Bijlage 1:Transitievisie Warmte (RIS.10509)
Tekst van het document
De functie van deze gebouwen zorgen voor een andere warmtevraag. Dit zorgt er ook voor dat veel van deze gebouwen restwarmte produceren. Momenteel lopen er initiatieven voor het uitkoppelen van restwarmte in Bargermeer (Getec) voor een warmtenet met hoge en lage temperatuur. Verder kunnen ondernemers ervoor kiezen om zelfvoorzienend te worden. Hierover moet onderling goede afspraken gemaakt worden. Buitengebied Het buitengebied wordt gekenmerkt door een lage bebouwingsdichtheid, dit maakt een mix van individuele opties als duurzame warmtevoorziening een meest logische keus. We zetten in op (rendabel) isoleren waar kan en nodig is om zoveel mogelijk energie te besparen.
Tabel 1: overzicht technieken per buurt
Buurten
Techniek(en)
Emmen-centrum en omliggende buurten
1. 2. 3.
Warmtenet op MT/HT-bron Hybride warmtepompen All-electric
Parc Sandur, Rietlanden (nieuwbouwdeel), Delftlanden
1. 2.
All-electric LT-warmtenet op TEO
Dorpen
1. 2.
Mix: all-electric/hybride (groen gas) Kleinschalig collectief
Klazienaveen en glastuinbouw
1. 2.
Warmtenet Mix: all-electric/hybride (groen gas)
Industrie
1. 2.
Warmtenet op HT/LT-bron Individueel
Buitengebied en lintbebouwing
1.
Mix: all-electric/hybride (groen gas)
5.2 Fasering Niet alle wijken in Emmen kunnen tegelijk de route naar een aardgasvrije warmtevoorziening inzetten, een gefaseerde aanpak is nodig. De transitie naar een aardgasvrije gebouwde omgeving is namelijk een complexe uitdaging, waarin niet gelijktijdig voor iedereen een goed alternatief voorhanden is. Om de transitie haalbaar en betaalbaar te houden is het van belang de transitie stap voor stap te doorlopen. Het realisatietempo wordt bepaald door de mate waarin een redelijk alternatief beschikbaar is. Dat is ook afhankelijk van financiële ondersteuning en instrumenten vanuit het nationale Klimaatakkoord. De fasering, of het tijdspad, waarop in Emmen
Transitievisie Warmte gemeente Emmen I oktober 2021
24
wordt gestart met het opstellen van een wijkuitvoeringsplan staat hieronder beschreven. Starten met isoleren Voor de warmte die niet wordt gebruikt hoeft ook geen duurzaam alternatief gevonden te worden. Het verminderen van de warmtevraag is daarom een belangrijke eerste stap in de route naar een aardgasvrij Emmen. Goede isolatie van dak, vloer en gevel zorgt voor een lagere warmtevraag en daarmee een makkelijkere overstap op duurzame warmtebronnen. Welke isolatiemaatregelen in welke woning genomen kunnen worden is sterk afhankelijk van de reeds toegepaste isolatie en het woningtype. Om kosten en overlast te verminderen kan er voor het isoleren van een woning het beste gebruikt worden gemaakt van natuurlijke momenten. Bijvoorbeeld door als een bewoner al gaat verbouwen, aan te sturen om gelijk te gaan isoleren. (Wijk)uitvoeringsplannen voor Parc Sandur, Rietlanden en Delftlanden en voor Nieuw-Dordrecht en Oranjedorp Zoals in de uitgangspunten (hoofdstuk 2) beschreven starten we in de wijken waar energie zit. In Parc Sandur, Rietlanden en Delftlanden en in Nieuw-Dordrecht en Oranjedorp weten we dat dit het geval is. Hier wilt een aantal inwoners onderzoeken op welke manier en middels welke techniek(en) inwoners van het aardgas af kunnen. Samen met deze inwoners en de andere inwoners denken wij de komende jaren graag na over het hoe en wat in een uitvoeringsplan.
Toewerken naar een aardgasvrijgereed Angelslo, Bargeres, Emmerhout en Emmermeer De komende vijf jaar moet duidelijk worden of de aanleg van warmtenetten in de gemeente Emmen mogelijk en wenselijk is. Voor de wijken Angelslo, Bargeres, Emmerhout en Emmermeer geldt dat als een warmtenet mogelijk blijkt te zijn deze wijken hier hoogstwaarschijnlijk voor in aanmerking komen. Hier moet eerst meer duidelijkheid over komen voordat er met een wijkuitvoeringsplan gestart kan worden. De woningcorporaties in deze wijken starten met isoleren en het verduurzamen van woningen, hierna gereed voor de overstap op een MT-warmtenet. Omdat een aantal inwoners van Angelslo, Bargeres, Emmerhout en Emmermeer wel heeft aangegeven stappen te willen zetten willen we graag met de inwoners van Angelso,
Bargeres, Emmerhout en Emmermeer verkennen welke stappen alvast gezet kunnen worden. We denken dan nog niet na over de uiteindelijke aardgasvrij oplossing, maar wel over maatregelen die het aardgasvrij worden straks kunnen versnellen. Denk hierbij aan isoleren, maar ook aan koken op inductie of de installatie van zonneboilers.
(Wijk)uitvoeringsplannen Wanneer een dorp of wijk is aangewezen als startwijk, dan houdt dat in dat we daar beginnen met het uitzetten van onderzoeken naar de mogelijkheden voor duurzame warmtebronnen en een intensief communicatietraject starten met de inwoners. Samen met inwoners onderzoeken we de technische, financiële en maatschappelijke mogelijkheden waarvan we de uitkomsten in een (wijk)uitvoeringsplan (WUP) opnemen. Een uitvoeringsplan hoeft niet per definitie te gaan over een officiële wijk of dorp, maar kan ook gaan om een deel van een dorp of wijk, een combinatie van wijken, gebouwen in het buitengebied of gebouwen met een vergelijkbare bouwstijl en bouwjaar. Dit is afhankelijk van de samenhang die er is in een gebied. Samen met inwoners en andere stakeholders willen wij een gedragen plan tot stand brengen. In het WUP bepaalt de gemeente met de inwoners en andere betrokken stakeholders de definitieve keuze voor de warmtebron en -techniek voor het gebied. Daarnaast maken we inzichtelijk op welke termijn de levering van aardgas daadwerkelijk eindigt. Ook zijn belangrijke onderdelen in het WUP de financiering van de transitie, de ruimtelijke inpassing, de organisatie van de uitvoering en communicatie & participatie. Als uitgangspunt willen we de uitvoeringsplannen starten met een actieve groep inwoners (een duurzaam netwerk).
Deze inwoners werken het gehele proces mee aan de totstandkoming en de uitvoering van het WUP.
Transitievisie Warmte gemeente Emmen I oktober 2021
25
Hoofdstuk 6
Financiering en betaalbaarheid Op dit moment weten we nog niet precies wat de transitie naar aardgasvrij in Nederland gaat kosten. Daarbij is de financiële impact van de transitie voor iedereen verschillend. Er zijn nog veel onduidelijkheden. In de stappen na de TVW wordt dit concreter inzichtelijk gemaakt. In dit hoofdstuk komen de financieringsmogelijkheden aan bod (zoals subsidies) en gaan we op hoofdlijnen in op de kosten van de transitie.
Transitievisie Warmte gemeente Emmen I oktober 2021
26
6. Financiering en betaalbaarheid 6.1 Financieringsmogelijkheden De betaalbaarheid van de warmtetransitie is een belangrijk punt van aandacht. In het Klimaatakkoord staat dat ‘de verduurzaming voor iedereen betaalbaar moet zijn, maar ook gefinancierd (moet) kunnen worden. Ook voor degenen die daar nu geen toegang toe hebben’. Door te werken aan verschillende financieringsconstructies werkt de overheid toe naar een situatie waarin de woonlasten zoveel mogelijk gelijk blijven. Of in het geval van energiearmoede mogelijk zelfs omlaag gaan. Hoe dit er precies uit komt te zien is nog onduidelijk. Een belangrijke rol hierbij ligt bij het Rijk. Het Rijk is bezig om een breed palet aan aantrekkelijke, toegankelijke en verantwoorde financieringsmogelijkheden te realiseren. Zo kan iedereen een vorm vinden die in de eigen situatie past. In de transitie naar nieuwe bronnen worden investeringen gedaan. Die kunnen een besparing in energielasten opleveren en zorgen vaak voor meer comfort in de woning. Om de transitie mogelijk te maken zijn er subsidies en financieringsregelingen (duurzaamheidsleningen) beschikbaar. Deze hebben we hiernaast weergegeven. Uit verder onderzoek in de startwijken moet blijken welke financieringsinstrumenten nodig zijn en hoe deze eventueel gecombineerd worden.
6.2 Betaalbaarheid van de warmtetransitie Alhoewel de uiteindelijke kosten nog onduidelijk zijn, weten we wel dat ze gaan verschillen per gebouw en gebied. Dit komt omdat de kosten voor elke techniek en elk type gebouw anders zijn. In het bepalen van de kosten maken we onderscheid tussen maatschappelijke kosten en eindgebruikerskosten. Deze kosten zijn bij voorkeur in balans en zo laag mogelijk. In onderstaand kader staat beschreven wat deze kosten precies zijn. De combinatie tussen technische mogelijkheden en de kosten bepaalt uiteindelijk welke techniek het meest geschikt is. De kosten van een techniek zijn afhankelijk van veel verschillende factoren, waaronder:
Subsidies Subsidies zijn er met name om de ‘onrendabele top’ af te dekken. Een nieuwe maatregel levert vaak besparing of meerwaarde voor de woning op. Soms is dit niet genoeg om de maatregel terug te betalen, of is het goed om deze maatregel extra te stimuleren. Er zijn verschillende subsidies:
Subsidie voor particulieren bij het doen van maatregelen of aanschaf van installaties (ISDE) Subsidie energiebesparing eigen huis (SEEH) voor VvE’s Stimuleringsregeling aardgasvrije huurwoningen (SAH) voor verhuurders Proeftuinsubsidie aardgasvrije wijken voor gemeenten (PAW) Subsidie Collectieve energie-initiatieven voor bewoners die een energie-coöperatie willen oprichten Subsidie Stimulering CO2-reductie voor MKB-ondernemers om energie-advies in te winnen
Duurzaamheidsleningen Duurzaamheidsleningen helpen duurzame maatregelen te treffen, zonder dat iemand veel eigen geld hoeft te gebruiken. Een maatregel kan namelijk een voordelige keus zijn, maar niet direct te financieren. Een duurzaamheidslening moet worden terugbetaald, maar kent in de regel een lage rente. Er zijn verschillende duurzaamheidsleningen, waaronder:
Energiebespaarlening voor particulieren, VvE’s en scholen van het Nationaal Warmtefonds. Zie ook: Energiebespaarlening Drenthe - Energiebespaarlening Energiebespaarhypotheek voor woningeigenaren met een kleine beurs (beschikbaar in 2021)
Transitievisie Warmte gemeente Emmen I oktober 2021
27
Het type gebouw: de oppervlakte en het aantal buitenmuren van een woning zijn van invloed op de investeringskosten en de maandlasten. De huidige staat van het gebouw: afhankelijk van de leeftijd van de woning en de mate van onderhoud en renovatie (inclusief de mate van isolatie). De techniek: het ene alternatief is duurder dan het andere. Ook de kostenopbouw verschilt: in de ene optie gaat het vooral om kosten in de woning (zoals isolatie of installatie), in de andere optie gaat het vooral om kosten buiten de woning (zoals voor de infrastructuur). Daarmee komen de investeringen bij verschillende partijen terecht (eigenaren, netbeheerders, bewoners, energieleveranciers). Externe factoren: factoren zoals marktwerking en de prijs van aardgas zijn van invloed op alle soorten kosten. De TVW wordt om de 5 jaar herzien. Gedurende die periode veranderen er ook dingen op de markt waar we rekening mee houden.
We maken ook een verschil tussen de investeringskosten en de jaarlijkse kosten. De investeringskosten zijn de kosten die iemand van te voren of bij aanschaf van de nieuwe techniek moet maken. De jaarlijkse kosten zijn de vaste lasten van meestal de bewoner of gebouweigenaar. De jaarlijkse kosten zijn afhankelijk van de leefstijl van de inwoners, de exploitatiekosten en de onderhoudskosten aan het systeem.
Maatschappelijke kosten Dit zijn de totale financiële kosten in Nederland van alle maatregelen die nodig zijn om in een wijk of dorp van het aardgas af te gaan, ongeacht wie die kosten betaalt. Dit is inclusief de baten van energiebesparing, maar exclusief belastingen, heffingen en subsidies. Het gaat hier onder andere om de aanleg van een warmtenet, de verzwaring van het elektriciteitsnet, verwijderen van het gasnet en onderhoud van infrastructuur. Ook de investeringen van de bewoners zitten hierin.
Eindgebruikerskosten Eindgebruikerskosten zijn de kosten voor de bewoners en andere gebouweigenaren en kunnen worden onderverdeeld in investeringskosten en jaarlijkse kosten. Deze kosten geven weer welk deel van de kosten op de schouders van de bewoner valt. De investeringskosten zijn de eenmalige kosten voor de transitie naar een duurzame warmtetechniek. De jaarlasten zijn de kosten die de bewoner jaarlijks moet betalen. Voor meer informatie over mogelijke kosten, zie www.verbeterjehuis.nl.
Wat de kosten voor het aardgasvrij ook worden, ze verschillen per situatie. Voor een reeds goed geïsoleerde woning waar al vloerverwarming aanwezig is kan de overstap op een warmtepomp met de huidige subsidies zonder al te grote investering plaatsvinden. Zeker wanneer dit gebeurt op het moment dat de huidige CV ketel aan vervanging toe is. Voor woningen waarin nog veel stappen genomen dienen te worden lopen de kosten al snel op. Het is daarom goed om de natuurlijke momenten te benutten (verhuizing, vervangen keuken, nieuwe ketel, nieuwe vloer) om de kosten zo laag mogelijk te houden. Wat de daadwerkelijke kosten worden en hoe dit gefinancierd gaat worden wordt de komende jaren verder uitgewerkt.
Transitievisie Warmte gemeente Emmen I oktober 2021
28
Hoofdstuk 7
Communicatie en participatie In de gemeente Emmen gaan bijna 50.000 woningen en 7.500 andere gebouwen van het aardgas af. Om dat te bereiken wordt in onze gemeente samengewerkt aan de lokale warmtetransitie, waarbij de gemeente de regie heeft. De gemeente kan, en wil, dat niet alleen doen. De warmtetransitie is een uitdagende opgave, die we alleen kunnen realiseren door samen te werken met betrokken partijen, zoals inwoners, bedrijven en instellingen en maatschappelijke organisaties.
Transitievisie Warmte gemeente Emmen I oktober 2021
29
7. Communicatie en participatie 7.1 Samenwerking tussen stakeholders De warmtetransitie is een gezamenlijke opgave die vraagt om bundeling van kennis, investeringen en belangen. De samenwerking van veel verschillende stakeholders en een brede communicatie en participatie is daarom belangrijk. Het gaat om een gedeelde verantwoordelijkheid, waarin de gemeente de regie heeft. Daarnaast staat de opgave niet op zich, maar maakt deel uit van de bredere energietransitie en klimaatopgave. Wie zijn de belangrijkste stakeholders?
De warmtetransitie kan niet plaatsvinden zonder actieve participatie van inwoners, EOP’s en ondernemers. Zij zullen met elkaar de woon- en leefomgeving (helpen) aanpassen aan de nieuwe realiteit. Daarnaast zijn steeds meer inwoners en ondernemers gemotiveerd om eigen verantwoordelijkheid te nemen voor duurzaamheid en duurzame warmte. Deze lokale initiatiefnemers zijn een belangrijke stakeholder in de warmtetransitie.
Ten tweede is dat gemeente Emmen zelf. We hebben een regierol bij het opstellen van de TVW. Vanuit het Klimaatakkoord hebben gemeenten de verantwoordelijkheid om eind 2021 een eerste transitievisie te hebben die door de raad is goedgekeurd. Tenminste iedere vijf jaar actualiseren we de transitievisie. Deze regierol kunnen we op verschillende manieren invullen. Ook kunnen we onze rol na verloop van tijd aanpassen. Er zijn verschillende invullingen van de regierol mogelijk, deze worden in de volgende paragraaf beschreven.
Ten derde is netbeheerders Enexis Netbeheer een belangrijke stakeholder. Netbeheerders zijn verantwoordelijk voor de aanleg en het onderhoud van de elektriciteits- en gasnetten. Aanpassingen van deze netten moeten aansluiten bij de keuzes die de gemeente maakt voor aardgasalternatieven. Daarbij moet rekening worden gehouden met de doorlooptijd en ruimtelijke impact van de netaanpassingen. Dit maakt de netbeheerder een belangrijke
stakeholder in de warmtetransitie. Enexis Netbeheer beschikt daarnaast over data en kennis van energie, die kan helpen bij de te maken keuzes.
We maken als gemeente onderdeel uit van de RES regio Drenthe. Alle gemeenten uit Drenthe werken samen aan de RES met onder andere de provincie Drenthe en vier verschillende waterschappen als belangrijke samenwerkpartners. De provincie levert daarbij kennis en stelt financiële middelen beschikbaar. De waterschappen betrekken we ook wanneer er kansen zijn om warmte uit water (aquathermie) te gebruiken.
In de warmtransitie werken we intensief samen met de gemeente Borger-Odoorn en gemeente Coevorden. Samen hebben we de Transitievisies Warmte voor elke gemeente opgesteld. De komende periode denken we na over hoe we onze samenwerking kunnen continueren. We kijken daarbij onder andere naar de frequentie waarin we kunnen samenwerken en op welke thema’s we de samenwerking kunnen opzoeken. We zoek naar kansen in het leerproces, bijvoorbeeld hoe om te gaan met wijkuitvoeringsplannen, wat betekent het no-regret spoor of door kennis te delen over bepaalde technieken. Daarnaast zijn we op zoek naar een gezamenlijke backoffice waarmee we een energieloket op kunnen zetten. Door dit samen aan te pakken kunnen we capaciteit combineren, houden we informatievoorziening naar bewoners transparant en houden we meer capaciteit over om inwoners te informeren. Een win-win situatie!
In gemeente zijn woningcorporaties Domesta, Lefier en Woonservice een belangrijke stakeholder. Woningcorporaties zijn belangrijke aanjagers in het verduurzamen van (een groot aantal) woningen. Vaak kunnen ze daarbij een voorbeeldfunctie zijn voor particulieren woningeigenaren die in de buurt van hun bezit een woning hebben (zogenaamd gespikkeld bezit).
Tot slot zijn de vrijwillige Energiecoaches van het Drents Energieloket belangrijke stakeholders. De Energiecoaches zijn
Transitievisie Warmte gemeente Emmen I oktober 2021
30
actieve inwoners uit de gemeente en spelen een belangrijke rol voor vragen van individuele woningeigenaren. Ze helpen geïnteresseerden en voorzien geheel belangeloos van bespaartips. Bovenstaande is geen uitputtende lijst van stakeholders, gaandeweg de transitie naar aardgasvrij spelen vele andere stakeholders eveneens een rol. Geen enkele stakeholder kan deze transitie zelfstandig bereiken, samenwerking is daarom noodzakelijk.
7.2 Communicatie- en participatiestrategie Om iedereen mee te krijgen met de warmtetransitie is een goede communicatie en participatie met alle betrokkenen essentieel. Ons uiteindelijke doel is daarbij dat iedereen begrijpt wat de warmtetransitie inhoudt. We vinden het daarbij belangrijk dat we eenduidige informatie met een duidelijke boodschap verschaffen. In 2050 zijn we aardgasvrij, maar het is aan de inwoner om af te wegen wanneer hij over gaat op een duurzame vorm van warmte. Bewustwording: dat is de focus voor de komende vijf jaar. De gemeente stelt hiervoor een communicatie- en participatiestrategie op die recht doet aan de (diverse) rollen en de invloed van de gemeente én van de stakeholders. Deze strategie geeft duidelijkheid aan inwoners, bedrijven, overheden, instellingen over wat ze kunnen verwachten. Deze strategie wordt per deelgebied (straat, buurt of wijk) in de uitvoering in een plan concreet maakt. Dat houdt in dat dan wordt bekeken wat er nodig is voor optimale participatie. In het kader van communicatie en participatie hebben de Provinciale Staten van Drenthe een onderzoek uitgevoerd naar de wensen en behoeften van de Drenten over de wijze waarop zij betrokken willen worden bij de energieen klimaattransitie. Uit het onderzoek is naar voren gekomen dat 52% van de Drenten het stoppen met aardgas in 2050 steunt.
25% van de Drenten vindt het helemaal niet goed om te stoppen. Drenten geven ook aan dat ze bepaalde voorwaarden erg belangrijk vinden voor de overstap naar duurzame warmte. Een van de belangrijkste voorwaarde is dat de kosten eerlijk verdeeld moeten worden onder rijke en arme mensen. Uit het onderzoek is ook gekomen dat naar mate mensen ouder worden, de energierekening minder van belang is voor het accepteren van de overstap. Deze bevindingen vormen een belangrijke basis voor de communicatie en participatiestrategie van de gemeente.
Transitievisie Warmte gemeente Emmen I oktober 2021
31
Hoofdstuk 8
Vervolgstappen Met deze Transitievisie Warmte gaan we in de gemeente voortvarend verder met het verduurzamen van de gebouwde omgeving. Concreet gaan we aan de slag met het vormgeven van de warmtetransitie op wijk- en buurtniveau door in te zetten op isoleren en maken we de komende jaren de eerste wijkuitvoeringsplannen waarin we uitwerken hoe de verschillende gebieden van het aardgas afgaan.
Transitievisie Warmte gemeente Emmen I oktober 2021
32
8. Vervolgstappen 8.1 Uitvoeringsstrategie De vervolgstappen richting de uitvoering zijn verschillend per deelgebied en per techniek waarop in de toekomst wordt overgestapt. Daarnaast worden in de uitvoering stappen gezet die voor alle gebouwen woningeigenaren gelden, gericht op bewustwording, gedrag en isolatie. In deze paragraaf zetten we de vervolgstappen in hoofdlijnen uiteen. In de uitvoeringsplannen wordt hier verder invulling aan gegeven. Verkennen van warmtenetten Zoals in hoofdstuk 4 en 5 is beschreven, liggen er in Emmen kansen voor het realiseren van warmtenetten. In de wijken waar kansen liggen wordt daarom gewerkt aan het aardgasvrij gereed maken van gebouwen (isolatie), communicatie en onderzoeken naar de mogelijkheden en haalbaarheid van een warmtenet. Isolatie is belangrijk vanwege de temperatuur van een warmtenet. Hoe lager de temperatuur van het water van het warmtenet, hoe belangrijker het is dat de woning goed geïsoleerd is. In de volgende paragraaf is hier meer over te lezen. Communicatie is belangrijk omdat een warmtenet een collectieve bron is waar verschillende gebruikers op worden aangesloten. Op dit moment is er géén plicht voor eigenaren van bestaande woningen om aan te sluiten op het warmtenet. Ook niet in geval van verbouwing of ingrijpende renovatie.
Daarom is het belangrijk om inwoners van de gemeente mee te nemen in de meerwaarde van een warmtenet en wat dit inhoudt. Tot slot is het uitvoeren van onderzoek belangrijk. Daarbij zijn veel verschillende partijen betrokken, waaronder veel externe partijen, de lokale politiek en gemeentelijke afdelingen. Zij voeren verschillende onderzoeken uit, zoals: onderzoek naar de bron van het warmtenet: levert de bron voldoende warmte? En hoe groot is het verzorgingsgebied van de bron?
onderzoek naar de businesscase: om ervoor te zorgen dat de businesscase rondkomt zijn er voldoende rendabele aansluitingen nodig binnen het verzorgingsgebied. Anders komt de businesscase zonder projectsubsidie niet rond. Onderzoek naar draakvlak: is er onder de inwoners en ondernemers voelde interesse en draagvlak om aan te sluiten op een warmtenet, en zijn er voldoende leveranciers of (externe) partijen geïnteresseerd om mee te werken met de uitrol van een warmtenet?
De komende twee jaar willen we deze onderzoeken in gang zetten. We willen ontwikkelingen en inzichten in een stroomversnelling zetten en daarbij de samenwerking opzoeken met samenwerkpartners zoals corporaties en netbeheerders en inwoners. Inwoners faciliteren bij een individuele aanpak Daarnaast wordt de warmtevraag in Emmen ingevuld met individuele technieken en groen gas. Bij de overgang naar (hybride) warmtepompen en groen gas is het in de komende jaren belangrijk om inwoners zo goed mogelijk te ondersteunen en stimuleren om zelf stappen te zetten in de verduurzaming van hun woning. Deze ondersteuning bestaat uit het bieden van voldoende informatie om zelf aan de slag te kunnen en waar mogelijk financieel in de vorm van bijvoorbeeld landelijke subsidies. De gemeente faciliteert de inwoners in het aanvragen van de landelijke subsidies. Welke stappen inwoners kunnen zetten in hun woning richting aardgasvrij hangt af van zowel het type woning (ouderdom, isolatiegraad, ruimte in de woning) als de wil en financiële mogelijkheden van de inwoners. Op dit moment is het aan de inwoners om de keuze te maken wanneer zij de overstap maken op een duurzame warmte, waarbij ons einddoel duidelijk is: in 2050 zijn wij een aardgasvrije gemeente. In de komende jaren werken we aan bewustwording bij inwoners en ondernemers in de gemeente.
Dit doen we door gesprekken te voeren op wijk- en buurtniveau en door inspiratieavonden te organiseren voor geïnteresseerden. Hierbij kunnen thema’s centraal staan als het isoleren
Transitievisie Warmte gemeente Emmen I oktober 2021
33
van oudere woningen of de overstap op een warmtepomp. Daarnaast geeft de gemeente in samenwerking met het energieloket onafhankelijk advies over verduurzaming en maatregelen richting aardgasvrij. Dat kan tevens gaan over de mogelijkheden voor gezamenlijke inkoop van bijvoorbeeld radiatorfolie of isolatiemateriaal. Daarnaast is een belangrijke stap in de uitvoering gericht op samenwerking. De samenwerking met energiecoöperaties wordt waar wenselijk versterkt. Ook willen we aanhaken bij initiatieven van onderop. Wanneer een groep georganiseerde bewoners aangeeft een stap te willen zetten richting aardgasvrij wil de gemeente hen ondersteunen met informatie en waar mogelijk financiële ondersteuning. Samen met woningcorporaties wordt onderzocht hoe particuliere woningeigenaren kunnen meeprofiteren van de maatregelen richting aardgasvrij die de woningcorporaties treffen. Tot slot benut de gemeente de samenwerking met de gemeenten Coevorden en Border-Odoorn. We willen van elkaar en ervaringen die in de gemeenten worden opgedaan leren. Daarbij houden we ook goede voorbeelden uit de rest van Nederland in de gaten om kennis op te doen. Voor de overgang op groen gas (al dan niet in combinatie met een hybride warmtepomp) is het belangrijk om in de uitvoeringsfase stakeholders en samenwerkpartners op het gebied van groen gas met elkaar te verbinden.
Om groen gas in de gemeente te kunnen benutten is een samenwerking nodig tussen de gemeente, provincie Drenthe (vergunningsprocedures), exploitanten en producenten, leveranciers en netbeheerders. Zij dienen daarbij mede te communiceren met omwonden, ondernemers en energiecoöperaties. Onderzoeksvragen die zijn geformuleerd met betrekking tot groen gas zijn onder andere: Hoe krijgen we vraag en aanbod van duurzaam gas in balans? Om een onbalans te voorkomen en voldoende invloedruimte te creëren op het gasnet voor potentiële groen gas producenten In hoeverre is het reëel dat groen gas beschikbaar wordt voor het verwarmen van woningen?
Hoe zorgen we ervoor dat groen gas bij de inwoners (afnemers) terecht komt? En welke rol kan een energiecoöperatie hierin spelen?
Opstellen van wijkuitvoeringsplannen Zoals benoemd in hoofdstuk 5 zijn de wijken Parc Sandur, Rietlanden, Delftlanden, Nieuw-Dordrecht en Oranjedorp aangewezen als startwijken voor de eerste WUP. In deze wijken zien we een aantal inwoners met energie om samen na te denken over een WUP. Daarna onderzoeken we eerst de wens en de mogelijkheden van een warmtenet voordat we met de WUPs starten in Angelslo, Bargeres, Emmerhout en Emmermeer. De inwoners willen we het gehele proces betrekken en ondersteunen. Van de totstandkoming en de uitvoering van het WUP. Hoe een WUP eruit komt te zien is afhankelijk van de behoefte in een wijk, hier is geen vast format voor. Onderdelen van een WUP kunnen zijn:
Een uitgesproken bestuurlijke ambitie Een business case voor de gekozen techniek Participatieproces: welke vorm en welke doelgroepen? Technisch
inzicht: welke warmtebronnen en wat betekent dat voor de woningen? Meekoppelkansen in beeld: welke benut je wel en welke benut je
niet en wanneer? Een risicoanalyse Financieringsmogelijkheden
Organisatie van de transitie Een uitvoeringsplanning
8.2 Monitoring De resultaten van de stappen die we zetten monitoren we via het aardgasverbruik van de gemeente. In Nederland werken we eraan om ten opzichte van 1990 49% minder CO2 uit te stoten in 2030 en CO2neutraal te zijn in 2050. Door het aardgasverbruik te monitoren kunnen we door de jaren heen zien of we deze doelstelling in de gemeente ook
Transitievisie Warmte gemeente Emmen I oktober 2021
34
kunnen behalen. Een kanttekening daarbij is dat de CO2-uitstoot in de gemeente niet alleen afhangt van de aardgasvrij opgave, maar breder wordt aangepakt. Landelijk wordt er op dit moment daarom gesproken over 20% aardgasreductie in 2030. In Emmen vinden we het exacte percentage in 2030 minder belangrijk. Belangrijker vinden wij het om middels monitoring elke vijf jaar te kunnen zien of we de juiste richting op bewegen binnen de gemeente of dat de gekozen strategie in deze Transitievisie Warmte aangepast moet worden.
8.3Waarmee kunnen bewoners al aan de slag? Woningeigenaren kunnen verschillende stappen nemen om hun woning te verduurzamen en de woning uiteindelijk aardgasvrij of aardgasvrij-ready te maken. We bespreken kort welke stappen je als inwoner nu al kan doorlopen, zonder definitief te weten op welke techniek of alternatieve warmtebron je uiteindelijk over gaat. STAP 1: ISOLATIE Isoleren is de eerste stap in het verduurzamen van de woning. Isoleren verlaagt namelijk de warmtevraag en voor wat niet wordt gebruikt hoeft ook geen duurzaam alternatief gevonden te worden. Door de daling van de warmtevraag kunnen meer gebouwen vanuit dezelfde warmtebron worden verwarmd. Ook dalen de maandelijkse kosten en stijgt het comfort in een woning. Daarnaast is de benodigde temperatuur van warmte lager als een gebouw goed is geïsoleerd. Dit is gunstig, omdat er hierdoor meer warmtealternatieven voor het gebouw beschikbaar komen om uit te kiezen. Het isoleren van een gebouw kan op verschillende manieren. Grofweg is isolatie in te delen in vloer-, muur- en dakisolatie. In Figuur 5 geven we daarvan een aantal voorbeelden. Daarnaast bepaalt het type glas de mate van isolatie. Of een gebouw goed geïsoleerd is, zie je onder andere aan het energielabel. Pas vanaf 2021 is het verplicht om bij de verkoop van een woning het energielabel te vermelden.
Daardoor is van veel woningen het energielabel nog niet bekend. Het bouwjaar van een gebouw geeft daarom ook een goede indicatie voor de mate van isolatie. Over het algemeen geldt: hoe ouder de woning, hoe slechter de isolatiewaarde en hoe hoger de benodigde temperatuur om de woning te kunnen verwarmen in de huidige situatie.
Figuur 5: voorbeelden van isolatiemaatregelen
Vanaf 1992 is in het Bouwbesluit een eis opgenomen voor de isolatiewaarde van een nieuwbouwwoning. Hierdoor zijn woningen gebouwd vanaf 1992 vaak al goed geïsoleerd. Bij woningen gebouwd voor 1992 varieert de isolatiewaarde aanzienlijk en moet deze per woning worden vastgesteld. In Nederland wordt daarom vaak een onderscheid gemaakt bij een techniekkeuze tussen woningen gebouwd na 1992 en woningen gebouwd voor 1992. In realiteit hoeft deze grens niet zo scherp te zijn en zijn ook veel woningen gebouwd na 1980 geschikt voor lage temperatuurwarmte wanneer vloer, ramen en dak zijn geïsoleerd. In bijlage 5 is meer te lezen over isolatie in relatie tot de bouwjaren van woningen. STAP 2: VENTILATIE Een belangrijk aandachtspunt bij de verduurzaming van een gebouw is om naast isolatie ook te zorgen voor goede ventilatie. Betere isolatie zorgt er vaak voor dat een gebouw nagenoeg luchtdicht wordt, waardoor goede ventilatie van belang is voor schone en gezonde lucht in de woning.
Transitievisie Warmte gemeente Emmen I oktober 2021
35
Ventileren kost energie, maar hier zijn veel slimme systemen voor, zoals zelfregulerende roosters en ventilatie-units met warmteterugwinning. Nieuwbouwwoningen worden hier standaard mee uitgerust. Naast ventilatie heeft het nog een voordeel. De warmteterugwinventilatie zorgt er ook voor dat je minder last hebt van kou en tocht. In de regel zijn er drie typen ventilatie: natuurlijke ventilatie, mechanische ventilatie en balansventilatie. Bij natuurlijke ventilatie loopt de aan- en afvoer van vervuilde (binnen) lucht en verse (buiten) lucht via ramen en roosters. Bij mechanische ventilatie zorgt een ventilatiemotor in de keuken, badkamer en/of toilet voor een continue afvoer van vervuilde lucht. De aanvoer van verse lucht gaat via roosters en/of ramen. Balansventilatie is de meest geavanceerde vorm van ventilatie. Bij balansventilatie wordt vervuilde lucht, net als bij mechanische ventilatie afgevoerd via een continue draaide motor. De aanvoer van verse lucht gaat via ventielen in elke ruimte in de woning. Een balansventilatiesysteem gebruikt de warmte van de afgevoerde lucht om de aangevoerde lucht mee op te warmen. Hierdoor bespaar je veel gas en warmte. Nadeel is wel dat de aanleg van een balansventilatiesysteem in een bestaande woning erg lastig is. STAP 3: OVERIGE MAATREGELEN Naast isolatie en ventilatie zijn er verschillende andere maatregelen die genomen kunnen worden.
Voorbeelden hiervan zijn een douche met warmteterugwinning (WTW), het installeren van vloerverwarming, het koken op inductie of het nemen van zonnepanelen. Al deze maatregelen dragen niet alleen bij aan verhoging van comfort van de woning en het verlagen van de gasrekening, maar ook bij het geschikt maken van de woning voor LTverwarming. Bij veel woningen van tussen 1992 en 2008 zal het afgiftesysteem hierop aangepast moeten worden met bijv. vloerverwarming.
8.4 Verschil no-regret maatregelen en andere maatregelen Bij de te nemen stappen per woning maken we onderscheid tussen noregret of ‘geen-spijt’ maatregelen en andere maatregelen. Deze stappen zijn altijd nuttig en positief voor het comfort en/of het aardgasvrij-ready maken van de woning. Daarbij zijn deze stappen te nemen zonder dat men al weet op welk alternatief voor aardgas een woning over gaat. In de praktijk is er een klein aantal maatregelen, die voor iedereen hetzelfde zijn en vallen onder no-regret maatregelen. De rest van de maatregelen, zoals isolatie,
vereisen maatwerk per woning. Zie het kader (op de volgende pagina) voor een aantal voorbeelden en tips om zonder spijt stappen te zetten. STAPPEN ZETTEN IN HET VERDUURZAMEN Tip 1: maak gebruik van logische momenten. Gaat u verhuizen of verbouwen? Maak gebruik van dat u nog niet in uw woning woont, of dat u toch al de boel opengooit. Op deze manier kunnen kosten en overlast bespaard worden. Tip 2: maak een goede planning en zorg dat u niet twee keer terug hoeft te komen Door goed te plannen kunt u stappen zetten zonder later terug te hoeven komen. Gaat u bijvoorbeeld isoleren? Zorg dan gelijk voor goede isolatie en voorkom ‘half’ isoleren. Tip 3: focus op de ruimtes waar geleefd wordt In de ruimtes waar geleefd wordt, wordt de meeste energie en warmte gebruikt. In deze ruimtes kan dus ook het meest bespaard worden. Heeft u bijvoorbeeld een grote boerderij? Dan hoeft u misschien niet alle ruimtes te isoleren, maar voldoet het isoleren van de keuken, woonkamer en badkamer om voldoende te besparen. Tip 4: verduurzaming is maatwerk Elke woning en elk gebouw is anders. Het kan dat u al stappen heeft gezet, of juist net begint. Zorg daarom dat u zich goed laat informeren over welke stappen het beste bij uw situatie passen. Tip 5: let bij isolatie op de isolatiewaarde De ene isolatie is de andere niet. Let bij het aanbrengen van isolatie op de isolatiewaarde.
Zo voorkom je dat op een later moment opnieuw geïsoleerd moet worden, de isolatie niet aan de verwachtingen voldoet en (extra) arbeid bespaard blijft.
Transitievisie Warmte gemeente Emmen I oktober 2021
36
NO-REGRET MAATREGELEN DUURZAME WARMTE
Maatregel 5: installeer warmteterugwinning (WTW) bij ventilatie
Maatregel 1: vul een lege spouw met spouwmuurisolatie
Een belangrijke maatregel die samen gaat met isolatie is het aanleggen van goede ventilatie. Als bij een grotere aanpak (bijvoorbeeld verbouwing) ventilatie wordt aangelegd, neem dan gelijk balansventilatie of ventilatie met WTW. Deze verdient zich snel terug en bespaard een hoop energie.
Heeft u een spouwmuur en is deze nog niet geïsoleerd? Laat deze dan vullen met spouwmuurisolatie. Spouwmuurisolatie verdient zich snel terug en is makkelijk aan te brengen zonder dat het grote aanpassingen vereist. Maatregel 2: isoleer de vloer/kruipruimte en neem vloerverwarming Vloerisolatie is isolatie die, wanneer dit in uw woning nog niet is gedaan, altijd toegepast kan worden. Het isoleren van de kruipruimte is daarbij nog makkelijker, want dit vereist vaak geen hele verbouwing. Neem bij vloerisolatie en/of een nieuwe vloer gelijk vloerverwarming. Vloerverwarming zorgt voor een groter warmte-afgifte-oppervlak, waardoor de woning met een lagere temperatuur toch comfortabel verwarmd kan worden.
Maatregel 6: neem een douche met WTW Neemt u een nieuwe douche? Of gaat u de badkamer verbouwen? Installeer dan gelijk een douche met WTW. Een douche met WTW vangt de warmte van het weglopende douchewater op om het water dat gebruikt wordt om te douchen voor te verwarmen. Bij een verbouwing van de badkamer kan deze maatregel goed meegenomen worden.
8.5 Waar terecht voor informatie?
Maatregel 3: vervang enkel of dubbel glas met HR++ of HR+++ glas (en isolerende kozijnen)
Inwoners kunnen op verschillende kanalen terecht voor informatie over het verduurzamen van hun woning.
Bij enkel of ouder dubbel glas kunnen de ramen vervangen worden voor HR++ of HR+++ glas. De installatie van HR+++ glas is duurder, maar heb je een verder goed geïsoleerde woning en denk je erover om over te stappen op een warmtepomp dan is dit de investering waard. Voor een overstap op lage temperatuur warmte wordt HR+++ glas daarom aangeraden. Woon je in een slechter geïsoleerde of moeilijk te isoleren woning, maar wil je graag je energierekening al wel omlaag brengen dan is HR++ glas een goede optie.
Ten eerste kan je als inwoner terecht op de website van de gemeente. Op de website van de gemeente kan onder andere gevonden worden welke subsidies er binnen de gemeente beschikbaar zijn voor het nemen van duurzaamheidsmaatregelen en de plannen die spelen binnen de gemeente.
Maatregel 4: stap over van gas op inductie koken Bij verbouwing van de keuken is een belangrijke stap richting aardgasvrij de stap naar inductie koken. Koken op inductie is brandveiliger en er ontstaat geen fijnstof. Daarnaast vinden sommige mensen het koken op inductie fijner vanwege het eenvoudig schoonmaken van de inductieplaat en de snelle opwarmtijd van pannen.
Via het Drents Energieloket en de energiecoaches kan je als inwoner (maatwerk) advies inwinnen voor het verduurzamen van jouw woning of gebouw. Hierin zijn verschillende maatregelen opgenomen die gebouweigenaren kunnen nemen, zowel bekeken vanuit het bouwjaar van een gebouw als de voorziene warmtetechniek. Daarnaast zijn er aanvullende maatregelen die afhangen van de specifieke toekomstige techniek en het type gebouw. Deze worden in het wijkuitvoeringsplan verder uitgewerkt. Ook kun je als bewoner terecht bij verschillende sites van de overheid. Een voorbeeld is de website van Milieucentraal. Op www.milieucentraal.nl kun je veel verschillende praktische tips vinden om duurzamer te wonen en leven. Doe daarbij de check op verbeterjehuis.nl. Met deze check kan je zien welke
Transitievisie Warmte gemeente Emmen I oktober 2021
37
stappen passen bij jou woning en krijg je een indicatie in de kosten. Op energiebespaarlening.nl van het Nationaal Warmtefonds kunnen Energiebespaarleningen (voor particulieren en VVE’s) worden aangevraagd. Informatie over het verduurzamen van een woning is sterk in ontwikkeling. Daarbij is verduurzaming maatwerk per woning. Voorgaande websites zijn daarom een goede eerste start om je als bewoner te oriënteren en de eerste stappen te zetten.
Drents Energieloket Wil je aan de slag met het energiezuinig maken van je huis? Maar wil je nog meer informatie of weet je niet waar je moet beginnen? Neem dan contact op met het Drents Energieloket. Het Drents Energieloket is een online platform waar de provincie Drenthe en alle gemeenten uit de provincie bij zijn aangesloten. Particulieren kunnen hier kosteloos en onafhankelijk advies krijgen. Klik hier om naar de website te gaan.
Transitievisie Warmte gemeente Emmen I oktober 2021
38
Bijlagen
Transitievisie Warmte gemeente Emmen I oktober 2021
39
Bijlage 1: Begrippenlijst Begrip
Toelichting
Alternatieve warmtebronnen
Water verwarmingssystemen die geen gebruik maken van de fossiele brandstof aardgas noemen we alternatieve duurzame warmtebronnen.
Collectieve oplossingen
Warmteoplossingen waarbij meer dan één woning of gebouw aangesloten zijn op de warmtebron of -techniek zijn collectieve oplossingen.
Duurzaamheidsleningen
Duurzaamheidsleningen zijn leningen die gebruikt worden om duurzaamheidsmaatregelen te nemen. Een duurzaamheidslening moet worden terugbetaald, maar kent in de regel een lage rente.
Energiearmoede
Energiearmoede ontstaat wanneer inwoners meer dan 10% van hun besteedbaar inkomen, moeten uitgeven aan de energierekening. De overgang van het gebruik van fossiele brandstoffen naar het gebruik van hernieuwbare brandstoffen voor onze energievoorziening noemen we de energietransitie.
Energietransitie
Gebouwvoorraad
De gebouwvoorraad is het totale aantal gebouwen in een gebied.
Individuele oplossingen
Warmteoplossingen waarbij één woning of gebouw aangesloten is op de warmtebron of -techniek zijn individuele oplossingen.
Klimaatakkoord
In het Klimaatakkoord heeft Nederland afspraken gemaakt om maatregelen te nemen die de gevolgen van klimaatverandering tegengaan. Er zijn twee soorten Klimaatakkoorden: het Klimaatakkoord van Parijs en het nationale Klimaatakkoord.
Levensloopbestendigheid
Het levensbestendig maken van je woning houdt in dat de woning voorbereid is op alle levensfasen die je als bewoner doorloopt.
Maatschappelijke kosten
Maatschappelijke kosten zijn de totale financiële kosten van alle maatregelen die nodig zijn om een gebouw, wijk of dorp van het aardgas af te halen, ongeacht wie die kosten betaalt. Dit heet ook wel nationale kosten en wordt gedragen door meerdere partijen, zoals de netbeheerder, inwoners, woningcorporatie en gemeente.
Marktrijpheid
Een warmtebron of -techniek is marktrijp als deze zodanig ontwikkeld is dat hij klaar is om de 'markt' op te gaan. Oftewel, als de techniek volwassen is en gebruikt kan worden om woningen en gebouwen te verwarmen.
No-regret of 'geen spijt' maatregelen
Maatregelen die je als woning- of gebouweigenaar hoe dan ook kan nemen om je woning of gebouw te verduurzamen zonder dat je al weet op welk duurzaam warmte alternatief je overgaat. Voorbeelden van dit soort maatregelen zijn isoleren, elektrisch koken of het plaatsen van een waterbesparende douche.
Transitievisie Warmte gemeente Emmen I oktober 2021
40
Proceswarmte
Regionale Energiestrategie
Proceswarmte is warmte die nodig is voor industriële processen. Als we het hebben over de warmtetransitie gaat dit over warmte die nodig is voor het verwarmen van gebouwen en niet over proceswarmte. De Regionale Energiestrategie (RES) beschrijft de bovenregionale afstemming om warmtebronnen te verdelen tussen regio’s en gemeenten. Daarnaast geeft de RES aan hoe gemeenten kunnen samenwerken voor de opwekking van duurzame elektriciteit en bevat het inzicht in hoe de regio de energieproductiecapaciteit voor de regio kan realiseren.
Subsidies
Een nieuwe duurzame maatregel levert vaak op termijn een besparing, of meerwaarde voor het gebouw op. Aan de start kost dit vaak juist (extra) geld. Soms hebben mensen niet genoeg geld om de maatregel te kunnen betalen, of is het goed om deze maatregel extra te stimuleren. Subsidies worden dan gebruikt om inwoners te helpen de maatregel te nemen.
Transitievisie Warmte
De Transitievisie Warmte (TVW), soms ook de Warmtevisie genoemd, is een document waarin de route naar een aardgasvrije gemeente wordt beschreven. Elke gemeente moet een TVW in 2021 hebben vastgesteld en tenminste eens in de vijf jaar herzien. Op deze manier wordt de visie steeds concreter en blijft er ruimte om in te spelen op nieuwe ontwikkelingen of nieuwe onderzoeksinzichten.
Utiliteitsgebouwen
De gebouwen die niet bedoeld zijn om in te wonen, zoals kantoren en scholen, noemen we utiliteitsgebouwen.
Warmtetransitie
De overgang van het gebruik van fossiele brandstoffen zoals aardgas naar het gebruik van hernieuwbare brandstoffen voor onze warmtevoorziening noemen we de warmtetransitie.
Warmtevraag
De hoeveelheid warmte die nodig is om een gebouw, wijk of gemeente te voorzien van warmte.
Woningequivalent
Een woningequivalent is een eenheid om woningen en andere gebouwen met elkaar te vergelijken. Eén woningequivalent is het gemiddelde warmteverbruik per jaar van een gemiddelde woning in Nederland. Om het warmteverbruik van woningen en gebouwen te kunnen vergelijken, wordt het energieverbruik van gebouwen omgerekend naar woningequivalenten.
Transitievisie Warmte gemeente Emmen I oktober 2021
41
Bijlage 2: Overzicht technieken Individuele of collectieve technieken Afhankelijk van het gebouwtype liggen bepaalde systemen meer voor de hand dan andere. Bij een lage bebouwingsdichtheid en oudere gebouwen, zoals vaak in het buitengebied en kleine kernen het geval is, gebruiken we vaak individuele technieken. In het geval van nieuwere gebouwen bij een lage bebouwingsdichtheid kan gebruik gemaakt worden van warmte uit de lucht of bodem in combinatie met een warmtepomp. Dit is een all-electric oplossing. Ook collectieve oplossingen die gebruik maken van het bestaande aardgasnet zoals groen gas of waterstofgas kunnen een goede optie zijn, omdat er geen nieuw transportnet geplaatst hoeft te worden. Een andere collectieve oplossing is een warmtenet. De kosten voor het plaatsen van een warmtenet lopen bij een lage bebouwingsdichtheid echter snel op. Daarnaast is het logistiek gezien een enorme onderneming. De straat moet namelijk open worden gebroken, het warmtenet moet aangelegd worden en de oude gasleiding moet eruit. Dit maakt dat in een gemeente zoals Emmen, met een lage bebouwingsdichtheid, een warmtenet minder geschikt is. Hieronder staat in meer detail beschreven welke type warmtebronnen er zijn en of die zich lenen voor collectieve of individuele technieken en voor welk type gebieden zij geschikt zijn.
Techniek van collectieve warmtebronnen Collectieve warmtealternatieven zijn warmtesystemen waarbij meerdere gebouwen of woningen zijn aangesloten op dezelfde warmtebron (zoals het huidige gasnet of stadsverwarming). De warmte of brandstof wordt via een warmte- of gasnet getransporteerd naar de individuele woningen of gebouwen. Bij gebouwen met een aardgasaansluiting wordt het water in het gebouw op dit moment verwarmd tot ongeveer 70-80°C. Collectieve alternatieven met HT- warmte (> 70°C), zoals restwarmte van industrie of geothermie kan een gebouw direct verwarmen zonder dat daar aanpassingen voor nodig
zijn. Een collectief systeem op MT (tussen 40°C en 70°C) verlangt wel goede isolatie. Ook is een tweede technologie nodig om warm tapwater te leveren, zoals een boiler. Een optie is om MT-warmte met een collectieve HT warmtepomp eerst centraal naar een HT te brengen en vervolgens alsnog via een warmtenet te transporteren. Bij deze HT is vergaande isolatie van de panden geen vereiste, maar rendabele isolatie wel gewenst om zoveel mogelijk energie te besparen en, indien mogelijk, meer panden op het warmtenet te kunnen aansluiten. HT en MT zijn zeer geschikt voor oude panden waarvan isolatie zeer kostbaar is. Voor een collectief warmtesysteem is een goede (rest)warmtebron in nabijheid van een hoge bebouwingsdichtheid met een minimaal aantal aansluitingen nodig, omdat het anders financieel niet haalbaar is. Een HT, collectief, systeem is bij hoogbouw en voor oude dorps- en stadskernen vaak de meest geschikte keuze vanwege de beperkte ruimte rondom het pand of geluidsoverlast van andere oplossingen, zoals de luchtwarmtepompen. Er moet echter nog wel voldoende ruimte vrij zijn in de bodem voor het plaatsen van het nieuwe net, indien dit nodig is. HT bronnen (bijvoorbeeld geothermie) in combinatie met een warmtenet vraagt vanwege de hoge investeringskosten vaak om minimaal 5000 woningen.
Voorbeelden van collectieve systemen met lage temperatuur zijn warmtekoudeopslag (WKO) en thermische energie uit oppervlaktewater of afvalwater (aquathermie). Dit zijn bronnen die warmte winnen uit de bodem en het riool- of oppervlaktewater. Vanwege de lage temperatuur van de bronnen moet de temperatuur op individueel of collectief niveau met een warmtepomp omhoog gebracht worden naar ten minste 30°C. Bij deze vorm van warmtelevering is vergaande isolatie nodig. Het grootste nadeel van lage temperatuur (LT) warmtenetten is dat er zowel een warmtenet, als een warmtepomp nodig is. Soms ook warmteopslag. De energielasten kunnen hierdoor hoog oplopen. Voordeel is dat lage temperatuur warmtebronnen geschikt zijn voor kleinere warmtenetten van enkele honderden woningen of gebouwen. Daarnaast zijn er meer lage en midden temperatuur (MT) bronnen beschikbaar in vergelijking tot hoge temperatuur (HT) restwarmte, die schaars is. Tot slot geeft een LT warmtenet vaak de mogelijkheid tot koudelevering in de zomer.
Transitievisie Warmte gemeente Emmen I oktober 2021
42
Techniek van individuele warmtebronnen Individuele alternatieven zijn warmtesystemen die per individueel pand worden toegepast. Voorbeelden zijn warmtepompen waarbij de toevoer aan warmte afkomstig kan zijn uit de lucht, bodem(lus), riool, warmtekoudeopslag (WKO) of oppervlaktewater uit de directe nabijheid van het gebouw. Zonneboilers zijn ook duurzame warmte alternatieven.
betreft is een goed geïsoleerd huis noodzakelijk om onnodig veel elektriciteitsverbruik te voorkomen. Een gebouw moet geschikt zijn of gemaakt worden voor lage temperatuur verwarming om voldoende comfort te kunnen bieden. Dit houdt in dat je een groter oppervlak nodig hebt dat warmte uitstraalt. Vloerverwarming of andere radiatoren zijn dan noodzakelijk om voldoende warmte in het gebouw te krijgen.
Voor een individuele warmtepomp (LT warmte) moet een gebouw vergaand geïsoleerd zijn of worden, om in de wintermaanden voldoende comfort te kunnen garanderen. Is volledige isolatie te kostbaar omdat het pand oud is? Dan is een hybride warmtepomp een optie. In de meeste gevallen van een hybride warmtepomp is spouw-, vloer- en dakisolatie en HR++-glas nodig. Het pand blijft bij een hybride warmtepomp aangesloten op het bestaande gasnet. Dan worden de piekvragen (de warmtevraag op erg koude dagen) met (duurzaam) gas ingevuld. Bij LT-oplossingen zal de manier van warmteafgifte in het gebouw vaak moeten worden aangepast; ruimteverwarming gaat dan niet meer via traditionele radiatoren, maar met grote radiatoren, convectoren of vloerverwarming, omdat deze een groter oppervlak voor warmteafgifte hebben. Deze LT/all-electric opties lenen zich met name voor relatief nieuwe panden, van na 1992, waarbij isoleren relatief ‘eenvoudig’ is of niet nodig.
WKO – warmtenet en elektriciteit Op ondiepe schaal kan middels een warmte-koude-opslag (WKO) een kantoorpand of een woonwijk verwarmd worden. Een WKO is als het ware een opslagvat onder de grond dat warmte vast kan houden. Een WKO zorgt voor opslag van warmte in de zomer die in de winter gebruikt kan worden om te verwarmen en opslag van koude in de winter die in de zomer gebruikt kan worden om te koelen. Het in balans houden van een WKO is essentieel. Dit betekent dat een WKO alleen geschikt is voor wijken of gebieden die naast een warmtevraag ook te maken hebben met een koudevraag, waardoor een WKO niet overal toepasbaar is. Daarnaast levert een WKO lage temperatuurwarmte waardoor gebouwen net als bij een elektrische warmtepomp geschikt moeten zijn voor lage temperatuur verwarming of de temperatuur collectief in de wijk naar een hogere temperatuur gebracht dient te worden.
Een houtpellet gestookte ketel is een individuele HT variant. De duurzaamheid van deze optie is omstreden wanneer de houtpellets niet geproduceerd zijn met hout uit de regio. Daarnaast duurt het tientallen jaren voordat de CO2 die vrijkomt bij verbranding weer opgenomen wordt door bomen. Op korte termijn zorgt dit daarom niet voor CO2-reductie. Tenslotte levert het discussies op over luchtkwaliteit, zeker in dichtbebouwde gebieden. Daarom kan de houtpellet kachel worden gezien als een optie voor het buitengebied waar de bebouwingsdichtheid laag is.
Aquathermie – warmtenet en elektriciteit Aquathermie gaat over het gebruiken van warmte uit oppervlaktewater (TEO), drinkwater (TED) en afvalwater (TEA). Warmte uit drinkwater ontstaat bij het afkoelen van drinkwater, voordat het in het net gaat. Warmte uit oppervlaktewater en afvalwater kan direct uit de bron (rivier, rioolwaterzuivering) worden gewonnen. De warmte van deze 3 bronnen zorgt voor de verwarming van een lage temperatuur warmtenet. Bij oppervlaktewater wordt hierbij vaak een koppeling gemaakt met een WKO, omdat de warmte in de winter nodig is, maar vooral in de zomer aanwezig is en daarom opgeslagen moet worden. Het gebruik van warmte uit rioolwater heet ook wel riothermie.
Alle alternatieven op een rij Elektrische warmtepomp – elektriciteit Een warmtepomp maakt het elektrisch verwarmen van een goed geïsoleerd gebouw mogelijk. Het brengt warmte afkomstig uit lucht, bodem of grondwater middels elektriciteit naar een hogere temperatuur geschikt voor het verwarmen van een gebouw en het leveren van warm water. Omdat ook na het elektrisch verwarmen de warmte nog steeds een lage temperatuur
Geothermie - warmtenet Geothermie is warmte afkomstig uit de bodem en aarde en kan middels verschillende technieken een gebouw van warmte voorzien. Met geothermie in de warmtetransitie bedoelt men meestal het gebruik van warmte uit diepe aardlagen die gebruikt kan worden voor de verwarming
Transitievisie Warmte gemeente Emmen I oktober 2021
43
van water in een warmtenet. In diepe aardlagen (dieper dan 500 meter) wordt de aarde verwarmd door de kern van de aarde. Hierdoor kunnen we ‘onbeperkt’ grondwater uit deze diepe lagen oppompen en hier afgekoeld water voor terug in de plaats stoppen. Dit afgekoelde water warmt vervolgens op den duur vanzelf weer op en de warmte die vrijkomt gebruiken we om een hoge temperatuur warmtenet te realiseren. In Nederland kunnen we echter niet overal in de grond boren en niet elke aardlaag is geschikt voor geothermie. Daarnaast zijn de investeringen voor het oppompen van water uit diepe aardlagen hoog, waardoor er veel gebouwen dichtbij de bron nodig zijn om het betaalbaar te houden. Een warmtenet gevoed door geothermie is daarom lang niet overal mogelijk.Geothermie systemen zoals in de vorige alinea beschreven zijn zogenaamde open systemen. Er bestaan ook gesloten systemen waarbij een niet-gift antivriesmiddel door middel van buizen verwarmd en gekoeld wordt door de aarde. Gesloten systemen worden nog maar weinig toegepast in Nederland en de toepassing ervan is nog sterk in ontwikkeling Restwarmte – warmtenet Warmte kan ook afkomstig zijn van bedrijven. In dit geval spreken we vaak van restwarmte. Bij industriële processen ontstaat er soms warmte die een bedrijf zelf niet meer nuttig kan gebruiken en een warmtenet van warmte kan voorzien.
Voordat een restwarmtebron als bron voor een warmtenet wordt gekozen moet er altijd een garantie van leveringszekerheid komen dat ook als het bedrijf weg gaat een andere bron het net van warmte kan voorzien. Dit in verband met de leveringszekerheid. Daarnaast is van veel bedrijven onvoldoende bekend hoeveel restwarmte er in potentie beschikbaar is en hoe zich dat in de toekomst ontwikkelt. Restwarmte is daarom als warmtebron voor een warmtenet organisatorisch vaak complexer te realiseren, als er geen grote restwarmtebronnen aanwezig zijn, dan bijvoorbeeld aqua- of geothermie. Afhankelijk van de leveringstemperatuur kan het nodig zijn om (op buurtniveau of individueel) met warmtepompen de temperatuur van het tapwater op te hogen naar minimaal 55-60 ⁰C2 en ruimteverwarming van minimaal 35 ⁰C.
2
Biomassa – warmtenet Biomassa is plantaardig en dierlijk restmateriaal (GFT, mest, snoeiafval) dat gebruikt kan worden om warmte uit te krijgen. Door biomassa, vooral snoeiafval, in een biomassacentrale te verstoken ontstaat warmte. Doordat er bij dit proces fijnstof vrijkomt en er geen ongelimiteerde regionale biomassavoorraad is, wordt deze warmtebron minder snel gekozen. Groen gas – gas Biogas ontstaat door het vergisten van biomassa. Hierbij wordt onder andere gebruik gemaakt van mest, GFT-afval en rioolslib. Door dit te vergisten ontstaat biogas. Biogas kunnen we echter niet zomaar in ons bestaande aardgasnet invoeren. De eigenschappen (calorische waarde) van biogas verschillen te sterk van aardgas. Daarom moet biogas worden opgewaardeerd naar groen gas. Door biogas te zuiveren en te drogen ontstaat een (groen) gas met dezelfde eigenschappen als aardgas, waardoor het in het bestaande gasnet kan worden ingevoerd. Groen gas is een hoge temperatuur warmtebron. Doordat groen gas dezelfde eigenschappen als aardgas heeft vraagt dit weinig aanpassingen aan de bestaande infrastructuur en gebouwen. We kunnen immers onze gebouwen middels gas blijven verwarmen. Dit klinkt aantrekkelijk, maar de benodigde biomassa in Nederland is slechts beperkt aanwezig, waardoor we zuinig om moeten gaan met de inzet van groen gas. Daarbij is groen gas vooralsnog voorbehouden aan de industrie.
Dit betekent dat ook gebouwen die aangesloten blijven op een gasnet hun warmtevraag naar beneden moeten brengen. Dit kan door goed te isoleren en door gebruik te maken van een hybride warmtepomp in combinatie met een HR ketel. Hierbij zorgt elektriciteit voor verwarming op de warme dagen en wordt alleen het groen gas gebruikt als het buiten te koud is of voor verwarming van tapwater. Waterstofgas - gas Waterstofgas is geen bron die van nature voorkomt. Waterstof ontstaat op dit moment vooral door een chemische reactie waarbij aardgas wordt omgezet naar waterstof en CO2. Waterstof kan echter ook duurzaam worden verkregen door met veel elektriciteit water te splitsen, waarbij waterstof en zuurstof vrijkomt. In dit laatste geval waarbij alleen gebruik
Tapwater (water voor douche/bad/keuken) moet tot minimaal 55 ⁰C verwarmd worden in verband met
legionella.
Transitievisie Warmte gemeente Emmen I oktober 2021
44
wordt gemaakt van hernieuwbare energie spreken we over groene waterstof, een geschikt duurzaam alternatief voor aardgas. Productie van deze groene waterstof vindt op dit moment nog nauwelijks plaats. Of en hoe de productie en het gebruik van groene waterstof zich gaat ontwikkelen is nog onbekend. Waarschijnlijk wordt een groot deel van de groene waterstofproductie door de industrie en mobiliteitssector gebruikt. Of en hoeveel er voor de gebouwen overblijft en tegen welke prijs is nog onzeker. Wij houden daarom de optie voor waterstofgas in de toekomst zeker open, maar kiezen daar waar andere opties beschikbaar zijn voor andere, meer toekomst zekere alternatieven voor aardgas. Andere alternatieven Naast bovengenoemde alternatieven zijn er nog andere alternatieven voor aardgas beschikbaar. Dit zijn veelal alternatieven die op individueel niveau en kleine schaal worden toegepast. Deze alternatieven worden daarom nooit voor een gehele wijk aangewezen, maar bieden op individueel niveau soms wel uitkomsten. Het gaat bijvoorbeeld om de pelletkachel die hoge temperatuurwarmte kan leveren aan oude panden in het buitengebied, zolang de fijnstofuitstoot wordt beperkt. Of melkveehouders die warmte uit melk kunnen halen om hun woning of gebouwen te verwarmen.
Daarnaast is het de verwachting dat er in de toekomst meerdere alternatieven voor aardgas geschikt worden voor de woningmarkt, zoals de hoge temperatuur warmtepomp.
Transitievisie Warmte gemeente Emmen I oktober 2021
45
Bijlage 3: Verdeling bouwjaren in Emmen
Transitievisie Warmte gemeente Emmen I oktober 2021
46
Bijlage 4: Nationale marktrijpheid technieken
De weergegeven marktrijpheid betreft een landelijk beeld, en is niet specifiek toegespitst op de gemeente Emmen.
Transitievisie Warmte gemeente Emmen I oktober 2021
47
Bijlage 5: Relatie bouwjaren en isolatiewaarde Het bouwjaar van een gebouw geeft een inschatting van de mate van isolatie en daarmee de geschiktheid voor HT-, MT- of LT-alternatieven. Over het algemeen geldt: hoe ouder een gebouw, hoe slechter de isolatiewaarde en hoe hoger de benodigde temperatuur om een gebouw te verwarmen. Energielabels geven een accuratere inschatting van de isolatiewaarde van een woning ten opzichte van het bouwjaar, maar niet van alle gebouwen is het energielabel bekend of actueel. Hieronder geven we per bouwperiode weer wat in de basis de benodigde isolatiemaatregelen zijn en welke warmtebron het beste past bij deze woningen. Bij onderstaande informatie is uitgegaan van gemiddelden. Het kan zijn dat een individuele woning uit een bepaald bouwjaar beter of slechter presteert dan de genoemde gemiddelde prestaties. Bestaande isolatie kan bijvoorbeeld slecht aangebracht zijn of degradeert na verloop van jaren, waardoor het een deel van de isolatiewaarde verliest. Woningen voor 1980 - Voor woningen van voor 1980 is het nodig om de woning beter te isoleren om van LT-warmte gebruik te kunnen maken. Echter lopen de kosten van isolatie voor dit soort huizen snel op. Hierdoor kan het kostenefficiënter zijn om van een andere bron gebruik te maken (HT).