CConstaterende datelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Landschapsontwikkelingsplan Elburg

Beeldvorming 11 januari 2021, gemeente elburgBij agendapunt: Beantwoording raadsvraag AB beleid stikstofreductie in onze gemeente ID51031.048 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

8

k

e

l

i

n

g

s

p

l

a

n

e

l

b

u

r

Hoewel het Veluwemeer en het Drontermeer (randmeren) toch nog een redelijke breedte hebben, vormen de bossen van Flevoland een scherpe begrenzing. Hoewel langs de voormalige Zuiderzee nooit bedijking is geweest, omdat het gebied van nature hoger lag, zijn in latere tijden toch dijken aangelegd. Direct ten zuidwesten van Elburg vormen de Elburger Zeedijk en de Kerkdijk karakteristieke elementen in het landschap. Ten noordoosten van de vesting ligt de Kamperdijk, die de visuele begrenzing van het polderlandschap vormt. De kenmerkende watergerelateerde elementen zoals de dijken, de vesting, de gemalen en de haven vertellen iets over de strijd van de mens met het water. Behoud van dergelijke cultuurhistorische elementen is belangrijk voor de culturele geschiedenis van een gebied.

Waardering Bij de waardering van cultuurhistorische kwaliteiten gaat het om de herkenbaarheid van cultuurhistorische elementen, oude patronen en samenhangende waardevolle cultuurhistorische ensembles. Cultuurhistorische objecten en structuren, zoals monumenten, relicten, oude patronen en structuren, geven de omgeving een extra dimensie vanwege hun verwijzing naar het verleden. Cultuurhistorie verschaft een gebied een eigen identiteit. Objecten, zoals de vesting, kerken, landhuizen en molens zijn vanuit hun intrinsieke waarde vaak het behouden waard, maar ook vanwege hun attractieve waarde voor recreatie in het gebied. Het is van belang niet alleen de objecten zelf te behouden en te beschermen, maar ook de directe omgeving ervan, omdat het object en de omgeving vaak nauw met elkaar verbonden zijn. Naast het object zelf, is het evenzeer van belang de geschiedenis van het object te behouden. Daarnaast is het beleefbaar maken van de objecten van belang voor de herkenbaarheid. De verhalen er achter moeten bewaard blijven. Door het behouden en versterken van de objecten en structuren in hun context en het bekend maken van de verhalen die eraan verbonden zijn, wordt de geschiedenis meer een onderdeel van de beleving van de omgeving waarin men woont, verblijft of recreëert.

g

Zo herinnert een kerkenpad aan de verbondenheid van de bewoners van het landelijk gebied met de kerk en het geloof. Op grond van de waardering van deze aspecten worden de volgende kwaliteiten/kansen en knelpunten/ bedreigingen geconstateerd:

Kwaliteiten en kansen » Landgoederen in de strokenverkaveling vormen mooie ensembles. » Relatief gaaf ontwaterings-, ontsluitings- en verkavelingspatroon: regelmatig in het veenlandschap, onregelmatig in het kleilandschap. Het vroegmiddeleeuws ontginningslandschap bij Doornspijk springt eruit. » Voor de behoefte aan landbouwgronden werden vroeger markegenootschappen gevormd, waarin regels werden gesteld voor het gebruik van woeste grond. De Mheen en Het Goor werden in deze tijd hiervoor gebruikt en vormen nu karakteristieke verkavelingspatronen in het huidige landschap. » Karakteristieke en cultuurhistorisch waardevolle open essen op de flanken en smalle dekzandruggen. » Rijke variatie aan (cultuurhistorisch bepaalde) soorten bos: van zeer oude loofbos-complexen en stuifzandgebieden tot rechtlijnig verkaveld productiebos. » Ensemble van oude hoevenzwermen tussen Oostendorp en Oosterwolde. » De vesting en de open schootsvelden. De Mheen is hier een duidelijk voorbeeld van. Naast de vroegere markegronden, dus ook bestemd als schootsvelden. » Oude agrarische enclaves, die nu als fraaie open gebieden in de bosrand liggen. » Historische agrarische erven met kenmerkende boerderijen. » De verbindingen tussen het landelijk gebied en de kernen via, de kerkenpaden.

Knelpunten en bedreigingen » Verstoring van de ruimtelijke ensembles door ontwikkelingen die qua maat en schaal niet passen in de ensembles met name van de oude erven en de landgoederen. » Beperkte financiële middelen om landgoederen in de toekomst te beheren en onderhouden. » Nieuwbouw die het zicht op vestingstad Elburg wegneemt. » Doorsnijding oude verkavelings-, ontwateringsen ontsluitingspatronen door nieuwe infrastructurele ontwikkelingen en nieuwbouw. » Druk van (nieuwe) bebouwing op de agrarische enclaves in de bosrand, die nu fraaie open ruimten vormen. » Schaalvergroting in het buitengebied en de invloed van grote schuren op het (open) gebied. » Verrommeling heeft een negatieve invloed op de cultuurhistorische waarden in het gebied, zoals karakteristieke agrarische erven. Bouwstenen voor de visie » Behoud cultuurhistorische waarden en elementen. » Behoud landschappelijke kwaliteiten van de landgoederen. » Schouwenburg, Zwaluwenburg, Old Putten en Klarenbeek als zelfstandige elementen met een eigen karakter behouden. » Uitbreiden wandelroutenetwerk via historisch padenstructuur. » Informatie voorziening over verhalen vanuit het landschap. » Versterken van de relatie van de vesting met het landelijk gebied. » Behoud openheid schootsveld De Mheen. » Behoud van de (meanderende) bekenstructuur.

» Verhalen rondom het waterrijke verleden, de strijd met de Zuiderzee, en bijzondere elementen zoals de dijken, de gemalen en bijvoorbeeld de Kop van ’t Ende.

.. Natuur De grootste waarden binnen de natuur concentreren zich in twee gebieden: de Veluwe en de kuststrook. Het aaneengesloten natuurgebied van de Veluwe wordt beschouwd als een van Nederlands belangrijkste natuurgebieden. Op de Veluwe komen verschillende landschapstypen voor (bos, heide, zandverstuivingen en agrarische enclaves). De boscomplexen en stuifzandcomplexen zijn naast de cultuurhistorische waarde van grote betekenis voor de biodiversiteit op de Veluwe. Vanuit het Veluwemassief wordt het open weidegebied met laaggelegen veengronden gevoed door schoon, voedselarm kwelwater. Het gebied heeft daarmee potenties voor het ontwikkelen van zeldzame natte schraalgraslandvegetaties. Daarnaast zijn de open natte weidegronden van groot belang als broed- en foerageergebied voor diverse weidevogelsoorten en in de winter tevens als pleisterplaats voor trekvogels. De moerasoevers langs de randmeren vormen een belangrijke schakel in de ecologische verbinding langs de randmeerkust. De gradiënt van de Veluwe naar de randmeren biedt door de verschillende bodemtypen, (grond)waterstanden en -kwaliteit, het reliëf en de mate van voedselrijkdom, vestigingsmogelijkheden voor verschillende planten- en diersoorten. De geomorfologische opbouw, de aanwezigheid van het IJsselmeer en de kwelstroom vanuit het Veluwemassief zorgen voor een grote verscheidenheid aan natuur.

De Veluwe wordt gekenmerkt door vegetaties van droge en voedselarme omstandigheden, heide, stuifzanden en bos. De continue kwelstroom vanuit het Veluwemassief zorgt in de veenweidegebieden voor bijzondere leefmilieus van planten. Daarnaast vormen deze open gebieden samen met de Veluwe belangrijke natuurgebieden voor vogels die daar broeden, rusten of fourageren. De oevers van de randmeren met zijn riet- en moerasvegetaties vormen tevens ecologisch waardevolle gebieden. De oevers van de sloten en greppels laten de verschillen in ondergrond goed zien in de verscheidenheid aan soorten. In de overgangszone is sprake van zowel droge als vochtige voedselarme of voedselrijke omstandigheden.

De kleinschalige structuur en afwisseling van open en besloten gebied en het netwerk van houtwallen en singels vormen voor verschillende diersoorten goede leefomstandigheden. Op de landgoederen in deze zone komen diverse waardevolle planten- en diersoorten voor.

Waardering Bij de waardering van kwaliteiten op het gebied van natuur gaat het om de natuurelementen afzonderlijk, de samenhang tussen de elementen en de ecologische potenties van het gebied. Een aaneengesloten netwerk van natuurgebieden heeft meer kwaliteit, dan afzonderlijke gebieden, omdat dan een uitwisseling van soorten mogelijk wordt. Ook voor het leefklimaat en welzijn van mensen is nabijheid van natuur en ervaring van het verloop van de seizoenen in de natuur van belang. Op grond van de waardering van deze aspecten worden de volgende kwaliteiten/kansen en knelpunten/bedreigingen geconstateerd: Kwaliteiten en kansen » Droog-nat voedselarm gradiëntsysteem van Veluwe tot aan de randmeren. » Samenhangend hydrologisch systeem van infiltratie op Veluwe en kwel in het agrarische gebied met potenties voor kwelafhankelijke vegetaties in de beken en aantakkende watergangen (haarvaten). » Openheid en hoge waterstanden veen- en kleigebieden tussen Hardewijk en Elburg leiden tot een goed leefgebied voor daarvan afhankelijke weidevogels. » Relatie randmeren en open veen- en kleigebieden langs randmeren. » Strandwallen langs randmeren met bijbehorende droge (stroomdal) graslanden en struwelen. » De (potentiële) uitwisselingsmogelijkheden voor flora en fauna tussen Veluwe en randmeren in de nog weinig bebouwde delen van de Veluwerand.

» De bossen van de Veluwe in combinatie met de open stuifzandgebieden en heideterreinen vormen waardevolle biotopen.

9

l

»

» » » »

a

n

d

s

c

h

a

p

s

o

n

t

w

i

k

De landgoederen vormen als natuurlijke kernen een belangrijk onderdeel van het ecologische netwerk en bieden potenties voor een verbinding tussen de Veluwe en de randmeren. De singels en houtwallen vormen in potentie een belangrijk ecologisch netwerk in aanvulling op de Veluwe. Open weidevogelgebieden en daarbij behorend agrarisch natuurbeheer. De rietzone langs de randmeren heeft een grote ecologische kwaliteit. Beheer van de heidegebieden door defensie, creëert rustige perioden waardoor natuur tot ontwikkeling kan komen en draagt bij aan open zandverstuivingen.

Knelpunten en bedreigingen » Door intensivering van het grondgebruik verdwijnen kwetsbare soorten van extensieve graslanden en ruigtes. » Het landbouwkundig gebruik (bemesting) leidt tot het verloren gaan van de potenties voor de ontwikkeling van voedselarme kwelafhankelijke vegetaties. » Verstoorde relatie tussen Veluwe en overgangsgebied door met name de A28, veel noord-zuid gerichte groene verbindingen worden doorsneden door infrastructurele werken. Ook de Eperweg verstoord de ecologische relatie tussen de landgoederen aan weerszijden van de weg. » Algemene barrièrewerking van verspreid aanwezige infrastructuur. » Verdroging, verzuring en vermesting. » Toenemende bebouwing. » Toenemende recreatieve druk. » De huidige ecologische waarde langs de beken is beperkt door het landbouwkundig gebruik van de aangrenzende gronden, de steile oevers en het regelmatige maaibeheer. » Verdwijnende landschapselementen, waardoor steeds meer versnippering ontstaat en het netwerk van ecologische verbindingen verder wordt aangetast. » Doorsnijding en verstoring van ecologische relaties bij aanleg nieuwe infrastructuur en bebouwing.

0

k

e

l

i

n

g

s

p

l

a

n

e

l

b

u

r

Bouwstenen voor de visie » Uitbouwen robuust ecologisch netwerk, natuurgebieden en landgoederen met elkaar verbinden. » Projecten ten aanzien van beekherstel benutten voor verstreken ecologisch netwerk en aanvullen tot in de haarvaten. » Versterken van de hydrologische relatie tussen de Veluwe en het veenweidelandschap door het benutten van kwel in de haarvaten van het watersysteem. » Ontwikkelen groene verbinding tussen de bossen van de Veluwe en de open weidegebieden en de kustzone. Uitwisseling mogelijk maken. » Verbeteren van de relatie tussen de randmeren en het veenweidegebied voor foeragerende vogels. » De relatie tussen het overgangsgebied, open poldergebieden en het veenweidegebied voor zoogdieren en roofvogels versterken. » Verbeteren van de relatie tussen de randmeren en de beken voor diverse vissoorten. » Verbinden van verschillende landschapselementen (houtwallen, singels, struweel e.d.), tot een samenhangend ecologisch netwerk. .. Recreatie De gemeente Elburg en de directe omgeving hebben op recreatief gebied veel te bieden. De attracties bieden mogelijkheden voor de verblijfsrecreant en ook voor dagjesmensen. Differentiatie van het aanbod is belangrijk en activiteiten dienen in de tijd gezien goed te worden gespreid, c.q. op elkaar worden afgestemd.

g

Noemenswaardige attracties binnen de gemeente zijn onder meer: de historische vesting Elburg, de A. Vogeltuinen (Biohorma), de landgoederen en verschillende musea. Het fraaie landschap op de overgang tussen de hooggelegen Veluwe en het laaggelegen open veenweidegebied heeft veel aantrekkingskracht. De afwisseling tussen de verschillende landschappen zoals de open weidegebieden, de coulissen van het kampenlandschap, de zandverstuivingen en de bossen op een relatief korte afstand is aantrekkelijk voor recreatie. Veel toeristen, maar ook bewoners maken een fietstocht of wandeltocht door dit afwisselende landschap, waar historische boerderijen en landgoederen opvallende elementen vormen. Verschillende routenetwerken voor wandelaars en fietsers doorkruisen de gemeente. Langs de randmeren lopen landelijke lange afstand-fietsroutes, ten noorden van Lage Bijssel ontbreekt echter nog een deel. Daarnaast maakt de gemeente Elburg ook onderdeel uit van fietsknooppuntensysteem en is een wandelnetwerk via historische paden in ontwikkeling. De mogelijkheden voor plattelandstoerisme waarin ook het agrarisch bedrijf is opgenomen zijn groot, doordat veel agrariërs hun bedrijfsvoering verbreden. Dit blijkt onder andere uit de recreatieve pleisterplaatsen die zijn ontwikkeld. Het landschap als toeristische trekker staat ook onder druk. De verrommeling van het landschap vormt een bedreiging.

Door het ontbreken van duidelijk noord-zuid verbindingen is de beleving van de randmeren minimaal. De zo kenmerkende gradiënt in het landschap is beperkt beleefbaar. In de toekomst zullen de wensen en eisen ten aanzien van recreatie en toerisme veranderen. Er ontstaat meer behoefte aan korte actieve vakanties. De ouderen zijn fitter en hebben meer geld en vrije tijd.

Waardering Bij de waardering van kwaliteiten op het gebied van recreatie in het landelijke gebied gaat het om de belevingsmogelijkheden van het landschap door het bieden van afwisselende netwerken van fiets- en wandelpaden met voldoende rustpunten en kleinschalige attracties.

Daarnaast gaat het om het presenteren van de unieke waarden die bepalend zijn voor de locale identiteit. Op grond van de waardering van deze aspecten worden de volgende kwaliteiten/kansen en knelpunten/ bedreigingen geconstateerd:

Kwaliteiten en kansen » Kleinschalige afwisselend landschap is aantrekkelijk voor recreatie en toerisme. » Zichtbaar aanwezige cultuurhistorie. » Stelsel van onverharde wandelpaden. » Pleisterplaatsen met een duidelijke landelijke identiteit. » De aanwezige recreatie gericht op beleving van natuur en landschap biedt kansen voor agrariërs om hierop in te spelen. » De aantrekkingskracht van de vesting Elburg kan worden benut om meer recreanten naar het landelijk gebied te trekken. Knelpunten en bedreigingen » Verkeersveiligheid van recreatief fietsverkeer voor met name in het kampenlandschap en ook de veenweidegebieden vanwege de combinatie met autoverkeer en landbouwverkeer. » Recreatieve paden over boerenland leiden mogelijk tot hinder voor agrariërs (vernieling). Bouwstenen voor de visie » Versterken routenetwerk door aanleg van (historische) wandelroutes en de toevoeging van pleisterplaatsen en toeristische opstappunten. » Relatie vesting en landelijk gebied versterken door routenetwerk, toeristische opstappunten en (groene) verbindingen. » Bij toekomstige recreatieve ontwikkelingen, locaties mijden waar reeds veel landbouwverkeersbewegingen voorkomen. Gevaarlijke situaties kunnen zo voorkomen worden. » Landschappelijke inpassing extensieve verblijfsrecreatie (kamperen bij de boer). » Tegen gaan van de verrommeling van het landschap.

..5 Landbouw Het buitengebied van Elburg is van oudsher voor een belangrijk deel een agrarisch productiegebied. Melkveehouderij, akkerbouw en tuinbouw vindt plaats in zowel het kleinschalige kampenlandschap, het veenontginningslandschap als ook in open poldergebied. De landbouw is de afgelopen decennia sterk van karakter veranderd, maar blijft, met uitzondering van het bosgebied van de Veluwe, de belangrijkste ruimtegebruiker in het buitengebied. De aandacht gaat uit naar handhaving van een economisch gezonde agrarische sector. Voor het beheer van het buitengebied en behoud van de landschappelijke waarden is voortzetting van agrarische activiteiten van groot belang. De agrariër is, en zal ook in de toekomst, de belangrijkste beheerder van het landschap zijn. Graslanden geven het landschap de openheid, waardoor de gewaardeerde afwisseling tussen open en besloten ontstaat. De agrarische bedrijvigheid geeft een extra dimensie aan het ervaren van het landelijk gebied. Het zien van de werkzaamheden, het maaien van de gras, het ploegen van het land en de koe in de wei geeft het landschap een extra kwaliteit. De beleving van de seizoenen wordt versterkt door de agrarische werkzaamheden. Door de relatieve openheid van de agrarische erven in de gemeente Elburg is relatie tussen erf en landschap duidelijk waarneembaar en is het werk in de agrarische sector zichtbaar.

Toch is ook hier de agrarische sector onderhevig aan een herstructurering. Het aantal agrarische bedrijven blijft afnemen als gevolg van investeringen die nodig zijn vanwege de opschaling van economische markten, de regelgeving op het gebied van milieu of vanwege gebrek aan een opvolger. Op de functionerende agrarische bedrijven leidt de herstructurering tot de keuze voor een verdere schaalvergroting en specialisatie of tot de keuze om via verbreding met natuurbeheer en inkomsten uit recreatie minder afhankelijk te worden van de ontwikkeling in de agrarische sector. Vanwege de kleinschaligheid van het landschap in de gemeente Elburg zijn de mogelijkheden voor schaalvergroting beperkt. De uitruil van gronden, met behoud van kenmerkende patronen en structuren, is belangrijk voor de schaalvergroting en herstructurering binnen de agrarische sector van de gemeente Elburg.

Naast schaalvergroting wordt dan ook vaak gekozen voor verbrede landbouw, zoals: biologische landbouw, ontwikkeling van streekeigen producten, agrarisch natuurbeheer, agrotoerisme en combinaties met zorg of kinderopvang. De bedrijven zoeken afwisselend naar verbreding van de landbouw in de recreatieve sfeer of natuurbeheer of naar een bepaalde vorm van schaalvergroting. Naast het passieve landschapsbeheer door het beheren van agrarische percelen kiezen veel agrariërs in de gemeente Elburg voor actief landschapsbeheer zoals al of niet gesubsidieerd weidevogelbeheer, het beheer van erfbeplanting en andere landschapselementen en het beheer van wandelpaden. Om binnen de beperkte mogelijkheden die het landschap in de gemeente kent ook vorm te geven aan de gewenste schaalvergroting, is een herverkaveling gewenst om de te bewerken percelen aaneengesloten en dichter bij het erf te krijgen.

Waardering Bij de waardering van kwaliteiten op het gebied van de landbouw gaat het om de geschiktheid van de grondsoort en de hoogte van het waterpeil, de grootte van de kavels en de mate waarin de kavels dicht bij het agrarisch bedrijf zijn gelegen. Daarnaast is het in toenemende mate van belang of er zich mogelijkheden voordoen om in te spelen op recreatie en toerisme in de omgeving, of diensten te verlenen op het gebied van zorgverlening, landschaps- of natuurbeheer of waterberging. Op grond van de waardering van deze aspecten worden de volgende kwaliteiten/kansen en knelpunten/ bedreigingen geconstateerd:

Kwaliteiten en kansen Aantrekkelijkheid van Elburg voor recreanten die gericht zijn op beleving van natuur en landschap, en de aanwezige landschapselementen, weidevogels en potenties voor kwelafhankelijke vegetaties biedt kansen voor verbreding van de agrarische bedrijfsvoering.

1

l

a

n

d

s

c

h

a

p

s

o

n

t

w

i

k

k

e

l

i

n

g

s

p

l

a

n

e

l

b

u

r

g

.5 Opstap naar de visie Knelpunten en bedreigingen » De beperkte mogelijkheden voor schaalvergroting vormen een bedreiging voor het voortbestaan van bedrijfsmatige landbouw. » De achteruitgang in de landbouw kan leiden tot een opsplitsing van het eigendom van agrarische gronden, het ontbreken van eenheid in het beheer over een grotere oppervlakte en een toename van hobbymatig gebruik en effecten van verrommeling. » De druk tot schaalvergroting vormt een bedreiging voor het benutten van ruimte voor landschapselementen op de agrarische percelen. » Schaalvergroting leidt tot agrarische bebouwing die qua omvang niet aansluit bij het kleinschalige landschap en de aard en schaal van de erven in dit landschap. » De beleefbaarheid van het landschap is van groot belang voor de gemeente Elburg, maar denk ook aan de leefbaarheid voor de lokale bevolking en de agrarische sector. Bouwstenen voor de visie » Behoud van agrarische functie door naast ruimte voor schaalvergroting, ruimte te bieden voor verbreding. » De agrariër is en blijft in de toekomst de belangrijkste beheerder van het landschap, voorkom onnodige belemmering in de bedrijfsvoering. Bereidheid onder agrariërs om mee te werken aan landschapsbouw en ontwikkeling is groot, mits een optimale bedrijfsvoering niet onder druk komt te staan.

» Schaalvergroting door uitruil van gronden met behoud van karakteristieke verkavelingspatronen. » Zorgvuldige inpassing van grootschalige bebouwing, zodat agrarische sector perspectief houdt en tegelijk de kwaliteit van het landschap in tact blijft.

Het landschap binnen de gemeente Elburg heeft bijzondere waarde. Het vormt een bijzonder heldere overgang van de Veluwe naar de randmeren via verschillende parallel aan elkaar liggende landschapstypen. De robuuste bossen en heidevelden van de Veluwe worden opgevolgd door het kleinschalige en mozaïekachtige kampenlandschap, gevolgd door een veenontginningslandschap, dat na een half open kampenlandschap overgaat in de openheid en weidsheid van de polders. De grote mate van herkenbaarheid van deze landschapstypen en de variatie en contrasten binnen een klein oppervlak zijn van grote waarde en bieden grote potenties voor recreatie en toerisme, een aangenaam woonmilieu en kansen voor verbrede landbouw. In deel II van het LOP zal de visie op dit gebied nader worden uitgewerkt. Centraal staat daarbij als eerste dat alle geleidelijke ontwikkelingen zo veel mogelijk op een streekeigen wijze dienen aan te sluiten en invulling te geven aan de kenmerken van de verschillende landschapstypen. Hiertoe wordt een basisvisie uitgewerkt die nader in gaat op deze kenmerken.

De agrarische functie blijft belangrijk voor het landschap. De agrariër is de beheerder van het buitengebied en bepaalt de kwaliteit ervan. Behoud van de agrarische functie, op een slimme wijze inspelend op schaalvergroting of verbreding is dus van wezenlijk belang voor het bestaan van het landschap. Het vergroten van de kennis van het landschap en de ontstaansgeschiedenis hiervan brengt meer waardering met zich mee. Door het vergroten van de waardering zal de betrokkenheid bij het landschap onder bewoners en gebruikers verder toenemen. Door concrete handreikingen te bieden worden de inwoners geholpen om deze betrokkenheid om te zetten in maatregelen die leiden tot versterking van de identiteit van de verschillende landschapstypen. Via concrete uitvoeringsmaatregelen wordt de realisatie gestimuleerd. Samen bouwen aan het landschap.

Vervolgens worden enkele opgaven uitgewerkt om actief te komen tot een versterking van het landschap, het gaat daarbij om de volgende opgaven: » Verbindingen tussen landschap en ecologie ter versterking van een ecologische structuur. » Versterken van enkele representatieve gradiëntlijnen waarbij de overgangen van ieder landschapstype tussen de Veluwe en de randmeren worden gemarkeerd. » Landschappelijke inpassing van kernranden. » Versterken van het recreatieve netwerk.

ontbreken landschappelijke inpassing kernranden (noordrand Doornspijk)



huidige kwaliteit van het landschap verder uitbouwen



l

a

n

d

s

c

h

a

p

s

o

n

t

w

i

k

k

e

l

i

n

g

s

p

l

a

n

e

l

b

u

r

g

landschapsontwikkelingsplan Elburg

l

a

n

d

s

c

h

a

p

s

o

n

t

w

i

k

k

e

l



i

n

g

s

p

l

a

n

e

l

b

u

r

g

landschapsontwikkelingsplan Elburg

l

a

n

d

s

c

h

a

p

s

o

n

t

w

i

k

k

e

l

 8

i

n

g

s

p

l

a

n

e

l

b

u

r

g

 Visie LOP .1. Inleiding Dit is het visiedeel van het rapport, deel II van het landschapsontwikkelingsplan (LOP). De in deel I omgeschreven bevindingen uit de verkenning dienen als basis voor de landschapsontwikkelingsvisie. De visie zal uiteindelijk aangevuld worden met een uitvoeringsparagraaf. Het geheel wordt kort en bondig en vooral beeldend samengevat in het zogenaamde beeldenboek. Hierin wordt duidelijk voor de gebruiker in welk landschapstype welke landschapselementen en beplantingssoorten mogelijk zijn, het beeldenboek inspireert en geeft het wensbeeld voor de toekomst weer. Op deze manier kan gericht een start worden gemaakt met het actief versterken van het landschap in de gemeente Elburg.

.1. Doel van de visie De voorliggende landschapsvisie heeft als doel te komen tot een robuust landschap met identiteit. De visie wil de unieke landschappelijke kwaliteit behouden en versterken, omdat deze op zichzelf van bijzondere waarde is. Het streven is bovendien gericht op het aanbrengen of herstellen van samenhang. Het gaat daarbij om samenhang tussen het landschap en de verschillende functies die daarbinnen hun plek hebben. Gedacht kan worden aan samenhang met een recreatief netwerk van routes, of ecologische relaties tussen verschillende deelgebieden, maar ook de verbondenheid van de plek en de mensen die er wonen en werken, en relaties tussen de verschillende tijdslagen met respect voor relicten uit eerdere culturen. De drijvende kracht om met elkaar aan het landschap te willen bouwen zal voort moeten komen uit de verbondenheid en verantwoordelijkheid die mensen voelen en beleven bij het landschap. Nieuwe functies moeten op een landschappelijk verantwoorde wijze worden ingepast. Het zichtbaar maken van de landschappelijke kenmerken in dit landschap vergroot de leesbaarheid van het gebied. Een landschap is leesbaar door de samenhang die waargenomen kan worden tussen verschillende tijdlagen, van het ontstaan tot de meest recente ontwikkelingen.

Wanneer de gebruiker het landschap begrijpt, zal de waardering van het landschap en de locale identiteit van de streek waarin men leeft, vergroot worden.

Landschapsontwikkelingsvisie Inhoud Elburg

Door het versterken van de beleving van de aanwezige kwaliteiten gaan deze kwaliteiten een belangrijkere rol vervullen voor de recreant, de huidige bewoners en gebruikers van het gebied. Het streven is erop gericht om te blijven bouwen aan het landschap met respect voor alle functies die daarin een plek hebben. De visie wil daarvoor concrete handreikingen bieden.

.1. Proces Om te komen tot de voorliggende landschapvisie is, zoals ook voor deel I, een open en interactief planproces gehanteerd. Binnen de gemeente zijn ambtenaren van diverse afdelingen betrokken bij het opstellen van het LOP. Naast de verschillende ambtenaren en de verantwoordelijke wethouders, zijn ook belangenvertegenwoordigers van organisaties die betrokken zijn bij de toekomst van het landelijk gebied betrokken bij de planvorming. Verder zijn ook burgers en bewoners van de gemeente Elburg, die wonen en/of werken in het buitengebied betrokken bij het LOP, vertegenwoordigd in een klankbordgroep. Middels interviews, een locatiebezoek, discussieavonden, workshops, een website en het informeren van de raad heeft men kunnen aangeven wat belangrijk is voor het landschap en de toekomstige inrichting hiervan. Op deze manier hebben ze een belangrijke bijdrage geleverd aan de totstandkoming van dit LOP. Zorgvuldige omgang met dit bijzondere, maar ook kwetsbare, landschap is van belang voor de toekomst van de gemeente Elburg. .1. Opzet visie De landschapsontwikkelingsvisie voor de gemeente Elburg wordt opgebouwd uit de volgende onderdelen: » Een basisvisie voorzien van een ‘beeldenboek’. Hiermee kan de geleidelijke landschappelijke ontwikkeling van het gebied in goede banen worden geleid. Het vormt een inspiratiebron en een toetsingskader.

» De uitwerking van enkele centrale opgaven. Deze centrale opgaven hebben tot doel om actief te komen tot een versterking van de landschappelijke kwaliteit.

De basisvisie vormt het landschappelijke toetsingskader voor nieuwe ontwikkelingen. Het doel van de basisvisie is om de basiskenmerken van het Elburgse landschap te behouden. Bij de beoordeling van initiatieven wordt op basis van de basisvisie bezien in hoeverre het initiatief passend is of op een juiste wijze wordt ingepast vanuit het streefbeeld dat is geformuleerd voor het betreffende landschapstype. Ook vormt de basisvisie een inspiratiebron voor initiatiefnemers. In de basisvisie wordt voor de verschillende landschaptypen de gewenste ontwikkelingsrichting beschreven. De basisvisie gaat in op de huidige basiskwaliteiten van het landschap die behouden dienen te worden en op mogelijkheden om deze waarden te versterken. Daarbij wordt de landschapszonering gebruikt die in het analysedeel is onderscheiden. Het gaat daarbij om het randmerengebied, het open polderlandschap, het half open kampenlandschap op de dekzandruggen, het veenontginningslandschap, het kampenlandschap onderverdeeld in lineaire kampen en kleinschalige kampen en als laatste de Veluwe. De landschapsvisie wordt verbeeld in een basisvisiekaart en uitgewerkt in een ‘beeldenboek’. De pijlen, landschapselementen en andersoortige lijnen of vlakken op de kaarten in het LOP zijn veelal indicatief weergegeven en vormen een mogelijke toekomstige weergave van de werkelijkheid.

Aan de kaarten in het LOP kunnen geen rechten worden ontleend. In het beeldenboek zijn inspirerende voorbeelden opgenomen van de specifieke eigenschappen van de verschillende landschapstypen en de wijze waarop deze kunnen worden versterkt. Dit beeldenboek geldt als een praktische handreiking voor initiatiefnemers en voor toetsers van initiatieven. Aanvullend op de basisvisie zijn enkele ‘centrale opgaven’ geformuleerd om de landschappelijke kwaliteit van de gemeente Elburg actief te versterken. Vervolgens wordt de basisvisie aangevuld met extra opgaven die uitgeschreven worden. Waar de basisvisie gericht is op de landschappelijke zonering binnen de gemeente en het versterken van de ruimtelijke kwaliteit, overstijgen de opgaven deze zonering en wordt ingegaan op belangrijke aspecten die bijdragen aan de leefbaarheid en de beleving van het landschap.

De opgaven komen voort uit de analyse van de kernkwaliteiten in het gebied. De meest belangrijke knelpunten of kansen worden in de vorm van deze opgaven aangepakt. De opgaven zijn: » Verbindingen tussen landschap en ecologie ter versterking van een ecologische structuur. » Versterken van enkele representatieve gradiëntlijnen waarbij de overgangen van ieder landschapstype tussen de Veluwe en de randmeren worden gemarkeerd. » Landschappelijke inpassing van kernranden. » Versterken van het recreatieve netwerk. In de basisvisie en de opgaven van het LOP wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze de landschappelijke kwaliteit van de gemeente Elburg de komende 10 jaar versterkt zal gaan worden. De visie op het landschap wordt aangevuld met een uitvoeringsprogramma. Hierdoor kan ook echt een start gemaakt worden met het actief versterken van het landschap. Een jaarlijkse evaluatie van het uitvoeringsprogramma en eventuele bijstelling is noodzakelijk om adequaat op nieuwe of veranderende inzichten te reageren.

. Basisvisie Centraal uitgangspunt: unieke landschappelijke verscheidenheid behouden en daar waar mogelijk herstellen. Het landschap kenmerkt zich door een heldere landschappelijke zonering, met een grote mate aan diversiteit en contrasten. Het landschap is hierdoor zeer aantrekkelijk voor de bewoner, gebruiker en de recreant, maar ook voor flora en fauna. De basisvisie hanteert daarom als centraal uitgangspunt dat gestreefd wordt naar het behouden, herstellen en versterken van de landschappelijke verscheidenheid.

9

l

a

n

d

s

c

h

a

p

s

o

n

t

w

i

k

De basisvisie is erop gericht om binnen deze karakteristieken de contrasten te handhaven, de diversiteit te vergroten, samenhang te versterken en de gradiënten in het landschap duidelijk zichtbaar en beleefbaar te maken. Verdere nivellering van het landschap moet voorkomen worden. Dat betekent dat ingezet wordt op het herstel van samenhang in het landschap. Dit betekent het aanbrengen van meer samenhang in de afzonderlijke structuren en patronen binnen de landschapszones zelf en op het accentueren van de verschillen tussen de zones onderling. De grenzen en overgangen tussen de verschillende zones zullen benadrukt worden, zodat er een helder en leesbaar landschap ontstaat. De grenzen worden bepaald door het landschap en de cultuurhistorie. Langs deze lijnen zijn recreatieve routes mogelijk die zorgen voor een optimale beleving van het landschap.

Voor de agrarische sector is een belangrijke rol weggelegd als beheerder van dit landschap. Behoud van de huidige kwaliteit begint bij de agrariërs, die een groot deel van het landschap in eigendom hebben. Er moet gezocht worden naar middelen om het herstel en het versterken van dit bijzondere landschap te stimuleren, samenwerking met andere partijen is hierbij van belang. Voor de agrariërs moet de huidige bedrijfsvoering mogelijk blijven, met daarnaast de mogelijkheid om het landschap op een goede manier te onderhouden. De agrarische functie moet behouden blijven om het landschapsbeheer in de toekomst te garanderen. Hiervoor moet het de mogelijkheid worden geboden om de gewenste schaalvergroting door te voeren. Daarnaast moet ook ruimte geboden worden voor verbreding binnen de agrarische sector.

k

e

l

i

n

g

s

p

l

a

n

e

l

b

u

r

Verbreding kan gezocht worden binnen de recreatieve sector, huis aan verkoop of bepaalde vormen van natuur- of landschapsbeheer. Bij schaalvergroting door uitruil van gronden staat het behoud van karakteristieke verkavelingspatronen voorop. Grootschalige bebouwing in het buitengebied zal zorgvuldig moeten worden ingepast, zodat de kwaliteit van het landschap in tact blijft en tegelijk de agrarische sector perspectief houdt. De basisvisie is vanwege de heldere landschappelijke zonering uitgeschreven per landschapstype. Het landschap is in te delen in zes verschillende zones parallel aan de randmeren: het randmerengebied langs de oevers van het Veluwemeer en het Drontermeer, het open polderlandschap met onder andere de Waterlandspolder, Het Goor en De Mheen met daarachter het halfopen kampenlandschap op de oude dekzandrug. De kernen Doornspijk, Hoge Enk en Oostendorp liggen ook op deze dekzandrug. Daarachter in zuidelijke richting bevindt zich het veenontginningslandschap met landgoed Klarenbeek als bijzonder element. Het daarna volgende kampenlandschap kan onderverdeeld worden in twee deelgebieden; het zogenaamde lineaire kampenlandschap en het kleinschalige kampenlandschap. De laatste zone wordt gevormd door het besloten Veluwemassief.

Binnen het Veluwemassief liggen halfopen, agrarische enclaves als aparte eenheden temidden van de uitgestrekte bossen, heideterreinen en stuifzanden.

..1 Oeverzone randmerengebied De basisvisie richt zich op het behouden van de ecologisch waardevolle rietzone langs de randmeren. Langs de randmeerkust worden de aanwezige natte natuur, rietoevers en moerasvegetatie behouden en daar waar mogelijk verder ontwikkeld in het kader van de ecologische verbindingszone langs de randmeerkust. Continuïteit van de rietzone is van belang voor de landschappelijke en ecologische waarde. Binnen deze zone is een aantal recreatie-eilandjes aanwezig. Deze reactie-eilandjes maken onderdeel uit van de rietzone. Overbodige beschoeiing en harde oevers kunnen op termijn omgevormd worden tot zachte rietoevers.

g

Voor het verbeteren van een zoveel mogelijk aaneengesloten rietkraag is het van belang deze oevers te voorzien van natuurlijke oevers met rietbegroeiing. Het verzachten van de oevers draagt bij aan de ecologische en landschappelijke kwaliteit van het rietlandschap. Het beheer van rietlanden moet meegenomen worden bij de uitvoering van het LOP. Bij achterstallig beheer van het riet ontstaat wilgenopslag. Deze past niet binnen de rietzone en moet derhalve verwijderd worden. Riet vergt een redelijk intensief beheer. In de Natura 2000 instandhoudingsdoelstellingen voor het gebied wordt gesteld dat er minimaal 40 broedparen van Grote Karekiet zouden moeten zijn in de randmeren. Ontwikkeling van riet en een continue rietkraag, waar mogelijk, zijn daarbij van belang. Het rietlandschap loopt vanuit het zuidwesten door in noordoostelijke richting, via de strekdam en de Kamperdijk. De oeverzone en de strekdam vormen een belangrijke schakel in het ecosysteem. Een goede verbinding tussen het Veluwemeer en het Drontermeer draagt bij aan de waarde van het ecosyteem voor vissen, amfibieën en moerasvogels. Het Veluwestrandbad, de haven van Elburg en bedrijventerrein de Kruismaten vormen een barrière in de ontwikkeling van een continu rietlandschap. De voormalige zuiveringsvelden aan de Kamperdijk vormen tezamen met de grote rietvelden bij de Korte Waarden de randen van de barrière.

Een verbinding tussen beide is wenselijk voor het vergroten van de ecologische waarden. De breedte van de rietzone parallel aan de oeverlijn is variabel. Rietontwikkeling landinwaarts, op plaatsen waar het kan, is vanuit ecologisch oogpunt gewenst, omdat rietontwikkeling richting het water kan leiden tot een aantasting van de oppervlakte aan kranswieren in de randmeren. De instandhoudingsdoelstelling vanuit Natura 2000 voor het habitattype Kranswieren komt hiermee anders onder druk te staan. Bij de ontwikkeling van het rietlandschap wordt aansluiting gezocht met het project Integrale Inrichting Veluwe Randmeren.

visie LOP: totaalvisie

50

51

l

a

n

d

s

c

h

a

p

s

o

n

t

w

i

k

In de oeverzone monden de Doornspijkerbeken uit. De Goorbeek, Papenbeek, Klarenbeek, Sijpelbeek en de Andhuzier-Bulsinkbeek vormen tezamen het cluster Doornspijkerbeken. Bij de herinrichting van de Doornspijkerbeken zet het waterschap Veluwe in op het verbeteren van de oever- en waterkwaliteit. Het verwijderen van beschoeiing, duiker en stuwen en het verbreden van de oevers moet de waarde van het bekensysteem vergroten. Er is ruimte voor water, moeras en natuur, ofwel de oevervariatie wordt vergroot. De Oude Zeeweg vormt de zuidelijke grens van de oeverzone en is tevens een belangrijke schakel in het (fiets) routenetwerk van de gemeente, maar ook van de regio. Ten oosten van de Bliksweg ontbreekt de verbinding in het routenetwerk met de Oude Zeeweg. Voor het versterken van het netwerk is het van belang om een verbinding tussen beide te realiseren. De beleefbaarheid van het landschap wordt hierdoor vergroot.

.. Open polderlandschap De basisvisie is gericht op het behouden van de openheid van dit gebied. Opgaande beplanting moet voorkomen worden. Het open polderlandschap vormt een contrast met het overige landschap in de gemeente Elburg. Het doorzicht, de leegte door de slechts sporadisch aanwezige bebouwing en de plaatselijk aanwezige onregelmatige verkaveling als gevolg van kronkelende watergangen hebben een belangrijke landschappelijke waarde. De gemeenschappelijke weidegronden (Het Goor en De Mheen) buiten de vesting vormen een bijzonder open gebied. De Mheen fungeerde in vroegere tijden als schootsveld. Vanwege deze functie is de openheid altijd behouden gebleven. Gezamenlijk agrarisch gebruik van deze gronden was wel mogelijk en het open karakter is behouden. Ook Het Goor is een gezamenlijk weidegebied en heeft een kenmerkend verkavelingspatroon. Voor de zichtbaarheid van de vesting, de cultuurhistorische waarde en de agrarische functie is het van belang de openheid van Het Goor en De Mheen nadrukkelijk te behouden.

k

e

l

i

n

g

s

p

l

a

n

e

l

b

u

r

Het open polderlandschap fungeert voor weidevogels als rust en foerageergebied. Open graslanden en relatief hoge waterstanden, naast een aangepast maaibeheer (maaien na bepaalde data), zijn nodig voor behoud van de weidevogels. Landbouw is echter de voornaamste en belangrijkste functie in dit open landschap. De positie van de landbouw in dit gebied mag niet verder aangetast worden. Schaalvergroting en ruilverkaveling zal nodig zijn voor een vitale agrarische sector. De plannen hiervoor zijn reeds in gang gezet. Landschappelijke karakteristieke elementen, zoals erfbeplanting, poelen op landbouwpercelen en kerkenpaden moeten worden behouden en ook onderhouden. De Stichting Landschapselementen Elburg en de gebruikers en bewoners van het gebied vormen een belangrijke spil in het onderhouden van deze landschapselementen. De erfbeplanting bestaat uit boomgroepen van els, es en okkernoot, naast hoogstam boomgaarden, singels van inheemse soorten zoals els, Gelderse roos, vuilboom en meidoorn en hagen van beuk, veldesdoorn en meidoorn. De toegankelijkheid van dit landschap kan vergroot worden door de aanleg van nieuwe kerkenpaden en boerenlandpaden. De beleefbaarheid van het landschap zal verder toenemen. Kerkenpaden vormen cultuurhistorisch waarvolle wandelpaden, welke de identiteit van het gebied mede bepalen.

De mogelijkheden voor dagrecreatie en lokale ommetjes worden hiermee vergroot. De ecologische waarde van dit gebied kan verder vergroot worden door het toepassen van extensief maaibeheer langs beken, sloten en greppels. Maar ook langs perceelsranden kan door extensief maaien een voedselarm en soortenrijke vegetatie ontstaan. Door deze wijze van beheer ontstaat een fijnmazig ecologisch netwerk tot in de haarvaten van het landschap. Dit kan echter wel tot beperkingen van de agrarische functie in het gebied gaan leiden. Hier ontstaat een spanningsveld tussen landbouw en ecologie, waarbij zorgvuldige afweging en keuzes gemaakt moeten worden.

g

De Elburger Zeedijk en de Kerkdijk vormen karakteristieke elementen vanwege hun duidelijke verwijziging naar het verleden als kustlandschap. Ten westen van de Kerkdijk ligt een kolk. Dijkdoorbraken laten de strijd met het water zien, deze karakteristiek doorbraakkolk is landschappelijk en cultuurhistorisch gezien dan ook zeer waardevol en moeten daarom ook behouden blijven. Op de oude Kerkdijk en Kamperzeedijk blijven de cultuurhistorische en de ecologische doelstellingen behouden. De Kerkdijk kan op termijn een belangrijke rol gaan vervullen als ecologische verbinding tussen de randmeren en de Veluwe. De landschappelijke waarde dient daarbij behouden te blijven. De dijk moet herkenbaar blijven als (voormalig) waterkerend element; een robuuste groene, door de mens gemaakte, lijn in een open landschap.

.. Half open kampenlandschap De basisvisie streeft naar het versterken van het half open kampenlandschap op de dekzandruggen. De kleinschalige structuur als het centrale kenmerk van dit landschap wordt benadruk door het behoud, aanvulling en de aanleg van houtsingels en erfbeplanting. Het verder ontwikkelen van een gedegen landschappelijk raamwerk door het versterken van de karakteristieke beplantingstructuur van houtsingels en erfbeplantingen draagt bij aan het vergroten van de leesbaarheid van het landschap. Overgangen met de aangrenzende meer open of juist meer besloten landschapstypen worden duidelijk zichtbaar en de contrasten worden versterkt. Het behouden van cultuurhistorische waarden is van belang voor de identiteit van het landschap en de waardering hiervan. Het behouden en herkenbaar maken van deze waarden door het versterken van de erfbeplantingen, wegbeplantingen, beeldkwaliteit van de karakteristieke bebouwing van de agrarische erven en de hoevezwerm tussen de Oostendorperstraatweg (het verlengde hiervan) en de Reesweg speelt daarbij een belangrijke rol.

visie LOP: basisvisie

5

5

l

a

n

d

s

c

h

a

p

s

o

n

t

w

i

k

Voor het versterken van het kleinschalige landschap wordt ingezet op onderhouden en het aanleggen van karakteristieke landschapelementen bestaande uit houtsingels op perceelsgrenzen met diverse inheemse struikvormers zoals vuilboom, inlandse vogelkers en hazelaar. Speciale aandacht gaat uit naar het creëren van een doorgaand netwerk van houtsingels, zodat hun ecologische functie wordt vergroot. Soms kan daarbij meegewerkt worden aan het ‘verplaatsen’ van een houtsingel vanwege de wens tot een efficiënte agrarische bedrijfsvoering. Een geïsoleerd gelegen houtsingel kan worden gerooid, onder de voorwaarde dat elders een houtsingel wordt gerealiseerd, die zo mogelijk een verbinding creëert tussen andere houtsingels. In aanvulling op houtsingels wordt het open kampenlandschap ook versterkt door behoud en ontwikkeling van streekeigen erfbeplanting. Het beleid richt zich op het omvormen van de bestaande erfbeplanting tot streekeigen erfbeplanting of de aanleg van nieuwe erfbeplanting bij de inpassing van nieuwe initiatieven. De erfbeplanting in het half open kampenlandschap dient bij voorkeur te bestaan uit boomgroepen bestaande uit eik, linde, paardenkastanje en beuk, boomgaarden (hoogstam), hagen van beuk of veldesdoorn en singels van eiken en diverse inheemse struikvormers.

Bij medewerking aan nieuwe initiatieven in het landelijk gebied zoals ‘rood-voor-rood’ of de toepassing van nieuwe mogelijkheden op grond van het bestemmingsplan, zal een actieve bijdrage worden gevraagd om te komen tot een versterking van de erfbeplanting en de realisatie van houtsingels. Bij de aanleg van nieuwe landschapselementen, zoals de houtwallen kan eveneens de padenstructuur in het buitengebied worden versterkt. Boerenlandpaden of kerkenpaden kunnen samen met de aanleg van nieuwe landschapselementen de beleving van het buitengebied vergroten. Ook het aanbrengen van (eenzijdige) wegbeplanting van eiken langs diverse lokale wegen in het kampenlandschap versterkt die landschappelijke kwaliteit op de dekzandrug en vergroot het contrast met de aangrenzende open poldergebieden.

k

e

l

i

n

g

s

p

l

a

n

e

l

b

u

r

Langs beken van het Puttenerbeeksysteem kan natuurontwikkeling een belangrijke rol spelen in het vergroten van de water- en ecologische kwaliteit in het gebied en in het versterken van het landschapsbeeld. De cluster Puttenerbeek bestaat uit de Puttenerbeek, de Eekterbeek en Huisbeek . Het verbreden van oevers, het aanleggen van poelen en moerasstroken langs de beken, zoals deze door het waterschap zijn voorgenomen, zal leiden tot meer differentiatie in het landschap ten gunste van verschillende soorten flora en fauna. Het is gewenst om het half open kampenlandschap te versterken door de beken te voorzien van opgaande beekbegeleidende beplanting. Hierdoor worden de beken als waardevolle elementen in het Elburgse landschap beter zichtbaar gemaakt en neemt het contrast met de omgeving toe. Aangezien het waterschap belang heeft bij toegankelijke oevers voor het onderhoud, moeten de recreatieve mogelijkheden met het waterschap worden besproken. Overwogen kan worden dat het onderhoud vanaf één oever plaats gaat vinden, waardoor op de andere oever opgaande beplanting tot ontwikkeling kan komen. Het onderhoudspad kan tevens een recreatieve functie vervullen. Specifiek voor de Eekterbeek geldt dat deze voornamelijk in een open landschap is gelegen. Om deze openheid te behouden is hier geen opgaande beplanting gewenst. De ontwikkeling van natuurvriendelijke oevers is wel mogelijk.

Waar mogelijk worden de bredere oevers van de beken benut om nieuwe struinpaden te creëren waardoor de beleefbaarheid van het afwateringssysteem van het buitengebied van Elburg wordt vergroot.

voorbeeld van struinpaden langs een watergang

5

g

De inrichting en het onderhoud van de beken wordt afgestemd op het, door het waterschap geformuleerde streefbeeld: » De brede weteringen en beken vormen karakteristieke en beeldbepalende elementen in het landschap. » Behouden en verstreken van het karakteristieke open landschap rondom de Eekterbeek. » Versterken van de recreatieve functie en belevingswaarde van de stadsgracht en de Puttenerbeek nabij landgoed Old Putten en Elburg. Vanzelfsprekend blijft de inrichting van de beken afgestemd op de afwaterende functie die de beken hebben voor het landbouwkundige gebruik van het gebied. De randen van de kernen Doornspijk, Hoge Enk en Oostendorp en de wijken Nieuwstad, Oosthoek, De Vrijheid en De Pal van Elburg vormen de overgang naar het landschap. De visie op deze randen wordt uitgewerkt in de opgave ‘kernranden’ in paragraaf 4.3.1. Een andere verbinding tussen de kernen en het buitengebied zijn de lijnstructuren met bomen die van het buitengebied doorlopen tot in de kernen. In afstemming met het groenstructuurplan voor de kernen kunnen deze lijnenelementen verder versterkt worden.

..5 Veenontginningslandschap De basisvisie voor het veenontginningslandschap is gericht op het in stand houden van de nu nog aanwezige karakteristieke singelpatronen van voornamelijk elzen parallel aan de sloten en greppels, en staan haaks op de wegen die als ontginningsassen fungeerden. Daarnaast wordt ingezet op het versterken van de verschillende landschappelijke ensembles binnen het veenontginningslandschap. Deze ensembles zijn ontstaan uit de heldere afwisseling tussen lager gelegen nattere delen, en de meer drogere en open gebieden. De weerslag die dat gehad heeft op de ontginning en dus landschappelijke verscheidenheid, wordt versterkt door de verschillen te accentueren. Er ontstaat dan meer een scheiding in verschillende helder afgebakende compartimenten.

Behoud van de huidige karakteristieke lijnvormige landschapselementen staat voorop. De singels zijn overwegend noord-zuid gericht, waardoor lange zichtlijnen ontstaan vanaf de ontginningsassen. Bij het aanleggen van nieuwe of het herstellen van bestaande singels ligt de prioriteit dan ook op min of meer noordzuid gerichte singels. Het versterken van de landschappelijke kenmerken door het verdichten van het landschap met nieuwe singels zal de landschappelijke en ecologische waarde van het gebied vergroten. Dit staat echter op gespannen voet met het agrarische gebruik van de gronden. Versterking zal daarom in samenwerking met de gebruikers plaatsvinden. Dit kan plaatsvinden op vrijwillige basis met een tegemoetkomende subsidie, of in het kader van overeenkomsten tussen gemeente en initiatiefnemers vanwege ‘rood-voor-rood’ initiatieven, of door de toepassing van nieuwe mogelijkheden op grond van het bestemmingsplan. Binnen dit patroon van noord-zuid georiënteerde singels liggen ook een aantal lijnstructuren (wegen en beken), welke in deze visie aangemerkt worden als gradiëntlijnen die een heldere dwarsdoorsnede geven van het Elburgse landschap. Deze landschappelijke lijnen worden verder uitgewerkt in de opgaven. Het accenturen van deze lijnen met beplanting (elzen) versterkt de kenmerkende richting in het landschap.

De karakteristieke landschapselementen op perceelgrenzen die behouden dienen te blijven bestaan uit; singels variërend in breedte van elzen met Gelderse roos, vuilboom en meidoorn, naast knotbomenrijen van els en wilg en poelen op de landbouwpercelen. Het landgoed Klarenbeek ligt als bijzonder element in dit gebied. Het is landschappelijk en cultuurhistorisch gezien van grote waarde voor de gemeente. Het behoud van dit soort bijzondere elementen is dan ook van groot belang voor de waarde, maar ook voor de identiteit in het gebied. Het rendabel beheren van landgoederen komt echter steeds meer onder druk te staan. De toevoeging van inkomsten uit (recreatieve) nevenfuncties kan noodzakelijk zijn voor een sluitende exploitatie.

Waar mogelijk worden kansen benut om de ecologische potentie van landgoed Klarenbeek uit te bouwen. De landgoedstructuur kan in zuidelijke richting worden doorgezet door de aanleg van houtwallen, herstellen en aanvullen van bestaande elementen en de aanleg van kleinere bospercelen. Hierdoor kan het landgoed een fundament vormen onder de gewenste ecologische verbinding tussen de Veluwe en de randmeren. De ecologische en natuurdoelstellingen in de laaggelegen gebieden van het veenontginningslandschap zoals de Stoopschaar, de tijnsgoederen langs de Huisdijk en bij Klarenbeek voor bijzondere grasland- en oevervegetatie blijven behouden. De ontwikkeling van natuur- en landschapswaarden langs beken en het aanleggen van kerkenpaden zal de toegankelijkheid, de beleving en de waardering van dit landschap nog verder kunnen vergroten.

..6 Kleinschalig/lineair kampenlandschap De basisvisie op de flanken van de Veluwe is gericht op het behouden, maar vooral ook versterken van de kleinschalige mozaïekachtige structuur en het herstellen van de samenhang en balans tussen de verschillende elementen: houtwallen, singels, wegbeplanting, erfbeplanting, open ruimtes en bebouwing. Binnen de flanken van de Veluwe wordt onderscheid gemaakt tussen het kleinschalige kampenlandschap en het lineaire kampenlandschap. In zowel het kleinschalige kampenlandschap als het lineaire kampenlandschap ligt het accent op behoud en versterking van de houtsingels die een kleinschalige mozaïekstructuur creëren. Het patroon van de mozaïekstructuur verschilt tussen het kleinschalige kampenlandschap en het lineaire kampenlandschap. In het kleinschalige kampenlandschap dicht tegen de Veluwe aan, is de dichtheid aan houtsingels groter, zijn de percelen kleiner en de vormen grilliger. Het lineaire kampenlandschap dat noordelijker is gelegen kent een grotere schaal en maat. Het landschap wordt rechtlijniger en kent een overwegende noord-zuid richting.

De verhoogde rug van Wessinge op de overgang tussen het kleinschalige mozaïekachtige kampenlandschap en het meer lineaire kampenlandschap vormt een waardevol element met veel hoogteverschillen op microniveau, zoals steilranden. De overgang tussen het lineaire kampenlandschap en het mozaïekachtige kampenlandschap is diffuus waardoor de landschappen in elkaar overlopen. De mozaïekachtige structuur en de meer rechtlijnige structuur verschillen qua patronen van elkaar, maar de landschapselementen bestaan uit hetzelfde assortiment en verschijningsvorm. Het streven is er voor beide landschapstypen gericht op het accentueren van de coulissewerking van de houtwal- en singelstructuren. In het kleinschalige kampenlandschap wordt met name een blokvormig patroon van landschapselementen toegepast, terwijl de elementen in het lineaire kampenlandschap een noord-zuid richting kennen, al dan niet in samenhang met de structuur van de wegbeplanting, de wegen en de erven. Het behouden en versterken van deze kenmerkende beplanting op de perceelsgrenzen vormt een belangrijk onderdeel binnen het LOP. Door de aanleg van nieuwe landschapselementen kan een robuust groen netwerk worden gerealiseerd, welke van grote waarde is voor de belevingswaarde en de ecologische en natuurlijke waarde van het gebied.

De landschapselementen bestaan uit houtwallen en -singels op de perceelsgrenzen bestaande uit eik en diverse soorten inheemse struikvormers zoals vuilboom, inlandse vogelkers en hazelaar. Soms kan meegewerkt worden aan het ‘verplaatsen’ van een houtsingel vanwege de wens tot een efficiënte agrarische bedrijfsvoering. Een geïsoleerd gelegen houtsingel kan worden gerooid, onder de voorwaarde dat elders een houtsingel wordt gerealiseerd, die zo mogelijk een verbinding creëert tussen andere houtsingels. Hierdoor wordt een aaneengesloten netwerk van houtwallen en –singels gestimuleerd, hetgeen van groot belang is voor het ecologisch functioneren van dit netwerk.

55

l

a

n

d

s

c

h

a

p

s

o

n

t

w

i

k

Ook de realisatie van opgaande beekbegeleidende beplanting langs de beken en de daarop aansluitende kleinere watergangen die het kampenlandschap doorsnijden kan een bijdrage leveren aan de versterking van het landschapsbeeld en het ecologisch functioneren. Bovendien worden de beken hierdoor als waardevolle elementen in het Elburgse landschap beter zichtbaar gemaakt en kunnen zij wellicht ook een rol spelen als recreatieve struinroute. Aangezien het waterschap belang heeft bij, voor onderhoud, toegankelijke oevers moeten de mogelijkheden met het waterschap worden besproken. Overwogen kan worden het onderhoud vanaf één oever plaats te laten vinden, waardoor op de andere oever opgaande beplanting tot ontwikkeling kan komen. Andere kenmerkende landschapelementen in dit gebied zijn de erfbeplanting, de kerkenpaden en bomenrijen (voornamelijk eik) langs oude zandwegen en oude schaapsdriften zoals de Klaterweg, Beukenlaan, Eperweg en de Laanzichtsweg. De erfbeplanting bestaat uit boomgroepen van eik, linde, paardenkastanje en beuk met (hoogstam) fruitboomgaarden en hagen van beuk of veldesdoorn en singels van eiken met diverse inheemse struikvormers. Het LOP stimuleert het omvormen van de bestaande erfbeplanting met uitheemse soorten, zoals van conifeer tot streekeigen erfbeplanting.

Ook wordt de aanleg van streekeigen erfbeplanting gestimuleerd bij de inpassing van nieuwe initiatieven. Ook de landgoederen Zwaluwenburg en Schouwenburg met hun bospartijen, parkaanleg en zichtassen vormen op een hoger schaalniveau waardevolle landschapselementen. Samen met de landgoederen Klarenbeek en Old Putten vormen ze de verbinding tussen het kampenlandschap op de flanken van de Veluwe en de kampen op de noordelijke dekzandrug. Op de overgang van het kleinschalige kampenlandschap naar de Veluwe is een aantal historische akkercomplexen aanwezig. In het meer besloten bos vanaf de Veluwe vormen deze complexen open ruimtes van weilanden, akkers of natuur. Behoud van deze open ruimte binnen het besloten karakter van de randen van de Veluwe is van groot belang voor de cultuurhistorische en landschappelijke waarde.

k

e

l

i

n

g

s

p

l

a

n

e

l

b

u

r

Ook bij de landgoederen Zwaluwenburg en Schouwenburg zijn oude bouwlanden aanwezig. Randbeheer van deze gronden en aanpassing van de teelt kan leiden tot het terugkeren van kenmerkende akkerflora (zoals kamille, korenbloem en klaprozen) en akkerfauna (zoals de patrijs en de veldleeuwerik).

..7 Besloten natuurgebied de Veluwe De basisvisie is gericht op het behoud van de afwisseling van open en besloten natuurgebieden en op het verstevigen van de beboste structuur langs de Bovenweg. De natuurgebieden en het bos zijn aangemerkt als Natura 2000-gebied. De zone langs de Bovenweg markeert de overgang tussen het mozaïekachtige kampenlandschap en het meer besloten karakter van de bosrand naar het Natura 2000-gebied van de Veluwe. Het duidelijk markeren van deze rand versterkt het verschil tussen beide landschappen en vergroot daarmee de leesbaarheid van het landschap in dit gebied. Er ontstaat een afwisselende structuur van meer besloten bos met open ruimtes van weilanden, akkers of natuur. Deze structuur kan worden versterkt door kansen te benutten voor het aanbrengen van aanvullende beplanting langs de Bovenweg, variërend van houtwallen/bosstroken tot gehele bospercelen. Kansen die benut kunnen worden zijn situaties waarbij vanwege de boswet compensatielocaties voor het inplanten van bos worden gezocht. Hierbij kan aansluiting worden gezocht met de instandhoudingsdoelstellingen van De Veluwe. Voor oude eikenbossen geldt een uitbreidingsdoelstelling. Het aanleggen van bospercelen kan uiteindelijk leiden tot meer bosareaal van dit type. Het zal niet leiden tot het behalen van de instandhoudingsdoelstelling omdat het buiten het Natura 2000gebied valt.

Ecologisch gezien draagt het uiteraard wel bij aan het behoud van dit habitattype. Landschappelijk waardevolle plekken vormen tevens de open ruimtes in het bosgebied, zoals de stuifzanden (o.a. de Zoom) en de verschillende heidevelden. Het behoud van de terreinen in zo groot mogelijke eenheden staat voorop. Dit komt ook overeen met de uitbreiding die vanuit de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied De Veluwe worden voorgeschreven voor deze habitattypen.

g

Binnen het boslandschap moet verdere versnippering worden voorkomen. De geïsoleerde positie van het bosgebied aan de noordkant van de Rijksweg A28 kan verbeterd worden door de aanleg van faunapassages. Voor verschillende doelsoorten, waaronder de das, ontstaan hierdoor goede uitwisselingsmogelijkheden. Het aangrenzende kampenlandschap is geschikt als fourageergebied, zeker wanneer hier een versterking van de opgaande groenstructuren (zoals houtwallen en –singels) plaatsvindt. Brede en dichte patronen van beplanting bieden bescherming voor de aanwezige fauna in het gebied. Verder worden de ingezette beheersdoelstelling voor het streven naar een levensgemeenschap van de voedselarme loofbossen, heiden en stuifzanden in zo groot mogelijke samenhangende eenheden voorgezet. Met de geleidelijke vervanging van het naaldhout door loofhout (omvorming) kunnen de verschillen in de ondergrond beter tot uiting komen en kan de variatie binnen het bosgebied worden vergroot. De verdroging van de Veluwe wordt op deze manier verminderd. Uitvoering van het beleid voor het boslandschap wordt bepaald door het beheer door grote terreinbeheerders, op basis van hun eigen beheerplannen, die zijn opgesteld om te voldoen aan de opgelegde instandhoudingsdoelstellingen..

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=elburg&id=0225c0e6-db7e-47c1-9e6f-796bdb668309