Bijlage 7 - Ontwerp bijlagenrapport Water en Klimaatadaptatie Aanpak 2023 2026
Tekst van het document
Aangezien ook deze projecten integraal worden opgepakt, betekent dit voor het hele ruimtelijke domein een extra personele inzet. c. Manier 3: Een combinatie van manieren 1 en 2.
Financiële consequenties voor de uitwerkingsrichtingen 1A, 1B en 1C De tabel maakt inzichtelijk wat de financiële consequenties zijn voor de hoogte van rioolheffing voor uitwerkingsrichtingen 1A, 1B en 1C. Let op: als basis is het verloop van de hoogte van de rioolheffing genomen, zoals deze hiervoor is gepresenteerd in de paragraaf nieuwe verplichte opgave ‘beheer en onderhoud oppervlaktewater’. We kunnen namelijk niet om deze verplichte opgave heen. In de tabel kunt u zien dat uitwerkingsrichting 1A geen verdere verhoging van de rioolheffing tot gevolg heeft. Uitwerkingsrichting 1B (het klimaatadaptatie beleid houden zoals het nu is,) zorgt wel voor een extra verhoging van de rioolheffing. Het is duidelijk dat uitwerkingsrichting 1C een verdere verhoging van de rioolheffing tot gevolg heeft. Bij uitwerkingsrichting 1B is een gemiddelde extra jaarlijkse investeringslast voorzien van circa € 2.000.000,- voorzien over de periode 2023-2030. Deze jaarlijkse last ontwikkeld zich geleidelijk. Bij uitwerkingsrichting 1C is een gemiddelde extra jaarlijkse investeringslast van € 4.000.000,- voorzien voor de periode 2023-2026. Tussen 2023 en 2026 ontwikkelt deze jaarlijkse last zich geleidelijk.
3
BIJLAGE 5
Bijlagenrapport Gemeentelijk Rioleringsplan | 45
Inboeknummer
2019
2020
Basis rioolheffing 144 144 GRP 2023 - 2026 1A: Ambitieniveau 0 0 klimaatadaptatie verlagen 1B: Ambitieniveau 0 0 klimaatadaptatie gelijk houden (voorstel) 1C : Ambitieniveau 0 0 klimaatadaptatie verhogen Zie bijlage 5 voor de bijbehorende grafiek.
Inboeknummer
2021
2022
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
156
168
184
200
200
200
200
200
200
200
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
10
16
16
16
16
16
0
0
16
25
25
25
25
25
25
25
Uitwerkingsrichting 2: Eindhovens Kanaal In de eerste helft van 2022 wordt vanuit programmalijn Water een visie op het Eindhovens Kanaal opgesteld wat een totaal beeld geeft van de opgaven die voor het Eindhovens Kanaal op de programmalijn Water (en mogelijk ook op andere programmalijnen) afkomen. De kosten met betrekking tot het Eindhovens Kanaal zullen hoog zijn. Zo zijn enkel al de kosten voor het baggeren van het eerste deel van het kanaal ingeschat op 2 – 4 miljoen Euro. Een nadere toelichting is opgenomen in bijlage 4. Hieronder zijn een tweetal uitwerkingsrichtingen weergegeven die we kunnen toepassen bij het GRP 2023 t/m 2026: A. Het herstel van de chemische en ecologische waterkwaliteit van het Eindhovens Kanaal een planperiode uitstellen en pas opstarten als onderdeel van het gemeentelijke rioleringsplan 2027 t/m 2030. Hierbij wordt het risico geaccepteerd dat het Eindhovens Kanaal in de tussentijd het ecologische omslagpunt bereikt en de kosten voor herstel hiervan later veel hoger zullen uitpakken. B. (Voorstel) Het herstel van de chemische en ecologische waterkwaliteit van het Eindhovens Kanaal opstarten tijdens de komende planperiode (2023 – 2026) en de opgelopen achterstanden in beheer en onderhoud, inclusief baggeropgave, etc. geleidelijk wegwerken (invulling geven aan de visie die in de eerste helft van 2022 wordt uitgewerkt).
Financiële consequenties voor de uitwerkingsrichtingen 2A en 2B De onderstaande tabel maakt inzichtelijk wat de financiële consequenties zijn voor de hoogte van rioolheffing voor beide uitwerkingsrichtingen voor het Eindhovens kanaal. Let op: als basis is het verloop van de hoogte van de rioolheffing genomen, zoals deze hiervoor is gepresenteerd in de paragraaf nieuwe verplichte opgave ‘beheer en onderhoud oppervlaktewater’. We kunnen namelijk niet om deze verplichte opgave heen. In de tabel kunt u zien dat uitwerkingsrichting 2A een verdere verhoging van de rioolheffing tot gevolg heeft voor de periode na 2026. Uitwerkingsrichting 2B zorgt voor een snellere verhoging van de rioolheffing in de planperiode van het nieuwe GRP (2023 – 2026). Bij uitwerkingsrichting 2A is een totale extra investeringslast voorzien van € 5.000.000,- over de periode 2027 tot 2030. Bij uitwerkingsrichting 2B is een totale extra investeringslast voorzien van € 9.000.000,- over de periode 2023 tot 2030.
4
2019 2020 Basis rioolheffing 144 144 GRP 2023 - 2026 2A: Herstel chemische en ecologische 0 0 kwaliteit starten vanaf 2027 2B: Herstel chemische en ecologische 0 0 kwaliteit starten vanaf 2023 (voorstel) Zie bijlage 5 voor de bijbehorende grafiek.
2021
2022
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
156
168
184
200
200
200
200
200
200
200
0
0
0
0
0
0
5
8
10
10
0
0
5
5
5
5
5
8
10
10
Uitwerkingsrichting 3: Knoop XL De afgelopen planperiode heeft ons geleerd dat het meeliften vanuit programmalijn Water met onder meer de grote binnenstedelijke ontwikkelingen, zoals Boeiende Binnenstad, en het tegelijkertijd water- en klimaat robuust (her)inrichten, vanwege de integraliteit en complexiteit van deze opgaven, meer geld kost dan we in 2018 konden inschatten. Daarvoor is uitwerkingsrichting 1 in deze notitie opgenomen. Echter, binnen deze ontwikkelingen stuiten we ook op vraagstukken waarvoor een expliciete keuze gemaakt moet worden waar de financiering vandaan moet komen. Een voorbeeld hiervan is de ontwikkeling voor Knoop XL, waarbij grote afvalwatertransportleidingen moeten worden verlegd vanwege de realisatie van een verdiepte busbaan en verdiept busstation. Deze transportleidingen verkeren nog in prima conditie en kunnen nog meer dan 40 jaren mee. Vanuit programmalijn Water bestaat er daarom geen enkele noodzaak om iets aan die transportleidingen te doen: ze functioneren de komende (minimaal) 40 jaren nog goed. Een eerste raming van de kosten om deze transportleidingen te verplaatsen, bedraagt 20 miljoen euro. De vraag is nu of deze kosten toegerekend moeten worden aan programmalijn Water en daarmee zorgen voor een stijging van de rioolheffing, of dat deze kosten uit de ontwikkeling van Knoop XL betaald moeten worden.
Hieronder zijn een drietal uitwerkingsrichtingen weergegeven die we kunnen toepassen bij het GRP 2023 t/m 2026: A. (Voorstel) De verplaatsing van de transportleidingen moeten betaald worden uit het project / de ontwikkeling Knoop XL. B. In de planperiode 2023 – 2026 worden de transportleidingen niet verplaatst, maar gaan we vanuit de rioolheffing wel sparen voor deze investering: de verplaatsing van de transportleidingen moeten betaald worden uit de rioolheffing en hiervoor moet vanaf 2027 worden ‘gespaard’. C. In de planperiode 2023 – 2026 worden de transportleidingen niet verplaatst, maar gaan we vanuit de rioolheffing wel sparen voor deze investering: de verplaatsing van de transportleidingen moeten betaald worden uit de rioolheffing en hiervoor moet vanaf 2023 worden ‘gespaard’, zodat de impact op de rioolheffing zo geleidelijk mogelijk is. Financiële consequenties voor de uitwerkingsrichtingen 3A, 3B en 3C De onderstaande tabel maakt inzichtelijk wat de financiële consequenties zijn voor de hoogte van rioolheffing voor uitwerkingsrichtingen voor Knoop XL. Let op: als basis is het verloop van de hoogte van de rioolheffing genomen, zoals deze hiervoor is gepresenteerd in de paragraaf nieuwe verplichte opgave ‘beheer en onderhoud oppervlaktewater’. We kunnen namelijk niet om deze verplichte opgave heen. 5
BIJLAGE 5
Bijlagenrapport Gemeentelijk Rioleringsplan | 46
Inboeknummer
Inboeknummer
In de tabel kunt u zien dat uitwerkingsrichting 3A geen verdere verhoging van de rioolheffing tot gevolg heeft (basisscenario nieuwe GRP). De uitwerkingsrichtingen 3B en 3C zorgen gedurende de planperiode voor een verdere verhoging van de rioolheffing om zo toe te sparen naar de investering om de transportleidingen te vervangen. In totaal is indicatief ingeschat dat er een investering van 20 miljoen euro nodig is voor het verleggen van de transportleidingen. In onderstaande berekeningen is als uitgangspunt gekozen dat dit project rond 2032 zal plaatsvinden en dat er tot 2030 12,5 miljoen wordt gespaard respectievelijk vanaf 2027 (scenario 3B) of vanaf 2023 (scenario 3C). Het restant dient na 2030 te worden opgebracht. 2019 2020 Basis rioolheffing 144 144 GRP 2023 - 2026 3A: Verplaatsen transportleidingen 0 0 betalen uit project / ontwikkeling Knoop XL (voorstel) 3B: Verplaatsen transportleidingen 0 0 betalen uit rioolheffing en sparen vanaf 2027 3C: Verplaatsen transportleidingen 0 0 betalen uit rioolheffing en sparen vanaf 2023 Zie bijlage 5 voor de bijbehorende grafiek.
Argumenten Uitwerkingsrichtingen 1A, 1B en 1C
Uitwerkingsrichtingen 2A en 2B
Uitwerkingsrichtingen 3A, 3B en 3C
2021
2022
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
156
168
184
200
200
200
200
200
200
200
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
8
15
15
15
0
0
10
10
15
15
15
15
15
15
Het voorstel is in te stemmen met uitwerkingsrichting 1B, omdat we daarmee de consequente lijn doortrekken en een vergelijkbare inspanning doen op het vlak van klimaatadaptatie als de overige gemeenten in Nederland. Het voorstel is in te stemmen met uitwerkingsrichting 2B, omdat daarmee de kans het grootst is dat we voorkomen dat het Eindhovens kanaal het ecologische omslagpunt bereikt en de kosten in de toekomst nog vele malen hoger zullen zijn om de consequenties hiervan te herstellen. Het voorstel is in te stemmen met uitwerkingsrichting 3A, omdat wij van mening zijn dat dergelijke kosten uit de ontwikkeling zelf betaald dienen te worden (aangezien de transportleidingen nog in prima conditie verkeren).
Kanttekeningen Uitwerkingsrichtingen 1A, 1B en 1C
Indien u ons uitwerkingsrichting 1A meegeeft, betekent dit niet dat onze stad minder klimaat robuust wordt ingericht, maar wel dat de termijn waarop we dat realiseren langer wordt: rond 2080 in plaats van 2050.
Uitwerkingsrichtingen 2A en 2B
Het herstel van de ecologische en chemische kwaliteit, inclusief baggeropgave, oevers, damwanden, etc. is een wettelijke taak. Het nu doorschuiven van deze activiteiten naar het GRP 2027 – 2030 (meegeven van uitwerkingsrichting 2B voor de uitwerking van het GRP 2023 – 2026) betekent dat deze activiteiten dan (bij de uitwerking van het GRP 2027 – 2030 in 2026) onder het kopje ‘wettelijk verplichte opgaven’ komen en geen ‘keuze’ meer zijn.
Uitwerkingsrichtingen 3A, 3B en 3C
Bij uitwerkingsrichting 3B stellen we de keuze voor de financiering van het verplaatsen van de transportleidingen voor ons uit. Stel dat de keuze in 2026 toch wordt gemaakt om deze investering te bekostigen uit de rioolheffing, dan moet het te investeren bedrag in een relatief korte tijd ‘bij elkaar gespaard worden’, vandaar de steile lijn in de grafiek vanaf 2027. Bij uitwerkingsrichting 3C maken we expliciet de keuze deze investering te betalen uit de rioolheffing. Dit kan een precedent scheppen voor andere grote ontwikkelingen in de toekomst: de rioolheffing wordt gebruikt om investeringstekorten op te vangen.
Financiële consequenties De onderstaande drie tabellen geven een range in te maken richtinggevende scenario’s voor het GRP 2023 – 2026: Minimaal scenario (Keuze voor uitwerkingsrichtingen 1A, 2A en 3A) Voorstel scenario (Keuze voor de uitwerkingsrichtingen 1B, 2B en 3A) Maximaal scenario (Keuze voor de uitwerkingsrichtingen 1C, 2B en 3C) Minimaal scenario Basis rioolheffing GRP 2023 - 2026 1A: Ambitieniveau klimaatadaptatie verlagen 2A: Herstel chemische en ecologische kwaliteit starten vanaf 2027 3A: Verplaatsen transportleidingen betalen uit project / ontwikkeling Knoop XL (voorstel) Tarieven / tarief ontwikkeling rioolheffing minimaal scenario Stijging rioolheffing t.o.v. voorgaand jaar
2019
2020
2021
2022
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
144
144
156
168
184
200
200
200
200
200
200
200
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
5
8
10
10
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
144
144
156
168
184
200
200
200
205
208
210
210
-
0
12
12
16
16
0
0
5
3
2
0
Uitwerkingsrichting 1B voorziet niet in het actief oppakken van bekende knelpunten voor bijvoorbeeld hemelwateroverlast (op basis van de klimaat stresstesten, klimaatatlas en ervaringen tijdens hevige regenbuien de afgelopen jaren). Indien u van mening bent dat wij actief de meest urgente knelpunten moeten aanpakken gedurende de komende twee planperioden (2023 – 2026 en 2027 – 2030), dan moet u ons uitwerkingsrichting 1C meegeven.
6
7
BIJLAGE 5
Bijlagenrapport Gemeentelijk Rioleringsplan | 47
Inboeknummer
Voorstel scenario 2019 2020 Basis rioolheffing 144 144 GRP 2023 - 2026 1B: Ambitieniveau klimaatadaptatie 0 0 gelijk houden (voorstel) 2B: Herstel chemische en 0 0 ecologische kwaliteit starten vanaf 2023 (voorstel) 3A: Verplaatsen transportleidingen 0 0 betalen uit project / ontwikkeling Knoop XL (voorstel) Tarieven / tarief ontwikkeling 144 144 rioolheffing voorstel scenario Stijging rioolheffing 0 t.o.v. voorgaand jaar Zie bijlage 5 voor de bijbehorende grafiek. Maximaal scenario Basis rioolheffing GRP 2023 - 2026 1C : Ambitieniveau klimaatadaptatie verhogen 2B: Herstel chemische en ecologische kwaliteit starten vanaf 2023 (voorstel) 3C: Verplaatsen transportleidingen betalen uit rioolheffing en sparen vanaf 2023 Tarieven / tarief ontwikkeling rioolheffing maximaal scenario Stijging rioolheffing t.o.v. voorgaand jaar
Inboeknummer
2021
2022
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
156
168
184
200
200
200
200
200
200
200
0
0
0
0
10
16
16
16
16
16
0
0
5
5
5
5
5
8
10
10
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
156
168
189
205
215
221
221
224
226
226
12
12
21
16
10
6
0
3
2
0
2019
2020
2021
2022
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
144
144
156
168
184
200
200
200
200
200
200
200
0
0
0
0
16
25
25
25
25
25
25
25
0
0
0
0
5
5
5
5
5
8
10
10
0
0
0
0
10
10
15
15
15
15
15
15
144
144
156
168
215
240
245
245
245
248
250
250
-
0
12
12
47
25
5
0
0
3
2
0
Ter vergelijk: De gemiddelde rioolheffing in Nederland bedraagt momenteel (2021) €196 voor een huishouden. Ongeveer 92% van de gemeenten in Nederland hebben een hoger tarief dan Eindhoven. Het gemiddelde tarief van de G40 gemeenten in Nederland bedraagt nu (2021) € 174. Alle gemeente in Nederland hebben dezelfde wettelijke opgaven en uitdagingen voor klimaatadaptatie (uitwerkingsrichting 1) als Eindhoven en zullen dus een vergelijkbare stijging van de rioolheffing ondergaan voor het onderwerp klimaatadaptatie (los van de keuzen voor het Eindhovens Kanaal en Knoop XL; respectievelijk uitwerkingsrichtingen 2 en 3). Woonlasten Op grond van het coalitieakkoord 2018-2022 wordt voor de berekening van de woonlasten het gemiddelde van de G40 als uitgangspunt gehanteerd. De woonlasten bestaan uit het samenstel van de OZB, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Voor de berekening van deze woonlasten wordt aangesloten bij het gemiddelde zoals het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) deze jaarlijks berekent. Dit betekent dat wordt uitgegaan van de totale woonlasten van een meerpersoonshuishouden, bestaande uit drie personen, met een eigen woning en een gemiddelde WOZ-waarde. Bij deze woonsituatie bedragen volgens het COELO in 2021 de gemiddelde woonlasten € 774,-.
In de periode tussen 2004 en 2020 is de rioolheffing niet gestegen en is er relatief veel ruimte geweest voor aanpassing van de andere twee heffingen (OZB en 8
afvalstoffenheffing). De rioolheffing bedraagt in 2021 € 156,-. In het kader van de besluitvorming door het bestuur in 2018 over het lopende GRP 2019-2022 is op grond van het ingezette beleid een stijging voorzien tot € 192,- (tussen 2021 en 2024). Om de woonlasten van het volgende jaar te berekenen wordt het door het COELO berekende bedrag verhoogd op basis van een verwachte gemiddelde woonlastenstijging van 3%. Dit percentage wordt vervolgens nog gecorrigeerd met de daadwerkelijke verandering van het COELO-gemiddelde van het voorgaande jaar. Indien binnen de geschetste woonlasten-systematiek uitgegaan wordt van een gemiddelde woonlastenstijging van 3%, dan blijkt ten aanzien van de rioolheffing dat de komende jaren de rioolheffing, in het voorkeur scenario en het maximum scenario, jaarlijks harder stijgt dan 3%. Binnen de geschetste woonlasten-systematiek betekent dit dat dan voor de andere componenten, namelijk de OZB en de afvalstoffenheffing, minder ruimte ontstaat. Omdat de ervaring leert dat het een reële verwachting is dat de afvalstoffenheffing jaarlijks ook zal stijgen met circa 3%, sluit dit zelfs niet uit dat de OZB feitelijk zou moeten dalen. Anderzijds is het aannemelijk dat ook andere gemeenten hun rioolheffing aanmerkelijk zullen moeten laten stijgen, omdat zij op dit vlak (klimaatadaptatie) dezelfde uitdagingen hebben als de gemeente Eindhoven.
Daarmee zou de gemiddelde woonlastenstijging, zoals berekend door het COELO mogelijk hoger uitkomen dan de genoemde 3%, waardoor binnen de Eindhovense woonlasten-systematiek meer ruimte ontstaat. In het voorstel scenario zal de rioolheffing van 2022 naar 2023 met de huidige wijze van afschrijven (niet afschrijven) met € 21,- moeten stijgen, in de jaren daarna vlakt de stijging af. Dit betekent dat er bij de huidige systematiek, met name in 2023, maar ook in de twee jaren daarna beperkt ruimte is voor de andere woonlasten. Indien dit niet haalbaar is zal er in het GRP mogelijk een keuze moeten worden gemaakt om voor een (beperkt) deel van de investeringen in 2023, 2024 en 2025 een afschrijving op te nemen zodanig dat er ruimte overblijft om de OZB en afvalstoffenheffing ook te laten stijgen. De mogelijkheden hiertoe kunnen bij de verdere uitwerking van het GRP worden verkend en hangen tevens af van de gekozen woonlasten-systematiek van toekomstige colleges. Gemeentefonds Uitgangspunt is dat gemeenten kostendekkende heffingen kunnen vragen. Daarom worden via het gemeentefonds geen middelen beschikbaar gesteld voor riolering (zorgplichten afvalwater, hemelwater en grondwater).
Er is binnen het gemeentefonds slechts sprake van een beperkte kostengeoriënteerde herverdeling tussen typen gemeenten: gemeenten met een slechte bodemgesteldheid worden hiervoor in het gemeentefonds in bepaalde mate gecompenseerd ten koste van gemeenten met een relatief goede bodemgesteldheid (solidariteitsprincipe). Eindhoven is een gemeente met een goede bodemgesteldheid. Binnen het gemeentefonds bestaan er verdeelmaatstaven binnenwater en buitenwater (met drempel). Die worden toegepast bij de kosten voor infrastructuur, ruimte en milieu en dus niet voor de riolering (zorgplichten afvalwater, hemelwater en grondwater). Het herstellen van de damwanden van het Eindhovens Kanaal en het Beatrix Kanaal en de baggeropgave in het Beatrix Kanaal (noodzakelijk voor de scheepvaartfunctie) vallen onder infrastructuur en de investeringskosten hiervoor kunnen daardoor via het gemeentefonds (P&Ccyclus: Kadernota – Begroting) verkregen worden. Deze kosten zijn bovendien niet rechtmatig onder 9
BIJLAGE 5
Bijlagenrapport Gemeentelijk Rioleringsplan | 48
Inboeknummer
de rioolheffing te schuiven (vallen niet onder de zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater). Aanvullende kosten voor beheer en onderhoud van het Eindhovens Kanaal ten behoeve van de roeisport (bovenop het beheer en onderhoud noodzakelijk vanuit de hemelwaterzorgplicht en de Europese Kaderrichtlijn Water) kunnen binnen het gemeentefonds gekoppeld worden aan de uitgaven voor sport, cultuur en recreatie. Grondslag rioolheffing De adviesnota ‘Onderzoek sterkste schouders, zwaarste lasten rioolheffing’ (zie bijlage 6) adviseert dat de volgende gemeenteraad, als onderdeel van de coalitie onderhandeling, een besluit neemt over de grondslag van de rioolheffing. Dit betekent dat in april / mei / juni 2022, afhankelijk van de coalitie onderhandelingen, bekend is welke grondslag in Eindhoven gewenst is voor de rioolheffing (huidige grondslag of grondslag op basis van WOZ-waarde). Dit betekent ook dat een eventuele wijziging van de grondslag niet eerder dan 01 januari 2024 doorgevoerd kan worden: eind 2022 wordt het nieuwe GRP 2023 – 2026 door de gemeenteraad vastgesteld. Tussen Q2 2022 en Q4 2022 zit te weinig tijd om de noodzakelijke ICT-technische, juridische, administratieve en organisatorische wijzigingen door te voeren (om een invoering vanaf 01 januari 2023 mogelijk te maken).
Procesafspraken De uitwerkingsrichtingen gebruiken wij om het GRP 2023 – 2026 in concept uit te werken. In oktober / november 2022 zullen we dit concept GRP 2023 – 2026 presenteren aan de gemeenteraad en vervolgens aanpassen / verbeteren op basis van de afspraken die we daar maken. De aangepaste versie zal vervolgens ter vaststelling voorgelegd worden. Vaststelling vindt plaats in december 2022, zodat we vanaf 01 januari 2023 een nieuw vigerend GRP 2023 – 2026 hebben. Evaluatie Niet van toepassing Bijlagen 1. Korte evaluatie GRP 2019 – 2022; 2. Nadere toelichting nieuwe verplichte opgave voor het GRP 2023 t/m 2026: beheer en onderhoud oppervlaktewater (onderdeel zorgplicht hemelwater); 3. Nadere toelichting bestaande opgave klimaatadaptatie; 4. Nadere toelichting Eindhovens Kanaal 5. Overzicht grafieken 6. Nota onderzoek grondslag rioolheffing: Sterkste schouders, zwaarste lasten.
Inboeknummer
Bijlage 1: Korte evaluatie GRP 2019 – 2022 Klimaatadaptatie Het beleid voor een water- en klimaatrobuuste stad van de gemeente Eindhoven, zoals uitgewerkt in het huidige GRP 2019 t/m 2022, is vergelijkbaar met dat van andere gemeenten. Met dit beleid voldoet de gemeente Eindhoven aan het beleid en de opgaven die het Rijk heeft geformuleerd voor klimaatadaptatie in het DeltaProgramma Ruimtelijke Adaptatie (DPRA). Deze opgave heeft betrekking op het voorkomen van wateroverlast, het verminderen van droogteschade en het tegengaan van hittestress (waarvan de laatste niet/zeer beperkt betaald wordt uit het GRP, aangezien dit maar deels is toe te schrijven aan de zorgplichten afvalwater, hemelwater en grondwater). Vooral het voorkomen van wateroverlast door het aanleggen van waterbergingen is technisch en financieel een forse opgave. Omdat ons beleid is gebaseerd op de klimaatscenario’s van het KNMI, is de verwachting dat de opgave bij gelijkblijvende ambitie de komende jaren zal toenemen: bij de herijking van de landelijke klimaatscenario’s is te verwachten dat klimaatverandering zich sneller ontwikkelt dan eerder is voorspeld en de effecten (bijvoorbeeld in piekbuien) groter zijn. Zorgplicht afvalwater Het afvalwater dragen we over aan Waterschap De Dommel, zodat zij dit afvalwater kunnen zuiveren in de rioolwaterzuivering (RWZI) alvorens dit schoon (genoeg) te lozen op De Dommel.
Voor de zorgplicht afvalwater is alles duidelijk, en zijn er daarom ook geen uitwerkingsrichtingen te kiezen, etc. Zorgplicht hemelwater Het (schone) hemelwater proberen we zo veel als mogelijk lokaal te verwerken (infiltreren in de bodem om verdroging tegen te gaan) of schoon te houden en apart van het afvalwater te transporteren naar een locatie waar dit schone hemelwater nuttig gebruikt kan worden. In veel gevallen is dit het lokale oppervlaktewater, waarin dit schone hemelwater zorgt voor verversing, doorstroming, etc. en daarmee de gewenste oppervlaktewaterkwaliteit (en een prettige en gezonde leefomgeving). Daarmee is het lokale oppervlaktewater ook onderdeel van de zorgplicht hemelwater. De uitwerking van het beheer en onderhoud voor het lokale oppervlaktewatersysteem staat in ons huidige GRP 2019 t/m 2022 nog in de kinderschoenen. We krijgen steeds meer vragen over het gebruik van oppervlaktewater voor sport en recreatie. Denk aan extra beheer en onderhoud t.b.v. de roeisport op het Eindhovens Kanaal. Maar ook beheer en onderhoud t.b.v. sportvissen (incl. steigers voor minder valide sportvissers), boothellingen, kanoën / suppen / roeien / pleziervaart, etc.
Daarnaast gaat het om het beheer en onderhoud van keerwanden in woonwijken (neergezet vanuit ruimtebesparing en zonder waterkerende functie), bordjes, kilometerpaaltjes, gemalen, brugconstructies en duikers (onderdoorgangen) t.b.v. wegen, etc. Dit zijn allerlei zaken waarvoor financiering vanuit de rioolheffing niet rechtmatig is (= NIET toe te schrijven aan een van de 3 zorgplichten).
Burgemeester en wethouders van Eindhoven, Met de programmalijnen Openbare Ruimte, Groen & Recreatie en Sport is afgesproken tijdens de looptijd van het GRP 2023 t/m 2026 gezamenlijk een visie uit te werken op het beheer en onderhoud t.b.v. deze gebruikswensen voor het oppervlaktewater, inclusief de financiële en personele (capaciteit) consequenties en deze voor te leggen aan de gemeenteraad.
secretaris
10
11
BIJLAGE 5
Bijlagenrapport Gemeentelijk Rioleringsplan | 49
Inboeknummer
Voor het gemeentelijke rioleringsplan 2023 t/m 2026 betekent dit dat het beheer en onderhoud voor het oppervlaktewater puur is gebaseerd op het voldoen aan de opgaven voor de zorgplichten hemelwater,
Inboeknummer
Bijlage 2: Nadere toelichting nieuwe verplichte opgave voor het GRP 2023 t/m 2026: beheer en onderhoud oppervlaktewater (onderdeel zorgplicht hemelwater)
grondwater en afvalwater, inclusief de ecologische en chemische waterkwaliteit vanuit de Europese Kaderrichtlijn Water: het ecologisch en hydrologisch functioneren van het oppervlaktewater. Daarmee zijn de bestedingen vanuit de rioolheffing rechtmatig (= WEL toe te schrijven aan een van de 3 zorgplichten). Vanuit het GRP 2023 t/m 2026 zijn daarmee GEEN aanvullende middelen beschikbaar vanuit bijvoorbeeld oogpunt van beheer en onderhoud voor recreatie en sport.
Zorgplicht grondwater Voor grondwater over- en onderlast (grondwaterkwantiteit) hebben we in het GRP 2019 t/m 2022 een sterke visie, beleid, uitvoeringsprogramma en personele capaciteit uitgewerkt. Echter, de druk op de ondergrond neemt enorm toe (denk bijvoorbeeld aan de energietransitie). Daarnaast is de manier waarop we omgaan met de grondwaterkwaliteit in het GRP 2019 t/m 2022 nog minimaal uitgewerkt.
De afgelopen jaren heeft de focus van de gemeente Eindhoven voor het beheer en onderhoud van het oppervlaktewatersysteem gelegen op een aantal watergangen die zijn overgedragen aan waterschap De Dommel. Om de overdracht van het beheer en onderhoud van deze watergangen te kunnen regelen, moesten deze watergangen namelijk ‘op orde zijn’. Voor de overige gemeentelijke watergangen was het beheer en onderhoud vooral gericht op het uitvoeren van maaiwerkzaamheden in en langs watergangen en het oplossen van problemen die zich ad hoc voordeden. De consequentie hiervan is dat de gemeente Eindhoven een behoorlijke achterstand heeft in het beheer en onderhoud van de overige watergangen (oppervlaktewateren) binnen de gemeente, we geen goed beeld hebben van de actuele onderhoudstoestand van watergangen en daarin gelegen kunstwerken (gemalen, stuwen, etc.) en geen meerjarig beheer en- onderhoudsprogramma hebben. In 2020 is daarom de beheervisie oppervlaktewatersysteem Eindhoven opgesteld, waarin een aantal projecten is gedefinieerd waarmee het beheer en onderhoud van de watergangen in Eindhoven in de toekomst beter wordt gestructureerd. Deze projecten zullen een beeld geven van de beheer- en onderhoudssituatie en de noodzakelijke exploitatie- en investeringskosten voor het nieuwe GRP als onderdeel van de zorgplicht hemelwater.
Opgemerkt wordt dat een deel van exploitatie- en investeringskosten vanuit rechtmatigheid lastig is toe te schrijven aan de zorgplicht voor hemelwater en daarmee mogelijk niet zijn onder te brengen in het GRP; bijvoorbeeld als het gaat om aanzienlijke kosten die in de toekomst te verwachten zijn voor het vervangen van damwanden en beschoeiingen. De beheervisie oppervlaktewatersysteem Eindhoven heeft als ambitieniveau het oppervlaktewatersysteem te laten voldoen aan ons vastgestelde beleid voor de zorgplicht hemelwater (berging en afvoer / waterkwantiteit) en de Europese Kaderrichtlijn Water (chemische en ecologische waterkwaliteit). Tegelijkertijd hebben de watergangen als doel bij te dragen aan een gezonde en leefbare stad waar het fijn wonen, werken, verblijven, recreëren en ontmoeten is. De beheervisie houdt zo veel mogelijk rekening met de (vanuit programma Water geredeneerde) gewenste nevenfuncties van deze watergangen (zoals recreatie, sport, etc.), maar focust zich vanuit rechtmatigheid ten behoeve van de rioolheffing op de zorgplicht hemelwater en de chemische en ecologische oppervlaktewaterkwaliteit. Het uitvoeren van het beheer en onderhoud (wat een doorlooptijd heeft van meerdere planperioden) kost geld en is daarmee rechtstreeks van invloed op de hoogte van de rioolheffing.
Op dit moment bereiken ons verschillende klachten over bijvoorbeeld de kwaliteit van oeverbeschermingen, blauwalgenproblematiek, botulisme, droogval, vissterfte (recent Karpendonkseplas) etc. Deze klachtenstroom zal de komende jaren (flink) toenemen als we geen start maken met gestructureerd beheer en onderhoud en het wegwerken van het achterstallig onderhoud. Bovendien zijn de kosten voor het herstellen van oppervlaktewateren vele malen hoger dan het op orde houden van deze oppervlaktewateren. Omdat we vooralsnog voor de planperiode 2023 – 2026 kiezen voor een minimale insteek (voldoen aan wettelijke verplichtingen en via onderzoek vooral kennis opdoen), zijn er voor deze planperiode geen uitwerkingsrichtingen om uit te kiezen. Mogelijk zijn deze er wel in 2026 t.b.v. de volgende planperiode (2027 – 2030).
12
13
BIJLAGE 5
Bijlagenrapport Gemeentelijk Rioleringsplan | 50
Inboeknummer
Inboeknummer
Bijlage 3: Nadere toelichting bestaande opgave klimaatadaptatie
Bijlage 4: Nadere toelichting Eindhovens Kanaal
We zien dat de kosten om de openbare ruimte bij een (her)inrichting water- en klimaatrobuust in te richten (veel) hoger zijn dan de maximaal 20% extra die we bij de uitwerking van het huidige gemeentelijke rioleringsplan in 2018 hebben aangegeven (op basis van de toen bekende informatie en inschattingen). Dit betekent dat de rioolheffing bij een gelijkblijvende ambitie voor een water- en klimaatrobuuste stad sterker moet stijgen dan we in 2018 hebben aangegeven.
Rond het Eindhovens Kanaal spelen allerlei initiatieven (bijvoorbeeld een initiatief om energie uit het oppervlaktewater te halen rond het Campinacomplex) en mogelijke stedelijke (her)ontwikkelingen (inbreidingslocaties) in de nabije toekomst. Tevens wordt het Eindhovens Kanaal gezien als een recreatieve groen – blauwe waarde en sportaccommodatie voor de roeisport. Het Eindhovens Kanaal wordt nu niet specifiek onderhouden t.b.v. de roeisport (is vanuit de rioolheffing ook niet rechtmatig); recreatief roeien wordt hier als gebruik toegestaan. De roeiverenigingen hebben nadrukkelijk de wens dat de kwaliteit en het onderhoud voldoet aan het gebruik als sport -en wedstrijdlocatie.
De oorzaken liggen deels buiten de invloedsfeer van het gemeentelijke rioleringsplan: Hogere grondkosten, veroorzaakt doordat de grond civiel technisch of milieutechnisch van onvoldoende van kwaliteit is om hergebruikt te worden. Hogere kosten voor personele inzet. Alle (her)inrichtingen van de openbare ruimte in Eindhoven worden integraal opgepakt. Dit betekent dat er geen ‘simpele’ projecten meer zijn. Bovendien speelt niet enkel de water- en klimaatrobuuste (her)inrichting een rol bij deze integrale projecten, maar komen op deze projecten ook een groot aantal andere transities af (energietransitie, woningbouwopgave, mobiliteitstransitie, etc.) en een participatietraject. Dit zorgt er allemaal voor dat de ontwerpopgave steeds ingewikkelder wordt. Hierdoor worden meer uren op projecten geboekt dan in 2018 werd verwacht. Ook de komende jaren zal dit het geval zijn. Dus zullen we hier rekening mee moeten houden bij de financiële uitwerking van het gemeentelijke rioleringsplan 2023 t/m 2026. De introductie van de Omgevingswet versterkt deze trend. De enorme druk op de openbare ruimte en ondergrond. Veel ruimtelijke functies leggen een claim op dezelfde openbare ruimte, waardoor klimaatadaptatie voorzieningen, zoals bijvoorbeeld hemelwaterberging, regelmatig via een kostbare ondergrondse voorziening gerealiseerd moeten worden i.p.v.
een veel goedkopere variant aan het maaiveld (bijvoorbeeld een wadi). In 2018 was de inschatting dat vaker gebruik gemaakt kon worden van goedkopere voorzieningen aan het maaiveld. Dit betreft een integrale afweging van de gemeente Eindhoven over welke functies en kwaliteiten ze in de stad aan maaiveld zichtbaar willen maken. Extreem hoge kosten bij een aantal ingewikkelde projecten, vooral in de Binnenstad, bijvoorbeeld: Vestdijk, Mathildelaan, Boeiende Binnenstad en binnenkort de Stationsweg. Gezien de ingewikkelde opgaven die nog op ons afkomen rond Boeiende Binnenstad, Knoop XL, omgeving Eindhovens Kanaal, etc. zullen dit soort projecten zich ook de komende jaren blijven voordoen.
Ook heeft het Eindhovens Kanaal een aantal problemen: afname waterkwaliteit (vanwege stopzetten lozing schoon water vanuit Campina), afname ecologische waarde waterplanten (waaronder Krabbescheer), toename exotische waterplanten (watercrassula) en een enorme bagger achterstand. Bovendien zijn een aantal zaken nog onduidelijk, zoals de kwaliteit van oevers en damwanden en toestand van het kanaal in relatie tot de waterkerende functie. Het bovenstaande heeft ertoe geleid dat de gemeente Eindhoven gedurende de planperiode van het GRP 2019 t/m 2022 een onderzoek heeft laten uitvoeren naar de ontwikkeling van de waterkwaliteit in het Eindhovens Kanaal. Uit dit onderzoek kwam naar voren dat het Eindhovens Kanaal zich op een zogenaamd ecologisch omslagpunt / kantelpunt bevindt. Dit betekent dat als de kwaliteit van het Eindhovens Kanaal verder achteruit gaat, dit omslagpunt mogelijk wordt bereikt en het Eindhovens Kanaal een ‘stinkende bak troebel water wordt met blauwalgen en botulisme problematiek, vissterfte, etc. zonder enige belevingswaarde en mogelijk delen van het jaar niet gebruikt kan worden voor onder meer de roeisport’.
De kosten en inspanningen om een oppervlaktewater wat voorbij het ecologische omslagpunt / kantelpunt is gegaan weer aan de doelstellingen te laten voldoen, zijn vele malen groter dan de kosten en inspanningen die gedaan moeten worden om te voorkomen dat dit ecologische omslagpunt wordt bereikt. Een van de belangrijkste aanbevelingen uit het onderzoek is het Eindhovens Kanaal zo snel mogelijk te baggeren, zodat de voedselrijke baggerspecie uit het watersysteem wordt verwijderd. Recent is de problematiek rond de watercrassula zichtbaar geworden en is hier het beheer en onderhoud op afgestemd. Dit betekent dat elke maaibeurt de gemeente tussen de € 50.000 en € 75.000 kost (afhankelijk van het jaargetijde – zijn er bijvoorbeeld veel of weinig vogelnesten – en het weer – heeft het weer voor een kleinere of een grotere hoeveelheid waterplanten gezorgd). Het Eindhovens Kanaal wordt intensief gebruikt door de roeisport. Vanuit het rechtmatigheidsbeginsel is het niet toegestaan het beheer en onderhoud ten behoeve van de roeisport te betalen vanuit de rioolheffing. Vanuit de rioolheffing is het enkel toegestaan beheer en onderhoud toe te passen ten behoeve van de zorgplicht voor het hemelwater en / of vanuit de chemische en ecologische waterkwaliteit (Europese Kaderrichtlijn Water).
Natuurlijk voeren we het beheer en onderhoud wat we vanuit deze zorgplicht doen op een zodanige manier uit (zolang dit doelmatig is) dat de roeiers op het Eindhovens Kanaal hier optimaal van profiteren. Aanvullend beheer en onderhoud (bijvoorbeeld extra maaibeurten) ten behoeve van de roeisport kunnen vanuit rechtmatigheidsoogpunt niet bekostigd worden vanuit de rioolheffing.
14
15
BIJLAGE 5
Bijlagenrapport Gemeentelijk Rioleringsplan | 51
Inboeknummer
Inboeknummer
Bijlage 5: Overzicht grafieken
Ontwikkeling rioolheffing basistarief € 250 € 200 € 150 € 100 € 50 €0
2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 GRP 2019-2022 Extra opgaven oppervlaktewaterbeheer (basisscenario nieuwe GRP)
€ 250
Ontwikkeling rioolheffing basistarief
Ontwikkeling rioolheffing basistarief € 250
€ 200
€ 200
€ 150
€ 150
€ 100
€ 100
€ 50
€ 50
€0
€0 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 1a Verlaging ambitieniveau klimaatadaptatie (basisscenario nieuwe GRP) 1b Gelijkblijvend ambitieniveau klimaatadapatatie 1c Hoger ambitieniveau klimaatadaptatie
16
2019
2020
2021
2022
2023
2024
2025
2026
2027
2028
Rioolheffing geen bijdrage vanuit het GRP (basisscenario nieuwe GRP) 3a Knoop xl sparen voor een bijdrage vanuit het GRP vanaf 2027 3b Knoop xl sparen voor een bijdrage vanuit het GRP vanaf 2023
17
2029
2030
BIJLAGE 5
Bijlagenrapport Gemeentelijk Rioleringsplan | 52
Inboeknummer
Ontwikkeling rioolheffing basistarief € 250 € 200 € 150 € 100 € 50 €0
2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 Extra opgaven oppervlaktewaterbeheer (basisscenario nieuwe GRP) Voorkeursscenario (met uitwerkingsrichtingen 1b, 2b en 3a)
18
Bijlagenrapport Gemeentelijk Rioleringsplan | 53
Bijlage 6: Afvalwater
6.1 Wat hebben we? Voor het afvoeren van afval- en hemelwater is in onze gemeente een uitgebreid rioleringsstelsel aangelegd, zie kaarten in bijlage 1. De gemeente is eigenaar en beheerder van dit rioolstelsel. Het rioolstelsel van Eindhoven is momenteel nog grotendeels een gemengd stelsel, een stelsel waarbij het hemelwater gezamenlijk met het afvalwater in één rioolbuis wordt ingezameld en afgevoerd naar de rioolwaterzuivering (RWZI) van waterschap De Dommel (figuur 6-1).
Figuur 6-1: Een gemengd rioolstelsel voor afvoer van afval- en hemelwater naar de rioolwaterzuivering (RWZI: een soort wasmachine voor water) van waterschap De Dommel.
Vanaf de jaren zeventig hebben we in onze stad ook gescheiden rioolstelsels aangelegd. Bij gescheiden rioolstelsels transporteren we alleen het afvalwater naar de RWZI en lozen het hemelwater (soms na berging) vertraagd op het oppervlaktewater of infiltreren we het hemelwater lokaal via waterbergingen in de bodem (figuur 6-2). Vanaf de jaren negentig zijn we het gemengde rioolstelsel geleidelijk gaan ontvlechten in een schoon en vuil waterstelsel. Dit noemen we afkoppelen. In totaal ligt er 707 km gemengd riool, 259 km vuilwaterriool, 381 km hemelwater of infiltratieriool. De gemiddelde waarde voor een gescheiden stelsel is circa 1500 euro per strekkende meter, voor een gemengd stelsel of een enkel hemelwater/infiltratieriool is dit circa 1250 euro per strekkende meter. Dit komt neer op een gezamenlijke vervangingswaarde van circa 1,8 miljard euro exclusief de bijzondere voorzieningen. In tabel 6-1 zijn de kengetallen van het Eindhovense rioolstelsel opgenomen.
BIJLAGE 6
Bijlagenrapport Gemeentelijk Rioleringsplan | 54
2018 Gemengde riooloverstorten
29 (Hiervan lozen er 23 29 (Hiervan lozen er op de Dommel, 1 op de Tongelreep, 4 op het AfwateringskanaalBeatrixkanaal en 1 op de vijver in Gijzenrooi)
Hemelwateroverstorten
Figuur 6-2: Een gescheiden rioolstelsel voor afvoer van afvalwater naar de rioolwaterzuivering en hemelwater naar het oppervlaktewater.
Tabel 6-1: Kengetallen riolering Eindhoven 2018 en 2022.
2018
2022
Eenheid
Lengte riolen gemengd
786
707
km
Lengte riolen gescheiden (droogweerafvoer riolen en regenwaterafvoer riolen)
541
259 DWA en 381 HWA/IT riool
km
Gemiddelde leeftijd riolen
34
36
Jaar
Lengte drukriolering
39
28
km
Lengte persleiding
2
14
km
Tussengemalen vrijvervalstelsels
95
84
Stuks
Bergbezinkbassins
2
2
Stuks
Tunnelgemalen
20
19
Stuks
Vuilwatergemalen
37
34
Stuks
Regenwatergemalen
23
23
Stuks
Drainagegemalen
6
6
Stuks
Pompunits mechanische riolering
65
62
Stuks
Rioolkolken
85554
87400
Stuks
2022
Eenheid Stuks
22 op de Dommel, 1 op de Tongelreep, 5 op het AfwateringskanaalBeatrixkanaal en 1 op de vijver in Gijzenrooi)
190
Stuks
Totaal landoppervlakte
8887
8810
ha
Verhard oppervlak gemengde riool
1826
1823
ha
Verhard oppervlak (verbeterd) gescheiden riool
948
962
ha
Verhard oppervlak afvoerend op oppervlaktewater
20
50
ha
Het huidige rioolstelsel hebben we op doelmatige wijze in stand gehouden en verbeterd waar mogelijk. Er is gewerkt aan een optimaal functionerende riolering. Dit houdt in dat al het afvalwater wordt afgevoerd naar de rioolwaterzuivering (RWZI) en dat op doelmatige wijze wordt omgegaan met de beperking van wateroverlast en/of verstoring van de oppervlaktewaterkwaliteit door lozingen uit het rioolstelsel. De basisvoorzieningen zijn op doelmatige wijze in stand gehouden via onderhoud en planmatige vervanging of relining van riolen en renovaties van rioolgemalen. In Tabel 6-2 zijn de hoeveelheden rioolvervanging / relining per jaar aangegeven. Tabel 6-2. De hoeveelheid aan vervanging/relining van riolen in meters per jaar.
Jaar
Rioolvervanging / relining (m)
2018
4156
2019
1600
2020
5005
2021
3600
BIJLAGE 6
6.2 Wat willen we? Beheer en onderhoud Beheer en onderhoud betreft werkzaamheden waarmee het functioneren van het rioolstelsel wordt gegarandeerd. Hiervoor wordt onderzoek uitgevoerd, onderhoud gepleegd, gerepareerd, gerenoveerd of wordt het rioolstelsel verbeterd. In het kader van goed beheer worden veel afwegingen gemaakt. In een tactisch beheerkader (zie sub bijlage 6A) zijn functionele eisen en maatstaven opgesteld voor het beheer en onderhoud van het rioolstelsel. Op basis van dit tactisch beheerkader wordt de meerjarige operationele aanpak voor het beheer en onderhoud jaarlijks bijgewerkt.
Reinigen en inspectie van de riolering De gemeente brengt de kwaliteitstoestand van het openbare rioolstelsel in beeld via inspecties. Aan de inspectie gaan reinigingswerkzaamheden vooraf, zodat een goed inzicht ontstaat in het functioneren van het riool en een inschatting kan worden gemaakt van de restlevensduur. Vrijkomend rioolslib wordt afgevoerd en kleinschalige spoedreparaties die geen uitstel dulden worden direct uitgevoerd. In de periode 2006 tot 2015 is een eerste 10-jarige cyclus voltooid. Vanaf 2016 is de reiniging en inspectie meer gericht op kritische locaties. Dit beleid zal de komende jaren worden voortgezet in combinatie met de uitvoering van reparaties en renovaties die uit de eerste cyclus naar voren zijn gekomen. Aan het einde van de planperiode wordt afgewogen of een nieuwe cyclus wordt ingezet.
Reiniging en inspectie bijzondere voorzieningen Dit betreft het periodiek inspecteren en reinigen van zinkers, overstortputten, spindelschuiven, terugslagkleppen, wervelventielen, zandvangers, schoonwaterbergingskelders, roosterdeksels met onderbak, putten met het smartdrainsysteem etc. Ook vallen hieronder het storten van bij de reiniging vrijkomend slib en kleine spoedreparaties.
Bijlagenrapport Gemeentelijk Rioleringsplan | 55
Onderhoud kolken Kolken dienen voor het inzamelen van hemelwater en zijn daarmee een belangrijke schakel in de afvoer van het hemelwater van verhard oppervlak. Verstopping van een kolk kan leiden tot water op straat en overlast voor de omgeving. De reiniging van de kolken is het meest doelmatig als dit wordt afgestemd op het straatvegen. Een deel van de kosten voor het vegen van de straten wordt ten laste gebracht van het onderhoud van de kolken. Dit omdat straatvegen voorkomt dat kolken snel gevuld worden met straatvuil. Alle kolken in Eindhoven worden 2 maal per jaar leeggezogen, in het centrum en het winkelcentrum Woensel wordt dit 3 maal per jaar uitgevoerd. Deze werkzaamheden zijn uitbesteed als een onderdeel van het integrale bestek. Hieronder valt ook het storten van het slib. Daarnaast worden geconstateerde schades zoals verstopte kolken, wortels in de kolk, kapotte deksels en ontbrekende stankschermen hersteld. De afgelopen jaren zijn kolken met ernstige gebreken waar vervanging wenselijk is geïnventariseerd en omgezet tot een programma voor verbetering. In de komende planperiode wordt dit programma uitgevoerd.
Curatief rioolonderhoud Onder curatief onderhoud vallen maatregelen die volgen uit beoordeling van binnenkomende meldingen. Voorbeelden zijn het herstellen van kapotte riooldeksels en verstopte huis- en kolkaansluitingen of verstopte openbare riolering.
Foutaansluitingen Een foutaansluiting is een aansluiting van een hemelwaterriool op een afvalwaterriool of omgekeerd. Foutaansluitingen kunnen leiden tot beheerproblemen en onaanvaardbare waterkwaliteitsknelpunten. In een aantal gebieden met gescheiden rioolstelsels, zijn er foutieve huisaansluitingen. Hierdoor wordt afvalwater op het hemelwaterriool geloosd of hemelwater op het afvalwaterriool. Afgelopen periode zijn er diverse pilots gedraaid om de juiste technieken te selecteren voor het opsporen van foutaansluitingen. Op dit moment worden er twee technieken gehanteerd, voor gedetailleerde informatie verwijzen we naar subbijlage 6A.
Onderhoud gemalen en bergingskelders Voor de gemalen is het onderhoud op contractbasis uitbesteed. De bergingskelders worden elk jaar gereinigd. Onder deze post valt naast reinigen ook onderzoek, inspectie, onderhoud aan werktuigbouwkundige en elektrotechnische installaties, kleine reparaties, vervangen van onderdelen en hosting en monitoring van de werking van deze voorzieningen.
Huis- en kolkaansluitingen In geval van een verstopte of defecte huisaansluiting geldt dat de gemeente verantwoordelijk is voor het herstel van het functioneren van de huisaansluitleiding onder openbaar terrein en de eigenaar voor herstel van het functioneren van de huisaansluitleiding op particulier terrein tenzij sprake is van onrechtmatig rioolgebruik. In het laatste geval kan de particulier of de gemeente de herstel- of
BIJLAGE 6
Bijlagenrapport Gemeentelijk Rioleringsplan | 56
ontstoppingskosten verhalen op de veroorzakende partij. De huis- en kolkaansluitingen die voor 1970 zijn gemaakt van het materiaal gres hebben in veel gevallen kwalitatieve gebreken. Bij rioolvervanging of herinrichting van wegen worden deze aansluitingen in het openbaar terrein vervangen.
Rioolvervangingen Een vervangingsplanning is een belangrijke pijler voor het GRP. In het vorige GRP is voor de lange termijn (tot 2060) een strategische vervangingsplanning opgesteld die eveneens voor dit GRP is aangehouden vanaf 2027. De strategische vervangingsprognose wordt jaarlijks op basis van actuele inspecties geactualiseerd en verfijnd voor de korte en middellange termijn (voor dit GRP de periode 2023 tot 2026). Op basis van de inspectieresultaten is met behulp van videobeelden en foto’s bepaald waar de kwaliteitstoestand onvoldoende is en welke delen van het rioolstelsel aan vervanging toe zijn. Hierbij is niet alleen de staat van de riolering bekeken, maar ook de omgeving (bijvoorbeeld type weg), eerdere inspectiebeelden en afstemming op andere programma’s in de omgeving (werk met werk maken). Daarnaast wordt ook gekeken naar de klachtenregistratie en informatie die tijdens rioolreinigingswerkzaamheden naar voren komt.
Figuur 6-3: Te vervangen of te renoveren riolering in meters
Relinen van riolen Aan de hand van de inspectieresultaten is een concreet vervangingsprogramma opgesteld voor de planperiode met een doorkijk tot 2027 en zijn vervangingskosten berekend. Deze projecten zijn afgebeeld op kaart in de kaartenatlas De vervanging van de vrijverval riolering vormt de grootste vervangingsinvestering. Binnen de gemeente Eindhoven worden niet automatisch riolen met schade vervangen, daar waar mogelijk worden kleinschalige reparaties of renovaties via relinen uitgevoerd. Ten behoeve van de berekening van het kostendekkingsplan wordt een min of meer gelijkmatige vervanging de eerste decennia als reëel ingeschat. Figuur 6-3 geeft op basis van de inspectieresultaten een inschatting van de te vervangen of te renoveren hoeveelheid riolering. De pieken aan het eind van de grafiek (vanaf 2080 en verder) worden veroorzaakt door het maximeren van de restlevensduur op 80 jaar. Deze pieken zullen zich mogelijk bij nieuwe rioolinspecties en restlevensduurinschattingen nog later voordoen dan nu ingeschat.
De traditionele manier van het vervangen van een rioolbuis bestaat uit het opbreken van de verharding, het opgraven van het oude riool, het leggen van een nieuw riool, het opvullen met zand en het vervolgens herstellen van de verharding. Een alternatief hiervoor is relinen. Met relinen wordt een flexibele kous ingebracht in het oude riool, waarna de kous wordt uitgehard met UV-licht of warm water. Doordat het wegdek niet wordt opengebroken is relinen in veel gevallen goedkoper dan het traditionele vervangen. Relinen zien we als volwaardig alternatief voor het traditionele vervangen. Bij de afweging voor wel of niet relinen moet met de volgende aandachtspunten rekening worden gehouden: 1. Relinen vindt grotendeels ondergronds plaats, hierdoor is een combinatie met bovengrondse werkzaamheden niet logisch (daardoor worden de kosten juist hoger); 2. Een kostbaar onderdeel van relinen is het vrijmaken van de toevoer van huisaansluitleidingen, bij veel huisaansluitleidingen ligt het traditionele vervangen daarom meer voor de hand; 3. Bij relinen worden de huisaansluitleidingen niet vervangen; 4. Bij relinen wordt de oude buis niet verwijderd, voorwaarde is dan ook dat de oude
BIJLAGE 6
buis constructief nog sterk genoeg is; 5. Bij traditioneel vervangen van de huisaansluitingen worden wortels van de bomen vaak beschadigd, hetgeen de kwaliteit van de bomen niet ten goede komt; 6. Bij relinen wordt de diameter van de oude buis licht verkleind, doordat er een nieuwe rioolbuis in wordt geplaatst, dit verkleint de hydraulische capaciteit; 7. Relinen kan vertragend werken op de klimaatadaptatie ambities zoals verwoord in dit GRP. In het algemeen geldt dat buizen met weinig aansluitleidingen en een grotere diameter beter kunnen worden gerelined dan kleinere leidingen. In onze vervangingsplanning en financiën gaan we daarom uit van een deel traditioneel vervangen en een deel relinen.
Gemalen en drukriolering Voor laaggelegen gebieden zijn 6 drainagegemalen aangelegd waarmee grondwaterstanden kunnen worden beheerst. Voor de hemel- en grondwaterafvoer van tunnels zijn 19 gemalen aangelegd. Er zijn 59 gemalen aangelegd voor de afvoer van hemelwater en afvalwater. In de buitengebieden wordt het afvalwater ingezameld met drukriolering en luchtpersrioolsystemen via 62 gemaaltjes. In totaal zijn er 84 gemalen en 62 gemaaltjes. De vervangingsplanning gaat uit van een technische levensduur van 15 jaar voor de mechanische en elektrische delen van een gemaal en 60 jaar voor de bouwkundige delen (put, leidingen). Het vervangingsprogramma en gemiddelde jaarlijkse budget is gebaseerd op aanlegjaar, pompcapaciteit, kostenkengetallen in combinatie met een gemiddelde levensduur van 60 jaar voor het bouwkundig deel en 15 jaar voor het mechanisch-electrisch deel. De persleidingen zijn zoveel mogelijk gebundeld op basis van aanlegjaren en diameter. Aan de hand van jaarlijkse inspecties en onderhoudsrondes worden daadwerkelijke vervangingen voor een zeker jaar ingeschat.
Niet aangesloten panden In Eindhoven zijn geen ongerioleerde panden meer aanwezig. We ontvangen en transporteren al het afvalwater. Het afvalwater dragen we over aan Waterschap De Dommel, zodat zij dit afvalwater kunnen zuiveren in de rioolwaterzuivering (RWZI) alvorens dit schoon (genoeg) te lozen op De Dommel. In de gemeente zijn nog circa 10 ongerioleerde woonboten aanwezig. Op dit moment lopen er rechtszaken over het bestemmingsplan voor deze woonboten, waar de opties woonbestemming, uitsterfregeling en overgangsrecht worden overwogen.
Bijlagenrapport Gemeentelijk Rioleringsplan | 57
6.3 Wat gaan we doen De reguliere opgaven voor het thema afvalwater betreffen het onderhouden en beheren van het rioolstelsel, het vervangen en verbeteren van het rioolstelsel door gericht assetmanagement, het voorkomen van overlast voor de gemeenschap en het voorkomen van rioolvreemdwater. Naast de reguliere opgaven zullen we komende periode focus leggen op concrete exploitatie activiteiten en investeringsmaatregelen, zie ook paragraaf 4.2 in het hoofdrapport. Deze activiteiten en maatregelen zijn gekoppeld aan de thema’s die terugkomen in bijlage 6 t/m 10: afvalwater (A), hemelwater (H), grondwater (G), oppervlakte (O) en klimaatadaptatie (K). Onderstaande tabel geeft aan waar we de komende planperiode voor het thema afvalwater de focus op leggen.
BIJLAGE 6
Bijlagenrapport Gemeentelijk Rioleringsplan | 58
Exploitatie activiteiten
Prioriteit
Continu / incidenteel
Locatie
Thema
2023
2024
2025
2026
Up to date houden watervisiekaarten.
Hoog
Continu
Stadsbreed
A, H, K
x
x
x
x
Integreren masterplan Klimaatadaptatie Knoop XL in planvorming Knoop XL en uitwerken uitvoeringsprogramma voor riolerings- en watermaatregelen in de periode na 2026.
Hoog
Continu
Knoop XL
A, H, K
x
x
x
x
Uitwerken van en invulling geven aan meet- en monitoringprogramma (gemengde) overstorten.
Midden
Continu
Stadsbreed
A, H
x
x
x
x
Uitwerken van en Invulling geven aan meet- en monitoring programma rioolvreemd water.
Midden
Incidenteel
Stadsbreed
A, H
x
x
x
x
Onderzoek interactie natuurlijk systeem, afvalwatersysteem en drinkwatersysteem, als basis voor een overkoepelende visie op te stellen samen met waterpartners in de regio.
Hoog
Incidenteel
Stadsbreed
A, H, G, O, K
x
x
Meeliften met onderzoek naar de mogelijkheden om warmte / energie uit oppervlaktewater, afvalwater en drinkwater te halen vanuit Waterportaal.
Midden
Incidenteel
Stadsbreed
A, G, O
x
x
Meeliften met onderzoek naar drugsafval in de riolering vanuit Waterportaal.
Laag
Incidenteel
Stadsbreed
A, O
x
Kwaliteitsniveaus openbare ruimte integreren in het waterbeleid.
Midden
Incidenteel
Stadsbreed
A, H, G, O, K
x
Analyse naar de impact van de vergroeningsopgave op de Hoog restlevensduur en daarmee de vervangingstermijn van de riolering incl. noodzakelijke verhoging rioolheffing.
Incidenteel
Stadsbreed
A, K
x
Systeemoverzicht stedelijk water (SSW) uitwerken, zie bijlage 13.
Hoog
Incidenteel
Stadsbreed
A, H, G, O, K
x
Uitwerken nieuw GRP / WKA.
Hoog
Incidenteel
Stadsbreed
A, H, G, O, K
x
BIJLAGE 6
Bijlagenrapport Gemeentelijk Rioleringsplan | 59
Investeringsmaatregelen
Prioriteit
Continu / incidenteel
Locatie
Thema
2023
2024
2025
2026
Bijdragen aan ’herinrichting binnenstad’. Fase 1 (maart 2022 - najaar 2023): Stratumseind, Oude Stadsgracht, Molenstraat en Catharinaplein. Fase 2 (najaar 2023 - najaar 2024): Demer, Hooghuisstraat en Rechtestraat. Fase 3 (najaar 2024 - medio 2025): Wilhelminaplein, Vrijstraat, Hermanus Boexstraat en Nieuwstraat. Fase 4 (medio 2025 - medio 2026): Jan van Lieshoutstraat, Ten Hagestraat, Markt, Marktstraat en Jan van Hooffstraat.
Hoog
Incidenteel (‘continu’ gedurende planperiode)
Centrum
A, H, G, O, K
x
x
x
x
Uitvoering geven aan de watermaatregelen uit het Uitvoeringsprogramma van het Inrichtingsplan Genneper Parken.
Midden
Incidenteel (‘continu’ gedurende planperiode)
Genneperparken
A, H, K
x
x
x
x
Verminderen wateroverlast Geestenberg (analyse / onderzoek EN investering in uitvoeringsprojecten).
Hoog
Incidenteel (‘continu’ gedurende planperiode)
Tongelre
A, H, K
x
x
x
x
Verminderen wateroverlast Achtse Barrier (analyse / onderzoek EN investering in uitvoeringsprojecten).
Midden
Incidenteel (‘continu’ gedurende planperiode)
Woensel Noord
A, H, K
x
x
x
x
BIJLAGE 6
Bijlagenrapport Gemeentelijk Rioleringsplan | 60
Subbijlage 6A: Beheer vrijverval riolering, drainage en bijzondere voorzieningen
verder worden uitgewerkt omdat deze niet onder de reikwijdte van het GRP vallen, maar onder “groen” en “sport”.
Inleiding
Het totale areaal aan drainage in Eindhoven bedraagt: Gehele stad : 255 km Sport : 153 km Groen : 10 km Openbaar gebied : 91 km
Sinds halverwege het eerste decennium van de 21e eeuw wordt het rioolbeheer binnen de gemeente Eindhoven steeds planmatiger ingericht en uitgevoerd. Als gevolg hiervan is inmiddels de kennis van het systeem, en de ervaring hoe dit te onderhouden, binnen dit vakgebied dermate groot dat de kosten welke met dit beheer gemoeid zijn, zeer gedetailleerd inzichtelijk zijn. Het systeem bestaat grofweg uit 3 onderdelen: 1. Vrij verval riool, w.o. gemengde riolen en gescheiden stelsels; ca. 1.400 km en 35.000 putten; 2. Kolken en lijngoten, ca. 95.000 stuks; 3. Bijzondere voorzieningen zoals wervelventielen, zinkers, kleppen en schuiven etc.
Vrijverval riool Het vrij vervalriool wordt in cycli van 7 jaar (DWA) en 14 jaar (overig) geheel gereinigd en geïnspecteerd. De beoordeling van deze inspecties geeft een gedetailleerd beeld van de kwaliteit en de restlevensduur. Op basis van deze beoordeling wordt een maatregelenpakket samengesteld ter reparatie en ter verlenging van de restlevensduur. Ook worden volledige strengrenovaties en vervangingen hier mede op gebaseerd. Doordat de kwaliteit op elementniveau bekend is, zijn ook de kosten welke met beheer en vervanging gemoeid zijn op detailniveau inzichtelijk.
Drainage In de openbare ruimte van de gemeente Eindhoven is in diverse buurten drainage in het cunet van de wegen aangelegd. De locaties zijn met name bepaald aan de hand van de aanwezige hogere natuurlijke grondwaterstanden, en de overlast die deze veroorzaakten voor de bewoners van deze buurten. Naast de drains in de wegen, zijn er ook drainagesystemen in openbaar groen en onder gemeentelijke sportvelden aangelegd, maar deze zullen in het kader van dit plan niet
Kolken en lijngoten De 95.000 kolken en 825 lijngoten worden tweemaal per jaar schoongemaakt, die in het centrum 3x per jaar. Allen wordt tijdens de reiniging tevens geïnspecteerd op gebreken. De gebreken worden aansluitend gefilterd op ernst, en waar noodzakelijk in een maatregelenprogramma verwerkt. Dit correctieve onderhoud aan de kolken en lijngoten bestaat in hoofdlijnen uit het repareren of vervangen van de kolk zelf, en/of uit het reinigen of vervangen van de aansluitleiding. Dit onderhoud is standaard ingeregeld via het rioolreparatiebestek, en wordt geregistreerd in het beheerpakket van de Gemeente waardoor een onderhoudshistorie per kolk wordt opgebouwd. De beheerkosten zijn daarmee volledig inzichtelijk.
Bijzondere voorzieningen In het GRP 2015-2018 is een start gemaakt met het doelmatig en planmatig beheer van de bijzondere voorzieningen van het rioolsysteem van de Gemeente Eindhoven. In de afgelopen planperiode is op basis van het toenmalige ingezette beleid ervaring opgedaan met dit Beheer. Een aantal voorzieningen uit het bewuste plan krijgen geen periodiek onderhoud meer, maar gaan in de grote cyclus van het vrij verval riool mee omdat dit het meest doelmatig is gebleken. Het betreft hier de interne overstorten, de kruisputten, externe overstorten en de zinkers RWA. Een aantal andere voorzieningen zijn geheel uit het beheer verwijderd, te weten duikschotten en lamellenfilters. In afgeslankte vorm zal het beheer van de overgebleven bijzondere voorzieningen een apart hoofdstuk met bijzondere aandacht binnen het rioolbeheer blijven, vanwege de disfunctioneringsrisico’s die veelal bij deze objecten een rol spelen. De objecten die in dit beheerplan worden behandeld, zijn de Zinkers gemengd riool,
BIJLAGE 6
Smartdrainputten, Roosterdeksels, Terugslagkleppen, Rioolspindelschuiven, Wervelventielen, Zandvangers, Reparaties schuiven en kleppen en Schoonwater bergingskelders.
Huis- en kolkaansluitingen Een onderdeel van het rioolstelsel zijn de aansluitleidingen. Veelal zijn van deze aansluitleidingen geen gegevens meer beschikbaar, omdat in het verleden bij het verhuizen van de technische dienst van de Gemeente Eindhoven een groot deel van de beheergegevens verloren zijn gegaan.
Bijlagenrapport Gemeentelijk Rioleringsplan | 61
gegraven kan worden. Daar waar het vanwege de hoogteligging en beschikbare afschot onmogelijk is de aansluitingen om te wisselen, wordt de schoon- en de vuilwaterafvoer beiden op het vuilwaterriool aangesloten. Hierdoor wordt in ieder geval voorkomen dat er directe vervuiling van het milieu via lozingen van huishoudelijk afvalwater op het hemelwaterriool plaatsvindt. De correcte manier van aansluiten kan bij een volgende grootschalige herinrichting of rioolvervanging dan alsnog worden hersteld omdat in de beheergegevens vastgelegd wordt dat deze aansluitingen op die manier gekoppeld zijn.
Aantallen aansluitleidingen Sinds enkele jaren wordt van iedere nieuwe aanleg en van iedere reparatie/vervanging wel weer een revisie opgeslagen. Bij het aanleggen van gescheiden stelsels zijn en worden fouten gemaakt bij het op de juiste afvoer aansluiten van hemelwater en vuilwateraansluitingen. Consequenties hiervan kunnen verstrekkend zijn, van schoon water wat onnodig naar de AWZI wordt gebracht, zo de capaciteit van het vuilwaterriool én de AWZI degradeert en sneller tot overstorten leidt, tot het direct ongezuiverd lozen van huishoudelijk afvalwater op oppervlaktewater via het hemelwaterriool. Het opzoeken van deze zogenaamde foutaansluitingen is echter verre van eenvoudig. Er zijn bij de Gemeente Eindhoven diverse pilots gedraaid met technieken om de juiste techniek te selecteren hiervoor. De meeste zijn in de praktijk onbruikbaar gebleken. Op dit moment hanteren we 2 technieken waarmee met beperkte kosten toch een score van >90% gehaald lijkt te worden. Rioolscan van Sanitas Water wordt op dit moment door de Gemeente Eindhoven ingezet, waarbij op strengniveau gezocht wordt naar indicatoren zoals E Coli, en bij identificatie van foutaansluitingen op aansluitingniveau met behulp van temperatuursensoren de foutaansluiting wordt opgespoord.