CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5 - Bp Fietspad Eindhoven - Helmond

Raadsvergadering 20 september 2023, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan ‘Fietspad Eindhoven - Helmond'28.201 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Vleermuizen Vleermuizen zijn beschermde soorten en staan vermeld in bijlage IV van de Habitatrichtlijn. Het is niet uitgesloten dat er essentieel foerageergebied voor vleermuizen aanwezig is binnen de invloedssfeer van het plan. Het oppervlak aan opgaande beplanting dat binnen het plangebied verloren gaat wordt gezien het geringe oppervlak als niet essentieel beschouwd. Echter met het plan is verstoring door licht (met name in de gebruiksfase als gevolg van straatverlichting) op foerageergebied in de directe omgeving van het plangebied niet uitgesloten. Gezien het grotere beïnvloedbare oppervlak kan aantasting van essentieel foerageergebied dan niet worden uitgesloten. Tevens is niet geheel uitgesloten dat verlichting uitschijnt op de bosrand langs de zuidzijde van het spoor. Om deze reden dient zowel tijdens de werkzaamheden (alsook bij de aanleg van de fietsbrug over de Kleine Dommel) als in de nieuwe situatie verstoring op vleermuizen te worden voorkomen en dient lichtuitstraling op de hoog opgaande vegetatie (aan beide kanten van het spoor) en de Kleine Dommel tussen zonsondergang en zonsopkomst te worden voorkomen. Wanneer deze maatregel in acht wordt gehouden, zijn negatieve effecten op vleermuizen uit te sluiten.

Marterachtigen (steenmarter, bunzing en wezel) De marterachtigen zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming (artikel 3.10). Daarnaast zijn in de provincie Noord-Brabant ook de kleine marterachtigen (bunzing, hermelijn en wezel) niet vrijgesteld en dus beschermd. In de aanwezige groenstroken en de bosschage in het plangebied is niet zonder nader onderzoek uit te sluiten of deze gebruikt worden en beschermde verblijfplaatsen bevatten van de marterachtigen steenmarter, bunzing en wezel.

Naar aanleiding van de uitkomsten uit de Natuurtoets is een nader onderzoek uitgevoerd naar kleine marterachtigen (bunzing, wezel en hermelijn) in het plangebied. De rapportage van dit nader onderzoek is als bijlage 5 bij deze toelichting opgenomen.

In het plangebied zijn op twee plaatsen de wezel en of wezel/hermelijn waargenomen. Het is daarmee aannemelijk dat verblijfplaatsen van deze soort(en) op verschillende plekken in het plangebied aanwezig zijn. Met name het spoortalud is als hoger liggend terrein in een relatief natte omgeving zeer geschikt als plek voor verblijfplaatsen. De verblijfplaatsen van deze soort(en) zijn beschermd middels Artikel 3.10 uit de Wet natuurbescherming. Ook is het plangebied een lijnvormige verbinding die verschillende (potentiële) verblijfplaatsen met elkaar verbindt aan de noordkant van het spoor.

Door het voornemen verdwijnen verblijfplaatsen van de wezel en/of wezel/hermelijn en de verbinding hier tussen. Om de werkzaamheden te mogen uitvoeren is daarom een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming nodig.

Dagvlinders (grote weerschijnvlinder) De grote weerschijnvlinder is beschermd onder de Wet natuurbescherming (artikel 3.10). In de vastgesteld Fietspad Eindhoven - Helmond Gemeente Eindhoven

57

aanwezige boswilgen in het plangebied is niet zonder nader onderzoek uit te sluiten of deze gebruikt worden als waardplant voor de grote weerschijnvlinder. Indien daadwerkelijk eitjes en rupsen aanwezig zijn in de wilgen en deze worden verwijderd, verliezen deze hun functie als waardplant. Een dergelijke aantasting, verstoring of vernietiging is in strijd met de Wet natuurbescherming.

Tijdens een nader onderzoek (zie bijlage 6) is gericht gezocht naar (sporen van) rupsen van de grote weerschijnvlinder op de aanwezige wilgen binnen het plangebied. Aanwezigheid van de grote weerschijnvlinder kon niet aangetoond worden. Op basis hiervan worden negatieve effecten op de grote weerschijnvlinder als gevolg van het plan uitgesloten.

4.8.3

Algemene zorgplicht

Op alle in het wild voorkomende planten- en diersoorten, ongeacht of deze beschermd of vrijgesteld zijn of als een ontheffing is verkregen, is de zorgplicht van toepassing. De zorgplicht verplicht iedereen om voldoende zorg in acht te nemen voor in het wild levende planten en dieren. Handelingen met nadelige gevolgen moeten zoveel mogelijk achterwege gelaten worden of er moeten maatregelen worden getroffen om nadelige gevolgen te voorkomen of beperken.

58

vastgesteld Fietspad Eindhoven - Helmond Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 5

5.1

Waterparagraaf

Inleiding

Doel van de waterparagraaf is de component water in een zo vroeg mogelijk stadium een plaats te geven in het besluitvormingsproces voor ruimtelijke plannen. Daarin zijn zowel de actuele waterhuishouding in het plangebied beschreven, als de watereisen waaraan ontwikkelingen (binnen de gestelde randvoorwaarden van het bestemmingsplan) moeten voldoen. Ruimtelijke plannen moeten onder meer worden getoetst aan het criterium "hydrologisch neutraal" conform het landelijke en lokale waterbeleid.

5.2

Beleid

5.2.1

Rijksbeleid

In 2009 is de Waterwet in werking getreden. Deze wet regelt het beheer van oppervlakte- en grondwater en is gericht op de samenhang met de ruimtelijke ordening. De wet kent een vergunningstelsel (watervergunning).

5.2.1.1 Nationaal Waterprogramma 2022-2027 De Waterwet vereist dat de Rijksoverheid eens per zes jaar een Nationaal Waterplan voor het nationale waterbeleid en een Beheer- en ontwikkelplan voor het beheer van de rijkswateren (Bprw) opstelt. 'In de geest' van de nieuwe Omgevingswet worden deze plannen nu al in samenhang beschreven in één Nationaal Waterprogramma voor beleid en beheer. Voor het waterbeleid is het Nationaal Water Programma 2022-2027 (NWP) een uitwerking van de Nationale Omgevingsvisie.Voor wat de ruimtelijke aspecten betreft moet dit plan worden gezien als een structuurvisie en is het bindend voor het Rijk. Het Rijk is verantwoordelijk voor het hoofdwatersysteem.

Het Nationaal Water Programma 2022-2027 (NWP) vervangt het Nationaal Waterplan 2016-2021, inclusief alle tussentijdse wijzigingen en het Beheer- en ontwikkelplan voor de rijkswateren (Brpw) 2016-2021. Het NWP beschrijft de hoofdlijnen en ambities van het nationale waterbeleid voor de periode 2022-2027: waterveiligheid, waterkwaliteit en klimaatadaptatie. Het beschrijft tevens de uitvoering daarvan en het beheer van de rijkswateren en rijksvaarwegen. De wateropgaven staan niet op zichzelf; een integrale aanpak met andere opgaven in de fysieke leefomgeving zoals de energietransitie, de woningbouw en de transitie landelijk gebied is noodzakelijk. Voor een integrale aanpak van de opgaven wordt het wateren bodemsysteem meegenomen als leidend principe.

vastgesteld Fietspad Eindhoven - Helmond Gemeente Eindhoven

59

5.2.2

Provinciaal beleid

5.2.2.1 Regionaal Water en Bodem Programma 2022-2027 Het Regionaal Water en Bodem Programma (RWP) 2022-2027 is op 3 december 2021 door Provinciale Staten vastgesteld en op 22 december 2021 in werking getreden. Het is onderdeel van het planstelsel voor de wateropgaven in Nederland, samen met het Nationaal Water Programma en de waterbeheerprogramma's van de waterschappen. Doel van dit nieuwe RWP is een klimaatadaptief Brabant met veilig, schoon en voldoende water en een vitale bodem. Een belangrijke rode draad in het programma is het herstellen van de systeemwerking. Het doel is niet alleen meer wateroverlast te voorkomen en water zo snel mogelijk af te voeren. Inmiddels weten we beter en is het duidelijk geworden dat het roer om moet: we moeten zuinig zijn op ons water en de bodem, en het wateren bodemsysteem moet toegerust zijn op natte én droge tijden. Wettelijke taken De wettelijke taken op het gebied van milieu en water worden zorgvuldig uitgevoerd. Voor de vergunningverlening, toezicht en handhaving binnen het omgevingsrecht besteedt de provincie de uitvoering van taken uit aan de drie Brabantse omgevingsdiensten. De gemeente Eindhoven valt onder het werkgebied van de Omgevingsdienst Oost Brabant (ODZOB). Afstemming vindt plaats in het Bestuurlijk Platform Omgevingsrecht. De provincie bereid zich voor op de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

Integrale en gezamenlijke aanpak Provincie en partners blijven samenwerken (lokaal, regionaal, nationaal en internationaal). De provinciale rol hangt af van het onderwerp en van de onzekerheid die er is over doel en route. De provincie werkt waar mogelijk gebiedsgericht samen en dat moet uiteindelijk vanzelfsprekend worden. Daarbij worden alle belangen zoveel mogelijk meegenomen. De provincie nodigt de Brabantse partners (gemeenten, waterschappen, terreinbeheerders, bedrijven en maatschappelijke organisaties) uit om een gezamenlijke klimaatagenda voor Brabant op te stellen. De provincie heeft daarbij de rol van kennismakelaar en verbinder (integratie van projecten en uitrol van goede voorbeelden). In de klimaatagenda worden gezamenlijke ambities en maatregelen vastgelegd. Ook op Europees niveau blijft de provincie samenwerken aan de milieu- en wateropgaven. Bij grote ruimtelijke en infrastructurele werken wordt gezocht naar oplossingen met minder milieueffecten, bijvoorbeeld door de hoogwaardige inzet van secundaire materialen. Groene inpassing krijgt veel aandacht. De gronden en wegen die bij de provincie in bezit zijn worden beheerd op een natuur- en milieuvriendelijke manier. De provincie brengt de duurzaamheidsaspecten van nieuwe grote projecten en programma's bij aanvang in beeld middels een duurzaamheidsscan. De provincie gaat verder met het Programma Duurzaam Door.

Provincie en partners kijken samen wie welke rol kan oppakken bij het stimuleren van gedrag dat bijdraagt aan gezondheid, veiligheid en groene groei in relatie tot milieu en water.

60

vastgesteld Fietspad Eindhoven - Helmond Gemeente Eindhoven

5.2.3

Beleid Waterschap

5.2.3.1 Waterbeheerprogramma 2022-2027 - Water als basis voor een toekomstbestendige leefomgeving Het water- en bodemsysteem is onontbeerlijk voor een gezonde en leefbare ruimtelijke inrichting van Noord-Brabant. Meer dan ooit is het belangrijk om rekening te houden met het concept van de lagenbenadering om een toekomstbestendige leefomgeving te waarborgen. Door klimaatverandering en ruimtelijke druk, staat immers de veerkracht van het water en bodemsysteem onder druk. De lagenbenadering beschrijft de ruimte in drie lagen. De eerste laag bestaat uit de fysieke ondergrond, het water- en bodemsysteem. De tweede laag bevat netwerken van infrastructuur met onder meer wegen, spoorlijnen en waterwegen. Tot slot de derde laag met de menselijke activiteiten zoals wonen, werken en recreëren en de fysieke neerslag daarvan. Ruimtelijke planning en gebiedsontwikkeling is een proces waarin continu keuzes worden gemaakt. De lagenbenadering helpt in dit keuze- en afwegingsproces en dient als kwaliteitskader voor alle (ruimtelijke) plannen. Elke laag draagt bij aan de ontwikkeling. De lagenbenadering betekent wel dat een onderliggende laag voorwaarden stelt aan andere lagen. Zeker vanuit een perspectief van duurzame ontwikkeling zijn veerkracht en omkeerbaarheid van ingrepen belangrijke gegevenheden.

Met het Waterbeheerprogramma 2022-2027 start Waterschap De Dommel met de 'watertransitie'; op weg naar een toekomstbestendige waterhuishouding. Uiterlijk in 2050 is de waterhuishouding in ons hele beheergebied toekomstbestendig. Dit betekent een waterhuishouding die in een goede waterkwaliteit voorziet. En een waterhuishouding die robuust, wendbaar en in balans is met de omgeving. Zowel in het bebouwde als het landelijke gebied en van de beekdalen tot en met de hoge zandruggen. Het grond- en oppervlaktewatersysteem kan de grotere weersextremen opvangen door maximaal gebruik te maken van de dempende sponswerking van de bodem/ondergrond en de natuurlijke hoogteverschillen voor het vasthouden van water. We hanteren drie principes die inhoudelijke sturing geven aan de watertransitie: Elke druppel vasthouden en infiltreren waar deze valt Functies passen zich aan het bodem- en watersysteem aan Wat schoon is moet schoon blijven We moeten ons, nog meer dan voorheen, aanpassen aan de veranderende leefomgeving en op zoek gaan naar nieuwe oplossingen en antwoorden. Juist de voor Midden-Brabant zo karakteristieke verwevenheid van bebouwing, landbouw en natuur is een kans om de wateropgaven slim in te passen. Dit vereist een integrale, gebiedsgerichte aanpak samen met alle partijen.

Een gebiedsgerichte aanpak is alleen succesvol als naast de wateropgaven ook de opgaven vanuit natuur, stikstof, economie, landbouwtransitie, energietransitie, biodiversiteit, mobiliteit en woningbouw onderdeel van de aanpak zijn. Niet sectoraal, maar integraal. Alleen dan gaan we oplossingen vinden voor een leefbaar Midden-Brabant met een duurzaam en toekomstbestendig watersysteem dat goed is voor inwoners, bedrijven, landbouw en natuur. De grote uitdaging zit hem vooral in de vraag hoe we dit gaan bereiken. Meer dan voorheen gaan we daarbij: van beekdalgericht naar gebiedsgericht; onze aandacht gaat naast het beekdal ook uit naar de flanken, de hoge zandruggen en bebouwd gebied. van sectoraal naar integraal; samen met overheden en gebiedspartners maken we keuzes over meerdere opgaven in een gebied. van water afvoeren naar elke druppel telt; maximaal water conserveren, minder grondwater gebruiken en slimmer sturen.

vastgesteld Fietspad Eindhoven - Helmond Gemeente Eindhoven

61

5.2.3.2 Keur Waterschap De Dommel 2015 De 'Keur Waterschap De Dommel 2015' bevat regels met daarin verboden en verplichtingen ten aanzien van oppervlaktewater en grondwater die gelden voor iedereen die woont of werkt binnen het gebied van Waterschap De Dommel. Hierin wordt het beheer en het onderhoud van watergangen geregeld (bijvoorbeeld betreffende onderhoudsstroken) en is aangegeven wanneer een vergunning of algemene regels van toepassing zijn voor ingrepen in de waterhuishouding. Verder zijn er beleidsregels voor het beschermingsbeleid van gebieden. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen beschermde gebieden waterhuishouding, attentiegebieden, beekdalen en overige gebieden. Met deze beleidsregels wordt aangegeven op welke wijze gebiedsgericht wordt omgegaan met vergunningverlening. Binnen de keur wordt onderscheid gemaakt tussen vergunningsplichtige- en de meldingsplichtige handelingen die binnen de algemene regels van het waterschap vallen. Bij de voorgenomen ontwikkeling valt een eventuele toename aan verhard oppervlak onder de vergunnings- of meldingsplicht. In de Keur is aangegeven dat het verboden is zonder vergunning neerslag door toename van verhard oppervlak of door afkoppelen van bestaand oppervlak, tot afvoer naar een oppervlaktewaterlichaam te laten komen. Het waterschap verleent in enkele gevallen vrijstelling op dit verbod. Dit wordt gedaan indien: a. b. c. d.

het afkoppelen van verhard oppervlak maximaal 10.000 m² is, of; de toename van verhard oppervlak maximaal 500 m² is, of; de toename van verhard oppervlak bestaat uit een groen dak; de toename van verhard oppervlak tussen 500 m² en 10.000 m² is en compenserende maatregelen zijn getroffen om versnelde afvoer van hemelwater tegen te gaan.

Indien een voorziening nodig is, dan is de maximale toegestane afvoer uit een voorziening 2 l/s/ha bij een neerslagsituatie van 60 mm. Op grond van de keur zijn Algemene regels (Algemene regels Keur Waterschap De Dommel 2015) en een aantal Beleidsregels (o.a. Beleidsregels actualiseren grondwatervergunningen, Beleidsregels agrarische beregening uit grondwater bij schaarste en Beleidsregels voor waterkering, waterkwantiteit en grondwater Keur Waterschap De Dommel 2015) vastgesteld.

5.2.4

Gemeentelijk beleid (Eindhoven)

5.2.4.1 Gemeentelijk Rioleringsplan (2019-2022) Het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) verantwoordt aan de inwoners van Eindhoven de ambities en bijbehorende maatregelen en middelen op watergebied. In het GRP 2019 - 2022 wordt aangegeven op welke wijze er omgegaan wordt met de zorgplichten rondom afval-, hemel- en grondwater. Hiervoor zijn in het plan activiteiten opgenomen enerzijds gericht op het beheer en onderhoud en anderzijds op het verbeteren van de oppervlaktewaterkwaliteit en het hydraulisch functioneren van het rioolstelsel. Speerpunt van het GRP is het inspelen op de klimaatverandering welke extreme regenbuien, langdurige droogteperiodes en hittestress met zich meebrengt. Hiervoor zijn uitgangspunten, richtlijnen en ontwerpnormen uit het klimaatplan 2016-2020 en de hierin benoemde beleidsregel ´Klimaat robuust (her)inrichten en ruimtelijk ontwikkelen´ nader uitgewerkt. Concreet betekent dit dat voor het aspect water bij nieuwe ontwikkelingen tot max. 75 mm berging gerealiseerd dient te worden over het totaal verhard oppervlak binnen het plangebied. Daarbij kan de waterbergingseis gereduceerd of verhoogd worden naargelang de hoeveelheid groen of grijs binnen datzelfde plangebied. Dit om overlast van hittestress, verdroging en biodiversiteit te beperken.

Om initiatiefnemers te ondersteunen heeft de gemeente een website ontwikkeld waar de benodigde waterberging kan worden berekend en voorbeelden zijn beschreven om invulling te geven aan de opgave.

62

vastgesteld Fietspad Eindhoven - Helmond Gemeente Eindhoven

5.2.5

Waterplan (Eindhoven)

Het Waterplan is een plan dat is opgesteld door de gemeente Eindhoven, Waterschap De Dommel, de provincie Noord-Brabant en het (drink)waterleidingbedrijf Brabant Water. Het plan omvat drie delen. Het "Visiedocument" (vastgesteld door de gemeenteraad op 26 januari 2004) geeft het gezamenlijke streefbeeld van de waterpartijen weer. De onderdelen "Taken en Bevoegdheden" en "Maatregelen" zijn inmiddels achterhaald.

5.3

Beoordeling plan

Voor het beoogde planvoornemen is een watertoets uitgevoerd. Deze maakt als bijage 7 onderdeel uit van deze toelichting.

In de toekomstige situatie is een inrichting voorzien waarbij het fietspad grotendeels parallel ligt aan de spoorverbinding Eindhoven – Helmond. De fietsverbinding kruist de A-waterloop de Kleine Dommel door middel van een nieuwe fietsbrug. Het fietspad wordt op een talud gerealiseerd en heeft een breedte van 4 meter en een lengte van circa 1.400 meter, waarvan circa 1.000 meter nieuw aan te leggen fietspad betreft (4.000 m2) en de overige 400 meter bevindt zich langs bestaande wegen. Gesteld wordt dat eventueel overtollig water in de greppels terecht komt en hierdoor niet versneld tot afvoer komt. Lokaal zal hierdoor in het beekdal geen aanvullende waterberging benodigd zijn. De bergingseis van 240 m3 ter hoogte van het fietspad komt op grond hiervan te vervallen.

Het fietspad komt op een talud te liggen, het hemelwater dat op het fietspad terecht komt watert af in de ruim 1 m brede berm waar het kan infiltreren in de bodem. De bermen zijn onverhard en bestaan uit zand, waardoor het afstromende hemelwater kan infiltreren. Ten westen van de Dommel wordt de daar aanwezige greppel teruggebracht waarin overtollig hemelwater opgevangen wordt en kan infiltreren, de hydrologische situatie blijft hier gelijk.

Ten oosten van de kleine Dommel is in de toekomstige situatie aan de noordzijde van het fietspad een A-waterloop aanwezig. Het fietspad met afschot naar de berm aangelegd, waar het kan infiltreren in de bodem waardoor er geen versnelde afvoer richting oppervlaktewater plaatsvindt, de hydrologische situatie blijft ook hier gelijk.

Het tracé van het fietspad loopt ten oosten van de Kleine Dommel over een A-waterloop. Deze waterloop wordt verplaatst naar de noordzijde van het fietspad met een breedte 0,75 meter. Ten westen van de Kleine Dommel wordt een duiker aangebracht voor de toekomstige waterberging in het zuidelijk gelegen gebied tussen de rails en het fietspad bij extreme neerslagperiodes. Hiernaast vindt de demping van 13 m3 plaats als gevolg van de aanleg van een duiker door de aansluiting van het fietspad op het wegdek.

De ligging van het fietspad binnen een regionaal waterbergingsgebied en reserveringsgebied voor waterberging heeft gevolgen voor de hoeveelheid compenserende waterberging die aangelegd dient te worden, in overleg met waterschap de Dommel zijn hierover afspraken gemaakt. Het waterschap eist compensatie van de verloren berging van huidig maaiveldniveau tot een niveau van NAP +16,10 meter, dit is de berekende T=100 waterstand van de Kleine Dommel waarbij circa 3.263 m3 dient te worden gecompenseerd.

vastgesteld Fietspad Eindhoven - Helmond Gemeente Eindhoven

63

Berging De compensatie van totaal 3.263 m3 (3.250 m3 + 13 m3) voor de verloren waterberging zal op twee locaties worden gerealiseerd.

De gemeente Eindhoven heeft een locatie beschikbaar waar de compensatie plaats kan vinden. De locatie is gelegen ten noorden van het plangebied aan de Eisenhouwerlaan (Loovelden), langs de Kleine Dommel. De gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten heeft op hun grondgebied ook een locatie beschikbaar waar de overige watercompensatie plaats kan vinden. Dit zijn huidige landbouwgronden die Staatsbosbeheer gaat transformeren tot bos. Op deze gronden vindt dus een kwalitatieve verbetering van de bodem plaats.

Op deze locaties kan de compensatie voor de verloren waterberging gerealiseerd worden door het bestaande maaiveld af te graven en de locatie opnieuw in te richten. Beide locaties maken onderdeel uit van dit bestemmingsplan.

Grondwater Rondom de Kleine Dommel kan lokaal in het beekdal een hoge grondwaterstand voorkomen tot slechts enkele centimeters beneden maaiveld. Volgens het beleid van het waterschap mag door de aanleg van het fietspad de grondwaterstand niet structureel worden verlaagd (door bijvoorbeeld drainage). Omdat het fietspad op een talud wordt aangelegd (zie dwarsprofielen in ontwerp bijlage 1) zal het fietspad ruim voldoende ontwatering (richtlijn: 0,7 meter ten opzichte van GHG) hebben.

De geplande ontwikkelingen hebben een zeer beperkt effect op het grondwater. Door de lokale ingrepen met nieuwe bergingsoppervlaktes blijft het regenwater infiltreren en afstromen. Na de realisatie worden door deze veranderingen geen negatieve gevolgen verwacht.

Waterkwaliteit Voor de waterkwaliteit is het van belang dat de toekomstige verhardingen (waaronder de daarbij horende werken, zoals de fundering) geen milieuvervuilende of uitlogende materialen of stoffen (zoals lood, koper, zink en zacht PVC) bevatten. Daarnaast moet er zorg voor worden gedragen dat er tijdens aanleg geen milieuvervuilende materialen en stoffen in het grond- en oppervlaktewater terecht komen (schoonhouden). In de toekomstige situatie zorgt het afstromend hemelwater niet voor een verslechtering van het oppervlaktewater. Zuiveringsstappen voor het waarborgen van de waterkwaliteit zijn niet noodzakelijk.

Beschermingsgebieden Het tracé van de fietsverbinding grondwaterbeschermingsgebied gelegen.

64

is

niet

in

een

grondwaterwingebied

of

vastgesteld Fietspad Eindhoven - Helmond Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 6

6.1

Juridische vormgeving

Algemeen

Het bestemmingsplan 'Fietspad Eindhoven - Helmond' is te typeren als een gedetailleerd plan. De methodiek van het bestemmingsplan is gebaseerd op de SVBP2012. Waar dat noodzakelijk is wordt afgeweken van de standaard en is specifiek ingespeeld op de situatie binnen het onderhavige plangebied.

6.2

Planmethodiek

Conform de Wet ruimtelijke ordening is er een analoge en digitale verbeelding van het plan. Aan de bestemmingen zijn bouw- en gebruiksregels gekoppeld die direct inzichtelijk maken welke ontwikkelingen zijn toegestaan. Verbeelding en regels bieden een directe bouwtitel voor bebouwing en gebruik. Al dan niet in combinatie met een nadere-eisen-regeling.

6.3

Verbeelding

In de analoge en digitale verbeelding hebben alle gronden binnen het plangebied een bestemming gekregen. Binnen een bestemming kunnen nadere aanduidingen zijn aangegeven. Deze aanduidingen hebben slechts juridische betekenis indien en voor zover hier in de regels naar wordt gegeven. Ten behoeve van de leesbaarheid is het plan op een topografische ondergrond getekend. De bestemmingen en de aanduidingen zijn ingedeeld in de hoofdgroepen volgens de SVBP2012 en zijn op de verbeelding opgenomen in het renvooi. Opgemerkt wordt dat de analoge en digitale verbeelding qua verschijning van elkaar verschillen, omdat de manier van raadplegen anders is. De digitale verbeelding is juridisch bindend.

6.4

Planregels

De planregels zijn ondergebracht in inleidende regels (hoofdstuk 1), bestemmingsregels (hoofdstuk 2), algemene regels (hoofdstuk 3) en in overgangs- en slotregels (hoofdstuk 4).

Hoofdstuk 1 - Inleidende regels (Artikel 1 en 2) De Inleidende regels bestaan uit begrippen en de wijze van meten. Dit om te voorkomen dat discussie ontstaat over de interpretatie van de regels. In 'Artikel 1 Begrippen' wordt een omschrijving gegeven van de in de regels gehanteerde begrippen. Als in de regels gebruikte begrippen niet in dit artikel voorkomen, dan geldt de uitleg/interpretatie conform het normale taalgebruik. In 'Artikel 2 Wijze van meten' zijn de te gebruiken meetmethodes vastgelegd.

Hoofdstuk 2 - Bestemmingsregels (Artikel 3 tot en met 12) De regels bij de bestemmingen worden hierna afzonderlijk toegelicht.

'Natuur - 1' (Artikel 3) Deze bestemming beperkt zich tot grond die ingevolge de provinciale Interim omgevingsverordening behoort tot de ruimtelijke structuur Natuur Netwerk Brabant (NNB). vastgesteld Fietspad Eindhoven - Helmond Gemeente Eindhoven

65

Deze gronden genieten een hoge mate van bescherming tegen ontwikkelingen die een inbreuk kunnen betekenen op de ecologische waarden en kwaliteiten ervan. Extensief medegebruik (bijvoorbeeld wandelen en fietsen) is een belangrijk functioneel onderdeel hiervan. De ruimtelijke structuur NNB kan ook bestemd zijn als 'Water' of via de 'overige zone - natuur netwerk brabant'.

'Verkeer - Verblijfsgebied' (Artikel 4) Deze bestemming rust op alle wegen in het plangebied met uitzondering van de rijkswegen en de wegen voor doorgaand verkeer.

Dubbelbestemming 'Leiding - Hoogspanning bovengronds' (Artikel 5) Deze dubbelbestemmingen rusten op bovengrondse hoogspanningensleidingen. De hierop betrekking hebbende regels hebben tot doel de leidingen te beschermen.

Dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie - 5' (Artikel 7) De gebieden die zijn voorzien van deze dubbelbestemming zijn gebieden waarvan uit onderzoek is gebleken dat zich hierin archeologisch waarden bevinden die bescherming behoeven. Er is sprake van vastgestelde archeologische waarden, bijvoorbeeld omdat bij eerdere onderzoeken is aangetoond dat er behoudenswaardige archeologische sporen en vondsten aanwezig zijn. De regels zijn daarop afgestemd. De bijlage bij de regels bevat een beschrijving en waardering van die gebieden. Bij elke verstoring onder het maaiveld geldt een bouwverbod met ontheffingsmogelijkheid en voor het verrichten van bepaalde werken en werkzaamheden wordt een omgevingsvergunning verlangd.

Dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie - 6' (Artikel 8) Aan gebieden waarvan o.a. op grond van geomorfologische, bodemkundige opbouw en historische gegevens het aannemelijk is dat zich daar een hoge concentratie van archeologische sporen en vondsten bevinden is deze dubbelbestemming toegekend. Het in de betreffende planregels opgenomen niveau van bescherming tegen inbreuken daarop is nog steeds hoog.

Dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie - 7' (Artikel 9) Deze dubbelbestemming rust op gronden waarvan verwacht wordt daar sprake is van een middelhoge concentratie aan archeologische sporen en vondsten. Deze bestemming biedt gradueel gezien het laagste beschermingsniveau.

Dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorie - 2' (Artikel 10) Het betreft de gebieden die zijn opgenomen als (landschaps)elementen met hoge en zeer hoge waarde, weergegeven op de 'Cultuurhistorische waarderingskaart historisch landschap' (kaart 2b, blad 1 t/m 4 en kaart 2c, blad 1 t/m 4) met de bijbehorende rapportage, en opgenomen in bijlage 2. Aan bouwwerken en (landschaps)elementen die ingevolge het onderzoek van RAAP cultuurhistorisch gezien een hoge tot zeer hoge waardering hebben verkregen,is deze dubbelbestemming toegekend. De regels hebben tot doel ongewenste aantasting ervan te voorkomen.

66

vastgesteld Fietspad Eindhoven - Helmond Gemeente Eindhoven

Dubbelbestemming 'Waterstaat - Water' (Artikel 11) Door het toekennen van deze dubbelbestemming is een combinatie tussen een basisbestemming en een waterbestemming gewaarborgd. Vaak waar de bestemming 'Verkeer' de bestemming 'Water' kruist, is voor deze dubbelbestemming gekozen (o.a. bij Beatrixkanaal).

Dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterbergingsgebied' (Artikel 12) Om te kunnen voorzien in voldoende waterbergend vermogen zijn bepaalde gebieden aangewezen en voorzien van deze dubbelbestemming opdat die in voorkomende gevallen gronden kunnen dienen voor de tijdelijke opvang van water. Het gaat hier om de in de provinciale verordening opgenomen aanduidingen 'Regionale waterbering' (artikel 3.35 IOV) en 'Reservering waterbering' (artikel 3.36 IOV). De onderliggende bestemmingen zijn ondergeschikt aan deze dubbelbestemming. De regels zijn gericht op het beperken van functies en activiteiten die ten koste kunnen gaan van het waterbergend vermogen van het gebied. Binnen regionale waterberging gelden meer beperkingen dan in de reserveringsgebieden waterberging, omdat deze gebieden concreet nodig zijn om wateroverlast tegen te gaan. Binnen reservering waterberging is een afweging mogelijk. Daarom geldt dat betrokkenheid van de waterschappen, als primair verantwoordelijk bestuursorgaan voor de inrichting van de waterbergingsgebieden, nodig is.

Hoofdstuk 3 - Algemene regels (Artikel 13 tot en met 17) Onder de Algemene regels zijn opgenomen de Anti-dubbeltelregel, de Algemene aanduidingsregels, de Algemene gebruiksregels en de Algemene afwijkingsregels. Daarnaast zijn in de regels opgenomen voor waterberging.

Onder Algemene aanduidingsregels zijn onder andere een aantal aanduidingsregels opgenomen die voortkomen uit de provinciale verordening, zoals:

Overige zone - attentiezone waterhuishouding Deze attentiezone strekt tot bescherming van de waterhuishouding en sluit functies en activiteiten uit die een negatief effect hebben op de hydrologische instandhoudingsdoelen van het hierbinnen gelegen Natuur Netwerk Brabant. Dit overeenkomstig de geldende provinciale verordening (artikel 3.26 IOV). Doel van de attentiezone is om ontwikkelingen die een negatieve invloed hebben op de binnen de attentiezone gelegen natte natuurparels tegen te gaan. Stromingen in het grondwatersysteem kunnen veranderen door verandering van bodemopbouw of het doorboren van lagen (bij grondverzet of diepploegen). Voor activiteiten die een negatief effect op de (grond)waterstand in een natte natuurparel kunnen hebben, is een vergunning nodig. Bij het toelaten van functies die een negatief effect kunnen hebben op de waterhuishouding, geldt dat overleg met het waterschap nodig is.

Overige zone - behoud en herstel watersystemen Het werkingsgebied 'Behoud en herstel watersystemen' is gebaseerd op het Provinciaal milieu- en waterplan en gebaseerd op: waterlopen met de functie waternatuur, (natte) ecologische verbindingszones en gebieden die in de reconstructie- en gebiedsplannen zijn aangeduid als 'ruimte voor beek- en kreekherstel'. In deze gebieden is het beleid vanuit een regionaal belang gericht op behoud, verbetering en herstel van het natuurlijke watersysteem. Het werkingsgebied behoud en herstel van watersystemen overlapt voor een deel met het Natuur Netwerk Brabant - ecologische verbindingszone en de groenblauwe mantel. Binnen vastgesteld Fietspad Eindhoven - Helmond Gemeente Eindhoven

67

behoud en herstel van watersystemen zijn dan aanvullend, specifieke regels gesteld ter bescherming van het belang, zoals het ophogen van gronden.

Overige zone - in Omgevingsverordening te verwijderen NNB Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - in Omgevingsverordening te verwijderen NNB' is de in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant te verwijderen Natuur Netwerk Brabant aangeduid.

Wetgevingszone - omgevingsvergunning aardkundig waardevol gebied De bescherming van aardkundige waarden is belangrijk omdat deze onvervangbaar zijn. De waardevolle aardkundige gebieden zijn opgenomen in de provinciale verordening (3.28 IOV). Aantasting en bodemverstorende werkzaamheden moet voorkomen worden.

Wetgevingszone - omgevingsvergunning cultuurhistorie De bescherming van cultuurhistorisch waardevol gebied is belangrijk omdat deze onvervangbaar zijn. In de provinciale verordening zijn daarom de cultuurhistorische vlakken in de cultuurhistorische landschappen opgenomen (3.29 IOV), zoals aangegeven op de provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW). Doel van de bescherming is dat de wezenlijke kenmerken en waarden van die gebieden blijven behouden. Hiervoor is voorzien in een beschermende regeling zoals een vergunningstelsel.

In de Algemene afwijkingsregels is aan het bevoegd gezag de bevoegdheid gegeven om afwijking te verlenen van bepaalde, in het bestemmingsplan geregelde, onderwerpen. Hierbij gaat het om afwijkingsregels die gelden voor alle bestemmingen in het plan. Dit betreft onder meer geringe afwijkingen van maatvoeringen en percentages. Hierin zijn voor het buitengebied uitzonderingen en maxima opgenomen, gezien anders strijdigheid kan ontstaan met de provinciale regeling Ook is een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor waterberging: Voorwaardelijke verplichting waterberging Een voorwaardelijke verplichting is opgenomen voor de aanleg van waterberging bij de bouw van bouwwerken. Op grond van deze verplichting mag er alleen gebouwd worden als er voldoende waterberging is aangelegd, eventueel in combinatie met andere maatregelen die bijdragen aan het klimaatbestendig maken van de stad. Deze verplichting is ontleend aan paragraaf 5.5 en de beleidsregel “Klimaat robuust (her)inrichten en ruimtelijk ontwikkelen” in bijlage 5 van het Gemeentelijk Rioleringsplan Eindhoven 2019-2022 (verder: GRP). Bij bouwwerken met een oppervlakte van 150 m² of meer moet in principe een waterberging aangelegd worden tot 75 mm per m² oppervlakte van het bouwwerk.

Voor bouwwerken met een oppervlakte tussen 50 m² en 150 m² geldt een lagere bergingseis: daar moet in principe worden voorzien in een waterberging tot 25 mm per vierkante meter bouwoppervlakte. In groenarme gebieden geldt een hogere eis, omdat daar een grotere opgave ligt. Een deel van de vereiste waterberging kan worden gecompenseerd met andere maatregelen die in lijn zijn met het beleid voor klimaatadaptatie, dat is beschreven in de beleidsregel Klimaat robuust (her)inrichten en ruimtelijk ontwikkelen. Hierbij kan worden gedacht aan bijvoorbeeld het aanplanten van nieuwe bomen (die zorgen voor vasthouden van regenwater en beschaduwing) of het aanleggen van gevelgroen. De exacte omvang van de benodigde waterberging en de omvang van andere maatregelen is sterk afhankelijk van de kenmerken van het bouwplan en de locatie. De wijze waarop de benodigde maatregelen moeten worden bepaald, is uitgewerkt in de genoemde beleidsregel.

68

vastgesteld Fietspad Eindhoven - Helmond Gemeente Eindhoven

De gemeente heeft een rekentool beschikbaar gesteld waarmee initiatiefnemers eenvoudig kunnen nagaan wat de omvang van de maatregelen moet zijn, op basis van een aantal gegevens van hun initiatief en de locatie. Deze rekentool is te raadplegen op https://rekentool.eindhovenduurzaam.nl. De rekentool is dynamisch van aard, dat wil zeggen dat deze kan worden aangepast.

Hoofdstuk 4 - Overgangs- en slotregels (Artikel 18 en 19) In hoofdstuk 4, Overgangs- en slotregels, zijn het Overgangsrecht en Slotregel opgenomen.

vastgesteld Fietspad Eindhoven - Helmond Gemeente Eindhoven

69

70

vastgesteld Fietspad Eindhoven - Helmond Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 7

Financiële aspecten

Bij de vaststelling van een bestemmingsplan, waarin ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt, dient de gemeenteraad eveneens een exploitatieplan vast te stellen. Dit heeft te maken met de wettelijke verplichting om de kosten, die de gemeente moet maken om deze ontwikkeling(en) mogelijk te maken, te verhalen op de initiatiefnemer/ontwikkelaar. Van deze verplichting tot het vaststellen van een exploitatieplan kan worden afgezien indien het kostenverhaal op een andere manier is geregeld. Dit kan bijvoorbeeld door middel van gemeentelijke gronduitgifte of door het afsluiten van een overeenkomst.

Voor de realisatie van de snelfietsroute is een sluitende begroting opgesteld. Alle kosten worden gedekt door bijdragen van gemeente Eindhoven samen met de provincie Noord-Brabant, de gemeente Nuenen c.a., de gemeente Helmond, de gemeente Geldrop-Mierlo en Beheermaatschappij Gulbergen BV. Deze partijen hebben een bestuursovereenkomst afgesloten en zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de aanleg van de fietsverbinding Eindhoven-Helmond. Het deel van het fietspad waar dit bestemmingsplan betrekking op heeft wordt gefinancierd door gemeente Eindhoven, gemeente Nuenen, provincie Noord-Brabant en een subsidiebijdrage vanuit ZOSlimbereikbaar (regio).

Het project is daarmee dan ook economisch uitvoerbaar.

Verwerving Voor de realisatie van het nieuwe fietspad en waterhuishoudkundige voorzieningen, zoals mogelijk gemaakt in dit bestemmingsplan, is het noodzakelijk een aantal percelen of delen daarvan aan te kopen. Het betreft de percelen zoals weergegeven in onderstaande afbeelding.

Figuur 7.1: Totaaloverzicht te verwerven percelen

De per gemeente te verwerven percelen zijn weergegeven in onderstaande afbeeldingen. In vastgesteld Fietspad Eindhoven - Helmond Gemeente Eindhoven

71

deze afbeeldingen zijn ook de perceelnummers vermeld.

Figuur 7.2: Te verwerven percelen in de gemeente Eindhoven (West)

Figuur 7.3: Te verwerven percelen in de gemeente Nuenen (Oost)

Als minnelijke verwerving van deze grond niet leidt tot het gewenste resultaat zal het instrument van onteigening worden ingezet. De overige gronden, die nodig zijn voor de ontwikkeling die voorliggend bestemmingsplan mogelijk maakt, zijn eigendom van de gemeenten Eindhoven.

72

vastgesteld Fietspad Eindhoven - Helmond Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 8 Procedure en maatschappelijke uitvoerbaarheid

8.1

Bekendmaking ex artikel 1.3.1. Bro

De gemeente heeft de voorbereiding van dit bestemmingsplan conform artikel 1.3.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) bekend gemaakt.

8.2

Overleg ex artikel 3.1.1 Bro

Op grond van artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moeten burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met de rijks- en provinciale diensten die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Gezien de aard en omvang van het planvoornemen alsmede het feit dat er met het plan geen Rijksbelangen in het geding zijn, heeft geen vooroverleg met het Rijk plaatsgevonden. Met het waterschap De Dommel heeft vooroverleg plaatsgevonden. Tevens is de waterparagraaf en de bijbehorende watertoets beoordeeld door het waterschap. De resultaten hiervan zijn opgenomen in hoofdstuk 5. Omdat de gemeente Eindhoven met dit bestemmingsplan gelijk optrekt met de gemeente Nuenen, is uiteraard intensief afgestemd. Het concept van het ontwerp bestemmingsplan is in het kader van het wettelijk vooroverleg aan de provincie voorgelegd. Met provincie Noord-Brabant is ambtelijk afgestemd dat er een financiële compensatie zal plaatsvinden vanwege de kleinschalige aantasting van het NNB.

8.3

Inspraak en samenspraak

Per 1 oktober 2008 is de "Verordening Samenspraak en Inspraak gemeente Eindhoven 2008" in werking getreden. Het doel hiervan is het betrekken van burgers bij de besluitvorming. Er is intensief overleg geweest met Prorail. Zij kunnen zich vinden in het bestemmingsplan. De Stichting Bescherming Wederopbouwerfgoed Eindhoven heeft het plan bekeken. De Stichting kan zich vinden in het plan. Zij zal, omdat het hier geen wederopbouw betreft, verder geen inhoudelijke zienswijze uitbrengen. Ook Trefpunt Groen Eindhoven is jarenlang betrokken geweest bij de totstandkoming van dit bestemmingsplan en heeft aangegeven tevreden te zijn. Het Voorlopig ontwerp is gedeeld met de omgeving via de projectwebsite Doorfietsroute Eindhoven-Helmond | Gemeente Eindhoven en in het kader van verwerving van omliggende gronden is er contact met diverse omwonenden.

vastgesteld Fietspad Eindhoven - Helmond Gemeente Eindhoven

73

8.4

Zienswijzen

Het ontwerpbestemmingsplan heeft van donderdag 26 januari 2023 tot en met woensdag 8 maart 2023 ter inzage gelegen. Omdat er nog wijzigingen in het plan zijn aangebracht wordt het ontwerp opnieuw voor zes weken ter inzage gelegd met de mogelijkheid om zienswijzen in te dienen. Het ontwerp van het bestemmingsplan en het concept verzoek tot herbegrenzing hebben gedurende zes weken, met ingang van donderdag 20 april 2023 tot en met woensdag 31 mei 2023 ter inzage gelegen. Er zijn 3 zienswijzen ingediend. Deze zienswijzen hebben betrekking de waterhuishouding (Waterschap de Dommel), hoogspanningsleidingen (Tennet) en inrichtingsontwerp technische opmerkingen De zienswijzen zijn samengevat en voorzien van een beantwoording in de bijgevoegde 'Nota van zienswijzen'.

De zienswijzen hebben deels geleid tot aanpassing van het bestemmingsplan. .

74

vastgesteld Fietspad Eindhoven - Helmond Gemeente Eindhoven

Bijlagen bij de toelichting

Bijlage 1

Stikstofberekening

Bijlage 2 Cultuurhistorisch onderzoek uitgevoerd door RAAP (rapportnr. 3258: 'De groene zoom van Eindhoven - Een cultuurhistorische waardenkaart van het buitengebied van Eindhoven, alsmede enkele groene delen van de bebouwde kom'). Bijlage 3

Bodemonderzoek

Bijlage 4

Natuurtoets

Bijlage 5

Nader ecologisch onderzoek kleine marters

Bijlage 6

Notitie ecologisch nader onderzoek Grote Weerschijnvlinder

Bijlage 7

Watertoets

Bijlage 8

Risicoanalyse overwegveiligheid Loostraat Prorail

Deze bijlagen zijn te raadplegen op de landelijke website www.ruimtelijkeplannen.nl

vastgesteld Fietspad Eindhoven - Helmond Gemeente Eindhoven

75

76

vastgesteld Fietspad Eindhoven - Helmond Gemeente Eindhoven

Regels

vastgesteld Fietspad Eindhoven - Helmond Gemeente Eindhoven

77

78

vastgesteld Fietspad Eindhoven - Helmond Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 1

Artikel 1 1.1

Inleidende regels

Begrippen

plan

het bestemmingsplan Fietspad Eindhoven - Helmond met identificatienummer NL.IMRO.0772.80217-0301 van de gemeente Eindhoven. 1.2

bestemmingsplan

de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen bij de regels. 1.3

aanduiding

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4

aanduidingsgrens

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5

aardkundige waarden

waarden en kenmerken van een gebied die vanwege geologische, geomorfologische, bodemkundige en (geo)hydrologische verschijnselen en processen en vanwege de natuurlijke ontstaansgeschiedenis van de bodem van belang zijn. 1.6

archeologisch adviseur

een door het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg. 1.7

archeologisch onderzoek

onderzoek verricht door of namens een dienst of instelling dat voldoet aan de meest actuale versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA). 1.8

archeologische verwachting

de aan een gebied toegekende verwachting in verband met de kans op het voorkomen van archeologische waarden. 1.9

archeologische waarde

de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in het gebied voorkomende overblijfselen uit oude tijden. 1.10

bebouwing

één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 1.11

beperkt kwetsbaar object (artikel 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen)

a. verspreid liggende woningen, woonschepen en woonwagens, voor zover zij niet behoren tot een Bevi-inrichting en met een dichtheid van maximaal twee woningen, woonschepen of woonwagens per hectare; b. bedrijfswoningen, voor zover zij niet behoren tot een Bevi-inrichting; c. kantoorgebouwen, hotels en restaurants, winkels en bedrijfsgebouwen voor zover zij niet vastgesteld Fietspad Eindhoven - Helmond Gemeente Eindhoven

79

onder het begrip kwetsbaar object vallen en voor zover zij niet behoren tot een beviinrichting; d. sporthallen, sportterreinen, zwembaden en speeltuinen; e. kampeerterreinen en andere terreinen bestemd voor recreatieve doeleinden, voor zover zij niet onder het begrip kwetsbaar object vallen; f. objecten die met het onder a tot en met e genoemde gelijkgesteld kunnen worden uit hoofde van de gemiddelde tijd per dag gedurende welke personen daar verblijven, het aantal personen dat daarin meestal aanwezig is en de mogelijkheden voor zelfredzaamheid bij een ongeval, voor zover die objecten geen kwetsbare objecten zijn; g. objecten met hoge infrastructurele waarde, waaronder in ieder geval telefoon- en elektriciteitscentrale of een gebouw met vluchtleidingsapparatuur, voor zover die objecten wegens de aard van de gevaarlijke stoffen die bij een ongeval kunnen vrijkomen, bescherming verdienen tegen de gevolgen van dat ongeval. 1.12

bestaand

bij bouwwerken: legale bouwwerken die aanwezig of in uitvoering zijn op het moment van ter visie legging van het ontwerp van het bestemmingsplan, dan wel bouwwerken zoals die mogen worden gebouwd krachtens een onherroepelijke omgevingsvergunning; bij gebruik : legaal gebruik van grond en opstallen zoals aanwezig tijdens de inwerkingtreding van het bestemmingsplan. 1.13

bestemmingsgrens

de grens van een bestemmingsvlak. 1.14

bestemmingsvlak

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.15

Bevi (Besluit externe veiligheid inrichtingen)

Besluit van 27 mei 2004, Stb. 250, houdende regels inzake milieukwaliteitseisen op het gebied van de externe veiligheid zaosl deze luidde op het moment van terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan. 1.16

bouwen

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.17

bouwgrens

de grens van een bouwvlak. 1.18

bouwvlak

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 1.19

bouwwerk

elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. 1.20

cultuurhistorische waarden

waarden en kenmerken van een gebied of daar aanwezige zaken, verband houdend met het bouwkundig erfgoed, het stedenbouwkundig erfgoed, de historische groenwaarden, het historisch-geografisch erfgoed en de bekende en verwachte archeologische waarden. 1.21

diepploegen

een kerende grondbewerking door middel van een ploeg, die dieper gaat dan de teeltlaag.

80

vastgesteld Fietspad Eindhoven - Helmond Gemeente Eindhoven

1.22

ecologische verbindingszone

groene schakels die natuurgebieden verbinden, die dienst doet als verspreidingsgebied of als migratieroute voor planten en dieren tussen natuurgebieden. 1.23

extensief agrarisch grondgebruik

die vormen agrarisch grondgebruik die het behoud en/of ontwikkeling van de aanwezige natuur- en landschapswaarden beogen en waarbij voor de grondbewerking slechts in geringe mate gebruik wordt gemaakt van agrarische middelen en de verbouw van (vollegronds)teeltproducten, in hoofdzaak gericht op de instandhouding en/of vergroting van de natuur-, landschappelijke en cultuurhistorische waarden. 1.24

extensief recreatief medegebruik

die vormen van recreatie welke in hoofdzaak zijn gericht op natuur- en landschapsbeleving, zoals wandelen, fietsen en kanoën. 1.25

gebouw

bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.26

gebruiken

het gebruiken, in gebruik geven of laten gebruiken. 1.27

gecombineerde opgave

de jaarlijkse opgave die agrarische ondernemers doen aan het ministerie van Economische Zaken. 1.28

geluidzoneringsplichtige inrichting

een inrichting (bedrijf) waarvoor ingevolge de Wet geluidhinder rondom het terrein van vestiging in een bestemmingsplan een zone moet worden vastgesteld. 1.29

gevaarlijke stoffen

gevaarlijke stoffen zijn stoffen waarvan het gebruik, het transport of de opslag (overslag e.d.), risico's met zich meebrengt. Het kan gaan om explosiegevaar, brand, giftigheid of radioactiviteit. 1.30

GR (groepsrisico)

een maat voor de kans, dat door een ramp bij een activiteit met gevaarlijke stoffen of met een vliegtuig, een (grote) groep mensen, die niet rechtstreeks bij de activiteit betrokken is, tegelijkertijd omkomt. Het GR kan toenemen door uitbreiding van risicovolle activiteiten enerzijds en door het verhogen van de personendichtheid anderzijds. 1.31

grondwaterbeschermingsgebied

gebied waarbinnen het grondwater, afhankelijk van de kwetsbaarheid van het gebied, een periode van 25 of 100 jaar nodig heeft om de pompputten voor waterwinning te bereiken. 1.32

invloedsgebied

gebied waarin, volgens de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi), personen worden meegeteld voor de berekening van het groepsrisico. De grens van het invloedsgebied is gelijk aan de 1% letaliteitsgrens, bepaald bij weertype F 1.5, tenzij in de bij het Revi behorende uitvoeringsregeling voor een specifieke stof of activiteit een ander invloedsgebied is gedefinieerd.

vastgesteld Fietspad Eindhoven - Helmond Gemeente Eindhoven

81

1.33

kernrandzone

overgangsgebied van bestaand stedelijk gebied naar het buitengebied, met daarin relatief veel bebouwing op korte afstand van elkaar en met een toenemende menging van functies. 1.34

kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten

het bedrijfsmatig verlenen van diensten, of het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid geheel of overwegend door middel van handwerk, dat door zijn beperkte omvang in een woning en daarbij behorende bijgebouwen wordt uitgeoefend, waarbij in overwegende mate de woonfunctie wordt behouden en een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is. Hieronder valt in ieder geval niet prostitutie. 1.35

kleinschalig kamperen

een kampeerfunctie, uitsluitend als nevenfunctie bij een agrarisch bedrijf, waarbij het aantal toegestane kampeermiddelen is beperkt tot het in de regels genoemde maximum. 1.36

kunstobject

een bouwwerk, geen gebouw zijnde, of onderdelen van bouwwerken die worden aangemerkt als uitingen van één der beeldende kunsten. 1.37

kwetsbaar object

a. woningen, niet zijnde: 1. verspreid liggende woningen, woonschepen en woonwagens, voor zover zij niet behoren tot een Bevi-inrichting en met een dichtheid van maximaal twee woningen, woonschepen of woonwagens per hectare; 2. bedrijfswoningen; b. gebouwen bestemd voor het verblijf, al dan niet gedurende een gedeelte van de dag, van minderjarigen, ouderen, zieken of gehandicapten, waartoe in ieder geval behoren: 1. (psychiatrische) ziekenhuizen, bejaardenhuizen en verpleeghuizen; 2. scholen; 3. sociale werkplaatsen, of; 4. gebouwen of gedeelten daarvan, bestemd voor dagopvang van minderjarigen; c. gebouwen waarin meestal grote aantallen personen (> 50 pers.) gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig zijn, waartoe in ieder geval behoren: 1. kantoorgebouwen en hotels met een bruto vloeroppervlak van meer dan 1.500 m² per object, voor zover zij niet behoren tot een Bevi-inrichting of; 2. complexen waarin meer dan 5 winkels zijn gevestigd en waarvan het gezamenlijk bruto vloeroppervlak meer dan 1.000 m² bedraagt, voor zover zij niet behoren tot een Bevi-inrichting, en winkels met een bruto vloeroppervlak van meer dan 2.000 m² per winkel, voor zover in die complexen of in die winkels een supermarkt, hypermarkt of warenhuis is gevestigd en voor zover zij niet behoren tot een Bevi-inrichting; d.

kampeer- en andere recreatieterreinen bestemd voor het verblijf van meer dan 50 personen gedurende meerdere aaneengesloten dagen, voor zover zij niet behoren tot een Bevi-inrichting. 1.38

landschappelijke inpassing

het inpassen van een gebouw of gebruik van grond in het landschap, waarbij afstemming plaatsvindt op de ter plaatse voorkomende landschappelijke en cultuurhistorische waarden en kenmerken, door middel van de architectuur van het gebouw en/of de aanplant van gebiedseigen beplanting.

82

vastgesteld Fietspad Eindhoven - Helmond Gemeente Eindhoven

1.39

landschappelijke waarden

het geheel van waarden in verband met bijzondere waarneembare landschappelijke kenmerken van een gebied of object, in de zin van karakteristieke verschijningsvorm, herkenbaarheid/identiteit en diversiteit, dat bestaat uit aardkundige, archeologische, cultuurhistorische en visueel-ruimtelijke waarden die wordt bepaald door de onderliggende samenhang en beïnvloeding van levende en niet levende (abiotische) natuur. 1.40

landschapselement

ecologische en/of landschappelijke waardevolle elementen die (mede) bepalend zijn voor het landschap zoals bosjes, houtwallen, kruidenlagen, poelen en moerasjes. 1.41

natuurwaarde

de aan een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door geologisch, geomorfologische, bodemkundige en biologische elementen, zowel afzonderlijk als in onderlinge samenhang. 1.42

nutsvoorzieningen

voorzieningen ten behoeve van algemeen nut in ruime zin zoals: voorzieningen/ installaties ten behoeve van gas, water en elektriciteit, signaalverdeling, telecommunicatieverkeer, waterzuivering, waterbeheersing, waterhuishouding, vui;- en afvalverwerking, compostering, wijkverwarming, milieuvoorzieningen e.d. 1.43

peil

0.30 m' boven de kruin van de weg. 1.44

plasbrandaandachtsgebied

het gebied tot 30 meter van de weg of spoor waarin, bij de realisering van kwetsbare objecten, rekening dient te worden gehouden met de effecten van een plasbrand. 1.45

PR (plaatsgebonden risico)

risico op een plaats buiten een inrichting, uitgedrukt als de kans per jaar dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof, gevaarlijke afvalstof of bestrijdingsmiddel is betrokken. 1.46

Regeling provinciale risicokaart

Regeling van de minister van Binnenlandse zaken en koninkrijksrelaties van 20 april 2007, Stctr. 2007, nr 75. 1.47

regionaal waterbergingsgebied

gebied dat noodzakelijk is om wateroverlast uit regionale watersystemen tegen te gaan. 1.48

Registratiebesluit externe veiligheid

Besluit van 28 november 2006 (Stbld. 2006, 656), houdende regels met betrekking tot de registratie van gegevens externe veiligheid inrichtingen, transportroutes en buisleidingen (Registratiebesluit externe veiligheid) 1.49

rijstrook

gemarkeerd gedeelte van de rijweg dat voldoende plaats biedt aan een enkele rij motorvoertuigen op meer dan twee wielen met uitzondering van in- en uitvoegstroken, voorsorteerstroken en fietspaden.

vastgesteld Fietspad Eindhoven - Helmond Gemeente Eindhoven

83

1.50

voorkeursgrenswaarde

de toelaatbare waarde voor geluidbelasting, zoals deze rechtstreeks kan worden afgeleid uit de Wet geluidhinder c.q. het Besluit grenswaarden. 1.51

water

al het oppervlaktewater zoals sloten, greppels, (infiltratie)vijvers, kanalen, beken en andere waterlopen, ook als deze incidenteel of structureel droogvallen. 1.52

waterberging

voorziening voor het tijdelijk vasthouden van regenwater dat afstroomt vanaf de oppervlakte van een bouwwerk. 1.53

waterhuishoudkundige voorzieningen

voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en waterkwaliteit (zoals duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, inlaten, sloten, greppels en vijvers, ook als deze incidenteel of structureel droogvallen etc.). 1.54

waterwingebied

gebied waar waterwinning plaatsvindt ten behoeve van de openbare drinkwatervoorziening door onttrekking van grondwater. 1.55

Wet geluidhinder

Wet van 16 februari 1979 (Stb. 99) houdende regels inzake het voorkomen of beperken van geluidhinder, zoals deze luidt op het moment van de terinzagelegging van dit bestemmingsplan. 1.56

Wet milieubeheer

Wet van 13 juni 1979, Stb. 442, houdende regelen met betrekking tot een aantal algemene onderwerpen op het gebied van de milieuhygiëne, zoals deze luidde op het moment van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan. 1.57

wijzigen van de gebruiksfunctie van gronden en/of gebouwen

het feitelijk wijzigen van de gebruiksfunctie van gronden en/of gebouwen, waarbij geen sprake is van omgevingsvergunningplichtige bouwactiviteiten als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1.58

woning

een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden, dan wel voor de huisvesting van maximaal twee personen die geen gezamenlijk huishouden voeren. Een woonwagen wordt niet tot een woning gerekend. 1.59

zorgvuldige dialoog

het voeren van overleg met de directe omgeving waarbij: a. initiatiefnemer alle eigenaren en huurders binnen een straal van 500 meter vanaf de locatie waar de ontwikkeling is beoogd benadert om aan een vorm van overleg deel te nemen b. de initiatiefnemer de ontwikkeling aan de deelnemers aan het overleg toelicht c. de overlegdeelnemers gelegenheid wordt geboden op de ontwikkeling te reageren d. tijdens het overleg de initiatiefnemer onder opgaaf van redenen aan de deelnemers meedeelt met welke opmerkingen in het ontwikkelingsplan al dan niet rekening kan of zal worden gehouden e. de deelnemers de gelegenheid wordt geboden om hun tevredenheid kenbaar te maken over de wijze waarop met de door hen gemaakte opmerkingen in het plan rekening is gehouden 84

vastgesteld Fietspad Eindhoven - Helmond Gemeente Eindhoven

f.

van het gevoerde overleg door initiatiefnemer een schriftelijk verslag wordt opgesteld dat vervolgens aan de deelnemers wordt toegestuurd g. deelnemers de gelegenheid wordt geboden om binnen 3 weken na de dag van verzending van het verslag hun reactie daarop aan initiatiefnemer schriftelijk kenbaar te maken h. het verslag en de verkregen reacties van de deelnemers door initiatiefnemer gelijktijdig met het indienen van de aanvraag om omgevingsvergunning worden ingediend.

vastgesteld Fietspad Eindhoven - Helmond Gemeente Eindhoven

85

86

vastgesteld Fietspad Eindhoven - Helmond Gemeente Eindhoven

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1

bebouwingspercentage

een aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van het bouwvlak aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd.

2.2

dakhelling

langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak.

2.3

goothoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeiboord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. Met dien verstande dat de goothoogte van een woonwagen/ woonwagenwoning wordt gemeten vanaf aansluitend terrein.

2.4

inhoud van een bouwwerk

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.

2.5

bouwhoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, liftopbouwen, installatieruimten en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. Met dien verstande dat de bouwhoogte van een woonwagen/woonwagenwoning wordt gemeten vanaf het aansluitend terrein.

2.6

oppervlakte van een bouwwerk

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

2.7

ondergeschikte bouwdelen

bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen wordt de overschrijding van de bouwgrens door ondergeschikte bouwdelen, zoals plinten, pilasters, kozijnen, reclameaanduidingen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, balkons en overstekende daken e.d. buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van de bouwgrens niet meer dan 1 meter bedraagt.

2.8

ondergrondse (verticale) bouwdiepte van een bouwwerk

vanaf het peil tot de afgewerkte vloer van het ondergrondse (deel van het) bouwwerk.

vastgesteld Fietspad Eindhoven - Helmond Gemeente Eindhoven

87

88

vastgesteld Fietspad Eindhoven - Helmond Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12995337/4