Bijlage 3 Landschapsontwikkelingsplan Elburg
Tekst van het document
. Opgaven ..1 Kernranden De visie voor kernranden is gericht op het ontwikkelen van een goede overgang tussen stad en land. Naast verbetering in de fysieke overgang wordt ingezet op het versterken van de relatie tussen beide. Het landschap moet daarbij de basis vormen voor de uitstraling van de randen van de dorpskernen. Groene elementen versterken de overgang van kernranden naar het landschap. Het Groenstructuurplan van de gemeente Elburg doet een aanzet voor het versterken van de randen, en het LOP borduurt hierop voort. De verschillende beleidsdocumenten zullen elkaar aanvullen en versterken. visie LOP: opgave kernranden
56
57
l
a
n
d
s
c
h
a
p
s
o
n
t
w
i
k
De bebouwing van Elburg ligt als een eiland in het open landschap van de polders en het water. De vesting met strakke groene wallen en grachten vormt een duidelijke grens in het open gebied. Ook de andere wijken van Elburg zoals Nieuwstad, Oosthoek, De Vrijheid en De Pal, maar ook Oostendorp zijn in hoofdopzet gelijk, door de compacte bebouwing met rondom open polders. Voor de randen van de vesting en de uitbreiding van Elburg als geheel worden de volgende aanbevelingen gedaan: » Behouden van de strakke groene wallen met (verspreide) bomen op de wal rondom de vesting. De groene wallen van gras kunnen verder versterkt worden met voorjaarsbloeiers. Dit geeft een fraai beeld en vergroot de belevingswaarde. Op de hoekpunten van de grondwallen staan bijzondere elementen, zoals de Joodse begraafplaats en het oorlogsmonument, waarbij de noordelijke hoek een openbaar en groen karakter moet krijgen. De historische lanen van de Zwolscheweg en de Nunspeterweg vanuit de vesting worden hersteld. De bomen aan de Zwolscheweg verkeren nu in slechte conditie, deze moeten vervangen worden. Na de kap worden nieuwe bomen in groot formaat aangeplant, de laan wordt hersteld. Voor de vestingwallen wordt in het kader van de Entente Florale onderzocht of een aparte visie opgesteld zal gaan worden gebaseerd op de historie van de vestingwallen.
» Strakke groene (transparante) bomenrij (enkel of dubbel) langs de noordrand van de uitbreiding van Elburg, langs de Paterijstraat en Vrijheid. Bestaande bomen (rode esdoorn) sluiten niet aan bij het wensbeeld van de gemeente. De gehele kernrand kan voorzien worden door een bomenrij van eiken. Onderbeplanting is daarbij niet gewenst vanwege het vrije zicht op de open schootsvelden.
k
e
»
»
»
»
»
»
l
i
n
g
s
p
l
a
n
e
l
b
u
r
De nieuwbouw van het Van Kinsbergen college moet worden voorzien van een goede landschappelijke inpassing, om de overgang naar het open gebied te versterken. In het Landschapsversterkingsplan Elburg Noord van de SLE (Stichting Landschapelementen Elburg) wordt hier invulling aan gegeven, aansluitend bij de landschappelijke inpassing van het erf aan de Hellenbeekstraat 2. De groenstructuur en bomenstructuur langs de Oostelijke Rondweg versterken. Haaks hierop groene lijnen en routes ontwikkelen van de kern naar het landschap. Stad en land verweven, passend binnen de landschappelijke kleinschalige structuur van het landschap met zicht op de oude hoevezwerm aan de Oostendorperstraatweg/Reesweg. Afronden bomenstructuur tussen de Oostelijke Rondweg en de Zuiderzeestraatweg Oost ter hoogte van het bedrijventerrein/gemeentewerf Oostendorp. Het is wenselijk de zuidrand van de kern richting de landgoederen en de randen rondom Nieuwstad te voorzien van beplanting passend in de landschappelijk structuur van het gebied. Houtwallen, singels, lanen en bospercelen vormen de relatie met het landschap. Deze groenstructuur kan ook voorzien worden van een padennetwerk, zodat de toegankelijkheid van het buitengebied vergroot wordt.
De noordelijke oever van het bedrijventerrein de Kruismaten (Uiterwaardenstraat) speelt een belangrijke rol in de ecologische verbinding tussen het Veluwemeer en het Drontermeer. Ontwikkeling van een rietstrook langs dit deel van het bedrijventerrein zou kunnen bijdragen aan een meer gesloten rietlandschap langs de randmeren. Een aantal bedrijfspanden op de Kruismaten, gezien van de rand van Oostendorp, is storend in het open blikveld van de schootsvelden. De overgang is contrastrijk en kan verzacht worden door het aanplanten van groen. Dit niet in het open schootsveld, maar wellicht kan de oplossing gezocht worden op perceelsniveau.
voorbeeld landschappelijke inpassing kernranden door een kruidenvegetatie
58
g
Doornspijk is een compacte kern gelegen op een dekzandrug en is ontstaan als lint langs de Zuiderzeestraatweg. Het toevoegen van nieuwe bebouwing heeft geleid tot een compacte kern. De randen van de kern grenzen aan verschillende landschapstypen; het polderlandschap (openheid, grasland, puntsgewijze beplanting rond erven) aan de noordzijde, het kampenlandschap (lanen, singels, hagen en bospercelen) aan de oost- en westzijde en het veenontginningslandschap grenzend aan de zuidrand (moerassig, elzensingels). De relatie van de kern met het landschap kan versterkt worden door het toepassen van de juiste beplanting en beplantingsvormen behorende bij de verschillende landschapstypen. De zuidrand van Doornspijk is rafelig en groen met afwisselende zichtlijnen richting het landschap. Landgoed Klarenbeek markeert voor een groot deel de zuidelijke kernrand. Elzensingels kunnen het beeld hier nog verder versterken, echter deze rand is nog relatief gaaf te noemen. De noordelijke rand vormt een groot contrast tussen de bebouwing en het landschap. Versterking van deze rand kan het aanzicht vanuit het landschap aanzienlijk verbeteren. Voor de dorpsranden van de kern Doornspijk worden de volgende aanbevelingen gedaan: » Voor de noordelijke rand zijn verschillende scenario’s denkbaar. Nieuwe groene erven gaan een geheel nieuwe rand van de kern Doornspijk vormen.
Hier ontstaat een afwisselend spel tussen bebouwing, groen, beslotenheid en vergezichten. Een andere denkrichting is het begeleiden van de rand met een enkele of dubbele bomenrij (in een rij of kruislings). De kern bepaalt hierbij de uitstraling van de randen. Hierdoor ontstaat een helder en herkenbare rand. Nog een mogelijk scenario is een lage dijk met rietkraag die de bebouwing maskeert. Door de rietkraag ontstaat een plint langs de rand van de kern en blijft vrij uitzicht over de open polder behouden.
noord-rand Doornspijk met groene erven
ontbreken landschappelijke inpassing kernrand (noordrand Doornspijk)
noord-rand Doornspijk met bomengrid
voorbeeld landschappelijke inpassing kernrand (noordrand Doornspijk)
noord-rand Doornspijk met greppel en riet
voorbeeld landschappelijke inpassing kernranden
voorbeeldprincipes noord-rand Doornspijk
59
l
»
»
»
a
n
d
s
c
h
a
p
s
o
n
t
w
i
k
Voor de zuidelijke rand wordt ingezet op het behoud van de aanwezige kwaliteiten. De aanleg van elzensingels kan de rand nog sterker maken. Door de aanleg van singels ontstaan nieuwe zichtlijnen richting het fraaie buitengebied. De beleving en relatie met het landschap wordt versterkt. Aanleg van paden langs de singels, kerkenpaden of boerenlandpaden vergroot de beleefbaarheid van het landschap. Hierdoor zal de waardering voor het buitengebied vergroot worden. Versterking van een continue bomenstructuur langs de Zuiderzeestraatweg bij Doornspijk vergroot de relatie tussen de kern en het landschap. De entrees van de kern aan deze weg markeren met bijvoorbeeld een bijzondere en afwijkende boom, kunst of een bijzonder element. Dit versterkt de identiteit en de oriëntatie, de asverlegging in de Zuiderzeestraatweg biedt hier mogelijkheden voor. De Kerkdijk moet vrij blijven van beplanting. De dijk moet herkenbaar blijven als (voormalig) waterkerend element; een robuuste groene, door mensenhanden gemaakte, lijn in een open landschap.
De lintenbebouwing van de Hoge Enk is sterk verweven met het kampenlandschap. Dit is een kleinschalig landschap met grillige landschappelijke patronen, met cultuurhistorische elementen als kleine bospercelen, een lijnenpatroon van houtwallen en de bolle ligging van percelen. De bebouwing bestaat uit erven langs wegen en door de afstand tussen de erven blijft het zicht naar het landschap aanwezig. De samenhang tussen de elementen van de erfbeplanting (zoals hagen, leibomen, hoogstamfruit en gebouwen), versterken de relatie met het omringende landschap. De wegenstructuur kent een zogenaamd ‘spinnenweb’ patroon en komt op één punt bij elkaar. Hier is een kleine dichte kern ontstaan. Voor de randen van de Hoge Enk worden de volgende aanbevelingen gedaan: » De erven (langs de lintwegen) inpassen in het landschap. » Behoud van de kenmerkende openheid in de ruimtes tussen de linten, naast de zichtlijnen richting het landschap.
k
e
»
l
i
n
g
s
p
l
a
n
e
l
b
u
r
Versterken samenhang en verweving van de bebouwing, erfbeplanting, landschapspatronen en het landschap.
De compacte kern van ’t Harde ligt in het besloten boslandschap. Door de grote monumentale bomen op verschillende locaties in de kern is het bos waarneembaar. Het behoud van het boskarakter langs de randen staat voorop. De inpassing van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen aan de randen vragen speciale aandacht. De volgende aanbevelingen worden gedaan: » Behoud van het boskarakter langs de randen. » Versterken van de groene wiggen (bos) tot in de kern. » Versterken van de boomstructuur langs de Eperweg. Stad en land worden door middel van bovenstaande punten meer met elkaar verweven. » Versterken/afronden groene randen sportcomplex in de oksel van de Bovenweg en de Stadsweg. » Ontwikkelen verbindingen kern-landschap. Bij de mogelijke aanleg van een rondweg gelijk goede verbindingen realiseren, zodat niet het bosgebied afgesloten wordt van de kern. Daarnaast kan de hoofdinfrastructuur als een belangrijke groene drager binnen de gemeente gaan fungeren, wanneer er een continue en heldere begeleiding van bomen aanwezig is. Het versterken van de groene lijnen is van belang voor de herkenbaarheid en de beleefbaarheid van deze lijnen in het landschap. De hoofdinfrastructuur bestaat uit de Zuiderzeestraatweg, de Flevoweg en de Eperweg. De soortenkeuze is afhankelijk van het landschapstype waar de hoofdinfrastructuur doorheen loopt.
Zowel vanuit de provincie Gelderland als vanuit de RNV (Regio Noord-Veluwe) worden voorstellen gedaan voor het versterken van een heldere groenstructuur.
g
.. Gradiëntlijnen De visie op gradiëntlijnen is gericht op het versterken van natuur-, landschapswaarde en recreatieve mogelijkheden op de unieke dwarsdoorsnede door verschillende landschapstypen. Op enkele plaatsen zal deze dwarsdoorsnede worden voorzien van extra landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten om de recreant een unieke dwarsdoorsnede van het landschap te laten ervaren. De kenmerkende verschillen tussen de landschapstypen worden geaccentueerd. Tevens kunnen deze dwarsdoorsnedes een rol vervullen als ecologische dooradering van het gebied, vanaf de Veluwe, via de flanken tot aan de randmeren. Door deze dwarsdoorsneden recreatief toegankelijk te maken vormen zij belangrijke belevingsassen van het Elburgse landschap. voorbeeldprincipe gradiëntlijn randmerengebied
polderlandschap
veenontginningslandschap
lineair kampenlandschap
kleinschalig kampenlandschap
bosgebied
visie LOP: opgave gradiëntlijnen
60
61
l
a
n
d
s
c
h
a
p
s
o
n
t
w
i
k
maximale landschapszone
k
e
l
i
n
g
s
p
l
a
n
e
l
b
u
r
g
minimale landschapszone
groeimodel gradiëntlijn
De beken en de oude verbindingswegen vormen belangrijke aanknopingspunten voor het bepalen van de locaties van de dwarsdoorsnedes die zullen worden versterkt. Uitgangspunt bij het uitwerken van deze lijnen is dat de gradiënt van de Veluwe naar de randmeren beleefbaar en herkenbaar is. In de visie worden een vijftal gradiëntlijnen voorgesteld van A tot en met E. Voor iedere lijn kan de hoofdfunctie verschillend zijn. Voor de lijnen A, D en E ligt het accent op het markeren van de landschappelijke verschillen en op het vergroten van de toegankelijkheid voor wandelaars. Terwijl voor de lijnen B en C geldt dat naast het benadrukken van landschappelijke verschillen ook de ecologische verbinding van belang is. Het, in het Landschapsversterkingsplan Elburg Noord voorgestelde, wandelpad Wijkwetering kan een eerste aanzet zijn voor gradiëntlijn E. De gradiëntlijnen zullen in het kampenlandschap een ander karakter hebben dan in het polderlandschap. Een gradiëntlijn kan bestaan uit bestaande wegen, begeleidende beplanting, paden en watergangen. De ontsluiting kan in de verschillende landschappen eenzelfde profielopbouw hebben, maar de begeleidende laanbeplanting verandert, doordat er sprake is van een andere bodemsamenstelling en waterhuishouding per landschappelijke zone. Dit geldt ook voor de beken, waarbij het water zorgt voor samenhang.
Iedere gradiëntlijn heeft een ander karakter, wat bijdraagt aan de herkenbaarheid en oriëntatie in het landschap. Voor het uitvoeren van de versterking van de gradiëntlijnen kan worden ingezet op een groeimodel. Het groeimodel voorziet in een minimale invulling, een maximale invulling en een tussenvariant. Bij de minimale invulling van de gradiëntlijn betreft het alleen de zone direct langs de weg, het pad of de beek. De beplanting samen met de lijn vormt de minimale variant. Hierbij wordt ingezet op de aanleg of het versterken van de begeleidende beplanting, oevervegetatie of aanleg van een recreatief pad. De overige gronden behouden het agrarische karakter. Bij de andere varianten is meer sprake van een zone parallel aan de gradiëntlijn die in afstand kan toenemen. Deze zogenaamde landschapzone kent een agrarisch natuurbeheer.
Bij de tussenvariant kan deze zone zich tot één zijde beperken en bij de maximale variant is aan weerszijden van de gradiëntlijn voorzien in een landschapzone waarin de kenmerkende landschapselementen in het betreffende landschapstype versterkt wordt en via agrarisch natuurbeheer onderhouden kan worden. De zone is flexibel en kan variëren in breedte. Het kan gezien worden als een doorgroeimodel. Een enkelzijdige zone op korte termijn, terwijl voor de langere termijn deze zone breder kan groeien of zelfs aan weerszijden van de gradiëntlijn aanwezig kan zijn.
.. Verbindingen landschap en ecologie De visie op verbindingen is gericht op het herstellen van relaties tussen het landschap en de kernen, maar ook ecologische en landschappelijke relaties. Het realiseren en versterken van verbindingen tussen verschillende landschappen, gebieden en elementen zorgt voor meer samenhang binnen de gemeente. De toegankelijkheid van het landelijke gebied kan hiermee vergroot worden, waardoor de waardering van het gebied verder zal toenemen onder de gebruikers. Ook de landschappelijke en ecologische waarde kunnen een impuls krijgen. Een belangrijke verbinding is die tussen de vesting en de kerkenpaden in de schootsvelden De Mheen, via het gebied tussen de wijken Nieuwstad en Oosthoek, door het landgoed Old Putten richting de landgoederen Zwaluwenburg en Schouwenburg. Deze verbinding is in meerdere opzichten belangrijk. Ruimtelijk, landschappelijk en cultuurhistorisch gezien kan het versterken van de relatie tussen de landgoederen onderling een meerwaarde voor het gebied opleveren. Het cultuurhistorische landgoederenlandschap kan een duidelijke schakel vormen als verbinding naar de vesting en als groene tegenhanger fungeren voor het nieuwe bedrijventerrein Broeklanden. De recreatieve routing en dus de uitwisselingmogelijkheden worden hierdoor vergroot.
Lokale ommetjes, landgoedwandelingen en historische paden kunnen hersteld worden en onderdeel uit gaan maken van de totale padenstructuur. Het versterken van de zuidelijke dorpsrand van de wijken van Elburg kan als onderdeel van de landgoederenzone fungeren.
Daarnaast speelt de verbinding tussen de landgoederen ook een belangrijke rol in het ecologische netwerk als verbinding tussen de Veluwe en de randmeren. Voor het versterken van de relatie tussen de landgoederen wordt ingezet op het doorzetten van bepaalde houtwallen, singels en lanen vanuit de landgoederen langs waardevolle verkavelingspatronen. Het afwisselende landschap zorgt voor een afronding van alle ruimtelijke ontwikkelingen en legt een gedegen basis voor toekomstige ontwikkelingen. De verbinding richting de vesting kan verder worden ingevuld over bestaande paden van het landgoed, of langs de Puttenerbeek. In het gebied tussen de wijken Nieuwstad en Oosthoek kan gedacht worden aan de volgende maatregelen om de relatie te versterken; uitplaatsing van de kassen in het gebied, aanleg van paden door het gebied, herstel van het Blekedijkje met wandelpad en vergroening van de sportvelden. Daarnaast kan de Puttenerbeek een belangrijke drager gaan vormen van het gebied. De paden sluiten aan bij de parkeerplaats aan de Zwolscheweg, de vesting en de kerkenpaden in De Mheen. Op deze manier wordt de vesting beter met het landelijk gebied verbonden. Een andere relatie is de verbinding tussen de rietlanden en oevers lang de randmeerkust (zie ook paragraaf 4.2.1 oeverzone randmerengebied).
Het bedrijventerrein De Kruismaten, de Flevoweg N309 en het Veluwestrandbad vormen een barrière in de randmeeroeverzone en de verbinding tussen het Drontermeer en het Veluwemeer. Een zoveel mogelijk aaneengesloten lijn is belangrijk voor de ecologische waarde van het rietlandschap. Vanuit het Landschapversterkingsplan Elburg Noord wordt ingezet op het verbreden van de rietkraag in het rietveld van Elburg ten noorden van de Kamperdijk. Voor de verbreding van de rietkraag zal de oever verder afgegraven worden om zo meer rietlandschap (landinwaarts) te verkrijgen. Daarnaast zal in het voormalige waterzuiveringsgebied parallel aan de Kamperdijk de cultuurhistorische slenk worden hersteld. Door het uitdiepen van de slenk en het verhogen van de wal tussen het rietveld en de slenk zal de diversiteit van de begroeiing vergroot worden. Ook is het aannemelijk dat het aantal moeras- en watervogels zal toenemen door deze ontwikkeling. visie LOP: opgave verbindingen landschap en ecologie
6
6
l
a
n
d
s
c
h
a
p
s
o
n
t
w
i
k
De zone ten oosten van het landgoed Klarenbeek (zone bij Burgemeester Frieswijkweg) krijgt een belangrijke rol binnen het ecologische netwerk. Deze zone, samen met de Kerkdijk, zal op termijn gaan fungeren als groene ecologische verbinding tussen de randmeren en de Veluwe. De doorgang tussen Doornspijk en de Hoge Enk geldt als een van de weinige om de oversteek vanuit het kleinschalige veenen kampenlandschap naar het open polderlandschap te maken. Het ontwikkelen van de ecologische verbinding met een verloop van een droog naar nat voedselarm gradiëntsysteem van Veluwe tot aan de randmeren, is belangrijk voor de uitwisselingsmogelijkheden voor flora en fauna. De gradiënt van de Veluwe naar de randmeren biedt door de verschillende bodemtypen, (grond)waterstanden en kwaliteit, het reliëf en de mate van voedselrijkdom vestigingsmogelijkheden voor verschillende planten- en diersoorten. De geomorfologische opbouw, de aanwezigheid van het IJsselmeer en de kwelstroom vanuit het Veluwemassief zorgen voor een grote verscheidenheid (zie ook paragraaf 4.2.5; veenontginningslandschap). Uitwisseling wordt dan mogelijk, waardoor de potentie om te kunnen migreren versterkt wordt. De mogelijkheid tot uitwisseling van individuen (fauna) waarborgt een genetische diversiteit met stabiele en gezonde populaties tot gevolg.
In de meest ideale situatie ontstaat er een verloop van verschillende natuurdoeltypen (*) met geleidelijke overgangen. Overgangen zijn vaak abrupt, waardoor de ecologische waarde vermindert. Door de bosrand uit te breiden met een natuurlijke overgang via struweel naar bloemrijke graslanden is al veel winst te behalen. Het betreft een begroeiing van vooral hoge kruiden en struiken. Afhankelijk van het successiestadium en het beheer bestaat de begroeiing vooral uit kruiden of doornstruiken zoals bramen, Sleedoorn, Meidoorn en Brem. De soortenrijkdom is het grootst wanneer zowel mantel als zoom aanwezig zijn in de bosrand. Bosranden vormen de overgang tussen open terreinen en het bos. De overgang is optimaal wanneer de overgang geleidelijk is. Het open veld gaat over in een zone met hogere meerjarige kruiden, de zogenaamde zoomvegetatie.
k
e
l
i
n
g
s
p
l
a
n
e
l
b
u
r
Vanuit deze zoom volgt opnieuw een geleidelijke overgang naar een brede zone van struiken, de mantelvegetatie die uiteindelijk aansluit op de hoogte van de bomen van het bos zelf. Het daarop volgende natuurdoeltype is een droog en schraalgrasland. Dit type sluit aan op de zoom en mantelvegetatie aan de bosrand. Het is een laagblijvende, al of niet kruidenrijk grasland met een vrij open, pollige structuur. Daarna volgt een overgang naar bloemrijk grasland. Dit kruidenrijke grasland is met name te ontwikkelen op vochtige tot matig droge, zwak zure tot neutrale, zwak eutrofe zand-, leem- en veengronden. Deze situatie komt van nature voor op de overgang van de stuwwallen en hogere dekzandgebieden naar de beekdalen en lagere dekzandgebieden. Richting de randmeren op de meer natte gronden volgt het dotterbloemgrasland. Het betreft een kruidenrijk grasland op natte tot matig natte, matig zure tot neutrale, vooral zwak eutrofe veen- en kleigronden. (* Handboek Natuurdoeltypen, LNV, 2001) Om versnippering tussen natuurgebieden te voorkomen moet de barrièrewerking van de Rijksweg A28 en de spoorlijn verminderd worden. Door de aanleg van faunapassages voor verschillende doelsoorten ontstaan goede uitwisselingsmogelijkheden tussen de verschillende natuurgebieden (zie ook paragraaf 4.2.7; besloten natuurgebied de Veluwe).
Het bekenstelsel van de clusters Doornspijkerbeken en de Puttenerbeek kunnen als belangrijke verbinding gaan fungeren. Wanneer de beken worden voorzien van natuurvriendelijke oevers, ontstaat er een uitgebreid netwerk en vormen ze de haarvaten van het gehele ecologische netwerk. Daarnaast maakt het toevoegen van kleine landschapselementen de waterlopen beter zichtbaar. Wanneer de sloten ook voorzien worden van een begeleidend padennetwerk wordt het landschap beter beleefbaar.
g
Door het ecologisch en natuurlijk beheren van wegbermen worden de haarvaten van het ecologische netwerk verder versterkt. Daar waar de breedte van de bermen het toelaat kan onderzocht worden of ecologisch beheer mogelijk is. Bermen die hiervoor in aanmerking komen zijn de bermen langs de Oostelijke Rondweg (2e fase), de Vrijheid te Elburg, de Stadsweg, de Bovenweg en de Vaarbekerweg bij ’t Harde. De bermen zullen dan geklepeld gaan worden in plaats van maaien en afvoeren van het maaisel. Beheer door middel van klepelen gaat sneller dan maaien en afvoeren. Begeleiding van wegen en paden met bloeiende kruidachtige vegetatie is een duidelijke meerwaarde voor het landschap en de ecologie. In afstemming met de afdeling Beheer zal beoordeeld moeten worden welke bermen en gebieden er definitief in aanmerking komen voor ecologisch beheer. Dit is een afweging van kosten en natuurdoelen.
.. Recreatief routenetwerk De visie op het recreatieve netwerk is gericht op het behouden en verder ontwikkelen van een gesloten en fijnmazig netwerk. Naast het vergroten van de beleefbaarheid van het landschap, biedt het ook kansen om de kennis bij de recreant over het landschap en de agrarische sector te vergroten. Hierbij moet samenwerking worden gezocht met grondeigenaren en grondgebruikers. Dit vergt maatwerk en een goede onderlinge afstemming. Het ontwikkelen van fijnmaziger netwerk van wandelpaden door het landschap kan gezien worden als een overkoepelend opgave. De kwaliteit van het routenetwerk kan verder toenemen als ook de beleving van de agrarische activiteiten zou worden geïntensiveerd. Het begrip voor de landbouw zou toenemen als men meer contact met deze sector kan maken. Kleine inspanningen zoals het openstellen van boerenlandpaden door de landerijen, het aanbieden van picknickplaatsen op het agrarisch bedrijf en de verkoop van plaatselijk geproduceerde artikelen kan van grote waarde zijn voor de kwaliteit van de recreatie en de relatie met de agrarische sector. Zo wordt het begrip voor deze sector vergroot. Ook de beleving van de cultuurhistorie neemt steeds verder toe bij het wandelen en fietsen in het buitengebied. visie LOP: opgave recreatief routenetwerk
6
65
l
a
n
d
s
c
h
a
p
s
o
n
t
w
i
k
Concreet gaat het daarbij om de beleving van het samenspel aan functies in het landelijk gebied. De recreant is niet meer alleen geïnteresseerd in vermaak, maar steeds meer in het functioneren van het gebied zelf, in zowel het heden als het verleden (cultuurhistorie). De gemeente Elburg biedt vanwege het aanwezige landschap, de kerkenpaden en de schat aan cultuurhistorie, uitgelezen mogelijkheden om op deze trend in te spelen. Door de acht reeds aangelegde kerkenpaden is de beleving van de cultuurhistorische waarde aanzienlijk vergroot. In de toekomst kan de beleving van de cultuurhistorie verder worden versterkt. Bijvoorbeeld door de aanleg van het natuurpad tussen de Melksteeg en de Tempelweg. In het Landschapsversterkingsplan Elburg Noord is verder uitwerking gegeven aan dit idee. De beleving van de historie biedt vele eenvoudig te verzilveren kansen. Spannende verhalen liggen voor het oprapen in de schootsvelden, het waterrijke verleden en de ontginning van het landschap. Het is van belang de recreant langs cultuurhistorische elementen te leiden en het verhaal er achter toe te lichten. Wandel- en fietsroutes bieden hiervoor uitgelezen kansen, zeker in combinatie met informatieborden of moderne communicatiemiddelen, zoals gps en i-pods, waarmee het verhaal kan worden verteld. Rondom Doornspijk is een aantal paden in voorbereiding.
De gemeente geeft actief uitwerking aan het ontwikkelen van de gedegen padennetwerk. Om het bestaande fietsnetwerk te versterken moet het ontbrekende deel ten noorden van Lage Bijssel in de lange afstand-fietsroutes langs de randmeren worden ontwikkeld. Deze ontwikkeling is reeds in gang gezet, maar verdere ontwikkeling laat vanwege beperkte financiële middelen op zich wachten. Het is van belang de herkenbaarheid van deze recreatieve routes duidelijk te maken door bijvoorbeeld de aanleg van wegbeplanting en eenduidige wegindeling. Zo ontstaat een veilige en prettige verbinding voor fietsers en wandelaars tussen de natuur langs de randmeren, de kernen en de flanken van de Veluwe.
66
k
e
l
i
n
g
s
p
l
a
n
e
l
b
u
r
Bij het herinrichten van de watergangen binnen de gemeente, het ontwikkelen van natuurvriendelijke oevers, kan rekening worden gehouden met de ontwikkeling van nieuwe paden. Binnen de zone van de natuurvriendelijke oevers, waar een fraaie natuur met bloemrijke ruigte, struiken en hooilanden zal ontstaan, is het mogelijk om struinpaden te ontwikkelen. De beleving van het water en het landschap worden vergroot. Het Waterschap Veluwe ziet dan ook kansen met betrekking tot het recreatief medegebruik van de watergangen. Naast een goed routenetwerk is de aanhechting met het stedelijk weefsel van wezenlijk belang. Hierbij kan gedacht worden aan het ontwikkelen van toeristische overstappunten. In de Nota Recreatie en Toerisme is hier op korte termijn nog geen rekening mee gehouden. Echter is dit wel een duidelijk wensbeeld voor de toekomst op langere termijn. De automobilist kan dan de auto parkeren bij een toeristisch overstappunt en vanuit hier met andere vormen van vervoer, bijvoorbeeld te voet, of met de fiets, met skeelers of te paard verder het gebied ingaan. Voorgesteld wordt om vijf overstappunten op strategische plaatsen te ontwikkelen dan wel te versterken in de gemeente. Overstappunt Vesting Noord en Zuid, Overstappunt Landgoederen, Overstappunt Veluwerand en Overstappunt Doornspijk vormen de vertrekpunten voor de recreant richting naar het buitengebied.
De parkeersplaats aan de Zwolscheweg ten zuiden van de vesting kan als overstappunt gemarkeerd worden. Bij het landgoed Zwaluwenburg zou een overstappunt in combinatie met een parkeerplaats voor de tuinen van A. Vogel ontwikkeld kunnen worden. Overstappunt Veluwerand bevindt zich bij het NS-station ’t Harde, waarbij de aansluiting met het routenetwerk nog verder versterkt moet worden. De parkeerplaats bij de gereformeerde kerk in Doornspijk kan eveneens als toeristisch overstappunt gemarkeerd worden. Aandachtspunt hierbij is de gewenste zondagsrust in Doornspijk.
g
..5 Het LOP en de beoogde rondweg ’t Harde - Elburg In de gemeente liggen verschillende provinciale wegen, die afhandeling van de belangrijkste verkeerstromen zorgen. Nadeel is dat deze wegen door een aantal kernen van de gemeente Elburg voeren en daar verkeersproblemen met zich meebrengen. Naast het gebrek aan doorstroming en de verkeersveiligheid vormt de geluidsbelasting op de woningen een aandachtspunt in de kernen van ’t Harde, Doornspijk en Elburg. Met name de druk op de Zuiderzeestraatweg en de Eperweg als belangrijke doorvoeraders neemt strek toe. De aanleg van rondwegen vormt daar een mogelijke oplossing voor, maar dit heeft een grote impact op het landschap, de landgoederen en de natuur- en ecologische waarde van gebieden grenzend aan het tracé. De gemeente en de provincie zijn bezig om oplossingen te zoeken voor dit probleem in de vorm van een rondwegenstructuur. Voor het LOP betekent de komst van een eventuele rondweg het volgende: » Afhankelijk van de locatie een zekere schade door versnippering en wellicht een ecologisch barrièrewerking. » De visie in de LOP kan volledig in tact blijven, waar de rondweg ook komt. Wel zal de inbreuk van een eventuele rondweg worden beperkt door bij de locatiekeuze en inrichting te anticiperen op de locale landschappelijke patronen (kavelrichting, beplantingspatronen, soorten beplanting).
voorbeelden van een natuurpad, een toeristisch overstappunt en wandelen in het buitengebied
67
l
a
n
d
s
c
h
a
p
s
o
n
t
w
i
k
k
e
l
5
i
n
g
s
p
l
a
n
e
l
b
u
r
g
landschapsontwikkelingsplan Elburg
l
a
n
d
s
c
h
a
p
s
o
n
t
w
i
k
k
e
l
i
5
n
g
s
p
l
a
n
e
l
b
u
r
g
5 Beeldenboek LOP 5.1
Inleiding
De visie in het LOP is gebaseerd op het benutten van de aanwezige kwaliteiten van het landschap en het versterken van de kenmerkende opbouw van het landschap in de gemeente Elburg. De huidige ruimtelijke basiskwaliteit van het landschap zal gewaarborgd en verder versterkt worden. De basisvisie is gericht op de landschappelijke zonering binnen de gemeente en het versterken van de ruimtelijke kwaliteit van de verschillende landschapstypen. Voor de landschapstypen wordt in dit beeldenboek uiteengezet wat de kenmerken zijn, welke beplantingssoorten kunnen worden toegepast, welke landschapelementen aangelegd kunnen worden en er wordt een indicatie geven voor de erfbeplanting. Het beeldenboek is een inspirerend onderdeel van het LOP, waarbij inzichtelijk wordt gemaakt hoe men op een verantwoorde wijze kan bouwen aan het landschap. In de basisvisie zijn de volgende landschapstypen genoemd: » Het randmeergebied langs de oevers van het Veluwemeer en het Drontermeer. » Het open polderlandschap met onder andere de Waterlandspolder, Het Goor en De Mheen. » Het halfopen kampenlandschap op de oude dekzandrug. De kernen Doornspijk, Hoge Enk en Oostendorp liggen ook op deze dekzandrug. » Het veenontginningslandschap met landgoed Klarenbeek als bijzonder element.
» Het kampenlandschap kan onderverdeeld worden in twee deelgebieden; het zogenaamde lineaire kampenlandschap en het kleinschalige kampenlandschap. » Het besloten natuurgebied de Veluwe. In dit besloten gebied liggen halfopen, agrarische enclaves als aparte eenheden binnen het bosrijke gebied van de Veluwe. Zoals gezegd in hoofdstuk 4 vallen delen van de landschaptypen oeverzone randmerengebied en het besloten natuurgebied de Veluwe onder Natura 2000 richtlijnen. Dit is een netwerk van Europese natuurgebieden. Natura 2000 is gericht op de instandhouding en ontwikkeling van soorten en ecosystemen die voor Europa belangrijk zijn.
70
Deze gebieden zijn aangewezen als habitattypen (natuurtypen) die op Europees niveau beschermd moeten worden. Voor deze habitattypen en soorten zijn instandhoudingsdoelstellingen opgesteld. Nieuwe ontwikkelingen mogen geen negatief effect hebben op de instandhoudingsdoelstellingen van de habitattypen en soorten. Voor nieuwe ontwikkelingen is een verplichting om middels een plan MER te toetsen aan de Natuurbeschermingswet. Nieuwe ontwikkelingen in het kader van het LOP zijn landschapsversterkend en versterken de typische kenmerken die horen bij een bepaald landschaptype. Het is aannemelijk dat nieuwe (landschappelijke) ontwikkelingen een positieve bijdrage leveren aan de Natura 2000-gebieden. Per landschapstype wordt het beeldenboek verder uitgewerkt en per landschapstype wordt ingegaan op de algemene kenmerken van het landschapstype, de te gebruiken beplantingsoorten en de erven. Voor de erven in het buitengebied in het algemeen geldt: » » »
» » »
» » »
Binnen het erf streven naar een rustig, samenhangend en karakteristiek beeld en verrommeling voorkomen. Bebouwingszijden die sterk in het zicht liggen, is landschappelijke inpassing wenselijk. Coniferen en laurierkers horen niet thuis in het buitengebied (niet inheems) en missen het seizoenaspect (groen in de zomer en bladverliezend in de winter). Diervriendelijke beplantingssoorten gebruiken zoals nectar, bessen, noten, of holten voor vogels en zoogdieren. Overvloedige verlichting voorkomen, indien nodig dan laag bij de grond. Geen of beperkt gebruik van ijzeren hekken en niet natuurlijke afrasteringen, eventueel houten hek, gekloofde eikenpalen en palen van kastanjeof acaciahout. Paardenbakken landschappelijk inpassen of gebruik natuurlijke materialen. Verhardingen beperkt toepassen. Hooibalen bewaren op onopvallende plek of afdekken met een materiaal in een neutrale kleur. visie LOP: basisvisie
Inhoud Beeldenboek
71
l
a
n
d
s
c
h
a
p
s
o
n
t
w
i
k
k
e
l
i
n
g
s
p
l
a
n
e
l
b
u
r
g
OR oeverzone randmerengebied
OR OP
OP
HK
open polderlandschap
VE HK half open kampenlandschap
KK BV
VE veenontginningslandschap
KK kleinschalige/lineaire kampenlandschap
BV besloten natuurgebied de Veluwe
7
l
a
n
d
s
c
h
a
p
s
o
n
t
w
i
k
k
e
l
i
n
g
s
p
l
a
n
e
l
b
u
r
g
oeverzone randmerengebied
OR
» » » » »
micromeandering natuurlijke oevers continu rietkraag verbreden rietkraag beheer rietlandschap
Oeverzone randmerengebied
5. Oeverzone randmerengebied Gebiedskenmerken Algemeen: de oever van het Veluwemeer is plaatselijk niet verkaveld, maar verkeert nog in min of meer ongerepte staat. Hierdoor is de oeverzone ook van cultuurhistorisch belang en bevat plaatselijk zeer waardevolle natuur in de vorm van een brede rietkraag met hier en daar opslag van elzen en wilgen. Denkrichting: behoud en beheer van de aanwezige rietkraag met daarin een aantal recreatie-eilandjes. De opslag van elzen en wilgen moet verwijderd worden om het riet meer kans te geven. Het ontwikkelen van een zoveel mogelijk aaneengesloten rietkraag draagt bij aan de ecologische kwaliteit van de oeverzone. Het mogelijk verwijderen van beschoeiing langs de oever bevordert de ontwikkeling van het riet. Riet vergt een redelijk intensief beheer. Bij de vele mondingen van de beken in de randmeren worden natuurvriendelijke oevers ontwikkeld en wordt de kenmerkende micromeandering bij een aantal beeklopen hersteld. Bij de veranderingen in de oevers en de loop van de beek kan ook gedacht worden aan het ontwikkelen van een routenetwerk langs de waterlopen. Beide ontwikkelingen kunnen elkaar versterken.
rietlandschap (zomerbeeld)
rietlandschap
rietlandschap (winterbeeld) rietoevers met beschoeiing en onderbroken rietkraag
rietoevers ontwikkelen met continu rietkraag
75
l
a
n
d
s
c
h
a
p
s
o
n
t
w
i
k
k
e
l
i
n
g
s
p
l
a
n
e
l
b
u
r
g
open polderlandschap
OP
» » » »
micromeandering natuurlijke oevers agrarisch natuurbeheer polderlandschap aandacht voor weidevogels
Open polderlandschap
5. Open polderlandschap Gebiedskenmerken Algemeen: de polder wordt gekenmerkt door openheid, waarin niet of nauwelijks bebouwing voorkomt. Oude kreeklopen met een meanderend verloop zijn terug te vinden bij de monding van de vele waterlopen in de randmeren, komend vanaf het open achterland. Het verkavelingspatroon is onregelmatig, strookvormig en soms zelfs blokvormig. De kavels worden veelal gescheiden door greppels. De sporadisch aanwezige bebouwing ligt vaak op terpen (verhoogde woonplaatsen). Het gebied bestaat uit grasland, dat in gebruik is als agrarisch hooi- en weiland. De beplanting in het gebied wordt gevormd door de erfbeplanting bij de spaarzame bebouwing en eventuele wegbeplanting van populieren, essen of (knot)wilgen.
Soorten De karakteristieke landschapselementen en beplantingen op het erf bestaan uit streekeigen soorten. De kenmerkende soorten bestaan uit:
Denkrichting: het behouden van openheid en het herstellen van micromeandering beeklopen met eventueel beekbegeleidende beplanting. Verder wordt ingezet op een open weidevogelgebied met een daarbij behorend agrarisch natuurbeheer met eventueel poelen op de landbouwpercelen.
Solitaire of boomgroepen: Kastanje, es, linde, sierappel, sierpeer, els of noot.
Erfbeplanting: geen beplanting buiten het erf zelf en de overige beplanting sober houden. Hagen langs de voortuin, langs de weg en windsingels langs de windzijde van het erf (enkelzijdig). Een meidoornhaag als perceelsafscheiding in plaats van prikkeldraad. Verder maken hoogstamfruitboomgaarden met een regelmatige aanplant, enkele solitaire in de voor- of zijtuin onderdeel uit van het erf. Doorzichten tussen gebouwen naar het achterland behouden, aansluiten bij het open karakter van het landschap. Bij uitbreiding van de stallen, schuren of andere gebouwen (of zelfs bestaande) kunnen windsingels worden aangeplant langs de nieuwe gebouwde elementen, of inpassen met soorten als populier, es, zwarte els en wilg.
Windsingels: Populier, es, zwarte els en wilg en inheemse struikvormers zoals Gelderse roos, vuilboom en meidoorn.
windsingel
Beekbegeleiding: Grauwe wilg, inlandse vogelkers en knotbomen (wilg, es en els). Bomenrijen: Knotwilgen of knotelzen. populieren en knotbomen
Hagen: Meidoorn, beuk of veldesdoorn. Hoogstamfruitboomgaarden: Mix van soorten zoals appel, peer, pruim, kers of noot.
poelen op landbouwpercelen
boomgroep windsingel
greppel
fruitbomen als solitair knotbomen
open polder
erf in het open polderlandschap
77
l
a
n
d
s
c
h
a
p
s
o
n
t
w
i
k
k
e
l
i
n
g
s
p
l
a
n
e
l
b
u
r
g
houtsingel
houtwal
langs sloot met bomen/struiken
met greppel en bomen/struiken
half open kampenlandschap
HK
» » »
houtwallen en singels op kavelgrenzen afgewisseld met onbeplante kavelgrenzen variatie in landschap (open/besloten)
Half open kampenlandschap
5. Half open kampenlandschap Gebiedskenmerken Algemeen: dit landschap vertoont veel gelijkenissen met het kleinschalige kampenlandschap langs de Bovenweg. Alleen hier op de dekzandrug is het landschap minder besloten. Het opent zich meer richting de omliggende landschappen. Toch komen de patronen en kenmerken verder wel overeen. De wegen hebben een bochtig verloop, veelal door het aanwezige hoogteverschil. Het landschap kent een onregelmatig en blokvormig verkavelingspatroon in het half open kampenlandschap. De randen van de percelen zijn soms aangezet met houtwallen, waardoor een relatief kleinschalig landschap ontstaat. Het grondgebruik is afwisselend en bestaat uit bouwland en graslanden. Veel voorkomende soorten hier zijn eiken, essen en elzen. Denkrichting: herstel van de samenhang en balans tussen de verschillende elementen: houtwallen, singels, wegbeplanting, erfbeplanting, open ruimtes, bebouwing en sloten. Het is gewenst om het half open kampenlandschap te versterken door de sloten en beken te voorzien van opgaande beekbegeleidende beplanting en op sommige plaatsen de perceelsranden aan te zetten met houtwallen en singels. In dit landschap moet gezocht worden naar een goede balans tussen aangeplante perceelsranden en open percelen. Het karakter van een half open landschap moet behouden blijven.
Erfbeplanting: hagen langs de voortuin, langs de weg en houtwallen langs de grenzen van het erf. Om openheid naar het achterland te behouden, kan worden voorgesteld om percelen aan twee zijden te voorzien van beplanting. Verder maken hoogstamfruitboomgaarden met een meer onregelmatige aanplant, leilinden aan de zonzijde en boomgroepen bestaande uit eik, linde paardenkastanje en beuk onderdeel uit van het erf. Eikenbosschages zijn meer achter op het erf gesitueerd of aan de zijkant. Bij uitbreiding van de stallen, schuren of andere gebouwen kunnen ook houtwallen en –singels worden aangeplant. erf in het half open kampenlandschap
Soorten De karakteristieke landschapselementen en beplantingen op het erf bestaan uit streekeigen soorten. De kenmerkende soorten bestaan uit: Houtwallen en –singels: Eik en diverse soorten inheemse struikvormers zoals vuilboom, inlandse vogelkers en hazelaar.
bomenrij
Bomenrijen: Voornamelijk eik. Solitaire of boomgroepen: Eik, (lei)linde, paardenkastanje en beuk. Hagen: Beuk of veldesdoorn. Hoogstamfruitboomgaarden: Mix van soorten zoals appel, peer, pruim, kers of noot.
leibomen en haag langs voorgevel
houtwal
houtwal/bomenrij
solitair leiboom
haag fruitboomgaard
(lei)linde als solitair bij boerderij
79
l
a
n
d
s
c
h
a
p
s
o
n
t
w
i
k
k
e
l
i
n
g
s
p
l
a
n
e
l
b
u
r
g
houtsingel
langs sloot met bomen/struiken
veenontginningslandschap
VE
» » »
aanplant elzensingels beekbegeleidende beplanting lengterichting landschap benadrukken door aanplant lange zijde perceelsgrenzen
Veenontginningslandschap
5.5 Veenontginningslandschap Gebiedskenmerken Algemeen: een rationeel verkavelingspatroon met lange, smalle en rechte kavels. Door de smalle percelen is het een kleinschalig gebied met lange zichtlijnen vanaf de ontginningsassen. Sloten en greppels scheiden de percelen onderling. De grond wordt, vanwege het natte karakter, overwegend gebruikt als grasland. Beplanting staat voornamelijk langs de slootkanten, bijna in het talud. Deze singels bestaan voornamelijk uit (knot)elzen, wilgen en soms essen. Beplanting staat voornamelijk langs de lange zijde van de percelen, waardoor lange zichtlijnen ontstaan. Denkrichting: in stand houden van de nu nog aanwezige karakteristieke singelpatronen van voornamelijk elzen parallel langs de sloten en greppels. Het accentueren van deze lijnen met singelbeplanting versterkt de kenmerkende richting in het landschap. Erfbeplanting: de beplanting op en rondom het erf heeft een sobere uitstraling. Hagen zijn gesitueerd langs de voortuinen. De zijdelingse perceelsranden van het erf (veelal sloten), zijn aangezet met knotwilgen. Doorzicht naar het achterland blijft zo behouden. De richting van het landschap en het inpassen van nieuwe schuren en stallen kunnen voorzien worden van knotbomen langs de randen. Op de erven is vaak een hoogstamfruitboomgaard aanwezig, welke in rijen zijn aangeplant (regelmatig plantverband).
Op het erf is een enkele solitair aanwezig zoals kastanje of eik.
Soorten De karakteristieke landschapselementen en beplantingen op het erf bestaan uit streekeigen soorten. De kenmerkende soorten bestaan uit: Singels: Singels variërend in breedte van zwarte elzen met Gelderse roos, vuilboom en meidoorn, naast knotbomenrijen van els, wilg en berk.
knotwilgen (zomerbeeld)
Solitair: Eiken, kastanje, sierappel of sierpeer. Meer achter op het erf staan berken en eiken en poelen op de landbouwpercelen. Hagen: Haagbeuk, liguster, meidoorn of veldesdoorn. Hoogstamfruitboomgaarden: Mix van soorten zoals appel, peer, pruim en kers.
knotwilgen (winterbeeld)
elzensingels (achtergrond)
knotbomen
singel solitair
haag fruitboomgaard
greppel
elzensingels met berk
erf in het veenontginningslandschap
81
l
a
n
d
s
c
h
a
p
s
o
n
t
w
i
k
k
e
l
i
n
g
s
p
l
a
n
e
l
b
u
r
g
houtsingel
houtwal
langs sloot met bomen/struiken
met greppel en bomen/struiken
lineair kampenlandschap (LK)
LK
KK kleinschalig kampenlandschap (KK)
» » »
gelijke landschapselementen verschil in vormentaal, lengterichting/ mozaïek afwisseling in houtwallen en bomenrijen
Kleinschalig/lineair kampenlandschap 5.6 Kleinschalig/lineair kampenlandschap Gebiedskenmerken Algemeen: de wegen hebben een bochtig verloop, veelal door het aanwezige hoogteverschil. Steilranden in het landschap bepalen soms het verloop van de weg. Het landschap kent een onregelmatig en blokvormig verkavelingspatroon in het kleinschalige kampenlandschap. In het lineaire kampenlandschap is een meer rationeel en rechtlijnig patroon aanwezig. De landschapselementen zijn in beide verder gelijk. De randen van de percelen zijn veelal aangezet met houtwallen, waardoor een kleinschalig landschap ontstaat. Denkrichting: herstel van de samenhang en balans tussen de verschillende elementen: houtwallen, singels, wegbeplanting, erfbeplanting, open ruimtes en bebouwing. Het grondgebruik is afwisselend en bestaat uit bouwland en graslanden. Veel voorkomende soorten zijn eiken, essen en elzen. De aanplant van eiken, kleine bosschages en houtwallen (en singels) versterken het kleinschalige landschap. Erfbeplanting: hagen langs de voortuin, langs de weg en houtwallen langs de grenzen van het erf. In het lineaire landschap kan gekozen worden voor tweezijdige erfgrensbeplanting en voor het kleinschalige landschap wordt ingezet op alzijdige aanplant van de erfgrenzen.
Hoogstamfruitboomgaarden met een meer onregelmatige aanplant, leilinden aan de zonzijde en enkele solitaire zoals een noot, kastanje of linde maken onderdeel uit van het erf. Eikenbosschages zijn meer achter op het erf gesitueerd of aan de zijkant. Bij uitbreiding van de stallen, schuren of andere gebouwen kunnen ook houtwallen en –singels worden aangeplant.
Soorten De karakteristieke landschapselementen en beplantingen op het erf bestaan uit streekeigen soorten. De kenmerkende soorten bestaan uit: Houtwallen en –singels: Hoofdsoort zomereik, aangevuld met ruwe berk en lijsterbes en diverse inheems struikvormers zoals vuilboom, Gelderse roos, veldesdoorn, hondsroos, meidoorn, sleedoorn, inlandse vogelkers, hazelaar en wilde hulst.
voorbeeld erf in het kampenlandschap
overgang kampen naar open gebied
Bomenrijen langs oprijlaan of percelen: Zomereik dicht op elkaar (soms 2 rijen) Solitaire of boomgroepen: Eik, (lei)linde, leipeer, paardenkastanje, noot, beuk, sierappel, sierpeer of zomereikbosschages/eikengaard zonder onderbeplanting. Hagen: Beuk, haagbeuk, liguster, veldesdoorn, meidoorn of veldesdoorn.
eiken(gaard) achter op het erf
Hoogstamfruitboomgaarden: Mix van soorten zoals appel, peer, pruim, kers of noot. Randbeheer van de percelen en aanpassing van de teelt kan leiden tot het terugkeren van kenmerkende akkerflora zoals, kamille, korenbloem en klaprozen.
houtwal
boomgaard (onregelmatig)
houtwal
houtwal
solitair
solitair leiboom
leiboom haag
haag
bomenrij
bomenrij fruitboomgaard
fruitboomgaard
erf in het kleinschalige kampenlandschap
houtwal
erf in het lineaire kampenlandschap
8
l
a
n
d
s
c
h
a
p
s
o
n
t
w
i
k
k
e
l
i
n
g
s
p
l
a
n
e
l
b
u
r
g
besloten natuurgebied de Veluwe
BV
» » »
gelijke overgang tussen bos en landschap bos-mantel-zoom ontwikkelen bomenrijen en bosaanplant
bos
mantel
Besloten natuurgebied de Veluwe
5.7 Besloten natuurgebied de Veluwe Gebiedskenmerken Algemeen: groot besloten bosgebied, met heidevelden en enkele agrarische enclaves. De heidevelden en enclaves vormen open ruimtes in het besloten bosgebied met nog veel land- en zandwegen (onverharde wegen). De gronden zijn in gebruik als gemengd bos en heidevelden, met de geleidelijke vervanging van het naaldhout door loofhout (omvorming). De enclaves bestaan voornamelijk uit bouwlanden. De beplanting bestaat uit eik, beuk, berk en naaldbomen. Denkrichting: is gericht op het versterken van de bosrand, door deze uit te breiden met een natuurlijke overgang via struweel naar bloemrijke graslanden is al veel winst te behalen. Een goede bosrand bestaat uit het bos, de mantel en een zoom. De soortenrijkdom is het grootst wanneer zowel mantel als zoom aanwezig zijn in de bosrand. Bosranden vormen de overgang tussen open terreinen en het bos. De overgang is optimaal wanneer de overgang geleidelijk is. Het open veld gaat over in een zone met hogere meerjarige kruiden, de zogenaamde zoomvegetatie. Vanuit deze zoom volgt opnieuw een geleidelijke overgang naar een brede zone van struiken, de mantelvegetatie die uiteindelijk aansluit op de hoogte van de bomen van het bos zelf. Het behoud van het bosachtige karakter en waardevolle bomen rondom de (open) percelen met bebouwing.
Erfbeplanting: bestaat uit een bomenrand of bosrand (zowel bladverliezend als bladhoudend) rondom de percelen. De erven vormen vaak een open ruimte rondom de bebouwing, als contrast met het dichte bos. Terughoudend zijn met erfbeplanting op dergelijke erven, de open ruimte wordt anders te dicht van structuur en verliest hierdoor aan kwaliteit.
Soorten De karakteristieke landschapselementen en beplantingen op het erf bestaan uit streekeigen soorten. De kenmerkende soorten bestaan uit: Bos: Loofbomen zoals eik, beuk, berk en soms lijsterbes. Mantel: Meidoorn, Gelderse roos, hondsroos, hazelaar, vuilboom, taxus, hulst en kamperfoelie. De mantel en zoom bestaan verder uit kruidachtige gewassen. Zoom: De zoom is een aaneengesloten rand met extensief onbemest hooiland/ruigte bestaande uit een gevarieerde kruidachtige begroeiing van inheemse grassen, voorjaarsbloeiers en ruigtkruiden (inclusief braam). Solitair: Bijvoorbeeld krentenboompje. De enclaves worden voorzien van dezelfde beplanting als in het kleinschalige kampenlandschap.
bosrand of bomenrij
bos Veluwe
geleidelijke overgang, bos-mantel-zoom
De agrarische enclaves eveneens open houden in het dichte bos. enkele solitair
bomenrij als rand met open ruimte zoom
erf in het boslandschap
85
l
a
n
d
s
c
h
a
p
s
o
n
t
w
i
k
k
e
l
i
n
g
s
p
l
a
n
e
l
b
u
r
g
landschapsontwikkelingsplan Elburg
l
a
n
d
s
c
h
a
p
s
o
n
t
w
i
k
k
e
l
6
i
n
g
s
p
l
a
n
e
l
b
u
r
g
landschapsontwikkelingsplan Elburg
l
a
n
d
s
c
h
a
p
s
o
n
t
w
i
k
k
e
l
6 90
i
n
g
s
p
l
a
n
e
l
b
u
r
g
6 Uitvoering 6.1
Inleiding
In het Landschapsontwikkelingsplan (LOP) van de gemeente Elburg wordt inzichtelijk gemaakt hoe de gemeente de ontwikkeling van haar buitengebied voor de komende 10 jaar wil vormgeven. Het 1e deel van dit LOP bestaat uit de beschrijving van de resultaten van een inventarisatie en analyse van het landelijk gebied van Elburg. In het 2e deel van dit LOP is de landschaps-ontwikkelingsvisie uitgewerkt. Er is een basisvisie uitgewerkt welke is aangevuld met een visie voor een aantal specifieke opgaven. Het voorliggende deel 3 bestaat uit het uitvoeringsprogramma. Dit uitvoeringsprogramma waarborgt dat de landschapsontwikkelingsvisie vertaald wordt naar concrete uitvoeringsprojecten en dat er daadwerkelijk een start gemaakt wordt met een gerichte ontwikkeling van het landschap van Elburg. In dit uitvoeringsprogramma wordt ingegaan op de uitvoeringsstrategie en op concrete projecten.
actief bouwen aan het landschap: SLE
Inhoud Uitvoeringsprogramma
6. Uitvoeringsstrategie 6..1 Uitvoering via samenwerking Het LOP heeft tot doel om de landschappelijke kwaliteiten binnen Elburg te behouden en waar mogelijk te versterken. Ook is er aandacht voor het versterken van ecologische waarden door landschapselementen onderling en de aanwezige waterlopen te verbinden tot doorgaande netwerken. Tevens heeft het LOP ten doel om het netwerk aan recreatieve voorzieningen te versterken, zodat via recreatie het landschap goed kan worden beleefd. Het landschap wordt in belangrijke mate gevormd door het uiterlijk van de functies die er in aanwezig zijn. Te denken valt aan de landgoederen, agrarische bedrijven met hun erven en weidegronden, maar ook aan woonfuncties met hun tuinen en erven en allerhande andere bedrijvigheid. Het LOP streeft naar een gezonde ontwikkeling van deze functies, zodat zij door een goede inrichting van erven en terreinen kunnen bijdragen aan landschappelijke kwaliteit. De uitvoering van het LOP is in eerste instantie een taak voor de gemeente Elburg. Deze taak is in de volgende paragraaf omschreven. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om het realiseren van wandelroutes en het beschermen van waarden. Ook zoekt de gemeente samenwerking met andere overheden, zoals de provincie Gelderland en het waterschap Veluwe. Het gaat bijvoorbeeld voor de realisatie van natuurvriendelijke en landschapsversterkende inrichting van de beken.
Tevens is het doel van het LOP om ook particulieren in het gebied te stimuleren tot investering in landschappelijke kwaliteit. Te denken valt aan de realisatie van een hoogstamfruitboomgaard, de aanleg van houtsingels of andere erfbeplanting of de toepassing van streekeigen hekwerken. Vanwege haar stimulerende rol werkt de gemeente hierbij nauw samen met Stichting Landschapselementen Elburg (SLE).
De gemeente speelt een belangrijke rol bij de stimulering van een actieve landschapsontwikkeling. In feite is de gemeente de initiator en motivator gericht op uitvoering van het landschapsontwikkelingsplan. Hiertoe worden de volgende taken uitgeoefend: » De gemeentelijke diensten toetsen ingediende plannen voor nieuwe ontwikkelingen die niet rechtstreeks toelaatbaar zijn aan het landschapsbeleid en de gestelde randvoorwaarden vanuit landschap. » De gemeente heeft zelf ook een uitvoerende taak. Diverse projecten (zie volgende hoofdstuk) worden conform het uitvoeringsplan uitgevoerd door de gemeente. De realisatie van deze projecten is niet afhankelijk van medewerking van bijvoorbeeld particulieren en derden. » De gemeente heeft zelf ook een beheertaak. Een juist en duurzaam beheer van bijvoorbeeld landschapselementen (houtopstanden/wegbermen) is immers de garantie voor een duurzaam landschap. » De gemeente/landschapscoördinator controleert regelmatig de uitvoering en het beheer van projecten en of zij in overeenstemming zijn met de doelstellingen en stuurt bij waar nodig. » Jaarlijks vindt een korte evaluatie van de projecten plaats (evaluatie en bijsturing). » De gemeente draagt zorg voor koppeling van het beleid op het gebied van ruimtelijke ordening en landschapsontwikkeling (zie hiernaast). » De gemeente heeft ook een taak als aanjager van nieuwe projecten.
» Handhaving van overeenkomsten tussen gemeente en derden met betrekking tot de realisatie en de instandhouding van overeengekomen landschappelijke inpassing of andere overeengekomen maatregelen.
Koppeling beleid voor ruimtelijke ordening en landschapsontwikkeling Handhaving van bestaande landschapswaarden kan door het voeren van een goed ruimtelijk ordeningsbeleid, via de structuurvisie, het bestemmingsplan en omgevingsvergunningen voor bouwen of het uitvoeren van werken (de vroegere bouwvergunningen en aanlegvergunningen). De realisatie van natuur- en landschapsontwikkeling, recreatief medegebruik, versterken van cultuurhistorie, etc, is onder andere mogelijk door randvoorwaarden te stellen aan bestemmingsplanwijzigingen, ontheffingen en vergunningen. Een tijdige communicatie van deze randvoorwaarden naar de aanvrager is van groot belang, bijvoorbeeld bij een functiewijziging van het bestemmingsplan of bij een omgevingsvergunning. Dit is een taak voor de betreffende beleidsmedewerker, die het eerste contact heeft met de aanvrager. Een begeleidend en stimulerend optreden van de gemeente gericht op de realisatie van een streekeigen erfinrichting en beplanting werkt in een groot aantal gevallen positief. Daarnaast benut de gemeente de mogelijkheden voor een formele toetsing van de landschappelijke inpassing van initiatieven. Deze mogelijkheden doen zich in drie verschillende vormen voor: » Bij functieverandering is sprake van een aanpassing van het bestemmingsplan.
Bij deze ruimtelijke ingreep is een goede landschappelijke inpassing en een goede beeldkwaliteit een randvoorwaarde voor de wijziging van het bestemmingsplan. » Bij een afwijkingsprocedure in het bestemmingsplan, bijvoorbeeld omdat een verandering in gebruik zich voordoet of een uitbreiding van bebouwing buiten het bouwperceel, is een landschappelijke inpassing een randvoorwaarde. » Een uitbreiding van bebouwing binnen het bouwblok is juridisch, volgens het bestemmingsplan, vaak toegestaan. In dit geval geeft de gemeente in een adviserende en stimulerende vorm aanbevelingen voor de landschappelijke inpassing van de bebouwing. Dit is een taak voor de landschapscoördinator.
het knotten van wilgen door de SLE
91
l
a
n
d
s
c
h
a
p
s
o
n
t
w
i
k
De bouwwerken zelf in het buitengebied worden ook getoetst aan de Welstandsnota’s. Om te komen tot een optimale afstemming tussen het bestemmingsplan en het LOP wordt het LOP in 2011 verwerkt in de integrale herziening van het bestemmingsplan buitengebied.
6.. Gemeentelijke organisatie De belangen op het gebied van natuur en landschap worden behartigt door de afdeling Bouwen en Milieu, onder de noemer ‘product natuur en landschap’. Een beleidsmedewerker binnen de afdeling behartigt de beleidsmatige zaken op het gebied van natuur en landschap, waaronder de doorwerking van deze aspecten in de verschillende beleidsdocumenten van de gemeente. Ook is deze medewerker verantwoordelijk voor de administratieve ondersteuning bij de afhandeling van subsidieaanvragen vanuit de gemeente of particulieren en voor het budgetbeheer op het gebied van natuur en landschap. Naar buiten toe worden de belangen op het gebied van natuur en landschap behartigd door de gemeentelijke adviseur milieu, natuur en landschap, oftewel de landschapscoördinator. Deze persoon bundelt als het ware alle kennis over het gebied. Hij heeft zicht op de uitvoering en samenhang tussen diverse projecten en door zijn contacten met bewoners, gebruikers en beheerders uit het gebied merkt hij kansen op die zich voordoen. De landschapscoördinator onderhoud het contact met particuliere initiatiefnemers en vertegenwoordigt de landschappelijke inbreng in het overleg met andere afdelingen binnen de gemeente en de regio.
Tevens ondersteunt de landschapscoördinator particulieren bij de planvoorbereiding voor projecten op het gebied van natuur en landschap en onderhoud intensief contact met Stichting Landschapselementen Elburg. Ook worden bouwplannen waarin landschappelijke inpassing een rol speelt door de landschapscoordinator getoetst. Een periodiek overleg (bijvoorbeeld met stedenbouw en verkeer) kan zinvol zijn, waarin men elkaar informeert over nieuwe initiatieven, de landschappelijke aspecten bespreekt en afspraken maakt over te volgen procedures.
9
k
e
l
i
n
g
s
p
l
a
n
e
l
b
u
r
Afstemming, en waar nodig samenwerking, met buurgemeenten en andere partijen is gewenst.
6. Programmering van projecten 6..1 Projecten op initiatief van gemeente en derden Naast het begeleiden van ontwikkelingen door toepassing van de landschapsontwikkelingsvisie heeft het LOP tot doel om te komen tot de concrete uitvoering van projecten. Hoewel het LOP een gemeentelijk beleidsdocument is, gaat het bij de uitvoering om projecten die zowel op initiatief van de gemeente tot stand komen, als om projecten die op initiatief van derden worden gerealiseerd. De gemeente Elburg heeft hierbij een stimulerende en coördinerende taak, in aanvulling op haar taak om ook zelf projecten tot uitvoer te brengen. 6.. Dynamisch uitvoeringsprogramma Benadrukt wordt dat het uitvoeringsprogramma een dynamisch karakter heeft. Gedurende de looptijd van het LOP van circa 10 jaar zullen er projecten worden afgerond, er zullen nieuwe projecten worden toegevoegd en er zullen projecten afvallen omdat ze wellicht niet haalbaar bleken. Bij de aanpak van projecten zal voortdurend bezien worden of zij kunnen meeliften met andere werkzaamheden binnen de gemeente. Door het credo ‘werk-met-werk-maken’ toe te passen kunnen inspanningen en kosten worden bespaard. In dit hoofdstuk zijn de projecten die op korte termijn kunnen worden opgepakt weergeven. Voor veel projecten is eerst een verkennende fase noodzakelijk voordat besloten wordt tot daadwerkelijke uitvoering.
Nadat de projecten in een concreet projectvoorstel zijn uitgewerkt kan de financiering worden bepaald, waarbij ook mogelijkheden van provinciale subsidie wordt meegewogen. Op dit moment zijn de mogelijkheden voor subsidie niet zeker vanwege de pauze die de provincie Gelderland met betrekking tot subsidies voor natuur en landschap heeft ingelast.
g
Voor de financiering van landschap en recreatie kan ook gebruik gemaakt worden van een landschapsfonds of van financiering op basis van een structuurvisie.
6.. Selectie van drie voorrangprojecten Bij de vaststelling van het LOP wordt voor drie projecten gekozen de uitvoering op korte termijn daadwerkelijk te starten. Gekozen is voor drie geheel verschillende projecten die bijdragen aan drie verschillende doelen van het LOP. Door deze drie projecten op korte termijn te realiseren wordt bevestigd dat het LOP niet beperkt blijft tot een visie, maar dat er daadwerkelijk sprake is van uitvoering. De volgende drie projecten zijn geselecteerd: » Project 1: Landschaps- en plantdag » Project 2: Implementatie ‘groenblauwe’ diensten en opstellen Gebiedsuitvoeringsprogramma » Project 3: Landschappelijke versterking tussen de landgoederen Old Putten en Schouwenburg. Hieronder worden de voorrangprojecten nader toegelicht in een projectvoorstel.