251218 Gemeente Emmen Raadsvergadering
Tekst van het document
Zij hebben weleens wat stukken gepubliceerd over nieuwbouwplannen voor huisvesting. Wij praten veel met Treant, niet alleen over een inhoudelijk commitment en betrokkenheid als het gaat over een programmalijn binnen de Greenwise Campus. Want daar acteren ze gewoon in. Maar ook als het gaat over vraagstukken rondom parkeren en hun huisvesting. Voor verdere besluitvorming van Treant over zaken die Treant aangaan, verwijs ik dan maar naar Treant, voorzitter.
30
De heer De Jonge (VVD): Wij hebben een redelijk duidelijke vraag gesteld. Dat gaat erom of ú vertrouwen hebt. En dat is heel makkelijk: dat is een ‘ja’ of een ‘nee’. De heer Wanders (wethouder): Ik heb vertrouwen in de goede gesprekken die wij hebben met Treant. Voorzitter, dan tot slot. De campusontwikkeling in Emmen raakt meer dan alleen stenen en plannen. Het gaat om de toekomst van onze regio. We zitten in een situatie waar we wat het college betreft niet ambitieus genoeg kúnnen zijn op dit thema. Door onderwijs en onderzoek, ondernemerschap en innovatie samen op één plek te brengen, creëren we een basis voor duurzame groei en nieuwe kansen voor onze inwoners. Dit versterkt onze economie, trekt nieuwe investeringen aan en zorgt voor banen, kennisontwikkeling, versnelt vernieuwing en maakt Emmen en de regio aantrekkelijk om te leren, te werken en te ondernemen. We bouwen hiermee aan onze toekomst, aan nieuwe voorzieningen en het behoud van voorzieningen. Want dat is ook waarom we die schaalsprong willen maken. De stappen die we zetten, zijn soms ingewikkeld, maar altijd gericht op een helder doel en we willen het verder laten uitgroeien tot een plek waar innovatie, leefbaarheid én brede welvaart hand in hand gaan. Dank u wel. De heer Wittendorp (CDA): Ja, voorzitter, de wethouder sprak over de masterplanning, dat die tijd kost.
In de commissie was toegezegd dat we die volgend jaar mogen verwachten. December 2026 is ook volgend jaar. Maar ik zou nog graag even van de wethouder horen dat het volgend jaar gaat lukken. De heer Wanders (wethouder): Dat hebben wij toegezegd. De heer Bosma (Hart voor Emmen): Ja, voorzitter, de wethouder heeft het een paar keer gehad over ambitieus. Ik maak me toch wel enigszins zorgen. We hebben totáál geen inzicht in wat het gaat kosten. Als je toch iets gaat ontwikkelen en je maakt de planning en je hebt het zelfs al over een coffee to go, dan moet er toch ergens iets zijn wat het in totaliteit ongeveer gaat kosten? Ik bedoel, je gaat toch niet zo een vrijbrief geven? Ik snap wel dat alles nog een keer uitgebreid aan de orde komt, maar je wilt toch van tevoren weten wat het ongevéér gaat kosten? Dat lijkt me toch niet meer dan billijk? Ik denk ook even bijvoorbeeld aan de 16 miljoen die naar Facet gaat. Wat gaat zoiets [als de Greenwise Campus] wel niet helemaal kosten? Ik kan me er helemaal geen voorstelling van maken. Maar daar zou ik toch graag een antwoord op willen. De heer Wanders (wethouder): Ja, voorzitter, wij hebben in de Begroting voor u al een aantal jaren een soort raambedrag vastgesteld. Maar daarbij ook de opmerking gemaakt dat die kosten niet allemaal, maar zelfs voor het merendeel niet allemaal door de gemeente zullen worden gedragen.
En wij volgen de ontwikkelingen. U kunt zich voorstellen dat als daar in dat gebied nog meer gaat gebeuren dan wij kunnen voorzien op korte termijn, dat wij dat op dat moment [gaan bekijken]. Want wij proberen een uitnodigend gebied te creëren. Daarop proberen wij een visie mee te geven, juist om mensen over te enthousiasmeren, instellingen over te enthousiasmeren om die stap te willen zetten. Als de scholen daar gaan bouwen, kost een school ik schat 100 miljoen, 120 miljoen. Maar die betalen wij niet. Tegelijkertijd gaan we met elkaar wel afspraken over in welke vorm je kunt ontsluiten et cetera, maar ook vraagstukken die sowieso op de rol waren gekomen: Emmen Bereikbaar rondom de Rondweg is ook aan de orde. Dus wij proberen die dingen te combineren, dat vraagt tijd. Daarom staan hier ook geen plannen in, want wij hebben nog niks ontwikkeld. Wat we ontwikkeld hebben, is een visie op een gebied waarin wij met elkaar de campus zien landen en welke zaken daar wel en welke zaken daar niet kunnen. En of je dat dan te ambitieus vindt? Je kunt ook beginnen bij geen ambities, maar dan weten we zeker dat we ook niet veel verder gaan komen. De voorzitter: Oké. Tot zover de eerste termijn. Dank u wel, wethouder. Dan zou ik de gelegenheid willen geven voor de tweede termijn, waarbij ik ook wel even in de gaten wil houden hoe het zit met de tijd en dergelijke. Mevrouw Kuipers.
31
Mevrouw Kuipers (Wakker Emmen): Ja, wij hebben toch wel de behoefte om heel even kort te schorsen om even te overleggen. De voorzitter: Nou, dat honoreren we altijd. Even kort, vijf minuutjes? De vergadering is voor vijf minuten geschorst. Schorsing De voorzitter: Wij gaan weer verder als u het goed vindt, de vergadering is heropend. Wij zijn bij de tweede termijn bij het agendapunt ‘Vaststelling Ontwikkelperspectief Greenwise Campus Emmen’. Er is een schorsing aangevraagd door de fractie van Wakker Emmen. Die is ruimschoots gehonoreerd. Het lijkt me goed om even de fractie van Wakker Emmen het woord te geven voor de tweede termijn en dan kijk ik daarna nog wel even wie nog meer het woord wil voeren in tweede termijn. Mevrouw Kuipers, aan u het woord. Tweede termijn Mevrouw Kuipers (Wakker Emmen): Dank u wel, voorzitter, voor de ruime tijd. Wij hebben toch van de wethouder wel een onduidelijk antwoord op het vervolg van hoe het vertrekpunt is bij de nadere uitwerking om de Van Schaikweg te behouden. Is het college ook wel bereid om dit als vertrekpunt te hanteren voor het vervolg? De heer De Jonge (VVD): Ik zal het kort houden, ik zal de kerstgedachte erbij houden. Dank in eerste instantie aan de wethouder voor de antwoorden. Ik had nog wel wat openstaan. Ik had bijvoorbeeld nog een vraag gesteld over de connectie met de Nedersaksenlijn. Daar heb ik niks over gehoord.
Maar misschien dat daar alsnog een antwoord op kan worden gegeven. Dat kan ook met een duidelijke ‘ja’ of ‘nee’ misschien – maar dat terzijde. Prima dat er vertrouwen is in de gesprekken met Treant. Ik heb ook weleens vertrouwen, maar dan word ik ook weleens teleurgesteld. Maar goed, we gaan het in ieder geval afwachten. Ik ben nog even benieuwd naar het antwoord op de Van Schaikweg dat zometeen gaat komen. Dus dat houden we ook nog e ven in de gaten. Tot zover. Reactie college De heer Wanders (wethouder): Om dan maar voor de heer De Jonge alvast antwoord op de eerste vraag te geven: ‘ja of nee’, zei u. Ja, wij zullen ongetwijfeld rekening houden bij deze [ontwikkeling] met andere ontwikkelingen in Emmen. Dan een antwoord op de vraag van mevrouw Kuipers. Ik begrijp en zie hoe belangrijk dit is. Dus ja, wij gaan dit hanteren als vertrekpunt bij de verdere planvorming. Besluitvorming De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk even rond. Kunnen we overgaan tot de besluitvorming? Dat is het geval. We zijn bezig met het agendapunt ‘Vaststelling Ontwikkelperspectief Greenwise Campus Emmen’. Er is wat rumoer in de klas, bijvoorbeeld van de heer Wittendorp. Ja? Ik heb ook weleens voor de klas gestaan, dat scheelt. Het besluit gaat ook over de vaststelling van de nota van beantwoording op het concept-Ontwikkelperspectief.
Is er behoefte aan een stemverklaring? Dat is in ieder geval de heer Bos. De heer H.A. Bos (Wakker Emmen): Als volksvertegenwoordiger, maar ook als inwoner van Angelslo heb ik toch grote twijfels over dit plan, met name de Van Schaikweg. Maar gelet op de gehele ontwikkeling zal ik toch voor stemmen. De voorzitter: Dank u wel. Nog andere stemverklaringen? Dat is niet het geval.
32
Dan brengen wij het voorstel nu in stemming. (…) Daarmee is dit voorstel aangenomen met 32 stemmen voor en twee stemmen tegen. Aldus besloten. Voor hebben gestemd de fracties van Wakker Emmen, de Partij van de Arbeid, het CDA, de VVD, de SP, de ChristenUnie, D66, GroenLinks en 50PLUS. Tegen heeft gestemd de fractie van Hart voor Emmen. B3.
Grondexploitatie woningbouw Veld 4 te Zwartemeer
Eerste termijn De heer De Jong (Hart voor Emmen): Voorzitter, wij spreken vanavond over de woningbouw in Zwartemeer. Over starterswoningen, over jonge mensen die in hun eigen dorp willen blijven wonen. En dat is goed en dat verdient steun. Ook Hart voor Emmen wil graag bouwen. We willen bouwen voor onze eigen inwoners op een manier die rechtdoet aan de gemeenschap en aan de toekomst. Maar bouwen vraagt ook om zorgvuldigheid. En juist waar de overheid investeert met gemeenschapsgeld, rust op ons als raad een bijzondere verantwoordelijkheid. Want, voorzitter, dit voorstel vraagt van ons om in te stemmen met een grondexploitatie die een aanzienlijk negatief resultaat kent. Meer dan een half miljoen euro wordt onttrokken aan de reserve grondexploitatie. Dat zijn geen abstracte cijfers, dat is geld dat door de inwoners wordt opgebracht en dat wij slechts in beheer hebben. De waardestijging van deze kavels komt niet vanzelf tot stand. Dat ontstaat door gemeentelijk ingrijpen, door het afgraven van veen, door het ophogen van grond en door het bouw- en woonrijp maken van het gebied. Dat is een publieke investering. En wie publiek investeert, moet ook publiek beschermen. Het college heeft gezegd in de beantwoording van onze vragen dat een antispeculatiebeding niet standaard is. Voorzitter, ook een tekort van deze omvang is niet standaard.
En juist in uitzonderlijke situaties vraagt goed bestuur om maatwerk en niet om routine. Ook is er in de beantwoording gewezen op de sociale cohesie. Dat is een waarde die wij onderschrijven, maar sociale cohesie is geen financieel instrument. Zij vervangt niet de plicht om te voorkomen dat publieke investeringen bij een eventuele snelle doorverkoop onbedoeld veranderen in private winst. Daarom dienen wij het volgende amendement in: Amendement ‘Antispeculatiebeding’ (ingediend door de fractie van Hart voor Emmen) ‘De raad van de gemeente Emmen, in vergadering bijeen op donderdag 18 december 2025, Bij de behandeling van agendapunt B3 ‘Grondexploitatie woningbouw Veld 4 Zwartemeer’, Wij stellen voor om het voorgestelde beslispunt aan te passen: Besluit: Aan besluitpunt 1 •
‘De grondexploitatie ‘Veld 4’ vast te stellen en het verwachte nadelige resultaat af 553.017 euro te dekken uit de reserve grondexploitatie.’
Toe te voegen: •
‘(...) met dien verstande dat in de kaveluitgifte een antispeculatiebeding wordt opgenomen, inhoudende dat bij de vervreemding van de kavel en/of de daarop gerealiseerde woning binnen tien jaar na de eerste levering een evenredig deel van de meerwaarde ten gunste van de reserve grondexploitatie van de gemeente Emmen komt.’
De heer De Jong (Hart voor Emmen): Dit amendement is geen blokkade, het is geen wantrouwen richting de toekomstige bewoners, maar het is een vangrail. Een borging die zegt dat als het binnen tien jaar wordt vervreemd, een evenredig deel van de meerwaarde terugvloeit naar de gemeenschap die deze waarde heeft mogelijk gemaakt. Het amendement laat de uitwerking bewust bij het college. Het
33
biedt ruimte voor uitzonderingen bij eventuele gedwongen verkoop en belemmert de eigen bewoning niet. Het vraagt slechts om een stukje rentmeesterschap. Voorzitter, wij willen als fractie heel graag bouwen, maar wij willen ook rechtdoen aan de starters van vandaag en aan de gemeenschap die de investering draagt. En wat ons betreft is het zo dat wie deze twee bij elkaar wil houden, dit amendement zou kunnen steunen. Dank u wel, voorzitter. De heer Van der Weide (Wakker Emmen): Ja, ik heb eigenlijk twee vragen, voorzitter. Want hoe kijkt u aan tegen het feit dat wij de Nota Grondprijzenbeleid hebben waar regels in staan, waar prijzen in staan, die voor iedereen gelden? Maar omdat we hier toevallig hebben te maken met een negatieve grondexploitatie, gaat u de toekomstige bewoners beperken. Want u legt een antispeculatiebeding op van maar liefst tien jaar. Dus waarom dan deze beperking, terwijl het CPO in dit geval dezelfde grondprijs betaalt als in andere gevallen? Dus waarom dit zo beperken? De heer De Jong (Hart voor Emmen): Dank aan de heer Van der Weide voor deze vraagstelling. Wij zien dit niet als een beperking voor de toekomstige bewoners. Wij zien dit juist als een bescherming van de publieke investering die gedaan wordt. Wij leggen als gemeente een half miljoen euro bij voor de extra waardering die we doen in de grond om deze grond bouwrijp te maken.
En juist deze investering vragen wij dan terug op het moment dat er vervreemding plaatsvindt. De heer Van der Weide (Wakker Emmen): Nou, in de eerste plaats is het gewoon een beperking. Want op het moment dat je over vijf of zes jaar een sprong wilt maken naar bijvoorbeeld een tweeonder-een-kapper of een vrijstaande woning, dan heb je die mogelijke overwaarde om ook onder gelijke spelregels van de woningmarkt mee te doen, gewoon nodig om die doorstroming te kunnen maken. Dus dat is punt één. En punt twee. Ik vind het heel raar dat op het moment dat wij een grondexploitatie hebben waar een aantal nadelen aan zit, we dan beperkingen gaan opleggen naar inwoners. Dat we dan ook voor het eerst gaan doen, want wij hebben heel veel grondexploitaties gehad ook met negatief eindresultaat. Toen hebben we dat ook niet gedaan en dan gaan we dat nu opeens wel doen en ook nog maar liefst voor tien jaar? Daarmee zet u gewoon mensen klem voor de toekomst, dus ik vind dat een heel rare maatregel. Want als we het hebben over een negatieve grondexploitatie, hoe wil je die dan vertalen in de grondprijs? Want als u dan een beetje proef, gaat dat dan naar een soort kostendekkende grondprijs en dat zou betekenen dat mensen die op het veen willen wonen, per definitie meer gaan betalen dan iemand die op het zand wil wonen.
De heer De Jong (Hart voor Emmen): Nou, het is absoluut niet mijn bedoeling om mensen die op het veen willen wonen, meer te laten betalen dan mensen die op het zand willen wonen. Het is hier juist de doelstelling om een publieke investering die gedaan wordt, niet tot snelle vervreemding te laten leiden. Bij de termijn die er nu op staat voor tien jaar, hebben wij gekeken wat een door de bank genomen gemiddelde is in Nederland is. Daar komen verschillende termijnen voorbij, variërend van drie, vijf, tien jaar en soms ook langere termijnen tot maximaal 25 jaar. Wij hebben vanuit de beantwoording die we vanuit de ambtelijke organisatie in latere instantie terug hebben gekregen, meegekregen dat een eventuele mogelijkheid van drie jaar in deze situatie passend zou zijn. Daarop zouden wij in die zin ook wel mee willen geven dat wij hierin best genegen zijn om hier een mogelijkheid in aan te nemen om te zeggen: misschien is hier een mogelijkheid in om hier wat in te doen. Dat hebben wij ook aangegeven: dat willen wij ook laten bij het college. Maar wij wilden dit amendement wel meegeven zodat u zich ook kon voorbereiden. Op het moment dat hier in de raad een mogelijkheid is dat u zegt: ‘Wij vinden ook inderdaad dat we niet dingen snel van de hand moeten laten gaan en we willen absoluut niet hebben dat we dingen snel laten vervreemden en wij voelen hier wel iets voor.
Maar we lopen echt enorm stuk op die lange termijn.’ Maar op het moment dat we die termijn gelijk maken aan de termijn die het CPO nu ook hanteert, zeggen we: we doen deze drie jaar, dan zegt onze fractie echt niet dat wij ons steevast vasthouden aan die tien jaar. We willen dan wel naar die drie jaar toegaan, dat is ons probleem niet.
34
De heer Van der Weide (Wakker Emmen): U geeft geen antwoord op mijn vraag. Want als er een negatieve grondexploitatie is en mensen gewoon de prijs betalen zoals wij die hebben vastgesteld, waarom stelt u daar een extra restrictie bij, die mensen gewoon beperkt voor de toekomst? De heer De Jong (Hart voor Emmen): De restrictie die wij stellen, is dat wij niet willen hebben dat er met overheidsmiddelen gespeculeerd wordt op de private markt. Dat is de restrictie die wij stellen. De heer Van Dijken (CDA): Ja, ik ga wel heel erg mee met de heer Van der Weide van Wakker Emmen. Ik wilde het weleens concreter maken. U zegt: ‘We willen een evenredig deel van de meerwaarde ten gunste laten komen van de reserve grondexploitatie.’ Waar hebben we dan over? Iemand koopt een woning van drie ton. We wachten drie, vier jaar en diegene gaat toch het huis verkopen. Er zit wat meerwaarde op en van een deel daarvan vinden wij dat dat terug moet vloeien naar de grondexploitatie. Waar hebben we het dan over? Kunt u daar eens een inschatting van maken? De heer De Jong (Hart voor Emmen): Nou, dat is juist hetgeen wat wij bij het college willen laten. Wij hebben gekeken naar wat er in andere gemeenten gebeurde. De gemeente Someren bijvoorbeeld heeft dat voor een periode van drie jaar en die hanteert dat als zijnde het evenredige deel in het eerste jaar en die doet dat over de kavelprijs.
Die stelt dat dat in het eerste jaar 100 procent van de kavelprijs is, in het tweede jaar 66 procent van de kavelwaarde, in het derde jaar 33 procent en na het vierde jaar is die vrij en mag de woning zonder antispeculatiebeding verkocht worden. Die gemeente hanteert dat op die manier, dat is een mogelijkheid. De heer Van Dijken (CDA): Stel dat we het hebben over 10.000 euro. Bent u het dan ook met mij eens dat dat voor zo’n jong gezin, dat net een huis heeft gekocht en na vier jaar het huis gaat verkopen, 10.000 euro ongelooflijk veel geld is? Terwijl als je het relateert aan de negatieve grondexploitatie van 550.000 euro, dat natuurlijk helemaal niks is. Bent u het dan niet met mij eens dat dat buiten proportie is? De heer De Jong (Hart voor Emmen): Nee, dat ben ik niet met u eens. De heer Van Dijken (CDA): U bent niet met mij eens dat als we een negatieve grondexploitatie van 550.000 euro vaststellen en daar 10.000 euro voor binnenkomt om dat effect te dempen, dat marginaal is? Dat dat niks voorstelt? De voorzitter: Feitelijk dezelfde vraag, maar... Ja... De heer De Jong (Hart voor Emmen): Kijk, u geeft aan dat het 10.000 euro is om te dempen. Volgens mij is de doelstelling datgene wat ik beproefde in eerste instantie uit de antwoorden die vanuit de ambtelijke organisatie kwamen, namelijk dat het de doelstelling van iedereen is om daar te blijven wonen.
Dus niemand wil daar verkopen. En volgens mij is dat ook de doelstelling van dit hele amendement: een extra borging opwerpen om niet te gaan speculeren met deze woningen. Dat moet ook de doelstelling zijn. We willen niet speculeren met woningen. Dus op het moment dat we zeggen dat we wel willen speculeren met woningen, moet dat nou net niet de doelstelling zijn. Dus op het moment dat u zegt: wij willen dit niet hebben want dit werpt voor een jong gezin een blokkade op, dan zijn we volgens mij dan aan de verkeerde kant van de lijn bezig. Het is juist de bedoeling dat zij niet gaan speculeren met woningen, dus vandaar een antispeculatiebeding. De heer Van Dijken (CDA): Voorzitter, zoals in de commissievergadering aangegeven, zijn wij als CDA helemaal akkoord met wat voorligt: het vaststellen van de Grondexploitatie Woningbouw Veld 4 en het verwachte negatieve resultaat te dekken uit de reserve grondexploitatie. Wij zijn dan ook blij dat we een reserve grondexploitatie hebben waarmee negatieve grondexploitaties kunnen dekken uit grondexploitaties met een positief resultaat. Hierdoor maken we het mogelijk om in elk dorp en elke wijk woningen te bouwen voor eenieder die daar zijn of haar roots heeft liggen. Een antispeculatiebeding van tien jaar gaat in deze tijden wat ons
35
betreft veel te ver. Helemaal als een deel van de eventuele gerealiseerde meerwaarde moet worden terugbetaald. Wij zijn hier om iets mogelijk te maken, niet om nieuwe blokkades op te werpen. Kortom, het vaststellen van de Grondexploitatie Woningbouw Veld 4 heeft onze steun. Dank u wel. De heer A. de Vries (PvdA): Veld 4 van de Zwartemeerse Boys, de groen-witten, is nu in beeld voor negentien woningen, bedoeld voor starters uit het dorp. Dat is natuurlijk hartstikke mooi. Daar hebben we ook een grondexploitatie voor vast te stellen met elkaar voor dat geheel. Negatief: dat is al in beeld geweest, maar dat is ook de grondexploitatie in haar geheel voor bedoeld: om dat op te vangen. En als dat geheel uiteindelijk ook bouwrijp is, dan kunnen de leden van het CPO Zwartemeer ermee aan de slag. Het is een plan voor en door de Zwartemeerders en dat juichen wij als Partij van de Arbeid Emmen uiteraard van harte toe. Over het amendement is het net al veel gegaan, het antispeculatiebeding voor de duur van tien jaar. Ja, dat lijkt ons ook echt lang, veel te lang. Wij hebben ook wel wat nazoekwerk gedaan en wij komen op andere termijnen uit. Maar volgens mij moeten we daar helemaal niet naartoe. Want ik heb ook een klein beetje gezocht.
Als je op het CBS-dashboard ‘Bevolking’ kijkt – ja, die bestaat – dan zie je dat de verhuizingsfrequentie bij mensen tussen de twintig en dertig jaar oud, gemiddeld tussen de vijf en zeven jaar ligt. Dus ja, wat heb je aan gemiddelden en statistieken? Maar dat betekent wel dat deze groep starters, die veelal in deze leeftijdsklasse zit, dan ook standaard misschien geconfronteerd zullen worden met deze beperking, die Hart voor Emmen hier oplegt. Voorzitter, ook los van termijnen of wat dan ook, onze inwoners van de dorpen smachten naar woningen voor de jeugd en starters. Zwartemeer pakt dit zelf op met een CPO. En zo kunnen wij de Zwartemeerders ook: ‘de mouw’n opströpp’n en gewoon doen!’. Wat ons als gemeente past, is dan vertrouwen geven aan dit proces in Zwartemeer. Wij zullen het amendement niet steunen. De heer Van der Weide (Wakker Emmen): Ja, ik denk twee dingen. Het inhoudelijke voorstel: negentien woningen voor Zwartemeer, van onderop ontwikkeld met enthousiasme vanuit het dorp. Dus in die zin denk ik ook alleen maar complimenten voor hoe het dorp en zijn inwoners dit oppakken. Want meestal als we kijken naar starters, dan hebben we vooral ook het beeld om dat te doen voor de inwoners uit het dorp of de wijk zelf. Ook als het gaat om kaveluitgifte is dat lastig om te sturen en het CPO is daarbij denk ik ook een mooi en goed middel.
Mooi om te zien dat dat op een aantal plekken in de gemeente nu ook van de grond komt en dat dat ook echt kansen gaat bieden voor starters. Maar dan nog eens voor starters die uit het eigen dorp komen. Dat over de inhoud van dit voorstel. Ja, en dan toch wel het – zeg ik maar – verre van sympathieke amendement dat hier voorligt. Want wij vinden het gewoon een heel raar voorstel. Daar hebben we een aantal argumenten voor. Want ik denk dat je dit beleidsmatig moet gaan doen en nu niet denken dat wij ergens een tekort hebben en dan maar er een maatregel op zetten. Want dat is een maatregel met grote gevolgen voor mensen die hier een kavel gaan kopen. Ik heb al tijdens mijn interruptie iets gezegd over dat als je de woning weer wilt gaan verkopen, je dan de overwaarde gewoon moet meenemen in deze woningmarkt om die volgende stap te kunnen zetten. Als u de discussie wilt voeren over hoe wij omgaan met ons grondbeleid en hoe wij omgaan met de reserve grondexploitatie – want de minnen en plussen strepen we tegen elkaar weg – dan gaat het er uiteindelijk ook om dat we de gronden aanbieden voor bepaalde prijzen. Die prijzen moeten dan ook voor iedereen gelijk zijn en niet omdat je toevallig wilt wonen in een gebied waar het wat duurder is voor de gemeente om het bouwrijp te maken, om het openbaar gebied aan te leggen.
Daar moet je dus niet met deze restricties en deze beperkingen gaan werken. Dus als je de discussie wilt over het antispeculatiebeding, dan vind ik dat we dat in de volle breedte moeten doen. Dat je daar ook beleidsmatig over moet blijven nadenken en niet zomaar lukraak bij dit voorstel moet doen. Dus dat voorstel heeft dan ook absoluut niet onze steun. De heer De Jong (Hart voor Emmen): Hoor ik daar dan ruimte aan de zijde van Wakker Emmen om over de volle breedte te praten over mogelijkheden tot antispeculatiebedingen of mogelijkheden tot snelle verkopen op de private markt?
36
De heer Van der Weide (Wakker Emmen): U kunt met ons altijd praten, maar er is weinig enthousiasme voor dit instrument. De heer Meijer (VVD): Ik had een korte bijdrage. Wij zijn inderdaad in hoofdlijnen voorstander van dit bouwplan. We willen natuurlijk graag meer huizen, ook meer huizen in alle dorpen. Ja, er is inderdaad een negatieve grondexploitatie. Dat is inderdaad veel geld voor een aantal woningen. Dat is in de commissie ook benoemd. In dit geval, stel je nou eens voor dat het echt subsidie was geweest, dan had je misschien nog kunnen discussiëren over doorverkoopregels. Maar dat is dit niet, dit is het grondrijp maken van de grond. Dat is een andere discussie. En je schiet ook met doorverkoopregels eigenlijk alle regels die bijvoorbeeld ook minister De Jonge heeft ingevoerd, [weinig op]. Alle beperkende maatregelen op de woningmarkt werken eigenlijk averechts. Dus daar zijn we geen voorstander van, dus [wij zijn] tegen het voorstel van Hart voor Emmen. Reactie college De heer Jakobs (wethouder): Nou, veel enthousiasme voor het bouwen van negentien woningen in Zwartemeer, wat ook bitterhard nodig is. Ik wil nog ingaan op het amendement. Er is in de basis geen aanleiding om een antispeculatiebeding op te nemen bij deze ontwikkeling. Het gaat hier – en meneer Van der Weide noemde het al even – om een reguliere grondexploitatie. Er zijn geen bijzondere omstandigheden.
De enige afspraak die met het CPO is gemaakt, is dat de grondprijzen van dit jaar worden aangehouden, ook bij verkoop van de kavels volgend jaar. Dit om een stukje zekerheid te geven aan de kopers. De aangehouden grondprijs voor de kavels is volgens de Nota Grondprijzenbeleid 2025. De geplande werkzaamheden ten behoeve van de aanleg van het openbare gebied zijn reguliere werkzaamheden. Bij een gemeentelijke ontwikkeling komen de opbrengsten uit de grondverkoop waarbij bij de hoogte van de grondprijs wordt uitgegaan van de Nota Grondprijzenbeleid. De extra kosten ten behoeve van de openbare ruimte worden hierbij niet doorgerekend aan de koper. Het gaat hier om een gemeentelijke ontwikkeling waarbij de kavels worden verkocht aan de leden van het CPO Zwartemeer. Bij een negatieve grondexploitatie wordt dit tekort gedekt uit de reserve grondexploitatie. Meneer De Jong van Hart voor Emmen noemde nog even Someren. Ik ben ook bekend met Someren, maar daar komt men er al behoorlijk op terug. Want daar geeft men aan dat men zelfs ook vijf jaar aan de lange kant vindt voor een antispeculatiebeding. Dus het is overwegend geen daverend succes, dat antispeculatiebeding. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk even naar de tweede termijn. Ik kijk even naar de indiener van het amendement. Het amendement gewoon in stemming brengen? Wat zou u willen? Het is aan u.
De heer De Jong (Hart voor Emmen): Zou ik voor vijf minuten heel even mogen schorsen? De voorzitter: Dat is aan u. Ja, dan schorsen we kort de vergadering voor vijf minuten. De vergadering is geschorst. Schorsing De voorzitter: Ik heropen de vergadering. Als iedereen weer zijn plaatsje inneemt, als u het niet erg vindt. (…) De vergadering is heropend. Wij waren bezig met agendapunt B3, ‘Grondexploitatie woningbouw Veld 4 te Zwartemeer’. Er werd een schorsing aangevraagd door de fractie van Hart voor Emmen. Die had een amendement ingediend en die wilde zich even beraden over hoe nou verder. Ik geef even het woord aan de heer De Jong. De heer De Jong (Hart voor Emmen): Ja, wij hebben ons inderdaad even beraden en wij zijn tot de volgende conclusie gekomen: wij trekken het amendement op dit moment in. Besluitvorming
37
De voorzitter: Dank u wel, dan kunnen we overgaan naar de stemming over het hele voorstel. Dat is ‘Grondexploitatie woningbouw Veld 4’ vast te stellen met nog enkele besluitpunten. Wie wil daarover een stemverklaring afleggen? Ik ga eerst naar meneer Kasteleijn. Ja? De heer Kasteleijn (50PLUS): Wij van 50PLUS zijn ontzettend verheugd dat het college zo enthousiast op een verzoek van een CPO heeft gereageerd. Wij zijn ook volledig vóór dit voorstel. De heer De Jong (Hart voor Emmen): Ja, voor ons antispeculatiebeding was het misschien op dit moment niet het moment om daarover te spreken. Wij zullen daar op een later moment op terugkomen. Wij vinden inderdaad dat er wel gebouwd moet worden, ook in Zwartemeer, en zullen daarom voor dit voorstel stemmen. De voorzitter: Dank u wel. Nog meer stemverklaringen? Is niet het geval. Dan breng ik dit voorstel in stemming. De stemming is geopend. (…) Daarmee is dit voorstel aangenomen met 34 stemmen voor en nul stemmen tegen. B4.
Grondexploitatie De Bosrand Emmermeer openen
De voorzitter: Dan stel ik voor om maar even door te gaan. Het is kwart voor elf. Dan kijken we wel even hoe ver we komen. Akkoord? En inderdaad, laten we elkaar even vasthouden om netjes de besluitvorming en tegelijkertijd de tijd wel een beetje in de gaten te houden. Dus probeer daar enigszins rekening mee te houden: een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Dan begin ik met het agendapunt ‘Grondexploitatie De Bosrand Emmermeer openen’. Wie wil daarover het woord voeren? In ieder geval de heer De Jong. Meneer De Jong, aan u het woord. Eerste termijn De heer De Jong (Hart voor Emmen): De Bosrand in Emmermeer: een voorstel dat raakt aan twee diepe overtuigingen die voor onze fractie onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Aan de ene kant de roeping om te zorgen voor wie kwetsbaar is. Mensen die wachten op een betaalbare woningen, vrouwen die veiligheid nodig hebben, gezinnen die zonder hulp geen stap vooruit kunnen zetten. Dat is geen abstract beleid, dat zijn concrete mensen. Maar aan de andere kant staat een wezenlijke opdracht: zorgvuldig omgaan met middelen, met grond en met bevoegdheden. Niet omdat wij wantrouwen, maar omdat wij weten dat vertrouwen alleen kan bestaan waar zorgvuldigheid de norm is. Voorzitter, op dat snijvlak heeft onze fractie in dit dossier een aantal vragen gesteld.
Niet om te vertragen, niet om te blokkeren, maar die gronduitgifte, zeker een-op-een, raakt aan het gelijkheidsbeginsel en aan de rechtsstatelijke verantwoordelijkheid van deze raad. De beantwoording die wij inmiddels ontvangen hebben op onze enkelvoudige vervolgvraag, laat zien dat de criteria op basis waarvan Domesta als enige serieuze gegadigde kandidaat werd aangemerkt, niet vooraf openbaar zijn gemaakt. En dat is geen klein detail. Dat raakt aan de kern van de Didam-jurisprudentie, die juist verlangt dat dergelijke keuzes vooraf transparant en toetsbaar zijn. Tegelijk, voorzitter, wil ik ook benoemen wat goed gaat. De ambtelijke organisatie heeft dit onderkend en heeft aangekondigd, alsnog tot publicatie over te gaan vóór definitieve uitgifte. Daarmee wordt het juridische risico niet ontkend, maar hersteld. En dat verdient waardering wat onze fractie betreft. Bestuur is niet vermijden van fouten, maar zorgvuldig omgaan met correcties wanneer deze nodig blijken. Dit bevestigt precies daarom – ook al vindt niet iedereen onze brieven altijd even leuk – dat doorvragen geen hinder is, maar dienstbaar is aan goed bestuur. Want door deze stap wordt niet alleen het project juridisch sterker, maar wordt ook het precedent gezet voor toekomstige ontwikkelingen, waaronder juridisch vergelijkbare dossiers die nog op ons afkomen. Onze fractie wil graag bouwen, wij willen vooruit.
Maar wij willen dat doen op een manier die over tien jaar nog uit te leggen is. Niet alleen aan de inwoners, maar ook aan juristen die mogen verwachten dat de gemeente zorgvuldig, gelijk en transparant handelt.
38
Met de aangekondigde publicatie en de daarmee geborgde naleving van het Didam-arrest is voor ons een principiële zorg weggenomen. Tegelijk spreken wij uit dat dit een leerpunt is: niet achteraf repareren wat vooraf had moeten gebeuren. maar dit soort zorgvuldigheid structureel inbouwen is aan de voorkant van besluitvorming. Maar, voorzitter, aangezien de mail van de ambtelijke organisatie aan onze fractie geen formele toezegging is, ontvangen wij deze nog graag vanuit een college. Een toezegging tot publicatie, maar ook een toezegging bij opvolgende een-op-een-uitgiftes de spelregels van Didam na te leven. Tot zover in eerste termijn, dank u wel. Reactie college De heer Jakobs (wethouder): De toezegging is inderdaad gedaan dat we gaan publiceren. Maar dat is slechts procedureel. Want er zijn twee partijen die ertoe doen voor deze ontwikkeling: dat is Lefier en dat is Domesta. Lefier heeft het plan verkocht aan Domesta. Dus publicatie volgt, is ook nodig, zullen we ook altijd doen. Dat is ook ons beleid om dat te doen, ook met toekomstige grondexploitaties. Maar in dit geval is het slechts procedureel. Tot zover, voorzitter. Tweede termijn De heer De Jong (Hart voor Emmen): Ja, met die toezeggingen kan onze fractie instemmen met dit voorstel. Voorzitter, dank u wel. De voorzitter: Oké, dank u wel. Kunnen we overgaan tot de besluitvorming? Dat is het geval.
Besluitvorming De voorzitter: Is er behoefte aan een stemverklaring? Niet? Het voorstel gaat over de Grondexploitatie De Bosrand Zwartemeer met enkele besluitpunten. De stemming is geopend. (…) Daarmee is dit voorstel unaniem aangenomen met 34 stemmen voor en nul stemmen tegen. Dan komen bij het een-na-laatste agendapunt van deze vergadering en ik geef aan de vicevoorzitter, de heer Horstman. B5.
Actualisatie Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Emmen 2025
De wnd. voorzitter: Bedankt. Dat punt is ‘Actualisatie Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Emmen 2025’. Ik begin met Wakker Emmen en daarna 50PLUS: dat heeft een voornemen om een amendement in te dienen. Dus ik begin met Wakker Emmen, de heer Katerbarg. Aan u het woord. Eerste termijn De heer Katerbarg (Wakker Emmen): Tijdens de afgelopen commissievergadering heeft Wakker Emmen een aantal vragen gesteld over de APV. Deze gingen over de wijzigingen die nu voorliggen en deels over andere artikelen. Zoals een vraag over artikel 3.51 van de APV waarin de bevoegdheid om regels te stellen, dat aan de burgemeester was gedelegeerd. Dat is inmiddels aangepast. Nou, die discussie over die artikelen gaan we nu niet herhalen, ook omwille van de tijd. We stippen nog even kort artikel 2:2c aan. Tijdens de commissie vroegen we ons af wat precies verboden werd met dit artikel. Vooruitlopend op een motie die D66 waarschijnlijk zal indienen, kunnen we aangeven dat dakloosheid an sich wat ons betreft niet beboet mag worden. Dat hebben we in de commissie ook duidelijk gemaakt. Wel vinden wij het belangrijk dat de overlast die soms bij dakloosheid gepaard gaat, wel aangepakt moet kunnen blijven worden. We horen straks hoe dat met de motie zit. Tot slot. Hier staan we toch iets langer bij stil. Wij willen namelijk een amendement indienen om een lid aan artikel 3:25, sub a toe te voegen.
U hebt allen onze eerste en tweede opzet van het amendement kunnen zien. Inmiddels zijn we bij versie 3. Die hebt u niet gekregen, maar dat komt omdat we slechts een tekstuele aanpassing hebben gedaan; inhoud en doel blijven hetzelfde. Ik zal dat zo even nader toelichten.
39
Zoals in de toelichting staat, heeft Wakker Emmen vanuit een aantal dorps- en buurthuizen het signaal gekregen dat het maximale toegestane aantal bijeenkomsten als bedoeld in artikel 3:25, te weinig is, aangezien niet in alle dorpen meer sprake is van concurrerende horeca. Met dit artikel beogen wij voor de dorps- en buurthuizen het aantal toegestane bijeenkomsten te verhogen naar twaalf. Om het begrip ‘dorps- en buurthuizen’ juridisch goed af te bakenen, hebben wij in eerste instantie gebruik gemaakt van het voorbeeldartikel van de VNG en in de nieuwste versie hebben we dat nog wat aangescherpt. Ik zal het even voorlezen: Amendement ‘Wijziging Artikel 3:25, sub a: Bijeenkomsten derden bij paracommerciële rechtspersonen’ (ingediend door de fractie van Wakker Emmen en de Partij van de Arbeid) ‘De raad van de gemeente Emmen, in vergadering bijeen op donderdag 18 december 2025, Bij de behandeling van agendapunt B4 ‘Actualisatie Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Emmen 2025’, Wij stellen voor om het voorgestelde besluit als volgt te amenderen: Besluit: Het raadsvoorstel tot vaststelling van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Emmen 2025 als volgt te amenderen: En toe te voegen aan artikel 3:25, sub a: •
‘In uitzondering op artikel 3:25, sub a kan een paracommerciële rechtspersoon die zich voornamelijk richt op het organiseren van activiteiten waarbij het faciliteren van sociale interactie een voorname rol speelt – waarmee bedoeld wordt paracommerciële rechtspersonen die met een buurt- of dorpshuisfunctie – per kalenderjaar alcoholhoudende dranken verstrekken tijdens ten hoogste twaalf bijeenkomsten van persoonlijke aard of bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij activiteiten van de desbetreffende rechtspersonen betrokken zijn.’
De heer Katerbarg (Wakker Emmen): Tot zover het amendement dat we samen indienen met de Partij van de Arbeid. Ons doel met dit amendement is om dit gebrek dat wij constateren, voor 2026 op te lossen bij de algemene herziening van de APV die volgend jaar aan bod zal komen. Dan is het ook gelijk een mooi moment om dat te evalueren of dit artikel voldoende uitkomst heeft geboden. We zijn benieuwd of het college ervoor openstaat om bij die discussie ook gelijk mee te nemen of een eventuele verruiming voor andere paracommerciële rechtspersonen van toepassing kan zijn. Tot zover. Mevrouw Gommer (CDA): Ik was even benieuwd. Er is ons gevraagd, alleen te reageren op de wijzigingen. Ik kon niet vinden dat dit artikel daarin stond. Klopt dat? De heer Katerbarg (Wakker Emmen): Dat klopt. Zoals wij het zien, is in eerste instantie is het onderwerp op de agenda gekomen. Toen hebben we ook een bijdrage daarover geschreven. Vervolgens kwam er een brief vanuit het college waarin duidelijk werd gemaakt dat het alleen om wijzigingen ging. Nou, ik heb in de commissie ook aangegeven dat we dat begrijpen, maar dat wij dit wel als een moment zien om toch ook naar die verdere APV te kijken. Ik heb toen ook bewust dit artikel in de commissie ter sprake gebracht, waarbij ik ook heb aangegeven dat afhankelijk van de reactie van het college, wij eventueel nog vervolgstappen zouden zetten.
Nou, bij dezen is dit de vervolgstap. Mevrouw Gommer (CDA): Ja, nou goed. Er zijn natuurlijk meer partijen die ook vragen gesteld hebben en die zich dus wel gehouden hebben aan het verzoek van het college om zich alleen te houden
40
aan de wijzigingen en niet ook andere zaken in te brengen. Nou ja, dat stoort mij – laat ik het dan maar zo zeggen. De heer Katerbarg (Wakker Emmen): Ja, aan de ene kant snap ik dat. Aan de andere kant, ik kan mij herinneren dat in die discussie tijdens de commissie ik ook dit punt benoemd heb en ook duidelijk aangegeven heb dat het wat ons betreft prima is om ook andere artikelen ter discussie te stellen. Dus wij hebben die ruimte opengehouden en daarin zijn we wat ons betreft in ieder geval consequent. De heer Bosma (Hart voor Emmen): Is Wakker Emmen niet bang dat dit toch een oneerlijke concurrentie is voor horecaondernemers die wél moeten voldoen aan de commerciële verplichtingen, personeelskosten en regelgeving? De heer Katerbarg (Wakker Emmen): Dat is in beginsel natuurlijk een heel goede vraag. Is het niet zo dat de paracommerciële rechtspersonen niet aan regels gebonden zijn? Dan zijn ze wel degelijk. In beginsel klopt het ook dat de buurt- en dorpshuizen met deze bijeenkomsten deels concurreren met de horeca. Omdat geen sprake mag zijn van oneerlijke concurrentie, bijvoorbeeld omdat dorps- en buurthuizen reeds steun van de gemeente ontvangen, is sprake van een maximering van het aantal bijeenkomsten. Wel zouden wij erop willen wijzen dat niet elke aanbieder van een product ook per definitie direct met elkaar concurreert.
In de economie zou dit ‘indirecte concurrentie’ heten. Dezelfde behoefte wordt vervuld, maar er is sprake van een andere doelgroep en een ander product. Dat kun je een beetje vergelijken met de behoefte om ergens uit eten te gaan. Nou ja, zowel de McDonald’s als De Librije vervullen in de behoefte om ergens uit eten te gaan. Maar ik denk niet dat iemand hier zal betogen dat dit directe concurrenten zijn. Nou, een enigszins gechargeerd voorbeeld, dat zie ik ook wel. Maar hetzelfde principe geldt hier wat ons betreft wel in kleinere vorm. Daarnaast vrezen wij niet dat met deze ophoging van acht naar twaalf voor alleen de buurt- en dorpshuizen de horeca substantiële nadelen ondervindt. De heer Bosma (Hart voor Emmen): Ja, ik had ook nog één vraag. Wordt hier trouwens wel op gehandhaafd? Dat is wel iets wat ik zou willen weten. De heer Katerbarg (Wakker Emmen): De overheid heeft altijd een beginselplicht tot handhaving. Ik heb toevallig begrepen dat er de laatste tijd meer op gehandhaafd wordt. Dus: ja. De heer Kasteleijn (50PLUS): Ja, 50PLUS heeft grote problemen met deze verhoging. Als horecaondernemers hebben we jarenlang gestreden tegen de paracommercie. Er is ten slotte dan een compromis op een gegeven moment uit de bus gekomen en dat zijn deze acht keer per jaar. Ik heb ook Koninklijke Horeca Nederland daarover gevraagd hoe zij daartegenover staan... De wnd.
voorzitter: Maar dit eigenlijk uw eerste termijn. U moet een vraag stellen, want dat is de bedoeling. De heer Kasteleijn (50PLUS): Neem me niet kwalijk, sorry. Ik zal dan in eerste termijn daarop terugkomen. De wnd. voorzitter: Ja. En dan gaat u verder waar u nu bent gebleven, ga ik van uit. De heer Kasteleijn (50PLUS): Wat zegt u? De wnd. voorzitter: Nee, dat is een grapje! Goed. Bent u klaar met uw betoog? O nee, er is nog een vraag van de heer Pruisscher, ChristenUnie. De heer Pruisscher (ChristenUnie): Ja, ik ben eigenlijk wel een beetje nieuwsgierig wat nou precies het verschil is tussen de paracommerciële rechtspersonen uit sub a en wat we dan onder 1 moeten verstaan. Want daar maakt u een onderscheid tussen rechtspersonen en hoeveel bijeenkomsten zij mogen houden. Wat is daar nou precies het criterium?
41
De heer Katerbarg (Wakker Emmen): Ja, dat is een goede vraag en dat is ook de reden dat we nog met een derde versie zijn gekomen. Wij beogen hiermee om specifiek voor de paracommerciële rechtspersonen die een buurt- en dorpsfunctie hebben, dit aantal op te hogen naar twaalf. In de APV heb je ook een begripsaanduiding: ‘paracommercieel rechtspersoon’. Die verwijst naar de Alcoholwet waarin dat nader wordt omschreven. Daarin wordt ook aangegeven wat voor vormen dat zijn. Dat kunnen ook sportkantines en dergelijke zijn en je hebt ook nog bepaalde culturele instellingen. Met dit amendement beogen wij alleen voor de rechtspersoon die een buurt- en dorpshuisfunctie hebben, die ophoging mogelijk te maken. Nou, wij hebben geprobeerd om dat zo scherp mogelijk in het amendement te zetten. Daarvoor heb ik in eerste instantie dus gekeken naar een modelartikel van de VNG en dat enigszins aangepast. Dus volgens mij is daarmee het verschil duidelijk. De heer Pruisscher (ChristenUnie): Voorzitter, in tweede instantie als het mag. De wnd. voorzitter: Dat mag. De heer Pruisscher (ChristenUnie): Want dan is de vraag: wat rechtvaardigt dan het onderscheid in de hoeveelheid bijeenkomst die er georganiseerd mag worden met alcoholhoudende dranken? Want nu zegt u: daar zit een sociale functie aan of een sociale waarde. ‘Het faciliteren van sociale interactie’ staat er.
Ja, waarom dat dan überhaupt eigenlijk altijd met alcohol zou moeten?, is ook een vraag. Maar goed, dat daargelaten. Daarvan zegt u dat dat op twaalf mag. Maar andere paracommerciële activiteiten blijven op acht staan. Dat voelt enigszins arbitrair. De heer Katerbarg (Wakker Emmen): Nou ja, toch niet helemaal. Want zoals ik net heb aangegeven – of ik ben vergeten het net te noemen, maar volgens mij niet – hebben wij een signaal gekregen vanuit de dorps- en buurthuizen in dorpen waar op dit moment geen concurrerende horeca meer is. En daarom willen we specifiek daarvoor deze verruiming mogelijk maken. Als het gaat om die sociale functies, dan komt dat deels uit dat modelartikel van de VNG, om dat onderscheid wat duidelijker te maken. In theorie kun je een dorpshuis hebben dat allerlei sportactiviteiten organiseert. Dat zou je in theorie kunnen hebben. Dit probeert duidelijk te maken dat het wel gaat om deze specifieke functies. De wnd. voorzitter: Ja? Oké, nog één keer. De heer Pruisscher (ChristenUnie): Het gaat u dus eigenlijk specifiek om – laten we het maar gewoon plat zeggen – zaalhuur, waarbij je als bewoners een feestje wilt geven. Ja, waarom zou dat niet in de sportkantine kunnen? Nee, dat mag niet. Dat weet ik ook wel. Maar je voelt natuurlijk aan dat... De wnd.
voorzitter: Maar ik zou wel graag de discussie gewoon… De heer Pruisscher (ChristenUnie): Ja, er zit dus inderdaad een definitiekwestie onder, die redelijk arbitrair ingevuld kan worden, wat ook met een wijziging van sub a had gekund mijns inziens, hoor. Maar dat laat ik aan u. De wnd. voorzitter: De heer Katerbarg nog één keer. De heer Katerbarg (Wakker Emmen): Nou ja, wij hebben geprobeerd om dit zo specifiek mogelijk te maken. Deels omdat wij dat signaal hebben gekregen. Daarnaast – dat was volgens mij de laatste zin die ik benoemde – staan wij in die zin wel open voor de discussie om het ook over die andere paracommerciële rechtspersonen te hebben. Alleen, die discussie kunnen we dan beter doen bij de algehele herziening van de APV. Maar deze specifieke behoefte willen we voor 2026 in ieder geval op dit moment regelen.
42
De wnd. voorzitter: Ik kijk nog even wie verder nog wil reageren. Dat zijn de heer Kasteleijn en de heer De Jong. Verder niet? Want dan blijft het hier ook bij. Ja? De heer Kasteleijn. De heer Kasteleijn (50PLUS): Ja, laat ik het dan kortweg vragen. Verwacht Wakker Emmen dat die paracommerciële instellingen failliet zullen gaan op het moment dat ze deze verhoging niet kunnen doorvoeren? De heer Katerbarg (Wakker Emmen): Nee. De heer De Jong (Hart voor Emmen): Ik was benieuwd om hoeveel signalen het hier gaat, meneer Katerbarg. De heer Katerbarg (Wakker Emmen): In ieder geval uit twee dorpen. De heer De Jong (Hart voor Emmen): In twee dorpen, geeft u aan. Oké, dank u wel. De heer Kasteleijn (50PLUS): Ja, wij hebben het verzoek om een amendement in te dienen over de verontreiniging door honden. Dat gaat over het verplicht maken van een zakje of een schepje om bij je te hebben. In dat kader wil ik dit amendement indienen, waarin wordt vastgelegd dat de hondenbezitters verantwoordelijk zijn voor het opruimen van hondenpoep. Hondenpoep is een van de vijf grote ergernissen van de inwoners van Emmen, waar nu slecht nu slecht tegen opgetreden kan worden. Met deze aanpassingen zullen de hondenbezitters dus zelf bij het uitlaten van de hond moeten zorgen voor een schepje of een plastic zakje.
Dit past bij de eigen verantwoordelijkheid en draagt direct bij aan een schone en veilige openbare ruimte. Het dictum luidt als volgt: Amendement ‘Hondenpoepzakjes’ (ingediend door de fractie van 50PLUS) ‘De raad van de gemeente Emmen, in vergadering bijeen op donderdag 18 december 2025, Gelezen het voorstel ‘Actualisatie Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Emmen 2025’, Overwegende dat een schone en veilige openbare ruimte duidelijke en handhaafbare regels vereist; Besluit: Artikel 2:35 ‘Verontreiniging door honden’ als volgt te wijzigen: Aan artikel 2:35 worden de volgende artikelen toegevoegd, luidende: 4. ‘Degene die zich met een hond op een openbare plaats begeeft, is verplicht een geschikt opruimmiddel, bijvoorbeeld een zakje of een schepje, bij zich te hebben en dit op eerste vordering van een toezichthouder te tonen. 5. Het niet-voldoen aan het vierde lid wordt aangemerkt als een overtreding.’ De heer Pruisscher (ChristenUnie): Dank voor dit voorstel, al is het eigenlijk maar een soort poepzakjesdraagplicht. Dat is het dan maar. Want u verplicht alleen maar tot het dragen van zo’n zakje, terwijl de verplichting om het daadwerkelijk op te ruimen, al in het eerste lid is geregeld. Wat, denkt u nou, is het effect van deze poepzakjesdraagplicht op de daadwerkelijke overlast? De heer Kasteleijn (50PLUS): Dat heb ik zojuist aangegeven.
Kijk, wat u zegt: als je die plicht al hebt, dan kun je eigenlijk nog niks tegen die hondenbezitter doen. Maar als je de hondenbezitter door een boa of weet-ik-veel-wie dat moet controleren, gewoon kunt vragen: ‘Mag ik even uw plastic zakje en uw schepje zien?’, dan is dat gewoon heel duidelijk controleerbaar. En dat is op dit moment niet mogelijk.
43
De heer De Jong (Hart voor Emmen): Ik had behoorlijk wat vragen, maar ik zal me gezien de tijd beperken tot één of twee. Ziet meneer Kasteleijn dat hiermee de omgekeerde bewijslast wordt geïntroduceerd en dat het niet de overheid is die het foute gedrag bewijst, maar dat de burger in dezen zijn goede bedoelingen moet gaan aantonen? De heer Kasteleijn (50PLUS): Het is toch mooi als iemand zijn goede bedoelingen aantoont? Dat is gewoon heel fijn! De heer De Jong (Hart voor Emmen): Is dit principe dan volgens meneer Kasteleijn ook wenselijk bij alle andere APV-overtreders? Of blijft dit alleen voor hondeneigenaren van toepassing? De heer Kasteleijn (50PLUS): Ik heb daar geen antwoord op. Dit gaat over hondenpoep die een enorm groot probleem voor veel mensen is in hun omgeving, zodat de kinderen dan toch op een grasveldje kunnen spelen zonder hondenpoep. De heer Bosma (Hart voor Emmen): Meneer Kasteleijn had het erover dat hondenpoep in de top vijf staat van ergernissen. Ik ben toch wel benieuwd of welk nummer dat stond en wat op nummer één staat. De heer Kasteleijn (50PLUS): Ik heb alleen naar hondenpoep gekeken, sorry! Mevrouw Gommer (CDA): Ik zou ook dezelfde vraag die ik aan de heer Katerbarg heb gesteld, aan u willen stellen.
U geeft al in uw mail aan: ‘Wij krijgen niet de kans straks.’ Maar probeert u dan nu iets over uw graf heen te doen? Er is namelijk gevraagd om alleen maar te richten op de wijzigingen. Ik heb ook de hondenpoepdraagzakjesplicht daar niet in kunnen vinden. De heer Kasteleijn (50PLUS): Dat klopt inderdaad. Ja, ik heb wel dezelfde overweging gehad als de heer Katerbarg en heb toch gemeend om dit, ondanks dat het geen wijziging is – dat klopt, daar hebt u gelijk in – toch in te dienen. De heer Wittendorp (CDA): Ik wil absoluut niet het probleem bagatelliseren. Ik denk inderdaad dat dit een probleem is. Maar het gaat me even om de manier waarop dit opgeschreven is. Ik ben even nieuwsgierig en ik heb absoluut niet de bedoeling om de lachers op mijn hand te krijgen, maar ik ben wel bang dat het wel gebeurt. Maar dat zij dan maar zo. De wnd. voorzitter: Voordat u dat doet: ik verzoek wel even de raadsleden om even aandacht te hebben voor de mensen die aan het woord zijn. Ik snap soms ook wel even dat er ook wel wat humor is – of het nu terecht is of niet. Maar we moeten nu wel even de aandacht richten op de sprekers. Ja? Gaat u verder. De heer Wittendorp (CDA): Nee, het is een serieuze vraag. Er wordt verplicht ‘een geschikt opruimmiddel’ mee te nemen.
En dan wordt er een voorbeeld gegeven, maar verwacht de heer Kasteleijn niet dat er een discussie met een boa kan ontstaan over wat een ‘geschikt opruimmiddel’ is? Straks zegt iemand: ‘Ja, ik vind mijn rechterhand ook een geschikt opruimmiddel.’ Of: ‘Ik vind mijn linkerbroekzak ook een geschikt opruimmiddel.’ Bent u niet bang voor zo’n discussie? Want daar kom je toch nooit uit? De heer Kasteleijn (50PLUS): Ja, ik denk dat het juist heel duidelijk is. Er staat nu helemaal niets en het is een groot probleem. Als je dus je plastic zakje kunt tonen en of je schepje, nou, dan is dat toch duidelijk? Ik bedoel, als iemand anders een ander middel wil bedenken, ja, dan moet hij of zij dat wel bij zich hebben. De wnd. voorzitter: Ik wou het eigenlijk afsluiten. Maar echt tot slot nu nog de heer De Jong. En ik wil er ook even op wijzen: laten we ook even proberen het bij één woordvoerder per partij te houden. Dit is ook voorbereid, neem ik aan, door de partijen en daar wil ik wel echt even het verzoek toe doen.
44
De heer De Jong. De heer De Jong (Hart voor Emmen): Het is voorbereid door de partijen. Mijn excuses, meneer de voorzitter. Er is nog één vraag en die wil ik echt stellen, want ik wil me daar heel goed van doordrongen zijn. Meneer Kasteleijn, begrijp ik het goed dat op het moment dat dit amendement wordt aangenomen en ik ga lopen met mijn hond, ik strafbaar kan zijn wanneer ik geen zakje met mij mee zou dragen, zonder dat mijn hond ook maar één gram hondenpoep heeft achtergelaten? Is dat correct? De heer Kasteleijn (50PLUS): Dat is juist. Ja. Er staat bij punt 5: ‘Het niet-voldoen aan het vierde lid wordt aangemerkt als een overtreding.’ De heer Koops (D66): Een punt van orde. Want wij zijn inderdaad voornemens om een motie in te dienen. Misschien omwille van de tijd is het handig dat ik dat meteen doe, zodat de partijen allemaal in de eerste termijn daarop te reageren, zodat we dat niet in de tweede termijn alsnog hoeven te doen? De wnd. voorzitter: Ja, qua tijd zou ik me kunnen voorstellen. Maar ik kijk wel even rond. Wordt dit gedragen? Ja? Dan doen we dat. Ja? Dan krijgt de heer Koops van D66 het woord. Nogmaals, ik zou graag aandacht voor de spreker willen hebben. Gaat uw gang. De heer Koops (D66): Ja, waar het tijdens de commissievergadering in belangrijke mate over is gegaan, zijn verschillende zorgen rond het voorgestelde verbod op de openbare ruimte als slaapplaats.
Met name – dat was volgens mij een breedgedeelde opvatting – omdat ons beleid gericht moet zijn op het doorbreken van dakloosheid en niet het bestraffen of zelfs verergeren daarvan. Dus om die reden hebben wij getwijfeld over de voorgestelde wijziging. Tijdens de commissievergadering is gelukkig benadrukt dat deze toevoeging aan de APV bedoeld is als stok achter de deur bij excessieve gevallen waarin interventies bij dak- en thuisloosheid in hun algemeenheid integraal gericht zijn en ook blijven op het barmhartig bieden van de juiste zorg. De commissievergadering heeft ons daarmee gerustgesteld over de aanleiding voor deze toevoeging, maar voor de geruststelling over de uitvoering denkt onze fractie nog wel meer zekerheid te kunnen krijgen.
Het is om die reden dat wij een motie hebben opgesteld die wij samen indienen met de ChristenUnie en 50PLUS, waarin wij het college tot het volgende oproepen: Motie ‘Geen boete voor dakloosheid’ (ingediend door de fracties van D66, de ChristenUnie en 50PLUS) ‘De raad van de gemeente Emmen, in vergadering bijeen op 18 december 2025, Bij de behandeling van agendapunt B4 ‘Actualisatie Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Emmen 2025’, Constaterende dat • voorgesteld wordt om een zogenaamd ‘Verbod gebruik openbare plaats als slaapplaats’ toe te voegen aan de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Emmen; Overwegende dat • diverse dak- en thuisloze mensen veroordeeld zijn tot het buiten slapen; • het krijgen van boetes schuldhulpverlening kan bemoeilijken; • de kosten voor de gevolgen van oninbare boetes groot kunnen zijn; • boetes een weg naar herstel voor dak- en thuisloze mensen in de weg kunnen staan; • effectief en humaan beleid gericht moet zijn op het doorbreken van dakloosheid, en niet het bestraffen of verergeren daarvan; Verzoekt het college om: • het opleggen van boetes aan dakloze personen voor overtredingen die direct voortkomen uit hun dakloosheid, zo veel als mogelijk te vermijden en in plaats daarvan in te zetten op begeleiding, zorg en toeleiding naar passende ondersteuning; • hierover de politie en gemeentelijke boa’s te informeren en te instrueren;
En gaat over tot de orde van de dag.’
45
De heer De Jong (Hart voor Emmen): Ja, ik had nog één vraag. Zou de heer Koops aan kunnen geven waarom deze motie in die zin nodig is, als de boa’s en politie nu al beschikken over de discretionaire ruimte om maatwerk toe te passen in het boetebeleid? De heer Koops (D66): Nou, dat heeft een aantal redenen. Als is het maar dat wij als raad uitspreken dat wij dit belangrijk vinden. Ook al heb je een discretionaire bevoegdheid, dan vraagt dat nog steeds iets van een ambtenaar. Die ambtenaar kan zich ook gesteund voelen door een uitspraak van de raad en daarmee ook van het college. En het biedt ook gewoon duidelijkheid. Dus ik denk dat als je kijkt naar de kerntaak van wat wij doen hier in de gemeenteraad – het kaders stellen, het controleren, ook het volk vertegenwoordigen – ja, dan is dit wat ons betreft een heel belangrijk signaal dat wij daarmee afgeven. De heer De Jong (Hart voor Emmen): Ja, waar trekt de heer Koops dan de grens? Welke andere overtredingen uit de APV moeten we straks ook niet meer sanctioneren als ze voortkomen uit de omstandigheden? De heer Koops (D66): Ja, voorzitter, een hypothetische vraag: daar schiet niemand iets mee op. Als de heer De Jong een concrete vraag heeft, dan geef ik daar graag een antwoord op. Maar dit voegt denk ik wat mij betreft niks toe aan de discussie. De heer A. de Vries (PvdA): Uitgebreid in de commissie besproken, de APV.
Wij gaan het niet helemaal overdoen. Toch één punt willen we nog wel wat op terugkomen. Er is net ook al op gewezen: het gaat over het verbod op slapen in de openbare ruimte. Het lijkt ook goed dat de APV hier wel aandacht aan besteedt, maar gaat het dan over handhaven en in welke gevallen doe je dat? Het gaat namelijk ook over medemenselijkheid voor wat betreft dakloze mensen. Dakloosheid is wat ons betreft geen keuze. Het overkomt de meeste mensen en vaak ook nog tijdens de donkerste dagen van hun leven. Zij verdienen geen boete, maar zij verdienen wel onze compassie. Tijdens de commissie zei de burgemeester dat het niet de intentie was en is om hierop te gaan handhaven in geval van dakloosheid, maar wel om mensen de helpende hand te bieden, bijvoorbeeld richting de opvang. We hebben net ook de motie gezien en gehoord die D66 heeft ingediend. Wij zijn wel even benieuwd naar de reactie van de burgemeester en wellicht kan een stevige toezegging daar ook behulpzaam in zijn. Maar dat is even niet aan ons. Wat betreft het amendement dat wij samen indienen met Wakker Emmen: ja, dat ondersteunen wij uiteraard – laat dat ook duidelijk zijn. Dan tot slot. Ik had er een beetje een naar woord voor bedacht, ik zal het hier niet uiten. Het ‘hondenpoepamendement’ – laat ik het dan zo maar noemen.
Laten wij eerlijk zijn, voorzitter: of het nou of plek één, drie, vier of vijf is, hondenpoep is wel degelijk een dagelijkse ergernis van veel mensen. En dat wij er met elkaar voor dienen te zorgen dat wij de poep van onze honden netjes opruimen, dat staat ook buiten kijf. Dat heeft ook iets met opvoeding te maken of iets dergelijks. Maar moeten wij dit dan ook op deze manier willen opnemen in de APV, die draagplicht van een zakje, een schepje, een hand? Nou, die laatste heb je dan altijd wel bij je. Voorzitter, de vraag is even: gaan wij dan ook echt handhaven? En ja, meneer Kasteleijn noemde al even dat de boa daar dan maar op moest controleren, maar wij hebben het de laatste tijd hier best wel vaak gehad over de capaciteit van onze handhavers en waar wij dezen ook in willen zetten. Voorzitter, is dan een man hunt op hondenpoep-aso’s nu de hoogste prioriteit in onze gemeente? Daar twijfelen wij enorm aan. Mevrouw Gommer (CDA): Het CDA is positief over de actualisatie van de APV. Dat hebben we ook in de commissie aangegeven. Het is goed dat er stappen zijn gezet om onder andere de privacy van personen te beschermen en onze vragen zijn in de commissie beantwoord. Wij kregen vanuit onze achterban al positieve reacties over de nieuwe ligplaatsenregeling en dan met name [over] de aanpak van de ‘vergeten boten’. U zult als raad wel al het idee hebben waar het nu over gaat.
Dat heb ik eigenlijk al aangegeven: vandaag bespreken we alleen de wijzigingen. De burgemeester heeft in de commissie bij aanvang van
46
dit agendapunt ook toegezegd dat de hele APV aan het begin van de nieuwe raadsperiode, dus nog voor de zomer, wordt voorgelegd. Wij hadden namelijk ook wel wat andere vragen, hebben die ook gesteld. Maar daarvan hebben wij afgezien om die hier nu in te brengen, omdat ook gevraagd was om dat nu niet te doen, maar met alle andere zaken samen te kunnen bespreken en dan het goede debat met elkaar te kunnen voeren over de hele APV. Een tweetal amendementen heeft dus ook niet te maken met de wijzigingen. Ja, wij zullen die ook niet steunen. Acht keer een feestje organiseren kan eventueel voor de zomervakantie ook nog. Als u ervan overtuigd dat dat voor twaalf keer ook door de raad gedragen wordt, dan kan dat na de zomervakantie ook nog prima. De hondenpoepzakjesvraag: ja, ik snap dat u misschien die vraag nu nog zou willen stellen. De heer Katerbarg (Wakker Emmen): Dan ben ik toch wel even benieuwd. Is het CDA nu tegen dit amendement omdat ze het inhoudelijk er niet mee eens zijn of omdat het op het verkeerde moment wordt ingebracht? Mevrouw Gommer (CDA): Dat laatste. De heer Katerbarg (Wakker Emmen): Nou ja, dat mag natuurlijk. Dus zo zou ik zelf amendementen niet beoordelen. En ik ken het CDA ook altijd als een partij die zegt dat ze de dingen op inhoud beoordelen.