Bijlage 7 - Ontwerp bijlagenrapport Water en Klimaatadaptatie Aanpak 2023 2026
Tekst van het document
Daarnaast gebruikt de Gemeente Eindhoven ook visuele inspecties in de hoofdriolering om met name vuile aansluitingen op schoonwaterriool te identificeren. Deze laatste is inmiddels met succes toegepast in Blixembosch en wordt nu over de rest van de gebieden uitgerold. Nadat via één van de bovenstaande technieken is vastgesteld dat bij een woning sprake is van verkeerd aangesloten afvoeren, wordt met behulp van een laterale inspectiecamera welke voorzien is van een tracer (zendertje) de horizontale en verticale ligging van de aansluiting vastgelegd, zodat er nauwkeurig en gericht
116.000 woningen waarvan ca. 30% gescheiden aangesloten 95.000 kolken Totaal ca. 245.000 aansluitleidingen
BIJLAGE 6
Bijlagenrapport Gemeentelijk Rioleringsplan | 62
1. VRIJVERVAL RIOOL Het vrijverval riool bestaat grofweg uit drie verschillende typen, te weten: 1. gemengde riolering welke zowel huishoudelijk afvalwater als ook hemelwater in één buis transporteert, ca. 715 kilometer; 2. vuilwater (DWA) riolering welke alleen huishoudelijk afvalwater transporteert, ca. 260 kilometer; 3. hemelwater (RWA) riolering welke alleen regenwater transporteert, ca. 380 kilometer;
Het beheerplan is gebaseerd op de op dat moment bij Wareco beschikbare informatie, welke na de eerste onderhoudsronde is geactualiseerd met de gegevens verzameld tijdens het onderhoud, het voortschrijdend inzicht en afspraken gemaakt na totstandkoming van het betreffende plan. In de onderstaande kaart is aangegeven welke delen van de drainage onderhouden zijn, welke delen nog moeten en welke niet gedaan worden in het kader van dit plan.
Voor de verschillende types riolering gelden verschillende inspectie- intervallen, gerelateerd aan het disfunctioneringsrisico. TYPE
aantal meters
Interval jaar
meter/jaar
RWA
380.900
14
27.207
DWA
258.500
7
36.929
GEMENGD
707.300
14
50.521
TOTAAL
1.346.700
PER JAAR
114.657
2. REPARATIES Reparaties aan de vrijverval riolering worden op basis van historische getallen begroot. Dit is de meest nauwkeurige methode, en heeft naar verwachting vanwege de huidige staat en het onderhoudsniveau van het riool eerder een stabiele of aflopende tendens dan dat er rekening gehouden zou moeten worden met stijgende kosten in de loop van de tijd.
3. DRAINAGE Voor het onderhoud aan de drainage in Eindhoven is in 2020 door Wareco een beheerplan geschreven. Op basis van dit plan, bedoeld voor de periode 2021- 2025, is in 2021 een start gemaakt met de uitvoering van de beschreven werkzaamheden.
Figuur 6A-1: Overzicht drainagevoorzieningen in Eindhoven.
BIJLAGE 6
Bijlagenrapport Gemeentelijk Rioleringsplan | 63
Op basis van de aangetroffen toestand en het aantal klachten vanuit de bewoners kan algemeen gesproken worden gesteld dat de drainage in Eindhoven goed functioneert, en dat een onderhoudsinterval van 8 jaar realistisch is. Per jaar zal daarom dan een afstand van ca. 12 kilometer moeten worden gereinigd, en dat om de functie in met name gebieden waar sprake is van ijzerafzetting goed te monitoren er een inspectie/ reiniging van koppelputten tussen drains en regenwaterriool zal worden uitgevoerd.
4. KOLKEN EN LIJNGOTEN De onderhoudskosten van kolken en lijngoten bestaan uit het reguliere reinigen en het correctieve onderhoud volgend uit de visuele inspectie welke tegelijkertijd met het reinigen wordt uitgevoerd. Voor de komende GRP periode zijn hiervoor de onderstaande getallen bekend: Aantal kolken : 95.000 Lijngoten : 825 Frequentie : 2x per jaar (centrum 3x per jaar)
5. ZINKERS GEMENGD RIOOL In het gemengde riool zitten zinkers verwerkt om op een aantal plaatsen waterlopen, wegen of andere constructies te kruisen. Deze zinkers zijn gevoelig voor de bezinking en ophoping van vuil. Vanwege de neiging om met name bij lage debieten te vervuilen (>80% van de tijd) moeten deze constructies regelmatig (2 x per jaar) worden geïnspecteerd en gereinigd. Om de mate van vervuiling in kaart te brengen, om de lokale situatie veilig te stellen voor het uitvoeren van de werkzaamheden, en om de waterstroom in het riool te stoppen of te beperken, moeten maatregelen worden genomen. Om dit in beeld te brengen is een complete ronde uitgevoerd waarbij deze zaken zijn vastgelegd.
Figuur 6A-2: Overzicht van de zinkers in Eindhoven.
BIJLAGE 6
Bijlagenrapport Gemeentelijk Rioleringsplan | 64
BIJLAGE 6
Bijlagenrapport Gemeentelijk Rioleringsplan | 65
6. SMARTDRAIN
7. ROOSTERDEKSELS MET ONDERBAK
In bepaalde delen van de stad zijn gescheiden stelsels aangelegd, waar de first- flush afvoer via het smartdrain- systeem is uitgevoerd. Het aantal putten welke voorzien zijn van het Smartdrainsysteem bedraagt 33 stuks, welke éénmaal per 4 jaar een onderhoudsbeurt krijgen.
Tijdens periodes met grote afvoer in het riool ontstaat tevens op bepaalde plaatsen een grote verplaatsing van lucht. Op die plaatsten waar deze lucht ophoopt, zien we dat bij grote neerslag de dichte riooldeksels omhoog worden gedrukt, waarna ze in sommige gevallen naast de put terecht komen. Dit is vanuit veiligheidsoogpunt uiteraard zeer ongewenst, en levert daarnaast ook steeds weer kosten en de inzet van personeel buiten kantooruren op om hierop te controleren en eventueel deksels terug te leggen. De roosterdeksels zijn niet zelfreinigend en moeten daarom regelmatig worden onderhouden. Het heeft de voorkeur dit ongeveer tegelijkertijd met de reiniging van de kolken in te plannen.
Figuur 6A-3: Overzicht van smartdrainvoorzieningen in Eindhoven.
Figuur 6A-4: Overzicht van roosterdeksels in Eindhoven.
BIJLAGE 6
Bijlagenrapport Gemeentelijk Rioleringsplan | 66
BIJLAGE 6
8. TERUGSLAGKLEPPEN Op diverse plaatsen in het rioolsysteem zijn terugslagkleppen geplaatst. Deze kleppen zijn vrij storingsgevoelig door vervuiling of andere mechanische oorzaken, en worden daarom bij voorkeur zo min mogelijk toegepast. Daar waar ze onontkomelijk zijn, moeten ze regelmatig op juiste werking worden gecontroleerd. Deze controle dient éénmaal jaarlijks te worden uitgevoerd, waarbij zoveel mogelijk tegelijkertijd correctief onderhoud wordt gedaan. Daarom wordt de controle door een ploeg met de toereikende middelen uitgevoerd (2 man met kleine reinigingsauto).
Figuur 6A-0-1: Overzicht van terugslagkleppen in Eindhoven.
Bijlagenrapport Gemeentelijk Rioleringsplan | 67
BIJLAGE 6
9. RIOOLSPINDELSCHUIVEN Rioolspindelschuiven moeten op zo’n manier gebouwd worden dat het onderhoud tot een absoluut minimum beperkt kan blijven om de juiste werking gedurende vele jaren te garanderen. Omdat de werking feitelijk alleen te controleren is door de schuif te bedienen, is het belangrijk dat dit ook éénmaal per jaar daadwerkelijk plaatsvindt. Omdat het zwaar fysiek werk betreft, moet dit bedienen van de afsluiters met behulp van een spindeldriver (elektrische kraansleutel) worden uitgevoerd. De meest voorkomende problemen bij deze schuiven ontstaan door verontreinigingen. Daarom moet de ploeg die de inspectie uitvoert, ook reinigingsmiddelen zoals een HD unit of een kolkenzuiger bij zich hebben.
Figuur 6A-0-2: Overzicht van afsluiteres in Eindhoven.
Bijlagenrapport Gemeentelijk Rioleringsplan | 68
BIJLAGE 6
Bijlagenrapport Gemeentelijk Rioleringsplan | 69
10. WERVELVENTIELEN Wervelventielen zijn storingsgevoelig, daarom moeten ze regelmatig worden gecontroleerd op juiste werking. Als een verstopping langere tijd onopgemerkt blijft, krijgt het vuil tijd bovenstrooms te bezinken. Reiniging is dan een tijdrovende en kostbare aangelegenheid. De objecten met wervelventiel zijn allemaal in het gemengde systeem geplaatst en moeten éénmaal per jaar een reiniging en twee maal per jaar een inspectie ondergaan. Bij verstopping van het ventiel vervuilt het achterliggende stelsel overmatig waardoor een erg dure en arbeidsintensieve reinigingsactie onvermijdelijk is. Aantal locaties: 14 waarvan 6 met spindelschuif. Daar waar mogelijk zijn naast de bestaande ventielen spindelschuiven aangebracht, zodat bij een eventuele verstopping het water via die weg kan afstromen. Inspectie van de schuiven en eventueel correctief onderhoud moet in één arbeidsgang worden uitgevoerd. In de navolgende tabel is de bereikbaarheid aangegeven, waarbij de hoeveelheid verkeersmaatregelen bepalend is voor de waardering. Goed (eenvoudige verkeersmaatregelen) of slecht (ingrijpende verkeersmaatregelen met verkeersplan en aanmelding bij de verkeerscoördinatoren).
Figuur 6A-0-3: Overzicht wervelventielen in Eindhoven.
BIJLAGE 6
Bijlagenrapport Gemeentelijk Rioleringsplan | 70
Knoopnr
Jaar
Straat
Bereikbaar
Schuif
A1715V
2005
Park Forum
Goed
F1412V
2000
Marconiplein
Slecht
Ja
F1413V
2000
Marconiplein
Goed
Ja
G0578V
2012
Esperheide
Goed
G1235I
1974
John F Kennedylaan
Goed
Nee
G1715V
2015
Gasfabriek
Goed
Nee
G2079V
1995
Boutenslaan
Goed
Ja
G2176V
1959
Aalsterweg
Slecht
Nee
H1100V
1968
Sterrenlaan
Slecht
Nee
H1102V
1995
Sterrenlaan
Slecht
Nee
H1678V
2014
Paulus Potterstraat
Goed
Nee
H1857V
2001
Geldropseweg
Slecht
Ja
J1475V
1968
Koudehovenseweg Zuid
Slecht
Ja
G1227V
1997
Generaal Pattonlaan
Slecht
Ja
11. ZANDVANGERS De schoonwaterkelders bij tunnelgemalen G003 Aeneaslaan, G008 Vestdijk, G009 Fellenoord, G010 Boschdijk, G072 Anthony Fokkerweg, G098 Beukenlaan en G185 Montgomerylaan zijn moeilijk bereikbaar voor een reinigingsploeg indien deze vervuild raken met zand en ander materiaal. Daarom zijn deze locaties voorzien van zandvangers onder de instroomvoorzieningen. Echter, de beperkte capaciteit van deze zandvangers en de ligging van een aantal locaties aan 9-16u wegen maakt het relatief ingewikkeld en duur om deze voorzieningen goed en veilig te onderhouden.
BIJLAGE 6
Bijlagenrapport Gemeentelijk Rioleringsplan | 71
BIJLAGE 6
Bijlagenrapport Gemeentelijk Rioleringsplan | 72
BIJLAGE 6
Bijlagenrapport Gemeentelijk Rioleringsplan | 73
12. SCHOONWATER BERGINGSKELDERS Er zijn op dit moment 4 locaties waar schoonwaterbergingskelders zijn aangelegd.Dit zijn Mesdagstraat, Laurierplein, Vredesplein en Sportpark Heihoef. In het plan Celcius is een kelder in aanleg.
Op basis van bovenstaande levensduurverwachtingen, is een alomvattende vervangings- en investeringsberekening opgesteld. Deze berekening dient als basis voor de bepaling van heffingen welke in het GRP moeten worden opgenomen voor (vervangings-)investeringen.
Deze kelders zijn tot het schrijven van dit document (medio juni 2022) géén van allen in onderhoud bij Stadsbeheer, daardoor is er geen feitelijke kennis over de benodigde reinigingsfrequentie en de inzet van personeel en materieel.
Daarnaast is er een detail- programma welke de bedragen per locatie zo goed als mogelijk voor de planperiode van het GRP tracht te bepalen. Dit kan dus vanwege de benodigde investeringen in de betreffende periode aanzienlijk afwijken van de bedragen geldend voor het totale areaal.
In deze GRP periode kan ervaring worden opgedaan waardoor in de volgende periode een nauwkeurige raming kan worden afgegeven.
14. PREVENTIEF EN CORRECTIEF ONDERHOUD
Om toch een bedrag beschikbaar te hebben voor onderhoud, is op basis van inschatting twee dagen reiniging per 4 jaar per kelder in de begroting opgenomen.
Op basis van ervaring met voorgaande GRP- perioden, kan ook voor het preventieve en correctieve onderhoud een raming worden opgesteld van de bedragen welke hier mee gemoeid zullen gaan zijn.
13. GEMALEN
Aantallen storingen, hoeveelheid reiniging, minimaal benodigd technisch onderhoud etc. zijn allemaal met redelijke nauwkeurigheid te voorspellen en te onderbouwen met historische gegevens.
Gemeente Eindhoven telt ca. 175 gemalen en daarbij behorende voorzieningen, welke regulier worden onderhouden via een onderhoudscontract met een gespecialiseerde aannemer. Dit reguliere onderhoud bestaat uit het reinigen, waarbij de frequentie afgestemd is op de samenstelling van het te verpompen afvalwater, en uit preventief en correctief onderhoud aan de technische installaties en pompen. Daarnaast worden alle installaties, zodra de technische of economische levensduur wordt bereikt, via cyclische investeringen weer op het gewenste peil gebracht. Na nieuwe aanleg gelden de volgende levensduurverwachtingen: Onderdeel
termijn (jaar)
Elektrische installaties en besturingen
15
Bouwkundige voorzieningen
60
Werktuigbouwkundige installaties en kasten
30
Pompen
12
Voor het oplossen van storingen e.d. is per jaar ca. 600 uur monteur benodigd. Hierbij komen nog de kosten voor materiaal, materieel, en eventuele inzet van onderaanneming.
Bijlagenrapport Gemeentelijk Rioleringsplan | 74
7.1 Wat hebben we?
Bijlage 7: hemelwater
Sinds de jaren zeventig hebben we gescheiden rioolstelsels en we zijn vanaf de jaren negentig gemengde rioolstelsel geleidelijk gaan ontvlechten in een vuil- en hemelwaterriool, ofwel afkoppelen. Het hemelwater infiltreren we lokaal via waterbergingen in de bodem, of wordt vertraagd geloosd op het oppervlaktewater. Tabel 7-1: Kengetallen hemelwatervoorzieningen Eindhoven 2022.
2022
Eenheid
Lengte riolen gescheiden (droogweerafvoer riolen en regenwaterafvoer riolen)
259 DWA en 381 HWA/IT riool
km
Regenwatergemalen
23
Stuks
Hemelwateroverstorten
190
Stuks
De huidige hemelwatervoorzieningen hebben we op doelmatige wijze in stand gehouden en verbeterd waar mogelijk, zie tabel 7-1. Om de belasting van het riool te verminderen, lozingen uit het rioolstelsel te voorkomen en de RWZI effectiever te laten functioneren is er verharding afgekoppeld en wordt het regenwater afgevoerd naar waterbergingslocaties en vervolgens geïnfiltreerd in de bodem of vertraagd afgevoerd naar het oppervlaktewater. Hiervoor zijn (groene) waterbergingen in de openbare ruimte gerealiseerd. Naast afkoppelen van verharding hebben we om het riool te ontlasten ook ingezet op ontharden en vergroenen van de stad. In ruimtelijke projecten middels het ‘Paraplubestemmingsplan Waterberging 2020” en de daarin opgenomen rekentool, via operatie ‘Steenbreek’ in buurten, via de investeringsprojecten door 10% ontharding te eisen en via de subsidieregeling voor particulieren. Voor nadere informatie over de resultaten die via de subsidieregeling zijn gehaald wordt verwezen naar bijlage 12.
BIJLAGE 7
7.2 Wat willen we? Algemeen Een belangrijk uitgangspunt bij de hemelwaterzorgplicht is dat de verantwoordelijkheid voor verwerking van het hemelwater begint op het perceel waar het hemelwater valt. Er is dus sprake van een gedeelde verantwoordelijkheid tussen particulieren en gemeente. Lokale verwerking van het schone hemelwater op particulier terrein naar het grond- of oppervlaktewatersysteem geniet de voorkeur boven lozing op een gemeentelijk rioolstelsel. Het hemelwaterbeleid voor Eindhoven sluit aan bij de landelijke voorkeursvolgorde, ‘(her)gebruiken, vasthouden, bergen en vertraagd afvoeren´.
Afkoppelen Het afkoppelen van verhard oppervlak van openbare rioolstelsels levert een bijdrage aan het verminderen van wateroverlast, reductie van de vuiluitworp van gemengde riooloverstorten, het verbeteren van het zuiveringsrendement van de rioolwaterzuivering van het waterschap en het voorkomen van verdroging. In gebieden die in het verleden door de gemeente zijn afgekoppeld, is gekozen voor aanleg van een separaat hemelwaterriool naast het bestaande gemengde riool. Op dit riool werd het hemelwater van het openbare gebied en op vrijwillige basis het hemelwater van de voorkant van de woningen aangesloten. Dit beleid wordt in samenhang met het klimaatadaptatiebeleid voor projecten in de openbare ruimte, voortgezet.
Geen hemelwater op druk- of persriool In gebieden (met name buiten de bebouwde kom) waar een druk- of persriool aanwezig is voor de inzameling van afvalwater, is het verboden hemelwater hierop aan te sluiten.
Afvoercapaciteit rioolstelsels in relatie tot wateroverlast Via modelberekeningen is de afvoercapaciteit van het rioolstelsel in Eindhoven voor dit GRP opnieuw getoetst. De afvoercapaciteit van een rioolstelsel bepaalt of water wordt afgevoerd of op straat komt te staan of in ernstigere gevallen, bijvoorbeeld bij extreme regenbuien tot schade kan leiden aan infrastructuur en gebouwen. In het algemeen bestaat de toetsing uit twee delen. Toetsing van de afvoercapaciteit aan een landelijk geaccepteerde standaardbui en toetsing van de afvoercapaciteit bij (zware)
Bijlagenrapport Gemeentelijk Rioleringsplan | 75
overbelasting van het rioolstelsel door extreme regenbuien. In de eerste versie van het Systeemoverzicht Stedelijk Water (zie bijlage 13) is de toetsing van het rioolstelsel uitgevoerd.
7.3 Wat gaan we doen? De reguliere opgaven voor het thema hemelwater betreffen het onderhouden en beheren van de hemelwatervoorzieningen, het doelmatig afkoppelen van verhard oppervlak en het voorkomen van wateroverlast. Naast de reguliere opgaven zullen we komende periode focus leggen op concrete exploitatie activiteiten en investeringsmaatregelen, zie ook paragraaf 4.2 in het hoofdrapport. Deze activiteiten en maatregelen zijn gekoppeld aan de thema’s die terugkomen in bijlage 6 t/m 10: afvalwater (A), hemelwater (H), grondwater (G), oppervlakte (O) en klimaatadaptatie (K). Onderstaande tabel geeft aan waar we de komende planperiode voor het thema hemelwater de focus op leggen.
BIJLAGE 7
Bijlagenrapport Gemeentelijk Rioleringsplan | 76
Exploitatie activiteiten
Prioriteit
Continu / incidenteel
Locatie
Thema
2023
2024
2025
2026
Up to date houden watervisiekaarten.
Hoog
Continu
Stadsbreed
A, H, K
x
x
x
x
Continueren subsidieregelingen voor groene daken, afkoppelen en ontharden / vergroenen.
Hoog
Continu
Stadsbreed
H, K
x
x
x
x
Continueren tegel eruit groen erin (steenbreek en NK Tegelwippen).
Hoog
Continu
Stadsbreed
H, K
x
x
x
x
Een communicatiestrategie ontwikkelen en uitvoeren (doelgroepenaanpak) om onze inwoners, ondernemers, etc. optimaal te inspireren en te faciliteren- bij het nemen van water-, vergroenings- en klimaatrobuuste maatregelen op hun eigen terrein.
Hoog
Continu
Stadsbreed
H, K
x
x
x
x
Water- en klimaatadaptatieregels verder uitwerken en opnemen in Hoog het omgevingsplan.
Continu
Stadsbreed
A, H, G, O, K
x
x
x
x
Integreren masterplan Klimaatadaptatie Knoop XL in planvorming Knoop XL en uitwerken uitvoeringsprogramma voor riolerings- en watermaatregelen in de periode na 2026.
Continu
Knoop XL
A, H, K
x
x
x
x
Voortzetten samenwerkingsverbanden (Werkregio Waterportaal & Midden Klimaatportaal, OntwerpLab, Embassy of Water, Collectief Duurzame Daken, Natuurlijke Stad / Duurzaamheidspact, UNaLab, De Groote Heide, Beekdal Tongelreep (incl. België), Zuid Nederland en Regionaal Bestuurlijk Overleg Maasstroomgebied (RBOM/DHZ)).
Continu
Stadsbreed
H, K
x
x
x
x
Uitwerken van en invulling geven aan meet- en monitoringprogramma (gemengde) overstorten.
Midden
Continu
Stadsbreed
A, H
x
x
x
x
Uitwerken kaart “hemelwaterverwerking op eigen terrein” (waar wel / niet infiltreren) = voorkeurskaart “omgaan met hemelwater” rekening houdend met de grondwaterbeschermingsgebieden en GHG.
Midden
Incidenteel
Stadsbreed
H, G
x
Uitwerken van en invulling geven aan meet- en monitoringprogramma hemelwaterbergingen en infiltratievoorzieningen.
Midden
Continu
Stadsbreed
H
x
x
x
x
Hoog
BIJLAGE 7
Bijlagenrapport Gemeentelijk Rioleringsplan | 77
Exploitatie activiteiten
Prioriteit
Continu / incidenteel
Locatie
Thema
2023
2024
Uitwerken “droogteplan” samen met de overige relevante overheden binnen het Waterportaal (provincie, waterschap en gemeenten). Betreft een soort “calamiteitenplan” voor droogte. Moet onderdeel worden van nieuwe “provinciale grondwaterconvenant”.
Hoog
Incidenteel
Stadsbreed
H, G, K
x
x
Onderzoek interactie natuurlijk systeem, afvalwatersysteem en drinkwatersysteem, als basis voor een overkoepelende visie op te stellen samen met waterpartners in de regio.
Hoog
Incidenteel
Stadsbreed
A, H, G, O, K
x
x
Samen met gebiedsmanager een visie uitwerken op een klimaatrobuuste (her)inrichting van de ontwikkellocaties in Woensel Zuid (incl. kostenraming) en dit verwerken op de watervisiekaartkaart.
Midden
Incidenteel
Woensel Zuid
K, H
x
x
Samen met gebiedsmanager de ontwikkelingen in Strijp (o.a. in ’t Ven) vertalen naar meekoppelkansen voor een klimaatrobuuste (her)inrichting (incl. kostenraming) en verwerken op de watervisiekaarten.
Midden
Incidenteel
Strijp
K, H
x
x
Samen met gebiedsmanager de ontwikkelingen in Meerhoven vertalen naar meekoppelkansen voor een klimaatrobuuste (her) inrichting (incl. kostenraming) en verwerken op de watervisiekaarten.
Midden
Incidenteel
Meerhoven
K, H
x
x
Samen met gebiedsmanager een visie uitwerken op een Midden klimaatrobuuste (her)inrichting van de ontwikkellocaties in Gestel (Kastelenplein en Keizer Karel V Singel) en de omliggende openbare ruimte (incl. kostenraming) en dit verwerken op de watervisiekaartkaart.
Incidenteel
Gestel
K, H
x
x
Samen met gebiedsmanager een visie uitwerken op een klimaatrobuuste (her)inrichting van Woensel Noord (incl. problematiek Achtse Barrier). De uitkomsten hiervan verwerken op de watervisiekaart.
Incidenteel
Woensel Noord
K, H
x
x
Midden
2025
2026
BIJLAGE 7
Bijlagenrapport Gemeentelijk Rioleringsplan | 78
Exploitatie activiteiten
Prioriteit
Continu / incidenteel
Locatie
Thema
2023
2024
2025
2026
Samen met gebiedsmanager een visie uitwerken op een klimaatrobuuste (her)inrichting van Eindhoven Noord West. De uitkomsten hiervan verwerken op de watervisiekaart.
Midden
Incidenteel
Eindhoven Noord West
K, H
x
x
Samen met gebiedsmanager een visie uitwerken op een klimaatrobuuste (her)inrichting van Stratum. De uitkomsten hiervan verwerken op de watervisiekaart.
Midden
Incidenteel
Stratum
K, H
x
x
Samen met gebiedsmanager een visie uitwerken op een klimaatrobuuste (her)inrichting van Tongelre. De uitkomsten hiervan verwerken op de watervisiekaart.
Midden
Incidenteel
Tongelre
K, H
x
x
Samen met programmalijn Verkeer een studie doen naar de mogelijkheden die (grote) parkeerterreinen bieden voor waterberging in relatie tot nieuwe vormen van mobiliteit.
Midden
Incidenteel
Stadsbreed
K, H
x
x
Samen met programmalijn Maatschappelijk Vastgoed een “klimaat adaptatie paspoort” uitwerken voor de gebouwen van ons maatschappelijk vastgoed.
Midden
Incidenteel
Stadsbreed
K, H
x
x
x
x
Kwaliteitsniveaus openbare ruimte integreren in het waterbeleid.
Midden
Incidenteel
Stadsbreed
A, H, G, O, K
x
Systeemoverzicht stedelijk water (SSW) uitwerken, zie bijlage 13.
Hoog
Incidenteel
Stadsbreed
A, H, G, O, K
x
Uitwerken nieuw GRP / WKA.
Hoog
Incidenteel
Stadsbreed
A, H, G, O, K
x
Investeringsmaatregelen
Prioriteit
Continu / incidenteel
Locatie
Thema
2023
2024
2025
2026
Bijdragen aan ’herinrichting binnenstad’. Fase 1 (maart 2022 - najaar 2023): Stratumseind, Oude Stadsgracht, Molenstraat en Catharinaplein. Fase 2 (najaar 2023 - najaar 2024): Demer, Hooghuisstraat en Rechtestraat. Fase 3 (najaar 2024 - medio 2025): Wilhelminaplein, Vrijstraat, Hermanus Boexstraat en Nieuwstraat. Fase 4 (medio 2025 - medio 2026): Jan van Lieshoutstraat, Ten Hagestraat, Markt, Marktstraat en Jan van Hooffstraat.
Hoog
Incidenteel (‘continu’ gedurende planperiode)
Centrum
A, H, G, O, K
x
x
x
x
BIJLAGE 7
Bijlagenrapport Gemeentelijk Rioleringsplan | 79
Investeringsmaatregelen
Prioriteit
Continu / incidenteel
Locatie
Thema
2023
2024
2025
2026
Uitvoering geven aan de watermaatregelen uit het Uitvoeringsprogramma van het Inrichtingsplan Genneper Parken.
Midden
Incidenteel (‘continu’ gedurende planperiode)
Genneperparken
A, H, K
x
x
x
x
Verminderen wateroverlast Geestenberg (analyse / onderzoek EN investering in uitvoeringsprojecten).
Hoog
Incidenteel (‘continu’ gedurende planperiode)
Tongelre
A, H, K
x
x
x
x
Verminderen wateroverlast Achtse Barrier (analyse / onderzoek EN investering in uitvoeringsprojecten).
Midden
Incidenteel (‘continu’ gedurende planperiode)
Woensel Noord
A, H, K
x
x
x
x
Inrichten Groenblauwe schoolpleinen (Bezien in brede kader van “Gezonde Stad”.)
Laag
Continu
Stadsbreed
H, K
x
x
x
x
Laag
Continu
Stadsbreed
H, K
x
x
x
x
Schoolpleinen zijn ‘parels’ binnen onze stad waarmee we goud in handen hebben voor het realiseren van een aantal doelen uit onze Omgevingsvisie. Inrichten Groenblauwe bedrijventerreinen (Bezien in brede kader van “Gezonde Stad”.) Vanuit bedrijven komen steeds vaker vragen om te gaan vergroenen om een fraaiere, klimaatbestendige en daarmee toekomstbestendig en aantrekkelijk bedrijventerrein te realiseren. Bedrijven kunnen gebruik maken van de subsidieregelingen tegel-eruit-groen-erin, afkoppelen regenwater en groendaken (mogelijk later ook groene gevels). Indien het gaat over grote oppervlakken, wordt het als project opgepakt en worden afspraken met de bedrijven gemaakt over maatregelen en bijdragen.
BIJLAGE 7
Bijlagenrapport Gemeentelijk Rioleringsplan | 80
Investeringsmaatregelen
Prioriteit
Continu / incidenteel
Locatie
Thema
2023
2024
2025
2026
Inrichten Blauwe Sportaccommodaties (Bezien in brede kader van “Gezonde Stad”).
Laag
Continu
Stadsbreed
H, K
x
x
x
x
Doelenstraat: voorbeeldstraat voor de meest blauw – groene Midden straat van Eindhoven. Pilotproject: samen met de bewoners van de straat (en eventueel overige stakeholders) een ontwerp maken (2023 – 2024) en realiseren (2025 – 2026).
Incidenteel
Schoot, Doelenstraat
H, K
x
x
x
x
Antony Moddermanstraat: voorbeeldstraat voor de mogelijkheden Midden van een integrale aanpak verduurzamen woningen van woningbouw corporatie en klimaat robuuste inrichting van de straat. De voortuinen komen bij de openbare ruimte en daarmee beschikbaar voor een robuuste groen – blauwe structuur.
Incidenteel
Antony Modder- H, K manstraat
Sportvelden zijn groene ‘parels’ binnen onze stad waarmee we goud in handen hebben voor het realiseren van een aantal doelen uit onze Omgevingsvisie.)
x
De waterhuishouding van het Onderven in Meerland kan worden geoptimaliseerd door met eenvoudige ingrepen extra waterberging en een robuuster watersysteem te creëren.
Meerhoven
H, O, G
X
X
De bergingscapaciteit van de Aanschotse Beemden kan met eenvoudige ingrepen worden uitgebreid.
Woensel Noord
H, O, G
X
X
Bijlagenrapport Gemeentelijk Rioleringsplan | 81
Bijlage 8: Grondwater
8.1 Wat hebben we? De grondwaterzorgplicht richt zich vooral op de grondwaterstand (kwantiteit). De kwaliteit van het grondwater en het omgaan met grondwaterverontreinigingen is via een algemene zorgplicht geregeld in de Wet Bodembescherming. Na inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt deze zorgplicht vervangen door de algemene en specifieke zorgplicht in de Omgevingswet. Alle overheden hebben in het kader van deze wet een zorgplicht voor de kwaliteit van het grondwater. Ten aanzien van kwalitatieve aspecten is in dit GRP de verbinding gelegd met lozing van bronneringswater bij rioleringsprojecten. Eindhoven heeft een aantal gebieden die gevoelig zijn voor grondwateroverlast, het gaat daarbij met name om de oude beekdalen. Door een wijziging in een historisch aanwezige grondwateronttrekking of een langdurige neerslagperiode kunnen plaatselijk problemen opstaan door te hoge grondwaterstanden. Afbouw van laagwaardige grondwateronttrekkingen is vooral begin jaren negentig vanwege het anti-verdrogingsbeleid van de Provincie bij bedrijven gebeurd. Brabant Water heeft in deze tijd ook de grondwateronttrekking aan de Aalsterweg naar een diepere watervoerende laag verplaatst in verband met een betere grondwaterkwaliteit. Hierdoor komt de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) omhoog. De topografie en bodemopbouw van Eindhoven dragen bij aan dit probleem.
Vooral in de naoorlogse periode is gebouwd op grond die minder geschikt is voor bebouwing vanwege hoge natuurlijke grondwaterstanden. In deze gebieden is naar huidige maatstaven minder aandacht besteed aan aspecten als ophoging of drainage. Ook zijn er soms (kleinere) watergangen en ontwateringsvoorzieningen, tijdens het bouwrijp maken van deze gebieden, verdwenen. Hierdoor kunnen deze gebieden hun hemel- en grondwater minder goed kwijt, waardoor de grondwaterstanden langdurig op een hoog niveau kunnen blijven en daarmee grondwateroverlast kunnen veroorzaken. Sinds midden jaren tachtig is geleidelijk een forse afname van de grondwateronttrekkingen in Eindhoven opgetreden. Deze verminderde industriële grondwateronttrekkingen hebben bijgedragen aan een soms aanzienlijke stijging van de grondwaterstanden, met name in het zuidelijk deel van Eindhoven en de oude beekdalen. De drainerende werking van het oppervlaktewater in Eindhoven is in zijn algemeenheid, door de lemige bodemopbouw, beperkt. De grondwaterstanden zijn aan het einde van de zomer het laagst en het hoogst in het voorjaar. In gebieden waar hoge grondwater-
BIJLAGE 8
Bijlagenrapport Gemeentelijk Rioleringsplan | 82
standen tot grondwateroverlast leidt, hebben we in de openbare ruimte drainagestelsels aangelegd om de negatieve effecten te verminderen. Tabel 8-1 geeft een overzicht van de grondwatervoorzieningen die in het kader van de grondwaterzorgplicht zijn aangelegd in Eindhoven. Tabel 8-1: Kengetallen grondwater Eindhoven 2022.
2022
Eenheid
Drainage (exclusief sportveldendrainage en parkdrainage)
73
km
Drainagegemalen
6
Stuks
Peilbuizen
223
Stuks
Grondwatermeetnet Om inzicht te krijgen in de gemeentelijke grondwatersituatie is het grondwatermeetnet opgezet. De grondwaterstanden zijn openbaar beschikbaar via http://grondwater.webscada.nl/eindhoven/ of via het Dinoloket (zie Figuur 8-1). De DINO-database (Data en Informatie Nederlandse Ondergrond) is uitgebreid met openbare BRO-data (Basisregistratie Ondergrond). Het grondwatermeetnet bestaat uit 223 peilbuizen die in eigendom en beheer zijn van Gemeente Eindhoven. De gegevens worden verzameld en gevalideerd via TeleControlNet (TCN)/Eijckelkamp. Daarna kunnen de gegevens als open data geraadpleegd worden in Dinoloket of in de BRO. Het grondwatermeetnet wordt gebruikt om woningbouwontwikkelingen te toetsen en voor externe bemalingsplannen en om onderzoek te doen naar klachten in relatie tot de regierol. Daarnaast wordt het grondwatermodel getoetst aan de hand van de grondwatermetingen.
Figuur 8-0-1: Voorbeeld van grondwaterstandsverloop (Bakkerstraat) ten opzichte van het maaiveld. Het rode vlak is de bandbreedte van metingen sinds metingen worden uitgevoerd, de zwarte lijn beschikbare metingen van 2022, de lichtblauwe lijn de metingen van 2021.
Terugblik op de afgelopen planperiode Er is gewerkt aan een beheersbaarder grondwatersysteem om de aan de grond gegeven bestemming te realiseren. We hebben in voorkomende gevallen ingezet op het bestrijden van de grondwateroverlast en het voorkomen van grondwateroverlast bij nieuwe ontwikkelingen. Bij klachten over grondwateroverlast is door de gemeente onderzocht óf de overlast inderdaad grondwateroverlast is en wat de oorzaak van de grondwateroverlast is. In veel gevallen blijkt dat de overlast ontstaat omdat kelders op particuliere percelen niet waterdicht zijn. Het waterdicht maken en houden van een kelder (of vloer) is een taak / opgave voor een particulier, vergelijkbaar met het waterdicht maken van het dak om geen lekkage van hemelwater te krijgen. Onderhoud van drainageleidingen heeft tot dusver veelal plaatsgevonden op basis van klachten. In 2020 is voor de drainagevoorzieningen een beheerplan opgezet op basis van algemene uitgangspunten voor verschillende soorten drainage (cunetdrainage, wadidrainage, parkdrainage, drainage ter plaatse van tunnels en sportvelden). Hierin is de conclusie getrokken dat het regulier en achterstallig onderhoud zoals reiniging,
BIJLAGE 8
verbetering van de systemen en vervanging kan worden verbeterd. Een programma hiervoor is nodig. Of in alle gevallen ook daadwerkelijk onderhoud nodig is, is nog de vraag. Er zijn omstandigheden denkbaar waar onderhoud geen zin heeft: Wanneer het vervangen van het systeem bij disfunctioneren voordeliger is dan het uitvoeren van regulier en achterstallig onderhoud; Wanneer het systeem nog steeds werkt als een drain verstopt raakt bijvoorbeeld vanwege de onderlinge kleine drainafstand. In het algemeen kan wel worden gesteld dat regulier onderhoud aan drainage kan leiden tot een levensduurverlenging wat uiteindelijk tot kostenbesparing leidt. Aangezien drainage in woongebieden vaak solitair in de weg ligt, zijn vervangingskosten door bijv. bijkomende asfaltwerkzaamheden of rioolvervangingen erg groot. Het zoeken naar een onderhoudsmethodiek die gelijkloopt met de levensduur van een rioolstelsel is de uitdaging voor de komende planperiode van het GRP. Het groenbeleidsplan vertelt het verhaal van groen in Eindhoven, verwoordt het groenbeleid en laat aan de hand van voorbeelden zien dat een stad die vooroploopt in technologie ook heel groen kan zijn en zich verder groen kan ontwikkelen. De afgelopen jaren heeft met name het minder diep wortelende groen in de stad te lijden gehad door droogte, een tekort aan water en hittestress.
Maatregelen om deze kwetsbaarheid te verminderen, worden gezocht in verhogen van het humusgehalte van de bodem (een verbetering van de vochthuishouding), het geven van water en het kiezen voor droogtebestendigere beplanting. Programma Groen heeft hierin de leiding, in het kader van waterprojecten wordt hier zoveel mogelijk aan meegewerkt. In bijlage 10 gaan we dieper in op het groenbeleidsplan.
8.2 Wat willen we? Een beheersbaar grondwatersysteem en duidelijke taakverdeling Het hoofduitgangspunt voor de gemeente Eindhoven, zoals opgenomen in de Omgevingsvisie, is het streven naar een robuust bodem- en watersysteem passend bij de aan de grond gegeven bestemming. Dit betekent niet dat de gemeente een grondwaterpeil in het stedelijk gebied vaststelt en garandeert vergelijkbaar met een peilbesluit voor oppervlaktewater. Dit is namelijk technisch moeilijk realiseerbaar, door de veelheid van factoren die dit grondwaterpeil beïnvloeden. Een dergelijke
Bijlagenrapport Gemeentelijk Rioleringsplan | 83
vergaande peilbeheersing is een verantwoordelijkheid die de gemeente niet kan waarmaken. Daarnaast ligt de verantwoordelijkheid van het grondwaterbeheer op particulier terrein bij de eigenaar van de grond. De gemeente is medeverantwoordelijk voor het nemen van maatregelen gericht op het zo veel mogelijk terugdringen en voorkomen van (grond)wateroverlast in de stad. Hier ligt een gezamenlijke maatschappelijke verantwoordelijkheid voor waterschap, provincie, gemeente, Brabant Water, inwoners, ondernemers en de ODZOB als vergunningverlener (OmgevingsDienst Zuid Oost Brabant) om te komen tot een zo optimaal mogelijk functionerend grondwatersysteem.
Taakopvatting grondwaterzorgplicht De gemeente voert maatregelen uit in het gemeentelijke openbaar terrein voor zover het treffen van die maatregelen doelmatig is en niet tot de zorg van het waterschap of de provincie behoort. De gemeente heeft in deze een inspanningsverplichting en geen resultaatsverplichting. Essentieel hierbij is een nadere invulling van de begrippen ”structurele grondwateroverlast” en “doelmatig”. Hieronder zijn deze begrippen nader gedefinieerd. Grondwateroverlast wordt gedefinieerd als “een situatie waarbij er sprake is van aantasting van de gebruiksfunctie van een perceel door een te geringe ontwateringsdiepte ” (Commissie Integraal Waterbeheer 2004). De ontwateringsdiepte is daarbij de afstand tussen het maaiveld en de grondwaterstand. Onder aantasting van de gebruiksfunctie wordt verstaan: – overlast van grondwater in woningen en bedrijfspanden (vloeren dienen waterdicht te zijn); – overlast van grondwater in kelders, deze dienen waterdicht te zijn; – overlast van grondwater in kruipruimtes moet voorkomen worden maar is vaak niet ernstig (vloeren moeten waterdicht zijn); – grondwateroverlast dat leidt tot beschadigde wegen en openbaar groen (bijvoorbeel slechte groeiomstandigheden); – bevriezing van uittredend grondwater met gladheid tot gevolg. Structureel wordt gedefinieerd als een langere periode met een te geringe ontwateringsdiepte.
Voor bestaand stedelijk gebied worden geen harde normen toegepast voor de ontwateringsdiepte. Dit omdat het enerzijds moeilijk is om het grondwaterpeil te kunnen sturen en anderzijds omdat een kleine
BIJLAGE 8
ontwateringsdiepte niet per definitie ook grondwateroverlast tot gevolg heeft. Omgekeerd kan een “goede” ontwateringsdiepte toch nog grondwaterproblemen tot gevolg hebben. Als uitgangspunt wordt conform vigerend beleid, gehanteerd dat in de gebieden waar de Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG) ondieper is dan 0.7 meter onder het maaiveld ter plaatse van een woning er sprake is van een onvoldoende ontwateringsdiepte. Met nadruk wordt gesteld dat dit een richtlijn is en niet een “keiharde”grens. Van geval tot geval zal de gemeente in redelijkheid en billijkheid bepalen hoe met dit uitgangspunt wordt omgegaan. In de klimaatatlas is een kaart opgenomen die geeft, op basis van metingen verzameld via het grondwatermeetnet, een inschatting van de hoogste grondwaterstanden in Eindhoven in relatie tot de maaiveldhoogtes weer. Doelmatig heeft betrekking op uit te voeren maatregelen, deze dienen effectief, duurzaam en een reële kosten baten verhouding te hebben. Van geval tot geval zal de gemeente dit beoordelen. Dit impliceert, onder meer, dat er meestal sprake dient te zijn van meerdere gevallen van grondwateroverlast in een bepaald gebied.
Waterdichtheid constructies Het is de verantwoordelijkheid van een perceeleigenaar om kelders, vloeren en muren zodanig te construeren dat deze waterdicht zijn en niet gevoelig zijn voor vanuit de grond optrekkend vocht of intredend grondwater.
Overgang naar diepe winlocaties door Brabant Water Aandachtspunt is de ambitie van Brabant Water om ten behoeve van de drinkwatervoorziening meer gebruik te gaan maken van diepere winlokaties in plaats van de middeldiepe winningen. Deze ambitie zal grote gevolgen hebben voor het freatische grondwaterniveau. In de planperiode zullen we daarom in gesprek blijven met Brabant Water om effecten aan maaiveld te voorkomen (mitigeren) of als dat niet mogelijk is gezamenlijk te zoeken naar compenserende maatregelen die meerdere doelen dienen.
Bijlagenrapport Gemeentelijk Rioleringsplan | 84
2. gemeente voert een verkennend onderzoek uit, gebruik makend van de beschikbare meetgegevens, om te bepalen wat de waarschijnlijke oorzaak is. Samen met de eigenaar wordt gekeken welke partijen bij het proces dienen te worden betrokken. 3. bij onduidelijkheid over de oorzaak of bij de mogelijkheid dat de gemeente maatregelen dient te treffen, wordt onderzoek uitgevoerd naar structurele overlast. Indien er geen sprake is van structurele overlast wordt dit gecommuniceerd met de eigenaar en eindigt het proces. 4. indien er sprake is van structurele overlast wordt onderzocht of de gemeente in openbaar gebied op een doelmatige wijze maatregelen kan treffen. 5. overleg in dit traject met betrokken partijen is noodzakelijk om tot goede en gedragen oplossingen te komen. Als er geen sprake is van structurele overlast of als het voor de gemeente onmogelijk is om doelmatige maatregelen in openbaar gebied te treffen, zal degene die de overlast ervaart zelf maatregelen moeten treffen. De gemeente denkt hierin waar nodig mee. De relevante partijen in het proces zijn: de eigenaar: elke eigenaar dient in ieder geval ervoor te zorgen dat alle verblijfsruimtes in het pand waterdicht zijn en er geen vocht via de muren kan optrekken.
Verder moeten ze op eigen terrein maatregelen nemen tegen grondwateroverlast indien dit naar het oordeel van de gemeente redelijkerwijs van hen kan worden verwacht. de gemeente: de gemeente heeft in elk geval een regie- en onderzoeksrol. In sommige gevallen dient de gemeente maatregelen te treffen om grondwateroverlast te verminderen. het waterschap: Waterschap De Dommel beheert alle oppervlaktewateren en stelt streefpeilen vast. Hiermee hebben ze (beperkte) invloed op grondwaterstanden in het stedelijke gebied. de provincie: de provincie speelt een rol bij de totstandkoming van bestemmingsplannen en verleent vergunningen voor grote grondwateronttrekkingen en heeft daarmee invloed op de grondwaterstanden.
Gemeentelijke regierol grondwaterzorgplicht Veel regels en uitzonderingen zijn van toepassing bij de zorgplicht grondwater. Door een zorgvuldig proces te volgen, wordt bij bestaande bebouwing onderzocht waardoor grondwateroverlast wordt veroorzaakt en wie voor een oplossing dient te zorgen. De gemeente heeft hierin een regierol. Het volgende proces wordt daarbij gevolgd: 1. melding van grondwateroverlast komt binnen bij de gemeente.
Schermbemaling In Eindhoven wordt op twee locaties een schermbemaling in stand gehouden. De schermbemalingen pompen (licht) vervuild grondwater op om daarmee te voorkomen dat dit in het opgepompte water van de drinkwaterwinning Aalsterweg terecht komt. Het water dat bij beide schermbemalingen wordt opgepompt wordt deels op de
BIJLAGE 8
Tongelreep geloosd en deels gebruikt voor de beregening van de sportparken rondom de Genneper parken. In verband met het watertekort, waar we door het veranderende klimaat steeds vaker mee worden geconfronteerd, worden plannen gemaakt om meer van dit water in te zetten voor beregening/ toiletspoeling en dergelijke.
Gebiedsgericht grondwaterbeheer Eindhoven Centrum (GGB) De grondwaterzorgplicht richt zich vooral op de grondwaterstand (kwantiteit). De kwaliteit van het grondwater en het omgaan met grondwaterverontreinigingen is geregeld in de Wet Bodembescherming. Met behulp van grondwatermodellering kan de verplaatsing van een verontreiniging binnen een specifiek gebied worden bepaald. Voor projecten die invloed hebben op de ondergrond is het van belang om vooraf onderzoek te doen naar de aanwezigheid en mogelijke verplaatsing van verontreinigingen. Ook is het van belang om nieuwe verontreinigingen die bijvoorbeeld ontstaan in de toplaag van wadi’s te controleren of te monitoren. Met het GGB ontstaat meer ruimte voor de verdichtingsopgave en de energietransitie in het centrumgebied van onze stad, zie figuur 8-2. Dit doen we door grondwaterverontreinigingen niet meer per verontreiniging, maar gebiedsgericht aan te pakken.
Bijlagenrapport Gemeentelijk Rioleringsplan | 85
Initiatiefnemers in het centrumgebied – waaronder ook de gemeente zelf – die een (bouwput)bemaling aanbrengen of een open bodemenergiesysteem aanleggen, kunnen gebruik maken van het GGB. Dit levert initiatiefnemers een aantal voordelen op. We vragen deze voordelen gedeeltelijk aan gemeente te compenseren door het betalen van een vergoeding. Dit doen we op basis van de bijdragereling. Eindhoven zet de op deze wijze verkregen middelen weer in bij de gebiedsgerichte aanpak. In tabel 8-2 is een overzicht opgenomen van de verschillende categorieën grondwateronttrekkingen en de hierbij vastgestelde maximale bijdrage. Op deze bijdrage is geen BTW van toepassing. Tabel 8-2: Categorieën grondwateronttrekkingen (afhankelijk van waterbezwaar) in relatie tot maximale bijdrage
Categorie Waterbezwaar (m3) Basis bijdrage (€)
Maximale Totale maximale toeslag (€) bijdrage (€)
1
≤5.000
5.000
0
5.000
2
>5.000 en ≤50.000
5.000
15.000
20.000
3
>50.000 en ≤100.000
5.000
40.000
45.000
4
>100.000
5.000
90.000
95.000
Grondwaterbeschermingszones De omgevingsdienst Zuidoost Brabant (ODZOB) beschikt over een factsheet die dient als hulpmiddel bij het toepassen van regels uit de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV), onderdeel grondwaterbeschermingszones. De factsheet heeft betrekking op het op of in de bodem lozen van afstromend hemelwater waarvoor extra voorschriften zijn opgenomen ter bescherming van grondwater dat bestemd is voor menselijke consumptie. In tabel 8-3 staan de hoofdregels per beschermingszone. Voor verdere details verwijzen we naar de factsheet van ODZOB, de laatste versie kan worden opgevraagd via grondwater@odzob.nl. De factsheet kan worden aangepast op basis van nieuwe inzichten en bij het gebruik ervan moet worden gecheckt wat de laatst beschikbare versie is. Figuur 8-0-2. Het gebied waarin gebiedsgericht grondwaterbeheer plaatsvindt.
BIJLAGE 8
Bijlagenrapport Gemeentelijk Rioleringsplan | 86
Tabel 8-3: Hoofdregel per type beschermingszone.
Beschermingszone
Waterwingebied
Grondwaterbeschermingsgebied
Boringsvrije zone
Hoofdregel
Verboden*
Onder voorwaarden toegestaan
Geen voorschriften, geen melding nodig
(* Uitzondering: als hiervoor geen constructie wordt aangebracht of andere werkzaamheden op of in de bodem worden uitgevoerd, dan mogen gronden gebruikt worden voor parkeerterreinen met een capaciteit tot en met drie motorvoertuigen of voor wegen. Er geldt dan geen meldingsplicht en er zijn geen voorschriften uit de IOV.)
Grondwaterzorgplicht in (nieuw)bouwgebieden Tijdens het watertoetsproces in het kader van de bestemmingsplanprocedure wordt onderzocht of een gebied geschikt is om te bebouwen. Hierbij wordt gekeken of de natuurlijke grondwaterstandsfluctuatie belemmerend kan zijn voor de bestemming van het gebied en zo ja welke maatregelen in de inrichting- en bestemmingsfase nodig zijn. De benodigde maatregelen moeten worden uitgevoerd om grondwateroverlast in de toekomst te voorkomen. Om meer zekerheid te geven worden (streef-)bouwpeilen aangegeven door de gemeente. Door bouwpeilen te adviseren wordt gestuurd op de hoogteligging van een pand. Hiermee kan worden voorkomen dat een pand lager wordt aangelegd dan de omgeving en/of geen rekening wordt gehouden met het terugkeren van de natuurlijke grondwaterstand fluctuatie na beëindiging van grondwateronttrekkingen in de omgeving, waardoor de kans op grondwateroverlast (en hemelwateroverlast) wordt verkleind.
Relatie grondwaterzorgplicht met het masterplan Bodemenergie Bodemenergie is een duurzame techniek om energie uit de bodem te winnen. Die energie bestaat uit de koude en warmte die van nature aanwezig zijn in de bodem en in het grondwater. In toenemende mate wordt er in Eindhoven gebruik gemaakt van WKO-installaties (Warmte Koude Opslag). Bij de aanleg en bedrijfsvoering van deze installaties kunnen lokaal grondwaterstandsverhogingen ontstaan die tot knelpunten kunnen leiden. Als dit het geval is dan dienen door de initiatiefnemer van de WKO mitigerende maatregelen te worden getroffen. Andere aspecten die naar voren kunnen komen, zijn eventuele gevolgen voor het diepere grondwater zowel op kwaliteit als op kwantiteit. Door het doorboren van
scheidende lagen kan de kwaliteit van het diepe grondwater worden bedreigd of kunnen veranderingen optreden in de grondwaterdruk in bovenliggende lagen. In de komende planperiode zal in overleg met betrokken partijen worden afgewogen of het wenselijk is hier nader onderzoek naar te doen. Een streven voor de toekomst is om meerdere collectieve netwerken van WKO-installaties aan te leggen. Dit houdt in dat er meer leidingwerk in de grond komt te liggen. Daarnaast dienen eisen te worden gesteld met betrekking tot de lozingslocaties en de concentraties in het lozingswater. Open WKO-installaties worden één keer per jaar doorgespoeld waarbij het spuiwater moet worden geloosd. Bij de aanleg van open en gesloten WKO-installaties ontstaat werkwater dat moet worden geloosd, hierbij wordt zand afgevangen voordat dit het riool instroomt. Afhankelijk van de kwaliteit van het lozingswater moet worden bepaald of dit op het vuilwater- of hemelwaterriool mag worden geloosd. In de komende planperiode zal worden bepaald welke eisen we aan spoel- en werkwater gaan stellen.
Lozingseisen voor lozen van grondwater bij toepassing van bronnering Bij een bronnering wordt voor een beperkte periode grondwater aan de bodem onttrokken en weggepompt om de grondwaterstand te verlagen. Zo kunnen werkzaamheden, zoals de aanleg van bouwwerken, kabels en (riool)leidingen droog worden uitgevoerd. Voor zowel het onttrekken van grondwater als het lozen van het opgepompte grondwater op oppervlaktewater geldt dat het waterschap hiervoor het bevoegd gezag is. Voor lozing van bronneringswater op riolering geldt dat de gemeente het bevoegd gezag is. De voorkeursvolgorde voor lozen van opgepompt grondwater is: 1. Infiltreren in de bodem (retourbemaling; gemeente en ODZOB bevoegd gezag). In sommige gebieden in Eindhoven is retourbemaling verplicht. Met een watervergunning kan worden afgeweken; 2. Lozen op oppervlaktewater met eventueel zuiveringstechnische voorzieningen (gemeente of waterschap bevoegd gezag. De lozing moet voldoen aan de eisen die nu in Besluit lozen buiten inrichting Blbi staan en via bruidsschat overgaan naar Waterschapsverordening; 3. Lozen op hemelwaterafvoer die loost op oppervlaktewater met eventueel zuiveringstechnische voorzieningen (gemeente bevoegd gezag kwaliteitseisen zijn idem als bij lozen op oppervlaktewater. Indien er wordt geloosd op een open
BIJLAGE 8
Bijlagenrapport Gemeentelijk Rioleringsplan | 87
hemelwatervoorziening van de gemeente, zoals een wadi of greppel, is het verboden schade aan te brengen aan de bodem, oevers en groen en overige voorzieningen/objecten. Ook mag het tijdelijk lozen niet leiden tot wateroverlast op openbaar gebied of in gebouwen en op particulier terrein; 4. Lozen op vuilwaterriolering (gemeente bevoegd gezag) met maatwerkvoorschrift en adviesplicht. Voor het advies van de waterbeheerder voor lozen op vuilwaterriolering en RWZI dient de melder, indien van toepassing, te motiveren waarom en in hoeverre lozing via de voorkeursvolgorde niet mogelijk is. Voor het lozen van grondwater hanteert de gemeente in principe Tabel 8-4. Indien er sprake is van een sanering is de ODZOB bevoegd gezag voor de sanering. Het verontreinigde water zal dan via een tijdelijke zuivering op oppervlaktewater worden geloosd als er oppervlaktewater in de buurt is of, als dat niet het geval is, op het riool worden geloosd. Verder worden eisen gesteld aan het ijzergehalte (Fe-totaal minder dan 5mg/l) en de zuurgraad (6,5 <Ph < 9,0) om een goede werking van het riool te waarborgen. Tabel 8-4: Lozingseisen voor lozen van grondwater op het riool.Waarom alleen voor grondwater. Ook voor andere lozingen moet deze tabel gelden. Daar is nu niks voor geregeld.
Stoffen
Emissiegrenswaarde
BTEX-som (incl. naftaleen)
50 µg/l*
Vluchtige organohalogeenverbindingen uitgedrukt als chloor
20 µg/l**
Aromatische organohalogeenverbindingen
20 µg/l
Minerale olie
500 µg/l
PAK’s (som van anthraceen, fluorantheen, benzo(g, h, i,) peryleen, benzo(a)pyreen, benzo(b)fluorantheen, benzo(k) fluorantheen en indeno(1, 2, 3-cd)pyreen)
0,3 µg/l***
Cadmium
4 µg/l
Stoffen
Emissiegrenswaarde
Kwik
1 µg/l
Koper
11 µg/l
Nikkel
41 µg/l
Lood
53 µg/l
Zink
120 µg/l
Chroom
24 µg/l
Onopgeloste stoffen
50 mg/l
* Effluent Waterschap De Dommel bevat µg/l naftaleen 0,2 µg/l. Als lozingsnorm wordt naftaleen toegevoegd aan de BETX-som en geldt een lozingsnorm van 50 µg/l. ** Het betreft vluchtige verbindingen die in het riool snel overgaan in de gasfase. Afhankelijk van de diameter van het riool ontstaan hierdoor mogelijk risico’s. Bij een grotere diameter van het riool is er meer verdunning, waardoor hogere concentraties geloosd kunnen worden. Dit betreft altijd maatwerk en zal door de ODZOB getoetst worden. Het criterium hierbij is dat de MAC-waarde in het riool niet overschreden mag worden. *** Effluent Waterschap De Dommel bevat 0,3 µg/l PAK’s. De lozingsnorm van PAK’s (zonder naftaleen) wordt daarom gelijk gesteld aan 0,3 µg/l.
8.3 Wat gaan we doen? De reguliere opgaven voor het thema grondwater omvatten het hebben van inzicht in grondwaterstanden, structureel nadelige gevolgen van grondwaterstanden voorkomen, regie voeren op bronneringen en ontwateringsmiddelen en zoeken naar nuttige toepassingen van grondwater dat we onttrekken. Naast de reguliere opgaven zullen we komende periode focus leggen op concrete exploitatie activiteiten en investeringsmaatregelen, zie ook paragraaf 4.2 in het hoofdrapport. Deze activiteiten en maatregelen zijn gekoppeld aan de thema’s die terugkomen in bijlage 6 t/m 10: afvalwater (A), hemelwater (H), grondwater (G), oppervlakte (O) en klimaatadaptatie (K). Onderstaande tabel geeft aan waar we de komende planperiode voor het thema grondwater de focus op leggen.
BIJLAGE 8
Bijlagenrapport Gemeentelijk Rioleringsplan | 88
Exploitatie activiteiten
Prioriteit
Continu / incidenteel
Locatie
Thema
2023
2024
2025
2026
Water- en klimaatadaptatieregels verder uitwerken en opnemen in het omgevingsplan.
Hoog
Continu
Stadsbreed
A, H, G, O, K
x
x
x
x
Uitwerken kaart “hemelwaterverwerking op eigen terrein” (waar wel / niet infiltreren) = voorkeurskaart “omgaan met hemelwater” rekening houdend met de grondwaterbeschermingsgebieden en GHG.
Midden
Incidenteel
Stadsbreed
H, G
x
Uitwerken “droogteplan” samen met de overige relevante overheden binnen het Waterportaal (provincie, waterschap en gemeenten). Betreft een soort “calamiteitenplan” voor droogte. Moet onderdeel worden van nieuwe “provinciale grondwaterconvenant”.
Hoog
Incidenteel
Stadsbreed
H, G, K
x
x
Onderzoek interactie natuurlijk systeem, afvalwatersysteem en Hoog drinkwatersysteem, als basis voor een overkoepelende visie op te stellen samen met waterpartners in de regio.
Incidenteel
Stadsbreed
A, H, G, O, K
x
x
Uitwerken van en invulling geven aan meet- en monitoringsprogramma grondwater.
Midden
Continu
Stadsbreed
G
x
x
x
x
Inventariseren functionaliteit ontwateringsmiddelen en verbetermaatregelen uitwerken.
Midden
Continu
Stadsbreed
G
x
x
x
x
Beperken lozingen bronnering water
Midden
Incidenteel
Stadsbreed
G
Samen met programmalijn Sport en waterschap De Dommel onderzoek doen hoe we de ambitie om in 2030 voor sportcomplexen geen grondwater of leidingwater meer te gebruiken voor besproeiing kunnen realiseren: droogteplannen sportaccommodaties.
Midden
Incidenteel
Stadsbreed
K, G
Meeliften met onderzoek naar de mogelijkheden om warmte / energie uit oppervlaktewater, afvalwater en drinkwater te halen vanuit Waterportaal.
Midden
Incidenteel
Stadsbreed
A, G, O
Kwaliteitsniveaus openbare ruimte integreren in het waterbeleid.
Midden
Incidenteel
Stadsbreed
A, H, G, O, K
x
Systeemoverzicht stedelijk water (SSW) uitwerken, zie bijlage 13.
Hoog
Incidenteel
Stadsbreed
A, H, G, O, K
x
Uitwerken nieuw GRP / WKA.
Hoog
Incidenteel
Stadsbreed
A, H, G, O, K
x
x x
x
x
x
BIJLAGE 8
Bijlagenrapport Gemeentelijk Rioleringsplan | 89
Investeringsmaatregelen
Prioriteit
Continu / incidenteel
Locatie
Thema
2023
2024
2025
2026
Bijdragen aan ’herinrichting binnenstad’. Fase 1 (maart 2022 - najaar 2023): Stratumseind, Oude Stadsgracht, Molenstraat en Catharinaplein. Fase 2 (najaar 2023 - najaar 2024): Demer, Hooghuisstraat en Rechtestraat. Fase 3 (najaar 2024 - medio 2025): Wilhelminaplein, Vrijstraat, Hermanus Boexstraat en Nieuwstraat. Fase 4 (medio 2025 - medio 2026): Jan van Lieshoutstraat, Ten Hagestraat, Markt, Marktstraat en Jan van Hooffstraat.
Hoog
Incidenteel (‘continu’ gedurende planperiode)
Centrum
A, H, G, O, K
x
x
x
x
De waterhuishouding van het Onderven in Meerland kan worden geoptimaliseerd door met eenvoudige ingrepen extra waterberging en een robuuster watersysteem te creëren.
Meerhoven
H, O, G
x
x
De bergingscapaciteit van de Aanschotse Beemden kan met eenvoudige ingrepen worden uitgebreid.
Woensel Noord
H, O, G
x
x
x
x
Verbeteringsmaatregelen vanuit de inventarisatie van de functionaliteit van ontwateringsmiddellen uitvoeren.
G
x
Bijlagenrapport Gemeentelijk Rioleringsplan | 90
Bijlage 9: oppervlaktewater
9.1 Wat hebben we? Het oppervlaktewater zorgt onder meer voor de berging en afvoer van het overtollig grond- en hemelwater en is daarom van groot belang voor het goed laten functioneren van onze rioolstelsels, zie kaarten in de kaartenatlas van bijlage 1. In het geval van piekbuien kan het riool overstorten op het oppervlaktewater en zo schade in de stedelijke omgeving voorkomen. Een tweede belangrijke hoofdfunctie is de instandhouding of ontwikkeling van een goede waterkwaliteit en daarmee samenhangend de biodiversiteit en ecologie. Daarnaast dragen stadswateren zorg voor beleving en recreatie (hengelsport, roeisport, etc.) en verkoeling op hete dagen. Oppervlaktewateren met een gebied overstijgende waterhuishoudkundige functie, zoals de Dommel, de Tongelreep, de Kleine Dommel, de Ekkersrijt, de Oude en de Nieuwe Rundgraaf, de Oude Gracht, de Jan van Eyckgracht en de Groote Beek zijn in beheer en onderhoud bij Waterschap de Dommel. Daarnaast heeft de gemeente Eindhoven een groot oppervlaktewatersysteem in beheer dat hoofzakelijk bestaat uit watergangen, kunstwerken, twee grote kanalen, wadi’s, vijvers, poelen, greppels en zaksloten. In Tabel 9-1 zijn enkele kengetallen van het Eindhovense oppervlaktewaterstelsel opgenomen. Deze gegevens zijn ontleend aan de informatie die is opgenomen in het beheersysteem Geovisia en in het rioolbeheersysteem Infonet.
Vanuit de beheervisie oppervlaktewater is het plan om aankomende planperiode in te zetten op een verdere inventarisatie van de areaalgegevens. De oppervlaktewateren worden dan per type ingedeeld en ook de typen beschoeiingen en de hoeveelheden daarvan worden geïnventariseerd.
BIJLAGE 9
Bijlagenrapport Gemeentelijk Rioleringsplan | 91
Tabel 9-1: Kengetallen oppervlaktewater Eindhoven 2022.
Tabel 9-2: Beheer en onderhoud van de oppervlaktewateren in en rondom Eindhoven.
Areaalgegevens
Omvang 2022
Eenheid
Oppervlaktewater
Beheer
Onderhoud
Totale lengte watergangen
594
km
De Dommel
Waterschap de Dommel
Waterschap de Dommel
Lengte A-watergangen in eigendom van de gemeente
182
km
Tongelreep
Waterschap de Dommel
Waterschap de Dommel
Lengte B-watergangen in eigendom van de gemeente
23
km
Kleine Dommel
Waterschap de Dommel
Waterschap de Dommel
Totale lengte overige watergangen in eigendom van de 237 gemeente
Ha
Ekkersrijt
Waterschap de Dommel
Waterschap de Dommel
Oude Rundgraaf
Waterschap de Dommel
Waterschap de Dommel
Lengte watergangen die zijn opgenomen in het maaibestek
166
km
Grote Beek
Waterschap de Dommel
Waterschap de Dommel
Aantal wadi’s
Nader te inventariseren
Stuks
Afwateringskanaal
Waterschap de Dommel
Waterschap de Dommel
Beatrixkanaal
Gemeente Eindhoven
Gemeente Eindhoven
Lengte duikers
13 km
Km
Eindhovens Kanaal
Gemeente Eindhoven
Aantal duikers
1140
Stuks
Waterschap de Dommel en Waterschap Aa en Maas (oostelijke deel)
Aantal stuwen
Nader te inventariseren
Stuks
Vijvers Standswandelpark
Gemeente Eindhoven
Gemeente Eindhoven
Nader te inventariseren
Km
Karpendonkse Plas
Gemeente Eindhoven
Gemeente Eindhoven
Vijvers Gijzenrooi (nabij Puttensedreef en Rijsven) ( 2 vijvers)
Gemeente Eindhoven 1 vijver en Waterschap de Dommel 1 vijver
Gemeente Eindhoven 1 vijver en Waterschap de Dommel 1 vijver
Gender vanaf Afwateringskanaal tot Limburglaan
Waterschap de Dommel
Waterschap de Dommel
Gendervijver in park Engelsbergen
Waterschap de Dommel
Waterschap de Dommel
Vijver Henri Dunantpark
Waterschap de Dommel
Waterschap de Dommel
Hendrik de Keijzer vijver
Gemeente Eindhoven
Gemeente Eindhoven
Achtseloop met vijver nabij de Vliststraat (Acht)
Gemeente Eindhoven
Gemeente Eindhoven
Kleine plas Hanevoet (Ooievaarsnest)
Gemeente Eindhoven
Gemeente Eindhoven
Vijvers Stadskwekerij
Gemeente Eindhoven
Gemeente Eindhoven
Waterpartij in Meerhoven
Waterschap de Dommel
Waterschap de Dommel
Lengte damwanden, kademuur en beschoeiingen
In de afgelopen planperiode is gewerkt aan overdracht van belangrijke primaire stedelijke watergangen aan Waterschap De Dommel. Indien nieuw aan te leggen watergangen op basis van het beleid van gemeente en Waterschap De Dommel voor overdracht in aanmerking komen, dan worden in overleg met Waterschap De Dommel hierover afspraken gemaakt. Het waterschap stelt in het kader van de overdracht eisen aan de onderhoudstechnische staat van watergangen. Afspraken over een juiste overdracht zijn in beheerovereenkomsten met de gemeente vastgelegd. Een overzicht van te beheren en onderhouden oppervlaktewateren van Eindhoven is te vinden in tabel 9-2.
BIJLAGE 9
Bijlagenrapport Gemeentelijk Rioleringsplan | 92
Oppervlaktewater
Beheer
Onderhoud
Plas Landsart
Gemeente Eindhoven
Gemeente Eindhoven
Blixembosch
Gemeente Eindhoven gedeeltelijk en Waterschap de Dommel gedeeltelijk
Gemeente Eindhoven gedeeltelijk en Waterschap de Dommel gedeeltelijk
Structuur Eindhoven Noord
Gemeente Eindhoven, in overdrachtsfase naar Waterschap de Dommel
Gemeente Eindhoven, in overdrachtsfase naar Waterschap de Dommel
9.2 Wat willen we? Beheervisie In het verleden was het areaal niet volledig in beeld, inzicht ontbrak in de kwaliteit van de diverse onderdelen en ook ontbrak een visie op de noodzakelijke beheeractiviteiten in relatie tot de functies van de watergangen. In 2021 is daarom de beheervisie voor Eindhoven opgesteld. Daarmee zijn we in bredere zin ingegaan op het beheer van het oppervlaktewatersysteem in Eindhoven en zijn de hoofdlijnen uitgezet voor het toekomstige beleid. Het hoofddoel van deze beheervisie is een betere basis voor het toekomstige cyclische beheer en onderhoud van het oppervlaktewatersysteem vanuit verschillende oogpunten. Daarmee gaan we bereiken dat we: onze onderhoudswerkzaamheden in het oppervlaktewater financieel en organisatorisch beter kunnen programmeren en plannen; een hogere omgevingskwaliteit bereiken door met beheer en onderhoud betere invulling te geven aan de gekozen functies van de wateren; helderheid verschaffen aan onze omgeving waarom het onderhoud op een bepaalde manier wordt gedaan en wat ze wel of niet van de gemeente mogen verwachten. het aantal en ernst van noodreparaties verminderen structureel kennis vergaren voor toekomstige inrichtingsmaatregelen en te nemen beleidskeuzes; efficiënter samenwerken met andere beheer- en onderhoudsplichtigen, met name het waterschap maar ook burgers en private partijen.