Bijlage 1 - Bestemmingsplan Klazienaveen, Brugstraat 153-154 Toelichting, regels en bijlagen
Tekst van het document
5.5
Afwijkingen onderzoeksopzet
Tijdens de werkzaamheden hebben er geen afwijkingen plaats gevonden met betrekking tot de gehanteerde onderzoeksopzet en protocol.
2001-2002-2018
Verkennend bodem- en asbestonderzoek en actualiserend nader chemisch bodemonderzoek Brugstraat 153 en 154 te Klazienaveen (kenmerk: 210476)
Pagina 32 van 42
6. ANALYSERESULTATEN EN BESPREKING ASBESTONDERZOEK De monsters zijn ter analyse aangeboden aan het laboratorium voor vezelonderzoek ACMAA Laboratoria BV te Deurningen.
6.1
Analysemonsters
In tabel 6.1 zijn de geanalyseerde grond- puin en materiaalverzamelmonsters weergegeven. Tabel 6.1 Analysemonsters asbest
Terreindeel A4; Overige terreindelen nr. 153 B1; Overige terreindelen nr. 154
Monster
Diepte (m-mv)
Fractie
Hoeveelheid* Analyse
IP 1 t/m 5 IP 6 t/m 10
0,0-0,5 0,0-0,5
< 20 mm < 20 mm
15,6 kg 17,1 kg
NEN5898 grond NEN5898 grond
SL 1 t/m 5 SL11
0,0-0,5 0,5-1,0
< 20 mm < 20 mm
30,2 kg 29,7 kg
NEN5898 puin NEN5898 puin
Materiaal SL11
0,5-1,0
> 20 mm
759,79 gram
NEN5896
*droog gewicht
6.2
Analysemethoden en monsterbehandeling
6.2.1 Analyse asbest in bodem en puin (volgens NEN 5898)
De in het veld samengestelde grond- en puinmonsters zijn in emmers verpakt en aan het laboratorium aangeboden. De monsters zijn minimaal 24 uur in een stoof van 105°C gedroogd. Na het drogen is het percentage droge stof berekend en zijn de monsters gezeefd. Het zeven is gebeurd in een speciale zeefkast met afzuiging om geen asbestvezels in de ruimte te krijgen. In de zeefkast staan zeven met de volgende maaswijdtes onder elkaar opgesteld; bovenaan 20 mm, gevolgd door 8 mm, 4 mm, 2 mm, 1 mm, 0,5 mm. Geheel onderop is een opvangbak geplaatst voor het fijne materiaal (<0,5 mm). Na het zeven zijn de zeeffracties (al het materiaal dat op de zeef blijft liggen) > 20 mm, > 8 mm en > 4 mm volledig visueel afgezocht. Asbestverdachte materialen zijn (indien aanwezig) eruit gehaald en ter analyse aangeboden voor microscopie. Van de zeeffractie > 2 mm, > 1 mm en > 0,5 mm zijn verschillende hoeveelheden voor stereo-microscopie aangeboden. Van de zeeffractie > 2 mm wordt 50 % m.b.v. de stereomicroscoop afgezocht, van de zeeffractie > 1 mm 20 % en van de zeeffractie > 0,5 mm wordt 5 % afgezocht. De aangetroffen asbestverdachte materialen uit de verschillende zeeffracties zijn met polarisatiemicroscopie op asbestkenmerken onderzocht.
Als een materiaal asbesthoudend is, is het materiaal gewogen, en het gewichtspercentage van de betreffende asbestsoort op het totale gewicht van het materiaal geschat en wordt de hechtgebondenheid van de asbestvezels bepaald.
6.2.2 Analyse asbest in materiaal (volgens NEN 5896)
Materiaal(verzamel)monsters worden aangeboden in dubbel verpakte plasticzakken. Na het schoonmaken van de monsters zijn de monsters afhankelijk van de vochtigheid voor een bepaalde tijd gedroogd in een stoof bij 105°C. Na het drogen zijn de monsters geanalyseerd. Van materialen die eenzelfde asbestsamenstelling hebben is het totaalgewicht bepaald.
6.3
Toetsingskader asbest
In het verkennend onderzoek wordt het gehalte getoetst aan de interventiewaarde gecorrigeerd met een factor 2. Deze correctiefactor in een maat voor de betrouwbaarheid van het verkennend onderzoek in relatie tot het nader onderzoek. De interventiewaarde bodemsanering voor asbest en
2001-2002-2018
Verkennend bodem- en asbestonderzoek en actualiserend nader chemisch bodemonderzoek Brugstraat 153 en 154 te Klazienaveen (kenmerk: 210476)
Pagina 33 van 42
de restconcentratienorm voor asbesthoudende bulkmaterialen is vastgesteld op 100 mg/kg (gewogen), e.e.a. beschreven in de Circulaire Bodemsanering 2013.
6.4
Analysemonsters en concentraties
De door het laboratorium gemeten concentraties zijn weergegeven in tabel 6.2. Er moet worden opgemerkt dat de gemeten concentratie serpentijnasbest vermeerderd is met tienmaal de concentratie amfiboolasbest. Tabel 6.2 Analyses en resultaten
Terreindeel
Monster
Monstersoort
Analyse
A4; Overige terreindelen nr. 153
IP 1 t/m 5
B1; Overige terreindelen nr. 154
SL 1 t/m 5
Grond <20 mm Materiaal Grond <20 mm Materiaal Puin <20 mm Materiaal Puin <20 mm Materiaal
NEN 5898 NEN 5896 NEN 5898 NEN 5896 NEN 5898 NEN 5896 NEN 5898 NEN 5896
IP 6 t/m 10
SL11 (0,5-1,0) n.a = niet aangetoond n.w = niet waargenomen
Resultaat grond/puin gewogen in mg/kg d.s. n.a. n.a. 18 89 -
Resultaat mvm gewogen in mg/kg d.s. n.w. n.w. n.w. 176
Totaal grond/puin en materiaal in mg/kg d.s n.a. n.a. 18 265
Deellocatie A4; Overige terreindelen nr. 153 In de geanalyseerde mengmonsters van de bovengrond van de locatie (IP 1 t/m 5 en IP 6 t/m 10) is geen aan asbest aangetoond. Deellocatie B1; Overige terreindelen nr. 154 In het geanalyseerde mengmonster van het puin uit de sleuven SL 1 t/m 5, aan de (noord)westzijde van de locatie is een gehalte aan asbest aangetoond dat beneden de helft van de restconcentratienorm voor asbesthoudende bulkmaterialen ligt. Het betreft 12 deeltjes met 12,5 % hechtgebonden chrysotiel in de fracties 8-20 mm, 4-8 mm en 2-4 mm, 2 deeltjes asbestcement met 25% niet hechtgebonden chrysotiel en 3,5% niet hechtgebonden crocidoliet in de fractie 2-4 mm en 5 vezelbundels met 90 % niet hechtgebonden chrysotiel in de fracties 1-2 mm en 0,5-1 mm. In de fractie <0,5 mm zijn geen asbestverdachte vezels aangetoond. In het geanalyseerde mengmonster van het puin uit sleuf SL11 (0,5-1,0 m-mv), aan de oostzijde van de locatie is een gehalte aan asbest aangetoond dat boven de restconcentratienorm ligt. Het betreft 69 deeltjes asbestcement met 12,5 tot 17,5 % hechtgebonden chrysotiel in de fracties 8-20 mm, 4-8 mm, 2-4 mm, 1-2 mm en 0,5-1 mm. Op grond van de huidige resultaten is met betrekking tot terreindeel B1 formeel een nader asbestonderzoek aan de orde.
6.5
Afwijkingen laboratoriumwerkzaamheden
Er zijn geen afwijkingen naar voren gekomen bij de uitvoering van de laboratoriumwerkzaamheden.
2001-2002-2018
Verkennend bodem- en asbestonderzoek en actualiserend nader chemisch bodemonderzoek Brugstraat 153 en 154 te Klazienaveen (kenmerk: 210476)
Pagina 34 van 42
7. BEOORDELING VERONTREINIGING 7.1
Ontstaan van de verontreiniging
-
Voormalig tankstation nr. 153 en omgeving (huidig terreindeel A5); voormalige tankstationactiviteiten; tussen 1959 en 1970 (mogelijk tot 1975); Voormalige ondergrondse afgewerkte olietank nr. 153 (huidig terreindeel A2); mors- en lekverliezen bij het gebruik van de tank, vermoedelijk vanaf circa 1960, tot 1996; Voormalige ondergrondse dieseltank nr. 154 (huidig terreindeel B2); mors- en lekverliezen bij de bedrijfsvoering, naar alle waarschijnlijkheid (ruim) vóór 1987; Olie/waterafscheider op de terreingrens (huidig terreindeel A5); lekkage, vanaf circa 1970 (mogelijk reeds vanaf 1959).
Het ontstaan van de grond- en grondwaterverontreinigingen met minerale olie en vluchtige aromaten is in het kader van het voorgaande nader bodemonderzoek (Eco Reest, rapportnr. 050946, 24 januari 2008) als volgt beoordeeld;
-
Ten aanzien van de bij het huidige onderzoek geconstateerde grond- en grondwaterverontreiniging met olieproducten ter plaatse van de met beton verharde werkplaats op nr. 153 (terreindeel A4) merken wij op, dat deze bij voorgaand onderzoek niet zijn aangetoond. Destijds kon ter plaatse van dit terreindeel niet worden geboord, omdat het garagebedrijf nog in gebruik was. Op grond van het beschikbare totaal aan gegevens wordt ervan uitgegaan, dat deze verontreiniging in dezelfde periode als de hierboven omschreven verontreinigingen is ontstaan. Waarschijnlijk is deze verontreiniging ontstaan vóór de aanleg van de betreffende betonvloer. Op basis van deze historische informatie is het zorgplichtbeginsel niet van toepassing en dient de saneringsnoodzaak te worden vastgesteld middels het volumecriterium.
7.2
Beoordeling geval van verontreiniging
Verschillende verontreinigde grondgebieden worden tezamen tot één geval van verontreiniging gerekend, indien de grondgebieden waarop de verontreinigingen zich voordoen een technische, organisatorische en ruimtelijke samenhang hebben. Op basis van het totaal aan gegevens van voorgaand onderzoek (Eco Reest, rapportnr. 050946, 24 januari 2008) en het huidige onderzoek is ter plaatse van de locatie Brugstraat 153-154 sprake van vier gevallen van (ernstige) bodemverontreiniging (waarvan er drie in elkaar overlopen).
7.3
Omvangsbepaling
Bodemverontreiniging vm. tankstation nr. 153 (Deellocatie A5) Op basis van de huidige resultaten is ter plaatse van het voormalige benzinestation op nr. 153 (deellocatie A5) geen sprake van sterke verontreiniging met minerale olie en/of vluchtige aromaten in de grond en/of het freatisch grondwater. Ingeschat wordt, dat ter plaatse over een oppervlakte van circa 50 m2 sprake is van lichte verontreiniging met minerale olie en/of vluchtige aromaten in de grond en het freatsch grondwater. Het betreft een volume licht met minerale olie en/of vluchtige aromaten verontreinigde grond van naar schatting circa 50 m3 en een licht met minerale olie en/of vluchtige aromaten verontreinigd bodemvolume freatisch grondwater van naar schatting circa 250 m3.
2001-2002-2018
Verkennend bodem- en asbestonderzoek en actualiserend nader chemisch bodemonderzoek Brugstraat 153 en 154 te Klazienaveen (kenmerk: 210476)
Pagina 35 van 42
Mede gelet op de resultaten van voorgaand onderzoek (Eco Reest nr. 050946, d.d. 24-1-2008 en nr. 081204, d.d. 24-3-2009) kan echter niet worden uitgesloten dat ter plaatse sprake is van sterke verontreiniging met minerale olie en/of vluchtige aromaten in de diepere ondergrond en/of het diepe(re) grondwater, tussen circa 5,0 en 10,0 m-mv en/of mogelijk beneden 10,0 m-mv. Bodemverontreiniging vm. ondergrondse dieseltank nr. 154 (Deellocatie B2), voormalige ondergrondse afgewerkte olietank nr. 153 (Deellocatie A2) en olie/waterafscheider op de terreingrens (Deellocatie A5) Bij voorgaand onderzoek (zie ook paragraaf 2.4) is geconstateerd, dat ter plaatse van de voormalige ondergrondse dieseltank op nr. 154, de voormalige ondergrondse afgewerkte olietank op nr. 153 en de olie/waterafscheider op de terreingrens sprake was van drie sterke grond- en grondwaterverontreinigingen die in elkaar overliepen. Bij het huidige onderzoek zijn de, bij voorgaand onderzoek in de grond en het grondwater bij de ondergrondse diesel- en afgewerkte olietanks, alsmede de olie/waterafscheder op de terreingrens aangetoonde sterke verontreinigingen in de grond en het grondwater in grote lijnen bevestigd. Daarnaast is bij het huidige onderzoek echter tevens sterke verontreiniging met minerale olie aangetoond in de grond ter plaatse van de met beton verharde werkplaats (deellocatie A4).
De sterke grondverontreiniging met olieproducten onder de werkplaats loopt over in de eerder aangetoonde verontreinigingen bij de ondergrondse diesel- en afgewerkte olietanks en de olie/waterafscheder op de terreingrens en is aan de (zuid)west- en noordwestzijden niet afgeperkt. Op basis van het huidige totaal aan gegevens is ter plaatse over een oppervlakte van circa 630 m2 sprake van grondverontreiniging met olieproducten, warvan circa 330 m2 sterk verontreinigd is. Het betreft naar schatting circa 2.000 m3 met olieproducten verontreinigde grond, waarvan circa 1.000 m3 sterk verontreinigd is. In het grondwater is ter plaatse over een oppervlakte van circa 800 m2 sprake van verontreiniging met olieproducten, waarvan circa 300 m2 sterk verontreinigd is. Het betreft een bodemvolume grondwater van naar schatting circa 3.000 m3 met olieproducten verontreinigde grond, waarvan circa 600 m3 sterk verontreinigd is. De grond- en grondwaterverontreinigingen met minerale olie en vluchtige aromaten zijn in bijlage 1.2.2. en 1.2.3 grafisch weergegeven met behulp van verontreinigingscontouren.
7.4
Gevalsdefinitie
Er is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging in de zin van de Wet bodembescherming als er meer dan 25 m3 grond en/of 100 m3 bodemvolume grondwater verontreinigd is met een gemiddelde concentratie boven de interventiewaarde (overschrijding van het volumecriterium). Op grond van het huidige totaal aan gegevens is ter plaatse van het voormalige benzinestation (deellocatie A5) geen sprake van overschrijding van de interventiewaarde in de grond en het freatisch grondwater. Deze verontreiniging is derhalve (vooralsnog) aan te merken als niet (potentieel) ernstig. De ter plaatse van de voormalige ondergrondse dieseltank op nr. 154 (Deellocatie B2), de voormalige ondergrondse afgewerkte olietank nr. 153 (Deellocatie A2) en de olie/waterafscheider op de
2001-2002-2018
Verkennend bodem- en asbestonderzoek en actualiserend nader chemisch bodemonderzoek Brugstraat 153 en 154 te Klazienaveen (kenmerk: 210476)
Pagina 36 van 42
terreingrens (Deellocatie A5) aangetoonde volumina aan sterke grond- en grondwaterverontreiniging met minerale olie en vluchtige aromaten overschrijden de bovengenoemde criteria en betreffen derhalve een ernstig geval van bodemverontreiniging, waarvoor een wettelijke noodzaak tot sanering bestaat.
7.5
Risicobeoordeling verontreiniging (ernst en spoed)
Indien is vastgesteld, dat op de onderzochte locatie sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging, is het uitvoeren van een modelmatige risicobeoordeling aan de orde. De risicobeoordeling heeft tot doel, om te bepalen of er als gevolg van het vastgestelde geval van ernstige bodemverontreiniging onaanvaardbare humane, ecologische en/of verspreidingsrisico’s aan de orde zijn. Indien een op basis van de risicobeoordeling een onaanvaardbaar risico wordt vastgesteld, wordt het saneringscriterium overschreden en wordt de verontreiniging aangemerkt als spoedeisend. De risicobeoordeling is uitgevoerd met behulp van het computerprogramma Web-based Sanscrit (Sanscrit.nl). Bij de risicobeoordeling is de locatie als volgt beschouwd: Huidig terreingebruik; ander groen, bebouwing, infrastructuur, industrie (bedrijfsterrein); Toekomstig terreingebruik; wonen met tuin. De beoordelingen zijn gebaseerd op de analyseresultaten voor minerale olie in de grond ter plaatse van de meetpunten 509, 510, 515, 533 en 535, alsmede het grondwater uit de peilbuizen nrs. 510, 526 en 528. Uit de risicobeoordelingen blijkt het volgende: Als gevolg van de grond- en grondwaterverontreiniging met olieproducten op de locatie wordt voor zowel het huidige gebruik (bedrijfsterrein) als het (worst-case) toekomstige gebruik een onaanvaardbaar humaan risico berekend.
Deze zijn te relateren aan overschrijdingen van het MTR (Maximaal Toelaatbaar Risico) en overschrijdingen van de TCL (Totale Concentratie in de Lucht), als gevolg van uitdamping van minerale olie-fracties naar de binnenlucht. Ter plaatse is geen sprake van onaanvaardbare ecologische en/of verspreidingsrisico’s. Op basis van de uitgevoerde risicobeoordelingen is de ter plaatse aangetoonde ernstige verontreiniging met minerale olie in de grond en in het grondwater voor zowel het huidige gebruik (bedrijfsterrein) als het (worst-case) toekomstige gebruik (wonen) formeel aan te merken als spoedeisend. De uitvoer van Sanscrit is opgenomen in bijlage 6.
2001-2002-2018
Verkennend bodem- en asbestonderzoek en actualiserend nader chemisch bodemonderzoek Brugstraat 153 en 154 te Klazienaveen (kenmerk: 210476)
Pagina 37 van 42
8. SAMENVATTING EN CONCLUSIES De doelstelling van het bodemonderzoek is bereikt. In dit hoofdstuk vindt u de samenvatting van de onderzoeksresultaten, en de conclusies en aanbevelingen die daaruit voortvloeien.
8.1
Samenvatting
Door Eco Reest BV is een verkennend milieukundig bodem- en asbestonderzoek en een actualiserend nader chemisch bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van een locatie aan de Brugstraat 153 en 154 te Klazienaveen. Aanleiding tot het verkennend bodem- en asbestonderzoek is de voorgenomen transactie (aankoop) van de locaties, ten behoeve van herontwikkeling voor woningbouw. Daarnaast is het feit dat de voorgaande onderzoeksrapporten gedateerd zijn aanleiding tot het huidige onderzoek. Doel van het verkennend chemisch onderzoek is een indruk te verkrijgen omtrent de eventuele aanwezigheid van verontreinigingen in de grond en in het grondwater van het onderzoeksterrein. Dit gebeurt teneinde te bepalen of er vanuit milieuhygiënisch oogpunt belemmeringen bestaan voor het toekomstige gebruik van de locatie (wonen). Doel van het asbestonderzoek is om met een relatief geringe onderzoeksinspanning na te of de verdenking op verontreiniging van de bodem met asbest terecht is. Aanleiding tot het actualiserend nader bodemonderzoek is de voorgenomen transactie (aankoop) van de locatie, in relatie tot de resultaten voorgaand bodemonderzoek (Eco Reest, rapporten nrs. 0001-002, d.d. 14-2-2000, 020645 d.d. 7-4-2005, 050946, d.d. 24-1-2008, 081204, d.d. 24-3-2009 en IJB funderingstechnologie, nr. 63303, d.d. 25-9-2000).
Uit deze rapportages blijkt kort samengevat, dat ter plaatse van de locatie Brugstraat nr. 154 en het aangrenzende perceel nr. 153 sprake is van twee sterke grond- en grondwaterverontreinigingen met minerale olie en vluchtige aromaten. Doel van het actualiserend nader onderzoek is het bepalen van de actuele omvang en ernst van de bodemverontreiniging en mate van spoed van sanering van de bij voorgaand onderzoek geconstateerde sterke verontreinigingen met minerale olie en vluchtige aromaten in de grond en het grondwater ter plaatse van het onderzoeksterrein. Vooronderzoek De locatie Brugstraat nr. 153 heeft een totale oppervlakte van circa 2.000 m2 en is in het verleden in gebruik geweest bij een garagebedrijf met een benzinestation. Het buitenterrein is verhard met klinkers. Inpandig is ter plaatse van de (onderkelderde) showroom en de centraal op het terrein gelegen voormalige werkplaats sprake van betonvloeren. De voormalige werkplaats aan de oostzijde van het terrein is alleen aan de noordzijde voorzien van een betonvloer, het zuidelijk deel is verhard met tegels. De locatie Brugstraat nr. 154 heeft een totale oppervlakte van circa 1.800 m2 en is in het verleden in gebruik geweest bij een transportbedrijf. Ter plaatse is een woning en een loods met een betonvloer aanwezig. De loods is voorzien van een dak van asbest-golfplaten, zonder goten.
Het buitenterrein is verhard met een laag puin van circa 20 tot 30 cm. Direct ten oosten van de loods is het buitenterrein
2001-2002-2018
Verkennend bodem- en asbestonderzoek en actualiserend nader chemisch bodemonderzoek Brugstraat 153 en 154 te Klazienaveen (kenmerk: 210476)
Pagina 38 van 42
plaatselijk verhard met beton, met puin er onder. Aan de noordoostzijde van het terrein is in 1991 een ondergrondse dieseltank met zand gevuld. Veldwerkzaamheden Uit de veldwerkzaamheden blijkt dat de bodem van de onderzochte locatie tot circa 2,0 m-mv opgebouwd is uit matig fijn zand en veen, gevolg door sterk zandige leem tot circa 3,2 m-mv. Het grondwaterniveau is tijdens het onderzoek vastgesteld tussen 0,95 en 1,5 m-mv. Tijdens het veldwerk zijn met name centraal op het terrein diverse lichte tot sterke olie/waterreacties in de bodem waargenomen. Bij de beoordeling van het terrein en het opgeboorde materiaal is ook speciaal gelet op asbest(houdende) materialen. Bij de uitvoering van het veldwerk is aan de oostzijde van de locatie Brugstraat nr. 154 asbestverdacht materiaal op het maaiveld waargenomen. Uit de chemische analyses is het volgende naar voren gekomen: Locatie A; Brugstraat nr. 153 Deellocatie A1; Voormalige werkplaats, circa 300 m2 In de bovengrond van mp. 507 en 508 zijn geen gehalten aan de onderzochte parameters gemeten boven de achtergrondwaarden en/of detectiegrenzen. In de bovengrond van mp. 506 overschrijdt het gehalte aan minerale olie (C10-C40) de achtergrondwaarde. In het grondwater uit peilbuis 506 overschrijdt het gehalte aan zink de streefwaarde. Deellocatie A2; Voormalige ondergrondse afgewerkte olietank In de ondergrond van mp.
509 tank overschrijdt het gehalte aan minerale olie (C10-C40) de interventiewaarde. Daarnaast zijn in dit monster (licht) verhoogde gehalten aan vluchtige aromaten (BTEXN) en vluchtige minerale olie (C5-C10) aangetoond. In de ondergrond van mp. 510 overschrijdt het gehalte aan minerale olie (C10-C40) de interventiewaarde. In het grondwater uit peilbuis 510 overschrijdt het gehalte aan minerale olie (C10-C40) de interventiewaarde en overschrijden de gehalten aan vluchtige aromaten (BTEXN) de streefwaarden. Daarnaast is een verhoogd gehalte aan vluchtige minerale olie (C5-C10) aangetoond. Deellocatie A3; Voormalige wasplaats met olie/waterafscheider, circa 100 m2 In de zintuiglijk niet verontreinigde bovengrond van mp. 501 t/m 503 zijn geen gehalten aan de onderzochte parameters gemeten boven de achtergrondwaarden en/of detectiegrenzen. In de zintuiglijk niet verontreinigde ondergrond van mp. 504 is geen verhoogd gehalte aan minerale olie (C10-C40) gemeten boven de achtergrondwaarde en/of detectiegrens. In het grondwater uit peilbuis 504 overschrijden de gehalten aan barium, tetrachlooretheen, xylenen en naftaleen de streefwaarden. Deellocatie A4; Overige terreindelen nr. 153, circa 2.000 m2 In de bovengrond (mp. 540, 542, 543, 544, mp. 545 t/m 548 en mp. 530) zijn geen gehalten aan de onderzochte parameters gemeten boven de achtergrondwaarden en/of detectiegrenzen.
In de ondergrond van mp. 532 en 533 overschrijden de gehalten aan minerale olie (C10-C40) de achtergrondwaarde. In de onderliggende laag (1,5-2,0 m-mv) van mp. 533 overschrijdt het gehalte aan minerale olie (C10-C40) de interventiewaarde. In de ondergrond van mp. 535 overschrijdt het gehalte aan minerale olie (C10-C40) de interventiewaarde. Daarnaast overschrijden de gehalten aan
2001-2002-2018
Verkennend bodem- en asbestonderzoek en actualiserend nader chemisch bodemonderzoek Brugstraat 153 en 154 te Klazienaveen (kenmerk: 210476)
Pagina 39 van 42
vluchtige aromaten achtergrondwaarden en is een verhoogd gehalte aan vluchtige minerale olie (C5C10) aangetoond. In het grondwater uit de peilbuizen nrs. 533 en 535 overschrijden de gehalten aan minerale olie (C10-C40) en vluchtige aromaten de streefwaarden. In het grondwatermonster uit peilbuis nr. 533 is tevens een verhoogd gehalte aan vluchtige minerale olie (C5-C10) aangetoond. In het grondwater uit peilbuis 534 overschrijden de gehalten aan minerale olie (C10-C40), tetrachlooretheen, xylenen en naftaleen de streefwaarden. Deellocatie A5; Bodemverontreiniging vm. tankstation nr. 153 In de ondergrond van mp. 539, nabij de tanks overschrijdt het gehalte aan minerale olie de achtergrondwaarde. In de onderliggende laag (1,5-2,0 m-mv) van mp. 539 overschrijdt het gehalte aan minerale olie (C10-C40) eveneens de achtergrondwaarde. In de ondergrond van mp. 536 t/m 538, rond de tanks is geen verhoogd gehalte aan minerale olie (C10-C40) gemeten boven de achtergrondwaarde en/of detectiegrens. In het grondwater uit peilbuis 539 overschrijdt het gehalte aan vluchtige aromaten (BTEXN) de streefwaarde. Minerale olie (C10-C40) en/vluchtige minerale olie (C5-C10) zijn niet verhoogd gemeten ten opzichte van de betreffende detectiegrenzen. In de ondergrond van mp. 526, bij de olie/waterafscheider op de terreingrens overschrijdt het gehalte aan minerale olie (C10-C40) de interventiewaarde.
Daarnaast is een verhoogd gehalte aan vluchtige minerale olie (C5-C10) aangetoond. Vluchtige aromaten (BTEXN) zijn niet verhoogd gemeten boven de achtergrondwaarden en/of detectiegrenzen. In het grondwater uit peilbuis 526 overschrijden de gehalten aan minerale olie (C10-C40) en vluchtige aromaten de interventiewaarden. Tevens is een verhoogd gehalte aan vluchtige minerale olie (C5-C10) aangetoond. Deellocatie B1; Overige terreindelen nr. 154, met puinverharding, circa 1.800 m2 In de bovengrond van mp. 520 en 523 overschrijden de gehalten aan minerale olie, zware metalen en PAK de achtergrondwaarden. In de bovengrond van mp. 511, 514, 521, 525 en mp. 516, 518, 519, 529) overschrijden de gehalten aan minerale olie, lood en/of PAK de achtergrond-waarden. In het grondwater uit peilbuis 516 overschrijden de gehalten aan molybdeen en naftaleen de streefwaarden. Deellocatie B2; Bodemverontreiniging vm. ondergrondse dieseltank nr. 154 In de ondergrond van mp. 515, nabij de voormalige ondergrondse tank overschrijdt het gehalte aan minerale olie (C10-C40) de interventiewaarde. In de ondergrond van mp. 528 en 527, op circa 3 meter ten oosten en 10 meter ten zuidoosten van de voormalige ondergrondse tank overschrijden de gehalten aan minerale olie (C10-C40) de achtergrondwaarde.
In het grondwater uit peilbuis 528 overschrijdt het gehalte aan minerale olie (C10-C40) de interventiewaarde en overschrijdt het gehalte aan vluchtige aromaten (BTEXN) de streefwaarde. Vluchtige minerale olie (C5-C10) is niet verhoogd gemeten.
2001-2002-2018
Verkennend bodem- en asbestonderzoek en actualiserend nader chemisch bodemonderzoek Brugstraat 153 en 154 te Klazienaveen (kenmerk: 210476)
Pagina 40 van 42
In het grondwater uit de peilbuizen 527 en 529, op circa 10 meter ten zuidoosten en oosten van de tank overschrijden de gehalten aan minerale olie (C10-C40) en/of vluchtige aromaten (BTEXN) de streefwaarden. Vluchtige minerale olie (C5-C10) is niet verhoogd gemeten. Uit de asbestanalyses is het volgende naar voren gekomen: Deellocatie A4; Overige terreindelen nr. 153 In de bovengrond (IP 1 t/m 5 en IP 6 t/m 10) is geen aan asbest aangetoond. Deellocatie B1; Overige terreindelen nr. 154 In het puin uit de sleuven SL 1 t/m 5 is een gehalte aan asbest aangetoond dat beneden de helft van de restconcentratienorm ligt. In het puin uit sleuf SL11 (0,5-1,0 m-mv) is een gehalte aan asbest aangetoond dat boven de (helft van de) restconcentratienorm ligt.
8.2
Conclusies
Verkennend chemisch bodemonderzoek Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat de boven- en ondergrond en in het grondwater overschrijdingen van de achtergrond- en streefwaarden uit de Wet bodembescherming zijn aangetoond. Ter plaatse van het zuidelijk deel van de met beton verharde werkplaats op nr. 153 (deellocatie A4) overschrijden de gehalten aan minerale olie in de grond de interventiewaarde. De hier aangetoonde grond- en grondwaterverontreiniging met olieproducten vormt één geheel met de bij eerder onderzoek aangetoonde bodemverontreiniging ter plaatse van de ondergrondse afgewerkte olie- en dieseltank(s) en de olie/waterafscheider op de terreingrens (deellocaties A2, B2 en A5). Op grond van het huidige totaal aan gegevens wordt de onderzoekshypothese, zijnde verdachte locatie(s), met betrekking tot de voormalige werkplaats op nr. 153 (deellocatie A1), de voormalige wasplaats met olie/waterafscheider op nr. 153, en de overige terreindelen van nr. 153 en 154 (deellocaties A4 en B1) bevestigd. Actualiserend nader chemisch bodemonderzoek Bodemverontreiniging vm. tankstation nr. 153 (Deellocatie A5) Op basis van de huidige resultaten is ter plaatse geen sprake van sterke verontreiniging met minerale olie en/of vluchtige aromaten in de grond en/of het freatisch grondwater.
Het betreft een volume licht met minerale olie en/of vluchtige aromaten verontreinigde grond van naar schatting circa 50 m3 en een licht met minerale olie en/of vluchtige aromaten verontreinigd bodemvolume freatisch grondwater van naar schatting circa 250 m3. Op grond van het huidige totaal aan gegevens is ter plaatse geen sprake van overschrijding van de interventiewaarde in de grond en het freatisch grondwater. Deze verontreiniging is derhalve (vooralsnog) aan te merken als niet (potentieel) ernstig. Mede gelet op de resultaten van voorgaand onderzoek kan echter niet worden uitgesloten dat ter plaatse, als gevolg van de activiteiten van het voormalige benzinestation, sprake is van sterke verontreiniging met minerale olie en/of vluchtige aromaten in de diepere ondergrond en/of het diepe(re) grondwater, tussen circa 5,0 en 10,0 m-mv en/of mogelijk beneden 10,0 m-mv.
2001-2002-2018
Verkennend bodem- en asbestonderzoek en actualiserend nader chemisch bodemonderzoek Brugstraat 153 en 154 te Klazienaveen (kenmerk: 210476)
Pagina 41 van 42
Bodemverontreiniging vm. ondergrondse dieseltank nr. 154 (Deellocatie B2), voormalige ondergrondse afgewerkte olietank nr. 153 (Deellocatie A2) en olie/waterafscheider op de terreingrens (Deellocatie A5) Bij voorgaand onderzoek is geconstateerd, dat ter sprake was van drie sterke grond- en grondwaterverontreinigingen die in elkaar overliepen. Bij het huidige onderzoek zijn de, bij voorgaand onderzoek aangetoonde sterke verontreinigingen in de grond en het grondwater in grote lijnen bevestigd. Daarnaast is bij het huidige onderzoek echter tevens sterke verontreiniging met minerale olie aangetoond in de grond ter plaatse van de met beton verharde werkplaats (deellocatie A4), welke overloopt in de eerder aangetoonde verontreinigingen bij de ondergrondse diesel- en afgewerkte olietanks en de olie/waterafscheider op de terreingrens. De thans ter plaatse van de met beton verharde werkplaats aangetoonde verontreiniging is aan de (zuid)west- en noordwestzijden niet afgeperkt. Op basis van het huidige totaal aan gegevens is ter plaatse sprake van naar schatting circa 2.000 m3 met olieproducten verontreinigde grond, waarvan circa 1.000 m3 sterk verontreinigd is. In het grondwater betreft het een met olieproducten verontreinigd bodemvolume grondwater van naar schatting circa 3.000 m3, waarvan circa 600 m3 sterk verontreinigd is.
De ter plaatse aangetoonde volumina aan sterke grond- en grondwaterverontreiniging met minerale olie en vluchtige aromaten overschrijden de bovengenoemde criteria en betreffen derhalve een ernstig geval van bodemverontreiniging, waarvoor een wettelijke noodzaak tot sanering bestaat. De grond- en grondwaterverontreinigingen met minerale olie en vluchtige aromaten zijn op grond van het voorgaande nader bodemonderzoek ontstaan als gevolg van de garage- en tankstationactiviteiten en lek- en morsverliezen bij het gebruik van ondergrondse tanks, in hoofdzaak vóór 1987. Uit de risicobeoordelingen blijkt, dat als gevolg van de grond- en grondwaterverontreiniging met olieproducten op de locatie voor zowel het huidige gebruik (bedrijfsterrein) als het (worst-case) toekomstige gebruik onaanvaardbare humane risico’s worden berekend. Deze zijn te relateren aan overschrijdingen van het MTR (Maximaal Toelaatbaar Risico) en overschrijdingen van de TCL (Totale Concentratie in de Lucht), als gevolg van uitdamping van minerale olie-fracties naar de binnenlucht. Op basis hiervan is de ter plaatse aangetoonde ernstige verontreiniging met minerale olie in de grond en in het grondwater formeel aan te merken als spoedeisend. Verkennend asbestonderzoek Op basis van de onderzoeksresultaten van het asbestonderzoek concluderen wij dat in de geanalyseerde mengmonsters van de bovengrond van Brugstraat nr.
153 geen asbest is aangetoond. Het gemeten gehalte aan asbest in sleuven 1 t/m 5, aan de westzijde van Brugstraat 154, is gelegen beneden de helft van de restconcentratienorm voor asbesthoudende bulkmaterialen. Het ter plaatse van sleuf 11, aan de oostzijde van Brugstraat nr. 154 aangetoonde gehalte aan asbest ligt boven (de helft van) restconcentratienorm voor asbesthoudende bulkmaterialen. Daarnaast wordt opgemerkt dat ter plaatse van sleuven 8, 9 en 12, nabij sleuf 11 eveneens asbestverdachte plaatmaterialen zijn aangetroffen. Van sleuven 8, 9 en 12 zijn geen analyses verricht.
2001-2002-2018
Verkennend bodem- en asbestonderzoek en actualiserend nader chemisch bodemonderzoek Brugstraat 153 en 154 te Klazienaveen (kenmerk: 210476)
Pagina 42 van 42
De hypothese “verdachte locatie asbest in grond” wordt op grond van de resultaten van het huidige asbest-onderzoek met betrekking tot het buitenterrein van Brugstraat nr. 153 (deellocatie A4) verworpen. Met betrekking tot het buitenterrein van Brugstraat nr. 154 (deellocatie B1) wordt de hypothese “verdachte locatie” op grond van de resultaten van het huidige asbestonderzoek bevestigd. Op grond van de huidige resultaten is met betrekking tot het oostelijk deel van Brugstraat nr. 154 (deellocatie B1; SL11 e.o.) formeel een nader asbestonderzoek aan de orde Het verkennend asbestonderzoek is echter uitgevoerd middels het graven van sleuven, hetgeen een representatiever beeld geeft dan het graven van inspectieputten. Onderhavig onderzoek geeft ons inziens een voldoende representatief beeld van de verontreinigingssituatie op het oostelijk terreindeel van Brugstraat 154. De gehele puinverharding aldaar wordt beschouwd als (heterogeen) verontreinigd met asbest. Geadviseerd wordt, in overleg met het bevoegd gezag, de gehele puinverharding op het oostelijk terreindeel te saneren.
8.3
Aanbevelingen
-
Het plaatsen van een diepe(re) peilbuis nabij de ondergrondse tanks van het benzinestation op nr. 153 (deellocatie A5), teneinde na te gaan of ter plaatse sprake is van (sterke) verontreiniging met minerale olie en/of vluchtige aromaten in de grond en/of het grondwater tussen circa 5 en 10 m-mv; Het uitvoeren van aanvullende boringen, teneinde de sterke grondverontreiniging met minerale olie onder de betonvloer van de werkplaats aan de zuidzijde van Brugstraat nr. 153 (deellocatie A4) aan de (zuid)west- en noordwestzijden verder af te perken;
Op basis van het totaal aan resultaten van het huidige onderzoek adviseren wij het volgende;
-
Als er vragen zijn naar aanleiding van het onderzoek dan kunt u contact opnemen met ons bureau. Eco Reest BV ing. M.B. van den Broek
2001-2002-2018
Verkennend bodem- en asbestonderzoek en actualiserend nader chemisch bodemonderzoek Brugstraat 153 en 154 te Klazienaveen (kenmerk: 210476)
BIJLAGE 1
Behoort bij rapport: Brugstraat 153 en 154 Klazienaveen Project: 210476