Agendabundel
Tekst van het document
Derde en vierde lid Deze leden zien toe op de deskundigheidsgebieden die in de commissie vertegenwoordigd moeten zijn. De wet schrijft voor dat binnen de commissie enkele leden deskundig dienen te zijn op het gebied van de monumentenzorg, en dat die in ieder geval worden betrokken bij de advisering over een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een monument. Volgens de Memorie van toelichting dient de commissie ten minste over deskundigheid op het gebied van cultuurhistorie, bouw- en architectuurhistorie, restauratiearchitectuur, landschap en stedenbouw te beschikken (Kamerstukken II 2014-2015, 33962 nr. 3, p. 581). In aanvulling hierop is de deskundigheid aangevuld met ruimtelijke kwaliteit. Ook kan het, bij uitbreiding van de reikwijdte van taken op grond van het omgevingsplan, nodig zijn andere disciplines toe te voegen aan de commissie. Het is mogelijk dat één persoon meerdere disciplines in zich verenigt.
Vijfde lid Dit lid zorgt voor een aanscherping van de wettelijke eis van onafhankelijkheid ten opzichte van het gemeentebestuur. Artikel 17.8 van de wet stelt slechts als eis, dat de leden van het gemeentebestuur geen lid zijn van een gemeentelijk adviesorgaan. Artikel 5. Benoeming
Eerste tot en met derde lid Deze leden hebben betrekking op de benoemingstermijn als bedoeld in artikel 17.7, eerste lid, van de wet. Het eerste lid regelt de benoeming voor de eerste termijn. Het tweede lid ziet toe op de herbenoeming. De regels voor de herbenoeming zijn logischerwijs alleen van toepassing op de leden. In het derde lid is de mogelijkheid opgenomen om leden vier jaar na hun aftreden opnieuw te benoemen.
Vierde lid Dit lid regelt schorsing en ontslag. De wet bepaalt dat de raad de leden benoemt en ontslaat (artikel 17.7, tweede lid, van de wet). Het is vanzelfsprekend dat leden op eigen aanvraag worden ontslagen. Zij kunnen verder worden geschorst en ontslagen wegens ongeschiktheid, onbekwaamheid of op andere zwaarwegende gronden. Artikel 6. Ondersteuning van de commissie
Ingevolge het eerste lid wordt de commissie bijgestaan door een secretariaat dat berust bij de egionale adviesorganisatie Het Oversticht.. Het tweede lid borgt dat het secretariaat slechts door de belangen van de commissie wordt geleid. Artikel 7. Adviestermijn
In de wet is geen termijn gesteld waar binnen de commissie moet adviseren. Daarom kan het college op grond van het eerste lid aangeven binnen welke termijn een advies wordt verwacht. Deze termijn mag volgens artikel 3:6 van de Awb niet zodanig kort zijn, dat de commissie zijn taak niet meer kan vervullen. In het tweede lid is bepaald dat het college ook kan afzien van het stellen van een termijn. In dat geval geldt een termijn van vier weken. Die is gelijk aan de termijn die in de Bouwverordening 2012 voor een advies op een aanvraag voor een omgevingsvergunning was opgenomen. Indien geen advies wordt uitgebracht binnen de genoemde adviestermijn, staat dit de besluitvorming door het college niet in de weg (artikel 3:6, tweede lid, van de Awb). Artikel 8. Beraadslaging en standpuntbepaling
Eerste lid Dit lid is een nadere regeling van uitwerking van de wettelijke eis van openbaarheid als bedoeld in artikel 17.9, vijfde lid, van de wet.
Tweede lid Uit artikel 4:7 van de Awb volgt de beperkte verplichting dat de mogelijkheid tot toelichting van een plan ten overstaan van de commissie dient te worden geboden aan de aanvrager van de omgevingsvergunning. Daarnaast hebben andere belanghebbenden spreekrecht. De kring van spreekgerechtigden is beperkt tot belanghebbenden (als bedoeld in artikel 1:2 van de Awb). Daarmee wordt voorkomen dat allerlei personen tijdens de vergadering van de commissie kunnen inspreken, terwijl die in een eventuele rechterlijke procedure tegen de omgevingsvergunning voor het bouwen geen recht van spreken hebben omdat zij geen belanghebbenden zijn. Het spreekrecht is van invloed op het tijdstip waarop de vergadering van de commissie wordt aangekondigd. Dat tijdstip moet dan zodanig worden gekozen dat eventuele sprekers voldoende tijd hebben om zich op de vergadering voor te bereiden. De regeling van dit spreekrecht wordt opgenomen in het reglement van orde (zie artikel 12). De verplichting tot openbaar vergaderen heeft betrekking op de vergaderingen waarin het advies op de aanvraag voor een omgevingsvergunning of op een voorgenomen beschikking formeel wordt vastgesteld. Het is niet verplicht voor informeel vooroverleg of bij de beleidsgerichte, opgavegerichte of ontwerpgerichte advisering. De potentiële initiatiefnemer kan in het stadium van vooroverleg gebaat zijn met beslotenheid.
Openbaarheid zou dan remmend op het vooroverleg kunnen werken, terwijl uit oogpunt van de korte planprocedure vooroverleg stimulering verdient.
Derde lid Dit lid ziet erop toe dat in de vergadering voldoende leden aanwezig zijn, zodat een deskundig oordeel kan worden gevormd. Het borgt ook de wettelijke eis dat enkele leden die deskundig zijn op het gebied van de monumentenzorg in ieder geval worden betrokken bij de advisering over een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een rijksmonumentenactiviteit (artikel 17.9, eerste lid, van de wet).
Vierde lid Met deze bepaling wordt verstrengeling van belangen tegengegaan.
Vijfde lid Dit lid verwijst naar de Awb die uitvoerders van wetten een geheimhoudingsplicht oplegt ten aanzien van gegevens waarvan zij het vertrouwelijke karakter kennen of redelijkerwijs moeten vermoeden. Op grond van artikel 2:5, tweede lid, van de Awb is de plicht tot geheimhouding ook van toepassing op instellingen die een wettelijke taak uitvoeren. Daaronder vallen ook adviesorganen. Dit lid plaatst buiten twijfel dat de geheimhoudingsplicht ook op de commissie en de daarvoor werkzame personen van toepassing is.
Artikel 9. Afdoening onder verantwoordelijkheid van de commissie
Dit artikel geeft de mogelijkheid om de advisering namens de commissie over te laten aan een of meer leden, al dan niet in een vaste samenstelling als subcommissie. De commissie blijft verantwoordelijk voor het advies. Een goede omschrijving van de volmacht is nodig om aan het advies een doorslaggevende betekenis toe te kennen. Dit kan worden opgenomen in het reglement van orde (artikel 12). Daarbij moet wel rekening worden gehouden met de wettelijke eis dat enkele leden die deskundig zijn op het gebied van de monumentenzorg in ieder geval worden betrokken bij de advisering over een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een rijksmonumentenactiviteit (artikel 17.9, eerste lid, van de wet). De commissie kan ervoor kiezen de volmacht te beperken tot de plannen met relatief geringe ruimtelijke betekenis, of plannen waar gelet op meer dan één vergelijkbare vallen de mening van de commissie als bekend mag worden verondersteld. Een ruimere volmacht is mogelijk indien de betrokken leden of de subcommissies volledig beschikken over de professionele deskundigheid die in een specifiek geval nodig is voor de advisering (bijvoorbeeld deskundig op het gebied van cultuurhistorie, bouw- en architectuurhistorie, restauratiearchitectuur, landschap, stedenbouw, architectuur en archeologische monumentenzorg).
Ook hier blijft gelden de wettelijke eis dat enkele leden die deskundig zijn op het gebied van de monumentenzorg in ieder geval worden betrokken bij de advisering over een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een rijksmonumentenactiviteit (artikel 17.9, eerste lid, van de wet). Artikel 10. Adviseurs
Dit artikel geeft de commissie de bevoegdheid zich ten behoeve van de advisering te laten voorlichten door ambtenaren (eerste lid) of door externe deskundigen (tweede lid). Een ambtenaar of een andere deskundige kan ingevolge het derde lid op uitnodiging van de commissie aanwezig zijn bij de vergaderingen of als adviseur deelnemen aan de beraadslagingen. Deze regeling sluit aan op de gegroeide praktijk, waarbij de commissies afhankelijk van de behoefte, specifieke adviseurs inschakelen (bijvoorbeeld een specialist op het gebied van historische interieurs of een specialist op het gebied van duurzaam bouwen). Artikel 11. Verwerking van het advies
Deze bepaling is opgenomen met het oog op een goede vervulling van de adviestaak. Daarvoor is nodig dat de commissie voortdurend inzicht heeft in hoe het college omgaat met de uitgebrachte adviezen. Artikel 12. Reglement van orde
Eerste lid Het college van burgemeester en wethouders stelt in overleg met de commissie een reglement van orde vast.
Tweede lid Dit lid geeft aan welke onderwerpen in ieder geval in het reglement van orde worden opgenomen.
Derde lid Dit lid regelt de bekendmaking van het reglement van orde. Dat kan als bijlage bij deze verordening, of als aparte bekendmaking met een goede verwijzing naar deze verordening. Juridisch gezien behoeft het reglement van orde niet in de verordening zelf te worden opgenomen. Artikel 13. Relatie met andere adviseurs
Dit artikel regelt een goede afstemming tussen de werkzaamheden van andere adviseur(s) op het gebied van de omgevingskwaliteit en de commissie. Artikel 14. Jaarverslag
Het jaarverslag als bedoeld in artikel 17.9, zesde lid, van de wet kan voor de raad aanleiding zijn voor bijstelling van het gemeentelijk beleid. De commissie kan naar aanleiding van de verrichte werkzaamheden beleidsaanbevelingen doen. Bijvoorbeeld over de in het omgevingsplan op te nemen beoordelingscriteria met betrekking tot de omgevingskwaliteit. Om die reden verschijnt het jaarverslag tijdig vóór de jaarlijkse beleids- en begrotingscyclus in de gemeente. De specifieke bepalingen over het jaarverslag van het college zijn onder de wet vervallen. In verband met de politieke verantwoordelijkheid voor de omgevingskwaliteit heeft het college het voornemen om de bestaande praktijk van verantwoording en terugkoppeling voort te zetten en deze mee te nemen in de verplichte evaluatierapportage over de uitvoering van het omgevingsrecht aan de raad. In de gemeentelijke evaluatierapportage kan bijvoorbeeld aandacht worden besteed aan hoe is omgegaan met de adviezen van de commissie en aan het (tijdig) inwinnen en ontvangen van advies binnen de afdoeningstermijn. Daarnaast wordt de werking van deze verordening ten minste éénmaal in de vier jaar samen met de commissie geëvalueerd. Artikel 15. Overgangsrecht
Deze bepaling regelt dat aanvragen ingediend voor het inwerkingtreden van deze verordening volgens het oude recht door de commissie worden afgedaan. Artikel 16. Vervallen
oude regeling
Alleen de regels met betrekking tot de commissies in de Bouwverordening 2012 en de Monumentenverordening vervallen op grond van dit lid. Artikel 17. Inwerkingtreding en citeertitel
Dit artikel bepaalt het tijdstip van inwerkingtreding en de citeertitel van de verordening.
1 Verordening adviescie omgevingskwaliteit raadsbesluit_v10-10-2022 (1).docx
De raad der gemeente Elburg; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 20 september 2022 b e s l u i t : 1. De Verordening op de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit Elburg 2022 vast te stellen. Aldus besloten door de raad der gemeente Elburg in zijn vergadering van 31 oktober 2022 de voorzitter, de griffier,
ir. J.N. Rozendaal
mr. D.H.A.A. Kassing
5.4 Raadsvoorstel goedkeuring jaarrekening stichtingen 2021 1 Raadsvoorstel Jaarrekeningen stichtingen 2021.docx
Raadsvoorstel
Onderwerp
Goedkeuren jaarrekeningen vijf stichtingen
Behandelaar:
Griffier
Datum Portefeuillehouder
23 september2022 Sneevliet
Emailadres Zaaknummer:
Diane.Kassing@elburg.nl
Onderwerp Goedkeuren jaarrekeningen vijf stichtingen
Te nemen besluit: De jaarrekeningen voor het kalenderjaar 2021 van de stichting Boedel Maria Harmens Courage, de stichting Het Weduwehofje, de stichting Het Schipluidenfonds, de stichting Vicarieën Elburg en de stichting Het Goor goed te keuren.
Inleiding De gemeente Elburg kent vijf stichtingen waarvan de jaarrekening op basis van de statuten door de gemeenteraad dient te worden goedgekeurd. Argumenten De jaarrekeningen zijn ambtelijk gecontroleerd. In bijgevoegd collegeadvies wordt ingegaan op de financiële posities van de betrokken stichtingen. Kanttekeningen Het Presidium heeft vorig jaar besloten geen gesprek met bestuursleden van de stichtingen meer in te plannen. Financiën De financiële positie van de stichtingen is in orde.
Bijlage(n) Collegeadvies 30 augustus 2022
Elburg, 28 september 2022 Het presidium, De burgemeester,
de griffier,
Ir. J.N. Rozendaal
mr. D.H.A.A. Kassing
1 Raadsbesluit goedkeuring jaarrekeningen stichtingen 2021.docx
De raad der gemeente Elburg; gelezen het voorstel van het Presidium b e s l u i t : de jaarrekeningen voor het kalenderjaar 2021 van: • Stichting Boedel Maria Harmens Courage • Stichting Het Weduwehofje • Stichting Het Schipluidenfonds • Stichting Vicarieën Elburg • Stichting Het Goor goed te keuren
Aldus besloten door de raad der gemeente Elburg in zijn vergadering van 31 oktober 2022
de voorzitter,
de griffier,
ir. J.N. Rozendaal
mr. D.H.A.A. Kassing
1 B&W advies goedkeuring jaarrekeningen 2021 stichtingen (1).docx
Collegeadvies Zaaknummer
260697
Portefeuillehouder
Lyda Sneevliet
Advies van
Freek IJspeert
I.o.m.
Griffie
Beslissing d.d.
30 augustus 2022
Nummer
Conform voorstel. Besluit
Openbaar
Onderwerp Goedkeuring jaarrekeningen stichtingen Te nemen besluit 1. De raad voorstellen, middels ingekomen stukken, de jaarrekening van onderstaande stichtingen goed te keuren: a. Stichting “Boedel Maria Harmens Courage”; b. Stichting “Het Weduwenhofje”; c. Stichting “Het Schipluidenfonds”; d. Stichting “Vicarieën Elburg”; e. Stichting “Het Goor” 2. Aanbieden aan de agendacommissie ter besluitvorming. 3. Het bestuur van de stichtingen na besluit van de raad in kennis stellen van de goedkeuring. Inleiding Hierbij worden vijf jaarrekeningen van diverse stichtingen ter goedkeuring aangeboden. De stichtingen hebben in hun oprichtingsstatuten staan dat ze jaarlijks door de gemeente worden onderworpen aan een financieel onderzoek. De jaarrekeningen zijn ambtelijk gecontroleerd, een afvaardiging van de raad zal ter voorbereiding op zijn vergadering onderzoeken of de instellingen voldoen aan hun doelstelling en of er sprake is van een adequaat beheer. Daarna zal de raad voorgesteld worden de jaarrekeningen goed te keuren.
Beoogd effect De stichtingen in staat stellen hun goede werk voort te zetten.
Argumenten
Kanttekeningen
1
Financiën Onderstaand wordt per stichting een beeld geschetst van de financiële positie. a.) Stichting “Boedel Maria Harmens Courage” De opbrengsten van de stichting komen voornamelijk uit onroerend goed. In 2021 heeft de stichting een positief exploitatieresultaat van € 126.390 behaald. Het resultaat is vervolgens op grond van de statuten van de stichting op de volgende manier verdeeld: er is 75% (€ 94.792) toegevoegd aan de reserve bestemd voor uitkeringen aan hulpbehoevenden er is 25% (€ 31.598) toegevoegd aan het eigen vermogen van de stichting. Het eigen vermogen is door waardevermeerdering van het onroerend goed gegroeid naar ruim € 5.500.000. Er zijn bij de “Algemene Bedeling” 154 eenmalige uitkeringen verstrekt voor een totaalbedrag van € 45.725. Gedurende de rest van het jaar zijn er nog 19 verzoeken tot hulp gehonoreerd voor een bedrag van ruim € 9.000. Het saldo van de reserve bedoeld voor uitkeringen bedraagt per 31-12-2021 € 319.284. Het positieve resultaat is tot stand gekomen door: -
Opbrengst woningen en gronden Opbrengst beleggingen / deelnemingen Opbrengst diversen Onderhoud en verzekeringen Belastingen Bestuurskosten Energielasten Rente en diversen
€ 192.000 € 14.500 € 5.000 € 51.500-/€ 7.000-/€ 15.000-/€ 6.000-/€ 5.500-/-
b.) Stichting “het Weduwenhofje” Het resultaat is op € 10.028 positief uitgekomen. Het eigen vermogen van de stichting bedraagt ruim € 400.000 en bestaat voornamelijk uit onroerend goed. Er is een nieuwe lening van € 100.000 afgesloten bij Stichting “Boedel Maria Harmens Courage”. De opbrengsten van de stichting komen uit de verhuur van de panden. c.) Stichting “het Schipluidenfonds” In 2021 is het positieve resultaat uitgekomen op € 43.436 en dit bedrag komt geheel ten goede aan het Instituut van Kinsbergen. Door een herwaardering van de gronden en het woonhuis is het eigen vermogen van de stichting enorm toegenomen. Van 1.2 miljoen naar bijna 3 miljoen euro. Het resultaat is tot stand gekomen door: -
Opbrengst pacht Opbrengst huur Kosten (reservering) onderhoud Belastingen Beheerskosten Bestuurskosten
€ 50.500 € 4.000 € 4.500-/€ 3.500-/€ 1.000-/€ 1.500-/-
d.) Stichting “Vicarieën Elburg” De uitgaven én inkomsten van de stichting zijn gering, in 2021 kwam de stichting uit op een nadelig resultaat van ruim € 10.000. Het eigen vermogen bestaat voornamelijk uit grond. -
Opbrengst pacht Verleende studiebeurzen
€ 14.000 € 20.000-/2
-
Contributies en heffingen Advertentiekosten
€ 3.000-/€ 1.000-/-
e.) Stichting “het Goor” Stichting het Goor heeft in 2021 een positief resultaat van € 32.725 behaald, dit is flink hoger dan de afgelopen jaren. De gemeente Elburg heeft in 2021 als één van de grondeigenaren ruim € 13.000 ontvangen. -
Opbrengst Goorweide Beheersvergoeding Betalingsrechten Rendement effecten Opbrengst jachtrechten Overige opbrengsten Uitkering eigenaren Beheerskosten land Waterschapslasten Administratie en beheer Verzekeringen
€ 53.500 € 63.000 € 30.000 € 5.500 € 1.000 € 3.500 € 61.500-/€ 45.500-/€ 5.000-/€ 10.000-/€ 1.000-/-
Communicatie/burgerparticipatie
Vervolg De griffier zal de bestuursleden van de stichtingen uitnodigen voor de gesprekken met een delegatie van de gemeenteraad.
Bijlage(n)
3
5.5 vaststelling bestemmingsplan "Doornspijk, Zuiderzeestraatweg West 129-131" 1 Dossier 1802 voorblad.pdf
Beeldvorming Dossiernummer
1802
Extern Zaak ID
0230214958
Vertrouwelijk
Nee
Vergaderdatum
10 oktober 2022
Agendapunt
5.5
Titel
vaststelling bestemmingsplan "Doornspijk, Zuiderzeestraatweg West 129-131"
Organisatieonderdeel
Domein Ruimte
Eigenaar
Beeke, Harry ter
Bijlagen raadsvoorstel bp Zuiderzeestraatweg 129-131.docx raadsbesluit bp zuidezeestraatweg 129.doc bp totaal zuiderzeestraatweg 129.pdf aanpassingen vaststelling bp zuiderzeestraatweg West 129.pdf raadsbesluit bp zuidezeestraatweg 129 versie 2 met gewijzigde datum.doc Geagendeerd
Vergaderdatum
Beeldvorming
10 oktober 2022
Toelichting wethouder: L.S. Sneevliet zaaknr.: 214958 Voorgesteld besluit
1 raadsvoorstel bp Zuiderzeestraatweg 129-131.docx
Raadsvoorstel
Onderwerp
Vaststelling bestemmingsplan Doornspijk,Zuiderzeestraatweg West 129-131
Behandelaar:
Harry Ter Beeke
Datum Portefeuillehouder
27 september 2022 Lyda Sneevliet
Emailadres: Zaaknummer: Bijlagen
harry.ter.beeke@elburg.nl 214958 bestemmingsplan Ambtelijke aanpassingen
Te nemen besluit: 1. het bestemmingsplan “Doornspijk, Zuiderzeestraatweg 129-131” gewijzigd vast te stellen, een en ander met inachtneming van de in de overwegingen opgenomen aanpassingen en overeenkomstig de bij dit besluit behorende en als zodanig gewaarmerkte stukken met het kenmerk “NL.IMRO.0230.ZUIDERZZWW129131-VST1”; 2.
op grond van het bepaalde in artikel 6.12, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening geen exploitatieplan vast te stellen;
Inleiding Initiatiefnemer wenst op het perceel Zuiderzeestraatweg West 129 alle bestaande bebouwing (bedrijfswoningen en voormalige agrarische opstallen) te slopen en te vervangen voor 3 vrijstaande woningen. Om te voldoen aan de gevraagde kubieke meters te slopen agrarische bebouwing uit het VAB-beleid, worden ook enkele schuren van het naastgelegen adres Zuiderzeestraatweg West 131 gesloopt.
Figuur 1 ligging in omgeving
2
Figuur 2 bestaande situatie
Figuur 3 toekomstige situatie
In totaal wordt 5.500 m3 voormalige agrarische bebouwing + de bestaande woning van 750 m3 gesloopt en worden hiervoor in de plaats 3 woningen van maximaal 750 m3 herbouwd/gebouwd. Daarnaast wordt de agrarische bestemming van het perceel Zuiderzeestraatweg 131 gewijzigd naar een woonbestemming (conform de feitelijke situatie). Vanaf 6 juli 2022 heeft het ontwerpbestemmingsplan voor een periode van zes weken ter inzage gelegen. In deze periode zijn geen zienswijzen binnengekomen. Wel dient het plan op ondergeschikte onderdelen te worden aangepast. Het bestemmingsplan kan nu gewijzigd worden vastgesteld. Beoogd effect Met de wijziging van het bestemmingsplan vindt een ruimtelijke kwaliteitswinst plaats. Door de sloop van (voormalige) agrarische bebouwing en hiervoor in de plaats drie woningen te bouwen met aandacht voor de landschappelijke inrichting, wordt een kwaliteitsslag gemaakt in het buitengebied. Daarnaast wordt de gronden planologisch in overeenstemming gebracht met het bestaande en toekomstige gebruik. Argumenten 1.1 verbetering landschappelijke inrichting en kwaliteit Het project voorziet in de sloop van 5.500 m3 voormalige agrarische bebouwing + de bestaande woning van 750 m3 en de bouw van 3 woningen in het buitengebied. Voor dit soort initiatieven is het VABbeleid 2016 vastgesteld.
In dat VAB-beleid zijn twee belangrijke doelstellingen benoemd waaraan dit soort plannen moeten voldoen: ‘het verbeteren van de omgevingskwaliteit en belevingswaarde van het buitengebied’ en ‘het verbeteren van de leefbaarheid en vitaliteit van het buitengebied op sociaal en economisch gebied’. Door de vrijgekomen bebouwing te slopen en het perceel opnieuw in te richten, met veel meer aandacht voor het landschap, wordt bijgedragen aan het verbeteren van de omgevingskwaliteit en belevingswaarde van het buitengebied. 1.2 relatie met woonvisie In de Woonvisie is bepaald dat er een forse uitbreiding van het woningaanbod nodig is voor een mix van doelgroepen en van verschillende woningtypen, waarbij de voorkeur uit gaat naar inbreidingslocaties boven uitbreidingslocaties, bijvoorbeeld door de verdichting of transformatie van locaties. Daarbij is er
3
veel vraag naar sociale huur-, sociale koop- en betaalbare koopwoningen. Dit project draagt bij aan de doelstellingen uit de Woonvisie. Het zorgt namelijk voor uitbreiding van woningen en er is sprake van transformatie van een perceel. De vraag naar sociale en betaalbare woningen is groot, maar op deze locatie niet geschikt. In de omgeving staan veel vrijstaande woningen, op redelijk grote afstand van Doornspijk. Gezien de omgeving is dit geen geschikte locatie om te streven naar woningen in het goedkope segment. 1.3 Er zijn geen zienswijzen binnen gekomen Tijdens de ter inzagelegging zijn geen zienswijzen op het ontwerp bestemmingsplan en het ontwerp raadsbesluit ingediend. 1.4 Ambtelijke toetsing leidt tot ondergeschikte wijzigingen Na ambtelijke toetsing blijkt dat het voor de toetsing en hanteerbaarheid van de regel voor het Wonen wenselijk is de deze aan te passen. Inhoudelijk veranderd de regel daardoor niet. Daarnaast wordt voorgesteld een voorwaardelijke verplichting op te nemen voor de sloop van de overtallige gebouwen en de realisatie van de landschappelijke inpassing. De wijzigingen zijn van ondergeschikte aard, het bestemmingsplan hoeft daarom niet opnieuw ter inzage worden gelegd voor zienswijzen. Voor een goede toetsing van toekomstige bouwplannen is het wel van belang om de aanpassingen op te nemen in het vast te stellen bestemmingsplan.
Ook is gebleken dat de naamvoering van het bestemmingsplan niet in overeenstemming is met de huisnummering van de percelen. Dit hoort te zijn Zuiderzeestraatweg West 129 en 131 (en niet 131A). Dit zal daarom ook aangepast worden. Het bestemmingsplan dient daarom gewijzigd vastgesteld te worden. Zie hiervoor ook de bijlage “ambtelijke aanpassing bestemmingsplan Zuidezeestraatweg West 129-131” 1.5 Hogere qrenswaarde qeluid Uit het akoestisch onderzoek is gebleken dat voor de nieuwbouw van de woningen de voorkeursgrenswaarde vanuit de Wet geluidhinder wordt overschreden als gevolg van de Zuiderzeestraatweg West, maar dat er geen sprake is van een overschrijding van de maximale toelaatbare grenswaarde. Door ons college is voor deze overschrijding een hogere grenswaarde vastgesteld, waarbij door het stellen van voorwaarden wordt gegarandeerd dat er in de woningen sprake is van een aanvaardbaar geluidniveau. 2.1 De economische uitvoerbaarheid is anderszins geregeld. Met de initiatiefnemer is een overeenkomst afgesloten. Hierin zijn de financiële risico’s voor de gemeente, waaronder eventuele planschade, afgedekt. Aangezien de financiële uitvoerbaarheid anderszins is geregeld hoeft er geen exploitatieplan te worden vastgesteld als bedoeld in artikel 6.12, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening. Kanttekeningen 1.1.
Het plan is niet volledig in overeenstemming met de eisen uit het VAB-beleid Strikt gezien is het VAB-beleid uit 2016 nog steeds vastgesteld beleid. Daarin zijn bepalingen opgenomen over de hoeveelheid kubieke meters die gesloopt moeten worden en hoeveel woningen daarvoor in de plaats mogen worden gebouwd. De hoeveelheid bebouwing die gesloopt zal worden voldoet niet volledig aan de richtlijnen uit het VAB-beleid om twee nieuwe vrijstaande woningen te mogen bouwen. Daarvoor zou namelijk 6000 m3 vrijgekomen agrarische bebouwing gesloopt moeten worden. Echter, vanwege de komst van de Omgevingswet en de groeiende nadruk op maatwerk, is ten tijde van het principeverzoek al besloten dat de ruimtelijke kwaliteitsslag zo groot is dat er in principe zou worden meegewerkt aan dit plan. Inmiddels wordt het VAB-beleid, mede vanwege de focus op maatwerk, minder strikt gehanteerd. Financiën Zie 2.1 Communicatie/burgerparticipatie Het plan is in het voortraject besproken met de buurt. Daarnaast is advies opgevraagd bij het ODNV, het waterschap en de provincie. Bij een herziening van een bestemmingsplan is de uniforme openbare
4
voorbereidingsprocedure van toepassing (afdeling 3.4 Awb). In dat kader heeft het ontwerpbestemmingsplan gedurende zes weken ter inzage gelegen. Er zijn geen zienswijzen ingediend. Vervolg Na besluitvorming door de raad wordt het definitieve bestemmingsplan voor een periode van zes weken ter inzage gelegd voor beroep. Gedurende deze termijn kan beroep worden ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Ook kan gedurende de beroepstermijn een verzoek om voorlopige voorziening bij de voorzitter van de Afdeling worden ingediend. Als er in deze termijn geen beroep is ingesteld of voorlopige voorziening is aangevraagd is het bestemmingsplan onherroepelijk. Is er wel beroep ingesteld dan treedt het bestemmingsplan wel in werking, maar is het niet onherroepelijk. In deze situatie kan de omgevingsvergunning wel worden aangevraagd met het risico dat als bij de behandeling van het beroep bij de Raad van State het bestemmingsplan alsnog vernietigd wordt, de omgevingsvergunning daarmee ook ongeldig wordt. Als er in de beroepstermijn een voorlopige voorziening wordt aangevraagd, schort ook de inwerkingtreding op en kan er geen omgevingsvergunning worden aangevraagd. De vaststelling wordt gepubliceerd in de Huis-aan-Huis, de Staatscourant en de gemeentelijke website. Het bestemmingsplan is ook digitaal raadpleegbaar via www.ruimtelijkeplannen.nl
Bijlage(n) Raadsvoorstel Raadsbesluit Ambtelijke aanpassingen bestemmingsplan
Elburg, 27 september 2022 Het college van burgemeester en wethouders, de burgemeester,
de secretaris,
ir. J.N. Rozendaal
J. Hofstede
1 raadsbesluit bp zuidezeestraatweg 129.doc
- ONTWERP RAADSBESLUIT -
De raad der gemeente Elburg; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 26 september 2022, met betrekking tot de vaststelling van het bestemmingsplan “Doornspijk, Zuiderzeestraatweg West 129-131”. Overwegende, dat er een verzoek is binnengekomen van de rechthebbende op de percelen kadastraal bekend gemeente Doornspijk, sectie G, nummers 3954, 3996 en 5160 (deels), plaatselijk bekend Zuiderzeestraatweg West 129 en Zuiderzeestraatweg West 131 (deels), om op basis van de uitgangspunten van het VAB-beleid 5500 m3 agrarische bebouwing te saneren en daarvoor in de plaats een vrijstaande woning te herbouwen en twee nieuwe vrijstaande woningen te bouwen; dat de nieuwbouw van de woningen niet past binnen het bestemmingplan “Buitengebied Elburg 2012, actualisatie 2018”en daarom een nieuw bestemmingsplan ”Doornspijk, Zuiderzeestraatweg West 129131” is opgesteld; dat het geheel op een goede wijze landschappelijk wordt ingepast en dat de gehele ontwikkeling bijdraagt aan de ruimtelijke kwaliteit en de vitaliteit van het landelijk gebied; dat het ontwerp van het bestemmingsplan “Doornspijk, Zuiderzeestraatweg West 129-131”, gedurende zes weken ter inzage heeft gelegen en dat naar aanleiding daarvan geen zienswijzen zijn ingediend; dat tegen het ontwerpbestemmingsplan geen zienswijzen zijn ingediend; dat het ontwerpbestemmingsplan naar aanleiding van ambtelijke toetsing op
ondergeschikte onderdelen aanpassing behoeft; dat de inhoud van deze aanpassingen zijn opgenomen in de nota “ambtelijke aanpassingen bestemmingsplan Zuiderzeestraatweg 129-131” en deze onderdeel uitmaakt van dit besluit; dat in dit geval geen exploitatieplan behoeft te worden vastgesteld als bedoeld in artikel 6.12, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening, omdat met de rechthebbende een anterieure overeenkomst is afgesloten over de uitvoering van het bestemmingsplan, waarmee de financiële risico’s voor de gemeente, waaronder eventuele planschade, zijn afgedekt en de planherziening verder geen financiële gevolgen heeft voor de gemeente; b e s l u i t: 1.
2.
Het bestemmingsplan “Doornspijk, Zuiderzeestraatweg West 129-131A” met kenmerk NL.IMRO.0230.BPZUIDERZSWW129-131A-VST1 gewijzigd vast te stellen, conform de aanpassingen opgenomen in de nota “ambtelijke aanpassingen bestemmingsplan Zuiderzeestraatweg West 129-131”; Op grond van het bepaalde in artikel 6.12, lid 2 van de Wet ruimtelijke ordening géén exploitatieplan vast te stellen als bedoeld in artikel 6.12 lid 1 van die wet.
Aldus besloten door de raad der gemeente Elburg in zijn vergadering van 31 oktober 2022
de voorzitter,
de griffier,
ir. J.N. Rozendaal
mr. D.H.A.A. Kassing
1 bp totaal zuiderzeestraatweg 129.pdf
Bestemmingsplan | Toelichting
Doornspijk, Zuiderzeestraatweg West 129-131 Gemeente Elburg
Datum: 20 september 2022 Projectnummer: 210388 ID: NL.IMRO.0230.ZUIDERZZWW129131-VST1
INHOUD TOELICHTING
1
Inleiding
3
2
Planbeschrijving
6
3
Beleid en regelgeving Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid
9
9 11 12
4
Milieu- en omgevingsaspecten
15
5
Wijze van bestemmen
30
6
Uitvoerbaarheid
34
1.1 1.2 1.3 1.4
2.1 2.2
3.1 3.2 3.3
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12
5.1 5.2
6.1 6.2
Aanleiding Ligging en begrenzing plangebied Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer
Huidige situatie plangebied Toekomstige situatie plangebied
Milieueffectrapportage Bodem Geluid Luchtkwaliteit Bedrijven en milieuzonering Geur Externe veiligheid Water Natuur Archeologie Cultuurhistorie Verkeer en parkeren
Algemeen Dit bestemmingsplan
Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid
3 3 4 5
6 7
15 15 16 17 18 19 20 22 25 27 27 28
30 31
34 34
Bijlagen − Bijlage 1: Bodemonderzoek Zuiderzeestraatweg West 129 − Bijlage 2: Bodemonderzoek Zuiderzeestraatweg West 131 − Bijlage 3: Onderzoek wegverkeerslawaai − Bijlage 4: Agrarisch geuronderzoek − Bijlage 5: Quick scan externe veiligheid − Bijlage 6: Beperkte verantwoording groepsrisico − Bijlage 7: Digitale watertoets − Bijlage 8: Memo infiltratie − Bijlage 9: Quick scan natuur Zuiderzeestraatweg West 129 − Bijlage 10: Quick scan natuur Zuiderzeestraatweg West 131 − Bijlage 11: Onderzoek stikstofdepositie − Bijlage 12: Nader onderzoek natuur Zuiderzeestraatweg West 129 − Bijlage 13: Archeologisch onderzoek − Bijlage 14: Nota van wijzigingen
1
Inleiding
1.1
Aanleiding Aan de Zuiderzeestraatweg West 129 en 131 te Doornspijk bevinden zich twee agrarische bedrijven met opstallen en bedrijfsgebouwen. Tevens is op ieder adres een agrarische bedrijfswoning aanwezig. Het voornemen bestaat om beide agrarische bedrijven te beëindigen. Alle bedrijfsbebouwing van nummer 129 zal worden gesloopt en de bestaande bedrijfswoning wordt omgezet naar een burgerwoning. Voor nummer 131 geldt dat er één bedrijfsgebouw gesloopt wordt en de resterende bedrijfsbebouwing behouden blijft en gekoppeld wordt aan de te behouden bedrijfswoning, die eveneens wordt omgezet naar een burgerwoning. Ter compensatie van de sloop van de opstallen wordt een tweetal nieuwe vrijstaande woningen gerealiseerd langs de Zuiderzeestraatweg West. Volgens het geldende bestemmingsplan ‘Buitengebied Elburg 2012, actualisatie 2018’ hebben de gronden de bestemming ‘Agrarisch’. Voorliggend initiatief past dan ook niet binnen het geldende planologische regime. Om het initiatief mogelijk te maken is een herziening van het bestemmingsplan nodig.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied bevindt zich in het landelijk gebied van de gemeente Elburg, ten zuidwesten van de kern Doornspijk. Het plangebied wordt aan de westzijde begrensd door de Zuiderzeestraatweg West. Ten zuidwesten door bestaande woningen en in de overige richtingen door agrarische percelen. Op de navolgende afbeeldingen zijn de globale ligging ten opzichte van de kern en de begrenzing van het plangebied weergegeven. De exacte begrenzing van het plangebied is op de verbeelding van dit bestemmingsplan weergegeven.
Globale ligging plangebied in relatie tot de kern Doornspijk (Bron: pdokviewer)
3
Het plangebied bij benadering globaal geel omlijnd (Bron: pdokviewer)
1.3
Vigerend bestemmingsplan Op dit moment geldt voor het plangebied het bestemmingsplan ‘Buitengebied Elburg 2012’, welke is geactualiseerd in 2018. Hierin is voor het gehele buitengebied van Elburg een planologisch kader vastgesteld. Op grond van dit bestemmingsplan heeft voorliggend plangebied de enkelbestemming ‘Agrarisch’.
Uitsnede uit verbeelding van het vigerend bestemmingsplan met daarop het plangebied globaal rood gearceerd (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
4
De gronden met de bestemming ‘Agrarisch’ zijn bedoeld voor de uitoefening van een agrarisch bedrijf. Verder mag er één bedrijfswoning per bedrijf gerealiseerd worden. De gebouwen hebben een maximale goothoogte van 6 meter en een maximale bouwhoogte van 10 meter bij bedrijfswoningen en 12 meter bij bedrijfsgebouwen. Gebouwen moeten binnen een bouwvlak worden gerealiseerd. Daarnaast kent het plangebied de dubbelbestemmingen ‘Waarde - Waardevol landschap’ en ‘Waarde - Archeologie hoge verwachtingswaarde’. De dubbelbestemming ‘Waarde - Waardevol landschap’ geeft aan dat het gebied bestemd is voor het ontwikkelen en in stand houden van de kernkwaliteiten van het landschap. Bij toepassing van een afwijkings- of wijzigingsbevoegdheid moet aangetoond kunnen worden dat de kernkwaliteiten van het landschap niet aangetast worden. De dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie hoge verwachtingswaarde’ is voor het behoud en de bescherming van archeologische waarden in de bodem. Dit wordt gewaarborgd door bij bodemingrepen waarbij de oppervlakte groter is dan 120 m² en dieper dan 0,3 meter onder het maaiveld wordt gegraven een archeologisch onderzoek verplicht te stellen. Voor de beoogde ontwikkeling geldt dat het niet past binnen de hiervoor beschreven juridisch-planologische kaders. Daarom wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld.
1.4
Leeswijzer Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en deze toelichting. De toelichting is opgebouwd uit 6 hoofdstukken. Na het inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 ingegaan op de bestaande situatie van het plangebied en komt de planbeschrijving aan de orde. In hoofdstuk 3 wordt de toets aan het beleidskader weergegeven, waarna in hoofdstuk 4 de haalbaarheid van het plan aangetoond wordt voor wat betreft milieu- en omgevingsaspecten. Hoofdstuk 5 geeft een toelichting op de juridische planopzet. Het laatste hoofdstuk behandelt de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid.
5
2 2.1
Planbeschrijving Huidige situatie plangebied Doornspijk Het plangebied bevindt zich aan de zuidzijde van de kern Doornspijk; één van de vijf dorpskernen van de gemeente Elburg. Doornspijk is gelegen tussen in het zuiden de Veluwe en in het noorden voorheen de Zuiderzee en tegenwoordig Flevoland. Doornspijk bestaat grotendeels uit een agrarische gemeenschap. Het dorp is één van de oudste van de Noordwest-Veluwe. Dit komt doordat de grond van nature erg vruchtbaar was door de regelmatige overstromingen van de Zuiderzee. In het midden van de 19e eeuw werd de Zuiderzeestraatweg aangelegd, die de verbinding verzorgd naar Nunspeet in het zuiden en Elburg in het noorden. Het is ook de straat waar het plangebied aangelegen is. Langs de weg is een afwisseling van agrarische gronden, agrarische erven en woonerven terug te vinden. De bebouwing is veelal grondgebonden, bestaande uit één of twee bouwlagen met een kapconstructie. De erven aan de Zuiderzeestraatweg West kenmerken zich onder meer door groene tuinen en groenstructuren op de kavelgrenzen. De beplanting langs de Zuiderzeestraatweg West draagt eveneens bij aan het groene karakter van het gebied. Plangebied Het plangebied betreft twee agrarische bedrijfspercelen ten zuidwesten van de kern Doornspijk. Het gaat om de Zuiderzeestraatweg West 129 en 131.
De gronden van Zuiderzeestraatweg West 129 grenzen aan direct aan de Zuiderzeestraatweg West, nummer 131 ligt daarachter. Beide adressen hebben een eigen oprit. Het plangebied beslaat circa 7.400 m2. In het plangebied zijn momenteel twee bedrijfswoningen aanwezig (per adres één). Het gaat om grondgebonden woningen, die uit één bouwlaag met kapconstructie bestaan. Daarnaast bevat het plangebied meerdere agrarische bebouwing welke ook uit één bouwlaag en een kapconstructie bestaan. Met name de bebouwing behorende bij 129 verkeert in zeer slechte staat. De rest van het plangebied bestaat uit agrarisch grasland. Ondanks de groenstructuur langs de weg is het plangebied goed waarneembaar vanuit de omgeving.
Huidige situatie plangebied, gezien vanaf de Zuiderzeestraatweg West (bron: Google Maps) 6
2.2
Toekomstige situatie plangebied De twee agrarische bedrijven hebben ter plaatse de bedrijfsactiviteiten beëindigd. Om langdurige leegstand en verdere verloedering te voorkomen doet zich de kans voor om de locatie op passende wijze te herontwikkelen, waarbij twee nieuwe woningen langs de Zuiderzeestraatweg West worden gerealiseerd. De meeste aanwezige bedrijfsbebouwing, ongeveer 5.500 m³, zal daarvoor worden gesloopt. Een aantal hoogwaardige schuren behorende bij Zuiderzeestraatweg West 131 zal blijven staan en gaan functionren als bijgebouwen bij de aanwezige woning. Deze woning, evenals de woning van Zuiderzeestraatweg West 129, worden van agrarische bedrijfswoning omgezet naar een reguliere burgerwoning.
Huidige situatie plangebied met de te slopen bebouwing grijs gearceerd (Bron: BTDG).
7
Ten noorden van de bestaande woning worden twee nieuwe vrijstaande woningen aan het erf toegevoegd. Iedere woning wordt voorzien van een tuin en een kapconstructie. De maximale goothoogte is 4 meter en de maximale bouwhoogte is 8 meter. De woningen zijn allen georiënteerd naar de Zuiderzeestraatweg West en worden deels door de bestaande oprit en deels door een nieuwe oprit ontsloten aan deze straat. De resterende gronden van de voormalige agrarische bedrijven blijven een agrarische bestemming houden. Deze gronden zijn echter enkel bedoeld voor hobbymatig agrarisch gebruik en extensieve dagrecreatie. Het nieuwe erf zal groen en landschappelijk worden ingericht. Zo zorgen heggen en diverse solitaire bomen voor een zorgvuldige landschappelijke inpassing. Gelet op het voorgaande wordt gesteld dat voorliggend plan ruimtelijk en functioneel gezien aansluit bij de karakteristieken van het plangebied en haar omgeving.
Impressie beoogde situatie plangebied ( bron: Buro Ruiter).
8
3
Beleid en regelgeving
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
De Nationale Omgevingsvisie De NOVI biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving met ambities. In deze NOVI worden de nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Er worden vier prioriteiten voor Nederland geformuleerd: − ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; − duurzaam economisch groeipotentieel; − sterke en gezonde steden en regio's; − toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Om beleidskeuzes op een heldere en voorspelbare manier te maken, hanteert de NOVI drie afwegingsprincipes, die helpen bij het prioriteren en afwegen van de verschillende belangen en opgaven: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: in het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Er wordt weer gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van ruimte. 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: er moet altijd gekeken worden naar de context van het gebied. Keuzes in verschillende gebieden kunnen daarom verschillen. 3. Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties.
Toetsing Gelet op het feit dat er met voorliggend plan wordt voorzien in een duurzame en toekomstbestendige inrichting, waarbij de bestaande kwaliteiten en identiteit van de omgeving centraal staan, is dit plan in lijn met het gedachtegoed van de NOVI. Twee in onbruik geraakte agrarische bedrijfspercelen worden vervangen door een meer duurzame en toekomstbestendige invulling in de vorm van landschappelijk ingerichte woonerven. Binnen het plan is aansluiting gezocht met de kenmerken en karakteristieken van de omgeving, zoals beschreven in paragraaf.
3.1.2
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) bepaalt welke kaderstellende uitspraken van het kabinet bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. Het gaat onder meer om nationale belangen als Rijksvaarwegen, Defensie, Natuurnetwerk Nederland (NNN), Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, Hoofdwegen en hoofdspoorwegen, Elektriciteitsvoorziening, Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen en Primaire waterkeringen. 9