Agendabundel
Tekst van het document
Historisch dorplint Cluster winkels/horeca Voorzieningen Overige bebouwing dorpslint Kerk Basisschool
De Lageweg en Veldweg zijn als boerderijlinten ook nu nog duidelijk herkenbaar door de vele (historische) boerenerven die hieraan gelegen zijn. Deze boerenerven worden veelal omringd of begrensd door houtwallen en bomen.
Verkeersbarrière
Het plangebied (WVG) zelf maakt onderdeel uit van de eeuwenoude verkavelingspatroon van sloten. De gronden rondom het plangebied worden door het open karakter beschermd als weidevogelgebied.
Klaarbeek
Boerenerven Historische (veld/lint)wegen Groenstructuren Sloten Oude bomenlaan Recreatieve route Plangebieden
Langs het plangebied loopt de kenmerkende Klarenbeek. Vanaf het landgoed Klarenbeek loopt de beek door het dorp, langs de Veldweg af, richting het Veluwemeer. De Klarenbeek vormt een landschappelijke structuurdrager van het dorp. Aan de Veldweg is een parkje aan de Klarenbeek gelegen.
In het ontwerp dient aandacht te zijn voor de volgende omgevingskenmerken: • Verkeersveilig en kindvriendelijk (verkeersonveiligheid is de reden
Figuur 4: Ruimtelijke kenmerken op dorpsniveau
Stedenbouwkundige schets ontwikkeling Veldweg-Lageweg - Gemeente Elburg
6
• • • •
dat de huidige locatie van de basisschool aan de Zuiderzeestraatweg ongeschikt is) Relatie met (maatschappelijke) voorzieningen aan Veldweg en W. Vinckeweg Historisch slotenpatroon Klarenbeek als landschappelijke drager Boerderijlinten Lageweg en Veldweg met boerenerven met houtwallen
Historisch dorplint Veldweg Voorzieningen Bebouwing Veldweg Boerenerven Lageweg Groenstructuren Sloten
2.1.3 Ruimtelijke kenmerken plangebied en directe omgeving In het ontwerp dient aandacht te zijn voor de volgende omgevingskenmerken van het plangebied en directe omgeving: • Zichtlijn vanaf Veldweg/Klarenbeek het open polderlandschap in • Overgang naar weidevogelgebied • Slotenpatroon • Klarenbeek • Omringende boerenerven en boerderijwoningen • Erfbeplanting rondom boerenerven • Solitaire boom • Zicht van omliggende woningen op plangebied • Bergbezinkbassin/ vuilwater riolering retentie (combinatie met dieren) •
2.2
Klaarbeek Oriëntatie woningen Plangebied Hondenuitlaatveldje Trapveldje Langsparkeervakken aan plangebied
Trapveldje en hondenuitlaatveldje
Planologische randvoorwaarden
Belangrijkste conclusies planologische quickscan: randvoorwaarden en planologische belemmeringen: • Grenzend aan weidevogelgebied (geen nadelig effect hierop) • Waardevol landschap (leidraad cultuurhistorie en landschap van provincie biedt ontwerpprincipes voor goede ruimtelijke inpassing) • Aan de rand van het gebied ligt een waterkering met een beschermingszone van het Waterschap (Klarenbeek). • Rekening houden met waterretentie riolering/bergbezinkbassin • Mix van woningtypologieën, voldoende betaalbare woningen, aandacht voor starters en senioren
Figuur 5: Ruimtelijke kenmerken plangbied en directe omgeving
Stedenbouwkundige schets ontwikkeling Veldweg-Lageweg - Gemeente Elburg
7
3
Ruimtelijke randvoorwaarden
Op de ruimtelijke randvoorwaardenkaart staan de belangrijkste uitgangspunten opgesomd die de basis vormen voor de stedenbouwkundige schets. Input voor de randvoorwaardenkaart vormen de bovenstaande ruimtelijke-planogische analyse, studie van HEVO naar MFA, gemeentelijk en provinciaal beleid en input vanuit bewonersavonden.
3.1 • • • • •
3.2 • • • • • • • • • • •
Programma MFA (2.700m² footprint) exclusief buitenruimte Kleinschalige woningbouw (circa 40 woningen) MFA en Woningbouw dient ingepast te worden binnen de aangeduide zoekgebieden Locatie van MFA op voldoend afstand van huidige woningen Positionering MFA in relatie tot gemeenschappelijke voorzieningen in de omgeving
Groen, water en zichtlijnen Zo veel mogelijk behouden, versterken en verbreden van slotenpatroon: sloten herkenbaar en beleefbaar houden Landschappelijke inpassing van de nieuwe dorpsrand met een robuuste groene omranding (zachte overgang naar buitengebied) Beekzone Klarenbeek versterken Bomen zo veel mogelijk behouden Zichtlijn vanaf Veldweg op open polderlandschap Behoud zichten naar landschap open polderlandschap Versterking groene overgang dorp-buitengebied Versterken recreatief netwerk wandelpaden tussen dorp en buitengebied: beleving van buitengebied versterken Ontwikkeling mag geen negatieve gevolgen hebben voor weidevogelgebied Aandacht voor groen en bomen in de wijk Voldoende afstand tussen bestaande woningen en nieuwbouw Figuur 6: Randvoorwaardenkaart
Stedenbouwkundige schets ontwikkeling Veldweg-Lageweg - Gemeente Elburg
8
3.3 • •
• •
3.4 • • • •
3.5 •
•
Duurzaamheid en klimaatadaptief Voldoende water en groen Natuurlijke uitstraling van MFA en woningen. Natuurinclusief en klimaatadaptief bouwen: houtbouw, groendak, groengevel, water opvangen, vogelkasten, etc. Waterretentie riolering behouden Voldoende plekken voor spelen, bewegen en sport
Verkeer en parkeren Verkeersveilige wandel- en fietsroutes, aandacht voor loop- en fietsroutes van leerlingen Lopen en fietsen centraal: stimuleren Verkeersveilig en kindvriendelijke wijk Juiste auto-ontsluiting
Beeldkwaliteit Natuurlijke, agrarische (aansluiten op omliggende boerenerven) en groene uitstraling van de wijk en in het bijzonder van nieuwbouw (woningen en MFA) Vriendelijk aanzicht van bestaande woningen op plangebied (dus geen hoge gesloten wanden als nieuw aanzicht)
Figuur 7: Links Klarenbeek, rechts woningen aan Veldweg met uitzicht op plangebied
Stedenbouwkundige schets ontwikkeling Veldweg-Lageweg - Gemeente Elburg
9
4
Stedenbouwkundige schets
4.1
Het stedenbouwkundig concept: groen en autoluw
Het stedenbouwkundig concept onderscheid zich van omliggende woonwijken in Doornspijk door de autoluwe en groene opzet van de wijk. Basisgedachte is gebaseerd op 'wonen in het groen' in een kindvriendelijke wijk waar maximaal ruimte is voor groen, water, wandelen en fietsen; en waar de ruimte voor de auto beperkt blijft. Dat betekent dat de openbare ruimte niet wordt gevormd door straten waar auto's rijden en waar langs geparkeerd wordt, maar waar groen, water en wandelpaden de openbare ruimte bepalen. Om tot dit concept te komen is gekozen voor één collectieve parkeerterrein centraal in de wijk. Omliggende straten blijven hierdoor autovrij/autoluw (zie figuur 10).
Figuur 9: Wonen in het groen in een autoluwe wijk
4.2
Groen, water en zichtlijnen
Landschappelijke ingepaste dorpsrand De groenstructuur van de wijk is gevormd door een robuuste groenblauwe rand naar het buitengebied toe. Deze is belangrijk als zachte overgang naar het weidevogelgebied met water en lage bomen. Het landschapsontwikkelingsplan biedt principes voor een goede landschappelijke inpassing van de dorpsrand. In deze dorpsrand ligt een wandelpad/struinpad zodat het open landschap beleefbaar blijft in de toekomst. De bestaande boerenerven aan de Lageweg 2 en 4 krijgen
Figuur 8: Stedenbouwkundige schets
Stedenbouwkundige schets ontwikkeling Veldweg-Lageweg - Gemeente Elburg
10
Reguliere woonwijk
een omringende groenbuffer met houtwal zodat deze als boerenerven herkenbaar blijven, en om de overgang van coulissenlandschap naar open poldergebied te benadrukken. Belangrijke zichtlijnen zijn vanaf de Veldweg en over de sloten. Sloten en Klarenbeek Daarnaast vormen een aantal bestaande sloten onderdeel van de groenstructuur. Door deze sloten te verbreden en in een robuuste groenstrook te leggen blijft het eeuwenoude verkavelingspatroon herkenbaar voor de toekomst. Aan de Veldweg wordt de Klarenbeek in een brede groenzone gelegd om de beekzone te versterken (en als onderhoudsstrook). Tevens biedt deze groenzone een groenbuffer vanaf de bestaande woningen aan de Veldweg naar nieuwbouw toe. De sloten en Klarenbeek kennen flauwe taluds en natuurvriendelijke oevers. Om het water beleefbaar te maken zijn voldoende wandelpaden en houten bruggetjes.
Autoluwe, groen en kindvriendelijke woonwijk
Figuur 11: Houten wandelbruggetje over Klarenbeek
Bomen Van belang is dat in de wijk nieuwe bomen worden aangepland en bestaande bomen behouden blijven. Hierbij dient rekening gehouden te worden met specifieke voorwaarden voor bomen de dorpsrand, in verband met weidevogelgebied.
Figuur 10: Openbare ruimte als veilige ruimte waar groen, wandelen en fietsen centraal staat
Stedenbouwkundige schets ontwikkeling Veldweg-Lageweg - Gemeente Elburg
11
4.3
Verkeer en parkeren
Verkeersveilig en kindvriendelijk Gekozen is voor een zeer onderscheidend verkeerconcept waarbij de auto zo veel mogelijk gescheiden wordt van fiets- en wandelroutes. Hierdoor ontstaan een kindvriendelijke autoluwe wijk waar de auto te gast is. Zo wordt ingezet op een verkeersveilige wijk. Dat is belangrijk in verband met de komst van de basisschool en het dorpshuis. Centrale collectieve parkeervoorziening Centraal in de wijk ligt een centraal collectieve parkeervoorziening. De centrale ligging zorgt ervoor dat alle woningen en het MFA op loopafstand van het parkeerterrein ligt. Door deze opzet zorgen we ervoor dat de woonstraten vrij blijven van geparkeerde auto's. Tevens wordt zo optimaal ingezet op dubbelgebruik (tussen wonen en MFA) van het parkeerterrein. Een eerste parkeerbalans laat zien dat 128 parkeervakken nodig zijn, waarvan 17 voor het halen en brengen van leerlingen (kiss and ride) (zie bijlage 3). Van belang is dat het parkeerterrein door de maat en schaal een groene omranding krijg met bomen en hagen. Ook het terrein zelfs dient zo veel mogelijk groen ingericht te worden, bijvoorbeeld met grasbeton. Ook
Figuur 13: Groene omranding parkeerterrein met hagen en bomen
Figuur 15: Parkeerterrein gecombineerd als speelvoorziening
Figuur 14: Zonnepanelen op parkeerterrein
kan de combinatie worden gezocht met zonnepanelen. Ook is het mogelijk om een deel van het parkeerterrein in te richten als speel- en beweegvoorziening. Zo wordt efficiënt gebruik gemaakt van de beschikbare ruimte. Zo is op bepaalde tijden van de dag (overdag wanneer bewoners grotendeels niet thuis zijn) een deel van het parkeerterrein een speelvoorziening, en op andere tijden (avond en nacht) een parkeerterrein (roze arcering in kaart). De parkeervoorziening krijgt een enkele aantakking op de Lageweg/ Veldweg. Dit om verkeer door omliggende woonwijken te voorkomen.
Figuur 12: Groene inrichting parkeerterrein met grasbeton, hagen en bomen
Stedenbouwkundige schets ontwikkeling Veldweg-Lageweg - Gemeente Elburg
Wandel- en fietsroutes en auto te gast (rode stippelijnen in kaart) Ingezet wordt op een fjinmazig netwerk van wandelpaden in het groen, gescheiden van autoverkeer. Wandelen en fietsen staan centraal in de wijk. Met de komst van het MFA met basisschool is het essentieel dat leerlingen veilig lopend en fietsend (zelfstandig) naar school kunnen komen. De indicatieve ligging van wandelroutes zijn zo bepaald dat dit het geval is. Aan de Veldweg en Lageweg dienen voetgangersoversteekvoorzieningen te komen om de veiligheid te borgen. Om het MFA voor fietsers optimaal bereikbaar te maken is het een mogelijkheid om een centrale fietsroute in de wijk te leggen die het MFA verbindt met omliggende wijken. Ook met het oog op het bieden van een veilige fietsroute voor leerlingen die mogelijk vanuit het buitengebied komen. De fietsroute kan mogelijk een aansluiting vinden op de W. Vinckeweg zodat vanaf de N310 alle basisscholen in het dorp met een veilige fietsroute verbonden zijn. Daarbij dient opgemerkt te worden dat een deel van de indicatieve fietsroute over privégrond (eigen weg) gaat
12
(de schets geeft een indicatieve route aan). De auto is te gast op deze fietsroute (bijvoorbeeld als fietsstraat). Rondom de woningen liggen 'shared space' stoepen die voldoende breedte (3m) kennen voor indicenteel autoverkeer, zoals boodschappen afzetten (bestemmingsverkeer), postbezorging of hulpdiensten. De auto is hier te gast. Op die manier zijn de woningen altijd bereikbaar.
als éénrichtingsstraat) (rode lijn in kaart). Het effect van de ontwikkeling op omliggende wegen dient in een vervolgsfase onderzocht te worden. Dit om de leefbaarheid van omliggende woonstraten zo min mogelijk aan te tasten. Uitkomsten van vervolgonderzoek kan de indicatieve ontsluiting wijzigen.
4.4
MFA
Dorpsrand als unieke kwaliteit Om de unieke kwaliteit van de locatie aan het landschap beleefbaar te maken voor het hele dorp is gekozen om de MFA aan de nieuwe dorpsrand te plaatsen. Deze unieke locatie vormt dé ontmoetingsplek van Doornspijk, waarbij de relatie tussen het dorp en het landschap centraal staat. Zo wordt ingezet om de dorpsrand niet te privatiseren met woningbouw (en daarmee de relatie/uitzicht op het buitengebied voor enkele bewoners te toegankelijk te houden), maar juist in te zetten als dé ontmoetingsplek. Zo kan iedereen in de toekomst genieten van het uitzicht over het open polderlandschap.
Figuur 18: Natuurvriendelijke inrichting MFA
Overlast op huidige woningen beperken Tevens wordt hiermee gezorgd dat er voldoende afstand is tussen het MFA en de huidige woningen aan Veldweg/Lageweg. Dit beperkt overlast (geluid, verkeer, bouwhoogte, aanzicht, etc.) voor huidige bewoners.
Figuur 19: zicht vanaf MFA op landschap
Figuur 16: Shared space stoepen (3m) rondom woningen
Auto-ontsluiting (grijze stippelijnen in kaart) Om auto-ontsluitingen te beperken en verkeersoverlast op omliggende woonwijken te voorkomen is gekozen voor één centrale parkeervoorziening met één indicatieve ontsluiting aan de Lageweg/Veldweg. Hiermee is de auto-ontsluiting aangetakt op de korste route naar de N310 via de Veldweg. Om mogelijk sluipverkeer op de (smalle) Lageweg te voorkomen kan gekozen worden voor aanvullende verkeersmaatregelen in de omgeving, zoals een autoluwe inrichting van de Lageweg (bijvoorbeeld
Figuur 17: Landschappelijk ingepaste MFA aan dorpsrand van Noordeloos
Stedenbouwkundige schets ontwikkeling Veldweg-Lageweg - Gemeente Elburg
Figuur 20: zicht vanaf basisschool op landschap
13
Landschappelijke inpassing en beeldkwaliteit Van belang is dat het MFA een natuurlijke en landelijke uitstraling krijgt zodat het qua beeldkwaliteit past in de omgeving. Door de ligging aan de dorpsrand en weidevogelgebied dient het een natuurvriendelijk aanzicht te hebben. Gedacht kan worden aan natuurinclusief bouwen met houtbouw, groendak, groengevels, vogelkasten, etc Ontsluiting De indicatieve looproutes in de wijk tussen het MFA en omliggende wijken zijn zo afgestemd dat leerlingen en bezoekers het MFA veilig kunnen bereiken. Ook de indicatieve aparte fietsroute zorgt voor een optimale bereikbaarheid per fiets. Het parkeerterrein is gelegen op loopafstand van het MFA. Halen en brengen (kiss&ride) zijn zo gelegen dat deze minimale afstand kennen tot de basisschool. 16/17 parkeervakken dienen gereserveerd te worden als kiss & ride. Buitenruimte Rondom het MFA is ruimte gereserveerd voor diverse buitenruimtes voor zowel onderwijs (417m²: kinderdagverblijf, onderwijs, BSO, buitenberging) als het dorpshuis/sport (280m²: trapveldje, moestuin, terras). Voor de leefbaarheid van de wijk is het van belang dat de buitenruimtes
Figuur 21: Water gecombineerd met spelen
Figuur 23: Aandacht voor biodiversiteit in openbare ruimte
Figuur 22: Natuurvriendelijk spelen
publiekelijk toegankelijk zijn, ook na schooltijd. Ook een deel van parkeerterrein zou mogelijk gebruikt kunnen worden als speelvoorziening tussen bepaalde tijden. Voor het trapveldje dient een goede locatie gevonden te worden, bijvoorbeeld bij de juegdhonk of centraler in de wijk.
4.5
Duurzaamheid en klimaatadaptief
De groenblauwe structuur met wandelpaden en een onderscheidend verkeersconcept vormt de basis voor een duurzame en klimaatadaptieve wijk. Deze natuurlijke uitstraling dient doorgetrokken te worden in nieuwbouw door in te zetten op klimaatadaptief en natuurinclusief bouwen van het MFA en woningen: houtbouw, groendak, groengevel, water opvangen, vogelkasten, etc. (zie figuur 24). Figuur 24: Ontwerpprincipes voor duurzame, klimaatadaptieve en natuurinclusieve inrichting openbare ruimte en bebouwing
Stedenbouwkundige schets ontwikkeling Veldweg-Lageweg - Gemeente Elburg
14
In de buitenruimte wordt gestreefd om zo veel mogelijk ruimte te bieden aan spelen en bewegen. Enerzijds door in te zetten op wandelen en fietsen; anderzijds door diverse speelvoorzieningen te maken. Daarbij is het van belang voor de algehele uitstraling van de wijk dat speelplekken natuurvriendelijke inrichting krijgen. Ook sloten en wadi's kunnen gecombineerd worden als speelplek.
Figuur 25: Groengevel
Figuur 26: Biobased bouwen met kalkhennep gevel
4.6
Opmaat beeldkwaliteit: natuurlijke en landelijke stijl
In het vervolg dient voor de ontwikkeling een beeldkwaliteitsplan opgesteld te worden. Belangrijke ingrediënten hiervoor zijn: • Nieuwbouw in natuurlijke en landelijke stijl (denk aan schuurwoningen, boerderijwoningen, houtbouw). Dit om aan te sluiten op de huidige natuurwaarden van het gebied enerzijds; en om aan te sluiten
•
op de identiteit van omliggende boerenerven. Duurzaam, klimaatadaptief en natuurinclusief bouwen: houtbouw, groendak, groengevel, water opvangen, vogelkasten, zonnepanelen, etc. (zie figuur 24).
Figuur 28: Landelijke typologie (rug-aan-rugwoningen)
Figuur 29: Nestkasten vogels en vleermuizen
Figuur 27: Biobased bouwen met houtbouw
Figuur 30: Groendak met zonnepanelen
Stedenbouwkundige schets ontwikkeling Veldweg-Lageweg - Gemeente Elburg
15
5
Advies voor het vervolg
Tijdens het opstellen van de stedenbouwkundige schets zijn diverse onderdelen onder de aandacht gebracht die in een vervolgfase opgepakt dienen te worden, of waar rekening mee gehouden dient te worden. Mogelijke vervolgstappen zijn onder meer: • Verkeersonderzoek (o.a. inzicht in huidige verkeersintensiteiten omgeving en moglijk effecten van ontwikkeling op verkeersintensiteiten omgeving doorberekenen, waaronder kruispunt Veldweg-N310). Op basis hiervan verkeersmaatregelen bepalen. Kies hiervoor het juiste seizoen i.v.m. landbouwverkeer. • Bepalen ontwikkelgebied • Vaststellen gewenst (woon)programma en verdeling van woontypologieën conform woondeal/visie 2030 in samenhang met de twee inbreidingslocaties (huidige dorpshuis De Deel en huidige basisschool De Regenboog) • Opstellen stedenbouwkundig plan/verkavelingsplan/inrichtingsplan voor ontwikkelgebied • Parkeerbalans • Waterbalans/toets • Opstellen beeldkwaliteitsplan voor ontwikkelgebied •
•
•
Voor de veiligheid van de voetgangers die vanaf het parkeerterrein naar school/MFA lopen is het wenselijk dat tussen de parkeerrijen door (zie Adm. Van Kinsbergenschool te Elburg) en aan de west- en noordzijde van het parkeerterrein een loopstrook van tenminste 1,5 meter breed wordt gerealiseerd. Een voetgangersoversteekvoorziening (vermoedelijk niet in de vorm van een zebra, maar bijv. een wegversmalling) op de Veldweg tussen de Dokter Bruinsweg en de Beekenkampweg. En een voetgangersoversteekvoorziening (idem) op de Lageweg.
• • • • • • •
Verkennen mogelijkheden voor aantakking op Wolter Vinckeweg. Onderzocht moet worden of het kruispunt Zuiderzeestraatweg West/ Veldweg voldoet met de toename van het autoverkeer. Verkennen mogelijke verkeersmaatregelen Veldweg. Verkennen mogelijkheden fietsroute W. Vinckeweg (indien nodig) Verkennen dubbelgebruik hondenuitlaatveldje en bergbezinkbassin. Waterberging (1500 m³ nodig is ten gevolge van dit plan, 1500 m³ voor reeds geplande extra waterberging, 800 m³ opvang bij hevige buien) Bepalen juiste locatie trapveldje (naast jeugdhonk of elders in gebied).
Opstellen omgevingsplan voor ontwikkelgebied
Hierbij dient onder meer rekening gehouden te worden met: • Voldoende waterberging i.v.m. verhoging verhard oppervlak • Juiste landschappelijke inpassing dorpsrand conform Gemeentelijk landschapsontwikkelplan en Provinciale Leidraad cultuurhistorie en landschap. Ook i.v.m. overgang weidevogelgebied. • Advies is om buitenruimte van de school openbaar toegankelijk te maken in verband met leefbaarheid en toegankelijkheid voor kinderen na schooltijd. Ontwerpprincipes uit de 'beweegvriendelijke stad' (Urhahn, 2017) bieden hiervoor richting (zie figuur 31). • Mogelijkheden voor een autoluwe inrichting van de Lageweg (moet blijken uit verkeersonderzoek of dit nodig/wenselijk is)
Figuur 31: Ontwerpprincipes schoolpleinen (De Beweegvriendelijke stad, Urhahn, 2017)
Stedenbouwkundige schets ontwikkeling Veldweg-Lageweg - Gemeente Elburg
16
Amsterdam Rhijnspoorplein 38 1018 TX Amsterdam +31 (0)20 506 19 99
Boxtel Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel +31 (0)411 850 400
Venlo Industriestraat 94 5931 PK Tegelen +31 (0)77 373 06 01 info@bro.nl www.bro.nl
Bijlage 1 - Vlekkenplan voor herontwikkeling huidige schoollocatie De Regenboog
Stedenbouwkundige schets ontwikkeling Veldweg-Lageweg - Gemeente Elburg
Vlekkenplan schoollocatie Voor de mogelijk vrijkomende locatie van de huidige basisschool De regenboog is een vlekkenplan opgesteld. Gedachte is om aan te sluiten bij de langsgelegen landgoed Klarenbeek door in te zetten op een groene centrale ruimte met riante kavels eromheen. Daarbij dient de mogelijkheid voor een tweede ontsluiting verder onderzocht te worden, doordat de huidige ontsluiting aan de N310 smal is. Ook ligt er een LPG installatie, die gaat niet weg. Dit is een aandachtspunt voor het vervolg. In het vervolg dient het vlekkenplan verder uitgewerkt te worden.
Stedenbouwkundige schets ontwikkeling Veldweg-Lageweg - Gemeente Elburg
19
Bijlage 2 - Stedenbouwkundige randvoorwaarden voor herontwikkeling huidige dorpshuis De Deel
Stedenbouwkundige schets ontwikkeling Veldweg-Lageweg - Gemeente Elburg
1
Stedenbouwkundige analyse
In de stedenbouwkundige analyse wordt vanuit de huidige situatie gekeken naar de kwaliteiten, verbeterpunten en kansen. Van daaruit wordt er een vertaling gemaakt naar stedenbouwkundige randvoorwaarden voor nieuwbouw. Hierbij wordt gekeken naar de volgende onderdelen: • Functies • Typologieën • Bouwhoogtes • Dakkappen • Oriëntatie, entrees en rooilijnen • Groen en water • Verkeer en parkeren
De Deel
Figuur 1: Plangebied
Stedenbouwkundige randvoorwaarden De Deel - De Deel
3
1.1
Functies
1.1.1 Vertaling naar stedenbouwkundige randvoorwaarden • Indien er kleinschalige gemeenschapsruimte is bij nieuwbouw, deze bij voorkeur positioneren aan Veldweg, bijvoorbeeld in de plint of in de buitenruimte aan de Veldweg. Zo blijft nieuwbouw op deze locatie een maatschappelijke stapsteen richting het toekomstige dorpshuis. • Zorg voor een goede aansluiting van de eventuele kleinschalige gemeenschapsruimte aan de Veldweg en de woonfunctie aan Mantelsweg.
Figuur 2: Functies omgeving
Stedenbouwkundige randvoorwaarden De Deel - De Deel
4
1.2
Typologieën
1.2.1 Vertaling naar stedenbouwkundige randvoorwaarden • Als middelpunt van verschillende clusters woningtypologieën biedt deze locatie vrijheid aan de stedenbouwkundige typologie die hier passend is. Zowel de rijtypologie, appartemententypologie als een vrijstaand complex zijn hier passend. • Gedacht kan worden aan: • ‘afmaken bouwblok’ (aansluiting op rijtypologie) • ‘vrijstaand complex in het groen’ (aansluiting op huidige typologie vrijstaand complex, maar dan als appartementencomplex) • Als middelpunt van deze clusters aan typologieën - en als middelpunt van het dorp - is een onderscheidende typologie ook mogelijk.
Figuur 3: Typologieën omgeving
Stedenbouwkundige randvoorwaarden De Deel - De Deel
5
1.3
Bouwhoogtes
1.3.1 Vertaling naar stedenbouwkundige randvoorwaarden • Liggend op de overgang van ‘cluster middelhoog’ naar ‘cluster laag’ speelt het huidige gebouw hierop in door een wisselende samenstelling van bouwhoogtes om de overgang te benadrukken. Behoud van deze kwaliteit is gewenst. • Hart van Thornspic kent als verzorgingscomplex 3 bouwlagen met kap. Hier kan op worden aangesloten. • Bij een onderscheidende typologie en uitstraling kan gekozen worden voor 4 bouwlagen met plat dak, rekening houdend met een wisselende samenstelling van bouwhoogtes. • Hierbij dient rekening gehouden te worden met de parkeeropgave (zie parkeren). • Hierbij dient rekening gehouden te worden met schaduwslag op aangrenzende percelen (zie oriëntatie).
Figuur 4: Bouwhoogtes omgeving
Stedenbouwkundige randvoorwaarden De Deel - De Deel
6
1.4
Dakkappen
1.4.1 Vertaling naar stedenbouwkundige randvoorwaarden • De vele kappen in het dorps dragen sterk bij aan het dorpskarakter. Deze kwaliteit behouden. • Het huidige gebouw kent een wisselende samenstelling van kapvormen en platte daken. Dit kan als inspiratie dienen voor nieuwbouw. • Platte daken bij nieuwbouw is alleen toegestaan bij een onderscheidende typolgie met hoogwaardige uitstraling.
Figuur 5: Dakkappen omgeving
Stedenbouwkundige randvoorwaarden De Deel - De Deel
7
1.5
Oriëntatie, entrees en rooilijnen
1.5.1 Vertaling naar stedenbouwkundige randvoorwaarden • Qua oriëntatie, uitstraling naar buitenruimte en ligging van entrees liggen er vele kansen ter verbetering van de situatie: • Sterkere oriëntatie naar belangrijkste openbare ruimtes (Veldweg, Oude Kerkweg) • Positionering (hoofd)entree(s) aan Veldweg/Oude Kerkweg • Levendige plinten aan Veldweg, Oude Kerkweg en Mantelseweg • Geen zichtbare hekwerken in buitenruimte (indien noodzakelijk deze afschermen met haag) • Huidige kwaliteit is de huidige 8 meter afstand tussen het huidige dorpshuis en aangrenzende percelen. Hiertussen staat een bomenrij (zie groen). Gewenst is om dit te behouden.
Figuur 6: Oriëntatie, entrees en rooilijnen omgeving
Stedenbouwkundige randvoorwaarden De Deel - De Deel
8
1.6
Groen en water
1.6.1 Vertaling naar stedenbouwkundige randvoorwaarden • Huidige bomen zo veel mogelijk behouden. • Huidige bomenrij (achterkant) naar aangrenzende percelen behouden. • Groene inbedding bij nieuwbouw behouden zo veel mogelijk behouden. • Sterkere verbinding maken tussen nieuwbouw en het parkje en Klarenbeek. Dit vormen de grootste kwaliteiten van deze omgeving waarop aangesloten dient te worden. Denk aan positionering van nieuwbouw, oriëntatie, inrichting openbare ruimte, looproutes en entrees. Ook de groenstructuur zelf. • Geen zichtbare hekwerken in buitenruimte (indien noodzakelijk deze afschermen met haag).
Figuur 7: Groen en water omgeving
Stedenbouwkundige randvoorwaarden De Deel - De Deel
9
1.7
1.7.1 •
•
• • •
Verkeer en parkeren
Vertaling naar stedenbouwkundige randvoorwaarden
De kwaliteit van de buitenruimte rondom het huidige gebouw wordt aangetast door de parkeervakken die het gebouw en het omliggende groen afsluiten van de buitenruimte. Bij nieuwbouw dient parkeren zo veel mogelijk op eigen terrein te worden opgelost, zo veel mogelijk uit het zicht vanaf de openbare ruimte. Een hoogwaardige uitstraling naar openbare ruimte is het uitgangspunt. Bij nieuwbouw is parkeren bij voorkeur binnen het bouwblok toegestaan, zoals dat ook bij omliggende bouwblokken is gedaan. Gedacht kan worden aan: • parkeerhofje • parkeren binnen bouwblok • halfverdiept parkeren Hierbij dient rekening te worden gehouden met de bouwmassa en bouwhoogte (hoe groter, des te groter de parkeeropgave). Geen parkeervakken aan Veldweg. Wellicht kan een deel van het openbaar parkeerterrein meegenomen worden in de herinrichting. De parkeerfunctie van de Deel verdwijnt immers. Onderzoek naar het parkeren in de praktijk is daarvoor nodig
Figuur 8:
Stedenbouwkundige randvoorwaarden De Deel - De Deel
Verkeer en parkeren omgeving
10
2
Stedenbouwkundige randvoorwaarden
2.4 • •
Vanuit de stedenbouwkundige analyse zijn de volgende stedenbouwkundige randvoorwaarden opgesteld voor nieuwbouw. Vanuit deze randvoorwaarden zijn in hoofdstuk 4 drie mogelijke concept uitgewerkt die passen binnen deze randvoorwaarden.
• •
2.1
2.5
• • • • •
2.2 • • •
2.3 • • • • • • •
Positionering, bouwhoogte en rooilijnen Zorgvuldige overgang en aansluiting op aangrenzende percelen. Gepaste afstand van >8 meter houden van aangrenzende percelen. Maximaal 4 bouwlagen (of 3 bouwlagen met kap). Gelaagdheid in bouwhoogte is wenselijk. Aansluiten op rooilijnen van omliggende gebouwen. Nieuwbouw komt op of achter de rooilijn.
• • • • • •
Functie
Uitstraling en kappen Dorpse uitstraling met hoogwaardige materialen. Zichtbare hekwerken zijn uitgesloten in de buitenruimte (indien noodzakelijk deze afschermen met haag). Kap is gewenst, samenspel van kapvormen is mogelijk. Plat dak uitsluitend mogelijk bij onderscheidende typologie met een hoogwaardige uitstraling.
Groen en parkeren Huidige bomen zo veel mogelijk behouden. Huidige bomenrij (achterkant) naar aangrenzende percelen behouden. Groene inbedding bij nieuwbouw zo veel mogelijk behouden. Parkeren zo veel mogelijk op eigen terrein oplossen. Parkeren minimaal zichtbaar vanaf de openbare ruimte, hoogwaardige uitstraling naar openbare ruimte. Geen parkeervakken aan Veldweg.
Eventuele gemeenschappelijke functie bij voorkeur in de plint aan Veldweg/Oude Kerkweg. Eventuele (semi)publieke buitenruimte aan Veldweg/Oude Kerkweg is gewenst. Woonfunctie aan Mantelsweg.
Oriëntatie, entree en plinten Meerzijdige oriëntatie indien nieuwbouw bestaat uit één gebouw. Voorkanten aan Veldweg, Oude Kerkweg en Mantelsweg. Achterkanten aan belangrijkste openbare ruimte (Veldweg en Oude Kerkweg) is uitgesloten. Gezicht en hoofdoriëntatie aan Veldweg/Oude Kerkweg. (hoofd)entree(s) aan Veldweg/Oude Kerkweg positioneren in relatie tot het parkje en Klarenbeek. Levendige plinten aan openbare ruimte. Overgangszone (intermediaire zone) is gewenst aan de openbare ruimte.
Figuur 9: voorbeeld om nieuwbouw via openbare ruimte te verbinden met parkje
Stedenbouwkundige randvoorwaarden De Deel - De Deel
Figuur 10: stedenbouwkundige randvoorwaarden
11
3
3 mogelijke stedenbouwkundige concepten
Bouwblok afmaken
Huidige gebouw als inspiratie
Nieuwe identiteit toevoegen
Uitgangspunt: inspelen op omgeving Vorm: rij typologie Uitstraling: traditioneel Bouwhoogte: 3 bouwlagen + kap
Uitgangspunt: inspelen op historie Vorm: losstaand gebouw in het groen met samengestelde massa Uitstraling: aansluitend op huidig gebouw Bouwhoogte: wisselende samenstelling
Uitgangspunt: onderscheidende typologie Vorm: Nieuwe vormgeving in het dorp Uitstraling: biobased/duurzaam Bouwhoogte: 4 bouwlagen met plat dak
Figuur 11: Mogelijk concept 1
Figuur 12: Mogelijk concept 2
Figuur 13: Mogelijk concept 3
Stedenbouwkundige randvoorwaarden De Deel - De Deel
12
Bijlage 3 - Parkeerbalans
Stedenbouwkundige schets ontwikkeling Veldweg-Lageweg - Gemeente Elburg
Stedenbouwkundige schets ontwikkeling Veldweg-Lageweg - Gemeente Elburg
22
Stedenbouwkundige schets ontwikkeling Veldweg-Lageweg - Gemeente Elburg
23
Bijlage 4 - Planologische quickscan
Stedenbouwkundige schets ontwikkeling Veldweg-Lageweg - Gemeente Elburg
1
Inleiding
In de gemeente Elburg bevindt zich het dorp Doornspijk. HEVO B.V. heeft het voornemen om aan de westzijde van Doornspijk een op dit moment agrarisch gebied te herontwikkelen. De wens is om samen met de gemeente Elburg op deze locatie een gemengd woonprogramma mogelijk te maken. In figuur 1 is de ligging en begrenzing van het projectgebied/studiegebied weergegeven. Om enerzijds de kaders van de woningbouwontwikkeling te bepalen en anderzijds de eventuele belemmeringen inzichtelijk te maken, is onderhavige quickscan opgesteld. Deze quickscan gaat in op de planologische mogelijkheden en eventuele belemmeringen van de gewenste ontwikkeling op de locatie.
Figuur 1: Ligging en begrenzing projectgebied
Planologische quickscan
3
2 2.1
Beleid
lang gericht op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvor-
Onderdeel van de Omgevingsvisie zijn diverse thematische visieschet-
ming bij ruimtelijke besluiten. In navolgende paragrafen wordt kort al in-
sen met de volgende thema’s:
Rijk
gegaan op de kwalitatieve en kwantitatieve woningbouwbehoefte op een
Energietransitie: van fossiel naar duurzaam.
meer lokaal niveau. Uiteindelijk zal dit verder uitgewerkt moeten worden
Klimaatadaptie: omgaan met veranderend weer.
afhankelijk van het programma.
Circulaire economie: sluiten van kringlopen.
Ten aanzien van het Rijksbeleid zijn op voorhand geen belemmeringen
Biodiversiteit: werken met de natuur.
regels ruimtelijke ordening worden geen aspecten benoemd die een be-
Op voorhand zijn geen belemmeringen vanuit Rijksbeleid of de Ladder
Bereikbaarheid: duurzaam verbonden.
lemmering vormen voor de ontwikkeling van de woningen.
voor duurzame verstedelijking te verwachten.
Vestigingsklimaat: een krachtige, duurzame topregio.
Woon- en leefomgeving: dynamisch, divers, duurzaam.
te verwachten. In de Nationale Omgevingsvisie of het Besluit algemene
Ladder voor duurzame verstedelijking In art 3.1.6 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is vastgelegd dat de toelichting bij een bestemmingsplan of projectafwijking moet voldoen aan de systematiek van de Ladder voor duurzame verstedelijking. De Ladder voor duurzame verstedelijking is een wettelijk verplicht motiveringsinstrument waaraan iedere ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ (art 1.1.1 Bro) moet worden getoetst. Een stedelijke ontwikkeling is volgens het Besluit ruimtelijke ordening ‘een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Het initiatief kan onder deze definitie worden geschaard, gezien het hier gaat om de ontwikkeling van
2.2
Provincie
2.2.1
Omgevingsvisie en –verordening Gelderland
Gaaf Gelderland vastgesteld. Sinds 1 maart 2019 is deze Omgevingsvisie van kracht. De laatste geconsolideerde versie is van 21 december 2022 geconsolideerd. De provincie heeft in de Omgevingsvisie een ge
doende schoon en veilig (drink)water, bescherming van onze flora en fauna. Dat = voorbereid zijn op klimaatverandering, zoals hitte, droogte, bosbranden en overstromingen. En, dat =
oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en ontwikkelingen in de omgeving. De Ladder geeft daarmee invulling aan het nationaal ruimtelijk be-
Planologische quickscan
kaart van de provinciale verordening. Andere kaartbeelden zijn voor onderhavige locatie niet relevant. In figuur 2 is te zien dat het plangebied is gelegen aangrenzend aan een weidevogelgebied. In de regels van de verordening is hierover het volgende beschreven: Artikel 2.51a (bescherming Weidevogelgebied) Voor zover een bestemmingsplan betrekking heeft op een Weidevogelgebied laat het: a.
in ieder geval een nieuwe windturbine of nieuw zonneveld niet toe; en
b.
een andere nieuwe activiteit of ontwikkeling alleen toe als deze geen nadelige gevolgen kunnen hebben voor de functie als broedgebied voor weidevogels.
aandacht hebben voor verkeersveiligheid en veilige bedrijvig-
woningen gerealiseerd worden in de toekomst. Om deze reden kan het
Het doel van de Ladder is zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik, met
Gezond en veilig. Dat = een gezonde leefomgeving, schone en frisse lucht, een schoon milieu, een niet vervuilde bodem, vol-
keling. Naar alle waarschijnlijkheid zullen op deze locatie meer dan 12
delijk dan ook noodzakelijk zijn.
in de Omgevingsverordening. In deze verordening zijn verschillende
zond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal gesteld.
Vanaf 12 nieuwe woningen is sprake van een nieuwe stedelijke ontwik-
Het doorlopen van de Ladder voor duurzame verstedelijking zal uitein-
De provincie heeft de regels die gelden in het buitengebied vastgelegd kaarten opgenomen. In figuur 2 zijn twee uitsneden weergegeven uit de
Op 19 december 2018 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie
een bedrijfslocatie naar een woningbouwlocatie.
initiatief gekwalificeerd worden als een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’.
Relatie met projectgebied
heid.
Schoon en welvarend. Dat = een dynamisch, duurzaam en aantrekkelijk woon-, werk- en ondernemersklimaat, goed bereikbaar en met een goed functionerende arbeidsmarkt en dito kennis- en onderwijsinstellingen. Maar dat = ook: het tegengaan van schadelijke uitstoot, afval en uitputting van grondstoffen. En: het investeren in nieuwe, alternatieve vormen van energie.
Aangezien het plangebied niet is gelegen binnen het weidevogelgebied, maar slechts hiernaast, is het artikel uit de verordening eigenlijk niet van toepassing. Wel kan uiteindelijk bij het uitvoeren van een ecologische quickscan worden gekeken of het plan eventueel nadelige effecten zou hebben op het weidevogelgebied. Er gelden vanuit de provincie geen regels voor percelen aangrenzend aan het weidevogelgebied, zoals hier sprake van is.
4
In figuur 2 is daarnaast te zien dat het plangebied is gelegen binnen het
Binnen de elementen van deze hoofdgradiënt van het hoge Veluwemassief naar
‘Nationaal landschap, maar buiten het Gelders natuurnetwerk en de
de kust komen kleine hoogteverschillen voor: op en rond de essen, smalle zan-
Groene ontwikkelingszone’. Daarnaast ligt het plangebied buiten het
dige ruggen in het veen, wisselende hoogten van (restanten van) strandwallen
‘Waardevol open gebied’, waarbinnen geen ontwikkelingen mogelijk zijn
aan de kust.
die het open gebied aantasten. Echter gelden er binnen het gebied dat
is aangeduid als Nationaal landschap ook regels, zie onderstaand:
Karakteristieke open veenweidegronden met een groot aantal zuid-noord stromende sloten en laaglandbeken; van hieruit zicht op de bossen van Flevoland en het Veluwemassief
Artikel 2.56 (ontwikkeling in Nationaal landschap) 1.
2.
Het gebied is ontstaan in een kletsnat gebied, met kleiafzettingen door de zee,
Een bestemmingsplan voor gronden binnen een Nationaal landschap maar bui-
en met veen dat gevormd was in de kuststrook van de Zuiderzee, mede onder
ten de Groene ontwikkelingszone, het Gelders natuurnetwerk en de Nieuwe Hol-
invloed van het water dat als kwel en via beken van het Veluwemassief kwam.
landse Waterlinie, maakt ten opzichte van het op 17 oktober 2014 geldende be-
Nog steeds is er sprake van kwel- en beekwater vanaf de Veluwe. Door ontgin-
stemmingsplan alleen bestemmingen mogelijk die de kernkwaliteiten van een
ning in de Middeleeuwen is een onregelmatig ontwateringspatroon ontstaan met
Nationaal Landschap, bedoeld in bijlage Kernkwaliteiten Nationale Landschap-
beekjes die in de nabijheid van de Zuiderzee vroeger onder invloed stonden van
pen, niet aantasten.
de zee (kreken). Sommige van de beken kennen meandering, zoals de
In afwijking van het eerste lid zijn activiteiten die deze kernkwaliteiten aantasten
Nodbeek.
alleen mogelijk als:
Het gebied overstroomde voor de afsluiting van de Zuiderzee ieder jaar. Strand-
a.
er geen reële alternatieven zijn;
wallen, die door de zee zelf waren opgeworpen, boden plaatselijk weerstand te-
b.
er sprake is van redenen van groot openbaar belang;
gen overstroming. Alleen aan de noordkant, bij Elburg, beschermden dijken het
c.
compenserende maatregelen plaatsvinden ter waarborging van de
land – deze dijken liggen nog om het bij Elburg horende land.
kernkwaliteiten van de Nationale Landschappen zoals vastgelegd
De open veengebieden zijn vrijwel geheel in gebruik als grasland.
in bijlage Kernkwaliteiten Nationale Landschappen.
In de strook aan de Hierdense beek, van landgoed Hulshorst via landgoed De Essenburg stroomafwaarts, komt een andere schaal van openheid en afwisse-
Conform deze regels moet met de ontwikkeling rekening gehouden wor-
ling voor, die toevoegingen van opgaande beplanting in een halfopen landschap
den met het document ‘Kernkwaliteiten Nationale Landschappen’. In
verdraagt voor de ontwikkeling van de Hierdense Poort.
deze notitie wordt ingegaan op de kernkwaliteiten van alle nationale
landschappen in Gelderland. Onderhavig gebied valt binnen het Nationaal landschap ‘De Veluwe’ volgens deze notitie en binnen het gebied
Figuur 2: Uitsnede kaarten provinciale verordening
Kleinschalige flank van het Veluwemassief met dorpen en buurtschappen, houtsingels en grasland
Lintbebouwing parallel aan de hoogtelijnen - Linten van oude hoeven komen
‘Randmeerkust agrarisch’. De kernkwaliteiten worden als volgt beschre-
voor op de zandrug langs Bijsselsche Beek en Molenbeek, en ten zuidwesten
ven:
van Doornspijk.
Zichtbare beeldbepalende gradiënt van stuwwal naar Randmeer: bos – open es-
Een deel van de hoeven staat op kunstmatig opgehoogde plaatsen: ‘pollen’.
Oude bebouwing in linten komt ook haaks op de hoogtelijn voor, maar dan in
sen – strokenverkaveling – onregelmatige blokverkaveling op strandwallen; van
korte linten en uitsluitend aan de hoge kant. Enkele landgoederen in de stroken-
besloten boslandschap via kleinschaligheid naar grootschalig open; de over-
verkaveling vormen mooie ensembles.
gang is eerst steil, daarna geleidelijk
Planologische quickscan
5
De landgoederen maken gebruik van Veluws beekwater: Klarenbeek bij
gastvrij en ondernemend, klimaatneutraal, bereikbaar en veilig. De Om-
ontwikkelen oeverlijn;
Doornspijk en Hierdense beek bij Hierden en Hulshorst.
gevingsvisie vormt de kapstok voor verdere uitwerkingen per gebied of
behoud van openheid polderlandschap;
Relatief gaaf ontwaterings-, ontsluitings- en verkavelingspatroon: regelmatig in
per onderwerp. Verschillende onderwerpen in de visie staan met elkaar
versterking/aanvulling landbouw, natuur en recreatie;
het veenlandschap, onregelmatig in het kleilandschap; het vroegmiddeleeuws
in verband, om zodoende de balans tussen 'people, planet, profit' te cre-
beeklopen beleefbaar maken;
ontginningslandschap bij Doornspijk en Wessingen springt eruit
eren en te bewaken. De omgevingsvisie stelt daarbij kaders waaraan
behoud van de recreatielandjes;
Het gehele gebied is in zijn structuur nog overwegend (laat)middeleeuws. Het
plannen moeten voldoen. Het plangebied ligt binnen het deelgebied
inzetten op behoud rietzone en weidevogels;
iets hoger gelegen gebied van Doornspijk-Wessingen is nog ouder.
Grootschalig open landschap/Randmeerzone. In de deelkaart behorend
respect Natura 2000-gebied Veluwerandmeren
De percelen zijn overwegend strookvormig, de richting verspringt van plaats tot
bij de Omgevingsvisie is de volgende ambitie en zijn de volgende uit-
plaats in een kleinschalig patroon. Sloten fungeren als perceelgrenzen, behalve
gangspunten kwaliteit opgenomen:
De gemeente Elburg beschikt over een Landschapsontwikkelingsplan
op de hogere gronden, waar houtwallen en prikkeldraad de grenzen zijn.
Landschapsontwikkelingsplan Elburg
Ambitie
(LOP). Het beleid aangaande de aanwezige landschappelijke en cul-
Behoud openheid. Meer balans tussen de functies landbouw, natuur en
tuurhistorische kwaliteiten is gericht op het behouden, beschermen en
Bij het opstellen van het stedenbouwkundig plan en de landschappelijke
recreatie. De landbouw is de hoofdgrondgebruiker, maar heeft ook een
ontwikkelen van de aanwezige waarden. Daarnaast wordt gezocht naar
inpassing van het plangebied zal met deze kernkwaliteiten rekening ge-
belangrijke landschapsbeherende functie. Voor een toekomstbestendige
mogelijkheden om de waarden beleefbaar te maken, door deze meer
houden moeten worden. De provinciale verordening zal echter niet di-
landbouw en veelal tevens ook ter versterking van de recreatiefunctie is
zichtbaar te maken of ze makkelijker bereikbaar te maken door bijvoor-
rect voor belemmeringen zorgen voor het plan. Woningbouw op deze lo-
verbreding en verdieping van de agrarische bedrijven mogelijk (bijvoor-
beeld op te nemen in recreatieve routes.
catie wordt niet uitgesloten. Wel moet rekening gehouden worden met
beeld met kleinschalige recreatie, horeca, zorg en streekproductenwin-
de waarden en kernkwaliteiten van dit deel van de provincie.
kel, maar ook biologisch-dynamische landbouw, natuurinclusieve land-
Relatie met projectgebied
bouw en regeneratieve landbouw).
In de Omgevingsvisie wordt het plangebied niet direct aangeduid als bij-
Rust, ruimte, donkerte in het veengebied
2.3
Gemeente
2.3.1
Omgevingsvisie Elburg en Landschapsontwikkelingsplan Elburg
Omgevingsvisie Elburg 2018 De Omgevingsvisie Elburg 2018 (hierna: de Omgevingsvisie) geeft de koers aan richting 2030. Deze koers is niet nieuw, maar bouwt voort op onder andere de structuurvisie. Initiatieven die binnen de Omgevingsvisie passen, worden zoveel mogelijk gefaciliteerd. De gemeente Elburg heeft in de Omgevingsvisie de volgende visie en missie tot 2030 geformuleerd: samen naar een gezonde, veilige en duurzame balans tussen mens, ruimte en gebruik. Bij ontwikkelingen en investeringen staan de volgende kernwaarden voorop: sociaal en zorgzaam, gezond en groen,
Planologische quickscan
voorbeeld een uitbreidinglocatie voor woningbouw. Wel is er duidelijk Gedacht kan worden aan: verbrede landbouw, kleinschalige ambachte-
behoefte aan nieuwe woningen, zie ook paragraaf 2.3.2. Bij woning-
lijke bedrijvigheid onder voorwaarden in VAB's, dag- en routegerichte re-
bouw langs de kernen in het buitengebied is voornamelijk van belang
creatievoorzieningen, kleinschalige verblijfsrecreatie en recreatielandjes.
dat wordt aangesloten bij de omgeving en de kwaliteiten ervan. In het
Wenselijk is het ontstaan van aantrekkelijke routes langs de landerijen
Landschapsontwikkelingsplan is te zien dat het plangebied op de rand
en de Randmeren, met bijbehorende voorzieningen. Op locaties waar
ligt van het ‘open polderlandschap’ en het ‘halfopen kampenlandschap’.
dat niet tot aantasting van functies en waarden leidt is, gekoppeld aan
Deze landschappen vormen het gebied tussen het Veluwemeer en het
de Randmeerzone dan wel Zuiderzeeweg, toevoeging van recreatie-
bosgebied van de Veluwe. In het open polderlandschap is voornamelijk
functies afweegbaar. Gedacht kan worden aan openstellen van de dijk
de wens om hier de openheid te behouden. In het kampenlandschap is
voor recreatie of voor energievoorziening. Daarnaast is het gebied kans-
juist weer perceelgrensbeplanting en beplantingspatronen kenmerkend.
rijk voor initiatieven op het gebied van duurzame energievoorziening.
In de Omgevingsvisie en in het Landschapsontwikkelingsplan wordt niet direct gezegd dat woningbouw op deze locatie is uitgesloten. Het plan-
Uitgangspunten kwaliteit
gebied is conform de provinciale verordening ook niet gelegen in het
behoud en beheer van de rietkraag, tegengaan opgaande be-
‘waardevol open gebied’. Bij de uitwerking van het plan zal daarom ge-
planting;
keken moeten worden hoe wordt aangesloten bij de kwaliteiten van het
6
dorp Doornspijk als de kwaliteiten van het achterliggende open landschap. Op voorhand zijn geen directe belemmeringen te beschrijven.
2.3.2
Woonvisie Elburg 2020-2025
Samen met de gemeente zal gekeken moeten worden naar een passende invulling van het gebied.
In juli 2020 is door de gemeente Elburg de woonvisie Elburg 2020-2025 vastgesteld. In 2023 is het addendum op de woonvisie vastgesteld. In dit document wordt de visie op het gebied van wonen voor de komende jaren beschreven, waarbij een doorkijk wordt gegeven tot 2030. Er wordt ook ingegaan op een woningmarktonderzoek. Hierover wordt onder andere het volgende wordt beschreven:
Aantal huishoudens blijft groeien
Vergrijzing, maar gezinnen met kinderen blijven grootste groep
Behoefte aan eengezinskoopwoningen blijft groot, meer sociale huur
De gemeente beschrijft in de woonvisie ook haar visie op wonen tot 2030. Hier wordt onder andere het volgende beschreven:
2030: forse uitbreiding woningaanbod, verbeterde doorstroming
2030: goede mix van doelgroepen en woningtype
2030: weer een stap verder in verduurzaming
2030: sociaal, inclusief, ondersteuning waar nodig
Relatie met projectgebied Kortom heeft de gemeente Elburg behoefte aan meer woningen en woningen in de juiste categorie. Met de relatie van woningen binnen het projectgebied kan bij deze ambitie worden aangesloten. Er kunnen verschillende typen woningen gerealiseerd worden die geschikt zijn voor verschillende doelgroepen. Belangrijk is dat ook wordt gekeken naar betaalbare woningen voor starters en senioren.
Planologische quickscan
7
3.2
Luchtkwaliteit
3
Milieu
het voldoen aan de grenswaardenonoverkomelijke bezwaren ontmoet
3.1
Geluid (weg en spoor)
geluidbelasting hoger zijn dan de voorkeursgrenswaarde. Hiervoor dient
De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan be-
middels een ontheffing een hogere waarde te worden vastgesteld.
schreven in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5, titel 5.2 Wm). Hierin zijn
van landschappelijke, stedenbouwkundige of financiële aard, mag de
grenswaarden opgenomen voor luchtvervuilende stoffen. Voor ruimte-
Op basis van de Wet geluidhinder (artikel 77 Wgh) dient bij een wijziging in het bestemmingsplan een akoestisch onderzoek te worden uitgevoerd
Relatie met projectgebied
lijke projecten zijn fijnstof (PM10 en PM2,5) en stikstofdioxide (NO2) de
als het plan mogelijkheden biedt voor:
Over het algemeen kan worden gesteld dat het plangebied is gelegen
belangrijkste stoffen. Een project is toelaatbaar als aan één van de vol-
de toevoeging van een nieuwe woning of andere geluidsgevoelige
op een relatief geluidsluwe locatie. Direct rondom het plangebied komen
gende voorwaarden wordt voldaan:
functie binnen de zone van een
geen drukken Rijks- of provinciale wegen voor. De Lageweg en de Veld-
weg;
weg die direct rondom het plangebied wonen zijn verkeersluw en ken-
de aanleg van een nieuwe weg;
nen een maximaal snelheidsregime van 30 km/uur. Voor deze wegen is
de reconstructie van een bestaande weg.
het vanuit de Wet geluidhinder niet nodig om onderzoek uit te voeren. De dichtstbijzijnde weg waar een hogere snelheid is toegestaan is de
er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde;
het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit;
het project draagt alleen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging;
De breedte van de zone van een weg is afhankelijk van het aantal rij-
N310, gelegen op circa 300 meter van het plangebied. Het plangebied
stroken, het stedelijk gebied en de maximumsnelheid. In een akoestisch
ligt buiten de geluidszone van deze weg. Wel ligt het plangebied binnen
onderzoek kunnen wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30
de geluidszone van het noordoostelijke deel van de Veldweg. Hier loopt
gramma Luchtkwaliteit (NSL) of een regionaal programma van
km/uur geldt buiten beschouwing worden gelaten.
de bebouwde kom namelijk over in het buitengebied. Direct ten noord-
maatregelen.
het project is opgenomen in het Nationaal Samenwerkingspro-
westen van het plangebied rijden voertuigen naar en vanaf het buitengeIn de Wgh zijn grenswaarden opgenomen met betrekking tot de geluid-
bied. Op deze weg geldt een maximumsnelheid van 60 km/uur. Het
Om te bepalen of een project "niet in betekenende mate" bijdraagt aan
belasting op de gevels van woningen en andere geluidgevoelige be-
plangebied ligt binnen de geluidszone van deze weg. Uiteindelijk zal dan
de luchtkwaliteit is een algemene maatregel van bestuur 'Niet in beteke-
stemmingen. De voorkeursgrenswaarde voor de geluidbelasting op de
ook vanuit de Wet geluidhinder een akoestisch onderzoek noodzakelijk
nende mate' (Besluit NIBM) en een ministeriële regeling NIBM (Regeling
gevel is 48 dB en mag in principe niet worden overschreden. Onder be-
zijn. De verwachting is dat deze weg echter geen onevenredig nega-
NIBM) vastgesteld waarin de uitvoeringsregels zijn vastgelegd. Een pro-
paalde voorwaarden, als maatregelen onvoldoende doeltreffend zijn en
tieve invloed zal hebben op het woon- en leefklimaat in de woningen. De
ject kan in twee situaties NIBM bijdragen aan de luchtkwaliteit:
Veldweg is erg verkeersluw en dus zal het verkeer op de Veldweg waar-
Tabel 4.2. Breedte geluidzones langs wegen
Stedelijk gebied
Rijstroken
Zone breedte
1 of 2
200 meter
3 of meer
350 meter
schijnlijk er niet voor zorgen dat in de gewenste woningen een binnenni-
tingen, kantoor- en woningbouwlocaties) die is opgenomen in de
veau van 33 dB niet haalbaar is. Op het gebied van geluid wegverkeer
Regeling NIBM;
zullen daarom niet direct belemmeringen ontstaan.
het project heeft een toename van minder dan 3% van de jaargemiddelde concentratie NO2 en PM10 (1,2μg/m3).
Spoorwegen komen niet voor in de omgeving, waardoor dit aspect ook niet voor problemen zal zorgen bij de planvorming.
Buiten stedelijk gebied
het project behoort tot de lijst met categorieën van gevallen (inrich-
1 Relatie met projectgebied
1 of 2
250 meter
De locatie kent momenteel een agrarisch grondgebruik. Met de ontwik-
3 of 4
400 meter
keling zullen waarschijnlijk meerdere woningen gerealiseerd worden. De
5 of meer
600 meter
zullen een verkeersaantrekkende werking hebben, maar dit zal in niet
Planologische quickscan
betekende mate bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit.
8
Nader onderzoek naar de invloed van het planvoornemen op de lucht-
De richtafstanden zijn afgestemd op de omgevingskwaliteit zoals die
kwaliteit wordt daarom niet noodzakelijk geacht. Daarnaast kan op basis
wordt nagestreefd in een rustige woonwijk of een vergelijkbaar omge-
van kaartmateriaal van de Atlas leefomgeving geconcludeerd worden
vingstype (zoals een rustig buitengebied, een stiltegebied of een natuur-
dat de huidige luchtkwaliteit goed is op de locatie. Dit onderdeel zal niet
gebied). Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens
voor belemmeringen zorgen.
het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven en kantoren)
3.3
Milieuzonering
voor. Binnen gemengde gebieden heeft men te maken met milieubelastende en milieugevoelige functies die op korte afstand van elkaar zijn gesitueerd. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals
Onder milieuzonering wordt verstaan het waar nodig zorgen voor een
winkels, horeca en kleine bedrijven.
voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds bedrijven of overige milieubelastende functies en anderzijds milieugevoelige functies zoals wo-
Relatie met projectgebied
ningen. Bij de planontwikkeling dient rekening te worden gehouden met
De locatie van het projectgebied kan niet aangemerkt worden als een
milieuzonering om de kwaliteit van het woon- en leefmilieu te handhaven
gemengd gebied. In figuur 3 is een kaart weergegeven van de huidige
en te bevorderen en daarnaast bedrijven voldoende zekerheid te bieden
planologische situatie van het plangebied en de directe omgeving. Over
dat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden
het algemeen komen in de omgeving voornamelijk woningen voor. Bin-
kunnen uitvoeren.
nen het plangebied zelf is nog een bedrijfsbestemming (nutsvoorziening) aanwezig met een bouwvlak. Dit betreft een waterretentie voor rio-
Bij de milieuzonering wordt gebruik gemaakt van de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) opgestelde publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’1 . In de publicatie is een lijst opgenomen met bedrijfsty-
lering. Hier dient rekening mee gehouden te worden in planvorming. In het noordoosten van het plangebied zal de recreatiebestemming herbestemd worden. Naast woningen in de omgeving komen er verspreid ook
pen. Voor de bedrijfstypen zijn indicatieve (richt)afstanden bepaald voor
andere functies/bestemmingen voor zoals maatschappelijk, bedrijf en
de milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De richtafstanden vor-
centrum. Deze bestemmingen liggen echter allen op ruime afstand. Het
men een indicatie van de aanvaardbaarheid in de situatie dat gevoelige
projectgebied ligt niet binnen de richtafstand van een bepaalde functie.
functies in de nabijheid van milieubelastende functies worden gesitu-
Aan de zuidzijde van Doornspijk ligt een klein bedrijventerrein. Het pro-
eerd. Indien bekend is welke activiteiten concreet worden beoogd of
jectgebied ligt ook ruim buiten de richtafstand hiervan. Rondom de kern
aanwezig zijn, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk
Doornspijk en rondom het projectgebied liggen daarnaast geen veehou-
te verwachten milieubelasting (in plaats van de richtafstanden).
derijen die belemmeringen kunnen hebben voor de gewenste ontwikkeling. Binnen het plangebied zijn geen milieucirkels aanwezig van bedrijvigheid in de omgeving. Dit onderdeel zorgt niet voor belemmeringen. Figuur 3: Functies en bestemmingen in de omgeving
1
‘Bedrijven en Milieuzonering’, Uitgave VNG, Den Haag, 2009
Planologische quickscan
9
3.4
Externe veiligheid
het groepsrisico. Onder deze aspecten vallen zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. Deze argumentatie is een onderdeel van de verant-
Externe veiligheid beschrijft de risico's die ontstaan als gevolg van de
woording van het groepsrisico. Onderdeel van deze verantwoording is
opslag van of handelingen met gevaarlijke stoffen. Dit kan betrekking
overleg met (advies vragen aan) de regionale brandweer.
hebben op inrichtingen (bedrijven) of transportroutes. Op beide categorieën is landelijke wet- en regelgeving van toepassing.
Relatie met projectgebied Om inzicht te krijgen in eventuele externe veiligheidsrisico’s bij het plan-
In de landelijke wet- en regelgeving zijn kwaliteitseisen en normen op
gebied vanwege risicobronnen in de omgeving, kan gebruik worden ge-
het gebied van externe veiligheid geformuleerd. Doel is om bepaalde ri-
maakt van de Risicokaart. In figuur 4 zijn twee uitsneden van deze kaart
sico's, waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld, tot
weergegeven. Op de uitsnede bovenaan is te zien dat er in de omge-
een aanvaardbaar minimum te beperken. Deze bedoelde risico's han-
ving van Doornspijk verschillende transportroutes met gevaarlijke stoffen
gen vooral
aanwezig zijn, zoals diverse gasleidingen en de rijksweg A28. Deze lig-
samen met:
gen er allemaal op geruime afstand. Het projectgebied ligt ruim buiten
activiteiten met gevaarlijke stoffen in inrichtingen;
de risicoafstanden van deze bronnen. In het zuiden van Doornspijk is
transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen;
daarnaast nog een risicovolle inrichting aanwezig, namelijk het LPG
transport van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor en het wa-
tankstation E. Hooghordel. Hier geldt een brand- en explosieaandachts-
ter.
gebied. Zoals in figuur 4 is te zien, ligt het projectgebied ruim buiten deze aandachtsgebieden. Over de N310 zullen daarnaast ook enkele
Ook zijn er onder meer landelijke regels voor de opslag en verkoop van
vrachtwagenbewegingen plaatsvinden met gevaarlijke stoffen (zoals
vuurwerk. Verder wordt bij de plaatsing van windmolens ook de externe
LPG) die naar lokale partijen rijden. De N-weg ligt op meer dan 200 me-
veiligheid in ogenschouw genomen.
ter afstand van het projectgebied, waardoor het projectgebied ook buiten een eventuele risicozone van deze weg ligt. Het onderdeel externe
De risico's voor externe veiligheid komen tot uitdrukking via het plaats-
veiligheid zorgt daarom niet voor belemmeringen.
gebonden risico en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico kan op de kaart worden weergeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde plaatsgebonden risico. Via het plaatsgebonden risico wordt een basisbeschermingsniveau gewaarborgd. Bij het groepsrisico wordt wel beoordeeld hoeveel personen zich, redelijkerwijs, feitelijk in de omgeving kunnen bevinden. Voor het groepsrisico geldt geen grenswaarde, maar een oriëntatiewaarde. Dit is een ijkwaarde waaraan veranderingen getoetst kunnen worden. Deze oriëntatiewaarde mag overschreden worden, mits goed beargumenteerd door het bevoegd gezag. Samen met de hoogte van groepsrisico moeten an-
Figuur 4: Risicoafstanden rondom plangebied in kaart
dere kwalitatieve aspecten worden meegewogen in de beoordeling van
Planologische quickscan
10
3.5
Water
Daarnaast wordt het volgende beschreven:
Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 lid 1 onder b
Bij toename van verhard oppervlak of het (gedeeltelijk) dempen van een
van het Bro) moet inzicht worden gegeven in de gevolgen voor de wa-
oppervlaktewaterlichaam stelt het waterschap vaak als eis dat de af-
terhuishouding die samenhangen met de ruimtelijke ontwikkeling die
name van de berging wordt gecompenseerd met open water. In de prak-
mogelijk wordt gemaakt. Een watertoets is een verplicht onderdeel bij ie-
tijk blijkt dat het niet altijd mogelijk is extra oppervlaktewater ruimtelijk in
der ruimtelijk plan. Het uitgangspunt hierbij is altijd: hydrologisch neu-
te passen. Alternatieve waterberging door meervoudig ruimtegebruik in
traal ontwikkelen. In de watertoets wordt onder andere ingegaan op de
de vorm van ondergrondse waterberging zou dan uitkomst kunnen bie-
manier hoe wordt omgegaan met afval-, hemel-, oppervlakte- en grond-
den.
In figuur 5 is een uitsnede weergegeven van het huidige watersysteem.
water. Hierbij wordt gekeken naar de eventuele toename aan verharding wat zorgt voor een waterbergingseis.
Aan alternatieve waterberging zitten echter twee kanten. Aan de ene kant kan alternatieve waterberging, mits goed ontworpen en onderhou-
Relatie met projectgebied
den, een goed alternatief zijn voor de aanleg van open water. Aan de