Bijlage 2c Toelichting 't Harde - Hokseberg II
Tekst van het document
Ambitie 2020-2030
Harde plannen
729 810 844 3.436 948 1.063
159 348 100 2.700 989 839
Prognose Atrivé (laagst-hoogst na aftrek realisatie 2018-2019) -17 – 774 288 – 867 300 – 944 -346 – 2.070 52 – 1.637 363 – 1.357
Tabel 4.1 Schema monitoring nieuwbouwprogrammering afzonderlijke gemeenten (bron: gemeente Elburg)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
21
Bestemmingsplan ‘t Harde – Hokseberg II Vastgesteld Met het bouwen van 810 woningen blijft Elburg binnen de door Atrivé gestelde prognoses. Bovendien is de afgelopen jaren structureel minder gebouwd dan de destijds geformuleerde ambitie en afgesproken aantallen, bezien over de gehele regio. Met 348 woningen (zie tabel 4.1) is er onvoldoende harde plancapaciteit om in de bovengrens van de behoefte te voorzien. De subregio Kop van de Veluwe heeft zich ook gecommitteerd aan de Regio Zwolle. Dit betekent (onder andere) dat deze subregio een deel van de nieuwbouwopgave voor haar rekening wil nemen. Er zijn drie scenario's die nu in de Regio Zwolle nader worden uitgewerkt: een scenario dat uitgaat van enkel de autonome groei, een middenscenario en een derde scenario waarbij uitgegaan wordt van een verdubbeling van de autonome groei. Wat dit betekent voor de subregio Kop van de Veluwe is dus nog niet in kaart gebracht, maar dat dit een hogere woningbouwopgave meebrengt dan de voorspelde 810 woningen, is wel een feit. Conclusie behoefte Er is op basis van de recente cijfers een harde plancapaciteit voor 348 woningen en behoefte aan 610 tot 990 woningen. Er is daarom behoefte aan extra harde plancapaciteit. Er is behoefte aan koopwoningen in alle segmenten. Er is ook behoefte aan sociale huurwoningen.
In het kader van de verstedelijkingsstrategie is de ligging van Hokseberg nabij voorzieningen zoals de A28 en het station zeer gunstig. Binnen of buiten bestaand stedelijk gebied Het plangebied ligt buiten het bestaand stedelijk gebied. De gewenste ontwikkeling kan niet binnen het bestaand stedelijk gebied van 't Harde worden gerealiseerd. Er zijn geen inbreidingslocaties in 't Harde van voldoende omvang om maximaal 95 wooneenheden te realiseren. Het plangebied grens direct aan het bestaand bebouwd gebied van het dorp 't Harde en is daarom goed geschikt voor de gewenste ontwikkeling. Bovendien zijn de gronden ten noorden van het plangebied reeds bestemd voor woningbouw in het kader van de Hokseberg fase I. De ontwikkeling wordt gedaan met respect voor de groen- en omgevingsstructuren in het gebied en de directe omgeving daarvan. 4.1.2
Toetsing van initiatief aan uitgangspunten in het rijksbeleid
Geconcludeerd wordt dat onderhavig plan in overeenstemming is met het van toepassing zijnde rijksbeleid.
4.2
Provinciaal beleid
Vanaf de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is een nieuw stelsel van verantwoordelijkheidsverdeling tussen Rijk, provincies en gemeenten ontstaan. Uitgangspunt van het provinciaal beleid is decentraal regelen wat kan en centraal regelen wat moet. 4.2.1
Actieplan Wonen 2020-2025: Sneller, betaalbaar, flexibel
De woningnood in Gelderland is hoog. Vooral starters, alleenstaanden en ouderen kunnen vrijwel geen betaalbare woning meer vinden. De Randstad schuift op naar het Oosten en steeds meer alleenstaanden zoeken een huis. Tot 2030 moeten er ruim 80.000 nieuwe woningen worden gebouwd in Gelderland. De komende 5 jaar wil de provincie daarom de bouw van 45.000 woningen versnellen. Het Actieplan Wonen is op 27 mei 2020 vastgesteld door de Provinciale Staten van Gelderland. Drie doelen staan in dit actieplan centraal: • • •
Doelstelling 1: versnelling van de woningbouw (sneller); Doelstelling 2: meer betaalbare woningen (betaalbaar); Doelstelling 3: meer flexibele woonvormen (flexibel).
Het Actieplan Wonen versnelt de komende vijf jaar de bouwproductie van 45.000 woningen. Daarnaast zorgen de acties ervoor dat overal in Gelderland in bestemmingsplannen voldoende bouwplannen zijn opgenomen die uitgevoerd kunnen worden.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
22
Bestemmingsplan ‘t Harde – Hokseberg II Vastgesteld 4.2.2
Omgevingsvisie Gelderland
4.2.2.1 Algemeen Op 19 december 2018 is de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland vastgesteld. De Omgevingsvisie gaat over ‘Gaaf Gelderland’. ‘Gaaf’ is een woord met twee betekenissen. ‘Gaaf’ betekent ‘mooi’ en gaat over wat – historisch en landschappelijk gezien - heel en mooi en ongeschonden is. Het beschermen waard. Maar ‘Gaaf’ verwijst ook naar dat wat ‘cool’ en nieuw en vernieuwend is; aantrekkelijk voor nieuwe generaties. Het ontwikkelen waard. Beide kanten zijn van toepassing op Gelderland en onlosmakelijk verbonden met de Gelderlanders. Beide aspecten zijn dan ook opgenomen in de Gelderse Omgevingsvisie. Hierbij staan een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal. De focus ligt op duurzaamheid, verbondenheid en een krachtige economie als werkende bestanddelen voor een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. 4.2.2.2 Wonen De kwaliteit van de leefomgeving wordt in de visie van groot belang geacht. Een goede kwaliteit van de leefomgeving draagt bij aan gezondheid. Hier hoort goed wonen bij, zowel in stedelijk als landelijk gebied. Om het landschap open, groen en het voorzieningenniveau op peil te houden en leegstand te voorkomen, is bouwen binnen bestaand verstedelijkt gebied het vertrekpunt. De visie geeft de voorkeur aan het benutten van bestaande gebouwen. Er wordt uitgegaan van concentratie van bebouwing.
Pas als er geen andere goede mogelijkheden zijn, kan worden uitgebreid aan de randen van de steden of dorpen. Het streven is naar een duurzaam en divers woon- en leefklimaat, dat weet te anticiperen op maatschappelijke ontwikkelingen. Gelderland moet een aanbod van woningtypen en woonmilieus hebben dat past bij de diversiteit van de woningvraag. Alle nieuwbouw wordt aardgasloos aangelegd en zoveel mogelijk circulair gebouwd. Er worden regionale afspraken gemaakt over een goede balans tussen vraag en aanbod van woningen. 4.2.2.3 Natuur en landschap De provincie spant zich in voor een compact en hoogwaardig stelsel van onderling verbonden natuurgebieden en behoud en versterking van de kwaliteit van het landschap. In afbeelding 4.3 wordt het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en de Groene Ontwikkelingszone (GO) aangegeven. Beiden worden beschermd tegen aantasting van de kernkwaliteiten: dat zijn de natuurwaarden, de potentiële waarden en de omgevingscondities. Het GNN is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuur van internationaal, nationaal en provinciaal belang. Het uitgangspunt is dat in het GNN geen nieuwe initiatieven plaatsvinden, behalve ontwikkelingen van een groot algemeen of provinciaal belang of waarvoor geen alternatieven bestaan.
In de Groene Ontwikkelingszone (GO) is ruimte voor economische ontwikkeling in combinatie met een (substantiële) versterking van de samenhang tussen aangrenzende en inliggende natuurgebieden. De ecologische verbindingszones maken deel uit van de GO, evenals de weidevogelgebieden en de rustgebieden voor winterganzen. De provincie treft maatregelen vanwege de bescherming, de instandhouding of het herstel van biotopen, leefgebieden, een gunstige staat van instandhouding en het Natuurnetwerk Nederland. De provincie beschermt de achttien Natura 2000-gebieden die in het GNN liggen. Verder richt het beleid zich op behoud van de basiskwaliteit van landschappen in Gelderland.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
23
Bestemmingsplan ‘t Harde – Hokseberg II Vastgesteld
Afbeelding 4.3
4.2.3
Ligging plangebied ten opzichte van GNN en GO (Bron: provincie Gelderland)
Omgevingsverordening Gelderland
4.2.3.1 Algemeen Op 19 december 2018 heeft Provinciale Staten een geconsolideerde versie van de Omgevingsverordening Gelderland vastgesteld. Dit betreft een versie waarin alle actualisaties van de jaren ervoor zijn opgenomen bij de oorspronkelijke omgevingsverordening. De omgevingsverordening is sindsdien meerdere keren geactualiseerd. De laatste wijziging dateert van 1 mei 2024. Met een ruimtelijke verordening stelt de provincie regels aan ruimtelijke plannen van gemeenten. De provincie richt zich hierbij op onderwerpen die van provinciaal belang zijn, zoals verstedelijking, natuur, nationale landschappen, water en glastuinbouw. Gemeenten krijgen op sommige terreinen meer beleidsvrijheid, terwijl ze op andere gebieden te maken krijgen met strikte provinciale richtlijnen. De regels in de verordening kunnen betrekking hebben op het hele provinciale grondgebied, delen of gebiedsgerichte thema's. Gemeenten moeten binnen een bepaalde termijn hun bestemmingsplan op deze regels afstemmen. 4.2.3.2 Van toepassing zijnde artikelen In voorliggend geval zijn artikel 1.4 a in combinatie met artikel 7.27 (tweede lid onder g.), artikel 2.2 (instructieregel bestemmingsplan doorwerking regionale woonagenda) en artikel 2.56 (ontwikkeling in Nationaal landschap) van de Omgevingsverordening van belang.
Artikel 1.4 onder a: maatwerkvoorschrift in afwijking van regels voor activiteiten Gedeputeerde Staten kunnen, tenzij in artikelen 4.1, 7.3 en 7.10 anders is bepaald, met een maatwerkvoorschrift van een algemene regel afwijken, voor zover toepassing van die regel: a.
gelet op het belang dat die regel beoogt te beschermen, leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.
Artikel 7.27: beoordelingsregel maatwerkvoorschrift herbeplanting op andere grond Gedeputeerde Staten staan herbeplanting op andere grond niet toe als:
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
24
Bestemmingsplan ‘t Harde – Hokseberg II Vastgesteld g.
de gevelde of tenietgegane houtopstand op een locatie stond waar: 1. een oude bosgroeiplaats ligt; en 2. het landgebruik sinds 1832 zonder onderbrekingen uit bos heeft bestaan.
Toetsing aan artikel 1.4 onder a in combinatie met artikel 7.27 tweede lid onder g Voor de aanleg van de twee doorgangen in de oude bosgroeiplaatsen moet maximaal één boom gekapt worden. Daarnaast zal de bodem ter plaatse van de doorgangen door de oude bosgroeiplaatsen verstoord worden. Dit is strijd met artikel 7.27 (tweede lid onder g). In dit geval is er echter sprake van een situatie die valt onder punt a. uit artikel 1.4 van de Omgevingsverordening Gelderland. Hierna wordt dit beschreven. Met de bouw van ruim 165 woningen en 60 intramurale woonzorgeenheden draagt de nieuwbouwwijk Hokseberg op ’t Harde (fase I waarvoor het bestemmingsplan reeds is vastgesteld op 31 januari 2022 en fase II waarop dit bestemmingsplan betrekking heeft) voor een aanzienlijk deel bij aan de grote woningbouwopgave die de gemeente Elburg heeft. Conform woondeal met de provincie Gelderland heeft de gemeente tot 2030 een bouwopgave van bijna 800 woningen. Hokseberg ’t Harde is het op één na grootste woningbouwproject in de gemeente en opgenomen in de woondeal met de provincie Gelderland. Voor de verkeersveiligheid in en om de nieuwbouwwijk is het zaak om zo min mogelijk aansluitingen op het omliggende wegennetwerk te realiseren, waardoor één hoofdontsluiting met een rondweg door het plangebied niet alleen stedenbouwkundig, maar vooral ook verkeerskundig, de meest gewenste ontsluitingsoplossing is.
Voor de twee doorgangen in de oude bosgroeiplaatsen moet maximaal één boom worden gekapt. Daarnaast zal de bodem ter plaatse van de doorgangen door de oude bosgroeiplaatsen verstoord worden. Door de ontwikkeling van deze nieuwbouwwijk worden de oude historische houtwallen, en daarmee tevens de oude bosgroeiplaatsen, enorm versterkt door verdichting, verbreding en verlenging met inheemse beplanting. Dit betreft een toename van circa 1.000 m2 aan houtwal. En met de ontworpen compacte oplossing voor de doorkruising van de oude bosgroeiplaatsen en de beschermde maatregelen die in het bestemmingsplan voor zowel fase I als fase II zijn geborgd, zijn de effecten op de houtwallen en daarmee ook de oude bosgroeiplaatsen, de bodem (structuren en netwerken) en de aanwezige fauna tot het minimum beperkt. De gemeente Elburg heeft daarom Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland verzocht gebruik te maken van de bevoegdheid uit artikel 1.4.a van de Omgevingsverordening Gelderland om voor de realisatie van de nieuwbouwwijk Hokseberg ’t Harde af te wijken van artikel 7.27 tweede lid onder g. uit de Omgevingsverordening Gelderland. Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland heeft hiermee ingestemd en besloten om de gemeente Elburg ontheffing te verlenen van artikel 7.27 tweede lid onder g.
uit de Omgevingsverordening Gelderland met het oog op het mogelijk maken van de nieuwbouwwijk Hokseberg ’t Harde. Dit besluit is opgenomen in bijlage 3 van dit bestemmingsplan.
Artikel 2.2: instructieregel bestemmingsplan doorwerking regionale woonagenda 1. 2.
Een bestemmingsplan maakt nieuwe woningen alleen mogelijk als die ontwikkeling past binnen een door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale woonagenda. Als een ontwikkeling niet past binnen de vigerende regionale woonagenda, kan een bestemmingsplan vooruitlopend op de eerstvolgende actualisatie van de regionale woonagenda nieuwe woningen toch mogelijk maken onder de volgende voorwaarden: a. er wordt voldaan aan de eisen van de Ladder voor duurzame verstedelijking; b. de ontwikkeling past binnen het meest recente provinciale beleid; c. er heeft aantoonbaar regionale afstemming plaatsgevonden over deze ontwikkeling, en d. Gedeputeerde Staten stemmen in met deze ontwikkeling.
Toetsing In de navolgende paragrafen wordt de voorgenomen ontwikkeling getoetst aan het regionale en het gemeentelijk woonbeleid (paragraaf 4.3 en 4.4). Uit de toetsing in de genoemde paragrafen blijkt dat de
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
25
Bestemmingsplan ‘t Harde – Hokseberg II Vastgesteld beoogde woningbouwontwikkeling zowel kwantitatief als kwalitatief passend is binnen de regionale en gemeentelijke beleidskaders. Kortheidshalve wordt hier verwezen naar deze genoemde paragrafen. Hier wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling invulling geeft aan de concrete woonbehoefte in de gemeente Elburg. Artikel 2.56: ontwikkeling in Nationaal landschap 1.
2.
Een bestemmingsplan voor gronden binnen een Nationaal landschap maar buiten de Groene ontwikkelingszone, het Gelders natuurnetwerk en de Nieuwe Hollandse Waterlinie, maakt ten opzichte van het op 17 oktober 2014 geldende bestemmingsplan alleen bestemmingen mogelijk die de kernkwaliteiten van een Nationaal Landschap, bedoeld in bijlage Kernkwaliteiten Nationale Landschappen, niet aantasten; In afwijking van het eerste lid zijn activiteiten die deze kernkwaliteiten aantasten alleen mogelijk als: a. er geen reële alternatieven zijn; b. er sprake is van redenen van groot openbaar belang; c. compenserende maatregelen plaatsvinden ter waarborging van de kernkwaliteiten van de Nationale Landschappen zoals vastgelegd in bijlage Kernkwaliteiten Nationale Landschappen.
Toetsing In dit geval is sprake van een ontwikkeling buiten het GNN of een GO. De ontwikkeling tast de kernkwaliteiten van nationale landschappen niet aan. Het plangebied ligt in het Randmeergebied. Dit is de zichtbare overgang van de besloten stuwwalflanken naar de kust. Er sprake is van een goede landschappelijke inpassing met inachtneming van de kernkwaliteiten. Zie hiervoor ook paragraaf 3.1.3, waar dit aspect wordt besproken. 4.2.3.3 Conclusie Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de van belang zijnde artikelen uit de Omgevingsverordening Gelderland. 4.2.4
Toetsing van het initiatief aan het provinciaal beleid
Hier wordt geconcludeerd dat de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling in lijn is met de provinciale beleidsambities zoals verwoord in de Omgevingsvisie Gelderland en verankerd in de Omgevingsverordening Gelderland.
4.3
Regionaal beleid
4.3.1
Omgevingsagenda Regio Noord-Veluwe
De gemeente Elburg maakt deel uit van de regio Noord-Veluwe. In de Omgevingsagenda geven de acht gemeenten van de Noord-Veluwe aan waarop zij regionaal willen samenwerken in de periode 2015-2020. Niet alleen als gemeenten onderling, maar nadrukkelijk ook met ondernemers, maatschappelijke partners en de provincie Gelderland. In de omgevingsagenda zet de regio in op vier opgaven, namelijk: • • • •
Versterken toeristisch product; Vitaliseren buitengebied; Verbeteren economische infrastructuur; Stimuleren klimaat neutrale regio.
Per opgave worden deelopgaven genoemd. In het geval van het plangebied is vooral het vitaliseren van het buitengebied van belang. Daarbij zet de regio in op het stimuleren van nieuwe (economische) impulsen en het behouden en versterken van de leefbaarheid in kleine dorpen en gemeenschappen. Toetsing De ontwikkeling in het plangebied levert hieraan een bijdrage. De ontwikkeling levert een nieuwe impuls door de realisatie van nieuwe functies. Daarbij neemt het aantal inwoners van 't Harde toe. Dit geeft voor de in de
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
26
Bestemmingsplan ‘t Harde – Hokseberg II Vastgesteld kern aanwezige voorzieningen een groter aantal bezoekers en daarmee meer draagvlak. De leefbaarheid kan daarmee behouden blijven en waar mogelijk versterkt worden. 4.3.2
Regionale Woonagenda 2019-2022 ‘Samenwerking Noord-Veluwe’ (februari 2019)
Binnen de Samenwerking Noord-Veluwe (SNV) werken de deelnemende gemeenten samen op de thema's Ruimtelijke Ordening en Volkshuisvesting. Op basis van deze samenwerking maken de deelnemende gemeenten en de provincie afspraken ten aanzien van kwantitatieve en kwalitatieve aspecten van het woningbouwprogramma. Dit maakt onderdeel uit van de Regionale Woonagenda 2019-2022 Samenwerking Noord-Veluwe. De regio signaleert dat er sinds het einde van de crisis een oplopend tekort is aan woningen. Starters op de woningmarkt zoeken een betaalbare plek om te wonen. De woningbouw blijft fors achter bij de behoefte. Tekort aan bouwmaterialen en personeel, met stijgende prijzen tot gevolg, spelen de productie parten. Daarnaast vraag de energietransitie de aandacht. In regionaal verband en met de provincie is de afspraak gemaakt dat de afzonderlijke woningbehoefte per gemeente bij elkaar wordt opgeteld; dit is de regionale behoefte. Dit wordt beschreven in afzonderlijke woonvisies. De woonbehoefte komt voort uit woningbehoefteonderzoek. De monitoring van de kwantitatieve behoefte gebeurt nu achteraf om zo flexibeler te kunnen inspelen op veranderingen in de woningmarkt. Toetsing In paragraaf 4.1.3 is in het kader van de toets aan de Ladder voor duurzame verstedelijking inzichtelijk gemaakt dat het plan past in de regionaal gemaakte afspraken (regionale woonagenda).
Het gaat om een onderbouwing van de behoefte en een toelichting hoe dit plan zich verhoudt tot andere plannen in de gemeente en de regio. 4.3.3
Woondeal regio Noord-Veluwe
De Noord-Veluwse gemeenten en woningcorporaties hebben op woensdag 8 maart 2023 in Zutphen de regionale woondeal Noord-Veluwe met minister Hugo de Jonge en gedeputeerde Peter Kerris getekend. Hiermee spreken zij af het woningtekort gezamenlijk aan te pakken. De woondeal beschrijft hoeveel woningen er in de regio gebouwd worden tot en met 2030, waar dit gaat gebeuren en wat het aandeel betaalbare woningen zal zijn. De regio Noord-Veluwe zet in op de bouw van ruim 12.500 woningen verspreid over de gemeenten Elburg, Ermelo, Harderwijk, Hattem, Nunspeet, Oldebroek en Putten. De Noord-Veluwe is de enige regio in de provincie Gelderland waarbij ook de woningcorporaties de woondeal mee ondertekenen. De gemeenten op de Noord-Veluwe hebben 15 bouwlocaties aangewezen als zogenaamde sleutelprojecten. Met in totaal zo’n 8.000 woningen dragen deze projecten significant bij aan de regionale ambitie van ruim 12.500 woningen. In Elburg bedraagt het aandeel 764 woningen. In onderstaande tabel is de woningbouwopgave voor de gemeente Elburg opgenomen.
Doorvertaling naar het plan Op 17 april 2023 heeft de gemeenteraad van Elburg naar aanleiding van de woondeal een addendum op de Woonvisie 2020-2025 vastgesteld. Op 3 juli 2023 heeft de gemeenteraad vervolgens een beslissing genomen
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
27
Bestemmingsplan ‘t Harde – Hokseberg II Vastgesteld over de toepassing van het addendum. Daarin is aangegeven dat voor enkele overgangsprojecten, waaronder Hokseberg fase II maatwerk kan worden toegepast om tot een goed woningbouwprogramma te komen. Doordat bij dit plan maatwerk wordt toegepast is het mogelijk om op korte termijn betaalbare woningen te realiseren op verschillende locaties in onze gemeente. De te realiseren verdeling is in Hokseberg Fase II als volgt: 28% sociale huur, 11% goedkope koop, 15% betaalbare koop en 46% vrije sector. Dit wijkt enigszins af van de percentages uit de woondeal. In dit geval wordt voorzien in een maatwerkoplossing waarmee zoveel mogelijk recht wordt gedaan aan het addendum op de Woonvisie en de afspraken die zijn gemaakt in de woondeal, maar daarnaast rekening houdt met de oorspronkelijke uitgangspunten voor de woningbouw, zoals geformuleerd in de Woonvisie 2020-2025. In paragraaf 4.4.2 wordt hier nader op ingegaan.
4.4
Gemeentelijk beleid
4.4.1
Omgevingsvisie gemeente Elburg
4.4.1.1 Algemeen De gemeente Elburg heeft op 1 januari 2019 de Omgevingsvisie voor het eigen grondgebied vastgesteld. In deze visie wordt vooruitgekeken naar 2030 en geeft de koers aan, die voor een belangrijk deel samen met de samenleving uitgestippeld is. Een deel van de beschreven keuzen in de visie is een herbevestiging en bestendiging van het al ingezette beleid en voor een deel wordt een nieuwe richting ingeslagen. Bij ontwikkelingen en investeringen staan de kernwaarden van de gemeente voorop. De kernwaarden zijn onderverdeeld in vijf thema’s: 1. 2. 3. 4. 5.
leefbare, vitale kernen met een actieve, gezonde samenleving; aantrekkelijke omgevingskwaliteit en identiteit; vitaal economisch klimaat; duurzaam, energieneutraal en klimaatbestendig; bereikbaar, nabij en toegankelijk.
4.4.1.2 Thema 'Leefbare, vitale kernen met een actieve, gezonde samenleving’ Vanuit het thema 'Leefbare, vitale kernen met een actieve, gezonde samenleving' wordt onder meer ingestoken op wonen voor iedereen. Alle leeftijdsgroepen moeten aangenaam kunnen wonen in Elburg. Uitgegaan dient te worden van duurzame, energieneutrale en levensloopbestendige ontwikkelingen, waarbij indien mogelijk indirect de zorgcomponent wordt meegenomen (mogelijk met een omgevingsvergunning). Nieuwbouwprogramma's worden ingezet voor aantrekkelijke woonmilieus voor jong en oud. Een ander thema is het streven naar een aantrekkelijke omgevingskwaliteit en identiteit. De groene parels van de gemeente moet worden versterkt. Er moet respectvol met de waarden in de gemeente worden omgegaan. Voor de verschillende deelgebieden in de gemeente zijn zogenoemde Idee-kaarten ontwikkeld. Deze kaarten benoemen de ambitie voor het gebied en de uitgangspunten voor behoud en versterking van de omgevingskwaliteit en de identiteit van het gebied. Op de Idee kaart voor 't Harde is de locatie van de Hokseberg aangeduid als potentieel woongebied (nummer 25), zoals met de rode omlijning is weergegeven in afbeelding 4.4.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
28
Bestemmingsplan ‘t Harde – Hokseberg II Vastgesteld
Afbeelding 4.4
Uitsnede visiekaart (Bron: Gemeente Elburg)
Voor 't Harde wordt als ambitie genoemd, dat het belangrijk is dat er voldoende woningen gerealiseerd worden voor alle doelgroepen. Ter behoud van het centrum van 't Harde is woningbouw van belang. De woningbouw moet duurzaam zijn met een dorpse uitstraling. De (woon)zorgvoorzieningen in 't Harde moeten toekomstbestendig zijn. Zorgfuncties moeten binnen de kern blijven zodat ouderen zo lang mogelijk thuis kunnen blijven wonen. Als uitgangspunten voor kwaliteit worden geformuleerd: • • • • •
relatie met het buitengebied versterken; dorpshart versterken; dorpse karakteristiek behouden; versterken recreatieve poort naar Elburg en de Veluwe; respect voor Natura 2000-gebied Veluwe.
4.4.1.3 Toetsing van het initiatief aan de omgevingsvisie Voorliggende ontwikkeling is lijn met Omgevingsvisie. Het plangebied ligt in een gebied aangeduid als woningbouwlocatie. Door de landschappelijke inpassing van het gebied wordt de relatie met het buitengebied versterkt. Het dorpse karakter van ’t Harde wordt niet aangetast en de ontwikkeling heeft geen negatieve effecten op het Natura 2000-gebied Veluwe. Geconcludeerd wordt dat het plan in overeenstemming is met de omgevingsvisie.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
29
Bestemmingsplan ‘t Harde – Hokseberg II Vastgesteld 4.4.2
Woonvisie 2020-2025
4.4.2.1 Algemeen De gemeenteraad heeft op 28 september 2020 de Woonvisie gemeente Elburg 2020-2025 vastgesteld. De Woonvisie is voor de komende jaren de leidraad bij vraagstukken over de toenemende vraag naar woningen, een krappe woningmarkt en het bouwen van (passende) woningen. De komende tien jaar zijn ongeveer 800 woningen nodig, waarvan een deel uit de ‘ombouw’ van het huidige woningaanbod moet komen. Het Klimaatakkoord, de vergrijzing en andere maatschappelijke ontwikkelingen zorgen ervoor dat de gemeente in de toekomst een andere inrichting van de leefomgeving krijgt. Grote uitdaging is om wonen voor iedereen betaalbaar te houden. 4.4.2.2 Ambitie en visie Accenten Nieuwe woonvormen, verduurzaming en transformatie van de bestaande bebouwde omgeving vormen de fundamenten onder het nieuwe beleid. Dat moet onder andere jongeren, ouderen en mensen met een specifieke vraag voldoende perspectief bieden op passende huisvesting binnen de gemeentegrenzen. De gemeente gaat uit van een versnelde verantwoorde groei met 810 woningen tot 2030, gelet op de achterstand in de woningbouw en de druk op de woningmarkt (oplopende wachttijden in de huur, snellere verkooptijden van woningen en oplopende koopprijzen).
Er is behoefte aan een gedifferentieerd programma, met daarbinnen een aantal belangrijke accenten: • Sociale huur: gelijkvloers, met name klein en betaalbaar (onder de eerste aftoppingsgrens). Orde van grootte 15-20% van het totale programma in de periode tot 2030; • Koop goedkoop/betaalbaar onder € 200.000,- en tussen € 200.000,- en € 265.000,-): 15-20%. • Daarbij staat de gemeente open voor meer variatie: kleinere woningen, met een evenwichtige prijskwaliteitsverhouding. De gemeente wil hierbij voorkomen dat woningen onder de marktprijs verkocht worden en de eerste koper bij verkoop grote winsten maakt. Een goede prijskwaliteitsverhouding is dan belangrijk; • Middeldure huur: beperkt, met name tot € 950. Orde van grootte is op basis van onderzoek lastig aan te geven. Is maatwerk op geschikte locaties, in nauwe afstemming met ontwikkelaars; • Daarnaast twee-onder-één-kap- en vrijstaande woningen aan de voorraad toevoegen. Een deel daarvan zal gerealiseerd moeten worden onder € 365.000,-. De uitbreidingsbehoefte op langere termijn voor het duurdere segment is beperkt. • Al met al is de opgave om 30-40% van het nieuwbouwprogramma te realiseren in de sociale huursector, goedkope koop en betaalbare koopwoningen tot € 265.000,-.
Dit zijn belangrijke segmenten voor doelgroepen als starters, jonge gezinnen en bijvoorbeeld mensen die doorstromen uit Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang. Aanvullend: De gemeente heeft oog voor de toename van kleine huishoudens, waaronder met name alleenstaanden. De gemeente houdt daar in het woningbouwprogramma rekening mee : • De woningen zoveel mogelijk levensloopbestendig bouwen (zeker in nabijheid van voorzieningen); • Inbreiding gaat in principe voor uitbreiding, tenzij dit ten koste gaat van de ruimtelijke kwaliteit in wijken en kernen. Belangrijke randvoorwaarde met het oog op klimaatadaptatie is, dat er voldoende groen en water aanwezig is. Onzorgvuldige inbreiding kan dat belemmeren. • Daarnaast waar mogelijk inzetten op transformatie van leegstaand/-komend vastgoed. Specifiek voor wonen met zorg en ondersteuning zet de gemeente in op: • •
focus op huisvestingsbehoefte van de snel groeiende groep mensen met dementie; toevoegen kwalitatief goede, levensloopbestendige woningen die voor meerdere doelgroepen geschikt zijn (zowel appartementen als grondgebonden, met name nabij voorzieningen). Hierbij besteedt de gemeente expliciet aandacht aan betaalbaarheid voor mensen die qua inkomen net niet voor een sociale huurwoningen in aanmerking komen. Dit signaal van de Adviesraad Sociaal Domein Elburg (ASDE) wordt serieus genomen;
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
30
Bestemmingsplan ‘t Harde – Hokseberg II Vastgesteld • • • •
inspelen op behoefte aan meer en verschillende vormen van geclusterd wonen met en zonder zorg (in iedere kern); omvorming bestaand vastgoed; faciliteren individuele woningaanpassingen; waarborgen spoedige uitstroom uit beschermde woonvormen.
Met de woonvisie wordt aangesloten op de Motie betaalbaar wonen. Hierin wordt het college verzocht om er naar te streven dat minimaal 40% van de reguliere nieuwbouwwoningen wordt gerealiseerd in de sociale huursector, in de goedkope koopsector (tot € 200.000,-- v.o.n.) en in de betaalbare koopsector (tot € 265.000,- v.o.n.). In de woonvisie is wel aangegeven dat woningen onder € 200.000 realiseren lastig is. In Elburg slaagt de gemeente er wel in woningen rond € 230.000 te bouwen met Nul-op-de-meter. Dat zorgt alsnog voor beperkte maandlasten. 4.4.2.3 Addendum woonvisie Op 17 april 2023 heeft de gemeenteraad van Elburg het addendum op de Woonvisie 2020-2025 vastgesteld. Daarin zijn voor onder andere het aandeel sociale huur- en betaalbare koopwoningen in ons totale woningbouwprogramma nieuwe, hogere, percentages opgenomen, respectievelijk 31% en 32%. De woningmarkt heeft in de afgelopen jaren veel ontwikkelingen doorgemaakt. Er is een grote schaarste aan huizen ontstaan. Deze schaarste heeft er voor gezorgd dat de huizenprijzen flink zijn gestegen. Door de wooncrisis is de vraag naar meer regie vanuit de overheid op de woningmarkt ontstaan. De rijksoverheid heeft op 11 maart 2022 de nationale woon- en bouwagenda uitgebracht. De bouwplannen die hierin staan, vereisen regie op gebiedsniveau vanuit de gemeenten. Er moet een betere verdeling van de woningmarkt komen.
Van de 900.000 te realiseren woningen tot 2030 moet twee derde betaalbaar zijn. Ook moet 30% van de oplage in de sociale huur sector vallen. De strakkere regie vanuit de rijksoverheid vraagt meer afstemming tussen het bouwprogramma van de gemeente met het rijk en de provincie. In de Woondeal 2023 heeft de regio Noord-Veluwe afspraken gemaakt met provincie Gelderland. Hierin worden afspraken gemaakt over de aantallen te bouwen woningen en percentages sociale huur en betaalbare koop. De woonvisie uit 2020 sluit niet meer aan bij deze ontwikkelingen, daarom is het addendum met aanpassingen van de visie vastgesteld. Met de aangepaste prijscategorieën sluit de gemeente Elburg aan op de afspraken met provincie en het Rijk. Daarnaast zal de woonvisie flexibeler opgesteld moeten worden, zodat de ontwikkelingen van de woningmarkt meegenomen kan worden. Met meer flexibiliteit kunnen nieuwe afspraken met de provincie ook beter verwerkt worden. In de afspraken die we als regio met de provincie maken komen specifiekere plannen naar voren. De woonvisie zal algemeen blijven en de woondeal en het woonprogramma zal hier een concretere invulling aan geven. In de woondeal regio Noord-Veluwe van 2023 staat het regionale aandeel aan sociale huur op 29%. Voor Elburg staat dit op 31% van de te realiseren woningen.
Op grond van de Woondeal moet in Elburg 32% van de nieuwbouw worden gerealiseerd in het betaalbare segment. Dat betreft alle woningen tot € 355.000,00. Het onderscheid tussen sociale koop en betaalbare koop in onze Woonvisie is om die reden overbodig geworden. De € 355.000,00 betreft de NHG-grens 2022. Om de betaalbaarheid van dit segment te waarborgen heeft de regio deze prijs vastgezet voor de periode tot en met 2030. Vanuit de Woondeal is de wens om een getal te plaatsen bij de categorie middenhuur. Deze categorie is relevant voor de beoogde doelgroepen uit onze woonvisie. Hierbij gaat het voornamelijk over de starters en ouderen. De grens van €1000 wordt aangehouden door het Rijk. De categorieën van sociale huur, betaalbare koopwoningen tot €355.000 en de middenhuur sluiten aan bij de doelgroepen uit onze woonvisie: starters, jonge gezinnen, ouderen en de uitstroom uit wonen en zorg. De afspraak die de regio met de provincie heeft gemaakt resulteert in 65% betaalbaarheid. In Elburg ligt dit aandeel op 68%. Toepassing van het addendum Op 3 juli 2023 heeft de gemeenteraad van Elburg een beslissing genomen over de toepassing van het addendum. Daarin is aangegeven dat voor enkele overgangsprojecten, waaronder Hokseberg fase II, maatwerk kan worden toegepast om tot een goed woningbouwprogramma te komen. Dat is een programma dat zoveel BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
31
Bestemmingsplan ‘t Harde – Hokseberg II Vastgesteld mogelijk recht doet aan het addendum op de Woonvisie en de afspraken die zijn gemaakt in de woondeal, maar daarnaast rekening houdt met de oorspronkelijke uitgangspunten voor de woningbouw, zoals geformuleerd in de Woonvisie 2020-2025. Voor de toepassing van het oude en nieuwe woonbeleid hanteert de gemeente Elburg de volgende regels: 1. 2. 3.
4.
Het addendum is op 17 april 2023 in werking getreden; Op woningbouwprojecten waar bestaande, contractuele afspraken over zijn gemaakt, is het oude woonbeleid van toepassing (woonvisie 2020-2025); Op alle woningbouwprojecten waar geen bestaande, contractuele afspraken over zijn gemaakt, is het nieuwe woonbeleid van toepassing (addendum op de woonvisie 2020-2025 en woondeal Noord Veluwe). Voor de volgende projecten zal het college van Burgemeester en Wethouders van Gemeente Elburg een maatwerk oplossing opstellen in samenwerking met de ontwikkelaars: a. Kruisweg b. Hokseberg Fase II c. Horstkamp d. Vrijheidsstraat
4.4.2.4 Toetsing De realisatie van de grondgebonden woningen draagt bij aan het realiseren van voldoende ruimte voor meerdere doelgroepen die speciale aandacht nodig hebben. De voorgenomen ontwikkeling geeft op meerdere manieren invulling aan de woningbehoefte in de gemeente Elburg. Kwantitatief gezien is er ruim voldoende vraag naar nieuwe woningen. De voorgenomen ontwikkeling geeft hier binnen de kaders van de locatie invulling aan. Kwalitatief gezien wordt met de grondgebonden koopwoningen invulling gegeven aan de behoefte aan ook koopwoningen en woningen in het betaalbare en middensegment. Dit stimuleert de doorstroming. In dit geval wordt voorzien in een maatwerkoplossing. De projecten Hokseberg en Kruisweg kennen dezelfde ontwikkelaar. Het project Hokseberg is onderverdeeld in twee fases. Voor fase I is sprake van een vastgesteld bestemmingsplan en door beide partijen ondertekende anterieure overeenkomst. Deze fase valt dus nog onder het oude regime van de Woonvisie 2020-2025. Voor Hokseberg fase II geldt dit niet en deze fase valt onder de uitgangspunten van het nieuwe addendum. Ook de woningbouw aan de Kruisweg valt onder het addendum. Initiatiefnemer heeft aangegeven op de locatie van de Kruisweg niet aan de eisen van het addendum te kunnen voldoen.
Door de Kruisweg en de Hokseberg als één woningbouwprogramma te bezien is het mogelijk om een woningbouwprogramma te realiseren dat dicht bij de eisen van het addendum ligt. De consequentie hiervan is dat een aantal van vijf sociale huurwoningen niet in Elburg maar ’t Harde wordt gerealiseerd. Overigens is bij de realisatie van de grote uitbreidingswijken aan de rand van Elburg de afgelopen jaren een flink aandeel sociale huur gerealiseerd, terwijl er in de afgelopen jaren juist weinig sociale huur in ’t Harde is gebouwd. In zijn totaliteit ligt er nu een woningbouwprogramma van 183 woningen. 27% hiervan gaat worden gerealiseerd als sociale huur en 26% als betaalbare koop. De te realiseren verdeling is in Hokseberg Fase II als volgt: 28% sociale huur, 11% goedkope koop, 15% betaalbare koop en 46% vrije sector. Dat is een programma dat – met in achtneming van het vorenstaande – zoveel mogelijk recht doet aan het addendum op de Woonvisie en de afspraken die zijn gemaakt in de woondeal, maar daarnaast rekening houdt met de oorspronkelijke uitgangspunten voor de woningbouw, zoals geformuleerd in de Woonvisie 2020-2025. Tot slot wordt gesteld dat de woningen zullen worden gebouwd als BENG (bijna energieneutraal) gebouw. Hiermee wordt voldaan aan de doelstelling om energieneutraal te bouwen. Geconcludeerd wordt dat dit initiatief een positieve bijdrage levert aan de woningmarkt.
4.4.3
Conclusie toetsing aan het gemeentelijk beleid
Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met de gemeentelijke beleidsambities zoals verwoord in het hiervoor behandelde gemeentelijk beleid.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
32
Bestemmingsplan ‘t Harde – Hokseberg II Vastgesteld
HOOFDSTUK 5
MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN
Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in een bestemmingsplan ten behoeve van een bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, niet gesprongen conventionele explosieven, milieuzonering, ecologie, archeologie & cultuurhistorie, water en Besluit milieueffectrapportage.
5.1
Geluid (Wet geluidhinder)
5.1.1
Algemeen
De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeurswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeurswaarde te voldoen. 5.1.2
Situatie plangebied
In dit geval worden de nieuwe woningen aangemerkt als geluidgevoelige objecten. 5.1.2.1 Wegverkeerslawaai In artikel 74 van de Wgh is aangegeven dat wegen aan weerszijden van de weg een wettelijke geluidszone hebben waarvan de grootte is opgenomen in de onderstaande tabel. Wettelijke geluidszone van wegen: Aantal rijstroken 1 of 2 rijstroken 3 of 4 rijstroken 5 of meer rijstroken
Stedelijk gebied 200 m 350 m 350 m
Buitenstedelijk gebied 250 m 400 m 600 m
De hiervoor genoemde zones gelden niet voor: • •
wegen die zijn aangeduid als woonerf (art. 74.2); wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt (art 74.2).
Het plangebied ligt binnen de wettelijke geluidszone van de Bovenweg, Hokseberg, Koeweg, Munnikenweg en de Schietweg. Voor al deze wegen geldt dat er sprake is van een snelheidsregime van 60 km/uur. Daarnaast is tevens de rondgaande weg (30 km/uur) in het plangebied meegenomen. In de nabijheid van het plangebied liggen geen overige wegen die van belang zijn voor onderhavig onderzoek. In dit geval is door BJZ.nu een akoestisch onderzoek verricht om de geluidbelasting van de weg op de gevels van de woningen te berekenen. Hierna wordt op de belangrijkste resultaten ingegaan. Het volledige onderzoek is opgenomen in bijlage 4 bij deze toelichting. Onderzoekresultaten De geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer van de Schietweg en de Hokseberg voldoet niet aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Wel wordt voldaan aan de maximale ontheffingswaarde van 63 dB. De geluidbelasting bedraagt respectievelijk maximaal 51 dB en 49 dB.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
33
Bestemmingsplan ‘t Harde – Hokseberg II Vastgesteld De bron- en overdrachtsmaatregelen die getroffen kunnen worden om aan de voorkeurswaarde te voldoen ontmoeten bezwaren van stedenbouwkundige, landschappelijke of financiële aard. Daarnaast wordt er voldaan aan het gemeentelijk geluidbeleid. Er kan dan ook een hogere waarde worden verleend van maximaal 51 dB ten gevolge van het verkeer van de Schietweg en van 49 dB ten gevolge van de Hokseberg. De gecumuleerde geluidsbelasting bedraagt hoogstens 56 dB. Met het nemen van gevelmaatregelen met een geluidwering van 23 dB kan een binnenniveau van 33 dB worden gerealiseerd. Verwerking in de planregels Om zeker te zijn van een goede ruimtelijke ordening bij verdere uitvoering van de plannen zijn de voorwaarden, zoals opgenomen in 'Wet geluidhinder Beleidskader Geluid Vaststelling Hogere Grenswaarde' (vastgesteld in 2007), vertaalt in de planregels. Door middel van nader akoestisch onderzoek wordt voor het afgeven van een omgevingsvergunning aangetoond dat tegemoet wordt gekomen aan de voorwaarden uit het geluidbeleid. Warmtepompen Per 1 april 2021 zijn in het Bouwbesluit grenswaarden voor geluid voor warmtepompen opgenomen. Het geluidniveau van een warmtepomp is daarmee op de erfgrens gemaximeerd. Bij de verdere uitwerking van de plannen zal daar rekening mee gehouden worden.
Voorkomen moet worden dat door het plaatsen van meerdere individuele warmtepompen op een relatief kleine locatie alsnog geluidsoverlast door cumulatie kan ontstaan. Voor de installatie, gebruik en bouw van warmtepompen is daarom een vergunningplicht opgenomen. In het kader van het omgevingsvergunningstraject dient door middel van een akoestisch onderzoek aangetoond te worden dat de geluidsbelasting door cumulatie geen onevenredige aantasting vormt voor het woon- en leefklimaat van omliggende gronden en gebouwen. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de installatiegegevens die op het moment van vaststellen van het bestemmingsplan niet bekend zijn. Het mogelijke optreden van geluidhinder vanwege warmtepompen speelt met name bij de zogenaamde luchtwater warmtepompen. Pas bij de uitvoering zal het type warmtepomp worden geselecteerd, waarbij het aspect geluid mee zal wegen in de selectie. 5.1.2.2 Railverkeerslawaai Railverkeerslawaai wordt in dit geval buiten beschouwing gelaten omdat de dichtstbijzijnde spoorlijn op ruime afstand van het plangebied ligt. 5.1.2.3 Industrielawaai In de omgeving van het plangebied is geen gezoneerd bedrijventerrein als bedoeld in de Wgh aanwezig. Het uitvoeren van een akoestisch onderzoek industrielawaai is daarom niet noodzakelijk. Wat betreft de invloed van individuele bedrijvigheid op het plangebied wordt verwezen naar paragraaf 5.5 (milieuzonering).
5.1.3
Conclusie
Het aspect geluid in het kader van de Wgh vormt, mits de hogere waarde wordt verleend, geen belemmering voor de uitvoering van dit plan.
5.2
Bodemkwaliteit
5.2.1
Algemeen
Bij het vaststellen van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient doorgaans een bodemonderzoek te worden verricht conform de richtlijnen NEN 5740.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
34
Bestemmingsplan ‘t Harde – Hokseberg II Vastgesteld 5.2.2
Situatie plangebied
Door Terra Agribusiness is in dit geval ter plaatse van het plangebied een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Het volledige onderzoeksrapport in opgenomen in bijlage 5 bij deze toelichting. Hierna wordt ingegaan op de onderzoeksresultaten. Onderzoeksresultaten In de bovengrondmengmonsters zijn geen verhogingen aangetroffen. In de ondergrondmengmonsters zijn eveneens geen verhogingen aangetroffen. In de grondwatermonsters zijn lichte verhogingen zware metalen aangetroffen, met uitzondering van Pb3wm1. In het grondwatermonster Pb3wm1 zijn geen verhogingen aangetroffen. Op basis van onderhavig onderzoek wordt een nader bodemonderzoek voor deze locatie niet noodzakelijk geacht. De onderzoekslocatie wordt vanuit milieuhygiënisch oogpunt voor dit onderdeel geschikt geacht voor het beoogde gebruik. 5.2.3
Conclusie
Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling.
5.3
Luchtkwaliteit
5.3.1
Beoordelingskader
Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese Unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan ondermeer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: • •
Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen).
5.3.1.1 Besluit en de Regeling niet in betekenende mate Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtverontreiniging van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip ‘niet in betekenende mate’ is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: • • •
woningen: 1.500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3.000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m² bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg. Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. 5.3.1.2 Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
35
Bestemmingsplan ‘t Harde – Hokseberg II Vastgesteld De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig. 5.3.2
Situatie plangebied
5.3.2.1 Algemeen Gelet op de aard en omvang van dit project, in verhouding tot categorieën van gevallen zoals beschreven in paragraaf 5.3.1.1 kan worden gesteld dat voorliggend project 'niet in betekenende mate bijdraagt' aan de luchtverontreiniging. Tevens wordt opgemerkt dat de functie (wonen) niet wordt aangemerkt als een gevoelige bestemming in het kader van het Besluit gevoelige bestemmingen. 5.3.2.2 Advieswaarden GGD/WHO De WHO hanteert sinds september 2021 de volgende advieswaarden: • • •
stikstofdioxide NO2: fijnstof PM2,5: fijnstof PM10:
10 microgram per m3; 5 microgram per m3; 15 microgram per m3.
Aan de hand van de grootschalige depositiekaarten van het RIVM zijn de berekende maximale concentraties op de dichtstbijzijnde wegen van het plangebied in kaart gebracht voor de jaren 2021 en 2030. Deze concentraties zijn opgenomen in de onderstaande tabel. 2021 2025 2030
NO2 in ug/m3 8,8 8,3 6,3
PM2,5 in ug/m3 7,5 6,7 5,9
PM10 in ug/m3 14 13,3 12,3
In 2021 en 2025 wordt ter plaatse van het plangebied niet voldaan aan de WHO-advieswaarden voor PM2,5. In 2030 wordt nog niet aan de WHO-advieswaarde voor PM2,5. Het gaat in dit geval om een kleine overschrijding. Naar verwachting zal de luchtkwaliteit in Nederland de komende jaren verbeteren, gelet op schonere technieken in onder meer de industrie. Daarnaast neemt naar verwachting het verkeer dat rijdt op fossiele brandstoffen de komende jaren af. De verwachting is dat in en rond het plangebied in de komende jaar ook voor wat betreft PM2,5 zal worden voldaan aan de WHO-advieswaarden. Er zijn overigens geen juridische belemmeringen voor de realisatie van voorliggend plan, omdat voldaan wordt aan de grenswaarden uit de Wet milieubeheer en het plan Niet In Betekenende Mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit. 5.3.3
Conclusie
Gezien het vorenstaande vormt het aspect luchtkwaliteit geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan.
5.4
Externe veiligheid
5.4.1
Algemeen
Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden voldaan aan strikte risicogrenzen. Een en ander brengt met zich mee dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
36
Bestemmingsplan ‘t Harde – Hokseberg II Vastgesteld transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: • • • • •
het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi); het Registratiebesluit externe veiligheid; het Besluit risico's Zware Ongevallen 2015 (Brzo 2015); het Vuurwerkbesluit.
Voor vervoer van gevaarlijke stoffen geldt de ‘Wet Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen’ (Wet Basisnet). Dat vervoer gaat over water, spoor, wegen, per buisleiding of door de lucht. De regels van het Basisnet voor ruimtelijke ordening zijn vastgelegd in: • • •
het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); de Regeling basisnet; de (aanpassing) Regeling Bouwbesluit (veiligheidszone en plasbrandaandachtsgebied).
De regelgeving omtrent buisleidingen is opgenomen in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is het tot een minimum beperken van risico’s waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten. Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico. 5.4.2
Regionale Beleidsvisie externe veiligheid Veluwe Noord (2014)
In de gezamenlijke beleidsvisie externe veiligheid voor de gemeenten in de regio Veluwe-Noord (Elburg, Ermelo, Harderwijk, Hattem, Heerde, Nunspeet, Oldebroek en Putten) is aan de hand van drie thema's beschreven hoe de gemeenten in de regio Noord-Veluwe omgaan met externe veiligheid. De beleidsvisie biedt de gemeenten de mogelijkheid om op gestructureerde wijze keuzes te maken over externe veiligheid en met name in de samenhang tussen ruimtelijke ordening en externe veiligheid. Grote delen van het grondgebied van de Noord-Veluwse gemeenten ligt binnen het invloedsgebied van risicobronnen, waardoor bij veel ruimtelijk besluiten een verantwoording van het groepsrisico vereist is. Een risicoloze maatschappij bestaat niet; een bepaald risiconiveau moet geaccepteerd worden. Maar welk niveau is dan te verantwoorden? Wie bepaalt dit? En wie draagt deze verantwoordelijkheid? Omgaan met externe veiligheid betekent ook het maken van keuzes. Het thema "keuzes maken" heeft als doel het opstellen van uniforme ruimtelijke zones die aangeven wat de gemeenten wel en niet wensen in bepaalde zones. Hierdoor kunnen beleidskwesties in samenhang en op de juiste schaal beoordeeld worden en wordt ad hoc-besluitvorming voorkomen.
Ook heeft de beleidsvisie tot doel de elementen van groepsrisicoverantwoording te uniformeren waardoor niet per locatie (besluit) de wijze van uitvoering bedacht hoeft te worden. 5.4.3
Situatie plangebied
Aan hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het plangebied. Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In totaal worden op de Risicokaart dertien soorten rampen weergegeven. In afbeelding 5.1 is een uitsnede van de Risicokaart met betrekking tot het plangebied (rode omlijning) en omgeving weergegeven.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
37
Bestemmingsplan ‘t Harde – Hokseberg II Vastgesteld
Afbeelding 5.1
Uitsnede Risicokaart (Bron: Risicokaart.nl)
Uit de inventarisatie blijkt verder dat het plangebied: • • • • •
zich niet bevindt binnen de risicocontour van Bevi- en Brzo-inrichtingen danwel inrichtingen die vallen onder het Vuurwerkbesluit (plaatsgebonden risico); zich wel bevindt in een gebied waarbinnen een verantwoording van het groepsrisico nodig is; niet ligt binnen de veiligheidsafstanden van het vervoer gevaarlijke stoffen; wel ligt binnen de veiligheidsafstanden van buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Er zich geen hoogspanningsmasten in het plangebied bevinden.
In de nabijheid van het plangebied ligt routes voor het vervoer van gevaarlijke stoffen een gasleidingen van de Gasunie (N-570-20). Hierna wordt op deze risicobronnen ingegaan. Spoorlijn Amersfoort-Zwolle Spoorroute 360L (tussen Amersfoort-Oost en Hattem) zorgt voor een invloedsgebied (met toxisch scenario) dat over het plangebied ligt. Dit komt door het vervoer van stofcategorie D4 (toxische vloeistof) waarvan het invloedsgebied groter dan 4 kilometer kan zijn. Op basis van artikel 7 uit het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) dienen de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid te worden beschouwd. Op basis van de artikel 9 uit het Bevt dient de veiligheidsregio om advies te worden gevraagd over de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. In de regionale Beleidsvisie externe veiligheid Veluwe-Noord (2014) zijn ruimtelijke ontwikkelingen, op een grotere afstand dan 1500 meter van de risicobron, echter vrijgesteld van deze verantwoordingsplicht. Een verdere beschouwing van externe veiligheid is daarom niet nodig. Buisleiding N-570-20 Volgens het Besluit externe veiligheid buisleidingen worden gemeenten verplicht om bij het nemen van een ruimtelijk besluit rekening te houden met het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR).
Bij de vaststelling van een bestemmingsplan, op grond waarvan de aanleg van een buisleiding of de aanleg, bouw of vestiging van een kwetsbaar object bij een buisleiding wordt toegelaten, wordt een waarde in acht genomen van 10-6 per jaar met betrekking tot het plaatsgebonden risico voor kwetsbare objecten. Aan de oostzijde van het plangebied ligt een aardgasleiding van de Gasunie. In dit geval is met behulp van het programma Carola bepaald of voor wat betreft de buisleiding van de Gasunie (N-750-20) voldaan wordt aan de risiconormen voor de Externe Veiligheid, zoals die zijn vastgelegd in het Besluit externe veiligheid buisleidingen. Hierna wordt op de belangrijkste resultaten ingegaan. De volledige berekening is opgenomen in Bijlage 6 van deze toelichting. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
38
Bestemmingsplan ‘t Harde – Hokseberg II Vastgesteld Onderzoeksresultaten De CAROLA-berekening ten behoeve van de realisatie van de woningen in ‘t Harde toont aan dat het Groepsrisico kleiner is dan 0.1 van de oriëntatiewaarde. (GR < 0.1) Met andere woorden: de uitvoering van het project is op basis het CAROLA-onderzoek in het kader van het groepsrisico aanvaardbaar. In relatie tot het plaatsgebonden risico wordt opgemerkt dat er rondom de onderzochte buisleidingen, binnen het plangebied geen 10-6 risicocontouren aanwezig zijn en conform de wetgeving (Besluit externe veiligheid buisleidingen) er dan ook geen sprake is van een knelpunt (saneringsgeval). Geconcludeerd wordt dat met betrekking tot het aspect ‘externe veiligheid’ ten aanzien van buisleidingen, het project past binnen een ‘goede ruimtelijke ordening’. Doorvertaling naar het plan Het groepsrisico voor de buisleiding is berekend (zie bijlag 4) en daaruit blijkt dat het groepsrisico niet hoger is dan 0,1 keer de oriëntatiewaarde. Daarmee hoeven punt c t/m e uit artikel 12 van het Besluit externe veiligheid buisleidingen niet in de toelichting in het bestemmingsplan worden meegenomen. Punt f (bestrijdbaarheid) en g (zelfredzaamheid) dienen wel beschouwd te worden. Ook dient de veiligheidsregio om advies te worden gevraagd over deze elementen. Hierna wordt nader ingegaan op de bestrijdbaarheid en de zelfredzaamheid.
Het advies van de veiligheidsregio wordt in het plan verwerkt nadat dit advies is ontvangen. Bestrijdbaarheid en bereikbaarheid Voor zowel de bereikbaarheid en bestrijdbaarheid van 'dagelijkse incidenten', zoals brand of wateroverlast, als voor calamiteiten op het gebied van externe veiligheid, is het van belang dat de bereikbaarheid voor de hulpdiensten en bluswatervoorzieningen voldoende geborgd zijn. Hierom worden in het plangebied bluswatervoorzieningen (bijvoorbeeld brandkranen) aangebracht. De bluswatervoorzieningen voldoen aan de eisen van de brandweer Elburg. De ontsluiting van de woningen van fase 2 vindt plaats via de gronden van fase 1. Daarom wordt in dit geval aangesloten bij de verantwoording van het bestrijdbaarheid uit het bestemmingsplan “'t Harde – Hokseberg” (fase 1). De bestrijdbaarheid is afhankelijk van de inzetbaarheid van hulpverleningsdiensten. De brandweer moet in staat zijn om hun taken goed uit te kunnen voeren om daarmee verdere escalatie van een incident te voorkomen. Hierbij kan gedacht worden aan het voldoende/adequaat aanwezig zijn van aanvalswegen. De hoofdontsluiting komt bij de kruising naar de Bovenweg, ter plaatse van de bestaande ontsluiting. Voor de interne ontsluiting wordt een logische rechte structuur gehanteerd, die de verdeling in de kamers verder versterkt en tegelijkertijd zorgt voor een goede ontsluiting van alle kamers.
Dit is ook van belang voor de hulpdiensten. De aansluiting op de Stadsweg betreft een (tweede) calamiteitenontsluiting. Deze wordt door middel van uitneembare palen voor het reguliere autoverkeer afgesloten en kan enkel in geval van een calamiteit door hulpdiensten worden gebruikt. De brandweerzorgnorm is een aanbevolen opkomsttijd die afhankelijk is van het soort object en de risico's voor de aanwezige personen. De opkomsttijd bestaat uit een optelsom van de uitruktijd en de aanrijdtijd. De uitruktijd betreft de tijd die men heeft vanaf het alarmeren totdat men gereed is om te vertrekken naar het plaats incident. De uitruktijd voor een beroepskorps ligt lager dan die van een vrijwillig korps, omdat de beroepsmedewerkers zich in de directe nabijheid van de kazerne bevinden. De streefwaarde voor een beroepskorps is 1,0 minuut en voor een vrijwillige organisatie circa 3,5 minuten. De aanrijdtijd betreft de zuivere rijtijd. Het is de verwachting dat het plangebied zich binnen de normtijd bevindt op grond van artikel 3.2.1. Besluit veiligheidregio's dat voorschrijft dat een basisbrandweereenheid een opkomsttijd heeft van 6 minuten voor gebouwen met een woonfunctie voor verminderd zelfredzamen. Zelfredzaamheid In de toekomstige situatie zullen woningen gerealiseerd worden. De aanwezige kinderen en ouderen worden gezien als verminderd zelfredzame personen.
De mogelijkheden voor zelfredzaamheid bestaan globaal uit schuilen en ontvluchten. Zelfredzaamheid in deze scenario's is alleen mogelijk als er tijdig alarmering plaatsvindt en gebouwen geschikt zijn om enkele uren te schuilen. Denk hierbij aan het sluiten van ramen en
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
39
Bestemmingsplan ‘t Harde – Hokseberg II Vastgesteld deuren en met name het uitschakelen van (mechanische) ventilatiesystemen. Hiermee worden de aanwezigen beschermd tegen de blootstelling aan (rook)gassen. Daarnaast dienen, in het kader van effectieve zelfredzaamheid, de gebruikers van de objecten door risicocommunicatie te worden geïnstrueerd over de risico's en de mogelijke maatregelen die zij kunnen nemen. Bij een omgevingsverunning is het – onder voorwaarden van een goede milieusituatie - mogelijk om een woonzorggebouw te realiseren. Ook het personeel van het woon-zorggebouw dient geïnformeerd te worden over de verschillende risico's bij een incident. De alarmering van de aanwezigen wordt momenteel nog gerealiseerd middels het waarschuwings- en alarmeringssysteem (WAS). Dit systeem wordt de komende jaren uitgefaseerd. Het waarschuwingssysteem wordt vervangen door een totaal pakket aan alarmeringsmiddelen, waaronder de calamiteitenzenders, de sirenes, crisis.nl, NL-Alert en het gebruik van sociale media. 5.4.5