Agendabundel
Tekst van het document
Aangetoonde woningbehoefte (de vraag) zou moeten kunnen worden gefaciliteerd, in de vorm, op de plaats en op het moment dat die zich voordoet. Conclusie omgevingsvisie: Er is sprake van een concrete plaatselijke vraag. Het onderhavige project past binnen het beleid als verwoord in de Omgevingsvisie Gelderland. Geconstateerd wordt daarom dat het plan in overeenstemming is met het provinciaal beleid zoals verwoord in de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland.
Omgevingsverordening Gelderland Op 24 september 2014 werd door Provinciale Staten van Gelderland de Omgevingsverordening Gelderland vastgesteld. De Omgevingsverordening van de provincie Gelderland is gebaseerd op de bovengenoemde Omgevingsvisie. Deze Omgevingsverordening werd op 19 december 2018 geactualiseerd op basis van de Omgevingsvisie van 2018. In de Omgevingsvisie is het ruimtelijk-maatschappelijk beleid uiteengezet. In de Omgevingsverordening wordt de juridische borging van het beleid geregeld om op die manier de provinciale belangen veilig te stellen. Vrijwel elke ontwikkeling in Gelderland heeft van doen met de inhoud van de Omgevingsvisie en met de bepalingen uit de Omgevingsverordening. Een nieuw ruimtelijk project, zoals het onderhavige, moet worden getoetst aan de Regels van de Omgevingsverordening van de provincie.
Slaa + van Asselt architecten BNA
02-02-2022
pagina 10 van 28
Ruimtelijke ontwikkeling nabij Berkenweg 9 / 13 te Doornspijk
1813
Volgens artikel 2.1, lid 1 (regionale woonagenda) stellen de gemeentebesturen een Regionale Woonagenda op. Volgens artikel 2.1, lid 2 zullen Gedeputeerde Staten de Regionale Woonagenda vaststellen. Volgens artikel 2 maakt een bestemmingsplan nieuwe woningen alleen mogelijk als die ontwikkeling past binnen een door Gedeputeerde Staten vastgesteld Regionale Woonagenda. In het voorliggende plan is sprake van huisvesting van de in het beleid benoemde doelgroep arbeidsmigranten en van vrijstaande woningen. Er is geen strijd met de Omgevingsverordening van de provincie Gelderland.
Groene ontwikkelingszone De locatie valt buiten het Gelders natuurnetwerk. Het terrein is onderdeel van de Ecologische verbindingszones en valt binnen de groene ontwikkelingszone. Dat betekent dat er vanuit de Omgevingsverordening Gelderland eisen worden gesteld aan de ontwikkeling zodra er sprake is van een uitbreiding van bestaande functies met meer dan 30 procent. In het voorliggende plan worden de bestemmingsvlakken niet vergroot. Ook de bebouwde oppervlakken worden naar verwachting kleiner maar zeker niet vergroot. Conclusie omgevingsverordening: Een nieuw bestemmingsplan moet voldoen aan de Instructieregels voor bestemmingsplannen zoals in de Omgevingsverordening opgenomen. Er staan geen Regels in de Omgevingsverordening die de voorliggende planontwikkeling belemmeren.
3.3.
Gemeentelijk beleid De gemeente Elburg heeft op verschillende onderwerpen beleid ontwikkeld. In dit hoofdstuk worden de voor dit plan relevante beleidsdocumenten uiteengezet en getoetst.
Toekomstvisie Elburg 2020 De Toekomstvisie Elburg 2020 is vastgesteld in november 2009 en bevat de strategische koers die de gemeente nastreeft. De ruimtelijke aspecten die deze koers met zich mee brengt zijn uitgewerkt in de Structuurvisie Elburg 2030 die door de raad op 24 september 2012 is vastgesteld. De kernwaarden van de gemeente zijn hieronder weergegeven: - Geborgenheid, zorgzaamheid en veiligheid; - Gastvrije en uitnodigende omgeving; - Vitale kwaliteitseconomie; - Herkenning in geloofsbeleving; - Kwaliteit in wonen en leefomgeving; - Kleinschaligheid en menselijke maat; - Ontplooiingsruimte voor jong en oud. Het buitengebied is sterk verweven met Doornspijk en Hoge Enk. Het zijn hechte en betrokken gemeenschappen waar de plaatselijke voorzieningen in stand worden gehouden. Ook zal er veel aandacht zijn voor het bouwen van starterswoningen voor de plaatselijke jeugd. De uitvoering zal gericht zijn op de specifieke woonwensen van de jonge inwoners. Nieuwe woningen en andere (werk)gebouwen zullen zorgvuldig, in het dorp en/of landschap worden ingepast; kleinschalig, al dan niet aan de dorpsrand en met het kenmerkende karakter van Doornspijk en Hoge Enk als agrarische lintdorpen.
Slaa + van Asselt architecten BNA
02-02-2022
pagina 11 van 28
Ruimtelijke ontwikkeling nabij Berkenweg 9 / 13 te Doornspijk
1813
Conclusie: Zowel de sloop van voormalige recreatiewoningen als de bouw van nieuwe woningen draagt bij een het verduurzamen. Daarmee voldoet het plan aan de uitgangspunten ten aanzien van de Toekomstvisie.
Woonvisie 2020-2025 De Woonvisie vormt bouwstenen voor Elburgs activiteiten op het gebied van het wonen, en is het richtinggevend kader voor het handelen van partners in het veld. De visie formuleert onder meer het kader voor de afweging van nut, noodzaak en locatiekeuze van nieuwe ontwikkelingen in relatie tot de bestaande woningvoorraad. Het sluit daarbij aan bij de door het Rijk opgestelde ladder voor duurzame verstedelijking als verplicht toetsingsinstrument bij nieuwe bestemmingsplannen. Een doelstellingen die genoemd wordt is het uitbreiden van de woningvoorraad met 810 woningen in komende 10 jaar. Verder stelt de visie dat voor circa 75 tot 100 arbeidsmigranten een legale huisvestingsvorm georganiseerd moet worden. Dat is in dezelfde orde van grootte als eerder in een regionaal convenant is afgesproken. Tot op heden is de gemeente er echter nog niet in geslaagd een structurele legale oplossing te vinden. Dit zal dus snel opnieuw opgepakt moeten worden. Eén van de genoemde oplossingsrichtingen is de legalisering van woningen op recreatieparken, waarvan wordt aangegeven dat dit in nauw overleg met de eigenaren van recreatieparken moeten gebeuren; Conclusie: Het voorliggende initiatief doet een bijdrage aan het vergroten van de woningvoorraad en helpt bij het realiseren van een legale huisvestingsvorm voor arbeidsmigranten.
Daarmee voldoet het plan aan de uitgangspunten van de woonvisie 2020-2025.
Notitie Doelgroepenbeleid gemeente Elburg De huidige Woonvisie van de gemeente Elburg bestrijkt de periode 2015-2019. Daarom is de gemeente gestart met het proces om te komen tot een nieuwe Woonvisie voor de periode 2020-2023. Vooruitlopend op de vaststelling van de nieuwe Woonvisie wil de gemeente het huisvestingsbeleid voor de verschillende te huisvesten bijzondere doelgroepen vaststellen. Dit heeft mede te maken met de discussie rond het voorliggende initiatief. Met het Doelgroepenbeleid wil de gemeente een goed inzicht en overzicht hebben over de huisvestingsopgaven voor bijzondere doelgroepen die de gemeente heeft en uitgangspunten en randvoorwaarden formuleren voor de huisvesting van die doelgroepen. In deze notitie, gedateerd 3 maart 2020, heeft de gemeente de opgave voor 5 doelgroepen geformuleerd. Voor wat betreft de ontwikkeling aan de Berkenweg geldt dit voor de doelgroep EU-arbeidsmigranten. De notitie gaat uit van 250 in Elburg werkzame arbeidsmigranten. Daarvan zijn er 150-175 woonachtig in Elburg (in gewone woningen en kamergewijs verhuurde woningen van werkgevers). De opgave is dan 75-100 te legaliseren plaatsen (door honorering bestaande c.q. nieuwe initiatieven)
Slaa + van Asselt architecten BNA
02-02-2022
pagina 12 van 28
Ruimtelijke ontwikkeling nabij Berkenweg 9 / 13 te Doornspijk
1813
Conclusie: Het voorliggende initiatief betreft o.a. de huisvesting van EUarbeidsmigranten en sluit daarmee aan bij de in deze notitie genoemde oplossingsmogelijkheden. Daarmee voldoet het plan aan de uitgangspunten van de Notitie Doelgroepenbeleid gemeente Elburg.
Landschapsontwikkelingsplan Elburg (LOP) In het buitengebied van de gemeente Elburg spelen nieuwe ontwikkelingen en de gemeente heeft de wens initiatieven te stimuleren. Het LOP biedt de gemeente een landschappelijke visie op het buitengebied en een actieprogramma met kansrijke en op uitvoering gerichte projecten. De visie zal zorgen voor een toetsingskader waarbinnen ontwikkelingen en plannen beoordeeld kunnen worden. Het LOP kent een doorlooptijd van 10 jaar en de planperiode loopt van 2011 tot 2020. Daarbij staan het versterken van de identiteit en karakteristieke verscheidenheid van het landschap centraal. Het buitengebied van de gemeente Elburg is opgedeeld in verschillende landschapstypen om de unieke landschappelijke verscheidenheid te behouden en waar mogelijk te versterken. Het plangebied ligt op de rand van een ‘kleinschalig / lineair kampenlandschap’ (KK), en tegen ‘besloten natuurgebied de Veluwe’ (BV), zoals in onderstaande figuur is weergegeven.
Uitsnede LOP (bron: LOP gemeente Elburg)
De basisvisie op de flanken van de Veluwe is gericht op het behouden, maar vooral ook versterken van de kleinschalige mozaïekachtige structuur en het herstellen van de samenhang en balans tussen de verschillende elementen: houtwallen, singels, wegbeplanting, erfbeplanting, open ruimtes en bebouwing. Binnen de flanken van de Veluwe wordt onderscheid gemaakt tussen het kleinschalige kampenlandschap en het lineaire kampenlandschap. In zowel het kleinschalige kampenlandschap als het lineaire kampenlandschap ligt het accent op behoud en versterking van de houtsingels die een kleinschalige mozaïekstructuur creëren. Het patroon van de mozaïekstructuur verschilt tussen het kleinschalige kampenlandschap en het lineaire kampenlandschap. In het kleinschalige kampenlandschap dicht tegen de Veluwe aan, is de dichtheid aan houtsingels groter, zijn de percelen kleiner en de vormen grilliger.
Slaa + van Asselt architecten BNA
02-02-2022
pagina 13 van 28
Ruimtelijke ontwikkeling nabij Berkenweg 9 / 13 te Doornspijk
1813
Het behouden en versterken van deze kenmerkende beplanting op de perceelsgrenzen vormt een belangrijk onderdeel binnen het LOP. Conclusie: Ten behoeve van de voorliggende gebruikswijziging worden geen bomen gekapt. Groenopstanden en houtsingels blijven behouden. Het plan past daarmee binnen de visie zoals omschreven in het Landschapsontwikkelingsplan Elburg
Beleidsplan Vitale Vakantieparken Het Beleidsplan Vitale Vakantieparken van de Gemeente Elburg is een uitwerking van de doelstelling van de RNV om te komen tot een toeristische visie op de regio met inachtneming van de door de deelnemende gemeenten uitgewerkte actieplannen. Bij transformatie (functieverandering of sanering) van vakantieparken zijn er specifieke uitgangspunten geformuleerd: Er dient een toekomstbestendige situatie te ontstaan; De kosten van de transformatie mogen niet ten laste komen van de gemeente; De transformatie heeft betrekking op een volledig park of een aaneengesloten gedeelte daarvan. In het voorliggende plan is sprake van een toekomstbestendige ontwikkeling, de kosten komen volledig ten laste van de initiatiefnemer en de transformatie heeft betrekking op het gehele park. Conclusie: De ontwikkeling past goed in het beleid van de gemeente Elburg aangaande vitale vakantieparken.
Slaa + van Asselt architecten BNA
02-02-2022
pagina 14 van 28
Ruimtelijke ontwikkeling nabij Berkenweg 9 / 13 te Doornspijk
4.
1813
MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN 4.1.
Inleiding Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: -
Het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; Het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen.
Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBIcode gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan/wijzigingsplan mogelijk is. Hoewel deze richtafstanden indicatief zijn, volgt uit jurisprudentie dat deze afstanden als harde eis gezien worden door de Raad van State bij de beoordeling of woningen op een passende afstand van bedrijven worden gesitueerd.
4.2.
Bedrijven en milieuzonering Aan de hand van vorenstaande regeling is onderzoek verricht naar de feitelijke situatie. De feitelijke situatie betreft bestaande woningen en te vervangen bestaande woningen. Zoals reeds hiervoor genoemd wordt bij het realiseren van nieuwe bestemmingen gekeken te worden naar de omgeving waarin de nieuwe bestemmingen gerealiseerd worden. Hierbij spelen twee vragen en rol: -
past de nieuwe functie in de omgeving? (externe werking); laat de omgeving de nieuwe functie toe? (interne werking).
Voor wat betreft de eerste vraag gaat het er om of de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar bezien, in strijd is te achten met een goede ruimtelijke ontwikkeling. Daarvan
Slaa + van Asselt architecten BNA
02-02-2022
pagina 15 van 28
Ruimtelijke ontwikkeling nabij Berkenweg 9 / 13 te Doornspijk
1813
is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden in ernstige mate wordt aangetast. In dit geval wordt de locatie bestemd ten behoeve van woondoeleinden. De functie wonen betreft geen bedrijfsactiviteit, daarom is er geen sprake van een milieubelastende activiteit met externe werking. Van enige vorm van aantasting van het woon- en leefklimaat van omwonenden is dan ook geenszins sprake. Bij de tweede vraag gaat het er om of de nieuwe functies binnen het plangebied hinder ondervinden van bestaande functies in de omgeving. Bij veehouderijen geldt, op basis van de VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’, de grootste richtafstand veelal voor het aspect geur. Bij agrarische bedrijven zijn echter niet de adviesafstanden maar de wettelijk aan te houden afstanden of de berekenende geuremissiecontouren voor vergunning plichtige veebedrijven bepalend. Hier wordt in de volgende paragraaf nader op ingegaan. In deze paragraaf zullen de richtafstanden bij veehouderijen voor wat betreft het aspect geur derhalve buiten beschouwing blijven. In de directe nabijheid van het plangebied zijn geen inrichtingen gelegen die hinder zouden kunnen geven aan de realisatie van de nieuwbouw.
4.3.
Geur De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt vanaf 1 januari 2007 het toetsingskader bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor inrichtingen, als het gaat om geurhinder vanwege dierenverblijven van veehouderijen. Op grond van de Wet geurhinder en veehouderij dient tussen een emissiepunt van een dierenverblijf waarin melkkoeien en/of vrouwelijk jongvee worden gehouden en een geurgevoelig object binnen de bebouwde kom een afstand van 100 meter en buiten de bebouwde kom een afstand van 50 meter te worden aangehouden. Voor de overige dieren welke binnen de inrichting worden gehouden, is in de Wet geurhinder en veehouderij een geurnorm opgenomen. Deze bedraagt voor geurgevoelige objecten binnen de bebouwde kom 3 odour units per kubieke meter lucht. Voor geurgevoelige objecten buiten de bebouwde kom bedraagt deze 14 odour units per kubieke meter lucht. Volgens artikel 4 lid 1 van de Wgv, geldt dat voor de woningen, ten aanzien van het aspect geur, een minimale afstand van 50 meter tussen het agrarische bouwvlak en de woningen dient te worden aangehouden. Het dichtstbijzijnde gelegen agrarische bedrijf ligt, hemelsbreed, op ruim meer dan 50 meter. De vaste afstand wordt in onderhavig geval ruimschoots gehaald en levert geen belemmeringen op voor de te realiseren woningen. Er hoeft in dit geval geen nader onderzoek plaats te vinden inzake het aspect geur.
De ontwikkeling is in overeenstemming met het gestelde in de Wet geurhinder en veehouderij. Conclusie: Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor de uitvoering van het plan.
Slaa + van Asselt architecten BNA
02-02-2022
pagina 16 van 28
Ruimtelijke ontwikkeling nabij Berkenweg 9 / 13 te Doornspijk
4.4.
1813
Geluid WEGVERKEER De Wet geluidhinder (Wgh) heeft tot doel de mensen te beschermen tegen geluidsoverlast. Op basis van deze wet dient bij het opstellen van een bestemmingsplan aandacht te worden besteed aan het aspect “geluid”. De Wet geluidhinder beschermt de volgende objecten: - Woningen - andere geluidsgevoelige gebouwen - geluidsgevoelige terreinen Het besluit geluidhinder (Bgh) wijst volgens art. 1 Wgh een "ander geluidsgevoelig gebouw" aan. Art. 1.2 Bgh wijst onderstaande gebouwen aan als "ander geluidsgevoelig gebouw": - onderwijsgebouwen - ziekenhuizen en verpleeghuizen - verzorgingstehuizen - psychiatrische inrichtingen - kinderdagverblijven Door Adviesburo de Haan is een berekening uitgevoerd voor de nieuwe situatie volgens de Standaard Rekenmethode I uit bijlage III van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. Dit om de 48 dB L den geluidscontour van de Berkenweg te bepalen, waarin ook het wegverkeer van de A28 en het treinverkeer is mee genomen. Uit de berekening volgt dat alle gevels van de woningen buiten de 48 dB geluidscontour vallen van de Berkenweg. De geluidbelasting van het wegverkeer op de rijksweg A28 en het railverkeer voldoen ook aan de voorkeurswaarden op basis van de geluidzones en de kaarten in de atlas leefomgeving. De volledige rapportage van dit onderzoek is als bijlage bij deze onderbouwing gevoegd.
ARTILLERIE SCHIETKAMP ’T HARDE Ten zuiden van het plangebied ligt het Artillerie Schietkamp (ASK) ligt. Dit militaire oefenterrein ligt op circa 1300 meter afstand van het plangebied. Uit de Hinderwetvergunning van 27 oktober 1994 blijkt dat geluidscontouren en de toegestane geluidbelasting op immissiepunten is vastgesteld Volgens de geluidscontouren blijkt dat de geluidsbelasting ter plaatse van het plan tussen 45 dB(A) en 50 dB(A) ligt. Door adviesbureau De Haan is onderzoek gedaan naar de invloeden van schietlawaai en overige activiteiten. Als toetsingskader gelden: - De geldende omgevingsvergunning milieu van het ASK uit 1994 - De beleidsnota “Beleid Inzake Militair Schietgeluid” van 25 februari 2013 voor de beoordeling van schietlawaai. Uit het rapport blijkt dat het initiatief geen nadelig effect heeft op de naleefbaarheid van de vergunning en de beleidsnota voor schietlawaai en ook geen relevant effect heeft op de naleefbaarheid van de vergunning voor de overige activiteiten van het ASK. Conclusie:
Slaa + van Asselt architecten BNA
02-02-2022
pagina 17 van 28
Ruimtelijke ontwikkeling nabij Berkenweg 9 / 13 te Doornspijk
1813
Geconcludeerd kan worden dat voor het onderdeel geluid sprake is van een goed woon- en leefklimaat.
4.5.
Bodem INLEIDING De bodem wordt op vele manieren gebruikt, voor bijvoorbeeld woningbouw, landbouw, aanleg van wegen en winning van grondstoffen. Om te zorgen dat dit nu en in de toekomst mogelijk blijft, is een duurzaam beheer van de bodem belangrijk. Doordat mensen al vele eeuwen gebruik maakt van de bodem heeft zij overal sporen achtergelaten. Deze sporen zijn terug te zien in het landschap en te vinden op en in de bodem. Door bodemsanering worden de ernstige chemische verontreiniging van de bodem aangepakt. Bescherming van de bodem betekent bovendien het voorkomen dat schone grond verontreinigd raakt en het rekening houden met de eigenschappen van de bodem. Het doel van de bodemtoets bij ruimtelijke plannen is de bescherming van de bodem. Een bodemonderzoek moeten worden uitgevoerd om te kunnen beoordelen of de bodem geschikt is voor de geplande functie en of sprake is van een eventuele saneringsnoodzaak. In artikel 9 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat in het bestemmingsplan rekening gehouden moet worden met de bodemkwaliteit ter plaatse. De reden hiervoor is dat eventueel aanwezige bodemverontreiniging van groot belang kan zijn voor de keuze van bepaalde bestemmingen en/of voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. De bodemtoets moet worden uitgevoerd bij het wijzigen of opstellen van een bestemmingsplan.
Door SIGMA Bouw & Milieu is op 10 februari een veldonderzoek ter plaatse gedaan. Conclusie: Op basis van zintuiglijke waarnemingen zijn in het opgeboorde bodemmateriaal geen bodemvreemde afwijkingen of asbestverdacht materiaal waargenomen. Op basis van de resultaten van het verkennend bodemonderzoek blijkt dat de locatie niet geheel vrij is van bodemverontreiniging. De bovengrond en het grondwater ter plaatse van de onderzoek locatie bevat plaatselijk enkele stoffen verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde resp. de streefwaarde, de tussenwaarde en de bodemindex- waarde (>0,5) wordt in deze gevallen niet overschreden zodat er daardoor geen directe aanleiding tot het instellen van een nader onderzoek.
4.6.
Asbest INLEIDING De mogelijkheid tot het eventueel aanwezig zijn van asbest in (volledig) te slopen (delen van) gebouwen kan van invloed zijn op de (financiële) haalbaarheid en uitvoerbaarheid van het project. Bij volledige sloop van gebouwen of bouwwerken of sloop ten behoeve van verbouwwerkzaamheden waarbij meer dan 10 m3 sloopafval vrijkomt dient
Slaa + van Asselt architecten BNA
02-02-2022
pagina 18 van 28
Ruimtelijke ontwikkeling nabij Berkenweg 9 / 13 te Doornspijk
1813
dan ook onderzoek gedaan te worden naar eventueel aanwezige vormen van asbest in relatie tot de hiervoor geldende normen en richtlijnen. In opdracht van Harry Frens BV te Doornspijk is door PJ Milieu BV in augustus 2019 een asbestinventarisatie uitgevoerd van 9 woningen en 2 bijgebouwen aan de Berkenweg 13 te Doornspijk. Aanleiding tot het uitvoeren van de asbestinventarisatie is de voorgenomen sloop van de woningen en bijgebouwen. Op basis van het vooronderzoek,, de visuele inspectie en de analyseresultaten concludeert PJ Milieu BV dat in en aan 3 woningen asbesthoudende materialen aanwezig zijn.. Voor een overzicht van de materialen wordt verwezen naar het overzicht in de rapportage. Er zijn geen aanwijzingen verkregen dat er overige asbesthoudende materialen in verborgen bouwdelen (zoals funderingen, en verborgen ruimten) aanwezig zullen zijn. Een aanvullend asbestonderzoek wordt daarom niet nodig geacht. Wel wordt geadviseerd tijdens de sloopwerkzaamheden alert te zijn op de aanwezigheid van ‘verborgen’ asbesthoudende materialen. Conclusie: Er zijn geen belemmeringen vanuit dit aspect.
4.7.
Luchtkwaliteit Op 15 november 2007 is de nieuwe ‘Wet luchtkwaliteit’ in werking getreden. Hiermee wordt de wijziging van de Wet milieubeheer op het gebied van luchtkwaliteitseisen (Hoofdstuk 5, titel 5.2) bedoeld. De Wet luchtkwaliteit vervangt het Besluit luchtkwaliteit uit 2005 en is een implementatie van de Europese kaderrichtlijn luchtkwaliteit en de vier dochterrichtlijnen, waarin onder andere grenswaarden voor de luchtkwaliteit ter bescherming van mens en milieu zijn vastgesteld. In het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) is vastgelegd wanneer een project in het kader van de mogelijke gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden getoetst hoeft te worden. In het besluit worden twee categorieën onderscheiden: 1. Het project heeft een effect van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde NO2 en PM10 (=1,2 µg/m3); 2. Het project valt in een categorie die is vrijgesteld aan toetsing van de grenswaarden. Aangaande woningbouw is de NIBM-grens: 1.500 woningen (netto) bij 1 ontsluitingsweg; 3.000 woningen (netto) bij 2 ontsluitingswegen.
Aangaande kantoorlocaties is de NIBM-grens: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak bij 1 ontsluitingsweg; 200.000 m2 bruto vloeroppervlak bij2 ontsluitingswegen Conclusie: Voorliggend plan voorziet in de bouw van een klein aantal woningen, ruim onder de grenswaarde van 1.500 woningen die is vrijgesteld van toetsing aan de grenswaarden. Het plan draagt dan ook ‘niet in betekenende mate’ bij aan de concentraties luchtverontreinigende stoffen. Nader onderzoek is derhalve niet noodzakelijk.
Slaa + van Asselt architecten BNA
02-02-2022
pagina 19 van 28
Ruimtelijke ontwikkeling nabij Berkenweg 9 / 13 te Doornspijk
4.8.
1813
Externe veiligheid Externe veiligheid betreft het beheersen van risico’s die ontstaan voor de omgeving bij het gebruik, de opslag en het vervoer van gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor en door buisleidingen. Externe veiligheid heeft betrekking op de veiligheid van diegenen die niet bij de risicovolle actie zelf zijn betrokken, maar als gevolg van die activiteit wel risico’s lopen, zoals omwonenden. Omdat er nieuwe kwetsbare objecten worden gerealiseerd is het onderzoeken van externe veiligheid in deze situatie relevant. Door adviesbureau de Haan bv is een onderzoek naar de externe veiligheid uitgevoerd. Daaruit blijkt dat er twee relevante risicobronnen in de omgeving aanwezig zijn: - de snelweg A28 en de spoorlijn Amersfoort-Zwolle waarover geklasseerde stoffen worden vervoerd - de hoge druk aardgas leiding N-570-20 op 70m afstand van de planlocatie
Ligging planlocatie ten opzichte van risicobronnen (bron: adviesbureau de Haan bv)
Conclusie: Plaatsgebonden risico: Het plan voldoet aan de grenswaarde voor het plaatsgebonden risico: er is geen 10-6 PR-contour. Groepsrisico: Het groepsrisico blijft onveranderd op 0,0002 keer de oriëntatie waarde. Daarom volstaat in dit geval een beperkte verantwoording van het groepsrisico conform het Bevb. Zie ook hoofdstuk 5 van de rapportage van bureau De Haan. Advies VNOG: Vanuit de gezamenlijke beleidsvisie externe veiligheid van de gemeenten in de regio Noord-Veluwe moet men aanvullend ingaan op de noodzaak van de ontwikkeling en een afweging van maatregelen.
Slaa + van Asselt architecten BNA
02-02-2022
pagina 20 van 28
Ruimtelijke ontwikkeling nabij Berkenweg 9 / 13 te Doornspijk
1813
Vanuit het Besluit kwaliteit leefomgeving geldt in de Omgevingswet een brand aandachtsgebied binnen 70m van deze buisleiding. Omdat het plan niet voorziet in bebouwing binnen 70m van deze leiding, hoeft de gemeente geen afweging te maken om een voorschriftengebied vast te stellen.
4.9.
Water Watertoets Sinds 1 november 2003 is voor alle ruimtelijke plannen de watertoets verplicht. Het doel van de watertoets is waterbelangen evenwichtig mee te nemen in het planvormingsproces van Rijk, Provincies en gemeenten. Hiermee wordt een veilig, gezond en duurzaam watersysteem nagestreefd. De toets omvat het gehele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van de in ruimtelijke plannen voorkomende waterhuishoudkundige aspecten. Via de digitale watertoets is beoordeeld of en welke waterbelangen voor het plan relevant zijn. Beoordeling In februari 2020 is de digitale watertoets ingevuld voor het plan aan de Berkenweg in Doornspijk. Het plan is beoordeeld als zijnde, vanuit de waterhuishouding bezien, voor het waterschap beperkt van belang. De motivatie daarvoor is dat plannen zonder (nieuwe) ontwikkelingsmogelijkheden, zoals functiewijzigingen en actualisaties, nauwelijks tot geen effect hebben op de waterhuishouding. Dit betekent dat geen essentieel waterbelangen wordt geraakt en het waterschap op basis daarvan een positief wateradvies geeft. Op 25 januari 2022 is opnieuw een watertoets uitgevoerd waarvan de uitkomst als bijlage is bijgevoegd. Conclusie Dit betekent dat dit plan geen essentiële waterbelangen raakt. Op basis daarvan wordt door het waterschap voor het onderhavige plan een positief wateradvies gegeven.
4.10.
Ecologie QUICK SCAN FLORA EN FAUNA De wet natuurbescherming heeft tot doel in het wild levende planten en dieren te beschermen met het oog op de instandhouding van de soorten. Welke soorten beschermd zijn staat in de wet en in diverse besluiten en regelingen ter uitwerking daarvan. In sommige situaties is het optreden van schade aan beschermde dieren en planten echter onvermijdelijk. In dergelijke situaties is het van belang om vooraf te bekijken of hiervoor een vrijstelling geldt, of dat een ontheffing moet worden aangevraagd. In de wet natuurbescherming geldt een verbod op activiteiten met een schadelijk effect op beschermde soorten. Op grond van de onderzoek plicht (Wro) en de plicht tot het vaststellen van een uitvoerbaar plan, dient bij het maken van bestemmingsplannen beoordeeld te worden of er belemmeringen aanwezig zijn voor verlening van een eventuele ontheffing voor de geplande activiteiten.
Slaa + van Asselt architecten BNA
02-02-2022
pagina 21 van 28
Ruimtelijke ontwikkeling nabij Berkenweg 9 / 13 te Doornspijk
1813
Onderzoek. Door Alcedo natuurprojecten is een Ecologische QuickScan uitgevoerd op de locatie. In het kader van deze QuickScan is op 4 december 2019 een veldbezoek gebracht aan de locatie en heeft een inventarisatie van de nodige bekende verspreidingsgegevens plaatsgevonden. De gehele rapportage van deze Quikscan is als bijlage bij deze onderbouwing gevoegd. Conclusie - Er zijn geen jaarrond beschermde nesten van vogels aangetroffen, maar het kan niet worden uitgesloten dat er ter plaatse in de af te breken woningen huismussen broeden; - Ten aanzien van de voorgenomen plannen is het daarom noodzakelijk vervolgonderzoek uit te voeren volgens kennisdocument huismus, omdat niet kan worden uitgesloten dat er in te af te breken woningen geen huismussen broeden; - Ten aanzien van de voorgenomen plannen is het noodzakelijk vervolgonderzoek uit te laten voeren volgens het vleermuisprotocol 2017, omdat niet kan worden uitgesloten dat in de af te breken woningen geen vleermuizen aanwezig zijn; - Aanvullend onderzoek (Aerius calculatie) is vanwege de ligging middenin N2000 noodzakelijk, mits er bij de uitvoer van de plannen aantoonbaar geen zwaar materieel met dieselmotoren wordt gebruikt.
AANVRAAG IN HET KADER VAN DE WET NATUURBESCHERMING Op basis van de vereiste vervolg onderzoeken heeft de initiatiefnemer een aanvraag ontheffing / vergunning Wet natuurbescherming ingediend bij de provincie Gelderland op 13-04-2021. De bevestiging van de aanvraag (d.d. 16-4-2021) is als bijlage bij deze onderbouwing gevoegd. De werkzaamheden, zoals omschreven in deze onderbouwing, kunnen pas worden gestart wanneer de ontheffing Wet natuurbescherming is verleend.
EFFECTBEOORDELING STIKSTOFDEPOSITIE Stikstofdepositie kan een verzurend en vermestend effect veroorzaken op stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden van soorten. Toename van stikstofdepositie kan tot op ruime afstand van de bron plaatsvinden. Door Adviesburo de Haan is een Aerius berekening gemaakt met de Aerius calculator versie 2021. Het onderzoek toont aan dat de voorgenomen ontwikkeling niet zorgt voor een toename in stikstofdepositie op omliggende stikstofgevoelige Natura2000 gebieden ten opzichte van de referentie situatie. De referentiestatus betreft de huidige situatie. Men heeft daarvoor in AERIUS de huidige situatie vergeleken met de toekomstige situatie. Gezien de wetswijziging van 1 juli is stikstofdepositie in de bouwfase niet opgenomen in het onderzoek. Het onderzoek toont aan dat er geen sprake is van een toename in depositie op een stikstof gevoelige Natura 2000 gebied.
Slaa + van Asselt architecten BNA
02-02-2022
pagina 22 van 28
Ruimtelijke ontwikkeling nabij Berkenweg 9 / 13 te Doornspijk
1813
Conclusie Uit het onderzoek blijkt dat stikstofdepositie, na saldering, geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling. Beide rapporten zijn als bijlage bij deze onderbouwing gevoegd.
4.11.
Archeologie en cultuurhistorie ALGEMEEN Het uitgangspunt van de Wet op de archeologische monumentenzorg is het, waar nodig, beschermen van archeologische waarden. Er dient op grond van deze wet bij ruimtelijke planvorming rekening te worden gehouden met de aanwezige en/of te verwachten monumenten en/of archeologische waarden. De gemeente is op grond van deze wet de verantwoordelijke voor het streven naar behoud ‘in situ’, dat wil zeggen behoud van de waarden in de bodem. Ook met de gemeente vroegtijdig het behoud van archeologische waarden afwegen tegen andere maatschappelijke belangen. Gemeenten moeten dan ook hun eigen archeologiebeleid opstellen en hieraan uitvoering geven. BUREAU ONDERZOEK Op 10 december 2019 is voor het plangebied door De Steekproef bv archeologisch onderzoeks- en adviesbureau een archeologisch bureau- en inventariserend veldonderzoek, verkennende fase, uitgevoerd. In de nieuwe situatie zal het terrein worden heringericht. De oppervlakte van het nieuwe complex zal circa 0,9 hectare. De exacte diepte van de ingrepen voor de sloop en nieuwbouw zijn nog niet bekend. Verwacht wordt dat de ingrepen de vrijstellingsdiepte van 30 centimeter beneden maaiveld overschrijden en een bedreiging vormen voor eventueel aanwezige archeologische resten in de bodem. In totaal zijn er tijdens het onderzoek zeven boringen geplaatst.
Voorafgaand aan het veldwerk is een archeologisch bureauonderzoek met een archeologisch verwachtingsmodel opgesteld. De ligging van het plangebied (op gordeldekwelvingen), de vondsten uit de omgeving van het plangebied en de historisch bekende erven die gelegen waren in het plangebied, maakt dat er een hoge verwachting is op archeologische resten uit alle perioden (vanaf het laat paleolithicum). Het niveau waarop de archeologische resten worden verwacht, ligt direct onder het maaiveld en onder het eventueel aanwezig plaggendek dat vanaf de middeleeuwen is ontstaan. Aan de hand van de historische topografische kaarten kan geconcludeerd worden dat er in de ondergrond van het plangebied resten van historische bebouwing aanwezig kunnen zijn, maar mogelijk is dit door eventuele sloop en herinrichting van het terrein in het verleden niet meer in tact
VELDONDERZOEK Op basis van het bureauonderzoek gold voor het plangebied een hoge verwachtingswaarde voor vindplaatsen vanaf de steentijd. De hoge verwachtingswaarde hangt samen met de ligging van het plangebied op gordeldekwelvingen.
BODEM In totaal zijn tijdens het veldonderzoek (verkennende fase) zeven boringen verricht. In overeenstemming met wat verwacht werd op basis van het
Slaa + van Asselt architecten BNA
02-02-2022
pagina 23 van 28
Ruimtelijke ontwikkeling nabij Berkenweg 9 / 13 te Doornspijk
1813
bureauonderzoek bestaat de opbouw van het plangebied uit een geroerde/verstoorde laag op (al dan niet verspoelde) dekzandafzettingen. In geen van de boringen zijn intacte bodemhorizonten gevonden, noch een intact esdek of archeologische cultuurlagen. ARCHEOLOGIE In geen van de hier geplaatste boringen zijn archeologische indicatoren gevonden. Het zeven van het opgeboorde zand, heeft geen vondsten opgeleverd die op de (voormalige) aanwezigheid van archeologische grondsporen wijzen. Er zijn in de bodem geen intacte bodemhorizonten, intact esdek, cultuurlagen of archeologische indicatoren aangetroffen. VERSTORINGEN In alle boringen is een verstoord/vergraven pakket aanwezig in de bovengrond van het plangebied. De gemiddelde dikte van deze laag is circa 70 centimeter. De zone van het plangebied die het minst verstoord lijkt te zijn is nabij boring 4, in het zuidelijke deel. In deze boring reikt de verstoringslaag tot 60 centimeter beneden maaiveld. Het plangebied is het diepst verstoord en vergraven nabij de boringen 5 en 6, tot op een diepte van respectievelijk 140 en 110 centimeter beneden maaiveld. De bodem lijkt hier ook deels verhoogd met een opgebracht pakket zand. Tevens is in de boringen 2 en 6 een natuurlijke verstoring waargenomen: een verspoelde top van het dekzand.
Op basis van het bureauonderzoek werden in het plangebied vlakte van ten dele verspoelde dekzanden verwacht. SELECTIE-ADVIES door drs. C.R.C. Schamp (senior KNA-archeoloog/prospector) In het plangebied is in alle boringen een verstoord/vergraven pakket in de bovengrond aanwezig met een gemiddelde diepte van 70 centimeter beneden maaiveld. Op basis van de afwezigheid van intacte bodemhorizonten, intact esdek, cultuurlagen of archeologische indicatoren achten wij de kans op de aanwezigheid van archeologische waarden in het plangebied Doornspijk, Berkenweg 9-13 klein. Er zijn in het verleden en tijdens het veldwerk geen archeologische vondsten gedaan in het plangebied of in de omgeving van het plangebied (binnen een straal van 500 meter). Wij adviseren daarom geen archeologisch vervolgonderzoek voor het onderzochte terrein aan de Berkenweg 9-13 te Doornspijk. Als bij toekomstig graafwerk onverhoopt toch archeologische vondsten worden gedaan of archeologische grondsporen worden aangetroffen, dan dient daarvan direct melding te worden gemaakt bij de minister conform de Erfgoedwet 2015, artikel 5.10 & 5.11. Wij adviseren dit te doen bij de gemeente Elburg. SELECTIE-ADVIES GEMEENTE De gemeente Elburg heeft op 16 december 2019 laten weten het selectieadvies in dit rapport op te volgen.
In deze definitieve versie is het commentaar verwerkt dat namens de gemeente Elburg is aangedragen door de regioarcheoloog van de regio Noord-Veluwe (dhr. M. Wispelwey). CULTUURHISTORIE Van aantasting van cultuurhistorische waarden, door uitvoering van het project, is geen sprake. Er worden geen bestaande structuren of andere waardevolle elementen aangetast.
Slaa + van Asselt architecten BNA
02-02-2022
pagina 24 van 28
Ruimtelijke ontwikkeling nabij Berkenweg 9 / 13 te Doornspijk
4.12.
1813
Parkeren en verkeer PARKEREN Uitgangspunt bij (her)ontwikkeling is dat voor het parkeren zoveel als mogelijk op het eigen terrein moet worden voorzien overeenkomstig de door de gemeente Elburg vastgestelde parkeernota. Oud en nieuw In de oude situatie van 24 recreatiewoningen (parkeernorm 1,8 per woning) was een parkeerbehoefte van 43,2, dus 44 parkeerplaatsen. Voor het permanent huisvesten van bewoners op het terrein van de Berkenweg 9/13 is een parkeercapaciteit van 38 parkeerplaatsen nodig. Voor de 15 woningen voor arbeidsmigranten is de aanname gedaan voor de parkeernorm 'koop, vrijstaand'. Deze heeft een parkeernorm van 2,5, maal 15 maakt dat 37,5, dus 38 parkeerplekken. Bij zowel de bedrijfswoning al de 4 vrijstaande woningen moeten 2,5 (dus 3) parkeerplekken op eigen terrein worden gerealiseerd. Een en ander volgens de memo van de gemeente Elburg van 25 april 2019. De kaart op de volgende pagina toont dat er voldoende ruimte is op het terrein om de benodigde parkeerplaatsen te positioneren.
Mogelijke parkeerposities (bron: Slaa + van Asselt architecten BNA)
VERKEER Voor woningen zijn er ca. 177 verkeersbewegingen per etmaal te verwachten. Dit heeft weinig effect op de belasting van het wegennet. Het verkeer kan goed wegstromen via de Berkenweg / Bovenweg (memo gemeente Elburg 25 april 2019).
Slaa + van Asselt architecten BNA
02-02-2022
pagina 25 van 28
Ruimtelijke ontwikkeling nabij Berkenweg 9 / 13 te Doornspijk
1813
Conclusie Dit betekent dat dit plan geen essentiële invloed heeft op de onderdelen parkeren en verkeer.
4.13.
Milieueffectrapportage ALGEMEEN Bepaalde activiteiten kunnen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu hebben. Welke activiteiten dat zijn is vastgelegd in het Besluit Milieueffectrapportage (verder: Besluit m.e.r.). De activiteiten zijn onderverdeeld in: 1. activiteiten die belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu (onderdeel C van de bijlage bij Besluit m.e.r.); 2. activiteiten ten aanzien waarvan het bevoegd gezag moet beoordelen of zij belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben (onderdeel D van de bijlage bij besluit m.e.r.). Aan het merendeel van de activiteiten zijn drempelwaarden gekoppeld. Wanneer het bestemmingsplan een activiteit mogelijk maakt die is opgenomen in onder C van de bijlage bij het besluit m.e.r. en de activiteit een drempelwaarde overschrijdt, geldt een m.e.r.-plicht. Wanneer het bestemmingsplan een activiteit mogelijk maakt die is opgenomen in onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. geldt een m.e.r.beoordelingsplicht. VORMVRIJE M.E.R. BEOORDELING Op 1 april 2011 is het gewijzigde Besluit m.e.r. in werking getreden. Een belangrijke wijziging betreft het indicatief maken van de drempelwaarden in onderdeel D (betreft de m.e.r.-beoordeling) van de bijlage bij het Besluit m.e.r.
Concreet betekent dit dat, ook wanneer ontwikkelingen onder de in bijlage D opgenomen drempelwaarden blijven, het bevoegd gezag zich er nog steeds van moet vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben, de zogenaamde 'vergewisplicht'. Daarbij zijn in het bijzonder de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de Europese richtlijn betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten (2011/92/EU; 13 december 2011) van belang. Deze omstandigheden betreffen onder andere de kenmerken van de potentiële effecten en cumulatie. Op grond van artikel 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht dient het bevoegd gezag zijn eventuele keuze voor géén m.e.r.-beoordeling voor een activiteit die beneden de drempelwaarde valt, te motiveren in de overwegingen van het moederbesluit. In voorgaande paragrafen is ingegaan op de diverse milieuaspecten en welke invloed deze hebben. Voorgaande milieuaspecten zijn voldoende onderzocht, waarmee is aangetoond dat belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten. Op basis van het vorenstaande hoeft naar het oordeel van het bevoegd gezag voor dit project geen m.e.r.(beoordelings)procedure te worden doorlopen.
Slaa + van Asselt architecten BNA
02-02-2022
pagina 26 van 28
Ruimtelijke ontwikkeling nabij Berkenweg 9 / 13 te Doornspijk
5.
1813
UITVOERBAARHEID 5.1.
Economische uitvoerbaarheid Het uitvoeren van het plan heeft geen financiële gevolgen voor de gemeente. De realisering van het project is in particuliere handen en de benodigde/betreffende gronden zijn in eigendom. Eventuele gevolgen die ontstaan als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling(en) komen voor rekening van de initiatiefnemer. Dit wordt vastgelegd in een anterieure overeenkomst. De economische uitvoerbaarheid hoeft derhalve niet te worden aangetoond.
5.2.
Maatschappelijk uitvoerbaarheid Nadat op verschillende manieren met de gemeente Elburg overleg had plaatsgevonden is op 28 februari 2019 door Slaa + van Asselt architecten BNA namens Harry Frens Vastgoed BV een principe verzoek gedaan aan de gemeente Elburg voor het aanpassen van het bestemmingsplan ter plaatse van Berkenweg 9/13. Het college van burgemeester en wethouders heeft in zijn vergadering van 7 mei 2019 besloten in principe bereid te zijn om medewerking te verlenen aan de plannen. Om de buurt te informeren zijn verschillende bijeenkomsten georganiseerd: 24 juni 2019 Van 19.00-22.00 uur buurtavond 1 aan de Berkenweg te Doornspijk. Er waren ongeveer 5 belangstellenden. o De avond bestond uit een kennismaking, het delen van informatie gedeeld en een rondgang over de locatie. 1 juli Van 19.00-22.00 buurtavond 2 aan de Berkenweg te Doornspijk. Tijdens deze avond waren er ongeveer 20 belangstellenden. o Inhoudelijk was deze avond hetzelfde als de avond op 24 juli. Over het algemeen was er een positieve toon. Wel was er uitdrukkelijk de vraag van de buurt om bij de doorontwikkeling betrokken te mogen blijven. o Daarnaast is de toezegging gedaan dat er geen delinquenten geplaatst worden. 2 juli Van 19.00-22.00 buurtavond 3 aan de Berkenweg te Doornspijk. o Ook deze avond had eenzelfde inhoud als die op 1 juli. o Opnieuw was er een overwegend positieve insteek.
28 oktober Van 19.15 uur tot 22.30 uur : Een avond georganiseerd door de gemeente Elburg. o Aanwezig waren o.a. de wethouders Sneevliet en Kroneman Dhr. G. Huisman als woonzorgmakelaar en betrokken bij de regionale ontwikkeling van maatwerkwoningen. Daarnaast mevrouw K. van Marle van GGZ Centraal en mevrouw G. van Dieren van ’s Heeren Loo. Van de afdeling Ruimte o.a. Dhr. J. Klompenmaker. o De invalshoek van deze avond was een inloopavond. Met een aantal thema's in de vorm van statafels.
Slaa + van Asselt architecten BNA
02-02-2022
pagina 27 van 28
Ruimtelijke ontwikkeling nabij Berkenweg 9 / 13 te Doornspijk
o o
o o
o
o
1813
In de loop van de avond is het toch een plenaire bijeenkomst geworden. Er werden veel kritische vragen gesteld. Een enkeling stond niet open voor de dialoog en luisterde niet naar het verhaal dat de initiatiefnemers brachten. Een aantal aanwezigen was teleurgesteld in de informatie voorziening vanuit de gemeente Elburg. De meerderheid ging op een positieve manier het gesprek aan en gaf aan liever niet dat deze mensen er zouden komen, maar als het dan toch moest, ze wel goede afspraken en garanties wilden. Hierop is bijv. aangegeven dat een 24-uurs bereikbaarheid wordt gegarandeerd. Van deze avond is verder geen verslag gemaakt
Van de laatste bijeenkomst is verder geen verslag gemaakt. De eerst 3 bijeenkomsten zijn vastgelegd in een impressie. Deze geeft een inhoudelijk verslag van de zaken die zijn gedeeld tijdens de buurtavonden. Deze impressie is gedeeld tijdens de bijeenkomst bij de gemeente Elburg in oktober. De impressie is als bijlage bij deze onderbouwing gevoegd.
Slaa + van Asselt architecten BNA
02-02-2022
pagina 28 van 28
1 Reactie op aanvullende zienswijzen Berkenweg 9 9a en 13.pdf
Reactie op aanvullende zienswijze tegen de ontwerp verklaring van geen bedenkingen en de ontwerp omgevingsvergunning voor Berkenweg 9, 9a en 13 Tijdens de beeldvormende raadscommissie op 7 februari 2022 heeft de inspreker aangegeven dat er naast de gewone zienswijzen, die wij op 12 januari 2022 van 8 omwonenden hebben ontvangen, tevens een aanvullende zienswijze per e-mail is ingediend. Aangezien wij deze aanvullende zienswijze niet in onze administratie konden vinden, hebben wij hierover contact opgenomen met de inspreker. Op 10 februari 2022 ontvingen wij van hem per e-mail de aanvullende zienswijze, die wij vervolgens in onze organisatie nogmaals uitgezet hebben. Uit deze navraag is gebleken dat deze aanvullende zienswijze inderdaad op 11 januari 2022 binnen is gekomen, maar niet doorgestuurd is naar de behandelende ambtenaren. De aanvullende zienswijze is door twee omwonenden per e-mail ingediend. De zienswijze is tijdig, dat wil zeggen voor de afloop van de termijn voor het indienen van de zienswijzen ingediend. De zienswijze is niet ondertekend, waardoor het formeel niet aan de in de gemeente Elburg geldende regels voor het indienen van zienswijzen en bezwaarschriften voldoet. Wij hebben echter besloten om deze aanvullende zienswijze in behandeling te nemen en van een korte inhoudelijke reactie te voorzien.
Hieronder wordt de inhoud van de zienswijze ingevoegd en daaronder volgt onze korte reactie. Anterieure overeenkomst Op 30 november jl. heeft B&W klaarblijkelijk een anterieure overeenkomst gesloten met initiatiefnemer, aangaande de exploitatie van het plan. Hierbij heeft de gemeente blijkbaar een inspanningsverplichting afgesproken, om 4 woningen op nr. 9 en 9A en de huisvesting van arbeidsmigranten op nr. 13 planologisch mogelijk te maken. •
• • •
•
•
Het is volstrekt onbegrijpelijk wat de reden is dat deze inspanningsverplichting (wederom) is afgesproken, en waarom op dit moment, vlak voordat de termijn voor het indienen van zienswijzen in zou gaan op 2 december. Wat is hier de reden van? Voorts wordt gesteld dat tegen de gesloten overeenkomst en zakelijke beschrijving van de inhoud geen zienswijzen of bezwaren kunnen worden ingediend. Echter de inhoud van de overeenkomst is niet gepubliceerd en bovendien is het vergunnen van 4 woningen en een permanente huisvesting van arbeidsmigranten juist precies waar dit plan over gaat. Door het sluiten van een overeenkomst met deze conclusie is het volstrekt onduidelijk waartegen zienswijzen of bezwaren kunnen worden ingediend. Burgers die zienswijzen willen indienen, worden hierdoor in hun belangen geschaad, nu het niet transparant en helder is. Voorts lijkt sprake van ongelijke behandeling van burgers, nu de gemeente een inspanningsverplichting afspreekt om een en ander planologisch mogelijk te maken, terwijl de termijn voor zienswijzen nog moet starten, en de gemeente ervan op de hoogte is, dat er al jarenlang bezwaren bestaan onder de omwonenden, die in het verleden meerdere keren kenbaar zijn gemaakt.
Voor indieners van een zienswijze is het noodzakelijk om te weten, waartegen zienswijzen en bezwaren kunnen worden ingediend, en noodzakelijk dat zienswijzen en bezwaren niet van te voren worden uitgesloten.
Reactie: Op grond van artikel 6.12 lid 1 en 2 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient een exploitatieplan te worden vastgesteld voor gronden betreffende een bouwplan voor de bouw van een of meer woningen. Lid 2 onder a van artikel 6.12 van de Wro bepaalt dat bij een omgevingsvergunning waarbij met toepassing van artikel 2.12, lid 1, onder a, onder 2° of 3° van de Wabo afgeweken wordt van het bestemmingsplan (zogenaamde projectafwijkingsbesluit), geen exploitatieplan vastgesteld hoeft te worden indien het verhaal van de kosten van de grondexploitatie anderszins verzekerd is. Het verhaal van de kosten van de grondexploitatie is anderszins verzekerd in gevallen waarbij een anterieure overeenkomst zoals bepaald in artikel 6.24 van de Wro tussen de gemeente en de initiatiefnemer wordt gesloten dan wel indien een planschadeovereenkomst op grond van artikel 6.1 van de Wro, wordt gesloten.
1
In voorliggend geval is ervoor gekozen om een anterieure overeenkomst met de initiatiefnemer te sluiten. In deze privaatrechtelijke overeenkomst tussen de initiatiefnemer en (de gemeente) het college van b&w zijn nadere afspraken gemaakt over de te verhalen kosten, die gemoeid zijn met de realisatie van het project. De overeenkomst bevat een inspanningsverplichting voor het college van b&w om de benodigde procedures te doorlopen, ten einde de aangevraagde omgevingsvergunning te kunnen verlenen. De overeenkomst bevat geen resultaatsverplichting. Juist vanwege de wettelijke mogelijkheden voor belanghebbenden om zienswijzen en (hoger) beroep in te stellen, kan het college van b&w zich alleen inspannen om de juiste wettelijke procedures te doorlopen om de omgevingsvergunning te verlenen. Mocht de omgevingsvergunning in het kader van het ingestelde beroep of hoger beroep alsnog vernietigd worden, dan wordt de anterieure overeenkomst ontbonden en komen de daarin gemaakte afspraken tussen de initiatiefnemer en het college te vervallen. Op grond van de interne richtlijnen van de gemeente en de bepalingen van de anterieure overeenkomst wordt deze overeenkomst gesloten voordat de ontwerp omgevingsvergunning ter inzage wordt gelegd. Dat is in voorliggend geval dan ook gebeurd.
Artikel 6.24 van de Wro bepaalt dat van het sluiten van de anterieure overeenkomst binnen twee weken na het sluiten daarvan kennis wordt gegeven in het gemeenteblad. Artikel 6.2.12 van het Bro bepaalt tenslotte dat binnen twee weken na het sluiten van een anterieure overeenkomst een zakelijke beschrijving van de inhoud van de overeenkomst ter inzage wordt gelegd. In voorliggend geval is kennisgegeven van de sluiting van de anterieure overeenkomst in het gemeenteblad. Daarbij is ook de zakelijke inhoud van deze overeenkomst ter inzage gelegd. Hiermee is voldaan aan de wettelijke vereisten inzake de anterieure overeenkomst. Een anterieure overeenkomst tussen de initiatiefnemer en het college van b&w is tenslotte geen besluit in de zin van artikel 1:3 lid 1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), waartegen bezwaar en beroep kan worden ingesteld door belanghebbenden. Om die reden is in de kennisgeving van de anterieure overeenkomst aangegeven dat tegen deze overeenkomst geen bezwaar en beroep open staan. Burgerparticipatie Burgerparticipatie krijgt steeds meer aandacht in de samenleving. Samen komen tot goede afspraken die voor iedereen leefbaar zijn, en voor een prettige en veilige leefomgeving zorgen. •
• • •
•
•
Omwonenden van Berkenweg 9, 9A en 13 hebben sinds vele jaren aangegeven ernstige zorgen te hebben over de leefomgeving, over de veiligheid en leefbaarheid, en geluidsoverlast en andere hinder, te ondervinden van de toename van arbeidsmigranten op deze kleine locatie, in zeer dichte nabijheid van een zeer kleinschalig buurtgenootschap. Het plan om de huisvesting van 96 arbeidsmigranten te legaliseren, c.q. mogelijk te maken, staat op gespannen voet met een veilige en prettige leefomgeving. Het aantal van 96 arbeidsmigranten is onevenredig hoog in vergelijking met het aantal omwonenden in dit buurtschap. Vergelijk hierin ook ontwikkelingen elders in Nederland, waar ook steeds sterker door dorpen wordt aangegeven, dat het aantal mensen vanuit andere culturen dat opgevangen dient te worden, onevenredig hoog is, in vergelijking met het oorspronkelijke inwoneraantal in het betreffende gebied. Daarbij komt dat er steeds vaker sprake is van verschillende nationaliteiten en culturen onder de arbeidsmigranten op deze locatie, waarvan uit onderzoek blijkt dat dit een bron is voor meer onderlinge spanning en daarmee meer geluidsoverlast en onveiligheid voor omwonenden.
Ook wordt het steeds moeilijker voor omwonenden om te kunnen communiceren met de arbeidsmigranten, aangezien zij maar zelden de Nederlandse taal spreken, en er geen beheerder aanwezig is, die de taal van deze verschillende nationaliteiten spreekt en kan vertalen. Ondanks dat in eerder stadium is aangegeven, dat hier volgens de gemeente aan zou moeten voldaan worden.
2
Reactie In hoofdstuk 5 van de Ruimtelijke Onderbouwing en in bijlage 4 behorende bij de Ruimtelijke onderbouwing is door de initiatiefnemer aangegeven op welke wijze de omwonenden in het kader van het voortraject over het project zijn geïnformeerd. Daarnaast is op 17 juli 2019 een bewonersbijeenkomst op het gemeentehuis georganiseerd waarbij de omwonenden over het project zijn bijgepraat. Bij brief van 22 juni 2020 zijn de omwonenden schriftelijk geïnformeerd over de ingediende aanvragen omgevingsvergunningen. Daarnaast zijn de omwonenden betrokken geweest bij het opstellen van de Notitie Doelgroepenbeleid, waarin o.a. is opgenomen dat verschillende doelgroepen niet in elkaars nabijheid gehuisvest mogen worden. Als gevolg hiervan is de oorspronkelijke aanvraag omgevingsvergunning, waarin voorzien werd in de huisvesting van mensen van onbegrepen gedrag op percelen Berkenweg 9 en 9a en in de huisvesting van arbeidsmigranten op het perceel Berkenweg 13, gewijzigd. De huisvesting van mensen met onbegrepen gedrag is uit de aanvraag omgevingsvergunning gehaald en in plaats daarvan is de realisatie van 4 vrijstaande woningen aan de aanvraag toegevoegd. De omwonenden hebben verder verschillende keren de mogelijkheid gehad om in het kader van de beeldvormende raadsvergaderingen over de Notitie Doelgroepenbeleid en over het project in te spreken.
Ook hebben de omwonenden bezwaren ingediend tegen de verleende omgevingsvergunning voor de tijdelijke huisvesting van de arbeidsmigranten op het perceel Berkenweg 13 en hebben zij hun bezwaren mondeling toegelicht tijdens de hoorzitting van de Commissie bezwaarschriften in maart 2021. Tenslotte is naar aanleiding van de door de gemeenteraad op 15 november 2021 aangenomen Motie behorend bij het onderwerp Verklaring van geen bedenkingen (Vvgb) vergunning Berkenweg 9, 9a en 13 te Doornspijk, samen met de initiatiefnemer gekeken hoe de in de omgevingsvergunning en in de Notitie Doelgroepenbeleid opgenomen randvoorwaarden nageleefd worden. De voorwaarden zijn verdeeld in vijf thema’s: registratie, documentatie, huisvesting, communicatie en controle. Uit de uitgevoerde inventarisatie is gebleken dat alle voorwaarden nageleefd worden. Op 11 januari 2022 is een bewonersavond georganiseerd waarin de thema’s door middel van een presentatie en een hand out/infographic zijn besproken. Tijdens deze avond zijn ca. 16 omwonenden aanwezig geweest. Er heeft een openhartig gesprek tussen de omwonenden en de initiatiefnemer plaatsgevonden en er zijn werkafspraken gemaakt. Ook is een klankbordgroep opgericht waarin vijf omwonenden, de initiatiefnemer en de vertegenwoordigers van de gemeente zitting zullen nemen. Op 8 februari 2022 heeft de eerste bijeenkomst van de klankbordgroep plaatsgevonden.
Juistheid van de procedure, belang van de initiatiefnemer Tijdens de procedure is onder andere gesteld, dat als de vergunning niet verleend wordt aan initiatiefnemer, dat er sprake zou zijn van financiële schade voor initiatiefnemer, waar de gemeente voor aansprakelijk gehouden kan worden. •
• •
Los van het feit dat van een initiatiefnemer met een dergelijke ervaring in projecten bij vele gemeenten, toch verwacht mag worden, dat er gedegen kennis is over de procedures en de rechten voor burgers om zienswijzen in te dienen, welke uiteindelijk kunnen leiden tot andere besluiten door gemeenten, dan in beginsel gehoopt werd, los hiervan, is nergens door initiatiefnemer onderbouwd welke schade initiatiefnemer zou lijden. In het verleden is aangedragen dat de kosten voor dit project na een aantal jaren terugverdiend zouden zijn, hetgeen nu al weer vele jaren geleden is. Daarnaast zijn de opbrengsten van de huur, voor zover bekend, de afgelopen jaren 100 euro per week per huurder, 6 huurders per huisje, van een dergelijke omvang, dat het lijden van financiële schade zeer moeilijk voor te stellen is.
3
•
•
•
Ook bij het minder huisvesten dan 6 arbeidsmigranten per huisje, bijvoorbeeld 3 a 4, lijken de opbrengsten nog steeds van een dergelijke omvang te zijn, dat financiële schade niet voor te stellen is. Het is dan ook geheel onduidelijk waar de schade uit zou kunnen bestaan, als er bijvoorbeeld minder arbeidsmigranten per huisje, en daarmee minder arbeidsmigranten op deze locatie legaal gehuisvest kunnen worden. Ondanks dat er geen onderbouwing van de schade is, is dit wel ingebracht als een belangrijk punt, door initiatiefnemer, hetgeen de gemeenteraad mogelijk heeft meegewogen in haar afwegingen. Verzocht wordt dan ook om dit standpunt van het lijden van schade nader te onderbouwen, zodat de gemeente transparanter informatie heeft, waardoor de gemeenteraadsleden ten aanzien van dit punt een betere weloverwogen beslissing kunnen nemen.
Reactie De initiatiefnemer heeft al begin 2019 een principeverzoek ingediend bij de gemeente ten behoeve van de realisatie van de huisvesting van arbeidsmigranten op het perceel Berkenweg 13 en het huisvesten van mensen met onbegrepen gedrag op de percelen Berkenweg 9 en 9a. Bij brief van 9 mei 2019 heeft het college een positief besluit op het principeverzoek genomen. Op 7 mei 2020 heeft de initiatiefnemer drie aanvragen omgevingsvergunning ingediend. Als gevolg van de door de gemeenteraad vastgestelde Notitie Doelgroepenbeleid waarin o.a. is opgenomen dat verschillende doelgroepen niet in elkaars nabijheid gehuisvest mogen worden, is het principebesluit van 9 mei 2019 ingetrokken en is de omgevingsvergunning voor de huisvesting van mensen met onbegrepen gerag op de percelen Berkenweg 9 en 9a geweigerd. Tevens heeft het college van b&w de initiatiefnemer laten weten dat de omgevingsvergunning met toepassing van het projectafwijkingsbesluit (ex artikel 2.12, lid 1, onder a, onder 3° van de Wabo) voor de huisvesting van mensen met onbegrepen gedrag en de huisvesting van arbeidsmigranten geweigerd zal worden, tenzij de aanvraag aangepast wordt. Als gevolg hiervan heeft de initiatiefnemer de aanvraag gewijzigd in voorliggende aanvraag omgevingsvergunning voor de realisatie van de vier vrijstaande woningen en de huisvesting van arbeidsmigranten.