CConstaterende datelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Beeldvorming 10 oktober 2022, gemeente elburg24.465 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Pagina 4 van 20

percentage

Roken en drugs, jeugd Noord Veluwe 50 45 40 35 30 25 20 15 10 5 0

ooit gerookt rookt wekelijks ooit hasj/wiet

2007

2011

2015

2019

2021 2023

Figuur 2. Middelengebruik onder de jeugd in de Noord-Veluwe. Bron: Gezondheidsmonitor Jeugd, GGD Noord- en Oost-Gelderland. 2.4

Mentale gezondheid

Tegelijkertijd neemt mentale ongezondheid onder de jeugd in de Noord-Veluwe toe (figuur 3). Meer jongeren hebben een verhoogd risico op psychosociale problematiek. In deze groep is een hoger middelengebruik te zien dan jongeren met een goede mentale gezondheid2. We zien bovendien dat risicogedrag met elkaar samenhangt. Bijvoorbeeld: -

Jongeren van 13 die drinken, beginnen sneller met het gebruik van andere middelen.

-

Jongeren die onder de 18 jaar beginnen met drinken, roken vaker en sporten minder.

-

Jongeren die alcohol drinken, zijn vaker betrokken bij roekeloos gedrag en overlast.

Mentale ongezondheid, jeugd Noord Veluwe 50 45 percentage

40 35

verhoogd risico op psychosociale problemen

30 25 20

voelt zich (zeer) vaak gestrest

15 10 5 0

2011

2015

2019

2021

Figuur 3. Mentale ongezondheid onder de jeugd in de Noord-Veluwe. Bron: Gezondheidsmonitor Jeugd, GGD Noord- en Oost-Gelderland. Uit literatuur blijkt ook dat middelengebruik door jongeren ook wordt ingezet om stress en mentale problemen te ontvluchten. Voor het moment biedt middelengebruik wellicht verlichting, maar op de lange termijn laat het de stress oplopen. Voor het puberbrein is het middelengebruik risicovol en middelengebruik kan het op de lange termijn ernstige gevolgen hebben. 2 Psychische gezondheid van jongeren in Noord- en Oost-Gelderland, GGD Noord- en Oost-Gelderland,

2021

Pagina 5 van 20

Alle feiten pleiten voor een brede benadering die inzet op het voorkomen van het gebruik van alcohol, drugs en tabak door jongeren en het verbeteren van het welbevinden van jongeren Een goede mentale gezondheid is namelijk voorwaardelijk om goed te functioneren en draagt bij aan het maken van gezonde keuzes. 3.

Waarom OKO?

3.1

De huidige aanpak voldoet niet meer

Op basis van bovenstaande gegevens kunnen we constateren dat met de huidige aanpak de trend niet zal veranderen. De huidige aanpak is gericht op het verminderen van het gebruik. Echter de aanpak is te fragmentarisch en het creëren van een kansrijke omgeving ontbreekt. De problematiek vraagt om een programmatische aanpak. In een goede programmatische aanpak wordt gebruik gemaakt van dataset om de ontwikkelingen te evalueren en de effectiviteit van de aanpak te vergroten. Binnen de huidige opzet ontbreken deze mogelijkheden. 3.2

OKO: de andere benadering

De nieuwe en vernieuwende aanpak om middelengebruik tegen te gaan en in te zetten op een kansrijke omgeving is OKO; de nieuwe integrale aanpak. Community-building Binnen OKO wordt er gefocust op beschermende en risicofactoren in de verschillende levensdomeinen: gezin, peergroup, school en vrije tijd. Heel concreet wordt er samen met ouders, school en partners vormgegeven aan activiteiten in de omgeving van jongeren. Community-building is een zaak van lange adem en gestaag doorwerken. Het is geen quick-fix, maar wel een duurzame oplossing.

Pagina 6 van 20

Datagericht OKO werkt datagericht. Dat wil zeggen dat er tweejaarlijks breed onderzoek onder jongeren wordt gedaan. Deze data worden door de partners gezamenlijk geduid en gebruikt in het richten van de activiteiten. Dit is uniek en gebeurt in geen enkel programma zo methodisch en consequent. 3.3

Ervaringen andere gemeenten

De afgelopen jaren hebben zes Nederlandse gemeenten in een leertraject het IJslandse preventiemodel (OKO) geïmplementeerd, ondersteund door het Trimbos-instituut en het Nederlands Jeugdinstituut. Ze zijn enthousiast over de aanpak en adviseren andere Nederlandse gemeenten om ook op deze manier te gaan werken. In 2022 zijn nog 10 gemeenten gestart met deze aanpak. In 2023 gaan er nog meer gemeenten starten met OKO. Precieze resultaten zijn nog niet te benoemen, hiervoor is het nog te vroeg. De grote merkbare verschillen zijn vooral dat er door de programmatische aanpak en de beschikbare data gerichtere en betere samenwerking ontstaat. De gedegen programmatische aanpak maakt dat gerichtere acties in samenhang plaatsvinden. Ambtelijk wordt door Amersfoort aangegeven dat dit een programma is dat echt werkt

“In IJsland zijn ze al heel ver met een community aanpak om het welbevinden van jongeren te verbeteren en middelengebruik te voorkomen. De school speelt hierin een belangrijke rol. Samen met de school, ouders, gemeente en andere lokale partners wordt gewerkt aan een veilige omgeving voor jongeren, op alle plekken waar zij veel tijd doorbrengen. Wij kunnen veel leren van hun succesvolle aanpak.”

binnen het sociaal domein. In de

Jeroen de Greeff - Projectleider Opgroeien in een Kansrijke Omgeving het model gaat om het veranderen van de sociale omgeving van jongeren op een positieve Kempengemeenten is geconcludeerd dat

manier, door in te zetten op zinvolle vrijetijdsbesteding en ouderbetrokkenheid. Ook na afloop van de pilot gaan de Kempengemeenten door met deze werkwijze. De gemeente Hardenberg en de Kempengemeenten geven de volgende pluspunten en aandachtspunten mee: Pluspunten -

Samenwerking tussen gemeenten, scholen en welzijn verbeterd

-

Meer integraliteit en creativiteit in beleid en aanpak

-

Duidelijk regierol van gemeente

-

Meten is weten

-

Ingezette middelen worden anders ingericht

Pagina 7 van 20

-

Extra kosten op extra werkbudget en projectkosten OKO

Aandachtspunten -

Continuïteit

-

Ambassadeurschap wethouder

Zie voor een uitgebreidere opsomming bijlage 2. 3.4

Landelijke overheid: mentale gezondheid en veerkracht

In de kamerbrief van het ministerie van Volkgezondheid, Welzijn en Sport van 13 mei 2022 over de Hervormingen Jeugdzorg wordt OKO aangehaald. Bij het leidende principe 2 ‘versterken veerkracht van kinderen en gezinnen in hun dagelijkse leven’ wordt aangegeven dat het ministerie extra inzet op OKO. OKO sluit hiermee aan bij de ambitie om de sociale en pedagogische basis, o.a. in het onderwijs, te versterken. In de kamerbrief van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 10 juni 2022 wordt de aanpak ‘Mentale gezondheid: van ons allemaal’ aangeboden. Doel is om aandacht te besteden aan mentale gezondheid en zo de veerkracht van inwoners en de samenleving te versterken. Nu is mede door Corona het welbevinden onder jongeren sterk gedaald. OKO wordt in de bijlage over effectieve interventies genoemd. Bij de doelgroep 12-18 jaar is OKO een belangrijk programma met een integrale aanpak en verbinding van verschillende leefstijlthema’s gericht op het terugdringen van middelengebruik en versterking van welbevinden door het creëren van een positief schoolklimaat. 4

Haalbaarheid van OKO in lokale gemeenten op de Noord-Veluwe

4.1

Gepeild draagvlak

In onze regio heeft voor de start van OKO al een peiling voor het draagvlak plaatsgevonden. Het verkrijgen van draagvlak is ook onderdeel van het eerste jaar van het 4-jarige traject met OKO. Zo is het bouwen aan lokale coalities met uitvoerende en lokale partners zoals sportclubs, jongerenwerk, onderwijs onderdeel van jaar één. Het draagvlak is bij de gemeenten op de Noord-Veluwe gepeild onder beleidsmakers, lokaal jongerenwerk, politie, verslavingszorg, samenwerkingsverband van het onderwijs en scholen. 4.2

Partners positief over OKO.

Ze zijn positief over het volgende: -

OKO biedt een visie en eenduidige aanpak, daarmee kans op betere resultaten.

-

OKO zet in op beschermende factoren.

-

OKO sluit goed aan bij visie van Positieve Gezondheid.

-

OKO heeft een breder positief effect op welbevinden en weerbaarheid van de jongere.

-

OKO bevordert een positieve omgeving om op te groeien.

-

OKO geeft kansen op het echt betrekken van ouders en de leefomgeving van jongeren.

-

OKO sluit goed aan bij de noodzaak voor preventief werken in het sociaal domein.

Pagina 8 van 20

-

Draagvlak voor preventie wordt groter door gezamenlijk op basis van data te bepalen wat het probleem is en de aanpak te bepalen.

-

De datagerichte aanpak en kort-cyclisch werken heeft een breder leereffect bij partners.

De partners hebben daarnaast wel een aantal aandachtspunten: -

Hoe wordt de aanpak uitgerold?

-

Hoe verhoudt het regionale project zich tot de lokale inzet?

-

Is de bestaande inzet van preventie en jongerenwerk voldoende voor OKO?

-

Hoe om te gaan met jongeren die buiten de gemeente naar school gaan?

-

Hoe ouders goed te betrekken?

-

Wat zijn geschikte rolmodellen?

In de uitrol van OKO worden alle aandachtspunten meegenomen en gewerkt aan een stevig lokaal draagvlak voor de OKO aanpak. Dit vindt vooral plaats in het eerste jaar van OKO, waar wordt gewerkt aan de lokale samenwerking en draagvlak. Hieronder een samenvatting per soort partner: Partij Reactie Onderwijs Het onderwijs is positief over de aanpak. Met name ouderbetrokkenheid, datagericht werken en het positieve effect op mentale gezondheid wordt gewaardeerd. Jongerenwerk

Jongerenwerk ziet de urgentie van de problematiek. Is nieuwsgierig naar de gevolgen voor hun werkwijze en inzet.

Verslavingszorg

Verslavingszorg is vooral blij met de aandacht voor dit thema. De normalisering van alcoholgebruik onder jongeren zien zij als een groot probleem dat nog niet voldoende erkend wordt.

Beleidsmakers

Beleidsmakers zijn positief over de integraliteit, beschermende factoren, samenwerking en het datagericht werken. Ze zien wel uitdagingen in de implementatie en het ook echt zo gaan werken. Daarnaast vragen zij ruim aandacht voor lokaal maatwerk.

Buurt- en sportcoaches en sportclubs

De buurt- en sportcoaches zijn positief over OKO. In gemeenten zonder Voortgezet Onderwijs zijn sportclubs een belangrijke vindplaats van jongeren en ouders. Daarmee zijn zij een belangrijke samenwerkingspartner waarbij door de community-based aanpak concreet aan betrokkenheid van ouders en jongeren kan worden gewerkt binnen de structuur van de sportverenigingen. Voor de sportclubs geldt dat NIX18 wettelijk al geldt in de sportkantines, dus er mag aan jongeren onder de 18 geen alcohol worden geschonken. Sportclubs kunnen een actieve rol hebben in het organiseren van sportactiviteiten. Er zijn veel aanknopingspunten in het sportbeleid en lokale preventieakkoorden voor OKO, zoals rookvrije sportkantine, maatschappelijke inzet door sportclubs, bijv. open clubsubsidie in Putten.

Pagina 9 van 20

4.3

Lokale uitvoering en regionale ondersteuning

4.3.1

Lokaal plan en regionale afstemming

De uitvoering van OKO vindt lokaal plaats. Er wordt per gemeente een lokaal plan gemaakt met lokaal betrokken partners. Maar jongeren houden zich niet aan gemeentegrenzen. Veel jongeren gaan in buurgemeenten naar school of naar hun vrijetijdsbesteding. Ook werken diverse organisaties regionaal. Om meer effect te hebben op de jongeren en hun leefomgeving is het nodig dat de gemeenten gezamenlijk met OKO aan de slag gaan. Om OKO lokaal goed uit te kunnen voeren is regionale ondersteuning nodig om de programmatische benadering van OKO goed door te kunnen voeren. Daarnaast kunnen dan kosten rondom ondersteuning van het Trimbosinstituut en hen Bevolkingsonderzoek van de GGD gedeeld worden. Hiervoor is de schaalgrootte van de regio nodig. De regionale afstemming vindt plaats in het regionale bestuurlijke en ambtelijke overleg Volksgezondheid. 4.3.2

Inzet projectleiders OKO

Daarnaast is er ondersteuning door de projectleiders. Zij zijn de trekkers van de lokale projectgroepen. Zij stellen samen met de lokale projectgroep het lokale projectplan op, werken aan draagvlak, gezamenlijke visie en bereidheid om de inzet/acties van de lokale partners te ijken op het gezamenlijke beeld/projectplan. Bij deze lokale projectgroepen worden de volgende partners betrokken, zoals jongerenwerk, buurt- en sportcoaches verslavingszorg, CJG, scholen en sportclubs. 4.3.3

Inzet lokale beleidsmedewerkers

OKO maakt dat partners en gemeente op een andere manier gaan werken. Om dit inhoudelijke proces te faciliteren is inzet van de betrokken beleidsambtenaar nodig. De inzet is nodig op de volgende onderdelen: •

Creëren draagvlak: De beleidsambtenaar richt zich samen met de projectleider op het creëren van draagvlak voor OKO in de ambtelijke organisatie en bij de uitvoeringspartners.

•

Knelpunten oplossen: De beleidsmedewerker is degene die meedenkt en belangenbehartiger is om bij knelpunten binnen bestaande subsidies/opdrachten/prestatieafspraken de benodigde ruimte te creëren.

•

Datagericht werken implementeren: De beleidsmedewerker heeft een belangrijke rol in het inrichten van het datagericht werken n.a.v. de GGD-monitoren.

Pagina 10 van 20

4.4

Voldoet de huidig omvang van preventie, jongerenwerk en onderwijs?

In principe voldoet de huidige omvang. We gaan de inzet echter anders inrichten. OKO geeft de kans om de bestaande inzet programmatisch te verbeteren door middel van datagerichte en community-based aanpak. Deze werkwijze is bij uitstek een kans om samenwerking tussen lokale partijen te verbeteren en de integraliteit tussen verschillende programma’s te intensiveren. Zo is het mogelijk om deze werkwijze te implementeren als onderdeel van een lokaal preventieakkoord. Ook is het mogelijk om de werkwijze te koppelen aan programma’s als de Gezonde School of JOGG. Het JOGG is inmiddels duurzaam geborgd en Gezonde School kan een onderdeel zijn van het Extra Contactmoment Adolescenten van de GGD. De les van de pilot gemeenten is dat het vooral een andere inzet van bestaand budget vraagt. Wel hebben enkele gemeenten extra activiteitenbudget ingezet vanuit de incidentele coronagelden. 5. Wat is er nodig om aan de slag te gaan? 5.1

Implementatietraject OKO

Allereerst zullen de gemeenten op de Noord-Veluwe zich in het najaar van 2022 moeten aanmelding voor het nieuwe implementatietraject. In dit implementatietraject ondersteunt het Trimbos-instituut gemeenten in het werken volgens OKO, gebaseerd op de uitgangspunten van het IJslandse preventiemodel. Het Nederlands Jeugdinstituut werk nauw samen met het Trimbos-instituut vanuit haar expertise in opvoeden en opgroeien.

Pagina 11 van 20

Pagina 12 van 20

In januari 2023 start het implementatietraject van 4 jaar voor gemeenten. •

In jaar 1 wordt gestart met het benaderen van lokale partners, vormen van lokale coalities, en het voorbereiden van de dataverzameling met de GGD NOG, welke in het najaar van 2023 zal plaatsvinden. Dit noemen we fase 0.

•

Gedurende het hele traject t/m december 2026 vindt er dialoog, beleidsvorming en uitvoering van interventies plaats. In het najaar 2025 is de tweede meting (zie het schema).

Zeewolde heeft interesse om met ingang van 2023 aan de slag te gaan met OKO. De gemeenten Nijkerk, Barneveld en Scherpenzeel hebben ook de intentie om in 2023 te starten met OKO.

5.2

Voorwaarden om met OKO te gaan werken

Om te starten met OKO is het volgende nodig: 1. Politiek en bestuurlijk draagvlak Vanuit het college en de raad wordt er een commitment voor minimaal vier jaar (2023 t/m 2026), inclusief financiën en capaciteit, gevraagd. 2. Lokaal ambtelijke inzet De verwachting is dat het eerste jaar 8 tot 12 uur aan inzet van de betrokken lokale beleidsambtenaar nodig is. De verwachting is dat in de navolgende jaren minder zal zijn.

Pagina 13 van 20

3. Financiën Er is budget nodig om de regionale ondersteuning voor OKO te financieren. Regionale inzet

Regionale kosten per jaar

Projectleiders

1,5 fté € 165.165,-- per jaar *

Dataonderzoek

GGD

In 2023 € 4.500,-- **

NOG

In 2025 € 16.500,-- **

Projectondersteuning

€ 15.000 per jaar ***

Trimbos *

Regionale kosten per jaar Twee projectondersteuners die de lokale implemantie van OKO en de projectgroepen leiden en ondersteunen. Tweejaarlijks bevolkingsonderzoek door de GGD naar middelengebruik onder jongeren.

Trimbos-instituut biedt daarbij trainingen, tools, procesbegeleiding, uitwisseling met andere gemeenten en afstemming op landelijk niveau aan.

uitgaande van 1430 inzetbare uren per fté rekenend met een integraal uurtarief van € 77,-- (excl. BTW)

** bedrag zonder aftrek van SPUK data-onderzoek GGD *** bedrag zonder aftrek van SPUK projectondersteuning

Het is nog niet duidelijk welke onderdelen van OKO in het bevolkingsonderzoek van de GGD NOG worden opgenomen. Het bedrag opgenomen voor het data-onderzoek door de GGD NOG is een zo goed mogelijke aanname. De kosten voor OKO worden op basis van het aantal jeugdigen per gemeente als volgt verdeeld van 2023 t/m 2026. Gemeent e

verdeelsleutel

Kosten 2023

Kosten 2024

Kosten 2025

Kosten 2026

Elburg

14,06%

€ 25.964

€ 25.331

€ 27.651

€ 25.331

Ermelo

14,06%

€ 25.964

€ 25.331

€ 27.651

€ 25.331

Harderwij k

27,60%

€ 50.968

€ 49.726

€ 54.280

€ 49.726

Nunspeet

16,15%

€ 29.823

€ 29.097

€ 31.761

€ 29.097

Oldebroe k

14,06%

€ 25.964

€ 25.331

€ 27.651

€ 25.331

Putten

14,06%

€ 25.964

€ 25.331

€ 27.651

€ 25.331

100,00%

€ 184.665

€ 180.165

€ 196.665

€ 180.165

Daarnaast kan het zijn dat er lokaal nog een aanvullend uitvoeringsbudget nodig is. Landelijke bijdrage via Specifieke Uitkering Het Trimbosinstituut is momenteel met het ministerie van VWS een SPUK-regeling aan het uitwerken om gemeenten te ondersteunen met de implementatie van de OKO-aanpak. In deze SPUK regeling komt een uitkering voor de ondersteuning door het Trimbosinstituut aan gemeenten en een uitkering voor GGD-en voor de uitvoering van het extra onderzoek voor het datagericht werken. De verwachting is dat hier grotendeels de kosten voor het Trimbos en het extra onderzoek door de GGD NOG uit gefinancierd kunnen worden.

Pagina 14 van 20

Dekking financiën Aangezien inzet OKO voor meerdere jaren is, zal de financiering ook geborgd moeten worden. Per gemeente is het verschillend of er ruimte is binnen bestaand budget of dat er besluitvorming door de raad dient plaats te vinden voor financiering. In het collegevoorstel dat wordt voorgelegd aan de colleges zal dit per gemeente uitgewerkt worden. 5.3

Wat is het vervolgproces?

Het vervolgproces ziet er als volgt uit: Tijdspad Uiterlijk 3 oktober 2022 September 2022 Oktober/november 2022 Oktober/november 2022

Actie (Voorlopige) aanmelding OKO bij Trimbos-instituut Besluitvorming in colleges Bespreking in commissies en besluitvorming in gemeenteraad Definitieve aanmelding voor deelname OKO bij Trimbos-instituut

Bijlagen Bijlage 1: IJslands model in de nota “Samen verder voor een gezond Noord-Veluwe 2022-2025” -

Bijlage 2: Ervaringen van twee pilot-gemeenten

-

Bijlage 3: Infographic Opgroeien in een Kansrijke Omgeving

Pagina 15 van 20

Bijlage 1: IJslands model in de regionale nota Volksgezondheid “Samen verder voor een gezond Noord-Veluwe 2022-2025” 3.4 Oriëntatie op het IJslands model 3.4.1 Inleiding Jongeren die drinken, drugs gebruiken of roken lopen gezondheidsrisico’s en een verhoogde kans om die middelen ook op latere leeftijd te gebruiken, met alle negatieve fysieke, mentale en sociale effecten van dien.

Volgens de cijfers staat de Noord-Veluwe er minder slecht voor dan het totale gebied van de GGD NOG. De cijfers laten echter ook geen verdere daling van het middelengebruik zien. Daarom willen we juist investeren in preventie om zwaardere problematiek te voorkomen. 3.4.2 Wat gebeurt er nu al? Er is al samenwerking in de lokale sport- en preventieakkoorden met partners als scholen, verslavingszorg, welzijnswerk en GGD. We werken daarin vanuit een gezamenlijke ambitie en gedeeld eigenaarschap. Daarnaast is er samenwerking binnen regionale netwerken zoals Gezond Veluwe en de samenwerking tussen gemeenten en Zilveren Kruis. 3.4.3 Wat willen we in 2022-2025?

Pagina 16 van 20

In 2022 willen we ons oriënteren op het IJslands preventiemodel3 door middel van een haalbaarheidsonderzoek. Op basis van de uitkomsten van het onderzoek besluiten of we het IJslands model in de gemeenten willen invoeren vanaf 2023.

Het IJslandse preventiemodel is een primaire preventieaanpak gericht op het creëren van een positieve leefomgeving, waarin jongeren gezond, veilig en kansrijk kunnen opgroeien, zonder middelengebruik. Het model werkt op een onderbouwde, met data gestuurde, succesvol gebleken aanpak. Ouders en lokale partners werken hierin samen. De community-filosofie van de IJslandse aanpak houdt in dat alle partijen die betrokken zijn bij het opvoeden en opgroeien van de jeugd kunnen, en idealiter zouden moeten, meedoen. Denk hierbij aan gezin, peergroep, school en vrije tijd.

De afgelopen jaren hebben zes Nederlandse gemeenten in een leertraject het IJslandse preventiemodel geïmplementeerd, ondersteund door het Trimbos-instituut en het Nederlands Jeugdinstituut. Ze zijn enthousiast over de aanpak en adviseren andere Nederlandse gemeenten om op deze manier te gaan werken.4 *11 Op basis van een haalbaarheidsonderzoek dat we uit bestaande middelen bekostigen, zal aan gemeenteraden worden voorgelegd om te besluiten al dan niet te gaan werken met het IJslands model.

3

https://www.trimbos.nl/kennis/ijslands-preventie-model

4 Trimbos.nl | Nederlandse pilotgemeenten enthousiast over IJslandse aanpak tegen middelengebruik

Pagina 17 van 20

Ambitie Het creëren van een positieve leefomgeving, waarin jongeren gezond, veilig en kansrijk kunnen opgroeien, zonder middelengebruik. Het terugdringen van het gebruik van alcohol, drugs- en tabaksgebruik onder jongeren. Het verbeteren van het welbevinden van jongeren.

Pagina 18 van 20

Bijlage 2:

Ervaringen van twee pilot-gemeenten

Ervaringen Hardenberg -

Samenwerking tussen jongerenwerk, gemeente en scholen is verbeterd. Men begint klein bij 1 school waar de meeste problematiek heerste. Vervolgens wilden andere scholen ook aansluiten.

-

Het helpt om aan community’s te bouwen met de focus op een veilige en gezonde omgeving voor kinderen. Uitgevoerd vanuit de gedachte: it takes a village to raise a child.

-

Men heeft creatieve verbindingen kunnen leggen. Zo is de MAS-stage onderdeel geworden van de aanpak. Jongeren organiseren nu activiteiten voor jongeren. Pluspunten zin dat zij ervaring opdoen. Ook weten jongeren goed wat jongeren willen. Zo ontstaat een passend aanbod.

-

Speel in op initiatieven. Zo kwam er een gaatje bij één ouder die een keet op het erf heeft staan. Zo ontstond een ouderwerkgroep binnen de aanpak.

-

Alcohol hoeft niet helemaal in de ban. Wel moet de gemeente uitstralen: NIX18 om zo jongeren te beschermen.

-

De gemeente neemt een stevige regierol vanuit de wettelijke taak. Niet alleen inspelen op vragen maar ook zelf met aanbod komen.

-

Wethouders hebben een belangrijke rol als ambassadeurs van deze aanpak.

Wat kost het Hardenberg (extra) Inzet beleidsadviseur

Intern geschoven met taken

Programmaleider roken en alcohol Coördinatie uitvoering thema bewegen

Bestaande functie met andere invulling. Geen extra FTE kosten. Extra inzet vanuit de buurtsportcoaches ingekocht. Niet sec op dit model maar vanuit een subsidie die dit versterkte.

Inzet partners Uitvoeringsbudget

Anders inrichten dan voorheen Anders inrichten dan voorheen Of extra middelen beschikbaar stellen

Ervaringen Kempengemeenten -

Deze aanpak zet een beweging in gang in een proces dat al jaren stilstond. Eerder lukte het niet om het gewenste effect te bereiken.

-

Focus op 3 speerpunten: 1. Ouderbetrokkenheid -> blijft de moeilijkste 2. Welbevinden 3. Zinvolle vrijetijdsbesteding

-

Samenwerking met scholen is verbeterd. We zien samen de cijfers, we bepalen samen hoe we hier vorm aan gaan geven.

-

Verschuiving binnen scholen van het bieden van ondersteuning ingeval van problemen naar: meer preventieve activiteiten.

Pagina 19 van 20

-

Scholen zijn inmiddels de grootste ambassadeurs van de aanpak. In IJsland is ‘welbevinden’ een belangrijk thema in het onderwijs. Dit inspireert de Nederlandse scholen.

-

Nadrukkelijke samenhang met het preventie- en handhavingsplan alcohol. De focus ligt anders. Budget wordt nu op andere zaken ingezet. Alle partners zijn nog steeds betrokken.

-

Pilot is afgelopen. Men gaat hiermee door. College neemt een besluit over de aanpak. De raden nemen een besluit over de middelen via de kadernotitie.

Risico’s / kwetsbaarheden -

Medewerkers die vertrekken. Zorg daarom voor commitment bij alle gemeenten en borg dit.

-

Projectleider is onmisbaar als aanjager, regisseur en als oliemannetje tussen de verschillende gemeente.

-

Zorg dat bij de gemeente intern ook andere afdelingen zijn aangehaakt: Sport, onderwijs, omgeving, handhaving.

Wat kost het de Kempengemeenten (extra)? Inzet beleidsadviseur

Intern geschoven met taken

Procesbegeleider

Extra fte aangesteld Kosten gedeeld met de vier gemeenten. Ongeveer €7.500,00 per gemeente. Uren inzet vanuit reguliere uren. Inrichten ruimte en activiteiten aanbod gedeeld door de 4 gemeenten die leerlingen op deze school hebben.

Inzet jongerenwerk

Inzet partners

Anders inrichten dan voorheen.

Uitvoeringsbudget

Anders inrichten dan voorheen. Extra werkbudget uit tijdelijke subsidie jeugd aan zet. Nu structureel inramen.

Pagina 20 van 20

Bijlage 3:

Infographic Opgroeien in een Kansrijke Omgeving

1 Bijlage 4 Reactie colleges op advies adviesraden.docx

Aan de adviesraden sociaal domein Elburg, Ermelo, Harderwijk, Nunspeet, Oldebroek en Putten

Ontvangen op:

11 juli 2022

Uw kenmerk:

-

Inlichtingen :

Alma van Maanen

Zaaknummer:

263740

Telefoonnummer :

0525-688688

Datum

27 september 2022

Onderwerp

reactie advies adviesraden sociaal

Bijlagen :

-

domein

Pagina:

1 van 2

Geachte adviesraden, Op 11 juli 2022 ontvingen wij uw brief met daarin het gevraagde advies over het starten met OKO (Opgroeien in een Kansrijke Omgeving) door de gemeenten op de Noord-Veluwe en de regionale deelname aan het implementatietraject van het Trimbos Instituut. U geeft aan dat de adviesraden sociaal domein van de gemeenten Elburg, Ermelo, Harderwijk, Nunspeet, Oldebroek en Putten positief staan ten aanzien van het inzetten van het project “Opvoeden in Kansrijke Omgeving” (OKO) in hun lokale gemeente. Ook ondersteunen alle adviesraden de regionale aanmelding bij het Trimbos-instituut. Omdat daarmee de regionale ondersteuning van de programmatische benadering van het OKO-project wordt geborgd. Namens de colleges van burgemeester en wethouders van de 6 gemeenten danken wij u voor uw gezamenlijk advies en instemming. Dat is een mooie ondersteuning van onze plannen om in de zes gemeenten met OKO aan de slag te gaan! U vraagt om een integraal uitwerkingsdocument op basis waarvan de lokale uitvoeringsplannen ontwikkeld zullen worden. De uitvoering van OKO vindt echter lokaal plaats. Dit houdt in dat de lokale projectgroepen een lokaal plan opstellen. De lokale projectgroepen bestaan uit de lokaal betrokken partners en zij voeren het plan uit. Het Trimbos-instituut faciliteert de projectleiders en de lokale projectgroepen.

De colleges van burgemeester en wethouders van de zes gemeenten zullen de gemeenteraden lokaal informeren over de voortgang van het traject. We zijn uiteraard bereid u in de lokale overleggen op de hoogte te houden van de ontwikkelingen.

Postadres Postbus 70, 8080 AB Elburg Bezoekadres Zuiderzeestraatweg Oost 19, 8081 LA Elburg Telefoon 0525-688688 Fax 0525-688699 E-mail gemeente@elburg.nl Internet www.elburg.nl IBAN NL23BNGH0285002333 BIC BNGHNL2G KVK 08218414 BTW NL001831124B01

Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Mocht u nog vragen hebben dan kunt u contact opnemen met Alma van Maanen.

Met vriendelijke groet, Het college van burgemeester en wethouders, Mede namens de colleges van de gemeenten Ermelo, Harderwijk, Nunspeet, Oldebroek en Putten De burgemeester,

de secretaris,

Ir. J.N. Rozendaal

J. Hofstede

Pagina 2

1 Bijlage 5 Trendgrafieken jeugdmonitor 2021 Elburg.docx

Jeugdmonitor 2021 - trendgrafieken Roken en middelengebruik Elburg In de gemeente Elburg is in 2021 het aandeel middelbare scholieren dat dagelijks rookt gelijk gebleven t.o.v. 2019. Dit geldt eveneens voor het aandeel middelbare scholieren dat recent wiet/hasj heeft gebruikt.

Alcoholgebruik Elburg In de gemeente Elburg is het aandeel middelbare scholieren in klas 2 dat recent alcohol heeft gedronken significant toegenomen t.o.v. 2019. Dit geldt eveneens voor het aandeel middelbare scholieren in klas 2 dat recent 5 of meer drankjes bij één gelegenheid heeft gedronken. Het aandeel middelbare scholieren in klas 4 dat recent in 2021 alcohol heeft gedronken is gelijk gebleven t.o.v. 2019. Dit geldt eveneens voor het aandeel middelbare scholieren in klas 4 dat recent 5 of meer drankjes bij één gelegenheid heeft gedronken.

Mentale gezondheid Elburg In de gemeente Elburg neemt het aandeel middelbare scholieren dat een verhoogd risico op psychosociale problemen heeft significant toe van 2019 naar 2021. Dit geldt ook voor het aandeel middelbare scholieren dat onvoldoende weerbaar is.

1 Bijlage 3 Advies adviesraden gemeenten Noord Veluwe OKO project.docx

Aan regio Noord Veluwse Gemeenten t.a.v. mevrouw A. van Maanen, gemeente Elburg Elburg, 11-07-2021 Op 16 mei j.l. is de memo “Opgroeien in een kansrijke omgeving (OKO) in de regio vergadering Adviesraden social domein besproken en toegelicht aan de hand van een presentatie. Inmiddels is het OKO project binnen alle Adviesraden sociaal domein Noord Veluwe besproken. Deze gemeenten (Oldebroek, Elburg, Nunspeet, Harderwijk, Ermelo en Putten) staan positief ten aanzien van het inzetten van het project “Opvoeden in Kansrijke Omgeving” (OKO) in hun lokale gemeente en ondersteunen de regionale aanmelding hiervan bij het Trimbos-instituut . Daarmee wordt regionale ondersteuning van de programmatische benadering van het OKO-project geborgd. De betreffende gemeenten zien t.z.t. graag een integraal uitwerkingsdocument tegemoet,.op grond waarvan lokale uitvoeringsplannen ontwikkeld kunnen worden.

Namens de Adviesraden Sociaal Domein regio Noord Veluwe, Met vriendelijke groet,

Attie de Graaf

Voorzitter Adviesraad sociaal domein Elburg

5.3 Verordening op de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit Elburg 2022 1 Dossier 1776 voorblad.pdf

Beeldvorming Dossiernummer

1776

Extern Zaak ID

0230261016

Vertrouwelijk

Nee

Vergaderdatum

10 oktober 2022

Agendapunt

5.3

Titel

Verordening op de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit Elburg 2022

Organisatieonderdeel

Domein Ruimte

Eigenaar

Ankersmit, Foekje

Bijlagen verordening adviescie omgevingskwaliteit_raadsvoorstel_v20-09-2022.docx Verordening adviescommissie Elburg -schoon_zonder watermerk.docx Verordening adviescommissie Elburg toelichting -schoon_zonder watermerk.docx Verordening adviescie omgevingskwaliteit raadsbesluit_v10-10-2022 (1).docx Geagendeerd

Vergaderdatum

Beeldvorming

10 oktober 2022

Toelichting Zaaknr: 261016 Lyda Sneevliet Voorgesteld besluit

1 verordening adviescie omgevingskwaliteit_raadsvoorstel_v20-09-2022.docx

Raadsvoorstel

Onderwerp Datum Portefeuillehouder

20 september 2022 A.C. Sneevliet

Behandelaar:

F. Ankersmit

Emailadres: Zaaknummer: Bijlagen

foekje.ankersmit@elburg.nl 40920

Te nemen besluit: 1.

De Verordening op de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit Elburg 2022 vast te stellen.

Inleiding Momenteel beschikt de gemeente Elburg over een Commissie Ruimtelijke Kwaliteit. De welstandscommissie maakt daar deel van uit. Bij een omgevingsvergunningaanvraag voor bouwen adviseert de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit het college over de welstands- en monumentenaspecten. De Welstandsnota Elburg geeft de kaders waarbinnen de commissie adviseert. Het functioneren van de commissie staat in de Bouwverordening Elburg 2012 en de Monumentenverordening Elburg 2014. De regels daaruit gaan over de taken, samenstelling, inrichting en werkwijze van de commissie. Deze regels vervallen door de komst van de Omgevingswet. De wet geeft gemeenten meer ruimte om eigen keuzes te maken over de fysieke leefomgeving. Deze keuzes komen in het omgevingsplan. Daarbij gaat het onder andere over voorwaarden voor het uiterlijk van bouwwerken. Het moet helder zijn wat deze inhouden. De uitleg ervan kan via een door de raad vast te stellen beleidsregel (als het ware een ‘bijlage’ bij het omgevingsplan). Zo’n beleidsregel is in feite de opvolger van de Welstandsnota. De nieuwe wet werkt dus door in het functioneren van de commissie. De grondslag voor de commissie vervalt. De Bouwverordening en Monumentenverordening gaan (gedeeltelijk) op in het omgevingsplan. Daarnaast kent de wet ook geen (verplichte) welstandscommissie maar wel een ‘gemeentelijke adviescommissie’ (artikel 17.9).

Deze commissie moet tenminste adviseren over aanvragen voor een omgevingsvergunning voor een rijksmonumentenactiviteit. De gemeente kan dit van de commissie ook uitbreiden tot andere onderwerpen binnen de fysieke leefomgeving, zoals welstand. Een nieuw instellingsbesluit voor het functioneren van de commissie is daarom nodig. De regels hierover staan in de bijgevoegde Verordening op de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit Elburg 2022. Met de vaststelling van deze verordening neemt de gemeente een formele stap voor de aanstelling van de nieuwe adviescommissie. Beoogd effect Een nieuwe gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit kan ingesteld worden op basis van de verordening. Daarmee voldoet de gemeente Elburg aan de wettelijke verplichtingen.

2

Argumenten 1.1.

Met de Verordening op de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit Elburg 2022 voldoet Elburg aan de verplichting uit de Omgevingswet. De Omgevingswet verplicht de raad een commissie in te stellen die tot taak heeft te adviseren over de aanvragen om een omgevingsvergunning voor een rijksmonumentenactiviteit, met betrekking tot een monument. Met vaststelling van deze verordening wordt aan deze verplichting voldaan. De modelverordening van de VNG is de basis voor de Verordening op de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit Elburg 2022. 1.2. De huidige werkwijze van de commissie kan doorgaan. Het uitgangspunt is een beleidsneutrale overgang van oud naar nieuw. Dus het voortzetten van de huidige werkwijze. De commissie is daarbij o.a. een adviseur voor welstand en monumenten en het ontwikkelen van de fysieke leefomgeving. 1.3.

De verordening maakt een meer integrale benadering van vraagstukken door de adviescommissie mogelijk. De Omgevingswet richt zich op een integrale benadering van de fysieke leefomgeving. Wij vertalen dit in onze omgevingsvisie en het omgevingsplan. Deze geven invulling aan die integrale, samenhangende kijk op de leefomgeving van Elburg. De deskundigheid van de commissie heeft een toegevoegde waarde en draagt bij aan een optimaal resultaat. De voorgestelde verordening maakt deze advisering mogelijk. 1.4 Door vaststelling van deze verordening kan de adviescommissie op tijd worden ingesteld Voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet is het belangrijk de adviescommissie omgevingskwaliteit in te stellen. De verordening schrijft voor hoe wij dit als gemeente doen. Dit is een traject dat opgestart wordt als de verordening is vastgesteld. Voor het traject is enige tijd nodig en de tijd tot inwerkingtreding van de Omgevingswet begint kort te worden. Het is daarom van belang deze verordening nu zo snel mogelijk vast te stellen, zodat ook de adviescommissie op tijd ingesteld is. Kanttekeningen 1.1. De datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet is nog steeds niet definitief. Met het vaststellen van de Verordening gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit Elburg 2022 treedt deze nog niet in werking.

Dat gebeurt pas, zoals in artikel 17 van de verordening aangegeven, op het moment dat de Omgevingswet daadwerkelijk in werking treedt. Ook pas dan vervallen de huidige regels uit de Bouwverordening en Monumentenverordening. Hoewel we wel uitgaan van inwerkingtreding van de wet op 1 januari 2023, speelt de verordening in op een mogelijke verschuiving van die datum. 1.2. De verordening vraagt op onderdelen uitwerking. Vaststelling van de verordening is aan de raad. In samenhang daarmee zijn en worden door het college een aantal zaken uitgewerkt, bijvoorbeeld een Reglement van Orde. Hiervoor is echter nog ruim tijd tot inwerkingtreding van de Omgevingswet. Financiën Het vaststellen van de Verordening gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit Elburg 2022 heeft geen directe financiële gevolgen. De huidige werkwijze van de commissie wordt doorgezet. De keuzes in het kader van het omgevingsplan bepalen de exacte hoeveelheid werk voor de commissie. Communicatie/burgerparticipatie Na de vaststelling wordt het besluit bekend gemaakt door publicatie in onder andere het Gemeenteblad. De verordening is raadpleegbaar via www.overheid.nl. Vervolg Na vaststelling wordt het besluit bekendgemaakt. Daarna wordt het proces voor de instelling van de adviescommissie gestart. Hoe dit gebeurt staat in de verordening.

3

Bijlage(n) 1. Verordening op de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit Elburg 2022 2. Verordening op de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit Elburg 2022 - toelichting

Elburg, 20 september 2022 Het college van burgemeester en wethouders, de burgemeester,

de secretaris,

ir. J.N. Rozendaal

J. Hofstede

1 Verordening adviescommissie Elburg -schoon_zonder watermerk.docx

Verordening op de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit Elburg 2022 Besluit van de raad van de gemeente Elburg tot vaststelling van de Verordening op de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit Elburg 2022 De raad van de gemeente Elburg; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van [datum en nummer]; gelet op de artikelen 108 en 149 van de Gemeentewet en afdeling 17.2 van de Omgevingswet; besluit vast te stellen de volgende verordening:

Verordening op de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit Elburg 2022 Paragraaf 1. Algemene bepalingen Artikel 1. Definities In deze verordening wordt verstaan onder: - beleidscommissie monumentenzorg: de commissie als bedoeld in het Reglement beleidscommissie monumentenzorg gemeente Elburg; - commissie: gemeentelijke adviescommissie als bedoeld in artikel 17.9 van de wet, genaamd de adviescommissie omgevingskwaliteit; - goede omgevingskwaliteit: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.3 van de wet; - wet: de Omgevingswet.

Paragraaf 2. Adviestaak Artikel 2. Taak en werkzaamheden 1. De commissie heeft als taak de raad en burgemeester en wethouders te adviseren bij de uitoefening van hun taken en bevoegdheden op grond van de wet met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit en al hetgeen daarmee verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn. 2. Ter uitvoering van haar taak: a. adviseert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders over een aanvraag om of een ontwerpbesluit voor een omgevingsvergunning voor: 1 ̊. een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een monument; 2 ̊. een omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op een voorbeschermd gemeentelijk monument of een gemeentelijk monument; 3 ̊. een omgevingsplanactiviteit in geval de commissie in het omgevingsplan als adviseur is aangewezen; 4 ̊. een andere activiteit in geval burgemeester en wethouders een advies nodig achten met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit; b. adviseert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders over het ontwikkelen van beleid inclusief omgevingsvisie, omgevingsplan en maatwerkregels voor de omgevingskwaliteit, uitgezonderd beleid met betrekking tot monumenten, hetgeen valt onder de taakstelling van de Beleidscommissie monumentenzorg.

Paragraaf 3. Aanwijzing van besluiten waarover verplicht advies moet worden gevraagd Artikel 3. Verplichte advisering Burgemeester en wethouders winnen advies van de commissie in omtrent een te nemen beslissing als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder a, onderdelen 1 ̊t ot en met 3 ̊, en onder b.

Paragraaf 4. Samenstelling en inrichting Artikel 4. Samenstelling 1. De commissie bestaat uit ten minste drie leden. 2. De leden worden benoemd op persoonlijke titel op grond van de professionele deskundigheid die nodig is voor de advisering, alsmede op grond van maatschappelijke kennis en ervaring. 3. De commissie telt gelet op artikel 17.9, eerste lid, van de wet enkele leden deskundig op het gebied van de monumentenzorg. 4. De disciplines die de leden in gezamenlijkheid vertegenwoordigen zijn: ruimtelijke kwaliteit, cultuurhistorie, bouw- en architectuurhistorie, (restauratie)architectuur, landschap, stedenbouw, architectuur en (archeologische) monumentenzorg) en overige disciplines die nodig zijn om de taak en werkzaamheden als bedoeld in artikel 2 uit te oefenen. 5. De leden zijn niet werkzaam onder verantwoordelijkheid van het gemeentebestuur.

Artikel 5. Benoeming 1. De leden en de plaatsvervangers kunnen voor een termijn van ten hoogste vier jaar worden benoemd. 2. Herbenoeming van leden kan eenmaal voor ten hoogste vier jaar plaatsvinden. 3. Afgetreden leden zijn vier jaar na hun aftreden weer benoembaar. 4. De leden worden op eigen aanvraag ontslagen. Zij kunnen voorts door burgemeester en wethouders worden geschorst en door de raad worden ontslagen wegens ongeschiktheid, onbekwaamheid of op andere zwaarwegende gronden.

Artikel 6. Ondersteuning van de commissie 1. Het secretariaat van de commissie berust bij Het Oversticht. 2. Het secretariaat wordt bij de uitoefening van zijn taak rechtstreeks aangestuurd door de commissie.

Paragraaf 5. Advisering en standpuntbepaling Artikel 7. Adviestermijn 1. Burgemeester en wethouders kunnen aangeven binnen welke termijn een advies wordt verwacht. 2. In geval burgemeester en wethouders geen termijn hebben gesteld brengt de commissie advies uit binnen een termijn van vier weken.

Artikel 8. Beraadslaging en standpuntbepaling 1. De vergaderingen waarin een of meer adviezen over aanvragen om omgevingsvergunning door of namens de commissie worden vastgesteld zijn openbaar. De agenda voor de vergadering van de commissie wordt tijdig op een geschikte wijze bekendgemaakt. Indien burgemeester en wethouders – al dan niet op verzoek van de aanvrager – een verzoek doen tot niet-openbare behandeling, dan dienen burgemeester en wethouders daaraan klemmende redenen op grond van artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur ten grondslag te leggen. De openbaarheid geldt zowel voor de beraadslagingen, de beoordeling als de adviezen. 2. De aanvrager van de omgevingsvergunning of zijn gemachtigde heeft de mogelijkheid tot toelichting van de aanvraag ten overstaan van de commissie. Overige belanghebbenden hebben in toelichtende zin spreekrecht in door de commissie gehouden openbare vergaderingen. Tijdens de beraadslagingen is er geen spreekrecht. 3. Over de uit te brengen adviezen wordt niet besloten dan in aanwezigheid van ten minste drie leden. Over een advies over een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een monument wordt niet besloten dan in aanwezigheid van ten minste twee leden met deskundigheid op het gebied van de monumentenzorg. 4.

Leden die als opdrachtgever, ontwerper of anderszins betrokken zijn bij de uitvoering van een activiteit waarvoor een aanvraag is gedaan waarover de commissie adviseert, onthouden zich van medewerking aan het desbetreffende advies en zijn tijdens de behandeling van en de besluitvorming over het advies niet in de vergadering aanwezig. 5. De geheimhoudingsplicht als bedoeld in artikel 2:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op de commissie en de daarvoor werkzame personen.

Artikel 9. Afdoening onder verantwoordelijkheid van de commissie 1. De commissie kan onverminderd het bepaalde in artikel 17.9, eerste lid, van de wet de advisering over een aanvraag om een omgevingsvergunning of over de voorbereiding van een andere beschikking onder verantwoordelijkheid van de commissie overlaten aan een of meer daartoe aangewezen leden, of een subcommissie. 2. In het geval toepassing wordt gegeven aan het eerste lid, is het bepaalde in artikel 8 van overeenkomstige toepassing, uitgezonderd artikel 8, derde lid, eerste volzin.

Artikel 10. Adviseurs 1. De commissie kan zich voor het inwinnen van inlichtingen wenden tot daartoe door burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaren. 2. De commissie kan zich doen bijstaan door burgemeester en wethouders aangewezen andere personen, voor zover dat voor de vervulling van haar taak nodig is. 3. De in het eerste en tweede lid bedoelde personen kunnen op uitnodiging van de commissie als adviseur deelnemen aan de beraadslagingen.

Artikel 11. Verwerking van het advies In geval burgemeester en wethouders een beschikking geven in afwijking van het door de commissie uitgebrachte advies verzenden zij een afschrift van die beschikking aan de commissie.

Paragraaf 6. Werkwijze Artikel 12. Reglement van orde 1. Burgemeester en wethouders stellen in overleg met de commissie een reglement van orde vast waarin de werkwijze van de commissie binnen de kaders van deze verordening nader wordt vastgelegd. 2 . In het reglement van orde komt ten minste aan de orde: a. de wijze waarop de agenda openbaar wordt gemaakt en belanghebbenden worden uitgenodigd; b. het vereiste quorum voor een besluitvormende vergadering, de vergaderorde en orde van de beraadslaging, waarbij er een onderscheid wordt aangebracht tussen de toelichtende fase waarin het spreekrecht wordt uitgeoefend en de beraadslagingen; c. de notulering en dossiervorming; d . de wijze waarop de adviezen openbaar worden gemaakt; e . de instelling van subcommissies; f . de werkwijze bij afdoening onder verantwoordelijkheid van de commissie als bedoeld in artikel 9; g. de selectie en voordracht van kandidaat-leden.

3. Burgemeester en wethouders dragen zorg voor bekendmaking van het vastgestelde reglement van orde in het gemeenteblad.

Artikel 13. Relatie met andere adviseurs Bij het aanstellen van een supervisor, een kwaliteitsteam of een andere adviseur op het gebied van de omgevingskwaliteit, niet zijnde een lid of een adviseur van de commissie dragen burgemeester en wethouders zorg voor een goede afstemming tussen de werkzaamheden van deze adviseur en de commissie.

Paragraaf 7. Jaarverslag Artikel 14. Jaarverslag 1. De commissie brengt jaarlijks verslag als bedoeld in artikel 17.9, zesde lid, van de wet uit van haar werkzaamheden in het voorafgaande kalenderjaar. 2. In het jaarverslag komt ten minste aan de orde: a. de wijze waarop toepassing is gegeven aan de kaders als bedoeld in artikel 17.9, derde lid, van de wet; b. de wijze waarop uitwerking is gegeven aan de openbaarheid van vergaderen.

Paragraaf 8. Overgangs- en slotbepalingen Artikel 15. Overgangsrecht Als voor de inwerkingtreding van de wet een aanvraag om een besluit is ingediend, blijft het oude recht, met betrekking tot de commissies op het gebied van welstand en monumentenzorg van kracht, met dien verstande dat de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit wordt geacht de in artikel 8 van de Woningwet, dan wel de in artikel 9.1, eerste lid, onder a, van de Erfgoedwet in samenhang met artikel 15 van de Monumentenwet 1988 bedoelde commissie te zijn.

Artikel 16. Vervallen en intrekking oude regeling De regels met betrekking tot de commissie in de artikelen 9.1 tot en met 9.9 van de Bouwverordening 2012 en artikel 12 en 15 van de Monumentenverordening 2014 vervallen.

Artikel 17. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking tegelijk met de Wet van 23 maart 2016, houdende regels over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving (Omgevingswet). 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening op de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit Elburg 2022. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van [datum]. De voorzitter, De griffier,

1 Verordening adviescommissie Elburg toelichting -schoon_zonder watermerk.docx

Verordening

op

de

gemeentelijke

adviescommissie

omgevingskwaliteit Elburg 2022 - toelichting Algemeen

Met de Omgevingswet (hierna: de wet) die naar verwachting op 1 januari 2023 in werking treedt, wordt het stelsel van ruimtelijke regels volledig herzien. De wet bundelt de wetgeving en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. Belangrijk verbeterdoel van de nieuwe wet is een kader te bieden dat overheden meer afwegingsruimte biedt om doelen voor de leefomgeving te bereiken. ‘Decentraal, tenzij’ is een belangrijk principe van de wet. Dit betekent dat taken en bevoegdheden in principe bij het lokale bestuur, zoals de gemeente liggen. Alleen indien het gaat om een nationaal of internationaal belang of als dat doelmatiger of doeltreffender is, stelt het Rijk regels. Eén van de doelen van de wet is het bereiken van een goede omgevingskwaliteit (artikel 1.3 van de wet). Daarbij gaat het om het belang van aspecten als cultureel erfgoed, architectonische kwaliteit van bouwwerken, stedenbouwkundige kwaliteit en kwaliteit van natuur en landschap. Gemeenten hebben een grote vrijheid in de wijze waarop zij het doel van een goede omgevingskwaliteit willen bereiken. Dat geldt ook voor de rol van de gemeentelijke adviescommissie (hierna: commissie) daarbij. Een adequate invulling van de taak en de werkwijze van deze commissie draagt bij aan het doel van een goede omgevingskwaliteit.

De verordening regelt de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit voor Elburg. Artikelsgewijs Artikel 1. Definities

Beleidscommissie monumentenzorg Dit is de commissie die (in het bijzonder) adviseert over de aanwijzing van gemeentelijke monumenten. Deze commissie bestaat in Elburg naast de adviescommissie die (in het bijzonder) adviseert over omgevingsvergunningen. De Beleidscommissie monumentenzorg blijft onder de Omgevingswet als aparte commissie in stand.

Commissie Dit is de gemeentelijke adviescommissie op grond van artikel 17.9 van de wet.

Goede omgevingskwaliteit ‘Een goede omgevingskwaliteit’ is naast veiligheid en gezondheid opgenomen in de maatschappelijke doelstelling van de wet (artikel 1.3 van de wet). Dit geeft aan dat aspecten als cultureel erfgoed, architectonische kwaliteit van bouwwerken, stedenbouwkundige kwaliteit en kwaliteit van natuur en landschap belangrijk zijn. Het gaat daarbij zowel om de menselijke beleving van de fysieke

leefomgeving als om de waarden die de maatschappij toekent aan de identiteit van gebieden (Kamerstukken II 2013-2014, 33962, nr. 3). De gemeente heeft de plicht de zorg voor de omgevingskwaliteit zelf in te vullen, inclusief het adviesstelsel op het gebied van de omgevingskwaliteit. Burgers kunnen, wanneer geen concrete gedragsbepalingen voorhanden zijn of deze niet toereikend blijken, ten aanzien van de het doel van een goede omgevingskwaliteit een beroep doen op de algemene zorgplicht. Artikel 2. Taak en werkzaamheden

Eerste lid Dit lid beschrijft de adviestaak in algemene zin: het adviseren van de raad en het college van burgemeester en wethouders (hierna: college) op het gebied van de omgevingskwaliteit als bedoeld in artikel 1.3 van de wet. De commissie adviseert dus niet over andere aspecten van de fysieke leefomgeving, zoals een veilige en gezonde fysieke leefomgeving.

Tweede lid Onderdeel a Dit betreft de advisering over aanvragen om een omgevingsvergunning of de advisering over een ontwerpbesluit als het college geen bevoegd gezag is. De commissie adviseert op verzoek van het college over een aanvraag voor:

1 ̊. een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een monument De wet definieert een rijksmonumentenactiviteit als volgt: ‘een activiteit inhoudende het slopen, verstoren, verplaatsen of wijzigen van een rijksmonument of een voorbeschermd rijksmonument of het herstellen of gebruiken daarvan waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht’. De

commissie

adviseert

niet

over

aanvragen

om

een

omgevingsvergunning

voor

een

rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot archeologische rijksmonumenten. De commissie brengt advies uit met het oog op het behoud van cultureel erfgoed. Uitgangspunten daarbij zijn: -

het voorkomen van ontsiering, beschadiging of sloop van monumenten en archeologische monumenten;

-

het voorkomen van verplaatsing van monumenten of een deel daarvan, tenzij dit dringend is vereist is voor het behoud van die monumenten;

-

het bevorderen van het gebruik van monumenten, zo nodig door wijziging van die monumenten, rekening houdend met de monumentale waarden; en

-

het conserveren en in stand houden van archeologische monumenten, bij voorkeur in situ.

Dit volgt uit artikel 8.80 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (hierna: Bkl) dat de beoordelingsregels voor de rijksmonumentenactiviteit bevat. Voor rijksmonumentenactiviteiten met betrekking tot archeologische rijksmonumenten is de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (hierna: de Minister van OCW) aangewezen als advies- en

instemmingsorgaan in de gevallen dat het college het bevoegd gezag is. Dit in verband met zijn verantwoordelijkheid voor de archeologische rijksmonumenten en met het landelijk overzicht en de vereiste specialistische kennis en ervaring die aanwezig zijn bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Ook is de Minister van OCW (mede) bevoegd tot toezicht en handhaving waar het gaat om archeologische rijksmonumenten. Behoud in situ (in de bodem) is hierbij het uitgangspunt. De gemeenten spelen desalniettemin in de archeologie een cruciale rol. De afweging om archeologische monumenten in situ (in de bodem) dan wel ex situ (door ze op te graven) te behouden, wordt meestal door de gemeente gemaakt in het kader van het opstellen van het omgevingsplan en de belangenafweging bij de specifieke omgevingsplanactiviteiten waaraan een archeologische onderzoeksplicht is gekoppeld. De gemeente is op grond van artikel 5.130 van het Bkl verplicht om bij het opstellen van het omgevingsplan rekening te houden met het belang van het behoud van cultureel erfgoed, waaronder (aantoonbaar te verwachten) archeologische monumenten.

Daarbij kan de (aantoonbaar te verwachten) aanwezigheid van archeologische monumenten van invloed zijn op onder meer de toedeling van functies aan locaties – bijvoorbeeld de keuze om geen parkeergarage toe te staan op een locatie met hoge archeologische waarde – of op de inhoud van in het omgevingsplan op te nemen beschermende regels of beoordelingsregels. De commissie kan hierover op grond van de andere onderdelen van dit artikel adviseren. Voor als gemeentelijk monument beschermde archeologische monumenten is de commissie wel het aangewezen adviesorgaan.

2 ̊. een omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op een voorbeschermd gemeentelijk monument of een gemeentelijk monument De bescherming van monumenten of archeologische monumenten als gemeentelijk monument gebeurt door aan het monument of archeologisch monument in het omgevingsplan de functieaanduiding gemeentelijk monument te geven. Met een voorbereidingsbesluit kan voorbescherming worden geboden aan een locatie waarvoor wordt overwogen deze de functie-aanduiding gemeentelijk monument te geven.

Overgangsrecht gemeentelijke monumenten Het overgangsrecht in de wet en het Invoeringsbesluit Omgevingswet regelt dat er bij het in werking treden van de wet een vergunningplicht geldt voor activiteiten met betrekking tot gemeentelijke monumenten en voorbeschermde gemeentelijke monumenten die nog op grond van de Monumentenverordening zijn aangewezen. De regels uit die verordening blijven gelden tot het moment dat dit onderwerp in het nieuwe deel van het omgevingsplan is geregeld. Dit volgt uit de artikelen 22.4 en 22.8 van de wet en artikel 7.1 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet in samenhang met artikel 22.2 van het omgevingsplan (bruidsschat). De in de Monumentenverordening opgenomen vergunningplicht geldt als een verbod op grond van artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de wet om zonder omgevingsvergunning een omgevingsplanactiviteit te verrichten.

3 ̊. een omgevingsplanactiviteit in geval de commissie in het omgevingsplan als adviseur is aangewezen De raad kan op grond van artikel 16.15, tweede lid, van de wet in het nieuwe deel van het omgevingsplan bepalen in welke gevallen een advies verplicht is. Dit kan per gebied of per type activiteit of bouwwerk verschillen. Zolang nog geen gevallen zijn aangewezen, zet het college het bestaande beleid met betrekking tot het vragen van commissieadvies voort. Omdat het omgevingsplan ook bij een projectbesluit of een voorbereidingsbesluit kan worden gewijzigd, brengt dit mee dat ook Gedeputeerde Staten, het dagelijks bestuur van het Waterschap en de Minister van OCW de commissie als adviseur in het omgevingsplan kunnen aanwijzen. Regels over de

aanwijzing

van

de

commissie

als

adviseur

kunnen

ook

onderdeel

zijn

van

de

voorbeschermingsregels waarmee een voorbereidingsbesluit het omgevingsplan wijzigt. Overigens betekent dit niet dat de commissie daarmee ook formeel adviesorgaan van die andere bestuursorganen wordt. Als het college geen bevoegd gezag is voor de aanvraag om een omgevingsvergunning maar adviseur, is de commissie ook adviseur en richt het advies van de commissie zich tot het college in plaats van het bevoegd gezag (artikel 4.22 van het Omgevingsbesluit).

4 ̊. een andere activiteit in geval burgemeester en wethouders een advies nodig achten met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit Dit onderdeel is gelijkwaardig aan de huidige zogenoemde “kan-bepaling” over de welstandsadvisering in artikel 6.2, eerste lid, van het Besluit omgevingsrecht. Het college kan – voor zover dat in het omgevingsplan niet anders is geregeld – op grond daarvan zelf bepalen of zij een advies inwinnen bij de commissie.

De beoordeling van de omgevingsplanactiviteit bouwen door de commissie Bij het beoordelen van een bouwplan volgt de commissie de beoordelingsregels die in het omgevingsplan staan. De beoordelingsregels geven aan onder welke voorwaarden de vergunning kan worden verleend of geweigerd. Het gaat hierbij om regels over het bouwwerk zelf als wel zijn relatie tot de omgeving en de te verwachten ontwikkeling daarvan. Bijvoorbeeld de bouwhoogte, de bouwmassa, het maximale bebouwingsoppervlak, de aanwijzing van bouwvlakken, de situering op de bouwvlakken, de karakteristiek van de bebouwing, en het uiterlijk van bouwwerken zoals vastgelegd in de beleidsnota (voorheen: welstandsnota). De wet biedt de gemeente een kans om te zorgen voor een betere inbedding en aansluiting van welstandsaspecten

binnen

het

ruimtelijke

kwaliteitsbeleid.

Het

streven

naar

een

goede

omgevingskwaliteit als bedoeld in artikel 1.3 van de wet is daarbij het overkoepelende doel. Daarom is de advisering niet beperkt tot ingrepen aan beschermde monumenten en het uiterlijk van bouwwerken. De commissie adviseert zowel over de toepassing van de regels in het omgevingsplan zelf (zoals de mogelijkheid tot ‘binnenplanse’ afwijkingen), als over de toepassing van de beleidsregels over het uiterlijk van bouwwerken. Dit gebeurt vanuit het doel van een goede omgevingskwaliteit.

Onderdeel b Dit onderdeel geeft invulling aan de mogelijkheid als bedoeld in artikel 17.9, tweede lid, van de wet om de commissie in te schakelen bij het ontwikkelen van beleid voor de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Zoals hierboven vermeld gaat het uitsluitend om beleid op het gebied van de omgevingskwaliteit. De commissie adviseert niet over onderwerpen waarover de Beleidscommissie monumentenzorg adviseert. Artikel 3. Verplichte adviezen

Dit artikel sluit aan op de verplichte adviezen op grond van artikel 17.9 van de wet en het op grond van de Monumentenverordening verplichte advies bij gemeentelijke monumenten. Artikel 4. Samenstelling

Eerste lid Dit lid geeft invulling aan artikel 17.7, eerste lid, van de wet, waarin is bepaald dat de raad het aantal leden vaststelt.

Tweede lid Dit lid geeft aan dat de leden als deskundigen en dus op persoonlijke titel en op grond van hun persoonlijke kwalificaties worden benoemd. Hun lidmaatschap is niet afhankelijk van het bekleden van een bepaalde functie of het hebben van een bepaalde hoedanigheid. De leden vertegenwoordigen geen bijzondere belangen. Dat betekent bijvoorbeeld dat belangenorganisaties op het gebied van de omgevingskwaliteit geen vertegenwoordigers in de commissie hebben. De leden zullen hun functie onafhankelijk dienen uit te oefenen. Daartegenover staat dat benoeming niet achterwege zal blijven enkel vanwege het lidmaatschap van een bepaalde groepering of het bekleden van een bepaalde bestuurlijke of maatschappelijke functie. Daarnaast beschikken de leden over inzicht in maatschappelijke verhoudingen op grond van maatschappelijke kennis en ervaring. In de Elburgse praktijk worden medewerkers van de regionale adviesorganisatie Het Oversticht aangewezen als leden van de commissie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=elburg&id=18b1b54b-c848-493b-a98c-140dad4dddb6