Agendabundel
Tekst van het document
Historische stoepen Bij de subsidieaanvraag voor werkzaamheden aan historische stoepen moeten de volgende gegevens aangeleverd worden: · Op een situatietekening aangeven van de aan te passen stoep (met maatvoering); · Duidelijk foto’s of tekeningen van de bestaande situatie en van de gewenste situatie (na realisatie); · Kleurkeuze en materiaalgebruik; · Met betrekking tot de keitjesstoep zijn deze in het algemeen opgebouwd uit zwart + witte kiezels die vaak het ambacht of familienaam aangeeft van het pand waarvoor de stoep ligt. Uit de ingediende informatie moet in ieder geval duidelijk blijken, het ontwerp van de keitjesstoep, het toe te passen materiaal en omvang (gemiddelde korrelmaat) kiezels en de werkomschrijving van de keitjesstoep;
· Voor onderhoud en/of herstel aan een historische stoep het aantal m2 waarop het onderhoud en herstel betrekking heeft; · De naam en adres van de aannemer(s) of diegene, die met het uitvoeren van de werkzaamheden is (zijn) belast.
Artikel 1.10 Kosten die voor subsidie in aanmerking komen Historische kerkpaden De volgende kosten komen in aanmerking voor subsidie voor werkzaamheden aan een historisch kerkpad: · De kosten voor het snoeien van struiken en planten, voor het maaien van gras, voor herstel van de paden. · De kosten voor het schilderwerk en herstellen van rotte houten delen van eventueel aanwezige hekwerken, afrasteringen, bruggen en bankjes; De kosten die zijn gemaakt vóór de indiening van de subsidieaanvraag komen niet in aanmerking voor subsidie. Historische stoepen De volgende kosten komen in aanmerking voor subsidie voor werkzaamheden aan een historische stoep: · De kosten voor het verbetering en herstel van de fundering; · De kosten voor het herstellen en restauratie van de historische stoep · De kosten voor het herstellen en restauratie van aan een keitjesstoep bijvoorbeeld de rollaag, cement laag met keitjes/motief. · De kosten voor het opnieuw inwassen De kosten die zijn gemaakt vóór de indiening van de subsidieaanvraag komen niet in aanmerking voor subsidie.
Artikel 1.11 Hoogte van de subsidie Historische kerkpaden · De hoogte van de subsidie bedraagt 30% van de uitvoeringskosten van de herstelwerkzaamheden aan een kerkpad tot maximaal €6.000,-; · De hoogte van de subsidie voor het onderhouden en in standhouden van een kerkpad bedraagt €0,45 per strekkende meter tot maximaal van €2.500,- per kalenderjaar; Voor historische stoepen · De hoogte van de subsidie bedraagt 70% van de uitvoeringskosten van de werkzaamheden aan een historische stoep tot maximaal €250,- per vierkante meter.
Artikel 1.12 Weigeringsgronden De aanvraag wordt afgewezen als de werkzaamheden gestart zijn of al gereed zijn voordat de aanvraag voor deze betreffende werkzaamheden is ingediend en het college de beschikking heeft verleend.
De aanvraag wordt afgewezen als er voor de werkzaamheden vergunningen zijn vereist, maar deze niet zijn verleend.
Artikel 1.13 Verplichtingen De subsidieontvanger zal binnen 26 weken gestart zijn met de werkzaamheden nadat de subsidiebeschikking en de benodigde omgevingsvergunning is verleend. De werkzaamheden moeten zijn voltooid binnen één jaar na de verleende beschikking. Mochten de werkzaamheden vertraging oplopen kan de subsidieontvanger een verzoek indienen binnen 2 maanden na de verleende beschikking om de termijn met nog maximaal één jaar te verlengen. De werkzaamheden dienen te worden uitgevoerd volgens de “Uitvoeringsvoorschriften restauratie en onderhoud” van de gemeente Elburg. Alle rekeningen en betalingsbewijzen met betrekking tot de werkzaamheden dienen gedurende 5 jaar na het besluit tot subsidieverlening voor controle beschikbaar te blijven. De subsidieontvanger verleend toegang aan personen die controle uitvoeren en kan op verzoek de documenten die betrekking hebben op de werkzaamheden laten inzien.
Paragraaf 1.4 Onroerende en varende gemeentelijke monumenten Artikel 1.14 Activiteiten Een particulier eigenaar of een zakelijke gerechtigde kan subsidie aanvragen voor het opheffen van bouwtechnische gebreken, het onderhouden en het herstellen en in standhouden van varende en onroerende monumenten. Deze gemeentelijke monumenten zijn aangeduid in de Monumentenlijst-het Erfgoedregister van de gemeente Elburg.
Artikel 1.15 Doelgroep Onroerende monumenten Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan een eigenaar of zakelijk gerechtigde van een onroerend monument welke is opgenomen in het gemeentelijke Erfgoedregister; Varende monumenten De subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan een eigenaar zijnde een rechtspersoon van een varend monument welke is gelegen in de haven van de gemeente Elburg die zich volgens haar statuten en haar feitelijke werkzaamheden in zet voor het behoud en het herstel van het monument. De subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan een eigenaar of zakelijk gerechtigde (vereniging of een stichting) van een varend monument welke een ligplaatsvergunning heeft voor een vaste ligplaats in de havenkom van de gemeente. De subsidie wordt niet verstrekt aan een eigenaar of zakelijk gerechtigde van een waardevol vaartuig (B lijst) welke is opgenomen in het gemeentelijke erfgoedregister.
Artikel 1.16 De subsidieaanvraag Onroerende monumenten Bij de aanvraag voor een onroerend monument moeten de volgende gegevens worden toegevoegd.
· Een omschrijving van de werkzaamheden die per onderdeel moeten worden uitgevoerd. · Foto’s van betrokken onderdelen en van afzonderlijke gevels. · Naam en adres van de aannemer(s) of diegene, die met het uitvoeren van werkzaamheden is (zijn) belast. · Eventuele onderhoudsrapportages van externe deskundigen zoals bijvoorbeeld Monumentenwacht Gelderland. · Offertes van de werkzaamheden in overeenstemming met onderstaande kwalificaties: - Een offerte moet inzicht geven in loon- en materiaalkosten die voor de werkzaamheden benodigd zijn; - Materiaalkosten: hoeveelheid/eenheid, kosten per eenheid en totaalkosten;
- Loonkosten: hoeveelheid, verbruikseenheid, kosten per uur/eenheid en totaalkosten. Loonkosten is exclusief algemene kosten, winst en risico en BTW. Varende monumenten Bij de aanvraag voor een varend monument moeten de volgende gegevens worden toegevoegd. · Een omschrijving van de werkzaamheden die per onderdeel uitgevoerd moeten worden. · Foto’s van de historische/monumentale onderdelen waaraan werkzaamheden verricht gaan worden óf onderdelen die vervangen gaan worden. · Eventuele rapportages van externe deskundigen. · Naam en adres van de aannemer(s) of diegene, die met het uitvoeren van de werkzaamheden is (zijn) belast. · Offertes van de werkzaamheden in overeenstemming met onderstaande kwalificaties: - Een offerte moet inzicht geven in loon- en materiaalkosten die voor de werkzaamheden benodigd zijn; - Materiaalkosten: hoeveelheid/eenheid, kosten per eenheid en totaalkosten; - Loonkosten: hoeveelheid, verbruikseenheid, kosten/uur/eenheid en totaalkosten; Loonkosten is exclusief algemene kosten, winst en risico en BTW.
Artikel 1.17 Kosten die voor subsidie in aanmerking komen Onroerende monumenten De volgende kosten komen in aanmerking voor restauratie-subsidie: · Verbetering, herstel en restauratie van fundering, gevels en dragende muren, vloerenconstructies, kapconstructies, monumentale/authentieke onderdelen en overige constructieve delen voor zover deze zijn opgenomen in de redengevende beschrijving. Voor onderhoud-subsidie komen de volgende activiteiten komen in aanmerking: · buiten- (en daarmee samenhangend binnen) schilderwerk, voor zover het betreft de buitenramen, buitenkozijnen, boeidelen, luiken en stucwerk; · onderhoud van rieten daken (inclusief deklatten en het herstel van sporen);
· onderhoud van daken met pannen (inclusief tengels en panlatten), leien, lood, zink of koper en, uitsluitend in samenhang hiermee, het herstel van gedeelten van dakbeschot en sporen; · onderhoud van goten, in zink, koper of lood, inclusief bijbehorende hemelwaterafvoeren en het aanbrengen van voor de waterafvoer noodzakelijke goten waar deze niet eerder aanwezig waren, inclusief aansluitingen op riolering en open water; · onderhoud van buitenkozijnen, buitendeuren, raampartijen, luiken en herstel of terugplaatsen van stoepen, roedeverdeling, lijstwerk en luiken; · onderhoud van windveren, schoorstenen, kapellen en loodaansluitingen; · onderhoud van dak- of torenluiken en loopbruggen, inclusief het afgazen van torenluiken en het nemen van beperkende maatregelen tegen duivenoverlast; · inboeten, herstel van gedeelten van muurwerk en het opvoegen of pleisteren van gevels; · het op vervangen van kleine delen of inboeten van natuursteen; · behandelen van muur- of houtwerk ter regulering van de vochthuishouding, dan wel ter bestrijding van zwamaantasting of houtaantasters; · onderhoud van gedeelten van dragende constructies (ankergebinten, schoren en platen, balkkoppen en spantbenen); · onderhoud van glas-in-lood beglazing en aanbrengen van beschermende beglazing voor gebrandschilderd glas of historisch waardevol glas; · vervangen of herstel van overige bouwelementen van grote
zeldzaamheid of met grote historische waarde; · het plaatsen van achterzetbeglazing in samenhang met het herstel van historisch waardevolle ramen; · partieel herstel van voegwerk; · onderhoud van authentieke onderdelen en/of waardevolle interieur onderdelen, zoals de omschreven zijn in de redengevende beschrijving van het betreffende monument. Onder de subsidiabele kosten vallen ook de geraamde bedragen en door of namens het college goedgekeurde bedragen van: · de aanneemsom; · het honorarium van de architect en de constructeur, de kosten van het dagelijks toezicht; · de leges voor de omgevingsvergunning(en); · de verschuldigde BTW. De kosten die zijn gemaakt vóór de indiening van de subsidieaanvraag komen niet in aanmerking voor subsidie. De bedragen die door een verzekeraar zijn bekostigd komen niet in aanmerking voor subsidie.
Varende monumenten De volgende kosten komen in aanmerking voor subsidie:
· Verbetering, herstel en restauratie monumentale/authentieke onderdelen, zoals opgenomen in de redengevende omschrijving. · Vervanging van tuigage, zoals opgenomen in de redengevende omschrijving. Onder de subsidiabel kosten vallen ook de geraamde bedragen en door of namens het college goedgekeurde bedragen van: · de aanneemsom; · het honorarium van de architect en de constructeur, de kosten van het dagelijks toezicht; · de leges voor de omgevingsvergunning(en); · de verschuldigde BTW. De kosten die zijn gemaakt vóór de indiening van de subsidieaanvraag komen niet in aanmerking voor subsidie. Uitkeringen door een verzekeraar, ongeacht de aard van de verzekering, komen niet in aanmerking voor subsidie.
Artikel 1.18 Hoogte van de subsidie Onroerende monumenten · De hoogte van de subsidie voor onroerende monumenten bedraagt 30% van de subsidiabele kosten voor restauratiewerkzaamheden tot maximaal €10.000,-. · De hoogte van de subsidie voor onroerende monumenten bedraagt 20% van de subsidiabele kosten voor onderhoudswerkzaamheden tot maximaal €4.500,-. Deze gemeentelijke subsidie bedragen kunnen door het college verhoogd worden met subsidie (subsidieregeling instandhouden gemeentelijke monumenten) van de provincie Gelderland die aan de gemeente Elburg zijn verstrekt voor de werkzaamheden die zijn aangevraagd. Varende monumenten · De hoogte van de subsidie voor roerende monumenten (varende monumenten A lijst) bedraagt 30% van de subsidiabele kosten voor restauratiewerkzaamheden tot maximaal €10.000,-. · De hoogte van de subsidie voor roerende monumenten (varende monumenten A lijst) bedraagt 20% van de subsidiabele kosten voor onderhoudswerkzaamheden tot maximaal €4.500,-. Deze gemeentelijke subsidie voor varende monumenten kunnen niet verhoogd worden met subsidie van de provincie Gelderland.
Artikel 1.19 Weigeringsgronden De aanvraag wordt afgewezen door het college als er met de werkzaamheden is gestart of deze al gereed zijn voordat de aanvraag voor deze betreffende werkzaamheden is ingediend en het college de beschikking heeft verleend. De aanvraag wordt afgewezen door het college als door de werkzaamheden uitgevoerd worden waardoor de monumentale waarde wordt aangetast en niet voldoet aan de eisen van monumentenzorg.
De aanvraag wordt afgewezen als de kosten niet in verhouding zijn om het kwaliteitsniveau en de waarde van het monument niet wordt bereikt. De aanvraag wordt afgewezen als er voor de werkzaamheden er geen omgevingsvergunning wordt verleend door het college. De aanvraag wordt afgewezen als de offerte met de werkzaamheden minder bedraagt dan €750,- inclusief BTW. Wel wordt er subsidie verleend als er met spoed werkzaamheden moeten worden uitgevoerd voor het voor het verhelpen van bouwtechnische gebreken en het in standhouden van monumentale onderdelen die nodig zijn om aantasting de monumentale waarde te voorkomen en te voldoen aan de eisen monumentale eisen.
Artikel 1.20 Verplichtingen De subsidieontvanger zal binnen 26 weken gestart zijn met de werkzaamheden nadat de subsidiebeschikking en de benodigde omgevingsvergunning is verleend. De werkzaamheden moeten zijn voltooid binnen één jaar na de verleende beschikking. Mochten de werkzaamheden vertraging oplopen kan de subsidieontvanger een verzoek indienen binnen 2 maanden na de verleende beschikking om het termijn met nog één jaar te verlengen. De werkzaamheden dienen te worden uitgevoerd volgens de “Uitvoeringsvoorschriften restauratie en onderhoud” van de gemeente Elburg. Alle rekeningen en betalingsbewijzen met betrekking tot de werkzaamheden dienen gedurende 5 jaar na de verleende beschikking voor controle beschikbaar te blijven. De subsidieontvanger verleend toegang aan personen die controle uitvoeren en kan op verzoek de documenten die betrekking hebben op de werkzaamheden laten inzien.
Hoofdstuk 2. Gewoon gemak Deze regels dienen ertoe om ouderen langer veilig thuis te laten wonen op een leeftijdsvriendelijke manier. Dit komt voort uit het Ouderenprogramma Vitaal en waardig oud worden in Elburg, d.d. 13 februari 2024.
Artikel 2.1 Activiteiten De subsidieregeling Gewoon gemak is een regionaal opgestelde regeling. Het doel is dat oudere inwoners preventief woningaanpassingen realiseren, die ze zelf organiseren en aanschaffen. Zodat men langer in de thuissituatie blijft wonen met het gemak en comfort van geschikte woonvoorzieningen. Het betreft met name woonvoorzieningen die nagelvast aan de woning vastzitten. De gemeente stelt een subsidie beschikbaar van 30 % van de aanschafkosten en kosten van het aanbrengen. Er kan subsidie ontvangen worden van maximaal € 500 per woning per kalenderjaar.
Artikel 2.2 Nadere eisen In dit artikel wordt aangegeven welke wettelijke of overige bepalingen van invloed zijn op de subsidieverstrekking.
Artikel 2.3 Doelgroep In dit artikel wordt aangegeven wie voor de subsidie in aanmerking kan komen. Voor mensen jonger dan 55 jaar met een beperking is lid 2.3.2 toegevoegd, zodat er minder gebruik gemaakt wordt van de hardheidsclausule.
Artikel 2.4. Kosten die voor subsidie in aanmerking komen In dit artikel wordt aangegeven wie voor de subsidie in aanmerking kan komen. Tevens staat hierin beschreven welke levensloopbestendige hulpmiddelen in aanmerking komen voor subsidie.
Artikel 2.5 Hoogte subsidie De subsidie bedraagt 30% van de subsidiabele kosten, met een maximum van € 500,-- per woning per kalenderjaar.
Artikel 2.6 Aanvraag In dit artikel is vastgelegd wanneer en hoe de subsidie moet worden aangevraagd. Er is gekozen voor een aanvraag achteraf, zodat de bewijsdocumenten gelijktijdig bij de aanvraag ingediend kunnen worden. En het ook zeker is dat de kosten zijn gemaakt.
Hoofdstuk 3. Kinderopvang Paragraaf 3.1 Algemeen De gemeente Elburg wil kinderen goed voorbereid naar school laten gaan. Ouders -ongeacht hun inkomenspositie- kunnen kiezen uit alle in Elburg LRK-geregistreerde kinderopvang locaties of gastouders. Voor ouders die geen of gedeeltelijk gebruik kunnen maken van kinderopvangtoeslag, is het mogelijk om een verzoek te doen om aanspraak te maken op een gesubsidieerde kindplek. In het geval er sprake is van achterstanden of bijzondere situaties is extra kinderopvang mogelijk, zodat opgelopen achterstanden zoveel als mogelijk worden aangepakt en zware vormen van jeugdhulp vroegtijdig kunnen worden voorkomen. Dit hoofdstuk heeft het doel om: -
Ouders met een overzichtelijke regeling te ondersteunen bij de financiële kant van de kinderopvang, en;
-
Kinderopvangorganisaties op een overzichtelijke en objectieve manier te subsidiëren betreffende peuteropvang voor ouders zonder kinderopvangtoeslag en het aanbod van voorschoolse educatie.
Aanleiding Wanneer ouders gebruik willen maken van kinderopvang, dan kunnen zij in beginsel vanuit de Wet Kinderopvang (Wko) aanspraak maken op kinderopvangtoeslag. De kinderopvangtoeslag is een landelijke regeling en wordt vanuit het Rijk gefinancierd. Om voor kinderopvangtoeslag in aanmerking te komen dienen ouders aan een aantal criteria te voldoen. De Belastingdienst (onderdeel Toeslagen) beoordeelt of er recht is op kinderopvangtoeslag en keert deze toeslag uit. Wanneer ouders niet aan deze criteria voldoen, maar toch een tegemoetkoming nodig hebben in de kosten van kinderopvang, kunnen zij een beroep doen op de gemeente. De gemeente Elburg kent op dit moment verschillende regelingen die een tegemoetkoming geven in de kosten van kinderopvang. Daarbij gaat het om de volgende regelingen: 1.
Peuteropvang voor peuters (kinderen van 2 tot 4 jaar) waarvan ouders geen kinderopvangtoeslag ontvangen;
2.
Voorschoolse Educatie (VE) voor kinderen met een risico op onderwijsachterstand (voor kinderen van 2 tot 4 jaar);
3.
Sociaal Medische Indicatie (SMI) voor ouders en/of kinderen met een sociaal medische indicatie (voor kinderen van 0 tot 13 jaar);
4.
Kinderopvang bij re-integratie naar werk in het kader van de Participatiewet (Re-integratieverordening) of bij het volgen van een studie of inburgeringstraject (voor kinderen van 0 tot 13 jaar). Daarbij zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd:
1.
Kind staat centraal;
2.
Kind moet zich zover als mogelijk zonder achterstanden kunnen ontwikkelen;
3.
Gelijkluidend criterium m.b.t. vergoeding van de regeling door de gemeente;
4.
Werk voorop;
5.
Heldere toegang.
Doel De gemeente Elburg wil kinderen goed voorbereid naar school laten gaan. Ouders -ongeacht hun inkomenspositie- kunnen kiezen uit alle in Elburg LRK-geregistreerde kinderopvang locaties of gastouders. Voor ouders die geen of gedeeltelijk gebruik kunnen maken van kinderopvangtoeslag, is het
mogelijk om een verzoek te doen om aanspraak te maken op een gesubsidieerde kindplek. In het geval er sprake is van achterstanden of bijzondere situaties is extra kinderopvang mogelijk, zodat opgelopen achterstanden zoveel als mogelijk worden aangepakt en zware vormen van jeugdhulp vroegtijdig kunnen worden voorkomen. Maatwerk In de afgelopen jaren is in de praktijk gebleken dat een mix van regels een belemmerende werking kan hebben, waarbij het belang van het kind niet altijd voorop stond. Uitgangspunt is één kind, één gezin, één plan. Voorkomen moet worden dat een kind als gevolg van conflicterende regelgeving niet geholpen wordt of dat de problematiek in het gezin daardoor zelfs toeneemt. Om de bovengenoemde uitgangspunten te realiseren is het van belang dat maatwerk mogelijk is in bijzondere gevallen en dat ondersteuning snel en dichtbij kan plaatsvinden zonder tussenkomst van extra loketten. In de praktijk kan het gaan om: 1.
Extra uren kinderopvang SMI vanwege een crisissituatie (voorkomen inzet jeugdhulp);
2.
Extra uren kinderopvang als ouders in een schuldregeling zitten en het niet kunnen aangaan van een contract met het kindcentrum een belemmering is voor het verkrijgen en behouden van betaalde arbeid.
Artikelsgewijze toelichting Artikel 3.1 Begripsbepalingen In deze paragraaf worden begrippen uit het hoofdstuk Kinderopvang nader toegelicht en geduid.
Paragraaf 3.2 Tegemoetkoming re-integratie en studie Artikel 3.2 Doel Om als studerende ouders voor de tegemoetkoming van de eigen bijdrage van kinderopvang in aanmerking te komen, moet het gaan om een noodzakelijke studie. De studie dient noodzakelijk te zijn voor het vinden van algemeen geaccepteerde arbeid en plaats te vinden via een gecertificeerde onderwijsinstelling.
Artikel 3.3 Voorwaarden De SMI en vergoeding van de ouderbijdrage bij re-integratie / studie wordt aan de ouder(s) na een desbetreffende aanvraag beschikt als zij conform de regelgeving hiervoor in aanmerking komen. De betaling van de tegemoetkoming gebeurt aan de ouders, of op verzoek van de ouders, rechtstreeks aan het kindcentrum waar de kinderopvang plaats vindt. De vergoeding van de kosten van kinderopvang (na aftrek van toeslagen, zoals bijvoorbeeld de kinderopvangtoeslag) in het kader van SMI en bij kinderopvang in het kader van re-integratie / studie wordt aan de ouder(s) na een desbetreffende aanvraag beschikt als zij conform de regelgeving hiervoor in aanmerking komen. De betaling van de tegemoetkoming gebeurt aan de ouders, of op verzoek van de ouders, rechtstreeks aan het kindcentrum waar de kinderopvang plaats vindt.
Artikel 3.4 Aanvraag tegemoetkoming door ouder In afwijking van artikel 8 ASV, worden bij deze aanvraag vooral een beschikking van de kinderopvangtoeslag van de Belastingdienst. En uiteraard ook gegevens over de re-integratie of studie, om vast te kunnen stellen of het om een doelgroepouder gaat.
Artikel 3.5 Duur tegemoetkoming Kinderopvang is maximaal 52 weken per jaar mogelijk. De kinderopvang werkt ook met dit wekenaantal. Wanneer er in een jaar een (gedeeltelijke) 53e week is, wordt dat als maximum gehanteerd. Ook die uren worden dus vergoed. Kosten die zijn gemaakt, worden ook vergoed.
Artikel 3.6 Hoogte tegemoetkoming De hoogte van de tegemoetkoming wordt bepaald door het verschil tussen de kinderopvangtoeslag en de kosten van de kinderopvang op basis van het landelijk maximum uurtarief.
Artikel 3.7 Weigeringsgronden We werken volgens de bedoeling. Als er al een structuur of voorziening aanwezig is die voorziet in de kinderopvang, dan is dat een voorliggende voorziening en wordt dit zoveel mogelijk voortgezet. Indien noodzakelijk kan er een aanvullende voorziening toegekend worden in lijn met de voorziening die er al is op basis van deze nadere regels.
Paragraaf 3.3 Tegemoetkoming SMI Artikel 3.8 Doel Deze paragraaf is opgenomen om het mogelijk te maken dat er kinderopvang wordt ingezet als oplossing bij sociale en/of medische gronden die òf in de ouder òf het kind tot 13 jaar gelegen zijn.
Artikel 3.9 Voorwaarden Er moet noodzaak zijn tot kinderopvang en ook nog voldaan worden aan de andere voorwaarden die in lid 2 staan. Ouders melden zich bij het college (de gemeente) met een probleem (al dan niet doorverwezen door een maatschappelijke partner). De vertegenwoordigers van het college bespreken dan met ouders of het SMI kan zijn en welke problematiek er is en welke onafhankelijke instantie hierover kan adviseren en ook een plan van aanpak kan maken en monitoren. Dat kunnen al naar gelang de situatie in het gezin verschillende onafhankelijke instanties zijn. Het plan van aanpak voor de SMI wordt gemaakt onder casusregie van het CJG. De noodzaak en doelen van SMI moeten daarin beschreven zijn, evenals de evaluatie/heronderzoek van de ingezette SMI. Een evaluatie(periode) van de situatie dient vastgelegd te worden in het advies/plan van aanpak. Bij de onafhankelijke adviserende instantie kan het bijvoorbeeld gaan om een begeleidende instantie die geïndiceerd is vanuit Wmo of Jeugdwet. Maar ook een maatschappelijk werker of professionele begeleider van het gezin kan een onafhankelijke adviserende instantie zijn binnen de kaders van deze paragraaf.
Artikel 3.10 Aanvraag tegemoetkoming In afwijking van artikel 8 ASV, worden bij deze aanvraag vooral inkomens- en vermogensgegevens opgevraagd en een beschikking van de kinderopvangtoeslag van de Belastingdienst.
Artikel 3.11 Duur tegemoetkoming Kinderopvang is maximaal 52 weken per jaar mogelijk. De kinderopvang werkt ook met dit wekenaantal. Wanneer er in een jaar een (gedeeltelijke) 53e week is, wordt dat als maximum gehanteerd. Ook die uren worden dus wel gewoon vergoed. Dit pakken we pragmatisch aan. Kosten die zijn gemaakt, worden ook vergoed.
Artikel 3.12 Hoogte tegemoetkoming De hoogte van de tegemoetkoming wordt bepaald door het aantal aangevraagde uren vermenigvuldigd met het landelijk maximum uurtarief. Bij SMI komt het niet vaak voor dat er ook recht is op kinderopvangtoeslag. Maar als dat er wel is, komen alleen de kosten van het landelijk maximum uurtarief die na aftrek van de toeslag overblijven, voor vergoeding in aanmerking.
Artikel 3.13 Weigeringsgronden We werken volgens de bedoeling. Als er al een structuur of voorziening aanwezig is die voorziet in de kinderopvang, dan is dat een voorliggende voorziening en wordt dit zoveel mogelijk voortgezet. Indien noodzakelijk kan er een aanvullende voorziening toegekend worden in lijn met de voorziening die er al is op basis van deze nadere regels.
Paragraaf 3.4: Subsidie aan houders voor peuteropvang en Voorschoolse Educatie (VE) Artikel 3.14 Doel De gemeente Elburg wil kinderen goed voorbereid naar school laten gaan. Ouders -ongeacht hun inkomenspositie- kunnen kiezen uit alle in Elburg LRK-geregistreerde kinderopvang locaties of gastouders. Voor ouders die geen gebruik kunnen maken van kinderopvangtoeslag, is het voor kinderopvangorganisaties mogelijk om een verzoek te doen op een gesubsidieerde kindplek. Dit kan via de kinderopvangorganisatie en heeft betrekking op de reguliere peuteropvang en de voorschoolse educatie (VE). Voor- en vroegschoolse eductie (VVE) wordt hier opgevat als het aanbieden van een speciaal, doelgericht ontwikkelingsstimulerend programma aan doelgroeppeuters (2 tot 4 jaar) en doelgroepkleuters (groepen 1 en 2 van het basisonderwijs). Dit zijn kinderen die een risico lopen op (beginnende) onderwijsachterstanden op grond van minder gunstige sociale, culturele en economische thuisomstandigheden. De bedoeling van VVE is het bieden van extra ontwikkelkansen voor doelgroepkinderen, maar ook niet-doelgroepkinderen kunnen profiteren van VVE. De VVE-activiteiten zijn gericht op het stimuleren van de ontwikkeling van kinderen op het gebied van rekenen, taal, motoriek en sociaal-emotionele ontwikkeling. Er wordt gewerkt aan ontwikkeldoelen waarbij de voortgang wordt gevolgd.
Zodra de doelgroeppeuter uitstroomt naar het basisonderwijs kan het, wanneer nodig, daar gebruik blijven maken van het VVEprogramma (vroegschoolse educatie) tot groep 3.
Artikel 3.15 Voorwaarden Deze subsidie is aan te vragen door de kinderopvangorganisaties. Zij handelen de financiën af met de ouders. Gemeente Elburg stelt enkele voorwaarden aan het aanvragen van de subsidie. Bijvoorbeeld dat houders voor een VE-plek 16 uur per week, per peuter dienen aan te bieden. De Wet Kinderopvang schrijft dit voor. Er is geen afnameplicht van 16 uur door ouders, maar de houder wordt gevraagd om ouders maximaal te stimuleren hier gebruik van te maken. Dit omdat is bewezen dat het VVE-aanbod dan effectief is. Er wordt gebruik gemaakt van het digitale systeem de Peutermonitor om systematisch management- en sturingsinformatie te genereren over het (non)bereik van peuters op dorp/wijk, organisatie en/of locatieniveau. Houders zijn verplicht om gebruik te maken van deze monitor zodat er inzicht is in het (non)bereik (VE) peuters en de financiën van deze subsidieregeling. Daarnaast dienen de houders deel te nemen aan de overleggen van de gemeente waarbij de kinderopvang een belangrijke partij is. Denk hierbij aan overleggen om de verbinding met het CJG, het onderwijs en welzijn te borgen, zoals het programma Jeugd, Elburg, Samenwerken (JES).
Artikel 3.16 Subsidieaanvraag en aanvraagtermijn VE wordt bekostigd vanuit het gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid en in de praktijk verzorgd door de kinderopvang (voorschoolse educatie) en basisscholen (vroegschoolse educatie) die samenwerken in een doorgaande lijn. De Rijksoverheid geeft gemeenten geld voor voorschoolse educatie in de kinderopvang en het basisonderwijs geld voor de vroegschoolse educatie. Deze subsidieregeling heeft daarom alleen betrekking op houders in de kinderopvang. Houders kunnen via de website van gemeente Elburg een subsidieaanvraag indienen. Voor deze subsidieregeling geldt een aanvraagformulier. Deze dient als bijlage bij de subsidieaanvraag. Het ingevulde aanvraagformulier geeft een schatting van de hoogte van de subsidie.
Artikel 3.17 Subsidieverlening De houder toetst of een peuter in aanmerking komt voor de subsidieregeling. De benodigde informatie uit lid 1 t/m 4 is alleen beschikbaar voor de houder en wordt niet gedeeld met de gemeente.
Artikel 3.18 Bevoorschotting houder Dit artikel behoeft geen toelichting.
Artikel 3.19 Weigeringsgronden aanvraag houder Dit artikel behoeft geen toelichting.
Artikel 3.20 Hoogte van de subsidie aan de houder De gemeente heeft eind 2021 de tarieven vastgesteld n.a.v. een kostprijsonderzoek. Jaarlijks worden deze tarieven geïndexeerd volgens de genoemde index in dit artikel. Houders ontvangen jaarlijks via het aanvraagformulier van de subsidie het (voorlopige) tarief voor het jaar waarop de subsidie betrekking heeft. De gemeente kan een nieuw kostprijsonderzoek uitvoeren als daar behoefte aan is. De houder wordt hiervan op de hoogte gebracht en actief bij betrokken.
De gemeente subsidieert maximaal het landelijk vastgestelde uurtarief, maar de houder bepaalt zelf welk uurtarief zij uiteindelijk hanteren richting de ouders. Als de houder een lager uurtarief hanteert dan het landelijke maximum uurtarief, dan dienen zij dit aan te geven bij de gemeente. De gemeente subsidieert dan de hoogte van dat uurtarief.
Artikel 3.21 Verantwoording en vaststelling voor de houder De houder dient tenminste de genoemde data aan te leveren bij Innovatie nul13 om de Peutermonitor om de dashboards in te vullen. Daarbij levert zij o.a. het verzamelinkomen van ouders aan zodat de Peutermonitor de ouderbijdrage kan berekenen. Naast de houder leveren ook het CJG (JGZ) en de gemeente (BRP) data aan de Peutermonitor. De Peutermonitor verzamelt, controleert en valideert deze data en maakt er overzichtelijke dashboards en kwartaalrapportages van. Met deze informatie is er grip op het (non)bereik, het geeft handvatten voor bijsturing van beleid en vereenvoudigt het aanvragen en verantwoorden van subsidie. Bij de vaststelling dient de houder een verantwoording in op basis van de overzichten uit de Peutermonitor. Als hieruit blijkt dat de subsidie lager dan wel hoger uit is gevallen, wordt dit achteraf verrekend. De houder ontvangt daarvoor een vaststellingsbeschikking met een terugvordering of een bijbetaling.
Hoofdstuk 4. Wijkontmoetingscentra Een wijkontmoetingscentrum biedt aan inwoners uit de wijk een plek om elkaar te ontmoeten, samen koffie te drinken en activiteiten te doen. Het is laagdrempelig opgezet en zonder indicaties, waardoor alle inwoners en hun mantelzorgers welkom zijn. De ontmoetingsplek kenmerkt zich door een diversiteit aan activiteiten, een open inloop en inzet van vrijwilligers. Inwoners en hun mantelzorgers voelen zich er thuis, ontmoeten elkaar en kunnen blijven meedoen in de samenleving. Het past goed onder het Ouderenprogramma Vitaal en waardig oud worden in Elburg.
Artikel 4.1 Definities In dit artikel worden begrippen omschreven die in de subsidieregeling staan.
Artikel 4.2 Doel Algemene omschrijving van het doel, zie ook inleiding op dit hoofdstuk.
Artikel 4.3 Activiteiten In dit artikel wordt aangegeven dat subsidie alleen verstrekt wordt als er sprake is van een wijkontmoetingscentrum en dat is niet vergelijkbaar met het bieden van dagbesteding Wmo.
Artikel 4.4 Doelgroep In dit artikel staan de kenmerken beschreven van de aanvrager en van het doel waaraan subsidie verleend kan worden.
Artikel 4.5 Aanvragen Dit artikel behoeft geen verdere toelichting.
Artikel 4.6 Kosten die voor subsidie in aanmerking komen In dit artikel staat beschreven dat de subsidie aanvullend bedoeld is om de activiteiten te realiseren en niet andersom.
Artikel 4.7 Hoogte van de subsidie In dit artikel staat beschreven dat jaarlijks het totale bedrag voor de functies van de wijkontmoetingscentra vaststaat in de begroting. De totale hoogte van de aanvragen kan het beschikbare budget niet overschrijden. Elke WOC dient een aanvraag in. Vervolgens wordt in de werkgroep WOC besproken hoe het totale subsidieplafond te verdelen. Daarover brengt de werkgroep WOC een advies uit aan de gemeente. Hierbij wordt zij ondersteund door een ambtelijk betrokkene. De toekenning van de subsidie vindt plaats conform de ASV en daarbij staat buiten twijfel dat het college van burgemeester en wethouders hiertoe bevoegd is.
Hoofdstuk 5. Stimulering klimaatmaatregelen Noord-Veluwe Paragraaf 5.1 Algemene bepalingen Door klimaatverandering neemt de kans op hittestress, droogte en wateroverlast toe. Dat levert risico’s op voor de gezondheid, veiligheid en economie. De gemeenten en het waterschap op de Noord-Veluwe willen voorbereid zijn op de nieuwe extreme weersomstandigheden. Daarvoor zijn maatregelen nodig in de publieke ruimte en op privaat terrein. De genoemde overheidspartijen willen samen met maatschappelijke organisaties, inwoners, de benodigde aanpassingen doorvoeren. De stimuleringsregeling is de uitwerking van een ambitie genoemd in het beleidsplan water en riolering. Doel van de stimuleringsregeling: de Noord-Veluwse gemeenten en Waterschap Vallei & Veluwe willen inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties stimuleren om zelf klimaatmaatregelen te treffen op hun eigen percelen. Beoogd wordt met een specifieke subsidieregeling initiatiefnemers financieel te steunen.
Artikel 5.1 Begripsomschrijvingen In dit artikel staan de begripsomschrijving. Het doel van een begripsomschrijving is om een eenduidige basis te bieden.
Artikel 5.3 Doel subsidie Doel van de stimuleringsregeling: de Noord-Veluwse gemeenten en Waterschap Vallei & Veluwe willen inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties stimuleren om zelf klimaatmaatregelen te treffen op hun eigen percelen. Beoogd wordt met een specifieke subsidieregeling initiatiefnemers financieel te steunen.
Artikel 5.4 Subsidiabele activiteiten Bij het opstellen van de regeling is gekeken naar het effect van de maatregel op de gestelde klimaatdoelen. De effectiefste maatregel wordt het best beloond. Een uitzondering hierop is de regenton. De maatregel is in Elburg vanuit een bestaande regeling 1 op 1 overgenomen.
Artikel 5.5 Subsidieplafond en verdeelregels Artikel 5.6 Algemene voorwaarden en verplichtingen Artikel 5.7 Aanvraag In dit artikel wordt aangegeven hoe de aanvraag moet worden ingediend. Het uitgangspunt is de regeling eenvoudig te houden en daarbij de aanvrager niet met te veel administratie te belasten. Dit is mogelijk om dat het vaak om relatief kleine bedragen gaat. Het formulier is beschikbaar via de uitvoeringsorganisatie of fysiek bij de balie in het gemeentehuis. De beoordeling van de aanvraag vindt plaats op basis van foto's voor, tijdens en na de aanleg van de maatregel.
Artikel 5.8 Beslissing op aanvraag Dit artikel geeft duidelijkheid aan de aanvrager binnen welke termijnen een beslissing verwacht kan worden op de aanvraag.