CConstaterende datEmmen
Koppel je AI →
Document · PDF

251218 Gemeente Emmen Raadsvergadering

Raadsvergadering 29 januari 2026, gemeente EmmenBij agendapunt: Notulen openbare raadsvergadering van 18 december36.185 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Ze dwingen tot keuzes en maken zichtbaar waar de inzet daadwerkelijk plaatsvindt en ze voorkomen dat ‘integraal’ een synoniem voor ‘vrijblijvendheid’ wordt. Voorzitter, veiligheid vraagt helder denken en vraagt een bestuur dat koersvast durft te zijn. Tot zover in eerste termijn en dank u wel. De heer Koops (D66): Het was best een stevige commissievergadering. En wat ons betreft niet zonder reden, omdat het Veiligheidsplan dat nu voorligt, op punten echt tekortschiet. Wat daarbij in onze ogen een verzwarende omstandigheid vormt, is dat dit thema bijzonder tastbaar is voor onze inwoners. Natuurlijk gaat het op heel veel plekken goed, maar wanneer we spreken over veiligheid, zullen veel inwoners toch ook vooral kijken naar Nieuw-Weerdinge, het stationsgebied en de ervaren onveiligheid in bijvoorbeeld het uitgaansleven en ook die veroorzaakt wordt door de jeugd in dorpen en wijken. Alleen daarom al had dit plan met meer zorg gepresenteerd moeten worden, omdat ontevredenheid ook ruimte biedt voor onzalige ideeën en populisme. De heer De Jong (Hart voor Emmen): Hoorde ik de heer Koops nu zeggen dat dit Integraal Veiligheidsplan ruimte biedt voor populisme? De heer Koops (D66): Nee, dat hoorde u mij niet zeggen. (…) Altijd goed, die verduidelijking. Desalniettemin halen wij een positieve zaak uit de commissievergadering.

Zo is onderkend dat samenwerking het fundament voor veiligheid is. Dat we gebieden niet veiliger maken door harder te straffen, maar vooral door te durven investeren in de omgeving, mensen en relaties. En dat we nog de

16

ruimte hebben voor verdere verdieping in de uitvoeringsplannen waarmee we op basis van concrete cijfers tot specifiekere en bovenal integrale gebiedsgerichte aanpakken kunnen komen. Waarbij we bovendien ook positief erop willen hameren dat de eerste gesprekken met de inwoners en gebruikers van het stationsgebied hebben plaatsgevonden, waarvoor ik ook dankbaar ben. Het is mede daarom dat wij mede-indiener zijn van het amendement ingediend door de ChristenUnie, waarmee wij dus niet alleen een opdracht willen geven, maar ook vooral ons vertrouwen willen uitspreken. Natuurlijk is het belangrijk om te benoemen waar het schuurt en wat beter kan. Maar nog veel belangrijker is de onderkenning dat problemen het beste samen aangepakt kunnen worden en dat onze inwoners een gemeenteraad verdienen die ook vooruit durft te kijken. Daarbij refereer ik dankbaar aan de woorden van de heer Mulder. Ook wat D66 betreft gaan we daarom zo snel mogelijk met de uitvoering aan de slag. Tot zover. Mevrouw Van der Woude (GroenLinks): Tijdens de commissievergadering van 4 december is het Integraal Veiligheidsplan uitvoerig besproken. Want veiligheid raakt ons allemaal. Tegelijkertijd merken we dat het dichterbij komt en dat het voor partijen een belangrijk profileringsthema is – wat begrijpelijk is. Het vraagt wel om zorgvuldigheid en nuance, waarbij het stationsgebied een heet hangijzer is.

En dat zorgt voor discussie. Ook binnen onze fractie wordt er verschillend naar gekeken. De een ervaart dat er soms meer boa’s zijn dan reizigers en de ander ziet nauwelijks boa’s. Zoals ik bij de commissievergadering ook al zei: veiligheid is persoonsgebonden. Ook ik merk het. Ik maak regelmatig gebruik van het stationsgebied als overstapplek. Eerder deed ik dat zonder enig aarzelen. Maar sinds het als veiligheidsrisicogebied is aangewezen, ben ik extra alert en meer op mijn hoede. Zo zie je dat beleid invloed heeft op je gevoel van veiligheid. Voor GroenLinks is het wel belangrijk om te luistern naar mensen die zich onveilig voelen. Iedereen moet zich veilig voelen op het station: reizigers, medewerkers, omwonenden, mensen die daar noodgedwongen verblijven. Dat geldt ook voor het centrum, Angelslo, Emmermeer, NieuwWeerdinge: daar zijn ook veiligheidsvraagstukken. Om als raad grip te houden vinden wij het amendement van de ChristenUnie een goed amendement en zullen we dat zeker ondersteunen. Voorzitter, om grip te houden op de veiligheid rond het station, die belangrijk is, willen we niet voorbijgaan aan de andere urgente thema’s. In dat kader willen we ook stilstaan bij een punt dat ons is opgevallen in de stukken. Er wordt namelijk gesteld dat het aantal meldingen bij Veilig Thuis zou dalen. Navraag binnen onze partij levert ons een beeld op dat dit niet helemaal klopt.

In Emmen zijn in het afgelopen jaar de meldingen juist met ruim 200 toegenomen en ook bij Veilig Thuis was dat al opgevallen. Deze stijging kan positief worden geduid als teken dat de meldingsbereidheid toeneemt en dat mensen de weg naar hulp beter weten te vinden. Maar wat essentieel is, is dat de cijfers wel moeten kloppen. Zeker bij thema’s als huiselijk geweld en kindermishandeling is zorgvuldigheid in de aandacht cruciaal voor goed beleid en politieke keuzes. Dat raakt direct aan gendergerelateerd geweld en femicide, een ernstig en structureel probleem. Ik wil hier toch nog maar eens noemen dat elke acht dagen een vrouw sterft door geweld. Ook hierin zien we graag concrete uitvoeringsagenda’s met de handvatten Young Women als een hulpmiddel. Tot slot, voorzitter. GroenLinks zal blijven pleiten voor preventie. Het is goedkoper, effectiever en beter voor de samenleving dan repressie achteraf. Veiligheid bereik je niet door mensen uit te sluiten, maar beleid dat rust op perspectief en menselijkheid. De heer De Jonge (VVD): Een vraag ter verduidelijking. Ik hoor mevrouw Van der Woude iets zeggen, maar door het instellen van een veiligheidsrisicogebied voelt u zich onveiliger op het station? Mevrouw Van der Woude (GroenLinks): Ja.

Nou, in de afgelopen jaren loop ik meermaals elf uur ’s avonds naar het station toe om daar op andere bussen te stappen, ook de bus richting Nieuw-Weerdinge, trouwens. En dat deed ik eigenlijk zonder enig aarzelen. Maar op het moment dat het een veiligheidsrisicogebied is geworden, denk ik: goh, dan moet ik misschien toch maar heel erg oppassen. Terwijl dat in het verleden niet het geval was en – laat ik duidelijk zijn – ook nooit enig incident met mij heeft plaatsgevonden.

17

De heer De Jonge (VVD): Dan neem ik aan dat u ook de andere kant ziet, dat misschien heel veel mensen zich juist wel veiliger voelen in het stationsgebied? Mevrouw Van der Woude (GroenLinks): Daarom heb ik ook als aanvulling op mijn verhaal wel gesteld dat ook binnen onze fractie sommige mensen zich iets veiliger voelen en nu wat veiliger zijn, omdat veiligheid een persoonlijk gevoel is. Het is niet altijd gebaseerd op feitelijkheden of op hoe het daadwerkelijk de situatie is. Veiligheid is altijd persoonlijk en daar moet altijd naar geluisterd worden en dat heb ik ook al benoemd. De wnd. voorzitter: Voor de laatste keer de heer De Jonge. De heer De Jonge (VVD): Ja, ter aanvulling. Veiligheidsgevoel is wat je zelf hebt en veiligheid is wat iemand anders je ook kan bieden. Mevrouw Van der Woude (GroenLinks): Dan zal ik nogmaals benadrukken dat veiligheid ook iets is wat binnenin zit en niet per se iets is wat een ander jou als gevoel geeft. Ik kan ook mijzelf veilig of onveilig voelen, ongeacht welke situatie zich voordoet. De heer Kasteleijn (50PLUS): Het Integraal Veiligheidsplan 2026-2029 is een evenwichtig en positief plan, dat duidelijk inzet op leefbaarheid, preventie en samenwerking in de wijken. Het biedt een goede basis om veiligheid niet alleen repressief maar ook vooral praktisch dicht bij de inwoners te organiseren. Tegelijkertijd roept het bij mij enkele vragen op.

Hoe zorgen we dat handhaving en toezicht voldoende op peil blijven? In paragraaf 2.2 betreffende de gebiedsontzeggingen: gezien de problemen bij het station vragen we ons af of de burgemeester van zijn bevoegdheid om mensen in dit gebied een gebiedsontzegging op te leggen, hier ook gebruik van zal gaan maken om daarmee het gebied veiliger te maken. Wat vinden wij als 50PLUS belangrijk bij veiligheid? Veilig ouder worden in de wijk, aandacht voor verkeersveiligheid natuurlijk en vooral ’s avonds. Dan digitale veiligheid en zichtbaarheid en aanspreekbaarheid van handhaving. Voor 50PLUS is het belangrijk dat dit plan zich hooguit op de kwetsbare groepen richt. Niet alleen op de ouderen, maar ook bijvoorbeeld op de jongeren die zich ’s avonds verplaatsen. Vanuit dat perspectief zien wij in het IVP als gevolg van het kader dat vraagt om concrete en herkenbare acties.

De motie die ik hierbij wil indienen over samen veilig naar huis fietsen, doe ik hierbij: Motie ‘Veilig samen naar huis’ (ingediend door de fractie van 50PLUS) ‘De raad van de gemeente Emmen, in vergadering bijeen op 18 december 2025, Bij de behandeling van agendapunt B2 (‘Integraal Veiligheidsplan 2026-2029’); Constaterende dat • straatintimidatie een groeiend probleem is, ook in Emmen; • vooral jongeren en studenten zich vaak onveilig voelen wanneer zij na het uitgaan of na activiteiten in het centrum van Emmen alleen naar huis moeten; Overwegende dat • ‘wijkverzamelpunten’ actief kunnen bijdragen aan het vergroten van de sociale veiligheid in de avonduren; • het laagdrempelig, zichtbaar en eenvoudig uitvoerbaar is; • samenwerking met scholen, jongerenorganisaties en horeca in Emmen dit plan kansrijk maakt; Verzoekt het college om: • te onderzoeken of in Emmen een ‘wijkverzamelpunt’ gerealiseerd kan worden, bijvoorbeeld door ontmoetingspunten van een wijk in het centrum in te richten; hierbij kan gedacht worden aan bordjes met ‘wijkverzamelpunt’ én de naam van de wijk; • daarbij jongeren, scholen, horeca en politie actief te betrekken; • de raad hierover in 2026 te informeren; En gaat over tot de orde van de dag.’

18

De heer Kasteleijn (50PLUS): Dit gaat met name over jeugd die ’s avonds naar huis fietst. De heer Supheert (ChristenUnie): Wij hebben zojuist kennisgenomen van de motie van 50PLUS. We zijn eigenlijk wel even benieuwd naar waar dit op is gebaseerd. Zijn er praktijkvoorbeelden uit andere gemeenten waaruit blijkt dat dit werkt? Of is hier onderzoek naar geweest? We zijn even benieuwd waar dit vandaan komt. De heer Kasteleijn (50PLUS): Ja, inderdaad, er zijn andere plaatsen waar ze dat uitgeprobeerd hebben. Wel met een wat luxere uitvoering dan die ik voor ogen heb. Daar zijn allemaal mooie gekleurde bomen en weet-ik-veel-wat bij gemaakt. En ja, ik denk dat wij hier in Emmen nuchter genoeg zijn en dat we met een simpel bordje met ‘Emmermeer’ of wat dan ook heel duidelijk kunnen zijn . De heer Supheert (ChristenUnie): En als vervolg daar dan op: zijn daar ook resultaten van? Blijkt ook dat dit ook echt werkt? De heer Kasteleijn (50PLUS): De resultaten daarvan zijn wisselend, dat is waar. Maar aan de andere kant hebben wij toch ook gevallen hier in Emmen gehad dat we zeggen: als we zo’n verzamelpunt gehad zouden hebben, dan zou daar mogelijk een stuk meer veiligheid geweest zijn voor die jeugd om naar huis te fietsen. De heer De Jonge (VVD): Ja, want 50PLUS refereert in zijn motie naar Tilburg en Eindhoven. Dat klopt, hè? Ja.

Als ik u daar op mag wijzen, dan wordt dat in die twee steden alleen gedaan bij de eerste introductieweek van de studenten. Daarvoor hebben ze dit daar ingediend. Dus het is geen structureel iets. Het is alleen in die week, zodat de studenten die net in die stad zijn gekomen, weten waar ze heen moeten. Dat is geen structureel iets, dus er kunnen verder ook geen resultaten van zijn. De heer Kasteleijn (50PLUS): Het klopt inderdaad dat het niet structureel is. Maar het idee is dus dat de jeugd altijd weet wanneer ze op zaterdagavond of vrijdagavond uitgaan, ze daar hun fiets neer kunnen zetten. En nogmaals, wij hebben gekozen voor een – laat ik zeggen – goedkope uitvoering. De heer De Jonge (VVD): Ja, ter aanvulling daarop. Het is daar alleen doordeweeks, dus van maandag tot en met de donderdag. Dus niet in de weekenden en dat is specifiek voor de kennismakingsweek. Dus als u iets anders wilt, dan is dat prima, dat is uw voorstel. Maar goed, het is wel degelijk anders dan wat daarmee wordt bedoeld. Uw idee is dus ook totaal iets anders dan wat zij trachten te bewerkstelligen. De heer Dekker (Wakker Emmen): Nou, in het verlengde van de heer De Jonge. Het betrof inderdaad Tilburg en Eindhoven met die introductieweek. Inmiddels heeft er ook een evaluatie plaatsgevonden vanuit de organisatie die dat georganiseerd heeft.

En die heeft vooral ook aangegeven dat het bedoeld was om bewustwording te creëren voor dat er aandacht was voor straatintimidatie, maar dat het eigenlijk nu een soort van symbolische veiligheid betrof en geen bewezen veiligheid. Hoe kijkt u daartegenaan? Want u refereert aan juist dat specifieke moment dat in Tilburg en Eindhoven heeft plaatsgevonden. Als u daaraan refereert en u wilt dat een-op-een koppelen aan Emmen, dan denk ik dat dit wel belangrijk is om mee te nemen in uw overwegingen. De heer Kasteleijn (50PLUS): Nee, het is wel zo dat ik daardoor getriggerd werd en daarop door ben gaan denken. Maar het is natuurlijk niet zo dat die onveiligheid die kinderen hebben als ze naar huis toe fietsen, alleen maar op het moment is als de FC Emmen weer in de Eredivisie zit. Dat is ook elke zaterdag of vrijdag als ze terug naar huis toe gaan. Wij zien het dus veel meer als een structurele zaak waardoor dan de jeugd in ieder geval weet: oké, als ik dan met een groepje toe wil fietsen, dan moet ik mijn fiets daar neerzetten. En op die manier kun je dan een stuk veiligheid creëren.

19

De heer Dekker (Wakker Emmen): Ja,m ik begrijp de intentie wel. Maar denk ut dan ook niet dat als het zo’n groot succes was geweest in grote steden als Eindhoven en Tilburg, een structurele oplossing dan daar ook van toepassing zou zijn geweest? Dat ze dat dan niet als een pilot hebben ervaren en dit nu eigenlijk doorzetten omdat het verder geen succes heeft? De heer Kasteleijn (50PLUS): U zegt het inderdaad heel goed: het was een pilot. En dat zie je dus heel vaak: dan is er een pilot en daarna is het afgelopen. Dat is dus juist wat ik niet zoek. Wij zoeken juist ernaar dat het een structureel verhaal is, waarbij wij dat dus niet in het eenmalige pilotverhaal zoeken. Wij zouden daar een structureel verhaal van maken en we hopen dat we daar steun voor vinden. Mevrouw Spang (PvdA): Naast dat ik me aansluit bij de vorige sprekers, ben ik wel heel erg nieuwsgierig naar het volgende. De situatie in Tilburg – als ik dat even als voorbeeld mag nemen – en Emmen is niet een-op-een te vergelijken, natuurlijk. Want Tilburg is dichter bevolkt. Dat ging ook om zes stallingen. Als we hier zeg maar inclusief willen zijn naar de jeugd toe, dan hebben we vijftien dorpen en veertien wijken om een fietsenstalling voor te maken. Dat is nogal wat. Dus wij vragen ons wel af of dit idee in onze gemeente goed uitvoerbaar zou zijn. Hoe ziet u dat? De heer Kasteleijn (50PLUS): Ik zie dat als volgt.

Ik spreek ten eerste over wijken en ik spreek niet over dorpen – dat ten eerste. Daarmee beperk ik het al tot – laat ik zeggen – een stuk of vijf plaatsen maximaal. Ten tweede: ik praat niet over fietsenstallingen. Dat hebt u mij niet horen zeggen. De wnd. voorzitter: Nog één keer mevrouw Spang. Mevrouw Spang (PvdA): Nou, dat vind ik heel erg jammer voor de jongeren in de dorpen. Want die willen natuurlijk ook gewoon veilig uitgaan. Maar is er dan echt geen enkele manier waarop u dan verder wilt kijken dan die wijken? De heer Kasteleijn (50PLUS): In eerste instantie dacht ik aan mensen uit de wijken. Mocht er binnen de raad het gevoelen zijn dat het verder moet uitbreiden? Ja, prima, daar ben ik zeker voor in. De heer Supheert (ChristenUnie): Ik begrijp dat de heer Kasteleijn hier bij motie een voorstel doet om de veiligheid te verbeteren. Maar begrijpt de heer Kasteleijn dan ook dat hij nu een voorstel doet om samen te gaan fietsen met wildvreemden? En hoe ziet u dat in relatie tot veiligheid? De heer Kasteleijn (50PLUS): Dat is juist. Ja. En die wildvreemde woont in dezelfde wijk en die wildvreemde heeft ook daar zijn of haar fiets neergezet. Ja, het lijkt me moeilijk als iemand slechte bedoelingen heeft en hij zijn fiets daartussen zet. Dat probleem zie ik niet zitten – laat ik het zo zeggen. De wnd. voorzitter: Oké, bedankt.

We zijn nu aan het einde gekomen van de eerste termijn van de fracties. We gaan nu over tot de beantwoording van de burgemeester... U was toch klaar, neem ik aan? Of hebt u ook nog een verdere bijdrage? De heer Kasteleijn (50PLUS): Ik wilde alleen nog de steun uitspreken voor de motie van de ChristenUnie, die ik helaas niet meegekregen heb. De wnd. voorzitter: Maar dat is geen motie, dat is een amendement. De heer Kasteleijn (50PLUS): Eh… amendement. Sorry. De wnd. voorzitter: Ja. Nee, maar dat is een groot verschil. Bedankt nogmaals. Wat ik net al zei: we gaan nu over tot de beantwoording door het college. De burgemeester zal daar een reactie op geven. Aan u het woord.

20

Reactie college De heer Van Oosterhout (burgemeester): Dank aan de raad voor de steun die overwegend is uitgesproken over het Intergraal Veiligheidsplan en ook even daarbij de relatie die gelegd werd met het Uitvoeringsplan. Dat hebben we op 19 januari aan de orde in de informatiebijeenkomst. De input die vandaag geleverd is, zal ook nog weer onderdeel uitmaken van het Uitvoeringsplan 2026. Daarmee kom ik meteen bij een reactie op het amendement als het gaat om gebiedsgerichte uitvoeringsplannen of als het gaat om een halfjaarlijkse evaluatie. Het thema ‘wendbaarheid’ viel ook al. Ja, er gebeurt veel op het terrein van veiligheid, dus het lijkt me inderdaad een uitstekend idee om niet nu een Veiligheidsplan vast te stellen en een Uitvoeringsplan, om dan vervolgens daar na een jaar maar eens naar te kijken. We hebben inderdaad binnen de gemeente ook een eigen datasysteem, een eigen monitoringssysteem, waarbij we goed de vinger aan de pols houden of we nog op het goede spoor zitten met elkaar. En daar past inderdaad ook zo’n amendement bij om eens ergens – ik zeg maar even – rondom de zomer dat met elkaar te plannen om gewoon te gaan kijken naar hoe staat het en daaraan die gebiedsgerichte uitvoeringsplannen te koppelen. Want die maken het net even wat concreter.

Ik ben blij dat u zegt dat: laten we dat ook even wat beperken tot de gebieden waar veiligheid met name een rol speelt. Dat maakt het al wat makkelijker. Dus de combinatie van een Uitvoeringsplan 2026 met gebiedsgerichte uitvoeringsplannen, met daarbij een evaluatie zo rondom de zomer, lijkt mij een uitstekend idee. Ten aanzien van de inwonersbijeenkomst werd vanuit Wakker Emmen ook nog de vraag gesteld of ik misschien al wat kon zeggen over de eerste signalen. Ja, dat kunnen we wel. Ik heb een terugkoppeling gekregen dat dat een goed gesprek was. Dat wordt vervolgd met een schouw begin januari en dat we dan met de inwoners die in dat gebied wonen – ik zou haast zeggen: met de handen in de zakken – nog eens rondlopen om te kijken wat er dan met name speelt en hoe we daarop kunnen inspelen. En daar is ook de afspraak gemaakt om dat structureel te doen, om met een zekere regelmaat in gesprek te gaan met de omwonenden om te kijken of de afspraken die we met elkaar maken, nog steeds goed gaan. Dat lijkt een beetje op het bewonersoverleg dat we doen rondom bijvoorbeeld de opvang van het Leger des Heils en dergelijke, door met een zekere regelmaat te spreken met de inwoners. Ik ben blij dat die eerste bijeenkomst daarin ook goed is gevallen. Met de Partij van de Arbeid deel ik de zorgen over de capaciteit.

Ik denk dat u dat wel heel goed zei, met name waar het gaat over de wat verborgen thema’s. Even los van dat de raad haar eigen keuzes maakt en natuurlijk, de onveiligheid in het stationsgebied geeft heel veel aandacht. Maar er zijn ook genoeg thema’s die een rol spelen om daar met elkaar nog veel aandacht aan te besteden en met name die thema’s die je niet zo ziet. Ik denk dat GroenLinks daar een aantal thema’s van benoemde, de Partij van de Arbeid noemde dat ook. En ik vraag nog maar eens aandacht voor het thema ondermijning: lastig te pakken. We hebben u geïnformeerd op een aparte bijeenkomst op het politiebureau daarover. Maar verkijk je niet op het feit dat er ook een hele onderstroom zit met andersoortige veiligheidsgevoelens dan alleen maar gedoe in het stationsgebied. Dus daar moeten we met elkaar alert op zijn. Ik vond het thema ‘de verborgen onveiligheid’, zoals de heer Mulder dat zei, denk ik heel mooi. Een rechtreeks antwoord op de vraag van de VVD waar het gaat om realtimecamera’s. Ja, daar zijn we inderdaad mee bezig om dat uit te werken. Dat doen we ook met meer gemeenten, bijvoorbeeld waar het gaat om de ervaringen in de gemeente Groningen. Want dat zou inderdaad een heel mooie toevoeging zijn en we willen echt proberen om dat voor het echte festivalseizoen, het echte uitgaansseizoen geoperationaliseerd te hebben.

Het is wel leuk om daar nog eens achter de schermen te kijken. We leren ook van met name de evenementenlocaties. Als je kijkt hoe dat bijvoorbeeld gaat bij het Hello Festival en bij het Piratenfestijn, dan hebben ze het daar echt prachtige camerasystemen. We proberen dat met de politie ook in het centrum van Emmen te krijgen op bepaalde plekken. Ook ik was wat in de war waar het gaat om het ‘zwabberbeleid’, zoals dat werd aangegeven door Hart voor Emmen. Ik vond het voorbeeld van de pendelbus inderdaad nou niet het beste voorbeeld daarvan. Kijk, wat we juist doen in de afgelopen jaren, is een heel aantal speerpunten benoemen. Daar is dat meerjarenveiligheidsplan op gestoeld, juist om te voorkomen dat we van hype naar hype, van actuele situatie naar actuele situatie gaan, maar in plaats daarvan het langs de grote stroom doen. Op het moment dat u het Veiligheidsplan vaststelt, hebben we in die zin ook een aantal speerpunten met elkaar geformuleerd: u hebt ze kunnen lezen. Dat geeft wat richting aan het verhaal. En natuurlijk, de wendbaarheid hoort daarbij op het moment dat er een spoedeisende actuele situatie is, om daar snel en

21

alert op in te grijpen. Maar wat helpt, is in ieder geval de ervaring in de afgelopen periode, om dat te doen. Dat stuurt ook – en dat zullen we ook in de informatiebijeenkomst wel wat duiden – de samenhang tussen dit Veiligheidsplan en de inzet van de politie. Ook de politie vraagt om duidelijkheid waar het gaat om een aantal speerpunten zodat ze daar makkelijker hun personeel op in kunnen zetten. Dus even los van uw voorbeeld, ik heb in die zin heel veel meer voorbeelden te noemen. Het is inderdaad een soort kompas waarbij die vaststelling van een aantal speerpunten echt kan helpen. Vanuit D66 viel het thema integraliteit. Ik zei daar in de vorige commissievergadering ook al wat over en dat is inderdaad een terecht punt. Dat is best wat zoeken. Ik snap heel goed dat het ook wat onbenoemd is gebleven in dit Veiligheidsplan en dat we inderdaad alleen maar wat verschillende raakvlakken hebben geduid, dat is helder. Maar neem even zo’n thema als ‘zorg en veiligheid’ – om maar eens een heel groot thema te duiden. Ik ben best bereid om daar eens op een ander moment nog eens wat meer duiding aan te geven en met u daarover in gesprek te gaan. Weet dat daar heel veel verschillende verbanden zijn en weet tegelijkertijd – daar ben ik ook heel bescheiden in – wat de opbrengst is.

Want dat is een van de lastigste opgaven op dit moment in gemeenteland: hoe kun je dat heel grote zorgdomein ook koppelen aan veiligheid en omgekeerd – dat sluit ook aan bij datgene wat uw buurvrouw zei, meneer Koops – juist waar het gaat om dat type veiligheidsvraagstukken? Dat is best ingewikkeld, met heel veel partijen. Denk na over de knelpunten in de zorg, denk even aan de discussie over Jeugdbescherming Noord: daar komen zorg en veiligheid uitdrukkelijk bij elkaar. Lichtjes aangestipt in het Veiligheidsplan, dat ben ik snel met u eens. Maar de laag eronder wordt wel degelijk uitgewerkt en we zijn wel wat zoekende daarin. Daar ben ik heel eerlijk in: dat zijn niet de grote succesverhalen die daarbij horen. Maar wel heel belangrijk. U zei terecht, mevrouw Van der Woude, dat als het gaat om de daling van het aantal meldingen bij Veilig Thuis, in 2025 er juist een soort stijging gaande is. Dat klopt. Dit was nog een soort trend uit 2024. Het betekent tegelijkertijd dat we inderdaad daar heel alert op moeten zijn. Het sluit een beetje aan op de samenhang der dingen. Als je aan deze burgemeester vraagt: waar ben je nou echt bezorgd over en dergelijke? Zo’n thema als ondermijning, daar ben ik echt bezorgd over, maar ook inderdaad datgene wat er gebeurt in die hoek zorg en veiligheid richting vrouwen, richting kinderen.

Daar hebben we met elkaar heel veel te doen en daar speelt die samenwerking en integraliteit een belangrijke rol in. En ik ben het met u eens dat het thema preventie daar heel belangrijk bij is. Er was een leuk debatje tussen de heer De Jong en u, mevrouw Van der Woude, waar het ging om het veiligheidsrisicogebied of camera’s. Vergroot dat nou het veiligheidsgevoel of versterkt dat juist een gevoel van onveiligheid? Dat zijn volgens mij precies ook de smaken in de samenleving. Ik denk dat als je daar een soort enquête over zou houden, het een beetje fifty-fifty is. We waren met de gemeente in China, waar er zo’n beetje bij elke stoeptegel een camera boven hangt. In alle eerlijkheid, of je je daar nou een stuk veiliger van voelt, waag ik ook te betwijfelen. Omgekeerd – dat ben ik met de heer De Jong wel weer eens, zeker in een uitgaansgebied – snap ik wel dat camera’s het veiligheidsgevoel juist wat kunnen versterken. Dut is wat subjectief, dat weten we nu met elkaar. Ik weet wel dat je wat grenzen moet stellen aan datgene wat je daar wat aan het doen bent. Toen we met Koningsdag iets van 180 camera’s hadden in het hele gebied hangen, heb ik weinig mensen gehoord die zeiden: ‘Goh, wat voel ik me daar nu veiliger door!’ Dus daar zitten wel wat grenzen aan, dat is een beetje een optimum.

Ten slotte, meneer de voorzitter, stelde 50PLUS een concrete vraag over gebiedsontzeggingen in het stationsgebied. Ja, dat we doen, dat doen we heel veel. Dat hebben we gemandateerd aan de politie. Dus er worden wel degelijk gebiedsontzeggingen en gebiedsverboden uitgereikt. En ten aanzien van die motie ‘Samen veilig naar huis’: ja, daar is al wat over gezegd zo links en rechts. Ik ben het met het gros van de raadsleden eens dat ik me ook afvraag of dat nou een toegevoegde waarde is. We hadden drie dochters – zeg ik maar even – die regelmatig uitgingen, ook in steden waarvan ik dacht: gaat dat wel goed? En of het nu aan de dochters lag of aan die jongetjes, maar op de een of andere manier hadden ze altijd wel jongetjes om hen heen die de dames heel graag naar huis wilden brengen. Dan hadden we altijd wel de grap door te vragen: ‘En kregen die jongens daar ook nog wat voor terug?’ Nou, dan hoorden we ze wel op het grindpad aankomen en dan zei mijn dochter: “Doe-hoeg!” En dan moest dat jongetje weer vijf kilometer tegen de wind in fietsen en dan kon hij weer helemaal onverrichterzake naar huis. Want er was altijd toch een soort premiestelstel dat eraan zat. En daar hadden we het dan wel over met de dochters en dan zeiden ze: “Ja, hij bood aan om

22

mij naar huis te brengen. Maar ik heb niet gezegd dat daar iets voor in de plaats hoefde te komen.” Dus ik denk dat dat in de praktijk zichzelf wel regelt. Onderliggend is uw bedoeling hartstikke goed, meneer Kasteleijn. Het is inderdaad verstandig om je te laten begeleiden, zeker in de nachtelijke uren naar huis. Dat geldt niet alleen voor meisjes, dat geldt ook voor jongens. Fiets in een groepje. Maar mijn ervaring is dat het in de praktijk al heel veel gebeurt en dat we daar niet een soort onderliggend systeem voor moeten hebben. Tot zover, voorzitter. De wnd. voorzitter: Bedankt. Dan gaan wij over tot de tweede termijn van de gemeenteraad. Ik wijs er even op dat het niet verplicht is om het woord te voeren in de tweede termijn. Maar wie wil het woord voeren? Wakker Emmen, de heer Katerbarg. Tweede termijn De heer Katerbarg (Wakker Emmen): Dank aan de rest van de fracties voor de eerste termijn en ook aan de reactie van de burgemeester. Wij hebben eigenlijk nog even één concreet punt. De burgemeester benoemde in zijn eerste termijn wel dat rond de zomer een ‘hoe-staat-het-ervoor’ komt, een evaluatie. Wij zouden dat wel graag in een rapportagevorm willen zien. Daar mag ook wel een informatiebijeenkomst bij, maar we willen dan wel een rapportage over de stand van zaken die daar dan onder ligt.

Dus dat verzoek doen we dan nu bij de burgemeester en wellicht dat hij daar even in de tweede termijn op kan reageren. De heer Mulder (PvdA): Ja, laat ik maar even met die motie van 50PLUS beginnen. Ik kan me werkelijk niet herinneren dat ik alleen naar huis ben gefietst na het stappen. Dat is wel een tijdje geleden overigens, daar ben ik wel heel eerlijk in. Je maakt daarover afspraken met elkaar en als het onverhoeds toch een keer niet lukte om samen naar huis te fietsen, dan werd ik geacht om mijn ouders te bellen en dan werd ik opgehaald. Dus zo simpel werkte het. De fiets haalden we dan later wel weer op en volgens mij moet je het samen opfietsen vooral door de jongeren zelf laten organiseren. Zeker in de uitleg die de collega van 50PLUS gaf, klonk het toch wel een klein beetje als iets met kat en spek – om het even heel plat te zeggen. Maar goed. Wat de beantwoording van de burgemeester betreft: volgens mij zijn wij daar wel tevreden over, met name eventjes ook het punt van aandacht voor ondermijning. Dank daarvoor en wat ons betreft is dat voldoende. De heer De Jonge (VVD): Ja, in tegenstelling tot de heer Mulder fietste ik wel in mijn eentje naar huis, maar ik had toen wel het hele fietspad nodig – maar dat terzijde. Even terugkomend op de camera’s. Volgens mij was het min of meer een uitnodiging van de burgemeester.

Maar als dat zo is, dan ga ik daar graag in ieder geval een keer op in. Voor de rest geen vragen. Mevrouw Ester (SP): Dank voor de beantwoording van de burgemeester. Ik heb nog een punt over de meetbaarheid. We hoorden nog steeds over het wendbaar beleid. Maar inwoners willen toch graag weten wat het oplevert. Dus graag heldere doelen zodat de raad ook echt kan bijsturen. We denken graag mee, maar dan moet de uitvoering wel zo stevig worden als de woorden in het plan. Zoals het amendement ook aangeeft: werken aan veiligheid kan op twee manieren. Kijken wat nodig is en kijken wat er speelt in de hele gemeente. En dan in het bijzonder het centrum van Emmen inclusief het stationsgebied. De SP hecht eraan dat maatregelen proportioneel blijven en dat veiligheid nooit los wordt gezien van zorg en preventie. Tot zover. De heer Supheert (ChristenUnie): Dank aan het college voor de beantwoording in eerste termijn. Voorzitter, ik zou graag willen beginnen met de dank uitspreken voor de overweldigende steun voor het amendement: die lijkt raadsbreed.

23

En ik zou toch ook nog even willen ingaan op de motie van 50PLUS. Dit is nou typisch zo’n ding waar wij nou de rol van het gezin zien. Daar heb ik de heer Mulder ook al over horen spreken, dus geen steun voor de motie. Tot zover. Mevrouw Van der Woude (GroenLinks): Ook ik begin met de motie van 50PLUS. De heer Mulder nam me de woorden eigenlijk uit de mond. Het waren exact de woorden die ik wilde noemen, dat dit eigenlijk al ook wel door de jeugd zelf wordt georganiseerd. Ook bij mij is het iets langer geleden, maar de jeugd organiseert dat wel en laat het graag aan hen over. Verder ben ik wel positief over de geluiden die ik her en der hoorde. Het debat in de commissie was best wel stevig en scherp, maar ik hoorde hier ook best wel positieve geluiden over preventie, over gezin, over juist het vertrouwen en de preventie van het escaleren. Want dat is ook veiligheid. Dus wat dat betreft positieve geluiden hier. Reactie college De heer Van Oosterhout (burgemeester): Ja, zeg ik tegen Wakker Emmen, als ik het heb over een halfjaarlijkse evaluatie: daar hoort gewoon een rapportage bij, een beetje vergelijkbaar met de Bestuursrapportage. We zullen eens kijken in welke vorm we dat moeten gieten.

Maar inderdaad, als we het gesprek voeren halverwege het jaar – zeg maar even rondom de zomer – dan hoort daar gewoon een schriftelijke verslaglegging onder te liggen van tot hoe ver we zijn gekomen, wat goed gaat en wat beter kan en ook wel wat ondersteund met wat data. Dus dat zeg ik u bij dezen toe. De heer Katerbarg (Wakker Emmen): Heel kort, want dat hoor ik de burgemeester nu zeggen. Dat had ik in de eerste termijn niet gehoord, maar is het dan ook een toezegging dat het dan een halfjaarlijkse rapportage wordt? De heer Van Oosterhout (burgemeester): Ja, voorzitter. Dat is inderdaad de bedoeling. We zitten inderdaad even wat te denken aan de frequentie. Maar ik zei ‘rondom de zomer’. Ja, dan zit je inderdaad even halverwege de rit – laat ik het zo maar even zeggen. Dus dan krijg je een interval waarin je zegt: we hebben nu een Meerjarenveiligheidplan met een heel aantal speerpunten, met de overwegingen die daarbij horen. Dan in januari presenteren we het Uitvoeringsplan 2026, inclusief het Jaarplan van de politie. En dan lijkt me het goed om halverwege het jaar de evaluatie te doen en dat op basis van de door u gewenste schriftelijke rapportage met de data daaronder. En dan in aansluiting op de vraag van mevrouw Ester. Doelen, plan en uiteindelijk uitvoering: ja, dat hoort er inderdaad ook bij. Dat willen we zo concreet mogelijk doen.

Laten we elkaar niet vastzetten met allerlei meetbare doelen en dergelijke: dat kun je heel makkelijk doen. Je kunt zo iets neerzetten dat je zegt: nou ja, we nemen dat en dat punt en dan gaan we ervan uit dat het 50 procent daalt. Van die school ben ik niet zo, dat is best ingewikkeld. Natuurlijk, je kunt bepaalde trends voorspellen. Je kunt bepaalde trends ook als een doel formuleren. Maar dat kan nooit tot drie cijfers achter de komma. Daarvoor zijn er veel te veel factoren, variabelen van invloed bij allerlei soorten aspecten van veiligheid. Maar het idee dat je het zo concreet mogelijk formuleert en vervolgens – een beetje in het verlengde van de vraag van meneer Katerbarg – dan op gegeven moment ook aangeeft langs welke trend de ontwikkelingen gaan en hoe je dan het beleid kunt bijsturen: ja, dat is zeker de bedoeling, mevrouw Ester. We zullen rond de zomer, in die halfjaarlijkse evaluatie, eens kijken of we dat waar kunnen maken met elkaar. De wnd. voorzitter: Dat waren de vragen die u beantwoord hebt. Goed, dan draag ik het voorzitterschap weer over aan de burgemeester. Besluitvorming De voorzitter: Dank u wel, meneer Horstman. Dan gaan wij naar de besluitvorming. We zijn bij het agendapunt ‘Integraal Veiligheidsplan 2026-2029’, er ligt een amendement, dan een raadsvoorstel en dan nog de motie ingediend door 50PLUS.

Om te beginnen het amendement van de ChristenUnie zoals dat is ingediend en verspreid in dezen. Als het goed is, staat de tekst nu op het scherm in de raadszaal. Nogmaals even, het gaat om de titel ‘Gebiedsgerichte uitvoeringsagenda’s

24

IVP’. Dat is het amendement dat voorafgaand aan de gehele besluitvorming komt. Wie wil over dit amendement nog een stemverklaring afleggen? Dat is niet het geval. Dan is de stemming geopend. (…) Het scherm hapert, maar ik kan u vertellen dat het amendement unaniem is aangenomen met 35 stemmen voor en nul stemmen tegen. Dank u wel. Dan gaan we naar het hele besluit en dat gaat over het Integraal Veiligheidsplan 2026-2029. Nog behoefte aan een stemverklaring? Niemand? Dan breng ik ook dit voorstel in stemming. (…) Ook dit voorstel is unaniem aangenomen met 35 stemmen voor en nul stemmen tegen. Dan kom ik ten slotte bij dit onderdeel bij de motie van 50PLUS, ‘Veilig samen naar huis’. Wil iemand daar een stemverklaring over afgeven? Niemand? Dan breng ik ook deze motie in stemming van 50PLUS. De stemming is geopend. (…) Deze motie is verworpen met 34 stemmen tegen en één stem voor. Daarmee is die verworpen. En daarmee is dit agendapunt volgens mij afgehandeld. Het is kwart over negen, Ik stel voor om even vijf minuten te schorsen. Loop niet allemaal weg, even de benen strekken, desnoods even een sanitaire stop: dat mag u zelf weten. Dan gaan we over vijf minuten weer verder, de vergadering is geschorst. Schorsing B2.

Vaststelling Ontwikkelperspectief Greenwise Campus Emmen

De voorzitter: De vergadering is heropend. Dank u wel. We hebben nog vijf bespreekpunten. We proberen toch een beetje de eindtijd van elf uur aan te houden en alles wat eerder is, kunnen we onszelf belonen met een hapje en een drankje. We zijn bij agendapunt B2, de vaststelling van het Ontwikkelperspectief van de Greenwise Campus. In de commissie is ook hier al uitvoerig over gesproken. Ik stel voor geen herhaling van zetten. Maar wie van de leden van de raad zouden daarover nog het woord willen voeren? Ik begin bij de fractie van Wakker Emmen, mevrouw Kuipers. Eerste termijn Mevrouw Kuipers (Wakker Emmen): Zoals al tijdens de commissiebehandeling aangegeven, staat Wakker Emmen positief tegenover de ambitie van de Greenwise Campus. Onderwijs, zorg, innovatie en ondernemerschap dichter bij elkaar brengen kan veel betekenen voor Emmen. Die ambitie steunen wij van harte. Maar net als in de commissie willen we vandaag ook een stukje Emmense nuchterheid inbrengen. Want terwijl de visie volgens het raadsvoorstel geen financiële consequenties heeft, weten we allemaal dat de uitwerking die wel heeft – en niet zo’n beetje ook. Het is goed om dat hier uit te spreken. In de commissie hebben we gevraagd naar de toekomst van de Van Schaikweg, een van de belangrijkste verkeersaders van onze gemeente. De antwoorden waren ontwijkend en alles moest nog nader worden uitgewerkt.

Maar dit is geen detail, het gaat om de verbinding tussen centrum en Angelslo, om verkeersveiligheid, om hulpdiensten en om bereikbaarheid van ondernemers. En onze vraag blijft dus onveranderd: blijft de Van Schaikweg als directe verbinding staan? Een antwoord met ‘ja’ of ‘nee’ volstaat voor ons. Daarnaast is er de schets van een nieuwe ontsluitingsweg achter de woningen in Angelslo, nu nog een rustig fietspad. Voor bewoners betekent dat mogelijk meer geluid, meer verkeer en minder woongenot. Wij vinden dat dit niet kan worden doorgeschoven naar later. Hier moeten wij als raad grip op houden en geen verrassingen krijgen in het Masterplan. Juist omdat deze opgave groot, langjarig en kostbaar is, verzoeken wij het college om de raad niet pas te betrekken bij een volledig Masterplan. Wij willen tussentijds worden meegenomen in de afwegingen, de resultaten van onderzoeken en de gesprekken met de stakeholders en omwonenden. Alleen zo kunnen wij als raad tijdig meedenken en bijsturen. Dat is nodig om de keuzes te maken die in deze grote en risicovolle opgave voor Emmen voorliggen. Dit geldt niet alleen voor het ruimtelijk proces, maar ook voor de financiële gevolgen en voor de ontsluitingsprincipes van de positie van de Van Schaikweg en de aansluiting van deze nieuwe ontsluitingsweg op de Dordsestraat, die weer samenkomt met de N862, ook wel de weg EmmenKlaziena-veen genoemd.

Wakker Emmen vindt het essentieel om een vinger aan de pols te houden en

25

daarom doen wij het nadrukkelijke verzoek om geen voldragen eindproduct bij ons neer te leggen, maar de raad daadwerkelijk tussentijds mee te nemen in dit proces. Wij stellen daarom voor om in de planning voor 2026 de tussentijdse afwegingen en beslismomenten concreet te benoemen, zodat helder is wanneer de raad waarover aan zet is en actief wordt betrokken. Kan de wethouder hiermee instemmen? En dan een onderwerp dat wat ons betreft nog altijd onbeantwoord is gebleven. Hoe verhoudt de horeca op de campus zich tot de horeca in onze Horecavisie? We willen reuring in het centrum. Dat staat in de Horecavisie. Studenten, jongeren en ondernemers: ze horen bij een levendige binnenstad. Maar in dit perspectief zien we nieuwe horeca op de campus ontstaan. Onze vraag aan het college is: hoe voorkomen we dat dit de levendigheid van het centrum juist onder druk zet? Voorzitter, laten we de ambitie koesteren, maar wel binnen de grenzen van onze Emmense nuchterheid. Wat mooi is op papier, moet ook waar te maken zijn in de praktijk. financieel, ruimtelijk en maatschappelijk en zonder Calimero-gedrag. Wat werkt in een grote stad, is niet automatisch toepasbaar in Emmen.

We zien de potentie van de Greenwise Campus, maar we willen wel dat deze ontwikkeling realistisch, betaalbaar en zorgvuldig gebeurt, met het oog voor inwoners en bereikbaarheid voor het centrum en Angelslo en met een raad die vooraf betrokken wordt, zodat we niet achteraf hoeven toe te geven dat de keuzes al te vroeg waren vastgezet. De heer Zuiderveld (PvdA): Stelt u zich een schilder voor, die aan een kunstwerk begint. In een schets wordt een visie met potlood vastgelegd. Wanneer de schilder tevreden is over de schets, kan er voorzichtig gestart worden met de uitwerking, de kleuren en de details. Als we de Greenwise Campus vergelijken met een kunstwerk, dan zitten we nu in de fase waarin het college een voorzichtig ingekleurde schets aan ons presenteert. Het is nog niet in beton gegoten, maar het voorliggende visiedocument wordt weergegeven in aantrekkelijke afbeeldingen en lovende woorden. Om in kunsttermen te blijven: het Ontwikkelperspectief is best een plaatje om te zien. Het maakt duidelijk dat de Greenwise Campus een plek moet worden waar gewerkt, gestudeerd en gerecreëerd kan worden op een centrale en parkachtige locatie. Als PvdA Emmen hebben we tijdens de commissievergadering al aangegeven dat we Greenwise als toevoeging op Emmen zien. Een krachtige mix van zorg, circulaire maakindustrie en onderwijs.

Want er is behoefte aan een impuls om onze regio nog vitaler, weerbaarder en innovatiever te maken. In de commissie gaven we ook aan dat de contacten tussen de gemeente, inwoners en partners cruciaal is. We horen om ons heen dat er draagvlak is, maar er zijn ook zorgen. Zo leeft de vrees dat overlast van verkeer en parkeren zal toenemen. Hier hebben wij tijdens de commissie aandacht voor gevraagd. Onze fractie waardeert het dat de wethouder toen heeft aangegeven, de zorgen van de inwoners serieus te nemen en regelmatig overleg te zullen voeren. Dat stemt ons gerust, want het blijft kunst om oog te houden voor elkaar. Greenwise is immers alleen mogelijk door samen te werken. Dus, voorzitter, waar een kunstenaar begint aan een meesterwerk, kan het college wat ons betreft starten met de voorbereiding op een masterplan. Tot zover. De heer Wittendorp (CDA): Voorzitter, in de commissievergadering hebben we al gezegd dat we positief waren, dat we nog steeds positief zijn en dat we eigenlijk alleen maar enthousiaster worden. Het CDA vindt deze ontwikkeling ook heel belangrijk, gezien onze gewenste gemeentelijke groei naar 120.000 inwoners. In de commissie heeft het college ook toegezegd, volgend jaar te komen met een masterplanning en dat vinden wij ontzettend belangrijk, om iedereen enthousiast aangehaakt te houden.

We hoorden in de commissie ook fracties spreken over ‘dromen’ en ‘een droomvlucht’. We vonden het toch wel mooi om deelgenoot te worden van deze wensdromen. De volgende stap is om na dit Ontwikkelperspectief een masterplan op te zetten. En daar kun je ook mogelijk oplossingen in zetten voor onderdelen die je in het Ontwikkelperspectief nog kunt parkeren. Wij denken daar anders over dan Wakker Emmen: wij denken dat we daar op zich dan wel een oplossing voor kunnen vinden. En dan denken wij bijvoorbeeld aan de ontsluiting van Angelslo via de Van Schaikweg. Voorzitter, zoals gezegd: wij hebben er vertrouwen in dat we in staat zijn om een goed masterplan op tafel te leggen.

26

De heer De Jonge (VVD): Voorzitter, zoals u weet staat de fractie van de VVD positief tegenover de komst van de Greenwise Campus, een initiatief dat veel kan betekenen voor onze gemeente. Innovatie, ondernemerschap, zorg en onderwijs komen hier samen en dat hebben we nodig. Maar het Ontwikkelperspectief dat voorligt, vinden we te hoogmoedig, te ambitieus en te dromerig. Voorzitter, plannen en ambities hebben is prima, zeker wat de Greenwise Campus betreft, maar we willen met beide benen op de grond blijven staan, grip houden en ons niet blindstaren op succesfactoren van de grootste campus van Nederland. Wij bouwen liever stap voor stap. Voorzitter, het onderdeel zorg is een belangrijke factor voor de Greenwise Campus en we willen daarom graag weten of de verantwoordelijk wethouder vertrouwen heeft in de komst van Treant op korte termijn. En dat mag, in tegenstelling tot de commissie, een heel duidelijke ‘ja’ of ‘nee’ zijn. En voor D66: mea culpa als u deze zelfde vraag hebt. Want u had hem gesteld in de commissie. Vervolgens de Van Schaikweg en het autoluwe deel. Hierin sluiten we aan bij het betoog van mevrouw Kuipers, want we zijn nog niet helemaal overtuigd. En dan hebben we gelezen dat de masterplanning over het Ontwikkelperspectief vóór het einde van 2026 voor zal liggen. Dat lijkt ons iets aan de late kant en niet ambitieus genoeg.

Wellicht kan het college toelichten waarom ervoor gekozen is, hier maximaal een jaar de tijd voor te nemen. Ondertussen komen er wel raadsvoorstellen en wordt er verwacht van de raad om hierover besluiten te nemen, die vervolgens de nodige consequenties kunnen hebben voor de toekomst, zonder te weten wat de planning is. We horen daarom graag van de andere partijen of zij dat met ons eens zijn. Ook zien we graag een connectie met de Nedersaksenlijn. Die twee kunnen elkaar enorm versterken. Hoe ziet het college dit en wordt dit ook meegenomen? En tot slot: niet geheel onbelangrijk, vindt de VVD-fractie cruciaal om omwonenden echt te betrekken. Een informatieavond is wat ons betreft onvoldoende. Hoe gaat het college hier in de toekomst mee om en kunnen we dit structureel vormgeven? Tot zover de eerste termijn. Mevrouw Ester (SP): In de commissie hebben wij ons al positief uitgelaten over het Ontwikkelperspectief Greenwise Campus. En dat zijn we vandaag nog steeds. Het document schetst een ambitieuze en samenhangende visie waarin onderwijs, zorg, innovatie en werkgelegenheid op een logische manier bij elkaar worden gebracht. En dat past bij de toekomst van Emmen. Wij waarderen in dit perspectief nadrukkelijk het kader. Het is geen dichtgetimmerde plan: dat geeft ruimte om in de vervolgfase om samen met inwoners, studenten en omwonenden keuzes te maken en bij te sturen waar nodig.

Daarbij ga ik in op de oproep van de VVD om inderdaad niet alleen informatieavonden te doen, maar de inwoners ook echt te betrekken. De aandacht voor participatie en leefbaarheid in de verdere uitwerking vinden wij daarbij essentieel. Tegelijk willen we realistisch blijven. De ambities zijn groot, maar de uitwerking in het Masterplan en de financiële keuzes die daaruit volgen, komen nog terug in de raad. Op die momenten zullen wij scherp kijken naar de bereikbaarheid, de betaalbaarheid en de gevolgen voor de directe omgeving. Tot zover. De heer Pruisscher (ChristenUnie): Wat doe je met een droom? Die vraag bleef hangen na de commissiedebat. Ik neem u niet mee naar de Efteling – hoe gezellig ook. Eigenlijk zijn we daar spreekwoordelijk al geweest met het commissiedebat. Maar ik kijk met u naar het kerstverhaal, omdat we toch volgende week Kerst hopen te vieren. Ik heb daarom ook de kerstdas, dus toch al een beetje voorbereiding alvast. Een van de personen in dat verhaal is Jozef. Die voelde een schandaal aankomen omdat Maria zwanger is, terwijl ze nog niet samenwoonden. Dus die dacht: ik ga er stilletjes vandoor. Maar in een droom verscheen een engel. Die zei: ‘Vrees niet, wees niet bang. Het Kind zal zijn volk bevrijden.’ Jozef werd – ja,. nota bene! – wakker en deed wat de engel hem had opgedragen.

Voorzitter, als je nou de vergelijking doortrekt, zou die Greenwise Campus ons ‘kindeke’ kunnen zijn. Maar die Martiaanse karaktereigenschappen moet je maar niet op zo’n project zetten. Maar die Greenwise Campus is wel van dien aard dat we daar veel van mogen verwachten. Althans, dat doet de ChristenUnie wel. We zien de potentie daarvan en ook het belang voor onze regio. We hebben al vaker gezegd: alle seinen op groen en we gaan hiervoor. Dus ook vanavond: laten we dan zijn als Jozef. We worden wakker, we volgen onze dromen en gaan moedig aan de gang.

27

Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar de fractie van Hart voor Emmen. Wie mag het woord voeren? Dat is de heer Bosma, die ons ook mee zal nemen in een kerstverhaal, denk ik zo. Of stelt u mij nou teleur? De heer Bosma (Hart voor Emmen): Dank u wel, voorzitter. Ik wist trouwens niet dat Jozef gevlucht was. Dat was even nieuw voor mij. Ja, sorry. Ik ga er vanavond wel even induiken. Voorzitter, onze fractie vindt dat de komst van de Greenwise Campus voor Emmen kansen biedt op het gebied van onderwijs, innovatie en werkgelegenheid. Maar waar wij over besluiten, is niet de campus zelf. We besluiten over een Ontwikkelperspectief dat in onze ogen te vroeg en te risicovol is. Voorzitter, wat ligt hier nou eigenlijk voor? Een visie met grote ambities, maar zonder duidelijkheid over de totale kosten, zonder limieten, zonder inzicht in financiële risico’s. En daarmee voelt dit besluit als een vrijbrief voor het college om stappen te zetten waarvan de gevolgen nog niet te overzien zijn. Er wordt gesproken over verkeer, leefbaarheid en groen, maar onderliggende onderzoeken ontbreken. Geen MER, geen uitgewerkte verkeersanalyse, geen concrete onderbouwing van wat dit betekent voor omliggende wijken. Bewoners maken zich wel grote zorgen over extra verkeer, geluidsoverlast, zichtlijnen en verlies van groen. En die zorgen worden nu onvoldoende serieus beantwoord.

Voorzitter, ook de bewonersparticipatie baart ons zorgen. Er is wel gepraat, maar bewoners hebben nauwelijks inhoudelijk kunnen sturen. Dat is participatie op papier en niet in de praktijk. Voorzitter, een visie mag inspireren, maar mag nooit de realiteit overschreeuwen. Want wij nu zien, is een plan vol beloftes, maar zonder ankers, zonder zekerheid voor bewoners, zonder financiële duidelijkheid voor de raad en zonder garanties dat dit geen prestigeproject wordt. En onze fractie zegt daarom: eerst duidelijkheid, meer inzicht in kosten, risico’s en bandbreedtes. Eerst degelijk onderzoek naar gevolgen voor verkeer en leefomgeving en pas dan een besluit. De Greenwise Campus kan een goede ontwikkeling zijn voor Emmen, maar dit voorstel komt volgens ons te vroeg. Daarom, voorzitter, geen steun voor dit raadsvoorstel. Mevrouw Van der Woude (GroenLinks): Het Ontwikkelperspectief Greenwise Campus laat duidelijk de contouren zien voor de toekomst van Emmen als studiestad. En wat opviel, is hoe goede visuele beelden in het plan zijn uitgewerkt. Ze laten het voor iedereen tastbaar zijn. Je krijgt een beeld van hoe het campusgebied er in de toekomst uitziet. Natuurlijk gaan grote ambities gepaard met risico’s en daar moeten we ons van bewust zijn. Emmen toont met dit perspectief wel een blik vooruit. Een stad die investeert in kennis, studenten en innovatie.

En dat past bij de ambitie om van Emmen een aantrekkelijke studiestad te maken en tegelijk de economische en sociale positie van de stad te versterken. Een van de zaken die vanuit de inloopavonden naar voren kwam, is het belang van het betrekken van studenten bij de verdere ontwikkeling. Want laten we eerlijk zijn: zonder studenten geen studiestad. Hun betrokkenheid, ideeën en behoeften zijn cruciaal om van de Greenwise Campus een levendige en succesvolle plek te maken. Verder zijn er ook zorgen om het parkeren en de overlast van de toenemende drukte. Het is belangrijk om hier in het proces aandacht voor te hebben, wat door meerdere fracties benoemd is. GroenLinks kijkt uit naar de vervolgstappen, zoals het Masterplan. Daarbij is het belangrijk dat wij als raad goed meegenomen blijven worden in de besluitvorming en de uitwerking. Alleen zo kunnen we zorgen dat dit plan niet alleen op papier mooi is, maar ook daadwerkelijk bijdraagt aan de toekomst van Emmen als studiestad. GroenLinks ziet in het Ontwikkelperspectief een kans om Emmen verder te profileren als stad van kennis, innovatie en levendigheid. Wij steunen de richting die nu wordt ingezet. De heer Kasteleijn (50PLUS): 50PLUS is, was en blijft enthousiast over het idee om de Greenwise Campus vorm te geven. We waren tenslotte de eerste die de gedachte had om de universiteit hier naar Emmen toe te halen destijds.

Nog maar zeven jaar geleden! Wij ondersteunen dus heel duidelijk deze ideeën. We hebben ook gehoord de zorgen die Wakker Emmen heeft: die kunnen wij eigenlijk wel onderstrepen. Wat dat betreft zou ik zeggen: ja, voor ons is het geen droom. Van ons mag het werkelijkheid worden.

28

Tot zover. Reactie college De heer Wanders (wethouder): Laten we beginnen met in ieder geval één vraag van Hart voor Emmen. Dat stelde: wat ligt hier nu voor? Want Hart voor Emmen had het over een plan. Maar wat hier voorligt, is een visie op het gebied met richtinggevende kaders voor een aantal zaken waarvan we weten dat ze belangrijk zijn bij het ontwikkelen van een campus. En dat betekent dat u als raad vanavond niet vaststelt: dit zijn de plannen en dit gaan we doen. Maar u wijst vanavond een gebied aan waarin we een campus kunnen ontwikkelen. Zo ziet u dat in de stukken. U geeft richting en kaders mee voor de verdere ruimtelijke uitwerking. In het Ontwikkelperspectief staan ideeën, mogelijkheden, maar zeker nog geen definitieve keuzes en ook nog geen definitieve plannen. Daarvoor komen we altijd bij de raad terug. En dat zal ook worden opgenomen in de masterplanning zoals we die maken. Om dat goed op te stellen ook in samenhang met de andere stakeholders in het gebied, waarvan we hopen dat ze inderdaad ook verder tot plannen komen, vraagt dat enige tijd. Want tegelijkertijd passen wij daar natuurlijk een aantal dingen op aan in onze ontwikkelingen zoals ze erin staan. Dat maakt dat er wel enige doorlooptijd voor nodig is. Dat is wat ik in ieder geval mee wil geven. En een campus bouw je niet in vijf jaar.

En tegelijkertijd hebben we wel iets nodig, want we hebben het hier eerder over de gasbol gehad. Dat is nog niet een glazen bol die op ons bureau staat waarin we kunnen kijken hoe zich alles gaat ontwikkelen. Maar tegelijkertijd willen wij deze visie wel graag verder vormgeven. Het is geen blauwdruk nogmaals, maar een visie van hoe zich iets kan ontwikkelen. En dan kijk ik even naar de VVD. Succesfactoren voor een campus: of dat nou de grootste van Nederland is of de grootste van Noordoost-Nederland qua gebied – en qua participatie, dat zou ook bij ons dan best zo kunnen zijn. Als je kijkt naar het totale gebied waar het Innovatiecentrum zit en waar het GETEC-park op aansluit, waar in de huidige vorm Treant op aansluit, dan is dat vrij groot gebied voor een campusgebied. De succesfactoren tellen overal. Wij willen die juist meenemen in de ontwikkeling van de plannen. Wij gaan niet schrijven naar de factoren toe, maar houden rekening met wat de succesfactoren zijn die bij de andere plannen in ieder geval tot een succesvolle campus hebben geleid. En dat is volgens ons hier ook de bedoeling. Voorzitter, dan hebben we het over inwonerparticipatie. Nou, dat is in ieder geval vanzelfsprekend aan de orde bij de ontwikkeling van de omgevingsplannen.

Maar we hebben niet alleen inwonerparticipatie in de directe omgeving: daar hebben we ook echt een ander model voor gevolgd in het begin dan ‘een’ informatieavond voor iedereen. Die hadden we ook separaat uitgenodigd en daar hebben we ook de toezegging gedaan over de betrokkenheid bij de verdere ontwikkeling van de campus. We moeten misschien ook gaan kijken – daar moeten we nog over nadenken – hoe we dat verder kunnen gaan invullen zometeen bij de verdere vormgeving van de omgevingsplannen. Want we hebben inwoners en we hebben direct omwonenden. We hebben zometeen ook gebruikers van de campus: het lijkt ons goed dat we daar rekening mee houden. Dus de studenten et cetera. Wij hebben aan de andere kant van het gebied bedrijven zitten op het GETEC-terrein waar je ook rekening mee wilt houden. Dus op die manier gaan we daarover nadenken hoe we dat hele brede spectrum met stakeholders en in een klankbord of in welke vorm dan ook vorm kunnen gaan geven. Maar als het gaat over de omgevingsplannen en de participatie in de directe omgeving, zul je daar zeker met de inwoners afspraken over moeten maken hoe je ze daarbij gaat betrekken. Mevrouw Kuipers (Wakker Emmen): Ja, ik hoor u iets zeggen. Maar ik vraag mij af wanneer de omwonenden, de mensen bij het Masterplan worden betrokken. Want het omgevingsplan is nog verder weg.

De heer Wanders (wethouder): Nou, volgens mij hebben we afgesproken dat we met een masterplanning komen. Daar zal ook een masterplan achterweg komen en daar komen ook de diverse ontwikkelingen en omgevingsplannen achterweg. Als de scholen tot een definitief besluit komen dat ze daar willen bouwen en wij dat verder gaan invullen, dan hebben wij de direct omwonenden sowieso al toegezegd dat ze daarbij worden betrokken hoe die campus zich kan ontwikkelen. Want we bouwen niet een campus voor alleen studenten, we bouwen ook een campus voor de omwonenden, de inwoners van Emmen die zich daar ook in moeten herkennen en daar ook gebruik van willen maken.

29

Zo willen we daar echt vorm aan gaan geven hoe we dat gaan doen. Daar hebben wij ook met de direct omwonenden aan de Angelsloërdijk, zoals we die hier hadden op de maandagavond, separaat die afspraak over gemaakt. Mevrouw Kuipers (Wakker Emmen): En hoe verhoudt zich dat tot de ontsluitingsroutes? Worden die mensen, die omwonenden ook meegenomen? Want het zijn niet alleen de bewoners van de Angelsloërdijk De heer Wanders (wethouder): Nee, zeker en dat kunt u ook zien in de zienswijzen. Er is een aantal reacties, dat trouwens vaak over het hier en nu gaat. Dus daar moeten we ook echt oog voor hebben, wil je draagvlak creëren. Dan moet je ook zorgen dat je oog hebt voor wat er nu gebeurt. En tegelijkertijd zullen daar ook onderzoeken voor gedaan moeten worden. Daar worden inwoners en omwonenden bij betrokken, waarbij de leefbaarheid daarbij ook voorop zal staan. Het is natuurlijk heel raar dat je een plan zou willen presenteren dat de brede welvaart van Emmen moet vergroten, dat ons een sprong moet geven die onze jongeren hier moet houden en dat wij in die omgeving het leven en wonen in Emmen onaantrekkelijker zouden willen maken. Dus die tegenstelling willen wij in ieder geval niet bewerkstelligen daar. Dus willen we ook handen en voeten geven aan hoe we dat met elkaar gaan doen. Er was een vraag over de horeca en die kwam ook in de commissie aan de orde.

Er is nu ook ondersteunende horeca rondom de kennisinstellingen. Wij hebben een restaurant Stones waarin leerlingen vanuit het beroepsonderwijs hun opleiding volgen en waarvan gewoon gebruik kan worden gemaakt. Op ons campus kan ik mij voorstellen, zeker als het geldt voor omwonenden en inwoners die daar willen verblijven, dat je daar ook een verblijfsgebied wilt inrichten, bijvoorbeeld dat daar een coffee to go is. Het gaat dus om ondersteunende functies. Wij gaan daar niet een uitgaansstrip midden op de campus aanleggen. Het gaat over ondersteunende functies die daarbij kunnen passen. De Van Schaikweg. Dat was in de commissie ook een hot item. En tegelijkertijd begon ik net al over wat hier nou staat. Dit zijn ideeën, mogelijkheden. Er staat namelijk ook in het stuk gewoon hoe wij de Van Schaikweg en de Dordsestraat als drukke wegen kunnen passeren. Er staat ook hoe we die kunnen inpassen. De Van Schaikweg heeft een belangrijke functie, ook voor de omgeving, en die willen wij zeker behouden. Dus er is geen twijfel over hoe je die functie daar kunt behouden. Zo is er een aantal. Ik heb ook even gekeken naar de tekening. Ik had niet alles scherp, maar er staat ook een bushalte in. Dat betekent in ieder geval dat er ook langsgereden wordt.

Tegelijkertijd – en dat ben ik helemaal eens met mevrouw Kuipers – heb je ook oog te hebben voor ontsluitingen voor de hulpdiensten, voor doorgaand verkeer. En dus moet je dat op die manier in de ontwikkeling kijken hoe je dat het beste kunt inpassen. Hoe je die straat goed kunt passeren. Maar er staat hier geen keuze dat die verdwijnt. Er staat zelfs ook in dat wij kijken hoe we die kunnen passeren. Mevrouw Kuipers (Wakker Emmen): Ziet het college het behoud van de Van Schaikweg als vertrekpunt bij de verdere uitwerking van het Masterplan? De heer Wanders (wethouder): Het college ziet die functie van de Van Schaikweg en het kunnen passeren daarvan als vertrekpunt. Wij gaan geen zaken doen die niet nodig zijn om het totaalplaatje intact te houden, uitgaande ook van dezelfde uitgangspunten die u net ook noemt. En die inpassing willen we doen. Het is niet het streven van het college om de wijk Angelslo te beperken in het bereiken van het centrum. Want als u dat daarin leest, hebben wij nooit zo willen opschrijven. Dus nee, dat is voor ons niet de bedoeling. Dus wij gaan er zeker naar kijken. Investeringen die niet nodig zijn, moet je zeker niet gaan doen. Ja, er wordt hier naar mij gefluisterd ‘twee minuten’. Ja, ik ga mij niet herhalen met wat ik zei in de commissie over Treant. Treant heeft een eigen besluitvormingsproces.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Emmen&id=0be92af4-e7eb-4273-93b9-6c5e947851ff