Bijlage 1 - Bestemmingsplan 'Zuidbarge' (toelichting, regels en bijlagen)
Tekst van het document
Vervolgens is met behulp van de begrippen bepaalt wat onder de bestaande stikstofdepositie-situatie gerekend moet worden. Algemene aanduidingsregels Aan de hiervoor genoemde basisbestemmingen is een aantal aanduidingen toegevoegd. Vanuit ruimtelijkof milieubeleid is aan gronden een extra aanduiding gegeven. De aanduidingen werken naast de onderliggende enkelbestemmingen door op de gronden die zijn aangeduid. De aanduidingen zijn opgenomen ter bescherming van functies die niet direct zichtbaar zijn in het gebied, maar wel van invloed zijn op de inrichting van de omgeving. De aanduiding 'Geluidzone - Industrie' is opgenomen omdat Zuidbarge binnen de invloedssfeer ligt van het industrieterrein Bargermeer. Het betreft een zone als bedoeld in de Wet geluidhinder. Voor het bouwen van woningen gelden beperkingen. De aanduiding 'Vrijwaringszone - Molenbiotoop' is opgenomen om vrije windvang voor de molen aan de Zeldenrust te garanderen. Om de omgeving van de molen vrij te houden van obstakels ten behoeve van een vrije windvang voor de molen, is de vrijwaringszone - molenbiotoop opgenomen. Binnen bepaalde afstanden rondom de molen mag de hoogte van bebouwing en beplanting niet meer zijn dan de hoogte berekend met een formule die gebaseerd is op de biotoopformule ontwikkeld door de Vereniging De Hollandsche Molen.
De formule houdt in dat binnen een bepaalde afstand van een molen bebouwing en beplanting niet hoger mag zijn dan de stellinghoogte van de molen. Op een verdere afstand dan de afstand gebaseerd op de stellinghoogte, geldt een maximale hoogte bepaald op basis van de formule en houdt in dat op elke 50 meter verdere afstand van de molen de maximale hoogte van bebouwing en beplanting in oplopende lijn 1 meter hoger mag zijn. Obstakels op meer dan 400 meter van molens worden niet meer als hinderlijk beschouwd. De vrijwaringszone rondom de molen heeft zodoende op de verbeelding van het bestemmingsplan een straal van 400 meter. Afwijken van de maximale hoogte kan mogelijk zijn nadat vooraf advies is ingewonnen bij een deskundige. Algemene afwijkingsregels Bij uitzondering kan door middel van een omgevingsvergunning onder voorwaarden worden afgeweken van de in het plan gegeven regels.
47
bestemmingsplan Emmen, Zuidbarge
Algemene wijzigingsregels Dit artikel voorziet in de mogelijkheid om onder voorwaarden de bestemmingsgrenzen op beperkte schaal te verschuiven of bouwvlakken beperkt te vergroten. Overige regels De overige regels bestaan uit de 'Van toepassingverklaring'. Deze van toepassingsverklaring bepaalt dat twee andere plannen, naast het onderhavige bestemmingsplan, van toepassing blijven. Reden hiervoor is dat door middel van deze systematiek die plannen niet in zijn geheel hoeven te worden overgezet in dit onderhavige bestemmingsplan. 6.3.5
Overgangs- en slotregels
Het laatste hoofdstuk Overgangs- en slotregels bevat in Artikel 31 het overgangsrecht, als beschreven in het Besluit ruimtelijke ordening. Artikel 32 is de slotregel. In dit artikel wordt aangegeven op welke wijze de regels van het bestemmingsplan kunnen worden aangehaald. In dit geval kunnen de regels van het bestemmingsplan aangehaald worden als regels van het bestemmingsplan 'Emmen, Zuidbarge'.
6.4
Handhaving
In dit bestemmingsplan heeft actueel beleid zijn doorwerking in de regels gekregen. Hierdoor is het juridisch kader van het bestemmingsplan voor gemeente als publiek beter toepasbaar geworden. Van de gemeente mag verwacht worden dat opgetreden wordt als de regels van het bestemmingsplan niet worden nageleefd. Bestemmingsplannen zijn immers bindend voor overheid en publiek ter bescherming van een goede ruimtelijke kwaliteit en een veilige leefomgeving. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Emmen heeft het beleidsplan Vergunningverlening Toezicht en Handhaving (VTH) vastgesteld. Dit beleidsplan VTH beschrijft de visie en ambitie op het terrein van de gemeentelijke VTH-taken, waaronder ook valt het toepassen en naleven van de regels in het bestemmingsplan. Daarnaast geeft het beleidsplan VTH invulling aan de wettelijke plicht om vastgesteld VTH-beleid te hebben. Wat betreft handhaving kan de gemeente onmogelijk continu alles controleren. De gemeente vertrouwt erop dat inwoners en bedrijven de regels naleven en zij er alles aan doen om risico's en nadelige effecten voor de maatschappij te voorkomen. Risico's bepalen de inzet van de beschikbare capaciteit. Op basis van kennis en ervaring is vastgesteld welke bedrijfscategorieën en activiteiten het grootste risico vormen voor fysieke veiligheid, leefbaarheid, volksgezondheid, milieu en imago.
Deze uitgangspunten zijn gebruikt bij het opstellen van dit bestemmingsplan en worden ook toegepast bij de naleving van de regels van het bestemmingsplan.
48
bestemmingsplan Emmen, Zuidbarge
Hoofdstuk 7 7.1
Uitvoerbaarheid
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Inspraak en vooroverleg Vanaf maandag 6 februari tot en met 19 maart 2023 heeft het conceptontwerpbestemmingsplan voor inspraak voor een ieder ter inzage gelegen. Ook is het plan voor vooroverleg aan de wettelijke overlegpartners toegezonden. De ontvangen inspraak- en vooroverlegreacties die zijn binnengekomen, zijn in de Nota van beantwoording samengevat en voorzien van een gemeentelijke reactie. Waar deze reacties tot wijziging van het plan leiden, is dit in de Nota aangegeven en het plan is daarop aangepast. De Nota is als Bijlage 1 bij deze toelichting gevoegd. Procedure In het kader van de te voeren planologische procedure heeft het ontwerp van het bestemmingsplan van 18 oktober tot en met 28 november 2023 ter inzage gelegen in het stadhuis van Emmen. Het plan was ook raadpleegbaar op de website van de gemeente Emmen (www.emmen.nl) en op www.ruimtelijkeplannen.nl. Het ontwerp van het bestemmingsplan is daarnaast voor overleg toegezonden aan de wettelijke overlegpartners. Tijdens de inzagetermijn kon iedereen een zienswijze indienen over het bestemmingsplan. De gemeente ontving vier zienswijzen. Deze zijn samengevat en van een reactie voorzien in de 'Nota van beantwoording zienswijzen' die als Bijlage 2 bij deze toelichting is gevoegd.
7.2
Economische uitvoerbaarheid
Dit bestemmingsplan is een conserverend plan waarmee geen grote kosten zijn gemoeid. Op basis daarvan mag dit bestemmingsplan economisch uitvoerbaar worden geacht.
49
bestemmingsplan Emmen, Zuidbarge vastgesteld
bestemmingsplan Regels
Emmen, Zuidbarge vastgesteld 15-05-2024
bestemmingsplan Emmen, Zuidbarge
Inhoudsopgave
Regels
5
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
7 7 15
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15 Artikel 16 Artikel 17 Artikel 18 Artikel 19 Artikel 20 Artikel 21 Artikel 22 Artikel 23
Bestemmingsregels Agrarisch - Grondgebonden 1 Agrarisch met waarden - Esdorpenlandschap Bedrijf Bedrijf - Nutsvoorziening Detailhandel Groen Horeca - Categorie 2 Maatschappelijk Maatschappelijk - Dierenbegraafplaats Recreatie - Volkstuin Verkeer Water Wonen - Aaneengebouwd Wonen - Twee-aaneen Wonen - Voormalige agrarische bebouwing Wonen - Voormalige agrarische bebouwing - Structuur- en beeldbepalend Wonen - Voormalige agrarische bebouwing - Structuurbepalend Wonen - Vrijstaand Wonen - Vrijstaand - Structuurbepalend Leiding - Gas Waarde - Ruimtelijke kwaliteit
17 17 23 27 33 35 39 41 43 45 47 49 51 53 57 61 65 71 77 83 87 91
Hoofdstuk 3 Artikel 24 Artikel 25 Artikel 26 Artikel 27 Artikel 28 Artikel 29 Artikel 30
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Overige regels
93 93 95 97 99 101 103 105
Hoofdstuk 4 Artikel 31 Artikel 32
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
107 107 109
3
bestemmingsplan Emmen, Zuidbarge
4
bestemmingsplan Emmen, Zuidbarge
Regels
5
bestemmingsplan Emmen, Zuidbarge
6
bestemmingsplan Emmen, Zuidbarge
Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1
Inleidende regels
Begrippen
plan:
het bestemmingsplan Emmen, Zuidbarge met identificatienummer NL.IMRO.0114.2021038-B701 van de gemeente Emmen; 1.2
bestemmingsplan:
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3
aan-huis-gebonden kleinschalige beroep- of bedrijfsactiviteiten:
een beroep,of het beroepsmatig verlenen van diensten of bedrijfvoering dat op administratief, lichaamsverzorgend , juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of een daarmee gelijk te stellen gebied, dat door zijn beperkte omvang in of bij een woning wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.4
aanduiding:
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.5
aanduidingsgrens:
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.6
agrarisch bedrijf grondgebonden:
agrarische bedrijvigheid (bedrijfsvoering), zoals akkerbouw, veeteelt en vollegrond tuinbouw die afhankelijk zijn van de groeikracht van de bodem waarop het bedrijf wordt uitgeoefend, uitgezonderd een boomkwekerij; 1.7
agrarisch bedrijf:
een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren; 1.8
agrarische gronden/agrarisch grondgebruik:
gronden die gebruikt worden voor het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren; 1.9
ander bouwwerk:
een bouwwerk, geen gebouw zijnde; 1.10
bebouwing:
één of meer gebouwen en/ of bouwwerken geen gebouwen zijnde;
7
bestemmingsplan Emmen, Zuidbarge
1.11
bed & breakfast:
het gebruik van een ruime met als doel het verstrekken van logies en ontbijt aan steeds wisselend publiek, dat voor een korte periode, een tot enkele nachten, ter plaatse verblijft; onder bed & breakfast wordt niet begrepen overnachtingen, noodzakelijk in verband met het verrichten van tijdelijke of seizoensgebonden werkzaamheden en/of arbeid. De ruimte die gebruikt wordt voor bed & breakfast mag niet worden gebruikt als zelfstandige woning; 1.12
bedrijf:
een onderneming of gedeelte van een onderneming, die een organisatorisch zelfstandige eenheid vormt en is gericht op de productie of de afzet van goederen of de verlening van diensten, hieronder begrepen ondernemingen of gedeelten van ondernemingen, die door of vanwege de overheid worden geleid; 1.13
bedrijfsgebouw:
een gebouw dat dient voor de uitoefening van een bedrijf; 1.14
bedrijfswoning:
een woning in of bij een bedrijfsgebouw of op een terrein, bedoeld voor (het huishouden van) personen, wier huisvesting daar, gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein, noodzakelijk is; 1.15
bestaand:
bestaand ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan; 1.16
bestaande bebouwing:
bebouwing aanwezig op de eerste dag van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan; 1.17 1.
2. 1.18
bestaande situatie (stikstofdepositie): de activiteit die is toegestaan ten tijde van het vaststellen van dit bestemmingsplan op grond van: a. een vergunning als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, van de Wet natuurbescherming, of, b. een omgevingsvergunning waarbij de toestemming op grond van artikel 2.2aa, onderdeel a, van het Besluit omgevingsrecht is aangehaakt, of, indien een vergunning als bedoeld onder 1° ontbreekt: het feitelijke en planologisch legale gebruik; bestemmingsgrens:
de grens van een bestemmingsvlak; 1.19
bestemmingsvlak:
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.20
bijbehorend bouwwerk:
uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak; 1.21
boomteelt:
de teelt van heesters en/of bomen op open grond; 1.22
bouwen:
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats;
8
bestemmingsplan Emmen, Zuidbarge
1.23
bouwgrens:
de grens van een bouwvlak; 1.24
bouwperceel:
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.25
bouwperceelgrens:
de grens van een bouwperceel; 1.26
bouwvlak:
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.27
bouwwerk:
een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde verbonden is; 1.28
cultuurhistorische waarden:
een aangewezen gebied en of element met toegekende waarden, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik, dat de mens in de loop van de geschiedenis van dat bouwwerk of dat gebied heeft gemaakt; 1.29
dagrecreatie:
een verblijf buiten de eigen woning langer dan 2 uur voor recreatieve doeleinden doorgebracht zonder overnachting; 1.30
detailhandel:
het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.31
ecologische waarde:
de aan een gebied toegekende waarde , gekenmerkt door een samenhangend geheel van onderling elkaar beïnvloedende mensen, planten, dieren en omgeving; 1.32
erf:
al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een bestemmingsplan of een beheersverordening van toepassing is, deze die inrichting niet verbieden; 1.33
erker:
een (hoek- of rondvormig) uitgebouwd deel van een hoofdgebouw, waaronder ook een entreeportaal, bouwkundig bestaand uit een 'lichte' constructie met een overwegend transparante uitstraling, waarbij het entreeportaal een meer besloten karakter mag hebben; 1.34
fruitteelt:
de teelt van fruit aan opgaande houtige gewassen op open grond;
9
bestemmingsplan Emmen, Zuidbarge
1.35
gebouw:
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.36
gevel:
een bouwkundige constructie die een ruimte in een woning of gebouw scheidt van de buitenlucht, daaronder begrepen het dak; 1.37
gevellijn:
de fysieke, dan wel doorgetrokken denkbeeldige lijn die, behoudens toegelaten afwijkingen, bij het bouwen aan de wegzijde met het vooraanzicht vanaf de weg, niet mag worden overschreden; 1.38
groenvoorziening:
een (openbaar)gebied, dat is ingericht als berm, park, groenstrook, beplantingsstrook, grasveld, plantsoen, sport- en speelveldjes en dergelijke, welke voor het gehele jaar of een groot deel van het jaar voor het publiek algemeen toegankelijk moet zijn; 1.39
hoofdgebouw:
gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst; 1.40
horeca - categorie 1:
een horecabedrijf gericht op het verstrekken van al dan niet voor consumptie ter plaatse bereide etenswaren, met als nevenactiviteit het verstrekken van zwak- en niet alcoholische dranken zoals cafetaria's, snackbars, lunchrooms, broodjeszaken en daarmee vergelijkbare horecabedrijven zoals een sportkantine; 1.41
horeca - categorie 2:
een horecabedrijf gericht op het verstrekken van maaltijden voor consumptie ter plaatse met als nevenactiviteit het verstrekken van alcoholische en niet-alcoholische dranken zoals restaurants, bistro's, grillrooms, en daarmee vergelijkbare horecabedrijven; 1.42
horeca - categorie 3:
een horecabedrijf gericht op het verstrekken van alcoholische en niet-alcoholische dranken voor consumptie ter plaatse, met eventueel daaraan ondergeschikt het verstrekken van etenswaren of maaltijden voor gebruik ter plaatse, zoals (eet)cafés, met uitzondering van discotheken en nachtclubs; 1.43
horecabedrijf:
een bedrijf, inrichting waar bedrijfsmatig dranken en/ of etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt en /of waarin bedrijfsmatig logies wordt verstrekt; 1.44
huishouden:
een alleenstaande, dan wel twee of meer personen, die een duurzame (gemeenschappelijke) huishouding voer(t)(en) of wil(len) voeren, waar bij een gemeenschappelijke huishouding sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan (kamerverhuur wordt daaronder niet begrepen);
10
bestemmingsplan Emmen, Zuidbarge
1.45
kas:
een gebouw, waarvan de wanden en het dak geheel of grotendeels bestaan uit glas of ander lichtdoorlatend materiaal, dienend tot het kweken gewassen; 1.46
landschappelijke waarden:
de aan een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het waarneembare deel van het aardoppervlak (geomorfologisch, hydrologisch, ecologisch, cultuurhistorisch en landschappelijk-esthetische); 1.47
maatschappelijke voorzieningen:
voorzieningen voor het uitoefenen van activiteiten gericht op de sociale, maatschappelijke, educatieve en openbare dienstverlening, waaronder: gezondheidszorg, zorg en welzijn, jeugd/ kinderopvang, onderwijs, religie, uitvaart, bibliotheken, openbare dienstverlening, culturele voorzieningen, verenigingsleven, gevangeniswezen, nutsvoorzieningen, voorzieningen voor sport en sportieve recreatie, alsook ondergeschikte detailhandel en horeca ten dienste van deze voorzieningen; 1.48
molenbiotoop:
beschermingszone rondom een molen gericht op het behoud van de windvang; 1.49
natuurlijke waarde:
de aan een gebied toegekende waarde gekenmerkt door geologische, geomorfologische, bodemkundige en biologische elementen, zowel afzonderlijk als in onderlinge samenhang; 1.50
nutsvoorzieningen/of nutsbedrijven en semiopenbare nutsvoorzieningen:
voorzieningen ten dienste van openbare en semiopenbare nut, zoals transformatorgebouwen, telefooncentrales, telecommunicatie, alarmeringsystemen, riolering, rioolgemalen, waterzuivering, de levering van elektriciteit, gas, water en warmte, voorzieningen voor de waterhuishouding en naar aard van nutsvoorzieningen of daarmee gelijk te stellen overige voorzieningen; 1.51
overig bouwwerk:
een bouwkundige conctructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 1.52
overkapping:
een ander bouwwerk, dat een overdekte ruimte vormt met niet meer dan één wand (dak op pootjes); 1.53
paardenbak:
omheind terrein, waarop, door middel van het aanbrengen van zand en/of het plaatsen van bouwwerken zodat de paardensport kan worden beoefend; 1.54
perceelsgrens:
de lijn, welke de scheiding vormt tussen twee bouwpercelen of tussen een bouwperceel en een aangrenzend terrein; 1.55
recreatief medegebruik:
een recreatief gebruik van gronden dat ondergeschikt is aan de functie van de bestemming;
11
bestemmingsplan Emmen, Zuidbarge
1.56
straat- en bebouwingsbeeld:
de waarde van een gebied in stedenbouwkundige zin, die wordt bepaald door de mate van samenhang in aanwezige bebouwing, daarbij in het bijzonder gelet op een goede verhouding tussen bouwmassa en open ruimte, een goede hoogte- en breedteverhouding tussen de bebouwing onderling en de samenhang in bouwvorm en ligging tussen bebouwing die ruimtelijk op elkaar georiënteerd is; 1.57
teeltondersteunende voorzieningen:
bouwwerken en voorzieningen van lichtdoorlatend materiaal, niet zijnde glas, die door bedrijven met plantaardige teelten worden gebruikt ten behoeve van het verbeteren van de productie en arbeidsomstandigheden en het matigen van weersinvloeden en het bereiken van positieve effecten op milieu en water; 1.58
veldschuur:
een bedrijfsgebouw dat dient voor opslag en onderbrenging van producten en/of machines ten behoeve van de uitoefening van een grondgebonden agrarisch bedrijf; 1.59
volkstuin:
klein lapje grond, deel uitmakend van een complex, waarop door (stads/dorps) bewoners voedings- en siergewassen op niet-bedrijfsmatige basis worden geteeld; 1.60
voorgevel:
de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien een gebouw met meerdere zijden aan een weg grenst, de als zodanig door het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen gevel; 1.61
voorgevellijn:
denkbeeldige lijn die strak loopt langs de voorgevel van een gebouw tot aan de perceelsgrenzen; 1.62
voormalige agrarische gebouwen:
bestaande gebouwen die in het verleden zijn gebouwd ten behoeve van een agrarische bedrijfsfunctie; 1.63
waterhuishoudkundige voorzieningen:
voorzieningen ten dienste van de waterhuishouding waaronder wadi's, waterlopen, waterpartijen, watergangen, dammen, sluizen, duikers, retentiebekkens, vijvers; 1.64
windturbine/windmolen:
een installatie bestaande uit een drager en wieken, de bedrading al dan niet in een techniekkast opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie; 1.65
wonen:
het huisvesten in een woning van één afzonderlijk huishouden; 1.66
wonen voormalig agrarisch bebouwing:
een grondgebonden woning met kenmerken van het voormalig agrarisch bedrijf; 1.67
woning:
een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden;
12
bestemmingsplan Emmen, Zuidbarge
1.68
zijerf:
gedeelte van het erf dat aan de zijkant van het (hoofd)gebouw gelegen is.
13
bestemmingsplan Emmen, Zuidbarge
14
bestemmingsplan Emmen, Zuidbarge
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
de afstand tot de zij- c.q. achtererfscheiding:
de kortste afstand gemeten tussen een bouwwerk en de zij- c.q. achtererfscheiding; 2.2
de bebouwing op de verbeelding:
de op de verbeelding aangegeven (kadastrale) bebouwing wordt als illustratief beschouwd; 2.3
bebouwingspercentage:
een op de verbeelding of in de regels aangegeven percentage, dat de grootte aangeeft van het deel van het bouwvlak, dat maximaal mag worden bebouwd; 2.4
de bouwhoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.5
de dakhelling:
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.6
de goothoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.7
de hoogte van een windturbine:
vanaf het peil tot aan de as van de windturbine; 2.8
de inhoud van een bouwwerk:
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.9
de oppervlakte van een bouwwerk:
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.10
het peil:
het peil overeenkomstig de bouwverordening, danwel indien geen peil overeenkomstig de bouwverordening is vast te stellen, de hoogte van het afgewerkte bouwterrein, indien in of op het water wordt gebouwd, dan het Normaal Amsterdams Peil of een ander plaatselijk waterpeil aan te houden.
15
bestemmingsplan Emmen, Zuidbarge
16
bestemmingsplan Emmen, Zuidbarge
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels
Agrarisch - Grondgebonden 1
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Agrarisch - Grondgebonden 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c.
uitoefening van een grondgebonden agrarisch bedrijf; bedrijfsgebouwen; één bedrijfswoning met bijbehorende bouwwerken;
met bijbehorende: d. e. f. g. h.
andere bouwwerken; erven en tuinen; toegangswegen, in- en uitritten; groenvoorzieningen; nutsvoorzieningen en waterhuishoudkundige voorzieningen.
3.2
Bouwregels
3.2.1
Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. b. c.
gebouwen worden uitsluitend binnen een bouwvlak gebouwd; de afstand tussen gebouwen bedraagt niet meer dan 25 m; de verschijningsvorm van gebouwen, bestaande uit de bestaande oppervlakte, goothoogte, bouwhoogte en dakhelling, ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding - structuurbepalend', dient te worden gehandhaafd.
3.2.2
Bedrijfsgebouwen
Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen gelden de volgende regels: a. b. c. d. e.
bedrijfsgebouwen worden niet minder dan 3 m achter de voorgevel van de bedrijfswoning opgericht, dan wel, indien sprake is van een kleinere afstand, de bestaande afstand; de bouwhoogte van bedrijfsgebouwen bedraagt niet meer dan 12 m, dan wel niet meer dan de bestaande bouwhoogte indien deze meer bedraagt; de goothoogte van bedrijfsgebouwen bedraagt niet meer dan 4,5 m, dan wel niet meer dan de bestaande goothoogte indien deze meer bedraagt; de dakhelling van bedrijfsgebouwen bedraagt niet minder dan 15°, dan wel de bestaande dakhelling indien deze minder bedraagt; voor mestsilo's en voedersilo's geldt dat deze binnen het bouwvlak worden gebouwd, met dien verstande dat: 1. de bouwhoogte van torensilo's niet meer bedraagt dan 12 m; 2. de bouwhoogte van mestsilo's niet meer bedraagt dan 6 m, inclusief afdekking; de inhoud bedraagt maximaal 2.500 m3 .
3.2.3
Bedrijfswoning
Voor het bouwen van bedrijfswoningen gelden de volgende regels: a.
b. c. d.
de gezamenlijke oppervlakte van bedrijfswoningen inclusief bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt niet meer dan 250 m2 , dan wel de bestaande oppervlakte indien deze meer bedraagt; de voorgevel van bedrijfswoningen wordt in de naar de weg gekeerde bouwgrens opgericht; de bouwhoogte van bedrijfswoningen bedraagt niet meer dan 9 m, dan wel niet meer dan de bestaande bouwhoogte indien deze meer bedraagt; de goothoogte van bedrijfswoningen bedraagt niet meer dan 3,5 m, dan wel niet meer dan de bestaande goothoogte indien deze meer bedraagt;
17
bestemmingsplan Emmen, Zuidbarge
e.
de dakhelling van bedrijfswoningen bedraagt niet minder dan 35°, dan wel de bestaande dakhelling indien deze minder bedraagt.
3.2.4
Bijbehorende bouwwerken bij de bedrijfswoning
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: a.
b.
c. d.
bijbehorende bouwwerken zijn wat betreft massa en bouwhoogte ondergeschikt aan de bedrijfswoning, wat onder andere betekent dat: 1. de oppervlakte van aangebouwde bijbehorende bouwwerken niet groter is dan de bedrijfswoning; 2. één enkel vrijstaand bijbehorend bouwwerk wat betreft oppervlakte niet groter is dan de bedrijfswoning; bijbehorende bouwwerken worden niet minder dan 3 m achter de voorgevel van de bedrijfswoning dan wel het verlengde daarvan gebouwd, dan wel, indien sprake is van een kleinere afstand, de bestaande afstand; de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken bedraagt niet meer dan 6 m; de goothoogte van bijbehorende bouwwerken bedraagt niet meer dan 3 m.
3.2.5
Andere bouwwerken
Voor het bouwen van andere bouwwerken gelden de volgende regels: a.
b. c.
de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen gelegen langs een openbare weg en/of langs het gedeelte van het zijerf, dat loopt vanaf de openbare weg tot aan de voorgevel van de bedrijfswoning, bedraagt niet meer dan 1 m, met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen achter de voorgevellijn niet meer dan 2 m bedraagt; de bouwhoogte van sleufsilo's bedraagt niet meer dan 3 m; voor andere bouwwerken dan genoemd onder a en b geldt dat: 1. de gezamenlijke oppervlakte van overkappingen niet meer bedraagt dan 50 m2 ; 2. de bouwhoogte binnen het bouwvlak niet meer bedraagt dan 6 m; 3. de bouwhoogte buiten het bouwvlak niet meer bedraagt dan 3 m.
3.3
Nadere eisen
3.3.1
Bevoegdheid
Het college van burgemeester en wethouders kan nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de gebouwen, wat betreft: a. b. c. d. e. f. g. h.
de woonsituatie; het straat- en bebouwingsbeeld; cultuurhistorie; verkeersveiligheid; sociale veiligheid; brandveiligheid, externe veiligheid en rampenbestrijding; milieusituatie; de gebruiksmogelijkheden in andere bestemmingen.
3.4
Afwijken van de bouwregels
3.4.1
Bevoegdheid
Het college van burgemeester en wethouders kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a.
b. c.
sublid 3.2.1, sub a, en toestaan dat bedrijfsgebouwen en bijbehorende bouwwerken buiten het bouwvlak worden opgericht, waarbij de volgende regel geldt: 1. de bebouwing wordt niet gerealiseerd voor de voorgevel van de bedrijfswoning; sublid 3.2.1,sub b en toestaan dat de afstand tussen de gebouwen wordt vergroot; sublid 3.2.2 sub c en toestaan dat de goothoogte van bedrijfsgebouwen wordt verhoogd tot maximaal 5,5 meter, waarbij de volgende regels gelden; 1. de bedrijfseconomische noodzaak is aangetoond;
18
bestemmingsplan Emmen, Zuidbarge
d. e. f. g. h. i. j. k. l.
sublid 3.2.3, sub a en toestaan dat niet meer dan 100 m2 aan bijbehorende bouwwerken wordt opgericht bij bestaande bedrijfswoningen die groter zijn dan 150 m2 ; sublid 3.2.3, sub a en toestaan dat de bedrijfswoning wordt vergroot; sublid 3.2.3, sub b en toestaan dat de voorgevel van het hoofdgebouw achter de naar de weg gekeerde bouwgrens wordt gerealiseerd; sublid 3.2.3, sub b en toestaan dat de bedrijfswoning van locatie wijzigt; sublid 3.2.3, sub c en toestaan dat de bouwhoogte van de bedrijfswoning wijzigt; sublid 3.2.3, sub d en toestaan dat de goothoogte van de bedrijfswoning wijzigt; sublid 3.2.3, sub e en toestaan dat de dakhelling van de bedrijfswoning wordt verlaagd; sublid 3.2.4, sub b en toestaan dat bijbehorende bouwwerken vanaf de voorgevel van de bedrijfswoning worden opgericht; sublid 3.2.5 sub c en toestaan dat agrarische voorzieningen in de vorm van een kuilvoerplaat of een mestplaat buiten het bouwvlak worden gebouwd. Hiervoor geldt de volgende regel: 1. de bebouwing wordt niet gerealiseerd voor de voorgevel van de bedrijfswoning.
3.4.2 a.
b.
c.
d. e.
Afweging
De toepassing van de in sublid 3.4.1 genoemde afwijkingen is beperkt tot incidentele gevallen, waarbij het functioneren van de bestemming begrepen functies en omliggende bestemmingen niet wordt aangetast. In de afweging omtrent verlening van afwijking wordt in ieder geval rekening gehouden met belangen uit agrarisch-, ruimtelijk-, landschappelijk-, cultuurhistorisch, verkeerstechnisch-, milieuhygiënisch, archeologisch- en ecologisch oogpunt, het functioneren van het watersysteem, de woonsituatie, het straat- en bebouwingsbeeld, mogelijke onevenredige aantasting van de leefbaarheid en gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken. De aspecten stedenbouwkundige structuur, landschap en cultuurhistorie worden beschreven in Bijlage 2 (Zuidbarge - Het landschap en dorp in historische perspectief) en Bijlage 3 (Ruimtelijke waardering Zuidbarge) bij deze regels. Deze bijlagen worden betrokken bij de onder sub b genoemde afweging wat betreft de aspecten stedenbouwkundige structuur, landschap en cultuurhistorie. Indien de genoemde waarden en of belangen onevenredig worden geschaad wordt de afwijking niet verleend. Voor zover voor meerdere activiteiten een afwijking benodigd is en deze in één plan zijn ondergebracht, worden deze in zijn geheel in de beoordeling betrokken.
3.5
Specifieke gebruiksregels
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: a. b.
het bewonen van bedrijfsgebouwen of bijbehorende bouwwerken; het aanleggen van paardenbakken.
3.6
Afwijken van de gebruiksregels
3.6.1
Bevoegdheid
Het college van burgemeester en wethouders kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a.
lid 3.1 sub a, en de uitoefening van een aan-huis-gebonden kleinschalige beroeps- of bedrijfsactiviteit toe te staan in een deel van de woning, waarbij de volgende regels gelden: 1. de verblijfsruimten moeten blijven voldoen aan het Bouwbesluit 2012; 2. de woonfunctie moet in overwegende mate gehandhaafd blijven en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden worden niet onevenredig aangetast; 3. de woonfunctie moet in ruimtelijke zin en visuele zin primair blijven; 4. de beroeps- of bedrijfsactiviteit wordt uitgeoefend door in ieder geval één van de bewoners van de woning; 5. niet meer dan 40% van het te bebouwen vloeroppervlak wordt gebruikt voor huisverbonden activiteiten met een bovengrens van 50 m2 ; 6. detailhandel vindt niet plaats behoudens een beperkte verkoop in het klein in direct verband met
19
bestemmingsplan Emmen, Zuidbarge
b.
c.
d.
e.
f.
het aan huis verbonden beroep/en bedrijf; 7. er worden geen reclameborden groter dan 0,5 m2 bij of aan de woning geplaatst; 8. er geen onevenredige parkeerdruk voor de omgeving optreedt; lid 3.1 sub a, en een bed & breakfast-voorziening toe te staan in een deel van een woning, waarbij de volgende regels gelden: 1. de activiteit wordt binnen de bestaande bebouwing uitgevoerd; 2. de activiteit is ruimtelijk en functioneel ondergeschikt ten opzichte van de woonfunctie; 3. de activiteit voorziet niet in een zelfstandige woonfunctie; 4. de activiteit doet geen onevenredige afbreuk aan de bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden van nabijgelegen (agrarische) bedrijven en woningen; 5. parkeren vindt plaats op eigen erf; 6. aan niet meer dan zes personen in niet meer dan twee kamers wordt verblijf geboden 7. er is geen sprake van een zelfstandige kookeenheid; 8. door middel van een inrichtingsplan wordt aangetoond dat het initiatief ruimtelijk goed inpasbaar is en dat de ruimtelijke kwaliteiten van het huidige erf worden versterkt; lid 3.1, sub a, en het grondgebonden houden van rosékalveren toestaan, waarbij aan de volgende voorwaarde moet worden voldaan: 1.
het bedrijf beschikt aantoonbaar over voldoende eigen grond ten behoeve van ruwvoervoorziening en mestafzet voor het houden van de rosékalveren; lid 3.1, sub a, voor de verbreding of verdieping van de agrarische bedrijfsvoering, die wat betreft omvang niet passend is binnen de afwijking voor uitoefening van aan huis gebonden kleinschalige beroeps- of bedrijfsactiviteiten, waarbij de volgende regels gelden: 1. de volgende functies zijn toegestaan: detailhandel in eigen voortgebrachte producten; maatschappelijke functies; een productiegerichte paardenhouderijtak; bedrijfsactiviteiten uit milieucategorie 1 en 2 van de VNG brochure 'Bedrijven en Milieuzonering', of hiermee wat betreft leefklimaat te vergelijken bedrijfsactiviteiten; 2. de activiteit is uitvoerbaar binnen de bestaande bebouwing; 3. de activiteit is ondergeschikt ten opzichte van de agrarische hoofdfunctie; 4. er geen onevenredige verkeers- of parkeerdruk optreed voor de omgeving; 5. voldaan wordt aan milieu- en externe veiligheidswetgeving; 6. er is geen sprake van onevenredige aantasting van gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; lid 3.1, sub c en toestaan dat een bedrijfswoning opgesplitst wordt in niet meer dan twee wooneenheden, waarbij de volgende regel geldt; 1.
de oppervlakte van de bedrijfswoning niet wordt vergroot; lid 3.5, sub b, en toestaan dat gronden gebruikt worden ten behoeve van een paardenbak, mits: 1. de afmeting niet meer dan 20 x 40 m bedraagt; 2. de paardenbak niet minder dan 50 m verwijderd is van woningen van derden; 3. geen verlichting wordt aangebracht.
3.6.2 a.
b.
c.
Afweging
De toepassing van de in sublid 3.6.1 genoemde afwijkingen is beperkt tot incidentele gevallen, waarbij het functioneren van de bestemming begrepen functies en omliggende bestemmingen niet wordt aangetast. In de afweging omtrent verlening van afwijking wordt in ieder geval rekening gehouden met belangen uit agrarisch-, ruimtelijk-, landschappelijk-, cultuurhistorisch, verkeerstechnisch-, milieuhygiënisch, archeologisch- en ecologisch oogpunt, het functioneren van het watersysteem, de woonsituatie, het straat- en bebouwingsbeeld, mogelijke onevenredige aantasting van de leefbaarheid en gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken. De aspecten stedenbouwkundige structuur, landschap en cultuurhistorie worden beschreven in Bijlage 2 (Zuidbarge - Het landschap en dorp in historische perspectief) en Bijlage 3 (Ruimtelijke waardering Zuidbarge) bij deze regels. Deze bijlagen worden betrokken bij de onder sub b genoemde afweging wat
20
bestemmingsplan Emmen, Zuidbarge
d. e.
betreft de aspecten stedenbouwkundige structuur, landschap en cultuurhistorie. Indien de genoemde waarden en of belangen onevenredig worden geschaad wordt de afwijking niet verleend. Voor zover voor meerdere activiteiten een afwijking benodigd is en deze in één plan zijn ondergebracht, worden deze in zijn geheel in de beoordeling betrokken.
3.7
Wijzigingsbevoegdheid
3.7.1
Bevoegdheid
Het college van burgemeester en wethouders kan het plan wijzigen: a.
b.
c.
voor het uitbreiden van de bestemming 'Agrarisch - Grondgebonden 1'en de vergroting van het bouwvlak tot maximaal 1,5 ha, waarbij de volgende bepalingen gelden: 1. de bedrijfseconomische noodzaak is aangetoond; 2. de uitbreiding is passend binnen de stedenbouwkundige- en landschappelijke structuur; 3. voldaan wordt aan milieu- en externe veiligheidswetgeving; 4. er is geen sprake van significante toename van depositie op Natura 2000 gebieden; 5. er is geen sprake van onevenredige aantasting van gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; voor de wijziging van de agrarische functie van agrarische bedrijfsbebouwing bij bedrijfsbeëindiging, waarbij de volgende regels gelden; 1. de volgende functies zijn toegestaan: een paardenhouderij als bedoeld in 'Agrarisch - Paardenhouderij 1' van het bestemmingsplan 'Buitengebied Emmen' (met identificatienummer NL.IMRO.0114.2009072-0710); bedrijfsactiviteiten uit milieucategorie 1 en 2; wonen als bedoeld in Artikel 17 of Artikel 19; maatschappelijke functies; opslag en/of stalling; 2. de activiteit wordt uitgevoerd in combinatie met een woonfunctie; 3. er geen onevenredige verkeers- of parkeerdruk optreedt voor de omgeving; 4. de functiewijziging is passend binnen de stedenbouwkundige- en landschappelijke structuur; 5. voldaan wordt aan milieu- en externe veiligheidswetgeving; 6.
er is geen sprake van onevenredige aantasting van gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; voor de toevoeging van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - plattelandswoning' aan een voormalige tweede bedrijfswoning.
3.7.2 a. b.
c.
d. e.
Afweging
De wijziging tast het functioneren van omliggende bestemmingen niet aan. In de afweging omtrent toepassing van de in 3.7.1 opgenomen wijzigingsbevoegdheden worden in ieder geval de volgende aspecten betrokken: de woonsituatie, de stedenbouwkundige structuur, het landschap, archeologie, cultuurhistorie, verkeersveiligheid, (sociale en gezondheid) veiligheid, brandveiligheid/externe veiligheid en rampenbestrijding, de milieusituatie, natuur, het functioneren van het watersysteem en de gebruiksmogelijkheden in andere bestemmingen. De aspecten stedenbouwkundige structuur, landschap en cultuurhistorie worden beschreven in Bijlage 2 (Zuidbarge - Het landschap en dorp in historische perspectief) en Bijlage 3 (Ruimtelijke waardering Zuidbarge) bij deze regels. Deze bijlagen worden betrokken bij de onder sub b genoemde afweging wat betreft de aspecten stedenbouwkundige structuur, landschap en cultuurhistorie. Voor zover voor meerdere activiteiten een wijziging benodigd is en deze in één plan zijn ondergebracht, worden deze in zijn geheel in de beoordeling betrokken. Indien de genoemde waarden en of belangen onevenredig worden geschaad kan de functiewijziging niet plaatsvinden.
21
bestemmingsplan Emmen, Zuidbarge
22
bestemmingsplan Emmen, Zuidbarge
Artikel 4 4.1
Agrarisch met waarden - Esdorpenlandschap
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Agrarisch met waarden - Esdorpenlandschap' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e.
behoud en herstel van de landschappelijke, cultuurhistorische en natuurlijke waarden; agrarische functies; extensief recreatief medegebruik; behoud en herstel van watergangen; een veldschuur, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - veldschuur';
met bijbehorende: f. g. h. i. j.
andere bouwwerken; fiets- en voetpaden; toegangswegen, in- en uitritten; groenvoorzieningen; nutsvoorzieningen en waterhuishoudkundige voorzieningen.
4.2
Bouwregels
4.2.1
Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. b.
op deze gronden worden geen gebouwen of overkappingen opgericht; in afwijking van het bepaalde onder sub a, is op de gronden die zijn aangeduid als 'specifieke vorm van agrarisch - veldschuur' een gebouw toegestaan, met dien verstande dat: 1. de oppervlakte van de veldschuur niet meer bedraagt dan bestaand; 2. de bouwhoogte van de veldschuur niet meer bedraagt dan bestaand.
4.2.2
Andere bouwwerken
Voor het bouwen van andere bouwwerken gelden de volgende regels: a. b. c. d.
mestopslagen en sleufsilo's zijn niet toegestaan; spoel- en wasinstallaties ten behoeve van bollenteelt zijn niet toegestaan; de bouwhoogte van erf-en terreinafscheidingen bedraagt niet meer dan 1 m; de bouwhoogte van overige andere bouwwerken bedraagt niet meer dan 3 m.
4.3
Afwijken van de bouwregels
4.3.1
Bevoegdheid
Het college van burgemeester en wethouders kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a.
sublid 4.2.2 en toestaan dat agrarische voorzieningen in de vorm van een kuilvoerplaat of een mestplaat buiten het bouwvlak worden gebouwd, waarbij de volgende regel geldt: 1. de bebouwing wordt niet gerealiseerd voor de voorgevel van de bedrijfswoning.
4.3.2 a.
b.
c.
Afweging
De toepassing van de in sublid 4.3.1 genoemde afwijking is beperkt tot incidentele gevallen, waarbij het functioneren van de bestemming begrepen functies en omliggende bestemmingen niet wordt aangetast. In de afweging omtrent verlening van afwijking wordt in ieder geval rekening gehouden met belangen uit agrarisch-, ruimtelijk-, landschappelijk-, cultuurhistorisch, verkeerstechnisch-, milieuhygiënisch, archeologisch- en ecologisch oogpunt, het functioneren van het watersysteem, de woonsituatie, het straat- en bebouwingsbeeld, mogelijke onevenredige aantasting van de leefbaarheid en gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken. De aspecten stedenbouwkundige structuur, landschap en cultuurhistorie worden beschreven in Bijlage
23
bestemmingsplan Emmen, Zuidbarge
d. e.
2 (Zuidbarge - Het landschap en dorp in historische perspectief) en Bijlage 3 (Ruimtelijke waardering Zuidbarge). Deze bijlagen worden betrokken bij de onder sub b genoemde afweging wat betreft de aspecten stedenbouwkundige structuur, landschap en cultuurhistorie. Indien de genoemde waarden en of belangen onevenredig worden geschaad wordt de afwijking niet verleend. Voor zover voor meerdere activiteiten een afwijking benodigd is en deze in één plan zijn ondergebracht, worden deze in zijn geheel in de beoordeling betrokken.
4.4
Specifieke gebruiksregels
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: a. b.
het realiseren van teeltondersteunende voorzieningen (gebruik langer dan zes maanden per jaar); het aanleggen van paardenbakken.
4.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden 4.5.1
Verboden werkzaamheden
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het college van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d. e. f. g. h.
het ophogen, ontgronden, egaliseren, ontginnen van de bodem; het aanleggen, verbreden, of verharden van wegen, paden, banen of parkeergelegenheden; het aanbrengen van overige oppervlakteverhardingen, met een oppervlakte van meer dan 100 m2 ; het aanleggen, verbreden, verdiepen, en dempen van sloten, wijken en andere wateren; het aanbrengen of verwijderen van ondergrondse leidingen en daarmee verband houdende constructies; het bebossen van gronden, met een oppervlakte van meer dan één hectare; het realiseren van een terrein voor boomteelt, fruitteelt op verhoogde stellingen of fruit op laagstam of hoogstam, met een oppervlakte van meer dan één hectare; het rooien van bos, bomen, boomgaard, houtwal of singel.
4.5.2
Toegestane werkzaamheden
Het verbod als bedoeld in sublid 4.5.1 is niet van toepassing op werken en/of werkzaamheden die: a. b. c.
noodzakelijk zijn in verband met het op de bestemming gerichte beheer of gebruik van de grond; al in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; mogen worden uitgevoerd krachtens een al verleende vergunning.
4.5.3
Combinaties
Voor zover voor meerdere werken en/of werkzaamheden vergunningen worden gevraagd en deze in één (inrichtings)plan zijn ondergebracht, wordt dit in zijn geheel in de beoordeling betrokken. 4.5.4
Toetsingscriteria
Bij de afweging omtrent verlening van de vergunning wordt de landschappelijke waarde, als weergegeven in Bijlage 2 (Zuidbarge - Het landschap en dorp in historische perspectief) en Bijlage 3 (Ruimtelijke waardering Zuidbarge) bij deze regels betrokken. 4.5.5
Voorwaarden
De sublid 4.5.1 bedoelde vergunning wordt niet verleend indien het werk of de werkzaamheid plaatsvindt met het oog op het ontwikkelen of versterken van natuurwaarden in een nieuw natuurgebied en door de uitvoering op directe of indirecte wijze aantoonbare afbreuk wordt of zou worden gedaan aan de agrarische bedrijfsvoering op aangrenzende of nabijgelegen percelen, dan wel aantoonbare schade of nadeel aan nabijgelegen agrarische bedrijven en/of de landbouwfunctie wordt of zou worden gedaan.
24
bestemmingsplan Emmen, Zuidbarge
4.5.6
Weigering
De in sublid 4.5.1 bedoelde vergunning wordt in ieder geval geweigerd wanneer de voorgenomen werken, of werkzaamheden de waarden van een gebied zodanig zullen aantasten of de mogelijkheden tot herstel daarvan zodanig zullen verkleinen, dat dit niet door het stellen van voorwaarden aan de vergunning kan worden voorkomen. 4.6
Wijzigingsbevoegdheid
4.6.1
Bevoegdheid
Het college van burgemeester en wethouders kan het plan wijzigen: a.
voor het uitbreiden van de bestemming 'Agrarisch - Grondgebonden 1'en de vergroting van het bouwvlak tot maximaal 1,5 ha, waarbij de volgende bepalingen gelden: 1. de bedrijfseconomische noodzaak is aangetoond; 2. de uitbreiding is passend binnen de stedenbouwkundige- en landschappelijke structuur; 3. voldaan wordt aan milieu- en externe veiligheidswetgeving; 4. er is geen sprake van significante toename van depositie op Natura 2000 gebieden; 5. er is geen sprake van onevenredige aantasting van gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden.
4.6.2 a. b.
c.
d. e.
Afweging
De wijziging tast het functioneren van omliggende bestemmingen niet aan. In de afweging omtrent toepassing van de in sublid 4.6.1 opgenomen wijzigingsbevoegdheden worden in ieder geval de volgende aspecten betrokken: de woonsituatie, de stedenbouwkundige structuur, het landschap, archeologie, cultuurhistorie, verkeersveiligheid, (sociale en gezondheid) veiligheid, brandveiligheid/externe veiligheid en rampenbestrijding, de milieusituatie, natuur, het functioneren van het watersysteem en de gebruiksmogelijkheden in andere bestemmingen. De aspecten stedenbouwkundige structuur, landschap en cultuurhistorie worden beschreven in Bijlage 2 (Zuidbarge - Het landschap en dorp in historische perspectief) en Bijlage 3 (Ruimtelijke waardering Zuidbarge). Deze bijlagen worden betrokken bij de onder sub b genoemde afweging wat betreft de aspecten stedenbouwkundige structuur, landschap en cultuurhistorie. Voor zover voor meerdere activiteiten een wijziging benodigd is en deze in één plan zijn ondergebracht, worden deze in zijn geheel in de beoordeling betrokken. Indien de genoemde waarden en of belangen onevenredig worden geschaad kan de functiewijziging niet plaatsvinden.
25
bestemmingsplan Emmen, Zuidbarge
26
bestemmingsplan Emmen, Zuidbarge
Artikel 5 5.1
Bedrijf
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c.
bedrijven in de milieucategorie 1 en 2, zoals bedoeld in de bijgevoegde Staat van bedrijven; bedrijfsgebouwen;; één bedrijfswoning met bijbehorende bouwwerken;
met de daarbij behorende: d. e. f. g. h. i.
andere bouwwerken; erven en tuinen; toegangswegen, in- en uitritten; parkeervoorzieningen; groenvoorzieningen; nutsvoorzieningen en waterhuishoudkundige voorzieningen.
5.2
Bouwregels
5.2.1
Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a.
gebouwen worden uitsluitend binnen een bouwvlak gebouwd.
5.2.2
Bedrijfsgebouwen
Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen gelden de volgende regels: a. b. c. d. e.
de bestaande gezamenlijke oppervlakte van bedrijfsgebouwen mag met maximaal 10% worden uitgebreid; bedrijfsgebouwen worden niet minder dan 3 m achter de voorgevel van de bedrijfswoning opgericht, dan wel, indien sprake is van een kleinere afstand, de bestaande afstand; de bouwhoogte van bedrijfsgebouwen bedraagt niet meer dan 8 m, dan wel niet meer dan de bestaande bouwhoogte indien deze meer bedraagt; de goothoogte van bedrijfsgebouwen bedraagt niet meer dan 3,5 m, dan wel niet meer dan de bestaande goothoogte indien deze meer bedraagt; de dakhelling van bedrijfsgebouwen bedraagt niet minder dan 15°, dan wel de bestaande dakhelling indien deze minder bedraagt.
5.2.3
Bedrijfswoning
Voor het bouwen van bedrijfswoningen gelden de volgende regels: a.
b. c. d. e.
de gezamenlijke oppervlakte van bedrijfswoningen inclusief bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt niet meer dan 250 m2 , dan wel de bestaande oppervlakte indien deze meer bedraagt; de voorgevel van bedrijfswoningen wordt in de naar de weg gekeerde bouwgrens opgericht; de bouwhoogte van bedrijfswoningen bedraagt niet meer dan 9 m, dan wel niet meer dan de bestaande bouwhoogte indien deze meer bedraagt; de goothoogte van bedrijfswoningen bedraagt niet meer dan 3,5 m, dan wel niet meer dan de bestaande goothoogte indien deze meer bedraagt; de dakhelling van bedrijfswoningen bedraagt niet minder bedragen dan 35°, dan wel de bestaande dakhelling indien deze minder bedraagt.
5.2.4
Bijbehorende bouwwerken bij de bedrijfswoning
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: a.
bijbehorende bouwwerken zijn wat betreft massa en hoogte ondergeschikt aan de bedrijfswoning (het hoofdgebouw), wat onder andere betekent dat: 1. de oppervlakte van aangebouwde bijbehorende bouwwerken niet groter is dan het hoofdgebouw;
27
bestemmingsplan Emmen, Zuidbarge
2. b.
c. d.
één enkel vrijstaand bijbehorend bouwwerk wat betreft oppervlakte niet groter is dan het hoofdgebouw; bijbehorende bouwwerken worden niet minder dan 3 m achter de voorgevel van de bedrijfswoning dan wel het verlengde daarvan gebouwd, dan wel indien sprake is van een kleinere afstand, de bestaande afstand; de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken bedraagt niet meer dan 6 m; de goothoogte van bijbehorende bouwwerken bedraagt niet meer dan 3 m.
5.2.5
Andere bouwwerken
Voor het bouwen van andere bouwwerken gelden de volgende regels: a.
b.
de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen gelegen langs een openbare weg en/of langs het gedeelte van het zijerf, dat loopt vanaf de openbare weg tot aan de voorgevel van de bedrijfswoning, bedraagt niet meer dan 1 m, met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen achter de voorgevellijn niet meer dan 2 m bedraagt; voor andere bouwwerken dan genoemd onder a geldt dat: 1. de gezamenlijke oppervlakte niet meer bedraagt dan 50 m2 ; 2. de bouwhoogte binnen het bouwvlak niet meer bedraagt dan 6 m; 3. de bouwhoogte buiten het bouwvlak niet meer bedraagt dan 3 m.
5.3
Nadere eisen
5.3.1
Bevoegdheid
Het college van burgemeester en wethouders kan nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de gebouwen, wat betreft: a. b. c. d. e. f. g. h.
de woonsituatie; het straat- en bebouwingsbeeld; cultuurhistorie; verkeersveiligheid; sociale veiligheid; brandveiligheid, externe veiligheid en rampenbestrijding; milieusituatie; de gebruiksmogelijkheden in andere bestemmingen.
5.4
Afwijken van de bouwregels
5.4.1
Bevoegdheid
Het college van burgemeester en wethouders kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a.
b. c. d. e.
f. g. h.
sublid 5.2.1, sub a, en toestaan dat bijbehorende bouwwerken buiten het bouwvlak worden opgericht, waarbij de volgende regel geldt: 1. de bebouwing wordt niet gerealiseerd voor de voorgevel van de bedrijfswoning; sublid 5.2.3, sub b, en toestaan dat de voorgevel van de bedrijfswoning achter de naar de weg gekeerde bouwgrens wordt gerealiseerd; sublid 5.2.3, sub e, en toestaan dat de dakhelling van de bedrijfswoning wordt verlaagd; sublid 5.2.3, sub a, en toestaan dat de bedrijfswoning wordt vergroot, onder voorwaarde dat er sprake is van verbetering van de ruimtelijke kwaliteit; sublid 5.2.3, sub b, en toestaan dat de voorgevel van het hoofdgebouw achter de naar de weg gekeerde bouwgrens wordt gerealiseerd, onder voorwaarde dat er sprake is van verbetering van de ruimtelijke kwaliteit; sublid 5.2.3, sub b en toestaan dat de bedrijfswoning van locatie wijzigt, onder voorwaarde dat er sprake is van verbetering van de ruimtelijke kwaliteit; sublid 5.2.3 sub c, en toestaan dat de bouwhoogte van de bedrijfswoning wijzigt, onder voorwaarde dat er sprake is van verbetering van de ruimtelijke kwaliteit; sublid 5.2.3 sub d, en toestaan dat de goothoogte van de bedrijfswoning wijzigt, onder voorwaarde dat
28
bestemmingsplan Emmen, Zuidbarge
i. j.
er sprake is van verbetering van de ruimtelijke kwaliteit; sublid 5.2.3 sub e, en toestaan dat de dakhelling van de bedrijfswoning wordt verlaagd, onder voorwaarde dat er sprake is van verbetering van de ruimtelijke kwaliteit; sublid 5.2.4 sub b, en toestaan dat bijbehorende bouwwerken vanaf de voorgevel van de bedrijfswoning worden opgericht.
5.4.2 a.
b.
c.
d. e.
Afweging
De toepassing van de in sublid 5.4.1 genoemde afwijkingen is beperkt tot incidentele gevallen, waarbij het functioneren van de bestemming begrepen functies en omliggende bestemmingen niet wordt aangetast. In de afweging omtrent verlening van afwijking wordt in ieder geval rekening gehouden met belangen uit agrarisch-, ruimtelijk-, landschappelijk-, cultuurhistorisch, verkeerstechnisch-, milieuhygiënisch, archeologisch- en ecologisch oogpunt, het functioneren van het watersysteem, de woonsituatie, het straat- en bebouwingsbeeld, mogelijke onevenredige aantasting van de leefbaarheid en gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken. De aspecten stedenbouwkundige structuur, landschap en cultuurhistorie worden beschreven in Bijlage 2 Zuidbarge - Het landschap en dorp in historische perspectief en Bijlage 3 Ruimtelijke waardering Zuidbarge bij deze regels. Deze bijlagen worden betrokken bij de onder sub b genoemde afweging wat betreft de aspecten stedenbouwkundige structuur, landschap en cultuurhistorie. Indien de genoemde waarden en of belangen onevenredig worden geschaad wordt de afwijking niet verleend. Voor zover voor meerdere activiteiten een afwijking benodigd is en deze in één plan zijn ondergebracht, worden deze in zijn geheel in de beoordeling betrokken.
5.5
Specifieke gebruiksregels
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: a. b. c.
het bewonen van bedrijfsgebouwen of bijbehorende bouwwerken; detailhandel; buitenopslag van grondstoffen.
5.6
Afwijken van de gebruiksregels
5.6.1
Bevoegdheid
Het college van Burgemeester en Wethouders kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a.
b.
lid 5.1 onder a voor de oprichting of vestiging van bedrijven die: 1. niet op de bij deze regels behorende Bijlage 1 Staat van bedrijven voorkomen en/of; 2. activiteiten die in de Bijlage 1 Staat van bedrijven zijn vermeld in een categorie die op het desbetreffende perceel, niet is toegestaan, terwijl door het treffen van technische voorzieningen en/of door milieuvriendelijker procedés de activiteit naar aard en omvang als passend kan worden aangemerkt, mits de bedoelde activiteit(en) uit ruimtelijk oogpunt, waaronder uitdrukkelijk milieuoverwegingen, kan/kunnen worden gelijkgesteld met de krachtens de bepalingen van dit ter plaatse toelaatbare categorie bedrijfsactiviteiten; lid 5.1 sub a, en de uitoefening van een aan-huis-gebonden kleinschalige beroeps- of bedrijfsactiviteiten toe te staan in een deel van de woning, waarbij de volgende regels gelden: 1. de verblijfsruimten moeten blijven voldoen aan het Bouwbesluit 2012; 2. de woonfunctie moet in overwegende mate gehandhaafd blijven en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden worden niet onevenredig aangetast; 3. de woonfunctie moet in ruimtelijke zin en visuele zin primair blijven; 4. de beroeps- of bedrijfsactiviteit wordt uitgeoefend door in ieder geval één van de bewoners van de woning; 5.
niet meer dan 40% van het te bebouwen vloeroppervlak wordt gebruikt voor huisverbonden activiteiten met een bovengrens van 50 m2 ; 6. detailhandel vindt niet plaats behoudens een beperkte verkoop in het klein in direct verband met
29
bestemmingsplan Emmen, Zuidbarge
c.
het aan huis verbonden beroep/en bedrijf; 7. er worden geen reclameborden groter dan 0,5 m2 bij of aan de woning geplaatst; 8. er geen onevenredige parkeerdruk voor de omgeving optreedt; lid 5.1 sub a, en een bed & breakfast-voorziening toe te staan in een deel van een woning, waarbij de volgende regels gelden: 1. de activiteit wordt binnen de bestaande bebouwing uitgevoerd; 2. de activiteit is ruimtelijk en functioneel ondergeschikt ten opzichte van de woonfunctie; 3. de activiteit voorziet niet in een zelfstandige woonfunctie; 4. de activiteit doet geen onevenredige afbreuk aan de bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden van nabijgelegen (agrarische) bedrijven en woningen; 5. parkeren vindt plaats op eigen erf; 6. aan niet meer dan zes personen in niet meer dan twee kamers wordt verblijf geboden 7. er is geen sprake van een zelfstandige kookeenheid; 8. door middel van een inrichtingsplan wordt aangetoond dat het initiatief ruimtelijk goed inpasbaar is en dat de ruimtelijke kwaliteiten van het huidige erf worden versterkt.
5.6.2 a.
b.
c.
d. e.
Afweging
De toepassing van de in sublid 3.6.1 genoemde afwijkingen is beperkt tot incidentele gevallen, waarbij het functioneren van de bestemming begrepen functies en omliggende bestemmingen niet wordt aangetast. In de afweging omtrent verlening van afwijking wordt in ieder geval rekening gehouden met belangen uit agrarisch-, ruimtelijk-, landschappelijk-, cultuurhistorisch, verkeerstechnisch-, milieuhygiënisch, archeologisch- en ecologisch oogpunt, het functioneren van het watersysteem, de woonsituatie, het straat- en bebouwingsbeeld, mogelijke onevenredige aantasting van de leefbaarheid en gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken. De aspecten stedenbouwkundige structuur, landschap en cultuurhistorie worden beschreven in Bijlage 2 (Zuidbarge - Het landschap en dorp in historische perspectief) en Bijlage 3 (Ruimtelijke waardering Zuidbarge) bij deze regels. Deze bijlagen worden betrokken bij de onder sub b genoemde afweging wat betreft de aspecten stedenbouwkundige structuur, landschap en cultuurhistorie. Indien de genoemde waarden en of belangen onevenredig worden geschaad wordt de afwijking niet verleend. Voor zover voor meerdere activiteiten een afwijking benodigd is en deze in één plan zijn ondergebracht, worden deze in zijn geheel in de beoordeling betrokken.
5.7
Wijzigingsbevoegdheid
5.7.1
Bevoegdheid
Het college van burgemeester en wethouders kan het plan wijzigen: a.
voor de wijziging van de functie van bedrijfsbebouwing bij bedrijfsbeëindiging, waarbij de volgende regels gelden; 1. de volgende functies zijn toegestaan: wonen; opslag en/of stalling; 2. de activiteit wordt uitgevoerd in combinatie met een woonfunctie; 3. er treedt geen onevenredige verkeers- of parkeerdruk op voor de omgeving; 4. de functiewijziging is passend binnen de landschappelijke structuur; 5. voldaan wordt aan milieu- en externe veiligheidswetgeving; 6. er is geen sprake van onevenredige aantasting van gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
5.7.2 a. b.
Afweging
De wijziging tast het functioneren van omliggende bestemmingen niet aan. In de afweging omtrent toepassing van de in sublid 5.7.1 opgenomen wijzigingsbevoegdheid worden in ieder geval de volgende aspecten betrokken: de woonsituatie, de stedenbouwkundige structuur, het
30
bestemmingsplan Emmen, Zuidbarge
c.
d. e.
landschap, archeologie, cultuurhistorie, verkeersveiligheid, (sociale en gezondheid) veiligheid, brandveiligheid/ externe veiligheid en rampenbestrijding, de milieusituatie, natuur, het functioneren van het watersysteem en de gebruiksmogelijkheden in andere bestemmingen. De aspecten stedenbouwkundige structuur, landschap en cultuurhistorie worden beschreven in Bijlage 2 (Zuidbarge - Het landschap en dorp in historische perspectief) en Bijlage 3 (Ruimtelijke waardering Zuidbarge) bij deze regels. Deze bijlagen worden betrokken bij de onder sub b genoemde afweging wat betreft de aspecten stedenbouwkundige structuur, landschap en cultuurhistorie. Voor zover voor meerdere activiteiten een wijziging benodigd is en deze in één plan zijn ondergebracht, worden deze in zijn geheel in de beoordeling betrokken; Indien de genoemde waarden en of belangen onevenredig worden geschaad kan de functiewijziging niet plaatsvinden.