CConstaterende datelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Beeldvorming 15 mei 2024, gemeente elburg29.110 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Bestemmingsplan ‘Zuiderzeestraatweg West 69, Doornspijk’ Regels Vaststelling – 16 april 2024

22

Artikel 9

Algemene afwijkingsregels

Mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de sociale veiligheid, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, kan met een omgevingsvergunning worden afgeweken van: a. de bij recht in de bestemmingsregels gegeven maten en afmetingen tot ten hoogste 10% van die maten, afmetingen en percentages, indien dit om bouwtechnische redenen of overtuigende esthetische redenen noodzakelijk is of indien de bestaande situatie hiertoe aanleiding geeft; b. de bestemmingsregels met betrekking tot de overschrijding van de maximale bouwhoogte, anders dan bedoeld onder a, voor lift- en trappenhuizen, glazenwasserinstallaties, (centrale) verwarmingsinstallaties, ventilatie-inrichtingen, schoorstenen, (schotel)antennes, antenneinstallaties en vergelijkbare bouwwerken voor de opwekking van duurzame energie zoals zonnepanelen, met maximaal 3,00 meter; c.

de bestemmingsregels ten behoeve van de bouw van niet voor bewoning bestemde gebouwen ten dienste van een openbare nutsvoorziening met een grondoppervlakte van maximaal 25 m² dat bestaat uit maximaal één bouwlaag en dat niet groter is dan 3,00 meter, zoals transformatorhuisjes, gemaalgebouwtjes, schakelhuisjes, wachthuisjes, telefooncellen en andere nutsgebouwtjes en andere bouwwerken ten dienste van een openbare (nuts)voorziening, met een maximale bouwhoogte van 15,00 meter, zoals antennemasten, lichtmasten en kunstobjecten; d. aanpassingen van ondergeschikte aard in het beloop of het profiel van wegen of de onderlinge aansluiting van wegen, indien de verkeersveiligheid en/of -intensiteit daartoe aanleiding geven; e. overschrijding van de bebouwingsgrenzen en/of bestemmingsgrenzen met ten hoogste 3,00 meter voor balkons, en met ten hoogste 2,00 meter voor bordessen, dakoverstekken, overstekende verdiepingen, galerijen, luifels, gevelversieringen, buitentrappen en lift- en trappenhuizen en andere ondergeschikte delen van gebouwen; f. de bestemmingsregels in die zin dat de bouwhoogte van andere bouwwerken wordt vergroot tot maximaal 5,00 meter.

Bestemmingsplan ‘Zuiderzeestraatweg West 69, Doornspijk’ Regels Vaststelling – 16 april 2024

23

Artikel 10

Overige regels

De voorschriften van de Bouwverordening ten aanzien van onderwerpen van stedenbouwkundige aard blijven overeenkomstig het gestelde in artikel 9 lid 2 van de Woningwet buiten toepassing, behoudens ten aanzien van de volgende onderwerpen: a. b. c. d. e.

de bereikbaarheid van gebouwen voor wegverkeer; de bereikbaarheid van gebouwen voor gehandicapten; het bouwen bij hoogspanningsleidingen en ondergrondse hoofdtransportleidingen; de parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden; de ruimte tussen bouwwerken.

Bestemmingsplan ‘Zuiderzeestraatweg West 69, Doornspijk’ Regels Vaststelling – 16 april 2024

24

Hoofdstuk 4 OVERGANGS- EN SLOTREGELS Artikel 11 11.1

Overgangsrecht

Overgangsrecht bouwwerken

a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde in sublid a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het sublid a met maximaal 10%. c. Sublid a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 11.2

Overgangsregels gebruik

a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in sublid a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in sublid a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Sublid a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Bestemmingsplan ‘Zuiderzeestraatweg West 69, Doornspijk’ Regels Vaststelling – 16 april 2024

25

Artikel 12

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan Zuiderzeestraatweg West 69, Doornspijk van de gemeente Elburg.

Bestemmingsplan ‘Zuiderzeestraatweg West 69, Doornspijk’ Regels Vaststelling – 16 april 2024

Gemeente Elburg Bestemmingsplan “Zuiderzeestraatweg West 69, Doornspijk”

VASTSTELLING

INHOUD: -

TOELICHTING REGELS VERBEELDING

Werknummer: 622.139.20 Datum: 16 april 2024

Inhoudsopgave van de toelichting 1 Inleiding...........................................................................................................................................1 1.1 Aanleiding en doel .......................................................................................................................1 1.2 Plangebied ..................................................................................................................................1 1.3 Vigerende ruimtelijke plannen ......................................................................................................2 1.4 Leeswijzer ...................................................................................................................................3 2 Planbeschrijving ..............................................................................................................................4 2.1 Inleiding .......................................................................................................................................4 2.2 Bestaande situatie .......................................................................................................................4 2.3 Ontwikkelingen ............................................................................................................................4 2.4

Planmethodiek.............................................................................................................................8 3 Ruimtelijk kader .............................................................................................................................11 3.1 Rijksbeleid .................................................................................................................................11 3.2 Provinciaal beleid ......................................................................................................................12 3.3 Gemeentelijk beleid ...................................................................................................................14 4 Omgevingsaspecten ......................................................................................................................17 4.1 Algemeen ..................................................................................................................................17 4.2 Milieueffectrapportage ...............................................................................................................17 4.3 Luchtkwaliteit .............................................................................................................................18 4.4

Geluid........................................................................................................................................19 4.5 Bodemkwaliteit ..........................................................................................................................19 5.3 Conclusie ..................................................................................................................................20 4.6 Externe veiligheid ......................................................................................................................21 4.7 Bedrijven en milieuzonering .......................................................................................................25 4.8 Water ........................................................................................................................................28 4.9 Natuur en ecologie ....................................................................................................................34 4.10 Cultuurhistorie en archeologie ...................................................................................................37 4.11 Duurzaamheid ...........................................................................................................................39 4.12 Mobiliteit

....................................................................................................................................40 4.13 Overige aspecten ......................................................................................................................43 5 Uitvoerbaarheid .............................................................................................................................44 5.1 Economische uitvoerbaarheid ....................................................................................................44 5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ..............................................................................................44 5.3 Handhavingsaspecten ...............................................................................................................44 6 Procedure .....................................................................................................................................46 6.1 Overleg .....................................................................................................................................46 6.2 Ontwerpfase ..............................................................................................................................46 6.3 Vaststellingsfase

.......................................................................................................................46 Bijlagen bij de toelichting: Bijlage 1: Bijlage 2: Bijlage 3: Bijlage 4:

Bijlage 5: Bijlage 6: Bijlage 7:

Ars Virens (april 2017) Kerkgebouw HHK Doornspijk – Studie en schetsontwerp – Landschappelijke inpassing | Beeldkwaliteitsplan | Ontwerp logistiek buitenruimte Uitgangspunten kerkgebouw en inpassing, geen datum KuiperCompagnons (16 april 2024) Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling Boluwa Eco Systems BV (25 juni 2021) Verkennend bodemonderzoek (NEN5740)/ Nader bodemonderzoek (NTA5755)/ Verkennend bodemonderzoek asbest (NEN5707) – Zuiderzeestraatweg West 67a/b en 69 te Doornspijk AVIV (27 maart 2023) Onderzoek externe veiligheid KuiperCompagnons (13 oktober 2023) Akoestisch onderzoek parkeerterrein Inventarium flora en fauna (juni 2021) QuickScan Zuiderzeestraatweg-west, Doornspijk

Bijlage 8: Bijlage 9:

KuiperCompagnons (16 april 2024) Stikstofdepositie-onderzoek Sweco (17 maart 2023) Nieuwbouw HHG Zuiderzeestraatweg 69 te Doornspijk – Verkeersonderzoek Bijlage 10: idverde Bomendienst (13 oktober 2023) Bomen Effect Analyse 3 monumentale bomen Doornspijk Bijlage 11: Boluwa Eco Systems BV (18 oktober 2023) Aanvullend- en nader bodemonderzoek Zuiderzeestraatweg West 67-69 te Doornspijk Bijlage 12: Gemeente Doornspijk (16 april 2024) Zienswijzennota en ambtshalve aanpassingen

Ontwerpbestemmingsplan Zuiderzeestraatweg West 69, Doornspijk

1

1

Inleiding

1.1

Aanleiding en doel

Het kerkbestuur van de Hersteld Hervormde Gemeente Doornspijk en Nunspeet en omgeving (hierna: de HHG) heeft het voornemen om een nieuw kerkgebouw te realiseren op de locatie aan de Zuiderzeestraatweg West 69 in Doornspijk. De voorgenomen ontwikkeling bestaat uit de bouw van een nieuw kerkgebouw voor maximaal 840 kerkgangers. In de aanleiding om te komen tot dit voornemen heeft de huidige situatie van de kerkgang een prominente rol gespeeld. Op dit moment huizen de Hervormde gemeente van Doornspijk binnen de Protestantse Kerk in Nederland (hierna: de PKN) en de HHG in hetzelfde monumentale kerkgebouw aan de Zuiderzeestraatweg West 104 te Doornspijk. Het voortzetten van de huidige situatie en daarmee het laten samenkomen van de beide kerkelijke gemeentes in één en hetzelfde kerkgebouw is veelbesproken in overleg tussen de kerkbesturen en het college. Deze voortzetting is voor de HHG niet langer de gewenste situatie, zoals nader uiteengezet in het ingediende principeverzoek. Op 9 november 2021 heeft de initiatiefnemer voor de voorgenomen ontwikkeling een principeverzoek ingediend, waarin de uitvoerbaarheid van de voorgenomen ontwikkeling is aangetoond. De gemeente heeft onder voorwaarden een positief besluit heeft genomen over het principeverzoek. De beoogde ontwikkeling is niet mogelijk op grond van het ter plaatse geldende bestemmingsplan.

De vigerende detailhandelsbestemming staat de realisatie van een nieuw kerkgebouw op de locatie niet toe. Om de beoogde ontwikkeling juridisch-planologisch mogelijk te maken, is daarom het voorliggende bestemmingsplan opgesteld.

1.2

Plangebied

Het plangebied bevindt zich aan de Zuiderzeestraatweg West 69 in Doornspijk (gemeente Elburg). De locatie ligt ten zuiden van de weg, aan de rand van het bebouwd gebied van Doornspijk. De Zuiderzeestraatweg West, ook bekend als de provinciale weg N310, loopt tussen Elburg en Nunspeet. Het plangebied ligt globaal tussen deze kernen in. De ontwikkellocatie is kadastraal bekend als DSK00-D-3202, 3294, 3295 en 3296. Ten noorden, oosten en zuidoosten van het plangebied ligt het landgoed Klarenbeek. Aan de zuidwestkant zijn verschillende woonpercelen met een adres aan de Zuiderzeestraatweg West aanwezig. De weg begrenst het plangebied aan de noordwestkant. Afbeelding 1.1 toont de ligging van het plangebied in de omgeving.

Bestemmingsplan ‘Zuiderzeestraatweg West 69, Doornspijk’ Toelichting Vaststelling – 16 april 2024

2

Afbeelding 1.1: ligging van het plangebied in de omgeving.

1.3

Vigerende ruimtelijke plannen

Ter plaatse van de ontwikkellocatie geldt het bestemmingsplan ‘Doornspijk & Hoge Enk’, dat is vastgesteld op 24 juni 2013 door de gemeenteraad van Elburg. Afbeelding 1.3 toont hiervan een uitsnede. In het vigerende bestemmingsplan is de locatie bestemd als ‘Detailhandel – Tuincentrum’. Deze gronden zijn bestemd voor een tuincentrum, met bijbehorende voorzieningen. Bebouwing is alleen toegestaan binnen het bouwvlak, met een maximale bouwhoogte van 5 m. Daarnaast is aan het voorliggende plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’ toegekend. Nieuwe bouwwerken, groter dan 120 m2, zijn alleen toegestaan indien uit een rapport blijkt dat de archeologische waarde van de gronden waar gebouwd zal worden in voldoende mate is vastgesteld. Op grond van het vigerende bestemmingsplan is de realisatie van een nieuw kerkgebouw niet mogelijk. Het voorliggende bestemmingsplan biedt een passend juridisch-planologisch kader, om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken.

Bestemmingsplan ‘Zuiderzeestraatweg West 69, Doornspijk’ Toelichting Vaststelling – 16 april 2024

3

Afbeelding 1.3: Uitsnede bestemmingsplan ‘Doornspijk & Hoge Enk’ (het voorliggende plangebied is rood omkaderd).

1.4

Leeswijzer

De opzet en het vervolg van deze toelichting is als volgt. In hoofdstuk 2 vindt de planbeschrijving plaats waarin de huidige en toekomstige situatie wordt beschreven. Tevens komt de planmethodiek aan de orde. Hoofdstuk 3 gaat in op het ruimtelijk beleidskader. In het vierde hoofdstuk komen de verschillende milieu- en omgevingsaspecten aan bod. Hierbij worden per thema de relevante juridische en beleidskaders beknopt weergegeven, waarna vervolgens de effecten in relatie tot de beoogde toekomstige situatie worden beoordeeld (inclusief alle bijbehorende onderzoeken). De uitvoerbaarheid van het plan en procedurele aspecten met betrekking tot overleg en inspraak komen in de laatste twee hoofdstukken aan de orde.

Bestemmingsplan ‘Zuiderzeestraatweg West 69, Doornspijk’ Toelichting Vaststelling – 16 april 2024

4

2

Planbeschrijving

2.1

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op het plan zodat een duidelijk beeld van het totale gebied in de voormalige en toekomstige situatie ontstaat. Eerst komen beknopt de ruimtelijke en functionele aspecten van de bestaande situatie van het plangebied aan bod. Vervolgens worden de beoogde ontwikkelingen besproken, die het uitgangspunt vormen voor het bestemmingsplan en de planologische afwegingen die daarbij gemaakt zijn. Ten slotte wordt de methodiek van het bestemmingsplan besproken.

2.2

Bestaande situatie

Voorheen werd het perceel aan de Zuiderzeestraatweg West 69 geëxploiteerd door bloemisterij ‘De Vuurdoorn’. In de huidige situatie is in de bebouwing een kringloopwinkel (De Vuurdoorn) gevestigd. De bedrijfsbebouwing bestaat uit een kleinschalige kascomplex. Aan de noordoostkant bevindt zich de bestaande woning aan de Zuiderzeestraatweg West 67. Aan de noordwestzijde ligt de toegangsweg tot het perceel, waaraan ook enkele parkeerplaatsen gesitueerd zijn.

Afbeelding 2.1: Bestaande situatie plangebied, bezien vanaf de Zuiderzeestraatweg West (bron: Google Maps).

2.3

Ontwikkelingen

De voorgenomen ontwikkeling betreft de realisatie van een nieuw kerkgebouw aan de Zuiderzeestraatweg West 69 in Doornspijk. Voortzetting van de kerkelijke activiteiten in het huidige gebouw – waar ook de Protestante Kerk in Nederland is gevestigd – aan de Zuiderzeestraatweg 104 is niet mogelijk gebleken. Om die reden is gezocht naar een nieuwe locatie. Het beoogde kerkgebouw doet recht aan de visiekaart Omgevingsplan Doornspijk. In de visiekaart is de locatie aangewezen als zoekgebied ‘Dorpsgebied’. Hier zijn naast wonen ook andere functies, zoals kerken, mogelijk. Daarnaast wordt een onbenutte detailhandelsbestemming wegbestemd. Het nieuwe kerkgebouw zoekt in architectuur en stedenbouw aansluiting op het monumentale landgoed Klarenbeek. Een kerk is om verschillende redenen op deze locatie te realiseren: • Op de visiekaart is expliciet geen keuze gemaakt waar een kerk gerealiseerd moet worden, met uitzondering van het aspect verkeer;

Bestemmingsplan ‘Zuiderzeestraatweg West 69, Doornspijk’ Toelichting Vaststelling – 16 april 2024

5 • • • •

In het ‘dorpsgebied’ is wordt in de visiekaart expliciet gezegd dat in het voorgenomen gebied reuring “passend en gewenst” is. Daarbij wordt expliciet de functie van kerk benoemd binnen het kader van passend en gewenst; Er wordt een detailhandelsbestemming oostelijk van de Zuiderzeestraatweg West gesaneerd, conform de wensen van de visiekaart; Planologisch gezien neemt daardoor de verkeersgeneratie af en komt veiligheid op en rondom de Zuiderzeestraatweg West ten goede, eveneens conform de wensen van de visiekaart; Er kan een onveilige situatie langs de Zuiderzeestraatweg West worden opgelost doordat wij de gemeente Elburg tegemoet kunnen komen in een parkeeroplossing op de momenten dat de kerk niet in gebruik is.

In het voortraject heeft reeds met diverse partijen overleg plaatsgevonden. De aanbevelingen zijn overgenomen in het eerder ingediende principeverzoek. Hieruit wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling breed draagvlak zal vinden, passend is binnen het bestaande beleid – waaronder de visiekaart Omgevingsplan Doornspijk – en voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Met de voorgenomen ontwikkeling wordt voorzien in de sloop van de bestaande bedrijfsbebouwing op het perceel. De activiteiten van de huidige functie, kringloopwinkel De Vuurdoorn, worden afgebouwd bij de realisatie van het beoogde nieuwe kerkgebouw. Daarbij hebben de exploitanten en het kerkbestuur de wens uitgesproken dat de kringloopwinkel haar activiteiten kan blijven ontplooien gedurende de procedure en voor aanvang van nieuwbouw. Via het overgangsrecht zal de kringloopwinkel zo lang mogelijk nog haar activiteiten kunnen ontplooien. Met het oog op de gewenste toekomstige situatie is inmiddels een definitief concept van het Programma van Eisen (PvE) opgesteld. In het PvE is een eerste omschrijving van het kerkgebouw en de aanpalende omgeving opgenomen. Programma Het kerkgebouw biedt ruimte aan de zondagse erediensten (kerkzaal) en het kerkelijk leven, zoals huwelijksdiensten, catechisatie, jeugd-, mannen- en vrouwenvereniging en rouwdiensten.

De diverse activiteiten moeten afzonderlijk van elkaar kunnen functioneren. In ieder geval zal de zondagse eredienst niet belemmerd worden door andere activiteiten in het kerkgebouw. In de kerkzaal zullen maximaal 840 zitplaatsen aanwezig zijn. Vanuit de traditionele beleving van het kerkbezoek zal de gaanderij (galerij) een direct geïntegreerd volwaardig aantal plaatsen moeten bieden.

Bestemmingsplan ‘Zuiderzeestraatweg West 69, Doornspijk’ Toelichting Vaststelling – 16 april 2024

6

Afbeelding 2.2: Inrichtingstekening toekomstige situatie plangebied (bron: Architectenbureau Born, 12 april 2024).

Stedenbouwkundige inpassing en architectuur Beeldbepalend voor het nieuwe kerkgebouw zijn de oude dorpskerk, de oude pastorie, het landgoed Klarenbeek en onder andere de woningen aan de Zuiderzeestraatweg West. De landschappelijke inpassing van het kerkgebouw zal een samenspel vergen met de karakteristieke bebouwing in de directe omgeving van de kerk. Daarnaast heeft het omringende landgoed een bijzonder omlijsting van het kerkgebouw. De landschappelijke inpassing zal in harmonie met deze omgeving zijn. De maximale bebouwingsoppervlakte zal 940 m2 bedragen, exclusief trappen en hellingbaan. Het kerkgebouw zal een karakteristieke toren, een luidklok, een wijzerplaat en een ingang aan de oriëntatiezijde van de Zuiderzeestraatweg West krijgen. Het nieuwe kerkgebouw is als kerk herkenbaar en dient als een waardig, duurzaam en voor bezoek laagdrempelig gebouw ontworpen te worden. De buitenzijde is, ondanks de landschappelijke inpassing, een afspiegeling van de activiteiten die in het gebouw plaatsvinden. De entrees van het nieuwe kerkgebouw, in ieder geval één onder de toren aan de zijde van de Zuiderzeestraatweg West, zijn integraal ontworpen en hebben een prominente plek in het ontwerp.

Afbeelding 2.3 toont een impressie van het ontwerp, afbeelding 2.4 toont een impressie van de gevels van het nieuwe kerkgebouw en afbeelding 2.5 toont een plattegrond van de kelder, de begane grond en de eerste verdieping.

Bestemmingsplan ‘Zuiderzeestraatweg West 69, Doornspijk’ Toelichting Vaststelling – 16 april 2024

7

Afbeelding 2.3: Impressie van het ontwerp van het kerkgebouw (bron: Architectenbureau Born)

Afbeelding 2.4: Impressie gevels kerkgebouw (bron: Architectenbureau Born, 1 maart 2023).

Bestemmingsplan ‘Zuiderzeestraatweg West 69, Doornspijk’ Toelichting Vaststelling – 16 april 2024

8

Afbeelding 2.5: Plattegrond van de kelder, begane grond en 1e verdieping (bron: Architectenbureau Born, 6 juli 2023).

Het omliggende terrein heeft een overzichtelijk en functioneel karakter ten behoeve van het parkeren van auto's. In de situering (zie afbeelding 2.2) wordt er rekening mee gehouden dat de omwonenden geen overlast ervaren van het aankomende en vertrekkende autoverkeer. Dit aspect wordt verder onderbouwd in paragraaf 4.7. Een uitgebreide analyse en beschrijving van de locatie en de uitgangspunten voor de toekomstige ontwikkeling en inpassing in de omgeving zijn gegeven in de documenten die zijn opgesteld door landschapsarchitectenbureau Ars Virens. Dit is bijgevoegd als bijlage 1. In bijlage 2 zijn verschillende uitgangspunten voor het kerkgebouw en de stedenbouwkundige inpassing opgenomen. Geconcludeerd is dat de bestaande welstandsnota genoeg aanknopingspunten biedt om het plan te kunnen toetsen en dat de welstandscommissie akkoord is met de situering van het nieuwe kerkgebouw. In het ontwerp is ook rekening gehouden met de drie aanwezige monumentale bomen. Er worden maatregelen genomen om deze bomen te beschermen. Dit is nader toegelicht in paragraaf 4.9.2. Daarnaast is besloten om de monumentale uitstraling verder te benadrukken door tussen deze bomen een bankje te realiseren, waar passanten kunnen genieten van de omgeving. Vanuit verkeerskundig oogpunt is het niet mogelijk om tussen de monumentale bomen een toegangspad naar het kerkgebouw te realiseren.

Een separaat beeldkwaliteitsplan is niet benodigd.

2.4

Planmethodiek

De planmethodiek van dit bestemmingsplan is afgestemd op de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen van de DURP-standaarden 2012. Daarbij is de indelingsopzet van de aangegeven hoofdgroepen van bestemmingen gehanteerd. Verbeelding De analoge verbeelding is getekend op schaal 1:1000. Op de verbeelding wordt met lijnen, coderingen en arceringen aan gronden een bepaalde bestemming toegekend. Binnen een bestemmingsvlak zijn op de verbeelding met aanduidingen nadere regels aangegeven. De verbeelding is volgens IMRO 2012 (Informatiemodel Ruimtelijke Ordening 2012) getekend. Dit is een eenduidige en technische methode voor het tekenen van kaarten. Hiermee kan ruimtelijke informatie eenvoudig digitaal uitgewisseld

Bestemmingsplan ‘Zuiderzeestraatweg West 69, Doornspijk’ Toelichting Vaststelling – 16 april 2024

9 worden met andere overheden en samenwerkingspartners. Tevens maakt deze methode het mogelijk om het plan via internet te raadplegen. Regels De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing en regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. Hoofdstuk 1 Inleidende regels In dit hoofdstuk zijn de begrippen verklaard die gebruikt worden in hoofdstuk 2 en 3. Een en ander voorkomt dat er bij de uitvoering van het plan onduidelijkheden ontstaan over de uitleg van bepaalde regelingen. Daarnaast is het artikel “wijze van meten” opgenomen waarin bepaald is hoe de voorgeschreven maatvoering in het plan gemeten moet worden. Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels In dit hoofdstuk zijn de in het plan voorkomende bestemmingen geregeld. Voor dit bestemmingsplan gelden de enkelbestemmingen ‘Maatschappelijk – Religie’ en ‘Verkeer’. Daarnaast is de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’ en de functieaanduiding ‘bedrijfswoning’ opgenomen. Hieronder volgt een nadere beschrijving van deze bestemmingen. Maatschappelijk – Religie De enkelbestemming ‘Maatschappelijk – Religie’ is opgenomen voor het gehele plangebied. Deze aangewezen gronden zijn bestemd voor religieuze voorzieningen en daarbij behorende gebouwen, groenvoorzieningen, water, wegen, paden en parkeervoorzieningen.

In de regels is een afwijkende bouwhoogte opgenomen ten behoeve van een kerktoren. Daarnaast is er een bedrijfswoning toegestaan ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijfswoning’. Waarde – Archeologie 2 Aan het gehele plangebied is de archeologische dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’ toegekend. Deze dubbelbestemming is mede bestemd voor het behoud, de bescherming en/of het herstel van archeologische waarden in de bodem. Voor deze aangewezen gronden geldt dat bij het oprichten van een bouwwerk groter dan 120 m2, de aanvrager een rapport dient te overleggen waarin de archeologische waarde van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft in voldoende mate is vastgesteld. Hoofdstuk 3 Algemene regels Dit hoofdstuk bevat regels die op de bestemmingen van hoofdstuk 2 van toepassing zijn. Het gaat om de volgende artikelen. Anti-dubbeltelregel In deze bepaling is vastgelegd dat grond die in aanmerking moest worden genomen bij het verlenen van een omgevingsvergunning, waarvan de uitvoering heeft plaatsgevonden of alsnog kan plaatsvinden, bij de beoordeling van een andere aanvraag om omgevingsvergunning niet opnieuw in beschouwing mag worden genomen. Algemene bouwregels In dit artikel is een aantal aanvullende bouwregels opgenomen die voor alle bestemmingen kunnen gelden.

Algemene gebruiksregels In de algemene gebruiksregels is een algemeen verbod op strijdig gebruik opgenomen, en wordt een aantal voorbeelden genoemd wat in ieder geval als strijdig gebruik wordt beschouwd. Algemene afwijkingsregels In de algemene afwijkingsregels zijn regels opgenomen waarvan kan worden afgeweken met een omgevingsvergunning, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de sociale veiligheid, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

Bestemmingsplan ‘Zuiderzeestraatweg West 69, Doornspijk’ Toelichting Vaststelling – 16 april 2024

10 Overige regels In de overige regels zijn onderwerpen opgenomen van stedenbouwkundige aard die overeenkomstig het gestelde in artikel 9 lid 2 van de Woningwet buiten toepassing blijven. Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels In het overgangsrecht is een regeling opgenomen voor bebouwing en gebruik die al bestonden bij het opstellen van het plan, maar strijdig zijn met de opgenomen regeling. Onder bepaalde voorwaarden mag deze strijdige bebouwing en/of dit strijdig gebruik worden voortgezet of gewijzigd. In de slotregel is de officiële naam van het plan bepaald. Onder deze naam kan het bestemmingsplan worden aangehaald.

Bestemmingsplan ‘Zuiderzeestraatweg West 69, Doornspijk’ Toelichting Vaststelling – 16 april 2024

11

3

Ruimtelijk kader

3.1

Rijksbeleid

Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Ook in de toekomst moet Nederland een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving bieden en economisch kunnen floreren. Daarom is het van belang om inzicht te hebben in de opgaven waar Nederland voor staat. De druk op de ruimte, de leefomgeving, vraagt voortdurend om afweging van verschillende belangen. Ook internationale ontwikkelingen, de invloed van technologie en de groeiende verschillen tussen regio's vragen om snellere, creatieve en integrale afwegingen. Het klimaat verandert en er moet zorgvuldiger worden omgaan met energiebronnen en grondstoffen. Ook daaruit vloeien nieuwe opgaven. In aanloop naar de Omgevingswet is op 11 september 2020 één rijksvisie op de leefomgeving vastgesteld: de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. De NOVI schetst een duurzaam toekomstperspectief voor de leefomgeving in Nederland in 2050. Dit toekomstperspectief voor Nederland is: - Een klimaatbestendige delta; - Duurzaam, concurrerend en circulair; - Kwaliteit van leven in stad en dorp; - Nabijheid en betrouwbare verbindingen; - Veilig en gezond, herkenbaar en natuurlijk. Het realiseren van een fysieke leefomgeving die dit toekomstperspectief mogelijk maakt, is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle overheden.

In de NOVI benoemt het Rijk 21 nationale belangen voor het omgevingsbeleid, inclusief de opgaven en de rol van het Rijk in het realiseren van deze opgaven. Deze opgaven komen samen in vier prioriteiten. Deze prioriteiten vormen complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Deze prioriteiten zijn: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel 3. Sterke en gezonde steden en regio's 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Deze vier opgaven kunnen alleen in samenhang verder worden gebracht wanneer aandacht is voor thema's die hier dwars doorheen lopen, zoals omgevingskwaliteit, gezondheid, cultuurhistorie, klimaatadaptatie, water, bodem, (nationale) veiligheid en milieukwaliteit. Hierbij worden drie inrichtingsprincipes gehanteerd die helpen om in een specifieke casus of gebied bij botsende belangen een zorgvuldige weging tussen nationale belangen te maken. Die inrichtingsprincipes zijn: 1. Combineren boven enkelvoudig; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen voorkomen. De komst van de Omgevingswet maakt het mogelijk om het beleid en aanpak rondom de gezonde leefomgeving steviger te verankeren, rekening houdend met de samenstelling van de wijk en de behoeften van inwoners.

Gemeenten krijgen onder de Omgevingswet namelijk meer ruimte voor lokaal maatwerk doordat taken worden gedecentraliseerd. Volgens het Rijk is een gezonde leefomgeving een omgeving waar inwoners zich prettig voelen, die uitnodigt tot gezond gedrag en zo min mogelijk negatieve invloed heeft op de gezondheid. Voor gemeenten is onder andere de 'Handreiking Gezonde Gemeente' door het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport opgesteld om te ondersteunen bij het sturen op een gezonde fysieke en sociale leefomgeving. De NOVI is zelfbindend voor het Rijk. De rijksoverheid zet er wel op in dat provincies en gemeenten bij het vaststellen van hun eigen omgevingsvisies rekening houden met wat er in de NOVI staat. Voorliggend plangebied wordt niet specifiek benoemd in de NOVI. Bestemmingsplan ‘Zuiderzeestraatweg West 69, Doornspijk’ Toelichting Vaststelling – 16 april 2024

12

Ladder voor duurzame verstedelijking (Besluit ruimtelijke ordening) Op 1 juli 2017 is de nieuwe Ladder voor duurzame verstedelijking in werking getreden (artikel 3.1.6 lid 2 en 3 Bro). De nieuwe Ladder is ten opzichte van de voorgaande vereenvoudigd. De drie treden zijn komen te vervallen en er is een nieuwe bepaling toegevoegd. Om de Ladder beter hanteerbaar te maken en de onderzoekslasten te verminderen, is alleen bij een ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied nog een nadrukkelijke motivering nodig. De laddertoets geldt alleen voor plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken. Onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan: ‘ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Toetsing aan de Ladder houdt in dat een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt een beschrijving bevat van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Het voorliggende plan voorziet in de realisatie van een stedelijke voorziening (kerkgebouw), en kan daarom worden aangemerkt als een nieuwe stedelijke ontwikkeling.

De ontwikkeling vindt plaats binnen het bestaand bebouwd gebied van de dorpskern van Doornspijk. Op dit moment maken de kerkgangers van de PKN en de HHG gebruik van hetzelfde kerkgebouw aan de Zuiderzeestraatweg West 104 in Doornspijk. Dit is echter een tijdelijke en om verschillende redenen onwenselijke situatie. Ten eerste groeit het aantal leden van de HHG dat een eigen kerkgebouw wenst. Verder zijn leden van mening dat een kerkelijke gemeente van een dergelijke omvang een eigen kerkgebouw behoort te hebben om als gemeente samen te kunnen komen. Hierbij spelen ook praktische redenen een rol. Het gebruik van het bestaande kerkgebouw inclusief bijgebouwen door de HHG is dermate intensief, dat beschikbaarheid en gebruik door twee kerkelijke gemeenten elkaar kruisen. Zeer regelmatig dient een beroep te worden gedaan op faciliteiten in omliggende gebouwen, zoals de Ds. Baxschool te Doornspijk. Tot slot is de op 28 september 2007 getroffen voorziening voor beide kerkelijke gemeenten niet voor onbepaalde tijd; al vormt dit niet de enige reden voor het plan om een nieuw kerkgebouw te realiseren. Gezien het bovenstaande is een eigen locatie voor de activiteiten van de HHG gewenst, en is de behoefte daaraan aangetoond. Er komt geen bestaande locatie vrij of leeg te staan. Het bestaande kerkgebouw blijft in gebruik voor de activiteiten van de PKN.

De capaciteit van het nieuw te realiseren kerkgebouw is afgestemd op de verwachting voor het toekomstige gebruik. De locatiekeuze is in hoofdstuk 2 uitvoerig beschreven. Bovendien gaat het om een al bebouwde locatie binnen de dorpskern van Doornspijk, waarmee sprake is van zorgvuldig ruimtegebruik.

3.2

Provinciaal beleid

Omgevingsvisie Gaaf Gelderland Provinciale Staten hebben op woensdag 19 december 2018 ingestemd met de nieuwe ‘Omgevingsvisie Gaaf Gelderland’. De kern van deze Omgevingsvisie is dat een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland voorop staat. Om dit te behouden en te bereiken worden in de omgevingsvisie drie uitgangspunten centraal gesteld: een Duurzaam, Economisch krachtig en een Verbonden Gelderland. Duurzaam Gelderland beschikt over talrijke initiatieven en kansrijke aanknopingspunten op het terrein van energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit. Gelderland maakt ruimte voor forse schaalsprongen ten behoeve van een duurzame omgeving, samenleving en economie. Daarbij wil de provincie het volgende bereiken: • Energietransitie: In 2050 is Gelderland energieneutraal. Dat wil de provincie bereiken door grootschalig besparen, opwekken uit duurzame energiebronnen en innoveren. Als tussendoel wordt ingezet op 55% CO2 reductie in 2030. • Klimaatadaptatie: In 2050 is Gelderland ingericht op het veranderde klimaat. Bestemmingsplan ‘Zuiderzeestraatweg West 69, Doornspijk’ Toelichting Vaststelling – 16 april 2024

13 • •

Circulaire economie: Gelderland wil de eerste afvalloze provincie zijn. Als tussenstap wordt ingezet op 50% reductie van het gebruik van grondstoffen in 2030. Afval bestaat niet meer; er zijn alleen nog grondstoffen die blijvend hun waarde behouden. Biodiversiteit: Vanaf 2019 denkt en werkt Gelderland natuur-inclusief. Biodiversiteit gaat verder dan de bekende natuurgebieden. Ook daarbuiten, in woonwijken, op werklocaties en bij infrastructuur wordt van biodiversiteit een kernkwaliteit gemaakt.

Een krachtige economie De ‘oude’ economie van ongelimiteerde groei verandert in een economie die in balans is met haar sociale, ecologische en ruimtelijke omgeving. Nieuwe verdienmodellen en nieuwe technologieën doen hun intrede. De maakindustrie beleeft in Nederland een her- en opwaardering. Vestigingsklimaat, arbeidsmarkt, vakmanschap en kennisinfrastructuur worden steeds belangrijker. De woningmarkt in Nederland kampt enerzijds met schaarste en anderzijds met krimp. Daarnaast is er een grote opgave om bestaande bouw te verduurzamen. Gelderland heeft sterke troeven voor een internationaal onderscheidende en uiterst potentiële positie – clustering van economische activiteit, maakindustrie, logistieke kracht, sociaal ondernemen, natuur, kennis en onderwijs, ruimte, cultuur en sport en een strategische ligging. Op woongebied heeft Gelderland eveneens een uitzonderlijke positie. Door zowel te investeren in een bruisende en levendige stad als in een vitaal platteland ontstaat een symbiose waarbij beide elkaar versterken. Hierdoor gaat van Gelderland aantrekkingskracht uit. De Gelderse economie is krachtig. Deze situatie is niet vanzelfsprekend. Duurzame werkgelegenheid en bedrijvigheid zijn cruciaal voor de economische kracht van de Gelderse regio’s. Daarnaast vraagt een goed vestigingsklimaat om hoogwaardige culturele voorzieningen.

Daarbij wil de provincie het volgende bereiken: • Het uitnutten van de strategische ligging van Gelderland. De Gelderse economie kan zich verder ontwikkelen binnen de natuur- en landschapswaarden en deze dragen duurzaam bij. • Het positioneren van Gelderland als hét vestigingsgebied voor de nieuwe generatie ondernemers. Ondernemers die duurzaam ondernemen in balans met de sociale, ecologische en ruimtelijke omgeving hoog in het vaandel hebben; • Een sociaal evenwichtig vestigingsklimaat in Gelderland. Het versterken van de positie van Gelderland op het gebied van food, health en energy en andere topsectoren en stimuleren kleinschalig ondernemerschap en innovatie, ook met oog voor ontwikkeling van lokale arbeidsmarkten. • Het verduurzamen van de bestaande gebouwde woonomgeving. Dit is noodzakelijk om steden toekomstbestendig en economisch aantrekkelijk te maken. De provincie zoekt actief naar interessante transformaties, zoals de functiemenging op bedrijventerreinen en het omzetten van kantoren naar woningen. Blijvend verbonden Het is van belang dat mensen andere mensen kunnen ontmoeten. Dat geldt voor mensen in steden, wijken en voor het platteland. Of het nu gaat om werk of sociale contacten, de samenleving moet voor flexibele netwerken zorgen die voor iedereen open staan en beschikbaar zijn.

Naast traditionele voorzieningen als auto en OV doen nieuwe spelers en technologieën op het gebied van verbindingen en netwerken hun intrede, zoals smart mobility, zelfrijdende auto’s en deelauto’s. Ook het belang van snelle en betrouwbare data-uitwisseling neemt toe en is hier onderdeel van. De ontwikkelingen volgen elkaar snel op en zijn soms onstuimig. Het is van belang dat de relatief goede bereikbaarheid een toekomstvaste waarde voor Gelderland is. Systemen moeten meebewegen met nieuwe ontwikkelingen en deze ook faciliteren. Mobiliteit moet verder verduurzaamd worden. Daarbij wil de provincie het volgende bereiken: • Een optimale bereikbaarheid van Gelderland door onderlinge aansluiting van vervoersmogelijkheden en verplaatsingen te faciliteren. In 2050 dient de mobiliteit in Gelderland volledig duurzaam te zijn in termen van energie, klimaat, circulair en biodiversiteit. • Het creëren van slimme en duurzame oplossingen voor het verbinden van mensen, goederen en data. Daaronder wordt ook begrepen het beter benutten van bestaande infrastructuur en gedragsverandering. De opties tussen weg, rail en water worden zorgvuldig en duurzaam afgewogen. • Het stimuleren en faciliteren van nieuwe vormen van vervoer en verplaatsing. Dit kan bijvoorbeeld door autonoom rijden. Bestemmingsplan ‘Zuiderzeestraatweg West 69, Doornspijk’ Toelichting Vaststelling – 16 april 2024

14 Planspecifiek De omgevingsvisie doet geen specifieke uitspraken met betrekking tot de voorliggende ontwikkeling. In de stedenbouwkundige uitwerking wordt rekening gehouden met de ruimtelijke, landschappelijke en groene kwaliteiten van de omgeving, waarmee recht wordt gedaan aan de locatie. De nieuwbouw van het kerkgebouw voldoet aan de geldende eisen op het gebied van duurzaamheid en energie, waardoor wordt bijgedragen aan een duurzame en toekomstbestendige omgeving. Omgevingsverordening Gelderland De regels in de Omgevingsverordening (geconsolideerd 21 december 2022) vormen het sluitstuk op de Omgevingsvisie. De provincie zet de Omgevingsverordening als juridisch instrument in om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen op die onderdelen waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen te waarborgen of om te voldoen aan wettelijke verplichtingen. De regels uit de verordening zijn kaderstellend voor gemeenten bij het opstellen van bestemmingsplannen. Daarnaast worden de gebieden waarbinnen bepaalde regels gelden in de Omgevingsverordening concreet begrensd. De verordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. In de Omgevingsverordening Gelderland zijn geen specifieke instructieregels opgenomen ten aanzien van de ontwikkelingen die dit bestemmingsplan mogelijk maakt.

Het plangebied is ook niet aangeduid op een van de kaarten bij de verordening, met uitzondering van de achterkant van het perceel. Dit gedeelte valt binnen de kaartlagen ‘Regels Natuur - kaart 1’ en ‘Regels Natuur - kaart 4’ en maken derhalve onderdeel uit van het Gelders natuurnetwerk. Binnen deze strook is geen bebouwing voorzien. Bovendien blijkt uit ecologisch onderzoek (zie paragraaf 4.9) dat met de voorgenomen ontwikkeling het overtreden van de Wet Natuurbescherming niet aan de orde is bij het uitvoeren van de werkzaamheden op de projectlocatie. Dit bestemmingsplan is dan ook niet in strijd met de provinciale omgevingsverordening.

3.3

Gemeentelijk beleid

Omgevingsvisie Elburg 2018 Op 30 januari 2019 heeft de gemeenteraad van Elburg de Omgevingsvisie Elburg 2018 vastgesteld. Daarmee heeft zij een integrale toekomstvisie voor de hele gemeente uitgewerkt, die vooruitkijkt in een periode tot 2030. In die periode wil Elburg meebewegen, inspelen op kansen en haar kwaliteiten ontwikkelen. Zo blijft zij bouwen aan een vitale en krachtige gemeente, waar het goed wonen, werken en recreëren is. Op basis van een gezamenlijk starttraject met de NEO-gemeenten (Agenda NEO) is de visie voor Elburg opgesteld, samengevat in een globale visiekaart met daarin de kernpunten van het beleid voor de gemeente. De visie en missie tot 2030 is als volgt samengevat: samen naar een gezonde, veilige en duurzame balans tussen mens, ruimte en gebruik. Bij ontwikkelingen en investeringen stelt de gemeente de volgende kernwaarden voorop: Sociaal en zorgzaam, Gezond en groen, Gastvrij en ondernemend, Klimaatneutraal, Bereikbaar en veilig. Deze kernpunten en -waarden zijn onderverdeeld aan de hand van vijf thema’s. In het vervolg van de omgevingsvisie zijn deze thema’s verder geconcretiseerd in opgaven, ambities en keuzes, die als leidraad dienen voor het handelen van de gemeente bij het afwegen van initiatieven.

De vijf thema’s zijn: • Leefbare, vitale kernen met een actieve, gezonde samenleving; • Aantrekkelijke omgevingskwaliteit en identiteit; • Vitaal economisch klimaat; • Duurzaam, energieneutraal en klimaatbestendig; • Bereikbaar, nabij en toegankelijk. De visie op hoofdlijnen en thematische uitwerkingen zijn vervolgens nader uitgewerkt in zogenoemde IDee-kaarten. Hierin zijn de ambities en uitgangspunten gespecificeerd voor verschillende deelgebieden binnen de gemeente. Het voorliggende plangebied ligt in het deelgebied Doornspijk en Hoge Enk. Afbeelding 3.1 toont een uitsnede van de visiekaart. Voor het deelgebied stelt de omgevingsvisie de volgende algemene ambities: • behouden dorpse karakteristiek; • dagelijkse voorzieningen; • autoluw; Bestemmingsplan ‘Zuiderzeestraatweg West 69, Doornspijk’ Toelichting Vaststelling – 16 april 2024

15 • woningbouwlocaties; • landgoederenzone; • behouden agrarische karakteristiek. Als uitgangspunten kwaliteit zijn voor het gebied aangegeven: • herstel en handhaving van de oorspronkelijke karakteristieken, zoals de Zuiderzee Straatweg; • nieuwe woningbouw en ruimtelijke ontwikkelingen zorgvuldig inpassen in het kampenlandschap; • de relatie met het buitengebied sterker maken. Op de visiekaart is de omgeving van het plangebied aangeduid als ‘centrumontwikkeling’. De voorgenomen ontwikkeling van een kerkgebouw binnen het bebouwd gebied van de dorpskern van Doornspijk levert hieraan een bijdrage. Daarmee past de ontwikkeling binnen de ambitie om de dorpse karakteristiek te behouden. Daarbij wordt de ontwikkeling ontwikkeling stedenbouwkundig ingepast in de omgeving, en qua ontwerp van het kerkgebouw en inrichting van het perceel afgestemd op het naastliggende landgoed Klarenbeek.

Bestemmingsplan ‘Zuiderzeestraatweg West 69, Doornspijk’ Toelichting Vaststelling – 16 april 2024

16 Afbeelding 3.1: Uitsnede visiekaart deelgebied Doornspijk en Hoge Enk (bron: Omgevingsvisie Elburg 2018).

Visiekaart Omgevingsplan Elburg De gemeente Elburg heeft in 2021 een Visiekaart Omgevingsplan Elburg opgesteld. De Visiekaart is het resultaat van een participatietraject met het dorp en bevat de ingrediënten voor het toekomstige omgevingsplan Doornspijk. De Visiekaart zelf heeft geen juridische status. Een volgende stap in het proces is het opstellen van een omgevingsplan Doornspijk. In de visiekaart is de kern Doornspijk opgedeeld in drie gebieden: het dorpsgebied, verblijfsrecreatie en woongebied. Het plangebied van de kerk is gelegen binnen het dorpsgebied. Het dorpsgebied is een gemengd gebied, naast het wonen zijn hier ook diverse andere functies, zoals winkels, horecabedrijven, bedrijven en maatschappelijke functies zoals scholen en kerken. Het gemengde karakter maakt dit een deelgebied waar reuring gewenst en passend is. Daarnaast is een zoekgebied dorpshart aangewezen. Binnen het zoekgebied wordt de haalbaarheid onderzocht van het verplaatsen en/of samenvoegen van diverse voorzieningen. Het doel is een koppeling te maken tussen verschillende voorzieningen en het dorp te versterken. In de visiekaart zijn geen specifieke functies gekoppeld aan het zoekgebied dorpshart. De voorgenomen ontwikkeling van het kerkgebouw aan de Zuiderzeestraatweg West 69 past binnen de Visiekaart.

De belangrijkste argumenten hiervoor zijn: • de locatie ligt binnen het dorpsgebied, waar ook andere functies dan wonen zijn toegestaan; • de beoogde locatie zorgt ervoor dat de verkeersaantrekkende werking niet via de kleinere toegangswegen binnen de kern Doornspijk hoeft te worden afgewikkeld; • een kerkgebouw zorgt voor de gewenste reuring in het dorpsgebied; • de beoogde locatie kent een onbenutte (tijdelijk ingevulde) detailhandelsbestemming, die met de voorgenomen ontwikkeling wordt omgezet zonder dat dit extra parkeer- en verkeersdruk in de omgeving op zal leveren; Conclusie Zoals uit het voorgaande blijkt, past de ontwikkeling in het plangebied goed binnen het Rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid.

Bestemmingsplan ‘Zuiderzeestraatweg West 69, Doornspijk’ Toelichting Vaststelling – 16 april 2024

17

4

Omgevingsaspecten

4.1

Algemeen

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de diverse milieuaspecten die relevant zijn voor het plan. Per milieuaspect wordt het geldende wettelijk en/of het beleidskader beschreven. Daarnaast wordt het uitgevoerde onderzoek belicht waarbij de resultaten kort worden weergegeven. Ten slotte wordt op basis van het kader en het onderzoek de conclusie weergegeven.

4.2

Milieueffectrapportage

4.2.1 Kader Het inwerkingtredingsbesluit wijziging Besluit m.e.r. is op 7 juli 2017 in werking getreden. In dit gewijzigde Besluit m.e.r. is de nieuwe procedure omtrent de vormvrije m.e.r.-beoordeling opgenomen. Het besluit is aangepast omdat de Europese rechter heeft geoordeeld dat de drempelwaarden voor m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten onvoldoende recht deden aan de vraag of er sprake is van "aanzienlijke gevolgen voor het milieu". Het besluit is aangepast en de drempelwaarden zijn nu indicatief. Dat betekent dat als een project (ruim) onder de drempelwaarden blijft er wel een toetsing moet worden gedaan. Het bevoegd gezag moet zich er van vergewissen dat er daadwerkelijk geen aanzienlijke gevolgen voor het milieu zijn. Bij de aanleg, wijziging of uitbreiding van woningbouw kan sprake zijn van een stedelijk ontwikkelingsproject, zoals aangegeven in D 11.2, kolom 1, in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1. 2. 3.

een oppervlakte van 100 hectare of meer; een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat; of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.

De drempelwaarden in het Besluit m.e.r. (kolom 2-'gevallen' in de D-lijst) zijn gebaseerd op algemene kenmerken van een activiteit en een globale aanname dat bij gevallen onder de drempelwaarde geen belangrijke nadelige milieugevolgen zullen optreden. Dat hoeft echter niet altijd het geval te zijn: in bepaalde gevallen kan een activiteit met een kleinere omvang wel degelijk belangrijke nadelige milieugevolgen hebben. De consequentie van de nieuwe regeling is dat in elk besluit of plan, dat betrekking heeft op activiteiten, die voorkomen op de D-lijst aandacht moet worden besteed aan m.e.r. Er zal een toets moeten worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets, die dus een nieuw element is in de m.e.r.-regelgeving, wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: • •

belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk; belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor een m.e.r.

De vormvrije m.e.r.-beoordeling is dus altijd nodig als een besluit of plan wordt voorbereid over activiteiten die voorkomen op de D-lijst. Voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling bestaan geen vereisten voor de vorm, maar wel voor de inhoud. 4.2.2 Beoordeling en conclusie De beoogde ontwikkeling kan aangemerkt worden als een stedelijk ontwikkelingsproject en komt voor in de eerste kolom van de D-lijst horende bij het besluit mer (categorie 11.2). Hoewel de drempelwaarde (kolom 2) (bij lange na) niet wordt overschreden, dient evenwel een vormvrije m.e.r.-beoordeling plaats te vinden. In het kader van de voorliggende ontwikkeling is een aanmeldnotitie opgesteld waarin de verschillende milieuaspecten afgewogen zijn. Deze is opgenomen als bijlage 3. In deze aanmeldnotitie wordt aan de Bestemmingsplan ‘Zuiderzeestraatweg West 69, Doornspijk’ Toelichting Vaststelling – 16 april 2024

18 hand van de drie criteria uit bijlage III van de Europese m.e.r.-richtlijn (2011/92/EU) inzicht gegeven in de mogelijke milieueffecten van dit plan. Uit de aanmeldnotitie blijkt dat er geen belangrijk negatieve gevolgen voor het milieu zijn te verwachten. Burgemeester en wethouders hebben op basis van deze aanmeldnotitie besloten dat voor het bestemmingsplan geen m.e.r.-procedure doorlopen hoeft te worden.

4.3

Luchtkwaliteit

4.3.1 Kader Onderzoek naar luchtkwaliteit wordt uitgevoerd op grond van hoofdstuk 5, titel 5.2 ‘Luchtkwaliteitseisen’ van de Wet milieubeheer. De titel 5.2 ‘Luchtkwaliteitseisen’ is beter bekend als de Wet luchtkwaliteit. De kern van de Wet luchtkwaliteit is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Het NSL is een bundeling maatregelen op regionaal, nationaal en internationaal niveau die de luchtkwaliteit verbeteren en waarin alle ruimtelijke ontwikkelingen/projecten zijn opgenomen die de luchtkwaliteit in belangrijke mate verslechteren. Het doel van de NSL is om overal in Nederland te voldoen aan de Europese normen voor de luchtverontreinigende stoffen. Voor wegverkeer zijn stikstofdioxide (NO2), fijnstof (PM10) en zeer fijnstof (PM2,5) de belangrijkste stoffen. De in de Wet luchtkwaliteit gestelde norm voor NO2 en PM10 jaargemiddelde grenswaarde is voor beide stoffen 40 µg/m3. Daarnaast mag de PM10 24 uurgemiddelde grenswaarde van 50 µg/m3 maximaal 35 keer per jaar worden overschreden. De jaargemiddelde grenswaarde voor zeer fijnstof (PM2,5) bedraagt 25 µg/m3. Met het van kracht worden van het NSL zijn de tijdstippen waarop moet worden voldaan aan de jaargemiddelde grenswaarden NO2 en PM10 aangepast. Voor PM10 is dat 11 juni 2011 en 1 januari 2015 voor NO2. De grenswaarde voor PM2,5 is vanaf 1 januari 2015 van toepassing.

Naast de introductie van het NSL is het begrip ‘niet in betekenende mate bijdragen’ (NIBM) een belangrijk onderdeel van de Wet luchtkwaliteit. Een project draagt NIBM bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit als de NO2 en PM10 jaargemiddelde concentraties niet meer toenemen dan 1,2 µg/m3. In dat geval is de ontwikkeling als NIBM te beschouwen. Een ruimtelijke ontwikkeling vindt volgens de Wet luchtkwaliteit doorgang als ten minste aan één van de volgende voorwaarden is voldaan: - de ontwikkeling is opgenomen in het NSL; - de ontwikkeling wordt aangemerkt als een NIBM-project; - de gestelde grenswaarden in bijlage 2 van de Wet luchtkwaliteit worden niet overschreden; - projectsaldering kan worden toegepast. Voor zover de ruimtelijke ontwikkeling is opgenomen in het NSL of de ontwikkeling kan worden aangemerkt als NIBM-project is toetsing aan de grenswaarden van de Wet luchtkwaliteit niet nodig. In de ‘Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)’ (Regeling NIBM) zijn voor verschillende functiecategorieën cijfermatige kwantificaties opgenomen, waarbij een ontwikkeling als een NIBM-project kan worden beschouwd. Deze categorieën betreffen landbouwinrichtingen, spoorwegemplacementen, kantoorlocaties, woningbouwlocaties en een combinatielocatie van woningbouw en kantoren.

4.3.2 Onderzoek Met de realisatie van het kerkgebouw zullen geen nieuwe verkeersbewegingen ontstaan. Het is immers een verplaatsing van de bestaande kerkdiensten naar een nieuw kerkgebouw. Dit nieuwe kerkgebouw ligt op circa 100m van de bestaande locatie. Bovendien verdwijnt hiermee de planologische mogelijkheid voor een tuincentrum binnen de kern Doornspijk. Per saldo neemt planologisch gezien de verkeersaantrekkende werking dus af. Een verslechtering van de luchtkwaliteit ter plaatse valt dan ook niet te verwachten. Het project kan daarom worden aangemerkt als een ontwikkeling die ‘NIBM’ bijdraagt aan verslechtering van de luchtkwaliteit. Toetsing aan de grenswaarden uit de Wet luchtkwaliteit is daardoor niet nodig. Bestemmingsplan ‘Zuiderzeestraatweg West 69, Doornspijk’ Toelichting Vaststelling – 16 april 2024

19

4.3.3 Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor dit bestemmingsplan.

4.4

Geluid

4.4.1 Kader De Wet geluidhinder verlangt inzicht in de akoestische effecten bij de realisatie van nieuwe geluidsgevoelige objecten, zoals woningen. Bij een bestemmingsplan dat nieuwe geluidsgevoelige objecten mogelijk maakt is akoestisch onderzoek benodigd. 4.4.2 Onderzoek en conclusie Dit bestemmingsplan voorziet in de realisatie van een nieuw kerkgebouw. Een kerk wordt niet aangemerkt als geluidsgevoelig object. Onderzoek op grond van de Wgh is dan ook niet benodigd. Daarnaast veroorzaakt het nieuwe kerkgebouw geen toename van de verkeersintensiteit op de omliggende wegen, zoals nader beschreven in paragraaf 4.12. De geluidsbelasting zal dan ook niet toenemen ter plaatse van de bestaande woningen langs de wegen in de omgeving. Gezien bovenstaande vormt het aspect geluid geen belemmering voor dit bestemmingsplan.

4.5

Bodemkwaliteit

4.5.1 Kader Bij de vaststelling van een bestemmingsplanwijziging en/of omgevingsvergunning dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient doorgaans een bodemonderzoek te worden verricht conform de richtlijnen NEN 5740. 4.5.2 Onderzoek In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is de bodemkwaliteit onderzocht. Onderzoeksbureau Boluwa heeft een verkennend bodemonderzoek (NEN5740), nader bodemonderzoek (NTA5755) en een verkennend bodemonderzoek asbest (NEN5707) uitgevoerd. De volledige rapportage is opgenomen in bijlage 4. De belangrijkste conclusies zijn hieronder beschreven. Verkennend bodemonderzoek Op basis van het verkennend onderzoek zijn op het terrein in zowel de boven- als de ondergrond grond diverse licht verhoogde gehalten aangetoond. Daarnaast is ter plaatse van één separaat onderzocht grondmonster (boring B48) in de zintuiglijk verdachte bodemlaag een sterk verhoogd gehalte PAK aangetroffen. De aangetroffen licht verhoogde gehalten op het terrein behoeven geen nader onderzoek. Ter plaatse van de locatie van het grondmonster dient echter wel een nader onderzoek te worden uitgevoerd in de vorm van afperkende boringen. In het grondwater zijn geen verhoogde gehalten aangetoond.

Nader bodemonderzoek Op basis van voorgaand verkennend bodemonderzoek is op één locatie in de bovengrond een sterk verhoogd gehalte PAK (10-VROM) aangetroffen. Volgens schatting is een oppervlakte van circa 50 m² licht tot sterk verontreinigd. De dikte van de verontreinigde laag wordt geschat op circa 0,50 m. Dit houdt in dat circa 25 m³ verontreinigde grond aanwezig is, waarvan circa 15 m³ boven de interventiewaarde. Waarschijnlijk betreft het een historische verontreiniging (ontstaan voor 1987) en behoeft deze niet met spoed te worden gesaneerd. Indien ter plaatse van het verontreinigde terreindeel ontwikkelingen plaatsvinden waarbij grondroerende werkzaamheden worden uitgevoerd dient de verontreiniging te worden gesaneerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=elburg&id=5480f89f-0b8c-4bc4-b78b-c25d07fd93bc