Agendabundel
Tekst van het document
De ouders draagkracht hebben om deze kosten zelf of deels zelf te betalen. Hiervoor wordt de systematiek van de draagkrachtberekening en -periode gehanteerd, zoals in de Beleidsregel bijzondere bijstand gemeente Elburg, dan wel de rechtsopvolger, is opgenomen.
2.
Er nu al een structuur of voorziening wordt gebruikt, die voorziet in de behoefte aan kinderopvang. Indien nodig kan hierop een aanvullende voorziening van deze nadere regel worden verstrekt.
Paragraaf 3.3 Tegemoetkoming SMI Artikel 3.8 Doel Deze paragraaf is ondersteunend aan de Elburgse ambitie om kinderen op sociaal medische gronden tijdelijk kinderopvang te bieden als vaststaat dat, en in welke mate, het om sociaal medische redenen bij ouder en/of kind tot 13 jaar, noodzakelijk is dat gebruik wordt gemaakt van kinderopvang of buitenschoolse opvang.
Artikel 3.9 Voorwaarden 1.
Het college stelt, aan de hand van een advies van een instantie die bevoegd is om een sociale en/of medische beoordeling te geven, vast dat er noodzaak is tot kinderopvang in het kader van SMI.
2.
Om voor een tegemoetkoming in aanmerking te komen moet er daarnaast voldaan worden aan de volgende voorwaarden: a.
Het betreffende kind of de betrokken ouder behoort tot de categorie personen met een lichamelijke, zintuiglijke, verstandelijke of psychische beperking, waarvoor is vast komen te staan dat een of meer van deze beperkingen kinderopvang noodzakelijk maken, en/of;
b.
De veiligheid van het kind is in het geding, en/of;
c.
Kinderopvang of buitenschoolse opvang is in het belang van een goede en gezonde ontwikkeling van het betreffende kind noodzakelijk, en/of;
d.
Er is sprake is van een crisissituatie waardoor de ouder tijdelijk niet in staat is de verzorging of de betaling van de kinderopvang op zich te nemen.
3.
Tot de adviserende instanties die bevoegd zijn om een sociale en/of medische beoordeling te geven als bedoeld in het eerste lid worden in ieder geval gerekend: a.
de huisarts;
b.
het CJG;
c.
de GGD;
d.
een onafhankelijke adviserende instantie.
4.
Uit het advies of plan van aanpak van het CJG, of een andere betrokken instantie, blijkt wie op welke termijn actie onderneemt om de geconstateerde knelpunten bij ouder of kind op te lossen. Het advies bevat in ieder geval de volgende elementen:
5.
a.
Aantal noodzakelijke uren (per dag en verwachte duur);
b.
Beschrijving van de noodzaak voor de opvang;
c.
Informatie van betrokken of doorverwijzende instanties of instellingen.
De kinderopvang vindt plaats in een kindcentrum of bij een gastouder.
Artikel 3.10 Aanvraag tegemoetkoming 1.
Ouders kunnen bij het college een aanvraag indienen voor een tegemoetkoming voor een kindplek krachtens deze nadere regels.
2.
Het college beoordeelt de noodzaak, omvang en duur van de kindregeling SMI en geeft hiervoor een indicatie af. Indien nodig schakelt het college van de gemeente Elburg de expertise van een onafhankelijke expert in. In een toekennings-/wijzigingsbeschikking wordt vastgelegd op welke termijn de SMI wordt geëvalueerd.
3.
Een besluit op de aanvraag om tegemoetkoming voor een kindplek wordt aan de ouders toegestuurd.
Artikel 3.11 Duur tegemoetkoming Ouders ontvangen een tegemoetkoming voor maximaal 52 weken per kalenderjaar.
Artikel 3.12 Hoogte tegemoetkoming De hoogte van de tegemoetkoming wordt bepaald door het aantal aangevraagde uren kinderopvang te vermenigvuldigen met et landelijk maximum uurtarief.
Artikel 3.13 Weigeringsgronden Onverminderd het bepaalde in artikel 11 Algemene subsidieverordening gemeente Elburg, kan het college de tegemoetkoming weigeren indien: 1.
De ouder op eigen kracht, met gebruikelijke hulp of met hulp van andere personen uit het sociale netwerk de hulpvraag kan wegnemen.
2.
De ouders draagkracht hebben om deze kosten zelf of deels zelf te betalen. Hiervoor wordt de systematiek van de draagkrachtberekening en -periode gehanteerd, zoals in de Beleidsregel bijzondere bijstand gemeente Elburg is opgenomen.
3.
Er nu al een structuur of voorziening gebruikt wordt, die voorziet in de behoefte aan kinderopvang. Indien nodig kan hierop een aanvullende voorziening van deze nadere regel worden verstrekt.
4.
Indien uit het advies van de in artikel 3.9/3.10, lid 2 bedoelde instanties naar het oordeel van het college de noodzaak niet voldoende onderbouwd is.
Paragraaf 3.4: Subsidie aan houders voor peuteropvang en voorschoolse educatie Artikel 3.14 Doel en activiteiten 1.
Deze paragraaf is ondersteunend aan de Elburgse ambitie om alle kinderen in Elburg zonder taal/ ontwikkelingsachterstand aan groep 3 van de basisschool te laten beginnen. Houders bieden peuteropvang en voorschoolse educatie aan voor peuters tot groep 1. De onderwijsinstellingen verzorgen de vroegschoolse educatie in groep 1 en 2.
2.
Op grond van deze paragraaf kunnen houders voor peuteropvang en VE een aanvraag indienen.
Artikel 3.15 Voorwaarden 1.
De aanvraag is ingediend door een houder voor peuteropvang en VE.
2.
De peuteropvang en VE vinden plaats in een kindcentrum.
3.
Houder is verplicht om bij plaatsing van een peuter op een beschikbaar gekomen peuterplek, voorrang te verlenen aan doelgroeppeuters.
4.
Houder zorgt ervoor dat het aanbod van peuteropvang en VE voldoet aan de eisen die zijn opgenomen in het Kwaliteitskader voor- en vroegschoolse educatie.
5.
Houder spant zich in voor een maximaal bereik van (doelgroep)peuters.
6.
Houder zorgt ervoor dat ouders worden gestimuleerd om de doelgroeppeuter 16 uren per week gebruik te laten maken van het VE-aanbod.
7.
Houder dient gebruik te maken van de Peutermonitor.
8.
Houder neemt deel aan de gemeentelijke overlegstructuur.
9.
Houder is verplicht om uiterlijk op de datum van de start van de te subsidiëren activiteiten op hun website een overzicht van de geldende ouderbijdragen per inkomensgroep en per soort peuter- of VEplek, die voor de betreffende voorschoolse locatie gelden, te publiceren.
Artikel 3.16 Subsidieaanvraag en aanvraagtermijn 1.
Houder gebruikt bij de subsidieaanvraag het hiervoor beschikbare aanvraagformulier voor peuteropvang en VE.
2.
Houder baseert de aanvraag op een reële inschatting van het aantal (doelgroep)peuters.
3.
Houder dient voor de subsidieaanvraag de aanvraagtermijn te hanteren conform artikel 9 lid 1 Asv.
Artikel 3.17 Subsidieverlening 1.
Voor het toetsen of een peuter in aanmerking komt voor een gesubsidieerde peuter- of VE-plek dient de houder vast te stellen of ouders recht hebben op kinderopvangtoeslag. Dit doet de houder aan de hand van de Verklaring geen recht op kinderopvangtoeslag, in combinatie met een Inkomensverklaring van (bei)de ouder(s) over het voorgaande jaar.
2.
Indien (één van de) ouders geen Inkomensverklaring(en) kan/kunnen overleggen, of het verwachte verzamelinkomen is gedaald ten opzichte van het verzamelinkomen dat is aangegeven op de Inkomensverklaring, dient deze verklaring aangevuld te worden met documenten waaruit de hoogte van het verwachte verzamelinkomen blijkt. Dit kunnen zijn: salarisstrook, uitkeringsspecificatie, werkgeversverklaring, verklaring van schuldsanering, etc. Uit de documenten dient te blijken dat de inkomenswijziging structureel is en in ieder geval geldt voor de maand voorafgaand aan plaatsing op een peuter- of VE-plek.
3.
De houder houdt een administratie bij van de documenten aan de hand waarvan de toetsing van het recht op een gesubsidieerde peuter- of VE-plek is gedaan, en van bevindingen van deze toetsing.
4.
Op basis van het verwachte verzamelinkomen wordt de hoogte van de ouderbijdrage vastgesteld aan de hand van de ouderbijdragetabel.
5.
Subsidie is beschikbaar voor: a.
Peuters voor peuteropvang (van 2 jaar tot start basisschool): 8 uur per peuterplek per week, 40 weken per kalenderjaar, voor zover de ouders aantoonbaar geen recht hebben op kinderopvangtoeslag.
b.
Doelgroeppeuters op een VE-plek (van 2 jaar tot start basisschool): 1.
Ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag: 16 uur per week, 40 weken per kalenderjaar.
2.
Ouders met kinderopvangtoeslag: 8 uur per week, 40 weken per kalenderjaar (ouders betalen de overige 8 uur zelf en kunnen hiervoor kinderopvangtoeslag aanvragen).
Artikel 3.18 Bevoorschotting houder De subsidie voor peuteropvang en VE wordt bij wijze van voorschot betaald en bedraagt 100% van het te verlenen bedrag.
Artikel 3.19 Weigeringsgronden aanvraag houder Onverminderd het bepaalde in de Awb en de Algemene Subsidieverordening gemeente Elburg, kan het college de subsidie weigeren als: 1.
Sprake is van handhaving voor één van de kindcentra in de gemeente Elburg van de houder.
2.
Niet wordt voldaan aan de voorwaarden in artikel 3.15.
Artikel 3.20 Hoogte van de subsidie aan de houder 1.
De grondslag voor de subsidie peuteropvang en VE is het aantal te realiseren bezette peuter- en VEplekken.
2.
De subsidie bestaat uit: a.
De uren zoals genoemd in artikel 3.17 lid 5, vermenigvuldigd met het landelijk maximum uurtarief, naar rato van de geplaatste periode. Op deze subsidie wordt de ouderbijdrage over 320 uren (8 uur x 40 weken) per jaar in mindering gebracht.
b.
Een VE-jaarbedrag per doelgroeppeuter. Deze subsidie wordt verstrekt voor doelgroeppeuters die een VE-plek bezetten, ongeacht of de ouders recht hebben op kinderopvangtoeslag. Indien de doelgroeppeuter de VE-plek niet het gehele jaar of de 16 uur per week bezet, wordt het jaarbedrag naar rato van de geplaatste periode verstrekt. Voor het VE-jaarbedrag wordt per houder een minimumbedrag gehanteerd dat overeenkomt met het bedrag voor twee doelgroeppeuters voor een volledig jaar. De hoogte van het VE-jaarbedrag per doelgroeppeuter is eenmalig vastgesteld door het college en wordt jaarlijks geïndexeerd. In principe wordt de jaarlijkse index van SZW gevolgd, tenzij er gegronde redenen zijn voor afwijking hiervan.
c.
Een aanvullende subsidie voor de inzet van de pedagogisch beleidsmedewerker VE volgens de wettelijke voorwaarden uit het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie. De inzet wordt gebaseerd op het aantal doelgroeppeuters in januari van het betreffende jaar. Het tarief voor de inzet van de pedagogisch beleidsmedewerker VE is eenmalig vastgesteld door het college en wordt jaarlijks geïndexeerd. In principe wordt de jaarlijkse index van SZW gevolgd, tenzij er gegronde redenen zijn voor afwijking hiervan.
3.
Het is toegestaan de werkelijke invulling van de peuter- of VE-plekken ten opzichte van de aantallen genoemd in de subsidieaanvraag, gedurende de subsidieperiode, aan te passen aan de vraag van ouders. Het definitieve subsidiebedrag kan alleen hoger worden dan beschikt, na toestemming van het college.
4.
Indien gedurende de periode waarop de subsidieverlening betrekking heeft tijdens controle door gemeente, GGD of Inspectie van het Onderwijs blijkt dat een betreffende locatie van de houder niet voldoet aan de landelijk en lokaal vastgestelde voorwaarden, wordt van de houder verwacht dat aantoonbare inspanningen worden gepleegd om in de subsidieperiode wel aan de voorwaarden te gaan voldoen. Indien deze inspanningen niet worden gepleegd, kan dat het herzien of intrekken van het besluit tot subsidieverlening tot gevolg hebben, en kan de subsidie geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd.
5.
Indien gedurende de periode waarop de subsidieverlening betrekking heeft met betrekking tot het betreffende kindcentrum handhavend wordt opgetreden, kan dat het herzien of intrekken van het
besluit tot subsidieverlening tot gevolg hebben en kan de subsidie geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd. 6.
Indien gedurende de periode waarop de subsidieverlening betrekking heeft blijkt dat het uurtarief voor reguliere peuters met kinderopvangtoeslag op de betreffende locatie lager is dan het uurtarief voor de door het college te subsidiëren peuter- en VE-plekken, en het aanbod in uren per week en weken per jaar voor deze ouders gelijk is, wordt de subsidie geheel of gedeeltelijk teruggevorderd.
Artikel 3.21 Verantwoording en vaststelling voor de houder 1.
Houder levert na afloop van elk kwartaal van het jaar waarvoor subsidie is verleend, per peuter tenminste de volgende informatie aan via de Peutermonitor: BSN, NAW-gegevens, geboortedatum, inkomen ouders, eerste kind ja/nee, VVE-indicatie ja/nee, kinderopvangtoeslag ja/nee, startdatum, einddatum (indien bekend) en aantal uren regulier of VE.
2.
Het definitieve subsidiebedrag wordt na afloop van de subsidieperiode door het college vastgesteld. Onverminderd het bepaalde in artikel 16 tot en met 18 van de Algemene Subsidieverordening gemeente Elburg overlegd de houder bij de eindverantwoording de volgende documenten aan:
3.
a.
de financiële verantwoording bestaande uit een gevalideerd overzicht uit de Peutermonitor;
b.
een inhoudelijk (jaar)verslag.
Indien de houder minder bezette peuter- en VE-plekken heeft gerealiseerd dan het aantal waarop de hoogte van de subsidieverlening was gebaseerd, zal de subsidie lager worden vastgesteld en zal dat leiden tot een terugvordering van (een deel van de) subsidie.
4.
Voor het vaststellen van de subsidie voor het VE-jaarbedrag en de pedagogisch beleidsmedewerker VE wordt gebruik gemaakt van het financiële overzicht vanuit de Peutermonitor.
Hoofdstuk 4. Wijkontmoetingscentra Artikel 4.1 Definities 1.
Wijkontmoetingscentrum (WOC): een algemene voorziening, zoals omschreven in artikel 1.1.1 lid 1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.
2.
Dagactiviteiten en dagbegeleiding: activiteiten in de zin van artikel 4.2 en 4.3 van deze regeling, niet zijnde dagbesteding in de zin van de Wmo of Wlz.
3.
Werkgroep WOC: vertegenwoordigers van de WOC’s stemmen in deze werkgroep onderling en met de gemeente af over hun activiteiten.
Artikel 4.2 Doel Bijdragen aan ondersteuning van inwoners uit de wijk die bij hun WOC terecht kunnen om elkaar te ontmoeten, samen koffie te drinken en activiteiten te doen.
Artikel 4.3 Activiteiten Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt voor het aanbieden van diensten en/of activiteiten in het kader van exploitatie van een WOC. Dit behelst: a.
De WOC’s bieden inloop, ontmoeting en dagactiviteiten op basis van de maatschappelijke vraag.
b.
De activiteiten hebben als doel dat met name mensen met een fysieke en/of sociale hulpvraag meedoen in de buurt en niet vereenzamen, sociale contacten aangaan, structuur aangeboden krijgen en bezig zijn met zingeving (kwaliteit van leven). Daarbij worden zij uitgedaagd om hun talenten in te zetten.
c.
De WOC’s bieden een laagdrempelige toegang.
d.
In het WOC is altijd een professional aanwezig.
e.
Bij de uitvoering van activiteiten wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van inzet van vrijwilligers.
Artikel 4.4 Doelgroep Subsidie op grond van deze regeling wordt uitsluitend verstrekt aan een aanvrager met rechtspersoonlijkheid, die zich geheel of gedeeltelijk ten doel stelt om zonder winstoogmerk diensten of activiteiten aan te bieden, zonder voorafgaand onderzoek te doen naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de gebruikers, toegankelijk is en die zijn gericht op maatschappelijke ondersteuning.
Artikel 4.5 Aanvragen 1.
Overeenkomstig artikel 8 ASV wordt een aanvraag gedaan om subsidie.
2.
De aanvraagtermijn komt overeen met de termijn in artikel 9 lid 1 ASV.
Artikel 4.6 Kosten die voor subsidie in aanmerking komen Kosten voor de inloopfunctie, activiteiten en dagbegeleiding inclusief bijbehorend vervoer, die naar het oordeel van het College van burgemeester en wethouders noodzakelijk zijn, en voor zover die resteren na aftrek van andere inkomsten, komen voor subsidie in aanmerking.
Artikel 4.7 Hoogte van de subsidie 1.
Het subsidieplafond bedraagt jaarlijks het voor het betreffende subsidiejaar opgenomen budget in de begroting onder Wijkontmoetingscentra en Subsidies dagbegeleiding.
2.
Jaarlijks overlegt de werkgroep WOC over de verdeling van het beschikbare budget en brengt hierover advies uit aan het college van burgemeester en wethouders. Hierbij wordt zij ondersteund door de gemeente.
Hoofdstuk 5. Stimulering klimaatmaatregelen Noord-Veluwe Paragraaf 5.1 Algemene bepalingen Artikel 5.1 Definities In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: a.
aanvraag: een aanvraag om subsidie op grond van dit hoofdstuk;
b.
aanvrager: a.
een meerderjarige natuurlijk persoon voor zover die krachtens het eigendomsrecht eigenaar is van een pand in de gemeente Elburg, dan wel huurder of pachter is van een pand in de gemeente Elburg en met instemming van de eigenaar een aanvraag indient;
b.
een VvE van een pand in de gemeente Elburg;
c.
een rechtspersoon die eigenaar is van een pand in de gemeente Elburg, dan wel huurder of pachter is van een pand in de gemeente Elburg en met instemming van de eigenaar een aanvraag indient.
c.
afkoppelen: hemelwater aangesloten op het gemengd rioolstelsel via fysieke ingrepen loskoppelen en ter plaatse vasthouden of infiltreren en wanneer dat niet mogelijk is via oppervlaktewater of het hemelwaterriool verwerken;
d.
BAG: Basisregistratie Adressen en Gebouwen;
e.
bebouwde kom: begrenzing van bebouwde kern als bepaald in art. 20a Wegenverkeerswet 1994;
f.
bestaand pand: een pand dat is vergund dan wel is opgericht vóór 1 januari 2015;
g.
dakoppervlak: de horizontale projectie van een dakoppervlak van een pand;
h.
gemengde riolering: riolering in de openbare ruimte voor de gecombineerde inzameling en afvoer van afvalwater en hemelwater naar de rioolwaterzuivering;
i.
groen dak: dak met een laag vegetatie als onderdeel van de dakconstructie, hoofdzakelijk bestaand uit levende planten(vegetatiedak), zeer traag groeiend en sterk ‘zelfvoorzienend’;
j.
groenblauw dak: intensief groen dak met dikkere substraatlaag waarin veel neerslag tijdelijk vastgehouden kan worden, eventueel in combinatie met actieve sturing op berging van pieken en vertraagde afvoer;
k.
hemelwater: regenwater, ijzel, sneeuw en hagel;
l.
hemelwaterriolering: riolering in de openbare ruimte alleen bestemd voor de inzameling en afvoer van hemelwater, doorgaans naar oppervlaktewater;
m. infiltratie: het op eigen terrein hemelwater infiltreren van een afgekoppeld dakoppervlak of bestrating in de bodem door via het maaiveld (bodempassage) of door middel van een (boven- of ondergrondse) voorziening; n.
nuttig gebruik hemelwater: buffering en filtering van neerslag met (laagwaardig) gebruik ter vervanging van drinkwater, bijvoorbeeld als waswater, spoelwater toilet, toepassing in wasmachine/vaatwasser, etc.;
o.
oppervlaktewater: openbaar water, bijvoorbeeld een vijver of sloot, waarop hemelwater geloosd kan worden;
p.
pand: woning inclusief aanbouw(en), uitbouw(en) en bijgebouw(en), bedrijfspand, kantoorgebouw of school, alle met bijbehorend erf, tuin, terrein en ondergrond en opgenomen in de BAG en legaal gebouwd;
q.
vergroenen: verharding, in de vorm van asfalt, beton, steen of ander slecht waterdoorlatend materiaal, in een tuin of op een terrein vervangen door beplanting als gras, planten, struiken of bomen; ook wel ontstenen genoemd;
r.
verhard oppervlak: het oppervlak van daken, wegen, verharde terreinen, waarvan hemelwater tot afstromingkomt naar een riool;
s.
voorziening: maatregel, product of activiteit gericht op het beperken van de gevolgen van een veranderend klimaat, te weten: het plaatsen van een regenton, -zuil of -schutting, het planten van bomen, het afkoppelen van verhard oppervlak, vergroenen, het aanleggen van een groen dak en het realiseren en in werking hebben van een voorziening voor nuttig gebruik van hemelwater;
t.
VvE: Vereniging van Eigenaren.
Artikel 5.3 Doel subsidie Dit hoofdstuk heeft als doel inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties in de gemeente Elburg te stimuleren om zelf klimaatmaatregelen te treffen op/bij een pand in de gemeente Elburg. Het gaat om lokale maatregelen op privaat terrein waarmee effecten van de klimaatverandering worden beperkt, zoals wateroverlast, droogte en hitte.
Artikel 5.4 Subsidiabele activiteiten Het college kan aan een aanvrager voor de volgende categorieën voorzieningen a t/m f subsidie verstrekken onder de in deze regeling opgenomen voorwaarden: a.
het plaatsen van een regenton, -zuil en/of –schutting;
b.
het planten van bomen;
c.
het afkoppelen van verhard oppervlak;
d.
vergroenen ofwel ontstenen;
e.
het aanleggen van een groen of groenblauw dak;
f.
het realiseren en in werking hebben van een voorziening voor nuttig gebruik van hemelwater.
Artikel 5.5 Subsidieplafond en verdeelregels 1.
Het college stelt jaarlijks voor het daaropvolgende kalenderjaar een subsidieplafond, als bedoeld in artikel 4:22 van de Awb vast en neemt daarbij de gemeentebegroting in acht.
2.
Aanvragen worden behandeld op volgorde van binnenkomst tot het vastgestelde subsidieplafond is bereikt. Wanneer de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Awb de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als datum van ontvangst van de aanvraag de datum waarop de aanvraag volledig is.
3.
Volledige aanvragen die op dezelfde datum in de volgorde van ontvangst zijn opgenomen, worden geacht tegelijkertijd te zijn ontvangen. Tussen deze aanvragen wordt geloot, indien toekenning tot overschrijding van het subsidieplafond zou leiden.
4.
Voor zover door verstrekking van de subsidie het subsidieplafond wordt overschreden, wordt de subsidie geheel geweigerd.
Artikel 5.6 Algemene voorwaarden en verplichtingen 1.
Het college kan aan de aanvrager een subsidie verlenen onder de volgende algemene voorwaarden en verplichtingen: a.
met het treffen van de voorzieningen wordt het beleidsdoel zoals genoemd in artikel 5.3 in voldoende mate gediend;
b.
de voorziening is maximaal 6 maanden voor realisatie aangekocht;
c.
de aanvraag is ingediend binnen 6 maanden na realisatie van de voorzieningen waar de aanvraagbetrekking op heeft;
d.
de aanvraag is ingediend op een door het college te verstrekken aanvraagformulier. De aanvraag is volledig ingevuld en voorzien van alle informatie en bijlagen die op het aanvraagformulier verplicht zijn gesteld en in artikel 5.7 staan opgenomen;
e.
per categorie voorzieningen zoals genoemd in artikel 5.4 kan er één aanvraag per pand worden ingediend;
f.
ontwerp, aanleg en/of installatie zijn deugdelijk uitgevoerd;
g.
de voorziening voldoet aan de geldende wet- en regelgeving (waaronder het welstandsbeleid en de bouwverordening) en is voorzien van de benodigde vergunningen (omgevingsvergunning, monumentenvergunning, etc.);
h.
de aanvrager dient de voorzieningen blijvend in stand te houden en deugdelijk te onderhouden;
2.
i.
herstel, reparatie of uitbreiding van een bestaande voorziening is uitgesloten van subsidie, en;
j.
de aanvrager is verplicht medewerking te verlenen aan een eventuele controle ter plaatse.
Naast deze algemene voorwaarden en verplichtingen die voor iedere voorziening gelden, gelden er per voorziening ook nog specifieke voorwaarden en verplichtingen. Die zijn hieronder in paragrafen 5.2 t/m 5.7 per voorziening opgenomen.
Artikel 5.7 Aanvraag Na het realiseren van de voorziening(en), kan de aanvrager een aanvraag om subsidie indienen bij het college. In afwijking van artikel 8 lid 2 van de Algemene subsidieverordening gemeente Elburg worden daarbij de volgende gegevens verstrekt: a.
een ingevuld en ondertekend aanvraagformulier;
b.
een factuur op naam met technische specificaties en aankoopdatum en/of uitvoeringsdatum;
c.
een foto van de bestaande situatie zonder voorziening en de nieuwe situatie met voorziening, waarbij het pand op de foto duidelijk zichtbaar is;
d.
als deze is vereist: een omgevingsvergunning of de monumentenvergunning;
e.
als u huurder of pachter bent: schriftelijke toestemming van de eigenaar;
f.
Het college is bevoegd ook andere dan, of slechts enkele van, de genoemde gegevens te verlangen, indien die voor het nemen van de beslissing op de aanvraag noodzakelijk respectievelijk voldoende zijn.
Artikel 5.8 Beslissing op aanvraag 1.
Het college neemt binnen 8 weken na de ontvangst van de volledige aanvraag een beslissing.
2.
Het college kan deze termijn eenmalig met vier weken verlengen.
3.
Het college stelt de subsidie vast met inachtneming van de maximale subsidiabele kosten als bedoeld in dit hoofdstuk.
4.
De betaling van de subsidie vindt plaats binnen 4 weken na de subsidievaststelling.
Paragraaf 5.2 Plaatsen regenton, -zuil of -schutting Artikel 5.9 Subsidievoorwaarden Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie als bedoeld in artikel 5.4, onderdeel a, gelden in aanvulling op artikel 5.6 de volgende specifieke voorwaarden: a.
er wordt minimaal 5 m2 verhard oppervlak aangesloten per regenton, regenzuil of regenschuttingsegment;
b.
de regenton, regenzuil of het regenschuttingsegment heeft een minimale capaciteit van 100 liter;
c.
de regenton(nen), regenzuil(en) of regenschutting wordt permanent geplaatst bij het pand waarop de aanvraag betrekking heeft, en;
d.
per pand wordt subsidie verstrekt voor maximaal twee regentonnen, regenzuilen of regenschuttingssegmenten voorzieningen.
Artikel 5.10 Hoogte subsidie 1.
De subsidie voor het plaatsen van een regenton/regenzuil bedraagt maximaal 40% van de aanschafkosten met een maximum van €100,-.
2.
De subsidie voor het plaatsen van een regenschutting bedraagt maximaal €25,- per segment.
Paragraaf 5.3 Planten van bomen Artikel 5.11 Subsidievoorwaarden Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie als bedoeld in artikel 5.4, onderdeel b, gelden in aanvulling op artikel 5.6 de volgende specifieke voorwaarden: a.
de te planten boom/bomen of heester(s) moet aan een of meer van de volgende voorwaarden voldoen: i. Inheemse boom/heester; of ii. Fruitboom en/of; iii. Bloeiende boom/heester
In bijlage 5.1 is een niet limitatieve lijst met geschikte bomen opgenomen. b.
de oppervlakte van de tuin dient in verhouding te zijn tot de boomgrootte. Daarom gelden de volgende uitgangspunten om voor subsidie in aanmerking te komen: Tuin oppervlakte < 50 m2 (o.a voortuinen) 50 - 200 m2 > 200 m2
c.
Boomgrootte (volwassen hoogte) Tot 6 m Tot 12 m > 12 m
Geen subsidie wordt verstrekt voor: i. bomen die in het kader van een herplantplicht moeten worden geplant; ii. exoten die niet voldoende winterhard zijn of die een bedreiging zijn kunnen zijn voor de inheemse biodiversiteit; iii. bomen die geplant worden binnen 1 meter van de erfgrens; en
Artikel 5.12 Hoogte subsidie 1.
De subsidie voor het plaatsen van bomen bedraagt €35,- per boom en €5,- per heester.
2.
Per perceel worden niet meer dan de werkelijke kosten vergoed met een maximum van €140,-.
Paragraaf 5.4 Afkoppelen hemelwater Artikel 5.13 Subsidievoorwaarden 1.
Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie als bedoeld in artikel 5.4, onderdeel c, gelden in aanvulling op artikel 5.6 de volgende specifieke voorwaarden: b.
de aanvraag betreft een bestaand pand binnen de bebouwde kom;
c.
bij infiltratie op eigen perceel moet er sprake zijn van voldoende niet afgedekte bodem die geschikt is voor infiltratie van regenwater, of moet het afgekoppelde hemelwater kunnen worden geloosd op het hemelwaterriool of oppervlaktewater;
d.
de infiltratie van het afgekoppelde hemelwater op eigen terrein of de afvoer van hemelwater naar hemelwaterriool of oppervlaktewater is in de specifieke situatie naar het oordeel van het college haalbaar, waarbij het college bij zijn oordeel de afkoppelkansenkaart van de gemeente Elburg betrekt;
e.
het afkoppelen veroorzaakt geen overlast; en
f.
het afkoppelen leidt niet tot ongewenste effecten vanuit milieu hygiënisch of hydrologisch oogpunt.
2.
De subsidie wordt geweigerd indien naar het oordeel van college hemelwater dat afstroomt van afgekoppeld verhard oppervlak niet geïnfiltreerd kan worden in de bodem, of kan worden afgevoerd naar een hiervoor geschikte voorziening.
Artikel 5.14 Hoogte subsidie 1.
De subsidie voor het afkoppelen van verhard oppervlak zonder specifieke voorzieningen bedraagt maximaal €80,-;
2.
De subsidie voor het plaatsen van infiltratiekratten bedraagt maximaal €50,- per krat, waarbij de capaciteit van de krat minimaal 100 liter is
3.
De subsidie voor het aanleggen van een infiltratieveld bedraagt €100,- per m3 verwijderde grond ten behoeve van berging middels maaiveldverlaging.
4.
Per pand wordt op grond van deze paragraaf niet meer dan de werkelijk gemaakte kosten met een maximum van €1.500,- subsidie toegekend.
Paragraaf 5.5 Vergroenen ofwel ontstenen Artikel 5.15 Subsidievoorwaarden De voorzieningen die aangelegd worden betreffen een groenere tuin of terrein waarbij verharding wordt vervangen voor groen (heesters, hagen, vaste planten, bomen, gras, etc.). Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie als bedoeld in artikel 5.4, onderdeel d, gelden in aanvulling op artikel 5.6 de volgende specifieke voorwaarden: a.
de aanvraag betreft een bestaand pand binnen de bebouwde kom, en;
b.
er wordt minimaal 20 m2 verhard oppervlak blijvend verwijderd.
Artikel 5.16 Hoogte subsidie 1.
De subsidie voor het vergroenen ofwel ontstenen bedraagt €10,- per m2;
2.
Per pand worden niet meer dan de werkelijk gemaakte kosten met een maximum van €1000,- subsidie toegekend.
Paragraaf 5.6 Groene en groen/blauw Daken Artikel 5.17 Subsidievoorwaarden Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie als bedoeld in artikel 5.4, onderdeel e, gelden in aanvulling op artikel 5.6 de volgende specifieke voorwaarden: a.
de aanvraag betreft een bestaand pand binnen de bebouwde kom;
b.
het groen/groenblauwe dak heeft een minimale oppervlakte van 6 m2, en maximaal 250 m2;
c.
met het aanbrengen van een groen/groenblauw dak wordt het vasthouden en vertragen van hemelwater in voldoende mate gediend, dit ter beoordeling van het college.
Artikel 5.18 Hoogte subsidie 1.
2.
De subsidie voor het aanleggen van een groen/groenblauw dak bedraagt: a.
€40,- per m2 aangelegd dak met een laagdikte van 8-20 centimeter;
b.
€60,- per m2 aangelegd dak met een laagdikte van 20-40 centimeter;
c.
€100,- per m2 aangelegd dak met een laagdikte van meer dan 40 centimeter.
Per pand worden niet meer dan de werkelijke gemaakte kosten met een maximum van €2.500,subsidie toegekend.
Paragraaf 5.7 Voorziening nuttig gebruik hemelwater Artikel 5.19 Subsidievoorwaarden Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie als bedoeld in artikel 5.4, onderdeel f, gelden de volgende voorwaarden: a.
de voorziening moet zodanig zijn uitgevoerd dat deze alleen wordt ingezet voor het doel watervoeding van toilet, wasmachine, het leveren van waswater en vergelijkbare toepassingen in de woning waarbij geldt dat de voorziening voldoende bereikbaar is voor onderhoud en inspectie. In verband met gezondheidsrisico’s mag het hemelwater alleen ingezet worden voor bovengenoemde doelen en niet voor consumptiedoeleinden worden gebruikt;
b.
er wordt minimaal 20 m2 verhard dakoppervlak op de buffervoorziening aangesloten;
c.
de verhouding tussen buffervolume en aangesloten verhard oppervlak dient minimaal 50 liter/m 2 te bedragen. Dit betekent de realisatie van een buffertank van minimaal 1.000 liter ter vervanging van het gebruik van leidingwater; en
d.
er een robuust filter wordt toegepast om storingsvrij functioneren te waarborgen.
Artikel 5.20 Subsidiabele kosten 1.
Tot de subsidiabele kosten worden gerekend de eenmalige investeringskosten verbonden aan de uitvoering, waaronder begrepen in ieder geval de loonkosten en materiaalkosten.
2.
Niet tot de subsidiabele kosten worden gerekend in ieder geval: a.
de administratieve kosten voor de subsidieaanvraag;
b.
de kosten die verband houden met de aanvraag van de benodigde vergunningen.
Artikel 5.21 Hoogte subsidie De subsidie voor het realiseren en in werking hebben van een voorziening voor nuttig gebruik van hemelwater bedraagt 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van €2.500,- per pand.
Paragraaf 5.8 Weigerings- intrekkings- en terugvorderingsgronden Artikel 5.22 Subsidie weigeren, intrekken en/of terugvorderen De subsidie kan worden geweigerd, ingetrokken en/of teruggevorderd indien: a.
er sprake is van een situatie beschreven in artikel 4:35 of afdeling 4.2.6 Awb of in artikel 11 van de Asv;
b.
het bedrag waarvoor subsidie wordt gevraagd het subsidieplafond overschrijdt;
c.
de aanvraag niet voldoet aan het doel van de regeling, zoals genoemd in artikel 5.3;
d.
de aanvraag niet past binnen de subsidiabele activiteiten zoals genoemd in artikel 5.4;
e.
er niet wordt voldaan aan de vereisten zoals genoemd in de artikelen: 5.6, 5.7, 5.9, 5.11, 5.13, 5.15, 5.18 of 5.20;
f.
er voor dezelfde subsidiabele activiteit voor het gehele aangevraagde bedrag vanuit een andere regeling of voorziening (ook van andere overheids(instellingen) al een subsidie of budget in welke vorm dan ook aan de aanvrager beschikbaar is gesteld en toekenning van de aanvraag tot een dubbeling zou leiden. Er kan voor eenzelfde activiteit geen dubbele subsidie worden aangevraagd.
Hoofdstuk 6. Structurele activiteiten in verenigings- en clubverband Artikel 6.1 Doel De subsidie op grond van dit hoofdstuk heeft als doel om activiteiten in verenigings- of clubverband te ondersteunen.
Artikel 6.2 Activiteiten Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt voor het organiseren van activiteiten: a.
gericht op het scheppen, in standhouden en uitbreiden van mogelijkheden om te sporten (inclusief denksporten);
b.
gericht op het scheppen, in standhouden en uitbreiden van mogelijkheden om muziek te maken, of om de culturele ontwikkeling van de doelgroep en de muzikale, expressieve en/of dramatische vorming van de doelgroep te bevorderen;
c.
die eraan bijdragen dat mensen uit de doelgroepen sociale contacten aangaan en elkaar ontmoeten, door gezamenlijk activiteiten te ondernemen.
Artikel 6.3 Doelgroep 1.
Subsidie wordt verstrekt aan verenigingen zonder winstoogmerk en/of stichtingen die staan ingeschreven bij de Kamer van koophandel, en voor activiteiten in clubverband zonder winstoogmerk waarvan inschrijving bij de Kamer van Koophandel redelijkerwijs niet kan worden verwacht.
2.
Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor activiteiten die worden georganiseerd voor jongeren in de leeftijd tot en met 23 jaar, ouderen vanaf 65 jaar en mensen met een beperking.
Artikel 6.4 Subsidieaanvraag 1.
De subsidie wordt aangevraagd overeenkomstig de bepalingen van artikel 8 ASV.
2.
De subsidieaanvraag wordt ingediend voor 1 september voorafgaand aan het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft.
3.
Als de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als datum van indiening van de aanvraag de datum waarop de aanvraag is aangevuld.
Artikel 6.5 Hoogte van de subsidie 1.
De subsidie wordt vastgesteld per kalenderjaar.
2.
College van burgemeester en wethouders publiceren jaarlijks voor 15 juli de subsidieplafonds per categorie en/of subcategorie voor deze subsidieregeling.
3.
Aanvragen die voor toekenning van de subsidie in aanmerking komen, worden gehonoreerd, met dien verstande dat de subsidie naar evenredigheid wordt toegekend, indien het aantal aanvragen het subsidieplafond overstijgt.
4.
Subsidie wordt verleend op basis van het gemiddeld aantal deelnemers dat behoort tot een van de doelgroepen genoemd in artikel 6.4 lid 3, en inwoner is van de gemeente Elburg.
5.
Cumulatie van subsidie is toegestaan, indien een deelnemer tot meerdere van de in artikel 6.4 onder 3 genoemde doelgroepen behoort.
6.
Per begrotingsjaar kan het subsidiebedrag worden geïndexeerd.
7.
Een subsidiebedrag per deelnemer, volgens onderstaande tabel:
Categorie
Subsidiebedrag per deelnemer per jaar
Sport I Buitensport
€ 19,30
Waaronder: voetbal, tennis, scouting, watersport II Zaalsport
€ 51,00
Waaronder badminton, basketbal, volleybal, tafeltennis, gymnastiek III Sport deels binnen deels buiten
€ 35,00
Waaronder: korfbal, zwemmen, schaatsen IV Overige binnensport
€ 25,50
Waaronder: schietsport V (Sport)activiteiten met lage kosten
€ 13,40
Waaronder: schaken, bridge, klaverjassen, biljart, jeu de boules Amateurkunst VI Muziekverenigingen, fanfare
€ 209,60
VII Malletverenigingen
€ 182,00
VIII Majoretteverenigingen
€ 33,30
IX Zang en toneel
€ 16,10
Overige X Ouderenverenigingen en vrouwenbonden
€ 13,40
XI Jeugdverenigingen
€ 13,40
XII Activiteiten voor mensen met een beperking
€ 50,00
Artikel 6.6 Nadere eisen 1. Subsidie wordt alleen toegekend wanneer is voldaan aan de volgende eisen: a.
De activiteiten worden niet uitsluitend door middel van subsidie gefinancierd;
b.
Voor de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd wordt gebruik gemaakt van een geschikte accommodatie;
c.
Tenminste 80% van de deelnemers aan de gesubsidieerde activiteiten is inwoner van de gemeente Elburg. Dit vereiste geldt niet voor activiteiten die specifiek gericht zijn op mensen met een beperking;
d.
De activiteiten dienen met een terugkerende regelmaat te worden aangeboden;
e.
Van categorie amateurkunst, wordt verwacht dat zij minimaal 1 openbare uitvoering per jaar verzorgen.
2. Daarnaast kan het college in de subsidiebeschikking nadere eisen opnemen.
Artikel 6.7 Betaling van de subsidie De subsidie wordt uitbetaald in het eerste kwartaal van het jaar waarop de subsidie betrekking heeft. Indien aanvrager een rechtspersoon is, op een bankrekeningnummer op naam van die rechtspersoon. Indien aanvrager een natuurlijk persoon is, op een bankrekeningnummer op naam van die persoon.
Artikel 6.8 Aanvullende weigeringsgronden In aanvulling op het bepaalde in artikel 11 van de Algemene subsidieverordening gemeente Elburg 2024 kan subsidieverlening worden geweigerd als de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal ontplooien, die in strijd zijn met het algemeen belang of de openbare orde.
Hoofdstuk 7. Maatschappelijk initiatief Artikel 7.1 Definities 1.
Maatschappelijk initiatief: een initiatief, al dan niet in georganiseerd verband, van samenwerkende inwoners die zich hiermee inzetten om een bijdrage te leveren aan de Elburgse samenleving.
2.
Klein maatschappelijk initiatief: een maatschappelijk initiatief waarvoor meer dan € 250,00 en maximaal € 5.000,00 subsidie wordt aangevraagd.
3.
Groot maatschappelijk initiatief: een maatschappelijk initiatief waarvoor meer dan € 5.000,00 en maximaal € 50.000,00 subsidie wordt aangevraagd.
Artikel 7.2 Doel Subsidie op grond van dit hoofdstuk heeft als doel om maatschappelijke initiatieven te stimuleren en te ondersteunen.
Artikel 7.3 Activiteiten Subsidie op grond van dit hoofdstuk wordt verstrekt voor activiteiten die: 1.
een maatschappelijk initiatief zijn; en
2.
gericht zijn op inwoners van de gemeente Elburg; en
3.
een breed maatschappelijk belang dienen en één of meerdere van de volgende doelen ondersteunen: a.
ondersteuning van groep(en) van inwoners van de gemeente Elburg;
b.
leefbaarheid in wijken en buurten;
c.
sociale cohesie in wijken en buurten;
en 4.
het persoonlijk belang van de aanvrager(s) overstijgen; en
5.
zonder winstoogmerk worden georganiseerd; en
6.
meer bieden dan alleen vermaak.
Artikel 7.4 Doelgroep Subsidie op grond van dit hoofdstuk wordt verstrekt aan inwoners, al dan niet in georganiseerd verband, die een maatschappelijk initiatief willen uitvoeren.
Artikel 7.5 Aanvraag 1.
De subsidie wordt aangevraagd overeenkomstig de bepalingen van artikel 8 ASV.
2.
Overeenkomstig artikel 9 lid 3 ASV wordt de aanvraag ingediend tussen 8 en 26 weken voordat de aanvrager voornemens is te beginnen met de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd.
3.
Als de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als datum van indiening van de aanvraag de datum waarop de aanvraag volledig is.
Artikel 7.6 Hoogte van de subsidie 1.
College van burgemeester en wethouders maken jaarlijks voor 31 december de beschikbare subsidieplafond bekend. Er zijn afzonderlijke subsidieplafonds voor kleine en grote maatschappelijke initiatieven.
2.
Verlening van de subsidieaanvragen gebeurt op volgorde van ontvangst van volledig ingediende aanvragen. Indien het beschikbare subsidieplafond, voor het jaar waarin de activiteit plaatsvindt, is bereikt, wordt de subsidie geweigerd.
3.
De hoogte van de subsidie wordt vastgesteld, a.
Voor kleine maatschappelijke initiatieven, 50% van de subsidiabele kosten, met een minimum van € 250,00 en een maximum van € 5.000,00;
b.
Voor grote maatschappelijke initiatieven, 50% van de subsidiabele kosten, met een minimum van € 5.000,00 en een maximum van € 50.000,00;
c.
indien het aangevraagde subsidiebedrag lager is dan 50% van de subsidiabele kosten, dit lagere bedrag.
Artikel 7.7 Nadere verplichtingen en weigeringsgronden 1.
Naast de verplichtingen op grond van artikel 13 en 14 ASV, zijn aan de subsidie de volgende verplichtingen verbonden: a.
de subsidieontvanger maakt de activiteiten bekend via de voor de buurt geëigende communicatiekanalen;
b.
de subsidieontvanger draagt zorg voor eventueel benodigde vergunningen, ontheffingen of overige toestemmingen;
c.
de subsidieontvanger draagt zorg voor het afsluiten van eventueel benodigde verzekeringen;
d.
accommodaties waar de activiteiten plaatsvinden moeten bereikbaar, toegankelijk en bruikbaar zijn voor mensen met een lichamelijke beperking;
e.
het College van burgemeester en wethouders kan in de verleningsbrief nader richting geven ten aanzien van gedragscodes, handelswijzen en andere verplichtingen die voortvloeien uit vastgestelde gemeentelijke beleidskaders.
2.
Het College van burgemeester en wethouders kan subsidieverlening weigeren indien voor dezelfde activiteiten in voorgaande jaren subsidie is verleend, en de activiteiten waarvoor een nieuwe aanvraag worden gedaan, naar het oordeel van het college, onvoldoende toegevoegde waarde hebben voor de beleidsdoelen waar deze subsidie aan bijdraagt.
Artikel 7.8 Verlening, vaststelling en betaling van de subsidie 1. Vaststelling en verantwoording van de subsidie vindt plaats overeenkomstig hoofdstuk 4 ASV. 2. Indien aanvrager een rechtspersoon is, wordt de subsidie betaald op een bankrekeningnummer op naam van die rechtspersoon. Indien aanvrager een natuurlijk persoon is, op een bankrekeningnummer op naam van die persoon.
Hoofdstuk 8. Evenementen GERESERVEERD
Hoofdstuk 9. Subsidieregeling fietsoplaadpunten Artikel 9.1 Definities In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: a.
Fietsoplaadpunt: oplaadvoorziening ten behoeve van het opladen van elektrische fietsen;
b.
Rustpunt: een locatie bedoeld voor recreatieve fietsers om te verblijven en gebruik te maken van de voorzieningen;
c.
Stichting Rustpunt: een initiatief van Heemskerk Advies- en Ontwikkelingsbureau. Op de plekken aangesloten bij de stichting kunnen recreanten verblijven en gebruik maken van de voorzieningen.
Artikel 9.2 Doel De regels in dit hoofdstuk hebben tot doel om het fietsgebruik te stimuleren. Hiermee wordt beoogd de aantrekkingskracht van recreatief fietsen, met een elektrische fiets, in de gemeente Elburg te versterken.
Artikel 9.3 Activiteiten Op grond van dit hoofdstuk kan subsidie worden verstrekt voor de vergoeding van de kosten van de aanschaf en het plaatsen van een fietsoplaadpunt op grond die in eigendom is bij de aanvrager, dan wel waarvan de aanvrager rechthebbende is.
Artikel 9.4 Doelgroep Aanvragen om subsidie kunnen worden ingediend door: a.
een bedrijf in de gemeente Elburg;
b.
een natuurlijke persoon met een rustpunt in de gemeente Elburg, welke is aangesloten bij Stichting Rustpunt, of een daarmee gelijk te stellen organisatie.
Artikel 9.5 Aanvraag 1.
De aanvraag vindt na realisatie van het fietsoplaadpunt plaats, uiterlijk 13 weken na plaatsing van het fietsoplaadpunt.
2.
De aanvrager dient gebruik te maken van het door de gemeente beschikbaar gestelde aanvraagformulier.
3.
In afwijking van artikel 8 ASV dient de aanvrager de navolgende gegevens te overleggen: a.
de eigen gegevens;
b.
de gegevens de locatie van het fietsoplaadpunt;
c.
de nota van materiaalkosten en eventuele installatiekosten van het fietsoplaadpunt
d.
foto van het gerealiseerde fietsoplaadpunt.
Overige gegevens zoals opgenomen in artikel 8 lid 2 ASV zijn niet van toepassing.
Artikel 9.6 Hoogte van de subsidie 1.
Het subsidieplafond voor 2024 bedraagt € 6.000,-.
2.
De hoogte van de subsidie voor de kosten voor het aanschaffen en plaatsen van een fietsoplaadpunt bedraagt eenmalig €200,-.
3.
De subsidie zal worden verleend op volgorde van binnenkomst van de volledige aanvraag.
Artikel 9.7 Subsidievoorwaarden Om voor subsidie in aanmerking te komen gelden de volgende subsidievoorwaarden: a.
per aanvrager kan één aanvraag worden ingediend;
b.
per aanvraag kan subsidie voor één fietsoplaadpunt worden verstrekt;
c.
het fietsoplaadpunt heeft capaciteit voor het opladen van minimaal twee elektrische fietsen;
d.
het fietsoplaadpunt heeft een openbaar karakter;
e.
het fietsoplaadpunt dient tenminste drie jaar na subsidieverlening te worden onderhouden en in stand te worden gelaten;
f.
de bezoekersingang van het bedrijf of rustpunt dient te worden voorzien van een raamsticker, waarop staat aangegeven dat er een fietsoplaadpunt aanwezig is. Deze sticker wordt aangeleverd door de gemeente Elburg;
g.
indien de aanvrager geen eigenaar is van de grond, waarop het fietsoplaadpunt gerealiseerd wordt, dient de aanvrager toestemming te hebben van de rechthebbende om een fietsoplaadpunt te realiseren.
Hoofdstuk 10. Witgoedregeling koelkast Artikel 10.1 Definities In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: a.
aanvrager: een natuurlijk persoon die een aanvraag heeft ingediend voor een koelkastvoucher;
b.
huishouden: personen die alleen of samen in een zelfstandige woonruimte wonen;
c.
koelkastvoucher: een financiële bijdrage die uitsluitend besteed wordt aan een nieuwe koelkast met label A, B, C, D of E en besteed kan worden bij lokale ondernemers, waarbij de oude koelkast van minimaal 10 jaar oud ingeruild moet worden;
d.
lokale ondernemers: de ondernemers die de samenwerkingsovereenkomst voor het inwisselen van de koelkastvoucher ondertekend hebben en waar de koelkastvoucher kan worden ingewisseld onder de voorwaarden die genoemd zijn in artikel 10.6. In bijlage 10.1 is een lijst opgenomen met deze ondernemers;
e.
samenwerkingsovereenkomst: de samenwerkingsovereenkomst inwisselen koelkastvoucher gemeente Elburg, die ondertekend is door lokale ondernemers waar de koelkastvoucher kan worden ingewisseld onder de voorwaarden die genoemd zijn in artikel 10.6.
Artikel 10.2 Doel De subsidie wordt verleend om specifiek huishoudens met een laag inkomen en hoge energielasten/hoog energieverbruik te ondersteunen om op korte termijn de energierekening te verlagen.
Artikel 10.3 Doelgroep Een huishouden in de gemeente Elburg heeft recht op een subsidie in de vorm van een koelkastvoucher, wanneer: a.
tenminste één lid uit het huishouden 18 jaar of ouder is; en
b.
de inkomensgrens van het huishouden tot 120% bedraagt van het bedrag inclusief vakantietoeslag per maand als bedoeld in de artikelen 31 tot en met 33 van de Participatiewet; en
c.
het vermogen van het huishouden een maximumbedrag bedraagt als bedoeld in artikel 34 van de Participatiewet op de eerste van de maand waar de aanvraag betrekking op heeft, waarbij bezit van auto en eigen woning buiten beschouwing worden gelaten.
Artikel 10.4. Aanvraag 1.
Aanvragen kunnen worden ingediend op elke dag van het jaar tot 31 december 2024.
2.
De aanvrager dient gebruik te maken van het door de gemeente beschikbaar gestelde formulier: ‘aanvraag witgoedregeling koelkast’. De aldaar gevraagde gegevens moeten worden overlegd voordat een aanvraag in behandeling genomen kan worden.
3.
Het college beslist binnen acht weken op de aanvraag om een voucher.
Artikel 10.5 Activiteiten De subsidie wordt verstrekt in de vorm van een voucher ter waarde van maximaal € 650,- die onder voorwaarden ingewisseld kan worden voor het omruilen van een energie-onzuinige koelkast voor een energiezuinige koelkast.
Artikel 10.6 Voorwaarden 1.
De subsidie wordt aangevraagd voor de in artikel 10.5 bedoelde activiteit.
2.
De voucher wordt besteed bij de in bijlage 10.1 genoemde ondernemers.
3.
De voucher heeft een waarde van € 650,- en kan alleen gebruikt worden voor de aanschaf van een nieuwe koelkast omschreven in het achtste lid van dit artikel. De aanvrager overhandigt de voucher aan de ondernemer waar de nieuwe koelkast besteld wordt en waar de oude koelkast wordt ingeruild.
4.
De kosten van de nieuwe koelkast tot € 650,- worden door gemeente Elburg rechtstreeks overgemaakt aan de ondernemer waarbij de voucher is ingewisseld, na ontvangst van de factuur, de voucher en de bevestiging dat de oude koelkast is ingeleverd.
5.
Als de prijs van de nieuwe koelkast hoger is, dan zal de aanvrager de meerkosten boven het bedrag van € 650,- rechtstreeks bijbetalen aan de ondernemer.
6.
Als de prijs van de nieuwe koelkast lager is, dan zal de ondernemer op grond van zijn factuur het werkelijke bedrag ontvangen van gemeente Elburg.
7.
De om te ruilen koelkast is minimaal tien jaar oud; dit wordt beoordeeld door de ondernemer waarbij de voucher wordt ingewisseld.
8.
De nieuwe koelkast heeft minimaal een label A, B, C, D of E.
9.
Met de koelkastvoucher kan worden aangeschaft: een 1-deurs koelkast, een koel-vriescombinatie, een tafelmodelkoelkast of een inbouwkoelkast.
10. De aanschaf van een model Amerikaanse koelkast is uitgesloten van deze subsidieregeling. 11. De voucher is maximaal twee maanden geldig na de dag van uitgifte. 12. Per huishouden wordt op grond van dit hoofdstuk maximaal één voucher verstrekt.
Artikel 10.7 Subsidieplafond 1.
Het subsidieplafond van dit hoofdstuk is €100.000,- voor 2024.
2.
De aanvragen worden behandeld op volgorde van ontvangst van een volledige aanvraag.
3.
Als de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als datum van indiening van de aanvraag de datum waarop de aanvraag volledig is.
Artikel 10.8 Intrekkingsgronden Het recht op een voucher in het kader van dit hoofdstuk kan worden herzien, ingetrokken en/of teruggevorderd indien de aanvrager, dan wel de persoon aan wie de tegemoetkoming is toegekend, onjuiste of onvolledige informatie (heeft) verstrekt en daardoor ten onrechte een voucher heeft ontvangen.
Artikel 10.9 Vaststelling en uitbetaling van de subsidie 1. De vaststelling vindt plaats gelijktijdig bij de toekenningsbeschikking en wijkt daarmee af van artikel 16, lid 1 van de Algemene Subsidieverordening Gemeente Elburg 2. Uitbetaling vindt plaats na het door de ondernemer opsturen van de factuur, de voucher en de bevestiging dat de oude koelkast is ingeleverd, binnen de voor de gemeente Elburg geldende betalingstermijnen.
Hoofdstuk 11. Isolatiemaatregelen GERESERVEERD
Hoofdstuk 12 Slotartikelen Artikel 12.1 Hardheidsclausule Het college kan de subsidieregeling in individuele gevallen buiten toepassing laten of daarvan afwijken, als daaraan vasthouden voor een subsidieaanvrager of – ontvanger gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zouden zijn tot de daarmee te dienen belangen.
Artikel 12.2 Overgangsrecht 1.
Als een subsidieontvanger op grond van de Subsidieregeling Activiteiten verenigingen Elburg 2015 of de Subsidieregeling Sportverenigingen Elburg 2015 subsidie ontving, en er aantoonbaar op achteruit gaat met minimaal € 100,- ,zal het nadeel in 2 jaar afgebouwd worden met de volgende percentages: 25% in het eerste jaar, 25% in het tweede jaar waardoor in het 3e jaar het subsidiebedrag conform Hoofdstuk 6 wordt toegekend.
2.
Subsidies op grond van de hoofdstukken 1, 3, 4 en 6 worden tot en met 2024 aangevraagd conform de vigerende subsidieregels, zijnde: a.
Subsidieregeling compensaties liggelden varende monumenten en waardevolle vaartuigen;
b.
Subsidieregeling historische kerkpaden en keitjesstoepen 2015;
c.
Subsidieregeling onroerende en varende gemeentelijke monumenten 2015;
d.
Kindregelingen kinderopvang Gemeente Elburg 2023;
e.
Wijkontmoetingscentra Gemeente Elburg;
f.
Subsidieregeling Activiteiten verenigingen Elburg 2015;
g.
Subsidieregeling Sportverenigingen Elburg 2015.
Vanaf 1 januari 2025 wordt op basis van de regels zoals opgenomen in deze subsidieregeling subsidie toegekend voor voornoemde onderwerpen.
Artikel 12.3 Inwerkingtreding en citeertitel 1.
Deze nadere regeling treedt in werking op (datum) 2024.
2.
Voor de subsidies in de hoofdstukken 2 en 5 geldt dat op grond hiervan direct na inwerkingtreding subsidie aangevraagd kan worden. De huidige subsidieregels, zijnde Gewoon Gemak Gemeente Elburg 2018 en de Nadere regeling Stimulering Klimaatregelen Noord Veluwe worden met de inwerkingtreding van deze regeling beëindigd.
3.
Subsidies die nieuw zijn opgenomen in deze subsidieregeling, de hoofdstukken 7 en verder gelden vanaf de inwerkingtreding van deze subsidieregeling.
4.
Deze nadere regeling worden aangehaald als: subsidieregeling gemeente Elburg.
Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Elburg in de vergadering van [datum].
de burgemeester,
de secretaris,
ir. J.N. Rozendaal
mw. mr. A.H. van der Maat-Bosma
BIJLAGEN
Bijlage 1.1 Historische Havenkom
Bijlage 5.1Bomenlijst bij artikel 5.11 aanhef en sub a
Bijlage 10.1 Leveranciers witgoed - EP Elburg Vooronder 10 8081 NK Elburg Tel. 0525-680573 www.epelburg.nl webshop@epelburg.nl - HP Witgoed Service Bovenweg 63 8085 SG Doornspijk Tel. 06-10185657 www.hpwitgoedservice.nl - Boco Elburg Havenkade 42a 8081 GR Elburg, Contact: 06-53127171
Toelichting bij de subsidieregeling behorend bij artikel 3 Algemene subsidieverordening gemeente Elburg Algemeen In deze toelichting treft u zowel een algemene toelichting per onderwerp aan waarbij zo veel mogelijk is aangegeven wat we belangrijk vinden, waarom we subsidie verlenen en aan welke beleidsdoelen deze regels bijdragen.
Hoofdstuk 1. Cultuur en erfgoed Paragraaf 1.1 Algemeen De gemeente wil het cultureel erfgoed beschermen en in stand houden, maar ook versterken, ontwikkelen en benutten. Niet alleen binnen de vesting, maar ook daarbuiten. Er wordt geïnvesteerd in het behoud van monumentale panden, de oude havenkom, musea, kerken, kerkpaden en landgoederen. Het is belangrijk om de ontstaansgeschiedenis van de vesting in ere te houden evenals het historisch cultuurlandschap, de in Elburg gelegen bossen, heide, zandverstuiving en het omliggende water, zoals het Veluwemeer en het Drontermeer. Daarnaast heeft cultuur een belangrijke maatschappelijke waarde in Elburg. Wij willen jong en oud stimuleren om mee te doen aan culturele activiteiten. De verbinding tussen generaties, talentontwikkeling, kunst- en cultuurdisciplines vinden we belangrijk. Activiteiten en (beleids)ontwikkelingen vinden plaats op basis van de beleidsvisies ‘Samen Leven, Samen Doen’ en ‘Spots op Elburg 2”.
Artikel 1.1. Definities In dit artikel staan de begrippen die bij cultuur en erfgoed horen gedefinieerd. Algemeen kenbare begrippen uit andere wetgeving en gangbaar Nederlands zijn niet gedefinieerd. In de begripsomschrijving wordt ook verwezen naar bijlagen die bij de regels zijn gevoegd om te verduidelijken op welk gebied e.e.a. van toepassing is. Elburg vesting: De Elburger vesting is het oude historische gedeelte binnen de stadsgrachten met daarbij de stadwallen rondom de gracht. De historische havenkom is het oude haven waar in het verleden alle vissersvaartuigen gelegen waren. Dit gedeelte is in de kaart zichtbaar gemaakt en is als bijlage toegevoegd. De ambitie is dat de historische havenkom gevuld is met de monumentale vaartuigen om zo het ensemble van een museumhaven uit te stralen. Een gemeentelijk monument is een beschermd roerend of onroerend monument zoals panden, verdedigingswerken, varende monumenten, straten, wegen, pleinen, wateren, erfafscheidingen vallen en opgenomen is in de Monumentenlijst/ het Erfgoedregister. Varend monument (A lijst) (roerend monument): een vaartuig dat is aangewezen door het college van BenW op advies van de Commissie vaartuigen en de Beleidscommissie Monumentenzorg aan de hand van de toetsingscriteria. Deze vaartuigen zijn opgenomen in de Monumentenlijst/het Erfgoedregister van de gemeente Elburg.
Waardevol vaartuig (B lijst): een vaartuig dat is aangewezen door het college van BenW op advies van de Commissie vaartuigen en de Beleidscommissie Monumentenzorg aan de hand van de toetsingscriteria. Ook deze vaartuigen zijn opgenomen in de Monumentenlijst/het Erfgoedregister van de gemeente Elburg. Historische stoep: een historische stoep met waardevolle elementen, zoals zwart-witte keitjes, veldkeien, graniet, natuursteen en andere waardevolle materialen. Deze stoepen liggen binnen de vesting. Keitjesstoep: een keitjesstoep met keien ingelegde, decoratieve stoep, waarvan de keien met een cementemulsie aan elkaar zijn verlijmd, dat binnen de hoofdstraten binnen de Elburg vesting is gelegen. De keitjesstoep zijn in het algemeen opgebouwd uit zwart + witte kiezels die vaak het ambacht of
familienaam aangeeft van het pand waarvoor de stoep ligt. Deze stoep is opgenomen in de/het Monumentenlijst/Erfgoedregister. Zie Stratenkaart als bijlage toegevoegd. Historisch kerkpad: een historisch kerkpad is een pad die dienstdeden als voetpad voor mensen die naar de kerk gingen of door schoolkinderen die naar school liepen. Deze paden zijn als een beschermd monument aangewezen en zijn opgenomen in het Erfgoedregister. Restauratiewerkzaamheden: De werkzaamheden die bouwtechnische gebreken bij een roerend of onroerend monument verhelpen en noodzakelijk zijn voor de instandhouding van cultuurhistorische waarde van het monument. Denk aan de verbetering, herstel en restauratie aan constructies en monumentale/authentieke onderdelen die opgenomen kunnen zijn de redengevende omschrijving. Onderhoudswerkzaamheden: Deze werkzaamheden die nodig zijn om een roerend en onroerend monument wind- en waterdicht te houden en om het monument haar cultuurhistorische waarde in goede staat de houden. Daarnaast voorkomen deze onderhoudswerkzaamheden groot onderhoud aan het monument. Kosten: de kosten zijn door het college goedgekeurde bedragen van het project waarvoor subsidie wordt verstrekt. Deze kosten zijn inclusief de niet verrekenbare BTW. Project: het project is een nauwkeurige omschrijving van de werkzaamheden waarvoor de subsidie wordt aangevraagd.
Monumentenzorg: Monumentenzorg is gericht op het behoud én inspanning en het herstel en verbetering van een gemeentelijk monument.
Artikel 1.2 Doel Dit artikel spreekt voor zich. Zie eveneens de inleiding bij dit hoofdstuk.
Paragraaf 1.2. Compensatie liggelden varende monumenten en waardevolle vaartuigen Artikel 1.3 Activiteiten Dit artikel beschrijft de activiteiten waarvoor subsidie verkregen kan worden en wie deze subsidie aan kan vragen. Een particulier eigenaar, stichting, vereniging of een zakelijke gerechtigde van een varend monument (A-lijst) of een waardevol vaartuig (B-lijst) kan compensatiesubsidie aanvragen voor havengeld per kalenderjaar. De subsidie kan alleen verstrekt worden als het havengeld voor het liggen in de havenkom is of wordt betaald.
Artikel 1.4 Aanvragen -
Artikel 1.5 Hoogte van de subsidie Dit artikel spreekt voor zich.
Artikel 1.6 Verplichtingen Het vaartuig waarvoor de compensatiesubsidie wordt aangevraagd moet een periode van 6 aaneengesloten maanden gelegen hebben in de historische havenkom. Zie bijlage: Havenkaart.
Paragraaf 1.3 Historische kerkpaden en keitjesstoepen
Artikel 1.7 Activiteiten Historische kerkpaden Een particulier eigenaar of een zakelijke gerechtigde van een perceel waarop het pad is aangelegd kan subsidie aanvragen voor het onderhouden, herstellen en in standhouden van historische kerkpaden en zoals snoei- en maaiwerkzaamheden en herstel aan de paden. Maar ook het schilderwerk en herstellen van rotte houten delen van eventueel aanwezige hekwerken, afrasteringen, bruggen en bankjes. Deze kerkpaden zijn aangeduid in het Erfgoedregister van de gemeente Elburg. Historische stoepen Een particulier eigenaar of een zakelijke gerechtigde van een perceel waarop de stoep is aangelegd kan subsidie aanvragen voor het onderhouden, restaureren of herstellen van historische stoepen binnen de vesting. De stoepen zijn aangeduid in het Erfgoedregister van de gemeente Elburg.
Artikel 1.8 Doelgroep Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan de eigenaar of zakelijk gerechtigde van een historisch kerkpad binnen de gemeentegrenzen of een historische stoep binnen de vesting welke zijn opgenomen in het Erfgoedregister van de gemeente Elburg.
Artikel 1.9 Aanvraag Historische kerkpaden Bij de subsidieaanvraag voor werkzaamheden aan historische kerkpaden moeten de volgende gegevens aangeleverd worden: · Een kadastrale situatietekening (maximaal schaal 1:1000) waaruit de ligging van het perceel in de z’n omgeving duidelijk blijkt. Op de situatietekening moet duidelijk zijn aangegeven op welk perceel de aanvraag betrekking heeft; · Een werkomschrijving van de activiteiten die gedaan moeten worden zoals snoei- en maaiwerkzaamheden of onderhoud aan bijvoorbeeld hekwerken en afrasteringen. · De naam en adres van de aannemer(s) of diegene, die met het uitvoeren van de werkzaamheden is (zijn) belast.