onderzoekslocatie asbesthoudend materiaal in de bodem aanwezig is. Er is in dit onderzoek vooralsnog geen onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in grond uitgevoerd. Het opgeboorde monstermateriaal op de onderzoekslocatie is in dit onderzoek visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. Opgemerkt dient te worden dat asbestanalyses geen deel uitmaken van uitgevoerde analyses in het kader van de NEN-5740+A1. Onderhavig onderzoek betreft geen asbest onderzoek in bodem volgens NEN-5707+C2 of NEN-5897+C2. januari ’22