Agendabundel
Tekst van het document
In de praktijk worden de normen soepeler gehanteerd dan bij een burgerwoning het geval is. Wel dient te worden getoetst aan de wettelijke luchtkwaliteiseisen.De versoepelde normen gelden niet voor omliggende bedrijven. Hierbij wordt onder een landbouwinrichting verstaan: inrichting waar uitsluitend of in hoofdzaak agrarische activiteiten, zijnde het telen of kweken van landbouwgewassen of het fokken, mesten, houden of verhandelen van landbouwhuisdieren, dan wel activiteiten die daarmee verband houden worden verricht. In relatie tot de plattelandswoning is het Activiteitenbesluit milieubeheer op 1 maart 2014 als volgt gewijzigd: Artikel 1.1, eerste lid Aan de begripsomschrijving van ‘agrarische activiteiten’ wordt voor de puntkomma aan het slot toegevoegd: , daaronder mede begrepen agrarisch gemechaniseerd loonwerk zoals het uitvoeren van cultuurtechnische werken, mestdistributie, grondverzet of soortgelijke dienstverlening. Volgens de Toelichting, onderdeel A1 worden hieronder ook loonbedrijven, grondverzetbedrijven, bedrijven die gewassen opslaan of bewerken, plantsoendiensten en hoveniersbedrijven begrepen. Door de begripsomschrijving van agrarische activiteiten aan te vullen wordt duidelijk dat inrichtingen die deel uitmaken van een bedrijf waar agrarisch gemechaniseerd loonwerk wordt verricht, evenals
4
inrichtingen die deel uitmaken van een akkerbouwbedrijf of veehouderijbedrijf, behoren tot de inrichtingen die bedoeld zijn in artikel 2.17, vijfde lid. Artikel 1.3c Een bedrijfswoning, behorend tot of voorheen behorend tot een inrichting waar uitsluitend of in hoofdzaak agrarische activiteiten dan wel activiteiten die daarmee verband houden worden verricht, die op grond van het bestemmingsplan, de beheersverordening of, indien met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, van de Wabo van het bestemmingsplan of de beheersverordening is afgeweken, de omgevingsvergunning door een derde bewoond mag worden, wordt met betrekking tot die inrichting voor de toepassing van het bij of krachtens dit besluit bepaalde beschouwd als onderdeel van die inrichting. Volgens de toelichting, onderdeel D van het Activiteitenbesluit wordt nu ook, in aansluiting op de wettelijke voorziening van de Wet plattelandswoningen die op 1 januari 2013 in werking is getreden, voor inrichtingen die onder het Activiteitenbesluit vallen geregeld dat een voormalige agrarische bedrijfswoning die bij de inrichting hoorde kan worden bestemd tot plattelandswoning. 3.2 Toetsing beleidskader De gronden zijn bestemd voor de uitoefening van een agrarisch hulpbedrijf’. Op de locatie is conform de bestemming een agrarisch loonbedrijf gevestigd.
Deze activiteit valt onder de begripsomschrijving van agrarische activiteiten en daarmee onder een landbouwinrichting. Derhalve kan gebruik gemaakt worden van de mogelijkheid tot omzetten van de bedrijfswoning naar plattelandswoning. In hoofdstuk 5 is aangetoond dat ter plaatse van de plattelandswoning kan worden voorzien in een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Derhalve is het plan niet in strijd met de Wet plattelandswoningen. 4 Afwijkingsbevoegdheid bestemmingsplan Zoals in hoofdstuk 3 aangetoond is het mogelijk om ook bedrijfswoningen bij agrarisch-verwante bedrijven aan te duiden als plattelandswoning. Deze mogelijkheid is echter niet overgenomen in het bestemmingsplan. In het bestemmingsplan is wel een algemene afwijkingsregel opgenomen voor plattelandswoningen, maar dan enkel binnen de bestemming ‘Agrarisch’ of ‘Agrarisch met waarden’. Al hoewel geen direct gebruik kan worden gemaakt van dit artikel, biedt het artikel wel aanknopingspunten om medewerking te verlenen aan het plan. Onderstaand wordt daarom het artikel weergegeven en getoetst voor onderhavig plan. Artikel 42.3 Plattelandswoning Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het plan ten behoeve van het gebruik van een bedrijfswoning als plattelandswoning, met dien verstande, dat a. Er sprake is van een legale agrarische bedrijfswoning binnen de bestemmingen ‘Agrarisch’ en ‘Agrarisch met waarden’; b.
Er een daadwerkelijk functionerend agrarisch bedrijf aanwezig is binnen hetzelfde agrarisch bouwvlak hetzij als zelfstandig bedrijf hetzij als onderdeel van een ander agrarisch bedrijf;
5
c. d.
e. f. g. h. i.
Er wordt aangetoond, dat het gebruik van de agrarische bedrijfswoning ten behoeve van de bedrijfsvoering van het bijbehorende bedrijf niet meer nodig is; Alle betrokken partijen zijn geïnformeerd over het voornemen tot aanwijzing van de plattelandswoning, blijkende uit een door betrokken partijen ondertekende verklaring of een aan deze partijen gerichte kennisgeving van de aanvrager, die als bijlage bij het verzoek en de onderbouwing wordt gevoegd; Er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat, passend bij de plattelandswoning Geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het landschappelijk erfbebouwingsbeeld, de verkeersveiligheid en de milieusituatie, voorzover niet vallende onder het bepaalde in sub e; Geen onevenredige aantasting plaatsvindt van in de omgeving aanwezige functies en waarden; Geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden Er gebruik wordt gemaakt van de bestaande inritten tenzij de noodzaak bestaat om de plattelandswoning apart te ontsluiten, waarbij een afweging plaats vindt van de belangen van de verkeersveiligheid en van een goed woon- en leefklimaat.
Op deze voorwaarden kan voor onderhavig plan als volgt worden gereageerd: Ad a. Ad b. Ad c. Ad d.
Ad e. Ad f. Ad g. Ad h.
Ad i
De bedrijfswoning is legaal aanwezig. Zoals aangegeven betreft het in dit geval de bestemming ‘Bedrijf’ en dient daarom buitenplans van het bestemmingsplan te worden afgeweken; Er is een daadwerkelijk functionerend agrarisch loonbedrijf aanwezig. Deze is middels een koppelteken verbonden aan het bestemmingsvlak van de Grevensweg 15A; Het bedrijf is gelegen aan de overzijde van de weg. Hier is binnen het bestemmingsvlak ook een bedrijfswoning aanwezig. Vanuit deze woning is er voldoende toezicht op het bedrijf. Alle betrokken partijen zijn geïnformeerd over het voornemen tot aanwijzing van de plattelandswoning en hebben op 13 maart 2023 een verklaring ondertekend. Deze is opgenomen als bijlage bij de aanvraag; In hoofdstuk 5 is aangetoond dat er ter plaatse van de bedrijfswoning / plattelandswoning sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat, passend bij een plattelandswoning; De inrichting van het perceel blijft onveranderd. Er vindt derhalve geen onevenredige afbreuk plaats van het landschappelijk erfbebouwingsbeeld, de verkeersveiligheid en de milieusituatie; De inrichting van het perceel blijft onveranderd. Er vindt derhalve geen onevenredige afbreuk plaats van in de omgeving aanwezige functies en waarden. De woning wordt ten opzichte van omliggende bedrijven een gevoelig object.
In hoofdstuk 5 is echter aangetoond dat door de aanduiding plattelandswoning de belangen van deze bedrijven niet onevenredig worden aangetast. Er wordt gebruik gemaakt van de bestaande inrit.
Uit voorgaande blijkt dat kan worden voldaan aan alle voorwaarden die het bevoegd gezag stelt bij het toestaan van een plattelandswoning. Het plan sluit derhalve aan bij de mogelijkheden uit het bestemmingsplan.
6
5
Milieuaspecten
5.1 Milieuzonering In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het noodzakelijk dat bij ontwikkelingen kan worden aangetoond dat omliggende bedrijven niet onevenredig in hun bedrijfsontwikkelingsmogelijkheden worden aangetast en dat kan worden voorzien in een goed woon- en leefklimaat. Middels milieuzonering kan hierover een uitspraak worden gedaan. Voor het aspect zonering tussen milieubelastende activiteiten en gevoelige functies wordt de VNG brochure “Bedrijven en milieuzonering” editie 2009 gebruikt. De brochure is bedoeld als hulpmiddel. Als gevolg van jurisprudentie heeft de publicatie bijna de status van “pseudowetgeving” gekregen waarvan slechts gemotiveerd kan worden afgeweken. Het uitgangspunt in de nieuwe versie is gemotiveerd toepassen, met als doel te komen tot maatwerk op lokaal niveau. De brochure is toe te passen voor plannen en voor het toetsen van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. De gewenste afstand tussen een bedrijfsactiviteit en woningen wordt mede bepaald door het type gebied waarin de gevoelige functie zich bevindt. Conform de VNG-publicatie worden daarbij omgevingstypen onderscheiden die zijn gebaseerd op functiescheiding: rustige woonwijk en gebieden die zijn gebaseerd op functiemenging: gemengd gebied. De afstanden genoemd in de VNG-publicatie zijn gebaseerd op het omgevingstype rustige woonwijk.
Aan de overzijde van het plangebied, op de locatie Grevensweg 20, is een agrarisch bouwvlak aanwezig. Dit agrarisch bouwvlak is niet gekoppeld met het plangebied, waardoor wel aan de richtafstanden voor deze activiteit dient te worden getoetst. Voor de locatie is op 29 mei 2019 een Natuurbeschermingswetvergunning afgegeven (kenmerk 2015-006269) voor het houden van 197 zoogkoeien en 80 stuks vrouwelijk jongvee. Voor het fokken en houden van rundvee gelden de volgende richtafstanden:
SBI-code 0141, 0142
Omschrijving Fokken en houden van rundvee
Geur 100
Afstanden in meters Stof Geluid 30 30
Gevaar 0
Categorie 3.2
De grootste richtafstand bedraagt hierbij 100 meter voor het aspect geur. Het plangebied is gesitueerd in een omgeving waar zich verschillende functies bevinden, waaronder agrarische bedrijvigheid, nietagrarische bedrijvigheid en burgerwoningen. Derhalve kan de omgeving worden aangemerkt als gemengd gebied. De grootste richtafstand mag hierdoor met één trede worden verlaagd. Voor meldingsplichtige veehouderijbedrijven is het beoordelingskader voor geurhinder opgenomen in het Acitiviteitenbesluit, namelijk 25 meter van de buitenzijde van een dierenverblijf tot de dichtstbijzijnde buitenzijde van een geurgevoelig object en 50 meter van het emissiepunt van het dierenverblijf tot het geurgevoelig object dat buiten de bebouwde kom is gelegen. De beoogde plattelandswoning is gelegen
7
op een afstand van circa 48 mater van de geval van de stal en circa 60 meter van het dichtstbijzijnde emissiepunt. Aan de vaste afstanden kan derhalve worden voldaan. Voor stof en geluid geldt in gemengd gebied een richtafstand van 10 meter. Aan deze richtafstanden kan tevens worden voldaan. Een plattelandswoning behoeft niet beschermd te worden tegen geur en geluid van het eigen bedrijf (Grevensweg 18 & 22). Het voorliggend plan maakt geen nieuw milieugevoelig object of functie mogelijk. De (dienst)woning blijft op dezelfde plek (de afstand tot het bedrijventerrein blijft gelijk) en de woonfunctie blijft gehandhaafd. De situatie rondom het plangebied veranderd daarmee niet, het voorliggend plan leidt niet tot extra belemmeringen voor de agrarische bestemming op Grevensweg 20 en de bedrijven op het bedrijventerrein. Het aspect milieuzonering vormt derhalve geen belemmering voor de uitvoering van het plan. 5.2
Ecologie
5.2.1 Inleiding Bij elk ruimtelijk plan dient, met het oog op de natuurbescherming, rekening te worden gehouden met de Wet natuurbescherming. Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Deze wet vervangt 3 wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet. Doelen van de Wet natuurbescherming zijn het beschermen en ontwikkelen van de natuur, het behouden en herstellen van biologische diversiteit en het doelmatige beheren, gebruiken en ontwikkelen van de natuur en het verzekeren van een samenhangend beleid gericht op het behoud en beheer van de waardevolle landschappen. De Wet Natuurbescherming zorgt voor bescherming van gebieden, diersoorten, plantensoorten en bossen. In de wet blijft de bescherming van Natura2000-gebieden vrijwel hetzelfde. De bescherming van Beschermde Natuurmonumenten is komen te vervallen. Wel kunnen provincies ervoor kiezen om deze gebieden alsnog te beschermen via het provinciale beleid. De provincie voegt dan gebieden toe aan de Ecologische hoofdstructuur (EHS) / het Natuur Netwerk Nederland (NNN) of wijst ze aan als bijzonder provinciaal natuurgebied of -landschap.
5.2.2 Soortenbescherming In het kader van onderhavig plan vindt geen sloop van bebouwing of verwijdering van landschapselementen plaats. Een quick scan flora en fauna in het kader van soortenbescherming hoeft dan ook niet te worden uitgevoerd. 5.2.3 Gebiedsbescherming Met betrekking tot de gebiedsbescherming gaat het om de bescherming van gebieden die zijn opgenomen in het Natuurnetwerk Nederland voorheen bekend als Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Het
8
meest nabijgelegen Natura2000 gebied ligt op een afstand van circa 400 meter ten zuiden van het plangebied. Het gaat hier om de Veluwe.
Figuur 9: Uitsnede kaart met ligging plangebied ten opzichte van Natura 2000-gebied
Er dient te worden aangetoond dat het plan geen significante negatieve effecten heeft op dit natuurgebied. Aangezien het aantal verkeersbewegingen en de activiteiten ongewijzigd blijven, kan dit in onderhavig geval worden geborgd en hoeft geen AERIUS-berekening te worden aangeleverd. 5.3 Bodem In het kader van een bestemmingsplan dient aangetoond te worden dat de kwaliteit van de bodem en het grondwater in het plangebied in overeenstemming zijn met het beoogde gebruik. Dit is geregeld in de Wet Bodembescherming. De bodemkwaliteit kan namelijk van invloed zijn op de beoogde functie van het plangebied. Indien sprake is van een ruimtelijke ontwikkeling zal er in veel gevallen een bodemonderzoek moeten worden uitgevoerd op de planlocatie. Middels dit onderzoek kan in beeld worden gebracht of de bodemkwaliteit en de beoogde functie van het plangebied bij elkaar passen. In onderhavig geval wordt er geen nieuw gevoelige functie op locatie toegekend. Immers heeft de woning reeds een woonfunctie. Derhalve is geen verkennend bodemonderzoek benodigd. 5.4
Archeologie
9
De voor ‘Waarde – Archeologie hoge verwachtingswaarde’ aangewezen gronden zijn mede bestemd voor het behoud en de bescherming van archeologische waarden van de gronden. Op deze gronden mogen geen bouwwerken worden gerealiseerd met een oppervlakte groter dan 120 m2 en een bouwdiepte van meer dan 0,3 meter. Ten behoeve van onderhavig plan worden geen gebouwen opgericht en vinden tevens geen grondwerkzaamheden plaats. Derhalve hoeft geen archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. 5.5 Landschap Voor alle ruimtelijke ontwikkelingen dient een goed landschappelijk inpassingsplan op gesteld te worden. Dit zodat de ontwikkeling in de omgeving past en niet passende ontwikkelingen worden geweerd. Het opstellen van een nieuw landschappelijk inpassingsplan is in dit geval echter niet noodzakelijk omdat het hier niet gaat om een aanpassing in de ruimtelijke ordening. De aanpassing is enkel planologisch en veranderd niets aan de feitelijke situatie. 5.6 Water Vanwege het grote belang van het water in de ruimtelijke ordening, wordt van waterschappen een vroege en intensieve betrokkenheid bij het opstellen van ruimtelijke plannen verwacht. Bovendien is de watertoets een verplicht onderdeel in de ruimtelijke procedure geworden. Omdat in onderhavige situatie echter geen wijzigingen plaatsvinden aan watergangen en de waterafvoer, is het doorlopen van de watertoets niet nodig.
5.7 Verkeer en parkeren Bij ruimtelijke ontwikkelingen treden ook vaak wijzigingen op in het aantal verkeersbewegingen en de parkeerbehoefte. Onderdeel van een goede ruimtelijke ordening is het effect van een dergelijke ontwikkelingen op deze aspecten. Het aantal verkeersbewegingen en de parkeerbehoefte bij een bedrijfswoning bedragen hetzelfde als bij een burgerwoning. Er zijn dan ook geen effecten te verwachten. 5.8 Externe veiligheid Bij ruimtelijke plannen dient ten aanzien van externe veiligheid (EV) naar verschillende aspecten te worden gekeken: -
Bedrijven waar opslag, gebruik en/of productie van gevaarlijke stoffen plaatsvindt; Vervoer van gevaarlijke stoffen over weg, spoor of water en door buisleidingen.
Externe veiligheid heeft betrekking op de beheersing van de risico’s voor de burger, die verbonden zijn aan het gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen bij tal van industriële activiteiten. De aandacht richt zich vooral op veiligheidsaspecten in het kader van de ruimtelijke ordening in relatie tot de beheersing van de risico’s die samenhangen met het grootschalig gebruik van gevaarlijke stoffen. Het gaat daarbij alleen om de direct gevolgen die door het eenmalig vrijkomen van gevaarlijke stoffen kunnen ontstaan. De normen zijn uitgedrukt in een groepsrisico en een plaatsgebonden risico.
10
Aan de hand van de risicokaart is een inventarisatie uitgevoerd naar de aanwezigheid van EV relevante bronnen in de nabije omgeving van het plangebied. Het plangebied is niet gelegen binnen de contouren van deze bronnen. Het aspect externe veiligheid vormt derhalve geen belemmering voor de uitvoering van het plan.
Figuur 9: Uitsnede risicokaart
5.9
Luchtkwaliteit
5.9.1 Wet luchtkwaliteit De Wet luchtkwaliteit (verankerd in de Wet Milieubeheer hoofdstuk 5, titel 5.2) is een implementatie van diverse Europese richtlijnen omtrent luchtkwaliteit waarin onder andere grenswaarden voor vervuilende stoffen in de buitenlucht zijn vastgesteld ter bescherming van mens en milieu. In Nederland zijn stikstofdioxide (N02) en zwevende deeltjes als PM10 (fijnstof) de maatgevende stoffen waar de concentratieniveaus het dichtst bij de grenswaarden liggen. Overschrijdingen van de grenswaarden voor luchtkwaliteit zijn veelal het gevolg van het aantal verkeersbewegingen in een gebied. Op grond van de algemene maatregel van bestuur ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) vormen luchtkwaliteitseisen geen belemmeringen voor projecten die niet in een betekenende mate bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Een project komt hiervoor in aanmerking als het voor minder dan 3% van de grenswaarden voor NO2 en PM10 bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Pas bij een toename van 1.500 verkeersbewegingen per etmaal wordt hier niet aan voldaan.
11
Figuur 10: Uitsnede van de fijnstofconcentratie (PM10) ter hoogte plangebied. Bron: www.atlasleefomgeving.nl/kaarten
Figuur 11: Uitsnede van de stikstofconcentratie (NO2) ter hoogte plangebied. Bron: www.atlasleefomgeving.nl/kaarten
5.9.2 Toetsing Volgens de Grootschalige concentratie- en Depositiekaarten Nederland (2020) geldt in de directe omgeving van het plangebied een gemiddelde fijnstof concentratie (PM10) tussen de 13 en 14 µg/m3 en een gemiddelde concentratie stikstofdioxide (NO2) tussen de 8 en 10 µg/m3. De grenswaarde jaargemiddelde ligt voor beide stoffen op de 40 µg/m3 (jaargemiddelde concentratie 2019). De WHO advieswaarden liggen op 15 en 10 µg/m3. De luchtkwaliteit ter plaatse is dus goed. Tevens dient een toetsing plaats te vinden van de emissie van fijn stof van het eigen bedrijf. Middels het doorlopen van de NIBM-tool kan de bijdrage worden berekend van projecten aan de luchtkwaliteit. Voor het loonbedrijf is worst case uitgegaan van 60 bewegingen per dag waarvan 75% bestaat uit zwaarder verkeer (o.a. trekkers). In dat geval is er sprake van een NIBM-bijdrage. Een goed woon- en leefklimaat kan in dit kader derhalve worden gegarandeerd.
12
Figuur 12: NIBM tool ingevuld voor loonbedrijf
Tevens dient te worden getoetst aan de fijnstofemissie van het tegenover gelegen agrarisch bedrijf aan de Grevensweg 20. Om dit te toetsen is een ISL3A berekening uitgevoerd. De resultaten zijn onderstaand weergegeven. Uit de resultaten blijkt dat ruim binnen de norm van 40 microgram/m3 en het maximaal aantal overschrijdingsdagen van 40 wordt gebleven.
13
Figuur 13: ISL3A berekening ingevuld met gegevens agrarisch bedrijf Grevensweg 20.
Het plan voorziet verder niet in het mogelijk maken van nieuwe activiteiten die de luchtkwaliteit negatief beïnvloeden (NIBM-project). Het aspect luchtkwaliteit vormt derhalve geen belemmering om medewerking te verlenen aan het plan. 6 Afsluiting Namens cliënt, de heer J. Visch, verzoeken wij u om medewerking aan onderhavig plan. Ons inziens is het plan niet in strijd met een goede ruimtelijke ordening. Er wordt voldaan aan de Wet plattelandswoningen, aangesloten bij een bestaande afwijkingsbevoegdheid uit het bestemmingsplan en er treden verder geen fysieke wijzigingen op. Hoogachtend, VANWESTREENEN BV
E.T. (Ester) Haalboom
14
Betreft : Locatie : Bevoegd gezag: Ons kenmerk : Uw kenmerk : Datum advies : Behandelaar :
Aanvullende gegevens Grevensweg 15A Grevensweg 15 A in Doornspijk gemeente Elburg ODNV2023AVIF-00592 11 juli 2023 mevrouw M. Wolbers,
1 Aanleiding Op 2 mei 2023 (zaaknr. ODNV2023AVIF-00277) heeft ODNV geadviseerd met betrekking tot de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bestemmen van de bestaande bedrijfswoning als plattelandswoning. Uit dit advies is gebleken dat de onderbouwing nog aangepast moest worden met betrekking tot luchtkwaliteit. Op 15 mei 2023 is een gewijzigde onderbouwing ontvangen. Deze hebben wij beoordeeld met betrekking tot luchtkwaliteit en bedrijven en milieuzonering, advies van 1 juni 2023 (zaaknr. ODNV2023AVIF-00444). Uit deze beoordeling blijkt dat de onderbouwing voor beide onderdelen nog niet akkoord is. 2 Adviesvraag Gemeente Elburg vraag om de onderbouwing van 22 mei 2023 en de bijbehorende onderzoeken te beoordelen. 3 Samenvatting/beoordeling De onderbouwing is beoordeeld voor de thema’s luchtkwaliteit en milieuzonering. Deze thema’s zijn akkoord bevonden. 4 Beoordeling per milieuthema 4.1 Luchtkwaliteit Paragraaf 5.9 Luchtkwaliteit is beoordeeld en akkoord bevonden. Conclusie luchtkwaliteit Akkoord 4.2 Bedrijven Paragraaf 5.1 Milieuzonering is beoordeeld en akkoord bevonden. Conclusie bedrijven Akkoord
Beeldvorming Dossiernummer
2329
Extern Zaak ID
0230308895
Vertrouwelijk
Nee
Vergaderdatum
23 oktober 2023
Agendapunt
5.3
Titel
Raadsvoorstel Bezwaren MFA en WVG Doornspijk
Organisatieonderdeel
Domein Ruimte
Eigenaar
Luiting, Marianne
Bijlagen 230919 RB bezwaren 230919 RV bezwaren advies commissie bezwaar 23 08 tot 23 10 bezwaarschrift 23 10 Wvg ECM Bader verslag hoorzitting bezwaar 23 08 tot 23 10 Bezwaarschriften Geagendeerd
Vergaderdatum
Beeldvorming
23 oktober 2023
Toelichting Henk Wessel Zaaknummer 308895 Voorgesteld besluit
Besluit Raadsvoorstel kan worden geagendeerd voor behandeling in Oordeelsvormende vergadering van 31 oktober 2023.
De raad der gemeente Elburg; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 3 oktober 2023; gelet op het verslag van de hoorzitting van 4 juli 2023 van de bezwaarschriftencommissie; gelet op het advies d.d. 11 september 2023 ten aanzien van de te nemen beslissing op bezwaar met daaraan ten grondslag liggende motivering van de bezwaarschriftencommissie; b e s l u i t : 1.
2.
3. 4. 5.
De bezwaren van de huurder tegen het vestigen van een voorkeursrecht op grond van de Wet voorkeursrecht gemeenten op een deel van het perceel, kadastraal bekend gemeente Doornspijk, sectie D, nummer 3365, niet ontvankelijk te verklaren. De bezwaren van de grondeigenaren tegen het vestigen van een voorkeursrecht op grond van de Wet voorkeursrecht gemeenten op een deel van het perceel, kadastraal bekend gemeente Doornspijk, sectie D, nummer 3365, ongegrond te verklaren. Het raadsbesluit van 17 april 2023 tot vestiging van het voorkeursrecht op onder andere het perceel, kadastraal bekend gemeente Doornspijk, sectie D, nummer 3365, in stand te laten. Bezwaarmakers geen vergoeding van proceskosten wegens het indienen van het bezwaarschrift toe te kennen. Voor de motivering van de beslispunten 1 t/m 4 te verwijzen naar het advies van de bezwaarschriftencommissie.
Aldus besloten door de raad der gemeente Elburg in zijn vergadering van 13 november 2023 de voorzitter, de griffier,
ir. J.N. Rozendaal
mr. D.H.A.A. Kassing
Raadsvoorstel
Onderwerp
Bezwaren WVG
Behandelaar:
Marianne Luiting
Datum Portefeuillehouder
13 november 2023 Henk Wessel
Emailadres: Zaaknummer: Bijlagen
marianne.luiting@elburg.nl 308895
Te nemen besluit: 1.
2.
3. 4. 5.
De bezwaren van de huurder tegen het vestigen van een voorkeursrecht op grond van de Wet voorkeursrecht gemeenten op een deel van het perceel, kadastraal bekend gemeente Doornspijk, sectie D, nummer 3365, niet ontvankelijk te verklaren. De bezwaren van de grondeigenaren tegen het vestigen van een voorkeursrecht op grond van de Wet voorkeursrecht gemeenten op een deel van het perceel, kadastraal bekend gemeente Doornspijk, sectie D, nummer 3365, ongegrond te verklaren. Het raadsbesluit van 17 april 2023 tot vestiging van het voorkeursrecht op onder andere het perceel, kadastraal bekend gemeente Doornspijk, sectie D, nummer 3365, in stand te laten. Bezwaarmakers geen vergoeding van proceskosten wegens het indienen van het bezwaarschrift toe te kennen. Voor de motivering van de beslispunten 1 t/m 4 te verwijzen naar het advies van de bezwaarschriftencommissie.
Inleiding De gemeente werkt aan het realiseren van een multifunctionele accommodatie (MFA) met basisschool en omliggende woningen aan de Lageweg/Veldweg in Doornspijk. De eerste stap in dat proces is een onderzoek naar de haalbaarheid, zowel planologisch als financieel. Om grondspeculatie te voorkomen heeft het college op 31 januari 2023 een voorlopig voorkeursrecht op basis van de Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg) opgelegd op de betreffende gronden. Op 17 april 2023 heeft uw raad dit besluit overgenomen en een definitief voorkeursrecht gevestigd op de betreffende gronden. Tegen de vestiging van het voorkeursrecht op basis van de Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg) zijn drie bezwaren binnengekomen. Daarnaast hebben twee van de drie bezwaarmakers verzocht om vergoeding van proceskosten wegens het indienen van het bezwaarschrift. Na een hoorzitting op 4 juli 2023 heeft de bezwaarschriftencommissie op 11 september 2023 advies uitgebracht over de te nemen beslissing op bezwaar. Beoogd effect Doel is een zorgvuldige rechtsgang voor alle betrokkenen. Argumenten 1.1 Een huurder is geen belanghebbende voor de Wvg Een huurder is geen eigenaar van de grond. Het opleggen van een voorkeursrecht treft een huurder daarom niet. Op de huurder rust niet de plicht om in geval van verkoop van de grond, het perceel eerst aan te bieden aan de gemeente.
Die plicht rust alleen op de eigenaar van de grond. Daarmee is de huurder geen belanghebbende. De huurder is daarom niet-ontvankelijk in zijn bezwaar. Voorstel is het advies van de bezwaarschriftencommissie (p. 3 van het advies) over te nemen. 2.1
De bezwaren van de eigenaren zijn ongegrond
2
De bezwaarschriftencommissie gaat uitgebreid in op de verschillende bezwaren (p. 7 – 11 van het advies). De bezwaren zijn: • Vestiging van Wvg vormt een inbreuk op het eigendomsrecht • Vestiging van Wvg is voorbarig en leidt tot langdurige onzekerheid • Vestiging van Wvg is in strijd met het evenredigheidsbeginsel • Bij vestiging van Wvg is onvoldoende rekening gehouden met de belangen van bezwaarmakers Met overneming van de motivering van de bezwaarschriftencommissie is het voorstel om de bezwaren ongegrond te verklaren. 3.1
Het raadsbesluit van 17 april 2023 tot vestiging van het voorkeursrecht op onder andere het kadastrale perceel 3365 in stand laten Dit punt vloeit voort uit de beslissing om de bezwaarmakers deels niet-ontvankelijk en deels ongegrond te verklaren. Dat is de consequentie daarvan. De bezwaren zijn deels niet-ontvankelijk en deels ongegrond. De heroverweging van het raadsbesluit van 17 april 2023 geeft geen aanleiding om dit besluit te herroepen. De bezwaarschriftencommissie heeft dit ook verwoord in haar conclusie op p. 11 van het advies. De bezwaarschriftencommissie is van oordeel dat het raadsbesluit van 17 april 2023 terecht en op goede gronden is genomen. 4.1 Proceskostenvergoeding is niet aan de orde De Algemene wet bestuursrecht regelt de proceskostenvergoeding aan bezwaarmakers als ze in het gelijk worden gesteld. De belangrijkste voorwaarde is dat het bestreden besluit in bezwaar wordt herroepen. Nu de huurder niet-ontvankelijk is en de bezwaren van de eigenaren ongegrond zijn verklaard, wordt niet voldaan aan deze voorwaarde, en is vergoeding van de gemaakte proceskosten dan ook niet aan de orde. 5.1 Een uitgebreide motivering staat in het advies van de bezwaarschriftencommissie De gemeente heeft een onafhankelijke bezwaarschriftencommissie. De commissie bestaat uit 3 leden. De commissie heeft op 4 juli 2023 een hoorzitting gehouden.
Daarin hebben de drie bezwaarmakers een mondelinge toelichting op hun bezwaarschrift gegeven. Een verslag van deze hoorzitting zit bij de stukken. De bezwaarschriftencommissie heeft de gronden van bezwaar, het wettelijk kader, de toetsing van de bezwaren aan dit wettelijk kader en de uitkomst daarvan uitvoerig beschreven en gemotiveerd in haar advies van 11 september 2023. Voor de beslissing op bezwaar en de motivering daarvan kan de gemeenteraad volstaan met een verwijzing naar en het overnemen van dit advies. Kanttekeningen -Financiën Dit besluit heeft geen financiële gevolgen. Communicatie/burgerparticipatie De indieners van de bezwaarschriften ontvangen per brief bericht over de besluiten van college en raad. Ook ontvangen ze het advies en verslag van de bezwaarschriftencommissie. Vervolg Tegen de beslissing op bezwaar kunnen de bezwaarmakers gedurende een termijn van 6 weken beroep instellen bij de rechtbank. Bijlagen • De bezwaren; • Verslag van de hoorzitting d.d. 4 juli 2023; • Advies van de bezwaarschriftencommissie d.d. 11 september 2023; • Concept-brief met de beslissing op bezwaar.
Elburg, 3 oktober 2023 Het college van burgemeester en wethouders,
3
de burgemeester,
de secretaris,
ir. J.N. Rozendaal
Mw. mr. A.H. van der Maat-Bosma
Beeldvorming Dossiernummer
2263
Extern Zaak ID
0230285085
Vertrouwelijk
Nee
Vergaderdatum
23 oktober 2023
Agendapunt
5.4
Titel
Raadsvoorstel Beleidsplan Vitale Vakantieparken gemeente Elburg
Organisatieonderdeel
Domein Ruimte
Eigenaar
Hefting, Aukje
Bijlagen Raadsvoorstel Beleidsplan Vitale Vakantieparken Raadsbesluit Beleidsplan Vitale Vakantieparken Beleidsplan Vitale Vakantieparken Gemeente Elburg 2023 Vragen ChristenUnie Elburg tbv Beeldvormende vergadering 23 oktober 2023 Antwoorden vragen ChristenUnie Geagendeerd
Vergaderdatum
Beeldvorming
23 oktober 2023
Toelichting Bertus Jeensma Zaaknummer 285085 Voorgesteld besluit
Besluit Raadsvoorstel kan voor de Oordeelsvormende vergadering van 31 oktober worden geagendeerd.
Raadsvoorstel
Onderwerp
Beleidsplan Vitale Vakantieparken
Behandelaar:
Hefting
Datum Portefeuillehouder
13 november 2023 Bertus Jeensma
Emailadres: Zaaknummer: Bijlagen
aukje.hefting@elburg.nl 285085 1. Raadsbesluit 2. Beleidsplan Vitale Vakantieparken
Te nemen besluit: 1. Het nieuwe geactualiseerde beleidsplan Vitale Vakantieparken vast te stellen. 2. Hierbij in te stemmen met de verscherpte focus van het beleidsplan op de toeristisch-recreatieve vitaliteit van vakantieparken. 3. Het niet toestaan van permanente bewoning in recreatiewoningen hiermee te (her)bevestigen. Inleiding In 2013 is de Veluwe als eerste regio in Nederland gestart met een integraal programma om op regionale schaal te werken aan oplossingen voor de vraagstukken die spelen op en rond de bijna 500 Veluwse vakantieparken. In deze regionale samenwerking hebben elf Veluwse gemeenten (waaronder gemeente Elburg) samen met provincie Gelderland een brede basis gelegd. In 2015 is het huidige beleidsplan Vitale Vakantieparken van gemeente Elburg vastgesteld. Sindsdien heeft het programma Vitale Vakantieparken veel kennis opgedaan, instrumenten ontwikkelt, projecten opgezet en praktijkvoorbeelden verzameld. Het nieuwe beleidsplan Vitale Vakantieparken legt meer nadruk op de toeristisch-recreatieve vitaliteit van vakantieparken en is aangepast naar nieuwe inzichten, ontwikkelingen en trends. Daarnaast biedt de losse beleidsregel tijdelijke bewoning recreatiewoningen vakantieparken kaders voor tijdelijke bewoning op vakantieparken.
Beoogd effect Met de herziening van het beleidsplan Vitale Vakantieparken worden de kaders voor vakantieparken aangescherpt en aangepast naar nieuwe ontwikkelingen en inzichten. Kennis en ervaring uit de regionale samenwerking van de afgelopen tien jaar worden daarbij toegepast in het lokale beleid. Argumenten 1.1 Biedt geactualiseerde kaders voor de aanpak van Vitale Vakantieparken voor de komende jaren Het nieuwe beleidsplan Vitale Vakantieparken biedt geactualiseerde kaders om de komende jaren verder te werken aan het programma Vitale Vakantieparken. Het nieuwe beleidsplan biedt een scherpere focus op toeristisch-recreatieve vitaliteit van vakantieparken en is aangepast naar nieuwe inzichten, ontwikkelingen en trends. Daarnaast is in maart 2023 het nieuwe regionale programmaplan Vitale Vakantieparken ondertekent door alle betrokken partijen. Hierin zijn de uitgangspunten geschetst voor de komende jaren op regionale schaal. Met deze vernieuwde uitgangspunten en focuspunten is de basis waarop het huidige beleidsplan gebaseerd is veranderd ten opzichte van acht jaar geleden. In het nieuwe beleidsplan zijn ook deze veranderde uitgangspunten toegepast. 1.2 Het huidige beleid is verouderd Het huidige beleidsplan Vitale Vakantieparken is vastgesteld in 2015. Sinds de vaststelling van dit beleidsplan zijn er veel ontwikkelingen geweest in de verblijfsrecreatie sector.
Door verschillende ontwikkelingen, waaronder de coronapandemie, zijn vraag en aanbod binnen vakantieparken en campings blijvend veranderd. Naast veranderende trends en ontwikkelingen is er ook meer kennis opgedaan in de regionale samenwerking.
2
1.3 Er zijn nieuwe focuspunten binnen Vitale Vakantieparken Het programma Vitale Vakantieparken heeft op veel thema’s een verdieping gemaakt die tot betere of nieuwe inzichten hebben geleid. Door deze ontwikkelingen is de focus binnen het programma Vitale Vakantieparken verschoven. Actuele thema’s zoals duurzaamheid en brandveiligheid spelen een grotere rol. Deze onderwerpen krijgen landelijk meer aandacht en zullen in de uitvoering in lokaal beleid ook meer focus krijgen. 2.1 Toeristisch-recreatieve focus beleidsplan In het huidige beleidsplan Vitale Vakantieparken wordt daarnaast uitvoerig aandacht besteed aan onderwerpen als transformatie en tijdelijke bewoning van recreatiewoningen op vakantieparken. De insteek van Vitale Vakantieparken is echter primair het werken aan vitalisering en verbeteren van de recreatieve kwaliteit van bestaande vakantieparken. Met het nieuwe beleidsplan wordt er meer focus op deze recreatieve vitalisering gelegd, en zijn onderwerpen als transformatie of (tijdelijke) bewoning meer secundair. Om die reden zijn de kaders voor tijdelijke bewoning van recreatiewoningen op vakantieparken nu in een zelfstandige beleidsregel tijdelijke bewoning recreatiewoningen vakantieparken vastgelegd.
Binnen het huidige beleidsplan Vitale Vakantieparken is het voor bepaalde doelgroepen onder bepaalde voorwaarden mogelijk een vergunning te krijgen voor tijdelijke bewoning van een recreatiewoning op een vakantiepark. Vanuit het nieuwe beleidsplan blijven we dit onder strikte voorwaarden mogelijk maken, maar is dit inhoudelijk vastgelegd in de zelfstandige beleidsregel tijdelijke bewoning recreatiewoningen vakantieparken. Voor een recreatieondernemer kan dit kansen bieden om tijdelijk (extra) inkomsten te genereren die in de vitalisering van het park gestoken kunnen worden, om het park toekomstbestendig te maken en te houden. Anderzijds ligt er vanuit de gemeente een urgente huisvestingsopgave. Er wordt gestreefd naar structurele oplossingen hiervoor, maar zolang die er niet is kan deze tijdelijke bewoning (gedeeltelijk) een oplossing bieden. 3.1 Permanent wonen op vakantieparken doorkruist gemeentelijk beleid en regionale samenwerking VVP Het verlenen van een omgevingsvergunning en/of maken van een afweging op het niveau van één geval/woning zorgt voor een ad hoc-aanpak die in strijd is met de ‘één park, één plan’ aanpak van het programma Vitale Vakantieparken en gemeente Elburg. Bovendien is er een grote kans dat permanente bewoning de toeristisch-recreatieve kwaliteit van een vakantiepark zal verminderen.
Permanente bewoning van recreatiewoningen op vakantieparken was op basis van bestemmingsvoorschriften al niet toegestaan. In het herziene beleidsplan is een uitgebreidere onderbouwing hierop opgenomen op basis waarvan eventuele aanvragen onder de nieuwe omgevingswet vanaf 2024 afgewezen kunnen worden. Kanttekeningen N.V.T. Financiën N.V.T. Communicatie/burgerparticipatie Voor de totstandkoming van het nieuwe beleidsplan zijn parkeigenaren en –beheerders uitgenodigd om hun visie op het huidige beleidsplan kenbaar te maken en aan te geven of men iets ander zou willen zien. Reacties zijn in het nieuwe beleidsplan meegenomen. Parkeigenaren en -beheerders worden geïnformeerd over het vernieuwde beleidsplan. In overleg met afdeling communicatie wordt een (pers)bericht opgesteld over het vernieuwde beleid en de beleidsregel tijdelijke bewoning. Er wordt een webpagina op de website van gemeente Elburg opgezet over Vitale Vakantieparken. Hier komt het beleidsplan Vitale Vakantieparken en de beleidsregel tijdelijke bewoning recreatiewoningen vakantieparken te staan, inclusief de bijbehorende formulieren en informatie. Ondernemers en spoedzoekers kunnen op deze website terecht voor meer informatie.
3
Vervolg Het nieuwe beleidsplan zal op 1 december 2023 in werking treden, evenals de beleidsregel tijdelijke bewoning. Beide documenten worden via de daarvoor bestemde (officiële) kanalen gepubliceerd en worden op de website geplaatst. Bijlage(n) 1. Raadsbesluit 2. Beleidsplan Vitale Vakantieparken Elburg, 13 november 2023 Het college van burgemeester en wethouders, de burgemeester,
de secretaris,
ir. J.N. Rozendaal
Mw. mr. A.H. van der Maat-Bosma
De raad der gemeente Elburg; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 3 oktober 2023 b e s l u i t : 1. Het nieuwe geactualiseerde beleidsplan Vitale Vakantieparken vast te stellen. 2. Hierbij in te stemmen met de verscherpte focus van het beleidsplan op de toeristisch-recreatieve vitaliteit van vakantieparken. 3. Het niet toestaan van permanente bewoning in recreatiewoningen hiermee te (her)bevestigen.
Aldus besloten door de raad der gemeente Elburg in zijn vergadering van 13 november 2023 de voorzitter, de griffier,
ir. J.N. Rozendaal
mr. D.H.A.A. Kassing
1
Beleidsplan Vitale Vakantieparken gemeente Elburg
Vastgesteld door de gemeenteraad van Elburg op 13 november 2023 Gepubliceerd in de Huis aan Huis op [datum] In werking getreden op 1 december 2023
2
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding ........................................................................................................... 4 Hoofdstuk 2 Het regionale programma Vitale Vakantieparken ...................................................... 5 Hoofdstuk 3 Trends en ontwikkelingen .................................................................................... 6 Lokale visie op recreatie en toerisme .................................................................................... 8 Hoofdstuk 4 Lokale situatie vakantieparken Elburg .................................................................... 9 Hoofdstuk 5 Uitgangspunten lokaal beleid .............................................................................. 10 5.1 Bevorderen van een gevarieerd en hoogwaardig recreatief aanbod ..................................... 10 5.2 Transformeren van niet (meer) gezonde vakantieparken ................................................... 11 5.3 Oneigenlijk gebruik van recreatiewoningen terugdringen .................................................. 12 Hoofdstuk 6 Openbare orde en veiligheid ............................................................................... 14 Hoofdstuk 7 Financiën ........................................................................................................
16 Bijlage 1: Overzicht vakantieparken in gemeente Elburg op 1 augustus 2023 ............................... 17 Bijlage 2: Plan van Aanpak ................................................................................................. 18
3
Hoofdstuk 1 Inleiding Voor u ligt het nieuwe beleidsplan Vitale Vakantieparken van gemeente Elburg. Dit beleidsplan betreft een lokale uitwerking van het programma Vitale Vakantieparken. De eerste versie van het beleidsplan Vitale Vakantieparken van gemeente Elburg werd opgesteld in 2015. Vanwege een vernieuwd regionaal programmaplan en nieuwe en veranderende inzichten is het tijd voor een geactualiseerd Beleidsplan Vitale Vakantieparken Elburg. Als we in dit beleidsplan spreken over vakantieparken gaat het niet alleen om parken met recreatiewoningen. We bedoelen vakantieparken hier in de breedste zin; ook campings en minicampings vallen onder dit beleid. Een overzicht van alle vakantieparken in gemeente Elburg kunt u vinden in bijlage 1. Verblijfsrecreatie in Gelderland Ruim 1 op de 6 binnenlandse vakanties vinden plaats in de provincie Gelderland. De Veluwe is één van de belangrijkste toeristische regio’s in Nederland. De toerismesector in heel Nederland blijft groeien. Naar verwachting zal dit recordhoogtes bereiken in 2030 1, 2. De samenwerkingspartners op de Veluwe zetten zich in om de kwaliteit van de Veluwe te behouden. Er wordt gewerkt aan een balans tussen ecologie, economie en beleving van de Veluwe. Kwaliteit gaat daarbij boven kwantiteit. Er wordt ingezet op het vergroten van de kwaliteit van toeristisch-recreatieve voorzieningen.
De kwaliteit van accommodaties moet beter aansluiten op de behoeften van bezoekers 3. Hierbij moet onder andere aandacht besteed worden aan de behoefte van de consument (vraaggericht), inpassing in de omgeving, verduurzaming en waarborgen van veiligheid. De parken met een recreatief perspectief moeten toekomstbestendig gemaakt en/of gehouden worden. Voor de totstandkoming van dit beleidsplan hebben we parkeigenaren en -beheerders binnen gemeente Elburg betrokken. Zij zijn uitgenodigd om hun visie op het huidige beleidsplan kenbaar te maken en daarnaast aan te geven of men graag iets gewijzigd/anders zou willen zien. De centrale boodschap daarvan was: zorg voor helder beleid en duidelijke doelen. Laat regelgeving/beleid niet belemmerend werken, ga naast de ondernemer staan en zorg voor goede communicatie.
1 2 3
Bureau voor Ruimte & Vrije Tijd (2020). Notitie Waardevol Toerisme Gelderland 2020. NBTC (2019). Perspectief bestemming Nederland 2030. Veluwe op 1 (2020). VeluweAgenda 2030.
4
Hoofdstuk 2 Het regionale programma Vitale Vakantieparken Eind 2013 is het regionale programma Vitale Vakantieparken ontstaan. Inmiddels werken elf Veluwse gemeenten met provincie Gelderland en vele andere partijen samen in het programma. Gezamenlijk worden de vele vraagstukken aangepakt die spelen op en rond de bijna 500 parken in het gebied. Het programma Vitale Vakantieparken is gericht op versterking en ontwikkeling van de verblijfsrecreatie op de Veluwe. Vanuit het programma worden kennis, instrumenten en initiatieven ontwikkeld waarmee gemeenten, ondernemers en andere partijen ondersteund worden. Inmiddels zijn een aantal projecten opgezet, die ondersteuning bieden op verschillende aspecten. Ten eerste is het Kwaliteitsteam Vitale Vakantieparken opgericht. Zij bieden ondersteuning voor ondernemers die de kwaliteit van hun park willen verbeteren. Ten tweede is de Ontwikkelmaatschappij Vitale Vakantieparken gestart. Zij kunnen een rol spelen bij het aankopen, ontwikkelen en beheren van (delen van) parken. Ten derde is het Ariadne-project opgezet. Zij bieden ondersteuning voor gemeenten bij het voorkomen en bestrijden van ondermijnende criminaliteit.
Daarnaast wordt vanuit het programma gewerkt aan de ontwikkeling van kennis en instrumenten op diverse relevante thema’s, zoals duurzaamheid (Park van de Toekomst) en brandveiligheid, innovatie en ondernemerschap, herstructurering en ruimtelijke vraagstukken. In 2023 is een nieuw (regionaal) programmaplan Vitale Vakantieparken opgesteld. Hierin staat het aanpakken en oplossen van de vele vraagstukken die spelen op en rond de bijna 500 vakantieparken centraal. Hoofdlijn van deze aanpak is: In 2025 voor ieder park en cluster een nieuw perspectief 4. Streven is dat elk vakantiepark in de regio vóór 2026 een toekomstperspectief heeft aan de hand van de één park-één plan benadering. Dit kan een toekomst in de recreatieve sector zijn of een toekomstplan met transformatie. In 2035 toekomstbestendige vakantieparken4 . In 2035 zijn er alleen nog vitale, duurzame en toekomstbestendige vakantieparken op de Veluwe. De vakantieparken die in 2035 overblijven zijn financieel sterk met een duidelijk bedrijfsmodel. Het park ligt goed in de omgeving en heeft een goede bezettingsgraad. Bijdragen aan een betere Veluwe 4 . Met de uitvoering van de projecten draagt het programma Vitale Vakantieparken bij aan het toeristisch-recreatieve aanbod op de Veluwe. Het levert daarmee tevens een bijdrage aan de totale integrale ontwikkeling van de gehele Veluwe. Kennis delen en samenwerking 4 .
Het regionale programma Vitale Vakantieparken zet in op samenwerking op lokaal, regionaal en nationaal niveau. De kennis en instrumenten die in de samenwerking van Vitale Vakantieparken zijn ontwikkeld worden lokaal, regionaal en nationaal gedeeld en leveren een bijdrage aan landelijke ontwikkelingen. Daarbij is er niet alleen aandacht voor samenwerking en kennisdeling tussen overheden onderling, maar ook met private partijen en recreatieondernemers. Projectorganisatie Op regionaal niveau wordt het programma aangestuurd door het regionaal programmabureau Vitale Vakantieparken, in afstemming met de bestuurders en ambtelijk coördinatoren van de deelnemende gemeenten. Het regionale programma Vitale Vakantieparken maakt zelf geen beleid, maar richt zich op het ontwikkelen en realiseren van instrumenten en initiatieven waarmee ze gemeenten, ondernemers en andere partijen ondersteunen bij de uitvoering. Iedere partner aan het programma Vitale Vakantieparken is zelf verantwoordelijk voor het opstellen van lokaal beleid en de concrete uitvoering van het programma. Gemeenten bepalen zelf de lokale doelstellingen en acties en geven invulling aan het gewenste toekomstperspectief van parken in hun gemeente. Dit gebeurt op basis van de “één park één plan- benadering”. Het streven is dat er voor ieder park een eigen toekomstperspectief ligt.
4
Programma Vitale Vakantieparken (2023). Programmaplan Vitale Vakantieparken 2023-2025.
5
Hoofdstuk 3 Trends en ontwikkelingen Algemene ontwikkeling toerisme in Nederland De afgelopen jaren heeft de toeristische sector met verschillende, in meer of mindere mate ingrijpende, ontwikkelingen te maken gehad. Nadat het toerisme in het voorjaar van 2020 abrupt (vrijwel) tot stilstand kwam als gevolg van de coronapandemie, herstelde met name het binnenlands verblijfstoerisme zich in 2021 weer. In 2022 herstelde ook het inkomend toerisme zich verder. De inval van Rusland in Oekraïne, met daaropvolgende stijgende gas- en energieprijzen, hoge inflatie en stijgende kosten voor levensonderhoud zorgden echter nog steeds voor onzekere tijden. Het effect van deze ontwikkelingen is beperkt gebleven, maar de verwachting is wel dat de oplopende (reis)kosten de ontwikkeling van het toerisme steeds wat meer gaat beïnvloeden. Desondanks is de verwachting dat het (inkomend) toerisme richting 2030 nog zeer sterk zal groeien. Het is daarom van belang het toerisme zich duurzaam te laten ontwikkelen en de impact van het bezoek aan bestemmingen zo positief mogelijk te laten zijn.5 Vakantieparken en kampeersector Voor de coronapandemie was er een dalende trend in kamperen zichtbaar. De populariteit van het kamperen nam af. Het aanbod heeft zich hier ook op aangepast.
Ten opzichte van 2012 is er een afname van 20% van het aantal kampeerterreinen in 2020.6 Een deel van deze kampeerterrein zijn (gedeeltelijk) getransformeerd naar huisjesparken (verhuur van stacaravans en chalets). Als gevolg van de coronapandemie hebben Nederlanders de afgelopen jaren de vakantie in eigen land herontdekt. Ook het aantal Duitse vakantiegangers neemt toe. Bij kampeerplekken wordt een groei van het aantal boekingen gezien. Bij verhuureenheden is minder sprake van groei en wordt omzetstijging vooral gedreven door prijsstijgingen. Het is echter de vraag hoe lang de groei nog doorzet. In 2022 was het aantal Nederlanders dat kiest voor een vakantie in eigen land nog twee keer zo hoog als in 2023 (22% van de Nederlanders die in de zomer op vakantie gaan). Daarnaast is er in toenemende mate concurrentie van onder meer andere verhuurders van particuliere woningen, zoals Airbnb, Booking.com en huizenruilsites. Kwaliteit is voor bezoekers van belang. Daarnaast is de wens om onbezorgd op vakantie te gaan groot. Ontspannen, ontsnappen aan de drukte thuis en zichzelf beter leren kennen zijn belangrijke redenen om op vakantie te gaan. Het gaat bezoekers daarbij met name om de kwaliteit die ze voor hun uitgave krijgen. Het zijn met name de vakantieparken die onder druk staan.
De grote uitdaging zit bij de verouderde accommodaties, de vakantieparken die achterstallig onderhoud hebben of niet aansluiten bij de (luxe) behoefte van de bezoeker van vandaag. Deze parken zijn in de zomer nog wel bezet, maar in het vooren najaar worden ze als eerst vermeden omdat de betere alternatieven dan ook vrij zijn. Buiten het seizoen worden deze parken vaak bewoond en verliezen ze steeds meer het zicht op de vakantieganger. Investeren in energiezuinige accommodaties wordt de komende jaren steeds belangrijker. Verouderde woningen verbruiken veel dure energie en zetten de marges onder druk.7, 8 Kwaliteit boven kwantiteit In de afgelopen decennia is het aanbod aan verblijfsaccommodaties sterk toegenomen. Gevolg daarvan was teruglopende bezettingen, marges die onder druk staan en een wisselend toekomstperspectief. De afgelopen jaren is de behoefte aan kwaliteitsverbetering en innovatie binnen de sector toegenomen. Er zijn verschillende thema’s die een rol bij kwaliteitsverbetering en innovatie kunnen spelen. In hoofdstuk 5.1 wordt hier verder op ingegaan. In het algemeen geldt daarbij dat er een toenemende noodzaak en wens voor verduurzaming van vakantieparken is. Dit is een behoefte vanuit bezoekers, maar is bovendien wenselijk en steeds meer noodzakelijk voor ondernemers.6 Daarnaast is diversiteit aan aanbod 9 van belang.
Recreanten willen graag kunnen kiezen uit verschillende mogelijkheden en zijn op zoek naar specifieke ervaringen. Binnen een gemeente en regio is het van belang dat er een hoogwaardig en divers aanbod is waar bezoekers uit kunnen kiezen. Ook is het waarborgen van veiligheid 10, 11 een belangrijk aspect. De vitaliteit van een vakantiepark wordt versterkt wanneer de ondernemer zorgt voor interne (bijvoorbeeld criminaliteit, oneigenlijk gebruik) en externe (bijvoorbeeld bosbranden) veiligheid.
5
Team Intell & Insights NBTC (2022). Verblijfstoerisme in Nederland in 2022-2023. CBS (2020). Trendrapport toerisme, recreatie en vrije tijd 2020. 7 ABN Ambro (2023). Vakantie in het groen. 8 ABN Ambro (2023). Flinke omzetgroei campings en vakantieparken. https://www.abnamro.nl/nl/zakelijk/insights/sectoren-en-trends/leisure/flinke-omzetgroei-campings-envakantieparken.html 9 Gemeente Elburg (2021). Beleidsplan Spots op Elburg II. 10 Veluwe op 1 (2020). VeluweAgenda 2030. 11 Programma Vitale Vakantieparken (2023). Veiligheid. https://www.vitalevakantieparken.nl/projecten/veiligheid/ 6
6
Duurzaamheid De regio Veluwe zet in op het ontwikkelen en versterken van duurzaam toerisme op de Veluwe. Veluwse ondernemers merken dat steeds meer gasten een duurzame vakantie willen beleven. Het past daarnaast goed bij de Veluwe als groen merk. Zoals eerder aangegeven wordt investeren in duurzaamheid ook voor ondernemers een steeds grotere noodzaak. Voor ondernemers betekent dit vaak dat er een flinke kwaliteitsslag te halen valt.6, 7 Duurzaamheid gaat niet alleen over de duurzaamheid van de objecten op een park en de energietransitie, maar ook over duurzaam ondernemerschap. Bij duurzaamheid kan ook gedacht worden aan aspecten als circulariteit, klimaatadaptatie, biodiversiteit en natuur. Sociaal en wonen Door de hoge druk op de woningmarkt wordt een deel van de parkenvoorraad gebruikt als overloop van de woningmarkt. De parken waar veel bewoning plaatsvindt zijn vaak de verouderde parken, de parken met achterstallig onderhoud en/of de parken die niet meer aansluiten bij de wensen en behoeften van de huidige bezoekers. Bezettingsgraden lopen terug en vormen van (tijdelijke) verhuur ten behoeve van wonen bieden dan een alternatief om het hoofd boven water te houden. Van deze vorm van huisvesting wordt gebruik gemaakt door mensen die niet op de gewone woningmarkt terecht komen. Dit zijn vaak sociaal kwetsbare groepen.
Er is geen duidelijk overzicht over deze parken en de mensen die hier verblijven. Door het gebrek aan overzicht kan er op deze parken makkelijker criminele en ondermijnende activiteiten plaatsvinden.12 Permanente bewoning en ondermijnende activiteiten zijn geen kerntaken van Vitale Vakantieparken, maar we zien wel dat de ontwikkelingen zich voordoen en om aandacht vragen. Het oppakken van dit vraagstuk is ook in het belang van het komen tot een sterke en kwalitatieve verblijfsrecreatiesector. Er worden vanuit het programma Vitale Vakantieparken daarom wel initiatieven genomen om tot een aanpak te komen, maar voor effectieve aanpak van dit vraagstuk zal het overgedragen moeten worden aan partijen die meer zijn toegerust op deze thematiek.13 Eigendom en omloop vakantiehuizen In Nederland zijn ongeveer 89.000 van de 140.000 vakantiehuizen in particulier bezit. De afgelopen jaren is de verkoop van eenheden op parken sterk toegenomen. Mede door de vergrijzing en hogere inkomens is er structureel meer vraag naar vakantiehuizen. Daarnaast zijn mensen recreatieve voorzieningen gedurende de coronacrisis meer gaan waarderen. Tussen 2010 en 2014 lag het aantal transacties van vakantiehuizen rond de 4000 per jaar. In 2021 waren er in totaal 10.600 transacties op vakantieparken. Dit gaat om vakantiehuizen (6000 in 2021), kavels, grond en standplaatsen.
De omloop van vakantiehuizen is hoog, in 2020 en 2021 is er zelfs 10% van de totale voorraad van eigenaar veranderd.14 Met een versnipperd eigendom op parken is het complexer om tot één gezamenlijke aanpak en toekomstplan voor een park te komen, bijvoorbeeld in situaties waarin een park verouderd is of andere uitdagingen heeft (zoals ondermijning, permanente bewoning) die vragen om een gezamenlijke aanpak. Er spelen veel belangen mee wanneer er keuzes gemaakt moeten worden over de toekomst van een park. Het versnipperde eigendom kan daarmee ontwikkeling van een park in de weg staan.
12 13 14
Ministerie van BZK et al (2020). Actie-agenda vakantieparken 2021-2022. Programma Vitale Vakantieparken (2023). Programmaplan Vitale Vakantieparken 2023-2025. Kadaster (2022). De cijfers over Nederlandse vakantieparken op een rij.
7
Lokale visie op recreatie en toerisme Het beleidsplan “Spots op Elburg” beschrijft de visie van Gemeente Elburg op cultuur & erfgoed, recreatie & toerisme en evenementen. Dit document is het overkoepelende recreatie en toerisme beleid. Gemeente Elburg zet in op het versterken van kwaliteitstoerisme en een optimale beleving van Elburg en omgeving. Daarbij wordt ook ingezet op vernieuwing van het aanbod dat Elburg aan bezoekers biedt. Toerisme blijft de komende jaren naar verwachting autonoom toenemen. Om bezoekersstromen te kunnen beheersen en de kansen die toerisme met zich meebrengt te verzilveren, wordt ingezet op bestemmingsmanagement. Daarbij wordt onder meer aandacht besteed aan spreiding van bezoekers in ruimte en tijd (jaarrond). Kwaliteit, variatie, recreatie op maat en vernieuwing worden steeds belangrijker. Een doelgroepenbenadering is daarbij van belang. De doelgroepen waar gemeente Elburg zich op richt zijn de rustige, vaak wat oudere toerist, die op zoek is naar wat Elburg en omgeving te bieden hebben. Ze komen voor de kwaliteiten in de omgeving met haar natuur en activiteiten als fietsen en wandelen, de rijke cultuurhistorie, rust en ruimte. Maar ook gezinnen en families waarbij het samen zijn centraal staat en die op zoek zijn naar een bestemming die voor ieder wat te bieden heeft. Bezoekers willen graag zelfstandig kunnen kiezen uit verschillende mogelijkheden.
Niet iedereen wil hetzelfde en niet alle ontwikkelingen gaan in dezelfde richting. De schaarse beschikbare vrije tijd wil men zo optimaal mogelijk invullen. Hierdoor zal de vraag naar kwaliteit toenemen. Aan de ene kant is er behoefte aan luxe en comfort, aan de andere kant krijgt men meer behoefte aan eenvoud, onthaasten, minimalisme en rust.15 Ook het maatschappelijk bewustzijn binnen toerisme verandert, waarbij duurzaamheid een steeds grotere rol gaat spelen. Dit vraagt om een kijk en aanpak waarbij kwaliteit en duurzaamheidsdoelstellingen voorop staan. Daarnaast is er in toenemende mate belangstelling voor wat authentiek en oprecht is. Recreanten willen met lokale mensen in contact komen, lokale producten proeven en kopen en de lokale historische cultuur bewonderen. Beleving staat hierbij centraal. Bezoekers stellen steeds hogere eisen aan kwaliteit van leven en maken daarbij meer gebruik van technische ontwikkelingen. Het is van belang dat de ondernemers inspringen op deze ontwikkelingen en de behoefte van de consument en hun aanbod daarop aanpassen. Samenwerking en verbinding met andere ondernemers en sectoren is daarbij van belang. Zoals in de omgevingsvisie Elburg 2018 beschreven zijn Elburg en de Veluwe al decennialang een aantrekkelijke bestemming voor dag- en verblijfsrecreanten.
Elburg heeft de recreant daarbij veel te bieden: het bos, het diverse cultuurhistorische waardevolle landschap en het water. Dit, in combinatie met trends als het belangrijker worden van de belevingskwaliteit in de vrije tijd, van zelfontplooiing, luxe, gezondheid en het streven naar duurzaamheid, maakt dat er kansen gezien worden in het versterken van de toeristisch-recreatieve sector, zowel kwalitatief als kwantitatief. In de omgevingsvisie van Elburg is één van de uitgangspunten een gevarieerde aantrekkelijke recreatiegemeente. Hierbij ligt de nadruk op hoogwaardig recreëren, kleinschaligheid en identiteitsversterking. Binnen de verblijfsrecreatie staan kwaliteit, kleinschaligheid en een gedifferentieerd aanbod voorop. Vernieuwing en kwaliteitsversterking van vakantieparken is de ambitie. Ontwikkeling van nieuwe parken is onder voorwaarden afweegbaar, voor kwalitatieve en onderscheidende initiatieven.16 Dit sluit goed aan op de één park-één plan methode die vanuit het regionale programma gehanteerd wordt. In de omgevingsvisie Elburg zijn specifieke (zoek)zones opgenomen waar mogelijkheden voor (verblijfs)recreatieve ontwikkelingen gezien worden.
15 16
Gemeente Elburg (2021). Beleidsplan Spots op Elburg II. Gemeente Elburg (2018). Omgevingsvisie Elburg 2018.
8
Hoofdstuk 4 Lokale situatie vakantieparken Elburg Op en rond de Veluwe bevinden zich in totaal meer dan 500 vakantieparken en campings. In de gemeente Elburg zijn 13 vakantieparken en campings. De kaart in bijlage 1 geeft een overzicht. Het aanbod aan vakantieparken in de gemeente is gevarieerd. Er is geen oververzadiging van één categorie. Er zijn een aantal kenmerken te herkennen in het aanbod aan vakantieparken in gemeente Elburg.
Grootte vakantieparken
Type park 6 2
5
2
5 4
4
3 2 Camping
1
Kleinschalig kampeerterrein Bungalowpark
0
Gemengd kampeer- en bungalowpark
0-1 ha
1-5 ha
5-15 ha
15+ ha
Kenmerken vakantieparken Elburg: -
-
Iets meer dan de helft van de vakantieparken bestaat (gedeeltelijk) uit bungalowparken of een combinatie van kampeer- en bungalowpark. De rest van het aanbod bestaat uit (kleinschalige) campings. Er zijn twee parken groter dan 15 hectare. Daarnaast zijn er twee parken rond de 10 hectare. Dit zijn ook de vier parken die elk meer dan 100 eenheden hebben (kampeerplaatsen, stacaravans en recreatiewoningen gecombineerd). De rest van het aanbod in Elburg is kleinschalig, met maximaal 30 eenheden per park. Het merendeel van de parken is in volledig eigendom van de park-/campingeigenaar. Op 2 parken is er in grote mate sprake van uitponding. De meeste bungalowparken hebben zelf eigendom van de grond, maar de recreatieverblijven zijn vaak (gedeeltelijk) individueel eigendom van particulieren. Met uitzondering van twee parken vallen alle vakantieparken in de zone aan de rand van de Veluwe. Een aantal vakantieparken is bezig met een toekomstperspectief. Diverse externe omstandigheden (zoals de coronacrisis, personeelstekorten en de energiecrisis) hebben de afgelopen jaren effect gehad op de (financiële) duurzaamheid van de parken.