CConstaterende datelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Beeldvorming 23 oktober 2023, gemeente elburg25.270 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Waar enkele parken waar echt geen toeristisch perspectief meer gezien werd, aan het afschalen zijn of naar een (tijdelijk) andere functie zijn gegaan, werken andere parken juist hard aan een kwaliteitsimpuls om het park toekomstbestendig te maken en/of te houden.

9

Hoofdstuk 5 Uitgangspunten lokaal beleid De gemeente Elburg streeft naar een kwalitatieve en structurele versterking en vernieuwing van het toeristisch aanbod in de gemeente. Daarbij wordt onder meer ingezet op spreiding van bezoekers in ruimte en tijd (seizoensverlenging), meer meerdaags verblijf en herhaalbezoek. Het (behouden van) balans tussen bezoekers, inwoners, beleving en natuur en landschap en (cultuurhistorisch) erfgoed is van belang, net als aandacht voor duurzaamheid.17, 18 In dit hoofdstuk worden de uitgangspunten geschetst op grond waarvan toegewerkt kan worden naar vitale vakantieparken in gemeente Elburg. Een vakantiepark is vitaal wanneer het de kwaliteit biedt waar de bezoeker naar op zoek is en het perspectief voor de toekomst gunstig is. Er zijn geen zorgen dat het park over een aantal jaren nog steeds een toeristische functie heeft. In hoofdlijnen kan dit worden bereikt door: 1. 2. 3.

Te bevorderen dat op vakantieparken die daarvoor geschikt zijn een gevarieerd en hoogwaardig aanbod van verblijfsrecreatieve voorzieningen wordt gerealiseerd. Vakantieparken die niet (meer) gezond zijn en niet (meer) voor recreatie geschikt zijn of zijn te maken te transformeren. Oneigenlijk gebruik van recreatiewoningen terug te dringen.

Het Vitale Vakantieparken beleid zet primair in op het toekomstbestendig maken en houden van de vakantieparken met een recreatief perspectief. Op het moment dat er echt geen mogelijkheden meer gezien worden voor een recreatieve toekomst, kan gekeken worden naar mogelijkheden voor transformatie. De gemeente volgt hierbij het uitgangspunt van het regionale Programma Vitale Vakantieparken, te weten: “één park, één plan”. Geldende beleidskaders en wet- en regelgeving zijn hierbij kaderstellend. Daarbinnen is ruimte om in gesprek te gaan over het gewenste toekomstbeeld en kunnen afspraken gemaakt worden over hoe we (gezamenlijk) toewerken naar dit toekomstbeeld. Ieder vanuit de eigen rol en mogelijkheden. Dit kan betekenen dat parken een verbetering/kwaliteitsslag ondergaan, maar kan ook betekenen dat een transformatie plaatsvindt. Ieder park zal, in samenspraak met de gemeente, werken aan een eigen toekomstvisie. Aangezien de markt aan verandering onderhevig is, is ervoor gekozen in dit beleid geen vaste regels te stellen. Vanuit de “één park, één plan”- gedachte van het regionale programma Vitale Vakantieparken, vragen wij aan de ondernemer/initiatiefnemer om de behoefte danwel de potentie van een initiatief te onderbouwen. Onderstaand worden de hoofdlijnen nader toegelicht.

5.1 Bevorderen van een gevarieerd en hoogwaardig recreatief aanbod Het Vitale Vakantieparken beleid zet primair in op het toekomstbestendig maken en houden van de vakantieparken met een recreatief perspectief. Het heeft daarbij de voorkeur om de ontwikkeling van nieuwe, verblijfsrecreatieve voorzieningen te laten plaatsvinden op terreinen die al als zodanig bestemd zijn. Er wordt gestreefd naar een gevarieerd en hoogwaardig aanbod aan verblijfsrecreatieve voorzieningen op vakantieparken, waarbij het aanbod goed aansluit bij de vraag en behoeften van bezoekers. Er wordt ingezet op het verbeteren en/of herstellen van voorzieningen voor recreatief verblijf. Gemeente Elburg wil ondernemers van vakantieparken daarbij de ruimte geven om mee te bewegen met trends en ontwikkelingen in de markt. De gemeente wil in beginsel daarom haar medewerking verlenen aan plannen die leiden tot verhoging en verbetering van de kwaliteit van bestaande vakantieparken. Ieder park werkt aan de hand van de “één park één plan-benadering” zijn/haar toekomstvisie uit. Ieder plan zal worden getoetst aan de op dat moment van toepassing zijnde beleid en wet- en regelgeving. Om tot vakantieparken met een gevarieerd en hoogwaardig aanbod te komen, is het wenselijk dat uitponding zoveel mogelijk wordt voorkomen.

Een goede sturing op het park is namelijk beter te bereiken met een eigenaar die daar invloed op heeft en een goede gesprekspartner voor de gemeente kan zijn. Dit past ook in de één park-één plan benadering. De ontwikkeling van nieuwe parken is onder voorwaarden afweegbaar, voor kwalitatieve en onderscheidende initiatieven, binnen de mogelijkheden van geldend beleid en wet- en regelgeving. Initiatieven voor nieuwe parken moeten een verblijfsrecreatieve toevoeging zijn op het bestaande aanbod in de gemeente en regio. Het initiatief moet meerwaarde geven aan het reeds bestaande aanbod en moet aansluiten op de wensen en behoeften van de recreanten (vraaggericht). De initiatiefnemer dient het kwalitatieve en onderscheidende vermogen alsook de aansluiting op de behoefte vanuit de markt duidelijk in de planvorming aan te tonen. 17 18

Gemeente Elburg (2021). Beleidsplan Spots op Elburg II. Gemeente Elburg (2022) Collegeprogramma gemeente Elburg 2022-2026.

10

Bij het verhogen van de recreatieve kwaliteit en de vitaliteit van een vakantiepark zien we ook graag aandacht voor een aantal belangrijke thema’s, zoals: Doelgroepen. Bewustzijn van wie de gast is en welk marktsegment het beste past bij het bedrijf is van belang om te zorgen voor een vraaggericht aanbod, dat aansluit bij de wensen en behoeften van de consument. Landschappelijke inpassing. Dit kan zorgen voor een betere inpassing in de omgeving en daarmee ook bijdragen aan een kwaliteitsimpuls van het park. Duurzaamheid. Verduurzaming is een stap die gezet kan worden om een vakantiepark toekomstbestendig te maken. Binnen het thema duurzaamheid kan gedacht worden aan circulariteit, klimaatadaptatie, energietransitie, biodiversiteit en natuur. Vanuit het regionale programma Vitale Vakantieparken loopt een aantal projecten in samenwerking met vakantieparken om parken verder te verduurzamen en hen hierin te ondersteunen. Met het project Park van de Toekomst wordt daarnaast ingezet op het opdoen van verdere inzichten en ervaringen op dit thema, in samenwerking tussen overheden, ondernemers en onderwijs. Brandveiligheid. Het (verbeteren van de) brandveiligheid is een belangrijk aspect binnen het bestaan en de toekomstbestendigheid van vakantieparken. Hierover meer in hoofdstuk 6. Samenwerking.

Samenwerking tussen gemeente en parken, maar ook tussen de parken en andere (toeristische) ondernemers onderling kan de kwaliteit en vitaliteit van een park behouden en verbeteren. Onderlinge samenwerking kan elkaars aanbod aanvullen en versterken, maar ook bijdragen aan het (gezamenlijk) komen tot oplossingen voor bepaalde vraagstukken. Op deze manier kan gezamenlijk aan een toeristisch sterke regio met grotere aantrekkingskracht gewerkt worden. Vanuit onder andere het programma Vitale Vakantieparken worden met regelmaat cursussen, trainingen en handreikingen aangeboden voor ondernemers over verschillende onderwerpen. Deze bieden ondernemers instrumenten en handvaten om met thema’s aan de slag te gaan.

5.2 Transformeren van niet (meer) gezonde vakantieparken In eerste instantie worden alle recreatieve mogelijkheden voor een vakantiepark onderzocht. Hierbij kijkt de parkeigenaar, in overleg met de gemeente, naar opties voor opschaling, afschaling, doorontwikkeling en overname. Als de huidige exploitant en andere partijen echt geen mogelijkheden (meer) zien om de functie voor verblijfsrecreatie te behouden of te herstellen, komt er een onderzoek naar mogelijkheden om de functie van het terrein te veranderen (transformatie). In principe ligt het initiatief bij de exploitant om de nodige onderzoeken uit te voeren en transformatie-mogelijkheden te verkennen. Dit proces zal ook plaatsvinden vanuit de “één park één plan-benadering”. Iedere locatie vraagt om een eigen invulling. Elk park is anders en vraagt om een specifieke benadering: het is maatwerk. Wat op het ene park een goede optie kan zijn, is niet zonder meer op een ander park van toepassing. Er zal voor het gehele park een plan komen, waarbij ook hier geldt dat de gemeente het plan toetst aan de geldende beleid en weten regelgeving. Als een geschikte nieuwe functie voor het terrein wordt gevonden, kan de gemeente daaraan (onder nader te bepalen voorwaarden) medewerking verlenen door (uiteindelijk) de bestemming van het terrein aan te passen aan de beoogde nieuwe functie.

Bij transformatie naar een andere functie gelden in ieder geval de volgende uitgangspunten: Er dient een toekomstbestendige situatie te ontstaan. De kosten voor de transformatie mogen niet ten laste komen van de gemeente. In hoofdstuk 7 meer over de financiën. De transformatie mag niet leiden tot een situatie waarin de eigenaar van het park “wordt beloond voor nalatig handelen”; wel tot een reële compensatie van de te taxeren waarde van het park, maar ook weer niet tot een overcompensatie daarvan. Parkeigenaren moeten zelf zorgen dat aan alle te stellen voorwaarden wordt voldaan en dat al het noodzakelijke onderzoek wordt verricht. Als het niet lukt om binnen een vooraf bepaalde periode constructieve afspraken te maken zal de gemeente het geldende bestemmingsplan handhaven. De gemeente Elburg kiest er bij transformatie opgaven niet voor om: Een vakantiepark één op één om te zetten naar een reguliere woonwijk; Op een vakantiepark vermenging van legaal wonen en recreëren toe te staan.

11

5.3 Oneigenlijk gebruik van recreatiewoningen terugdringen Oneigenlijk gebruik van recreatiewoningen komt kort gezegd neer op het (permanent of semipermanent) bewonen van recreatiewoningen door niet-toeristen. Ook binnen de gemeente Elburg hebben we te maken met oneigenlijk gebruik van recreatiewoningen. Om diverse redenen is dit oneigenlijk gebruik van recreatiewoningen op een park ongewenst. Tijdelijke bewoning Achterliggende oorzaak van het inzetten van recreatiewoningen voor oneigenlijk gebruik is vaak een moeizame exploitatie van een park. Dit betekent voor veel ondernemers vaak minder inkomsten, minder investeringsmogelijkheden, verder kwaliteitsverlies, et cetera, waardoor zij op zoek gaan naar andere manieren om inkomsten te genereren. Eén van de opties om met deze opgave om te gaan is het toestaan van (tijdelijk) alternatief gebruik van de recreatiebestemming voor tijdelijke bewoning. Inkomsten uit dit tijdelijk alternatieve gebruik kunnen ingezet worden om te werken aan de vitalisering van het park om er weer een toekomstbestendig park van te maken. Met de beleidsregel tijdelijke bewoning recreatiewoningen vakantieparken is het onder strikte voorwaarden mogelijk om tijdelijk te wonen op een vakantiepark. Daarbij geldt dat niet elk park zich daarvoor leent en diverse criteria in de afweging worden meegenomen om te bepalen of een park hiervoor geschikt is.

Daarnaast hebben we ook als gemeente te maken met doelgroepen die vanwege uiteenlopende redenen hun toevlucht nemen tot een dergelijke woning (te denken valt aan echtscheiding of andere schrijnende situaties) omdat ze op dat moment geen andere (reguliere) woning kunnen betrekken. Gemeente Elburg streeft naar een structurele oplossing van dit probleem, buiten de recreatieparken. Zolang die oplossing echter nog niet is gevonden, geldt de beleidsregel tijdelijke bewoning recreatiewoningen vakantieparken. Permanente bewoning In het algemeen geldt dat gemeente Elburg het onwenselijk vindt dat recreatiewoningen permanent bewoond worden. De Veluwse gemeenten zetten zich samen met de Provincie Gelderland, HISWA/RECRON en vele ander partijen in om de verblijfsrecreatie vitaal te houden. Daarvoor hebben deze partijen het programma Vitale Vakantieparken vastgesteld en daarop geënt gemeentelijk beleid geformuleerd. Door een vergunning voor het permanent bewonen van een recreatiewoning te verlenen of door een persoonsgebonden gedoogbeschikking te verlenen, zou de gezamenlijke aanpak en het gemeentelijk beleid doorkruist worden.

Met het verlenen van een omgevingsvergunning voor een individueel geval en het maken van een afweging op het niveau van een op zichzelf staande (individuele) woning ontstaat een ad hoc-aanpak die in strijd is met de ‘één park, één plan’ aanpak van het programma Vitale Vakantieparken. Dat willen wij niet. Daarom wordt aan permanente bewoning van één of meer recreatiewoningen op een vakantiepark of in een cluster geen medewerking verleend, anders dan in het kader van de transformatie van het betreffende vakantiepark als geheel. De beslissing om permanente bewoning toe te staan is ingrijpend. De vakantieparken vormen met de dagrecreatieve voorzieningen de toeristisch-recreatieve infrastructuur in de gemeente. Het toevoegen van reguliere bewoning verstoort die balans en leidt tot aantasting van -of een grotere belasting open/of beperkingen voor die functies in hun onderlinge samenhang. Een besluit om wel of geen bewoning toe te staan op een vakantiepark vraagt dan ook een zorgvuldige afweging en integrale benadering. Onderdeel van die benadering is het belang van het vakantiepark als economische factor, als onderdeel van de toeristisch-recreatieve infrastructuur. Het toestaan van permanente bewoning kan de aantrekkelijkheid, belevingswaarde en daarmee de economische waarde en potentie van een vakantiepark ondermijnen.

Permanent wonen en recreatief verblijven naast en door elkaar levert spanning op: de recreant heeft een ander leefpatroon en andere verwachtingen dan een bewoner. Dat kan tot een aantasting van een prettig woon- en leefklimaat voor beide functies leiden en afbreuk doen aan de kwaliteit en de economische waarde van een park. Daarnaast geldt dat er bij een woonfunctie andere (wettelijke) kaders en randvoorwaarden gelden, die praktisch gezien vaak alleen op het niveau van het vakantiepark als geheel georganiseerd en uitgevoerd kunnen worden. Daarbij valt te denken aan natuurwetgeving, waarbij een woonfunctie als zwaardere belasting voor de natuur wordt gezien dan een recreatiefunctie wat betekent dat in ligging van Gelder Natuurnetwerk (GNN) of Natura 2000-gebied compensatie van natuurwaarden nodig is. Maar ook andere zaken als infrastructuur, bereikbaarheid, vindbaarheid van de recreatiewoningen, landschappelijke inpassing, bewaren van het ‘groene karakter’ en praktische zaken als afvalinzameling zijn aspecten die collectief, op schaal van het park overwogen en geregeld moeten worden en niet of nauwelijks op het niveau van de individuele eigenaar zijn te organiseren en uit te voeren. Voor solitaire recreatiewoningen, dat wil zeggen recreatiewoningen die zich niet op een vakantiepark bevinden, geldt een andere situatie.

Voor de vraag of het permanent bewonen van dergelijke solitaire recreatiewoningen wel of niet wenselijk is, is de aanpak op het niveau van het vakantiepark niet aan de orde. Concreet betekent dit dat wij een aanvraag om omgevingsvergunning voor een solitaire vakantiewoning zullen weigeren, tenzij er sprake is van een substantiële kwalitatieve verbetering voor de omgeving en voldaan kan worden aan de voorwaarden die wij in het kader van een evenwichtige

12

toedeling van functies aan locaties aan een omgevingsvergunning stellen. Deze zijn in beginsel gelijk aan die voor een vakantiepark. De combinatie van recreatie en onrechtmatige bewoning binnen één park is ongewenst. Het permanent verblijven van personen op een vakantiepark is op basis van bestemmingsvoorschriften en voorschriften uit het omgevingsplan niet toegestaan. Permanente bewoning zal om die reden worden beëindigd door middel van een strak handhavingsregime. Uitzondering hierop zijn bewoners die beschikken over een persoonsgebonden gedoogbeschikking. Bewoners die al voor 1997 op een vakantiepark woonden, konden daar een persoonsgebonden gedoogbeschikking voor aanvragen. Dit houdt in dat zij op het huidige adres kunnen blijven wonen, maar dat na hun verhuizing of overlijden de recreatiewoning alleen gebruikt mag worden voor recreatie.

13

Hoofdstuk 6 Openbare orde en veiligheid In het regionale programma Vitale Vakantieparken is er ook aandacht voor het thema openbare orde en veiligheid. Binnen dit brede thema richt Vitale Vakantieparken zich op het voorkomen en aanpakken van veiligheidsvraagstukken en probleemsituaties op vakantieparken, zoals verstoring van de openbare orde en brandveiligheid. Daarbij wordt samengewerkt met verschillende (veiligheids)partners. Er is in samenwerking met het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV) een instrument opgezet voor de algemene veiligheid, Handreiking voor veilige vakantieparken19. Het gaat hierbij om het aanpakken van veiligheidsvraagstukken (o.a. ondermijning) en andere vraagstukken op het gebied van de openbare orde. Maar ook om het voorkomen van nieuwe onveilige en probleemsituaties. Ook is er aandacht voor zaken als brandveiligheid, ontruimingsplannen en bereikbaarheid bij calamiteiten. Ondermijning De gemeenten van het politieteam Veluwe-Noord, de politie en het Openbaar Ministerie hebben in het Integraal Veiligheidsplan doelstellingen over ondermijning opgesteld. In het Plan van Aanpak Ondermijning 2020-2023 wordt een anonimiteit beschreven die is ontstaan door het particuliere karakter van de terreinen en de situering in overwegend bosachtig gebied.

Deze anonimiteit kan “faciliterend” zijn voor criminele activiteiten en gaat ten koste van de leefbaarheid en veiligheid op en rond vakantieparken en van de aantrekkelijkheid van de Veluwe voor recreanten. De situationele kennis van overheidsinstanties (gemeente, politie, brandweer, fiscus) is gebrekkig en versnipperd. Bemoeienis met parken qua handhaving is meestal incident-gestuurd. Om ondermijning te bestrijden is een goede informatiepositie van de gemeente Elburg van belang alsook het goed onderhouden van de relatie met de beheerders. Gemeente Elburg doet met enige regelmaat integrale controles op de vakantieparken samen met het Ariadne-project. Hierdoor is de informatiepositie de afgelopen jaren verbeterd. Brandveiligheid Een onderdeel van klimaatadaptatie is brandveiligheid. Met de klimaatverandering waar we mee te maken hebben komen er steeds meer lange periodes van droogte voor. Daarmee stijgt de kans op (natuur)branden. Vakantieparken op de Veluwe zullen daarom goed na moeten denken over brandveiligheid van het park. De verantwoordelijkheid voor brandveiligheid ligt bij de eigenaar of exploitant van het park. Deze kan de verantwoordelijkheid wel delen met experts, bijvoorbeeld door de installaties te laten keuren door een erkend installateur. De gemeente is het bevoegd gezag om toezicht te houden op brandveiligheid op vakantieparken.

Hiervoor kunnen ze gebruik maken van de veiligheidsregio als adviseur. Veiligheidsregio Noord en OostGelderland (VNOG) werkt met een eigen controlelijst brandveilig gebruik recreatieterreinen op basis waarvan gestructureerd controles op het gebied van brandveiligheid kunnen worden uitgevoerd op vakantieparken. Daarnaast kunnen parkeigenaren en -exploitanten de Handreiking brandveiligheid vakantieparken20 van Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV) raadplegen voor wet- en regelgeving en te nemen maatregelen. Bereikbaarheid bij calamiteiten Een vakantiepark moet te allen tijde op alle locaties bereikbaar zijn voor hulpdiensten bij calamiteiten. Parkeigenaren moeten daarom strikt handhaven op het vrijhouden van alle (toegangs)wegen, fiets- en voetpaden en slagbomen. Ontruimingsplannen In het geval van calamiteiten moet de parkeigenaar of -exploitant een ontruimingsplan hebben. VNOG, VGGM en HISWA-RECRON hebben een Model ontruimingsplan voor recreatieterreinen opgesteld die hiervoor gebruikt kan worden 21. Duidelijk moet zijn wie welke rol op zich neemt en waar de verantwoordelijkheid ligt.

19 20 21

CCV (2016). Handreiking voor veilige vakantieparken. NIPV (2022). Handreiking brandveiligheid vakantieparken. VNOG, VGGM (2022). Model Ontruimingsplan Natuurbranden voor Recreatieterreinen.

14

Hieruit volgen de hieronder beschreven uitgangspunten waarmee we het bovenstaande willen bereiken:

1. Informatiepositie verbeteren -

-

Allereerst wil gemeente Elburg goed contact met de beheerders en eigenaren van de vakantieparken in de gemeente, om het draagvlak te vergroten om informatie te delen. De beheerder weet veel en ziet veel. De gemeente is erbij gebaat om juiste informatie te hebben om de juiste partijen op de problematiek te zetten en de beheerder is erbij gebaat om goede contacten te hebben met de professionals. Dit doen we door regelmatig met parken in gesprek te zijn en er op bezoek te gaan, om zo te werken aan een goede onderlinge relatie. Voor alle parken geldt een sluitend systeem van nachtregistratie, waar op gehandhaafd kan worden. Proactieve rol van toezichthouders, wijkagenten en ambtenaren. We willen controles monodisciplinair en/of op een integraal niveau inzetten. Voortzetten inzet van het Ariadne-project voor de parken waar weinig informatie beschikbaar is. Dit project ondersteunt gemeenten in het voorkomen en bestrijden van ondermijnende criminaliteit op en rondom vakantieparken in Gelderland, door onder andere toezicht en handhaving.

2. Brandveiligheid verbeteren -

Parken dienen bij controle van de gemeente aan te tonen dat de brandveiligheidsinstallaties actueel zijn en voldoen aan de controlelijst brandveiligheid gebruik recreatieterreinen van het VNOG. Gemeente Elburg zal helpen bij het informeren van parkeigenaren over het verbeteren van brandveiligheid op het park. Er komt een pagina op de website van gemeente Elburg met een overzicht van actuele informatie en documenten. Het programma Vitale Vakantieparken werkt aan voorlichtingsmateriaal en voorbeelddocumenten over brandveiligheid voor recreatieondernemers. Dit is te raadplegen op https://www.vitalevakantieparken.nl/

3. Ontruimingsplannen en calamiteiten -

Vakantieparken dienen een ontruimingsplan te hebben waar duidelijk uit blijkt welke verantwoordelijkheid en rol bij wie ligt. Alle toegangswegen van het park dienen te allen tijde vrij van obstakels te zijn. Informatie over ontruimingsplannen en calamiteiten is te vinden op de websites van Vitale Vakantieparken, VNOG, VGGM en HISWA-RECRON. Op de website van gemeente Elburg zal ook een verwijzing naar deze organisaties en relevante informatie en documenten komen.

15

Hoofdstuk 7 Financiën Gemeente Elburg heeft geen middelen gereserveerd voor het dekken van kosten die voortvloeien uit verbetering, transformatie of sanering van vakantieparken. Voor het voeren van overleg met eigenaren/exploitanten van vakantieparken is beperkte capaciteit beschikbaar. Uitgangspunt is dat de (park)eigenaar financieel verantwoordelijk is voor het vakantiepark.

Vitaal houden en maken van het park

De (park)eigenaar is financieel verantwoordelijk voor het vitaal houden en maken van het park. De gemeente en het regionale programma Vitale Vakantieparken kunnen hier wel ondersteuning in bieden. De volgende instrumenten kunnen hiervoor ingezet worden: Kwaliteitsteam Vitale Vakantieparken. Het Kwaliteitsteam van Vitale Vakantieparken kan met het team van experts meekijken naar de kwaliteitsslag die nodig is om het park vitaal te maken. Daarmee kunnen ze recreatieondernemers die hun park verder willen ontwikkelen en een kwaliteitsslag willen maken ondersteunen. Hierbij wordt gewerkt aan een maatwerkoplossing waarbij er een plan wordt opgesteld voor het hele park, volgens het éénpark-één-plan principe. Het team geeft onder andere advies over positionering, nieuwe recreatieproducten, kostenbesparingen en innovaties. Ontwikkelingsmaatschappij Vitale Vakantieparken. De ontwikkelingsmaatschappij Vitale Vakantieparken kan in overleg met betrokkenen een rol spelen bij het aankopen en/of (tijdelijk) beheren van parken en het investeren in kwaliteitsverbetering van een park. Tijdelijk alternatief gebruik recreatiebestemming. De beleidsregel tijdelijke bewoning recreatiewoningen vakantieparken maakt het onder strikte voorwaarden mogelijk om tijdelijke bewoning op vakantieparken toe te staan.

Dit kan door het indienen van een parkplan volgens de regels en voorwaarden omschreven in de beleidsregel tijdelijke bewoning recreatiewoningen vakantieparken. Er moet duidelijk uit het parkplan blijken dat de winst van het tijdelijk alternatief gebruik naar de vitalisering van het park gaat.

Transformatie en sanering -

-

De kosten voor de diverse onderzoeken die voorafgaan aan het wijzigen van de bestemming dienen te worden opgebracht door de belanghebbenden, in dit geval de (park)eigenaar. Hierbij valt onder andere te denken aan onderzoeken zoals milieukundig onderzoek, archeologisch onderzoek en onderzoek naar de waterhuishouding. De kosten voor het voldoen aan de wettelijke eisen dienen te worden opgebracht door de belanghebbenden. Denk hierbij aan bijvoorbeeld geluidwerende voorzieningen. Over de dekking van kosten voor noodzakelijke aanpassingen van de infrastructuur en toekomstige beheer daarvan moeten nadere afspraken gemaakt (en vastgelegd) worden tussen gemeente Elburg en belanghebbenden. Bij sanering moet worden gezocht naar een compensatie van de waarde van het park via taxatie en de te maken extra kosten. Ook deze kosten worden doorberekend bij belanghebbenden. Verevening. Rond de (tijdelijke) wijziging van de bestemmingsregeling op parken kan verevening ingezet worden. Opbrengsten van verevening kunnen worden gebruikt om (elders) aan (recreatieve) ontwikkeling en recreatieve en ruimtelijke kwaliteit in de omgeving bij te dragen. Gemeente Elburg wil de mogelijkheden rondom verevening verder onderzoeken.

16

Bijlage 1: Overzicht vakantieparken in gemeente Elburg op 1 augustus 2023

1. Veluwe Strandbad 2. Camping Old Putten 3. De Rozehoeve 4. Camping de Plaats 5. Vakantieverblijf de HaerHagen 6. Green Village Parcs 7. Vakantiebedrijf Dekker 8. Thornspick / Het Verborgen Verblijf 9. Bovenweg 65B 10. Stuyvenzand 11. Campingbedrijf G. Cossee 12. Bospark Dennenrhode 13. De Scheepsbel

17

Bijlage 2: Plan van Aanpak WAT

WIE

WANNEER

1 keer per jaar

1. Informatiepositie onderhouden en verder verbeteren Inzetten op het creëren van een goede informatiepositie over de vakantieparken binnen de gemeente Elburg. Hier op inzetten door middel van twee sporen:

-

Gesprekken met de parken. Gemeente zet doorlopend in op het onderhouden van contacten met de ondernemers op de parken. Zo blijven gemeente en ondernemer op de hoogte van ontwikkelingen in beleid en op het park.

Wethouder Ruimte Afdeling Ruimte/Beleid

-

Basisinformatie op orde:  Parkenbank. Gemeente Elburg houdt informatie up to date in de parkenbank. Dit is een overzicht van alle vakantieparken in de gemeente Elburg.  Uitvoeren vitaliteitsscans. Door middel van vitaliteitsscans kan de situatie op vakantieparken in Elburg in beeld gebracht worden en inzicht verkregen worden in de vitaliteit en het toeristisch toekomstperspectief van parken. Dit geeft gemeente Elburg een beter inzicht in de sector en biedt een basis om verder met parken in gesprek te kunnen over de toekomst van het park.

Afdeling Ruimte/Beleid

2 keer per jaar

Afdeling Ruimte/Beleid

Eind 2024

Vakantieparken

2025

Afdeling Ruimte/Beleid i.s.m. Dienstverlening Afdeling Dienstverlening

Doorlopend

2. Parkplan Gemeente Elburg wil van alle vakantieparken een parkplan hebben voor het toekomstperspectief. Hierbij spelen de aandachtspunten van hoofdstuk 5.1 een rol. Dit sluit aan bij de ambitie vanuit het regionale programma Vitale Vakantieparken om in 2025 voor alle parken een toekomstplan te hebben.

3. Aandacht voor openbare orde en veiligheid op de parken 4. Consequent handhavingsbeleid 5. Maatschappelijke opvang

Doorlopend

-

Beleidsregel tijdelijke bewoning recreatiewoningen vakantieparken. Voor tijdelijke huisvesting van de doelgroep spoedzoekers is een beleidsregel tijdelijke bewoning opgesteld. Vakantieparken kunnen vóór 1 december 2024 een parkplan inleveren voor de tijdelijke bewoning van recreatiewoningen door spoedzoekers. Deze beleidsregel zal per 1 december 2023 ingaan. Er is een overgangsregel van 1 jaar voor het omzetten naar het nieuwe systeem en lopende omgevingsvergunningen zullen uitfaseren.

Ruimte/Beleid Dienstverlening

Vanaf 1 december 2023

-

Permanente bewoning. Op permanente bewoning van vakantiewoningen zal worden gehandhaafd.

Dienstverlening

Doorlopend

18

Vragen ChristenUnie Elburg tbv Beeldvormende vergadering 23 oktober 2023 5.1 Herhuisvesting gemeentekantoor 1. Welke flexibiliteit zit er in de renovatieplannen? Is er bijvoorbeeld nog ruimte om op termijn toch ruimte in te passen voor een organisatie/instelling die toch geinteresseerd is of als resultaat van besluitvorming over het streekarchief? 2. We geven met dit besluit opdracht aan het college om een renovatiescenario uit te werken. Wat is het exacte resultaat dat we dan mogen verwachten? Ik doel dan op een soort inhoudsopgave van wat we qua inhoud mogen verwachten. 3. Het aanpassen van de vervangingstermijn lijkt een slimme manier om de kosten te drukken. Maar de afschrijvingstermijnen zijn er natuurlijk niet voor niks. Kan dit zo wel? Gaan we nu niet instemmen met een te optimistisch plaatje en gaan we in de praktijk zien dat vervanging eerder nodig is? 4. T.o.v. de presentatie van 30 augustus 2021 zijn de kosten gestegen van 12,5 naar 22 miljoen. Waar zit op hoofdlijnen het verschil? 5. Kan het college aangeven hoe zij aankijkt tegen de dekking van de kosten (vanuit reserves, gebruik makend van verwachte overschotten op de jaarrekening), wetende dat we ook op andere projecten, bijvoorbeeld onderwijshuisvesting, stijging van de kosten zien? 5.4 Vitale vakantieparken 1.

Wat merken ondernemers in de praktijk van de '1 park 1 plan' benadering en wie neemt daarin initiatief? In bijlage 2 staat uitsluitend dat de gemeente ze wil hebben in 2025. 2. Zou deze visie, als die er eerder was, tot andere ontwikkelingen hebben geleid voor bijv. de Roskam en de Scheepsbel of is toen al in deze lijn gehandeld? 3. Op p.11 staat bovenaan 'Bij het verhogen van de recreatieve kwaliteit en de vitaliteit van een vakantiepark zien we ook graag aandacht voor een aantal belangrijke thema's.' En daarna volgt een opsomming. Wat is de bedoeling met deze passage? Wordt hier op een of andere manier op gestuurd of geselecteerd en hoe dan? 4. De inhoud van de Beleidsregel tijdelijke bewoning is belangrijk om het plan Vitale Vakantieparken te kunnen beoordelen. Kan deze beleidsregel, al is het een concept, worden toegevoegd aan de stukken? 5. Handhaving en controle zijn belangrijk, vooral t.a.v. de zaken die genoemd worden in H6, openbare orde en veiligheid. Is er voldoende capaciteit beschikbaar om hierin daadkrachtig te kunnen handelen? 6. Hoe kan een parkeigenaar gebruik maken van de zaken, genoemd in H7?

5.5 Nota Bodembeheer 1. Argument 1.3 suggereert dat we iets gaan vaststellen dat onder de Omgevingswet niet meer zou kunnen. Nu vaststellen maakt dat we nog tot 2030 wegkomen onder het overgangsrecht, zo staat er en dat is te begrijpen. Maar wat is de reden dat we nu niet iets maken dat gewoon passend is onder de omgevingswet? Waar zit inhoudelijk de crux?

2. Het 'erkennen' (besluit 2) betekent dat we grondtransport toestaan, in lijn met het beleid uit de nota, vanuit deze gemeenten zonder partijkeuringen?

1. Wat merken ondernemers in de praktijk van de '1 park 1 plan' benadering en wie neemt daarin initiatief? In bijlage 2 staat uitsluitend dat de gemeente ze wil hebben in 2025. Het initiatief voor contact ligt hier bij gemeente Elburg. We zijn begonnen om met alle parken gesprekken te voeren waar we ook bespreken waar ondernemers tegenaan lopen. Voor het opstellen van het parkplan is de ondernemer verantwoordelijk, maar wij bieden hier vanuit de gemeente ondersteuning voor en denken graag mee over de mogelijkheden. Voor nu zijn we nog maar met een paar parken bezig om te kijken naar een toekomstperspectief. Dit zijn de parken waar de ondernemer heeft aangegeven in de huidige recreatieve status niet uit de voeten te kunnen. 2. Zou deze visie, als die er eerder was, tot andere ontwikkelingen hebben geleid voor bijv. de Roskam en de Scheepsbel of is toen al in deze lijn gehandeld? In principe is er voor de aanpak voor de vakantieparken niks veranderd. Dit beleidsplan is een actualisatie van het huidige beleidsplan. De prioriteit van in eerste instantie kijken naar vitalisering van toeristische recreatie (met mogelijk opschaling, afschaling, vernieuwde doelgroep, vernieuwd ondernemerschap) werd in het huidige beleidsplan ook als eerste stap gehanteerd. Het verschil is dat we er nu meer nadruk op leggen, en het helderder inkaderen.

Dit deels ook met het oog op de omgevingswet waar we als gemeente helder kaders moeten stellen. In de gesprekken die gemeente Elburg met bijvoorbeeld de Roskam en de Scheepsbel heeft gevoerd zijn dezelfde stappen gezet en scenario’s verkend. 3. Op p.11 staat bovenaan 'Bij het verhogen van de recreatieve kwaliteit en de vitaliteit van een vakantiepark zien we ook graag aandacht voor een aantal belangrijke thema's.' En daarna volgt een opsomming. Wat is de bedoeling met deze passage? Wordt hier op een of andere manier op gestuurd of geselecteerd en hoe dan? Dit zijn aandachtspunten die ingezet kunnen worden voor het vitaliseren van een vakantiepark. Deze opsomming is bedoeld ter raadpleging voor ondernemers, welke ze kunnen inzetten bij het opstellen van een parkplan. Op de website van gemeente Elburg komt een pagina voor ondernemers van vakantieparken met een verdere uitweiding over deze thema’s met links naar cursussen die ondernemers kunnen volgen. Er zit geen rangorde in belang van de thema’s, dit verschilt per park en ondernemer (één-park-één-plan principe). 4. De inhoud van de Beleidsregel tijdelijke bewoning is belangrijk om het plan Vitale Vakantieparken te kunnen beoordelen. Kan deze beleidsregel, al is het een concept, worden toegevoegd aan de stukken? Deze kunnen we m.i. bijvoegen, als context. Hij is in principe al vastgesteld. 5.

Handhaving en controle zijn belangrijk, vooral t.a.v. de zaken die genoemd worden in H6, openbare orde en veiligheid. Is er voldoende capaciteit beschikbaar om hierin daadkrachtig te kunnen handelen? De uitgangspunten die we in hoofdstuk 6 hebben opgesomd zijn grotendeels gelijk aan het huidige beleid. Momenteel wordt er voldoende gehandhaafd op de vakantieparken. De parken waar ondermijning plaatsvindt worden aangepakt en waar extra ondersteuning nodig is kunnen we het Ariadne-project inzetten. De andere uitgangspunten (brandveiligheid en ontruimingsplannen en calamiteiten) zijn aandachtspunten die de laatste tijd meer spelen. Hiervoor hebben we de ondersteuning van het VNOG en de regionale samenwerking in Vitale Vakantieparken. 6. Hoe kan een parkeigenaar gebruik maken van de zaken, genoemd in H7? Contact opnemen met het kwaliteitsteam en de ontwikkelingsmaatschappij is vrijblijvend voor ondernemers. Op de pagina voor ondernemers van vakantieparken op de website van gemeente Elburg zal een duidelijke verwijzing komen naar deze partijen. Daarnaast zullen wij het tijdens gesprekken aangeven als we denken dat de ondernemer hier baat bij kan hebben om een gesprek aan te gaan. Het tijdelijke alternatief voor gebruik van recreatiebestemming is een casus-specifieke tool die we kunnen bespreken met de ondernemers.

In eerste instantie kunnen vakantieparken gebruik maken van de beleidsregel tijdelijke bewoning vakantieparken. Als dit niet toereikend is, kan het college met de hardheidsclausule een aangepaste vorm hiervan toepassen. Mocht er toch meer nodig zijn om het park vitaal te houden of maken, of is de enige optie om te transformeren, zal dit traject langs de gemeenteraad moeten gaan.

Beeldvorming Dossiernummer

2279

Extern Zaak ID

0230329438

Vertrouwelijk

Nee

Vergaderdatum

23 oktober 2023

Agendapunt

5.5

Titel

Raadsvoorstel Vaststelling Nota Bodembeheer regio Noord-Veluwe en Noord-Veluwe Bodemkwaliteitskaart 2021

Organisatieonderdeel

Domein Ruimte

Eigenaar

Rouffaer, Willemien

Bijlagen Bijlage 1 (concept) Nota Bodembeheer regio Noord-Veluwe Bijlage 2 (concept) Noord-Veluwe bodemkwaliteitskaart 2021 Bijlage 3 Raadsvoorstel vaststellingsbesluit Nota Bodembeheer regio Noord-Veluwe en Noord-Veluwe Bodemkwaliteitskaart 2021 Bijlage 4 Raadsbesluit vaststellingsbesluit Nota Bodembeheer regio Noord-Veluwe en Noord-Veluwe Bodemkwaliteitskaart 2021 Bijlage 5 Publicatie Vragen ChristenUnie Elburg tbv Beeldvormende vergadering 23 oktober 2023 Beantwoording vragen CU Nota Bodembeheer t.b.v Beeldvorming 23 okt Geagendeerd

Vergaderdatum

Beeldvorming

23 oktober 2023

Toelichting Henk Wessel Zaaknummer 329438 Voorgesteld besluit

Besluit Dit raadsvoorstel wordt geagendeerd voor de Oordeelsvormende vergadering van 31 oktober 2023.

Nota Bodembeheer regio Noord-Veluwe 25 november 2021

Kenmerk

R002-1273092EVF-V04-baw-NL

Verantwoording Titel

Nota Bodembeheer regio Noord-Veluwe

Opdrachtgever

Omgevingsdienst Noord-Veluwe

Projectleider

Erik Vonkeman

Auteur(s)

Floor van Elsacker

Tweede lezer

Odile Rutten

Projectnummer

1273092

Aantal pagina’s

33

Datum

25 november 2021

Handtekening

Ontbreekt in verband met digitale verwerking. Dit rapport is aantoonbaar vrijgegeven.

Colofon TAUW bv Handelskade 37 Postbus 133 7400 AC Deventer T +31 57 06 99 91 1 E info.deventer@tauw.com

2/33

Kenmerk

R002-1273092EVF-V04-baw-NL

Inhoud 1

2

3

4

Inleiding en inhoud .................................................................................................................... 5 1.1

Inleiding .............................................................................................................................. 5

1.2

Inhoud ................................................................................................................................ 5

1.3

Bevoegd gezag en vaststelling........................................................................................... 6

1.4

Geldigheidsduur ................................................................................................................. 7

Bodemfunctie en bodemkwaliteit ............................................................................................... 7 2.1

Inleiding .............................................................................................................................. 7

2.2

Bodemfunctiekaart ............................................................................................................. 8

2.3

Bodemkwaliteitskaart ......................................................................................................... 8

2.3.1

PFAS ........................................................................................................................... 9

2.3.2

Ontgravingskaarten ..................................................................................................... 9

2.3.3

Toepassingskaarten .................................................................................................... 9

2.4

Uitgesloten locaties .......................................................................................................... 11

2.5

Locaties waar bodemonderzoek is uitgevoerd ................................................................. 12

2.6

Diepere ondergrond ......................................................................................................... 12

2.7

Veiligheidsklasse conform CROW 400 ............................................................................ 13

Gebiedspecifieke zaken .......................................................................................................... 13 3.1

Inleiding ............................................................................................................................ 13

3.2

P80 ................................................................................................................................... 14

3.3

Percentage bijmenging..................................................................................................... 14

3.4

Asbest .............................................................................................................................. 15

3.5

Arseen .............................................................................................................................. 15

3.6

Wegbermen ...................................................................................................................... 16

3.7

Waterfront Harderwijk....................................................................................................... 18

3.8

Drielanden Harderwijk ...................................................................................................... 18

Voorschriften grondverzet ....................................................................................................... 19 4.1

Inleiding ............................................................................................................................ 19

4.2

Basisregels ....................................................................................................................... 19

4.2.1

Vooronderzoek .......................................................................................................... 19

4.2.2

Zorgplicht .................................................................................................................. 20

3/33

Kenmerk

5

R002-1273092EVF-V04-baw-NL

4.3

Graven.............................................................................................................................. 20

4.4

Opslaan ............................................................................................................................ 23

4.5

Toepassen........................................................................................................................ 25

4.6

Aandachtspunten ............................................................................................................. 28

4.6.1

Invasieve exoten ....................................................................................................... 28

4.6.2

Overige aandachtspunten ......................................................................................... 28

Landelijke specifieke kaders ................................................................................................... 28 5.1

Inleiding ............................................................................................................................ 28

5.2

Tijdelijke uitname.............................................................................................................. 29

5.3

Grootschalige bodemtoepassing (GBT) ........................................................................... 29

5.3.1

6

Beleidsverruiming GBT natuurlijk voorkomend arseen in Harderwijk ....................... 30

5.4

Verspreiden van baggerspecie op de kant ....................................................................... 30

5.5

Samenvoegen tot 25 m³ ................................................................................................... 30

5.6

Veiligheidsklasse conform CROW 400 ............................................................................ 31

Melden, toezicht en handhaving .............................................................................................. 32 6.1

Inleiding ............................................................................................................................ 32

6.2

Melden.............................................................................................................................. 32

6.3

Toezicht en handhaving ................................................................................................... 33

Bijlage 1

Wettelijk kader 2020-2022 (voor inwerkingtreding Omgevingswet)

Bijlage 2

Bodemfunctiekaart

Bijlage 3

Ontgravingskaarten

Bijlage 4

Toepassingskaarten

Bijlage 5

Grondverzet onder de Omgevingswet

Bijlage 6

Uitgesloten locaties PFAS

Bijlage 7

Memo aanpassing nota bodembeheer voor arseen

Bijlage 8

RTB-berekening arseen (Nota 2014)

4/33

Kenmerk

R002-1273092EVF-V04-baw-NL

1 Inleiding en inhoud 1.1

Inleiding

Voor u ligt de Nota bodembeheer van de gemeenten Ermelo, Putten, Harderwijk, Nunspeet, Elburg en Oldebroek in de regio Noord-Veluwe. In deze rapportage spreken wij steeds over de regio Noord-Veluwe. Tot deze regio behoren ook de gemeenten Heerde en Hattem. Deze gemeenten worden mogelijk in een later stadium toegevoegd aan de bodemkwaliteitskaart. De regels uit deze Nota gelden dus vooralsnog niet voor de gemeenten Heerde en Hattem. De Nota bodembeheer is een instrument gericht op duurzaam omgaan met grond. De basis voor dit document ligt in het Besluit bodemkwaliteit en de voor de regio Noord-Veluwe opgestelde bodemkwaliteitskaart en beleidsregel PFAS1. In de Nota zijn de voorschriften opgenomen voor het grondverzet waarbij: 

Er zoveel mogelijk wordt ingezet op het hergebruik van grond binnen de regio zonder afbreuk

te doen aan de bestaande bodemkwaliteit Er zoveel mogelijk wordt voorgesorteerd op de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Naar verwachting treedt deze op 1 juli 2022 in werking. Het doel is om de overgang naar de Omgevingswet te versoepelen

De bodemkwaliteitskaart van de regio Noord-Veluwe wordt conform de voorschriften in deze Nota Bodembeheer gebruikt als bewijsmiddel voor grondverzet. Daarnaast hebben de betrokken gemeenten (Ermelo, Putten, Harderwijk, Nunspeet, Elburg en Oldebroek) de mogelijkheid om overige bodemkwaliteitskaarten vast te stellen, zodat deze ook als bewijsmiddel gebruikt mogen worden.

1.2

Inhoud

In deze Nota beginnen wij met een korte omschrijving van de bodemfuncties en bodemkwaliteit van Noord-Veluwe op basis van de bodemkwaliteitskaart (hoofdstuk 2). De gebiedspecifieke uitgangspunten zijn opgenomen in hoofdstuk 3. De voorschriften voor grondverzet zijn opgenomen in hoofdstuk 4 en gebaseerd op zowel het landelijke kader als op de gebiedspecifieke uitgangspunten (hoofdstuk 3). Een algemene uitleg over het landelijke kader en de mogelijkheden voor gebiedspecifiek beleid is te vinden in bijlage 1. De voorschriften zijn onderverdeeld naar de volgende activiteiten: 

Graven (paragraaf 4.4)

 

Opslaan (paragraaf 4.5) Toepassen (paragraaf 4.6)

1

R003-1273092EVF-V04-baw-NL en R001-1273092EVF-V01-mwl-NL

5/33

Kenmerk

R002-1273092EVF-V04-baw-NL

De specifieke landelijke kaders, zoals tijdelijke uitname en grootschalige toepassing zijn opgenomen in hoofdstuk 5. In dit hoofdstuk is ook het gebruik van de bodemkwaliteitskaart voor het bepalen van de veiligheidsklasse conform CROW 400 verder toegelicht.

1.3

Bevoegd gezag en vaststelling

In tabel 1.1 is een overzicht gegeven van de relevante activiteiten en bevoegde gezagen. Tabel 1.1 Verdeling bevoegd gezag Activiteiten

Bevoegd gezag

Toepassen van grond en baggerspecie op of in de landbodem

College van Burgemeester en Wethouders

binnen de gemeente, in gemeentelijke wateren en binnen

(B&W)

inrichtingen Toepassen van grond en baggerspecie in oppervlaktewater

Waterschap

binnen beheergebied van waterschap Toepassen van grond en baggerspecie binnen bepaalde

Provincie of het Rijk (bij toewijzing)

categorieën van inrichtingen (Wet milieubeheer) Toepassen en verspreiden van grond en baggerspecie in

Rijkswaterstaat

Rijkswateren of Rijkswegen Activiteiten (onder andere erkenning van personen en

IL&T

instellingen) die vallen onder de Kwaliteitsborging van bodemintermediairs (KWALIBO)

Vaststelling van de kaart en gebiedspecifiek beleid vindt plaats door de raad van de gemeenten Putten, Ermelo, Harderwijk, Nunspeet, Elburg en Oldebroek. Het besluit tot vaststelling van het gebiedspecifieke beleid is een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) waarop de uniforme openbare voorbereidingsprocedure (afdeling 3.4 Awb) van toepassing is (zie artikel 49 Bbk). Bij het vaststellen van deze Nota heeft een delegatiebesluit plaatsgevonden waarbij de volgende taken zijn gedelegeerd naar het college: 

Het erkennen van bodemkwaliteitskaarten van andere gemeenten (waaronder het toevoegen van Heerde en Hattem aan de regionale kaart en aanpassing van de Nota als gevolg daarvan)

Aanpassen van het beleid als gevolg van wijzigingen in wet- en regelgeving, zoals door de

komst van de Omgevingswet of voor PFAS en opkomende stoffen, et cetera Beleidsafwijkingen vaststellen op locatieniveau om bijvoorbeeld invulling te geven aan maatschappelijke ambities

6/33

Kenmerk

R002-1273092EVF-V04-baw-NL

Bij erkenning van een bodemkwaliteitskaart van een andere gemeente wordt altijd getoetst of deze kaart van een vergelijkbare kwaliteit is als de eigen bodemkwaliteitskaart. Aspecten die hierbij bepalend kunnen zijn: 

Classificering op basis van de P80

 

Aantallen waarnemingen (minimaal 20 waarneming per bodemlaag per zone) Opgesteld voor minimaal standaardpakket, PFAS en andere aanwezige diffuse verontreinigingen. Het is bekend dat in de regio een diffuse verontreiniging met arseen

aanwezig kan zijn Wijze van uitsluiten van locaties

Als geen erkenning heeft plaatsgevonden dient een andere geldige milieuhygiënische verklaring voor de kwaliteit van de grond te worden aangeleverd, zoals een partijkeuring.

1.4

Geldigheidsduur

De Nota Bodembeheer is in principe 10 jaar geldig. Vanwege de inwerkingtreding van de Omgevingswet dient echter voor 1 januari 2030 de Nota Bodembeheer geïntegreerd te zijn in het Omgevingsplan (zie voor uitleg bijlage 5). Als wijzigingen in de wet- en regelgeving eerdere aanpassingen noodzakelijk maken of er bestaat vanuit beleidsmatig oogpunt een wens tot aanpassing, dan kan deze Nota ook eerder omgezet worden naar het Omgevingsplan. Bij strijdigheid van de bepalingen in deze Nota met eventuele nieuwe wet- en regelgeving gaat de nieuwe wet- en regelgeving voor. De Nota Bodembeheer is gebaseerd op de bodemkwaliteitskaart. Deze kaart heeft een geldigheidstermijn van 5 jaar en blijft geldig als de Omgevingswet ingaat binnen deze termijn. De regelgeving onder de Omgevingswet is nog niet definitief. De verwachting is dat de kaart na 5 jaar geactualiseerd moet worden.

2 Bodemfunctie en bodemkwaliteit 2.1

Inleiding

Voor het bepalen van de voorschriften is zowel de bodemfunctie als de bodemkwaliteit van belang. Om een partij grond te mogen toepassen moet de partij namelijk worden getoetst aan:  De bodemkwaliteitsklasse van de ontvangende bodem 

De bodemfunctieklasse van de ontvangende bodem

Bij deze zogeheten dubbele toets geldt dat de kwaliteitsklasse van de toe te passen partij grond of baggerspecie moet voldoen aan de strengste norm. Wanneer de ontvangende bodem niet in een bodemfunctieklassenkaart is opgenomen of wanneer de kwaliteit van de ontvangende bodem voldoet aan de Achtergrondwaarden, dan gelden de achtergrondwaarden als toepassingseis. Verdere informatie over het huidig wettelijk kader is opgenomen in bijlage 1.

7/33

Kenmerk

2.2

R002-1273092EVF-V04-baw-NL

Bodemfunctiekaart

De bodemfunctiekaart is te vinden in bijlage 2. De bodemfunctiekaart is grotendeels gelijk gebleven ten opzichte van de bodemfunctiekaart uit 20142. Er zijn de volgende wijzigingen: 

De bermen van gemeentelijke hoofdwegstructuur hebben allen de functie Industrie gekregen

ten behoeve van uniformiteit In het noorden en westen van het bebouwde gebied van Nunspeet is een nieuwbouwwijk in aanleg. Dit gedeelte heeft nu de functie Wonen

Het gebied ten westen van de A28 in de gemeenten Ermelo en Putten is toegevoegd aan de bodemfunctiekaart en heeft de functie Landbouw/natuur en plaatselijk de functie Wonen gekregen

In Elburg zijn 2 gemeentelijke hoofdwegen toegevoegd, namelijk de Gerichtenweg en de Oude Harderwijkerweg

De Rijkswegen, provinciale wegen en de militaire terreinen zijn uitgesloten van de functiekaart

Er zijn kleine aanpassingen aan de beheergrenzen. Ter plaatse van de gemeente Putten is de gemeentegrens gedeeltelijk aangepast. In de wijk Waterfront in de gemeente Harderwijk zijn de grenzen licht gewijzigd daar gebieden gewijzigd zijn van oppervlaktewater naar landbodem en andersom

De bodemfunctiekaart komt automatisch in het tijdelijk deel van het omgevingsplan via het overgangsrecht. Dat staat in het tweede lid van artikel 3.5 van de Aanvullingswet bodem.

2.3

Bodemkwaliteitskaart

De bodemkwaliteitskaart bestaat uit de ontgravingskaart (paragraaf 2.3.2) en de toepassingskaart (paragraaf 2.3.3). De bodemkwaliteitskaart wordt opgesteld volgens de regels uit het Besluit bodemkwaliteit, de Regeling bodemkwaliteit en de Richtlijn voor het opstellen van bodemkwaliteitskaarten. Meer informatie over de regelgeving is te vinden in bijlage 1 en in het technisch rapport (kenmerk R003-1275478EVF-V04-baw-NL). De ontgravingskaart geeft de kwaliteit van de grond op een locatie weer. De kaart is opgesteld voor de stoffen uit het standaardpakket (STP). De toepassingskaart laat zien welke kwaliteit grond toegepast mag worden en is een combinatie van de ontvangende bodemkwaliteit en de bodemfunctiekaart (dubbele toets: zie bijlage 1 voor nadere toelichting). In de toepassingskaart is ook PFAS opgenomen.

2

Nota bodembeheer regio Noord Veluwe. TAUW, kenmerk R002-1206995LNH-baw-V02-NL, d.d. 21 januari 2014

8/33

Kenmerk

2.3.1

R002-1273092EVF-V04-baw-NL

PFAS

Voor PFAS is reeds een bodemkwaliteitskaart en bijbehorende beleidsregels opgesteld3 voor de regio Noord-Veluwe, met uitzondering van de gemeente Heerde en Hattem. Uit de resultaten blijkt dat PFAS geen belemmering is bij het grondverzet. Voor verdere details wordt verwezen naar de rapportage. Het beleid ten aanzien van het toepassen van PFAS-houdende grond is in deze Nota geïntegreerd. De ontgravingskaarten ten aanzien van PFAS zijn opgenomen in bijlage 3. 2.3.2 Ontgravingskaarten In afwijking op de Richtlijn zijn de zones geclassificeerd op basis van de 80-percentielwaarde (P80: waarde waar 80 % van de waarnemingen onder ligt) in plaats van het rekenkundig gemiddelde. Deze keuze is in paragraaf 3.2 nader toegelicht. De ontgravingskaarten zijn te vinden in bijlage 3. In tabel 2.1 is de ontgravingsklasse per zone weergegeven. Hieruit blijkt dat de kwaliteit van de bovengrond van de zone ‘Bedrijven- en industrieterreinen’ beter is dan de bovengrond in de zone ‘Wonen’. Dat is niet uitzonderlijk als het gebied met de functie wonen al veel langer beïnvloed wordt door haar gebruik. Ter controle zijn de hoogste waarnemingen van de zone Wonen in beeld gevraagd en deze liggen verspreid over de regio in diverse gemeenten. Er kan dus geen deelgebied worden aangemerkt met een afwijkende kwaliteit die de gemiddelde classificering beïnvloedt.

Het gebied Drielanden is verdacht op het voorkomen van arseen. De bodemkwaliteitskaart is niet opgesteld voor deze parameter (zie ook paragraf 3.8). 2.3.3 Toepassingskaarten De toepassingskaart is de combinatie van de functie en de kwaliteit van de bodem. In tabel 2.1 staan de toepassingseisen. De kaarten zijn opgenomen in bijlage 4. Hierbij gelden de volgende opmerkingen:  De toepassingseis van de gemeentelijke hoofdwegen en de provinciale wegen is bepaald aan de hand van de functie. De functie is Industrie. De dubbele toets is niet uitgevoerd, daar de kwaliteit van de bermen niet bepaald is. Dit is gebiedspecifiek beleid (zie ook paragraaf 3.6) 

De gemeentelijke bermen zijn begrensd op 0,5 m -mv. In de ondergrond wordt geen verdere beïnvloeding verwacht van de berm en deze is opgenomen in de aangrenzende zone. Eenzelfde redenatie is van toepassing voor provinciale wegbermen, maar aangezien deze in beheer zijn van de provincie zijn deze wel apart gezoneerd voor de ondergrond (zie ook paragraaf 3.6). Opgemerkt wordt dat de bermen óók verdacht zijn ten aanzien van asbest en dat asbest wel dieper dan 0,5 m -mv aangetroffen kan worden. Asbest is echter geen onderdeel van deze bodemkwaliteitskaart. Bermen ter plekke van verdachte deellocaties

(toegangsdammen, lokale ophogingen, etc.) zijn uitgesloten van deze kaart Voor de arseengebieden geldt gebiedspecifiek beleid (zie paragraaf 3.5). Vrij grondverzet tussen de arseengebieden is op basis van de kaart mogelijk. Voor overige toepassingen in het gebied geldt de generieke toepassingseis Landbouw/Natuur. Grond uit de arseenzones mag niet zonder keuring op arseen, buiten de arseengebieden toegepast worden

3

Noord Veluwe bodemkwaliteitskaart PFAS. TAUW, kenmerk R001-1273092EVF-V01-mwl-NL, d.d. 30 oktober 2020

9/33

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=elburg&id=13d85ff7-c4ae-4afa-8867-45b6abedd866