CConstaterende datEmmen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1:Transitievisie Warmte (RIS.10509)

Commissie Wonen en Ruimte 10 januari 2022, gemeente EmmenBij agendapunt: Transitievisie Warmte + bijlage RIS.1050919.534 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

[Company name]

Samen aan de slag Titel voor een aardgasvrije gemeente Emmen [Document subtitle]

Transitievisie Warmte 2021

Mirjam van der Plas [Date]

Inhoudsopgave Voorwoord ......................................................................................... 2 1.

Inleiding ...................................................................................... 6

1.1 Waarom de warmtetransitie? ................................................................. 6

6.

Financiering en betaalbaarheid ................................................ 27

6.1 Financieringsmogelijkheden ............................................................... 27 6.2 Betaalbaarheid van de warmtetransitie .............................................. 27

1.2 Positie en doel van de Transitievisie Warmte ....................................... 7 1.3 Samenwerking ......................................................................................... 7

7.

Communicatie en participatie................................................... 30

1.4 Leeswijzer ................................................................................................. 8

7.1 Samenwerking tussen stakeholders .................................................... 30 7.2 Communicatie- en participatiestrategie ............................................. 31

2.

Uitgangspunten ........................................................................ 10 8.

3.

Alternatieven voor aardgas ...................................................... 12

3.1 Van aardgas over op hernieuwbare energiebronnen ....................... 12 3.2 Hoe kom je tot de meest geschikte techniek en warmtebron?....... 14

Vervolgstappen ........................................................................ 33

8.1 Uitvoeringsstrategie .............................................................................. 33 8.2 Monitoring ............................................................................................. 34 8.3 Waarmee kunnen bewoners al aan de slag?...................................... 35 8.4 Verschil no-regret maatregelen en andere maatregelen ................. 36

4.

De transitieopgave ................................................................... 17

8.5 Waar terecht voor informatie? ............................................................. 37

4.1 De warmtevraag .................................................................................... 17 4.2 Woningkenmerken Emmen.................................................................. 17 4.3 Utiliteitsbouw ......................................................................................... 18 4.4 Beschikbare bronnen in Emmen .......................................................... 19

Bijlage 1: Begrippenlijst ................................................................................ 40 Bijlage 2: Overzicht technieken .................................................................... 42 Bijlage 3: Verdeling bouwjaren in Emmen .................................................. 46 Bijlage 4: Nationale marktrijpheid technieken ........................................... 47

5.

De route naar aardgasvrij ......................................................... 23

5.1 Mogelijke warmteoplossingen per gebied......................................... 23 5.2 Fasering .................................................................................................. 24

Bijlage 5: Relatie bouwjaren en isolatiewaarde .......................................... 48 Bijlage 6: Voorkeursalternatieven vanuit de Leidraad Startanalyse.......... 49 Bijlage 7: Maatschappelijke- en bewonerskosten ...................................... 50

Transitievisie Warmte gemeente Emmen I oktober 2021

1

Voorwoord In bijna alle Nederlandse huizen, bedrijven, scholen, ziekenhuizen en andere gebouwen wordt aardgas gebruikt. Om het gebouw of water te verwarmen of om op te koken. Vanuit het Klimaatakkoord is afgesproken om te stoppen met aardgas. Ook zijn we allemaal getuige van wat het oppompen van aardgas kan betekenen voor bijvoorbeeld Groningen. Dit kan niet langer zo doorgaan. En we kunnen niet afhankelijk zijn van andere landen voor onze warmtevoorziening. We zien met de huidige gasprijzen waartoe dit kan leiden. We willen stoppen met aardgas uit Groningen, niet afhankelijk zijn van import uit het buitenland en onze doelstellingen uit het Klimaatakkoord bereiken. Daarom hebben we niet alleen in de gemeente Emmen, Nederland of Europa, maar wereldwijd afgesproken om de CO2uitstoot te verminderen. In 2050 zijn we in de gemeente Emmen CO2neutraal. En dat betekent dat we zullen moeten verduurzamen. Maar hoe willen we dat doen? We stoppen niet per direct met het gebruik van aardgas. Ook kunnen we en willen we niemand dwingen om bepaalde maatregelen te moeten nemen. Want het vervangen van aardgas voor een andere methode, kost tijd en geld. We hebben wel een beeld waar we samen met inwoners en andere betrokkenen kunnen beginnen en wat onze kansen en mogelijkheden zijn, mede door initiatieven van inwoners.

Het belangrijkste is om het verwarmen van onze woningen betaalbaar te houden en het wooncomfort te verbeteren. We leggen dan ook de komende jaren de focus op energie besparen, isolatie en ‘no-regretmaatregelen’ voor verduurzaming.

wijk of dorp, maar is niet in beton gegoten. We evalueren continu en daar waar nieuwe kansen en ontwikkelingen ontstaan creëren we de mogelijkheid om daarop in te spelen. Het zal nog veel onderzoek vragen naar de mogelijke, duurzame alternatieven voor aardgas. We vragen alle inwoners om mee te denken, mee te praten en mee te beslissen hierover. Het is een hele complexe opgave waar we met elkaar voor staan. We beginnen dan ook met onze inwoners. Eerst gaan we met elkaar in gesprek om de behoeften en wensen in kaart te brengen. Zo maken we dan met elkaar een Wijkuitvoeringsplan dat past bij de buurt, de wijk of (een deel) van een dorp. Ik hoop dat u met interesse deze visie leest. En dat het ook u inspireert om samen met ons aan de slag te gaan voor de warmtetransitie.

René van der Weide Wethouder

Deze Transitievisie Warmte beschouw ik als een startpunt van de zoektocht naar alternatieve warmtevoorzieningen die we in de toekomst willen en kunnen gaan benutten. In de visie beschrijven we een aantal uitgangspunten. Deze geven richting bij het opstellen van een aanpak per

Transitievisie Warmte gemeente Emmen I oktober 2021

2 1

Samenvatting Gemeente Emmen wordt in de toekomst aardgasvrij. Dat betekent dat woningen en andere gebouwen niet meer met aardgas worden verwarmd, maar op een duurzame manier zonder aardgas. Dit is één van de afspraken die zijn gemaakt in het Nationale Klimaatakkoord en is bedoeld om te zorgen voor minder uitstoot van CO2 om klimaatverandering tegen te gaan. Daarnaast stopt de aardgasproductie in Groningen en wil Nederland minder afhankelijk worden van andere landen voor de levering van warmte. Deze overstap naar een aardgasvrije manier van verwarmen noemen we de warmtetransitie. Elke gemeente in Nederland maakt hiervoor uiterlijk in 2021 een plan: de Transitievisie Warme. Voor u ligt de Transitievisie Warmte van de gemeente Emmen. In deze visie beschrijven we wat de warmtetransitie inhoudt, wat de alternatieven voor aardgas zijn en hoe de warmtevraag en het warmteaanbod het beste op elkaar afgestemd worden in de gemeente.

De opgave: een aardgasvrije gebouwde omgeving Deze Transitievisie Warmte gaat over de ‘gebouwde omgeving’. Dat zijn alle woningen, winkels, kantoren, scholen en andere gebouwen. In de gemeente Emmen staan ongeveer 50.000 woningen en 7.500 andere gebouwen. Bij elkaar verbruiken we in de gemeente ruim 85 miljoen kubieke meter aardgas voor warmte. Alle bestaande gebouwen in Emmen moeten uiterlijk in 2050 aardgasvrij zijn.

50.000 woningen

+

Onze uitgangspunten

7.500

Voor de warmtetransitie hebben we samen met de gemeente Borger-Odoorn en de gemeente Coevorden een aantal uitgangspunten opgesteld. Deze uitgangspunten staan voorop bij de Transitievisie Warmte voor Emmen: 

 

Uitgangspunt 1: we starten daar waar energie zit of waar corporaties aan de slag gaan; we oefenen geen dwang uit. Uitgangspunt 2: we hebben oog voor haalbaarheid en betaalbaarheid Uitgangspunt 3: we onderzoeken de mogelijkheden voor collectieve technische oplossingen of een gezamenlijke aanpak Uitgangspunt 4: we streven naar kennisuitwisseling zonder dat dit ten koste gaat van kwaliteit en zorgvuldigheid

Regierol gemeente, maar we doen het samen De gemeente heeft de regie in de aardgasvrij opgave, maar de energietransitie is een opgave waarvoor intensieve samenwerking belangrijk en noodzakelijk is. Bij het opstellen van de Transitievisie Warmte werken we intensief samen met verschillende stakeholders waaronder netbeheerder Enexis Netbeheer, woningcorporaties Domesta, Lefier en Woonservice, gemeente BorgerOdoorn en Coevorden, de stichting Energietransitie van A tot Z, Natuur en Milieufederatie Drenthe, waterschap Vechtstromen, de provincie Drenthe en bewoners. Vanuit de gemeente hebben medewerkers vanuit de beleidsvelden omgevingsontwikkeling, wonen en duurzaamheid meegewerkt.

andere gebouwen

= 85 miljoen m³ aardgas vervangen door duurzame warmtebronnen

Stap 1: isoleren, ventileren en elektrisch koken Wat je niet gebruikt, hoef je ook niet op te wekken. Daarom is de eerste stap isoleren. Bovendien is isoleren vaak nodig om een woning of gebouw comfortabel zonder aardgas te verwarmen. Daarnaast is in een goed geïsoleerd huis goede ventilatie belangrijk voor een prettig woonklimaat. Ook is het nodig om over te stappen van koken op gas naar elektrisch koken om een woning aardgasvrij te maken. Op de volgende pagina staan voorbeelden van isolatiemaatregelen.

Transitievisie Warmte gemeente Emmen I oktober 2021

3

Duurzame warmte: de opties Als de isolatie op orde is, kunnen we aan de slag met een alternatief voor verwarmen op aardgas. Er zijn verschillende oplossingen mogelijk, waarbij we onderscheid maken in drie soorten: warmtenetten, individuele oplossingen en duurzame gassen. Warmtenetten zijn netwerken van warm water waar meerdere huizen op aangesloten zijn. In de gemeente Emmen liggen op verschillende plekken kansen voor het aanleggen van een warmtenet. Deze kansen gaan we onderzoeken en in de komende vijf jaar moet duidelijk worden of de aanleg van warmtenetten in de gemeente mogelijk en wenselijk is. Naast warmtenetten is een mix van individuele oplossingen geschikt voor de woningen en gebouwen in Emmen. De meest voorkomende individuele oplossing is een all-electric oplossing. Hierbij wordt een woning of gebouw volledig elektrisch verwarmd, doormiddel van een warmtepomp. Voor woningen en gebouwen die moeilijker te isoleren zijn, is een hybride oplossing geschikter. Hierbij wordt een woning verwarmd door een combinatie van een warmtepomp met een cv-ketel. De cv-ketel draait dan in de toekomst op duurzaam gas. Duurzame gassen zijn groen gas (opgewaardeerd biogas) en waterstofgas. Beide zijn en komen echter beperkt beschikbaar.

Welke mogelijkheden per woning? De bouwjaren van de woningen, de bouwdichtheid van een dorp of stad en de aanwezigheid van warmtebronnen bepalen welke oplossingen het meest voor de hand liggen.

Over het algemeen geldt dat goed geïsoleerde woningen over kunnen stappen op een volledig elektrische warmtepomp. Terwijl de oudere, lastig tot label A te isoleren, woning op de korte termijn waarschijnlijk het beste kan kiezen voor een hybride oplossing. Isoleren, ventileren en overstappen op koken op inductie is echter altijd stap 1. Daarnaast is het verstandig om altijd op woningniveau advies in te winnen, bijvoorbeeld bij het Drents Energieloket. Hoe en waar willen we starten? Niet alle wijken in Emmen kunnen tegelijk aardgasvrij worden, een gefaseerde aanpak is nodig. Om de transitie haalbaar en betaalbaar te houden is het van belang de transitie stap voor stap te doorlopen. Het realisatietempo wordt bepaald door de mate waarin een redelijk alternatief beschikbaar is. Als eerste starten we daarom met isoleren. Ook willen we starten met wijken waar energie zit. In Parc Sandur, Rietlanden en Delftlanden en in NieuwDordrecht en Oranjedorp weten we dat dit het geval is. Samen met deze inwoners en de andere inwoners denken wij de komende jaren graag na over het hoe en wat in een uitvoeringsplan. De komende vijf jaar moet duidelijk worden of de aanleg van warmtenetten mogelijk is. Voor de wijken Angelslo, Bargeres, Emmerhout en Emmermeer geldt dat als een warmtenet mogelijk blijkt te zijn deze wijken hier hoogstwaarschijnlijk voor in aanmerking komen.

Hier moet eerst meer duidelijkheid over komen. Omdat een aantal inwoners van heeft aangegeven stappen te willen zetten willen we graag met de inwoners verkennen welke stappen alvast gezet kunnen worden.

Verder werken aan een aardgasvrije gemeente Emmen Deze Transitievisie Warmte is een eerste versie. Hiermee gaan we aan de slag om zoveel mogelijk woningen voldoende te isoleren. Daarbij benutten we ook instrumenten die landelijk ontwikkeld worden, zoals subsidies en financieringen. Voor de eerste wijkuitvoeringsplannen voeren we onderzoeken uit en gaan we in gesprek om inwoners en bedrijven mee te krijgen, zodat we samen een keuze kunnen maken welk alternatief voor aardgasvrij het beste is. Over vijf jaar, of zoveel eerder als nodig actualiseren we de Transitievisie Warmte. Dan nemen we de geleerde lessen en nieuwe ontwikkelingen mee en maken we opnieuw de balans op.

Transitievisie Warmte gemeente Emmen I oktober 2021

4

Hoofdstuk 1

Inleiding In de gemeente Emmen staan bijna 50.000 woningen en 7.500 andere gebouwen. Bij elkaar verbruiken we in de gemeente ruim 85 miljoen kubieke meter aardgas. Voor alle bestaande gebouwen in Emmen moeten we uiterlijk in 2050 een alternatief voor aardgas vinden. Vóór 2030 zetten we al de eerste stappen. Deze Transitievisie Warmte vormt het begin en is samen met veel betrokkenen opgesteld.

Transitievisie Warmte gemeente Emmen I oktober 2021

5

1. Inleiding 1.1 Waarom de warmtetransitie? Klimaatverandering is een opgave waar we vroeg of laat allemaal mee te maken krijgen. Om de gevolgen van klimaatverandering te beperken, ondertekende Nederland in 2016 het Klimaatakkoord van Parijs. Nederland verplicht zich hiermee de verdere uitstoot van broeikasgassen te verminderen. Concreet gaat dit om een CO2-reductie van 55% in 2030 en een bijna CO2-neutraal Nederland in 20501. Hoe we hier toe komen is uitgewerkt in het Nationaal Klimaatakkoord. Een van de gemaakte afspraken in het Klimaatakkoord is dat we de gebouwde omgeving verduurzamen en aardgasvrij maken. Al onze woningen, kantoren, winkels, scholen en andere gebouwen moeten in 2050 aardgasvrij zijn. Het aardgasvrij maken van onze woningen en gebouwen doen we niet alleen om klimaatverandering tegen te gaan. Een andere belangrijke reden is dat Nederland stopt met de gaswinning in Groningen en voor de levering van warmte niet volledig afhankelijk wil worden van andere landen. Gemeenten hebben de regie in deze opgave, want zonder sturing vanuit de overheid komen we er niet. Zo geldt dit ook voor ons als gemeente Emmen. Uiterlijk in 2050 is de gemeente aardgasvrij. 2050 lijkt nog ver weg, maar het aardgasvrij maken van bijna 50.000 woningen en 7.500 andere gebouwen is een grote opgave.

We hebben de tijd hard nodig om de warmtetransitie gefaseerd uit te voeren en ervoor te zorgen dat iedereen op een geschikt moment mee kan doen. In Figuur 1 staat de route naar een aardgasvrij Nederland. Het schrijven van een Transitievisie Warmte per gemeente is een belangrijke eerste stap. In de Transitievisie Warmte beschrijven we de manieren waarop bewoners en ondernemers over kunnen stappen op andere, duurzame bronnen van warmte. In de periode vanaf 2022 worden er startwijken gedefinieerd waar

1

In december 2020 is de CO2-reductie vanuit het Klimaatakkoord van Parijs verhoogd van 49% naar

55%. Op het moment van schrijven moet deze verandering nog doorgevoerd worden in het nationale Klimaatakkoord en de Klimaatwet.

Figuur 1: de warmtetransitie in Nederland

Transitievisie Warmte gemeente Emmen I oktober 2021

6

als eerste samen met de inwoners wordt onderzocht wat de mogelijkheden zijn om van het aardgas af te gaan en op welke termijn dit haalbaar is.

1.2 Positie en doel van de Transitievisie Warmte De gemeenteraad stelt de Transitievisie Warmte vast. Het Klimaatakkoord stelt dat de gemeente daarna elke 5 jaar, of zoveel eerder als nodig, de visie aanpast aan de hand van nieuw opgedane inzichten. Goede ideeën van inwoners, bedrijven, stakeholders en de gemeente zelf scherpen de Transitievisie Warmte de komende jaren verder aan. Waarom we niet nog even wachten met het opstellen van de Transitievisie Warmte? We moeten nu stappen zetten om in 2050 aardgasvrij te kunnen zijn. We brengen daarom met de kennis van nu de meest voor de hand liggende technische mogelijkheden in beeld en focussen ons vooral op datgene wat de komende vijf jaar al haalbaar is. De Transitievisie Warmte is één van de drie documenten die we de komende jaren in het kader van het nationale Klimaatakkoord opstellen, namelijk de Regionale Energiestrategie (RES), de Transitievisie Warmte (TVW) en de Wijkuitvoeringsplannen (WUP). Deze documenten hangen nauw met elkaar samen en zijn deels ook terug te herleiden naar de gemeentelijke Energienota. De wettelijke grondslag komt in de nieuwe Omgevingswet te staan. De Omgevingswet treedt op 1 juli 2022 in werking.

We streven ernaar waar mogelijk het instrumentarium in de Omgevingswet toe te passen zodat na Regionale Energiestrategie (RES) Er zijn in het Klimaatakkoord dertig regio’s aangewezen, die een Regionale Energiestrategie (RES) opstellen. De gemeente Emmen maakt onderdeel uit van de RES Drenthe. De RES voor Drenthe is in 2021 opgesteld. In de RES komt de bovenregionale afstemming over warmtebronnen aan bod. Daarnaast geeft de RES aan hoe gemeenten kunnen samenwerken bij de opwekking van duurzame elektriciteit. Ook bevat het inzicht in hoe de regio de energieproductie-capaciteit kan realiseren. Uit de RES Drenthe blijkt dat geen van de warmtebronnen in de regio voldoende potentieel heeft om alle gebouwen in Drenthe te verwarmen. Het is dus belangrijk dat er wordt ingezet op zo effectief en efficiënt mogelijk benutten van de aanwezige bronnen. Het besparen op de vraag naar warmte en energie is daarin een eerste stap.

inwerkingtreding van de Omgevingswet de borging van de Transitievisie Warmte en uitvoeringsplannen daarin soepel verloopt. In de kaders hieronder lichten we de Regionale Energiestrategie, Transitievisie Warmte en wijkuitvoeringsplannen verder toe.

1.3 Samenwerking De energietransitie is een opgave waarvoor intensieve samenwerking belangrijk en noodzakelijk is. Bij het opstellen van de Transitievisie Warmte werkt de gemeente intensief samen met verschillende stakeholders waaronder netbeheerder Enexis Netbeheer, woningcorporatie Domesta, Lefier en Woonservice, gemeente Coevorden en Borger-Odoorn, de stichting Energietransitie van A tot Z, Natuur en Milieufederatie Drenthe, waterschap Vechtstromen, de provincie Drenthe en bewoners. Vanuit de gemeente hebben medewerkers vanuit de beleidsvelden omgevingsontwikkeling, wonen en duurzaamheid meegewerkt. In meerdere bijeenkomsten met verschillende deelnemers bespraken we de input voor de Transitievisie Warmte. Een belangrijk element van de totstandkoming van deze Transitievisie Warmte was de ‘sprintsessie’ voor de gemeenten Borger-Odoorn, Coevorden en Emmen. In een tweedaagse bijeenkomst in maart 2020 zijn de eerste technische oplossingen op gebiedsniveau geschetst en is een daarbij behorende concept routekaart opgesteld. Na de ‘sprintsessie’ is onze samenwerking met de gemeente Borger-Odoorn en de gemeente Coevorden voorgezet. Zo zijn de

Transitievisie Warmte (TVW) Uiterlijk in 2021 moet elke gemeente in Nederland een Transitievisie Warmte hebben vastgesteld. Daarin staat het tijdspad waarop de verschillende gebieden van het aardgas gaan. Dit tijdspad noemen wij de routekaart. Voor gebieden waarvan de transitie voor 2030 is gepland, staan in de TVW ook de potentiële alternatieve warmtebronnen en wordt er een eerste inzicht gegeven in de mogelijke kosten van de beschikbare alternatieve warmtebronnen.

Wijkuitvoeringsplannen (WUP) De concrete uitwerking van het duurzame warmte alternatief op wijk/buurt/gebied niveau vindt plaats in het wijkuitvoeringsplan (WUP). In het WUP betrekt de gemeente bewoners, vastgoedeigenaren en andere stakeholders nauw bij de keuze voor de warmtebron en techniek voor de wijk en op welk moment de wijk van het aardgas gaat. Samen maken we de keuze hoe de wijk wordt verduurzaamd op basis van wat technisch, financieel en maatschappelijk haalbaar is. Hierin trekt de gemeente samen op met actieve bewoners in de wijk, zoals een bewonersinitiatief of een energiecoöperatie.

Transitievisie Warmte gemeente Emmen I oktober 2021

7

uitkomsten van de ‘sprintsessie’ tijdens twee digitale sessies verder geconcretiseerd en onderbouwd. Door samen te werken hebben we van elkaar kunnen leren.

1.4 Leeswijzer In het volgende hoofdstuk gaan we in op de gezamenlijk opgestelde uitgangspunten. Deze uitgangspunten geven richting aan de warmtetransitie in onze gemeente. In hoofdstuk 3 bespreken we de alternatieven voor aardgas. We bespreken welke alternatieven er zijn, wat de keuze bepaalt voor een alternatief en de rol van isolatie. Vervolgens zetten we in hoofdstuk 4 de opgave voor de gemeente uiteen. Waar staan we nu qua warmte, aardgasverbruik en energie en welke bronnen zijn er beschikbaar voor de gemeente? In hoofdstuk 5 bespreken we de route naar een duurzaam verwarmde gemeente. Hoofdstuk 6 gaat in op de financiering en betaalbaarheid. Hoofdstuk 7 bespreekt hoe we onze communicatie en participatie voor ons zien voor de warmtetransitie. Ten slotte, sluit hoofdstuk 8 af met de te nemen vervolgstappen. De uitleg van begrippen kan worden terug gevonden in bijlage 1.

Transitievisie Warmte gemeente Emmen I oktober 2021

8

Hoofdstuk 2

Uitgangspunten Samen met de betrokken stakeholders hebben we uitgangspunten opgesteld voor de warmtetransitie in onze gemeente. Deze uitgangspunten vormen de basis voor de Transitievisie Warmte en de stappen hierna. In dit hoofdstuk leggen we per uitgangspunt uit wat het inhoudt en geven we een korte beschrijving van de context.

Transitievisie Warmte gemeente Emmen I oktober 2021

9

2. Uitgangspunten Voor de warmtetransitie hebben we samen met de gemeenten BorgerOdoorn en Coevorden vier uitgangspunten opgesteld. Deze uitgangspunten geven richting aan de invulling van de warmtetransitie. Uitgangspunt 1: we starten daar waar energie zit of waar corporaties aan de slag gaan Het zijn de inwoners en ondernemers van onze gemeenten die samen de warmtetransitie gaan doorlopen. Een deel van hen is daar al actief mee aan de slag, of wil aan de slag met de overgang naar aardgasvrij. Deze energie willen we samen benutten door hier te starten met de warmtetransitie. We willen ervaringen en succesverhalen van inwoners en ondernemers delen, want die geven moed en helpen ons verder op weg! Zo hoopt de gemeente te stimuleren dat er al veel inwoners overstappen. De gemeente wil dwang dan ook zo lang als mogelijk voorkomen. Dwang helemaal uitsluiten kunnen we echter niet. Uiteindelijk moet iedereen voor 2050 namelijk zijn overgestapt op een andere warmtebron. Woningcorporaties zijn een belangrijke partner in de transitie naar aardgasvrij. Doordat ze in de regel veel en vergelijkbaar bezit hebben, kunnen we in een keer grote stappen maken. Deze grote stappen zorgen voor schaalvoordelen. We maken de transitie betaalbaarder, we doen veel ervaring op én we creëren sneller een duurzame toekomst. De woningcorporatie kan daarbij een voorbeeldrol spelen voor particulier bezit.

Daarom willen we ook hier starten. Uitgangspunt 2: we hebben oog voor haalbaarheid De warmtetransitie lijkt een grote opgave, maar door deze in stappen uit te voeren en door ons eerst te richten op bewezen technieken, proberen we de transitie haalbaar en betaalbaar te houden. Onze stappen beginnen klein, maar zodra het kan bouwen we uit en versnellen we. De eerste stap is daarom het verkleinen van de warmtevraag. Door woningen beter te isoleren en ons bewust te zijn van ons verbruik, gaat het aardgasverbruik en daarmee de CO2 uitstoot omlaag. Zo gaan we stap voor stap vooruit.

Op bepaalde plekken kan mogelijk al een extra stap gezet worden. Sommige alternatieven voor aardgas zijn al verder in hun ontwikkeling dan andere. Door voor de korte termijn in te zetten op technieken die bewezen en haalbaar zijn, geven we duidelijkheid en perspectief. We houden daarbij de ontwikkelingen wel goed in de gaten en passen we onze visie aan waar nodig. Uitgangspunt 3: we onderzoeken de mogelijkheden voor collectieve technische oplossingen of een gezamenlijke aanpak Waar mogelijk willen we gezamenlijk kunnen optrekken. Dit willen we doen om inwoners en ondernemers te ontzorgen in de benodigde werkzaamheden, onderhoud, uitzoekwerk en/of investeringen op woningniveau. Dit betekent dat we onderzoeken waar er warmteoplossingen zijn waar meerdere inwoners, bedrijven of organisaties van gebruik kunnen maken. Door gezamenlijk op zoek te gaan naar collectieve technische oplossingen of een gezamenlijke aanpak (bijvoorbeeld isolatiemateriaal inkopen) streven we naar efficiëntie in het maken van kosten, het verkleinen van overlast en het uitzoekwerk voor de inwoner. We zien een collectieve oplossing of aanpak echter niet als noodzaak om ergens te kunnen starten met de warmtetransitie.

Uitgangspunt 4: we streven naar kennisuitwisseling zonder dat dit ten koste gaat van kwaliteit en zorgvuldigheid We willen leren van elkaar en de ervaringen die we opdoen in de gemeenten Emmen, Coevorden en Borger-Odoorn. In Emmen, Coevorden en Borger-Odoorn staan veel verschillende type woningen in verschillende samenstellingen. Door als gemeenten kennis uit te wisselen over de ervaring die we opdoen tijdens de warmtetransitie leren we sneller. Zo focussen we in Emmen op de ontwikkeling van warmtenetten terwijl we van Borger-Odoorn leren van de individuele aanpak en in Coevorden van groen gas. Zo verwachten we sneller een beeld van de transitie-mogelijkheden in verschillende type gebieden en meer inzichten in verschillende technieken te krijgen door samen te werken. Op deze manier kunnen we in relatief korte tijd aan zo veel mogelijk inwoners en ondernemers een handelingsperspectief bieden.

Transitievisie Warmte gemeente Emmen I oktober 2021

10

Hoofdstuk 3

Alternatieven voor aardgas Technisch gezien zijn er allerlei mogelijkheden beschikbaar om van het aardgas af te stappen. De duurzame alternatieven voor aardgas hebben echter ieder hun eigen kenmerken, overeenkomsten en verschillen. Dat bespreken we in dit hoofdstuk.

Transitievisie Warmte gemeente Emmen I oktober 2021

11

3. Alternatieven voor aardgas 3.1 Van aardgas over op hernieuwbare energiebronnen Technisch gezien zijn er veel verschillende mogelijkheden om van het aardgas af te stappen. Ons doel is om uiteindelijk CO2-uitstoot te

Wat is het verschil tussen lage temperatuur (LT), midden temperatuur (MT) en hoge temperatuur (HT) warmtebronnen?

reduceren. Het is daarom van belang dat wij alleen duurzame alternatieven voor aardgas in te zetten.

We maken daarbij over het algemeen onderscheid in collectieve oplossingen (bijvoorbeeld warmtenetten), waarbij meer dan één gebouw op een bepaalde technologie overstapt, en individuele oplossingen, die voor ieder gebouw los kunnen worden toegepast (bijvoorbeeld een warmtepomp).

 

HT-warmtebronnen hebben doorgaans een temperatuur van 70-90 ◦C. Zie diepe geothermie, restwarmte, biomassa of hernieuwbare gassen. MT-warmtebronnen hebben doorgaans een temperatuur van 40-70 ◦C. Zie ondiepe geothermie of restwarmte. LT-warmtebronnen hebben doorgaans een temperatuur van 10-40 ◦C. Zie grondwater, lucht, afvalwater en oppervlaktewater.

Daarnaast onderscheiden warmtebronnen zich door hun temperatuur (zie Figuur 2). Zo zit er verschil tussen hoge temperatuur (HT) en lage temperatuur (LT) warmtebronnen. De temperatuur van de warmtebron bepaalt welke mate van isolatie en afgiftesysteem (radiatoren of muur- en vloerverwarming) het gebouw moet hebben.

Figuur 2: temperatuurniveau van diverse warmtebronnen van LT (links) naar HT (rechts)

Transitievisie Warmte gemeente Emmen I oktober 2021

12

Voor HT-warmtebronnen zijn vaak geen tot weinig aanpassingen in het gebouw nodig. Bij LT-warmtebronnen moet het gebouw vaak wel worden aangepast (andere radiatoren, vloerverwarming etc.) en moet het gebouw goed geïsoleerd zijn. HT-warmtebronnen zijn echter schaars en willen we daarom alleen inzetten bij woningen en gebouwen waarbij het echt nodig is. Voorbeelden zijn bij gebouwen die niet te isoleren zijn of waar isolatie erg duur is, zoals bij monumenten. LT-warmtebronnen zijn daarentegen vrijwel overal beschik- en inzetbaar, maar vereisen wel dat een gebouw goed geïsoleerd is. LT-warmtebronnen zijn daarom in beginsel met name voor nieuwere gebouwen geschikt, die al goed geïsoleerd zijn. In deze Transitievisie Warmte maken wij onderscheid in drie typen technieken, gebaseerd op basis van hun infrastructuur: overige (individuele) hernieuwbare bronnen, bronnen waarvan gebruik wordt gemaakt van het bestaand gasnet en warmtenetten. Individueel (all-electric) - bij all-electric oplossingen maken we met behulp van warmtepompen gebruik van omgevingswarmte. Omgevingswarmte (warmte uit de lucht, bodem of grondwater) wordt met behulp van een warmtepomp en elektriciteit omgezet in LTwarmte. Om een gebouw met een volledig elektrische warmtepomp te verwarmen is voldoende isolatie nodig voor het bereiken van voldoende comfortniveau. Eén warmtepomp verwarmt in de meeste gevallen één gebouw.

Dit maakt dat warmtepompen individuele oplossingen zijn. In combinatie met een WKO kunnen warmtepompen ook collectief worden ingezet. Bij een hybride warmtepomp springt de cv-ketel bij op extra koude dagen. Dit is geen aardgasvrije oplossing maar vermindert flink het aardgasverbruik. Dit is een ideale tussenoplossing voor wie (nog) niet goed kan isoleren en de cv-ketel nog niet aan vervanging toe is, maar wel wilt besparen. In de toekomst is deze warmtepomp tevens te combineren met een duurzame gas i.p.v. aardgas.

Duurzame gassen - (bestaande) gasnetten kunnen

duurzame gassen als groen gas en waterstofgas zonder grote aanpassingen naar gebouwen vervoeren. De toekomstige beschikbaarheid van deze duurzame gassen staat echter nog ter discussie. Enerzijds hebben duurzame gassen veel voordelen. Bij het gebruik van groen gas of waterstofgas kan namelijk het bestaande gasnet zonder grote aanpassingen gebruikt worden. Ook kan hiermee HT-warmte worden opgewekt. Groen gas en waterstofgas hebben daardoor het voordeel dat ze geen grote ingrepen in de openbare ruimte en relatief beperkte ingrepen in het gebouw vragen. Daarnaast wordt momenteel minder dan 5% van alle dierlijke mest in Nederland vergist, waarvan een deel gebruikt wordt voor groen gas. Dit laat zien dat er, zeker in agrarische regio’s, nog veel ruimte is voor groei. Anderzijds zien we ook uitdagingen rondom het gebruik van duurzame gassen. Het huidige aanbod van duurzame gassen is beperkt. Daarnaast is er nog veel onduidelijkheid over de nationale verdeling van duurzame gassen. Momenteel worden de industrie en zwaar transport als sectoren gezien waar duurzame gassen het meest bijdragen aan verduurzaming. Het gebruik van duurzame gassen voor het verwarmen van de gebouwde omgeving heeft mindere prioriteit, omdat daarvoor ook alternatieven beschikbaar zijn. Tot slot is waterstofgas nog niet geschikt om op grote schaal gebouwen te verwarmen (marktrijp).

Om waterstof te maken gebruiken we tot nu toe meestal aardgas dat onder hoge temperaturen wordt omgezet in waterstof (grijze waterstof). Groene waterstof, gemaakt uit water en groene stroom, is nog te kostbaar om op grote schaal te produceren en blijft dat voorlopig waarschijnlijk.

Om een heel gebied geschikt te maken voor dit soort all-electric oplossingen, moet vaak het elektriciteitsnet verzwaard worden.

Transitievisie Warmte gemeente Emmen I oktober 2021

13

restwarmte van koelcellen, datacentra of verbrandingscentrales. Restwarmte kan van verschillende temperatuurniveaus zijn.

Warmtenetten - dit zijn leidingnetten met

warmwater waarmee gebouwen worden verwarmd. Warmtenetten transporteren warmte van verschillende temperaturen. In het geval van HT kan een gebouw direct verwarmd worden, maar in het geval van MT of LT is in sommige gevallen een warmtepomp nodig om de warmte op te waarderen naar de benodigde temperatuur. Bij warmtenetten zonder warmtepompen is er vaak een tweede techniek (zoals het gebruik van duurzaam gas) nodig die de piekvragen aan warmte opvangt. Die tweede techniek is nodig, omdat warmtenetten soms bij een hoge vraag (bijvoorbeeld op koude dagen) niet genoeg warmte genereren. HT-warmtenetten transporteren water met een temperatuur van rond de 90°C. Hiermee kunnen we bestaande bouw zonder aanpassingen verwarmen. De impact voor de inwoner is erg klein. Alleen de ketel wordt vervangen door een warmte-afleverset die in de meterkast past. De benodigde geïsoleerde leidingen voor een HT-warmtenet zijn duur om te plaatsen. Ook is het warmteverlies groot bij een toenemend aantal meters, tenzij de leidingen goed geïsoleerd zijn. Het is dus noodzakelijk voor de financiële haalbaarheid en duurzaamheid van een HT-warmtenet dat de warmte binnen een korte afstand kan worden geleverd (via geïsoleerde leidingen) en bij een groot aantal huishoudens. De bebouwingsdichtheid (het aantal gebouwen per km2) moet hoog zijn. Uiteindelijk is de haalbaarheid o.a.

afhankelijk van de kosten voor de bronwarmte en de kosten van andere warmtealternatieven, maar voornamelijk van de beschikbaarheid van groene stroom. Op het moment is dit onvoldoende. Voorbeelden van bronnen van warmtenetten zijn: 

Restwarmte is warmte die over is en die een bedrijf niet meer zelf gebruikt. Denk hierbij aan industriële restwarmte,

Aquathermie is een overkoepelende term voor warmte uit oppervlakte- (TEO), afval- (TEA) en drinkwater (TED). Aquathermie levert LT-warmte. De LT-warmte kan collectief worden opgewaardeerd naar een hogere temperatuur indien nodig. Geothermie heet ook wel aardwarmte en is warmte afkomstig uit de aarde (hoe dieper in de aarde, hoe hoger de temperatuur).

Afhankelijk van de bron en de mate van isolatie van een gebouw kan het gaan om een HT-, MT- of LT-warmtenet. Hierbij geldt dat hoe lager de temperatuur van de warmte is, hoe beter het gebouw geïsoleerd moet zijn. CO2-uitstoot De keuze voor een warmteoplossing kan ook afhangen van de gereduceerde CO2-uitstoot. Per techniek besparen we, ten opzichte van het gebruik van aardgas, verschillende hoeveelheden CO2. De gereduceerde CO2-uitstoot is afhankelijk van veel verschillende factoren. Voorbeelden van factoren zijn of de energie die gebruikt wordt afkomstig is van hernieuwbare bronnen, hoe goed het gebouw geïsoleerd is en het gedrag van de bewoner of gebruiker. Doordat de gereduceerde CO2-uitstoot van zo veel verschillende factoren afhankelijk is, nemen we dit aspect niet mee in deze Transitievisie Warmte om te kiezen voor een bepaalde techniek.

3.2 Hoe kom je tot de meest geschikte techniek en warmtebron? We weten nu welke duurzame warmte alternatieven er zijn. De volgende stap is het bepalen welke warmteoplossing het beste past bij een gebouw. We kijken daarvoor naar de match tussen de mogelijke warmtebron en het te verwarmen gebouw of gebied. In de praktijk leidt dit in Nederland ertoe dat we een mix aan warmteoplossingen gaan gebruiken. Dit in tegenstelling tot de huidige situatie waarbij we bijna elk gebouw met aardgas verwarmen.

Transitievisie Warmte gemeente Emmen I oktober 2021

14

In de basis geldt dat hoge temperatuurbronnen schaars zijn en we deze alleen inzetten waar gebouwen niet zonder deze bronnen kunnen. Daar waar woningen goed geïsoleerd zijn gebruiken we lagere temperatuur bronnen. In het bepalen welke warmteoplossing geschikt is voor het verwarmen van een gebouw of gebied is een aantal aspecten van belang, namelijk: 1.

2.

3.

4.

Type gebouw of gebied – eigenschappen van een gebouw of gebied zoals het voorkomen van hoog- of juist laagbouw en de bebouwingsdichtheid bepalen of we kiezen voor een individuele of collectieve oplossing. Bouwjaar en isolatiegraad – het bouwjaar van een woning geeft vaak inzicht in de mate van isolatie. Het bepaalt daarmee de geschiktheid voor HT- of LT-oplossingen. De bouwjaren voor de gebouwen in de gemeente zijn weergegeven in bijlage 3. Energielabels geven ook weer hoe goed een gebouw geïsoleerd is, maar nog niet bij elk gebouw is dit actueel. Dit wordt pas gecheckt bij verhuizing. Beschikbare bronnen – er moet gekeken worden welke bronnen er in de omgeving beschikbaar zijn. Zo is bijvoorbeeld de potentie voor thermische energie uit oppervlaktewater afhankelijk van de aanwezige hoeveelheid oppervlaktewater en stroomsnelheid en verschillen per gebied de mogelijkheden voor geothermie. Marktrijpheid en techniek - nog niet elke techniek is marktrijp, omdat deze bijvoorbeeld nog in ontwikkeling is, financieel niet aantrekkelijk of onvoldoende beschikbaar. In bijlage 4 is per techniek te zien of de techniek als marktrijp wordt gezien. Zo is bijvoorbeeld te zien dat groene waterstofgas nog niet marktrijp is. Dit komt doordat groene waterstofgas nog erg duur is om te maken.

Transitievisie Warmte gemeente Emmen I oktober 2021

15

Hoofdstuk 4

De transitieopgave We gebruiken aardgas voor het verwarmen van ons huis, voor het warme water uit de kraan of douche en ook vaak om te koken. In 2050 willen we dat al deze warmte komt van duurzame, alternatieve warmtebronnen. Om te weten wat deze opgave voor ons inhoudt is het belangrijk om de warmtevraag in de gemeente inzichtelijk te maken. En welke duurzame bronnen hebben we om deze vraag mee in te vullen?

Transitievisie Warmte gemeente Emmen I oktober 2021

16

4.

De transitieopgave

4.1 De warmtevraag In Emmen gaan we aan de slag om in 2050 aardgasvrij te zijn. Dit ligt in lijn met de landelijke doelstelling. In dit hoofdstuk bespreken we wat deze transitieopgave inhoudt voor Emmen en welke bronnen er binnen de gemeente aanwezig zijn om in warmte te voorzien. De gemeente heeft een warmtevraag in de gebouwde omgeving van 2.420 terajoule (TJ). Dit staat gelijk aan 85 miljoen kubieke meter aardgas (inclusief rendement). Dit is de vraag naar warmte van alle gebouwen, inclusief kantoorpanden, maar exclusief proceswarmte: warmte die de industrie vraagt voor haar (industriële) processen. De Transitievisie Warmte gaat enkel over de warmtevraag van gebouwen. Figuur 3 geeft hiervan het overzicht.

Totale warmtevraag gemeente Emmen: 2.420 TJ Utiliteit zonder koudevraag 5%

Utiliteit met koudevraag 6%

Hoogbouw 7%

Het gemiddelde aardgasverbruik per huishouden in de gemeente is 1.600 m3. Het gemiddelde gebruik in Nederland is ongeveer 1.500 m3. Het aardgasverbruik is afhankelijk van onder meer de samenstelling van het huishouden, het woningtype en de mate van isolatie van een woning. De grootte van een woning en het aantal gedeelde muren hebben ook impact op het aardgasverbruik. Zo is het aardgasverbruik van een vrijstaande woning vaak hoger dan dat van een appartement. Naast het aardgasverbruik verbruiken de woningen ook elektriciteit. Dat is op dit moment circa een vijfde deel van de hoeveelheid energie in vergelijking met het aardgasverbruik. De verwachting is dat dit toeneemt bij het overgaan op andere warmtebronnen dan aardgas. Dit komt doordat elektriciteit vaak een rol speelt in duurzame warmte, zoals bij het gebruik van warmtepompen. Deze toenemende elektriciteitsvraag willen we met duurzame energie invullen.

4.2 Woningkenmerken gemeente Emmen

Laagbouw 82%

Figuur 3: Verdeling gasvraag Emmen

In de Transitievisie Warmte kijken we alleen naar aardgas dat wordt gebruikt in de gebouwde omgeving voor het verwarmen van woningen en gebouwen, het bereiden van warm tapwater en koken. Het gaat daarbij om het verwarmen van alle woningen en gebouwen, maar is exclusief proceswarmte (warmte die benodigd is voor industriële processen). Voor aardgasverbruik voor proceswarmte moeten alternatieven worden gevonden voor 2050. Dit loopt via een ander spoor binnen de energietransitie opgave.

Emmen is de grootste plaats in de gemeente en heeft circa 56.500 inwoners. Emmen vervult een centrumfunctie in de regio Zuidoost Drenthe en daarbuiten. In Emmen is ook het bedrijventerrein Getec gelegen, dat wordt beschouwd als het grootste bedrijventerrein van Noord-Nederland. Naast Emmen zelf bestaat de gemeente onder andere uit de dorpen BargerCompascuum, Emmer-Compascuum, Erica, Klazienaveen, NieuwAmsterdam, Nieuw-Dordrecht, Nieuw-Schoonebeek, Nieuw-Weerdinge, Roswinkel, Veenoord, Schoonebeek, Weiteveen en Zwartemeer. In totaal wonen er 107.020 inwoners (1-1-2021) en staan er ongeveer 49.200 woningen in de gemeente. Daarvan zijn circa 14.000 woningen in het bezit

Transitievisie Warmte gemeente Emmen I oktober 2021

17

van een woningcorporatie. In Figuur 4 is weergegeven hoe deze woningen verdeeld zijn naar bouwjaar.

Woningen naar bouwjaar gemeente Emmen

10%

tot en met 1945

25% 17%

1946-1964 1965-1974 1975-1991 1992-heden

27%

21%

Figuur 4: woningen verdeeld naar bouwjaar in Emmen

Een kwart van de woningen in de gemeente is na 1992 gebouwd. Dit betekent dat deze woningen relatief goed geïsoleerd zijn of relatief makkelijk te isoleren zijn. Bij woningen die sinds 1992 zijn opgeleverd is op basis van het Bouwbesluit al geregeld dat de isolatiewaarde van een bepaald niveau is. Dit soort woningen kunnen geschikt worden gemaakt voor een lage temperatuur (LT) warmtebron. Daarnaast komt iets meer dan een kwart van de woningen (27%) uit de periode 1975-1991. Deze zijn vaak goed te isoleren tot een hoger energielabel (B), waardoor overstappen naar midden temperatuur (MT) of laag temperatuur (LT) warmte mogelijk wordt. Bijna de helft van de woningen (circa 23.600 woningen) is gebouwd vóór 1974. Dit zijn woningen waarvan we goed moeten kijken tot welk energielabel er geïsoleerd kan worden en welke warmtetechniek hiervoor geschikt is.

4.3 Utiliteitsbouw De TVW gaat over ons warmtegebruik in de gebouwde omgeving. We denken daarbij vooral aan woningen en daarmee de impact op inwoners. De gebouwde omgeving gaat echter ook over kantoren, instellingen en bedrijven. Deze gebouwen, die geen woonbestemming hebben, noemen we utiliteitsbouw. Bij bedrijven gaat het echter alleen over ruimteverwarming en warm tapwater. Proceswarmte valt niet onder de gebouwde omgeving, maar is onderdeel van de sectortafel Industrie in het Klimaatakkoord. Net als alle woningen in een gemeente, moeten we bedrijfsgebouwen (en kantoren en instellingen) in 2050 zonder aardgas verwarmen, daarom moeten ook bedrijventerreinen een wijkuitvoeringsplan opstellen. De aanpak hiervoor zal deels afwijken, omdat de rol van ondernemers verschilt van die van inwoners. Zo hebben zij vaker een groot vastgoedbezit en hebben ze mogelijk zelf opties om in warmte te voorzien. De warmtevraag en het -aanbod verschillen dus van woongebieden. Sommige bedrijven hebben restwarmte van hun bedrijfsprocessen. Dat biedt mogelijkheden voor een warmtenet op bijvoorbeeld een bedrijventerrein. Daarnaast bestaan er soms collectieven van bedrijven, die samen aan de slag kunnen met de verduurzaming van hun gebouw en omgeving. Een belangrijk aandachtspunt bij utiliteit en bedrijventerreinen is om ook goed naar de koudevraag te kijken.

In tegenstelling tot woningen is er vaak een hogere koudevraag, waardoor de aanleg van een WKO systeem en het gebruik van bodemwarmte interessant kan zijn (zie de volgende paragraaf voor meer informatie). In de gemeente is 11% van de totale gasvraag afkomstig van utiliteitsbouw. 5% hiervan is voor de ruimteverwarming en warm tapwater van gebouwen zonder koudevraag en 6% met koudevraag. De Klimaatmonitor geeft inzicht in de sectoren die de grootste gasvraag hebben in de gemeente. Wat betreft commerciële dienstverlening gaat het in dat geval om handel (zoals winkels, supermarkten en industriële panden). Bij publieke dienstverlening is te zien dat het grootste deel van de gasvraag is bestemd voor de gezondheids- en welzijnszorg. Bedrijven hebben naast de warmtetransitie ook de bredere opgave om energie te besparen, duurzame energie op te wekken en hun

Transitievisie Warmte gemeente Emmen I oktober 2021

18

bedrijfsvoering te verduurzamen. Zo zijn ze wettelijk verplicht om vanaf 2023 minimaal een energielabel C te hebben. Daarnaast is het voor bedrijven met een jaarlijks elektriciteitsverbruik van meer dan 50.000 KWh of een aardgasverbruik van meer dan 25.000 m3 verplicht om zelf energiebesparende maatregelen te nemen, de Energiebesparingsplicht. Dit is verplicht vanuit de Wet milieubeheer.

4.4 Beschikbare bronnen in gemeente Emmen Niet elke gemeente heeft de beschikking over dezelfde duurzame warmtebronnen. Sommige bronnen zijn locatie specifiek en afhankelijk van de aanwezigheid van bijvoorbeeld oppervlaktewater, veehouderijen of industrie. In deze paragraaf beschrijven we op hoofdlijnen de specifieke potentie van de aanwezige warmtebronnen in de gemeente. Deze potentie van bronnen bepaalt mede de routekaart die in het volgende hoofdstuk wordt beschreven. Een beschrijving wat onder welke bron wordt verstaan is te vinden in bijlage 2. De potentie die bronnen in de gemeente hebben, wordt gebaseerd op data. Deze data komt uit openbare databronnen van de Rijksdienst van Ondernemend Nederland (RVO), STOWA (kenniscentrum voor waterschappen en provincies) en de Wamteatlas en gaat om theoretische potentie. Welke duurzame warmtebronnen werkelijk potentie hebben in de gemeente en zullen worden ingezet is afhankelijk van een groot aantal organisatorische- en financiële factoren. De potentie van bronnen vertalen we naar woningequivalenten. In totaal zijn er zo’n 60.000 woningequivalenten in de gemeente. Dit is de som van alle woningen en utiliteitspanden, waarbij de utiliteitspanden zijn omgerekend naar het aantal woningequivalenten met een overeenkomstige warmtevraag.

In hoofdstuk 3 is te lezen dat (duurzame) warmtebronnen worden onderscheiden in hoogtemperatuur- en lagetemperatuur bronnen. Van de verschillende hoogtemperatuur warmte oplossingen heeft alleen groen gas en in mindere mate ook (vaste)biomassa potentie in de gemeente. Groen gas is opgewaardeerd biogas, dat ingevoerd kan worden in het bestaande aardgasnet. Dit maakt het een zeer aantrekkelijke oplossing omdat er geen nieuwe infrastructuur of warmtesysteem nodig is. Daarnaast maakt de mogelijkheid voor opwekking van hoge temperatuur warmte dat groen gas

ook geschikt is voor gebouwen die niet op korte termijn vergaand geïsoleerd kunnen worden. Op dit moment is het aanbod biogas nog zeer beperkt en zal volgens de sector in 2030 ongeveer 5% van onze huidige gasconsumptie kunnen vervullen. Dit brengt discussie en vragen met zich mee: moeten we dit gas in willen zetten voor de gebouwde omgeving, of eerder in de industrie en mobiliteit? Deze sectoren hebben weinig tot geen alternatieven omdat zij de hoge ontbranding van gas nodig hebben. Woningen daarentegen kunnen al verwarmd worden met een temperatuur van 40°C. Het is daarom de vraag of het verstandig is om deze beperkte bron nu al in zijn geheel te reserveren voor de gebouwde omgeving. De verwachting is dat de industrie en mogelijk zwaar-transport een beroep zullen doen op groen gas wanneer de CO2-taks op aardgas toe gaat nemen. Dit kan mogelijk de marktprijs van groen gas beïnvloeden. Al deze overwegingen worden meegenomen in het toewijzen van groen gas aan gebouwen in de gemeente. Hierbij is het de insteek dat groen gas alleen voor pandverwarming wordt ingezet daar waar andere bronnen zeer kostbaar of niet technisch haalbaar zijn. Daarnaast wordt het gebruik van groen gas idealiter gecombineerd met een hybride warmtepomp. De hybride warmtepomp zien we momenteel zowel als tussen- en eindoplossing.

Het is een tussenoplossing voor woningen die zich niet in één keer laten verduurzamen, of waarvoor er nu nog geen betaalbare warmtetechnieken zijn. Door nu al een hybride warmtepomp in te zetten wordt wel al CO2 bespaard. Als de hybride warmtepomp als eindoplossing wordt ingezet, moet het gebruikte aardgas op den duur vervangen worden door groen gas. De potentie van vaste biomassa is voldoende om circa 1.700 tot (na rendabel isoleren) 1.900 woningen te verwarmen. De inzet van biomassa is discutabel omdat de inzet van niet-lokale biomassa of gerichte kap kan resulteren in een toename van CO2 in de lucht. Daarnaast komt er fijnstof vrij bij het verbranden van hout in houtkachels en biomassacentrales. Het juist inzetten van vaste, lokale biomassa reststromen die geen ander gebruik kennen is echter nog steeds een duurzame optie. Hierbij wordt geadviseerd om het in te zetten voor warmtevragen die moeilijk met een andere bron in te vullen zijn en/of alleen in het buitengebied van de gemeente.

Transitievisie Warmte gemeente Emmen I oktober 2021

19

Naast de hoogtemperatuur bronnen zijn er verschillende laagtemperatuurbronnen met een grote warmtepotentie in verhouding tot de gemeentelijke warmtevraag. Zo is de bodem geschikt voor warmtekoude-opslag en bodemlussen. De warmtepotentie hiervan is ruim voldoende om alle woningequivalenten te verwarmen en zal in werkelijkheid alleen gelimiteerd worden door de ruimtevraag bovengronds. De bodem mag overal in de gemeente worden aangeboord behalve in Westenesch en ten westen van de woonkern Emmen. Daarnaast kunnen bodemlussen niet worden toegepast voor hoogbouw. Warmtekoude-opslag (WKO) is benutting van waterdragende lagen in de bodem voor het onttrekken en opslaan van warmte en koude. De gewonnen warmte is echter wel laagtemperatuur en zal moeten worden gecombineerd met een (collectieve) warmtepomp. Een WKO is te combineren met een andere warmtebron zoals TEO en TEA. Een WKO-net vraagt om een minimum van 50 tot 100 woningen of gebouwen die aansluiten. Dit aantal woningen of gebouwen ligt hoger wanneer er ook warmte wordt gewonnen uit oppervlaktewater of afvalwater. Bodemlussen kunnen zowel worden toegepast per gebouw of als voor meerdere gebouwen. We spreken van kleine collectieven wanneer meerdere gebouwen verwarmd worden op meerdere maar aansluitende bodemlussen. Afhankelijk van de bodemgesteldheid is te bepalen hoe diep de bodemlussen geplaatst moeten worden.

Bij kleine collectieven is een aantal lussen voldoende om een klein, laagtemperatuur warmtenet te maken. Om tot een sluitende businesscase te komen, moeten er minimaal 20 woningen of gebouwen aansluiten. Beide bodemsystemen hebben als bijkomend voordeel dat er passief gekoeld kan worden in de zomer. Naast bodemwarmte valt er in theorie ook veel warmte te winnen uit oppervlaktewater (TEO, thermische energie uit oppervlaktewater). Bij TEO wordt warmte onttrokken uit een rivier, kanaal of meer. Bij TEO is de locatie van de warmtebron van groot belang. Deze kan niet te ver liggen van de afzet omdat er warmteverlies optreed in het transport. Daarnaast is een grotere afstand ongunstig voor de businesscase door een toename in de infrastructurele investeringskosten voor het warmtenet. Een afstand van 500

- 1000 meter is algemeen aanvaard. Emmen heeft verspreid over de gemeente een aantal meren met potentie voor warmte. Bij Rietlanden en Parc Sandur liggen de Grote Rietplas en de Kleine Rietplas met veel potentie en bebouwing in de buurt. Ook bij Emmer-Compascuum en Nieuw-Amsterdam bevinden zich meren met potentie voor thermische energie uit het oppervlaktewater. Bij Bargerveen is tevens veel potentie, maar is er geen bebouwing nabij om de bron te benutten. Met het potentieel van TEO in de gemeente kunnen circa 15.000 woningequivalenten verwarmd worden. Daarnaast biedt de rioolwaterzuiveringsinstallatie naast de Grote Rietplas kansen voor het winnen van restwarmte uit afvalwater (TEA, thermische energie uit afvalwater). Met de potentie van de RWZI kunnen een kleine 6.000 woningequivalenten verwarmd worden. Net als bij TEO kan dit potentieel alleen in de nabijheid van de bron worden ingezet. De warmte uit de RWZI kan interessant voor woningen in Nieuw-Amsterdam, Rietlanden en Parc Sandur. Verspreid over de gemeente is ook een aantal rioolgemalen met beperkte potentie. De totale potentie voor TEA in Emmen bedraagt circa 300 TJ, waarmee ruim 6.500 woningequivalenten verwarmd kunnen worden. Geothermie is warmte afkomstig uit de bodem en aarde en kan door verschillende technieken een gebouw van warmte voorzien.

Voor een geothermische boring wordt in het algemeen uitgegaan van een minimale afzet van 4.000 tot 5.000 woningen. Omdat er veel verlies optreedt in transport en een hoogtemperatuur warmtenet duur is, moeten deze woningen dicht bij elkaar en dicht bij de bron staan. In delen van Emmen is redelijke potentie voor diepe en ultradiepe geothermie. Het verwachte potentieel van deze bron is 100-200 TJ, voldoende om 2.300-4.600 woningen te verwarmen en na rendabel ispleren 2.600-5.200 woningen. Nader onderzoek is nodig om het daadwerkelijk potentieel inzichtelijk te krijgen. Er zijn opsporingsvergunningen aangevraagd om dit verder te onderzoeken.

Transitievisie Warmte gemeente Emmen I oktober 2021

20

De potentie van restwarmtebronnen is nog onbekend in de gemeente, al zijn er wel een aantal kansen geïdentificeerd. Restwarmte is warmte van bijvoorbeeld bedrijven. Bij industriële processen ontstaat er soms warmte dat een bedrijf zelf niet meer nuttig kan gebruiken en daarom een warmtenet van warmte kan voorzien. De volledige potentie van (industriële) restwarmte is onbekend in Emmen. Op het bedrijventerrein Bargermeer is een aantal bedrijven met restwarmte potentieel. Van sommige bedrijven is niet bekend om hoeveel restwarmte dit gaat. Het is ook niet duidelijk of deze restwarmte geleverd gaat/kan worden aan woningen. Voorlopig gaan we uit van een potentieel om circa, 3.100-3.500 woningen te verwarmen. Naast bovenstaande bronnen kan er ook warmte worden gewonnen uit de lucht (omgevingswarmte) en zonlicht (zonthermie). Deze twee soorten warmtebronnen zijn in principe ongelimiteerd beschikbaar en alleen afhankelijk van het beschikbare boven- en ondergrondse ruimte om de warmte te kunnen winnen.

Transitievisie Warmte gemeente Emmen I oktober 2021

21

Hoofdstuk 5

De route naar aardgasvrij In het vorige hoofdstuk hebben we de warmtevraag en de warmtebronnen in kaart gebracht. In dit hoofdstuk zoomen we in op de wijken en buurten. We maken een start met het matchen van de warmtebronnen en de warmtevraag op wijkniveau. Daarnaast maken we een doorkijk naar de (nabije) toekomst: hoe bepalen we nu waar de transitie begint? En waar in Emmen gaan we (als eerste) in gesprek over een alternatief voor aardgas? De routekaart geeft inzicht in de weg naar aardgasvrij.

Transitievisie Warmte gemeente Emmen I oktober 2021

22

5. De route naar aardgasvrij In dit hoofdstuk geven we inzicht in de mogelijke alternatieven voor aardgas binnen de gemeente. De keuze voor deze technieken is aan de hand van de nu beschikbare kennis en in een traject met verschillende stakeholders bepaald. Kijkend naar de aanwezige bronnen, indeling van de gemeente en de meekoppelkansen die zich binnen de gemeente voordoen. Door de geschikte technieken in beeld te brengen proberen we inzicht te geven in de technieken die het hoogstwaarschijnlijk niet gaan worden en daarmee duidelijkheid te verschaffen aan zowel inwoners als gemeente. De daadwerkelijke techniekkeuze en aardgasvrijtermijn wordt pas in het (wijk)uitvoeringsplan vastgesteld.

De opties in de routekaart zijn een eerste verkenning, gebaseerd op openbare data. Dit is deels aangevuld met lokale kennis. In deze visie staat nog niks vast. Pas in de wijkuitvoeringsplannen wordt bepaald middels welke technieken en op welke termijn woningen van het aardgas afgaan.

5.1 Mogelijke warmteoplossingen per gebied Het vinden van de beste warmteoplossing per buurt en woning is een complexe opgave. De woningtypes en bouwjaren in Emmen zijn divers. Er is daarom niet één alternatief voor aardgas aan te wijzen als meest geschikt. Een mix aan warmtebronnen en technieken ligt daarom voor de hand. Voor inwoners van sommige wijken of buurten betekent dit dat deze techniek gelijk is aan de techniek van de buren. In andere wijken of buurten – daar waar veel verschillende type woningen naast elkaar staan – is het mogelijk dat de techniek kan verschillen met de techniek van de buren. Gebaseerd op het bouwjaar van de woningen, aanwezigheid van bronnen en bebouwingsdichtheid hebben we de mogelijke bronnen in kaart gebracht, zoals beschreven in het voorgaande hoofdstuk. Deze bronnen kunnen verdeeld over de verschillende wijken, kernen en het buitengebied. In tabel 1 op de volgende pagina staat een overzicht. In de zoektocht naar mogelijke warmteoplossingen per gebied kan worden gewerkt met instrumenten op basis van data zoals de Leidraad Startanalyse

(zie bijlage 6 voor extra toelichting). Daarnaast is in verschillende sessies met stakeholders in de gemeente onderzocht wat logische groeperingen zijn en wat daar de beste warmte oplossing zou zijn. De inzichten hieruit zetten we in deze paragraaf uiteen. Voor de hele gemeente geldt het volgende bij een mix van individuele opties als een duurzame warmtevoorziening: goed te isoleren gebouwen en nieuwere goed geïsoleerde gebouwen (na 1992) zijn geschikt voor een lage temperatuurverwarming, met een all-electric warmtepomp (bodem of lucht). Voor woningen die moeilijker rendabel te isoleren zijn (vóór 1992) is een hybride warmtepomp op groen gas een logischere keus. Emmen-centrum, Emmermeer, Angelslo, Bargeres, Emmerhout en Noordbarge Emmen-centrum (en omliggende buurten), hebben veel potentie voor een warmtenet dankzij de hoge bebouwingsdichtheid. Vanwege de oude bebouwing (1946-1974) is een hoge temperatuur bron nodig voor dit net. Deze gebouwen zijn vanwege ouderdom lastiger rendabel te isoleren. In Emmen heeft geothermie een hoge potentie om dit warmtenet te voeden, er is echter nader onderzoek nodig om de mogelijkheden hiervan in kaart te brengen. Een tweede alternatief zou een mix zijn van individuele opties als een duurzame warmtevoorziening. Het streven is all-electric waar rendabel te isoleren valt.

Parc Sandur, Rietlanden, Delftlanden De nieuwbouwwijken hier zijn geschikt voor lage temperatuurverwarming en kunnen overgaan op een all-electric warmtepomp. Nabij deze buurten zien we potentie voor TEO uit de Grote Rietplas, in combinatie met een WKO op lage temperatuur. Er is een mogelijkheid om het warmtenet aan te vullen met restwarmte uit de RWZI. In tegenstelling tot Delftlanden, is in Parc Sandur en Rietlanden de afstand tussen de Grote Rietplas en gebouwde omgeving klein genoeg voor een warmtenet. De aanlegkosten nemen toe naarmate de afstand groter wordt. In Delftlanden is daarom een mix van individuele opties als een duurzame warmtevoorziening meer geschikt.

Transitievisie Warmte gemeente Emmen I oktober 2021

23

Dorpen: Emmer-Compascuum, Barger-Compascuum, Erica, Zwartemeer, Schoonebeek, Nieuw-Dordrecht en Nieuw-Amsterdam, Veenoord De grote variatie in bouwtype en bouwjaren betekent voor de gebouwen in de woonkernen van de gemeente dat een mix van individuele opties als duurzame warmtevoorziening een meest logische keus is. We zetten in op (rendabel) isoleren waar kan en nodig is om zoveel mogelijk energie te besparen. In de kernen met een hogere bebouwingsdichtheid hebben de mogelijkheid om een klein collectief te realiseren. Dit kan met een klein warmtenet en een WKO i.c.m. een hoge temperatuur warmtepomp. Klazienaveen en Glastuinbouw De bebouwingsdichtheid in Glastuinbouw is hier hoog genoeg voor een rendabel warmtenet op hoge temperatuur met geothermie als warmtebron. Voor geothermie is nader onderzoek nodig om de mogelijkheden in beeld te brengen. In de kernen Klazienaveen en Erica is een kleinschalig warmtenet een optie vanwege de bebouwingsdichtheid. Dit warmtenet kan gevoed worden met een lage temperatuurbron, namelijk restwarmte. De aansluitende gebouwen moeten hiervoor goed geïsoleerd zijn. Verder zien we een variatie in bouwjaren in deze kernen. Als alternatief is een mix van individuele opties als een duurzame warmtevoorziening ook geschikt. Industrie: Bargermeer, De Vlierslagen, Bedrijvenpark A37 Voor de industrie hebben we te maken met ondernemers i.p.v. wooneigenaren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Emmen&id=5b15d5ab-9c84-472d-91f5-053dbb9a26de