Bijlage 1 - Bestemmingsplan Klazienaveen, Brugstraat 153-154 Toelichting, regels en bijlagen
Tekst van het document
2.3
Beoordeling resultaten voorgaand onderzoek
Op basis van het beschikbare totaal aan gegevens uit het voorgaande onderzoek kunnen de in de NEN5725:2017 geformuleerde onderzoeksvragen in afdoende mate worden beantwoord. Het huidige totaal aan informatie is voldoende voor het opstellen van het conceptueel model.
2.4
Resultaten aanvullend vooronderzoek
In het kader van het aanvullend vooronderzoek is aanvullende informatie ingewonnen bij de gemeente Emmen. Van de gemeente Emmen is de formele spoed-beoordeling t.a.v. de locaties Brugstraat nrs. 513 en 154 ontvangen (zie ook bijlage 2.1). Hieruit blijkt, dat de beide locaties zijn geregistreerd als niet (potentieel) spoedeisend. Voor het overige is geen voor het onderzoek relevante informatie verkregen.
2.5
Volledigheid en betrouwbaarheid vooronderzoek
2.6
Afwijkingen vooronderzoek
Het vooronderzoek beschouwen wij als volledig in relatie tot het doel van het onderzoek, aangezien er voldoende relevante gegevens aanwezig zijn en er in afdoende mate antwoord kan worden gegeven op de onderzoeksvragen. Gezien het feit dat de gegevens, verstrekt door de verscheidene bronnen, in voldoende mate overeenkomen met elkaar en met de aangetroffen situatie ten tijde van de terreininspectie, achten wij het vooronderzoek tevens betrouwbaar.
Er zijn bij de uitvoering van het vooronderzoek geen relevante afwijkingen ten opzichte van de NEN 5725:2017 naar voren gekomen.
2.7
Verontreinigingssituatie op basis van voorgaand onderzoek
In de onderstaande tabel nr. 2.1 is de verontreinigingssituatie op de locatie samengevat, op basis van de resultaten van het eerste en tweede fase nader bodemonderzoek (Eco Reest nr. 050946, ECOReest b.v., d.d. 24-1-2008) en het aanvullend nader grondwateronderzoek (Eco Reest nr. 081204, d.d. 24-3-2009). TABEL 2.1 VERONTREINIGINGSSITUATIE OP BASIS VAN VOORGAAND NADER ONDERZOEK, PER DEELLOCATIE Deellocatie huidig CompartiOppervlakte > Oppervlakte > Volume > onderzoek ment Achtergrond- of InterventieAchtergrond- of Streefwaarde waarde Streefwaarde 2 2 A2; A.O. Tank nr. 153 Grond 150 m 1850 m 5.000 m3 2 B2; Dieseltank nr. 154 Grondwater (gehele terrein) gehele terrein 400 m A5; Benzinetanks 1.700 m2 6.000 m3 Grondwater 360 m2 nr. 153 gehele terrein gehele terrein
2001-2002-2018
Volume > Interventiewaarde 600 m3 1.300 m3 2.400 m3
Verkennend bodem- en asbestonderzoek en actualiserend nader chemisch bodemonderzoek Brugstraat 153 en 154 te Klazienaveen (kenmerk: 210476)
Pagina 11 van 42
2.8
Onderzoekshypothesen (NEN5725) en -strategieën (NEN5740, NTA5755, NEN5707 en NEN5897)
Op basis van de beschikbare informatie richt het huidige onderzoek zich op de volgende deellocaties en verdachte parameters; Terreindeel A; Brugstraat nr. 153, circa 2.000 m2; Deellocatie A1; Voormalige werkplaats, circa 300 m2 (zware metalen, PAK, minerale olie); Deellocatie A2; Voormalige ondergrondse afgewerkte olietank, circa 5 m2 (minerale olie, BTEXN); Deellocatie A3; Voormalige wasplaats met olie/waterafscheider, circa 100 m2 (zware metalen, PAK, minerale olie); Deellocatie A4; Overige terreindelen nr. 153, circa 2.000 m2 (zware metalen, PAK, minerale olie, asbest); Deellocatie A5; Bodemverontreiniging vm. tankstation, circa 250 m2 (minerale olie, BTEXN). Terreindeel B; Brugstraat nr. 154, circa 1.800 m2; Deellocatie B1; Overige terreindelen nr. 154, met puinverharding, circa 1.800 m2 (zware metalen, PAK, minerale olie, asbest); Deellocatie B2; Bodemverontreiniging vm. ondergrondse dieseltank, circa 200 m2 (minerale olie, BTEXN). Op basis van het totaal aan gegevens van voorgaand onderzoek is het onderzoek met betrekking tot de voormalige werkplaats en wasplaats (deellocaties A1 en A3) uitgevoerd conform de richtlijnen zoals deze zijn vastgesteld in de NEN 5740:2009, § 5.3. De betreffende delen van het onderzoeksterrein zijn beschouwd als een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting en een duidelijke verontreinigingskern.
Op basis van het totaal aan gegevens van voorgaand onderzoek is het onderzoek met betrekking tot de voormalige ondergrondse afgewerkte olietank (deellocatie A2) uitgevoerd conform de richtlijnen zoals deze zijn vastgesteld in de NEN 5740:2009, § 5.4. Het betreffende deel van het onderzoeksterrein is beschouwd als een verdachte locatie met één of meer ondergrondse opslagtanks. Op basis van het totaal aan gegevens van voorgaand onderzoek is het onderzoek met betrekking tot de overige terreindelen van de locaties Brugstraat nr. 153 en 154 (Deellocaties A4 en B1) uitgevoerd conform de richtlijnen zoals deze zijn vastgesteld in de NEN 5740:2009, § 5.6. De betreffende delen van het onderzoeksterrein zijn beschouwd als verdachte locatie(s), diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming. Op basis van het totaal aan gegevens van voorgaand onderzoek is het asbestonderzoek met betrekking tot de overige terreindelen van de locatie Brugstraat nr. 153 (Deellocatie A4) uitgevoerd conform de richtlijnen zoals deze zijn vastgesteld in de NEN 5707:2015/ C2:2017, § 6.4.5 “verdachte bovengrond met een diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld”. Op basis van het totaal aan gegevens van voorgaand onderzoek is het asbestonderzoek met betrekking tot de overige terreindelen van de locatie Brugstraat nr.
154 (Deellocatie B1) uitgevoerd conform de richtlijnen zoals deze zijn vastgesteld in de NEN 5897:2015, § 6.5.2 “open halfverharding”.
2001-2002-2018
Verkennend bodem- en asbestonderzoek en actualiserend nader chemisch bodemonderzoek Brugstraat 153 en 154 te Klazienaveen (kenmerk: 210476)
Pagina 12 van 42
Op basis van het totaal aan gegevens van voorgaand onderzoek is het actualiserend nader bodemonderzoek met betrekking tot de eerder aangetoonde bodemverontreinigingen ter plaatse van het voormalige tankstation op nr. 153 (deellocatie A5) en de voormalige ondergrondse dieseltank op nr. 154 (deellocatie B2) uitgevoerd volgens § 6.4. van de NTA 5755:2010.
2.9
Nader onderzoek conceptueel model
Ten behoeve van het opstellen van een passende onderzoeksopzet wordt gebruik gemaakt van een zogenaamd conceptueel model. Het conceptueel model is een weergave van de te onderzoeken verontreinigingssituatie op basis van zowel beschikbare als niet beschikbare gegevens. Het conceptueel model heeft tot doel, de onderzoeksopzet zo goed mogelijk te laten aansluiten op de situatie ter plaatse. Daarnaast kunnen met behulp van het conceptueel model hypotheses met betrekking tot de te onderzoeken verontreinigingssituatie worden getoetst. Het conceptueel model wordt meestal opgebouwd met behulp van de volgende informatie: - Historische informatie (welke stoffen zijn in het verleden toegepast); - Bodemopbouw en geohydrologische informatie (bodemsamenstelling, aanwezigheid afsluitende lagen, grondwaterstromingsrichting); - Infrastructuur en bebouwing op de locatie; - Gedrag en verdeling van de verontreiniging in de bodem (mobiele of immobiele verontreiniging, dichtheid, oplosbaarheid, afbraak, verontreiniging aanwezig in boven- of ondergrond en/of grondwater; - Blootstellingsmogelijkheden (verontreiniging in onbedekte bodemlagen, uitdamping vluchtige stoffen) en bedreigde objecten (grondwateronttrekkingen, oppervlaktewater).
Afhankelijk van de aard van de verontreiniging wordt in het model tevens rekening gehouden met informatie over bodemchemie (zuurgraad, redoxomstandigheden, afbraakprocessen van verontreiniging in de bodem). Daarnaast kan, afhankelijk van de schaalgrootte en de bestemming van het terrein tevens informatie over de geologie, topografie, en ruimtelijke ontwikkelingen in het model worden verwerkt. Naast de bovengenoemde aspecten waarover informatie bekend is, zijn vraagtekens en onzekerheden een belangrijk onderdeel van het conceptueel model. Dit zijn onderdelen van het model waarover geen informatie bekend is, zoals bijvoorbeeld; nog niet onderzochte terreindelen, de diepteligging en continuïteit van een afsluitende laag, de ligging van een riool, of onbekende verspreidings- en blootstellingsroutes. In het conceptueel model worden dus zowel de bekende, als de onbekende (door het onderzoek nog in te vullen) aspecten van de verontreinigingssituatie weergegeven. Het conceptueel model vormt zo de basis voor de hypothesestelling en de strategiebepaling in het nader onderzoek, waarbij voorgaande wordt toegepast op onderhavig onderzoek.
2.10 Uitwerking conceptueel model
Het conceptueel model is gebaseerd op de volgende gegevens, afkomstig uit het voorgaande onderzoek: Ter plaatse is sprake van een tweetal sterke grond- en/of grondwaterverontreinigingen met olieproducten.
2001-2002-2018
Verkennend bodem- en asbestonderzoek en actualiserend nader chemisch bodemonderzoek Brugstraat 153 en 154 te Klazienaveen (kenmerk: 210476)
Pagina 13 van 42
De omvang van de verontreiniging(en) bij voorgaand onderzoek in beeld gebracht, maar dient te worden geactualiseerd, gelet op het feit dat de betreffende gegevens verouderd zijn. De verontreinigingen zijn op basis van de resultaten van het voorgaande onderzoek ontstaan als gevolg van lekkage en morsingen bij het gebruik van de ondergrondse afgewerkte olietank op nr. 153 en de ondergrondse dieseltank op nr. 154, alsmede de ondergrondse brandstoftanks van het voormalige benzinestation op nr. 153. De bodem ter plaatse van het verontreinigde terrein(deel) bestaat tot circa 2,5 m-mv uit veen en zand, gevolgd door leem rond 3,0 m-mv. De stroming van het freatische grondwater is niet eenduidig vastgesteld. De stroming van het diepere grondwater (1e WVP) is globaal noordoostelijk gericht. Gelet op het doel van het onderhavige nader onderzoek zijn, mede gelet op de aanleiding en het doel van het onderzoek de volgende onderzoeksvragen relevant voor het op te stellen conceptueel model: - Wat is de actuele omvang van de grond- en grondwaterverontreiniging(en), en is sprake van een ernstig verontreinigingsgeval? - Is ter plaatse sprake van onaanvaardbare risico’s? Het conceptueel model is uitgewerkt in bijlage 1.2.1.
2.11 Veiligheidsklasse asbestonderzoek Op basis van het vooronderzoek is er analyse gemaakt met betrekking tot de veiligheidsklasse waarbinnen het asbestonderzoek dient te worden uitgevoerd. Hiervoor is gebruik gemaakt van de CROW P400 “Werken in en met verontreinigde bodem”. Omdat de aanwezigheid van asbestverdacht materiaal niet is aangetoond tijdens het verkennend onderzoek, is onderhavig asbestonderzoek uitgevoerd op basis van de standaard veiligheidsklasse .
2001-2002-2018
Verkennend bodem- en asbestonderzoek en actualiserend nader chemisch bodemonderzoek Brugstraat 153 en 154 te Klazienaveen (kenmerk: 210476)
Pagina 14 van 42
3. VELDWERKZAAMHEDEN CHEMISCH ONDERZOEK In dit hoofdstuk is de uitvoering van de veldwerkzaamheden beschreven van het chemisch onderzoek, met eventuele afwijkingen op de veldwerkzaamheden en/of onderzoeksstrategie.
3.1
Uitvoering werkzaamheden (bemonstering grond en plaatsen peilbuizen)
De uitvoering van het veldwerk heeft plaatsgevonden op 11 t/m 14 en 20 oktober 2021 en het grondwater is bemonsterd op 1 november 2021. Terreindeel A; Brugstraat nr. 153 Deellocatie A1; Voormalige werkplaats, circa 300 m2 Het veldwerk heeft bestaan uit het verrichten van 3 boringen tot circa 1,0 m-mv (nrs. 505, 507 en 508) en 1 boring tot 2,0 m-mv (nr. 506). Boring 506, ter plaatse van zintuiglijk waargenomen olie/waterreacties, is vervolgens doorgezet tot 2,5 m-mv en afgewerkt met een peilbuis ten behoeve van het grondwateronderzoek (filterstelling 1,5-2,5 m-mv, grondwaterstand 1,2 m-mv). Deellocatie A2; Voormalige ondergrondse afgewerkte olietank Het veldwerk heeft bestaan uit het verrichten van 2 boringen tot circa 3,0 m-mv (nrs. 509 en 510). Boring 510 direct ten westen van de tank, is vervolgens doorgezet tot 3,2 m-mv en afgewerkt met een peilbuis ten behoeve van het grondwateronderzoek (filterstelling 2,2-3,2 m-mv, grondwaterstand 1,7 m-mv). Deellocatie A3; Voormalige wasplaats met olie/waterafscheider, circa 100 m2 Het veldwerk heeft bestaan uit het verrichten van 3 boringen tot circa 1,0 m-mv (nrs. 501, 502 en 503) en 1 boring tot 2,0 m-mv (nr. 504). Boring 504, bij de olie/waterafscheider, is vervolgens doorgezet tot 3,0 m-mv en afgewerkt met een peilbuis ten behoeve van het grondwateronderzoek (filterstelling 2,0-3,0 m-mv, grondwaterstand 1,5 m-mv).
Deellocatie A4; Overige terreindelen nr. 153, circa 2.000 m2 Het veldwerk heeft bestaan uit het verrichten van 11 boringen tot circa 0,5 m-mv (nrs. 530, 531 en 540 t/m 548) en 4 boringen tot circa 2,0 m-mv (nrs. 532 t/m 535). De boringen nrs. 533, 534 en 535, ter plaatse van zintuiglijk waargenomen olie/waterreacties onder de betonvloer van de werkplaats, is vervolgens doorgezet tot 3,0 m-mv en afgewerkt met een peilbuis ten behoeve van het grondwateronderzoek (pb. 532 t/m 535; alle filterstelling 2,0-3,0 m-mv, grondwaterstand 1,5 m-mv). Deellocatie A5; Bodemverontreiniging vm. tankstation nr. 153 Het veldwerk heeft bestaan uit het verrichten van 4 boringen tot circa 3,0 m-mv (nrs. 526 en 537 t/m 539). De boringen 526 en 539, respectievelijk ter plaatse van de olie/waterafscheider bij de terreingrens met nr. 154 en zintuiglijk waargenomen olie/waterreacties nabij de vm. brandstoftanks, zijn vervolgens afgewerkt met een peilbuis ten behoeve van het grondwateronderzoek (pb. 526 en 539; beide filterstelling 2,0-3,0 m-mv, grondwaterstand 1,5 m-mv). Terreindeel B; Brugstraat nr. 154, circa 1.800 m2; Deellocatie B1; Overige terreindelen nr. 154, met puinverharding, circa 1.800 m2 Het veldwerk heeft bestaan uit het verrichten van 11 boringen tot circa 0,5 m-mv (nrs. 511, 512, 514, 517 t/m 520 en 522 t/m 525) en 3 boringen tot circa 2,0 m-mv (nrs. 513, 516 en 521).
Boring 516, aan de zuidoostzijde van het betreffende terreindeel, is vervolgens doorgezet tot 3,0 m-mv en afgewerkt met een peilbuis ten behoeve van het grondwateronderzoek (filterstelling 2,0-3,0 m-mv,
2001-2002-2018
Verkennend bodem- en asbestonderzoek en actualiserend nader chemisch bodemonderzoek Brugstraat 153 en 154 te Klazienaveen (kenmerk: 210476)
Pagina 15 van 42
grondwaterstand 1,5 m-mv). Deellocatie B2; Bodemverontreiniging vm. ondergrondse dieseltank nr. 154 Het veldwerk heeft bestaan uit het verrichten van 4 boringen tot circa 2,5 m-mv (nrs. 515 en 527 t/m 529). De boringen nrs. 527 t/m 529, ter plaatse van zintuiglijk waargenomen olie/waterreacties, zijn vervolgens afgewerkt met een peilbuis ten behoeve van het grondwateronderzoek (pb 527 en 528; filterstelling 1,5-2,5 m-mv, pb. 529; filterstelling 2,0-3,0 m-mv, alle grondwaterstand 1,5 m-mv). Van het opgeboorde materiaal zijn per 50 cm, of per afwijkende bodemlaag representatieve monsters genomen, die zijn beschreven qua textuur, geur en kleur. In bijlage 1.2 is een situatieschets van het terrein opgenomen met daarop aangegeven de ligging van de monsterpunten.
3.2
Uitvoering werkzaamheden (bemonstering grondwater)
Op basis van de NEN 5744 zijn bij de monstername van grondwater de volgende metingen uitgevoerd: Geleidingsvermogen (EGV of Ec); bij monstername mag dit maximaal 10 % afwijken van de voorlaatste meting; Indien het geleidingsvermogen (zie bovenstaand) constant is, is een NTU-waarde (troebelheid) van 0 tot 10 gewenst. Indien hier niet aan wordt voldaan moet bij de beoordeling van de analyseresultaten worden bekeken of dit van invloed is; De zuurgraad (pH) wordt eveneens beoordeeld, de NEN5744 heeft hier echter geen normen of eisen aan verbonden. Voor de resultaten van de bij de monstername in het veld uitgevoerde grondwatermetingen wordt verwezen naar bijlage 3.2. Op basis van bijlage 3.2 blijken het geleidingsvermogen voldoende constant te zijn om over te gaan tot bemonstering. Het grondwater is echter beschouwd als troebel, bij de beoordeling van de analyses dient te worden vastgesteld of dit van invloed is geweest op het resultaat. Bij de grondwatermonstername zijn als gevolg van de slechtlopendheid van een deel van de peilbuizen (geringe wateropbrengst) beluchte monsters verkregen. Als gevolg hiervan kunnen afwijkende c.q. hogere gehalten aan vluchtige parameters in het grondwater aanwezig zijn, dan in de resultaten tot uiting komt. Dit betreft de peilbuizen nrs. 504, 510, 529, 533, 535 en 539.
3.3
Bodemopbouw
De bodemopbouw van de locatie is samengevat in tabel 3.2. Tabel 3.2 Bodemopbouw onderzoekslocatie
Diepte (m-mv)
Omschrijving
0,0 0,5 1,5 2,0
Matig fijn zand Veen Matig fijn zand Leem, sterk zandig Diepst verkende bodemlaag
- 0,5 - 1,5 - 2,0 - 3,2 3,2
Het grondwaterniveau is tijdens de monstername van het grondwater vastgesteld tussen 0,95 en 1,5 m-mv.
2001-2002-2018
Verkennend bodem- en asbestonderzoek en actualiserend nader chemisch bodemonderzoek Brugstraat 153 en 154 te Klazienaveen (kenmerk: 210476)
Pagina 16 van 42
3.4
Zintuiglijke waarnemingen
Het terrein en het opgeboorde materiaal zijn in het veld zintuiglijk beoordeeld op bijzonderheden, zoals weergegeven in tabel 3.3. Tabel 3.3 Zintuiglijke waarnemingen onderzoekslocatie
Deellocatie Meetpunt A1
506
507 508 A2
509
0,0-0,3
513
0,0-0,3
2,3
Volledig metselpuin
514
0,0-0,3
0,8
Volledig metselpuin
516
0,0-0,7 0,0-0,5 0,5-1,0 0,0-1,0
3,0
Volledig metselpuin Volledig metselpuin, asbestplaat Volledig metselpuin Volledig metselpuin
534
535
539 526
517 518 519
521
0,0-1,0 0,1-0,5 0,5 0,1-0,5
523
0,0-0,5
520
2001-2002-2018
Sporen kolengruis
512
533
B1
Olie/waterreactie 2 Olie/waterreactie 1 Onbekend object Sporen baksteen
511
530 532
A5
Zintuiglijke waarneming
0,05-3,0 1,0-1,5 1,5-3,0 0,65 0,8-1,5 1,5-2,0 0,5-1,5 1,5-2,0 2,0-2,5 2,5-3,0 0,5-1,5 1,5-2,0 2,0-2,5 2,5-3,0 0,5-1,0 1,0-2,0 2,0-3,0 1,5-2,0 2,0-2,5 0,0-0,5 0,5-1,0 1,0-1,5 1,5-2,0 0,0-0,3
510 A4
Diepte Einddiepte boring (m-mv) (m-mv) 0,25-1,0 1,0-1,5 2,5 2,5 (boring gestaakt) 0,55-1,05 1,05 0,05-0,55 1,05
Olie/waterreactie 2 Olie/waterreactie 1 3,0 Olie/waterreactie 2 0,65 (boring gestaakt) Onbekend object Olie/waterreactie 1 2,0 Olie/waterreactie 2 Olie/waterreactie 1 Olie/waterreactie 3 Olie/waterreactie 2 3,0 Olie/waterreactie 1 Olie/waterreactie 1 Olie/waterreactie 3 Olie/waterreactie 2 3,0 Olie/waterreactie 1 Olie/waterreactie 1 Olie/waterreactie 3 3,0 Olie/waterreactie 2 Olie/waterreactie 2 3,0 Olie/waterreactie 1 Volledig metselpuin Olie/waterreactie 1 Olie/waterreactie 2 3,0 Olie/waterreactie 1 Volledig metselpuin 0,8 Volledig metselpuin 0,8 3,0
1,5 1,5
2,0
Volledig metselpuin, asbestplaat Zwak baksteen, matig kolengruis Onbekend object Volledig metselpuin
0,5
Zwak baksteen
1,5 0,5 (boring gestaakt)
Verkennend bodem- en asbestonderzoek en actualiserend nader chemisch bodemonderzoek Brugstraat 153 en 154 te Klazienaveen (kenmerk: 210476)
Pagina 17 van 42
Vervolg tabel 3.3 Zintuiglijke waarnemingen onderzoekslocatie
Deellocatie Meetpunt B2
515
527
528
529
Diepte (m-mv) 0,0-0,5 0,5-1,5 1,5-2,5 2,5 0,0-1,0 1,0-1,5 2,5 0,0-1,0 1,0-1,5 1,5-2,0 2,0-2,5 2,5 0,0-0,5 0,5-1,0
Einddiepte boring (m-mv)
2,5 (boring gestaakt)
2,5 (boring gestaakt)
2,5 (boring gestaakt) 3,0
Zintuiglijke waarneming Volledig metselpuin Olie/waterreactie 2 Olie/waterreactie 1 Onbekend object Volledig metselpuin Olie/waterreactie 1 Grind Volledig metselpuin Olie/waterreactie 1 Olie/waterreactie 3 Olie/waterreactie 1 Grind Volledig metselpuin Volledig metselpuin, asbestplaat
Sporen/resten/brokjes/laagjes (bijmenging 6/7/8/9): < 1% Zwak (bijmenging 1): 1-5 % Matig (bijmenging 2): 5-15 % Sterk (bijmenging 3): 15-50% Volledig (bijmenging 5): >80%
Op basis van tabel 3.3 blijkt kort samengevat het volgende. Ter plaatse van nr. 153 zijn met name bij de ondergrondse afgewerkte olietank (A2), aan de zuidkant van het met beton verharde deel van de werkplaats en nabij de olie/waterafscheider op de terreingrens (A5) diverse zwakke tot sterke olie/waterreacties in de bodem waargenomen. Nabij de voormalige brandstoftanks op nr. 153 (A5) zijn plaatselijk hooguit matige olie/waterreacties waargenomen. Bij de beoordeling van het terrein en het opgeboorde materiaal is ook speciaal gelet op asbest(houdende) materialen. Ter plaatse van nr. 154 is met name aan de oostzijde van het buitenterrein (B1) asbestverdacht materiaal op het maaiveld en in de puinverharding waargenomen. Daarnaast zijn met name nabij de ondergrondse dieseltank lichte tot sterke olie/waterreacties in de ondergrond waargenomen. Voor de verdere bespreking van het asbestonderzoek wordt verwezen naar hoofdstuk 5 en 6.
3.5
Afwijkingen protocollen
3.6
Afwijkingen strategie(ën)
Er zijn bij de uitvoering van het onderzoek geen relevante afwijkingen ten opzichte van de geldende SIKB protocollen 2001 en 2002 naar voren gekomen.
In afwijking op de NEN5740:2009/A1: 2016 bevindt de bovenkant van het filter van peilbuis 506 zich minder dan 0,5 meter beneden de actuele grondwaterstand bij plaatsing van de peilbuis. Dit is het gevolg van een onbekend object (mogelijk een kei) in de ondergrond. Mede gelet op de betreffende resultaten wordt de kwaliteit van het onderzoek hierdoor naar verwachting niet aantoonbaar negatief beïnvloed. Voor het overige zijn er bij de uitvoering van het onderzoek geen relevante afwijkingen ten opzichte van de NEN 5740:2009/A1: 2016 naar voren gekomen.
2001-2002-2018
Verkennend bodem- en asbestonderzoek en actualiserend nader chemisch bodemonderzoek Brugstraat 153 en 154 te Klazienaveen (kenmerk: 210476)
Pagina 18 van 42
4. ANALYSERESULTATEN EN BESPREKING (CHEMISCH ONDERZOEK) Na bemonstering van grond en grondwater zijn de monsters gekoeld opgeslagen, en ter analyse aangeboden aan het laboratorium. Alle geanalyseerde monsters zijn in het laboratorium voorbehandeld conform de eisen, opgesteld in het AS 3000 (Laboratoriumanalyses voor grond-, waterbodem- en grondwateronderzoek).
4.1
Analysemonsters
In tabel 4.1 zijn de geanalyseerde grond- en grondwatermonsters weergegeven. Tabel 4.1 Analysemonsters grond en grondwater
Deellocatie
Grondmonster
A1; Voormalige werkplaats nr. 153
Mp. 507, 508
Diepte (m-mv) 0,05-0,55
Mp. 506
0,25-0,5
A2; Voormalige ondergrondse afgewerkte olietank
Mp. 509
1,3-1,5
Mp. 510
2,5-3,0
A3; Voormalige wasplaats met olie/waterafscheider A4; Overige terreindelen nr. 153
Mp. 501, 502, 503 Mp. 504
0,08-0,58 0,5-1,0
Mp. 530
0,15-0,65
Mp. 532
1,5-2,0
Mp. 533
1,3-1,5
Mp. 533
1,5-2,0
Mp. 535
1,5-1,7
Mp. 540, 542, 543, 544 Mp. 545 t/m 548 Mp. 536 t/m 538
0,08-0,58
Mp. 539
1,8-2,0
Mp. 539
2,0-2,5
Mp. 526
1,3-1,5
A5; Bodemverontreiniging vm. tankstation
2001-2002-2018
0,08-0,58 1,5-2,0
Motivatie
Analyse
Bovengrond, geen afwijkende waarnemingen Bovengrond olie/waterreactie 2
Standaardpakket bodem Minerale olie (C10-C40) Ondergrond olie/waterreactie 2 Minerale olie (C5-C10 en C10-C40), BTEXN Ondergrond olie/waterreactie 3 Minerale olie (C10-C40) Bovengrond, geen afwijkende Standaardpakket waarnemingen bodem Ondergrond bij afscheider, geen Minerale olie afwijkende waarnemingen (C10-C40) Bovengrond westelijke Standaardpakket werkplaats, geen afwijkende bodem waarnemingen Ondergrond olie/waterreactie 2 Minerale olie (C10-C40) Ondergrond olie/waterreactie 1 Minerale olie (C5-C10 en C10-C40), BTEXN Ondergrond olie/waterreactie 3 Minerale olie (C10-C40) Ondergrond olie/waterreactie 3 Minerale olie (C5-C10 en C10-C40), BTEXN Bovengrond buitenterrein, geen Standaardpakket afwijkende waarnemingen bodem Standaardpakket bodem Ondergrond rondom Minerale olie brandstoftanks, geen afwijkende (C10-C40) waarnemingen Ondergrond bij tanks, Minerale olie (C5-C10 olie/waterreactie 2 en C10-C40), BTEXN Ondergrond bij tanks, Minerale olie olie/waterreactie 1 (C10-C40) Ondergrond bij afscheider, Minerale olie (C5-C10 olie/waterreactie 3 en C10-C40), BTEXN
Verkennend bodem- en asbestonderzoek en actualiserend nader chemisch bodemonderzoek Brugstraat 153 en 154 te Klazienaveen (kenmerk: 210476)
Pagina 19 van 42
Vervolg tabel 4.1 Analysemonsters grond en grondwater
Mp. 516, 518, 519, 529 Mp. 515
Diepte (m-mv) 0,1-0,5/ 0,05-0,55 0,3-0,8/ 0,5-1,0/ 0,0-0,5 0,7-1,0/ 1,0-1,5 1,0-1,5
Mp. 527
1,0-1,5
Mp. 528
1,5-2,0
Grondwatermonster Pb. 506
Filter (m-mv) 1,5-2,5
Pb. 510
Deellocatie
Grondmonster
B1; Overige terreindelen nr. 154
Mp. 520, 523 Mp. 511, 514, 521, 525
B2; Bodemverontreiniging vm. ondergrondse dieseltank
Deellocatie
Motivatie
Analyse
Bovengrond, zwak baksteen, matig kolengruis Bovengrond onder puinlaag, geen afwijkende waarnemingen
Standaardpakket bodem Standaardpakket bodem
Standaardpakket bodem Ondergrond, olie/waterreactie 2 Minerale olie (C10-C40) Ondergrond, olie/waterreactie 1 Minerale olie (C10-C40) Ondergrond, olie/waterreactie 3 Minerale olie (C10-C40) Motivatie
Analyse
2,2-3,2
Grondwater t.p.v. olie/waterreactie onder beton Grondwater nabij vm. tank
Standaardpakket grondwater Minerale olie (C5-C10 en C10-C40), BTEXN
Pb. 504
2,0-3,0
Grondwater bij afscheider
Standaardpakket grondwater
Pb. 533
2,0-3,0
Grondwater t.p.v. olie/waterreactie onder beton
Pb. 534
2,0-3,0
Pb. 535
2,0-3,0
A5; Bodemverontreiniging vm. tankstation
Pb. 526
2,0-3,0
Pb. 539
2,0-3,0
B1; Overige terreindelen nr. 154 B2; Bodemverontreiniging vm. ondergrondse dieseltank
Pb. 516
2,0-3,0
Pb. 527
1,5-2,5
Pb. 528
1,5-2,5
Pb. 529
2,0-3,0
A1; Voormalige werkplaats nr. 153 A2; Voormalige ondergrondse afgewerkte olietank A3; Voormalige wasplaats met olie/waterafscheider A4; Overige terreindelen nr. 153
Minerale olie (C5-C10 en C10-C40), BTEXN Standaardpakket grondwater Minerale olie (C5-C10 en C10-C40), BTEXN Grondwater bij afscheider op Minerale olie (C5-C10 terreingrens en C10-C40), BTEXN Grondwater vm. brandstoftanks Minerale olie (C5-C10 en C10-C40), BTEXN Grondwater buitenterrein Standaardpakket grondwater Grondwater rond vm. dieseltank Minerale olie (C5-C10 en C10-C40), BTEXN Minerale olie (C5-C10 en C10-C40), BTEXN Minerale olie (C5-C10 en C10-C40), BTEXN
Het analysepakket “standaardpakket bodem” genoemd in tabel 4.1 bestaat uit de paramaters droge stof, lutum en organische stof, zware metalen (barium, cadmium, kwik, kobalt, koper, molybdeen, nikkel, lood en zink), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK), polychloorbifenylen (PCB) en minerale olie GC (C10-C40).
2001-2002-2018
Verkennend bodem- en asbestonderzoek en actualiserend nader chemisch bodemonderzoek Brugstraat 153 en 154 te Klazienaveen (kenmerk: 210476)
Pagina 20 van 42
Het analysepakket “standaardpakket water” bestaat uit de paramaters zware metalen (barium, cadmium, kwik, kobalt, koper, molybdeen, nikkel, lood en zink), vluchtige aromatische koolwaterstoffen (BTEXN), vluchtige organische chloorhoudende oplosmiddelen (VoCl) en minerale olie GC (C10-C40). De zuurgraad (pH) en geleidbaarheid (EGV) zijn in het veld bepaald bij monsterneming.
4.2
Afwijkingen laboratoriumwerkzaamheden
Er zijn geen afwijkingen naar voren gekomen bij de uitvoering van de laboratoriumwerkzaamheden ten opzichte van de AS 3000 en/of analysemethoden van de individuele parameters.
4.3
Toetsing analyseresultaten
De toetsing van de analyseresultaten vindt plaats conform de Bodem Toets- en Validatieservice (BoToVa), waarbij de toetsmodules T12 en T13 zijn gehanteerd. Bij de interpretatie van de analyseresultaten is gebruik gemaakt van de toetsingstabel uit de Circulaire bodemsanering 2013. Hierin zijn voor de meeste gangbare parameters verwaarloosbare risiconiveaus (achtergrondwaarden, en voor grondwater streefwaarden) en maximaal toelaatbare risiconiveaus (interventiewaarden) weergegeven. Deze verwaarloosbare en maximaal toelaatbare risiconiveaus (Achtergrond- of Streefwaarden, respectievelijk Interventiewaarden) zijn berekend met behulp van onder meer (eco)toxicologische gegevens, en hebben betrekking op de vastgestelde Nederlandse Standaardbodem, met een organische stofgehalte van 10% en een lutumgehalte van 25 %. De toetsing van gehalten aan onder andere PAK, minerale olie en zware metalen in grond is afhankelijk gesteld van de gemeten organische stof- en/of lutumgehalten, die meestal afwijken van de gehalten in de vastgestelde Standaardbodem. Bij de BoToVa-toetsing wordt daarom, per stof, het gemeten gehalte omgerekend naar een gestandaardiseerd gehalte. Deze gestandaardiseerde gehalten worden vervolgens getoetst aan de standaard toetsingswaarden, die in bijlage 5 zijn weergegeven.
De getoetste analyseresultaten van de grond en het grondwater zijn weergegeven in de tabellen in de navolgende paragrafen. Onder de tabellen wordt de interpretatie van de toets-uitslag besproken. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 4. De betekenis van de toetsingswaarden en de wijze van weergave staan vermeld in tabel 4.2. Bij tabel 4.2 merken wij op, dat voor de analyse op vluchtige minerale olie (C5-C10; zie tabel 4.1) geen toetsingswaarden voor grond en grondwater beschikbaar zijn. Tabel 4.2 Betekenis van de toetsingswaarden
Concentratieniveau
Betekenis
≤ AW-waarde of S-waarde (of < detectiegrens) > AW-waarde of S-waarde
Geen verhoging t.o.v. achtergrondwaarde of streefwaarde gemeten Lichte verhoging gemeten
> I-waarde
Sterke verhoging gemeten
Verhoogde rapportagegrens (meetwaarde is vermenigvuldigd met factor 0,7)
Weergave tabellen
Weergave bijlage 5 * *** (v)
Tabel 4.2 is de legenda voor de interpretatie van de geanalyseerde grond- en grondwatermonsters, zoals weergegeven in tabellen 4.3 en 4.4.
2001-2002-2018
Verkennend bodem- en asbestonderzoek en actualiserend nader chemisch bodemonderzoek Brugstraat 153 en 154 te Klazienaveen (kenmerk: 210476)
Pagina 21 van 42
4.4
Milieuhygiënische kwaliteit grond
In tabel 4.3.1 en 4.3.2 zijn de geanalyseerde grondmonsters met toetsing conform tabel 4.2 weergegeven. Tabel 4.3.1 Geanalyseerde grondmonsters Brugstraat 153 met toetsing
Deellocatie
Grondmonster
A1; Voormalige werkplaats nr. 153
Mp. 507, 508
Mp. 506 A2; Voormalige Mp. 509 ondergrondse afgewerkte olietank Mp. 510 A3; Voormalige wasplaats met olie/waterafscheider
Mp. 501, 502, 503 Mp. 504
A4; Overige Mp. 530 terreindelen nr. 153
Mp. 532 Mp. 533 Mp. 533 Mp. 535
A5; Bodemverontreiniging vm. tankstation
Mp. 540, 542, 543, 544 Mp. 545 t/m 548 Mp. 536 t/m 538
Mp. 539
Mp. 539
Mp. 526
2001-2002-2018
Diepte Motivatie (m-mv) 0,05-0,55 Bovengrond, geen afwijkende waarnemingen 0,25-0,5 Bovengrond olie/waterreactie 2 1,3-1,5 Ondergrond olie/waterreactie 2 2,5-3,0 Ondergrond olie/waterreactie 3 0,08-0,58 Bovengrond, geen afwijkende waarnemingen 0,5-1,0 Ondergrond bij afscheider, geen afwijkende waarnemingen 0,15-0,65 Bovengrond werkplaats, geen afwijkende waarnemingen 1,5-2,0 Ondergrond olie/waterreactie 2 1,3-1,5 Ondergrond olie/ waterreactie 1 1,5-2,0 Ondergrond olie/ waterreactie 3 1,5-1,7 Ondergrond olie/ waterreactie 3 0,08-0,58 Bovengrond buitenterrein, 0,08-0,58 geen afwijkende waarnemingen 1,5-2,0 Ondergrond rondom brandstoftanks, geen afwijkende waarnemingen 1,8-2,0 Ondergrond bij tanks, olie/waterreactie 2 2,0-2,5 Ondergrond bij tanks, olie/waterreactie 1 1,3-1,5 Ondergrond bij afscheider, olie/ waterreactie 3
Gehalte in mg/kg d.s. en toetsing -
Minerale olie C10-C40; 280 Olie C10-C40; Olie C5-C10; BTEXN; 7.100 620 3,8 Minerale olie C10-C40; 1.500 -
Minerale olie C10-C40; <d
-
Minerale olie C10-C40; 120 Olie C10-C40; Olie C5-C10; 1.900 <d Minerale olie; 4.400
BTEXN; 62
Olie C10-C40; Olie C5-C10; 8.500 120 -
BTEXN; 2,8
Minerale olie C10-C40; <d
Olie C10-C40; Olie C5-C10; 370 <d
BTEXN; <d
Minerale olie C10-C40; 140
Olie C10-C40; Olie C5-C10; 10.000 120
BTEXN; <d
Verkennend bodem- en asbestonderzoek en actualiserend nader chemisch bodemonderzoek Brugstraat 153 en 154 te Klazienaveen (kenmerk: 210476)
Pagina 22 van 42
Deellocatie A1; Voormalige werkplaats, circa 300 m2 In het geanalyseerde mengmonster van de zintuiglijk niet verontreinigde bovengrond van mp. 507 en 508 zijn geen gehalten aan de onderzochte parameters gemeten boven de achtergrondwaarden en/of detectiegrenzen. In het geanalyseerde monster van de zintuiglijk matig oliehoudende bovengrond van mp. 506 overschrijdt het gehalte aan minerale olie (C10-C40) de achtergrondwaarde. De ketenlengteverdeling van de aangetoonde minerale olie (middelzware en zware fracties) duidt op een mengsel van diesel en (afgewerkte) motorolie. Deellocatie A2; Voormalige ondergrondse afgewerkte olietank In het geanalyseerde monster van de zintuiglijk matig oliehoudende ondergrond van mp. 509, direct ten oosten van de voormalige ondergrondse tank overschrijdt het gehalte aan minerale olie (C10C40) de interventiewaarde. Daarnaast zijn in dit monster (licht) verhoogde gehalten aan vluchtige aromaten (BTEXN) en vluchtige minerale olie (C5-C10) aangetoond. De ketenlengteverdeling van de aangetoonde minerale olie (met name middelzware, maar tevens lichte en zware fracties) duidt op een mengsel van diesel, benzine en afgewerkte motorolie. In het geanalyseerde monster van de zintuiglijk sterk oliehoudende ondergrond van mp. 510, direct ten westen van de voormalige ondergrondse tank overschrijdt het gehalte aan minerale olie (C10C40) de interventiewaarde.
De ketenlengteverdeling van de aangetoonde minerale olie (lichte en middelzware fracties) duidt op een mengsel van diesel en benzine en/of petroleum. Deellocatie A3; Voormalige wasplaats met olie/waterafscheider, circa 100 m2 In het geanalyseerde mengmonster van de zintuiglijk niet verontreinigde bovengrond van mp. 501 t/m 503 zijn geen gehalten aan de onderzochte parameters gemeten boven de achtergrondwaarden en/of detectiegrenzen. In het geanalyseerde monster van de zintuiglijk niet verontreinigde ondergrond van mp. 504, bij de olie/waterafscheider is geen verhoogd gehalte aan minerale olie (C10-C40) gemeten boven de achtergrondwaarde en/of detectiegrens. Deellocatie A4; Overige terreindelen nr. 153, circa 2.000 m2 In de geanalyseerde (meng)monsters van de zintuiglijk niet verontreinigde bovengrond van het buitenterrein (mp. 540, 542, 543, 544 en mp. 545 t/m 548) en de opslagruimte ten noorden van de met beton verharde werkplaats (mp. 530) zijn geen gehalten aan de onderzochte parameters gemeten boven de achtergrondwaarden en/of detectiegrenzen. In het geanalyseerde monster van de zintuiglijk matig oliehoudende ondergrond van mp. 532, aan de noordzijde van de met beton verharde werkplaats overschrijdt het gehalte aan minerale olie (C10C40) de achtergrondwaarde.
De ketenlengteverdeling van de aangetoonde minerale olie (middelzware en zware fracties) duidt op een mengsel van diesel en (afgewerkte) motorolie. In het ongeroerde (steekbus)-monster van de zintuiglijk licht oliehoudende ondergrond van mp. 533, in de zuidoosthoek van de met beton verharde werkplaats overschrijdt het gehalte aan minerale olie (C10-C40) de achtergrondwaarde. De ketenlengteverdeling van de aangetoonde minerale olie (met name lichte en middelzware fracties) duidt op een mengsel van diesel en petroleum. De gestandaardiseerde gehalten aan vluchtige aromaten (BTEXN) liggen boven de achtergrondwaarden. Dit is echter een gevolg van de rekencorrectie in relatie tot de gerapporteerde
2001-2002-2018
Verkennend bodem- en asbestonderzoek en actualiserend nader chemisch bodemonderzoek Brugstraat 153 en 154 te Klazienaveen (kenmerk: 210476)
Pagina 23 van 42
detectiegrenzen, in relatie tot het organische stof gehalte. Vluchtige minerale olie (C5-C10) is niet verhoogd gemeten ten opzichte van de betreffende detectiegrenzen. In het geanalyseerde monster van de zintuiglijk matig oliehoudende, onderliggende laag (1,5-2,0 mmv) van mp. 533 overschrijdt het gehalte aan minerale olie (C10-C40) de interventiewaarde. De ketenlengteverdeling van de aangetoonde minerale olie (met name lichte en middelzware fracties) duidt eveneens op een mengsel van diesel en petroleum. In het ongeroerde (steekbus)-monster van de zintuiglijk sterk oliehoudende ondergrond van mp. 535, aan de westzijde van de met beton verharde werkplaats overschrijdt het gehalte aan minerale olie (C10-C40) de interventiewaarde. Daarnaast overschrijden in dit monster de gehalten aan vluchtige aromaten (BTEXN de achtergrondwaarden en is een verhoogd gehalte aan vluchtige minerale olie (C5-C10) aangetoond. De ketenlengteverdeling van de aangetoonde minerale olie (met name lichte en middelzware fracties) duidt op een mengsel van diesel en petroleum en/of benzine. Deellocatie A5; Bodemverontreiniging vm. tankstation nr. 153 In het ongeroerde (steekbus)-monster van de zintuiglijk matig oliehoudende ondergrond van mp. 539, nabij de voormalige ondergrondse brandstoftanks overschrijdt het gehalte aan minerale olie de achtergrondwaarde.
Vluchtige aromaten (BTEXN) en/of –minerale olie (C5-C10) zijn niet verhoogd gemeten boven de achtergrondwaarden en/of detectiegrenzen. De ketenlengteverdeling van de aangetoonde minerale olie (met name lichte en middelzware fracties) duidt op een mengsel van diesel en petroleum en/of benzine. In het geanalyseerde monster van de zintuiglijk licht oliehoudende, onderliggende laag (1,5-2,0 mmv) van mp. 539 overschrijdt het gehalte aan minerale olie (C10-C40) de achtergrondwaarde. De ketenlengteverdeling van de aangetoonde minerale olie (met name lichte en middelzware fracties) duidt eveneens op een mengsel van diesel en petroleum en/of benzine. In het geanalyseerde mengmonster van de zintuiglijk niet verontreinigde ondergrond van mp. 536 t/m 538, rond de voormalige ondergrondse tanks is geen verhoogd gehalte aan minerale olie (C10C40) gemeten boven de achtergrondwaarde en/of detectiegrens. In het ongeroerde (steekbus)-monster van de zintuiglijk sterk oliehoudende ondergrond van mp. 526, bij de olie/waterafscheider op de terreingrens overschrijdt het gehalte aan minerale olie (C10-C40) de interventiewaarde. Daarnaast is in dit monster een verhoogd gehalte aan vluchtige minerale olie (C5-C10) aangetoond. Vluchtige aromaten (BTEXN) zijn niet verhoogd gemeten boven de achtergrondwaarden en/of detectiegrenzen.
De ketenlengteverdeling van de aangetoonde minerale olie (met name middelzware en zware fracties) duidt op een mengsel van diesel en (afgewerkte) motorolie.
2001-2002-2018
Verkennend bodem- en asbestonderzoek en actualiserend nader chemisch bodemonderzoek Brugstraat 153 en 154 te Klazienaveen (kenmerk: 210476)
Pagina 24 van 42
Tabel 4.3.2 Geanalyseerde grondmonsters Brugstraat 154 met toetsing
Deellocatie
Grondmonster
B1; Overige terreindelen nr. 154
Mp. 520, 523
Mp. 511, 514, 521, 525
B2; Bodemverontreiniging vm. ondergrondse dieseltank
Diepte Motivatie (m-mv) 0,1-0,5/ Bovengrond, zwak 0,05-0,55 baksteen, matig kolengruis
Mp. 516, 518, 519, 529 Mp. 515
0,3-0,8/ 0,5-1,0/ 0,0-0,5 0,7-1,0/ 1,0-1,5 1,0-1,5
Mp. 527
1,0-1,5
Mp. 528
1,5-2,0
Gehalte in mg/kg d.s. en toetsing
Minerale olie; 2.000, cadmium; 0,47 kobalt; 6,2, koper; 29, nikkel; 14, lood; 190, zink; 120, PCB; 0,013, PAK; 4,7 Bovengrond onder Minerale olie; 76, PAK; 4,5 puinlaag, geen afwijkende waarnemingen Lood; 60, PAK; 4,5
Ondergrond, Minerale olie C10-C40; 5.700 olie/waterreactie 2 Ondergrond, Minerale olie C10-C40; 6.300 olie/waterreactie 1 Ondergrond, Minerale olie C10-C40; 3.100 olie/waterreactie 3
Deellocatie B1; Overige terreindelen nr. 154, met puinverharding, circa 1.800 m2 In het geanalyseerde mengmonster van de zintuiglijk zwak baksteen en matig kolengruis houdende bovengrond van mp. 520 en 523, aan de zuidwestzijde van de locatie overschrijden de gehalten aan minerale olie, zware metalen en PAK de achtergrondwaarden. Deze gehalten houden waarschijnlijk verband met de waargenomen bijmengingen. De ketenlengteverdeling van de aangetoonde minerale olie (met name middelzware en zware fracties) duidt op een mengsel van diesel en (afgewerkte) motorolie. In de geanalyseerde mengmonsters van de zintuiglijk niet verontreinigde bovengrond (onder de puinverharding) aan de noordwest- en oostzijden van de locatie (van mp. 511, 514, 521, 525 en mp. 516, 518, 519, 529) overschrijden de gehalten aan minerale olie, lood en/of PAK de achtergrondwaarden. De ketenlengteverdeling van de aangetoonde minerale olie (met name middelzware en zware fracties) duidt op een mengsel van diesel en (afgewerkte) motorolie. Op basis van de huidige resultaten is het gehele buitenterrein van de locatie nr. 154 (B1) diffuus en heterogeen licht verontreinigd met zware metalen, minerale olie en PAK. Deellocatie B2; Bodemverontreiniging vm. ondergrondse dieseltank nr. 154 In het geanalyseerde monster van de zintuiglijk matig oliehoudende ondergrond van mp.
515, nabij de voormalige ondergrondse tank overschrijdt het gehalte aan minerale olie (C10-C40) de interventiewaarde. De ketenlengteverdeling van de aangetoonde minerale olie (met name middelzware fracties) duidt op diesel. In het geanalyseerde monster van de zintuiglijk sterk oliehoudende ondergrond van mp. 528, op circa 3 meter ten oosten van de voormalige ondergrondse tank overschrijdt het gehalte aan minerale olie (C10-C40) de achtergrondwaarde. Mede gelet op de hoogte van het gemeten gehalte is de toetsuitslag beïnvloed door het venige karakter van het geanalyseerde monster. De ketenlengte-verdeling van de aangetoonde minerale olie (met name middelzware fracties) duidt op diesel. In het geanalyseerde monster van de zintuiglijk licht oliehoudende ondergrond van mp. 527, op circa 10 meter ten zuidoosten van de voormalige ondergrondse tank overschrijdt het gehalte aan minerale olie (C10-C40) de achtergrondwaarde. Mede gelet op de hoogte van het gemeten gehalte is de toetsuitslag beïnvloed door het venige karakter van het geanalyseerde monster. De ketenlengte-verdeling
2001-2002-2018
Verkennend bodem- en asbestonderzoek en actualiserend nader chemisch bodemonderzoek Brugstraat 153 en 154 te Klazienaveen (kenmerk: 210476)
Pagina 25 van 42
van de aangetoonde minerale olie (met name middelzware en zware fracties) duidt op een mengsel van diesel en (afgewerkte) motorolie.
4.5
Milieuhygiënische kwaliteit grondwater
In tabel 4.4 zijn de geanalyseerde grondwatermonsters met toetsing conform tabel 4.2 weergegeven. Tabel 4.4 Geanalyseerde grondwatermonsters met toetsing
A1; Voormalige werkplaats nr. 153
Pb. 506
Filterstelling (m-mv) 1,5-2,5
A2; Voormalige ondergrondse afgewerkte olietank A3; Voormalige wasplaats met olie/water-afscheider A4; Overige terreindelen nr. 153
Pb. 510
2,2-3,2
Pb. 504
2,0-3,0
Grondwater bij afscheider
Barium; 64, tetrachlooretheen; 0,13, xylenen; 0,27, naftaleen; 0,1
Pb. 533
2,0-3,0
Pb. 534
2,0-3,0
Grondwater t.p.v. olie/water-reactie onder beton
Pb. 535
2,0-3,0
Pb. 526
2,0-3,0
Olie C10-C40; Olie C5-C10; BTEXN; 490 230 68 Minerale olie (C10-C40); 89, tetrachlooretheen; 0,12, xylenen; 0,62, naftaleen; 1,0 Olie C10-C40; Olie C5-C10; BTEXN; 120 <d 1,2 Olie C10-C40; Olie C5-C10; BTEXN; 15.000 1.200 177
Pb. 539
2,0-3,0
Pb. 516
2,0-3,0
Pb. 527
1,5-2,5
Pb. 528
1,5-2,5
Pb. 529
2,0-3,0
Deellocatie
A5; Bodemverontreiniging vm. tankstation
B1; Overige terreindelen nr. 154 B2; Bodemverontreiniging vm. ondergrondse dieseltank
Grondwatermonster
Motivatie
Gehalte in µg/l en toetsing
Grondwater t.p.v. olie/ waterreactie onder beton Grondwater nabij vm. tank
Zink; 220
Grondwater bij afscheider op terreingrens Grondwater vm. brandstoftanks Grondwater buitenterrein Grondwater rond vm. dieseltank
Olie C10-C40; Olie C5-C10; BTEXN; 920 410 88
Olie C10-C40; Olie C5-C10; BTEXN; <d <d 0,63 Molybdeen; 6,9, naftaleen; 0,034 Olie C10-C40; 56 Olie C10-C40; 3.200 Olie C10-C40; <d
Olie C5-C10; BTEXN; <d 0,2 Olie C5-C10; BTEXN; <d 0,44 Olie C5-C10; BTEXN; <d 0,11
Deellocatie A1; Voormalige werkplaats, circa 300 m2 In het grondwater uit peilbuis 506, ter plaatse van de zintuiglijk waargenomen olie/waterreactie onder het beton aan de noordzijde van de werkplaats overschrijdt het gehalte aan zink de streefwaarde. Deellocatie A2; Voormalige ondergrondse afgewerkte olietank In het grondwater uit peilbuis 510, direct ten westen van de voormalige ondergrondse tank overschrijdt het gehalte aan minerale olie (C10-C40) de interventiewaarde en overschrijden de gehalten aan vluchtige aromaten (BTEXN) de streefwaarden. Daarnaast is in dit monster een verhoogd gehalte aan vluchtige minerale olie (C5-C10) aangetoond. De ketenlengteverdeling van de
2001-2002-2018
Verkennend bodem- en asbestonderzoek en actualiserend nader chemisch bodemonderzoek Brugstraat 153 en 154 te Klazienaveen (kenmerk: 210476)
Pagina 26 van 42
aangetoonde minerale olie (met name lichte en middelzware fracties) duidt op een mengsel van benzine en diesel. Deellocatie A3; Voormalige wasplaats met olie/waterafscheider, circa 100 m2 In het grondwater uit peilbuis 504, bij de olie/waterafscheider overschrijden de gehalten aan barium, tetrachlooretheen, xylenen en naftaleen de streefwaarden. Deellocatie A4; Overige terreindelen nr. 153, circa 2.000 m2 In het grondwater uit de peilbuizen nrs. 533 en 535, aan de zuid- en westzijden van de met beton verharde werkplaats overschrijden de gehalten aan minerale olie (C10-C40) en vluchtige aromaten de streefwaarden. In het grondwatermonster uit peilbuis nr. 533 is tevens een verhoogd gehalte aan vluchtige minerale olie (C5-C10) aangetoond. De ketenlengteverdeling van de aangetoonde minerale olie (met name lichte en middelzware fracties) duidt op een mengsel van benzine en diesel. In het grondwater uit peilbuis 534, aan de zuidwestzijde van de met beton verharde werkplaats overschrijden de gehalten aan minerale olie (C10-C40), tetrachlooretheen, xylenen en naftaleen de streefwaarden. De ketenlengteverdeling van de aangetoonde minerale olie (met name lichte en middelzware fracties) duidt op een mengsel van benzine en diesel. Deellocatie A5; Bodemverontreiniging vm. tankstation nr.
153 In het grondwater uit peilbuis 539, bij de voormalige ondergrondse brandstoftanks overschrijdt het gehalte aan vluchtige aromaten (BTEXN) de streefwaarde. Minerale olie (C10-C40) en/vluchtige minerale olie (C5-C10) zijn niet verhoogd gemeten ten opzichte van de betreffende detectiegrenzen. In het grondwater uit peilbuis 526, nabij de olie/waterafscheider op de terreingrens overschrijden de gehalten aan minerale olie (C10-C40) en vluchtige aromaten de interventiewaarden. In het grondwatermonster uit peilbuis nr. 526 is tevens een verhoogd gehalte aan vluchtige minerale olie (C5-C10) aangetoond. De ketenlengteverdeling van de aangetoonde minerale olie (met name lichte en middelzware fracties) duidt op een mengsel van benzine en diesel. Deellocatie B1; Overige terreindelen nr. 154, met puinverharding, circa 1.800 m2 In het grondwater uit peilbuis 516 overschrijden de gehalten aan molybdeen en naftaleen de streefwaarden. Deellocatie B2; Bodemverontreiniging vm. ondergrondse dieseltank nr. 154 In het grondwater uit peilbuis 528, op circa 3 meter ten oosten van de tank overschrijdt het gehalte aan minerale olie (C10-C40) de interventiewaarde en overschrijdt het gehalte aan vluchtige aromaten (BTEXN) de streefwaarde. Vluchtige minerale olie (C5-C10) is niet verhoogd gemeten ten opzichte van de betreffende detectiegrenzen.
De ketenlengteverdeling van de aangetoonde minerale olie (met name middelzware fracties) duidt op diesel. In het grondwater uit de peilbuizen 527 en 529, op circa 10 meter ten zuidoosten en oosten van de tank overschrijden de gehalten aan minerale olie (C10-C40) en/of vluchtige aromaten (BTEXN) de streefwaarden. Vluchtige minerale olie (C5-C10) is niet verhoogd gemeten ten opzichte van de betreffende detectiegrenzen. De ter plaatse in het grondwater gemeten gehalten aan zware metalen zijn waarschijnlijk een gevolg van (fluctuerende) van nature verhoogde achtergrondconcentraties, die vaker voorkomen in de regio.
2001-2002-2018
Verkennend bodem- en asbestonderzoek en actualiserend nader chemisch bodemonderzoek Brugstraat 153 en 154 te Klazienaveen (kenmerk: 210476)
Pagina 27 van 42
De verhoogd aangetoonde parameters voldoen aan de verwachtingen op basis van de zintuiglijke waarnemingen en komen tevens overeen met gegevens van voorgaande bodemonderzoeken. We vermoeden niet dat de troebelheid (NTU; zie bijlage 3.2) hierop van invloed is geweest. Daarnaast wordt geen onderschatting van de gemeten gehalten met name de vluchtige parameters verwacht, als gevolg van beluchting van de grondwatermonsters uit enkele peilbuizen. De betreffende analyseresultaten zijn in lijn met niet de resultaten van beluchte monsters en eerdere resultaten. Daarom achten we de monstername en analyses voldoende betrouwbaar.
4.6
Vergelijking resultaten huidig en voorgaand onderzoek
Bij vergelijking van de hudige resultaten met de resultaten van de laatst uitgevoerde voorgaane onderzoeken blijkt onder meer het volgende. Bodemverontreiniging vm. tankstation nr. 153 (Deellocatie A5) Bij het eerste en tweede fase nader bodemonderzoek (Eco Reest nr. 050946, d.d. 24-1-2008) zijn ter plaatse van en ten zuiden van de ondergrondse tanks van het voormalige benzinestation lichte olie/waterreacties en benzinegeuren in de bodem waargenomen (mp. 105, 113 en 114). Bij het eerste en tweede fase nader bodemonderzoek is in de grond ten zuiden van de tanks (mp. 105) een licht verhoogd gehalte aan minerale olie aangetoond. Nabij de tanks (mp. 113) zijn destijds geen verhoogde gehalten aan minerale olie en/of vluchtige aromaten in de grond gemeten. In het ondiepe grondwater uit de peilbuizen 105 en 108, alsmede in het dieper(re) grondwater uit peilbuis 300 zijn destijds sterk verhoogde gehalten aan vluchtige aromaten aangetoond. Naar aanleiding hiervan is aanvullend nader grondwateronderzoek uitgevoerd (Eco Reest nr. 081204, d.d. 24-3-2009). Hierbij is in het diepe grondwater (minifilter nr. 400; 9,0-10,0 m-mv) nog een licht verhoogd gehalte aan vluchtige aromaten gemeten. Bij het huidige onderzoek zijn ter plaatse van de ondergrondse tanks geen brandstofgeuren (meer) in de bodem waargenomen. In de zintuiglijk licht tot matig oliehoudende grond nabij de tanks (mp.
539) zijn slechts licht verhoogde gehalten aan minerale olie aangetoond. In het grondwater uit peilbuis 539 zijn slechts licht verhoogde gehalten aan vluchtige aromaten aangetoond. Op basis hiervan is de verontreinigingssituatie in de grond rond de ondergrondse tanks vergelijkbaar met de situatie ten tijde van het voorgaande onderzoek. Ten aanzien van het grondwater is de verontreinigingssituatie in het ondiepe grondwater verbeterd; in het ondiepe grondwater nabij de tanks wordt de interventiewaarde niet meer overschreden. Geconcludeerd werd, dat ter plaatse over een oppervlakte van circa 360 m2 sprake was van sterke grondwaterverontreiniging met minerale olie en/of vluchtige aromaten. Het sterk verontreinigde bodemvolume grondwater werd ingeschat op circa 3.600 m3. Op basis van het huidige totaal aan gegevens wordt ingeschat, dat ter plaatse van en rondom de voormalige tanks over een oppervlakte van circa 50 m2 sprake is van lichte verontreiniging met minerale olie en/of vluchtige aromaten in de grond en het freatsch grondwater. Het betreft een volume licht met minerale olie en/of vluchtige aromaten verontreinigde grond van naar schatting circa 50 m3 en een licht met minerale olie en/of vluchtige aromaten verontreinigd bodemvolume freatisch grondwater van naar schatting circa 250 m3.
2001-2002-2018
Verkennend bodem- en asbestonderzoek en actualiserend nader chemisch bodemonderzoek Brugstraat 153 en 154 te Klazienaveen (kenmerk: 210476)
Pagina 28 van 42
Mede gelet op de resultaten van het voorgaande onderzoek (Eco Reest nr. 050946, d.d. 24-1-2008 en nr. 081204, d.d. 24-3-2009) kan echter niet worden uitgesloten dat ter plaatse van en/of rondom de ondergrondse tanks van het voormalige benzinestation nog sprake is van sterke verontreiniging met minerale olie en/of vluchtige aromaten in de diepere ondergrond en/of het diepe(re) grondwater, tussen circa 5,0 en 10,0 m-mv en/of mogelijk beneden 10,0 m-mv. Bodemverontreiniging vm. ondergrondse dieseltank nr. 154 (Deellocatie B2), voormalige ondergrondse afgewerkte olietank nr. 153 (Deellocatie A2) en olie/waterafscheider op de terreingrens (Deellocatie A5) Bij voorgaand onderzoek (zie ook paragraaf 2.4) is geconstateerd, dat ter plaatse van de voormalige ondergrondse dieseltank op nr. 154, de voormalige ondergrondse afgewerkte olietank op nr. 153 en de olie/waterafscheider op de terreingrens sprake was van drie sterke grond- en grondwaterverontreinigingen die in elkaar overliepen. Bij het eerste en tweede fase nader bodemonderzoek (Eco Reest nr. 050946, ECO-Reest b.v., d.d. 241-2008) zijn nabij de dieseltank licht tot matig verhoogde gehalten aan minerale olie en vluchtige aromaten in het grondwater aangetoond (pb 110; 5,0-6,0 m-mv). Op basis van het totaal aan resultaten van het eerste en tweede fase nader bodemonderzoek (Eco Reest nr. 050946, ECO-Reest b.v., d.d.
24-1-2008) werd geconcludeerd, dat ter plaatse van en rondom deze ondergrondse tanks over een oppervlakte van circa 150 m2 sprake was van sterke grondverontreiniging met minerale olie en/of vluchtige aromaten. Het volume aan sterk verontreinigde grond werd ingeschat op circa 600 m3. Ten aanzien van het grondwater werd geconcludeerd, dat over een oppervlakte van circa 400 m2 sprake was van sterke verontreiniging met minerale olie en/of vluchtige aromaten. Het sterk verontreinigde bodemvolume grondwater werd ingeschat op circa 1.300 m3. Bij het huidige onderzoek zijn de, bij voorgaand onderzoek in de grond en het grondwater bij de ondergrondse diesel- en afgewerkte olietanks, alsmede de olie/waterafscheder op de terreingrens aangetoonde sterke verontreinigingen in de grond en het grondwater in grote lijnen bevestigd. Daarnaast is bij het huidige onderzoek echter tevens sterke verontreiniging met minerale olie aangetoond in de grond ter plaatse van de met beton verharde werkplaats (deellocatie A4). De sterke grondverontreiniging met olieproducten onder de werkplaats loopt over in de eerder aangetoonde verontreinigingen bij de ondergrondse diesel- en afgewerkte olietanks en de olie/waterafscheder op de terreingrens en is aan de (zuid)west- en noordwestzijden niet afgeperkt.
Op basis van het huidige totaal aan gegevens is ter plaatse over een oppervlakte van circa 630 m2 sprake van grondverontreiniging met olieproducten, warvan circa 330 m2 sterk verontreinigd is. Het betreft naar schatting circa 2.000 m3 met olieproducten verontreinigde grond, waarvan circa 1.000 m3 sterk verontreinigd is. In het grondwater is ter plaatse over een oppervlakte van circa 800 m2 sprake van verontreiniging met olieproducten, waarvan circa 300 m2 sterk verontreinigd is. Het betreft een bodemvolume grondwater van naar schatting circa 3.000 m3 met olieproducten verontreinigde grond, waarvan circa 600 m3 sterk verontreinigd is.
2001-2002-2018
Verkennend bodem- en asbestonderzoek en actualiserend nader chemisch bodemonderzoek Brugstraat 153 en 154 te Klazienaveen (kenmerk: 210476)
Pagina 29 van 42
5. VELDWERKZAAMHEDEN ASBESTONDERZOEK In dit hoofdstuk is de uitvoering van de veldwerkzaamheden beschreven van het asbestonderzoek, met eventuele afwijkingen op de veldwerkzaamheden en/of onderzoeksstrategie.
5.1
Uitvoering werkzaamheden (visuele inspectie maaiveld en bodem)
5.2
Visuele inspectie maaiveld
De uitvoering van het veldwerk heeft plaatsgevonden op 12 en 20 oktober 2021.
Omdat het buitenterrein van Brugstraat nr. 153 geheel is verhard met klinkers en de toplaag niet zonder meer kan worden onderzocht op het voorkomen van asbestverdacht materiaal, is besloten om ter plaatse van nr. 153 de maaiveldinspectie buiten de scope van het onderzoek te laten. Het maaiveld ter plaatse van Brugstraat nr. 154 is geïnspecteerd op het voorkomen van asbestverdacht materiaal. Deze inspectie heeft plaats gevonden door het maaiveld in te delen in inspectiestroken van 1,5 meter en deze vervolgens strook voor strook (haaks op elkaar) te inspecteren. Vervolgens zijn de locaties waar asbestverdacht materiaal is waargenomen geregistreerd op een veldwerkkaart en bemonsterd.
5.3
Resultaten veldwerkzaamheden
De waarnemingen die zijn gedaan tijdens de maaiveldinspectie zijn weergegeven tabel 5.1. Tabel 5.1 Visuele inspectie maaiveld Brugstraat 154
Omschrijving Inspecteur Weersomstandigheden Conditie maaiveld Inspectie efficiëntie Asbestverdacht materiaal waargenomen
Motivering Dhr. W.B. Aasman Droog, zicht > 50 meter, 100% verhard met puin en plaatselijk beton, circa 30 % begroeid met gras en struiken 80 % (onverharde delen) Ja
Uit tabel 5.1 blijkt dat bij de maaiveldinspectie ter plaatse van Brugstraat nr. 154 asbestverdacht materiaal op het maaiveld is waargenomen. De resultaten van de uitgevoerde inspectie wijken niet af van de onderzoekshypothese. De hypothese is dan ook niet aangepast.
5.4
Visuele inspectie en monsterneming diepere bodemlaag
Met behulp van een schep zijn ter plaatse van Brugstraat nr. 153 tien inspectieputten gegraven (nrs. IP1 t/m IP10), tot de ongeroerde ondergrond. Voor de diepere ondergrond is een edelmanboor met een diameter van 12 cm gebruikt. Ter plaatse van Brugstraat nr. 154 zijn met behulp van een kraan twaalf inspectiesleuven gegraven (nrs. SL1 t/m SL12), tot de ongeroerde ondergrond. Voor de diepere ondergrond is een edelmanboor met een diameter van 12 cm gebruikt.
2001-2002-2018
Verkennend bodem- en asbestonderzoek en actualiserend nader chemisch bodemonderzoek Brugstraat 153 en 154 te Klazienaveen (kenmerk: 210476)
Pagina 30 van 42
De monstervoorbehandeling en monstername heeft plaatsgevonden volgens Hoofdstuk 9 “Monstervoorbehandeling op locatie”, uit de NEN 5707:2015, alsmede Hoofdstuk 9 “Monstervoorbehandeling op locatie”, uit de NEN 5897:2015. De gehele inhoud van de inspectieputjes, alsmede de uit de sleuven genomen puinmonsters is uitgeharkt, met een hark met een tandwijdte van 20 mm, per uitgegraven laag van maximaal 10 cm. Het grove materiaal is vervolgens geïnspecteerd op het voorkomen van asbestverdacht materiaal en andersoortige bodemvreemde materialen. De asbestverdachte materialen in de grove fractie zijn, indien aanwezig, per inspectieputje bemonsterd middels handpicking en gewogen met behulp van een digitale weegschaal. De afmetingen van de inspectieputjes en -sleuven en de waarnemingen die zijn gedaan tijdens de monstervoorbehandeling zijn in de tabellen 5.2.1 en 5.2.2 beschreven: Tabel 5.2.1 Inspectieputjes Brugstraat 153 en waarnemingen
Inspectieput IP 1 IP 2 IP 3 IP 4 IP 5 IP 6 IP 7 IP 8 IP 9 IP 10
Afmeting (l x b) in m 0,32 x 0,31 Boring 0,32 x 0,32 Boring 0,31 x 0,31 Boring 0,30 x 0,31 Boring 0,34 x 0,31 Boring 0,32 x 0,31 Boring 0,31 x 0,31 Boring 0,32 x 0,32 Boring 0,30 x 0,31 Boring 0,32 x 0,31 Boring
Diepte 0,5 1,0 0,5 1,0 0,5 1,0 0,5 1,0 0,5 1,0 0,5 1,0 0,5 1,0 0,5 1,0 0,5 1,0 0,5 1,0
Hoeveelheid stukjes en gewicht n.w. n.w. n.w. n.w. n.w. n.w. n.w. n.w. n.w. n.w. n.w. n.w. n.w. n.w. n.w. n.w. n.w. n.w. n.w. n.w.
Soort NVT NVT NVT NVT NVT NVT NVT NVT NVT NVT NVT NVT NVT NVT NVT NVT NVT NVT NVT NVT
Overige bijmengingen (massa %) Geen Geen Geen Geen Geen Geen Geen Geen Geen Geen Geen Geen Geen Geen Geen Geen Geen Geen Geen Geen
n.w. = geen asbestverdacht materiaal waargenomen tijdens veldwerkzaamheden
Uit tabel 5.2.1 blijkt dat in het uitgegraven materiaal uit de inspectieputten op Brugstraat nr. 153 zintuiglijk geen asbestverdacht materiaal is waargenomen.
2001-2002-2018
Verkennend bodem- en asbestonderzoek en actualiserend nader chemisch bodemonderzoek Brugstraat 153 en 154 te Klazienaveen (kenmerk: 210476)
Pagina 31 van 42
Tabel 5.2.2 Inspectiesleuven Brugstraat 154 en waarnemingen
Inspectiesleuf SL1
SL6
Afmeting (l x b) in m 2,10 x 0,4 Boring 2,08 x 0,4 Boring 2,00 x 0,4 Boring 2,10 x 0,4 Boring 2,10 x 0,4 Boring 2,08 x 0,4
SL7
Boring 2,10 x 0,4
SL8
Boring 2,05 x 0,4
SL9
Boring 2,15 x 0,4
SL2 SL3 SL4 SL5
SL11
Boring 2,12 x 0,4 Boring 2,15 x 0,4
SL12
Boring 2,15 x 0,4
SL10
Boring
Diepte 0,3 0,8 0,3 0,8 0,3 0,8 0,3 0,8 0,4 0,9 0,5 0,7 1,2 0,5 0,7 1,2 0,5 0,7 1,2 0,5 1,0 1,5 1,0 1,5 0,5 1,0 1,5 0,5 1,0 1,5
Hoeveelheid stukjes en gewicht n.w. n.w. n.w. n.w. n.w. n.w. n.w. n.w. n.w. n.w. n.w. n.w. n.w. n.w. n.w. n.w. 1 st; 12,1 gram n.w. n.w. 1 st; 8,8 gram n.w. n.w. n.w. n.w. 1 st; 170 gram 10 st; 926 gram n.w. n.w. 1 st; 119 gram n.w.
Soort NVT NVT NVT NVT NVT NVT NVT NVT NVT NVT NVT NVT NVT NVT NVT NVT Golfplaat NVT NVT Golfplaat NVT NVT NVT NVT Golfplaat Golfplaat NVT NVT Golfplaat NVT
Overige bijmengingen (massa %) Volledig metselpuin Geen Volledig metselpuin Geen Volledig metselpuin Geen Volledig metselpuin Geen Volledig metselpuin Geen Volledig metselpuin Volledig metselpuin Geen Volledig metselpuin Volledig metselpuin Geen Volledig metselpuin Volledig metselpuin Geen Volledig metselpuin Volledig metselpuin Geen Volledig metselpuin Geen Volledig metselpuin Volledig metselpuin Geen Volledig metselpuin Volledig metselpuin Geen
n.w. = geen asbestverdacht materiaal waargenomen tijdens veldwerkzaamheden
Uit tabel 5.2.1 blijkt dat in het uitgegraven materiaal uit de inspectiesleuven nrs. SL8, SL9, SL11 en SL12 op Brugstraat nr. 154 zintuiglijk asbestverdacht materiaal is waargenomen.