Bijlage 1 - Bestemmingsplan Klazienaveen, Brugstraat 153-154 Toelichting, regels en bijlagen
Tekst van het document
Een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt uitsluitend verleend indien de stappen uit het bodemsaneringsplan zijn uitgevoerd en de bodem geschikt is gemaakt voor woningbouw. Hiertoe is in de regels een voorwaardelijke verplichting opgenomen, zie artikel 4.2.1. Het saneringsplan is opgenomen als bijlage 1 in de regels.
38
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Klazienaveen, Brugstraat 153-154 (vastgesteld)
4.5 Water Watertoets Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening moeten ruimtelijke plannen voorzien zijn van een waterparagraaf. Hiervoor wordt de watertoets doorlopen. Bij het watertoetsproces gaat het om het gehele proces van vroegtijdig meedenken, informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk het beoordelen van de waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Het waterschap beoordeelt wat de invloed van het project is op de waterhuishouding en geeft een wateradvies. Waterhuishoudkundige consequenties van een plan mogen niet op de omgeving worden afgewenteld. Het waterschap streeft ernaar de ingrepen binnen een peilgebied waterneutraal te houden. Wateraspecten die met een specifiek instrument kunnen worden geregeld, worden in de watertoets wel gesignaleerd, maar niet geregeld. Via www.dewatertoets.nl is het plan op 20 juni 2022 aangemeld bij het Waterschap Vechtstromen. Zie ook bijlage 2. Hieruit blijkt dat de korte procedure gevolgd moet worden. Wateraspecten plangebied Waterhuishouding Het plan loopt geen verhoogd risico op wateroverlast als gevolg van overstromingen. Het plan heeft geen schadelijke gevolgen voor de waterkwaliteit en ecologie. In het verleden is er in of rondom het plangebied geen wateroverlast of grondwateroverlast geconstateerd.
Het plangebied bevindt zich niet binnen een beschermingszone of herinrichtingszone langs een waterloop, primair watergebied, invloedszone zuiveringstechnisch werk of een retentiecompensatiegebied. Toe- of afname verhard oppervlakte In de bestaande situatie is sprake van grotendeels verhard terrein en voormalige bedrijfsbebouwing bij het voormalige garage-/autobedrijf en voormalig transportbedrijf. In de toekomstige situatie worden hier zes twee-onder-een-kapwoningen gerealiseerd. Er is derhalve geen sprake van een toename van verhard oppervlak. In vergelijking met de bestaande situatie neemt de oppervlakte van het verhard terrein af met circa 1.500 m2. Compenserende maatregelen in verband met een toename van verhard oppervlakte zijn niet aan de orde. Voorkeursbeleid hemelwaterafvoer In het plan wordt het afvalwater en het hemelwater afgevoerd via een gescheiden systeem voor hemelwaterafvoer en riool. Aanleghoogte van de bebouwing Voor de aanleghoogte van de gebouwen (onderkant vloer begane grond) wordt een ontwateringsdiepte geadviseerd van minimaal 80 centimeter ten opzichte van de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG). Bij een afwijkende maatvoering is de kans op structurele grondwateroverlast groot. Bij het bouwen zonder kruipruimte kan worden volstaan met een geringere ontwateringsdiepte. Kelders dienen waterdicht te zijn.
Om wateroverlast en schade aan woningen en bedrijven te voorkomen, wordt geadviseerd om een drempelhoogte van 30 centimeter boven het straatpeil te hanteren. Ook bij lagere, beneden het maaiveld gelegen ruimtes (kelders, 39
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Klazienaveen, Brugstraat 153-154 (vastgesteld)
parkeergarages) moet aandacht worden besteed aan het voorkomen van wateroverlast. In het plan wordt ernaar gestreefd het voorkeursbeleid van het waterschap op te volgen. Watertoetsproces De initiatiefnemer heeft het Waterschap Vechtstromen geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets. De beantwoording van de vragen heeft ertoe geleid dat de korte procedure van de watertoets is gevolgd. De bestemming en de grootte van het plan hebben een geringe invloed op de waterhuishouding. De procedure in het kader van de watertoets is goed doorlopen. Het Waterschap Vechtstromen geeft een positief wateradvies. 4.6 Geluid (wegverkeerslawaai) Toetsingskader Op grond van de Wet geluidhinder geldt rond wegen met een maximumsnelheid hoger dan 30 km/uur en rond spoorwegen en inrichtingen die 'in belangrijke mate geluidhinder veroorzaken', een geluidzone. Bij de ontwikkeling van nieuwe geluidsgevoelige objecten binnen deze geluidzones moet akoestisch onderzoek worden uitgevoerd om aan te kunnen tonen dat de ontwikkeling voldoet aan de voorkeursgrenswaarden die in de wet zijn vastgelegd. Indien niet aan de voorkeursgrenswaarde kan worden voldaan, kan het bevoegd gezag - in de meeste gevallen de gemeente - hogere grenswaarden vaststellen. Hiervoor geldt een bepaald maximum, de 'uiterste grenswaarde' genoemd.
Bij de vaststelling van hogere grenswaarden moet worden afgewogen of bronmaatregelen of maatregelen in de overdrachtssfeer kunnen worden getroffen. Onderzoek en conclusie In het kader van de bestemmingsplanprocedure dient een toetsing aan de Wet geluidhinder plaats te vinden. Er is een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluidbelasting vanwege wegverkeer in het plangebied/op het perceel als gevolg van de Brugstraat (50 km-weg) en het Van Echtenskanaal NZ (westelijk van de rotonde). Daarnaast is gekeken naar de geluidbelasting vanwege de relevante 30 km-wegen. De uitgangspunten, berekeningen en resultaten zijn vastgelegd in de memo 'Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai'. Deze memo is opgenomen als bijlage 3 in de toelichting. Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat de voorkeursgrenswaarde van Lden = 48 dB voor de nieuwe woningen aan de Brugstraat wordt overschreden. De maximale grenswaarde van Lden = 63 dB wordt niet overschreden. De hoogst berekende waarde bedraagt Lden = 60 dB, invallend op de naar de Brugstraat gerichte gevels. De realisatie van het plan blijft mogelijk binnen de randvoorwaarden van de Wet geluidhinder middels een procedure hogere waarde. Vanwege de beperkte omvang van het plan is het treffen van maatregelen financieel niet doelmatig (geluidsreducerend wegdek) en liggen deze maatregelen daarmee buiten de reikwijdte van het plan.
Een geluidscherm binnen de bebouwde kom is vanuit stedenbouwkundig oogpunt niet gewenst. De geluidbelasting van 30 km-wegen bedraagt niet meer dan Lden = 48 dB en voldoet aan de richtwaarde. De berekende waarden 40
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Klazienaveen, Brugstraat 153-154 (vastgesteld)
exclusief aftrek bedraagt ten hoogste Lden = 65 dB en kan worden toegepast bij de toetsing aan het Bouwbesluit voor het vaststellen van de benodigde karakteristieke gevelgeluidwering (GA;k). Deze dient op basis van het Bouwbesluit 2012 ten minste GA;k = 65 - 33 = 32 dB(A) te bedragen. Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat er hogere waarden vastgesteld moeten worden. Het 'Ontwerpbesluit hogere grenswaarde wegverkeerslawaai' wordt gelijktijdig met het ontwerpbestemmingsplan in procedure gebracht. Het ontwerpbesluit is als bijlage 4 bij de toelichting van dit bestemmingsplan opgenomen. 4.7 Luchtkwaliteit Toetsingskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een ruimtelijk plan, uit het oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens, rekening gehouden met de luchtkwaliteit. Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer. Dit onderdeel van de Wet milieubeheer (Wm) bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijnstof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijnstof (jaar- en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van de laatstgenoemde stoffen zijn in tabel 4.1 weergegeven.
Tabel 4.1 Grenswaarden maatgevende stoffen Wet milieubeheer Stof
Toetsing van
Grenswaarde
stikstofdioxide (NO2) jaargemiddelde concentratie
40 µg/m³
fijnstof (PM10)
jaargemiddelde concentratie
40 µg/m³
24-uurgemiddelde concentratie
max. 35 keer p.j. meer dan 50 µg / m³
jaargemiddelde concentratie
25 µg /m³
fijnstof (PM2,5)
Op grond van artikel 5.16 van de Wm kunnen bestuursorganen bevoegdheden die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit onder andere uitoefenen indien de bevoegdheden/ontwikkelingen niet leiden tot een overschrijding van de grenswaarden of indien de bevoegdheden/ontwikkelingen niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht. Besluit niet in betekenende mate In dit Besluit niet in betekenende mate is bepaald in welke gevallen een plan vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden twee situaties onderscheiden: een plan heeft een effect van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde NO2 en PM10 (= 1,2 µg/m³); een plan valt in een categorie die is vrijgesteld van toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg en 3.000 woningen bij twee ontsluitingswegen of kantoorlocaties met een bruto vloeroppervlak van niet meer dan 100.000 m2 bij één ontsluitingsweg en 200.000 m2 bij twee ontsluitingswegen.
41
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Klazienaveen, Brugstraat 153-154 (vastgesteld)
Onderzoek en conclusie Met dit plan wordt de realisatie van zes twee-onder-een-kapwoningen toegestaan. Het aantal vervoersbewegingen dat de voorgestane ontwikkeling met zich meebrengt is veel geringer dan het aantal vervoersbewegingen in de hierboven genoemde vrijgestelde categorieën. Concluderend kan dan ook worden gesteld dat de voorgestane ontwikkeling in het plangebied niet in betekenende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Het aspect 'luchtkwaliteit' staat de voorgenomen ontwikkeling niet in de weg. 4.8
Ecologie
4.8.1 Toetsingskader Wet natuurbescherming Met de Wet natuurbescherming (Wnb) zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier- en plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving. Binnen de Wnb is onderscheid te maken tussen gebiedsbescherming en soortenbescherming. 4.8.2 Onderzoek Om te onderzoeken hoe de geplande voornemens zich verhouden tot (potentieel) aanwezige beschermde natuurwaarden in en nabij het plangebied en of deze waarden negatieve effecten ondervinden van de voorgenomen plannen, is er een QuickScan uitgevoerd. Deze QuickScan is opgesteld om de ecologische waarden van het plangebied te bepalen en de ten gevolge van de geplande werkzaamheden eventuele strijdigheden met de Wet natuurbescherming (Wnb) in kaart te brengen, waaruit een advies zal volgen over hoe te handelen volgens deze wet. De Quickscan is als bijlage 5 opgenomen in de toelichting van dit bestemmingsplan. De Quickscan resulteert in de volgende conclusies en aanbevelingen: Uit de QuickScan is gebleken dat er mogelijk jaarrond beschermde nesten van de huismus en gierzwaluw, algemene broedvogels, verblijfplaatsen van vleermuizen en verblijfplaatsen van de steenmarter binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden aanwezig zijn.
Om overtredingen op de Wet natuurbescherming te voorkomen, dient: Nader onderzoek naar jaarrond beschermde nesten van de huismus en gierzwaluw uitgevoerd te worden (zie paragraaf 5.1 van de Quickscan). Enkele mitigerende maatregelen genomen te worden voor algemene broedvogels. Het heeft de voorkeur om buiten het vogelbroedseizoen te werken. Indien toch gestart wordt met de werkzaamheden aan het begin of in het midden van het vogelbroedseizoen, dienen de maatregelen zoals beschreven in paragraaf 5.2 van de Quickscan gevolgd te worden. Nader onderzoek naar vleermuizen uitgevoerd te worden (zie paragraaf 5.3 van de QuickScan).
42
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Klazienaveen, Brugstraat 153-154 (vastgesteld)
Een extra bezoek te worden gebracht aan de steenmarter om de onderzoeken of de gebouwen geschikt zijn als verblijfplaats. Indien de gebouwen geschikt worden geacht, dient een nader onderzoek te worden uitgevoerd naar verblijfplaatsen van de steenmarter (zie paragraaf 5.4 van de QuickScan).
Voor het verstoren of vernietigen van nest- of verblijfsplaatsen van beschermde diersoorten (in dit geval mogelijk huismus, gierzwaluw, vleermuizen en steenmarter) dient een ontheffing te worden aangevraagd. Om deze ontheffing te verkrijgen, dient er in ieder geval gemitigeerd te worden voor het verlies aan leefgebied, nesten en/of verblijfplaatsen, wat mogelijk middels het nader onderzoek zal worden aangetoond. Bij het aanbieden van deze mitigatie dient tevens rekening gehouden te worden met soortspecifieke eisen en aanvullende voorschriften vanuit de ontheffing. Met name de vaak verplichte gewenningsperiode kan ervoor zorgen dat het planvoornemen langer uitgesteld moet worden dan vooraf gedacht. De vertraging kan hierbij oplopen tot een jaar. Wanneer men echter alternatieve nesten en/of verblijfplaatsen aanbiedt voordat het nader onderzoek heeft plaatsgevonden, kan de gewenningsperiode alvast beginnen en kunnen de werkzaamheden mogelijk eerder worden uitgevoerd. Voor het verwijderen van verblijfplaatsen en/of nesten van mogelijk aangetroffen beschermde soorten dienen er dus nestkasten of vleermuiskasten opgehangen te worden. Bij de realisatie van nieuwbouw wordt geadviseerd om natuurinclusief te bouwen. Natuurinclusief bouwen is een vorm van duurzaam bouwen waarbij er meer plek voor verschillende diersoorten gerealiseerd wordt.
Hierbij kan worden gedacht aan het ophangen van inbouwkasten aan de muur of het aanbrengen van speciale dakpannen voor huismussen, gierzwaluwen en vleermuizen. Uit de QuickScan flora en fauna blijkt dat nadere onderzoeken uitgevoerd moeten worden. De resultaten van deze vervolgonderzoeken worden te zijner tijd aan dit bestemmingsplan toegevoegd. Vervolgonderzoeken De vervolgonderzoeken naar huismus, gierzwaluwen, (verblijfplaats) en steenmarter zijn in gang gezet.
verblijfplaats
vleermuizen
Indien uit het nader onderzoek blijkt dat er geen nesten van huismus of gierzwaluw aanwezig zijn, is er geen belemmering meer vanuit de Wet natuurbescherming voor wat betreft de bescherming van jaarrond beschermde nesten van huismus en gierzwaluw. Indien er echter nesten of vaste verblijfsplaatsen van huismus of gierzwaluw worden aangetroffen, dient er voor deze soorten een ontheffing te worden aangevraagd. Om deze ontheffing te verkrijgen, moeten er mitigerende maatregelen worden genomen door bijvoorbeeld het aanbieden van alternatieve nestgelegenheden in de omgeving. Door middel van nader onderzoek wordt uitgezocht of vleermuizen daadwerkelijk verblijven in het plangebied en hoe ze gebruik maken van het plangebied. Vervolgens kan beoordeeld worden of de effecten van de geplande werkzaamheden een ontheffing noodzakelijk maken op deze verbodsartikelen. Er kan een mitigatieplan worden opgeteld als onderdeel van de ontheffingsaanvraag. Voor de steenmarter dient een extra bezoek gebracht te worden, waarbij de binnenzijde van de gebouwen gecontroleerd kan worden op aanwezigheid van sporen van steenmarter en geschiktheid van het pand voor verblijfplaatsen voor steenmarter. Wanneer het pand 43
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Klazienaveen, Brugstraat 153-154 (vastgesteld)
ongeschikt wordt geacht en er geen sporen worden aangetroffen, zijn er geen belemmeringen wat betreft verblijfplaatsen van de steenmarter. Wanneer de panden wel geschikt worden geacht en/of er sporen worden aangetroffen, dient er een nader onderzoek te worden uitgevoerd naar de aanwezigheid van een verblijfplaats van de steenmarter. Wanneer de aanwezigheid van een verblijfplaats van steenmarter wordt aangetoond, dient er een ontheffing te worden aangevraagd bij de provincie Drenthe voor het verwijderen van deze verblijfplaats. 4.8.3 Stikstofdepositie Naar aanleiding van de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 met betrekking tot het Programma Aanpak Stikstof, wordt bij vrijwel ieder plan stilgestaan bij de mogelijke stikstofemissie en het effect daarvan op Natura 2000-gebieden. Woningbouwplannen of vergelijkbare projecten kunnen leiden tot een toename van de stikstofdepositie ter plaatse van stikstofgevoelige habitattypen in een Natura 2000-gebied. Deze toename van de stikstofdepositie kan het gevolg zijn van bouwwerkzaamheden in de aanlegfase (bijvoorbeeld als gevolg van de aanvoer van bouwmaterialen en grondverzet op de bouwplaats). Het gebruik van de woningen (de gebruiksfase) kan ook leiden tot een toename van de stikstofdepositie.
Deze toename kan bijvoorbeeld het gevolg zijn van het gebruik van gas en het autoverkeer van bewoners en bezoekers van de woningen. Berekening Met behulp van de meest recente release van het rekenprogramma AERIUS-Calculator (release 26 januari 2023) is gekeken naar de depositie op de meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden (automatische berekening). In deze berekening is rekening gehouden met de verschillende verkeersbewegingen. Voor het plan wordt uitgegaan van gasloze woningen. Er is derhalve geen emissie vanwege het verstoken van aardgas binnen de woningen. De berekening met bijbehorende memo is opgenomen als bijlage 6 in de toelichting van dit bestemmingsplan. Conclusie Uit de berekeningen blijkt dat de stikstofdepositie nergens hoger is dan afgerond 0,00 mol/ha/jaar en er derhalve geen relevant effect is. Negatieve effecten in de vorm van vermesting en verzuring zijn derhalve niet aan de orde. De aanleg- en exploitatiefase zijn worst-case in dezelfde berekening meegenomen. Voor dit plan geldt geen vergunningplicht op basis van de Wet natuurbescherming (Wnb). Het aspect 'stikstofemissie' vormt geen belemmering voor de voorgestane ontwikkeling op deze locatie.
44
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Klazienaveen, Brugstraat 153-154 (vastgesteld)
4.9
Externe veiligheid
4.9.1 Toetsingskader Bij ruimtelijke plannen dient ten aanzien van externe veiligheid naar verschillende aspecten te worden gekeken, namelijk: bedrijven waar activiteiten plaatsvinden die gevolgen hebben voor de externe veiligheid; vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water of door buisleidingen. Voor zowel bedrijvigheid als vervoer van gevaarlijke stoffen zijn twee aspecten van belang, te weten het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon dodelijk wordt getroffen door een ongeval indien hij zich onafgebroken (dat wil zeggen 24 uur per dag gedurende het hele jaar) en onbeschermd op een bepaalde plaats zou bevinden. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting dan wel infrastructuur. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als direct gevolg van een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn. De norm voor het GR is een oriëntatiewaarde. Het bevoegd gezag heeft een verantwoordingsplicht als het GR toeneemt en/of de oriëntatiewaarde overschrijdt. Vervoer van gevaarlijke stoffen Per 1 april 2015 is het Besluit externe veiligheid transportroutes (BEVT) en de regeling Basisnet in werking getreden. Het BEVT vormt de wet- en regelgeving. De concrete uitwerking volgt in het Basisnet.
Het Basisnet beoogt voor de lange termijn (2020, met uitloop naar 2040) duidelijkheid te bieden over het maximaal aantal transporten en de bijbehorende maximale risico's die het transport van gevaarlijke stoffen mag bieden. Het Basisnet is onderverdeeld in drie onderdelen: Basisnet Spoor, Basisnet Weg en Basisnet Water. Het BEVT en het bijbehorende Basisnet maakt voor het PR onderscheid in bestaande en nieuwe situaties. Voor bestaande situaties geldt een grenswaarde voor het PR van 10-5 per jaar ter plaatse van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en een streefwaarde van 10-6 per jaar. Voor nieuwe situaties geldt de 10-6 waarde als grenswaarde voor kwetsbare objecten en als richtwaarde bij beperkt kwetsbare objecten. In het Basisnet Weg en het Basisnet Water zijn veiligheidsafstanden (PR-contour 10-6) opgenomen vanaf het midden van de transportroute. Tevens worden in het Basisnet de plasbrandaandachtsgebieden benoemd voor transportroutes. Het Basisnet vermeldt dat op een afstand van 200 m vanaf de rand van het tracé in principe geen beperkingen hoeven te worden gesteld aan het ruimtegebruik. Er geldt een oriënterende waarde voor het groepsrisico en onder voorwaarden een verantwoordingsplicht tot 200 m binnen de transportroute.
45
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Klazienaveen, Brugstraat 153-154 (vastgesteld)
4.9.2 Onderzoek en conclusies Om te bepalen of in en in de nabijheid van het plangebied risicovolle objecten aanwezig zijn die het plan kunnen belemmeren, is de risicokaart geraadpleegd. Volgens de risicokaart zijn er in het plangebied en in de nabijheid van geen gevaarzettende functies aanwezig. Behalve Bevi-inrichtingen zijn ook transportroutes voor gevaarlijke stoffen en gastransportleidingen van belang in het kader van de externe veiligheid. Deze zijn niet in het plangebied of in de omgeving hiervan aanwezig. Aangezien er in en in de nabijheid van het plangebied geen gevaarzettende functies, routes en leidingen aanwezig zijn, zijn er ten aanzien van het aspect externe veiligheid geen negatieve effecten op dit bestemmingsplan. Ten aanzien van het aspect 'externe veiligheid' zijn er geen belemmeringen voor dit plan. 4.10 Fysieke veiligheid Onder fysieke veiligheid valt brandveiligheid, verkeersveiligheid en veiligheid van leefomgeving. Het is van belang dat iedereen weet hoe te handelen bij incidenten. Ten aanzien van inrichting en ontwikkeling zijn de volgende punten van belang: Inrichting en ontwikkeling Bluswatervoorzieningen: In beginsel is er in voldoende mate voorzien in de aanwezigheid van bluswatervoorzieningen ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling.
Waarschuwings- en alarmeringssysteem: de locatie / het plangebied valt binnen de dekking van het Waarschuwingsalarmeringsstelsel. Bereikbaarheid: het gebied heeft 2 normale toeritten. Hiermee voldoet het gebied goed aan de uitgangspunten van bereikbaarheid. Opkomsttijd: geadviseerd wordt de initiatiefnemer te informeren over brandveiligheidsmaatregelen. Het gaat daarbij om de BIObiz factoren: 1. bouwkundige voorzieningen, bijv. rekening houden met voldoende afstand tot aan de erfgrens in verband met brandoverslag. De garages lijken redelijk dicht op de erfgrens te staan, waardoor hier ten minste met een brandwerende gevelconstructie rekening gehouden dient te worden. 2. installatietechnische voorzieningen, bijv. woningsprinklers 3. organisatorische voorzieningen, bijv. vluchtplan voor de bewoners 4. brandweeropkomsttijd, vrij houden van wegen / zo min mogelijk verkeersbelemmerende maatregelen 5. inventaris, toepassen van moeilijk brandbaar materiaal 6. zelfredzaamheid van de aanwezigen, toepassen veilige vluchtroutes Verantwoording Groepsrisico: niet van toepassing
46
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Klazienaveen, Brugstraat 153-154 (vastgesteld)
4.11 Kabels en leidingen In het plangebied en in de directe omgeving van het plangebied zijn geen planologisch relevante buisleidingen, hoogspanningsverbindingen of straalpaden aanwezig. Het aspect kabels en leidingen staat de beoogde ontwikkeling niet in de weg. Voor de realisatie van de woningen dient wel een KLIC-melding uitgevoerd te worden om inzicht te verkrijgen in de aanwezigheid van overige kabels en leidingen. 4.12 Vormvrije m.e.r.-beoordeling In het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het bestemmingsplan plan-m.e.r.-plichtig, project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Wanneer niet voldaan wordt aan de drempelwaarden, moet het bevoegd gezag bij de betreffende activiteiten nagaan of mogelijk sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, daarbij lettend op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen: de kenmerken van de projecten; de plaats van de projecten; de kenmerken van de potentiële effecten. In bijlage D van het Besluit m.e.r. (D11.2) is de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject opgenomen. Ten aanzien van woningen ligt de drempelwaarde op een aaneengesloten gebied met 2.000 of meer woningen.
Dit plan maakt slechts zes woningen mogelijk en is dus niet rechtstreeks plan-m.e.r.-, project-m.e.r.- of m.e.r.-beoordelingsplichtig. Daarnaast wordt de ontwikkeling, gelet op de aard en de omvang, ook niet aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject. Of sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject hangt af van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aspecten als de aard en de omvang van de voorziene wijziging van de stedelijke ontwikkeling een rol spelen. In dit geval is sprake van een herstructurering van een auto-/garagebedrijf en transportbedrijf (een stedelijke functie) naar een andere stedelijke functie in de vorm van wonen. Daarbij is van belang dat het ruimtebeslag van de voorziene bebouwing beperkt is. Weliswaar wordt de bestemming 'Wonen' met dit bestemmingsplan in beperkte mate vergroot, maar dit betekent niet dat hetgeen waarin het plan voorziet, moet worden aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in kolom 1, categorie D11.2 van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Met dit plan is sprake van een afname van het bebouwde ruimtebeslag ten opzichte van de huidige planologische mogelijkheden. Verder vinden geen wijzigingen aan de ontsluiting plaats en wordt de parkeerbehoefte binnen het plangebied opgelost.
Daarnaast leidt de ontwikkeling tot een lagere verkeersaantrekkende werking dan in de huidige situatie. Op basis hiervan wordt de beoogde ontwikkeling niet gekwalificeerd als stedelijk ontwikkelingsproject. Er behoeft dan ook geen besluit te worden genomen over het wel of niet moeten doorlopen van een MER.
47
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Klazienaveen, Brugstraat 153-154 (vastgesteld)
48
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Klazienaveen, Brugstraat 153-154 (vastgesteld)
Hoofdstuk 5
Juridische planbeschrijving
5.1 Algemeen Het bestemmingsplan voldoet aan alle vereisten die zijn opgenomen in de Wet ruimtelijke ordening (Wro), het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Het voldoet aan de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012. Het bestemmingsplan regelt de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van de gronden in het plangebied. De juridische regeling is vervat in een verbeelding en bijbehorende regels. Op de verbeelding zijn de verschillende bestemmingen vastgelegd, in de regels (per bestemming) de bouw- en gebruiksmogelijkheden. 5.2
Toelichting op de bestemmingen
5.2.1 Tuin De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen. Op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd. De bestemming wordt vooral toegepast om voortuinen bij woningen te bestemmen. Hiermee hangen ook enkele afwijkingsbepalingen samen die de bouw van erkers, afdaken en balkons mogelijk kunnen maken bij aangrenzende (hoofd)gebouwen. 5.2.2 Wonen - Twee-aaneen - Vrijstaand Vanwege de gewenste flexibiliteit maakt de bestemming 'Wonen - Twee-aaneen - Vrijstaand' zowel vrijstaande als twee-onder-een-kapwoningen mogelijk. Ook bijbehorende bouwwerken, tuinen en erven zijn binnen deze bestemming toegestaan. Een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt uitsluitend verleend indien de stappen uit het bodemsaneringsplan zijn uitgevoerd en de bodem geschikt is gemaakt voor woningbouw. Hiertoe is in de regels een voorwaardelijke verplichting opgenomen. Gebouwen en overkappingen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd. Voor hoofdgebouwen geldt dat per bouwvlak uitsluitend één blok van twee-aaneengebouwde woningen of één vrijstaande woning mag worden gebouwd. Op de verbeelding zijn drie bouwvlakken weergegeven. Er zijn dus maximaal zes twee-onder-een-kapwoningen of maximaal drie vrijstaande woningen mogelijk. Een combinatie van vrijstaande en twee-onder-een kapwoningen is eveneens toegestaan.
Om de gewenste verspringende rooilijn te borgen, is op de verbeelding een gevellijn opgenomen: de voorgevel van het hoofdgebouw dient in de gevellijn te worden opgericht. In de bouwregels is verder geregeld dat de goot- en bouwhoogte bij een twee-aaneengebouwde woning repectievelijk maximaal 6 en 10 meter bedraagt. De goot- en bouwhoogte bij een vrijstaande woning bedraagt respectievelijk maximaal 3,5 en 9 meter. De nokrichting van een hoofdgebouw moet haaks op de weg staan. Afwijken van de bouwregels Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van de bouwregels als het gaat om: het verhogen van de dakhelling van het hoofdgebouw; het bouwen van een carport op een minimale afstand van 1 meter achter de gevellijn van het hoofdgebouw; het verkleinen van de afstand van bijbehorende bouwwerken bij twee-aaneen gebouwde woningen tot de zijdelingse perceelsgrens. 49
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Klazienaveen, Brugstraat 153-154 (vastgesteld)
5.2.3 Waarde - Archeologie 4 Tot de gronden met de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 4' behoren zones die op grond van landschappelijke kenmerken een hoge tot middelhoge verwachting hebben op het aantreffen van intacte sporen en vondsten. Deze zones worden gekenmerkt door een - al dan niet verscholen onder het huidige maaiveld - redelijk gaaf landschap met dekzandruggen en dekzandkoppen. Delen van dit landschap kunnen bovendien zijn afgedekt door esdekken. Van concrete vindplaatsen is hier echter vooralsnog geen sprake. In hoofdzaak geldt een grote trefkans op nederzettingen, grafvelden, losse boerderijen, wegen, dijken, linies, kleine jachtkampen en losse vondsten uit alle perioden. De vrijstelling voor archeologisch onderzoek geldt voor oppervlaktes tot 1.000 m2 en dieptes tot 30 cm +10 cm ('+10' betreft niet-bodemkerende werkzaamheden ten behoeve van het verbeteren van de verdichte bodemstructuur (niet-kerend woelen) tot ten hoogste 10 cm onder de bouwvoor, de zogenaamde woellaag (het '30 cm +10 cm-principe')). De onderzoeksplicht is in het geval van een aantal werkzaamheden niet van toepassing, waaronder in ieder geval werken en/of werkzaamheden die normaal onderhoud en beheer betreffen. Drainage is eveneens toegestaan.
50
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Klazienaveen, Brugstraat 153-154 (vastgesteld)
Hoofdstuk 6
Uitvoerbaarheid
6.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Overleg Het voorontwerpbestemmingsplan is in het kader van het vooroverleg ex artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) voorgelegd aan de betrokken overleginstanties. Het voorontwerp is niet voor inspraak ter inzage gelegd. Daarnaast zijn de direct omwonenden door initiatiefnemer geïnformeerd over de voorgenomen ontwikkeling. De reacties waren positief. In dit geval zijn op 14 april 2023 provincie Drenthe, EOP van Klazienaveen, waterschap Vechtstromen en de Veiligheidsregio Drenthe (VRD) op de hoogte gebracht. In het kader van het overleg is een reactie ontvangen van provincie Drenthe en Veiligheidsregio Drenthe. In de 'Nota van beantwoording' is een samenvatting van de reacties gegeven. Vervolgens is de gemeentelijke reactie hierop gegeven en, indien van toepassing, de eventuele doorvertaling ervan in het bestemmingsplan. De Nota van beantwoording is opgenomen als bijlage 7 bij de toelichting van dit bestemmingsplan. De vooroverlegreacties zijn opgenomen als bijlage 8 en bijlage 9 bij de toelichting van dit bestemmingsplan. Zienswijze Het ontwerpbestemmingsplan is gedurende zes weken ter inzage gelegd: vanaf 6 november 2023 tot en met 18 december 2023. Tijdens deze periode werd een ieder in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen (artikel 3.8 Wet ruimtelijke ordening). Er zijn geen zienswijzen binnengekomen.
Vaststelling Het wijzigingsplan is vervolgens ongewijzigd vastgesteld. Het besluit tot vaststelling wordt gepubliceerd en het wijzigingsplan ligt zes weken ter inzage. Tijdens die periode bestaat de mogelijkheid beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in te dienen tegen het besluit en het plan. 6.2 Economische uitvoerbaarheid Voor de uitvoerbaarheid van het plan is het van belang te weten of het economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de wijze van kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie). Financiële haalbaarheid De kosten voor de uitvoering van dit plan worden gedragen door de ontwikkelaar. De uit te geven gronden worden tegen marktconforme prijzen aangeboden. Ook de kosten voor de bodemsanering (zie paragraaf 4.4) worden gedragen door de ontwikkelaar. In de bouwcalculatie is hier door de initiatiefnemer rekening mee gehouden. De ontwikkelaar heeft onderzocht of het project financieel uitvoerbaar is. Hiermee is de financiële haalbaarheid van dit bestemmingsplan geborgd.
51
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Klazienaveen, Brugstraat 153-154 (vastgesteld)
Grondexploitatie Door middel van de grondexploitatieregeling in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) beschikken gemeenten over mogelijkheden voor het verhalen van kosten op derden. Hierbij valt te denken aan kosten voor het bouw- en woonrijp maken en kosten voor het bestemmingsplan. Daarnaast hebben gemeenten sturingsmogelijkheden, omdat in het geval van grondexploitatie door derden diverse eisen en regels gesteld kunnen worden. In de Wro is opgenomen dat voor bouwplannen, zoals bedoeld in artikel 6.2.1 Bro, in verband met het kostenverhaal van de gemeente in beginsel een exploitatieplan vastgesteld moet worden. Dit bestemmingsplan maakt de bouw van woningen mogelijk. Dit valt onder de bouwplannen zoals bedoelt in het Bro. Bij ruimtelijke ontwikkelingen - waarbij op verzoek van een ontwikkelaar een bouwplan mogelijk wordt gemaakt - worden de onderlinge afspraken vastgelegd in een zogenaamde anterieure overeenkomst, dat wil zeggen een overeenkomst gesloten voorafgaand aan de vaststelling van een bestemmingsplan. Het vaststellen van een exploitatieplan is daarom niet nodig.
52
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Klazienaveen, Brugstraat 153-154 (vastgesteld)
Bijlagen toelichting
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Klazienaveen, Brugstraat 153-154 (vastgesteld)
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Klazienaveen, Brugstraat 153-154 (vastgesteld)
Bijlage 1
Verkennend bodemonderzoek
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Klazienaveen, Brugstraat 153-154 (vastgesteld)
Verkennend bodem- en asbestonderzoek en actualiserend nader chemisch bodemonderzoek ter plaatse van: Brugstraat 153 en 154 te Klazienaveen projectnummer
210476
Pagina 2 van 42
TITELBLAD RAPPORT Type onderzoek
Verkennend bodem- en asbestonderzoek en actualiserend nader chemisch bodemonderzoek Brugstraat 153 en 154 te Klazienaveen 210476 1.0 Ing. M.B. van den Broek J.R.W. Staal
Locatie onderzoek Projectnummer Versie rapportage Auteur Controle en vrijgave Paraaf vrijgave
Datum OPDRACHTGEVER Naam Contactpersoon Adres UITGEVOERD DOOR Monsterneming grond Monsterneming grondwater Monsterneming asbest in bodem
26 november 2021 J. Velzing Vastgoed B.V. Dhr. J. Velzing Postbus 108, 7890 AC KLAZIENAVEEN SIKB protocol 2001 SIKB protocol 2002 SIKB protocol 2018
Dhr. W.B. Aasman en Dhr. J. Kemper Dhr. W.B. Aasman Dhr. W.B. Aasman
UITGEVOERD DOOR info@ecoreest.nl www.ecoreest.nl Kantoor Zuidwolde Industrieweg 20 7921 JP Zuidwolde Tel: 0528 373 982
Kantoor Appingedam Opwierderweg 160 9902 RH Appingedam Tel: 0596 633 355
Kantoor Almere Transistorstraat 91-34 1322 CL Almere 036 82 00 397
Eco Reest Holding BV is gecertificeerd volgens “NEN-EN-ISO 9001:2015”, voor het geven van milieukundig advies in relatie tot ruimtelijke ontwikkelingen en gebouwen met inbegrip van de uitvoering van gerelateerde onderzoeksactiviteiten op het gebied van bodemonderzoek en -sanering, ecologie, asbestinventarisaties, sloopbegeleiding, bouwkundige opnames en energieprestatie advies. Eco Reest BV is lid van de Vereniging Kwaliteitsborging Bodembeheer (VKB). Als aangesloten adviesbureau zorgen we samen met de andere leden voor een betere borging van kwaliteit in de uitvoering van (water)bodemonderzoek en -saneringen. Dit onderzoek en advies is tot stand gekomen onafhankelijk van de belangen van de opdrachtgever en derden. DISCLAIMER Dit rapport is het resultaat van een verkennend bodem- en asbestonderzoek en actualiserend nader chemisch bodemonderzoek dat is uitgevoerd ter plaatse van Brugstraat 153 en 154 te Klazienaveen. Ten behoeve van de juiste interpretatie van dit rapport is het noodzakelijk te beschikken over de gehele rapportage, inclusief bijlagen.
Het rapport is ongeschikt voor toepassing in een juridische context indien de paginanummering van het rapport onjuist of onvolledig is, de bijlagen genoemd in de inhoudsopgave (deels) ontbreken en het projectnummer in het rapport en op de bijlage niet overeenkomt. © 2021 Eco Reest BV. Gebruik en overname van gegevens alleen toegestaan met volledige bronvermelding. Wijze van citeren: Eco Reest 2021 Klazienaveen_210476_Brugstraat 153 en 154_VO+ASB+ACTNO We stellen dit rapport alleen ter beschikking aan derden in geval van schriftelijke toestemming van de opdrachtgever.
2001-2002-2018
Verkennend bodem- en asbestonderzoek en actualiserend nader chemisch bodemonderzoek Brugstraat 153 en 154 te Klazienaveen (kenmerk: 210476)
Pagina 3 van 42
INHOUD 1.
INLEIDING.................................................................................................................... 5
1.1 1.2 1.3 1.3.1 1.3.2 1.3.3 1.4
Aanleiding en doelstelling ............................................................................................................. 5 Kwaliteitsborging algemeen .......................................................................................................... 5 Kwaliteitsborging onderzoek ......................................................................................................... 6 Normen onderzoeksstrategie ........................................................................................................... 6 Veldwerkzaamheden ........................................................................................................................ 6 Laboratoriumwerkzaamheden ......................................................................................................... 7 Leeswijzer ..................................................................................................................................... 7
2.
VOORONDERZOEK (NEN 5725:2017)............................................................................. 8
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8 2.9 2.10 2.11
Systematiek vooronderzoek voor nader onderzoek ...................................................................... 8 Samenvatting vooronderzoek ....................................................................................................... 8 Beoordeling resultaten voorgaand onderzoek............................................................................. 10 Resultaten aanvullend vooronderzoek ........................................................................................ 10 Volledigheid en betrouwbaarheid vooronderzoek ...................................................................... 10 Afwijkingen vooronderzoek ........................................................................................................ 10 Verontreinigingssituatie op basis van voorgaand onderzoek ....................................................... 10 Onderzoekshypothesen (NEN5725) en -strategieën (NEN5740, NTA5755, NEN5707 en NEN5897) 11 Nader onderzoek conceptueel model .......................................................................................... 12 Uitwerking conceptueel model.................................................................................................... 12 Veiligheidsklasse asbestonderzoek.............................................................................................. 13
3.
VELDWERKZAAMHEDEN CHEMISCH ONDERZOEK ....................................................... 14
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6
Uitvoering werkzaamheden (bemonstering grond en plaatsen peilbuizen) ................................. 14 Uitvoering werkzaamheden (bemonstering grondwater) ............................................................ 15 Bodemopbouw ............................................................................................................................ 15 Zintuiglijke waarnemingen .......................................................................................................... 16 Afwijkingen protocollen .............................................................................................................. 17 Afwijkingen strategie(ën) ............................................................................................................ 17
4.
ANALYSERESULTATEN EN BESPREKING (CHEMISCH ONDERZOEK) ................................ 18
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6
Analysemonsters ......................................................................................................................... 18 Afwijkingen laboratoriumwerkzaamheden ................................................................................. 20 Toetsing analyseresultaten.......................................................................................................... 20 Milieuhygiënische kwaliteit grond............................................................................................... 21 Milieuhygiënische kwaliteit grondwater ..................................................................................... 25 Vergelijking resultaten huidig en voorgaand onderzoek .............................................................. 27
5.
VELDWERKZAAMHEDEN ASBESTONDERZOEK ............................................................. 29
5.1 5.2 5.3 5.4 5.5
Uitvoering werkzaamheden (visuele inspectie maaiveld en bodem) ........................................... 29 Visuele inspectie maaiveld .......................................................................................................... 29 Resultaten veldwerkzaamheden ................................................................................................. 29 Visuele inspectie en monsterneming diepere bodemlaag ........................................................... 29 Afwijkingen onderzoeksopzet ..................................................................................................... 31
6.
ANALYSERESULTATEN EN BESPREKING ASBESTONDERZOEK ........................................ 32
6.1 6.2 6.2.1 6.2.2 6.3
Analysemonsters ......................................................................................................................... 32 Analysemethoden en monsterbehandeling ................................................................................. 32 Analyse asbest in bodem en puin (volgens NEN 5898) .................................................................. 32 Analyse asbest in materiaal (volgens NEN 5896) ........................................................................... 32 Toetsingskader asbest ................................................................................................................. 32
2001-2002-2018
Verkennend bodem- en asbestonderzoek en actualiserend nader chemisch bodemonderzoek Brugstraat 153 en 154 te Klazienaveen (kenmerk: 210476)
Pagina 4 van 42
6.4 6.5
Analysemonsters en concentraties .............................................................................................. 33 Afwijkingen laboratoriumwerkzaamheden ................................................................................. 33
7.
BEOORDELING VERONTREINIGING ............................................................................. 34
7.1 7.2 7.3 7.4 7.5
Ontstaan van de verontreiniging ................................................................................................. 34 Beoordeling geval van verontreiniging ........................................................................................ 34 Omvangsbepaling ........................................................................................................................ 34 Gevalsdefinitie ............................................................................................................................ 35 Risicobeoordeling verontreiniging (ernst en spoed) .................................................................... 36
8.
SAMENVATTING EN CONCLUSIES ............................................................................... 37
8.1 8.2 8.3
Samenvatting .............................................................................................................................. 37 Conclusies ................................................................................................................................... 40 Aanbevelingen ............................................................................................................................ 42
BIJLAGEN 1.1 Regionale ligging 1.2.1 Situatieschets onderzoekslocatie met voorinformatie en boorpunten, tevens conceptueel model 1.2.2 Situatieschets onderzoekslocatie met contouren grondverontreiniging 1.2.3 Situatieschets onderzoekslocatie met contouren grondwaterverontreiniging 1.3 Foto’s onderzoekslocatie 2.1 Resultaten vooronderzoek 3.1 Boorprofielen 3.2 Veldmetingen grondwater 4 Analysecertificaten 5 Overzicht getoetste analyseresultaten en toetsingswaarden 6 Risicobeoordelingen (Web-based Sanscrit) 7 Concentratieberekening asbest 8 Analysemethoden
2001-2002-2018
Verkennend bodem- en asbestonderzoek en actualiserend nader chemisch bodemonderzoek Brugstraat 153 en 154 te Klazienaveen (kenmerk: 210476)
Pagina 5 van 42
1. INLEIDING Door Eco Reest BV is een verkennend milieukundig bodem- en asbestonderzoek en een actualiserend nader chemisch bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van een locatie aan de Brugstraat 153 en 154 te Klazienaveen. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de aanleiding en de doelstelling van het onderzoek, en de wijze van kwaliteitsborging van de verschillende onderzoekstappen.
1.1
Aanleiding en doelstelling
Aanleiding tot het verkennend bodem- en asbestonderzoek is de voorgenomen transactie (aankoop) van de locaties, ten behoeve van herontwikkeling voor woningbouw. Daarnaast is het feit dat de voorgaande onderzoeksrapporten gedateerd zijn aanleiding tot het huidige onderzoek. Doel van het verkennend chemisch onderzoek is een indruk te verkrijgen omtrent de eventuele aanwezigheid van verontreinigingen in de grond en in het grondwater van het onderzoeksterrein. Dit gebeurt teneinde te bepalen of er vanuit milieuhygiënisch oogpunt belemmeringen bestaan voor het toekomstige gebruik van de locatie (wonen). Doel van het asbestonderzoek is om met een relatief geringe onderzoeksinspanning na te of de verdenking op verontreiniging van de bodem met asbest terecht is. Aanleiding tot het actualiserend nader bodemonderzoek is de voorgenomen transactie (aankoop) van de locatie, in relatie tot de resultaten voorgaand bodemonderzoek (Eco Reest, rapporten nrs. 0001-002, d.d. 14-2-2000, 020645 d.d. 7-4-2005, 050946, d.d. 24-1-2008, 081204, d.d. 24-3-2009 en IJB funderingstechnologie, nr. 63303, d.d. 25-9-2000). Uit deze rapportages blijkt kort samengevat, dat ter plaatse van de locatie Brugstraat nr. 154 en het aangrenzende perceel nr. 153 sprake is van twee sterke grond- en grondwaterverontreinigingen met minerale olie en vluchtige aromaten.
Doel van het actualiserend nader onderzoek is het bepalen van de actuele omvang en ernst van de bodemverontreiniging en mate van spoed van sanering van de bij voorgaand onderzoek geconstateerde sterke verontreinigingen met minerale olie en vluchtige aromaten in de grond en het grondwater ter plaatse van het onderzoeksterrein.
1.2
Kwaliteitsborging algemeen
Eco Reest BV streeft naar een zo hoog mogelijk kwaliteit van onderzoek te leveren: Eco Reest Holding BV is gecertificeerd volgens “NEN-EN-ISO 9001:2015”, voor het geven van milieukundig advies in relatie tot ruimtelijke ontwikkelingen en gebouwen met inbegrip van de uitvoering van gerelateerde onderzoeksactiviteiten op het gebied van bodemonderzoek en -sanering, ecologie, asbestinventarisaties, sloopbegeleiding, bouwkundige opnames en energieprestatie advies. Eco Reest BV is lid van de Vereniging Kwaliteitsborging Bodembeheer (VKB). Als aangesloten adviesbureau zorgen we samen met de andere leden voor een betere borging van kwaliteit in de uitvoering van (water)bodemonderzoek en -saneringen.
Naast kwaliteit is onafhankelijkheid van groot belang om onze opdrachtgever van dienst te zijn met het beste advies voor zijn vraagstuk.
2001-2002-2018
Verkennend bodem- en asbestonderzoek en actualiserend nader chemisch bodemonderzoek Brugstraat 153 en 154 te Klazienaveen (kenmerk: 210476)
Pagina 6 van 42
Wij merken dan ook op dat er geen functionele relatie bestaat tussen opdrachtgever en Eco Reest BV, hetgeen betekent dat het advies van Eco Reest onafhankelijk is van de belangen van de opdrachtgever en derden. Conform de eisen uit onze ethische code houdt Eco Reest alle gegevens geheim, waarvan wij kennisnemen als gevolg van de uitvoering van de werkzaamheden, behoudens in geval van wettelijke verplichtingen.
1.3
Kwaliteitsborging onderzoek
De bodemonderzoeksstrategie is opgesteld conform de geldende NEN normen en protocollen. De veldwerkzaamheden en laboratorium werkzaamheden zijn uitgevoerd volgens de actuele beoordelingsrichtlijn en accreditatieschema. In de volgende paragrafen worden de normen, beoordelingsrichtlijnen toegelicht.
1.3.1 Normen onderzoeksstrategie
In tabel 1.1 zijn de kwaliteitsnormen opgenomen, die zijn toegepast voor de bepaling van de bodemonderzoeksstrategieën. Tabel 1.1 Toegepaste onderzoeksnormen
Aspect onderzoek Strategie voor uitvoeren van milieu hygiënisch vooronderzoek Strategie voor uitvoeren van verkennend (chemisch) onderzoek Strategie voor uitvoeren van asbest onderzoek in bodem Strategie voor uitvoeren van asbest onderzoek in puin
Toegepaste norm NEN 5725:2017 NEN 5740:2009 + A1: 2016 NEN 5707:2015/C2:2017 NEN 5897:2015/C2:2017
Eventuele afwijkingen op de normen, die tijdens de uitvoering naar voren zijn gekomen, zijn beschreven in respectievelijk § 2.6 “Afwijkingen vooronderzoek” en § 3.6 “Afwijkingen strategie(ën)”.
1.3.2 Veldwerkzaamheden
Het onderzoek heeft plaatsgevonden onder procescertificaat op grond van de BRL SIKB 2000 “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek”, waarvoor Eco Reest BV Zuidwolde is gecertificeerd en erkend door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Het certificaatnummer is K96988/01, en de certificerende instelling is KIWA te Rijswijk. Het veldwerk heeft plaats gevonden conform SIKB 2001 “Plaatsen van handboringen en peilbuizen ten behoeve van het nemen van grond- en grondwatermonsters”, protocol 2002 “Het nemen van grondwatermonsters” en protocol 2018 “Maaiveldinspectie en monsterneming van asbest in bodem”. Opgemerkt wordt dat monstername van asbest in puin niet onder een erkenningsregeling valt. De werkzaamheden zijn uitgevoerd door gecertificeerde en erkende veldmedewerkers, zoals weergegeven op het titelblad. Eventuele afwijkingen op de normen en protocollen, die tijdens de uitvoering naar voren zijn gekomen zijn weergegeven in § 3.5 “Afwijkingen protocollen”.
2001-2002-2018
Verkennend bodem- en asbestonderzoek en actualiserend nader chemisch bodemonderzoek Brugstraat 153 en 154 te Klazienaveen (kenmerk: 210476)
Pagina 7 van 42
De bedrijf- en persoonserkenningen en het certificaatnummer zijn te verifiëren op de volgende website: https://www.bodemplus.nl/aanvragen/erkenningen/zoekmenu/
1.3.3 Laboratoriumwerkzaamheden
De chemische analyses zijn uitgevoerd conform de AS 3000 “Laboratoriumanalyses voor milieuhygiënisch bodemonderzoek”, waarvoor Eurofins Analytico B.V. is geaccrediteerd en erkend door het ministerie van I en W. Eurofins Analytico B.V. is een NEN-EN-ISO/IEC 17025 geaccrediteerd laboratorium, met certificaatnummer L010. Het certificaat is bijgevoegd in bijlage 6. De asbest analyses zijn uitgevoerd door ACMAA Laboratoria BV te Deurningen, die geaccrediteerd en erkend is door het ministerie van I en W. ACMAA Laboratoria BV is een NEN-EN-ISO/IEC 17025:2005 geaccrediteerd laboratorium, met certificaatnummer L376. Het certificaat is eveneens bijgevoegd in bijlage 6. De monsterconservering is uitgevoerd conform SIKB protocol 3001 “Conserveringsmethoden en conserveringstermijnen voor milieumonsters”. Eventuele afwijkingen op de normen, die tijdens de uitvoering van de analyses naar voren zijn gekomen, zijn beschreven in § 4.2 “Afwijkingen laboratoriumwerkzaamheden”.
1.4
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 worden de onderzoeksvragen beantwoord op basis van de resultaten van het vooronderzoek en wordt de onderzoekshypothese opgesteld. In de hoofdstukken 3 en 4 zijn de veldwerkzaamheden en waarnemingen tijdens het chemisch onderzoek beschreven, gevolgd door de toetsing van de analyseresultaten. De veldwerkzaamheden en waarnemingen tijdens het asbestonderzoek en door de toetsing van de analyseresultaten zijn beschreven in de hoofdstukken 5 en 6. In hoofdstuk 7 wordt de chemische bodemverontreiniging beoordeeld en in hoofdstuk 8 is een samenvatting opgenomen en zijn de conclusies en aanbevelingen weergegeven.
2001-2002-2018
Verkennend bodem- en asbestonderzoek en actualiserend nader chemisch bodemonderzoek Brugstraat 153 en 154 te Klazienaveen (kenmerk: 210476)
Pagina 8 van 42
2. VOORONDERZOEK (NEN 5725:2017) Vooronderzoek is de basis voor werkzaamheden die een uitspraak vereisen over de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. Ter plaatse hebben in het verleden meerdere bodemonderzoeken plaatsgevonden, waarvan verslag is gelegd in de volgende rapportages; -
Verkennend bodemonderzoek Brugstraat 153 te Klazienaveen, opdrachtnummer 63303, IJB funderingstechnologie b.v., 25 september 2000; Verkennend bodemonderzoek Brugstraat 154 te Klazienaveen rapportnummer 00-01-02, ECO-Reest b.v., 14 februari 2000; Nader bodemonderzoek Brugstraat 153 en 154 te Klazienaveen rapportnummer 020645, ECO-Reest b.v., 6 april 2005; Eerste en tweede fase nader bodemonderzoek Brugstraat 153 en 154 te Klazienaveen rapportnummer 050946, ECO-Reest b.v., 24 januari 2008; Aanvullend nader grondwateronderzoek Brugstraat 153 en 154 te Klazienaveen rapportnummer 081204, ECO-Reest b.v., 24 maart 2009.
-
Uit deze rapportages blijkt kort samengevat, dat ter plaatse van de locatie Brugstraat nr. 154 en het aangrenzende perceel nr. 153 sprake is van twee sterke grond- en grondwaterverontreinigingen met minerale olie en vluchtige aromaten. Ten behoeve van het opstellen van de opzet van het nader onderzoek wordt uitgegaan van het totaal resultaten van het hierboven genoemde voorgaande bodemonderzoek.
2.1
Systematiek vooronderzoek voor nader onderzoek
In het kader van het vooronderzoek voor het nader onderzoek wordt de bij het genoemde verkennend bodemonderzoek verkregen voorinformatie beoordeeld. Het doel van deze beoordeling is, na te gaan of op basis van de beschikbare voorinformatie antwoord kan worden gegeven op de, in de NEN5725:2017 geformuleerde onderzoeksvragen. Daarnaast heeft deze beoordeling tot doel na te gaan, welke aanvullende informatie nodig is voor het opstellen van het conceptueel model.
2.2
Samenvatting vooronderzoek
Uit de bovengenoemde voorgaande onderzoeken komt samenvattend het volgende naar voren. De locatie Brugstraat nr. 153 heeft een totale oppervlakte van circa 2.000 m2 en is in het verleden in gebruik geweest bij een garagebedrijf met een benzinestation. Ter plaatse is daarnaast sprake (geweest) van een werkplaats met ondergrondse opslag van afgewerkte olie, een bovengrondse HBO-tank en een wasplaats met olie/waterafscheider. Het buitenterrein is verhard met klinkers. Inpandig is ter plaatse van de showroom en de centraal op het terrein gelegen voormalige werkplaats sprake van betonvloeren. De voormalige showroom is geheel onderkelderd. De voormalige werkplaats aan de oostzijde van het terrein is alleen aan de noordzijde voorzien van een betonvloer. Het zuidelijk deel is verhard met tegels. In de huidige situatie is de bebouwing leegstaand. Voor het overige is de situatie ongewijzigd.
2001-2002-2018
Verkennend bodem- en asbestonderzoek en actualiserend nader chemisch bodemonderzoek Brugstraat 153 en 154 te Klazienaveen (kenmerk: 210476)
Pagina 9 van 42
De locatie Brugstraat nr. 154 heeft een totale oppervlakte van circa 1.800 m2 en is in het verleden in gebruik geweest bij een transportbedrijf. Ter plaatse is een woning en een loods met een betonvloer aanwezig. De loods is voorzien van een dak van asbest-golfplaten, zonder goten. Het buitenterrein is verhard met een laag puin van circa 20 tot 30 cm. Direct ten oosten van de loods is het buitenterrein plaatselijk verhard met beton, met puin er onder. Aan de noordoostzijde van het terrein is in 1991 een ondergrondse dieseltank met zand gevuld. De afleverpomp bevond zich bij de noordoosthoek van de loods. In de huidige situatie is de bebouwing (woning met loods) leegstaand. Voor het overige is de situatie ongewijzigd. Bij het voorgaande nader bodemonderzoek (Eco Reest nr. 020645 d.d. 7-4-2005) zijn ter plaatse van de werkplaats en de ondergrondse afgewerkte olietank licht verhoogde gehalten aan minerale olie en PAK in de grond gemeten. Bij de voormalige bovengrondse HBO-tank zijn destijds geen verhoogde gehalten aan minerale olie en/of vluchtige aromaten in de grond en het grondwater gemeten. De voormalige wasplaats met olie/waterafscheider is destijds niet onderzocht. Bij dit onderzoek zijn plaatselijk lichte bijmengingen met puin in de bodem waargenomen. Bij het eerste en tweede fase nader bodemonderzoek (Eco Reest nr. 050946, ECO-Reest b.v., d.d.
241-2008) zijn nabij de ondergrondse tanks van het voormalige benzinestation op nr. 153 sterke verontreinigingen met benzeen en xylenen in het freatische en het diepe(re) grondwater (5,0-5,5 mmv) aangetoond. Geconcludeerd werd, dat aan de zuidwestzijde van Brugstraat nr. 153, rond de ondergrondse tanks van het voormalige benzinestation sprake was van een sterk verontreinigd volume grondwater van circa 2.400 m3, dat de zuidelijke terreingrens van de locatie met de huidige onderzoekslocatie nr. 154 overschrijdt. Daarnaast werd geconcludeerd, dat aan de oostzijde van de locatie, rond de ondergrondse dieseltank op Brugstraat nr. 154 sprake was van een sterk met olieproducten verontreinigd volume grond van circa 600 m3 en een sterk verontreinigd grondwatervolume van circa 1.500 m3. Deze verontreiniging loopt over in de, ter plaatse van de voormalige werkplaats op nr. 153 geconstateerde bodemverontreiniging met olieproducten. Bij het aanvullend nader grondwateronderzoek (Eco Reest nr. 081204, d.d. 24-3-2009) is direct ten zuiden van de voormalige ondergrondse tanks van het benzinestation op nr. 153 een minifilter geplaatst (9,0-10,0 m-mv). In het grondwater uit dit minifilter is destijds alleen een licht verhoogd gehalte aan xylenen aangetoond. Bij het verkennend onderzoek is aangegeven dat de stroming van het freatisch grondwater westelijk tot noordwestelijk was gericht.
Ten aanzien van de bodem werd aangegeven dat deze tot circa 55 mmv uit fijne tot grove zanden bestond, met mogelijk een leemlaag op een diepte van circa 20 m-mv. Bij het nader onderzoek in 2002 is nabij de voormalige ondergrondse dieseltank op nr. 154 een leemlaag aangetroffen tussen circa 2,5 en 4,7 m-mv. Bij de tweede fase van het nader onderzoek in 2005 is ter plaatse een waterpas- en stijghoogtemeetronde uitgevoerd, waaruit echter geen eenduidige stromingsrichting van het freatisch grondwater was af te leiden.
2001-2002-2018
Verkennend bodem- en asbestonderzoek en actualiserend nader chemisch bodemonderzoek Brugstraat 153 en 154 te Klazienaveen (kenmerk: 210476)
Pagina 10 van 42
Op grond van het totaal aan beschikbare gegevens is de onderzoekslocatie beschouwd als verdacht voor de mogelijke aanwezigheid van chemische bodemverontreiniging. Ten aanzien van asbest wordt de locatie beschouwd als een verdachte locatie op basis van de ter plaatse van nr. 153 in de bodem waargenomen puin bijmengingen, alsmede de puinverharding ter plaatse van het buitenterrein van Brugstraat nr. 154.