CConstaterende datelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Landschapsontwikkelingsplan Elburg

Beeldvorming 11 januari 2021, gemeente elburgBij agendapunt: Beantwoording raadsvraag AB beleid stikstofreductie in onze gemeente ID51031.048 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

landschapsontwikkelingsplan Elburg

l

a

n

d

s

c

h

a

p

s

o

n

t

w

i

k

k

e

l

i

n

g

s

p

l

a

n

Colofon SAB Arnhem B.V. Bezoekadres: Frombergdwarsstraat 54 6814 DZ Arnhem

Landschapsontwikkelingsplan Elburg Projectnummer: 80951 Datum: maart 2011

Correspondentieadres: Postbus 479 6800 AL Arnhem

Opdrachtgever: Gemeente Elburg

T » (026) 3576911 F » (026) 3576611 I » www.sab.nl E » arnhem@sab.nl

SAB Arnhem B.V. Wouter Akkerman Guido Baten Barbara van Dijk



Correspondentieadres: Postbus 70 8080 AB Elburg T » (0525) 688688 F » (0525) 688699 I » www.elburg.nl E » gemeente@elburg.nl

Vastgesteld: PM

e

l

b

u

r

g



l

a

n

d

s

c

h

a

p

s

o

n

t

w

i

k

k

e

l

i

n

g

s

p

l

a

n

e

l

Inhoud 1 Inleiding

1.1 Aanleiding 1. Doel 1. Aard van het LOP: toepassen en uitvoeren 1. Betrokkenheid burgers en belanghebbende bij het LOP 1.5 LOP in relatie met gemeentelijke beleidsdocumenten 1.6 LOP in relatie tot beleid van andere overheden

06 08 08 09 09 09 10

Deel 1  Ontwikkeling van het landschap

.1 Landschappelijke hoofdstructuur en occupatiegeschiedenis

 Verkenning van het landschap van Elburg

.1 Inleiding . Landschapstypen . Waardering . Thema’s .5 Opstap naar de visie

1 16



5 6   

Deel   Landschapsontwikkelingsvisie Elburg

6

5 Beeldenboek LOP

68

.1 Inleiding . Basisvisie . Opgaven

5.1 Inleiding 5. Oeverzone randmerengebied 5. Open polderlandschap 5. Half open kampenlandschap 5.5 Veenontginningslandschap 5.6 Kleineschalig/lineair kamepenlandschap 5.7 Besloten natuurgebied de Veluwe



8 9 56

70 7 76 78 80 8 8

b

u

r

g

Deel  6 Uitvoeringsprogramma

88

Bijlage

98

6.1 Inleiding 6. Uitvoeringsstrategie 6. Programmering van projecten

Bijlage 1: begrippenlijst Bijlage : relevante provinciale subsidies Bijlage : financiering van landschap en recreatie Bijlage : kaarten Bijlage 5: klankbordgroepleden

90 91 9

100 10 10 106 11

5

l

a

n

d

s

c

h

a

p

s

o

n

t

w

i

k

k

e

l

1

i

n

g

s

p

l

a

n

e

l

b

u

r

g

landschapsontwikkelingsplan Elburg

l

a

n

d

s

c

h

a

p

s

o

n

t

w

i

k

k

e

l

1 8

i

n

g

s

p

l

a

n

e

l

b

u

r

g

1 Inleiding 1.1

Aanleiding

De gemeente Elburg heeft besloten een landschapsontwikkelingsplan (LOP) op te stellen. In het buitengebied van de gemeente Elburg spelen nieuwe ontwikkelingen en de gemeente heeft de wens initiatieven te stimuleren. Het LOP biedt de gemeente een landschappelijke visie op het buitengebied en een actieprogramma met kansrijke en op uitvoering gerichte projecten. De visie zal zorgen voor een toetsingskader waarbinnen ontwikkelingen en plannen beoordeeld kunnen worden. Het LOP kent een doorlooptijd van 10 jaar en de planperiode loopt van 2011 tot 2020. Daarbij staan het versterken van de identiteit en karakteristieke verscheidenheid van het landschap centraal. De gemeente heeft een landschapsbeleidsplan uit 1995 dat inmiddels is verouderd, maar wel een gedegen basis kan vormen voor het nu op te stellen LOP. Een evaluatie van dit plan, waartoe het plan heeft geleid na al die jaren, kan helpen bij het opstellen van het nieuwe LOP.

1. Doel De gemeente Elburg stelt op dit moment diverse plannen op waarin het landschap een rol speelt. Een herziening van een groot deel van het bestemmingsplan buitengebied is in voorbereiding. Aanvullend op de bescherming van waarden die het bestemmingsplan biedt, heeft het LOP een functie om de versterking van de landschappelijke kwaliteiten te stimuleren door concrete handvatten te bieden die bij het maken of toetsen van plannen behulpzaam zijn. Daarnaast heeft de gemeente een toekomstvisie opgesteld en is bezig met het opstellen van een structuurvisie voor het gehele grondgebied van de gemeente. Hierin wordt de gewenste ontwikkelingsrichting van de gemeente op hoofdlijnen beschreven. Naast deze in ontwikkeling zijnde plannen spelen diverse opgaven vanuit bestaande beleidsplannen en visies. Het LOP legt verbanden en relaties met de verschillende functies die het buitengebied heeft. Daarbij speelt ook de relatie tussen stad en platteland een belangrijke rol.

Inhoud Inleiding 1. Betrokkenheid burgers en belanghebbende bij het LOP In het LOP worden keuzes gemaakt die betrekking hebben op de gewenste landschappelijke kwaliteiten in relatie tot de verschillende functies. De integrale afweging zal plaatsvinden in de binnenkort op te stellen structuurvisie. Het LOP heeft als doelstelling een uitvoeringsgericht document te zijn, gericht op een visie op de gewenste landschappelijke kwaliteit en met name hoe dit uiteindelijk te realiseren is. Aan de hand van een uitvoeringsplan zullen concrete projecten en maatregelen worden benoemd. Het LOP wordt dan ook een goed hanteerbaar en bruikbaar instrument dat door eenieder kan worden geraadpleegd. Het zal een pragmatisch en uitvoeringsgericht document zijn. Een beeldenboek vormt de praktische en inspirerende handleiding voor de bevolking voor het realiseren van een hoogwaardige landschappelijke kwaliteit.

1. Aard van het LOP: toepassen en uitvoeren In het LOP ligt het accent op toepassing en uitvoering. Toepassing betreft het gebruiken van het LOP door initiatiefnemers als inspiratiebron en door ambtenaren als toetsingskader. Daarnaast ligt het accent op het formuleren en realiseren van concrete uitvoeringsprojecten.

Dit LOP is ontstaan door een interactief planproces met een grote klankbordgroep. Mensen die dagelijks wonen en werken in dit landschap hebben een grote hoeveelheid kennis over het gebied. Door deze kennis en inbreng ontstaat een helder beeld van welke kwaliteiten in het landschap als geheel worden onderkend. Het betreft dan niet alleen ruimtelijk-visuele (belevings)kwaliteiten maar ook economisch-functioneel en ecologische kwaliteiten. Door het gebied vanuit de verschillende invalshoeken te benaderen ontstaat een zo compleet mogelijk beeld over hoe het landschap wordt gewaardeerd, beleefd en gebruikt. Hiervoor zijn interviews met de verschillende partijen afgenomen, met de hele groep is een bezoek gebracht aan het gebied en zijn mensen via de website van de gemeente en via lokale nieuwsbladen geïnformeerd en/of gehoord. In de bijlage is de samenstelling van de klankbordgroep opgenomen.

1.5 LOP in relatie met gemeentelijke beleidsdocumenten Toekomstvisie Om de ontwikkeling van de gemeente Elburg in goede banen te leiden heeft de gemeenteraad de Toekomstvisie Elburg 2020 vastgesteld. Hierin is te zien in welke richting de gemeenschap van de gemeente Elburg zich wil en gaat ontwikkelen. Maar ook geeft het duidelijkheid waar de gemeente in de toekomst naartoe wil. Met dit gemeenschappelijke beeld wil de gemeenteraad richting geven aan en een basis vormen voor de uitwerking in beleid en het uitvoeren daarvan in de ‘dagelijkse’ praktijk. De ruimtelijke aspecten uit deze toekomstvisie zullen verder uitgewerkt worden in een structuurvisie. De overige aspecten worden in toekomstige beleidsnota’s uitgewerkt. Structuurvisie Met de structuurvisie Elburg 2030 geeft de gemeente Elburg haar visie op de gewenste ruimtelijke ontwikkeling voor het gehele gemeentelijk grondgebied voor de periode tot 2020, met een doorkijk naar 2030.

De ambities van de gemeente Elburg rondom de functies wonen, economie, mobiliteit, welzijn, groen en water, milieu en duurzaamheid en ruimtelijke kwaliteit, zijn hierin in samenhang gebracht voor zover deze betrekking hebben op de ruimtelijke structuur van de kernen en het buitengebied. De visie biedt hiermee één actueel ruimtelijk kader voor de verschillende beleidsterreinen. Het doel van deze structuurvisie is enerzijds het aangeven van de kaders waarbinnen ontwikkelingen en projecten kunnen plaatsvinden en anderzijds het communiceren van de ambities van de gemeente Elburg aan derden. In de structuurvisie zal de landschapsvisie vanuit het LOP doorwerken.

Bestemmingsplan Buitengebied De gemeente heeft een integrale herziening van het bestemmingsplan Buitengebied in voorbereiding. In dit bestemmingsplan worden de landschappelijke en natuurlijke waarden beschermd via regels ten aanzien van bebouwing, gebruik en toegestane werkzaamheden. In het bestemmingsplan wordt ook voorgeschreven wanneer een landschappelijke inpassing noodzakelijk is. Het LOP geeft vervolgens spelregels en randvoorwaarden aan. Het LOP vult dus het bestemmingsplan aan door handreikingen te bieden voor de vormgeving van deze landschappelijke inpassing. Tevens vormt het LOP een hulpmiddel bij de afweging om medewerking te verlenen aan aanvragen voor afwijkingen en wijzigingen van het bestemming en voor de verlening van vergunningen voor werkzaamheden. Ook in het VAB-beleid is landschappelijke inpassing verreist, LOP geeft vervolgens weer de spelregels en randvoorwaarden aan. Groenstructuurplan Het LOP heeft directe raakvlakken met het groenstructuurplan. Het betreft met name de overgang van de kernen naar het buitengebied, ofwel de dorpsranden en lijnstructuren. Dit zijn lijnelementen met onder andere bomen die van het buitengebied doorsteken tot in de kernen. Het groenstructuurplan is in juni 2010 afgerond en heeft als onderlegger gediend voor het LOP. Beide documenten kunnen elkaar aanvullen en versterken.

betrokkenheid van bewoners en belanghebbende, vertegenwoordigd in een klankbordgroep

9

l

a

n

d

s

c

h

a

p

s

o

n

t

w

i

k

k

e

l

i

n

g

s

p

l

a

n

e

l

b

u

r

g

1.6 LOP in relatie tot beleid van andere overheden Nota toerisme en recreatie Recent is de Nota toerisme en recreatie vastgesteld. Het doel van het beleid is het bevorderen van recreatie en toerisme in de gemeente Elburg. Om deze doelstellingen te realiseren, is het van belang om het bestaande vrijetijdsaanbod uit te breiden, de kwaliteit ervan te verbeteren en het gebruik ervan te intensiveren. Dat kan op de volgende manieren: » Intensivering van de benutting van het vrijetijdsaanbod in Elburg door de bewoners van Elburg. » Aantrekken van meer bezoekers van buitenaf (particulier en de zakelijke markt) naar Elburg. » Verlenging van de verblijfsduur in Elburg. » Verhoging van de bestedingen in Elburg. Het uitvoeringsprogramma bevat activiteiten zoals een betere bebording en informatievoorziening, een toename van verblijfsaccomodaties, het realiseren van een ‘elk weer accommodatie’ en het vergroten van de aantrekkelijkheid van het buitengebied. Deze elementen zijn bij het opstellen van de landschapschapsvisie betrokken. Verder zullen op korte termijn (2011) een aantal cultuurhistorische beleidsdocumenten worden vastgesteld die raakvlakken hebben met het landschapsontwikkelingsplan. Hierbij kan gedacht worden aan een cultuurhistorische waardekaart, een archeologische waardekaart en integraal cultuurhistorisch beleid.

Tijdens de totstandkoming van het LOP heeft hierover reeds afstemming plaatsgevonden. In de toekomst zullen de verschillende documenten elkaar moeten gaan versterken.

10

Nota Ruimte De Veluwe is in de Nota Ruimte (2005) aangewezen als Nationaal Landschap. Doel van de aanwijzing van de Nationale Landschappen is dat de kwaliteit van het landschap in deze gebieden wordt behouden en versterkt. Er is geen sprake van nieuw beleid. Alleen een stimuleringsregeling is aan de orde. Om deze versterking op gang te brengen is een Integraal Uitvoeringsprogramma Veluwe opgesteld. In dit Uitvoeringsprogramma is aangegeven dat bij de verdeling van middelen de volgende thema’s prioriteit hebben: » Toegankelijkheid. » Cultuurhistorie. » Landschapsontwikkeling. » Landbouw. In het voorliggende LOP wordt de gewenste versterking van landschappelijke kwaliteit concreet uitgewerkt, rekening houdend met de prioriteiten uit het Uitvoeringsprogramma.

Streekplan Provincie Gelderland In het Streekplan van Gelderland is bijna het gehele buitengebied van de gemeente Elburg aangewezen als ‘waardevol landschap’. Met betrekking tot deze waardevolle landschappen is in mei 2006 de Streekplanuitwerking ‘kernkwaliteiten en omgevingscondities (EHS, Waardevol landschap)’ vastgesteld. Het ruimtelijk beleid voor deze waardevolle landschappen is gericht op het behouden en versterken van landschappelijke kernkwaliteiten. In het Streekplan 2005 heeft de provincie aan de randen van het Veluwemassief zogenaamde groene wiggen aangewezen. In groene wiggen is het beleid gericht op het veilig stellen van deze nog gave randen. Binnen de gemeente Elburg zijn twee groene wiggen gelegen tussen de Veluwe en de Zuiderzeestraatweg, één ten noorden en één ten zuiden van ‘t Harde. Tevens worden delen van de gemeente aangeduid als waardevol open gebied. Het betreft de poldergebieden en enkele veengebieden.

Daarnaast loopt de ecologische hoofdstructuur (EHS) door de gemeente. De randmeerkust en de Veluwe, alsmede de landgoederen Schouwenburg en Zwaluwenburg zijn aangeduid als EHS-natuur. Tussen de Veluwe en Doornspijk is een ecologische verbindingszone gelegen waar landgoed Klarenbeek onderdeel van uitmaakt. Lokaal is sprake van EHS-verweving. In het LOP worden deze doelstellingen opgenomen in de landschapsvisie.

Waterschap Veluwe Het werk van het waterschap bestaat uit het beschermen van het land tegen overstromingen en taken op het gebied van de hoeveelheid en de kwaliteit van het oppervlaktewater. Bij de uitvoering van haar taken kijkt het waterschap naar de belangen van agrariërs, burgers, natuur, milieu en recreatie. Het beleid van het waterschap is onder ander opgenomen in stroomgebiedsvisies. Voor het grondgebied van de gemeente Elburg waren twee stroomgebiedsvisies van kracht, namelijk een voor het Stroomgebied Elburg-Oldebroek en een voor het stroomgebied Hardewijk-Nunspeet. Deze stroomgebiedsvisies zijn inmiddels opgevolgd door het vigerende Waterbeheersplan Veluwe 20102015. Belangrijke thema’s voor het waterschap zijn: beekherstel, verminderen wateroverlast voor de landbouw, goede waterkwaliteit en ecologie, verdrogingbestrijding. Het beleid van het waterschap heeft zijn doorwerking gehad in de landschapsvisie.

plangebied structuurvisie 2020

11

l

a

n

d

s

c

h

a

p

s

o

n

t

w

i

k

k

e

l

i

n

g

s

p

l

a

n

e

l

b

u

r

g

landschapsontwikkelingsplan Elburg

l

a

n

d

s

c

h

a

p

s

o

n

t

w

i

k

k

e

l



i

n

g

s

p

l

a

n

e

l

b

u

r

g

landschapsontwikkelingsplan Elburg

l

a

n

d

s

c

h

a

p

s

o

n

t

w

i

k

k

e

l

 16

i

n

g

s

p

l

a

n

e

l

b

u

r

g

 Ontwikkeling van het landschap Dit hoofdstuk gaat in op de ontstaansgeschiedenis van het landschap van de gemeente Elburg en schetst in het kort de occupatiegeschiedenis van het landschap. Welke factoren zijn bepalend geweest voor de verschijningsvorm van het hedendaagse landschap? Deze twee belangrijke vragen liggen aan dit hoofdstuk en hoofdstuk 3 ten grondslag. Het landschap transformeert zich door de eeuwen heen vanuit de verschillende trends en ontwikkelingen die in de maatschappij spelen. Dit kan een bedreiging vormen voor de kwaliteiten die wij benoemen maar kan ook een kans betekenen om de kwaliteiten te verbeteren, te behouden of te versterken. Daarbij is het van belang de karakteristieken/kenmerken van de verschillende landschapstypen die in het gebied voorkomen te benoemen. In een overzichtelijk schema in dit hoofdstuk worden de karakteristieke kenmerken (bodem, water- en wegenstructuur, bebouwingspatronen, beplantingsstructuren en gebruik) van de verschillende landschapstypen verbeeld en kort weergegeven. De conclusies uit dit hoofdstuk zijn richtinggevend voor de ontwikkelingsrichting van het landschappelijke raamwerk voor het LOP en kunnen bijdragen aan het versterken en behouden van de benoemde kernkwaliteiten.

.1 Landschappelijke hoofdstructuur en occupatiegeschiedenis .1.1 Geomorfologie In de ijstijden is door de stuwing van het landijs de stuwwal van het Veluwemassief ontstaan. Aan de randen van stuwwallen zijn smeltwaterterrassen ontstaan. Toen het ijs begon te smelten vormden zich tussen de pasgevormde stuwwallen en het ijs de smeltwatermeren. Doordat het water in een meer wegstroomde kwamen nieuwe terrassen op een steeds lager niveau te liggen, waardoor een trapvormige structuur ontstond. Smeltwaterterrassen, ook wel kame-terrassen genoemd, vormen een tussenliggend niveau tussen een hoge stuwwal en de laaggelegen glaciale bekken.

Inhoud Ontwikkeling landschap

uitsnede topografische kaart 1850

17

l

a

n

d

s

c

h

a

p

s

o

n

t

w

i

k

De kame tussen Nunspeet en Hattem is hier een voorbeeld van. Restanten van het smeltwaterterras tussen Nunspeet en Hattem zijn nog aanwezig. Het overgrote deel in het Elburgse deel is bebost. Vanwege de zeldzaamheid in Nederland is het aangemerkt als een Geologisch en Aardwetenschappelijke object (GEA-object). De hoger gelegen stuwwal van de Veluwe gaat in noordwestelijke richting over in laag gelegen gebieden. Deze laagte wordt onderbroken door een iets hoger gelegen dekzandrug. De lijn van Oosterwolde naar Hoge Enk en Doornspijk is zo’n hoger gelegen dekzandrug. Vanwege de hogere ligging ontstonden hier de dorpen. Ook het gebied rond Wessinge vormt een langgerekte dekzandrug, met een maximaal hoogteverschil van drie meter. Ook dit gebied is aangemerkt als zeldzaam GEA-object. Na de ijstijden steeg het grondwaterniveau en werd er op de lage plaatsen en in de kwelzone veen gevormd. Op de zeer lage en weinig doorlatende gronden vond veenvorming plaats. In de loop van de 12e eeuw zijn delen van het veen weggespoeld waardoor de Zuiderzee ontstond. Aan de rand met de Zuiderzee is klei afgezet. Langs de Zuiderzee is nooit bedijking geweest, omdat het gebied van nature hoger lag, namelijk op een strandwal. In de laagste gedeelten tussen de ruggen en hogere gronden is veen ontstaan, dat in dikte varieert van 40 tot 120 cm.

De lager gelegen gebieden werden in de vroege middeleeuwen bedekt door veen en moerasbossen. De hogere droge gronden waren voorzien van bos en heide. Dit hoogteverschil in de gemeente loopt van zuidoost naar noordwest af in de richting van de randmeren. In het open gebied is de helling geleidelijk, hoewel de dekzandruggen die helling onderbreken. Het zuidoosten van de gemeente kent grote hoogteverschillen, tussen ‘t Harde (8m+NAP) en de Woldberg (64m+NAP).

.1. Occupatiegeschiedenis De bodemopbouw en de waterhuishouding spelen een belangrijke rol in de wijze waarop het landschap is ontgonnen. In de Veluwe, met zijn hogere droge en arme zandgronden, zit het grondwater vaak meters diep.

18

k

e

l

i

n

g

s

p

l

a

n

e

l

b

u

r

Bos en heide bepaalde hier de ruimtelijke karakteristiek. Het gebied is nu aangemerkt als een infiltratiegebied. In de overgangszone van de beboste Veluwe naar het agrarische landschap van de gemeente Elburg is de grondwaterstand iets lager en was de bodemgesteldheid zodanig dat hier de eerste ontginningen plaatsvonden. Dit resulteerde in een kleinschalig en afwisselend landschap. Meer naar de randmeren toe vindt een constante aanvoer van kwel plaats en vond veenvorming plaats. Hier is sprake van een dicht stelsel van sloten en beken die zorgen voor de afwatering van het gebied. De grootschaligere veenontginning gaf dit gebied een open en weids karakter.

g

voorbeeld kame-terrassen

De eerste mensen op de Veluwe waren jagers met een nomadisch bestaan. De eerste bewoners met een vaste verblijfplaats, op de hellingen van de stuwwal, kwamen rond 2500 v. Chr. Vanaf de 7e en 8e eeuw vestigden mensen zich definitief op het grondgebied van de gemeente Elburg. De bewoning vond plaats op de dekzandrug, Doornspijk is onder andere in deze tijd ontstaan. Het oudste gedeelte van Doornspijk is te vinden langs de Bovenweg bij Wessinge en Aperloo. De hoger gelegen zandgronden aan de rand van de Stuwwal werden als eerste gebieden ontgonnen voor de landbouw. Individuele kleinschalige ontginningen van landbouwgrond en een boerderij langs de bos- en heidegebieden van het Veluwemassief of op flanken en de kame-terrassen bepalen het ruimtelijke beeld. De ontginningen bestonden uit kampen, essen of enken. Met name deze individuele vorm van ontginnen is terug te vinden in het gebied ten zuidwesten van ’t Harde. Vanuit deze nederzettingen leidden oude veedriften naar de noordelijk gelegen veengebieden met weides. Dit vormde dan tevens voor de nederzettingen op de smallere dekzandrug de verbinding naar het heidegebied op de Veluwe. Naast veedriften verbonden de nepaden ook de hogere drogere zandgronden met de lagere veengebieden. Hier stagneerde water plaatselijk op de lagere delen van de zandruggen en overgangsgebieden.

Er ontstond veen en het gebied werd ontgonnen in smalle stroken.

kustgebieden natte vochtige zandgebieden veengebieden oude cultuurgronden stuifzandgebieden hoge droge zandgebieden

19

l

a

n

d

s

c

h

a

p

s

o

n

t

w

i

k

Na de 13e eeuw groeide de bevolking sneller en nam de behoefte aan landbouwgrond toe. Er werden toen marke-genootschappen gevormd, waarin regels werden gesteld voor het gebruik van woeste grond. De Mheen en Het Goor werden in deze tijd al gebruikt. Door overbegrazing van de Veluwe ontstonden zandverstuivingen, die ook de landbouwnederzettingen bedreigden. Men probeerde door houtwallen het land te beschermen, maar dit lukte niet altijd. Meer en meer werden de lagere randzones van de Veluwe gebruikt als landbouwgrond. Vanaf 1300 werden de ontginningen grootschaliger aangepakt, waarbij er een strokenverkaveling ontstond. De bewoonbaarheid van een groot deel van het grondgebied van de gemeente Elburg werd bedreigd door de Zuiderzee. Boerderijen werden daarom op terpen gebouwd ter bescherming tegen hoge waterstanden. In de 18e eeuw werden landgoederen en buitenplaatsen aangelegd. De landgoederen liggen op de overgang van hoog naar laag, waardoor de waterpartijen goed gevoed konden worden met water. De Zuiderzeestraatweg werd rond 1827 aangelegd ten behoeve van het verkeer en de stoomtram. Dit vormde een belangrijke doorgaande verbinding van Elburg naar Kampen en Zwolle. De bebouwing concentreerde zich toen voornamelijk langs deze weg. Grotere infrastructurele ingrepen waren de aanleg van spoorlijn Zwolle-Amersfoort en nog later de A28.

Deze infrastructuur vormt een fysieke barrière tussen het Veluwemassief en het landschap van de gemeente Elburg. Door de aankoop van grondgebied door defensie was en is nog steeds een groot deel van het gebied niet openbaar toegankelijk en in bezit van defensie. De ruilverkavelingen ten behoeve van een efficiëntere bedrijfsvoering hebben gezorgd voor de aanleg van nieuwe wegen en boerderijen, bredere watergangen en grotere percelen en daarmee een efficiëntere bedrijfsvoering.

0

k

e

l

i

n

g

s

p

l

a

n

e

l

b

u

r

g

Veel houtwallen en lanen zijn daardoor echter verdwenen waardoor de contrasten en verschillen in de landschapstypen langzaam sterk zijn afgenomen. Dit geldt met name voor de overgangsgebieden van het kampenlandschap en het veenlandschap. Het oorspronkelijke, vrij besloten, coulisselandschap is daar nagenoeg geheel verdwenen.

.1. Ontstaan van de kernen Elburg maakte deel uit van het kerspel Doornspijk, dat al in 796 na Chr. bestond. De ligging van de stad aan de Zuiderzee zorgde ervoor dat visserij een belangrijke bron van inkomsten werd. Zeevaart en zeehandel waren belangrijk en Elburg speelde een bescheiden rol in het hanzestedenverbond. De ligging van Elburg was erg kwetsbaar, wat blijkt uit de verplaatsing van de stad landinwaarts. Hieraan dankt de stad het rechthoekige patroon, dat uniek is in Nederland. Later werden de vestingwerken uitgebreid, zodat Elburg de hele Noord-Veluwe kon verdedigen. Na 1914 is er buiten de vesting geregeld bebouwing ontstaan. Na de inpoldering van de Zuiderzee nam de visserij in betekenis af.

In de 16e eeuw kreeg het gebied aan het einde van de Kerkdijk de naam Doornspijk. Na het zelfstandig worden van Elburg vormde de kerk aan zee het nieuwe centrum van het kerspel Doornspijk. Nadat in 1825 de kerk aan zee was weggespoeld, is het buurtschap Werfhorst uitgegroeid tot de kern die nu Doornspijk heet. De aanleg van de Zuiderzeestraatweg werkte stimulerend op de groei van het dorp. Het tegenwoordige centrum van Doornspijk ligt tegenover landgoed Klarenbeek.

Het gebied rond de Hoge Enk heette vroeger Zudendorp en rond 1900 Oostbeek. Hoge Enk is zoals de naam aangeeft ontstaan op een enk die door het opbrengen van een mengsel van stro en mest uit potstallen gedurende vele jaren langzaam maar zeker steeds hoger is geworden.

Uit de naamgeving van Oostendorp valt af te leiden dat Elburg als centrum werd genomen: ten oosten van die stad lag het buurtschap Oostendorp. Dit buurtschap wordt in 1307 al genoemd. De oude kern van het dorp ligt langs de Oostendorperstraatweg. Op de kaart van 1800 zijn slechts drie boerderijen te vinden op de plaats waar nu het centrum van het buurtschap Oostendorp is.

‘t Harde is vernoemd naar de hardere ondergrond die hier was in vergelijking met omliggende gebieden. Als in 1875 wordt besloten een militair complex op de Woldberg aan te leggen, spreekt men nog van de legerplaats Oldebroek. Pas in 1953 ging een geleidelijke groei over in een sprongsgewijze groei door projectmatig gebouwde nieuwbouwwijken die van ‘t Harde de tweede kern van de gemeente Elburg maakte. Ten noordoosten van ‘t Harde liggen de landgoederen Zwaluwenburg en Schouwenburg. Deze eeuwenoude landgoederen bestaan uit landbouwgronden, omgeven door bos, houtwallen, singels en lanen.

fundament St. Ludgeruskerk (weggespoelde kerk)

fragment van de historische kaart van de Veluwe (1557)

1

l

a

n

d

s

c

h

a

p

s

o

n

t

w

i

k

k

e

l



i

n

g

s

p

l

a

n

e

l

b

u

r

g

landschapsontwikkelingsplan Elburg

l

a

n

d

s

c

h

a

p

s

o

n

t

w

i

k

k

e

l

 

i

n

g

s

p

l

a

n

e

l

b

u

r

g

Inhoud Verkenning landschap  Verkenning van het landschap van Elburg .1

Inleiding

In dit hoofdstuk vindt een verkenning plaats van landschappelijke kwaliteiten en van de oorzaak van de verandering van deze kwaliteiten. Deze verkenning wordt beschreven door eerst in te gaan op de landschapstypen die in verschillende deelgebieden voorkomen en hun kwaliteiten, kansen, knelpunten en bedreigingen. Vervolgens wordt ingegaan op enkele thema’s die deze deelgebieden overstijgen, zoals ecologie, cultuurhistorie, natuur, recreatie, landbouw en de kwaliteiten/kansen of knelpunten/bedreigingen die hiermee samenhangen. Voor het benoemen van de kwaliteiten/kansen, knelpunten/bedreigingen is lokale kennis vanuit het gebied gebruikt door de inzet van een klankbordgroep en het houden van interviews. Door te kijken naar kwaliteiten en knelpunten wordt de huidige stand van zaken ten aanzien van het landschap verkend. Door aanvullend te kijken naar potenties en bedreigingen wordt aandacht geschonken aan stuwende krachten die bepalend zijn voor de ontwikkeling van het landschap in de toekomst. Deze ‘krachten’ worden bepaald door de activiteiten van de gebruikers van het gebied. Getracht wordt kansen te benutten en ook bedreigingen om te buigen naar krachten die de landschappelijke kwaliteit niet schaden of zelfs een bijdrage kunnen leveren aan de gewenste kwaliteit van het gebied.

openheid in de polder, zicht vanaf de Kerkdijk op Elburg

5

l

a

n

d

s

c

h

a

p

s

o

n

t

w

i

k

k

e

l

i

n

g

s

p

l

a

n

e

l

b

u

r

g

landschapstype

Op de hierna volgende bladzijden zijn de karakteristieken van de verschillende, in het gebied voorkomende, landschapstypen verbeeld. De kenmerkende karakteristieken van de verschillende structuren van het landschapstype zijn aangegeven. Tevens wordt aan de hand van nevenstaande themakaartjes uit circa 1916 en 2004 zichtbaar gemaakt welke veranderingen zich in de loop van de tijd in het landschap hebben voorgedaan. De kenmerkende karakteristieken zullen een leidraad gaan vormen bij het ontwikkelen van het landschappelijke raamwerk in het LOP.

+ 1916

landschap

‘t Harde

+

half open kampenlandschap en polderlandschap

1916

Doornspijk/Hoge Enk/ Het Goor

landschap

De landschappelijke hoofdstructuur van de gemeente Elburg is sterk gekoppeld aan de geomorfologische en abiotische opbouw. Er is dan ook sprake van een duidelijke zonering evenwijdig aan de kustlijn. Het landschap wordt bepaald door de overgang van de hoger gelegen beboste Veluwe naar het open polderlandschap langs de kustlijn van de randmeren. Op deze overgang worden de volgende landschapstypen onderscheiden: » de besloten Veluwe; » het kleinschalige en lineaire kampenlandschap; » veenontginningslandschap; » het half open kampenlandschap; » het open polderlandschap; » het randmerengebied (oeverzone).

+

boslandschap en kleinschalige kampenlandschap

landgoederenlandschap Landgoed Zwaluwenburg

1916

Het huidige beeld van het landschap laat nog veel zien van de ontstaansgeschiedenis, zoals hiervoor is beschreven. Het karakter wordt nog altijd in belangrijke mate bepaald door verschillen in de ondergrond.

landschap

. Landschapstypen

wegen- /bebouwingsstructuur

1916

Doornspijk

landschap

veenontginningslandschap

6

water- /groenstructuur

wegen- /bebouwingsstructuur

geomorfologie

+

typering

=

•

oude cultuurgronden

•

enkeerdgronden

•

grondwatertrap VI/VII

•

oude cultuurgronden/veengebieden/kust-

landschap

00

landschap

+

water- /groenstructuur

podzolgronden/veengronden

•

grondwatertrap VII bij de Hoge Enk

•

grondwatertrap II bij Het Goor

•

oude cultuurgronden

•

enkeerdgronden

•

grondwatertrap VI

•

veengebieden

•

beekeerdgronden/veengronden

•

grondwatertrap II

>

Op de overgang van hoog naar laag, op de grens van het polderlandschap naar de oude cultuurgronden is verspreid de bebouwing gesitueerd. Deze bebouwing wordt ontsloten vanaf de verbindingswegen. De Zuiderzeestraatweg vormt de belangrijkste ontsluiting in het gebied. De weg ligt op de overgang van het polderlandschap naar de oude cultuurgronden van het half open kampenlandschap. In de lager gelegen en natere gebieden (polder) ligt de incidentele bebouwing op pollen/terpen, dit zijn opgehoogde woonplaatsen. Het kleinschalige mozaïekachtige, oftewel het onregelmatige blokverkavelingspatroon, wordt gevormd door kavelgrenzen en houtwallen. De bebouwing ligt verspreid, aan linten, tussen deze kleine groene ruimtes. In het polderlandschap vormen de watergangen de perceelsgrenzen van een langgerekt en rationeel verkavelingspatroon. Het gebied Het Goor heeft een open karakter.

Deze verschijningsvorm van het kampenlandschap verschilt van de vorige door het grote areaal aan bos. Dit landschap wordt ook wel het landgoederenlandschap genoemd. Landgoederen de Zwaluwenburg en Schouwenburg zijn voorbeelden hiervan. Kenmerkend is de aanwezigheid van monumentale landhuizen en kastelen. Het landschap wordt bepaald door lijn- en vlakvormige structuren. Deze landschappen worden omzoomd door opgaand hout en watergangen. De grenzen van deze landschappen zijn vaak hard, maar heel helder. Ieder landgoed heeft een eigen karakter. Zwaluwenburg kent een bosrijk middengebied met graslanden rondom verbonden door lanen en bomenrijen. Schouwenburg heeft meer grotere bospercelen richting het landschap.

Ontginning tot landbouwgronden ontstond na voldoende afwatering van het gebied. De dekzandruggen in het landschap vormden de ontginningsbasis voor dit relatief natte landschap. De bebouwing is als linten langs of aan de randen van het gebied gesitueerd. De omsloten, smalle en langgerekte strokenverkaveling wordt bepaald door sloten en kavelbeplanting. Oudere ontginningen kennen een hogere dichtheid aan sloten en beplanting. Watergangen lopen zowel loodrecht als parallel aan de kavelstructuur.

00

landschap

00

landschap

00

gebieden •

Bebouwing parallel aan de Veluwerand in langerekte linten, later meer verdichting en bebouwing zowel parallel aan de Veluwerand alsook haaks hierop. Ontsluiting in rechte lijnen parallel aan de Veluwerand en een meer bochtige structuur haaks op deze rand richting het Veluwemeer. Grote bospercelen afgewisseld met heidevelden worden getransformeerd naar een grote aaneengesloten bosrand. De kleinschalige en dichte houtwallen structuur vanuit de grotere bospercelen wordt door schaalvergroting duidelijk minder. Het mozaïekachtige verkavelingspatroon is nog herkenbaar. Dit patroon wordt naast de houtwallen gevormd door kavelgrenzen. Het gebied watert af richting het Veluwemeer via hoofdwatergangen parallel aan wegenstructuur.

conclusie

7

l

a

n

d

s

c

h

a

p

s

o

n

t

w

i

k

k

e

l

i

n

g

s

p

l

a

n

a

e

l

b

u

r

g

b

c

e

f

g

het landschap in beeld, verschillende landschapstypen a: kleinschalige kampenlandschap, b: randmerengebied, c: half open kampenlandschap, d: historische lanen bij de landgoederen, e: polderlandschap bij de Lage Bijssel, f: openheid polderlandschap, g en h: veenontginningslandschap

8

f

d

h

9

l

a

n

d

s

c

h

a

p

s

o

n

t

w

i

k

..1 Besloten Veluwe De grote aaneengesloten bos- en natuurgebieden vormen de kernkwaliteiten van de Veluwe. De Veluwe is op een hogere stuwwal gelegen, die van oudsher te droog was om agrarische activiteiten te ontplooien, anders dan het steken van plaggen en het hoeden van schapen. Hierdoor zijn in de loop der eeuwen heidevelden en stuifzanden ontstaan. Om de stuifzanden vast te leggen en heide productief te maken zijn naaldbossen aangelegd. In de gemeente Elburg zijn deze drie landschapselementen (stuifzanden, heide en naaldbossen) nog allemaal aanwezig. Een groot gedeelte van de Veluwe binnen de gemeente Elburg is in gebruik als defensieterrein (de Doornspijkse Heide). Het beheer van het terrein door het Ministerie van Defensie is mede gericht op het in stand houden en openhouden van de heide en het beperken van brandgevaar. Het gebied is vanwege de veiligheid niet toegankelijk voor het publiek.

De autosnelweg A28 en de spoorlijn AmersfoortZwolle vormen grote landschappelijke en ecologische belemmeringen tussen de Veluwe en de lager gelegen gebieden. Samen met de ontoegankelijkheid van het defensieterrein wordt de relatie tussen de Veluwe en de randmeren zeer verstoord. Dit geldt zowel voor de natuur als voor de recreatie. De Veluwe heeft door de bossen een besloten karakter. Vanaf de Eperweg bij de Woldberg is echter de randmeerkust te zien. De Bovenweg tussen ‘t Harde en Nunspeet vormt de grens van de Veluwe.

0

k

e

l

i

n

g

s

p

l

a

n

e

l

b

u

r

.. Kleinschalig en lineair kampenlandschap De overgangszone, globaal begrensd door de bossen van de Veluwe en de open polders, biedt een afwisselend landschap. Parallel aan de Veluwe is het kleinschalige en lineaire kampenlandschap gelegen. In en langs de rand van de Veluwe, is een bijzonder kleinschalig en grillig patroon van houtwallen en –singels op perceelsgrenzen aanwezig en van verspreid gelegen agrarische en niet-agrarische erven. De bebouwing ligt bij de bosrand verspreid langs de wegen. Verder richting het noordwesten krijgt het kampenlandschap geleidelijk een lineaire noordwestelijke richting door de loop van de wegen en de perceelsgrenzen. De aanwezige beplanting langs deze wegen en perceelsgrenzen markeert deze richting. Hier en daar zijn langs deze wegen bebouwingslinten ontstaan. In het kleinschalige en lineaire kampenlandschap ontspringen beken als gevolg van uittredend grondwater. De beken voeren continu water af door de constante aanvoer van kwelwater. Deze beken kunnen over de gehele lengte een ecologisch waardevolle betekenis hebben. De beken hebben veelal een klein verval en lopen door vrij vlak, weinig aflopend terrein. De beken hebben een smal profiel, soms rechtgetrokken of omgeleid, en zijn niet altijd meer als zodanig direct in het landschap waarneembaar en herkenbaar.

Ter hoogte van ’t Harde kent het kampenlandschap een uitstulping richting Elburg, waar de landgoederen Zwaluwenburg en Schouwenburg zijn gelegen. Deze landgoederen bestaan uit parkbossen met belangrijke natuurlijke en cultuurhistorische waarden en een veelheid aan landschappelijke elementen zoals bossen, houtwallen en lanen.

g

intermezzo Bebouwing in de vorm van kleinschalige erven met relatief veel karakteristieke bebouwing vormt een belangrijk landschapselement in het kampenlandschap. Kenmerkend voor Elburg is dat de agrarische bedrijven lange tijd een kleine omvang kenden. De grote dichtheid aan relatief kleinschalige erven is een bijzondere charme van het gebied en ook de beleving van agrarische activiteit op het erf vanaf de openbare weg is een kwaliteit die bij recreatie wordt gewaardeerd. De dichtheid en kleinschaligheid van de erven maakt het gebied echter ook kwetsbaar voor verrommeling. Verrommeling ontstaat onder andere wanneer zaken op en rond het erf qua maat, schaal en stijl niet op elkaar aansluiten. Te denken valt aan zaken als stallen en opslag van kuilvoer, die qua schaal en omvang niet aansluiten bij oudere kleinschalige elementen op het erf, zoals de oorspronkelijk kleine woning. Naast de schaal speelt ook de vermenging van bouwstijlen een rol. Ook hangt verrommeling samen met het gebruik van niet-streekeigen materialen bij de inrichting van het erf. Te denken valt aan coniferen of andere cultivars als erfbeplanting en de toepassing van bepaalde type hekwerken of schuttingen en dergelijke.

Tot slot kan verrommeling ontstaan, doordat paardenbakken afhankelijk van de vormgeving en kleurstelling nadrukkelijk in het landschap aanwezig zijn of afbreuk doen aan de richting die in het landschap aanwezig is. oeverzone randmerengebied open polderlandschap half open kamenlandschap veenontginningslandschap kleinschalige/lineaire kampenlandschap landgoederen besloten natuurgebied de Veluwe

1

l

a

n

d

s

c

h

a

p

s

o

n

t

w

i

k

De landgoederen liggen op de overgang van hoog naar laag waardoor de waterpartijen goed gevoed konden worden met opkomend kwelwater. Een groot deel van het buitengebied was betrokken in de monumentale opzet van de landgoederen. Echter, een deel is in de 19e eeuw alweer verdwenen. Enkele boscomplexen en restanten van lanen vormen hier nog relicten van.

.. Veenontginningslandschap Verder naar het noordwesten tegen de dekzandrug van Doornspijk en Hoge Enk en Elburg aan ligt parallel aan de Veluwe en de randmeren het veenontginningslandschap. Plaatselijk stagneerde het water op de lagere delen en hier ontstond veen. Het gebied werd ontgonnen in een bijzonder grote dichtheid aan smalle stroken met typische beplanting voor natte gronden op de perceelsranden. De beplanting is voor het overgrote deel verdwenen. Tegenwoordig kenmerken deze nattere ontginningen zich juist door hun openheid, de geringe aanwezigheid van bebouwing en door de nog veelvuldig aanwezige sloten, de strokenverkaveling en de beplanting voor natte gebieden langs de wegen.

Kerkenpaden en veedriften verbonden de hogere drogere zandgronden met de lagere veengebieden. Deels zijn deze nog steeds in het landschap terug te vinden en veelal worden deze gebruikt als wandelpad en daarmee vervullen zij een belangrijke recreatieve functie in het buitengebied.



k

e

l

i

n

g

s

p

l

a

n

e

l

b

u

r

g

.. Half open kampenlandschap (dekzandrug) De dekzandrug is een kleinschalig landschap met karakteristieke landschapselementen zoals houtwallen en singels op perceelsgrenzen. Verspreid in het gebied liggen agrarische erven die samen met de kenmerkende landschapselementen het landschap een besloten karakter geven met openheid richting de omliggende open polders. ..5 Open polderlandschap Het weidegebied tussen de dekzandrug van Doornspijk en Hoge Enk en de kust is van oudsher nat, open en onbebouwd. Bebouwing en opgaande beplanting komen vrijwel niet voor. ..6 Randmerengebied Hoewel het Veluwemeer zeer breed is, vormen de bossen van Flevoland een scherpe begrenzing. Direct ten zuidwesten van Elburg vormen de Elburger Zeedijk en de Kerkdijk karakteristieke elementen vanwege hun duidelijke verwijziging naar het verleden als kustlandschap. Ten westen van de Kerkdijk ligt een kolk. Dijkdoorbraken laten de strijd met het water zien, deze karakteristieke doorbraakkolk is landschappelijk en cultuurhistorisch gezien dan ook zeer waardevol. Ten noordoosten van de vesting ligt de Kamperdijk, die de visuele begrenzing van het polderlandschap vormt. De oever van het Veluwemeer is plaatselijk niet verkaveld, maar verkeert nog in min of meer ongerepte staat. De oeverzone is in een ver verleden geschikt geweest voor bewoning.

Hierdoor is de oeverzone ook van cultuurhistorisch belang en bevat plaatselijk zeer waardevolle natuur. Het laagste deel van de gemeente Elburg bestaat uit een smalle strook bij het Veluwemeer. Hier is een brede rietkraag aanwezig, hier en daar met opslag van elzen en wilgen. Af en toe wordt deze rietkraag onderbroken door recreatieve terreintjes. De waarde van deze strook wordt vooral bepaald door de aanwezige waardevolle oever. Het open polderlandschap, waar op enkele plekken nog middeleeuwse verkavelingsvormen aanwezig zijn en waar beken soms nog de historisch grillige loop hebben behouden, is belangrijk voor weidevogels en ganzen. De terpboerderijen vormen, met de bijgebouwen en erfbeplanting, belangrijke coördinatiepunten in de uitgestrektheid van het landschap.

. Waardering Bij de waardering van de kwaliteit van de landschappen gaat het om ruimtelijke (esthetisch) kwaliteiten. De ruimtelijke (esthetisch) kwaliteit wordt bepaald door de ruimtelijk visuele beleving van het landschap en de aanwezigheid van ruimtelijke samenhang tussen de afzonderlijke elementen en de beleving van deze samenhang. Hierbij kan gedacht worden aan verschillende landschapselementen zoals houtwallen, singels, bomenrijen en hagen of struwelen en de patronen waarin deze voorkomen. Ook kan gedacht worden aan de relatie en samenhang tussen het erf, de bebouwing en het omringende landschap. Maar ook de dorpsranden spelen een belangrijke rol in de ruimtelijke visuele beleving van het landschap, naast zichtlijnen en open ruimten of gebieden. Op grond van de waardering van deze aspecten worden de volgende kwaliteiten/kansen en knelpunten/ bedreigingen geconstateerd:

..1 Kwaliteiten en kansen » Unieke parallel opgebouwde landschappelijke zonering van de besloten Veluwe, de kleinschalige en lineaire kampen, de veenontginningsgebieden het halfopen kampenlandschap, het polderlandschap en het randmerengebied. » Bijzonder grote afwisseling in maat en schaal die geleidelijk wordt opgebouwd: beslotenheid van de bossen, kleinschaligheid van het kampenlandschap op de flanken naar de grootschaligheid van de veenweidegebieden met lange en verre zichtlijnen en uiteindelijk de kustlijn van de randmeren en de ervaring van de weidsheid van het open water. » Nog redelijk goede herkenbaarheid van de landschappelijke zonering en de daarbinnen te onderscheiden eenheden met voldoende kansen om deze nog beter beleefbaar te maken. » De relatief evenwichtige verdeling van kleinschalig opgezette erven in het kampenlandschap, de geringe aanwezigheid van erven in het veenontginningsgebied en de aanwezigheid van incidentele erven in het polderlandschap. » De gave verkavelingsstructuur van het kampenlandschap, het veenontginningsgebied en het polderlandschap.

boerderij nabij het landgoed Zwaluwenburg

voorbeeld (kleinschalige) faunapassage

»

»

»

» » »

Landgoederen als bijzondere landschappelijke, cultuurhistorische en natuurlijke elementen in het landschap. Oude zuiveringsvelden aan de Kamperdijk, die nu getransformeerd en heringericht zijn naar fraaie en natuurlijke rietvelden aan de dijk (IIVR). De rietvelden hebben een belangrijke ecologische waarde voor water- en moerasvogels en ook als paaiplaats voor vissen zijn de velden zeer waardevol. De vele (kwel)beken als bijzondere lijnen in het landschap. Rijk aan aardkundige kwaliteiten (vooral het reliëf van de dekzandrug Doornspijk/Hoge Enk, de hoge enk zelf en de dekzandrug aan de Bovenweg). Rust, ruimte, donkerte in het veengebied.

.. Bedreigingen en knelpunten » Vervagen van de heldere overgangen en grenzen tussen de verschillende landschappelijke zones en landschapstypen, een nivellering van het landschap. » Vervlakken van de verschillen in met name de overgangszone en dekzandruggen, onder andere door het verdwijnen van landschapselementen. » Verstening en verrommeling van het kampenlandschap en de strandwallen. » Doorsnijding van landschappelijke structuren en ensembles bij aanleg nieuwe infrastructuur en grootschalige nieuwbouw. » Het toevoegen van teveel nieuwe bebouwing in de kenmerkende bebouwingslinten, zonder rekeningen te houden met doorzichten naar het achterland en het bewaren van onderlinge afstanden tussen gebouwen zal leiden tot het dichtslibben van de bebouwingslinten. Voor het incidenteel toevoegen van nieuwe elementen met bijbehorende spelregels is nog enige ruimte aanwezig.

»

De overgangen van de kernen naar het landschap zijn plaatselijk abrupt. De kernranden zijn hard en vormen een groot contrast met het omringende open landschap. Doorbreking van karakteristieke kavelpatronen door opdeling van percelen vanwege het opkomende hobbymatig houden van dieren (paarden) en de nadrukkelijke aanwezigheid van perceelsafscheidingen.

.. Bouwstenen voor de visie » Versterken verschillende landschapstypen afzonderlijk. » Versterken contrasten op de overgangen van de landschapstypen. » Behoud openheid poldergebied. » Versterken doorgaand netwerk van kleinschalige landschapselementen. » Versterken doorgaande bosrand. » Behoud (open houden) stuifzandgebieden. » Verminderen barrière werking A28/spoorlijn (door bijvoorbeeld aanleg faunapassages). » Informatievoorzieningen over ontstaanswijze landschap. » Tegengaan verrommeling van het landschap. » Beeklopen beleefbaar maken. » Uitbreiden padennetwerk met bijvoorbeeld kerkenpaden en boerenlandpaden. » Beheren rietkraag, tegengaan opgaande beplanting. » Ontwikkelen oeverlijn (rietlandschap) langs randmeren, waarbij reactie-eilandjes gehandhaafd kunnen blijven en onderdeel uitmaken van deze rietzone. » Verbeteren van de overgangen tussen stad en land, de kernranden.



l

a

n

d

s

c

h

a

p

s

o

n

t

w

i

k

k

e

l

i

n

g

s

p

l

a

n

e

l

b

u

r

g

. Thema’s Het voorgaande over landschapstypen kent een opbouw naar de ruimtelijk verschillende landschappelijke zones die binnen de gemeente onderscheiden kunnen worden. Daarnaast is voor het totale landschap binnen de gemeente een aantal deelgebiedoverstijgende thema’s te benoemen zoals; water, cultuurhistorie, natuur recreatie en landbouw. Deze worden hieronder verder uitgelicht.

..1 Water Het oppervlaktewatersysteem bestaat binnen de gemeente Elburg uit twee systemen. De cluster Puttenerbeek en de cluster Doornspijkerbeken. De cluster Puttenerbeek bestaat uit drie watergangen: de Huisbeek, de Eekterbeek en de Puttenerbeek. De beken bevinden zich aan de noordelijke rand van de Veluwe. De Huisbeek stroomt vanaf het zuiden van Doornspijk via Hoge Enk richting Elburg. Vanaf de Broekdijk gaat de Huisbeek over in de Puttenerbeek. De Eekterbeek stroomt door de Broeklanden in westelijke richting naar Elburg. De Puttenerbeek en Eekterbeek komen juist ten zuiden van landgoed Old Putten bij elkaar. Vanaf dat punt stroomt de Puttenerbeek in noordelijke richting naar de stadgracht van Elburg, die via de havensluis vrij uitmondt in het havenkanaal. De beken hebben gezamenlijk een lengte van bijna 8 km, exclusief de stadsgracht en Jukbeek (ongeveer 1,3 km). De benaming ‘beek’ is voor deze watergangen overigens enigszins misleidend. Het zijn meer brede polderwatergangen of weteringen met een zwakke (tot matige) stroming.

Er bestaat een duidelijk onderscheid tussen de verschillende beken. De Huisbeek bevindt zich dicht tegen de rand van de Veluwe. Deze brede watergang (wetering) stroomt door een half besloten landschap met lijnvormige beplanting. De Eekterbeek is een typische veenontginningsbeek. De brede watergang stroomt door een weids en open landschap. Bij Oostendorp is de beek fraai ingepast aan de rand van het nieuwe bedrijventerrein Oostendorp. De Puttenerbeek stroomt via het landgoed Old Putten richting de stadsgracht. De stadsgracht vormt een beeldbepalend element in Elburg. De Huisbeek en Eekterbeek worden beide voornamelijk omgeven door landbouwgebieden. Door de hoge grondwaterstanden is het gebied voornamelijk in gebruik als grasland. In de omgeving van landgoed Old Putten heeft de beek naast een waterhuishoudkundige functie ook een duidelijke recreatieve functie. Het gebied vormt een belangrijk en fraai uitloopgebied voor inwoners van Elburg.

Hoewel het geen A-watergangen zijn, staan de Huisbeek, de Eekterbeek en de Puttenerbeek in verbinding met vele watergangen die loodrecht op de parallelle structuur van het landschap lopen en het veenontginningsgebied en het kampenlandschap doorsnijden. Tot nu toe spelen zij in de beleving van het landschap nog een ondergeschikte rol. De cluster Doornspijkerbeken bestaat uit de volgende beeksystemen: de Goorbeek, de Papenbeek, de Klarenbeek, waarbij ook de Hazelbeek, de Sijpelbeek, de Bulsinkbeek/Andhuizerbeek, waaronder ook Horsterbeek, Gagelerbeek (beide deels SED-functie: een Specifiek Ecologische Doelstelling), Papierbeek en Enksbeek. In totaal hebben de beeksystemen binnen de cluster Doornspijker beken een lengte van ongeveer 20 km. De cluster Doornspijker beken kent een overwegend landbouwkundig gebruik (grasland) en zorgen voor de afvoer van het oppervlaktewater richting het Veluwemeer.

Enksbeek Andhuizerbeek Bulsinkbeek Gagelerbeek Papierbeek

Het waterschap treft sinds 2007 in het kader van het Beheer- en onderhoudsplan Cluster Puttenerbeek (BOP) maatregelen om de (water)kwaliteit te verbeteren. Realisatie van deze plannen geschiedt door middel van de herinrichting van watergangen en het migreerbaar maken van stuwen. Binnen de cluster van de Puttenerbeek wordt gewerkt aan vergroting van de ecologische ontwikkeling bij de Eekterbeek en de Huisbeek. Het beheer is gericht op de ontwikkeling van kwelafhankelijke water- en oevervegetaties door het verwijderen van de voedselrijke sliblaag en de realisatie van flauwe oevers met plas- en drasbermen. greppel in het landschap ten noorden van Doornspijk



Sijpelbeek Hazelbeek Klarenbeek Papenbeek Goorbeek Huisbeek Puttenerbeek Eekterbeek

5

l

a

n

d

s

c

h

a

p

s

o

n

t

w

i

k

Het waterschap werkt sinds 2007 aan maatregelen om de (water)kwaliteit van de beken te vergroten (Beheer- en onderhoudsplan Cluster Doornspijkerbeken). Inrichtingsmaatregelen in dit cluster zijn: ingrepen aan het beekprofiel, aanleg flauwe oevers en drasbermen, micromeandering, benedenlopen met paaiplaatsen en rietmoeraszones, aanbrengen opgaande begroeiing, baggeren, vervangen stuwen door cascades en het vervangen van in slechte staat verkerende kunstwerken (duikers, beschoeiing, stuwen). De cluster Doornspijkerbeken wordt gekenmerkt door een belangrijke landschappelijke waarde. Vanwege de kronkelige loop verwijzen zij naar kreken uit de tijd dat het land overging in de Zuiderzee en vormen zij een waardevol ensemble met de historische kavelstructuur.

Waardering Bij de waardering van de ruimtelijke (esthetisch) kwaliteiten speelt ook het aspect water een rol. Het gaat hierbij om de ruimtelijk visuele beleving van het water en de aanwezigheid van ruimtelijke samenhang met andere aspecten zoals de verkaveling, natte natuurwaarden en landschapselementen en de beleving daarvan. Op grond van de waardering van deze aspecten worden de volgende kwaliteiten/kansen en knelpunten/ bedreigingen geconstateerd: Kwaliteiten en kansen » Vele watersloten/greppels in het veenontginningsgebied en het open polderlandschap die bijdragen aan de herkenbaarheid van de (historische) verkaveling en richting geven aan het landschap. » Meanderende loop van de beken in het open polderlandschap als verwijzing naar kreken uit het verleden. » Kans tot versterken van de herkenbaarheid van de landschappelijke zonering door ruimte langs watergangen in het veenontginningsgebied/kampenlandschap te benutten voor karakteristieke beekbegeleidende beplanting. » Potentiële dooradering van het landschap met natte natuurwaarden.

6

k

e

» »

l

i

n

g

s

p

l

a

n

e

l

b

u

r

Watergangen kunnen gecombineerd worden met (wandel)paden. De beleving van het water en het landschap wordt hierdoor vergroot. Water in de gracht rondom de vesting en de recreatiemogelijkheden daarbij, zoals een wandeling langs de stadsgracht.

Knelpunten en bedreigingen » Beken en waterlopen zijn nu niet of nauwelijks zichtbaar in het landschap. » Beken, waterlopen en greppels hebben vaak een functioneel profielopbouw, waardoor geen gunstige omstandigheden aanwezig zijn voor de ontwikkeling van natuurwaarden binnen het waternetwerk. » Vanwege het noodzakelijke onderhoud is er naast natuurvriendelijke oevers beperkte mogelijkheden voor opgaande beekbegeleidende beplanting. Bouwstenen voor de visie » Beleefbaar en zichtbaar maken van de bekensystemen, tot in de haarvaten van het kampenlandschap. » Ecologische waarde van de beken en oevers vergroten. » Watergangen kunnen noord-zuid gerichte gradiëntlijnen versterken door op het betreffende landschapstype afgestemde beekbegeleidende beplanting i.c.m. het creëren van wandelpaden. » Versterken van het aaneengesloten blauwe netwerk van beken, sloten en greppels.

g

.. Cultuurhistorie Bij cultuurhistorie in de gemeente Elburg wordt vaak direct aan de vesting gedacht, maar op vele andere locaties in het buitengebied komen ook belangrijke cultuurhistorische waarden voor. Een aantal van deze waarden wordt hieronder uitgelicht. Vesting en schootsveld de Mheen De gemeente Elburg heeft veel elementen die cultuurhistorisch van belang zijn. De gehele vesting van Elburg staat hierom bekend en ontleent haar aantrekkingskracht voor toeristen vooral aan de cultuurhistorie. Het historisch waardevolle rechthoekige patroon van de vesting, welke ontstaan is na de verplaatsing van de stad landinwaarts vanwege de kwetsbare ligging, is uniek. De gemeente Elburg hecht al lange tijd veel waarde aan de instandhouding van het cultuurhistorisch erfgoed. In samenhang met de vesting heeft ook het vrije schootsveld van de Mheen een bijzondere cultuurhistorische waarde. De volledige leegte van de Mheen met het scherpe contract van de stedelijke rand heeft een cultuurhistorische én landschappelijke kwaliteit. Het wonen in de vesting is ondanks de beperkingen geliefd vanwege het unieke karakter. Opvallend is dat er, met uitzondering van de zuidzijde, geen naoorlogse uitbreidingswijken tegen de vesting aan zijn gebouwd.

Deze velden zijn in vroegere tijden open gebleven vanwege de functie als schootsvelden De vesting is nu aangewezen als beschermd stadsgezicht en daarom blijven de gebieden rondom de vesting vrij van bebouwing.

Karakteristieke agrarische bebouwing Een belangrijk element in het landschap van de gemeente Elburg vormen de karakteristieke voormalig agrarische gebouwen. Met name in het kampenlandschap vormen de kavelpatronen en de (voormalige) agrarische erven een waardevol samenhangend cultuurhistorisch ensemble. Enkele van de vele karakteristieke panden hebben als monument een beschermde status. Kerkenpaden Kerkenpaden hebben vaak een lange geschiedenis, ze deden vroeger dienst als voetpad voor de mensen die naar de kerk gingen. Maar ook schoolkinderen maakten veelvuldig gebruik van deze paden. Het was immers de kortste route naar school. Sommige paden zijn nog zichtbaar op oude kaarten. Na de Tweede Wereldoorlog verdwenen veel kerkenpaden. Eén van de belangrijkste oorzaken vormde de toename van het gemotoriseerde verkeer. Ook ruilverkavelingen, de aanleg van industrieterreinen en de uitbreiding van woonkernen deden veel kerkenpaden verdwijnen. De laatste jaren is er een hernieuwde belangstelling voor kerkenpaden. Steeds meer mensen wandelen in hun vrije tijd. In de gemeente Elburg liggen nog diverse (unieke) kerkenpaden. Recent zijn acht paden hersteld en op de gemeentelijke monumentenlijst geplaatst. Daarmee krijgen deze paden een beschermde status. De acht paden zijn: Pad door De Winckel, Koodijkje, Kadijkje, De Zeuven Vondertjes, Scheelepad, Goorpad, Poppepad, Puttenerdijkje.

Landgoederen De landgoederen zijn karakteristieke en waardevolle elementen, die van grote landschappelijke en cultuurhistorische waarde zijn. De gemeente Elburg telt officieel vier historische landgoederen namelijk Klarenbeek, Old Putten, Schouwenburg en Zwaluwenburg. Deze landgoederen vormen samen met De Haere aan de Bovenweg en de Johannahoeve bij ’t Harde een soort gordel van landgoederen en historische landhuizen binnen de gemeente Elburg. Deze zogenaamde gordel is cultuurhistorisch waardevol, maar ook landschappelijk en ecologisch waardevol.

Het landgoed Klarenbeek is een historische buitenplaats en ligt ten zuiden van Doornspijk. Het park behorende bij het landgoed is noord-zuid georiënteerd en heeft een smalle en rechthoekige vorm. Het hoofdgebouw ligt aan de Zuiderzeestraatweg en stamt uit 1842. De parkaanleg dateert uit het begin van de 19e eeuw en wordt gekenmerkt door de Engelse landschapsstijl. De historische buitenplaats Old Putten grenzend aan de zuidzijde van de kern Elburg, is gebouwd op een zandrug waar vermoedelijk al vanaf de 12e eeuw een kasteel gevestigd is geweest. In de 17e eeuw werd de huidige buitenplaats aangelegd. Het hoofdgebouw heeft een duidelijke relatie met de Puttenerallee. Het complex bestaat naast het hoofdgebouw met koetsierswoning annex paardenstal, uit een park, oprijlaan en landerijen richting de molen en Schouwenburg. Landgoed Schouwenburg is gelegen tussen ’t Harde en de kern Elburg. Over de ontstaansgeschiedenis van de Schouwenburg is niets bekend, waarschijnlijk was het oorspronkelijk een boerderij. Sinds de 16e eeuw komt de naam Schouwenburg voor en de kelders onder het hoofdgebouw dateren ook uit deze tijd. De huidige structuur van de buitenplaats dateert uit de 19e eeuw. Centraal in het parkaanleg ligt het hoofdgebouw met een koetshuis, een tuin met kenmerken van de Engelse landschapsstijl en een moestuin.

Dit geheel wordt omringd door een gracht welke zich verbreedt tot grote vijvers. Buiten de gracht liggen grote open weides omringd door forse bomenrijen. Verder maken een boerderij en een bos met slingerpaden onderdeel uit van het landgoed. De Eperweg scheidt het landgoed Schouwenburg van het landgoed Zwaluwenburg.

Landgoed Zwaluwenburg is gelegen tussen ’t Harde en Oostendorp. In 1728 werd het hoofdgebouw gebouwd ter plaatse van een ouder, wellicht versterkt huis (kasteel Wijnbergen) van de historische buitenplaats Zwaluwenburg. Het is aannemelijk dat het vroegere parkaanleg door een classicistische stijl gekenmerkt werd. Een lange centrale as liep dwars door het huis in oost-westrichting. Het hoofdgebouw staat op een rechthoekig terrein welke door een gracht omgeven wordt binnen de aanwezige structuur van lange en rechte lanen. Vanaf circa 1840 tot 1870 is het park getransformeerd tot een park met een meer landschappelijke stijl. Verder omvat het landgoed onder meer de boerderij De Zwaluwenburg, een rentmeesterwoning, een geometrische tuin en een parkweide.

Defensieterreinen Ten zuiden van de spoorlijn Zwolle-Amersfoort en de Rijksweg A28 ligt een groot gedeelte van de gemeente Elburg dat in gebruik is als defensieterrein. (de Doornspijkse Heide). Het gebied van Defensie is voor een groot deel niet openbaar toegankelijk. De kenmerkende bossen en heidevelden fungeren mede als schietterrein voor militaire oefeningen en is dus vanwege de veiligheidsredenen niet toegankelijk voor het publiek. Binnen dit gebied is een aantal gemeentelijke en rijksmonumenten aanwezig. Al in 1877 werd op de Woldberg, rond de Hessenweg, een militaire legerplaats aangelegd, waarin zich later de Artillerie Schietschool vestigde.

De gebouwen werden gesitueerd volgens het paviljoensysteem. Het geheel kreeg een parkachtige uitstraling met daarin vrijstaande gebouwen. Er was in die tijd veel aandacht voor de aanleg van gazons en siertuinen en de aanplant van vele bomen en struiken. Later is het militaire terrein in noordelijke richting uitgebreid met de Tonnet Kazerne als noordelijke grens, tegen de spoorlijn aan. landgoed Zwaluwenburg

7

l

a

n

d

s

c

h

a

p

s

o

n

t

w

i

k

Waterstructuur Binnen de gemeente Elburg is een groot aantal beeklopen aanwezig, om het gebied te ontwateren (zie paragraaf 3.3.1). Een aantal beken is op een natuurlijke wijze ontstaan en een aantal waterlopen is aangelegd door de mens. Weteringen zijn bijvoorbeeld gegraven watergangen om het gebied te ontginnen en geschikt te maken voor (agrarisch) gebruik. Veel natuurlijke watergangen zijn in de loop der jaren vergraven tot rechte en functionele waterlopen in het gebied. Het natuurlijk meanderende verloop is dan verdwenen. Een aantal beken heeft deze kenmerkende meanderende loop bij de monding in het Veluwemeer, zoals de Andhuizerbeek, de Klarenbeek, Paperbeek en de Bulsinkbeek. Dit kan het natuurlijke verloop van de beek zijn, maar het waterschap werkt sinds 2007 aan maatregelen om de (water)kwaliteit van de beken te vergroten door onder andere het herstellen van de micromeandering in de beeklopen. Water en cultuurhistorie zijn nauw met elkaar verbonden. Het Waterschap Veluwe heeft een uitwerking van watergerelateerd cultuurhistorische beleid gemaakt. Deze is verwoord in het ‘Zorg voor Watererfgoed’ (april 2010). In vroegere tijden was Elburg een vestingstad aan zee. Vanaf de haven keek men uit over de Zuiderzee. Aan de overkant lag Amsterdam, welke over de Zuiderzee bereikbaar was met een zogenaamd ‘beurtschip’.

De ligging van de stad aan de Zuiderzee zorgde ervoor dat visserij een belangrijke bron van inkomsten werd. Zeevaart en zeehandel waren belangrijk en Elburg speelde een bescheiden rol in het hanzestedenverbond. De ligging van Elburg was erg kwetsbaar, wat blijkt uit de verplaatsing van de stad landinwaarts. Hieraan dankt de stad het rechthoekige patroon, wat uniek is in Nederland. Later werden de vestingwerken uitgebreid, zodat Elburg de hele Noord-Veluwe kon verdedigen. Het weidse uitzicht over het water is verloren gegaan bij de aanleg van de Flevopolder. De Zuiderzee is geworden tot een relatief smalle strook water genaamd de randmeren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=elburg&id=0225c0e6-db7e-47c1-9e6f-796bdb668309